Page 1

Editorial

Max Headroom TVWard intrusion Heirwegh

Carmen Van Cauwenbergh pg. 3

pg. 14

T(err)ourist go back to hell

Bâtard pg. 18

Flor Declercq pg. 4

Ief Spincemaille De wereld tussenin

Ruben Van Eeckhout pg. 22

Ergens in het hart van deze kloot; Urland

Marnix Rummens pg. 6

Pica Pica

pg. 26

Stelen met de ogen

Advertisement

Stefanie Van Rompaey

Gerard Herman

pg. 10

pg. 27

De schoonheid van het falen

Editor’s picks & mixtape

pg. 12

pg. 28

Hannes Dereere

Free

Jaarmarkten

Svalbaard

a magazine about the future

N° 1 Oct / Nov / Dec 2012


is a free cultural magazine. We mainly want to focus on young, national and international artists from different disciplines. We offer a mixture of interviews, creative writing, artistic contributions, photo reports and much more.

N°1, volume 1

  is distributed across Belgium on a quarterly basis.

Coördination Ward Heirwegh, Carmen Van Cauwenbergh

The copyright of the photos and articles belongs to the authors. published in Reproduction of these photos and articles is only allowed by their permission.

Editorial staff Flor Declercq, Hannes Dereere, Ward Heirwegh, Marnix Rummens, Carmen Van Cauwenbergh, Stefanie Van Rompaey

is made possible The first issue of through the generous support of Bâtard.

Website www.toopmagazine.com Editor-in-chief Carmen Van Cauwenbergh carmen@toopmagazine.om

Art Director Ward Heirwegh contact@wardheirwegh.com Print Albe de Coker, Antwerpen Want to contribute contact@toopmagazine.com

2

Publisher Carmen Van Cauwenbergh Antwerpsesteenweg 622 9040 Sint-Amandsberg contact@toopmagazine.com


Voorwoord

Max Headroom, the first computer generated TVpersonality. A visualised example of our young generation’s way of thinking.

TOOP, A BRAND NEW CULTURAL MAGAZINE

The artistic contributions are made by Ruben Van Eeckhout, the Dutch company Urland, Fleur Ordoukhani, Karl Philips, Pamina de Coulon, Gerhard Herman and Svalbaard. In the context of Bâtard Festival, Fleur, Karl and Pamina made a personal contribution, as an extra to their work that will be presented during the festival. We gave them full carte blanche. Ruben portrays sheep, cows, gnomes and people in his photo report about fairs. Svalbaard mixed some excellent tunes together and Urland proposes an alternate society, an utopia, and finally musician and visual artist Gerhard Herman filled in the advertising space of this magazine.

, In your hands you are holding the first edition of a cultural magazine that focuses on young creators, or better still, a new generation of creators in Belgium and beyond. We want to take this new generation as a starting point and link them to other generations, society, science, philosophy, photography,… We will put a strong emphasis on the imaginary and the cross-disciplinary. If you browse through the magazine, you will see that the we have selected an eclectic content. Rather than focussing on a specific theme, our attention goes to people who arouse our interest or people that we would like to follow in the future. Beside that, we want to give artists an opportunity to present themselves through their own contributions: by offering them some ideas or giving them complete carte blanche. The editors of should be seen as curators who juxtapose some individual topics that will recur in later editions. By doing so, we want to excavate the topics in different ways and forms, before jumping to another subject. Because we can not predict what these contributions will be and because we would like to search other ways of writing about culture (in addition to the more conventional ways), every edition will be composed of different sections. The potential succesfull sections we will keep, the others will disappear. will not be a standard magazine with fixed sections but a proces in which the reader can follow our evolutions, failings and successes.

a magazine about the future

3

In this first edition we would like to talk about gentrification, an urban phenomenom that is clarified through the city of Berlin. In subsequent editions we want to explore how this phenomenom evolves in Belgium. Furthermore, an extensive interview with Belgian scenographer and installation artist Ief Spincemaille who talks vividly about his work and vision. Not to hedge ourselves, but in the context of the Brussels ‘I Fail Good’-festival, also an article that can be seen as an ode to the beauty of failure. Because achieving is not always the most important. A motto that is also applicable to the work of Pica Pica a trio from Liège that we want to introduce briefly. A first encounter that we want to explore further in editions to come. In a stream of consciousness, our graphic designer graphically and substantive explores the varied links with


Tekst: Flor Declercq

De gemiddelde cultuurliefhebber zakt al eens af naar Berlijn om te proeven van wat de stad te bieden heeft. Feestbeesten verdringen er de slaap in de verschillende clubs en jonge kunstenaars vanuit heel Europa zoeken er hun heil in de internationale kunstscene. Met zo’n 10 000 000 toeristen die de stad in 2011 bezochten en meer dan 17 000 000 overnachtingen – Opflakkering van bevestigt Berlijn zijn naam bizarre vreemdelingenhaat als belangrijke, toeristische trekpleister in Europa. Bovendien in Berlijn biedt deze booming sector werkgelegenheid aan zo’n 130 000 mensen, wat van haar een belangrijke werknemer maakt in een stad die over het algemeen te kampen heeft met een slabakkende economie.

T(err)ourist go back. To hell.

Alleen wordt niet iedereen euforisch bij dit succes. In de buurten waar trendy volk en allerlei kunstenaars zijn neergestreken, uiten weinig subtiele graffiti als ‘Fist a tourist! Now!!!’ of ‘X-berg is not for yuppies & hipsters. Fuck off!’ een haatdragend ongenoegen dat onder een deel van de bevolking heerst. Het tweede opschrift vertolkt een ongenoegen dat zich niet beperkt tot de doorsnee toerist, maar zijn pijlen ook richt op de hippe nieuwkomers die met een Club Mate in de hand in de buurten rondkuieren, hun vrienden in latte - macchiato - bars ontmoeten en in bio-supermarkten winkelen. In juni werden zelfs enkele ramen van de trendy Schillerbar in Neukölln vernield en de gevel met verf beklad. In Friederichshain belaagde een jongeman onlangs twee studenten met pepperspray en schold hen uit voor ‘Zugezogene’ (nieuwkomer). Met de nodige dramatiek verzamelde de groene partij in Kreuzberg vorig jaar haar inwoners voor een vergadering over de problemen die toeristen en nieuwe buurtbewoners veroorzaken, onder de titel ‘Hilfe, die Touris kommen!’. Alsof de barbaren weer aan de poorten van Europa staan. Het valt niet te ontkennen dat toeristen voor overlast kunnen zorgen. Vooral in de hippe uitgangsbuurten, zoals het stadsdeel rond Schlesisches Tor op een steenworp van de befaamde Watergate club, is het ’s avonds over de koppen lopen. Er wordt geschreeuwd, gejuicht en gezongen en tegen zonsopgang liggen de straten bezaaid met gebroken bierflesjes, fastfoodresten en urine. Alleen beperken de vele cafés en andere uitgaansaangelegenheden in het voortdurend veranderende Berlijn zich niet tot de geconcentreerde feestkwartieren. De bars duiken ook middenin rustige woonwijken op. Buurtbewoners horen er hun lang gekoesterde rust overstemt worden door de geluidsoverlast van de nieuwe nachtbrakers.

4

Dit laatste is een symptoom van een dieperliggend probleem dat de ware voedingsbodem vormt voor de bizarre xenofobie

die de kop opsteekt. In de sociaal-wetenschappelijke literatuur wordt dit fenomeen aangeduid met de term gentrificatie. Het duidt het typisch grootstedelijke proces aan waarbij bepaalde achtergestelde buurten op sociaal, economisch en cultureel vlak opgewaardeerd worden. Dit proces wordt voornamelijk in gang gezet door studenten, kunstenaars en creatieve ondernemers die prikkelende en goedkope onderkomens zoeken om er te wonen en te werken. Deze wegbereiders vestigen zich in wat voorheen oninteressante wijken waren en genereren er met hun activiteiten een bijzondere dynamiek die een socio-culturele heropleving van de buurt bewerkstelligt. Een mooi voorbeeld van deze evolutie en brandpunt van de huidige gentrificatie-discussie in Berlijn is Neukölln. In de Lonely Planet over Berijn uit 2006 wordt dit stadsdeel op pp. 140-141 als volgt beschreven: “Major sections of Berlin’s poorest district are plagued by unemployement, a pervasive drug culture and un unintegrated immigrant population. The pale and downtrodden schuffle around Hermannplatz and the main commercial drag, Karl-Marx-Strasse, lined by cutrate import stores and downmarket chains.” Ondertussen is Neukölln sinds een drietal jaren dé nieuwe creatieve en hippe hotspot. Neukölln is verlost van zijn drugsimago, de straten zijn properder en verkeersveiliger geworden. Hermannplatz is nu een drukke winkelstek met een florerende en uitdijende horeca. Bars, restaurants en galerijen verdringen zich in het straatbeeld rond de Reuterplatz. Maar hier schuilt ook de keerzijde van de gentrificatie. In een verder gevorderd gentrificatieproces trekken kapitaalkrachtige gezinnen en investeerders naar de ontluikende buurt. Tegelijk met de komst van dit deel van de bevolking stijgt echter de levenskost. Huurprijzen gaan de hoogte in, nieuwe winkels en eettenten bieden waren aan die de oorspronkelijke buurtbewoner zich niet kan veroorloven.


Yolanda, die al zo’n vijf jaar in Neukölln woont en de veranderingen heeft meegemaakt, wijst er bovendien op dat de vele bars mensen lokken die enkel het hippe najagen en amper begaan zijn met de buurt en haar oorspronkelijke inwoners. Zelf verhuisde ze naar dit deel in de stad vanwege de bijzondere sfeer die er heerste tussen de Turkse gemeenschap en de jonge pioniers die zich er vestigden. Zelf had ze voordien nooit stilgestaan bij de gevolgen van hun komst. De ergernis die sommige latere verhuizers teweeg brachten, veroorzaakte afstandelijkheid en vooral argwaan bij de oudere bevolking. En dit terwijl de huurprijzen op dit moment best nog meevallen ten opzichte van de rest van Berlijn. In de eerste plaats draait het niet om geld, maar om de veranderde omgangsvormen. De gentrificatie is hier nog volop aan de gang en zij vreest dat het ergste nog moet komen. Ze wijst hierbij op Prenzlauerberg. Na de val van de muur vestigden studenten en kunstenaars uit het westen zich in deze buurt die te kampen had met verloedering en leegstand. Prenzlauerberg werd het epicentrum van het broeierige en ongebonden Berlijn van de jaren negentig. Vandaag wonen er enkel nog mensen uit de hogere bevolkingsklasse die de exuberante huurprijzen kunnen betalen. En dus werd ook hier naar een zondebok gezocht. Die vond men in de Schwabe (Zwaab). Dit is de aanduiding voor iemand die uit het Zuid-Duitse district Baden-Württemberg afkomstig is. Vele inwijkelingen in Berlijn kwamen uit dit district en met hun Zuid-Duitse tongval zijn ze vrij aanwezig in het straatbeeld. De Zwaab symboliseerde ineens de welvaart die de minder kapitaalkrachtige burger in Prenzlauerberg buiten spel zette. ‘Total Schwaber Hass’ werd er op de muren gespoten. Vanuit vooral (radicaal) linkse hoek wordt nu dus elke nieuwkomer in de stad of wijk geviseerd. In vrij ondubbelzinnige en verontrustende bewoordingen, zo illustreert een andere, kleine greep uit het graffiti-aanbod: ‘gegen Schnösel * stop artification’, ‘T(err)ourist go back. To hell’ of ‘Yuppies verpisst euch!’. Zé Miguel, een Portugees die net zijn doctoraat beëindigde en reeds zeven jaar in Berlijn woont, begrijpt niet waarom nu net de nieuwkomers in de stad aan de schandpaal genageld worden. Hij wijst de overheid met de vinger. Hoewel het misnoegen al langer onder de Berlijners opwelt, deed de overheid tot nog toe maar heel weinig. In het begin negeerde ze het fenomeen of verzachtten ze de impact van het proces. Ze was te zeer gepreoccupeerd met het aanzwengelen van de toeristische troeven van de stad. Daarnaast kan hij zich ook ergeren aan de media. Zij berichtten eerder over de protestacties of het grote aantal mensen uit de Turkse gemeenschap dat slachtoffer is van de gentrificatie. Zo blijft de focus op slechts een enkele minderheidsgroep en krijgt de hele discussie ineens een etnisch kantje, terwijl ook andere bevolkingsgroepen de gevolgen moeten dragen van de gentrificatie en er uiteindelijk geen woord gerept wordt over de oorzaken van het probleem. Zé Miguel noemt het wegvallen van de huurbescherming als een kwade factor en het feit dat de overheid de vele woonblokken die ze bezat, verkocht heeft om haar schuldenlast te verzachten. Investeerders kregen op die manier vrij spel. Om deze nuance in het debat terug te winnen hebben enkele vrienden het HAN opgericht. Het Hipster Antifa Neukölln (Antifa is een ironische knipoog naar en de afkorting van Antifaschistische Aktion, een extreem linkse groepering die zich tegen extreem rechts keert en het ook niet zo hoog op

heeft met hipsters.) richt zich tegen de fascistische wijze waarop sommige Berlijners zich over toeristen uitlaten of hen het leven zuur maken. Zij hebben het HAN opgericht nadat een gemeenschappelijke vriend in het Gürlitzer Park in Kreuzberg met een bierflesje bekogeld werd. Om den brode doorkruist deze vriend Berlijn op een riksja met toeristen achterin. Deze plastieken driewielers zijn een populair vervoermiddel onder toeristen. Wanneer hij aan het eind van zijn dagtaak naar huis reed en enkele vrienden (Berlijnse, nota bene) een lift gaf, bekogelde de werper in kwestie hen in de overtuiging dat zij toeristen waren. Alle zin voor rede lijkt bij sommige inwoners volledig verdwenen. Het zijn reminiscenties aan een vrij recente vreemdelingenhaat die Berlijn ooit overmeesterde. Daarom willen ze een debat inrichten dat de problemen van de gentrificatie zeker onderkent maar dan wel binnen de juiste proporties. Op hun facebookpagina (www.facebook.com/hipsterantifa) verzamelen ze foto’s van xenofobe uitlatingen en brengen ze er alle berichtgevingen over het probleem samen om mensen bewust te maken van de onzinnige uitspattingen van sommige Berlijners. Ze voegen hier aan toe dat er geen concrete bevolkingsgroep kan aangeduid worden als onruststoker. In de eerste plaats hielden de extreem linkse bewegingen het vuur aan de lont, maar ondertussen kennen veel mensen een vorm van ongepaste ergernis over toeristen. Een andere bewustmakingsactie komt van Andere Zustände Ermöglichen (aze.blogsport.de). Zij verspreiden ‘spot the touri!’-affiches in de stad. Op de groene affiches zijn twaalf mensen geportretteerd die zowel toerist als inwoner zouden kunnen zijn. Om aan te geven dat het idee dat je zomaar een toerist of buitenstaander die verantwoordelijk is voor de prijsstijging, kunt ‘spotten’, bespottelijk is, luidt de affiche: Gesucht: der offizielle Sündenbock für hohe Mieten, laute Feierei und Mangel an Deutschtum. Het gaat deze beweging ook om het absurde gegeven dat er zoiets zou bestaan als een ‘authentieke’ inwoner van Berlijn. Gezien het recente verleden van deze stad zijn veel van haar oorspronkelijke bewoners verdwenen. En wat vang je aan met de buitenlanders die al jarenlang in Berlijn wonen? Een niet te veronachtzamen detail is dat een achtste van de Berlijnse populatie geen Duits paspoort bezit. Gelukkig wordt niet het hele debat overheerst door een misplaatste afkeer voor ‘vreemdelingen’. Aan Kottbusser Tor staat er sinds mei het Gecekondu kamp. De bewonersbeweging Kotti & Co slaagde erin om een straatfeest te laten ontaarden in een protestkamp. Al vier maanden lang stelt hun aanwezigheid de hoge huurprijzen en die van de sociale woningen in het bijzonder aan de kaak. Hierbij expliciteren zij hun onvrede met het feit dat een groot deel van de aandacht naar de geteisterde Turkse gemeenschap gaat. Deze inwoners van divers pluimage willen deze categorisering overstijgen. Zij spreken in naam van de hele Berlijnse bevolking en eisen maatregelen van de overheid. Zij stellen pertinente vragen omtrent segregatie en beperken hun blik zelfs niet tot Berlijn. Zij werpen zich op als een toekomstgerichte en belangrijke onderneming die veelbelovende resultaten kan leveren voor alle grootsteden. Daarnaast manifesteren ze zich als een les voor Europa en vooral de democratie. Allerlei academici van gerespecteerde universiteiten stelden een heldere en doorwrochte tekst op over deze beweging die valt na te lezen op kottiundco.net.

a magazine about the future

5

De nieuwe, vermogende middenklasse verdringt de minder gegoede bewoners in de buurt. Dit geldt ironisch genoeg ook voor de eerder genoemde studenten en kunstenaars die de buurt ontsloten.


De wereld tussenin

Marnix Rummens  Je bent filosoof van opleiding en

kunstenaar van beroep. Wat vormt voor jou de aanzet van je kunst?

Ief Spincemaille  Ik vertrek van zaken die me verwonderen. Dat kan gaan van geluiden die ik boeiend vind tot fysieke fenomenen, zoals de werking van onze blik of de kromming van de aarde. Die probeer ik te onderzoeken door ze te hercreëren. Natuurlijke fenomenen zijn een belangrijke inspiratiebron, omdat ze de manier waarop je naar de wereld kijkt in vraag kunnen stellen. Ik merk dat je als kunstenaar vaak onbewust diezelfde verwondering probeert op te roepen bij je publiek. Dat is waar een kunstwerk voor mij op neerkomt. Als iets je diep raakt, is de nood om dat te delen ook groot. Ik grijp meer en meer terug naar een soort van pre-wetenschappelijke fascinaties. Die alledaagsheid en natuurlijkheid waar zaken vandaan komen, vind ik erg belangrijk. M.R. Je maakt heel diverse werken. Waar hangt

het opzet van een werk van af?

6

I.S. Ik gebruik inderdaad uiteenlopende vormen, omdat ik het medium kies afhankelijk van de zoektocht die ik maak. Mijn eerste installatie, The great bear, is letterlijk een visualisering van een kortverhaal dat ik schreef, De aarde van Igor. De centrale vraag was daar wat er echt is aan onze realiteit en tot op welke hoogte die wordt bepaald door verbeelding of zelfs waanideeën. Ik zocht toen naar een medium dat die vraag verder kon uitdiepen. Ik wilde de lezer als toeschouwer deel laten uitmaken van dat universum, en hem op een gegeven moment zelfs acteur laten worden zodat hij zelf in een grensgebied tussen realiteit en fictie terechtkomt. Wanneer je de ladder van de installatie opgaat en je hoofd in de rubberen kap steekt, krijg je een monitor te zien die de exporuimte filmt in real time. Je ziet jezelf op de ladder staan langs achter, maar tegelijk zie je een figuur rondlopen die reageert op jouw aanwezigheid. Wanneer je je hoofd uit de kap haalt om je met je eigen ogen te verzekeren van de aanwezigheid van het personage zie je natuurlijk niks beneden achter je. Door een mix van een live feed met vooropgenomen beelden krijg je een realiteit te zien die je niet zomaar in één perspectief kan kaderen.

tekst: Marnix Rummens

Kijkbrillen die onze blik verstoren, videoinstallaties waarin je jezelf tegenkomt, een kilometerslange buis op het strand die de kromming van de aarde tastbaar maakt. Het zijn slechts enkele van de uiteenlopende werken waarmee beeldend kunstenaar Ief Spincemaille de wereld te lijf gaat. Vanaf januari brengt zijn installatie LIGHTMAP de beweging van de aarde – Een interview met ten opzichte van de zon in kaart, door van Iefjaar Spincemaille op het dak van Museum M een lang elke vijf minuten een foto te trekken van de lucht. Tijd voor een gesprek over de kunst van de vele media. Want pas door de wereld steeds in een ander daglicht te plaatsen kunnen we beginnen ze te begrijpen.

M.R. Door de grenzen van een medium af te tasten

probeer je na te gaan hoe onze realiteit in elkaar zit?

I.S. Precies. Tot wanneer is iets video, wat zien we als realiteit, hoe echt kan een fictief personage zijn, hoe fictief kan de realiteit zijn? Dat zijn de vragen die ik opzocht met The Great Bear. Door de mix van live en vooropgenomen video wordt een virtueel beeld even een live aanwezigheid. Je voelt je echt bekeken en toch gebeurt dat enkel door je eigen projectie. De grens tussen fictie en werkelijkheid wordt even opgeheven, relatief gemaakt. Soms denk ik dat er veel te veel onderscheidingen zijn. En vaak zijn die heel bepalend voor onze kijk op de wereld. Descartes zag de wereld los van het subject, als een objectieve werkelijkheid op zich. Die gedachte bepaalt tot vandaag voor een groot deel hoe we over de wereld denken. Heidegger kende meer belang toe aan het subject. Door ergens te zijn maak je ook die plek. Al was het door de manier waarop je ze waarneemt. Onze eigen aanwezigheid en ervaring is lang niet zo vrijblijvend als we denken. M.R. Is het diezelfde veronderstelling die je tot de Reverse Blinking serie bracht, een reeks brillen die onze blik manipuleren? I.S.

Ja. Maar die fascinatie voor het kijken op zich is pas via de omweg langs video ontstaan. Als kind aan huis bij De Filmfabriek kwam ik snel met dat medium in contact, en vooral met massa’s filmmateriaal. Maar stilaan ben ik toch de randvormen gaan opzoeken. Door mijn samenwerking met Guy Cassiers aan Wolfskers begon ik een soort van videosculpturen te maken onder de noemer Atopos. Door in te zoomen op een live terrarium of aquarium kreeg je op een apart scherm een heel zorgvuldig geconstrueerd universum te zien. Tegelijk toon je de achterkant van een fictief beeld, de discrepantie tussen de set en wat er geframed wordt. Weer dat aftasten wanneer een fictie een geloofwaardige, coherente realiteit wordt in verschillende media. Reverse blinking is ontstaan op het moment waarop ik al die techniciteiten begon los te laten en met een eenvoudig mechanisme hetzelfde thema probeerde uit te werken.


M.R. Welke vraag probeerde je met Reverse Blinking

verder uit te puren?

I.S.

Hoe beïnvloedt je eigen subjectieve manier van kijken de realiteit? Dat wou ik aan de levende lijve ondervinden. Wanneer je een donkere bril opkrijgt, met een shutter die als een camera in een flits de omgeving capteert, lijkt je directe omgeving statisch te worden. Wanneer de shutter sluit krijg je een soort van fade out op je netvlies. Op zich is dat een ervaring die aantoont dat een kleine aanpassing in ons kijkapparaat al voor een heel ander soort beeld en beleving van de werkelijkheid zorgt. Of die dan echter is of net meer fictief dan onze dagelijkse blik, dat is dan de vraag. M.R. Elk systeem creëert een eigen illusie en een

eigen werkelijkheid?

I.S.

Ja, misschien wel. Elk nieuw systeem of medium stelt je in staat om alle andere onder de loep te nemen. Het is net die afwisseling die me zo boeit. Er zit voor mij heel veel waarheid in het vertalen van systeem naar systeem. Je leert de werkelijkheid maar kennen door ze vanuit verschillende perspectieven of media te bekijken en je bewust te zijn van de beperkingen van elk systeem. Elk medium toont de wereld op een manier die buiten dat medium niet getoond kan worden. En elk medium legt iets bloot over onze zintuigen of de manier waarop wij in contact staan met de wereld. Kijken naar mezelf, dat is wat ik doe. Mediakunst creëert een blik die niet meer vast zit aan je eigen lichaam. Een mobiele, flexibele blik. Dat biedt een enorme vrijheid om te ontdekken.

Where is the sun, 2012 © Ief Spincemaille

M.R. Zijn de media waarmee je werkt steeds een

metafoor voor je eigen kijken?

I.S.

Ja, absoluut. Elk medium is een instrument of mechanisme dat tussen onze ervaring en de realiteit wordt geplaatst en een specifieke kijk oplevert op die werkelijkheid. Maar onze eigen blik is net zo gemaakt. En zelfs onze hersenen zijn slechts een meetinstrument dat de realiteit in bepaalde termen registreert en verwerkt. Het is die sturende kracht die me intrigeert. De lucht is niet blauw, onze blik interpreteert die als blauw, door de breking van het licht in een bepaald spectrum waar te nemen. Ik wil die illusie doorbreken dat wij slechts passieve toeschouwers zijn van een vooraf bestaande wereld. Nee, we scheppen ze zelf, of vullen ze op z’n minst zelf in. Als we de parameters van ons kijken leren kennen, leren we de wereld tot op zekere hoogte bij te sturen.

Is the Great Bear a Lonely Bear? © Ief Spincemaille

M.R. Is het een verrijking om uitgesproken low-tech

te gaan werken?

I.S.

Reverse Blinking, 2010 © Ief Spincemaille

a magazine about the future

7

Ja, enerzijds betekent dat een bevrijding van een techniciteit die enorm belastend en vertragend kan werken: dure toestellen, kabels, programmeren, de instabiliteit van nieuwe systemen. En tegelijk sta je meer in contact met je medium omdat je alles zelf beheerst. Paradoxaal genoeg kan je met erg eenvoudige constructies de werking van heel ingewikkelde technische media inzichtelijk maken, of een metafoor bieden voor onze eigen zintuigen. Omdat je basisaspecten op een eenvoudige manier vertaalt. Conference Call is eigenlijk ontstaan door een fascinatie voor fotografie. Met foto is het mogelijk geworden om naar jezelf te kijken als derde. Dat was een revolutionair moment. De twee bewegende spiegels van Conference Call creëren op een heel eenvoudige, analoge manier een dubbel van jezelf. En tegelijk meer dan een spiegelbeeld, want je kijkt het beeld niet recht in de ogen, je ziet het van opzij, als een derde persoon. Die afstand tot je eigen spiegelbeeld is misschien wel de essentie van fotografie.


Behind The Horizon, 2010 © Clara Hermans

8

Conference Call, 2010 © Irma Driessen


M.R. Zie je jouw praktijk als breder dan

kunstenaarschap alleen? Je bevindt je zoals je zegt vaak in een grensgebied tussen kunst en (pre-)wetenschap. I.S.

De definitie van kunst of kunstenaar vind ik op een bepaalde manier heel moeilijk. Mensen maken dingen, op heel verschillende gebieden. De definitie van kunst wordt soms een beperking. Wat we als mens doen is leven, bewust worden, onderzoeken. Daar zet je wat dan ook voor in. Als wat ik maak als kunstwerk wordt gezien, ok. Strookt het niet met je definitie daarvan, ook ok. Het hoeft niet perse kunst te zijn, de basis voor mij ligt dieper. Karakteristiek is een soort scheppingsdrang. Eigenlijk laat kunst ons toe om bepaalde levensvragen op te lossen op een bevattelijke manier. In je hoofd begint dat met een soort van mini-trauma dat je begrippenapparaat op gang zet. Als zoiets gebeurt, ben je zelf toeschouwer van wat nieuw is in je hoofd, van iets dat je aftast en gaandeweg ontdekt. Dan komt de noodzaak om dat te verwerkelijken, te materialiseren en te delen. Eens het werk er is, interesseert het me minder wat ermee gebeurt. Het gaat mij om dat scheppingsmoment, dat kunnen beleven. Het gevoel wanneer er iets nieuws ontstaat is ongelofelijk.

M.R. Ook LIGHTMAP, je huidig project sluit aan

bij die omgevingsgerichte werken. I.S.

Ja. Al speelt dat werk zich af over een volledig jaar. Een camera op een dak in België en een camera op een dak in Nieuw-Zeeland nemen om de 5 minuten een foto van de lucht. Die foto’s worden in real time op een verticale lijn afgedrukt die 24 uur voorstelt. Zo krijg je een patroon van lichturen, dag na dag, en zie je de seizoenen ontstaan, afhankelijk van de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Na een jaar levert dat een beeld op van 96 000 fotos op mini plexi-blokjes, een visualisatie van iets dat in tijd en ruimte te verspreid is om zelf overzichtelijk waar te nemen. Dat legt net als Behind the horizon weer de relativiteit bloot tussen wat we weten en wat we kunnen ervaren. De twee uitersten op de wereld zullen een omgekeerd patroon vertonen. De ene kant wordt een oogvorm, de andere een liggende zandloper. Ik hoop naast enkele variaties ook nog andere patronen te kunnen waarnemen die nieuwe verschillen en gelijkenissen duidelijk maken. Wat me interesseert is om bevattelijk te maken hoe die grote patronen ons dagelijks leven beïnvloeden. M.R. Nieuwe perspectieven leiden tot nieuwe

M.R. Hoe is Behind the Horizon dan bijvoorbeeld

ontstaan?

I.S.

Dat is een lang verhaal. Dat werk is eigenlijk ontstaan op vraag van museum M in Leuven. Tijdens de verbouwingswerken daar in 2009 vroegen ze een aantal kunstenaars om na te denken over onmogelijke kunstwerken in een onaf museum. Ik ben dan gaan werken rond de buitenruimte en heel snel kom je dan bij de uiterste begrenzing daarvan uit, de horizon. Door de kromming van de aarde is de horizon gemiddeld steeds slechts 4,8 kilometer van ons verwijderd. Dat wil zeggen dat een buis van 10 kilometer op het strand aan weerszijden 230 centimeter boven de grond zou uitsteken. Dat ben ik dan ter plekke gaan visualiseren. Vanuit de verwondering voor die grootsheid van die kromming, die we in het dagelijkse leven absoluut niet zo ervaren. Wat me boeit is die discrepantie tussen twee vormen van weten, de meetbare realiteit en onze ervaring van de werkelijkheid. Ik vermoed omdat die op zich al blootlegt dat er meer dan één geldig perspectief bestaat op de werkelijkheid. M.R. Je vertrekt geregeld van dingen die door

de wetenschap zijn gekend. Wat is voor jou de meerwaarde om die met kunst te benaderen?

inzichten.

I.S.

Ja, dat is een zuiver fysisch fenomeen. Als je hersenen steeds dezelfde prikkels krijgen worden die onbewust, ga je ze na een tijd zelfs wegfilteren. Met betekenis is dat ook zo, die zit niet vervat in één systeem, maar in de overgang van verschillende perspectieven. Dat creëert bewustzijn en betekenis. Als kunst iets doet, is het steeds dezelfde zaken op een andere manier zichtbaar of ervaarbaar maken. Dat is existentieel. Om te bestaan moeten we ervaren, en om te ervaren moet er evolutie zijn, overgang van de ene naar de andere toestand. Om te kunnen blijven kijken, horen, voelen, denken, zingeven, daarvoor zijn die vertalingen nodig.

• www.dewerktank.org www.iefspincemaille.be Vanaf 1 januari brengt LIGHTMAP een jaar lang de lucht in kaart vanop het dak van Museum M. www.mleuven.be

I.S.

a magazine about the future

9

De wetenschap is ondertussen zo gespecialiseerd dat ze zich ver verwijdert van onze dagelijkse ervaringen. Dat zorgt voor een vervreemding van dingen die soms heel nabij zijn. Werken zoals Behind the Horizon of Where’s the sun spelen daar op in. Dat laatste werk is ontstaan vanuit de verwondering toen ik besefte dat de wijzers van mijn uurwerk dezelfde rotatie maken als de zon rond de aarde. Dat beiden aan elkaar gelinkt zijn. Dat is natuurlijk evident, maar daar wordt niet meer bewust bij stilgestaan wanneer tijd zich door techniek verzelfstandigt en de link met haar oorsprong – de zon – volledig wordt verbroken. Ik heb toen een doodgewone klok zo bijgewerkt dat de wijzer steeds de locatie van de zon aanduidt, ook als deze zich achter de aarde bevindt. Ik wil opnieuw bewust worden van onze omgeving en al haar bepalende elementen. En tegelijk gaat het nog steeds over media, omdat je met een zonnewijzer perfect de feilbaarheid van een atoomklok kan blootleggen. Onlangs moest die weer een schrikkelseconde worden aangepast omdat zelfs de meest geavanceerde techniek niet naadloos aansluit bij onze omgeving.


tekst: Stefanie Van Rompaey

Drie dertigers, Boris Magotteaux, Manuel Falcata en Jerome Degive vormen Pica Pica, een kunstenaarscollectief uit Luik. Ze leerden elkaar kennen door gemeenschappelijke vrienden in het graffitimilieu en op de académie des beaux arts. Hun werk bestaat uit constructies, tekeningen en schilderijen. Daarnaast onderhouden ze ook een uiterst fascinerende fotoblog.

PICA PICA

– Stelen met de ogen

Pica Pica is de Latijnse naam voor ekster. Deze zwart-witte vogel staat bekend om zijn brutaal karakter maar wordt ook beschouwd als één van de intelligentste dieren op aarde. Hij gedijt zowel in de stad als op het platteland. De ekster vormt een onuitputtelijke bron van bijgeloof: een Waalse vertelling claimt dat hij als enige niet huilde toen men Jezus aan het kruis nagelde, hierdoor vervloekt werd en sindsdien een rouwkleurig verenkleed draagt. Maar ‘pica’ is ook een term geworden voor iets dat oneetbaar is, verwijzend naar het feit dat eksters alleseters zijn. It’s my party and I tag if I want to. Vriendschappen die ontstaan door samen te graffen, zijn meestal voor het leven. In 2008 exposeerden Boris, Manuel en Jerome met een grote crew op de Bad Boys tentoonstelling als de ‘the ERS’. Op houten, gewitte panelen hadden ze opeengestapelde objecten geschilderd. Deze expo in de toenmalige 85 Gallery in de Zakstraat te Antwerpen, die voornamelijk street art toonde, werd één van hun eerste wapenfeiten. Uit dit clubje groeide naast de Waalse Partyharders ook het collectief Pica Pica. Graffitikunst is een soort bevestiging van de vrijheid die je als kind bij het creëren had. In een online interview waarin ze het over hun jeugd hebben, vermelden ze terloops hun voorliefde voor Lego. De primaire kleuren bleven inderdaad prominent aanwezig. Eenvoudige maar grillige, soms beverige, geometrische vormen, waarmee nieuwe figuren gebouwd kunnen worden, vormen de basis van hun werk. Het plezier van het tekenen, bouwen en inkleuren, wat en waar je wil, heeft hen bij het opgroeien (gelukkig) nooit verlaten.

10

Pick a picture Luik, waar ze wonen en hun ruime atelier zich bevindt, is hun uitvalsbasis en vandaar wordt de wereld verder verkend, met zijsprongen langs het platteland. Graffiti artiesten kennen hun stad en omgeving op hun duimpje en doorkruisen wegel en park om nieuwe spots te vinden. Pica Pica staat stil bij wat je normaal voorbijloopt. Van deze momenten worden foto’s genomen die ze daarna op hun blog posten. De kadrering is specifiek, heel persoonlijk en gunt een kijk in het hoofd van

de fotograaf. Ze hebben oog voor wat onaf is of niet helemaal perfect, voor onverwachte schoonheid in het alledaagse of zelfs lelijke. De blog is een allegaartje, een soort van lappendeken van tranches de vie en objecten. Rode draden: vriendschap, het on the road gevoel, architectuur en geometrie in het urbane landschap, de straat. Geen street art die je associeert met clichés van hip hop, sjablonen of Banksy-achtige moraal. Dit is street art gemaakt van objecten uit de straat of uit de stad, fietsbanden bijvoorbeeld. Veel foto’s van jongensbenen met de sokken over de broek, of één pijp opgerold: deze jongens zijn hardcore fietsers. Hun filosofie is die van DIY, ‘do it yourself’. Stel je eigen fiets samen, rij de stad in en ruik de vrijheid. I’ll always be true Het hele Pica Pica oeuvre – wie wat maakt wordt niet vermeld – ademt vrijheid, actie en nieuwsgierigheid uit. Het kinderlijke genoegen erop uit te trekken, te voet of op de fiets, een ontdekkingsreiziger te zijn en je omgeving minitieus te ontleden. Veel foto’s zijn onderweg genomen. Snelwegen, bospaadjes, treinsporen, een luchthaven, een rug aan een huis, bij een fiets, een rug die fotografeert, een rug bij een goederentrein. Die analyses vinden achteraf uiting in de schilderijen en installaties. Wat opvalt is dat details het aandachtspunt van hun beelden zijn: hun foto’s zijn vaak pars pro toto; een ommuurde hoek staat voor het hele plein, voor de wijk, voor de stad. Een deel van het dak geldt voor het hele huis. In de constructies vinden we deze elementen terug; blok per blok wordt wat de hele dag op het menselijke oog geprojecteerd werd opnieuw opgebouwd.

• www.picapica.be/bnt Op 7 september bracht Risotoreverse een overzichtsboek van de blog uit: BNT, te koop in Alice Gallery te Brussel.


a magazine about the future

11

Untitled (tires), 2011 Š Pica Pica


tekst: Hannes Dereere

De schoonheid van het falen – Of waarom men mag mislukken in wat men onderneemt

‘Ergens lag een onuitsprekelijke taak op hem te wachten, maar hij was vergeten, welke.’

Bas Jan Ader, Broken fall (organic), 1971 © Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

– Harry Mulisch, Het zwarte licht, 1956.

Ekkergem, Gent. Tijdens zijn gebruikelijke zondagswandeling, bemerkt de aandachtige wandelaar iets eigenaardigs. De kerk. Daar is iets mee. Die staat scheef! Althans, de toren toch. De dorpelingen zien de verwondering in zijn blik; begrijpen de ontstelde fonkeling in zijn ogen. Ze spoeden hem tegemoet en vertellen hem dat het geen zinsbegoocheling is die hem treft. Ze herhalen het verhaal dat ook zij slechts van anderen hebben gehoord: de architect van de kerk heeft zich begin zestiende eeuw van diezelfde toren in het eindeloze niets geworpen. Ten prooi aan de spot en vernedering van de gemeenschap. Ten onder gegaan aan het falen van zijn eigen creatie. De wandelaar werpt nog een laatste blik op de misvormde toren alvorens hij zijn wandeling verder zet. Het trieste einde van de bouwheer zwerft in zijn gedachten rond.

12

Los van de waarachtigheid van deze volksmythe, doet het verhaal iets bijzonders met diens toehoorder. Het legt de vinger op een zere wonde die in elk van ons, onderdanen van de kapitalistische en liberale prestatiemaatschappij, sluimert: er is geen ruimte om te mislukken. Falen is des doods en wordt onvergeeflijk afgestraft. De weg naar de ondergang is geplaveid met kinderkopjes van mislukkingen en dient bovendien alleen te worden bewandeld. De liberale maatschappij waarin wij vandaag leven is geschraagd op het welslagen van elk individu en diens ‘ongedwongen’ vrijheid om naar believen uit te blinken in dat bepaalde deel van de samenleving waar hij of zij zich thuis in voelt; zij het nu brood bakken, fietsen herstellen of financiële markten bedwingen. Hoewel dit in theorie een lovenswaardig beginsel is om een samenleving op te bouwen (elk doet waar hij goed in is), lijkt het kapitalistische systeem een loopje met deze waarden te hebben genomen. De vrijheid om te doen wat men wil doen is stapsgewijs ingewisseld voor een onontkoombare prestatiedwang. Het westerse onderwijssysteem, bijvoorbeeld, is louter

toegespitst op het behalen van succes. Van lagere school naar middelbare school, van hoger onderwijs naar werkgelegenheid, om te eindigen aan de top van de sector waarin men het geluk heeft gevonden. Ongekroonde keizer van de eigen ambacht. In de dwingende stroom van het westerse leven, waar geld een niet te versmaden rol speelt, wordt het ideaalbeeld van een samenleving waarin iedereen ‘doet waar men goed in is’ steeds moeilijker om vol te houden. Vaak worden belangrijke levenskeuzes verwrongen om gemakkelijker door het systeem te spartelen. Er is nauwelijks plaats voor drop outs die niet binnen het geregulariseerde kader passen: zwakte en gebrek worden in de westerse samenleving, en helaas ook ver daarbuiten, amper getolereerd. “Maar ironie, o ironie… Recent lijkt het neoliberale systeem zelf te falen: de wereldeconomie kwakkelt al geruime tijd, politieke versplintering leidt tot stuurloosheid en ons sociaal model lijkt vlot mee de afgrond ingetrokken te worden”, aldus de beursschouwburg te Brussel. Zij organiseren van 5 oktober tot en met 24 november I Fail Good; een festival dat twee maanden lang ode brengt aan de louterende daad van het falen. Zij bieden de kunstenaar een plaats om te ‘mislukken’. “Falen is […] vaak het resultaat van een positieve actie. En toch heeft mislukken vandaag een erg pejoratieve bijklank. Jammer, want het gevaar op mislukking en de schoonheid ervan bezitten een positieve kracht”, zo luidt het. En daar hebben ze bij de beursschouwburg gelijk in. Kunst kan een plek zijn om falen te vieren. Mislukken en tegen barrières opbotsen is ontegensprekelijk een essentieel aspect van het leven. Falen is het residu van proberen en zonder proberen raakt men nergens. Zo is het ontdekken van de grenzen van de eigen capaciteiten essentieel in de subjectontwikkeling van een kind, om maar iets te noemen. Men moet zich tegen de limieten aanschurken, daar soms zelfs


schoonheid oplevert. Nick Steur probeerde in FREEZE! – een performance waarin Steur de toeschouwers meesleurt in een gedeelde concentratie en fascinatie voor de stenen die hij op elkaar balanceert – te slagen in iets wat gedoemd is om te mislukken: de wetten van de zwaartekracht tarten. Elke toeschouwer beseft dat de stenen niet voor eeuwig hun huidige evenwichtspositie kunnen aanhouden. Dat ze door het kleinste zuchtje omver zullen vallen en de uit spiegelglas vervaardigde kubussen, waar de stenen op balanceren, uiteindelijk zullen barsten. En zo geschiedde. Toch is Steurs falen geen mislukken. Het is een falen dat door iedereen wordt omarmd. Zowel toeschouwer en performer berusten in het feit dat de stenen zullen neerstorten en de spiegels scherven zullen maken. En dat is goed zo. Dit falen wordt gevierd. Het is de ultieme bekroning van een esthetische performance. Kunst bevindt zich hoe dan ook in een liminale positie, balancerend op de grenzen van zijn eigen mogelijkheden. Ook op economisch vlak bevinden de kunsten zich vaak op zo’n grenspositie; slingerend tussen zekerheid en onzekerheid, tussen recht tot bestaan en nakend faillissement. In een door crisis geteisterde tijd is de financiering van de culturele sector de eerste boom uit het bos die met de hakbijl omver wordt geworpen. Uit die precaire positie kan en moet er misschien wel kunst voortkomen. Kunstenaars moeten leren hoe ze buiten de conventionele kaders kunnen denken. Als niemand je een plek geeft om je werk te tonen, creëer dan zelf zo’n plek. Als je nergens kunt aankloppen voor financiering, hoe noodzakelijk en prangend die ook is, probeer een manier te vinden om het zonder te doen. Denk aan de hierboven genoemde kat in het nauw. Durf springen. Wees creatief met je eigen situatie en probeer je precaire positie om te vormen tot een intrigerende artistieke praktijk.

Bas Jan Ader, Fall 2, 1970 © Collectie Museum Boijmans Van Beuningen

over gaan, om een bepaalde verworvenheid aan te leren. Denk maar aan de vele schrammen en blutsen op de scheenbenen van elk kind dat voor de eerste keer leert fietsen. Uiteindelijk zal het falen en steeds weer blijven proberen tot perfectie en geluk leiden, zo ook bij het kind dat uiteindelijk de straat uitfietst en nooit meer zal vergeten hoe dat precies moet. Zonder mislukking zou niets in deze wereld slagen en alles gedoemd zijn tot vervelende perfectie. De daad van het falen wapent de mens tegen de harde realiteit. Het zal hem helpen te slagen in zijn volgende onderneming. De samenleving zou de schoonheid van falen moeten kunnen inzien en kunst lijkt hier een geschikt medium voor.

De daad van het falen wordt in de hedendaagse kunst – en niet in het minst in theater en performance – dan ook steeds vaker geïncorporeerd, getuige de tweemaandelijkse ‘ode aan falen’ die de beursschouwburg op de planken zet. De mislukking wordt hier omgevormd tot iets dat schoonheid in zich draagt en ontroering teweeg brengt. Kunst biedt in deze hedendaagse, geïsoleerde maatschappij een plaats om het individuele omgaan met ongeluk in te wisselen voor een collectief verwerken van de tegenslagen die onze wereld teisteren. Gemeenschappelijk falen in de kunsten biedt de kans om samen te zijn in tijd en ruimte en te reflecteren over de prestatiegerichte maatschappij waarin wij ons elke dag begeven. We dienen, in tegenstelling tot het openingscitaat van deze tekst, de onuitsprekelijke taak waarvoor ieder van ons leeft niet te vergeten, maar te omarmen; zelfs met de wetenschap dat falen daarbij een mogelijke uitkomst is. Een dergelijke attitude biedt het potentieel om in de kunsten dat ene te vieren waar de mens zeker over is: dat het leven feilbaar is en onderhevig aan tegenslagen.

• I Fail Good, nog tot en met 24 november in de Beursschouwburg te Brussel.

a magazine about the future

13

Mislukken bezit immers een enorme creatieve kracht. Zoals van de kat in het nauw wel eens wordt gezegd dat hij gekke sprongen durft te maken, slaagt de falende kunstenaar vaak in iets veel mooier en intenser dan wat hij oorspronkelijk voor ogen had. Op die manier kan mislukken moeiteloos het onderwerp zijn van een esthetisch werk. Zo stond op Theater Aan Zee 2011 te Oostende en op het Bâtard-festival te Brussel datzelfde jaar een jonge maker wiens falen pure


tekst: Ward Heirwegh

MAX HEADROOM TV INTRUSION

Max Headroom is the world first computer-generated tv-personality and the main character of his own tv-series. In the series, reporter Edison Carter uploaded his mind into a computer mainframe after being knocked unconscious in a motorcycle accident, hitting his head against an underground garage exit gate labeled MAX HEADROOM 2.3m. Max now only exists in a television network’s mainframe computer, over which he has almost total control and the ability to see and access almost anything within range of a TV set tuned to his channel.  Max always wore a shiny dark suit (a fibreglass mould) and black Ray-Ban Wayfarer sunglasses. The computer-generated appearance was achieved with prosthetic make up as the computer technology of the time was not yet capable of rendering 3D characters. His speech was rather chaotic and would seemingly random pitch up or down or get stuck in a loop. Only Max’ head and shoulders were shown, depicted against a ‘computer-generated’ backdrop of a slowly rotating wire-frame cube interior. The series is set in a futuristic society ruled by a monopoly of different television networks, in which even the government functions as a puppet for the network executives. They pass laws that only enhance the network’s power, such as banning off-switches on television sets. In this Orwellian state Max Headroom dwells and shows no particular love for his supporting medium or its owners. 

In the eighties teen comedy Risky Business, Tom Cruise sported a pair of black Wayfarer sunglasses and became partly responsible for the Ray-Ban revival in the ’80s. In this high school movie Tom Cruise plays a suburban Chicago teenager named Joel Goodsen. His parents go on holidays and Joel starts living the life. After joyriding in his father’s Porsche and spending a night with a hooker, he gets into cash trouble and finds creative ways to raise the money. The film is famous for its two key moments. The first one being the dancing scene in which Joel dances around the living room in his underwear. (This scene got heavily parodied in Garfield, The Fresh Prince of Bel-Air, The Simpons, …) The second one appears almost at the end of the movie. Joel just lost his Princeton college application, but without a care puts on a pair of Wayfarers and joyously exclaims, “Looks like University of Illinois!”, making a goofy face, almost similar to his 2011 freak-out on Oprah’s talkshow.

14

“...the glasses were surgically inset, sealing her sockets. The silver lenses seemed to grow from smooth pale skin above her cheekbones...” Molly Million, one of the main characters in William Gibson’s book Neuromancer has permanent sunglasses installed, a technological adaptation prohibiting her eyes from being seen. The science fiction novel, published in 1984, is seen by many as the pre-eminent work of the ‘cyberpunk’ genre. It tells the story of a washed-up computer hacker hired by a mysterious employer to pull off the ultimate hack. Within Neuromancer, Gibson creates a future where identities can become obscure / ambiguous, due to the sophisticated technology available which may alter


various facets of one’s physical or mental identity. Many emotions and states of mind are conveyed by the eyes. Molly, however, does not relinquish this power of perception to others. “The lenses were empty quicksilver, regarding him with an insect calm.”

Max’s virtual existence bears the clear influence of cyberpunk and borrows from William Gibson’s novel Neuromancer. The series opened new concepts and idea’s to the american public. One example would be ‘The Blanks’, a counter-culture group of people who lived without any official papers for the sake of privacy (off the grid), or the following quote “It’s a book. It’s a non-volatile storage medium. It’s very rare. You should ‘ave one.” Unfortunately the series could not compete with Dallas, which was shown at the same timeslot, and Max Headroom was canceled part-way into its second season. However, Max Headroom lived on and made some remarkable appearances in popular culture. His biggest claim to faim was becoming the spokesman for Coca Cola, shouting out the slogan, in his trademark staccato stuttery playback, “Ca-ca-ca-ca-catch the wave!”

In his epic novel Infinite Jest, Award-winning American novelist David Foster Wallace makes a mention of the Coca Cola company. One of the characters, Avril Incandenza (‘the Moms’) is explaining to her handicapped son Mario that “There are, apparently, persons who are deeply afraid of their own emotions, particularly the painful ones. Grief, regret, sadness. Sadness especially, perhaps”. She explains this using the example of her grandfather, who made the wrong investment when het had to choose between Delaware-brand Punch and an obscure sweet fizzy coffee substitute that was sold out of pharmacy soda fountains. “And then his next two potato harvests were decimated by blight, resulting in the forced sale of his farm. Coca-Cola is now Coca-Cola. My father said his father showed very little emotion or anger or sadness about this, though. That he somehow couldn’t. My father said his father was frozen, and could feel emotion only when he was drunk. He would apparently get drunk four times a year, weep about his life, throw my father through the living room window, and disappear for several days, roaming the countryside of L’Islet Province, drunk and enraged. My father, of course, could himself tell this story only when he was drunk. He never threw anyone through any windows. He simply sat in his chair, drinking ale and reading the newspaper, for hours, until he fell out of the chair. And then one day he fell out of the chair and didn’t get up again, and that was how your maternal grandfather passed away.”

a magazine about the future

15

That same David Foster wallace also mentions another kind of Cola in his short story Mister Squishy. The story follows a focus group in an advertising conference room, that is taste-testing a new chocolate snack named Felonies!, while a person free-climbs up the building’s north face. In the story the focus group mentions Jolt Cola, a beverage that came to life after sociology student C.J. Rapp noticed that many of his students colleagues were brewing their own heavily caffeinated drinks to stay awake and be able to study longer. Rapp then created Jolt Cola, inspired by the homemade energy-boosters created at the State University of New York campuses. The original Jolt Cola formula contained real cane sugar and 72 milligrams of caffeine, the highest amount of the stimulant allowed by federal law. Jolt quickyl became popular with students and the office crowd, working long hours behind desks.  Due to it’s popularity, the drink began producing offsprings: cans looking like batteries, Jolt Snowboards, Jolt Candies, Jolt Gum, Jolt Mints,… The beverage was prominently featured in popular movies as Hackers,


Men at Work, Deep Impact, Wayne’s World 2 and Jurassic Park. In Steven Spielberg’s Jurassic Park the desk of the overweight and slobbish Dennis Nedry, who designed the computer system which ran the park, was flooded with Jolt Cola cans.

In the Muppet Babies episode This Little Piggy Went to Hollywood, (ep 406) Baby Gonzo does a Max Headroom impression and claims that “he’s the weirdest guy on TV”. In that same episode Michael J. Fox and Bill Cosby also make an appearance and Baby gonzy also delivers an excellent imitation of Steven Weinbird / Spielberg. In 1987, Frewer appeared as Max Headroom in a segment for Sesame Street. He recites the alphabet with selected commentary on some of the letters (“M is for max, thats me!”) And in 1988 Art of Noise featured an overdubbed Max on the song Paranoimia.

During World War II the japanese forces numbered their missions or just used the alphabet to arrange their operations. They did resort to inspirational names as their strategic situation worsened. The Japanese offensive designed to destroy the Allied landings at Leyte Gulf, for example, was optimistically nicknamed Operation Victory. Winston Churchill even had his say on operationnaming: “After all, the world is wide, and intelligent thought will readily supply an unlimited number of well-sounding names which do not suggest the character of the operation or disparage it in any way and do not enable some widow or mother to say that her son was killed in an operation called Bunnyhug or Ballyhoo.” The plan for the 1944 invasion, for example, was originally Roundhammer, a combination of the code names for invasions planned for previous years, Sledgehammer (1942) and Roundup (1943). Churchill then changed the name to Operation Overlord, deservedly becoming the best-known operational code name to emerge from World War II. In 1975, the U.S. military implemented guidelines by creating a computer system to fully automate the maintenance and reconciliation of nicknames, code words, and exercise terms. Luckily enough liberty was given to come up with sonorous names. Here are some other examples of empty mission naming: Eldorado Canyon (the 1986 Libya raid), Praying Mantis (the 1988 air strikes targeting Iranian naval vessels and oil platforms), and Golden Pheasant (a 1988 show of force to deter Nicaraguan violations of Honduran territory).

16

Quirky opertion names are quite often used in movies or television series. And most of the time the silly naming covers even an even sillier plot. Take Operation Moon Beam from the 1959 children’s adventure cartoon Clutch Cargo, for example, in which Clutch crews a rocketship to the moon, in order to help a Rocket Scientist win a contract to build a new Lunar Commuter Transport Vehicle. The stories involved the adventures of Clutch Cargo, a writer who flew his plane around the world on assignments that took him to exotic locations, filled of impossible challenges and deadly enemies. He was accompanied by a young kid called Spinner and his floppy-eared dog Paddlefoot. Due to a limited budget almost no animation at all was used, which basically made the show look like a series of storyboards. The series was the first to utilize the patented Syncro-Vox system. This translates itself into superimposing live action lips over cartoon drawings who are hardly moving, creating a weird mesmerizing effect. To further cut costs, action was simulated using clever wiggling of the camera or the drawing itself. Walking or running was accomplished by showing the character from the waist up, to eliminate complicated leg animation. The use of real live objects, again superim-


posed, also helped to keep costs down. Real smoke was used for explosions and an actual balloon substituted for a bubble-gum bubble.

But the most remarkable event in Max’ cult existence must be the max headroom signal intrusion event. On November 22, 1987, two Chicago television stations had their broadcast signals interfered by an unknown person wearing a Max Headroom mask. The first attack happened during a sportscast on the 9 O’Clock news on WGN-TV Channel 9 and only lasted 25 seconds. The second one happened 2 hours later, at 11 o’clock on PBS affiliate WTTW Channel 11, in which the Doctor Who episode Horror of Fang Rock was hacked.  In his first appearance the intruder, sporting a Max Headroom mask, was standing in front of a swaying sheetmetal surface, awash in a high, harsh buzzing sound. After 25 seconds the signal was interrupted and the viewers were brought back to a confused tv anchor saying, “Well, if you’re wondering what happened, so am I.” During the second intrusion the pirates succeeded in boosting their own video feed over top of the television show and broadcasted a 2 minutes during rant of the same Max Headroom character.  “That does it. He’s a freaky nerd!” ”He’s a freaking nerd!” “This guy’s better than Chuck Swirsky.” ”Yeah, I think I’m better then Chuck Swirsky. (A WGN-TV sportscaster at the time) Friggin’ Liberal.” “Oh Jesus!” “Catch the wave.” (A reference to the New Coke marketing slogan while holding a can of Pepsi, not coke) “Your love is fading.” (Humming the theme song to the 1959 TV series Clutch Cargo) “I still see the X!” ”I stole CBS!” ”I stole some DX!” “my files” (unintelligible) “Oh, I just made a giant masterpiece printed all over the greatest world newspaper nerds.” “My brother is wearing the other one.” (holding up a huge rubber glove) “It’s dirty.” “They’re coming to get me!” “come on and get me, bitch”

a magazine about the future

17

The video ended with Max getting his exposed buttocks spanked by someone dressed up like Annie Oakley. Unlike WGN, WTTW had no engineers on location at the transmission tower, so they were unable to stop the hack. So after these images Dr Who continued its quest to destroy the monster of Fang Rock. The high scale investigation following these events resulted in nothing. The hijackers were never identified. The statute of limitations on the crime has now passed, meaning that the perpetrators could come forward if they wanted but no-one did. 


18

Bâtard 2012 is a festival in three different days: it’s a group experience for the artist and the public, it’s an encounter in and with the city of Brussels, it’s petit-bourgeois and antisocial, it only happens once, it’s like strolling around. The Bâtard Festival supports emerging artists. Every year Bâtard selects a dozen of young artists to present their work in the context of a festival. Since 2004, Bâtard has been organized annually in different shapes and sizes, during the month of October. The intentions has always been the same: to organize a festival for young artists. Throughout the years the concept of a festival has been questioned regularly: What do young artists really need? The selection of artists of Bâtard 2012 will investigate the importance of a festival through the path of an emerging artist. Hereby they will be focusing on commitment, selforganization, sustainability and development of work in a local context.

Fleur Ordoukhani   is a Brussels based writer and performer. Through her stagework she explores the limits of meaning in spoken word. Currently she is following the postmasters program a.pass (Advanced Performance and Scenography Studies).


a magazine about the future

19

This is it. On this page. This is what he wrote me. I’m looking for a sign, a secret indication of what he really meant. Swallow. Impossible to swallow. Gasp. The paper stops being a clear written message but becomes a clue in a mystery I now have to solve. Yes, clearly this evidence has accrued to me and I am the last person who can set aright this ancient wrongdoing. The standard flow of self-pity plus rage (against my stupid parents) has stopped and is supplanted by a very particular kind of focus. I just became the protagonist and this is the MacGuffin. I scan the blank corners and the margins of the page while blinking my eyes. I finger its surface. The texture of the paper rubs against the imprint of my index finger. As if there were a different kind of reading, with the eyes of the skin, and a different kind of information. I recognise the state I’m in. As a child I used to spend hours silently under my bed while being somewhere completely different in my mind. It mostly involved being on the road with a horse after having left everything behind. Looking for someone who would be looking for me too. And we would start anew, I guess. I didn’t really arrive anywhere in this fantasy. I just rode the horse. Or walked next to it holding the reins. In those green valleys and 19th century cities I was free. I was also very tall. Because I presumed that all adults where very tall, but I basically have the same height since I’m thirteen although I remember clearly being thirteen and imagining myself at eighteen being taller than myself at thirteen. I am thirty now. And I just got back home from what was supposed to be a date with a man I had a relationship with for two years. One awesome year, two months in India practising tantric yoga, then ten months of hell when we came back. We ended it four months ago, but we kept having sex because it was too good and then out of the sex followed that we started talking again. After a while we sort of fell in love for a second time and from there on the step to making each other’s life into a nightmare again was very small. So we decided to meet for coffee. It was my idea. I needed to communicate all the epiphanies and realizations I had had about us since our last fight. I always make sure I look stunning when I see him. Today that involved wild fresh curls, big black eyelashes, slightly glossed lips, a woollen little blue dress and small black boots. The man sitting at the table on my left was trying to flirt with me when my ex walked in fifteen minutes late. He didn’t even sit down but handed me a piece of paper folded in four. Then he kissed me on the cheek, looked at me one last time, sighed, nodded and walked out of the bar. When it comes to trauma, my reflex is dissociation. I completely disconnect from any possibility of feeling pain. At the same time I’m a workaholic, so boosts and peaks in my career go in pair with break ups, loss, anxiety and vertigo. Therefore now, instead of experiencing or understanding what just happened, I start thinking about this performance artist I’m going to meet next week. She calls herself C. I had written her an email with the invitation to meet after her performance at Kaaistudio’s on Friday. She answered within the minute I had clicked ‘send’ with “OK. Sincerely, C.” I want to talk to her about her latest performances, about the practice of masturbation as a tool for resistance. I just finished a series of very large aluminium prints of my vagina and I want to invite her to the opening of the show in the gallery next Saturday. I grab my notebook and a pencil. I have a deadline on Monday (we’re Saturday today) for a magazine that asked me to transpose my performance work to scripture and I had decided to write something about C. Last night I checked C’s performance videos on Youtube again. There’s one where she drinks a laxative concoction on stage and then spends the entire show shitting and farting in a metal bucket while she reads from her diary. At about twenty minutes she almost faints. She falls to the side, the bucket turns over and there for a brief moment you can see that she has actually lost control over the situation. She’s scared there, but just for a second. I write down the words ‘defecation’ and ‘creation’.


20

Karl Philips   is a Belgian (h)activist, performance and conceptual artist who lives and works in Hasselt, Belgium. He is particularly interested in the margins of society, and those who move within. Not just their position, but their often creative pragmatism is what Philips finds fascinating. He focuses on themes such as gaps in legal, spatial, economic and social systems, the omnipresence of advertisement, unrestrained capitalism and consumerism, …


Survival of the fittest, naaah, thanks. (there is no point more south than the South Pole)

In the arts, I tended to answer positively to Alice Dj’s plain question do you think you’re better off alone? Now maybe I can’t be so definitive. See, there is this great movie by Werner Herzog called Encounters at the End of the World. Broadly speaking it’s about the South Pole and about people going to that place. You should watch it but that’s not my point. So people fly to the South Pole, the openness, the freedom, the quiet, the roughness of nature, etcetera, and they arrive and there’s an ugly base village with everything you might need. But you know once you’re there that at some point you really have to go outside, in the ice desert. Like, not the base, the real stuff. So you have to prepare for that. Every new batch of people arriving there has to learn some South Pole survival basics. And then there is this great exercise, which is also a great scene in the movie. It’s called the bucket head white-out scenario. The scenario goes like this: you are with your team in a cabin, feeling relatively safe, outside is a strong blizzard. At some point a guy named Kevin has to go to the bathroom, so he goes out. 20 minutes later, he still hasn’t returned. That can’t be good. So you all have to go outside and look for Kevin. It’s okay because it’s safe, you are with professionals and the sun is shinning, the bathroom is easy to spot and so on. But since there’s a blizzard in the scenario, they place a bucket over you head. Because in the blizzard, you don’t see a thing, it’s somehow just like having a bucket over your head (but worse I guess). So you’re there, faking a blizzard, and Kevin is not back yet. You all put your jackets on, hold on to the same rope which is tied to the inside of the cabin, and you go out in the blind, looking for Kevin. The point of the exercise is to prove to you that a blizzard really is a bitch, and that most definitely you will get entangled in the rope. You walk in circles, you can’t hear eachother, you don’t find Kevin, maybe he dies, maybe you loose your hand. It’s hardcore, it’s South Pole. Bâtard 2012 was about putting a small group of people in charge of the festival, of its frame and organization and not only its content. We could imagine what we wanted, and try to make it happen. Together. At first I thought, yeaks, so it’s gonna be this frustrating collective brainstorm again, consensus, compromise… I thought I had decided not to do that anymore. But at the same time, I’m always waiting to be proven wrong regarding artistic group work, I secretly like the idea, kinda. So I went for it. The moral of this tale is that I end up not regretting it. It was hard sometimes, - everything I feared - but there is something about team work… Even more so when you have buckets over your head reenacting a blizzard; you’re not alone in the South Pole feeling stupid and sorry for yourself, you share the responsibility for Kevin’s death (which actually you mostly could blame on the South Pole) you don’t feel so self-conscious about the bucket, and at least you don’t give up. And after a while, in the act of trying, you get better at it, and you’re gonna be able to save some Kevins. I don’t want to extend the metaphor further because it will become even more poetic and we all know the danger of that.. And it’s already kinda blurry : sometimes it felt just like the exercise, instructive, scary but safe, and then at some more critical points you’d go like crap crap crap here comes the blizzard, how was it again with the bucket stuff? But really, we worked together, we shared the responsibility, but also the pride. And I don’t see the art world as the South Pole (come on, the South Pole is as hardcore as it gets…) but still, I’m glad I was holding tight to the rope with the others. We gave it a good shot and I think our Kevin is definitely okay. So the morality to this morality is that you should definitely come check us out at BÂTARD FESTIVAL 2012 (and yeah, if you have time in between, also really watch Encounters at the End of the World).

a magazine about the future

Werner Herzog, Encounters at the End of the World, 2007

Werner Herzog, Encounters at the End of the World, 2007

21

Pamina de Coulon   is a Swiss performer. It’s at the ‘Haute Ecole d’Art et de Design’ in Geneva (2007-2010) that she developed her actual performance practice under the benevolent teaching of Yan Duyvendak, Josep Maria Martin, Lina Saneh, Christophe Kihm and, more passively, Robert Smithson. In her performancers Pamina talks about life, science, art, emotions and other stuff. She lives in Belgium since 2011 and is been taken care of by L’L in Brussels.


22

Jaarmarkten

beelden: Ruben Van Eeckhout

Ruben Van Eeckhout  volgde fotografie aan Hogeschool SintLukas te Brussel en bouwde vervolgens als zelfstandige fotograaf ruime ervaring op in het maken van documentaires, eigenzinnige portretten en reportages. Reeksen van hem (bijvoorbeeld over de kraakbeweging in Doel of over de wereld van de duivenmelkerij) werden o.a. gepubliceerd in Knack. In opdracht verdiende hij ook zijn sporen als jazzfotograaf. In 2008 trok Ruben naar Kosovo voor een reportage in samenwerking met het Belgische leger en in 2010 werkte hij als assistent-fotograaf voor Charlie De Keersmaecker.


23

a magazine about the future


24


25

a magazine about the future


tekst: Urland

Hallo wij zijn Urland en wij zijn gevraagd een stuk te schrijven van ongeveer een pagina om de utopie van ons performancecollectief te beschrijven. We wilden een soort episch verhaal waarin we op een provocerende, radicale maar ook theatrale manier wilden laten zien dat het uiteindelijk allemaal gewoon gaat om samenleven. Een pagina bleek wat kort, maar misschien valt er nog wat te regelen met het lettertype...

Ergens in het hart van deze Kloot; München 12 September 2012

26

Urland (spreek uit: ‘oerland’, ohne Umlaut). Het is niet groot, en heeft de vorm van een driehoek. Een gelijkzijdige driehoek midden in een kolkende vuurbal. Urland heeft precies plaats genoeg voor de vijf enige bewoners: de Urlanders. Voor vreemdelingen is het totaal onbegaanbaar. Los van het feit dat de weg naar Urland nog niet gevonden is, en dat geen mensenhuid de zinderende hitte zou verdragen, staan de Urlanders bekend als zeer xenofoob. Hun samenleving is er een die geslaagd te noemen is, zoals het Griekenland van 400 v Chr. Met het grote verschil dat de democratie in Urland niet de kans krijgt zijn ware aard te laten zien: het zijn deze vijf bewoners, niet meer niet minder, met evenveel macht en evenveel onderdanigheid. ‘Ausländer raus’ * als motto wordt in Urland hoog in het vaandel gedragen, als een preventief getrokken les uit de geschiedenis. Zij leven perfect samen, en laten de wereld zien hoe het moet. Samen leven zij in het midden van de Aarde waar de krachten der Natuur nu eens botsen, dan weer de liefde bedrijven. Een magnetisch krachtveld, onmeetbaar. Een operesk krachtveld, waar plus en min aangewakkerd en getemd worden door de vuisten van de Urlanders. Zij hebben deze kunst leren beheersen door te geloven in hun oerinstinct, en te geloven in hun collectieve driften. De Urlanders zijn er trots op hier te kunnen overleven. Hier hebben zij de vrijheid die ze op het Bovenaardse niet vonden. In Urland geen hokjesdenken, geen vrije markt, geen afhankelijkheid van cijfers, geen oprukkend populisme en vooral: geen gebrek aan fantasie. Ze zijn terug gegaan naar de oermens die besloot een mammoet te tekenen in zijn grot. Dat werd hun voorbeeld. Weg van de betutteling, weg van de Waan van de dag. Als een ode aan de fantastische mens, als een ode aan het Allereerste – (O Paradox!) Begin. Het begin van de scheppende mens. Want geschapen wordt er in Urland, al die Natuurlijke Krachten die heen en weer worden gemept in hun goddelijke driehoek zijn impulsen en bronnen voor steeds een nieuwe Oerknal. Alle denkbare en ondenkbare disciplines vormen steeds een nieuw, nog nooit gehoord of vertoond gebed aan de negen Muzen. En steeds tonen zij onverwacht ergens op de wereld hun nieuwe Mammoet. Tot er een kudde Mammoeten zal zijn, elk eigen in zijn soort, elk onverwoestbaar, en onverstoorbaar beukend door de servieskasten van Nederland, dan de Benelux, vervolgens Europa om tenslotte het porselein van de gehele wereld aan gruzelementen te stampen. Vergeet ‘Postmodern’ en maak kennis met (O, tweede Paradox!) ‘Neo-archaïsch’. De Wereld wentelt... En iedereen

staat erbij en kijkt ernaar. Want wie ziet deze mannen gezeten op hun mammoeten aankomen?

(lange stilte)

De Wereldmachten hebben andere dingen aan hun hoofd, proberen uit alle macht hun wereld in toom te houden. Proberen samen te leven. De Amerikanen schieten zichzelf en elkaar overhoop geïnspireerd door zelfgecreëerde Superhelden met vrij verstrekte wapens en de Russen verliezen zich in weinig betekenende meidenpunkbandjes, de Chinezen graven zich in in Afrikaanse gesloten mijnen en leren de Afrikanen Mandarijn, wat genoeg zegt over wat de Afrikanen bezighoudt, en in het Midden-Oosten zit iedereen te wachten op de atoombom of afgedwongen democratie: beide fataal. En ondertussen worden er op het Bovenaardse, op het puin van het serviesgoed, Urlandse vlaggen gehesen en een vijfstemmige schaterlach klinkt op uit het Midden van de Aarde en roept dan in een perfecte Quint: EEN SAMENLEVING IS ALTIJD ZO PARADOXAAL ALS NEO-ARCHAISME EN NOOIT MISLUKT, WANT HIJ IS! GEEF JE OVER AAN JE OERINSTINCT EN LEEF, LEEF SAMEN!

Groet Urland

* Schlingensief

 :   We zijn nog heel hard op zoek naar een opslaguimte voor onze kostuums en decors. Mocht u iets weten mail ons aub naar info@urland.nl. We zijn natuurlijk ook altijd nog op zoek naar productieplekken: we hebben weliswaar nu net projectsubsidie gekregen van het fonds voor onze nieuwe voorstelling Kwartet, een Powerballad, maar voor de lange termijn willen we echt 1 plek waar we veel kunnen maken. Dus mocht u iets weten, maak ons blij!


a magazine about the future

27

Gerard Herman

Advertentie


We would like to recommend following events: Exhibitions: – Leopold Rabus – aeroplastics contemporary, Brussel, until 27th of October – Lawrence Malstaf, Christoph De Boeck, Aernoudt Jacobs – Galerie Fortlaan, Ghent, Until 31st of October – Pascal Bernier, A Pop Nightmare –  Botanique, Brussels, until 18th of November – Gert Jochems, S – FotoMuseum, Antwerpen, until 27th of Januari – Leigh Ledare, et al – Wiels, Brussels, until 25th of November Ecology: – Transitie Festival – Vooruit, Gent, 26th of October Dance: – Daniel Linehan, Gaze is a Gap is a Ghost – Kaaitheater, Brussels, 15th, 16th, 17th of November Music: – Liars + Haxan Cloack – Botanique, Brussels, 2 November – Death Grips – Magazin4, Brussels, 2 November – Moon Duo – De Kreun, Kortrijk, 7 November – Soft Moon – Magazin4, Brussels, 29 November Talks: – Åbäke, Seriously Forks: a talk about talks – Z33, Hasselt, 18th of December

http://soundcloud.com/toopmagazine/ toop-mixtape-001

For the first edition, Svalbaard offers you a musical journey that takes you off the main road to a desolate, hopelessly obscure soundscape loaded with vintage gems, hidden treasures and brand new avant-garde. Listen here:

TOOP magazine issue 1  

TOOP magazine is a magazine about the future.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you