Page 1

De ideale vertaler is Nina Reviers (1986) studeerde twee jaar geleden af als vertaalster aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen. Ze werkt er nu deeltijds als onderzoeksassistent; daarnaast is ze freelance ‘audiobeschrijver’. Audiobeschrijving is een techniek om films, toneelstukken, voetbalmatchen, schilderijen,... toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden door van de belangrijkste visuele elementen een beschrijving te geven.

onzichtbaar Vanaf seizoen 2010-2011 levert Toneelhuis, in samenwerking met de organisatie Intro, extra inspanningen om een aantal van de voorstellingen toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Nina Reviers werd door Toneelhuis gevraagd om audiobeschrijvingen te maken bij de matineevoorstellingen van De man zonder eigenschappen en SWCHWRM van Guy Cassiers, Linoleum/Speed van Abke Haring en Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam en Olympique Dramatique.


DE MAN ZONDER EIGENSCHAPPEN

Audiobeschrijving voor theater staat nog in de kinderschoenen en is hier in België nauwelijks bekend. Hoe kwam jij ermee in contact?

De eerste voorstelling die je bij Toneelhuis beschreef, was De man zonder eigenschappen. Waren er toen bijzondere moeilijkheden of aandachtspunten?

Nina Reviers: Tijdens mijn Master in het Vertalen volgde ik voor Engels de specialisatie ‘Literair en audiovisueel vertalen’. Daar werden enkele lessen gewijd aan audiobeschrijving. Ik was onmiddellijk geïnteresseerd, voornamelijk omwille van het creatieve aspect ervan. Je moet beelden in woorden omzetten, en je moet er een mondelinge weergave van brengen. Na drie jaar lang louter schriftelijk met vertalingen bezig geweest te zijn, sprak dat mondelinge me erg aan. Ik kende op dat moment zelf geen blinden of slechtzienden; mijn enige drijfveer was de liefde voor taal en communicatie. Voor mijn scriptie maakte ik samen met een medestudente een audiobeschrijving van een voorstelling van Jan Decorte. Dat was ontzettend boeiend: ik wist toen dat het dat was wat ik wilde doen. Audiobeschrijving voor theater is, zeker in Vlaanderen, nog min of meer onontgonnen terrein. Het is zo nieuw dat er amper richtlijnen voor bestaan, en je elke keer zelf de beste aanpak moet bepalen. Dat is enorm uitdagend; ik leer nog elke keer bij.

Het grootste probleem bij De man zonder eigenschappen was dat er amper in gezwegen wordt! Er zijn nauwelijks stiltes, en als er al zijn, dan zijn ze heel kort. Het was dus erg moeilijk om tussen de dialogen ruimte te vinden om dingen te beschrijven. Bovendien is het een lang en zwaar stuk. Als je als toeschouwer onophoudelijk tekstuele input van de acteurs krijgt, en bij elke stilte dan nog eens de input van de audiobeschrijving erbovenop, wordt het mentaal wel erg belastend. Mijn grootste uitdaging was dan ook mijn beschrijving zo kort en functioneel mogelijk te maken. Gelukkig is er ook altijd een inleiding. Daarin kan ik extra informatie kwijt en geef ik uitleg over wat er op het podium te zien zal zijn: het decor, de kostuums, bijzondere uiterlijkheden van de acteurs,... Indien mogelijk ga ik met de blinden even het podium op zodat ze aan het decor en de attributen kunnen voelen. Als ze de tijd hebben, stellen de acteurs zichzelf en hun personage ook op voorhand aan hen voor. Zo kunnen de blinden alvast de stemmen aan de karakters linken, en verlies ik tijdens de voorstelling zelf minder tijd met sprekeridentificatie.

Een audiobeschrijving voor theater bestaat uit twee dingen: een inleiding, en de beschrijving tijdens de voorstelling zelf. Ik probeer zo vaak mogelijk naar de voorstelling te gaan kijken. Je moet het ritme te pakken krijgen, je moet ervan doordrongen raken. Bij film kan je een definitief audioscript maken, tot op de seconde precies, maar theater is nooit twee keer hetzelfde: ik heb een systeem van symbolen waarmee ik o.a. kan aanduiden wat vaststaat en wat improvisatie is, wanneer er lange stiltes vallen, … Als ik mijn eerste, ruwe beschrijving af heb probeer ik ook altijd minstens één keer met de regisseur of met een van de artistieke medewerkers te gaan praten. Ik vind het belangrijk dat ze weten wat ik kom doen. Want op het moment van de audiobeschrijving ben ik hun spreekbuis: het is via mij dat de blinden het stuk gaan interpreteren en beoordelen. Ik toets of wat ik in gedachten heb ook overeenkomt met het beeld en de sfeer die de maker zelf van zijn stuk heeft. Een intensief proces dus. En maar één stap in het hele proces van het toegankelijk maken van een voorstelling voor toeschouwers met een beperking. Het is een evenement waar heel wat organisatie bij komt kijken: de bereikbaarheid van de zaal, de technische ondersteuning,… Ik kan een prachtige audiobeschrijving maken, maar als na anderhalf uur de batterijtjes van de koptelefoons het laten afweten, heeft niemand er nog wat aan.

126

Nina Reviers

de man zonder eigenschappen I

Wat houdt zo’n audiobeschrijving van een theatervoorstelling allemaal in?


Dat moet mentaal en intellectueel erg veeleisend zijn. Kan elke blinde op die manier een theatervoorstelling volgen, of is het enkel weggelegd voor de happy few?

zien, zoals realistische kostuums of decorstukken. Om een abstracte voorstelling zoals deze te beschrijven, moet je inzicht hebben in de wereld van de slechtzienden en de blinden. Want natuurlijk zijn zij ook vertrouwd met abstracties, maar als ziende persoon is het moeilijk om in te schatten welke connotatie je woordgebruik heeft voor een niet-ziende. Elk woord is vatbaar voor interpretatie; abstracte woorden nog meer dan concrete. Achteraf bleek uit de reacties van de blinden dat ze het een vrij ontoegankelijke voorstelling vonden. Op papier is dit stuk misschien wel een droom voor een audiobeschrijver, omdat er zoveel stiltes zijn en dus heel veel tijd om dingen te beschrijven. Maar de stiltes in deze voorstelling zijn zo sprekend: als je die allemaal zou gaan opvullen, dan maak je het stuk kapot.

Het is vooral een kwestie van gewoonte denk ik. Vraag aan een doorsnee-Italiaan om ondertitels te volgen, en hij zal dat moeilijk vinden. Niet omdat hij niet goed genoeg kan lezen, maar omdat hij het niet gewend is. Hetzelfde geldt voor audiobeschrijving. Bovendien is er – net zoals maar een klein percentage van de ziende bevolking naar theater gaat – ook maar een beperkte groep blinden in geïnteresseerd.

Tijdens de voorbereiding van een audiobeschrijving kijk ik altijd een keer ‘blind’ naar de captatie, maar dan heb ik de voorstelling meestal al een keer gezien. Toen ik aan mijn scriptie bezig was, ben ik een keer blind naar een voorstelling gaan kijken die ik nog niet kende. Ik vond het erg moeilijk en vermoeiend. Vooral met de geluiden had ik moeite. Ik zat achteraan, en kon geen onderscheid maken tussen geluid dat van het podium kwam en geluid vanuit de zaal. Als ziende zijn we niet gewend om veel aandacht aan geluid te besteden, omdat er altijd het visuele bijkomt, maar voor blinden kunnen geluiden echt een aanwijzing zijn: aan de hand van voetstappen horen ze of iemand de scène opkomt en of die van links of rechts komt. Eigenlijk heb je vaak geen visuele input nodig om dingen af te leiden; de geluiden en dialogen vertellen zelf al heel veel. Maar om die informatie eruit te halen, hebben de blinden net iets meer context nodig. Die context krijgen ze in de inleiding. Als ze een paar kleine dingen op voorhand weten, kunnen ze plots veel meer uit de dialogen afleiden. In die zin is de inleiding naar mijn mening het essentiële deel van de audiobeschrijving; bij sommige voorstellingen – zoals muziektheater – wordt er vaak zelfs enkel een inleiding gegeven.

LINOLEUM/SPEED In tegenstelling tot bij De man zonder eigenschappen zat in Linoleum/Speed van Abke Haring dan weer heel weinig tekst. Maakte dat het makkelijker voor jou? Ja, die voorstelling was dan weer het compleet omgekeerde van De man zonder eigenschappen. Maar makkelijker zou ik ze niet noemen. Niet elk stuk is geschikt voor audiobeschrijving. Linoleum/Speed is erg statisch en er zijn veel stiltes. Dat statische en die stilte hebben een grote betekenis, maar die is erg moeilijk in woorden te vatten. Visuele woordenschat is heel concreet. Het is het makkelijkste om dingen te beschrijven die je kunt vergelijken met wat we in ons dagdagelijkse leven

128

Nina Reviers

© herman sorgeloos - linoleum/speed

Ben je zelf al eens naar een theatervoorstelling gaan kijken zonder ze te zien?

Is bij zo’n statische voorstelling audiobeschrijving dan niet overbodig? Nee, dat denk ik niet. Zeggen dat er niets gebeurt, is soms even belangrijk als zeggen wat er wel gebeurt. Anders krijgen de blinden de indruk dat ze vanalles missen. Maar het moeilijkst van al bij Linoleum/Speed waren de gezichtsexpressies van de twee actrices. Hun lichaamstaal was erg sprekend, maar niet eenduidig. Ik kon niet


130 bij het kanaal naar links


zomaar zeggen dat ze boos keken bijvoorbeeld, want dan ben ik aan het interpreteren. Bij audiobeschrijving is interpretatie uit den boze, je mag enkel beschrijven wat je ziet, niet wat je denkt of weet. In Linoleum/Speed ben ik daar, na overleg met Abke, noodgedwongen van afgeweken: zonder interpretatie kon ik niets overbrengen. Ben jij op dat moment niet de derde actrice in de voorstelling? In een stuk met zo weinig tekst krijgt elke bijkomende zin van jou toch erg veel gewicht? Als audiobeschrijver moet je neutraal zijn en op de achtergrond blijven. Je functie is louter ondersteunend; je bent een hulpmiddel, je helpt het stuk voor zich te laten spreken. Je moet ervoor zorgen dat de blinden alle clous meekrijgen die ze nodig hebben om het stuk te volgen. Misschien ben je als audiobeschrijver in zekere zin wel een medespeler, omdat je, o.a. door stemgebruik en woordkeuze, probeert mee te gaan in de sfeer van het stuk. Maar net omdat je deel uitmaakt van het stuk, ga je erin op, verdwijn je erin. Men zegt wel eens dat de ideale vertaler onzichtbaar is. Ik vind dat dat voor een audiobeschrijver ook geldt. Als de mensen niet meer merken dat ze naar iemand aan het luisteren zijn die hen helpt, als ze helemaal kunnen opgaan in de voorstelling, dan heb je je werk goed gedaan.

SWCHWRM & BIJ HET KANAAL NAAR LINKS En hoe was je ervaring met SWCHWRM? SWCHWRM was voor de blinden een erg toegankelijke voorstelling. Er zijn wel een aantal visuele elementen, maar het stuk draait vooral om het spelen met taal. Je krijgt input in twee talen waarvan je er een niet begrijpt, en toch krijg je een coherent verhaal. Het voornaamste wat de blinden moesten weten, was wie er aan het woord was, voor de rest wees de voorstelling zichzelf uit. Het enige moeilijke was dat de acteurs verschillende rollen spelen. Je hoort dat deels aan hun intonatie, maar vaak beeldden ze dat uit door een andere houding aan te nemen. Dat wisselen van houdingen heb ik in de inleiding aangekondigd, zodat ik het tijdens de voorstelling zelf nog maar kort moest herhalen. Bij het kanaal naar links van Alex van Warmerdam was dan weer van een heel ander kaliber?

swchwrm

Ja, maar ook heel erg geschikt voor audiobeschrijving. Enerzijds op technisch vlak: er waren op de juiste momenten stiltes om de beschrijving in te passen, en het was ook bijna elke keer mogelijk om de actie te beschrijven exact op het moment dat ze plaatsvond.

132

Nina Reviers


Anderzijds was het stuk qua tekst en inhoud ook erg geschikt. Er zat veel in de dialogen en het spel met tekst was erg krachtig; dat kregen de blinden zo mee via de intonatie. Verder waren het decor en de kostuums realistisch – alsof ze direct uit het echte leven gegrepen waren – waardoor ik ze heel concreet kon beschrijven. Alex had me verteld dat hij niet graag op voorhand teveel informatie geeft over zijn stukken: hij vindt het belangrijk dat zijn werk op zich staat. Dat geldt ook voor de blinden en slechtzienden; daarom had dit stuk niet zoveel inleiding en extra context nodig. Wat ik ook leuk vond, was dat de laatste scène in volledige stilte verliep en dat ik dus gedurende enkele minuten beschrijving kon geven. Ik zag het als een extra uitdaging om daarbij de stijl van het stuk in mijn eigen tekst over te nemen. Dat kan je niet doen als je maar een paar seconden hebt om iets te beschrijven; dan moet je zo functioneel mogelijk formuleren, waarbij de inhoud noodgedwongen primeert op stijl.

het voortdurend balanceren op de dunne grens tussen objectiviteit en interpretatie. Je moet altijd neutraal zijn, maar je kunt je eigen blik niet uitschakelen. Het is door jouw ogen dat de blinden meekijken. Daarom

moet je er vooral voor zorgen dat je op de juiste manier kijkt. Goede research en een gesprek met de regisseur kunnen daarbij helpen. Ben je nooit bang dat je dingen mist? Dat je een bepaalde visuele verwijzing niet herkent? Daar moet je altijd heel aandachtig voor zijn. Maar dat leer je als vertaler. Bij elke vorm van vertalen heb je een brede achtergrondkennis nodig. Je kunt natuurlijk nooit alles weten, maar je ontwikkelt wel een gevoeligheid om te merken als ergens iets meer achter zit. En dan is het kwestie van het op te zoeken, of van het met de regisseur te checken.

INCLUSIE VOETBALCOMMENTATOR Maakt het een verschil of je toeschouwers blind geboren zijn, of pas op latere leeftijd blind of slechtziend geworden zijn? Ik denk dat dat soms een verschil maakt. Alleen kan ik er geen rekening mee houden; ik weet nooit exact wie er in mijn publiek zal zitten. Dat kunnen slechtzienden zijn, mensen met tunnelzicht of vlekkerig zicht, mensen die volledig blind zijn,... er zijn verschillende soorten visuele beperkingen. Dus ik moet mijn beschrijving zo maken dat iedereen uit die heterogene groep er iets aan heeft. Sowieso zal ik bijvoorbeeld kleuren enkel beschrijven als ze betekenis hebben. Zelfs een blindgeborene die niet weet hoe rood eruit ziet, zal wel weten dat rood staat voor liefde, woede en passie. Hij weet dat iemand die in een zwart pak de kamer binnenkomt een andere indruk maakt dan iemand in een groen pak met een kanariegele das. Hij snapt de connotatie van kleuren, ook al heeft hij ze nog nooit gezien. Anders dan doven spreken blinden dezelfde taal als zienden, ze delen dezelfde taalcultuur. Blinden kennen en gebruiken dan ook zelf visuele referenties. Je verantwoordelijkheid als audiobeschrijver is erg groot. Net zoals een voetbalcommentator een match kan maken of breken, valt of staat de theaterervaring van de blinden met jouw audiobeschrijving. Als je een voorstelling slecht beschrijft, blijven de blinden in de kou staan, dat is waar. Maar eigenlijk is onze enige taak de voorstelling te laten overkomen zoals ze is. Het is niet de bedoeling dat we ze beter of slechter gaan maken. We moeten net genoeg informatie geven zodat de blinden zelf aan de slag kunnen met wat ze te horen krijgen, en zonder dat ze meer te weten komen dan de ziende toeschouwers. Natuurlijk is

Zijn er grenzen aan de audiobeschrijving? Wat heeft een blinde er bijvoorbeeld aan om naar de beschrijving van een schilderij te luisteren; woorden kunnen toch nooit het visuele vervangen? Woorden zijn net zo krachtig als beelden, daar ben ik van overtuigd. Ik ging ooit met een groepje blinden mee naar het Museum voor Schone Kunsten, waar bij een aantal schilderijen audiobeschrijving voorzien is. Het waren voornamelijk abstracte werken. Er werd verteld wie het geschilderd had, en in welke tijd en welke stijl. Dan volgde een visuele beschrijving van wat er op het schilderij te zien was: kleuren, lijnen,... Via reliëftekeningen konden we de vorm voelen. Achteraf werd gevraagd welk gevoel de blinden bij elk schilderij hadden; ik stond ervan versteld hoe juist het elke keer was, hoe dat net hetzelfde was als wat ik er als ziende van dacht. Omdat wij zelf voortdurend op het visuele focussen, zien we blindheid als een zeer groot gemis. Maar je zou ervan versteld staan hoeveel informatie blinden halen uit horen, luisteren en voelen. Als ik een roman lees, dan worden die woorden in mijn verbeelding een visuele film. Woorden zijn daartoe in staat. De betekenis die we uit visuele elementen halen, kunnen we ook uit woorden halen. Er zullen natuurlijk blinden zijn die het verloren moeite vinden om naar een museum te gaan. Maar blind of niet blind, we leven allemaal in een visuele wereld. Het sleutelwoord is inclusie: blinden moeten, net als jij en ik, kunnen kiezen waar en wanneer ze naar theater of de film gaan. Blinden willen ook graag kunnen meepraten; ze willen dingen zelf kunnen ervaren. Het is mijn job om hen daarbij te helpen; om met behulp van de juiste woorden hun verbeelding in gang te zetten. Opgetekend door Ellen Stynen februari-maart 2011

134

Nina Reviers

Profile for Toneelhuis

De ideale vertaler is onzichtbaar - Nina Reviers  

Nina Reviers (1986) studeerde twee jaar geleden af als vertaalster aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen. Ze werkt er nu deeltijds als onde...

De ideale vertaler is onzichtbaar - Nina Reviers  

Nina Reviers (1986) studeerde twee jaar geleden af als vertaalster aan de Artesis Hogeschool in Antwerpen. Ze werkt er nu deeltijds als onde...

Advertisement