Mikzo zorgmodel

Page 1

Mikzo® zorgmodel

De classificatie Mikzo®

Het Mikzo® is de classificatie waarmee de zorgprofessional op methodische wijze een persoonsgerichte indicatie maakt in het kader van de ZvW of de WLZ.

De denkwijze van de Positieve Gezondheid is bij het werken met het Mikzo® het uitgangspunt: kijk naar wat er nog wel kan in plaats van wat niet meer kan. En niet de ziekte staat centraal, maar de oplossing.

Ook het werken volgens de schijf van vijf is opgenomen in het model. Samen met de cliënt wordt er besproken en vastgesteld of er ondersteuning nodig is, uit welke onderdelen die bestaat en wie de uitvoering doet (mantelzorg, informele zorg, vrijwilliger, professionele zorg). Ook wordt bepaald hoe vaak ondersteuning nodig is, hoe lang dit nodig is en wat de duur is van ieder onderdeel.

Het Mikzo® zorgmodel beschrijft wat de rol is van alle actoren in de zorg voor ouderen in de thuiszorg en in de zorg in het zorgcentrum. Omdat allen dezelfde taal spreken en ieders rol helder is kan er sprake zijn van de juiste zorg op de juiste plaats.

Het Mikzo® zorgmodel is onderdeel van het Het Mikzo® zorgleerhuis en het Mikzo® MPS programma.

Zorgorganisaties die gebruik maken van het Mikzo® zorgmodel sluiten aan bij de gebruikersgroep, delen hun ervaringen en ontwikkelen het model samen door.

2

Mikzo® zorgmodel

Welzijn en geluk van de cliënt staan centraal bij het maken van een zorgplan en het (samen)werken rondom de zorgvrager.

De classificatie Mikzo® is ontwikkeld uit het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg en biedt op alle onderdelen goede mogelijkheden om volgens dit kader te werken. Het methodisch werken is goed vormgegeven, er zijn gebieden voor welzijn, zorgvragen gaan uit van een tekort aan zelfredzaamheid en leren vanuit het zorgdossier is mogelijk gemaakt waardoor er een lerende organisatie kan zijn. Ook het werken volgens de schijf van vijf in de zorg is goed mogelijk met het Mikzo®. De essentie van de schijf van vijf is de primaire inzet van zorgtechnologie en van informele zorg.

Het Mikzo® zorgmodel is een vriendelijk model dat goed aansluit bij de denkwereld van de verzorgenden en hen in hun kracht zet. In de vier bladen zijn de uitgangspunten opgenomen van het stappenplan dat wordt geadviseerd voor de transitie in de zorg.

2

Mikzo® zorgmodel

Op het eerste blad van het model staat de zelfzorg. Het uitgangspunt is dat ieder mens gelukkig wordt van ‘zelf doen’. De planmaker kijkt altijd als eerste wat de cliënt zelf kan, de zelfhulp.

Op het tweede blad staat hulpzorg. Denk aan domotica, tilliften en beeldzorg. Vooral beeldzorg is een hulpmiddel waarmee cliënten in staat zijn lang zelfredzaam te blijven. De planmaker wijst primair technologische hulpmiddelen toe als actie.

Op blad drie staat de zorghulp. Bij een grote zorgorganisatie is er een nieuwe weg ingeslagen met het loslaten van regels en nadruk op 'bevoegd en bekwaam'. Voor 80% van de handelingen is 'bevoegd en bekwaam' niet aan de orde. Veel werk wordt daar nu gedaan door de zorghulp. En iedereen wordt er bij van.

Op blad vier staat de zorg. In het nieuwe model worden de rollen van alle stakeholders op een nieuwe wijze beschreven, vanuit het gegeven dat de client centraal staat. In de nieuwe beschrijving van de rollen gaat het om:

Doen en doorgeven (was niveau 0-1) Doen en rapporteren (was niveau 2-3) -Doen en plan maken (was niveau 4,5) -Doen en adviseren (was behandelaars)

Deze vier rollen staan naast elkaar in het nieuwe model en zorgen samen voor een zo goed mogelijke dag voor iedere cliënt.

2

Rollen in het Mikzo® model

De juiste zorg

• gaat uit van een zorgvraag als iemand niet zelfredzaam is

• laat de keuze voor het krijgen van zorg aan de cliënt

• heeft aandacht voor signalen van de cliënt

Als doener en doorgever (mantelzorger, vrijwilliger, huiskamerassistent) geef je bijzonderheden door aan de doener en rapporteur, zoveel mogelijk in overleg met de cliënt of naaste.

Als doener en rapporteur (zorghulp, verzorgende) ondersteun je de zelfredzaamheid, op basis van de gemaakte keuzes, en let je op de unieke signalen, rapporteer je deze met de SOEP methode, en bespreek je deze met de doener en planmaker.

Als doener en planmaker (verpleegkundige of EVV) ontvang je informatie van doeners en rapporteurs, betrek je zo nodig de doeners en adviseurs, stel je het zorgplan op en bij, zoveel mogelijk in overleg met je cliënt.

Als doener en adviseur (arts, psycholoog, fysiotherapeut, diëtist etc) zet je behandeling in waar dat nodig is, op basis van de gemaakte keuzes, waarbij je bijdraagt aan het goede gesprek, bespreekt dit met de doeners en planmakers, die het zorgplan opstellen en bijstellen.

2