Issuu on Google+

v e r d i e p i n g

Wat te doen met de ­ontslaguitkering? Sinds 1 januari 2010 bestaat er naast het onderbrengen van een ontslagvergoeding bij een verzekeraar of een eigen stamrecht bv, de mogelijkheid om de ontslagvergoeding te storten bij een kredietinstelling. Door de introductie van de bankspaarvariant zal de gewezen werknemer nog meer een goede afweging moeten maken tussen de verschillende beschikbare stamrechtproducten. Iedere situatie is weer anders door de hoogte van de ontslaguitkering, de financiële situatie van de ex-werknemer, diens leeftijd en zijn toekomstige wensen.

D

e ontslagen werknemer die een ontslaguitkering van zijn voormalige werkgever ontvangt heeft sinds 1 januari 2010 een uitgebreidere keus om de ontslagvergoeding aan te wenden. Uiteraard kan de werknemer ervoor kiezen om de ontslagvergoeding, onder inhouding van loonheffing, in een keer uit te laten keren. Daarnaast bestaan er drie mogelijkheden om het gehele bedrag door de werkgever, onder toepassing van de stamrechtvrijstelling, onbelast te laten afstorten, hetzij bij een verzekeraar, in een eigen stamrecht bv of, door gebruik te maken van het nieuwste stamrechtproduct, op een bankspaarrekening bij een kredietinstelling. Hoewel de banken begin 2010 nog terughoudend waren met het aanbieden van stamrechtspaarrekeningen, zijn tegenwoordig bijna alle grote banken in Nederland actief op deze markt.

LZ-2011-01-004

Gelijk uitgangspunt en einddoel Vanuit een fiscaal oogpunt lijken de mogelijkheden voor het aanwenden van een ontslaguitkering enigszins op elkaar. Het uitgangspunt van de verschillende stamrechtvarianten is dat de ontslaguitkering niet direct in de heffing wordt betrokken door het bruto bedrag af te storten bij een derde partij. Het gestorte bedrag zal vervolgens een bepaalde periode renderen waarna het gespaarde bedrag uiteindelijk wordt aangewend voor

Gelukkig heeft de ex-werknemer een redelijke termijn van zes maanden om zich te oriënteren welke mogelijkheden er zijn voor het omzetten van de ontslaguitkering in een stamrecht. Wordt deze redelijke termijn overschreden, dan zal de stamrechtvrijstelling niet van toepassing zijn en wordt de uitkering in een keer in de heffing betrokken.

18

18_20_n01_ART_Artikel_5 18

Foto: Colourbox

Redelijke termijn

een periodieke uitkering. Naast deze overeenkomsten is er toch een aantal cruciale verschillen die bij het maken van de keuze moeten worden afgewogen door de exwerknemer.

www.loonzaken.nl

26-01-2011 08:46:18


Au t e u r: T i m P a p avo i n e

Uitkering tijdens leven Bij het bepalen van de minimale duur van de uitkeringen moet bij een periodieke uitkering uit een stamrecht voldaan zijn aan de zogenaamde 1% sterftekans, terwijl bij het bepalen van de minimale uitkeringsperioden uit een stamrechtrekening de wettelijke tabel van artikel 12 URLB 2001 moet worden gevolgd. Bij de duur van de uitkeringen wordt bij een stamrechtrekening in tegenstelling tot bij een stamrecht geen rekening gehouden met het verschil tussen man en vrouw. Dit kan een verschil in de minimale periode van uitkeringen opleveren. Kring van begunstigden De uitkeringen die uiteindelijk voortvloeien uit één van de stamrechtvarianten komen in eerste instantie toe aan de wettelijke kring van begunstigden: • de ex-werknemer, dit is de eerste begunstigde; • de (gewezen) echtgenoot, partner of zijn (pleeg)kinderen die de leeftijd van 30 jaar nog niet bereikt hebben. Dit wordt ook wel de beperkte kring van begunstigden genoemd. Het is voor de ex-werknemer bij het maken van een keuze voor een van de stamrechtproducten belangrijk te weten wat er gebeurt met het opgebouwde kapitaal en toekomstige uitkeringen als hij voortijdig zou komen te overlijden. Overlijden van de werknemer Bij het bedingen van een stamrecht bij een persoonlijke vennootschap zal bij een overlijden van de ex-werknemer, indien het stamrecht nog waarde heeft en er geen aangewezen restbegunstigden meer zijn, het kapitaal in de winst van de vennootschap vrijvallen. Na afrekening van vennootschapsbelasting, heffing in box 2 en afdracht van successierechten, zal het overgebleven bedrag toekomen aan de erfgenamen van de ex-werknemer. Bij de verzekerings- en bancaire variant zal een onderscheid moeten worden gemaakt tussen de opbouwfase (de fase dat de ontslagvergoeding vaststaat en eventueel rendeert) en de afbouwfase (periode van uitkeringen).

Opbouwfase Komt de ex-werknemer in de opbouwfase te overlijden dan is er, als er geen beperkte kring van begunstigden is, een verschil in afwikkeling tussen een verzekeringsen een bancair stamrecht. Bij een stamrechtverzekering zal het opgebouwde/gestorte kapitaal vervallen aan de verzekeringsmaatschappij. Voor deze situatie zou de werknemer eventueel een contraverzekering kunnen sluiten die op het moment van overlijden tot uitkering kan komen. Bij een stamrechtrekening zal het kapitaal onmiddellijk voorafgaand aan het overlijden worden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking bij de ex-werknemer en ineens worden uitgekeerd na inhouding van loonheffing.

Afbouwfase Als de werknemer komt te overlijden op het moment dat de uitkeringen uit de stamrechtrekening reeds zijn gestart, dan zal het resterende tegoed toekomen aan de in de stamrechtovereenkomst aangewezen begunstigden. De beperkte kring van begunstigden die deel uitmaken van deze aangewezen groep begunstigden zullen de uitkeringen periodiek blijven ontvangen in overeenstemming met de stamrechtovereenkomst. Het deel van het tegoed dat toekomt aan de begunstigden die niet tot de beperkte kring van begunstigden behoren, wordt bij de overleden ex-werknemer direct voorafgaand aan het overlijden aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking en in een keer uitgekeerd met inhouding van loonheffing. Bij een stamrechtverzekering gaan in de afbouwfase de uitkeringen over op de volgende verzekerde (indien aanwezig). Is er geen opvolgende verzekerde, dan zal ook hier het tegoed toekomen aan de verzekeringsmaatschappij. Ook in deze situatie kan de ex-werknemer een contraverzekering afsluiten die op dit moment tot uitkering kan komen. Samenvattend kan gesteld worden dat een verzekeraar het langlevenrisico draagt bij een stamrechtverzekering, waarbij de ex-werknemer uiteindelijk meer zou kunnen ontvangen dan zijn daadwerkelijke inleg. Hier staat tegenover dat bij de bancaire variant de ex-werknemer het langlevenrisico draagt. De bank zal immers nooit meer uitbetalen dan het totale bedrag van de stortingen en de mogelijke renteaangroei. Oprentingspercentage Argumenten voor het oprichten van een stamrecht bv zijn onder andere de mogelijkheid tot het opstarten van een eigen onderneming in de bv, beleggingsvrijheid en eventueel het verstrekken van een lening aan privé. Daarnaast is het bij de stamrecht bv mogelijk de stamrechtvoorziening met een lager percentage op te laten renten dan het feitelijke rendement dat wordt behaald op de beleggingen. Als het oprentingspercentage minder bedraagt dan het percentage aan daadwerkelijk rendement is het overige bruto winst voor de vennootschap. Stel, de vennootschap behaald een rendement van 7% en het oprentingspercentage bedraagt 4%, dan zal de vennootschap een winst van 3% behalen (geen rekening gehouden met beheerskosten). Over deze winst is 20% vennootschapsbelasting verschuldigd, het overige kan als dividend worden uitgekeerd dat belast wordt tegen 25% in box 2 (15% voorheffing als dividendbelasting). Dit geeft een totale belastingdruk van 40% ten opzichte van een maximale heffing in box 1 van 52%. Uiteraard zal het opzetten vanwege de kostenstructuur niet voor elke ontslagvergoeding in aanmerking komen, dit is afhankelijk van de hoogte van de ontslagvergoeding. Keuze Het is niet mogelijk een eenduidig antwoord te geven welke variant nu de goedkoopste, meest voordelige of

Loonzaken 2011 - Nummer 1

18_20_n01_ART_Artikel_5 19

19

26-01-2011 08:46:18


v e r d i e p i n g

Verzekeren, banksparen of stamrecht bv? Verzekeren

Banksparen

Start uikering

Uitkering op uiterlijk Uitkering op uiterlijk Uitkering op uiterlijk 65 jaar 65 jaar 65 jaar

Bij overlijden

Indien geen begunstigde meer aanwezig is, dan vervalt de waarde aan de verzekeringsmaatschappij

Persoonlijke lening

Geen mogelijkheid tot Geen mogelijkheid tot Persoonlijke lening mogepersoonlijke lening persoonlijke lening lijk, mits leenovereenkomst

Heffing over uitkering

Progressieve heffing Progressieve heffing Progressieve heffing in in box 1 in box 1 box 1.

Indien geen begunstigde meer aanwezig is, dan valt de waarde als inkomen bij de overledene en daarna in de successiewetgeving

18_20_n01_ART_Artikel_5 20

Indien geen begunstigde meer aanwezig is, dan valt de waarde vrij in de bv. Daarna wordt de waarde van de aandelen in de successiewetgeving betrokken. Daarna onttrekking mogelijk via box 2.

Faillissement uitvoerder Geen garantie bij faillissement

Deposito garantiestelsel treedt in werking bij faillissement bank

Geen garantie bij faillissement bv tenzij geld bij bank (onder voorwaarden deposito garantiestelsel van toepassing)

Sparen en beleggen

Sparen en (beperkt) beleggen

Sparen en (beperkt) beleggen

Sparen, vrijelijk beleggen, eigen onderneming en het verstrekken van leningen aan privé en derden

Kostenstructuur

Per saldo in het alge- De laagste kostenmeen hogere kosten- structuur structuur

Per saldo vaak lagere kostenstructuur (let wel op administratie- en aangifteverplichtingen)

Administratieve handelingen

Eenvoudig

Eenvoudig

Administratief zwaarder (oprichting, jaarstukken, aangiften, enz)

Duur uitkering

Levenslange uitkering mogelijk

Geen levenslange uit- Geen levenslange uitkering kering

Optimalisatie oprentingspercentage

Geen optimalisatie van oprentingspercentage

Geen optimalisatie van oprentingspercentage

Oprentingspercentage kan worden geoptimaliseerd

Besparingsmogelijkheden op erfbelasting bij overlijden

Mogelijkheid tot besparen van erfbelasting door contraverzekering

Waarde van het recht komt te allen tijde toe aan erfgenamen, minder planningsmogelijkheden

Bij overlijden stijgt de waarde van de aandelen, weinig mogelijkheden tot successieplaning

meest praktische is. Het zal altijd afhankelijk zijn van de eerder genoemde zaken als leeftijd van de werknemer, risico’s en gevolgen bij overlijden, flexibiliteit in de periodieke onttrekkingen en de mogelijkheid tot het opstarten van een eigen onderneming. Wat uiteindelijk het meest wenselijk is, zal grotendeels afhangen van de

20

Stamrecht bv

wensen van de ex-werknemer, waarbij het raadzaam is zich goed te laten inlichten door een expert. ■ mr. T. Papavoine, Ernst & Young Belastingadviseurs, www.ey.nl

www.loonzaken.nl

26-01-2011 08:46:18


Wat te doen met de ontslaguitkering?