Issuu on Google+

101 vragen over

Dr. J.A.W. Teijink Prof. dr. J.A. Rauwerda

Perifeer Arterieel Vaatlijden

Index


COLOFON

Š Copyright 2011, Ariez Medical Publishing, een onderdeel van Ariez Pharma Consultancy B.V., Amsterdam (e-mail: info@ariezmp.nl). Onderdelen van deze online publicatie mogen zonder schriftelijke toestemming van Ariez niet worden gebruikt of gekopieerd voor commerciÍle doeleinden of gebruikt door derden. De uitgever heeft alle mogelijke zorgvuldigheid betracht bij het samenstellen van deze online publicatie. Desondanks kunnen fouten in de tekst niet geheel worden uitgesloten. De uitgever is niet aansprakelijk voor eventuele type- of inhoudelijke fouten in de tekst of mogelijke schadelijke gevolgen of claims die hieruit of uit het gebruik van deze online publicatie voortvloeien.

Auteurs Dr. J.A.W. Teijink, vaatchirurg Prof. dr. J.A. Rauwerda, vaatchirurg Deze online publicatie is een geactualiseerde versie van een eerder in druk verschenen publicatie die niet meer verkrijgbaar is (eerste druk: juli 2003; tweede druk: december 2004. ISBN 90-807329-2-3).

Index


INHOUDSOPGAVE Voorwoord I. Slagaderverkalking of atherosclerose

7

8

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Hoe werkt een gezonde bloedsomloop? Wat is het verschil tussen een slagader en een ader? Hoe is een gezonde slagaderwand opgebouwd? Wat is slagaderverkalking of atherosclerose? Wat is een trombus? Is er een verschil met een embolie? Wat is ischemie? Wanneer ontstaat slagaderverkalking? Slagaderverkalking is een systeemziekte. Wat betekent dat? Welke bloedvaten zijn gevoelig voor vernauwingen? Wat zijn daarbij de uitingsvormen van slagaderverkalking? Is er een verschil tussen mannen en vrouwen? Hoe vaak komt slagaderverkalking voor in Nederland?

Uitingsvormen van atherosclerose in het zenuwstelsel (neurologisch vaatlijden) 12. Wat is een TIA? 13. Wat is een beroerte?

14

Uitingsvormen van atherosclerose in het hart (cardiaal vaatlijden) 14. Wat is angina pectoris? 15. Wat is een hartinfarct (myocardinfarct)? 16. Wat is hartfalen (decompensatio cordis)?

15

Uitingsvormen van atherosclerose in de benen (perifeer arterieel vaatlijden) 17. Wat is perifeer arterieel vaatlijden? 18. Hoe komt het dat de ene persoon last krijgt in de benen, terwijl de andere persoon juist last krijgt van zijn hart?

16

8 9 9 9 10 10 11 11 12 13 13

14 14

15 15 16

16 16

II. Risicofactoren

17

19. Zijn er risicofactoren voor atherosclerose?

17

Be誰nvloedbare risicofactoren 20. Heeft roken invloed op het krijgen van atherosclerose? 21. Is stoppen met roken belangrijk?

17

3

17 18


22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. 31.

Wat is cholesterol en hoe beïnvloedt cholesterol het vaatlijden? Wat kan ik doen om mijn cholesterolgehalte te verlagen? Heeft een hoge bloeddruk invloed op atherosclerose? Wat kan ik doen om mijn te hoge bloeddruk te verlagen? Is er een verhoogd risico op atherosclerose als ik diabetes mellitus heb? Mijn dokter zegt dat ik teveel weeg en te weinig beweeg. Heb ik een verhoogde kans op perifeer arterieel vaatlijden? Wat zijn gezonde leefregels? Wat is hyperhomocysteïnemie? Welke rol heeft hyperhomocysteïnemie bij het vóórkomen van atherosclerose? Kan ik mijn hyperhomocysteïnemie verminderen?

18 19 20 20 20 21 21 22 22 22

Niet-beïnvloedbare risicofactoren 32. Welke zijn de niet-beïnvloedbare risicofactoren? 33. Op welke manier kan erfelijkheid een rol spelen bij het krijgen van atherosclerose? 34. Kan ik zelf iets doen om de erfelijke risicofactoren voor atherosclerose te verminderen?

23 23 23 23

III. Perifeer arterieel vaatlijden

24

24

De uitingsvormen van perifeer arterieel vaatlijden 35. Wat is perifeer arterieel vaatlijden (PAV)? 36. Hoe vaak komt PAV voor in Nederland? 37. Wat is het verschil tussen acute en chronische atherosclerose? 38. Welke bloedvaten worden bij PAV voornamelijk aangetast? 39. Krijg ik al last van PAV bij kleine vernauwingen in de bloedvaten? 40. Welke klachten wijzen op de aanwezigheid van PAV? 41. Wat zijn etalagebenen? 42. Ik hoorde van de arts dat ik stadium 2 van PAV heb. Wat betekent dat? 43. Kan ik in rust ook last krijgen van PAV? 44. Wat is kritische ischemie? Wat is het verschil met niet-kritische ischemie? 45. Er is bij mij PAV vastgesteld. Hoe kan PAV zich in de toekomst ontwikkelen? 46. Kan PAV afsterving van weefsel en gangreen veroorzaken? 47. Wat kan ik doen om gangreen te vermijden? 48. Wat is een goede voetverzorging?

4

24 24 24 25 25 25 26 26 27 27 28 28 29 29

Index


49. 50. 51. 52. 53.

Mag ik zwanger worden als ik vernauwde bloedvaten heb? Wat is secundaire preventie en waarom is secundaire preventie belangrijk bij PAV? Wat is een aneurysma? Hoe groot is de kans dat mijn aneurysma scheurt, nu en in de komende maanden of jaren? Hoe vaak komen aneurysma’s voor bij de Nederlandse bevolking?

De soorten onderzoek bij PAV 54. Tijdens het lopen krijg ik pijn in mijn benen. Door welke arts moet ik behandeld worden? 55. Kan men bij een lichamelijk onderzoek vaststellen of iemand PAV heeft? 56. Is doppleronderzoek belangrijk bij het vaststellen van PAV? 57. Wat is de enkel-arm-index? 58. Wat is het nut van een loopbandonderzoek? 59. Wat is het nut van een echografie? 60. Ik moet een duplexonderzoek ondergaan. Wat is dat? 61. Wat is een angiografie? Kan dit onderzoek ook aan de benen gedaan worden? 62. Zijn er contra-indicaties voor het uitvoeren van een angiografie? 63. Wat is een CT-scan? 64. Heeft een MRI (magnetic resonance imaging) onderzoek voordelen? 65. Hoe wordt een aneurysma vastgesteld en welke onderzoeken moet ik verwachten als ik een aneurysma heb? 66. Welke behandeling wordt toegepast bij een aneurysma?

30 30 30 31 31

Behandeling van PAV 67. Moet ik altijd in een ziekenhuis behandeld worden indien PAV bij mij is vastgesteld? 68. Met welke therapieën kan PAV behandeld worden? 69. Zal ik mijn levensstijl moeten aanpassen indien bij mij PAV is vastgesteld? 70. Wat is looptraining? Hoe kan looptraining de pijn in mijn benen verbeteren? 71. Hoe lang moet ik mijn looptraining volhouden? 72. Zijn er alternatieven voor looptraining, bijvoorbeeld bij slecht weer? 73. Wie komt in aanmerking voor looptraining? 74. Is medicamenteuze behandeling bij PAV mogelijk? 75. Bestaan er medicijnen die de langetermijnrisico’s van atherosclerose kunnen verminderen? 76. Bij een hartinfarct kunnen vernauwde slagaders worden gedotterd. Kan deze techniek ook bij een vernauwing in het been gebruikt worden?

5

Index

31 31 32 32 33 33 33 33 34 34 35 35 35 36 36 36 36 37 37 39 39 39 39 40 40


77. 78. 79. 80. 81. 82. 83. 84. 85. 86. 87. 88. 89.

Wat zijn de risico’s van dotteren? Kan elke vernauwing met dotteren behandeld worden? Tijdens het dotteren heb ik een stent gekregen. Wat is dat? Ik ben net gedotterd. Wat kan ik voor de toekomst verwachten? Kan een bloedstolsel in een slagader ook medicamenteus worden verwijderd? Ik moet een operatie ondergaan voor de behandeling van etalagebenen. Welke vormen van operaties zijn er? Wat is een endarteriëctomie? Wat is een bypassoperatie? Wat is een vaatprothese? Wat is de behandeling in geval van een acute arteriële vaatafsluiting door een embolie? Mijn aneurysma is groter dan 5,5 cm. Wat nu? Ik mag kiezen tussen een vaatprothese of een endovasculaire behandeling voor mijn buikaneurysma. Wat zijn de afwegingen die ik kan maken? Waarom wordt soms een voet of been geamputeerd?

41 41 41 42 42 42 42 43 43 43 44 45 46

Na de chirurgische ingreep 90. Ik heb net een vaatoperatie ondergaan. Wat staat mij nu te wachten? 91. Wat mag ik doen en wat moet ik laten na een vaatoperatie? 92. Zijn er risico’s op complicaties op korte termijn? 93. Zijn er risico’s op complicaties op lange termijn? 94. Kan ik zwanger worden met een broekprothese? 95. Hoe kan het risico op een amputatie verkleind worden? 96. Wat is het verloop na een amputatie? 97. Ik heb het fenomeen van Raynaud. Wat is dat precies? 98. Wat is de ziekte van Buerger?

46

Wat brengt de toekomst? 99. Wat is de infectietheorie? 100. Wat is gentherapie? 101. Zal gentherapie voor atherosclerose uitkomst bieden in de toekomst?

51

46 47 47 48 49 49 49 50 50

51 51 52

Verklarende woordenlijst

53

6

Index


VOORWOORD

Er is veel voorlichtingsmateriaal voor vaatpatiënten beschikbaar, zowel geschreven als elektronisch op het world wide web. De Hart en Vaatgroep en de Nederlandse Vereniging voor Vaatchirurgie hebben hieraan een grote bijdrage geleverd. Desondanks zijn er vele vragen die door patiënten en hun familie worden gesteld, die niet in de diverse voorlichtingsfolders worden beantwoord. In eerdere jaren besloten wij daarom een 101-vragen boekje uit te geven, dat in deze behoefte voorzag. Wij zijn dan ook zeer verheugd u door de belangenloze bijdrage van de firma Sanofi-Aventis, deze herziene publicatie via het Internet te kunnen aanbieden. Omdat het nu een online publicatie is geworden, zullen in de toekomst steeds nieuwe vragen en antwoorden gemakkelijk kunnen worden toegevoegd. Zo leest u hier altijd de laatste ontwikkelingen!

en vaat-laboratoriumonderzoek. Bovendien worden diverse soorten röntgenonderzoek besproken. Tevens komen de operatie-indicatie en het natuurlijke beloop van vaatziekten aan de orde. Daarnaast worden diverse vaatchirurgische technieken en de mogelijk daarbij optredende complicaties beschreven. Zonder te pretenderen volledig te zijn, biedt deze online publicatie een houvast om goed geïnformeerd te raken over uw vaatziekte. U kunt deze informatie ook gebruiken als leidraad om met uw behandelend huisarts of vaatchirurg over uw vaatproblematiek te spreken.

Uw reactie telt! Voor overige informatie kunt u de andere onderdelen van deze website raadplegen. Vanzelfsprekend horen we graag uw mening of ideeen voor nieuwe vragen voor opname in deze publicatie. Met uw hulp kunnen wij deze online publicatie steeds verder verbeteren.

Klachten op basis van slagaderverkalking (atherosclerose) zijn een uiting van een algemene ziekte, waarbij, naast het specifieke klachtenpatroon passend bij de vaataandoening, ook behoefte is aan informatie over het bestaan en de beïnvloeding van risicofactoren zoals leefstijl, roken, een te hoog cholesterolgehalte en dergelijke.

Wilt u nieuwe vragen insturen aan ons? Mail dan uw aanvullingen of opmerkingen naar: info@claudicationet.nl

Aan de hand van de meest gestelde vragen wordt in deze online publicatie nader ingegaan op specifieke vaatstoornissen en diverse diagnostische tests, zoals bloedonderzoek

Dr. J.A.W. Teijink Prof. dr. J.A. Rauwerda

7

Index


HOOFDSTUK I

Slagaderverkalking of atherosclerose

1

Hoe werkt een gezonde bloedsomloop?

Het hart en de bloedsomloop vormen een belangrijk transportsysteem voor zuurstof en voedingsstoffen in het lichaam. Er zijn eigenlijk twee bloedsomlopen in het lichaam (Figuur 1). Bij de kleine bloedsomloop pompt het hart bloed naar de longen waar zuurstof wordt opgenomen. Van hieruit stroomt het zuurstofrijke bloed via de longaders terug naar het hart. Bij de grote bloedsomloop wordt het zuurstofrijke bloed vanuit het hart door de grote lichaamsslagader (aorta) en de slagaders (arteriën) naar de andere organen en de ledematen gepompt. Dit gebeurt onder hoge druk en grote stroomsnelheid van het bloed. Bij de organen vertakken de slagaders zich een aantal maal, waarna het bloed door een netwerk van kleine bloedvaten (haarvaten) stroomt. De druk en de stroomsnelheid van het bloed verminderen dan. Deze haarvaten hebben een dunne wand. Dit vergemakkelijkt de uitwisseling van zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed naar de organen enerzijds, en afgifte van koolzuur en afvalstoffen uit de organen naar het bloed anderzijds. Na deze uitwisseling wordt het bloed weer verzameld in de aders (‘venen’). Deze venen voegen zich samen tot steeds grotere aders, totdat uiteindelijk één grote ader (onderste holle ader) gevormd wordt die in het hart uitmondt.

Figuur 1. De grote en de kleine bloedsomloop.

8

Index


2

Wat is het verschil tussen een slagader en een ader?

bindweefsellaag wordt de vaatwand genoemd. Omdat de druk en de stroomsnelheid van het bloed bij het verlaten van het hart het grootst is, is de vaatwand van de aorta het dikst. Naarmate het bloed zich verder van het hart verwijdert, vermindert de druk en daalt de stroomsnelheid. De vaatwanden van de arteriën zullen dan ook dunner worden naarmate zij verder van het hart verwijderd zijn.

Slagaders (arteriën) voeren het zuurstofrijke bloed weg van het hart naar de organen en de ledematen. Aders (venen) voeren daarentegen het zuurstofarme bloed uit de organen en de ledematen terug naar het hart. Deze online publicatie richt zich op atherosclerose. Omdat dit een ziekte van de slagaders is, zullen wij het steeds hebben over slagaders, niet over aders.

4

3

Hoe is een gezonde slagaderwand opgebouwd?

Wat is slagaderverkalking of atherosclerose?

Slagaderverkalking of atherosclerose, soms ook wel eens foutief aderverkalking genoemd, is een ziekte van de slagaders. Bij slagaderverkalking worden de wanden stug en verdikt en er treden vernauwingen op. De verdikkingen, ook wel plaques of atheromen genoemd, worden veroorzaakt door een plaatselijke toename van gladde spiercellen en afzetting van cholesterol, net onder de endotheellaag (de binnenbekleding) van de bloedvaten. Als dit proces zich voortzet, wordt de vaatwand zo dik dat de eigen bloedvoorziening tekortschiet. Dit deel sterft af en verkalkt daardoor, vandaar de naam slagaderverkalking. Deze verdikkingen kunnen de endotheellaag beschadigen. Bovendien zal het bloed ten gevolge van de vernauwing trager gaan stromen. Door de beschadiging van de endotheellaag en door de trage stroomsnelheid van het bloed ontstaan heel gemakkelijk bloedstolsels. Na verloop van tijd

De binnenbekleding van alle bloedvaten bestaat uit één enkele laag cellen, de zogenoemde endotheelcellen. Deze laag cellen vormt de begrenzing tussen het bloed en de vaatwand en regelt de uitwisseling van de stoffen tussen het bloed en de weefsels. Om de grote druk en stroomsnelheid van het bloed te kunnen opvangen, wordt de endotheellaag van de aorta en de slagaders omgeven door een paar lagen gladde spieren. Deze spieren zetten uit als er per hartslag bloed wordt uitgepompt en veren daarna weer terug. Ze hebben een zogenoemde windketelfunctie en pompen het bloed verder naar de organen. Deze spierlagen worden omgeven door een laag bindweefsel. Het geheel van de endotheellaag, de spierlagen en de

9

Index


kunnen deze bloedstolsels zo groot worden dat zij het hele bloedvat afsluiten (trombose).

5

Wat is een trombus? Is er een verschil met een embolie?

Een trombus is een bloedstolsel (een bloedprop; Figuur 2). Bij atherosclerose ontstaat een trombus omdat bloedplaatjes blijven kleven aan de aangetaste vaatwand. Dit is een natuurlijk proces waarbij het lichaam probeert de onregelmatige vaatwand weer glad te maken. Het bloedstolsel kan dusdanig groot worden dat het bloedvat verstopt raakt. In dit geval spreekt men van trombose. Atherotrombose is een medische term voor de vorming van een trombus op een plaque in de slagaders. Soms kan een bloedstolsel, dat

ontstaan is op een plaque, losraken en met de bloedstroom meegesleurd worden. Een bloedstolsel dat met de bloedstroom wordt meegesleurd, wordt een embolie genoemd. Een embolie kan dan in een kleiner bloedvat terechtkomen en daar een verstopping veroorzaken. Men spreekt van micro-embolie wanneer een klein bloedstolsel (of een cholesteroldeeltje) een klein bloedvat afsluit. Grotere stolsels kunnen grotere bloedvaten afsluiten, zogenoemde macro-embolieĂŤn. Een macro-embolie kan een levensbedreigende situatie veroorzaken: bij de verstopping van een slagader in de hersenen kan men een beroerte krijgen. Bij de verstopping van een slagader van het hart (een kransslagader) krijgt men een hartinfarct (zie ook vraag 13 en vraag 15).

6

Figuur 2. Trombus.

Wat is ischemie?

Ischemie is een medische term om aan te geven dat er een verminderde doorbloeding in een orgaan optreedt. Een verminderde doorbloeding kan worden veroorzaakt door een trombus die een bloedvat (gedeeltelijk) afsluit. Als gevolg van de verminderde doorbloeding blijft een goede zuurstoftoevoer achterwege. Door het gebrek aan zuurstof gaat het getroffen orgaan minder goed functioneren en kunnen er klachten optreden. Wanneer zuurstoftekort in de benen optreedt, kan men pijn krijgen tijdens het lopen, zogenoemde claudicatio intermittens. Wanneer zuurstoftekort

10

Index


Worden trombosebenen ook veroorzaakt door atherosclerose? Nee. Trombosebenen zijn NIET het gevolg van atherotrombose, het ontstaan van een bloedstolsel in de slagaders. Zij zijn WEL het gevolg van veneuze trombose, dit is het ontstaan van een trombus in de aders (venen). Veneuze trombose wordt door heel andere mechanismen veroorzaakt dan atherotrombose. Veneuze trombose ontstaat door: • Een verstoorde bloedstolling (ten gevolge van ziekte, geneesmiddelen, hormonale veranderingen of erfelijkheid), • Een slechte stroming van het bloed door de aders (bijvoorbeeld bij langdurige bedlegerigheid of tijdens narcose), • Een beschadiging aan de wand van de ader (bijvoorbeeld ten gevolge van een ongeval). Zoals eerder is aangegeven, gaat deze online publicatie over de ziekteverschijnselen van atherosclerose, een ziekte van de slagaders en niet over veneuze trombose, een ziekte van de aders. Voor meer informatie over veneuze trombose kunt u terecht bij de Vereniging van Vaatpatiënten (het adres vindt u op deze website onder: ‘Nuttige Links’).

optreedt in het hart, krijgt men pijn op de borst, ofwel angina pectoris. Hoe ernstiger het zuurstoftekort, hoe ernstiger de klachten.

7

Wanneer ontstaat slagaderverkalking?

Slagaderverkalking is in principe een ouderdomsziekte en is het gevolg van het verouderen van de slagaders. Dit verouderingsproces begint bij iedereen al rond het twintigste levensjaar. Het verloopt echter zo geleidelijk dat de meeste mensen er pas vele jaren later last van krijgen. De snelheid waarmee slagaderverkalking zich als een ziekte ontwikkelt,

is afhankelijk van de natuurlijke verouderingsprocessen van het eigen lichaam en van een aantal risicofactoren zoals roken, een te hoog cholesterolgehalte, diabetes mellitus of te weinig lichaamsbeweging (zie ook vraag 19 – 34). Soms kan het gebeuren dat de ziekte zich op vroegere leeftijd openbaart. Dit is meestal voor een deel erfelijk bepaald.

8

Slagaderverkalking is een systeemziekte. Wat betekent dat?

Slagaderverkalking is een systeemziekte. Dit betekent dat alle slagaders in het lichaam door atherosclerose worden

11

Index


getroffen. Hierdoor komen klachten, die door slagaderverkalking worden veroorzaakt, tot uiting in verschillende organen. De klachten uiten zich met name in de hersenen, het hart en de benen, maar kunnen ook in de nieren, de darmslagaders en de armen optreden. Indien de slagaders op verschillende plaatsen in het lichaam getroffen zijn, spreekt men over ‘gegeneraliseerd vaatlijden’. Hierbij kan het soms lijken alsof de klachten door verschillende ziekten worden veroorzaakt, terwijl er in werkelijkheid maar één ziekte, atherosclerose, verantwoordelijk voor is.

9

Welke bloedvaten zijn gevoelig voor vernauwingen? Wat zijn daarbij de uitingsvormen van slagaderverkalking?

(neurologisch, cardiaal en perifeer arterieel vaatlijden)

Slagaderverkalking kan op verschillende plaatsen in het lichaam tot uiting komen (Figuur 3). Er zijn echter voorkeursplaatsen waar de slagaderverkalking het eerst ontstaat en waar de klachten zich dan ook vooral zullen uiten. Deze voorkeursplaatsen zijn: • De kransslagaders, die het hart van bloed voorzien, • De halsslagaders, die de hersenen van bloed voorzien, • De aorta, vooral bij de splitsing van de aorta naar de benen,

12

Figuur 3. De slagaders in het menselijk lichaam.

Index


• De dijbeenslagader, bij de overgang naar de knieslagader, • De bovenste gedeelten van de onderbeenslagaders.

10 Is er een verschil tussen mannen en vrouwen met hart- of vaatziekten?

In een zeldzaam geval kan atherosclerose in de slagaders van de armen ontstaan. Indien de slagaders, die bloed naar de hersenen voeren, aangetast worden (de halsslagaders) kan de ziekte tot uiting komen in de hersenen. De slagaderverkalking heeft dan neurologische verschijnselen tot gevolg. De patiënten kunnen in dit geval een TIA of een beroerte krijgen (zie vraag 12 en 13). Wanneer de kransslagaders (coronair-arteriën), die het hart van bloed voorzien, aangetast zijn, kan de slagaderverkalking tot hartklachten leiden. Patiënten kunnen last krijgen van hartfalen, angina pectoris of kunnen een hartinfarct (myocardinfarct) krijgen. Op den duur kan hartfalen optreden. Worden slagaders in de benen of het bekken aangetast door slagaderverkalking, dan zullen de klachten zich uiten in de benen. In dit laatste geval spreekt men van perifeer arterieel vaatlijden (PAV).

Het aantal mannen en vrouwen dat aan een hart- of vaatziekte overlijdt, is ongeveer gelijk. Er is echter een verschil in leeftijd: meer mannen dan vrouwen worden vóór hun vijfenzestigste levensjaar in het ziekenhuis opgenomen met een hart- of vaatziekte. Ook is het zo dat meer mannen dan vrouwen vóór hun vijfenzestigste aan een hart- of vaatziekte overlijden. Mannen krijgen op jongere leeftijd vaker last van perifeer arterieel vaatlijden (zie ook hoofdstuk III). Bij vrouwen ontstaan de klachten vaak na de overgang. Dit komt omdat het vrouwelijke geslachtshormoon (oestrogenen) een beschermende werking heeft op het ontstaan van slagaderverkalking.

De uitingsvormen van slagaderverkalking zijn allemaal het gevolg van het feit dat de organen, die voor hun zuurstofen voedselaanvoer afhankelijk zijn van het vernauwde bloedvat, te weinig bevoorraad worden en daardoor minder efficiënt of helemaal niet meer functioneren. In het laatste geval zal het weefsel afsterven.

11 Hoe vaak komt slagaderverkalking voor in Nederland?

Slagaderverkalking is een ziekte van de westerse samenleving. Met ongeveer 36% van de sterfgevallen in Nederland zijn hart- en vaatziekten nog steeds doodsoorzaak nummer één. De belangrijkste doodsoorzaken bij patiënten die lijden aan hart- en vaatziekten zijn het acute hartinfarct en de beroerte.

13

Index


Zij vormen ongeveer de helft van alle sterfgevallen ten gevolge van hart- en vaatziekten.

Uitingsvormen van atherosclerose in de hersenen (neurologisch vaatlijden)

12 Wat is een TIA? Een TIA (transient ischaemic attack) is een beroerte van voorbijgaande aard. Bij een TIA krijgt iemand bijvoorbeeld last van tijdelijk krachtverlies in een arm of been, plotseling wazig zien, of plotseling niet meer uit zijn/haar woorden kunnen komen. Deze verschijnselen zijn over het algemeen na 10 tot 20 minuten weer verdwenen. Soms duren de verschijnselen langer, tot maximaal 24 uur na het ontstaan van de eerste verschijnselen. Indien de klachten langer duren, spreekt men niet meer van een TIA, maar van een beroerte of CVA. Een TIA ontstaat doordat een kleine bloedprop los komt van een ‘plaque’ en meegenomen wordt door de bloedstroom. Deze bloedprop kan vervolgens vastlopen in een kleiner bloedvat in de hersenen en daar de bloedstroom belemmeren (zie vraag 5). Hierdoor krijgt dit deel van de hersenen te weinig zuurstof en voedingsstoffen. Als gevolg hiervan zal dit stukje hersenen niet goed meer functioneren en treden er neurologische verschijnselen op, zoals krachtverlies in een arm of been. Bij een TIA duurt de afsluiting van het bloedvat maar kort, doordat de bloed-

prop oplost of loskomt en verder meegevoerd wordt door de bloedstroom. Hierdoor kan de bloedstroom weer normaal op gang komen en treedt herstel op van de verschijnselen. Een TIA wordt vaak gezien als een waarschuwingsteken voor slagaderverkalking in de halsslagaders. Het is dan ook belangrijk om uw huisarts te raadplegen wanneer u een TIA heeft gehad. De huisarts zal dan met u bepalen welke behandeling voor u het beste is.

13 Wat is een beroerte? De medische naam voor een beroerte, een doorbloedingsstoornis in de hersenen, is cerebrovasculair accident, afgekort CVA. Vrij vertaald betekent dit een ongeval in de bloedvaten van de hersenen. Een beroerte is per definitie een stoornis in de hersenen die langer dan 24 uur duurt. Dit is hét onderscheid met de TIA, waarbij de uitvalsverschijnselen binnen 24 uur verdwenen moeten zijn. Tachtig procent van de beroertes ontstaat door een herseninfarct. Bij een herseninfarct zorgt een bloedprop voor een blijvende afsluiting van een hersenbloedvat. Nadat het getroffen deel van de hersenen enige tijd verstoken is geweest van bloedtoevoer, zal het door een tekort aan voedingsstoffen en zuurstof afsterven. Dit proces wordt ook infarcering genoemd. Een andere oorzaak (<20%) van een beroerte is een hersenbloeding. Hoewel tijdens de eerste week na een

14

Index


beroerte nog wel enig functieherstel kan optreden, zijn de gevolgen van een beroerte vaak van blijvende aard. De plaats in de hersenen waar de beroerte optreedt, bepaalt de gevolgen. Mogelijke lichamelijke gevolgen zijn bijvoorbeeld halfzijdige verlamming of het uitvallen van het gezichtsvermogen in één oog. Geestelijke gevolgen kunnen ook optreden zoals gedragsstoornissen, depressiviteit en vergeetachtigheid. Afasie, dit is een vermindering of het verlies van het vermogen om zich uit te drukken door spraak of schrift, kan ook optreden na een beroerte.

Uitingsvormen van atherosclerose in het hart (cardiaal vaatlijden)

slagaderverkalking in de kransslagaders is opgetreden en dat de kans bestaat dat men op den duur een hartinfarct kan krijgen. Het is daarom raadzaam om de huisarts te raadplegen! Het kan echter wel zo zijn dat de angina pectoris in ernst toeneemt: de pijnaanvallen nemen in hevigheid en in hoeveelheid toe of de pijn op de borst verdwijnt niet meer. De klachten zijn dan ook niet meer gebonden aan een lichamelijke inspanning. In dat geval spreekt men van instabiele angina pectoris. Vaak is deze instabiele angina pectoris een voorbode van een hartinfarct (een hartaanval, zie vraag 15) en is dus een levensbedreigende situatie. De patiënt moet dan ook met spoed naar het ziekenhuis (alarmnummer 112!).

14 Wat is angina pectoris? Angina pectoris is de medische term voor een drukkende pijn op de borst. Deze kan uitstralen naar de hals, kaak, schouder of arm. Bij inspanning heeft het hart meer zuurstof nodig, bijvoorbeeld wanneer men rent om een bus te halen. Wanneer de kransslagaders (dit zijn de slagaders die het hart van bloed voorzien) ten gevolge van een vernauwing geen extra bloed, en dus geen extra zuurstof, aan het hart kunnen leveren, ontstaat een zuurstoftekort en treden klachten op. Bij rust verdwijnen deze klachten weer. Angina pectoris kan op zich geen kwaad. Het is wel een waarschuwing dat er waarschijnlijk een vernauwing door

15 Wat is een hartinfarct (myocardinfarct)? Een myocardinfarct of hartinfarct wordt veroorzaakt doordat de bloedstroom in een kransslagader plotseling gestopt wordt. Dit gebeurt vaak doordat een bloedprop in een (door slagaderverkalking) vernauwde kransslagader blijft hangen (zie vraag 5). Ten gevolge van de verstopping treedt zuurstoftekort op in het deel van het hart dat door de getroffen kransslagader bevoorraad wordt. De hartspiercellen sterven langzaam af en worden vervangen door bindweefsel. Omdat dit bindweefsel niet kan samentrekken zoals de oorspronkelijke hartspiercellen, gaat een stuk

15

Index


pompwerking van de hartspier verloren. Hoe groter het bloedvat dat is aangetast, hoe groter de schade aan de hartspier. Bij een myocardinfarct treedt pijn op de borst op, die bij rust niet voorbijgaat en die doortrekt naar de linkerarm. Andere symptomen zijn benauwdheid, misselijkheid, een klam gevoel, zweten en flauwvallen. Omdat een hartinfarct levensbedreigend is, moet een arts of een ambulance (alarmnummer 112) gewaarschuwd worden wanneer men vermoedt dat iemand een hartinfarct heeft.

16 Wat is hartfalen (decompensatio cordis)? Bij hartfalen is de pompwerking van het hart afgenomen. De hartspier is te zwak geworden om voldoende bloed door het hele lichaam te pompen. De oorzaak ligt vaak bij een uitgebreide slagaderverkalking van de kransslagaders en/of bij (een) eerder(e) hartinfarct(en). Bij hartfalen zullen een aantal organen niet meer naar behoren functioneren. Door zuurstoftekort in de hersenen treden concentratieproblemen op. De nieren kunnen door zuurstoftekort minder goed werken zodat het lichaam vocht vasthoudt. Lichamelijke inspanning, zoals traplopen, wordt zwaar omdat de spieren niet meer goed functioneren. Hartfalen kan dan ook een aantal klachten veroorzaken zoals

vermoeidheid, kortademigheid en vocht vasthouden in de benen en/of de voeten.

Uitingsvormen van atherosclerose in de benen (perifeer arterieel vaatlijden)

17 Wat is perifeer arterieel vaatlijden? Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is de vorm van atherosclerose die optreedt in de slagaders naar de benen. Ten gevolge van de vernauwing in de slagaders kunnen diverse klachten optreden. Verder in deze informatie worden specifieke vragen over perifeer arterieel vaatlijden behandeld (zie ook vraag 35 en volgende).

18 Hoe komt het dat de ene persoon last krijgt in de benen, terwijl de andere persoon juist last krijgt van zijn hart? Waarom de ene persoon last krijgt van atherosclerose in de benen en de andere persoon last krijgt van het hart of van de hersenen is nog steeds niet opgehelderd en is onderwerp van wetenschappelijke studies.

16

Index


HOOFDSTUK II

Risicofactoren

19 Zijn er risicofactoren voor atherosclerose?

Beïnvloedbare risicofactoren

Er bestaan een aantal factoren, die de kans op atherosclerose groter maken en het ziekteproces aanzienlijk kunnen versnellen. Deze factoren worden hieronder afzonderlijk besproken. Zij kunnen worden ingedeeld in beïnvloedbare (vraag 20 – 31) en niet-beïnvloedbare (vraag 32 – 34) risicofactoren. De belangrijkste niet-beïnvloedbare risicofactoren voor atherosclerose zijn het geslacht en de leeftijd: mannen krijgen meer slagaderverkalking dan vrouwen en hoe ouder men wordt, hoe groter de kans op slagaderverkalking. Beïnvloedbare risicofactoren heeft men voor een belangrijk deel zelf in de hand. Deze risicofactoren kan men zelf verminderen of uitschakelen door een verandering in levensstijl, al dan niet ondersteund met medicijnen. De belangrijkste beïnvloedbare risicofactor is roken. Verder zijn een te hoge bloeddruk, een te hoog cholesterolgehalte en overgewicht beïnvloedbare risicofactoren. Het is heel belangrijk dat u weet wat u zelf kunt doen om de uiting en gevolgen van atherosclerose te voorkomen, zeker wanneer bij u verschillende risicofactoren voor atherosclerose aanwezig zijn. Deze risicofactoren zullen elkaar versterken, waardoor de kans op atherosclerose bijvoorbeeld bij twee of drie risicofactoren vele malen groter is dan wanneer slechts één risicofactor aanwezig is.

20 Heeft roken invloed op het krijgen van atherosclerose? Roken is dé belangrijkste risicofactor voor het ontstaan van atherosclerose. Roken veroorzaakt namelijk een voortdurende prikkeling van de binnenkant van de bloedvaten. Hierdoor kan slagaderverkalking zich veel sneller ontwikkelen. Maar liefst 75 tot 90% van de patiënten met perifeer arterieel vaatlijden heeft gerookt of rookt nog steeds. De kans op een hartinfarct is bij een roker driemaal hoger dan bij een niet-roker. Bovendien zullen patiënten met vaatlijden die blijven roken, merken dat hun gezondheidstoestand langzaam maar zeker achteruit gaat. De pijnvrije loopafstand wordt korter terwijl rustpijn vaker kan optreden. Dit komt onder meer omdat bij roken koolstofmonoxide wordt gevormd door een onvolledig verbrandingsproces van tabak. Koolstofmonoxide wordt tijdens het roken ingeademd en vervolgens door het bloed opgenomen. Daar neemt koolstofmonoxide de plaats in van zuurstof. Hierdoor wordt de toch al beperkte aanvoer van zuurstofrijk bloed in de vernauwde bloedvaten nog verder beperkt.

17

Index


21 Is stoppen met roken belangrijk?

22 Wat is cholesterol en hoe beĂŻnvloedt cholesterol het vaatlijden?

Bij iemand die lijdt aan atherosclerose en stopt met roken, zal de gezondheidstoestand verbeteren. Twintig jaar na het stoppen met roken is de kans op een hart- en vaatziekte vergelijkbaar geworden met die van niet-rokers. Verder is ook gebleken dat klachten, die optreden ten gevolge van vaatlijden, verminderen: patiĂŤnten die stoppen met roken kunnen met looptraining grotere afstanden zonder pijn lopen. Het is dus altijd de moeite waard om met roken te stoppen!

Cholesterol is een vetachtige stof die nodig is als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. De meeste cholesterol wordt door de eigen lever aangemaakt. Slechts een klein gedeelte wordt rechtstreeks uit de voeding opgenomen. Hoewel het lichaam zonder cholesterol niet goed functioneert, is een teveel aan cholesterol schadelijk. Het kan namelijk het dichtslibben van de slagaders (atherosclerose) veroorzaken. Een te hoog cholesterolgehalte in combinatie

Ik wil stoppen met roken! Wie kan mij hierbij helpen? Stoppen met roken is heel erg moeilijk. Dit komt door een verslavende werking van de nicotine in tabak. Ondersteuning door familie, vrienden en collegaâ&#x20AC;&#x2122;s is hierbij erg belangrijk. Zelfhulpmiddelen, zoals nicotinevervangers, zijn in de handel verkrijgbaar en kunnen helpen om de ontwenningsverschijnselen van het roken te verminderen. U kunt zich ook laten begeleiden door professionele hulpverleners. U kunt bijvoorbeeld met uw huisarts afspreken om u regelmatig te laten controleren. Na de eerste afspraak kan de controle telefonisch gebeuren. De huisarts kan u ook hulpmiddelen voorschrijven, zoals bepaalde (nicotinevervangende) medicijnen (kaugom, pleisters). Deze middelen kunnen de ontwenningsverschijnselen helpen verlichten. In bepaalde ziekenhuizen is men gestart met een rookstoppoli, waar u ook terecht kunt voor een rookstopprogramma, begeleid door deskundigen. Laserbehandelingen kunnen doeltreffend werken en sommige mensen hebben baat bij alternatieve behandelmethoden, zoals acupunctuur of hypnotherapie, wanneer zij willen stoppen met roken.

18

Index


met een te hoge bloeddruk, roken en/of te weinig lichaamsbeweging maakt de kans op vaatlijden nog groter. De oorzaken van een te hoog cholesterolgehalte zijn: • Het eten van veel slechte (verzadigde) vetten en voedings middelen die slecht cholesterol (LDL) bevatten. Als vuistregel kan gesteld worden dat vetten die in de koelkast stollen ook in de bloedvaten kunnen stollen en dus slechte vetten zijn. • Een te hoog lichaamsgewicht, • Te weinig lichaamsbeweging, • Erfelijke aanleg (zie ook vraag 33).

Wat is het verschil tussen goed en slecht cholesterol? LDL: low-density lipoproteïne (ook wel slecht cholesterol genoemd) zijn eiwit-cholesteroldeeltjes die het cholesterol naar de verschillende delen van het lichaam brengen. Onderweg kan het cholesterol afgezet worden tegen de binnenkant van de slagaders, waardoor zich atherosclerose kan ontwikkelen. HDL: high-density lipoproteïne (ook wel goed cholesterol genoemd) zijn eiwit-cholesteroldeeltjes die het teveel aan cholesterol naar de lever afvoeren. De lever zorgt ervoor dat het cholesterol in de darmen terechtkomt. Het cholesterol wordt dan via de ontlasting uit het lichaam verwijderd.

23 Wat kan ik doen om mijn cholesterolgehalte te verlagen? Indien is vastgesteld dat u een te hoog cholesterolgehalte heeft, dan is het algemene advies: afvallen in geval van overgewicht en een gezonde levensstijl nastreven. Hierbij is stoppen met roken erg belangrijk (zie ik wil stoppen met roken!). Verder is het belangrijk om goede voedingsgewoontes na te streven door gevarieerd te eten en matig te zijn met verzadigde vetten. Ook is het gunstig om voldoende te bewegen. Wanneer het cholesterolgehalte licht verhoogd is (tot 6,5 mmol per liter) kan een dieet het cholesterolgehalte terugbrengen tot een normale waarde lager dan

5,0 mmol/l. Wanneer het cholesterolgehalte matig tot sterk verhoogd is (boven 6,5 mmol/l) zal een dieet onvoldoende helpen en zal uw arts u cholesterolverlagende medicijnen voorschrijven. Tegenwoordig ontvangen alle hart- en vaatpatiënten een cholesterolverlagend middel, zelfs als het cholesterolgehalte normaal is!

19

Index


24 Heeft een hoge bloeddruk invloed op atherosclerose?

26 Is er een verhoogd risico op athero sclerose als ik diabetes mellitus heb?

Mensen met een te hoge bloeddruk merken dit meestal niet. Door een te hoge bloeddruk kunnen echter beschadigingen optreden in de vaatwand. Vetten en cholesterol kunnen zich op deze beschadigingen afzetten en zo de slagaderverkalking in gang zetten. Het is dan ook belangrijk om een te hoge bloeddruk te behandelen.

Een van de belangrijkste complicaties van diabetes mellitus is de aantasting van de binnenkant van de bloedvaten.

25 Wat kan ik doen om mijn te hoge bloeddruk te verlagen? Indien uw huisarts heeft vastgesteld dat u een te hoge bloeddruk heeft, zal hij in overleg met u een behandeling beginnen. Meestal zal hij u medicijnen voorschrijven die uw bloeddruk verlagen. Wat u zelf kunt doen, ook als u medicijnen inneemt tegen een te hoge bloeddruk, is: • Gezond eten, • Zoutinname beperken, • Afvallen bij overgewicht, • Niet roken, • (Negatieve) spanningen vermijden, • Dagelijks lichaamsbeweging nemen, • Matig zijn met alcohol (maximaal twee glazen per dag).

Een typisch verschijnsel van diabetes mellitus is dat vooral de kleine bloedvaten worden aangetast (artsen spreken van micro-angiopathie). Micro-angiopathie is een aandoening die vooral de kleine bloedvaten kan aantasten van: • De ogen - men spreekt dan van retinopathie, • De nieren - men spreekt dan van nefropathie, • De voeten - men spreekt in geval van klachten ook wel van de diabetische voet. Daarnaast treedt bij patiënten met diabetes mellitus nogal eens aantasting op van de lange zenuwbanen (neuropathie). Hierdoor neemt het gevoel in met name de voeten af en treedt er een klauwstand op van de tenen. Hierdoor treedt een abnormale drukverhoging op van de voetzool. Deze factoren leiden makkelijk tot wondjes, die kunnen infecteren. Hierdoor neemt de kans op een teen-, voet- of beenamputatie sterk toe. Daarnaast treedt ook atherosclerose op bij diabetespatiënten, die sneller en heviger verloopt dan bij niet-diabetespatiënten (macro-angiopathie). Hierdoor lopen diabetespatiënten een verhoogd risico op een hartinfarct, een beroerte of perifeer

20

Index


arterieel vaatlijden en voet/been-amputaties. Deze complicaties kunnen ten dele worden tegengegaan door een aantal maatregelen te treffen: • De bloedsuiker moet goed worden geregeld, • Andere risicofactoren voor atherosclerose moeten verminderd worden (zie vragen 20 - 25 en 27 - 31), • Overgewicht moet vermeden worden. De kans dat een persoon diabetes mellitus krijgt, neemt sterk toe wanneer deze persoon meer overgewicht heeft. Indien nodig, zal de arts u medicatie voorschrijven om dit risico op hart- en vaatziekten te verminderen (zie vraag 75).

27 Mijn dokter zegt dat ik teveel weeg en te weinig beweeg. Heb ik een verhoogde kans op perifeer arterieel vaatlijden? Ja, overgewicht en te weinig bewegen hebben invloed op atherosclerose. Indien u overgewicht heeft, stijgen uw bloeddruk en het cholesterolgehalte in uw bloed. Zowel een verhoogde bloeddruk als een te hoog cholesterolgehalte zijn risicofactoren voor atherosclerose. Overgewicht ontstaat vaak door slechte voedingsgewoonten (bijvoorbeeld te veel en te vet eten). Door kritisch te kijken

naar uw eetgewoonten en door bepaalde eetgewoonten te veranderen, is het mogelijk om af te vallen. Denkt u hierbij aan de volgende tips: • Tweehonderd gram groenten en twee stuks fruit per dag eten is gezond voor hart- en bloedvaten – u kunt bijvoorbeeld eens een boterham met plakjes tomaat beleggen, • Vetrijk voedsel moet vermeden worden. Kies bij voorkeur voor halfvolle of magere melkproducten, dieetmargarines, mager vlees, vis, 20+ of 30+ kaas, • Alcohol is zeer calorierijk en kunt u beter vermijden wanneer u wilt afvallen. Lichaamsbeweging is belangrijk wanneer u wilt afvallen. Door meer te bewegen, verbruikt het lichaam meer energie en wordt afvallen vergemakkelijkt. Bovendien is lichaamsbeweging heel goed voor de bloedsomloop. Het hart zal krachtiger en sneller pompen waardoor het bloed beter door de vaten zal stromen. Een half uur lichaamsbeweging per dag heeft al een gunstige invloed. U kunt hierbij denken aan tuinieren, ramen lappen of stofzuigen, maar ook aan stevig wandelen, naar de winkel fietsen, zwemmen of sporten.

28 Wat zijn gezonde leefregels? Gezonde leefregels zijn: • Niet roken,

21

Index


• • • • • •

Dagelijkse lichaamsbeweging, Beperkt alcoholgebruik (maximaal twee glazen per dag), Bestrijding van overgewicht, Beperking van een teveel aan foute vetten en cholesterol, Een goede instelling van een eventuele diabetes mellitus, Een goede behandeling van een eventuele hoge bloeddruk.

29 Wat is hyperhomocysteïnemie? Hyperhomocysteïnemie is een afwijking waarbij teveel homocysteïne in het bloed aanwezig is. Deze afwijking kent geen duidelijke klachten. Patiënten merken dus niet dat zij aan hyperhomocysteïnemie lijden. Homocysteïne is een metaboliet die ontstaat bij de afbraak van het belangrijke aminozuur methionine. Aminozuren zijn de bouwstenen van eiwitten en komen normaal voor in het menselijk lichaam. Een aantal enzymen zorgen ervoor dat homocysteïne wordt omgezet of afgebroken, zodat de hoeveelheid homocysteïne in het lichaam gelijk blijft. Hoe goed deze enzymen werken, wordt bepaald door verschillende genetische factoren en omgevingsfactoren. Met omgevingsfactoren wordt met name de vitamine B6-, vitamine B12en foliumzuur (vitamine B11)-concentratie in het bloed bedoeld. Deze vitamines spelen een belangrijke rol bij het omzetten en afbreken van homocysteïne.

Een tekort aan deze vitamines zal leiden tot een verhoogde concentratie van homocysteïne in het bloed.

30 Welke rol heeft hyperhomocysteïnemie bij het vóórkomen van atheroslerose? Studies hebben aangetoond dat er een verband bestaat tussen hyperhomocysteïnemie en het optreden van atherosclerose. Dit is veelal familiair bepaald. Het is nog onduidelijk hoe de hyperhomocysteïnemie atherosclerose kan veroorzaken, maar er zijn aanwijzingen dat een verhoogde concentratie van homocysteïne in het bloed de functie van de endotheelcellen verstoort, waardoor deze endotheelcellen minder bestand zijn tegen allerlei invloeden die atherosclerose bevorderen.

31 Kan ik mijn hyperhomocysteïnemie verminderen?

Ja, het homocysteïnegehalte in het bloed kan in veel gevallen verlaagd worden door een inname van foliumzuur. Het innemen van extra vitamines als medicatie voor hyperhomocysteïnemie moet echter op indicatie van uw arts!

22

Index


Niet-beïnvloedbare risicofactoren

of er zich in uw familie een beroerte of een hartaanval heeft voorgedaan. Sommige mensen lijden aan een erfelijke vorm van hypercholesterolemie. Hierbij wordt een te hoog cholesterolgehalte veroorzaakt door erfelijke factoren. Omdat hypercholesterolemie een belangrijke risicofactor is voor atherosclerose, bestaat bij deze personen een verhoogde kans op atherosclerose.

32 Welke zijn de niet-beïnvloedbare risicofactoren?

De niet-beïnvloedbare factoren zijn: • Ouder worden, • Mannelijk geslacht, • Erfelijke factoren.

34 Kan ik zelf iets doen om de erfelijke risicofactoren voor atherosclerose te verminderen?

33 Op welke manier kan erfelijkheid een rol spelen bij het krijgen van atherosclerose? Indien atherosclerose in uw familie voorkomt (bijvoorbeeld bij uw vader of moeder) is de kans dat u de ziekte zult krijgen, verhoogd. U kunt dit nagaan door u zelf af te vragen

Nee, er is niet iets wat u kunt doen om rechtstreeks de erfelijke factoren aan te pakken. Wel kunt u ervoor zorgen dat u gezond leeft, zodat u de kans op atherosclerose niet nog meer vergroot. Richtlijnen om gezond te leven vindt u onder vraag 28.

23

Index


HOOFDSTUK III

Perifeer arterieel vaatlijden

37 Wat is het verschil tussen acute en chronische atherosclerose?

De uitingsvormen van perifeer arterieel vaatlijden

35 Wat is perifeer arterieel vaatlijden (PAV)? Het verschil tussen acute en chronische ziekten ligt in de Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is een afwijking waarbij in één of meerdere slagaders naar of van de ledematen vernauwingen optreden. Hierdoor komt de normale bloedsomloop in de ledematen in het gedrang. PAV is geen ziekte op zich, maar een uiting van de systeemziekte atherosclerose (zie vraag 8). Over het algemeen hebben mensen die last hebben van PAV klachten in de benen. Een enkele keer zijn de armen aangedaan.

36 Hoe vaak komt PAV voor in Nederland? Men schat dat er in Nederland ongeveer 25 op 1.000 mensen aan PAV lijden. Van deze mensen zijn er ongeveer twee tot zeven met symptomen van PAV. Per duizend mensen zijn er per jaar ongeveer twee tot drie nieuwe patiënten met PAV.

snelheid waarop de ziekte zich ontwikkelt. Acuut betekent snel en plotseling. Chronisch betekent over langere tijd. Chronische atherosclerose is een naam voor alle verschijningsvormen van atherosclerose. Bij een acute atherosclerose sluit een bloedstolsel (zie vraag 5) plotseling een slagader af. Men maakt het volgende onderscheid: a. Een acute arteriële embolie, b. Een acute arteriële trombose. Ad a: De bloedprop heeft zich op een andere plaats in het lichaam gevormd (vaak in het hart), is losgekomen en vervolgens meegevoerd door de bloedstroom. Een dergelijke bloedprop wordt een embolie genoemd. Een acute arteriële vaatafsluiting gebeurt heel plotse ling. Wanneer dit in de hersenen gebeurt, krijgt de patiënt een beroerte. Wanneer een slagader in het hart wordt getroffen, krijgt de patiënt een hartinfarct. Wanneer een beenslagader wordt getroffen, wordt het getroffen been of de getroffen voet wit, koud en is extreem pijnlijk. Indien er niet ingegrepen wordt,

24

Index


kan het been of de voet zelfs afsterven.

Ad b: De bloedprop vormt zich ter hoogte van een ver nauwing. Een dergelijke bloedprop wordt een trombus genoemd. De vaatafsluiting ontstaat meestal in een paar dagen. Hierbij wordt het getroffen lichaamsdeel blauw-wit van kleur. De arts zal ook geen hartslag in het getroffen lichaamsdeel waarnemen.

38 Welke bloedvaten worden bij PAV voornamelijk aangetast?

De vernauwingen ontstaan in de slagaders, op plaatsen waar deze zich opsplitsen. Er zijn een drietal voorkeursplaatsen: • De aorta wanneer deze zich opsplitst in de twee bekken slagaders, • De dijbeenslagader, boven de knie, • De onderbeenslagaders.

39 Krijg ik al last van PAV bij kleine vernauwingen in de bloedvaten?

Nee, u merkt niets van kleine vernauwingen in de bloedvaten. De menselijke slagaders zijn in staat om kleine vernauwingen op te vangen. Patiënten ervaren daarom pas

klachten als een vernauwing in een slagader van de benen meer dan 70% bedraagt. Bovendien kunnen er zich collateralen vormen, vooral wanneer de vernauwing zich geleidelijk ontwikkelt. Collateralen zijn vertakkingen van het afgesloten bloedvat, die normaal gesproken niet groot zijn. Wanneer de slagader vernauwd of afgesloten is, kan een deel van het bloed via deze collateralen vervoerd worden naar de organen, die achter het vernauwde vat liggen. Het bloed volgt dan als het ware sluiproutes naar de getroffen organen. Het zich verwijden van de slagaders en de vorming van collateralen worden compensatoire mechanismen genoemd.

40 Welke klachten wijzen op de aanwezigheid van PAV?

Wanneer een bloedvat zich zodanig vernauwt dat compensatoire mechanismen niet meer afdoende zijn om de vernauwing op te vangen, treden er klachten op. Bij een ernstige vernauwing in een bloedvat komt de bloedvoorziening (en dus ook de zuurstofvoorziening) van de achterliggende weefsels in het gedrang. Bij PAV zijn het vooral de beenspieren die getroffen worden. Wanneer deze spieren actief worden gebruikt, bijvoorbeeld bij het lopen, krijgen zij te weinig zuurstof om te functioneren. Na een tijd ontstaat een pijnlijke kramp in het getroffen been. Soms kan ook een doof gevoel in het been optreden. De afstand die iemand

25

Index


de kans bestaat ook dat de atherosclerose zich op langere termijn ontwikkelt in de bloedvaten van het hart of van de hersenen, waardoor er een verhoogd risico op een hartinfarct of een beroerte ontstaat. Daarom is secundaire preventie essentieel (zie vraag 50).

41 Wat zijn etalagebenen?

Figuur 4. Claudicatio intermittens.

kan lopen zonder te hoeven stoppen, is afhankelijk van de mate waarin de bloedvoorziening is belemmerd door de vernauwing of afsluiting. Afhankelijk van de plaats van de vernauwing of afsluiting treedt de pijn op in de bil, de dij of de kuit. Stilstaan is al voldoende om de pijn te laten wegtrekken. In rust hebben de spieren immers minder zuurstofrijk bloed nodig. Deze klachten zijn vervelend, maar niet meteen bedreigend. PAV is echter enkel een uiting van het door het gehele lichaam aanwezige vaatlijden. Indien de klachten van PAV niet behandeld worden, kunnen deze zich niet alleen ontwikkelen tot ernstigere vormen (zie ook vraag 43 - 46),

Sommige mensen kunnen tijdens het lopen zoveel pijn krijgen dat zij moeten stilstaan om de pijn te verlichten. Na een poosje kan men verder lopen totdat de pijn weer te hevig wordt. Men blijft dan bijvoorbeeld voor een etalage staan om te verbergen dat er iets aan de hand is. Vandaar de naam etalagebenen of etalageziekte. De wetenschappelijke naam hiervoor is ‘claudicatio intermittens’ en betekent letterlijk ‘hinkelen met tussenpozen’ (Figuur 4). Etalageziekte kan onder meer door looptraining verbeterd worden (zie vraag 70).

42 Ik hoorde van de arts dat ik stadium 2 van PAV heb. Wat betekent dat? PAV wordt door de artsen ingedeeld in vier stadia. Stadium 1: U heeft wel een vernauwing, maar nog geen typische klachten van claudicatio intermittens (etalagebenen).

26

Index


Stadium 2: U heeft last van etalagebenen. Afhankelijk van de loopafstand maken artsen een onderscheid tussen 2A en 2B. Bij een stadium 2A kunt u pijnvrij meer dan 100 meter lopen. Bij een stadium 2B treedt de pijn op voordat u 100 meter gelopen heeft. De meerderheid van de patiënten blijft in stadium 2. Stadium 3: U heeft ook in rust pijn in de benen en/of de voeten. De pijn vermindert wanneer men het been van het bed laat afhangen. De toevoer van zuurstof en voedingsstoffen komt in het betroffen been ernstig in het gedrang. Stadium 4: Aan de getroffen voet komen niet-genezende wonden, necrose of gangreen (zie vraag 46 en vraag 47) voor. Er bestaat gevaar voor amputatie. De stadia 3 en 4 worden door de artsen kritieke ischemie genoemd. Bij kritieke ischemie (vraag 44) wordt een lage bloeddruk in de benen gemeten (minder dan 50 mmHg ter hoogte van de enkels en/of 30 mmHg ter hoogte van de grote teen).

in het gedrang. Men spreekt dan van rustpijn. Vaak treedt rustpijn op bij een liggende houding, bijvoorbeeld bij bedrust. Wanneer deze pijn ’s nachts optreedt, spreekt men van nachtpijn. Deze pijn ontstaat omdat tijdens het slapen de bloeddruk daalt. Hierdoor wordt nog minder bloed door het vernauwde bloedvat gepompt waardoor er pijn zal optreden. De pijn zal vooral optreden op de plaatsen die het eerst getroffen zijn door het tekort aan bloed en zuurstof. Dit zijn de tenen en de (voor)voeten. Patiënten met rustpijn zullen wat verlichting vinden door de benen uit bed te laten hangen of door wat rond te lopen. Door de verhoogde activiteit en door de zwaartekracht zal er weer wat meer bloed naar de voeten stromen. Na opnieuw enkele uren nachtrust zal de pijn terugkeren. Wanneer men last heeft van rustpijn en/of nachtpijn, betekent dit dat het getroffen been een ernstig bloed- en dus zuurstoftekort heeft. Het been kan er bleker uitzien en kouder aanvoelen dan het goede been. Er treedt een verminderde haargroei en/of een vertraagde groei van de teennagels op. Men zal ook merken dat wondjes minder goed zullen genezen. Rusten/of nachtpijn zal optreden bij een klein aantal patiënten met etalagebenen.

43 Kan ik in rust ook last krijgen van PAV? Wanneer de vernauwing zo ernstig is dat het getroffen bloedvat afgesloten wordt of wanneer er zich een tweede vernauwing ontwikkelt in dezelfde of opvolgende slagader, dan komt ook bij rust de zuurstofvoorziening van de benen

44 Wat is kritieke ischemie? Wat is het verschil met niet-kritieke ischemie? Ischemie is een medische term voor een verminderde

27

Index


bloedtoevoer veroorzaakt door een vernauwing in, of afsluiting van, een bloedvat. Men spreekt van kritieke ischemie wanneer het getroffen been rechtstreeks bedreigd wordt. Kritieke ischemie is een wat modernere benaming voor klachten als rustpijn, nachtpijn en/of tekenen van weefselsterfte aan de benen (zwarte teentoppen, niet genezende zweren). Naast deze symptomen wordt ook een lage enkeldruk gemeten (minder dan 50 mmHg). Bij niet-kritische ischemie is er sprake van een vernauwing of afsluiting in een bloedvat dat niet rechtstreeks bedreigend is voor het been.

De aanwezigheid van risicofactoren en uw mogelijkheden om deze te beïnvloeden, spelen hierbij een rol. Het is echter wel belangrijk te onderkennen dat de aanwezigheid van PAV wijst op de aanwezigheid van atherosclerose. Zoals eerder uitgelegd, is atherosclerose een systeemziekte. Het is dus mogelijk dat de ziekte zich ook in de bloedvaten van andere organen kan uiten. Wanneer dit gebeurt, zegt men dat iemand lijdt aan gegeneraliseerd vaatlijden. Dit betekent dus dat wanneer u lijdt aan PAV, u een verhoogde kans op andere uitingsvormen van atherosclerose heeft (bijvoorbeeld op een beroerte of een hartinfarct; zie vragen 12 - 16).

45 Er is bij mij PAV vastgesteld. Hoe kan PAV zich in de toekomst ontwikkelen?

46 Kan PAV afsterving van weefsel en gangreen veroorzaken?

De meeste patiënten met PAV hebben niet-kritieke ischemie (zie vraag 44), dit wil zeggen dat de vernauwing in het getroffen been niet direct bedreigend is voor het been. Bij 3 op de 4 patiënten zal PAV zich niet verder ontwikkelen. Bij 1 op de 4 patiënten zullen de klachten binnen 5 jaar verergeren en kunnen zij last krijgen van kritieke ischemie. Hoe de ziekte zich bij u zal ontwikkelen, is niet te voorspellen. Bij patiënten met alleen claudication intermittens die worden behandeld met looptraining, verbetert de pijnvrije loopafstand bij 70%. Bij 20% van de patiënten blijft de pijnvrije loopafstand stabiel en bij slechts 10% ontstaat kritieke ischemie in een periode van 5 jaar.

Wanneer iemand lijdt aan kritieke ischemie, komt de zuurstoftoevoer in het getroffen been in het gedrang. Bij een ernstig zuurstof- en voedingsstoffentekort kan in een enkel geval afsterving van weefsel optreden. Afsterving van weefsel wordt necrose genoemd. Afgestorven weefsel kan zich niet meer herstellen. De huid zal dan donkerblauw of zwart verkleuren. Bovendien kunnen in afgestorven weefsel bacteriën woekeren. In dit geval spreekt men van gangreen (rottend of nat versterf). Indien niet wordt, ingegrepen kunnen de bacteriën zich over het hele lichaam verspreiden. Dit heeft de dood tot gevolg. Het kan dus noodzakelijk zijn dat dit afgestorven weefsel chirurgisch wordt verwijderd, wat in

28

Index


een enkel geval kan leiden tot amputatie.

47 Wat kan ik doen om gangreen te vermijden?

Het optreden van necrose en gangreen is een extreem gevolg van PAV. Het is daarom van groot belang om de klachten van PAV niet op zijn beloop te laten. Men kan gezonde leefregels aannemen (voor de rokers is het belangrijk om met roken te stoppen!). Men kan er ook voor zorgen dat de doorbloeding van de benen verbeterd wordt door bijvoorbeeld looptraining. Omdat de voeten het eerst getroffen worden door een tekort aan bloed en zuurstof, moeten mensen met PAV ook speciale zorg besteden aan hun voeten. Kleine wondjes moeten met veel zorg worden behandeld. Indien een wondje niet wil genezen, moet er op korte termijn contact worden opgenomen met de huisarts. Vooral voor mensen met diabetes mellitus is dit belangrijk, omdat bij hen de genezing van wondjes nog moeizamer verloopt.

48 Wat is een goede voetverzorging? Bij langdurig PAV in een gevorderd stadium (rustpijn) zullen de voeten minder gevoelig worden ten gevolge van de slechte doorbloeding. Zeker bij patiënten met diabetes

mellitus is een goede voetverzorging noodzakelijk. Diabetes mellitus kan immers de gevolgen van atherosclerose verergeren. Eén op de vier diabetespatiënten krijgt PAVsymptomen die zich in de voet uiten. Men spreekt dan ook van een diabetische voet (zie vraag 26). Deze symptomen zijn een verminderde gevoeligheid en een slechtere wondgenezing. Daarom moeten diabetespatiënten en patiënten met kritieke ischemie speciaal aandacht besteden aan de voeten en is een goede voetverzorging noodzakelijk. Wat u zelf kunt doen, is het volgende: • U moet uw voeten dagelijks op blaren, kloven of wondjes controleren. Dit is belangrijk omdat de gevoeligheid van de getroffen voet door de slechte doorbloeding en de aantasting van de zenuw vermindert. Hierdoor wordt pijn die door de wondjes veroorzaakt wordt, niet of te laat gevoeld. Eventuele wondjes dienen zorgvuldig verzorgd te worden. U kunt de wondjes verzorgen door dagelijks te ontsmetten. Vermijd hierbij bijtende stoffen zoals jodium en dergelijke.Wanneer de wondjes niet genezen, moet u uw huisarts raadplegen. • Houd uw voeten warm. U kunt hiertoe wollen sokken dragen, ook ’s nachts. Vermijd wel het gebruik van een hete kruik. Omdat uw voeten minder gevoelig zijn, zult u minder snel merken dat u uw voeten aan de kruik verbrandt. • Houd uw voeten dagelijks schoon. Neem hiertoe een warm voetbad, het liefst ’s avonds. De temperatuur van het water dient ongeveer 37°C zijn. Dit kunt u met een

29

Index


• • • •

thermometer of met de hand controleren (niet met de voet! Uw voet kan immers minder gevoelig zijn en als het water te heet is, kunt u brandwonden aan uw voet oplopen). Het voetbad mag ook niet te lang duren (maximaal 5 minuten), anders wordt de huid te week. Droog daarna uw voeten voorzichtig en zorgvuldig af met een zachte doek - denkt u hierbij aan de ruimte tussen uw tenen. Het dragen van goed passende schoenen is heel belangrijk. Knellende schoenen kunnen blaren of wondjes veroorzaken, die kunnen gaan ontsteken. Controleer regelmatig of er geen steentjes of oneffenheden in uw schoenen zijn. Door de verminderde gevoeligheid van de voet zal u dit niet zo gemakkelijk merken. Loop niet op blote voeten of op kousenvoeten. Ook niet in huis. U loopt kans dat u uw voeten bezeert. Knip uw teennagels recht en niet te kort af. Laat eeltplekken en likdoorns deskundig verwijderen door een pedicure of podotherapeut.

49 Mag ik zwanger worden als ik vernauwde bloedvaten heb? In principe is er niets op tegen dat een vrouw met vernauwde bloedvaten zwanger wordt. Indien zij echter een vaatoperatie in de buik heeft ondergaan, zijn er wel verhoogde risico’s aanwezig (zie ook vraag 94).

50 Wat is secundaire preventie en waarom is secundaire preventie belangrijk bij PAV? Secundaire preventie betekent dat men probeert een terugval of een verdere ontwikkeling van PAV te vermijden. Secundaire preventie is belangrijk, omdat bij PAV de kans op ernstige complicaties zoals een beroerte of een hartinfarct groot is. Naast leefregels (vraag 28) zijn medicijnen erg belangrijk (zie vraag 74 en vraag 75).

51 Wat is een aneurysma? Ten gevolge van atherosclerose kan de vaatwand van een bloedvat ook verzwakken. Het bloedvat zal door de hoge druk waarmee het bloed door de bloedvaten gepompt wordt, ter hoogte van deze zwakke plek verwijden. In dit geval spreekt men van een aneurysma. Aneurysma’s ontstaan ongemerkt en zijn asymptomatisch, dit wil zeggen dat er geen of nauwelijks klachten optreden. Een aneurysma wordt dan ook vaak per toeval ontdekt, dikwijls wanneer een ander onderzoek wordt ondergaan zoals een echografie of een röntgenonderzoek. Bij meer dan 90% ontstaat dit aneurysma in de grote lichaamsslagader (de aorta) onder het niveau van de nieren. Aneurysma’s kunnen ook op andere plaatsen ontstaan, zoals in de liesslagaders of slagaders ter hoogte van de knieholte. Het grote gevaar

30

Index


van een aneurysma in de aorta is dat de wand van het aneurysma zo zwak wordt dat deze scheurt – dit heet een ruptuur van het aneurysma. Dit gaat gepaard met veel pijn in de buik en soms in de rug. Hierbij wordt in korte tijd veel bloed verloren. In veel gevallen zal de patiënt aan een geruptureerd (gescheurd) aneurysma van de aorta overlijden. Het is van groot belang dat een patiënt met een gescheurd aneurysma snel in een ziekenhuis wordt behandeld (alarmnummer 112!). Bij een aneurysma in de lies of in de knieholte bestaat het gevaar niet zozeer uit een ruptuur (scheuring) van het aneurysma, dan wel dat bloedstolsels, die in het aneurysma ontstaan, met de bloedstroom worden meegevoerd. Deze bloedstolsels (zie vraag 5) kunnen leiden tot een vaatafsluitingen met weefselversterf en zelfs verlies van een been tot gevolg.

factoren, zoals een hoge bloeddruk en longziekten een rol. Het is dus belangrijk dat wanneer bij u een aneurysma is vastgesteld, u regelmatig wordt gecontroleerd.

52 Hoe groot is de kans dat mijn aneurysma scheurt, nu en in de komende maanden of jaren?

De soorten onderzoek bij PAV

Een aneurysma ontstaat vaak ongemerkt en neemt geleidelijk in omvang toe, zo’n 0,2 tot 1,0 cm per jaar. Hoe groter het aneurysma, hoe groter de kans op een ruptuur. Zolang het aneurysma niet groter is dan 5,0 cm, is de kans op een ruptuur relatief klein. Wanneer het aneurysma groter wordt dan 5,5 cm (5,0 cm bij vrouwen), neemt de kans op het scheuren van het aneurysma toe. Hierbij spelen meer

53 Hoe vaak komen aneurysma’s voor bij de Nederlandse bevolking? Aneurysma’s komen vooral voor bij de oudere bevolking en dan voornamelijk bij mannen. Verder spelen hypertensie en roken een rol bij het ontstaan van een aneurysma. Daarnaast blijkt bij 30% van de patiënten met een aneurysma een erfelijke aanleg te bestaan. Van alle mannen en vrouwen die aan de gevolgen van perifeer arterieel vaatlijden overlijden, overlijdt ongeveer 30% aan een aneurysma.

54 Tijdens het lopen krijg ik pijn in mijn benen. Door welke arts moet ik behandeld worden?

Wanneer u voor het eerst klachten krijgt, moet u contact opnemen met uw huisarts. Uw huisarts zal een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Indien hij op grond van dit lichamelijk onderzoek de diagnose PAV niet kan uitsluiten, moet een aanvullend onderzoek (een doppleronderzoek en een

31

Index


enkel-arm-indexbepaling) worden uitgevoerd. Wanneer uw huisarts over de benodigde apparatuur beschikt, zal dit onderzoek door uw huisarts (of de praktijkondersteuner) worden uitgevoerd. Zo niet, dan zal u worden doorverwezen naar een vaatchirurg. Wanneer bij u de diagnose PAV wordt gesteld, zal uw huisarts beslissen of hij u verder zal behandelen of dat hij u naar een specialist verwijst. Hierbij neemt hij de volgende punten in overweging: • De snelheid waarmee de ziekte zich heeft ontwikkeld, • De ernst van de pijn, • Andere ziektes waar u aan lijdt. Wanneer u ernstige klachten heeft, zal de huisarts er de voorkeur aan geven om u te verwijzen naar een vaatchirurg.

bij het zieke been kunnen duiden op PAV. • Zijn er temperatuurverschillen tussen het gezonde en het zieke been? • De aan- of afwezigheid van pulsaties in de slagaders van het zieke been. • Is er een verschil tussen de pulsaties in de arteriën van het linker- en rechterbeen? Lichamelijk onderzoek alleen zal echter vaak onvoldoende zijn om de diagnose PAV te stellen of uit te sluiten. Meestal zal de arts aanvullend onderzoek verrichten, zoals het bepalen van de enkel-arm-index (zie vraag 57).

56 Is doppleronderzoek belangrijk bij het vaststellen van PAV?

55 Kan men bij een lichamelijk onderzoek De (huis)arts kan naast een lichamelijk onderzoek ook een vaststellen of iemand PAV heeft? doppleronderzoek uitvoeren. Bij een doppleronderzoek Wanneer een arts wil vaststellen of iemand lijdt aan PAV zal hij onder meer een lichamelijk onderzoek afnemen. Hij zal hierbij een vergelijking maken tussen het gezonde en het zieke lichaamsdeel. Hierbij wordt gekeken naar: • De kleur van de huid. Is er een kleurverschil tussen het gezonde en het zieke been? Zijn er kleurveranderingen bij het optillen en het laten afhangen van de benen? • De beharing en de nagels van de onderbenen en voeten. Een verminderde beharing en brokkelige nagels

wordt gebruikgemaakt van ultrageluid (geluid dat niet kan worden waargenomen met het menselijk oor). Een staafje, verbonden aan gevoelige meetapparatuur, wordt op de huid boven de slagader geplaatst. De sonde zendt vervolgens geluidssignalen uit. Deze geluidssignalen worden door de bewegende bloedlichaampjes in de bloedstroom teruggekaatst en vervolgens opgevangen door het staafje. De gevoelige meetapparatuur is nu in staat om de richting en de snelheid van de bloedstroom te bepalen. Doppleronderzoek is niet pijnlijk.

32

Index


57 Wat is de enkel-arm-index? Wanneer een vernauwing in een vat optreedt, zal de bloeddruk achter de vernauwing lager zijn dan voor de vernauwing. De arts zal een vergelijking maken tussen de bloeddruk gemeten ter hoogte van de armen en de bloeddruk ter hoogte van de enkels. Dit gebeurt met behulp van een bloeddrukmeter en een dopplerapparaat. Wanneer de bloeddruk in de enkel hoger is dan of vergelijkbaar aan die in de arm, is er waarschijnlijk geen sprake van slagadervernauwing. Is de bloeddruk in de enkel lager dan die in de arm (een verhouding van 0,85 of kleiner), dan is het vrijwel zeker dat u een slagadervernauwing in uw benen heeft. Het meten van een enkel-arm-index duurt ongeveer een kwartier.

58 Wat is het nut van een loopband onderzoek? Dit onderzoek zal plaatsvinden wanneer u last heeft van etalagebenen. Vaak vindt dit onderzoek gecombineerd plaats met het bepalen van de enkel-arm-index. U zult tijdens dit onderzoek met een bepaalde snelheid op een loopband lopen. U wordt gevraagd aan te geven wanneer en waar u tijdens het lopen pijn in de benen krijgt. Omdat de loopband de gelopen afstand registreert, kan men uw loopafstand nauwkeurig vastleggen. Ook verbeteringen die na behandeling optreden, kunnen met een loopband-

onderzoek vastgelegd worden. Door een enkel-arm-index te meten voor en na loopbandonderzoek kan de arts de diagnose aan- of afwezigheid van PAV verder verfijnen.

59 Wat is het nut van een echografie? Echografie maakt gebruik van geluidsgolven die met behulp van het echoapparaat door het lichaam worden gestuurd. De weefsels in het onderzochte lichaamsdeel kaatsen deze geluidsgolven terug. Omdat ieder weefsel deze geluidsgolven op een verschillende manier terugkaatst, kan via speciale apparatuur een afbeelding van de doorsnede van verschillende lichaamsdelen worden gemaakt. Tijdens het onderzoek worden doorlopend beelden gemaakt, waarbij de beelden als een soort film op een beeldscherm verschijnen. Echografie is pijnloos en totaal onschadelijk voor het lichaam. Het wordt ook veelvuldig gebruikt voor onderzoek van andere inwendige organen. Een bekende toepassing is de zwangerschapsecho; hierbij wordt het ongeboren kind in de baarmoeder zichtbaar gemaakt.

60 Ik moet een duplexonderzoek ondergaan. Wat is dat?

Bij een duplexonderzoek wordt een echografie en een doppleronderzoek gecombineerd. Met de echografie wordt

33

Index


de aard en de ernst van de afwijking aan een bloedvat zichtbaar gemaakt. Tegelijkertijd wordt met het doppleronderzoek de invloed van de afwijking op de stroomsnelheid van het bloed in het aangedane bloedvat bepaald. Hierbij kunnen wervelingen van het bloed en verschillen in stroomsnelheid worden bestudeerd. Dit onderzoek geeft een volledig beeld weer van de aard en de ernst van de afwijking. Het onderzoek zelf is tijdrovend en wordt daarom alleen op indicatie van een vaatchirurg aangevraagd.

een ziekenhuis uitgevoerd. Een angiografie wordt ook in dringende gevallen uitgevoerd. Bijvoorbeeld wanneer sprake is van een acuut infarct (het plotseling afsluiten van een bloedvat) met een bedreigende situatie tot gevolg (bijvoorbeeld in het geval van een hartinfarct, of in het geval dat een bloedstolsel plotseling een beenslagader afsluit waardoor de bloedtoevoer naar het been in gevaar komt).

62 Zijn er contra-indicaties voor het uitvoeren van een angiografie?

61 Wat is een angiografie? Kan dit onderzoek ook aan de benen gedaan worden? Er bestaan een aantal contra-indicaties voor het uitvoeren

Een angiografie is een onderzoek van de slagaders. Hierbij wordt een contrastvloeistof via een katheter (een slangetje) in een slagader ingebracht (meestal via de liesslagader). Hierna wordt een aantal röntgenfoto’s genomen waarop de slagaders te zien zijn. Ook verwijdingen en de eventuele aanwezigheid van collateralen worden zichtbaar gemaakt. Met een angiografie kunnen niet alleen de slagaders van het hart, maar ook van de benen, de armen en het hoofd worden onderzocht. Het onderzoek is vrijwel pijnloos: het inbrengen van de katheter gebeurt onder plaatselijke verdoving en de binnenkant van de bloedvaten is gevoelloos. Soms kan het inbrengen van de contrastvloeistof een onaangenaam (‘warmtesensatie’) gevoel geven. Omdat een angiografie bepaalde risico’s heeft, wordt deze altijd in

van een angiografie. Het kan zijn dat de liesslagaders door atherosclerose ernstig zijn aangetast. Hierdoor wordt het inbrengen van een katheter bemoeilijkt. De artsen kunnen dan besluiten om de angiografie via de arm uit te voeren of om geen angiografie uit te voeren. Andere contra-indicaties zijn: • Een gekende overgevoeligheid voor contrastvloeistoffen. Indien uw arts van tevoren weet dat u overgevoelig bent voor contrastvloeistoffen kan hij u medicijnen voorschrijven, waardoor de angiografie toch gemaakt kan worden. • De aanwezigheid van een ernstige nierfunctiestoornis. Sommige contrastvloeistoffen bevatten jodium. Indien u allergisch bent voor jodium en er zal bij u een angiografie worden uitgevoerd, moet u beslist de jodiumallergie aan uw arts melden!

34

Index


63 Wat is een CT-scan? CT staat voor computertomografie. Tegenwoordig kan men met de CT-apparatuur ook een angiografie vervaardigen. Dit wordt dan CT-angiografie, afgekort CTA, genoemd. Tijdens dit onderzoek ligt de patiënt op een tafel, terwijl het te onderzoeken lichaamsdeel in de opening van de CTscanner (een soort ring) geplaatst wordt. In het geval van een slagaderonderzoek wordt ook weer contrastvloeistof in de bloedvaten ingespoten. Met een CT-scan worden door middel van röntgenfoto’s dunne dwarsdoorsneden van het lichaam of lichaamsdeel gemaakt. Op deze dwarsdoorsneden worden de eventuele vaatafwijkingen heel nauwkeurig zichtbaar gemaakt. Deze techniek levert dus veel informatie op over de vaatafwijkingen.

mogelijk. Men spreekt dan van magnetic resonance angiography (MRA). Het voordeel van MRI is dat deze techniek, zoals de CTscan of CT-angiografie, veel informatie oplevert. Bovendien heeft MRI het voordeel dat de techniek niet belastend is voor de patiënt. Het enige dat de patiënt ervaart, zijn de geluiden van de magnetische golven. Tot zover bekend zijn er geen schadelijke gevolgen voor de patiënten. Door de sterke magnetische velden kan dit onderzoek echter niet worden verricht bij mensen met een pacemaker of metalen voorwerpen in hun lichaam. Ook patiënten met engtevrees (claustrofobie) kunnen moeite hebben met het ondergaan van dit onderzoek. Als u bekend bent met claustrofobie kunt u dit het beste tijdig aangeven bij uw vaatchirurg.

64 Heeft een MRI (magnetic resonance imaging) onderzoek voordelen?

65 Hoe wordt een aneurysma vastgesteld en welke onderzoeken moet ik ver wachten als ik een aneurysma heb?

Net als bij de CT-scan ligt de patiënt voor een MR-onderzoek op een tafel, die in een koker wordt geschoven. Er worden echter geen röntgenstralen, maar magnetische golven naar het te onderzoeken lichaamsdeel uitgezonden. De signalen die ontstaan door verandering van de magnetische golven worden door een computer omgezet tot beelden waarop dwarsdoorsneden van het lichaamsdeel te zien zijn. Met MRI is het maken van een angiografie ook

Omdat een aneurysma niet of nauwelijks met klachten gepaard gaat, wordt een aneurysma vaak bij toeval ontdekt. In het geval van een aneurysma in de buik kan bij een lichamelijk onderzoek een kloppende zwelling gevoeld worden boven de navel. Ook tijdens een röntgenonderzoek of een echografie kan een aneurysma worden ontdekt. Wanneer bekend is dat u een aneurysma heeft, is het belangrijk dat u regelmatig wordt gecontroleerd. Afhankelijk

35

Index


van de grootte (de diameter) van uw aneurysma ondergaat u elk (half) jaar een echografie. Let wel, tijdens een echografie wordt het aneurysma niet behandeld. Op basis van opeenvolgende onderzoeken kan wel een indicatie over de groeisnelheid van het aneurysma worden verkregen.

Behandeling van PAV

67 Moet ik altijd in een ziekenhuis behandeld worden indien PAV bij mij is vastgesteld?

Nee, afhankelijk van de aard en de ernst van de klachten zal de huisarts beslissen of hij u zal behandelen of dat hij u verwijst naar een vaatchirurg (zie ook vraag 54).

66 Welke behandeling wordt toegepast bij een aneurysma?

De enige mogelijke behandeling van een aneurysma is een operatie. Een dergelijke operatie is echter belastend en brengt risico’s met zich mee. Aneurysma’s die kleiner zijn dan 5,5 cm zullen over het algemeen niet operatief behandeld worden omdat de voordelen van de operatie niet opwegen tegen de nadelen ervan. Regelmatige controle van de diameter (groeisnelheid; zie ook vraag 65) van het aneurysma is wel belangrijk en wordt soms met de Engelse term ‘watchful waiting’ (letterlijk vertaald: oplettend afwachten) genoemd. Als het aneurysma een diameter van 5,5 cm of groter heeft bereikt, zal een operatie in overweging worden genomen. Deze afweging zal de vaatchirurg uitvoerig met u bespreken.

68 Met welke therapieën kan PAV behandeld worden?

In de geneeskunde deelt men de therapieën naar de verschillende vormen in. • De conservatieve behandelingen: dit zijn ‘behoudende’ behandelingen die over het algemeen niet ingrijpend zijn voor de patiënt. Bij PAV vallen een verandering in levensstijl en gesuperviseerde looptraining onder de noemer conservatieve behandeling. Ook medicamen teuze behandelingen behoren hiertoe. • Bij medicamenteuze behandelingen worden medi cijnen voorgeschreven om de klachten te behandelen of complicaties te voorkomen. Zo kan de arts medicijnen voorschrijven om het risico op atherosclerose, en uitingen daarvan in andere slagaders, te verminderen. • De invasieve behandelingen: dit zijn behandelingen

36

Index


waarbij letterlijk ‘ingegrepen’ wordt. Vaak zijn deze in grepen belastend voor de patiënt. Denkt u bijvoorbeeld aan een operatie of een dotterbehandeling. Wanneer de ernst van de klachten het toelaat, kiezen artsen bij voorkeur voor een conservatieve behandeling en/of een medicamenteuze behandeling. Indien de klachten heel ernstig zijn, zal uw behandelend arts een invasieve behandeling met u willen bespreken.

69 Zal ik mijn levensstijl moeten aanpassen indien bij mij PAV is vastgesteld?

Het verloop van PAV wordt nadelig beïnvloed door de aanwezige risicofactoren. Een aantal van deze risicofactoren kan verminderd of uitgeschakeld worden door het naleven van gezonde leefregels (zie ook vraag 28). Dit betekent dus dat u zelf voor een deel het verdere verloop van PAV kunt bepalen! Uw behandelend arts zal u zeker adviseren om te stoppen met roken. Roken is immers de belangrijkste risicofactor voor atherosclerose. Als u last heeft van claudicatio intermittens (etalagebenen), zal door looptraining de pijnvrije loopafstand toenemen wanneer u met roken stopt. Bovendien zal het verloop van PAV gunstig beïnvloed worden: de klachten zullen minder snel toenemen, en de kans op het ontstaan van complicaties, die een operatie of invasieve interventie noodzakelijk maken, wordt verminderd.

70 Wat is looptraining? Hoe kan loop training de pijn in mijn benen verbeteren? Looptraining wordt voorgeschreven aan mensen met claudicatio intermittens (etalagebenen) en is gericht op het opvoeren van zowel de loopafstand als het looptempo. Personen met etalagebenen ervaren tijdens het lopen pijn in de kuitspier of in de bilspier (zie vraag 41). Deze pijn ontstaat door een slechte aanvoer van zuurstof naar de spieren. Regelmatig wordt aan huisartsen en vaatchirurgen de vraag gesteld waarom juist lopen zo belangrijk is voor patiënten met claudicatio intermittens en waarom bijvoorbeeld zwemmen of fietsen niet hetzelfde effect heeft. Bij lopen ontstaat zuurstoftekort in de beenspieren en treedt sneller verzuring op dan bijvoorbeeld bij zwemmen en fietsen. Door regelmatig intensief te lopen, treden in de spieren die gebruikt worden bij het lopen en in de bloedvaten die naar deze spieren gaan belangrijke veranderingen op die uiteindelijk tot verbetering van de pijnvrije loopafstand zullen leiden. Hoe het precies werkt is (nog) niet bekend, maar de volgende zaken spelen een belangrijke rol: Betere stofwisseling in de spieren Een belangrijke verandering die onder invloed van lopen optreedt, is een verbetering van het vermogen van de actieve spieren om zuurstof op te nemen uit het bloed. Dit zorgt ervoor dat de spieren minder snel verzuren waardoor

37

Index


de typische pijn later of zelfs helemaal niet meer optreedt.

worden namelijk de spieren in de bovenbenen geactiveerd.

Betere bloeddoorstroming Een andere belangrijke verandering die onder invloed van lopen optreedt in de beenslagaders, is dat uit de geactiveerde spieren stoffen vrijkomen die zorgen dat de bloedvaten meer open gaan staan. Hierdoor kan het bloed, met daarin de zuurstof, sneller en beter de spieren bereiken. Lopen maakt het bloed ook minder stroperig (‘dunner’), wat de doorstroming vergemakkelijkt.

Ontwikkeling van collateralen? De gedachte achter de vorming van collateralen (nieuwe bloedvaatjes) is dat tijdens het lopen de beenspieren extra zuurstof nodig hebben en om aan deze vraag te kunnen voldoen, gaat het lichaam naar omwegen zoeken. De normale aanvoerwegen zijn immers door de slagaderverkalking vernauwd en daarom niet toereikend meer. Er ontstaan ‘collateralen’ (sluipwegen). Dit zijn kleine bloedvaten naar de spieren, die in aanleg reeds aanwezig waren, maar waar voorheen nauwelijks bloed doorheen stroomde. Deze bloedvaatjes nemen onder invloed van looptraining gedeeltelijk de functie van de vernauwde beenslagader over. Men heeft lange tijd aangenomen dat de ontwikkeling van collateralen de voornaamste reden is voor het vergroten van de loopafstand. Onderzoek heeft echter aangetoond dat de hierboven genoemde factoren een belangrijkere rol spelen bij het vergroten van de loopafstand. De vorming van collateralen blijft echter een veel gebruikte manier om het effect van looptraining te illustreren.

Betere loophouding Het lichaam gaat andere spieren gebruiken tijdens het lopen. Ook gaat het lopen als gevolg van de regelmatige training efficiënter, waardoor u met minder energie verder kunt lopen. Lopen beter dan zwemmen of fietsen? Ja en nee. Bij andere activiteiten, zoals zwemmen of fietsen, worden de beenspieren op andere plaatsen gebruikt. De bloedvoorziening van deze spieren is meestal dusdanig beter, dat verzuring pas veel later optreedt. Hierdoor verbeteren wel de functies van het hart en de longen, maar de nodige veranderingen in de benen treden niet op. De pijnklachten tijdens het lopen blijven dus bestaan. Dit is echter afhankelijk van de plaats van de vernauwing. Wanneer uw klachten voorkomen in de bovenbenen, kan het nuttig zijn om het lopen af te wisselen met fietsen. Bij het fietsen

Voor adequate looptraining moet u verwezen worden naar een hiervoor opgeleide fysiotherapeut, die u bij uw looptraining zal begeleiden. U kunt een in looptraining gespecialiseerde fysiotherapeut bij u in de buurt vinden met behulp van de ‘Zorgzoeker’ op de homepage van deze website.

38

Index


71 Hoe lang moet ik mijn looptraining volhouden?

73 Wie komt in aanmerking voor een looptraining?

Looptraining is nooit afgelopen. Als bij u PAV is vastgesteld, heeft u uw verdere leven baat bij een gezonde levensstijl waar voldoende lichaamsbeweging deel van uitmaakt. De meeste vooruitgang onder invloed van gesuperviseerde looptherapie wordt gedurende de eerste drie tot zes maanden behaald. U zult merken dat u telkens een grotere afstand kunt afleggen zonder dat er pijn optreedt. Een verbetering van de loopafstand tot wel 200% is te verwachten. Ondanks dat u na verloop van tijd geen verbetering meer bemerkt, is het belangrijk dat u regelmatig blijft lopen: stilstand betekent hier letterlijk achteruitgang!

In principe kan iedere patiënt met etalagebenen aan looptraining beginnen. Uw hart- en longconditie moeten het wandelen wel toelaten. Bij ernstige klachten op dit gebied kan looptraining niet verantwoord zijn. Om dit zeker te weten, kunt u dit het beste vooraf met uw huisarts, vaatchirurg of fysiotherapeut bespreken.

72 Zijn er alternatieven voor looptraining, bijvoorbeeld bij slecht weer? Traplopen of het gebruik van een loopband in een sportschool zijn alternatieven wanneer slecht weer de gewone looptraining niet toelaat. Fietsen of zwemmen zijn weliswaar minder gunstig om de betroffen spieren te laten verzuren, maar uitstekend voor uw algehele conditie. Bij het opzetten van een trainingsronde bij u in de buurt is het overigens belangrijk om uw looproute zo te kiezen dat er beschutte plekken aanwezig zijn waar u kunt rusten.

74 Is een medicamenteuze behandeling bij PAV mogelijk?

Er bestaan geen medicijnen die PAV kunnen genezen. Wel kan de arts u medicijnen voorschrijven als aanvulling op de leefregels (zie vraag 28) of op de looptraining (zie vragen 70 -73). Medicijnen die worden voorgeschreven zijn onder meer: • Plaatjesaggregatieremmers (in de volksmond vaak ‘kinderaspirientje’ genoemd); deze middelen gaan het klonteren van bloedplaatjes (trombocyten) tegen. • Antistollingsmiddelen: deze middelen worden alleen gegeven na bepaalde operaties of wanneer een grote kans op trombose bestaat. • Bloeddruk- en cholesterolverlagende middelen: deze worden voorgeschreven wanneer u een hoge bloed druk of een hoog cholesterolgehalte in het bloed heeft. • Rheologica: dit zijn middelen die de vorm van de

39

Index


bloedcellen kunnen beïnvloeden, zodat zij gemakkelijker langs de vernauwing heen kunnen. Deze middelen worden alleen voorgeschreven indien de loopafstand kort is en er geen interventie (bijvoorbeeld een operatie) kan worden uitgevoerd vanwege de situatie van de patiënt.

75 Bestaan er medicijnen die de lange termijnrisico’s van atherosclerose kunnen verminderen? Zoals besproken in vragen 45 en 50 hebben patiënten met PAV een verhoogd risico op ernstige complicaties van atherosclerose, zoals een hartinfarct of een beroerte. Door u te houden aan gezonde leefregels kunt u deze risico’s voor een deel beperken. Ook het innemen van medicatie kan erg belangrijk zijn om deze ernstige complicaties te vermijden. Medicijnen die het cholesterolgehalte in het bloed verlagen, zijn belangrijk omdat zij de vorming van plaques helpen voorkomen. Ook de plaatjesaggregatieremmer (acetylsalicylzuur, ASA, Ascal, clopidogrel), vormt een hoeksteen van de behandeling. Deze voorkomt dat de bloedplaatjes gaan klonteren en een trombus vormen. Hierdoor wordt de kans op een hartinfarct of een beroerte aanzienlijk verminderd.

76 Bij een hartinfarct kunnen vernauwde slagaders worden gedotterd. Kan deze techniek ook bij een vernauwing in het been gebruikt worden? Ja. Dotteren of ‘percutane transluminale angioplastiek’ (afgekort PTA) is een veelgebruikte techniek om slagaders bij een vernauwing te verwijden. De procedure wordt in het ziekenhuis uitgevoerd en lijkt een beetje op een angiografie (zie vraag 61). De procedure verloopt als volgt: a. Onder lokale verdoving wordt een katheter ingebracht. Meestal gebeurt dit in de liesslagader. Er wordt contrast vloeistof ingespoten waarna een angiografie wordt gemaakt, waardoor de arts kan bepalen waar de ver nauwing zich bevindt. b. Een kleine ballon wordt over een voerdraad naar de getroffen slagader geschoven. c. Ter hoogte van de vernauwing wordt de ballon opgeblazen waardoor de vaatwand wordt opgerekt. Hierdoor wordt de slagader weer beter doorgankelijk. Soms wordt een stent geplaatst (zie vraag 79). d. Na de behandeling wordt ter controle nog een angio grafie gemaakt. De resultaten van dotteren zijn goed in grote slagaders zoals de aorta of de bekkenslagaders. Hierdoor heeft deze behandeling, bij niet al te uitgebreide afwijkingen, een operatie volledig verdrongen. Voor de kleinere slagaders in het

40

Index


been en onderbeen zijn de resultaten van dotteren minder gunstig, omdat de kans op opnieuw ‘dichtslibben’ in deze kleinere slagaders groter is. Daardoor blijft een operatie in het (onder)been vaak noodzakelijk.

77 Wat zijn de risico’s van dotteren?

Dotteren is vaak de eerste keus behandeling wanneer bij arterieel vaatlijden een invasieve ingreep nodig is. De ingreep is niet zo belastend omdat u niet onder algehele narcose moet. Bovendien zijn er minder risico’s dan bij een operatie. Ook is de kans op ernstige complicaties na de behandeling gering. De meest voorkomende complicatie is een bloeduitstorting op de plaats waar de katheter in de slagader is gebracht.

dan bij een dotterbehandeling in de bekkenslagader. Nieuwe generaties stents en dotterballonnen geven steeds betere resultaten, ook op de lange(re) termijn. Deze techniek kent momenteel dan ook een grote ontwikkeling.

79 Tijdens het dotteren heb ik een stent gekregen. Wat is dat?

Om de vaatwand ter hoogte van de vernauwing te ondersteunen, wordt bij het dotteren soms een kokertje van gaas, een zogenoemde stent, geplaatst (Figuur 5). Dit gebeurt via de voerdraad waarlangs de ballon naar de vernauwing is gebracht. Daar wordt de stent ontvouwd en houdt hij het behandelde bloedvat open.

78 Kan elke vernauwing met dotteren behandeld worden?

Nee. Afhankelijk van de ernst en de plaats van de vernauwing zal dotteren wel of niet worden toegepast. Dit heeft onder andere te maken met de doorgankelijkheid van het bloedvat een aantal jaar na de behandeling (de duurzaamheid van de behandeling; zie vraag 80). De kans dat een vernauwing van een slagader in het been na een dotterbehandeling weer dichtslibt, is bijvoorbeeld groter

41

Figuur 5. Stent.

Index


80 Ik ben net gedotterd. Wat kan ik voor de toekomst verwachten?

82 Ik moet een operatie ondergaan voor de behandeling van etalagebenen. Welke vormen van operaties zijn er?

De effectiviteit van de behandeling wordt onder meer bepaald door de plaats van de vernauwing. Bij het dotteren van een vernauwing van de bekkenslagader is na 1 jaar 80% van de vernauwingen nog open. Bij een vernauwing van een dijbeenslagader is dat 70%, bij een vernauwing in een slagader van het onderbeen is dit 50%. Indien blijkt dat de vernauwing zich opnieuw heeft gevormd, kan deze vaak wel opnieuw met dotteren worden behandeld.

81 Kan een bloedstolsel in een slagader ook medicamenteus worden verwijderd?

Een medicamenteuze behandeling van een bloedstolsel zal alleen bij een acute slagaderlijke trombose gebeuren. Hierbij wordt een trombolyticum, een middel dat stolsels oplost, toegediend. Deze behandeling wordt vooral toegepast om het stolsel op te lossen waarna met een dotterbehandeling de onderliggende vernauwing behandeld kan worden. Alleen ‘verse’ stolsels kunnen met behulp van medicijnen worden opgelost. Oudere stolsels ‘verharden’ en lossen niet meer op.

U zult in principe alleen een operatie ondergaan wanneer u ernstige klachten ondervindt door PAV, waarbij de pijnvrije loopafstand als invaliderend wordt ervaren. Invaliderende claudicatio intermittens is een relatief begrip. Dit wil zeggen dat een loopafstand van 50 meter voor een 90-jarige in een verpleeghuis niet invaliderend hoeft te zijn, terwijl dezelfde 50 meter dat voor een 50-jarige wel kan zijn. Om ernstige vernauwingen of afsluitingen in de beenslagaders te behandelen, zijn in principe twee soorten operaties mogelijk: • Een endarteriëctomie (zie vraag 83), • Een bypassoperatie (zie vraag 84).

83 Wat is een endarteriëctomie? Bij een endarteriëctomie wordt het vernauwde of afgesloten vat geopend en vervolgens schoongemaakt, waarbij de plaque in het bloedvat wordt verwijderd. Hierna wordt het bloedvat weer gesloten. Hiervoor wordt vaak gebruikgemaakt van een stukje kunststof of een stukje ader, een zogenoemde patch.

42

Index


84 Wat is een bypassoperatie?

86 Wat is de behandeling in geval van een acute arteriële vaatafsluiting door een embolie? Bij een bypassoperatie wordt een vaatprothese of een stuk beenader van de patiënt gebruikt om een omleiding te maken langs de vernauwing (bypass is het Engelse woord voor omleiding). Beenaders zorgen ervoor dat het bloed terug naar het hart stroomt. In principe zijn er in de benen meer aders aanwezig dan strikt noodzakelijk. Een of meerdere aders kunnen dus gemakkelijk gemist worden zonder dat de bloedsomloop in het gedrang komt. Het stukje beenader wordt als bypass ingehecht om de functie van de afgesloten slagader over te nemen. Indien het niet mogelijk is om een stuk beenader te gebruiken, maakt de vaatchirurg gebruik van een vaatprothese (zie vraag 85).

Het kan gebeuren dat een slagader in de benen plotseling wordt afgesloten door een bloedprop, die zich elders in het lichaam gevormd heeft (een embolie, zie vraag 5). Afhankelijk van de plaats waar de bloedprop vastloopt in de bloedvaten van het been, wordt het been of de voet wit en koud. Indien de bloedprop niet wordt behandeld, kan het been afsterven. Het is dus belangrijk dat er snel wordt ingegrepen. De behandeling van een bloedprop bestaat uit het chirurgisch verwijderen van de bloedprop. Dit gebeurt tijdens een zogenaamde embolectomie. Hierbij wordt een sneetje gemaakt in de getroffen slagader onder of boven de bloedprop. Er wordt vervolgens een katheter met een

85 Wat is een vaatprothese? Een vaatprothese is een kunststof buisje (slang) die de functie van de slagader kan overnemen. Voor grote slagaders (de lichaamsslagader ofwel aorta, de bekkenslagaders en de dijslagaders) wordt over het algemeen een prothese gebruikt ter vervanging van het afgesloten bloedvat. Om afsluitingen tussen de lichaamsslagader en de twee bekkenslagaders te overbruggen wordt een zogenaamde bifurcatieprothese of ‘broekprothese’ gebruikt (Figuur 6). Voor de knie- en onderbeenslagaders wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een stuk ader van de patiënt.

43

Figuur 6. Bifurcatieprothese.

Index


ballon langs de bloedprop naar omhoog of naar omlaag geschoven. Eenmaal voorbij de bloedprop wordt de ballon opgeblazen en teruggetrokken. De bloedprop wordt hierbij door het sneetje uit het bloedvat geperst en verwijderd. Het sneetje wordt na de ingreep gesloten. Wanneer de afsluiting niet leidt tot een ernstig zuurstoftekort en bedreiging van het been, kan ook worden gekozen voor het oplossen van de embolie (zie vraag 81).

87 Mijn aneurysma is groter dan 5,5 cm. Wat nu?

Wanneer een aneurysma groter is geworden dan 5,5 cm (of 5,0 cm bij vrouwen), dan moet een operatie overwogen worden. Een operatie aan een aneurysma in de buik is een grote operatie, die tot ernstige complicaties kan leiden. Een hoge leeftijd, een hoge bloeddruk, een slechte nierfunctie en/of een slechte conditie verhogen de kans op complicaties. Er zal dus in ieder geval gekeken moeten worden of de kans op een scheuring van het aneurysma opweegt tegen de operatierisico’s. Wanneer besloten wordt om het aneurysma te opereren, dan is de meest gangbare operatie nog steeds een grote buikoperatie. Hierbij wordt een vaatprothese in het aneurysma geplaatst. Deze operatie gebeurt onder algehele narcose. De buik moet worden opengemaakt. Nadat een klem op de aorta is geplaatst worden eerst de bloedstolsels uit het

aneurysma verwijderd. Vervolgens wordt een vaatprothese in de aorta gebracht die boven en onder het aneurysma (met naald en draad, met ‘handwerk’) aan de aorta gehecht wordt. Omdat de aorta wordt afgeklemd, is deze operatie belastend voor het hart en soms ook voor de nieren. De ziekenhuisopname bij een buikoperatie van het aneurysma duurt gemiddeld zeven tot tien dagen, waarvan soms enkele dagen op de intensive care. In het afgelopen decennium is toenemende ervaring verkregen met de zogenoemde endovasculaire behandeling. Hierbij wordt een prothese (een endoprothese) in opgevouwen toestand via de liesslagader ingebracht. Met behulp van angiografie (zie vraag 61) wordt bepaald waar de prothese precies moet komen. Daar wordt hij ontvouwen en boven en onder het aneurysma verankerd. Deze operatie is kleiner en minder risicovol dan de eerste, omdat de buik niet geopend hoeft te worden en omdat het afsluiten van de aorta van zeer korte duur is. Een ziekenhuisopname van enkele dagen (in sommige centra slechts 1 nacht) volstaat en opname op de intensive care is niet noodzakelijk. Ook het herstel na de operatie verloopt veel vlotter. Of een patiënt in aanmerking komt voor een endovasculaire behandeling, wordt bepaald aan de hand van een CT-scan (zie vraag 63). Mede als gevolg hiervan komen niet alle patiënten in aanmerking voor een dergelijke operatie.

44

Index


88 Ik mag kiezen tussen een vaatprothese of een endovasculaire behandeling voor mijn buikaneurysma. Wat zijn de afwegingen die ik kan maken?

• Het herstel na een dergelijke operatie duurt vaak lange tijd (ongeveer 3 tot 6 maanden).

De afwegingen die u in dit geval kunt maken, betreffen de mogelijke complicaties die ten gevolge van de operatie kunnen optreden. Aan elke operatie zijn risico’s verbonden. Tijdens of vlak na een operatie kan bijvoorbeeld een hartinfarct, een wondinfectie, bloedingen en/of beschadiging aan organen optreden. Een operatie aan een aneurysma in de buik kan echter nog andere complicaties, eigen aan de aard van de operatie, met zich meebrengen: • Bloedingen in de buik tijdens of na de operatie. • Een bloedstolsel kan ontstaan die de prothese of een beenslagader afsluit (zie vraag 5 en vraag 37). • Verlies van nierfunctie met eventueel de noodzaak tot (tijdelijke of blijvende) nierspoeling (dialyse). • Hartproblemen die ontstaan door de zware belasting van het hart tijdens de operatie. • Mannen kunnen na de ingreep erectiestoornissen of een gestoorde zaadlozing krijgen. Deze stoornissen zijn soms blijvend. • Na de operatie is (meestal) een opname op de intensive care noodzakelijk.

Bij een endovasculaire behandeling zijn de risico’s van de operatie minder groot. De kans op overlijden ten gevolge van de operatie is dan ook aanzienlijk kleiner. Ook deze ingreep kan echter bepaalde complicaties met zich meebrengen: • Endolekkage kan optreden, waarbij bloed langs de buitenkant van de prothese stroomt, omdat deze niet goed aanligt tegen de vaatwand. Dit betekent dat het aneurysma niet volledig is afgesloten. In sommige gevallen moet een aanvullende behandeling worden ondergaan. • Net als bij de buikoperatie kan verlies van nierfunctie optreden met eventueel de noodzaak tot (tijdelijke of blijvende) nierspoeling (dialyse). • Patiënten die een endovasculaire behandeling achter de rug hebben, zullen vaker en uitgebreidere controles moeten ondergaan in vergelijking met patiënten die behandeld zijn met de ‘klassieke’ buikoperatie. U kunt met uw behandelend vaatchirurg overleggen of u in aanmerking komt voor een endovasculaire behandeling en welke ingreep voor u het meest geschikt is.

45

Index


89 Waarom wordt soms een voet of been geamputeerd?

Na de chirurgische ingreep

Bij een enkele patiënt heeft een operatie aan de beenslagaders niet het gewenste effect of is een operatie helemaal niet meer mogelijk. De kans bestaat dat bij deze patiënten een dusdanig ernstige pijn en/of gangreen (versterf) ontstaat dat dit ernstige directe gevolgen heeft voor het verdere leven van de patiënt. Om het leven van de patiënt te behouden, zal de vaatchirurg in voorkomende gevallen een amputatie voorstellen. Onder amputatie verstaat men het afzetten van een lichaamsdeel, in het geval van ernstig PAV is dit over het algemeen een teen, een voet of been. Een amputatie is een zeer ingrijpende operatie voor de patiënt. De vaatchirurg zal pas een amputatie overwegen indien er echt geen andere mogelijkheid meer voorhanden is. In sommige gevallen zal samen met de revalidatiearts worden bepaald op welk niveau geamputeerd moet worden om de kans op een succesvolle revalidatie zo groot mogelijk te maken. De (vaat)chirurg zal zelf met de patiënt praten en uitleggen waarom een amputatie in zijn/haar geval nodig is en wat de consequenties zijn van een dergelijke ingreep. Indien u twijfelt aan de noodzaak van een voorgestelde amputatie kunt u een second opinion aanvragen bij een vaatchirurg in een ander ziekenhuis. Dit kunt u met uw behandelend arts bespreken.

90 Ik heb net een vaatoperatie ondergaan. Wat staat mij nu te wachten?

Afhankelijk van de ingreep en uw situatie blijft u na de operatie enige tijd in het ziekenhuis. In de eerste dagen zullen bij u een aantal lichaamsfuncties ondersteund worden. U kunt bijvoorbeeld een katheter in de blaas hebben. De benodigde vloeistoffen en medicatie zullen via een infuus worden toegediend, zeker wanneer u een vaatoperatie in de buik heeft ondergaan en/of wanneer bij u een maagsonde is ingebracht. Na sommige grote operaties (bijvoorbeeld na een operatie van een aneurysma in de buik- of borstholte) wordt u gedurende één of meerdere dagen beademd. Wanneer uw lichaam voldoende hersteld is, zal uw lichaam geleidelijk aan weer zelf kunnen functioneren, wordt de gegeven ondersteuning afgebouwd en worden het infuus en de slangetjes verwijderd. Om nieuwe bloedstolsels in het geopereerde bloedvat te voorkomen, zult u na bepaalde ingrepen antistollingsmiddelen moeten slikken. Hiertoe wordt regelmatig bloed geprikt en wordt de mate van ontstolling van uw bloed bepaald. Aan de hand van de uitslag bepaalt de arts hoeveel tabletten van het antistollingsmiddel u moet innemen. U zal worden verwezen naar de trombosedienst.

46

Index


Aan de hand van een doseringskalender wordt aangegeven hoeveel tabletten u per dag moet innemen. De trombosedienst zal regelmatig, door middel van bloedprikken, de mate van ontstolling van uw bloed bepalen. Zo nodig zal de hoeveelheid tabletten die u moet innemen worden bijgesteld. Het is belangrijk dat u zich nauwkeurig houdt aan het aantal tabletten dat u wordt voorgeschreven. Indien u te weinig medicatie inneemt, zal de medicatie weinig of geen invloed hebben op de ontstolling van uw bloed en loopt u kans om een (nieuwe) bloedprop te ontwikkelen. Indien u teveel medicatie inneemt, zal uw bloed niet meer goed stollen. Dit laatste kan bij een bloeding leiden tot een levensgevaarlijke situatie. Het kan ook zijn dat de vaatchirurg u een zogenoemde ‘plaatjesaggregatieremmer’ voorschrijft. Deze medicijnen gaan het klonteren van bloedplaatjes tegen, waardoor bloedstolsels minder gemakkelijk worden gevormd. In dit geval hoeft u niet naar de trombosedienst.

91 Wat mag ik doen en wat moet ik laten na een vaatoperatie? De vaatchirurg zal met u doornemen wat u wel en niet mag doen na een vaatoperatie. Wat hier volgt, zijn een aantal algemene richtlijnen. Het is verstandig om de raad van de vaatchirurg op te volgen indien deze afwijkt van wat hieronder geschreven staat.

Wat u wel en niet mag doen na een operatie is afhankelijk van de plaats van het geopereerde bloedvat. Hierbij is het belangrijk dat u gedurende de eerste maanden na de operatie het geopereerde bloedvat zo weinig mogelijk buigt of knikt. • Indien u aan een slagader in de buik bent geopereerd, mag u gedurende zes weken na de ingreep niet zwaar tillen. Verder mag u in principe alles doen na ontslag uit het ziekenhuis. • Bent u geopereerd aan de aorta of aan de bekkenslag aders en heeft u een ‘broekprothese’ gekregen die aangesloten is op de liesslagaders, dan kan men in de eerste maanden na de operatie de heupen het beste zo weinig mogelijk buigen. Hurken wordt de eerste zes weken na de operatie afgeraden. • Is een slagader van het been zelf geopereerd, dan moet hurken, knielen of zitten met de knieën over elkaar geslagen vermeden worden gedurende de eerste zes weken na de operatie. Ook langdurig zitten met ge bogen knieën moet vermeden worden (denkt u hierbij aan reizen met de auto, het vliegtuig of de bus).

92 Zijn er risico’s op complicaties op korte termijn? Elke operatie houdt bepaalde risico’s in. Dit zijn onder meer: • Wondinfecties. Na de operatie kan het zijn dat de wond

47

Index


• • •

die gemaakt is om de operatie te verrichten, gaat ontsteken. Het is belangrijk dat wondinfecties na een vaatoperatie zorgvuldig worden behandeld. Indien de ontsteking de vaatprothese of de geopereerde slagader aantast, kan dit ernstige bloedingen tot gevolg hebben, Longontsteking, Trombosevorming en longembolie (een losgeraakt bloedstolsel dat een bloedvat in de longen verstopt), Beschadiging aan een orgaan. Indien mogelijk wordt de schade aan een orgaan tijdens de operatie zelf hersteld.

Er bestaan ook risico’s die eigen zijn aan vaatoperaties: • Door lekkage kunnen er bloedingen optreden aan het geopereerde bloedvat. Dit kan te wijten zijn aan het loslaten van een hechting of aan teveel antistollings middelen. Soms is een extra operatie nodig om de lekkage te herstellen, • Indien het gaat om een bypassoperatie, bestaat de kans dat de bypass door een bloedstolsel verstopt raakt, • Wanneer u geopereerd bent aan de grote slagaders, bestaat de kans dat u hartklachten krijgt. Dit heeft deels te maken met de atherosclerose, die waarschijnlijk niet alleen de slagaders naar de benen, maar ook de krans slagaders (de slagaders die het hart van bloed voorzien) heeft aangetast. Hierdoor is het hart gevoeliger voor eventuele complicaties.

93 Zijn er risico’s op complicaties op lange termijn? Op langere termijn zijn er ook nog risico’s waar u rekening mee dient te houden wanneer u een operatie aan de slagaders heeft ondergaan: • De kans bestaat dat er zich na verloop van tijd weer een vernauwing vormt in het geopereerde bloedvat. U zult dan weer dezelfde klachten krijgen als vóór de operatie. • Het kan zijn dat de hechtingsplaats van de bypass aan de bestaande slagaderwand na enkele jaren begint te lekken. Hierdoor sijpelt bloed buiten het bloedvat. Rond het bloed wordt een bindweefsellaagje gevormd, dat het doorgesijpelde bloed afkapselt. Een dergelijk kapsel noemt men een ‘vals aneurysma’. In dit kapsel kan een scheur ontstaan waarbij een bloeding ontstaat. Het is beter dat een vals aneurysma wordt behandeld voordat hij scheurt. Daarom is het belangrijk om op controle te gaan wanneer uw vaatchirurg dit nodig acht. • Een infectie van de operatiewond kan ook nog jaren na een operatie optreden. Indien deze ontsteking niet goed wordt behandeld, kan hij zich uitbreiden naar de ge opereerde vaten. Dit kan ernstige bloedingen tot gevolg hebben. Daarom is het belangrijk om bij een ontsteking van de wond de huisarts te raadplegen. Indien nodig zal hij u verwijzen naar de behandelend vaatchirurg. • Mannen die geopereerd zijn aan de aorta of aan de aortabifurcatie, kunnen na de operatie last krijgen van

48

Index


seksuele stoornissen, zoals een gestoord lustgevoel, erectiestoornissen of storingen bij de zaadlozing. Soms moet het zenuwnetwerk dat nodig is om een erectie en een zaadlozing te krijgen tijdens de operatie opzij gehouden of doorgeknipt worden om de aorta te bereiken. Indien het zenuwnetwerk beschadigd wordt, treden seksuele stoornissen na de operatie op. Ook sommige vrouwen melden seksuele klachten na een vaatoperatie in de buik.

94 Kan ik zwanger worden met een broekprothese? In principe kunt u zwanger worden met een broekprothese. Er bestaat echter een verhoogd risico dat de prothese ‘dichtslibt’. Wanneer u zwanger wordt, zult u namelijk een aantal medicijnen niet meer mogen slikken, omdat deze medicijnen schadelijk kunnen zijn voor u of uw kindje. Onder deze verboden medicijnen vallen ook de plaatjesaggregatieremmers en de antistollingsmiddelen. Omdat u deze medicijnen in ieder geval de eerste drie maanden na de operatie moet innemen, is het niet verstandig om zwanger te worden vlak na een vaatoperatie in de buik. Indien u toch zwanger wilt worden, is het belangrijk dat u dit met de vaatchirurg overlegt.

95 Hoe kan het risico op een amputatie verkleind worden? De arts zal een teen, voet of been amputeren wanneer PAV dermate ernstig is geworden (door kritische ischemie en gangreen) dat, om het leven of de kwaliteit van leven van de patiënt te behouden, er geen andere behandelvorm meer mogelijk is. De overgrote meerderheid van de patiënten met PAV heeft in meer of mindere mate last van etalagebenen en heeft geen last van rust- of nachtpijn. Deze patiënten doen er verstandig aan om te vermijden dat PAV verder verergert. Hier kunnen de patiënten zelf wat aan doen door te stoppen met roken (indien zij roken) en door een gezonde levensstijl aan te houden. Verder is het belangrijk om de looptraining vol te houden. Indien PAV zich tot een verder stadium heeft ontwikkeld en u last heeft van rust- en/of nachtpijn, dan is een goede voetverzorging heel belangrijk (zie vraag 48).

96 Wat is het verloop na een amputatie? Na een amputatie is wondgenezing heel erg belangrijk. Een stevig verband zal worden aangebracht, die vochtophopingen voorkomt en die de operatiestomp een goede vorm geeft. Na de operatie zal snel gestart worden met de revalidatie. Dit gebeurt onder begeleiding van een revalidatiearts en

49

Index


een fysiotherapeut. De revalidatiearts bekijkt welke revalidatie- en prothesevoorziening er in uw situatie mogelijk zijn. Wanneer u uit het ziekenhuis ontslagen wordt, zal de revalidatie verder plaatsvinden in een verpleeghuis of in een revalidatiecentrum.

97 Ik heb het fenomeen van Raynaud. Wat is dat precies? Het fenomeen van Raynaud is de medische benaming voor ‘dode vingers’ of ‘dode tenen’. U krijgt dode vingers wanneer de kleine spiertjes, in de bloedvaten van de vingers of de tenen, gaan samentrekken, waardoor de bloedvaten tijdelijk worden vernauwd of afgesloten. Dit wordt ook wel vaatkramp genoemd. De vingers worden eerst koud en gevoelloos, even later worden zij blauw door zuurstofgebrek. Na vijf tot dertig minuten gaan de spiertjes zich weer ontspannen, waarbij het bloed weer door de bloedvaten kan stromen. De ontspanning van de bloedvaten leidt tot een tijdelijke vaatverwijding, waarbij de vingers zwellen en rood worden. Deze vaatverwijding gaat vaak gepaard met tintelingen en soms met pijn. Zo nu en dan komen deze verschijnselen voor in de tenen en in een enkel geval aan de oren of aan het puntje van de neus. Dode vingers worden over het algemeen veroorzaakt door een overgevoeligheid van de bloedvaten van handen of voeten voor inwendige prikkels (emoties zoals angst,

stress, opwinding) en uitwendige prikkels (bijvoorbeeld een koude omgeving). Men spreekt dan van het primaire fenomeen van Raynaud. Het primaire fenomeen van Raynaud is vaak vrij onschuldig, ondanks de soms ernstige klachten. Er is vooralsnog geen afdoende behandeling. Soms is de oorzaak een onderdeel of een gevolg van een onderliggende ziekte. Men spreekt dan van het secundaire fenomeen van Raynaud. In dit geval moet de onderliggende ziekte worden behandeld.

98 Wat is de ziekte van Buerger? De ziekte van Buerger (ook wel thromb(o)-angiitis obliterans genoemd) is een ontsteking van de slagaders en de aders. Vaak ontstaat de ziekte van Buerger in de kleinere slagaders van de voeten en handen. Ten gevolge van deze ontsteking wordt de binnenbekleding van het bloedvat ruw. Hierop vormen zich bloedstolsels die de slagader kunnen verstoppen. Wanneer een slagader verstopt is, is dit meestal onomkeerbaar. Hierbij kan ook een ontsteking van de aders optreden. Er is een duidelijk verband tussen het optreden van de ziekte van Buerger en roken. De ziekte van Buerger treedt vooral op bij jonge mensen onder de 45 jaar die veel roken. De behandeling van de ziekte van Buerger is dan ook in de eerste plaats: stoppen met roken. Verder kan een medicamenteuze behandeling gegeven worden.

50

Index


100 Wat is gentherapie?

De ziekteverschijnselen lijken op de verschijnselen van ernstig PAV.

Wat brengt de toekomst?

99 Wat is de infectietheorie? Sinds enkele jaren wijst wetenschappelijk onderzoek op een mogelijk verband tussen het optreden van infecties en het ontstaan van atherosclerose. Dit mogelijke verband wordt ook wel de infectietheorie genoemd. De bacterie Chlamydia pneumoniae wordt immers vaak gevonden in atherosclerotische plaques. Ook de hoeveelheid antistoffen die door het lichaam tegen de bacterie wordt aangemaakt, zegt iets over de ernst van de atherosclerose in de bloedvaten. Momenteel probeert men aan te tonen dat het verband tussen de aanwezigheid van Chlamydia pneumoniae in het lichaam en het ontstaan van atherosclerose inderdaad bestaat. Wanneer er onomstotelijk wordt aangetoond dat er een verband tussen een bacteriële infectie en atherosclerose bestaat, kunnen wetenschappers nieuwe behandelmethodes ontwikkelen om atherosclerose te behandelen en misschien zelfs te voorkomen.

Gentherapie is mogelijkerwijs een toekomstige behandelvorm voor bepaalde ziektes. Gentherapie bevindt zich tot nog toe in een onderzoeksstadium en is een therapie waarbij een ziekte wordt behandeld door het inbrengen van genen in bepaalde cellen. De ingebrachte genen zorgen voor de aanmaak van een eiwit, dat in de cellen ontbreekt of verkeerd wordt aangemaakt. Het nieuw aangemaakte eiwit zorgt ervoor, dat de cellen een nieuwe eigenschap krijgen of een nieuwe functie kunnen vervullen, die ontbrak voor het inbrengen van het gen. Bij gentherapie voor atherosclerose kunnen genen, die ingebracht worden in de gladde spiercellen van de slagaders, een remmende werking hebben op de groei van deze cellen. Hierdoor kan de atherosclerotische plaque, die onder meer ontstaat door de plaatselijke groei van deze gladde spiercellen, minder snel ontwikkelen. Voor patiënten met PAV denken wetenschappers door middel van gentherapie een gen te kunnen inbrengen in de getroffen spieren van deze patiënten. Dit gen zorgt voor de aanmaak van een eiwit, waarvan bekend is dat die de aanmaak van nieuwe bloedvaten bevordert. Deze nieuwgevormde bloedvaten kunnen voor een ‘omleiding’ om de vernauwing heen zorgen, waardoor de getroffen spier toch van voldoende bloed wordt voorzien.

51

Index


101 Zal gentherapie voor atherosclerose uitkomst bieden in de toekomst? Gentherapie bevindt zich nog in een experimenteel stadium. Hoewel een aantal wetenschappelijke studies met deze therapie positieve resultaten boekt, is de therapie voor patiënten nog niet voorhanden. Dit komt omdat bij deze techniek een aantal moeilijke aspecten nog moet worden geoptimaliseerd. Onderzoekers zoeken nog steeds een antwoord op onder meer de volgende vragen:

• • •

Wat is de beste manier om de genen in de juiste cellen te krijgen? Hoe krijgt men de genen op een correcte manier aan het werk? Wat zijn de bijwerkingen? Zijn deze gevaarlijk?

Dit zijn vragen die veel experimenteel onderzoek vergen. Het zal dan ook een aantal jaren duren voordat gentherapie gebruikt zal worden voor patiënten met atherosclerose.

Heeft u andere vragen die met deze informatie nog niet beantwoord zijn? Stuur uw vraag dan op naar ons via: info@claudicationet.nl Voor andere informatie kunt u ook de andere onderdelen van de website www.claudicationet.nl raadplegen (zoals de ‘Zorgzoeker’ voor het vinden van gespecialiseerde zorgverleners bij u in de buurt, of: ‘Nuttige Links’ voor adressen van ondermeer patiëntenverenigingen en andere zorginstanties die voor u van belang kunnen zijn).

52

Index


VERKLARENDE WOORDENLIJST

A

B

Ader een bloedvat dat zuurstofarm bloed terug naar het hart voert Afvalstoffen stoffen die gedurende de stofwisseling in het lichaam ontstaan en die voor het lichaam niet bruikbaar zijn. Afvalstoffen worden uit het weefsel via het bloed naar de nieren of naar de darm afgevoerd en worden via de urine of de ontlasting uitgescheiden. Allergisch overgevoelig Aminozuur aminozuren zijn scheikundige stoffen en zijn de bouwstenen voor eiwitten Aneurysma een met bloed gevulde uitstulping van een slagader Angina pectoris pijn op de borst Angiopathie een ziekte van de bloedvaten Antistollingsmiddelen medicijnen die de bloedstolling tegengaan Aorta de grote lichaamsslagader Arterie slagader Arterieel van de slagader(s) Asymptomatisch zonder symptomen Atheroom plaque; een door atherosclerose aangetaste plek in de bloedvatwand Atherosclerose slagaderverkalking; een veralgemeend ziekteproces van de slagaders Atherotrombose de vorming van een bloedstolsel (trombus) op een plaque in een slagader

Beroerte een verlamming veroorzaakt door een verstopte slagader in de hersenen Bifurcatieprothese een vaatprothese met een opsplitsing in twee vertakkingen Bloedplaatje een plaatvormig bloedlichaampje dat een rol speelt bij de stolling van het bloed Broekprothese een bifurcatieprothese; een vaatprothese met een opsplitsing in twee vertakkingen Buerger, ziekte van een ontsteking van de slagaders Bypass omleiding

C Cerebrovasculair accident een medische term voor een beroerte; een verlamming veroorzaakt door een verstopte slagader in de hersenen Claudicatio intermittens etalagebenen. Pijn tijdens het lopen waardoor stilgestaan moet worden (bijvoorbeeld voor een etalage) om de pijn te verlichten. Collateralen bloedvaten die zich in de omgeving van een afgesloten bloedvat bevinden Contrastvloeistoffen vloeistoffen die bij radiologisch onderzoek in de bloedvaten worden ingespoten om de bloedvaten op de foto zichtbaar te maken Compensatoire mechanismen mechanismen die door het lichaam worden gebruikt om een defect (gedeeltelijk) te

53

Index


Gegeneraliseerd veralgemeend Gegeneraliseerd vaatlijden een benaming voor het feit dat slagaderverkalking in verschillende bloedvaten optreedt

herstellen CVA afkorting voor cerebrovasculair accident

D H Decompensatio cordis hartfalen; een verminderd functioneren van het hart Dode vingers of het fenomeen van Raynaud. Tijdelijke afsluiting van de bloedvoorziening in de vingers of tenen door vaatkramp Dotteren het doorgankelijk maken van een verstopt bloedvat met een ballonnetje

E Embolie een verstopping van een bloedvat door een embool (een bloedstolstel, bloedprop) Endoprothese kunststofprothese ter vervanging van een inwendig lichaamsdeel Endotheelcellen platte cellen die de binnenbekleding vormen van hart en bloedvaten Endovasculair in een (bloed)vat Enzymen een eiwit dat een scheikundig proces in het lichaam bevordert

Hartfalen verminderd functioneren van het hart, ook wel genoemd decompensatio cordis Hersenbloeding een bloeduitstorting in de hersenen Herseninfarct een beroerte veroorzaakt door een bloedstolsel dat een slagader in de hersenen afsluit Homocyste誰ne een stof dat in het lichaam ontstaat bij de afbraak van het belangrijke aminozuur methionine Hyperhomocyste誰nemie een ziekte waarbij een verhoogde concentratie homocyste誰ne in het bloed aanwezig is Hypertensie hoge bloeddruk

I Invaliderend invalide maken Invasief het inbrengen van een instrument in een orgaan Ischemie een verminderde doorbloeding in een lichaamsdeel

K G Gangreen de afsterving van weefsel

Koolzuur een gas dat onder meer ontstaat tijdens de stofwisseling in het lichaam. Koolzuur is een afvalstof en

54

Index


wordt via het bloed naar de longen afgevoerd. Vervolgens wordt koolzuur bij het uitademen uit het lichaam verwijderd. Koolstofmonoxide een zeer giftig gas dat ontstaat bij de onvolledige verbranding van koolstof door zuurstof Kransslagaders slagaders die het hart van zuurstofrijk bloed voorzien

N Nachtpijn pijn die ’s nachts ontstaat door een tekort aan zuurstof in de beenspieren, te wijten aan slagaderverkalking in de benen Necrose afsterving van weefsel

L

O

Longembolie de verstopping van een bloedvat in de longen door een bloedprop. Een longembolie is levensbedreigend, omdat de zuurstofopname voor het hele lichaam in het gedrang komt.

M Micro-angiopathie een aandoening van de kleine bloedvaten bij diabetespatiënten Macro-angiopathie een aandoening van de grotere bloedvaten mmHg millimeter kwik druk. Dit is een maat waarin de bloeddrukwaarden worden uitgedrukt. Mmol een eenheid die in de biochemie vaak gebruikt wordt en waarmee een hoeveelheid product wordt aangegeven Myocard de hartspier

Occlusie de afsluiting van een bloedvat door bijvoorbeeld een bloedstolsel

P Perifeer vaatlijden de vorm van atherosclerose waarbij in één of meer slagaders naar of van de ledematen vernauwingen optreden Plaatjesaggregatieremmers medicijnen die het klonteren van bloedplaatjes (trombocyten) tegengaan Plaque of atheroom, een door atherosclerose aangetaste plek in de bloedvatwand Pulsatie een klopping van bijvoorbeeld een hart of slagader

R Raynaud, fenomeen van de tijdelijke afsluiting van de bloedvoorziening in de vingers of tenen door vaatkramp wordt ook dode vingers genoemd.

55

Index


Rheologica middelen die de bloeddoorstroming bevorderen omdat zij een grotere vervormbaarheid van de bloedcellen toelaten, waardoor de bloedcellen gemakkelijker door vernauwingen heen kunnen Ruptuur scheuring Rustpijn pijn die bij rust optreedt door een tekort aan zuurstof in de beenspieren, te wijten aan slagaderverkalking in de benen

S Slagader een bloedvat dat bloed van het hart naar het lichaam voert Slagaderverkalking atherosclerose, een veralgemeend ziekteproces van de slagaders Stent een metalen gaas dat bij het dotteren kan worden ingebracht om de bloedvatwand te verstevigen

T TIA afkorting voor transient ischemic attack, dit is een tijdelijke beroerte, die niet langer dan 24 uur aanhoudt Thromb(o)-angiitis obliterans de ziekte van Buerger; een ontsteking van de slagaders Trombose de verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel

Trombosering het ontstaan van een bloedstolsel ter hoogte van een atheroom Trombolyticum een geneesmiddel dat bloedstolsels kan oplossen Trombus een medische term voor een bloedstolsel

V Vaatkramp een kramp die in de bloedvaten kan optreden doordat spiertjes in de bloedvatwand samentrekken Vaatverwijding het wijder worden van een bloedvat wanneer spiertjes in de bloedvatwand ontspannen Veneus van de ader(s) Voedingsstoffen stoffen die door het lichaam opgenomen worden en die door het lichaam als bouwstoffen of als leveranciers van energie worden gebruikt Voerdraad een draad die bij het dotteren gebruikt wordt om de ballon naar de vernauwing te brengen en na het dotteren weer te verwijderen

Z Zuurstof een gas dat onontbeerlijk is voor een goede stofwisseling in het lichaam

56

Index


101%20vragen%20PAV%20NIEUW%5FDEF-1