Page 1

t ransfer

vakblad over internationalisering in het hoger onderwijs

International classroom:

meer ideaal dan dagelijkse praktijk

5

jaargang 18 | februari 2011

internationalisering geen prioriteit voor studentenleiders | nfp en niche afgeslankt verder | nvao-certificaat beloont structurele initiatieven | duits hoger onderwijs bedolven onder nieuwe studenten | saxion helpt internationale alumni aan werk


5 Transfer is een onafhankelijk vakblad voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs en onderzoek. Transfer is ook online: www.transfermagazine.nl. Transfer is een uitgave van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Verschijnt negen keer per jaar. Redactie Els Heuts (hoofdredacteur), Annelieke Slappendel en Elleke Bal Aan dit nummer werkten mee Annemieke Bosman, Xander Bronkhorst, Han van der Horst, Martine Postma, Robert Visscher, Els van der Werf, Martine Zeijlstra, Dirk-Jan Zom

transfer

Internationalisering: luxe of noodzaak?

Vormgeving en lay-out Sabrina Luthjens BNO en Christina Schürmann (www.makingwaves.nl)

Ruim 11.000 studenten, bijgestaan door docenten en hoogleraren, demonstreerden op 21 januari tegen de bezuinigingen op het hoger onderwijs. Voorafgaand aan dit grootste studentenprotest sinds 1988, sprak Transfer met Sander Breur en Guy Hendricks, de leiders van de studentenbonden LSVb en ISO. Ze hebben het drukker dan ooit, maar internationalisering speelt daarin nauwelijks een rol. De strijd is gericht op basale zaken als toegankelijkheid en kwaliteit, vertellen ze. Internationalisering heeft geen prioriteit. Zelf gingen de studentenleiders tijdens hun studie niet naar het buitenland. Het was te lastig en zou te veel vertraging hebben opgeleverd. Met de 3.000 euro collegegeldverhoging voor langstudeerders op komst, zal dit voor meer studenten gaan gelden. Gelukkig is er dan nog de international classroom. Thuisblijvende studenten en internationale studenten kunnen door gezamenlijk colleges te volgen en opdrachten uit te voeren van elkaar leren. Op die manier worden ze voorbereid op een toekomst in een geglobaliseerde wereld. Maar de echte international classroom blijkt vaak nog een gedroomd ideaal, constateren betrokkenen in deze Transfer. Want er komt veel bij kijken om het tot een succes te maken. Zo willen Nederlandse studenten vaak niet samenwerken met buitenlandse studenten omdat ze denken dat het hen extra tijd kost. Met de toenemende druk op studenten om in de gestelde tijd hun studie af te ronden, zal dat argument aan belang winnen. Voor docenten is een sleutelrol weggelegd in de international classroom. Zij moeten beschikken over een flinke dosis culturele sensiviteit zodat ze de internationale verscheidenheid in de groep kunnen benutten en de lesstof kunnen voorzien van een internationale context. In een tijd waarin de druk op docenten en instellingen zal worden opgevoerd omdat er tot 2015 jaarlijks 370 miljoen op het hoger onderwijs wordt bezuinigd, is geen tijd en geld voor dit soort ‘franjes’. Dat het belangrijk is dat studenten over interculturele competenties beschikken wordt alom beleden. Maar als het aankomt op het stellen van prioriteiten, blijkt die noodzaak toch minder groot.

Druk Drukkerij Deltahage, Den Haag

els heuts

Beeld Niels Bongers, Roel Burgler/Hollandse Hoogte, Pierre Crom/ANP, Eyevine/HH, Henriëtte Guest, Marc de Haan, Maarten Hartman, Annabel Jeuring, Co de Kruijf/HH, Evelina Kvartunaite, Jan Luursema, Isabel Nabuurs/HH, Peace movement collection/Peace Palace library, Stenden, Harald Tittel/DPA Redactieraad Riekele Bijleveld (Universiteit Twente), David Bohmert, Patrick Cramers (Codarts), Madeleine Gardeur (Rijksuniversiteit Groningen), Frans Godfroy, Joep Huiskamp (TU Eindhoven) Redactieadres Nuffic, Postbus 29777, 2502 LT Den Haag, tel.: 070 – 426 0126 / 426 0144/426 0122 fax: 070 – 426 0399 e-mail: eheuts@nuffic.nl, aslappendel@nuffic.nl, ebal@nuffic.nl website: www.transfermagazine.nl Abonnementen Transfer is gratis verkrijgbaar. Geïnteresseerden kunnen zich voor een gratis abonnement aanmelden via www.ikabonneermij.nl/transfer. Abonnementenadministratie DUO-tijdschriftenservice Postbus 681 3500 AR Utrecht tel.: 030 – 263 1089

Overname artikelen Het overnemen en vermenigvuldigen van artikelen uit Transfer is slechts geoorloofd na schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. Foto omslag Studenten van het Amsterdam University College. Foto: Henriëtte Guest Transfer 6, jaargang 18, verschijnt op 11 maart 2011

eheuts@nuffic.nl


r

i n hou d

8

24-42

12

16 22

‘Internationalisering staat niet boven aan de agenda’ Zelf gingen ze in het kader van hun studie niet naar het buitenland. Het was te lastig en zou te veel vertraging hebben opgeleverd. Toch is internationalisering een onderwerp dat de toekomst heeft, vinden ISO- en LSVb-voorzitters Guy Hendricks en Sander Breur. Transfer sprak met de studentenleiders, die zich momenteel samen te weer stellen tegen de bezuinigingsplannen van het kabinet.

International classroom is nog lang geen gemeengoed In internationaliseringskringen wordt al vele jaren gediscussieerd over de international classroom: het ideaal van hoger onderwijs dat studenten werkelijk voorbereidt op een toekomst in een geglobaliseerde samenleving. Hoe staat het inmiddels met de verwezenlijking van dat ideaal? “Wij krijgen nog steeds de vraag wat er dan zo anders is in zo’n international classroom.”

Zorgen om NFP en NICHE houden aan Toen staatssecretaris Knapen (Ontwikkelingssamenwerking) aankondigde fors te gaan bezuinigen op studie en kennis, hielden veel instellingen hun hart vast voor de ontwikkelingsprogramma’s NFP en NICHE. Voor dit jaar lijken de klappen nog mee te vallen. Maar wat er in 2012 en daarna gaat gebeuren, is nog niet duidelijk.

Duits hoger onderwijs zit overvol Nederlandse universiteiten en hogescholen in het grensgebied maken zich de komende jaren op voor meer studenten uit Duitsland. Oorzaak zijn ernstige capaciteitsproblemen in het Duitse onderwijs, waarvan de oplossing voorlopig nog niet in zicht is. Sterker nog: de problemen zullen de komende jaren alleen maar groter worden.

En verder 2 Colofon en redactioneel  4 Nieuwsberichten  11 Massale studentenprotesten in Europa  18 NVAO-certificaat internationalisering  21 Alumnus  25 Vliegende Hollander  26 Saxion Connect koppelt buitenlandse alumni en bedrijven  28 Column Els van der Werf  29 Eerste Science Attaché in China  30 Pioniers in internationalisering  31 Agenda


n i euwsb er ic hten

Van Bijsterveldt

Foto: Pierre Crom/ANP

bezorgd over mobiliteit

Marja van Bijsterveldt, minister van OCW.

Onderwijsminister Van Bijsterveldt maakt zich zorgen over de stagnerende studentenmobiliteit. Dat schrijft ze in reactie op vragen van de Tweede Kamer over onder meer de Internationaliseringsmonitor 2009. Nader onderzoek is gewenst, vindt de minister. Uit dat onderzoek zou moeten blijken of er belemmeringen zijn om naar het buitenland te gaan, en zo ja, of daaraan iets kan en moet worden gedaan. Van Bijsterveldt wil ook dat in de volgende Internationaliseringsmonitor wordt geanalyseerd hoe het komt dat het percentage studenten dat deels in het buitenland studeerde, in het wo een opvallende daling vertoont en in het hbo juist een opvallende stijging. De gemiddelde studiepuntmobiliteit voor het hele hoger onderwijs bleef gelijk: 23 procent. De minister is het grotendeels eens met de CDA-fractie, die stelt dat er nog een wereld te winnen is. Maar ze wijst ook op de toename van de uitgaande diplomamobiliteit. Het aantal Nederlandse studenten dat een volledige studie in het buitenland doet, groeit sneller dan het Europees gemiddelde, merkt Van Bijsterveldt op. Ze denkt dat dit vooral te maken heeft met het bachelor-mastersysteem in Europa, waardoor het makkelijker is een programma te vinden dat goed op de eerdere opleiding aansluit.  (AS)

Toekomst Rubicon-beurzen blijft onzeker Een amendement van D66 om het Rubiconprogramma te behouden, heeft het niet gehaald in de Tweede Kamer. Het is daardoor zeer de vraag of wetenschapsfinancier NWO ook na 2011 de Rubiconbeurzen, bestemd voor pas gepromoveerd wetenschappelijk talent dat buitenlandse onderzoeks­ ervaring wil opdoen, kan blijven uitreiken. Het kabinet trekt geen geld meer uit voor Rubicon. Maar uit een evaluatie blijkt volgens NWO dat er binnen de wetenschap wel degelijk behoefte is aan deze beurzen voor jong onderzoekstalent. Reden voor D66 om een amendement in te dienen voor instandhouding van het programma.

4 | februari 2011 | transfer

Het ministerie van Onderwijs stelde sinds 2005 voor Rubicon jaarlijks 4 miljoen euro beschikbaar. Die subsidie zou in 2010 worden beëindigd, maar afhankelijk van het succes kon het departement besluiten de financiering te continueren. Net op het moment van besluitvorming viel het vorige kabinet. In de nieuwe Rijksbegroting ontbrak Rubicon. Volgens staatssecretaris Zijlstra continueert NWO het programma sinds 2010 uit eigen middelen en met een eenmalige Europese bijdrage. Na 1 maart moet NWO besluiten of ze Rubicon handhaaft. In 2011 is er nog geld voor twee toekenningsrondes. De staats­secretaris heeft laten weten geen aanleiding te zien om alsnog geld uit te trekken voor het programma.  (EH)


Diplomasupplement nog niet in register Aan het centrale diplomaregister, dat in 2012 van start moet gaan, worden nog geen diploma­ supplementen toegevoegd. De meningen verschillen over de vraag of dat wenselijk is, schrijft staatssecretaris Halbe Zijlstra in zijn toelichting op het wetsvoorstel dat het register mogelijk moet maken. Het diplomaregister moet onder meer fraude tegengaan en duidelijkheid geven over wat erkende diploma’s zijn. Vooralsnog komen er alleen gegevens in over het bekostigde onderwijs. Zulke gegevens zijn voldoende aanwezig bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), die het register gaat beheren. Maar het is de bedoeling om in de toekomst ook diplomagegevens van het nietbekostigde onderwijs op te nemen.

Het ministerie van Onderwijs heeft vorig jaar via internet reacties verzameld op het plan voor een diplomaregister. Daaruit kwam ook de suggestie voort om er informatie voor buitenlandse werkgevers in op te nemen en aan te geven wat iemand voor het diploma heeft moeten doen. Dat is nu nog niet mogelijk, geeft Zijlstra aan, omdat het ministerie die informatie niet heeft. Mogelijk worden in een volgende fase diplomasupplementen aan het register toegevoegd, maar daarvoor is dan een nieuw wetsvoorstel nodig én een nieuwe afweging. Ongeveer eenderde van de krap veertig respondenten via internet gaf aan dat wenselijk te vinden.  (AS)

Buitenlandse vestigingen onder

Foto: Stenden

De campus van Stenden in Zuid-Afrika.

De Onderwijsinspectie onderzoekt hoe Nederlandse hogescholen hun vestigingen in het buitenland financieren. Ook Stenden hogeschool is onderwerp van het onderzoek. De inspectie ontkent dat tips over misstanden aanleiding zijn.

De Volkskrant maakte onlangs melding van dergelijke tips. Bestuurders en toezichthouders van Stenden zouden buitensporig veel reizen en declareren. Ook zou de hogeschool ZuidAfrikaanse zakenpartners hebben gepaaid met eredoctoraten.

de loep Volgens de inspectie richt het onderzoek zich niet op die onderwerpen en niet alleen op Stenden, maar ook op andere hogescholen met buitenlandse vestigingen. De woordvoerder wil niet zeggen welke, of hoeveel. Ook de vraag waarom minister Plasterk eind 2008 opdracht gaf voor het onderzoek, blijft onbeantwoord. Naar verwachting is het onderzoeksrapport rond de zomer klaar. Stenden is volop actief in het buitenland. De instelling heeft campussen in Thailand, Qatar, Zuid-Afrika en Indonesië. Ze wilde ook een vestiging in China openen, maar die werd op de lange baan geschoven na een aardbeving. Daarnaast presenteerde Stenden in 2008 plannen voor een universiteit in Berlijn, met parttime masteropleidingen voor internationale studenten. “We moeten het zelf betalen”, zei toenmalig collegevoorzitter Robert Veenstra daarover. De universiteit werd echter uitgesteld doordat er te weinig aanmeldingen waren.  (AS)

transfer | februari 2011 | 5


Schotland wil geen goedkoop alternatief zijn Schotse belastingbetalers moesten in het studiejaar 20092010 meer dan 75 miljoen pond (ruim 80 miljoen euro) ophoesten voor EU-studenten die in Schotland kwamen studeren. Dat kan zo niet doorgaan, vindt onderwijsminister Russell, die de kwestie heeft voorgelegd aan Eurocommissaris Vassiliou. Het aantal EU-studenten aan Schotse universiteiten steeg het vorige studiejaar met 17 procent. In tien jaar tijd was er zelfs bijna sprake van een verdubbeling. EU-studenten betalen geen collegegeld, net zomin als de Schotten zelf. “Het is cruciaal om ervoor te zorgen dat onze universiteiten hun internationale concurrentiekracht behouden en studenten blijven aantrekken op basis van hun academische capaciteiten, niet omdat ze worden beschouwd als goedkoop alternatief”, aldus Russell. Engelse studenten betalen wel collegegeld in Schotland. De Schotten overwegen dat bedrag fors te verhogen, om te voorkomen dat Engelse studenten massaal toestromen als de Britse universiteiten vanaf 2012 meer collegegeld mogen gaan vragen.  (AS) Steeds meer buitenlandse studenten in Vlaanderen Het aantal buitenlandse studenten in Vlaanderen is in een jaar tijd met bijna 10 procent gestegen. Dat blijkt uit cijfers van het Vlaamse ministerie van Onderwijs, schrijft de Vlaamse variant van Metro. Dit academisch jaar staan er bijna 11.000 studenten van buitenlandse afkomst ingeschreven. Het aantal Erasmusstudenten is daarbij nog niet meegeteld. In tien jaar tijd is het aantal buitenlandse studenten in Vlaanderen enorm toegenomen. In het jaar 2000 stond de teller op nog geen 4.000. De verwachting is dat het Vlaamse onderwijs snel verder zal internationaliseren, voornamelijk doordat de regering bij onderwijshervormingen meer ruimte wil maken voor Engelstalige opleidingen.  (EB) Nederlandse bètastudenten massaal naar Vlaanderen?

Zie: www.transfermagazine.nl/opinie/de-kwestie/braindrain

EU steunt Afrikaans ‘Erasmus Mundus’ De Europese Unie stelt 35 miljoen euro beschikbaar voor uitbreiding van het Mwalimu Nyerere African Scholarship Scheme. Daardoor komen er tot 2014 extra beurzen beschikbaar voor Afrikaanse studenten en (academische) staf om naar een ander Afrikaans land te gaan. De uitbreiding is onderdeel van het intra-ACP-mobiliteitsprogramma, waaraan ook instellingen en studenten uit het Caribische gebied en de Pacific kunnen deelnemen. In totaal steekt de EU hier 45 miljoen euro in. Ad Boeren van de Nuffic, eind vorig jaar aanwezig op een conferentie over het Nyerere-programma, ziet veel gelijkenis met Erasmus Mundus. Of de Afrikaanse variant net zo succesvol wordt, valt nog te bezien. Er bestaan onder meer twijfels of Afrikaanse universiteiten in staat zijn op tijd voorstellen van voldoende kwaliteit in te dienen en goed om te gaan met de procedures en voorschriften van de EU, schrijft Boeren in een blog op de Nuffic International Education Monitor (NIEM).  (AS)

6 | februari 2011 | transfer

Foto: Co de Kruijf/HH

Buitenlands nieuws

Het hoofdgebouw van de VU.

Internationale ambities VU en TU/e De Vrije Universiteit Amsterdam wil op alle fronten internationaler worden. Dat blijkt uit het VU Instellingsplan 2011–2015. Engels is in 2015 in principe de voertaal bij alle masters. De helft van de instroom bij de researchmasters moet in 2025 uit het buitenland komen. Nu is dat 22 procent. Bij de Engelstalige masters wordt gestreefd naar een buitenlands aandeel van 25 procent. Van de afge­ studeerde Nederlandse bachelors moet 25 procent minstens een semester in het buitenland hebben gestudeerd. De VU mikt op een plek in de mondiale top-75 volgens de Leiden Ranking. Ook de TU Eindhoven wil in 2020 bij de beste universiteiten ter wereld horen, staat in het Strategisch Plan TU/e 2020. Daartoe wordt in tien jaar 600 tot 700 miljoen euro geïnvesteerd. De TU/e financiert de helft zelf, de rest moet komen van bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Het aantal buitenlandse studenten in Eindhoven moet flink omhoog. Bij de bacheloropleidingen wordt gestreefd naar een buitenlands aandeel van meer dan 20 procent, voor de masters is dat 35 procent. Ook de internationale mobiliteit van de Eindhovense studenten moet toenemen. Uitgangspunt is dat zij hun stage of een deel van hun opleiding in het buitenland gaan doen.  (EH)

Het laatste nieuws dagelijks op www.transfermagazine.nl


Oppositie wil concreet

kenniseconomie

plan

Wat gaat het kabinet doen om de topvijf van kenniseconomieën te bereiken, en wanneer? De voltallige oppositie wil meer weten over deze ambitie uit het regeerakkoord, zodat ze het kabinet ter verantwoording kan roepen. De oppositiepartijen willen weten wanneer Nederland volgens het kabinet in de topvijf moet zitten, en op basis van welke gegevens de positie wordt bepaald. Andere vragen van de oppositie zijn: waar staan we nu, welke tussendoelen zijn er voor de komende jaren en gaat het kabinet jaarlijks verantwoording afleggen over de vorderingen? Bij de begrotingsbehandelingen werd al meermalen gevraagd hoe het kabinet de ambitie denkt te kunnen

verwezenlijken. Het investeert immers niet extra in onderwijs. Daarnaast beëindigt de regering de financiering van innovatie vanuit het Fonds Economische Structuurversterking (FES), wat de coalitiepartijen veel kritiek heeft opgeleverd. Toch ontkent minister Verhagen (Innovatie) dat het kabinet nalaat de juiste voorwaarden te scheppen voor een stimulerend kennis- en innovatiebeleid. De regering wil de kenniseconomie onder meer versterken door het schrappen van onnodige regels en het uitbreiden van fiscale voorzieningen voor ondernemers. Dat schrijft Verhagen in een reactie op vragen over bezuinigingen in de farmasector en over de financiering van technologische topinstituten.  (AS)

Studenten van buiten de Europese Unie mogen geen vrijwilligerswerk doen voor organisaties met een winstoogmerk, zoals Pinkpop. Dat antwoordt minister Kamp (Sociale Zaken) op Kamervragen over de boete van 48.000 euro die het popfestival kreeg voor het inzetten van twee buitenlandse studenten als vrijwilligers. Kamp wil zelfs dat werkgevers in de toekomst een tewerkstellingsvergunning aanvragen voor buitenlandse studenten en andere vreemdelingen die vrijwilligerswerk doen. Nu is een vrijwilligersverklaring nog voldoende. Maar ook deze zal niet worden verleend aan organisaties met een winstoogmerk, zegt Kamp. Niet-EU-studenten mogen in Nederland wel betaald werk doen, maar alleen met een tewerkstellingsvergunning en niet meer dan tien uur per week. Pinkpop-organisator Jan Smeets stapte in november met een petitie naar de Tweede Kamer. Hij vond de 48.000 euro boete voor het inzetten van een Bulgaarse en een Mexicaanse student onredelijk. CDA-Kamerleden Van Hijum en Uitslag wilden daarop van de minister weten of de boete “niet nodeloos het vertrouwen in de overheid schaadt van mensen die ondernemend zijn en initiatief nemen”. Maar volgens Kamp “is het de verantwoordelijkheid van iedere werkgever, ook Pinkpop, om zich op de hoogte te stellen van relevante weten regelgeving”.  (EB)

Vrijwilligerswerk voor buitenlandse studenten op Pinkpop is verboden.

transfer | februari 2011 | 7

Foto: Isabel Nabuurs/HH

Vrijwilligerswerk bij Pinkpop mag niet


i ntervi ew

stu denten lei ders

sc eptisc h

ove r

i nte r n ati o n a l i s e r i n g

‘Het is trekken aan een paard

Sander Breur (LSVb, links) en Guy Hendricks (ISO)

In de huidige ‘kenniscrisis’ heeft internationalisering voor de studentenbonden ISO en LSVb geen prioriteit. Voorzitters Guy Hendricks en Sander Breur willen terug naar de basis: de strijd voor toegankelijkheid en kwaliteit. 'Internationalisering blijft een thema, alleen wat kun je ermee?'

8 | februari 2011 | transfer


dat weinig

beweegt’

Foto: Maarten Hartman

“Zullen we in het crisiscentrum gaan zitten?” En de student-docent-ratio is daar een docent op Guy Hendricks wijst naar een vergaderzaal in het drie studenten, waar wij een docent op 22 studenten Utrechtse ISO-kantoor, die in deze roerige tijden hebben. Dat vind ik pijnlijk.” dienst doet als broedplaats van protestacties. Welke rol speelt internationalisering, afgezien Ook LSVb-voorzitter Sander Breur is hier regelmatig. van dit soort vergelijkingen, in jullie werk? Door de “kenniscrisis”, zoals de studentenorganisaties de maatregelen van het kabinet en hun optreden Breur: “Internationalisering staat niet bovenaan op daartegen noemen, trekken de voorzitters veel samen mijn agenda. Laat dat duidelijk zijn. Er is maar een op. Ze vinden beiden dat de regering meer moet kleine groep Nederlandse studenten investeren in het hoger onderdie naar het buitenland gaat.” wijs, in plaats van 370 miljoen “Ik heb geprobeerd een stage te bezuinigen door onder meer Hendricks: “Door de situatie lang studeren te gaan beboeten. in het buitenland te regelen, waar wij in terecht zijn gekomen, “Dit kabinet maakt het totaal moeten we dit jaar helemaal terug onrealistisch dat we dichter in de maar dat is niet gelukt” naar de basis: toegankelijkheid, buurt komen van de wereldwijde kwaliteit en ontplooiing. Maar in topvijf van kenniseconomieën”, het kader van de kenniscrisis komt aldus Breur. internationalisering wel aan de orde. Studie of stage Is het niet beter om die ambitie los te laten? in het buitenland kost geld en zorgt vaak voor vertraging. Met de plannen van het kabinet gaan we wat Hendricks: “Dat is moeilijk, want het is een belangbetreft studeren in het buitenland helemaal terug rijke doelstelling. De wil om vooruitgang te boeken naar af.” in het hoger onderwijs is er. Alleen door die bezuiniEen mooi bijkomend argument tegen de gingen zakt het hele zooitje straks in. Als je geen geld bezui­nigingen? zet tegenover die ambities, gaat het mis.” Breur: “Van het rapport-Veerman (over de toekomstbestendigheid van het Nederlandse hogeronderwijsstelsel, red.) is gewoon de hele financiële paragraaf weggegooid, terwijl hervormen geld kost. Het is erg knap van de instellingen dat ze met zo’n grote toestroom van studenten en zonder extra investeringen hebben gezorgd dát we nog op een internatio­ naal lijstje staan. Ik denk dat de politiek daardoor het gevoel heeft gekregen dat bezuinigen mogelijk is. Het ministerie van Onderwijs gelooft er heilig in dat iemand harder gaat werken door een efficiencykorting. Dat houdt volgens mij een keer op. Er worden ook internationale voorbeelden gebruikt als argument om niet te investeren. Zoals Cambridge, waar studenten hard werken, heel snel afstuderen en bijna niet uitvallen. Dan wordt gezegd: door strenge maatregelen, zoals een hoog collegegeld en weinig herkansingen, werken studenten daar zo hard. Dus die maatregelen moeten we hier ook invoeren. Maar de begroting van Cambridge is twee keer zo hoog als onze hele hogeronderwijsbegroting.

Hendricks: “Nee, dat is echt een grote zorg, die door studenten bij ons wordt geuit. Hun verhalen zijn structureel hetzelfde. Ze zeggen: ik mag niet meer uitlopen, dus ik onderneem dit niet meer. Of: ik ben op stage geweest, dat zorgde voor vertraging en nu kom ik financieel in de problemen. Dus de eerste prioriteit is om te zorgen dat mobiliteit mogelijk blijft.”

Zijn jullie zelf in het buitenland geweest? Breur: “Niet voor mijn studie. Dat zou te veel vertraging opleveren. Ik wilde naar Engeland. Maar als je bij het international office informeert, is de aanmeldingsdeadline al verstreken voordat je een mailtje terugkrijgt. Op het international office zitten vier fte. Maar daarvan is slechts een halve fte om 2.200 studenten naar het buitenland te krijgen, de rest richt zich op het binnenhalen van internationale studenten. Dan vraag ik me af: wil de instelling eigenlijk wel dat studenten weggaan?”

transfer | februari 2011 | 9


Ze zeggen van wel. Breur: “Ik hoor ook hele mooie verhalen van mensen die dat goed vinden voor de persoonlijke ontwikkeling van studenten. Maar als een collegevoorzitter moet kiezen tussen de persoonlijke ontwikkeling van een student, en het binnenhalen van een master­ student om er geld aan te verdienen, dan weet ik wel wat hij kiest.” Hendricks: “Ik heb als hbo-student meermalen gepoogd een stage in het buitenland te regelen. Maar het bleek een hele opgave om duidelijk te maken wat een hbo-opleiding commerciële economie is. Als de vraag kwam: is het een university, dan moest ik dat ontkennen. Uit het stapeltje cv’s kiest een bedrijf uiteindelijk toch de kandidaat met de minste obstakels.”

Bood de hogeschool geen hulp? Hendricks: “Je kunt het wel op de instelling spelen, maar ik zie dit als de zwakte van het hbo. University is een generiek begrip, hbo is dat niet. Ik denk dat het beter wordt als de titulatuur gelijk wordt getrokken, als je kunt zeggen dat je een bachelor of arts of of sciences doet.”

Jullie hebben het vooral over uitgaande mobiliteit. Moeten jullie niet meer doen voor de buitenlandse studenten in Nederland? Breur: “Eh, hoeveel zijn het er? Kijk, wij komen eerst op voor Nederlandse studenten die naar het buitenland willen, omdat dat het grootste deel is. Maar we vinden bijvoorbeeld ook dat alle instellingswebsites in het Engels vertaald moeten worden, en dat Engelstalige bachelors mogelijk moeten worden. We staan ook voor buitenlandse studenten. Alleen, het kost heel veel tijd en energie om hen bij ons werk te betrekken. Ze zijn niet gewend aan het Nederlandse organisatiesysteem.”

De LSVb heeft in 2008 nog wel een notitie geschreven over de hoogte van collegegelden voor niet-EER-studenten… Breur: “Ja, als er specifieke problemen zijn, dan springen we daar meteen op in. Internationalisering blijft ook een thema, alleen is de vraag: wat kun je ermee? Er wordt zó veel over geschreven en zo weinig aan gedaan. Je ziet nauwelijks verandering. We roepen al jaren dat die mobiliteit omhoog moet, en het gebeurt gewoon niet. We zien zoveel barrières en we hebben er al zestien keer over geschreven: de financiën, de informatievoorziening voor studenten. En het wordt maar niet opgelost. Dan denk ik: moeten we er nou nog een keer over praten of schrijven?”

Het is een beetje trekken aan een dood paard? Breur: “Nou ja, het is in elk geval een paard dat niet heel veel beweegt.” Hendricks: “ISO en LSVb doen wel veel om Nederland in de EU te vertegenwoordigen, bij de European Student Union. Al moet een bestuurslid soms ver reizen voor vergaderingen, we gaan altijd. Dat is budgettair een behoorlijke aanslag.”

En waarom vind je dat het geld waard? Hendricks: “Het is een cliché, maar ik denk dat internationalisering toch de toekomst heeft. Het is een onderdeel van waar we naartoe gaan met het onderwijs.”

elleke bal en annelieke slappendel Guy Hendricks (25), ISO, studeerde commerciële economie aan Business School Noteboom (Maastricht). Sander Breur (26), LSVb, doet een master elementaire deeltjesfysica aan de Universiteit van Amsterdam. Lees op www.transfermagazine.nl hoe de voorzitters aankijken tegen

Hendricks: “Daar komt wel verandering in. Dit jaar zitten er internationale studenten in een aantal medezeggenschapsraden die het ISO vertegenwoordigt. Dus op enig moment zullen wij ons daarop moeten gaan aanpassen. Maar ik denk dat wij vooralsnog onze overleggen niet in het Engels gaan houden.” Breur: “Ik hoop dat dat pas gebeurt als alle directies van deze generatie weg zijn, met hun steenkolenEngels.”

10 | februari 2011 | transfer

de uitwerking van het Veerman-rapport en de studentenprotesten in Nederland en Europa.


actu eel

“Europese studenten voelen zich machteloos”

Beelden van boze studenten op het Haagse Malieveld, het Britse Parliament Square en in het Italiaanse Colosseum waren de afgelopen maanden vaak te zien. In minstens tien Europese landen liepen de gemoederen hoog op. Waar komt deze golf aan protesten ineens vandaan?

Foto: Eyvine/HH

Student Union (ESU), waren de studenten­protesten van de afgelopen maanden bijzonder omdat niet alleen studenten uit traditionele protestlanden zoals Frankrijk en Spanje de straat op gingen. “Overal voelen studenten zich machteloos. Terecht, want ze zijn bedrogen door de politici die ze gekozen hebben. Die riepen in verkiezingstijd hoe belangrijk onderwijs is, maar bezuinigen nu. Helaas zien de meeste regeringen hoger onderwijs als een onwelkome uitgave.”

Zorgwekkende trend Britse studenten protesteren tegen collegeldverhoging.

Engeland, Oostenrijk, Italië, Griekenland, Letland, Nederland, Bulgarije en Denemarken, de studentenprotesten besloegen heel Europa. In Engeland waren de acties massaler en feller dan in andere landen. Studenten trokken joelend door de straten om een fikse collegegeldverhoging tegen te houden. Daar slaagden ze niet in. Ook in Italië werd de openbare orde ontregeld door duizenden studenten die snelwegen blokkeerden en toeristische attracties bezet hielden. De Italiaanse studenten zijn verbolgen over de invoering van een nieuwe onderwijswet, die gepaard gaat met bezuinigingen, en vrezen dat de kwaliteit van het onderwijs en onderzoek wordt aangetast. In Athene protesteerden studenten tegen de bezuinigingen en in Bulgarije stormden studenten en professoren naar buiten toen ze hoorden dat universiteiten de verwarmingskosten deze winter misschien niet kunnen betalen. De oorzaak van de onrust in het Europese hoger onderwijs lijkt overal hetzelfde: veel Europese landen worstelen momenteel met een toename van het aantal studenten in het hoger onderwijs, en moeten tegelijkertijd bezuinigen. Volgens Bert Vandenkendelaere, voorzitter van de European

De economische crisis heeft haar sporen achter­ gelaten in het Europese hoger onderwijs. Uit een recent rapport van de European University Association (EUA) blijkt dat bijna alle Europese landen hierdoor moeten bezuinigen op onderwijs. Dat geldt vooral voor Italië, Letland, Griekenland en Engeland waar meer dan 20 procent bezuinigd wordt. In landen als Ierland, Estland en Roemenië wordt tussen de 5 en 10 procent bezuinigd. Nederland valt in de categorie “weinig bezuinigingen”, net als Noorwegen, maar volgens het rapport “maskeert dit financiële problemen die deze landen hebben door een toename in studentenaantallen”. Al met al spreekt de EUA van een “zorgwekkende trend”. Frankrijk en Duitsland zijn twee uitzonderingen volgens het rapport, zij investeren juist in onderwijs. Vandenkendelaere vindt de crisis geen reden om te bezuinigen. “Dit is een kwestie van politieke prioriteiten stellen.” ESU voert op dit moment een studie uit naar financieringsmodellen in het Europese hoger onderwijs. Dat zou een aantal best practices moeten opleveren. Bert Vandenkendelaere vindt het moeilijk te voorspellen of de protesten de komende maanden aanhouden. “Maar als er nieuwe drastische bezuinigingen worden aangekondigd, dan zullen de studenten zeker van zich laten horen”

elleke bal

transfer | februari 2011 | 11


ac htergron d

hoe

i nter nationa al

is

de

s ituati e

De verborgen

i n

d e

co l l e g eza a l

?

dimensie van

In internationaliseringskringen is de international classroom al vele jaren het ideaal van hoger onderwijs dat studenten voorbereidt op een toekomst in een geglobaliseerde samenleving. Komt de werkelijkheid, na al die jaren internationalisering, inmiddels in de

Foto: HenriĂŤtte Guest

buurt van dat ideaal? Transfer ging op onderzoek uit.

Studenten van het Amsterdam University College.

12 | februari 2011 | transfer


internationalisering De Zuid-Afrikaanse Karen Hlaba kijkt enigszins De university colleges die Nederland sinds een vertwijfeld rond. “Het is moeilijk hierover te praten jaar of tien kent, hebben er allemaal werk van als je de context niet kent.” Het college Nutrition gemaakt om hun studenten een echte internaand Health voor tweedejaarsstudenten van het tional classroom te bieden. Over dat begrip wordt Amsterdam University College is een klein uurtje al vele jaren gediscussieerd. Hanneke Teekens, onderweg. Het is laat in de vrijdagmiddag in het directeur communicatie bij de Nuffic, schreef er in AUC-gebouw tegenover Artis, maar de elf aan­wezige 2000 een boek over: The international classroom. studenten vertonen een groeiende interesse voor Daarin beargumenteert ze dat studenten in het hoger de rapportage van Hlaba over haar onderzoek onderwijs daadwerkelijk moeten worden voorbereid naar de gevolgen van aids voor op een toekomst in een globalisede voedingspatronen binnen rende wereld. Dit vraagt volgens “Wij krijgen nog steeds de Afrikaanse gezinnen. haar om een veilige leeromgeving Volgens Hlaba blijven hiv-geïnwaarin thuisblijvende studenten en vraag wat er dan zo anders studenten van elders in onderlinge fecteerde moeders vaak borstvoeding geven uit angst gestigmatiinteractie en op voet van gelijkheid is in zo’n international seerd te worden. Die constatering van elkaar leren. leidt tot heftige discussies in de Dat was elf jaar geleden. Toen was classroom” groep, die vandaag bestaat uit de situatie in de collegezaal nog acht Nederlandse studenten, een echt ‘de verborgen dimensie’ van de Indiase, een Duitse en Hlaba internationalisering. Op de instelzelf. Niet alleen de medische noodzaak van fleslingen bestond vooral aandacht voor de in- en senvoeding voor kinderen van hiv-moeders wordt uitgaande studentenstromen en voor de dienst­ betwist, ook de vraag in hoeverre vrouwen toegang verlening aan buitenlandse studenten. Pas de laatste hebben tot voorlichting. Karen glimlacht. “Jullie jaren groeit werkelijk het besef dat ook de situonderschatten de mate waarin vrouwen in afgelegen atie binnen de muren van de collegezaal aandacht gebieden onderworpen zijn aan de opvattingen van verdient. Volgens Hanneke Brakenhoff, docent interhun gemeenschap.” culturele communicatie aan de Hanzehogeschool Groningen begint het hoger onderwijs langzaam in Bewust gecreëerd te zien “dat het niet alleen gaat om de poppetjes”. College volgen aan het AUC is per definitie een “Internationalisering raakt ons eigen onderwijsinterculturele ervaring: de helft van de studenten stelsel. Ook al blijf je als student in Nederland, is buitenlands, net als een groot deel van de je krijgt er toch mee te maken.” docenten. En niet alleen de mensen zijn een stuk Andere insteek internationaler dan je in de gemiddelde collegeGezien het feit dat ook de arbeidsmarkt globaliseert, zaal in Nederland tegenkomt, ook de lesstof en ligt het volgens Brakenhoff voor de hand om de de manier waarop daarmee wordt omgegaan, zijn gangbare routines binnen het Nederlandse onderdoortrokken van een internationale sfeer. Dat is wijs onder een vergrootglas te leggen. “Je kunt je bewust zo gecreëerd. Zodat de studenten van het afvragen in hoeverre onderwijs dat sterk bepaald is AUC er al tijdens hun studie aan wennen dat de door de Nederlandse cultuur nog relevant is in een wereld groter is dan hun eigen land, en dat opvatinternationale context. En dan gaat het niet alleen om tingen die in één cultuur normaal zijn, dat in een de instructietaal. Nederlands recht in het Engels is andere cultuur helemaal niet hoeven te zijn. Op die immers nog geen internationaal recht.” manier worden AUC-studenten klaargestoomd voor Volgens Teekens is in de international classroom een toekomst waarin ze te maken zullen krijgen een belangrijke rol weggelegd voor de docent. “Die met mensen met alle mogelijke nationaliteiten moet zich ervan bewust zijn dat het vak dat hij en achtergronden.

transfer | februari 2011 | 13


doceert elders heel anders in elkaar zit en dat onderwijssystemen van andere landen verschillen van het Nederlandse systeem. Een goede docent kan desgewenst een andere insteek kiezen.” Dat is voor veel docenten nog lang geen vanzelfsprekendheid. “De meeste docenten geven toch les op de manier waarop ze zelf ook les hebben gehad.” Er is dus nog veel werk te doen. Bijvoorbeeld voor Renate Klaassen, van het onderwijscentrum FOCUS van de TU Delft, en Ria Jacobi, van het onderwijskundig instituut ICLON van de Universiteit Leiden. De twee onderwijskundigen beginnen dit voorjaar met de gezamenlijke cursus Teaching the international classroom voor de beide universiteiten. Ook in deze training ligt grote nadruk op het belang van de culturele sensitiviteit van de docent. Klaassen: “Het kan zomaar voorkomen dat je het over Adam en Eva hebt en dat een groep Chinezen je blanco aankijkt. Die hebben geen idee.” Jacobi: “Je moet als docent van een internationaal samengestelde groep gevoel hebben voor de context waarin je lesgeeft. Dan kun je ook duidelijker overbrengen wat je verwacht van je studenten.”

Bottlenecks Het tweetal wil daarnaast dat docenten de toegevoegde waarde van de culturele verscheidenheid binnen de groep gaan benutten. Klaassen geeft een voorbeeld: “Een docent liet internationale studenten vertellen hoe het delven van grondstoffen in hun eigen land eraan toegaat. Die studenten vonden dat geweldig. Ze konden dat verhaal in perspectief plaatsen.” Maar ook als die zaken op orde zijn, gaat internationaal onderwijs niet vanzelf, benadrukken Klaassen en Jacobi. Een van de bottlenecks is groepswerk. “Nederlandse studenten willen vaak niet samenwerken met buitenlandse studenten omdat ze denken dat dat studietijd kost”, zegt Jacobi. “Ook daaraan moet je als docent aandacht besteden.” In Groningen herkent Hanneke Brakenhoff dat beeld. “De efficiëntste manier van samenwerken is niet samenwerken of de boel verdelen. Dat probleem blijft bestaan zolang je een groep alleen maar afrekent op de kwaliteit van hun product. Intercultureel samenwerken moet je leren. Daarom zijn wij bij de bachelor International Communication de vaardigheidsklas Working in Multicultural Teams begonnen, waarbij niet het groepsproduct maar het groepsproces centraal staat. Het gaat er dan om of een student in

14 | februari 2011 | transfer

staat is van perspectief te wisselen en verschillende communicatiestrategieën te hanteren.” In Amsterdam maken dertien bacheloropleidingen van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) sinds dit jaar een internationaliseringsslag door. De studies op het gebied van Economie en Management kregen de opdracht een internationaal programma van minstens 30 ects aan te bieden, in samenwerking met een buitenlandse universiteit. Zo volgen internationale en Nederlandse studenten sportmanagement sinds september een programma met praktijk­ opdrachten van internationaal opererende bedrijven. Volgens de hogeschool gaat het om een nieuwe stap in een internationaliseringstraject dat drie jaar geleden is ingezet. Er wordt voortgebouwd op goede ervaringen met internationale groepen binnen de vijf Engelstalige opleidingen van de International Business School (IBS).

Tegenpool Na aanvankelijke aarzelingen bij veel docenten, hoort Bert Schollema, afdelingsmanager van de IBS, nu vooral positieve geluiden. Het internationale onderwijs brengt de reguliere bacheloropleidingen volgens hem iets extra’s. “Dit is nieuw en geeft enorm veel energie. Je kunt studenten beter van interculturele competenties voorzien, dan je energie alleen richten op het kennisniveau.” Sander Schroevers is docent intercultural business communication binnen de IBS. Hij noemt de aanwezigheid van internationale studenten een ideale mogelijkheid om de meerderheid van de studenten – de Nederlandse thuisblijvers – interculturele competenties bij te brengen. “Je moet je er dan wel van bewust zijn dat het gewone curriculum vaak niet op maat is en dat de staf enige bagage nodig heeft. Zelf ga ik heel bewust op zoek naar de tegenpool van die Zaandamse student en zet ze samen aan het werk.”

Docentenmobiliteit Schroevers is het type docent dat – ook door het vak dat hij doceert – bewust bezig is met het onderwijs aan internationale groepen. Volgens Hanneke Teekens wil de mate waarin instellingen actief doen aan dit soort docentprofessionalisering, nog wel eens tegenvallen. De praktische vertaling van studentenmobiliteit naar een international classroom blijft vaak een zaak van een beperkt aantal enthousiaste docenten, concludeert zij. Teekens pleit daarom voor


Foto: Henriëtte Guest

Studenten van de TU Delft overleggen met elkaar.

meer docentenmobiliteit. “Het is enorm leerzaam om elders te doceren. Dan snap je dat dingen elders heel anders gaan. Zeker als je gezamenlijke programma´s met andere buitenlandse instituten wilt opzetten is het eigenlijk noodzakelijk dat je weet hoe het er bij de partnerinstelling aan toe gaat.” Na al die jaren praten over internationaal onderwijs, is er nog steeds zendingswerk te doen, merken ook Renate Klaassen en Ria Jacobi. “Wij krijgen nog steeds de vraag wat er dan zo anders is in zo’n international classroom”, legt Klaassen uit. “Ervaren docenten zeggen vaak: dat doen we al jaren, daar moet je niet zo moeilijk over doen. En dan zijn er nog veel docenten die vinden dat de studenten die hierheen komen zich maar moeten aanpassen.” Beiden stellen vast dat de universiteitsbesturen zich ook wel wat meer mogen laten gelden. Beleidsdocumenten spreken mooie woorden over internationaliseringsambities, maar blijven stil als het gaat om aanpassingen in het curriculum of in de onderwijsstijl ten behoeve van die internationalisering. Klaassen: “Wat gebeurt er in de les? En hoe helpt ons dat een internationale topuniversiteit te worden? Ik zou het niet zo gek vinden als op die vragen antwoorden werden geformuleerd.”

Ook Hanneke Brakenhoff zegt een visie op de implicaties van internationalisering voor ‘onder in de organisatie’ te missen. “Als we die internationale studenten binnen een opleiding werkelijk als toegevoegde waarde willen zien voor onze eigen studenten, dan moet dat gevolgen hebben voor het onderwijs. Nu is het soms niet duidelijk welke doelen achter het verzamelbegrip internationalisering schuilgaan.”

Basale, praktische zaken Het ideaal van de international classroom is dus nog verre van verwezenlijkt. Dat kan ermee te maken hebben dat het college – datgene wat er gebeurt in de collegezaal – het meest basale is wat hogeronderwijsinstellingen te bieden hebben. Op zulke basale, praktische zaken, waar bovendien heel veel mensen bij betrokken zijn die ieder hun eigen opvattingen en gewoontes hebben, krijgen nieuwe beleidsidealen maar heel moeilijk vat. Om die reden komt de international classroom momenteel het beste uit de verf bij university colleges, waar immers alles nog betrekkelijk nieuw is. In het ‘conventionele’ onderwijs is échte internationalisering binnen de muren van alle collegezalen nog altijd een kwestie van lange adem.

xander bronkhorst transfer | februari 2011 | 15


ac htergron d

b ezu i n igi ng

b edra agt

‘e

n i g e

NFP en NICHE

verder

ti e nta l l e n

p ro c e nte n

afgeslankt

De bezuinigingen op de beurzenprogramma’s NFP en NICHE lijken dit jaar nog mee te vallen. Toch zijn de betrokken instellingen op hun hoede. Ook andere wijzigingen kunnen effect hebben op het aantal studenten uit ontwikkelingslanden dat zij mogen verwelkomen.

De Staatscourant publiceerde begin januari een artikel, waaruit kon worden afgeleid hoeveel er dit jaar op de ontwikkelingsprogramma’s wordt bezuinigd. Bij het beurzenprogramma NFP gaat er 15 procent af, rekende Marleen van der Kooij van het Platform for International Education (PIE) uit, bij NICHE – projecten voor

16 | februari 2011 | transfer

capaciteits­opbouw ter plaatse – 23 procent. Dat valt mee, vindt ze. Joep Houterman, directeur Capaciteitsopbouw en Beurzen bij de Nuffic, legt uit dat het bedrag voor de januari-deadline van NFP gelijk blijft en bij de latere rondes in 2011 30 tot 35 procent minder wordt. Een kwalificatie wil hij daar niet aan verbinden.


Foto: Roel Burgler/HH

In Wageningen wordt enigszins opgelucht adem gehaald. “Toen staatssecretaris Knapen aankondigde fors te gaan bezuinigen op studie en kennis, vreesden wij totale opheffing van NFP en NICHE”, zegt Bert Boerrigter, beleidsadviseur onderwijs en onderzoek bij Wageningen Universiteit. De programma’s zijn “niet onbelangrijk” voor de universiteit en haar onderdeel hogeschool Van Hall Larenstein. Vooral de indirecte gevolgen baren Boerrigter zorgen: de expertise­ ontwikkeling op het gebied van ontwikkelingssamenwerking wordt beperkt. Gemiddeld komen per jaar circa tweehonderd NFP-bursalen naar Wageningen, op een instroom van zes- tot zevenhonderd internationale studenten, vertelt de beleidsadviseur. “Als dat 15 procent minder wordt, zou dat voor ons neerkomen op zo’n 25 studenten. Daar liggen we niet echt wakker van. Maar als het er, door een andere verdeling, de helft minder worden, dan gaat het om honderd studenten. Dan is het een ander verhaal.” Boerrigter doelt op de nieuwe selectieprocedure die vanaf dit jaar wordt toegepast. Ambassades in de betrokken landen kunnen aangeven welke sectoren voorrang moeten krijgen. Daarnaast kunnen kandidaten zich voortaan alleen online aanmelden voor het NFP. “Het effect van die veranderingen kan groter zijn dan dat van de bezuiniging. En dat maakt uit voor voorzieningen als huisvesting en opvang van studenten.” Bij het ITC, het Internationaal Instituut voor Geo-Informatie Wetenschappen en Aardobservatie dat tegenwoordig een faculteit van de Universiteit Twente is, zijn de zorgen groter. NFP-studenten vormen daar zeker 20 procent van de totale instroom. “Onze infrastructuur – dus ook letterlijk gebouwen – is gekoppeld aan beurzen als het NFP. Daar zijn we voor opgericht”, zegt ITC-rector Tom Veldkamp. “Per student die afvalt krijgen we niet alleen minder fee, maar hebben we ook een lege kamer in het studentenhotel. Het is vervelend dat vooraf onduidelijk is wat je kunt verwachten.” Ook zonder bezuiniging is dat overigens zo: de instroom varieert volgens Veldkamp van 25 tot 42 NFP-studenten per jaar. “Dat is een schommeling van 60 tot 70 procent, dus meer dan wat er nu wordt bezuinigd.”

Handen op de rug Het verbaast de rector enorm hoe er met de voormalige internationaal-onderwijsinstellingen als het ITC, ISS en Unesco-IHE wordt omgegaan. “Jarenlang hadden we zekerheid. Maar nu worden NFP-studenten over het hele land verspreid. En daar komt nog een korting bovenop. Daarom slaan de bezuinigingen bij de IO-instellingen twee tot drie keer zo hard in. Wij mogen bovendien geen Nederlandse studenten

aannemen, anders raken we onze basissubsidie kwijt. Dus we moeten met de handen op de rug het gevecht aangaan. Als we dit soort rare regeltjes houden, zie ik de toekomst somber in.” Veldkamp denkt niet dat de bezuinigingen leiden tot het schrappen van cursussen en personeel. “We zijn bezig privaat-publieke samenwerking op te zetten”, vertelt hij. “Ik verwacht dat we daar meer beurzen uit krijgen. Maar dat is steeds kortlopend voor één tot twee jaar. Zo worden we een projectorganisatie.” Als alternatief voor NICHE, waarbij het ITC minder betrokken is dan voorheen, doet de instelling al aan capaciteitsopbouw met Europees geld.

Niet op de hoogte Bezuinigen op het onderwijsbudget binnen ontwikkelingssamenwerking kán, vindt Veldkamp. “Dat hoeft onze activiteiten niet te bedreigen, maar is ook mogelijk door meer efficiëntie. Studenten worden nu drie tot vier keer gecontroleerd voordat ze binnenstromen. Het dure ambassadepersoneel is vaak niet op de hoogte van de expertise van instellingen. Laat hun rol overnemen door de Nuffic. Maak quota, en laat ons studenten selecteren op kwaliteit. Daarmee bezuinig je een hoop en kunnen wij op de lange termijn gaan plannen. Het probleem is dat Den Haag veel daadkracht toont, maar zich niet laat informeren over de gevolgen.” Wie veel gaat merken van de bezuiniging op NICHE is lastig in te schatten, omdat niet bekend is welke projectvoorstellen nog komen en omdat het programma met tenders werkt. “Het goede nieuws is dat we 50 miljoen aan nieuwe projecten kunnen besteden”, zegt Joep Houterman (Nuffic). “Dus we kunnen weer vooruit.” De lijst van landen waarop NICHE zich richt, is nog onveranderd. In afwachting van een wijziging schort de Nuffic haar activiteiten op in landen waar NICHE nog niet is begonnen. Houterman verwacht dit voorjaar duidelijkheid te krijgen over 2012 en verder.

annelieke slappendel

n f p

e n

n i c h e

Via het NFP (Netherlands Fellowship Programme) krijgen jaarlijks gemiddeld 2000 ‘mid-career professionals’ uit ontwikkelingslanden een beurs voor een opleiding aan een Nederlandse instelling. NICHE (Netherlands Initiative for Capacity development in Higher Education) verving in 2009 het capaciteitsopbouwprogramma NPT. Toenmalig minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking besloot ook meer geld voor beide programma’s uit te trekken. De 70 miljoen euro die in 2007 beschikbaar was, moest oplopen tot 110 miljoen in 2012.  (AS)

transfer | februari 2011 | 17


ac htergron d

nvao

hou dt

oplei di ngen

e e n

s p i e g e l

De vraag is: wat

vo o r

voegt inter

Instellingen krijgen een nieuwe tool om de kwaliteit van hun internationalisering naar buiten toe zichtbaar te maken. Een speciaal certificaat, ontwikkeld door de NVAO, maakt duidelijk in hoeverre internationalisering opleidingen een concrete meerwaarde geeft.

De Nederlandse-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) had er niet op gerekend, zo veel belang­ stelling voor haar initiatief om een certificaat internationalisering te introduceren. Tientallen instellingen wilden in de pilot meedraaien, veel meer dan nodig waren. Het seminar in december waar de resultaten van de pilot bekend werden gemaakt, was met ruim tweehonderd bezoekers in no time volgeboekt. NVAO-voorzitter Karl Dittrich vindt de behoefte aan speciale erkenning voor internationalisering bij Nederlandse en Vlaamse opleidingen niet vreemd. “Dit is een ondergeschoven kindje in de kwaliteitszorg van het hoger onderwijs.” Tien opleidingen van zes universiteiten en twee hogescholen ontvingen in december een certificaat voor internationalisering met het oordeel goed. Acht studies kregen een voldoende. Het certificaat blijft voorbehouden aan instellingen die bijzondere kwaliteit in internationalisering leveren, legt Dittrich uit. Drie opleidingen vielen uit de pilot omdat ze op een onvoldoende afstevenden. Volgens de NVAOvoorzitter is internationalisering pas betekenisvol als het kwaliteitsverhogend werkt voor de hele opleiding. Dat klinkt vanzelfsprekend. Toch bleek uit de pilot dat het voor veel instellingen onduidelijk is wat internationalisering precies toevoegt aan de opleiding van een student.

18 | februari 2011 | transfer

“Het NVAO-certificaat is een spiegel voor opleidingen”, zegt Dittrich. “Met behulp van het certificaat en ons kader kunnen zij zelf analyseren waarom internationalisering van belang is voor hun opleiding en hoe dit zichtbaar is. En op welke manier het onderdeel is van het beleid.” Voor veel opleidingen en hun partnerinstellingen is het volgens Dittrich een eyeopener om het


nationalisering toe?

Illustratie: Niels Bongers

De NVAO-pilot begon afgelopen juni. Aanleiding was de wens van Nederlandse en buitenlandse opleidingen om te weten hoe het is gesteld met de internationalisering in het Nederlandse hoger onderwijs, en een internationaal bruikbaar document te ontwikkelen dat de concrete meerwaarde van internationalisering weergeeft. De NVAO gaf 21 opleidingen een “Onze alumni kunnen kader om hun eigen internationalisering te analyseren. Het ging bij wijze van spreken om zes criteria: visie en beleid op internationalisering, leeruitmet iedere Chinees komsten, het onderwijs, de staf, de services en de studenten. Een samenwerken" panel met internationaliseringsexperts en een student met veel buitenland­ervaring bepaalden uiteindelijk samen welke opleidingen goed, excellent, voldoende of onvoldoende scoorden. Uit een evaluatie bleek dat instellingen honderd tot achthonderd uur besteedden aan de verslaglegging, die overigens altijd op vrijwillige basis plaatsvindt. De deelnemers konden goed uit de voeten met de gestelde criteria, maar vonden het lastig om expliciet te vertellen hoe hun internationaliseringsbeleid precies in elkaar stak. “Wij hadden net onze gewone NVAO-accreditatie achter de rug en dachten alles op een rijtje te hebben voor deze pilot”, zegt Bert Enserink, opleidingsdirecteur Engineering and Policy Analysis (EPA) aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft. “Onze internationaliseringsdoelen zijn een onderdeel van onze gewone leerdoelen, we hadden nergens internationalisering expliciet aangegeven. Door deze pilot werden we gedwongen daarover na te denken.” eigen internationaliserings­beleid nauwkeurig onder de loep te nemen. “Want er kunnen nog zulke mooie buitenland­projecten zijn, als deze geheel toevallig ontstaan en na een paar maanden weer ophouden, is internationalisering erg vrijblijvend. Dat maakt dit certificaat helder. Wie structureel goed scoort, kan zich met het certificaat profileren.”

Deltawerken Zonder dat iedereen zich daarvan bewust was, speelden interculturele competenties al een grote rol in de opleiding, meent Enserink. “Van onze studenten komt 80 tot 90 procent uit het buitenland. Ze leren in interculturele groepen samenwerken. Onze lesstof is ook intercultureel. Vroeger ging 90 procent van de lesstof over de Nederlandse praktijk:

transfer | februari 2011 | 19


de Betuwelijn, de Deltawerken. Nu is dat nog maar 10 procent. De rest gaat over internationale problemen in ons vakgebied. Iedere student levert daar een bijdrage aan vanuit zijn of haar cultuur. Onze alumni kunnen bij wijze van spreken met iedere Chinees samenwerken. Ze staan open voor verrassingen en weten dat er altijd dingen zullen zijn die ze niet meteen begrijpen.” Enserink vond het waardevol om de interculturele competenties uit het onderwijs te destilleren. “Maar het is niet eenvoudig om antwoord te geven op de vraag wat studenten moeten kunnen als ze hier weggaan. Je kunt studenten wel de theorie meegeven over verschillende culturen, maar hebben ze die zich ook eigengemaakt? Dat is moeilijk in cijfers te vangen, je kunt het hoogstens aan werkgevers vragen.” Ook European Studies van de Haagse Hogeschool nam deel aan de pilot. “Wij zijn al twintig jaar met internationale programma’s bezig en wilden graag erkenning daarvoor”, zegt academiesecretaris Juliëtte Weitenberg. “Met behulp van het certificaat neem je jezelf de maat. Je gaat bij alle criteria na of je dat geregeld hebt en hoe, en waarom. Alles wordt expliciet gemaakt.”

Kritiek Ze somt een aantal voorbeelden op: “De panelleden vroegen ons hoe goed het Engels van onze studenten is. En hoe het contact is tussen onze Nederlandse en internationale studenten. Ook wilden ze onze uitvalcijfers weten en waarom studenten uitvallen en hoe we tot ons internationaliseringsbeleid komen.” Eenvoudige vragen bleken soms lastig te beantwoorden. “Het panel vroeg ons wie ons lichtende voorbeeld was op internationaliseringsgebied. We hadden ons dat nooit zo specifiek afgevraagd, maar vonden het wel een belangrijke vraag.” De deelnemende opleidingen hebben ook kritiek op de pilot en het certificaat. Geen enkele opleiding werd ‘excellent’ bevonden. Dat kwam vooral door de gemiddeld lagere score op de punten visie en beleid en leeruitkomsten. “Wij vonden dat daaraan veel gewicht werd toegekend”, zegt Weitenberg. “Goed beleid is vanzelfsprekend belangrijk, maar het gaat uiteindelijk om de onderwijspraktijk en de studenten. Zij moeten voordeel hebben van goede internationalisering. Daarom zouden we graag zien dat er meer belang werd gehecht aan de criteria van doceren, leren, service en studenten. Buiten alle leerprogramma’s speelt internationalisering ook een grote rol. Tijdens een sinterklaasviering gaat

20 | februari 2011 | transfer

het niet alleen om de Nederlandse Sinterklaas, maar vertellen buitenlandse studenten ook hoe zij hun feesten vieren. Zulke dingen passen niet in de zes criteria.” Ondanks de kritiek staan de opleidingen positief tegenover plannen om het certificaat in Nederland uit te breiden en er een proef mee te doen in de rest van Europa. De Europese Accreditatieorganisatie ECA is enthousiast over het Nederlandse initiatief en wil het naar Europees niveau tillen. Tom van Veen, vice-decaan van de School of Business and Economics (SBE) van de Universiteit Maastricht vindt dat laatste niet direct nodig. “SBE heeft al drie internationale accreditaties van hoog niveau en dat telt voor onze internationale partners. In Nederland zijn deze accreditaties minder bekend.” De SBE wil het certificaat daarom juist hier gebruiken. “We willen met dit certificaat op de Nederlandse markt benadrukken dat we erg internationaal zijn en wat onze resultaten zijn.”

Digitale ruilbeurs Bert Enserink, die met de Delftse opleiding Engineering and Policy Analysis het predicaat ‘goed’ scoorde, wil het certificaat vooral als uithangbord gebruiken. “Wij zijn een kleine opleiding die door bezuinigingen steeds meer de eigen broek moet ophouden”, zegt de opleidingsdirecteur. “Een mooie vlag aan de gevel helpt om studenten te trekken. We gaan het certificaat dus zeker aan de muur spijkeren.” Of het document het makkelijker maakt om geschikte partnerinstellingen in het buitenland te vinden, weten Enserink en Weitenberg (Haagse Hogeschool) niet. “Misschien kan het een aanbeveling zijn”, zegt Enserink. Wel is al duidelijk dat de informatie die de instellingen verzamelen om het certificaat te bemachtigen, een breder doel kan dienen. De pilot heeft volgens de NVAO bijvoorbeeld veel good practices opgeleverd. Die worden binnenkort bijeengebracht op een website die een soort digitale ruilbeurs moet worden: instellingen kunnen er kijken of andere opleidingen wellicht een slimme oplossing hebben voor een internationaliseringsprobleem waar zij tegenaan lopen. Juliëtte Weitenberg ziet er wel wat in. “Door gebruik te maken van de ervaringen van anderen, voorkomen we dat we zelf steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden.”

martine zeijlstra Een overzicht van de opleidingen die een certificaat of bijzonder ­kenmerk hebben gekregen, staat op www.nvao.net


a lumn us

‘Ik was niet

tevreden over

het Litouwse hoger onderwijs’

Een studie in het buitenland kan je leven en loopbaan een nieuwe impuls geven. Dat merken veel buitenlanders die hier langere of kortere tijd hebben gestudeerd. Hoe vergaat het ze nu? Transfer praat bij met negen alumni. Litouwer Linas Cepinskas (24) studeerde social studies aan het University College

Foto: Evelina Kvartunaite

Maastricht en werkt als onderzoeker aan de Universiteit van Antwerpen.

Als middelbare scholier in Vilnius had Linas Cepinskas al de vurige wens om naar het buitenland te gaan. Voor de scholierenvereniging organiseerde hij buitenlandse reizen. En toen hij ging studeren, wist hij zeker dat hij dat over de grens wilde doen. “Ik was nieuwsgierig naar andere culturen en niet tevreden met het niveau van het hoger onderwijs in Litouwen. Zelfs vandaag de dag zijn de colleges daar niet in het Engels. Vijf jaar geleden leerde ik in Vilnius twee Nederlanders kennen. Van hen hoorde ik dat in Nederland bij veel universiteiten de colleges in het Engels werden gegeven. Dat maakte me nieuwsgierig.” Cepinskas koos voor het University College Maastricht en studeerde social studies. “Ik vond het geweldig dat Maastricht grensde aan twee andere landen. De universiteit maakte een professionele indruk op mij. Ik werd bijvoorbeeld uitstekend voorgelicht en geholpen met de inschrijving. Dat was een aangename verrassing.” Aan studeren in het Engels moest Cepinskas wennen. “Engels praten tijdens college was lastig, maar ik heb er veel van geleerd. De lessen waren uitstekend. Er was veel ruimte voor discussie. Studenten, waarvan de helft afkomstig was uit het buitenland, werden aangemoedigd ervaringen te delen. Ik heb daardoor veel nieuwe inzichten opgedaan. Zo was ik fel tegen euthanasie. Ik wist niet goed hoe de praktijk

in Nederland werkte. Dankzij discussies tijdens de les begreep ik veel beter hoe en waarom het wordt toe­gepast.”

Verschillende visies Cepinskas ontving geen extra studiebeurs voor zijn buitenlands verblijf en had daarom meerdere baantjes in bijvoorbeeld restaurants. “Daardoor was het zwaar en druk, maar ik heb mijn studie zo wel kunnen voltooien.” Na zijn afstuderen in 2008, voltooide hij een master international relations aan de Vrije Universiteit. “Ik ontving gelukkig een beurs van de VU, waardoor ik in mijn levensonderhoud kon voorzien. Ik vond het onderwijs in Maastricht beter. Daar waren meer internationale studenten, waardoor er meer aandacht was voor verschillende visies.” Begin 2010 ging Cepinskas als onderzoeker bij het Instituut voor Ontwikkelingsbeheer en -beleid van de Universiteit van Antwerpen aan de slag. “We onderzoeken internationale ontwikkelings­ programma’s en de impact daarvan. Daarbij pas ik toe wat ik in Maastricht geleerd heb: oplossingsgericht denken. We werkten daar veel in groepen en nu werk ik ook in een team. Vooral de ervaring in omgang met verschillende culturen en theorieën, die ik in Maastricht opdeed, komt van pas. Ik ben weggegaan uit Nederland omdat ik er geen vaste en passende baan kon vinden, maar ik zou graag in de toekomst weer terugkeren. Ik heb in Nederland veel vrienden wonen, spreek de taal en voel me er helemaal thuis.”

robert visscher Meer weten over ervaringen van internationale alumni? Kijk op www.hollandalumni.nl

transfer | februari 2011 | 21


ac htergron d

De universiteit van Trier kampt met ruimtegebrek.

h u i dige

p rob lemen

gevolg

va n

s l e c hte

vo o r b e r e i d i n g

Duits hoger onderwijs verkeert in ‘diepe crisis’ Nooit eerder telde Duitsland zo veel studenten als dit studiejaar. En dat aantal zal de komende jaren alleen maar groter worden, met alle gevolgen van dien. Er moet meer geld bij, zeggen de instellingen. Wellicht kan ook internationalisering de druk op het Duitse hoger onderwijs verlichten.

22 | februari 2011 | transfer


Foto: Harald Tittel/DPA

In collegezalen van populaire Duitse instellingen is vooruit wordt gekeken. Dat klopt voor de meeste het al lang geen uitzondering meer als studenten op zaken, maar niet voor het hoger onderwijs. Het de grond zitten, in plaats van op een stoel. “Ik volg Duitse hoger onderwijs verkeert in een diepe crisis.” vakken waarbij de studenten zelfs staand niet meer in De Duitse overheid heeft het afgelopen jaar wel de zaal passen”, zegt Josta van Bockxmeer, derdejaars iets gedaan om de verwachte groei op te vangen. germanistiek en filosofie aan de Maar de maatregelen zijn absoUniversiteit van Potsdam. “Je moet luut niet voldoende. Dat kwam “Duitsland staat erom dus vroeg komen om een plaatsje door een verkeerde schatting in te bemachtigen.” In Potsdam wordt het Hochschulpakt, waarin de bekend dat alles perfect is zelfs college gegeven in bouwconcentrale overheid en de deeltainers. Ook bij veel andere universtaten afspraken maken over het geregeld. Voor het hoger siteiten is de nood hoog. Zoals in hoger onderwijs in Duitsland. Kassel, waar bioscopen en kerken Het aantal nieuwe studenten onderwijs klopt dat niet” als collegezaal worden gebruikt. voor dit studiejaar werd 50.000 Nog nooit stonden in Duitsland te laag geraamd. Verder gingen de zo veel studenten ingeschreven als plannen uit van ‘slechts’ 275.000 de huidige 2,2 miljoen. Het aantal nieuwe inschrijextra studenten in 2020. “Door de inadequate vingen bij universiteiten en hogescholen steeg dit jaar schattingen is het hoger onderwijs fors ondermet 4 procent naar ruim 440.000. “Jonge mensen gefinancierd”, vertelt Susanne Schilden van de kiezen door de crisis vaker voor een studie”, vertelt Hochschulrektorenkonferenz, de vereniging van Matthias Jaroch van het Deutscher Hochschulverband, Duitse hogeronderwijsinstellingen. Ook voor de de beroepsvereniging van wetenschappers. “Ook afgelopen drie jaar zat het pact er volgens Schilden vanuit de overheid worden ze aangespoord om te naast. “Er waren 65.000 eerstejaars meer dan gaan studeren. Verder zijn er, door een geboortegolf verwacht, met een financieringskloof als gevolg. ongeveer twintig jaar geleden, meer jonge mensen Volgens het pact kregen instellingen 7.200 euro per dan hiervoor.” student, in werkelijkheid is dat slechts 6.500.” Nu al zijn de problemen groot. Maar ze worden nog De instellingen zien maar één oplossing: meer groter. In juli wordt de dienstplicht afgeschaft. geld. Miljarden euro’s moeten erbij, zeggen ze. Dat levert naar schatting tussen de 50.000 en De financiële crisis zien de instellingen niet als 70.000 nieuwe studenten op. Daarbij komt nog bedreiging. “Het geld is nodig en we gaan ervan dat Duitsland momenteel een grote gymnasium­ uit dat het er zal komen, crisis of geen crisis”, hervorming doorvoert, waardoor scholieren een jaar zegt Jaroch. Schilden wijst erop dat het met de korter op school zitten. De maatregel wordt geleideDuitse economie alweer een stuk beter gaat. “En als lijk per deelstaat ingevoerd. Het Hochschulverband de overheid zegt dat Duitsland hoogopgeleiden schat dat er in 2014 in totaal maar liefst 2,6 miljoen nodig heeft om een topeconomie te blijven, dan is studenten zullen zijn. investeren nood­zakelijk.” Duitsland heeft dat de afgelopen jaren trouwens al Stomverbaasd gedaan. In tegenstelling tot Nederland en GrootHet aantal studenten dat de Duitse instellingen Brittannië investeerde Duitsland fors in hoger moeten verwerken, is dus enorm. Toch is het niet onderwijs. Vorig jaar nog besloot de regering om de gezegd dat grote aantallen studenten noodzakelijkomende tien jaar 18 miljard euro extra vrij te maken, kerwijs capaciteitsproblemen moeten veroorzaken. onder meer voor toponderzoek. De afschaffing van de dienstplicht en de gymnasium­ Onderwijsminister Annette Schavan heeft al hervorming zijn bijvoorbeeld lang van tevoren aangeextra geld en een nieuw Hochschulpakt toegekondigd. De gevolgen zouden dus te voorzien zijn zegd. “Toch ligt dat ook gevoelig”, weet Schilden. geweest. “Daarom ben ik stomverbaasd dat er geen “Want na 2020 komen er weer minder studenten. adequate maatregelen zijn genomen”, zegt Nicole Wat doen we dan met de extra gebouwen en met Colin, DAAD-Fachlektor aan het Duitsland Instituut docenten die vaste contracten hebben verdiend?" Amsterdam. “Duitsland staat er in het buitenland Tijdelijke oplossingen, zoals lesgeven in bioscopen, om bekend dat alles perfect is geregeld en dat er ver lijken haar daarom prima.

transfer | februari 2011 | 23


Daarnaast nemen populaire instellingen al jaren maatregelen tegen te veel studenten. Neem de Freie Universität Berlin. “Wij kregen 40.000 aanmeldingen, 3.000 meer dan vorig jaar, en hebben plaats voor 4.000 nieuwe studenten”, aldus woordvoerder Goran Krstin. In totaal telt de universiteit 28.500 studenten. “Daarom selecteren wij al een aantal jaren aan de poort.” En zo doen ook veel andere populaire universiteiten het. Zoals die in Keulen, waar het aantal aanmeldingen dit jaar met 5.000 steeg tot 60.000, terwijl er plaats is voor 5.000 eerstejaars. Om de uitgaven aan hoger onderwijs beheersbaar te houden, wordt ook steeds vaker gepleit voor (hoger) collegegeld. Of studenten collegegeld betalen en hoeveel, hangt af van de deelstaat. In Berlijn betalen studenten bijvoorbeeld niets. “Wij zijn tegen college­geld, omdat dan minder armere mensen gaan studeren”, zegt Krstin. Maar de roep om collegegeld om het financieringstekort te dichten, wordt steeds luider. Ook Fachlektor Nicole Colin is er sinds kort voor. “Ik vind het positief als studenten meebetalen aan hun onderwijs", zegt zij. Ze vindt dan wel dat het geld moet worden besteed aan bijvoorbeeld docenten. "Zodat de groepen kleiner worden.”

Regiofunctie De capaciteitsproblemen zijn overigens lang niet overal groot. Ze betreffen West-Duitsland en de hoofdstad Berlijn. In het oosten neemt het aantal studenten juist af. Dat komt onder meer doordat daar na de Wende minder kinderen werden geboren. Zou het geen oplossing zijn als meer studenten uit het westen in het oosten gingen studeren? Matthias Jaroch betwijfelt of studenten dat zullen willen: “Studenten gaan, met uitzondering van Berlijn, niet snel naar een andere regio.” Door die regiofunctie verwachten Nederlandse instellingen in het grensgebied ook meer Duitse studenten. De Universiteit Maastricht vermoedt dat het extra grote aantal Duitse inschrijvingen dit jaar voor een deel komt doordat de gymnasiumopleidingen in Beieren inmiddels zijn ingekort. "Sommige faculteiten hebben wervingsactiviteiten hierop afgestemd, bijvoorbeeld door schoolbezoeken te focussen op deelstaten met verkorte opleidingen”, zegt woordvoerster Caroline Roulaux. Volgens haar verwacht de UM niet méér Duitse studenten dan de instelling aankan. “Ook Oostenrijk en Scandinavië zijn populair als alternatief." De Hanzehogeschool Groningen verwacht maximaal 75 Duitse studenten

24 | februari 2011 | transfer

extra, oftewel een kwart meer dan nu. Beide instellingen rekenen op een kleine piek in 2013, als in Noordrijn-Westfalen de gymnasiumopleidingen worden verkort.

Studentenprotesten De huidige crisis is niet de eerste in het Duitse hoger onderwijs. Tot vorig jaar werd tien jaar lang bezuinigd en studeerden relatief weinig jongeren. Het meest aansprekend waren de felle studentenprotesten in het najaar van 2009, tegen de Bologna-hervormingen. Studenten vonden onder meer dat ze te weinig keuzevrijheid hadden, dat de werkdruk te hoog was en dat er te weinig docenten waren. Die protesten zijn inmiddels op de achtergrond geraakt. Volgens Jaroch en Schilden doordat de problemen grotendeels zijn opgelost, volgens studente Van Bockxmeer – die ook studentenparlementslid is in Potsdam – doordat het protesteren te veel tijd en energie kostte. “Op een gegeven moment waren de studenten er flauw van en verdween de actiebereidheid.” Volgens Van Bockxmeer is er wel íets verbeterd, maar nog lang niet genoeg. Intussen kondigt alweer een nieuw probleem in het Duitse hoger onderwijs zich aan: er zijn niet genoeg masterplaatsen beschikbaar voor de grote aantallen bachelorstudenten van de komende jaren. Voor slechts eenderde ligt een masterplaats in het verschiet. Veel onderwijsdeskundigen pleiten ervoor om studenten ervan te overtuigen dat een master na hun bachelor niet noodzakelijk is. Maar volgens Van Bockxmeer werkt het zo niet in de praktijk. Wellicht drijft het tekort aan studieplaatsen in eigen land Duitse studenten straks in toenemende mate naar het buitenland voor een masteropleiding. Hoe dan ook zal het nog een tijd duren voor het Duitse hoger onderwijs weer tot rust is gekomen.

robert visscher


vl i egen de

holl an der

Snorkelen naast een walvishaai

Foto: Marc de Haan

Als ik wilde uitvinden of het doen van veldwerk mij ligt, de core business immers van de studie die ik mogelijk ga kiezen, leek die omgeving mij ideaal. Ik werkte als vrijwilliger voor de Marine Conservation Society Seychellen, dus ik kreeg niets betaald voor mijn inspanningen. Met studiefinanciering en een beurs van de school kon ik mijn verblijf op de eilandengroep bekostigen. Het aardige is, dat ik die beurs won wegens mijn motivatie voor dit onderzoek, terwijl die strikt genomen niets met mijn studie te maken heeft. Dat ik graag hard werk en weloverwogen mijn pad kies, wordt kennelijk ook op zichzelf gewaardeerd. Een mooie steun in de rug!

Grote stofzuiger

Mariska van Geldorp (20) deed tijdens haar studie Hoger laboratoriumonderzoek aan de Hogeschool Leiden onderzoek op de Seychellen naar walvishaaien. Ze werd geïnspireerd door het programma 3 Op reis.

“De studie Hoger Laboratoriumonderzoek heb ik strategisch gekozen. Ik wilde na de havo een diploma halen waarmee ik in ieder geval werk zou kunnen vinden, zodat ik niet te veel tijd zou verliezen mocht de universiteit straks te hoog gegrepen blijken. Want die stap wil ik gaan wagen. Vooral een studie zoölogie of ecologie heeft mijn belangstelling. Hoe interessant ik het ook vind om beestjes onder een microscoop te bekijken, ik geloof dat mijn hart ligt in het rijk van de grote dieren. Hoe ze leven, hoe je ze kunt ontdekken als je in de schemering langs de bosrand fietst, dat heeft mij altijd bekoord. Ik ben altijd buiten te vinden. Mijn stage op de Seychellen heb ik zelf geregeld. Ik kwam op het idee door het televisieprogramma 3 Op reis, met Floortje Dessing. Zij deed voor die aflevering vrijwilligerswerk in het natuurbeheer op de Seychellen en ik was meteen verkocht.

“Mocht ik straks inderdaad in de natuur gaan werken, dan het liefst niet in Nederland. Er zijn hier maar zo weinig plaatsen waar het werkelijk stil is. Als je een wandeling maakt, kom je altijd anderen tegen. In de toekomst wil ik er graag samen met een collega op uitgaan, zodat we onze bevindingen kunnen delen, maar dan toch bij voorkeur in een verder leeg gebied.        Zo was het op de Seychellen eerlijk gezegd ook niet helemaal. Het is daar nogal toeristisch. Maar eenmaal in zee ervoer ik de tegenwoordigheid van de natuur ten volle. Dat kan ook niet missen als je vlak naast een tien meter lange walvishaai snorkelt. Wat een prachtbeesten! Als een soort grote stofzuigers gaan ze door de oceaan om plankton uit het water te filteren. Wij moesten ze aan de hand van het stippen- en strepenpatroon rond hun kieuwen zien te identificeren, om te controleren of hun populatie enigszins intact blijft. Ze zijn een geliefd ingrediënt in de haaien­ vinnensoep, vandaar. Terugkijkend op mijn stage kan ik voorzichtig concluderen dat veldwerk mij inderdaad ligt. Nu wil ik nog uitvinden hoe ik dat bij landdieren ervaar.”

annemieke bosman

transfer | februari 2011 | 25


ac htergron d

saxion

h elpt

bu iten l an ds e

a lum n i

a a n

we r k

Foto: Annabel Jeuring

Soepel doorstromen naar

De Russische Anna Eliseeva is trainee bij Siemens in Hengelo.

Veel internationale studenten willen na hun afstuderen in Nederland gaan werken. En Nederlandse bedrijven zoeken vaak specifiek internationaal talent. Om die twee partijen bij elkaar te brengen, begon in 2009 het traineeprogramma Saxion Connect. De eerste deelnemers hebben inmiddels een baan gevonden.

Anna Eliseeva hoefde niet lang na te denken toen hogeschool Saxion, waar zij een MBA had gevolgd, alumni hulp aanbood bij het zoeken van een traineeship. “Het is niet makkelijk een plek te krijgen binnen een Europees bedrijf”, zegt Eliseeva. “Dit was een mooie kans.” De Russische is nu trainee bij Siemens in Hengelo. Ook Temona Diriyai uit Nigeria, afgestudeerd elektrotechnicus, vond via Saxion een traineeship, bij Rotor Elektromotoren. Inmiddels heeft hij een ingenieursbaan bij ASML. Diriyai studeerde midden in de recessie af. Werk vinden was moeilijk, vertelt hij.

26 | februari 2011 | transfer

“Toen kwam de mogelijkheid van een traineeship. Dat leek me een goede manier om werkervaring op te doen en toch ergens een plek te vinden.” Eliseeva en Diriyai meldden zich allebei aan voor Saxion Connect, een programma waarbij alumni van buiten de EU en de Europese Economische Ruimte (EER) hulp krijgen bij het zoeken van een traineeship van een halfjaar tot een jaar. Ook EU-alumni mogen sinds kort meedoen. Het programma, dat als pilot begon in september 2009, maakt gebruik van het zoekjaar voor niet-EU/EER-alumni. Volgens die regeling, die eind 2007 inging, hebben de alumni een jaar de tijd om een baan te zoeken in Nederland; voorheen moesten ze binnen dertig dagen na hun afstuderen het land uit. Tijdens het zoekjaar moeten de alumni in hun eigen onderhoud voorzien. Maar als ze werk vinden, mogen ze als kennismigrant in Nederland blijven.

Niet automatisch “Veel van onze buitenlandse studenten hebben de ambitie om in Nederland te blijven en hier te gaan werken, maar ze vinden het lastig om een baan te vinden”, zegt Germaine Custers, projectleider van Saxion Connect. “Tegelijkertijd worden we vaak benaderd door bedrijven die specifiek internationaal


Nederlandse baan talent zoeken, bijvoorbeeld iemand die de Chinese Siemens Hengelo heeft via Saxion Connect inmidtaal en cultuur kent.” Bedrijven en buitenlandse dels twee trainees. Behalve Eliseeva werkt er ook studenten vinden elkaar nog niet automatisch, merkte een Chinese trainee. De buitenlanders voorzien in de hogeschool. Saxion Connect moet de twee partijen specifieke behoeftes, vertelt personeelsmanager Frank gaan matchen. Lamers. “Onze Chinese trainee Saxion Hogescholen, met vestiheeft veel kennis over de implemen"Dit programma maakt gingen in Apeldoorn, Deventer en tatie van nieuwe productielijnen. Enschede, hoopt met het programma Dat hebben we nodig.” het voor ons makkelijker de contacten met het bedrijfsleven te Maar Siemens doet ook zaken met intensiveren. Maar Saxion Connect China. “Onderhandelen gaat daar om met een buitenlandse is ook een service aan de alumni en heel anders. Ook op dat vlak heeft een instrument dat bij de internaonze trainee toegevoegde waarde.” trainee in zee te gaan" tionale werving wordt ingezet. Dat Lamers kan zich goed voorstellen dat alles verklaart waarom Saxion veel Siemens Hengelo vaker met Saxion moeite doet voor het programma, Connect zal werken. De cv’s die dat tot nu toe financieel niets oplevert, maar – integenGermaine Custers opstuurt, noemt hij ‘prikkelend’. deel – geld kost. “Het zijn mensen met veel kennis en een grote drive. De belangstelling voor Saxion Connect is overweldiZe zijn helemaal naar Nederland gekomen. Daar is gend. In het pilotjaar 2009 meldden zich direct veertig doorzettingsvermogen voor nodig.” studenten aan. Daarvan werden er acht geselecteerd. Makkelijker Uiteindelijk werden vier alumni als trainee bij een Ondanks het enthousiasme van bedrijven die via bedrijf geplaatst. Dit jaar waren er bijna vijftig aanmelSaxion een trainee hebben gevonden, is het volgens dingen, op tweehonderd buitenlandse afgestudeerden. Custers soms best lastig om de alumni geplaatst te Zeven alumni, onder wie Anna Eliseeva, zijn inmidkrijgen. Ze wijst erop dat veel bedrijven nog altijd dels geplaatst. onbekend zijn met het begrip internationale kennisMinimumloon werker en met het zoekjaar. “Vaak kiezen ze dan toch De bedrijven betalen mee aan de bemiddelings- en voor een Nederlandstalig iemand.” trainingskosten van Saxion. De trainees betalen niets. Lamers denkt dat die analyse wel klopt. Bij Siemens Tijdens het traineeship werken ze tegen minimumwaren beide begrippen al wel bekend. “Wij zijn een loon. “Om uit de kosten te komen, moeten uiteininternationaal bedrijf.” Toch werkte ook Siemens delijk meer mensen worden geplaatst”, zegt Custers. de afgelopen jaren alleen met Nederlandse trainees. Ze hoopt op zo’n twintig in de toekomst. Om de “Dit programma maakt het voor ons makkelijker om financiën tot die tijd op orde te houden, werkt Saxion met een buitenlandse trainee in zee te gaan.” aan een subsidieaanvraag. Elektrotechnicus Diriyai heeft veel aan zijn traineeVoordat het traineeship begint, worden de kandiship gehad, vertelt hij. “Tijdens sollicitaties kreeg daten voorbereid op het Nederlandse bedrijfsleven. ik vragen over werkervaring. Dan kon ik vertellen Ze krijgen cursussen netwerken, projectmanagement, dat ik bij Rotor werkte.” Behalve de Nigeriaan vond interculturele vaardigheden en communicatie, sollicinog één andere trainee uit de eerste lichting een baan tatietraining en sinds dit jaar ook lessen Nederlands. in Nederland. De derde besloot verder te studeren, Diriyai voelde zich goed voorbereid op zijn traineenummer vier keerde terug naar China. ship. “Er werd ons bijvoorbeeld uitgelegd hoe je met Custers wordt “af en toe” gebeld door andere Nederlanders moet omgaan. Dat zijn dingen die je onderwijsinstellingen die interesse hebben in het anders niet hoort.” Ook Eliseeva had veel aan de programma. Ze denkt dat het idee redelijk eenvoudig cursussen. “Ik dacht dat een baan hier niet heel veel over te nemen is: “Je moet een lange adem hebben en zou verschillen van een baan in Rusland. Maar hier een goed bedrijfsnetwerk. En hoge kwaliteit trainees. heerst een andere cultuur en communiceren de Als dat niet goed zit, krijg je het driedubbel terug.” mensen anders met elkaar.” dirk-jan zom transfer | februari 2011 | 27


C

O

L

U

M

Foto: Jan Luursema

Nog meer lijstjes Heeft u de ontwikkelingen rond U-Map een beetje gevolgd? Het U-Map project, dat vorig jaar werd afgerond, had tot doel een nieuwe methode te ontwikkelen om hogeronderwijsinstellingen te rangschikken. U-Map wil als classificatiesysteem een alternatief bieden voor de verguisde, maar ook invloedrijke traditionele rankingsystemen. Het gaat er niet om te laten zien welke universiteiten de beste zijn, maar om inzicht te bieden in de bonte verzameling van instellingen die samen het Europees hoger onderwijs vormen. Deelnemende instellingen kunnen door het invoeren van zeer diverse gegevens een profiel laten aanmaken, dat wordt opgeslagen in de U-Map database. Universiteiten en hogescholen die zich met andere instellingen willen vergelijken of op zoek zijn naar geschikte partners, kunnen U-Map raadplegen. Het is niet verwonderlijk dat de onderwijsministers van de Bologna-landen enthousiast zijn overdit project. Transparantie staat immers hoog in het Bologna-vaandel. Voor instellingen die geen rijke onderzoekstraditie hebben en dus niet in de bestaande rankings voorkomen, zoals de Nederlandse hogescholen, zou U-Map bovendien een uitkomst zijn. Eindelijk een systeem waarmee het hbo kan laten zien waar het goed in is. Of toch niet? Momenteel wordt in Nederland en Vlaanderen met U-Map proef gedraaid. De instellingen hebben zich in groten getale aangemeld voor de pilot en zijn in de afgelopen weken druk doende geweest om de gevraagde gegevens aan te leveren. Geen eenvoudige opgave! Iedereen die wel eens met kengetallen en indicatoren te maken heeft gehad, weet dat deze altijd veel discussie oproepen. De definitie is niet eenduidig,de indicator is niet relevant en waarom wordt niet zus of zo gemeten.

28 | februari 2011 | transfer

Dergelijke verschillen van inzicht vallen niet te vermijden, maar fundamentele onvrede met een of meerdere indicatoren zullen wel de acceptatie van het instrument be誰nvloeden. Als U-Map echt vernieuwend wil zijn, dan moet er volgens mij nog wel wat werk verricht worden als het gaat om het bedenken van indicatoren die echt anders zijn dan die in de traditionele rankingsystemen worden gebruikt. We zitten immers niet te wachten op meer van dezelfde soort lijstjes, maar op een nuancering van het bestaande beeld. Overigens moeten we als instellingen ook de hand in eigen boezem steken. We zijn niet allemaal even ijverig als het gaat om het systematisch registreren en bijhouden van gegevens. En ik kan me niet voorstellen dat dat alleen voor Nederlandse instellingen geldt. Ik ben sowieso erg benieuwd hoe de introductie van U-Map in andere landen gaat verlopen. Zullen ze daar even bereidwillig meewerken aan de pilot als in ons land? Brede deelname van hogeronderwijsinstellingen, in zoveel mogelijk landen, is wel een voorwaarde voor het uiteindelijke succes van het ontwikkelde product. Intussen zijn de ontwikkelaars van U-Map ook al betrokken bij een vervolgproject, U-Multirank. Een ander project, zo zegt men, maar wel gebaseerd op dezelfde uitgangspunten. Toch ranking, dus? Ik vrees dat er uiteindelijk geen ontkomen aan is: nog meer lijstjes waarop iedereen zo hoog mogelijk wil staan.

els van der werf Els van der Werf is beleidsmedewerker internationalisering aan de Hanzehogeschool Groningen.

N


actu eel

“De Chinezen hebben

geen tijd voor gedoe” Op de Nederlandse ambassade in China huist sinds dit najaar een Science Attaché. David Pho heeft als taak de wetenschappelijke samenwerking tussen Nederland en China verder uit te bouwen. Transfer sprak met hem over de kansen voor Nederland in dit land met tomeloze ambities op het gebied van wetenschap en techniek.

Het idee van de Science Attaché komt uit de koker van het innovatieplatform. Dat adviseerde het kabinet een aantal ambassades, allereerst die van China, met zo’n diplomaat te verrijken. Die zou de handen vrij moeten hebben voor het bevorderen van onderzoekssamenwerking. Ook zou hij duizend promovendi in China moeten werven. Het idee van de Science Attaché is ten uitvoer gebracht, maar het aantal te werven PhD’s is teruggebracht naar honderd, vertelt Pho. Achter dat plan is wel vaart gezet: in september zullen de eerste Chinese promovendi in Nederland beginnen. Het is een van de projecten waar Pho zich mee bezighoudt. Zijn voornaamste taak is het informeren en adviseren van Nederlandse onderzoeksinstellingen en universiteiten over samenwerking met China en het onderhouden van contacten met Chinese partner­organisaties. Pho is ondergebracht bij het netwerk van Technisch Wetenschappelijk Attachés (TWA’s) op de ambassade, in opdracht van het ministerie van Onderwijs. Er zitten al twee TWA’s in Shanghai, een in Guangzhou en vijf in Peking. “Maar ik richt me puur op de wetenschap, terwijl hun focus ligt bij technologie en de samenwerking met het bedrijfsleven”, zegt Pho, die Mandarijn spreekt en in het verleden onder meer voor de Nuffic heeft gewerkt.

Potentieel China wil in 2050 wereldleider zijn op het gebied van wetenschap en techniek. Nu al produceert de Aziatische tijger, na de Verenigde Staten, de meeste wetenschappelijke publicaties. En het land telt het grootste aantal onderzoekers ter wereld. Volgens een

studie van Thomson Reuters is Nederland op dit moment de twaalfde onderzoekspartner van China, vertelt Pho. De Chinezen zien de Nederlandse wetenschappelijke wereld als een betrouwbare partner, denkt hij. “Geen gedoe, heel direct. De Chinezen hebben geen tijd voor gedoe. Neem de universiteit van Peking, daar komt elk half uur een vertegenwoordiging van een ander land binnenlopen. Ze hebben het voor het uitkiezen.” Pho vindt het belangrijk om het ‘merk’ Nederlandse wetenschap in China te promoten. “We lopen kansen mis. We zijn niet bekend genoeg. De Chinezen lezen de naam van een onderzoeksgroep in Groningen en denken dat het Duits is.” Hier ziet Pho een belangrijke taak weggelegd voor de Chinese Holland-alumni. “Zij zijn ambassadeurs en kunnen de bekendheid van de Nederlandse wetenschap vergroten. Daarom werk ik veel samen met het Netherlands Education Support Office (NESO) van de Nuffic. Maar de Nederlandse wetenschappers in China zijn ook een belangrijke doelgroep. Zo heb ik al meegemaakt dat een Eindhovense promovendus, die in het Noordoosten van China onderzoek doet, een liaison werd tussen de TU/e en zijn Chinese universiteit. Van zulke mensen moeten we het hebben.”

elleke bal

transfer | februari 2011 | 29


p ion i ers

i n

i nter national i s e r i n g

Scheveningen als wereld-

hoofdstad van de wetenschap

Al lang voordat internationalisering in het hoger onderwijs werd wat het nu is, waren er personen die zich sterk maakten voor meer internationale samenwerking in onderwijs en wetenschap. Historicus en Nuffic-medewerker Han van der Horst portretteert negen pioniers in internationalisering. Deze keer Pieter Hendrik Eijkman, die in 1906 van Scheveningen de wereldhoofdstad van de wetenschap wilde maken.

geneeskunde. Van zijn broers was hij de enige die het niet tot hoogleraar bracht. Een van die broers, Christiaan, zou later zelfs de Nobelprijs krijgen voor baanbrekend onderzoek naar vitamines.

Foto: Peace Palace library

Tientallen miljoenen guldens

Pieter Hendrik Eijkman

De baard van Pieter Hendrik Eijkman (1862–1914) reikte bijkans tot zijn broekriem. Dat gaf hem het uiterlijk van een verward filosoof. Wellicht dat hij daarom extra scepsis teweegbracht, als hij zijn idee uiteenzette: een aan de wetenschap gewijde wereldhoofdstad in de duinen bij Scheveningen. In 1906 tekende de gerenommeerde architect De Bazel een plattegrond: grote boulevards kwamen uit op een plein dat werd geflankeerd door grote gebouwen voor de Internationale Associatie van Academies van Wetenschappen. Daar zouden de beste geleerden ter wereld zich verzamelen om grote vraagstukken op te lossen. Midden op het centrale plein was plaats voor het Vredespaleis. Dankzij de kennis en gerechtigheid die de producten waren van de nieuwe stad, zou oorlog worden uitgebannen. Eijkman was alles behalve een idealistisch warhoofd. Hij was de grondlegger van de röntgenologie in Nederland. Daarnaast was hij een krachtig promotor van hygiëne, volksbaden en daarop gebaseerde

30 | februari 2011 | transfer

Het idee van de wereldhoofdstad trok overal grote aandacht. Eijkman stichtte een vereniging voor internationalisme, waarbij mondiale beroemdheden zich aansloten. Aan het plan hing echter een fors prijskaartje. De Nederlandse regering hield dan ook grote afstand. Ook de Amerikaanse miljardair Andrew Carnegie, die wel het Vredespaleis zou financieren, was huiverig voor de kosten, die in de tientallen miljoenen guldens konden lopen. Daardoor kwam de fondsenwerving nooit goed op gang. De Nederlandse regering moest door een motie in de Tweede Kamer worden gedwongen het Vredespaleis ruimte te bieden; de minister van Buitenlandse Zaken verwachtte dat Nederland er vooral moeilijkheden mee zou krijgen. De regering kocht voor het Vredespaleis een terrein aan bij Zorgvliet, ver van de geplande wereldhoofdstad. Het was een zware slag voor Eijkman. De lachers kregen de overhand en Eijkmans plan kwam nooit verder dan de tekentafel. Misschien had hij niet meteen met zoiets groots moeten komen. Nederlanders zijn – behalve als het op waterwerken aankomt – voorzichtig. Het was stil op Eijkmans begrafenis en er is nog lang fijntjes geglimlacht om die malle wereldhoofdstad. Toch was het vrij exact de stad van Vrede en Veiligheid die Den Haag nu wil zijn. Met behulp van de internationale instellingen en de vele onderzoeksinstituten die de residentie tegenwoordig rijk is, is Eijkmans ideaal onwillekeurig toch dichterbij gebracht.

han van der horst


A G E N D A

CHEPS, Center for Higher Education Policy Studies van de Universiteit Twente, bestaat 25 jaar. Dat wordt gevierd met een conferentie op 11 maart, getiteld The Reform of Higher Education and Research in Europe. Meer informatie en aanmelden op www.utwente.nl/mb/cheps

maart

2011

De meerwaarde van meertaligheid is het thema van het zesde Nuffic Jaarcongres op 15 maart in de Beurs van Berlage te Amsterdam. In de plenaire sessies en de kleinere, inhoudelijke sessies komen verschillende aspecten van dit onderwerp aan bod. Keynote speaker is historicus James Kennedy. Verder wordt de Orange Carpet Award 2011 uitgereikt. Meer informatie op www.nuffic.nl/jaarcongres Het ACA-seminar op 18 maart in Brussel heeft als titel Brazil, Russia, India, China. Key points on the European higher education compass? Verschillende sprekers, onder wie Frits van Merode en Krista Knopper van Universtiteit Maastricht, laten hun licht schijnen over de ontwikkelingen in de BRIClanden. Meer informatie en aanmelden op www.aca-secretariat.be Hans de Wit, lector Internationalisering aan de Hogeschool van Amsterdam, houdt op 6 april van 15 tot 17 uur zijn Openbare Les met als titel De wet van de stimulerende achterstand? Internationalisering van het hbo-onderwijs: misvattingen en uitdagingen. Voorafgaand aan de les (10–15 uur) is er een symposium over internationalisering van het onderwijs. Meer informatie en aanmelden voor 1 maart bij g.koning@hva.nl onder vermelding van Openbare Les en/of Symposium.

april

2011

Van 13 tot en met 15 april organiseert de European University Association in het Deense Aarhus de conferentie Investing Today for Talent of Tomorrow. Met discussies en uitwisseling van ideeën over talent- en loopbaanontwikkeling, én aandacht voor de tiende verjaardag van de EUA. Meer informatie en aanmelden op www.eua.be/events

Fairs

Wie wint de Orange Carpet Award 2011?

International Exhibition on Education Athene 12–13 mrt www.europartners.gr

Expo Belta Sao Paulo Bella Horizonte www.belta.org.br

CIEET Beijing Dalian Xián Shangai Nanjing Wuhan Guanghzou www.cieet.com

FPP EduMedia Expo Roadshow Rio de Janeiro 15–16 mrt Brasilia 22 mrt www.fppmedia.com

12–13 mrt 15 mrt 17 mrt 19–20 mrt 22 mrt 24 mrt 26–27 mrt

19–20 mrt 22 mrt

Expo EuroPosgrados Becas Chile Santiago de Chili 9–10 apr

Misschien u wel! Zet uw universiteit of hogeschool zich op een speciale manier in voor het welzijn van internationale studenten? Vul dan vóór 18 februari het aanmeldformulier in voor de Orange Carpet Award op www.nuffic.nl/orangecarpetaward, met daarbij een beschrijving van uw best ­practice. Uit alle inzendingen selecteert een jury drie finalisten, die zich presenteren op het Nuffic Jaarcongres. Daar wordt ook de winnaar bekendgemaakt.

EuroPosgrados Buenos Aires 13–14 apr www.EuroPosgrados.com.ar

Meer informatie via fairs@nuffic.nl

transfer | februari 2011 | 31


Meertaligheid:

Oui? Yes! ÂżSĂ­? Ja! Over de meerwaarde van meertaligheid voor het hoger onderwijs

Jaarcongres 15 maart 2011 Beurs van Berlage, Amsterdam www.nuffic.nl/jaarcongres

Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs

Tijdens het jaarcongres wordt ook weer de Orange Carpet Award uitgereikt.

Transfer  

In het februarinummer van Transfer: International classroom - meer ideaal dan dagelijkse praktijk. Internationalisering geen prioriteit voor...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you