Issuu on Google+

G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum“ Universitair Centrum voor Farmacie

Foliolum Jaargang XXIV Editie IV Mei 2011

Zelfzorgmiddelen

Micheline van Neste

Esther Brasser

Nienke Veger

Zelfzorgadvies op apotheekniveau

Zelfzorg en de zelfzorgmarkt

Zelfzorgmiddelen


Pharmachemie

We make better healthcare accessible around the world Teva Pharmachemie is onderdeel van Teva Pharmaceuticals, een internationale onderneming met bijna 40.000 medewerkers die vooral actief is in IsraĂŤl, de Verenigde Staten en Europa. Wereldwijd behoort Teva tot de top 15 van grootste farmaceutische bedrijven ter wereld.

Teva Pharmachemie in Haarlem is een all round farmaceutisch bedrijf dat actief is in alle segmenten van de farmamarkt: generieke geneesmiddelen, vrij verkrijgbare geneesmiddelen, ziekenhuisproducten, innovatieve geneesmiddelen, voedingssupplementen en huidverzorgingsproducten.

Wereldwijd is onze fabriek bekend als ontwikkelaar en producent van geneesmiddelen voor de behandeling van kanker, astma en andere chronische longziekten. www.tevapharmachemie.com


G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum“ in samenwerking met het Universitair Centrum voor Farmacie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Foliolum Jaargang XXIV Editie IV Mei 2011

6 Zelfzorgadvies

op apotheekniveau

8 Zelfzorg

En verder ...

en zelfzorgmarkt

Redactioneel Voorwoord Praesespraat Actueel

4 5 16

Facultair Promovendi Afgestudeerden Evaluaties Student in het buitenland Masteronderzoek belicht Bacheloronderzoek belicht

18 21 22 24 26 28

Pharmaciae Sacrum Alumnus STERC Sportdag Mannenactiviteit Ouderejaarssymposium Carrièredag Ranking Foliolum Puzzelpagina

29 32 33 34 35 36 38

Redactiecommissie Thomas van der Woude Geert van der Werf Lisanne Geers Marrit Aaten Jeroen Schouten Merlijn van Leent

13 Zelfzorgmiddelen

14 Kiekje

binn’n

Grunn

Ab-actiaat Geert van der Werf Westersingel 25A 9718 CB Groningen tel: 06-36319393 foliolum@rug.nl

Drukkerij Smeets & Hagenbeck

Oplage 1250

Copyright 2011 Redactiecommissie Foliolum “Ex-libris“ der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum“. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en /of openbaar gemaakt worden door middel van schrift, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteurs.


Ex-libris Redactiecommissie 2010-2011

Beste lezer, U kent het wel, al die reclames op TV voor pijnstillers, gezichtscrèmes, hoestdrankjes en meer. We worden er continu mee geconfronteerd en welness schijnt nu al het woord van 2011 te zijn. Schijnbaar hebben we onze eigen gezondheid en voorkomen helemaal zelf in de hand met deze middelen en straalt de toekomst. Maar nu even terug naar de realiteit, hoeveel worden deze zelfzorgmiddelen eigenlijk gebruikt in Nederland? En speelt de apotheker hier ook een rol bij? Op deze vragen zult u in deze 4e editie van het Foliolum een antwoord kunnen vinden. In het eerste artikel is Michiline van Neste aan het woord over advies op het gebied van zelfzorgmiddelen in de apotheek. Hierin bespreekt ze hoe de combinatie van apotheek en drogisterij samen gaat en wat dit voor de patiënten/klanten kan betekenen. Hierna geeft Esther Brasser, werkzaam bij de firma Neprofarm, een overzicht van de zelfzorgmarkt in Nederland. Van informatie aan de consument gericht via een iPhone applicatie en de verkrijgbaarheid van de middelen tot aan de voordelen van een uitgebreide en goed geïnformeerde zelfzorgmarkt en de hulp voor patiënten met betrekking tot interacties. Als laatste is apotheker Nienke Veger van apotheek Boterdiep aan het woord over haar eigen ervaringen met zelfzorgmiddelen in de apotheek. Een voorbeeld dicht bij huis hier in Groningen.

4

In het facultaire gedeelte wordt dit keer extra aandacht besteed aan de evaluaties. Vaak is dit niet veel meer dan een opsomming die voor veel studenten weinig informatie verschaft. Daarom is in samenwerking met de evaluatiecommissie tekst en uitleg geschreven om meer duidelijkheid te geven en de informatie daarmee interessanter en toegankelijker te maken. Uiteraard vindt u in het P.S. gedeelte weer de verslagen van alle activiteiten van de afgelopen tijd. Zo is er bijvoorbeeld de jaarlijkste carrièredag geweest, de biercantus voor de mannen en het ouderejaarssymposium. Inmiddels is de redactiecommissie voor volgend jaar geïnstalleerd en zijn wij alweer bezig met ons laatste nummer. Tijd dus om na te gaan denken over een paar mooie afsluiters en het jaar succesvol af te gaan ronden.

Ik wens u allen heel veel leesplezier! Namens de 24e redactiecommissie “Ex-libris“, Thomas van der Woude h.t. praeses

v.l.n.r. Merlijn, Thomas, Marrit, Lisanne, Geert en Jeroen

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Verstappen Praeses der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum“

Geachte lezer, Eindelijk heeft de zon het Hoge Noorden gevonden en dat betekent dat de Groningers weer massaal het terras onder de Martinitoren opzoeken. Waar ze in Spanje met onze voorjaarstemperaturen nog een sjaal zouden dragen, begeven wij ons mét zonnebril naar het terras. Heel toepasselijk vond op 26 maart dan ook de Voorjaarsdag van de K.N.P.S.V. plaats. Symbolisch betekent de Voorjaarsdag voor ons het begin van het einde van het 129e bestuursjaar. We hebben vijf enthousiaste opvolgers gevonden, die het stokje in juni van ons over gaan nemen. Op de maart ALV is het kandidaatbestuur onthuld en hebben zij zichzelf voorgesteld. Naast de maart ALV zijn er in maart veel andere activiteiten de revue gepasseerd. Zo is tijdens de maart-borrel de bestemming van de Buitenland Excursie onthuld. Op 21 april zullen we in de avond afreizen naar München en Wenen. In maart hebben tevens een geslaagde Carrièredag, een drukbezocht EJC-feest en een interessant Eerstejaarssymposium plaatsgevonden. Ook hebben we voor het eerst in samenwerking met Mediq een serie workshops over Human Resource Management georganiseerd. Voor de komende maanden staan er weer allerlei leuke activiteiten op het programma. Een overzicht hiervan vind je in de agenda verderop in dit nummer. Dit nummer gaat over zelfzorg; een onderwerp dat steeds belangrijker wordt voor de openbaar apotheker. De KNMP heeft hier standaarden voor opgesteld, die gebundeld zijn in het boek ‘Standaarden voor de Zelfzorg’. Dit boek zal de meeste Masterstudenten bekend voorkomen, maar toch komt zelfzorg tijdens de studie niet uitgebreid aan bod. Ik vind het daarom erg leuk dat de Redactiecommissie een editie aan dit onderwerp heeft gewijd. De apotheker kan met zijn/haar kennis goede adviezen en uitleg geven over zelfzorgproducten en kan daarnaast in de gaten houden of er geen interactie is met de receptgeneesmiddelen van de patiënt.

5

Wederom heeft de Redactiecommissie een interessante editie van het Foliolum samengesteld en ik wil hen hiermee dan ook complimenteren. Tenslotte wil ik u allen veel leesplezier toewensen! Met vriendelijke groet, namens het 129e bestuur der G.F.S.V. “Pharmaciae Sacrum”, Gwenny Verstappen h.t. praeses

v.l.n.r. Evianne, Emma, Gwenny, Sjoerd en Len

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorgadvies op apotheekniveau Delta Apotheek in Harskamp kiest voor eigen drogist Micheline van Neste

I

n het Veluwse dorp Harskamp heeft Delta Apotheek de plaatselijke drogisterij overgenomen. De nieuwe onderneming maakt deel uit van het pas geopende Medisch Centrum. “Ons doel is zelfzorgadvies op apotheekniveau. OTC-middelen gaan vaak te gemakkelijk over de toonbank’’, aldus tweede apotheker Claire Linssen.   Direct na binnenkomst in het Medisch Centrum, dat januari 2010 opende, sta je in de Delta apotheek/drogisterij. Het is één ruimte met twee verschillende stijlen en belevingen. De apotheek – met een grote leestafel om mensen aan de balie privacy te geven – ademt rust. In de drogist winkelen mensen tussen de schappen. De apotheekbalie loopt ovaalvormig door in de kassabalie van de drogisterij. Daar staan dezelfzorggeneesmiddelen letterlijk tussen apotheek en drogist in. Hoewel beide delen in elkaar overlopen zijn ze ook apart toegankelijk. De doorzichtige scheidingswand wordt alleen gesloten als de apotheek dicht is, op vrijdagavond (koopavond) en zaterdag.

6

Eigenaar/apotheker Edwin de Frankrijker begon de Delta Apotheek in 2006 toen hij de geneesmiddelvoorziening voor negenduizend patiënten overnam van vier apotheekhoudende huisartsen in Harskamp, Otterlo en Wekerom. In de laatste twee dorpen – op circa vijf kilometer afstand – heeft Delta een servicepunt.

Expertise

De Frankrijker liep van begin af aan rond met plannen voor een uitgebreide afdeling handverkoop. “Juist omdat ik vind dat een apotheek de expertise in huis heeft om deskundig advies te geven over zelfzorgmiddelen.” Toen de eigenaresse van de plaatselijke drogisterij twee jaar geleden aangaf dat zij wilde stoppen, was het voor De Frankrijker een logische stap om de winkel – met de drogistformule DIO – over te nemen. “Producten van de DIO-formule zijn Volwaardig verlengstuk Tips voor apothekers die een drogisterij overwegen: • Onderzoek je marktomgeving. • Zie je drogisterij als een volwaardig verlengstuk van je apotheek. Zodra je opent moet je aan je klanten waarmaken waar je voor staat. • Breng je drogistmedewerkers zo veel mogelijk op het kwaliteitsniveau van je apothekersassistenten. Zorg dat ze door nascholing bekend zijn met medicatiebewaking en kennis krijgen over zelfzorggeneesmiddelen en interacties. • Geef je apotheek met drogisterij voldoende naamsbekendheid.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

niet de goedkoopste, maar deze franchiseorganisatie neemt me veel zaken uit handen waaronder de verzorging van de wekelijkse aanbiedingen. Op het assortiment heb ik invloed. We lopen nu de zelfzorgstandaarden na op eerstekeusmiddelen, want die wil ik in huis hebben.”

“Omdat we dicht bij elkaar werken, kan ik makkelijk iemand aanschieten” De mogelijkheid de drogist over te nemen viel samen met de plannen van De Frankrijker om een Medisch Centrum in Harskamp op te zetten. “Ik vond het vanzelfsprekend als zorgverleners bij elkaar te gaan zitten, al duurde het even voordat ik de huisarts(en) – monopolisten van nature – over de streep kon trekken.” Een van de voormalig apotheekhoudende huisartsen houdt praktijk in het Medisch Centrum en werkt nauw samen met de Delta Apotheek.


Zelfzorgmiddelen Jacco van Liere, directeur van Unipharma: “In beide gevallen is de apotheek meestal de exploitant, en valt de drogisterij onder verantwoordelijkheid van de apotheker. Het drogistgedeelte beslaat minimaal honderd vierkante meter vloeroppervlak.” Er zijn twaalf Zorg+zeker apotheek/drogisten. “De nadruk ligt op het apotheekgedeelte en ze zitten vaak op locaties met minder concurrentie. De combinatie met een Drogist Bewust Beter vind je in gebieden met meer concurrentie, bijvoorbeeld in een winkelcentrum met een Etos of Kruidvat. De promoties van de drogisterijproducten zijn agressiever en de prijzen scherper.”

Gele

sticker Goed advies en opname in het medicatiedossier vormen in Delta de leidraad bij de verkoop van zelfzorgproducten. Middelen die interacties kunnen geven zijn in de drogisterij voorzien van een gele waarschuwingssticker. “Als iemand een product wil hebben waar een gele sticker op zit, vraag ik of het voor hemzelf is en of hij medicijnen gebruikt’’, vertelt drogisterijmedewerker Yvonne Meerts. “Is dat het geval, dan bied ik de klant aan om de combinatie te laten nakijken door een collega van de apotheek. Omdat we dicht bij elkaar werken, kan ik makkelijk iemand aanschieten.” Bepaalde combinaties, zoals vitamines bij antistolling, kan Meerts zelf nakijken. Ze mag iemands medicatiedossier raadplegen, maar er niets aan toevoegen, vult apotheker Linssen aan. ‘’Dit betekent dat als een van onze patiënten in de drogist ibuprofen koopt, zij de gegevens op papier noteert en een van ons die later in het apotheeksysteem zet.”

Naast de twee apothekers bestaat het team uit acht apothekersassistenten, van wie een het drogisterijdiploma heeft gehaald. Zij regelt de dagelijkse zaken in de drogisterij en geeft leiding aan drie drogisterijmedewerkers. Het werkoverleg is gezamenlijk en ook daarnaast wordt onderling veel kennis uitgewisseld. Drogisterijmedewerkers worden geschoold op kennis over OTC-middelen en interacties. Linssen: “En als een apothekersassistent een drogistbijeenkomst wil bijwonen, stimuleren we dat.” Drogistmedewerker Meerts start in november met de tweejarige opleiding voor apothekersassistent. Hoewel de apotheek en de drogist onder één dak zitten, zijn het administratief gescheiden bedrijven met een eigen exploitatie, voorraadsysteem en kassa. “Ongemakkelijk voor de klant”, beaamt De Frankrijker. Hij zou graag zien dat het Pharmacomsysteem kan worden gekoppeld met het drogisterijsysteem, maar dat is niet mogelijk vanwege een beveiliging in het apotheeksysteem. “Een patiënt moet soms bij twee verschillende kassa’s afrekenen. Gelukkig hebben de meeste mensen daar begrip voor, maar een koppeling zou een verbetering van ons zorgniveau betekenen.”

“Nederland kent minimaal acht apotheken met een DIO-drogisterij” Naamsbekendheid

Na een voorzichtige aanloop draait de drogisterij nu goed. De lokale bevolking, evenals de zomertoeristen, weten Delta te vinden. Linssen en De Frankrijker hebben afgelopen voorjaar hard gewerkt aan hun naamsbekendheid. ‘’Op alle campings in de omgeving ligt onze flyer. De vakantiegangers – circa tienduizend potentiële klanten gedurende de drie zomermaanden – zorgen voor flink wat extra klandizie. De drogisterij trekt per maand circa 3500 klanten, van wie twee derde bestaat uit inwoners. De apothekers zijn tevreden over de combinatie apotheek/ drogist, maar realiseren zich dat deze vorm minder geschikt is op locaties met meer concurrentie. Linssen: “In grotere plaatsen leg je het af op prijsconcurrentie. Wij zetten in op kwaliteit en niet op de laagste prijs. En dat kan alleen omdat hier geen prijsvechter als Kruidvat of Etos zit.’’

7

Combinaties

in vele smaken Combinaties van apotheken en drogisterijen zijn er in diverse soorten. Nederland kent minimaal acht apotheken met een DIO-drogisterij, waaronder de Delta Apotheek. Voor het merendeel zijn ze gevestigd in kleinere gemeenten. Vaak gaat het om een drogisterij in een apotheek. In een enkel geval is de drogisterij gescheiden van de apotheek. Unipharma, groothandel voor drogist en apotheek, kent naast haar concept voor handverkoop in de apotheek, twee vormen van een apotheek met een drogisterij: de Zorg+zeker apotheek/drogisterij en de Drogist Bewust Beter.

Dit artikel is verschenen in het Pharmaceutisch Weekblad editie 36 2010.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorg en de zelfzorgmarkt Esther Brasser

Z

elfzorg staat voor alles wat consumenten zelf, op eigen initiatief en voor eigen verantwoordelijkheid, kunnen doen om herkenbare, tijdelijke gezondheidsklachten te verminderen of te genezen. De consument stelt zelf de diagnose, bepaalt wat hij er aan wil doen en kiest zelf de therapie. Ook preventie en andere activiteiten om gezond te blijven, zijn vormen van zelfzorg. Met zelfzorgmiddelen of -producten worden zelfzorggeneesmiddelen, gezondheidsproducten of medische hulpmiddelen bedoeld. De samenstelling, claim of het werkingsmechanisme bepalen onder welk wettelijk regime een zelfzorgproduct valt. Voor zelfzorggeneesmiddelen gelden dezelfde wettelijke eisen als voor receptgeneesmiddelen. Ook deze producten moeten worden geregistreerd door het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen waarbij de werkzaamheid, veiligheid en kwaliteit wordt beoordeeld.

8

Tabel 1. Uitgaven zelfmedicatie per hoofd bevolking en omzetaandeel in totale farmceutische markt Land

Uitgaven

Aandeel

Zwitserland

85

16 %

Ierland

76

15 %

België

65

15 %

Denemarken

44

14 %

Groot-Brittannië

43

13 %

Noorwegen

54

12 %

Oostenrijk

37

12 %

Finland

55

11 %

Duitsland

52

11 %

Nederland*

39

11 %

Spanje

39

11 %

Zweden

51

10 %

Italië

27

8 %

Frankrijk

31

7 %

22

7 %

Portugal

Bron: AESGP

* Voor Nederland zijn de zelfzorguitgaven aan gezondheidsproducten inbegrepen. Voor de andere landen betreft het vrijwel uitsluitend zelfmedicatie/zelfzorggeneesmiddelen.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

Consumenten en zelfzorg Zelfzorggeneesmiddelen zijn uitstekend geschikt om op eigen gezag door de consument te worden gebruikt. Ze zijn veilig en effectief bij normaal gebruik volgens de informatie op de verpakking en in de bijsluiter. De consument maakt graag zelf een keuze uit het beschikbare assortiment. Keuzevrijheid houdt ook in dat het assortiment in de winkel voldoende breed is en verschillende alternatieven biedt. De beschikbaarheid van deskundig advies is voor veel consumenten belangrijk om tot een goede keuze te kunnen komen. De consument wil wel zelf bepalen of hij advies nodig heeft. Dat is mede bepalend voor de plaats waar hij een zelfzorggeneesmiddel gaat kopen. Gebruik van zelfzorgmiddelen In vergelijking met andere Europese landen is het gebruik van zelfzorg(genees)middelen in Nederland relatief laag. Dat geldt zowel voor de uitgaven per hoofd van de bevolking, als in relatie tot de (collectieve) uitgaven aan geneesmiddelen op recept van een arts. NB: De cijfers van de tabellen hebben alle betrekking op 2009. De cijfers van 2010 zijn binnenkort te vinden op www.neprofarm.nl. Uitgaven aan zelfmedicatie per hoofd van de bevolking in 2009 en omzetaandeel zelfmedicatie in de totale farmaceutische markt in 2009 zijn te zien in tabel 1.

Informatie

aan de consumenten

Productinformatie op verpakking en in bijsluiter In tegenstelling tot receptgeneesmiddelen staan op de verpakking van zelfzorggeneesmiddelen onder andere de indicaties en contraindicaties vermeld. Op basis van de verpakking kan de consument vervolgens een keuze maken uit het beschikbare assortiment. De informatie die de bijsluiter biedt, is van groot belang voor een veilig en effectief gebruik. Zeker voor zelfzorggeneesmiddelen omdat deze zonder tussenkomst van een arts door de consument zelf worden toegepast. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen controleert en beoordeelt bij registratie van een zelfzorggeneesmiddel de juistheid en leesbaarheid van de verpakkingstekst en de consumentenbijsluiter. Uit onderzoek door TNS NIPO blijkt dat wanneer een zelfzorggeneesmiddel voor het eerst wordt gebruikt, 96 procent van de gebruikers de bijsluiter helemaal leest of in elk geval de belangrijkste informatie. Bij herhaalgebruik wordt de bijsluiter echter vaak niet meer gelezen. 62


Zelfzorgmiddelen

Figuur 1. De zelfzorg applicatie

procent zegt de bijsluiter niet te lezen omdat het geneesmiddel al bekend is. Een kwart leest alleen de informatie die men belangrijk vindt. Informatie aan de consument: Zelfzorg.nl De consument kan zelf veel doen om gezond te blijven, maar kan ook vaak zelf iets doen aan eenvoudige, veelvoorkomende gezondheidskwalen. De website www.zelfzorg.nl geeft daarover veel informatie en helpt bovendien om een verantwoorde keuze te maken uit het brede assortiment zelfzorgproducten. Bij alle geneesmiddelen zijn de originele bijsluiters te lezen. Zelfzorg-app voor iPhone: scan de verpakking Zelfzorg.nl is uitstekend geschikt voor gebruik met smartphones en er is een gratis Zelfzorg-app voor de iPhone gemaakt (Figuur 1). Daarmee kan al voor de aankoop van een geneesmiddel of onderweg de bijsluiter en de belang-

Tabel 2. Omzet zelfzorgmarkt Productgroepen

rijkste productinformatie van een geneesmiddel worden geraadpleegd. Met de Zelfzorg-app kan zelfs de streepjescode van een zelfzorg(genees)middel worden gescand om deze informatie op te roepen. Op die manier is de bijsluiter altijd en overal beschikbaar (Figuur 2).

9

Bijsluiterwoordenboek.nl Uit onderzoek van TNS NIPO blijkt dat 43% van de Nederlanders soms enkele woorden in bijsluiters niet begrijpen. Hiervoor is www.bijsluiterwoordenboek.nl ontwikkeld. Het woordenboek geeft een verklaring voor woorden die door gebruikers als moeilijk worden ervaren. Het gaat dan om woorden uit bijsluiters van zelfzorggeneesmiddelen. Voorbeelden van lastige woorden die regelmatig worden opgevraagd zijn orodispergeerbaar, keratolytisch, metabolisering. Het zoekgedrag van bezoekers wordt gebruikt om bijsluiters te verbeteren en begrijpelijker te maken.

Verkrijgbaarheid

Miljoen Euro

Vitamines / mineralen

132.1

Producten voor de luchtwegen

131.4

Producten tegen pijn

131.0

Producten voor huid en haar

67.8

Spijsverteringspreparaten

55.3

Urogenitale zorg en voortplanting

27.3

Overigen

106.7

Totaal zelfzorgmarkt Bron: IMS Health

651.6

Waar zijn zelfzorggeneesmiddelen te koop? Volgens de nieuwe Geneesmiddelenwet worden zelfzorggeneesmiddelen ingedeeld in drie categorieĂŤn: UA - Uitsluitend verkrijgbaar bij de Apotheek UAD - Uitsluitend verkrijgbaar bij Apotheek en Drogisterij AV - AlgemeneVerkoop (alle overige verkooppunten zoals supermarkten,benzinestations, kiosken etc)

> > > Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorgmiddelen Tabel 3. Omzet onderverdeeld naar de drie verkoopkanalen Verkoopkanaal

Omzet

Aandeel

Drogisterijen

489.8

75,2 %

Apotheken

103.8

15,9 %

Supermarkten

58.0

8,9 %

Totaal Zelfzorgmarkt

651.6

Bron: IMS Health

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt de indeling van de zelfzorgproducten: • UA-geneesmiddel als dit volgens het CBG uit oogpunt van medicatiebewaking, voorlichting of begeleiding bij de terhandstelling noodzakelijk is. • AV-geneesmiddel als dit volgens het CBG uit oogpunt van veilig gebruik verantwoord is, gelet op de werkzame stof, de dosering en de verpakkingsgrootte. • UAD-geneesmiddel als het niet voor indeling als UA-geneesmiddel of als AV-geneesmiddel in aanmerking komt.

10

Een deel van de zelfzorggeneesmiddelen is dus uitsluitend verkrijgbaar bij apotheek, drogisterij en supermarkten met een drogisterij-afdeling (UAD-geneesmiddelen). Binnen deze verkoopkanalen is in principe een (assistent-)drogist of apotheker (en assistente) aanwezig om consumenten te helpen bij het maken van een keuze voor en tussen

Tabel 4. Aantal verkooppunten in Nederland  Apotheken Zelfstandige apotheek

1.473

Ketenapotheek

493

Totaal apotheken

1.966  

Drogisterijen Zelfstandige drogisterij

1.279

Ketendrogisterij

1.442

Totaal drogisterijen

2.721  

Supermarkten

3.830*

Totaal aantal verkooppunten

8.517

Bron: IMS Health

*Supermarkten mogen AV-geneesmiddelen en gezondheidsproducten verkopen. Ongeveer 400 supermarkten hebben een gediplomeerde drogist in dienst en mogen daarom ook UAD-geneesmiddelen verkopen. Ongeveer 1.700 supermarkten verkopen alleen AV-producten. Alle overige supermarkten verkopen voornamelijk gezondheidsproducten (voedingssupplementen). De ongeveer 250 benzinestations die AV-geneesmiddelen verkopen, zijn niet in de tabel opgenomen.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

zelfzorggeneesmiddelen en om te informeren over het gebruik. In andere verkoopkanalen, zoals supermarkten en benzinestations, waar alleen AV-geneesmiddelen mogen worden verkocht, is geen advies beschikbaar. Over The Counter Zelfzorggeneesmiddelen hoeven sinds 1 juli 2002 niet achter een toonbank te liggen, maar mogen gewoon in de winkelschappen staan. Voor die tijd was de verkoop van zelfzorggeneesmiddelen alleen toegestaan vanachter een toonbank. Vandaar dat deze producten ook wel OTCgeneesmiddelen worden genoemd, naar het Engelse begrip ‘Over The Counter’. Zelfselectie maakt het consumenten mogelijk om zelf producten te pakken, te bekijken en te vergelijken. Met andere woorden: keuzevrijheid voor de consument. Bovendien kunnen consumenten hierdoor ook kennismaken met onbekende producten en producten waar zij liever niet om willen vragen (zogenoemde ‘schaamteproducten’). De toonbankverplichting werd als eerste opgeheven in Scandinavische landen (midden jaren negentig), omdat bleek dat advisering daardoor wordt bevorderd. Consumenten vragen namelijk gerichter om advies als zij de verpakking hebben kunnen lezen en bovendien vragen zij gemakkelijker om advies bij schaamteproducten als er geen andere klanten meeluisteren, zoals meestal in de rij bij een kassa wel het geval is.

Zelfzorgmarkt De zelfzorgmarkt is voortdurend in beweging. Zo heeft de Mexicaanse griep in 2009 gezorgd voor een omzetstijging in de productgroepen Huid en Haar en Spijsverteringspreparaten. Al met al maakte de markt in 2009 ten opzichte van het jaar daarvoor een groei door van 3% (tabel 2) De omzet is onderverdeeld naar de drie verkoopkanalen (tabel 3). In totaal werd in 2009 651,6 miljoen euro (op consumentenprijsniveau) besteed aan zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten in Nederland. In tabel 4 zijn het aantal verkooppunten in Nederland weergegeven en in tabel 5 de apotheekomzet van zelfzorgmiddelen. Apotheken en drogisten samen zorgen voor een vergelijkbare distributiedichtheid als het gemiddelde van andere Europese landen (tabel 6). Drogisten zijn een typisch Nederlands verschijnsel; behalve in Zwitserland zijn er geen andere Europese landen waar een drogist naast een apotheker een groot deel van de zelfzorggeneesmiddelen verkoopt. Verkoop in kanalen zonder gekwalificeerd personeel komt in steeds meer landen voor. Tot enkele jaren geleden alleen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland, sinds 2007 ook in Nederland: de zogenaamde AV-categorie. ‘Een op drie huisartsbezoeken onnodig’ Uit onderzoek onder 200 huisartsen in 2010 uitgevoerd in opdracht van Neprofarm, blijkt dat 29 procent van de bezoeken aan de huisarts overbodig is. In die gevallen gaat het namelijk om eenvoudige gezondheidsklachten van


Zelfzorgmiddelen

Figuur 2. Oud-minister Ab Klink presenteert de zelfzorg applicatie

voorbijgaande aard, die ook door de patiënt zelf kunnen worden aangepakt met een zelfzorggeneesmiddel dat zonder recept verkrijgbaar is. De top drie van eenvoudige gezondheidsklachten waarvoor een patiënt bij de huisarts komt, is: pijn (spier- of gewrichtspijn, rugpijn, hoofdpijn, etc), (neus)verkoudheid en hoesten. Huisartsen in Nederland worden maandelijks door gemiddeld 516 patiënten geconsulteerd en aan 250 van hen schrijft de huisarts een geneesmiddel voor. Bij 54 van deze 250 patiënten betreft het echter eenvoudige gezondheidsklachten waarvoor ook zelfzorggeneesmiddelen verkrijgbaar zijn bij apotheek of drogisterij. Hetzelfde geldt voor 96 van de 266 patiënten die geen geneesmiddel voorgeschreven krijgen.

Tabel 5. Apotheekomzet Apotheken

Omzet in miljoen euro’s

Producten voor de luchtwegen

22.1

Producten tegen pijn

19.4

Producten voor huid en haar

13.5

Vitamines / mineralen

13.4

Spijsverteringspreparaten

13.1

Meer aan zelfzorg doen Voor de patiënt is een belangrijke rol weggelegd wanneer het gaat om het zelf oplossen van eenvoudige gezondheidsklachten. Dat bespaart onnodig bezoek aan een arts, waardoor er meer tijd is voor de patiënten die de begeleiding van een arts nodig hebben. Alle betrokkenen in de gezondheidszorg spelen een belangrijke rol bij het stimuleren van de zelfredzaamheid van de consument. Tweederde van de huisartsen vindt ook dat hun patiënten meer aan zelfzorg zouden moeten doen.

11

Dit deel van de zorg kan worden verplaatst van de huisartspraktijk naar de apotheek. De rol van de apotheker kan nog verder worden uitgebreid door van een aantal huidige receptgeneesmiddelen UA-middelen te maken. De betrouwbaarheid van het advies dat gegeven wordt door de apotheker wordt zeer hoog gewaardeerd: uit consumentenonderzoek door het NIVEL blijkt dat 99% van de mensen die hun laatste zelfzorggeneesmiddel bij de apotheker haalden en daarbij informatie kregen, deze informatie (zeer) betrouwbaar vonden. Ter vergelijk: dit was bij 67% van de mensen die hun zelfzorggeneesmiddel bij de drogist kochten het geval.

Urogenitale zorg en voortplanting 3.7 Overigen

18.6

Totaal omzet apotheken Bron: IMS Health

103.8

> > > Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorgmiddelen Wat betreft de betrouwbaarheid van informatie over een zelfzorggeneesmiddel binnen verschillende verkoopkanalen in het algemeen, werd het volgende aangegeven. Informatie over zelfzorggeneesmiddelen van de apotheek en huisarts wordt door vrijwel iedereen (respectievelijk 98% en 97%) (zeer) betrouwbaar gevonden. Daarna vinden veel mensen (85%) de bijsluiter de meest betrouwbare bron. De informatie van de drogist wordt door driekwart van de mensen (75%) als (zeer) betrouwbaar bestempeld. Interactie met receptgeneesmiddelen Bij gecombineerd gebruik van zelfzorggeneesmiddelen met receptgeneesmiddelen is het extra belangrijk dat de patiënt goed geïnformeerd wordt over het gebruik, eventuele bijwerkingen en de risico’s, kan soms voor problemen zorgen. Uit het NIVEL-onderzoek blijkt dat patiënten door verantwoord mee om weten te gaan: bijna 100 procent raadpleegt ten minste één bron (huisarts, apotheker, drogist, bijsluiter etc). De (huis)arts en/of de apotheker zijn bij uitstek de aangewezen personen om te wijzen op eventueel interactierisico, dus op het moment van voorschrijven van het receptgeneesmiddel of bij de uitgifte ervan.

Brancheorganisatie Neprofarm Neprofarm is de Nederlandse Vereniging van de Farmaceutische Industrie van Zelfzorggeneesmiddelen en Gezondheidsproducten. Neprofarm vertegenwoordigt de belangen van fabrikanten en importeurs van geregistreerde merkgeneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn. Tot het assortiment van de leden behoren zowel reguliere zelfzorggeneesmiddelen als homeopathische, fytotherapeutische en antroposofische geneesmiddelenmiddelen. Ook gezondheidsproducten zoals voedingssupplementen en kruidenpreparaten én zelfzorgproducten die onder de wetgeving voor medische hulpmiddelen vallen, worden door de leden van Neprofarm op de markt gebracht. Neprofarm heeft als doel de aangesloten bedrijven te vertegenwoordigen en hun gemeenschappelijke belangen te behartigen, met in acht name van het volksgezondheidsbelang. Het beleid van Neprofarm richt zich primair op de bevordering van een gunstig maatschappelijk en politiek klimaat voor zelfzorg, waarbij de consument centraal staat. Neprofarm beijvert zich in dit kader voor erkenning van de maatschappelijke rol van zelfzorg, uitbreiding van de mogelijkheden voor zelfmedicatie en erkenning van het merk als herkenbaar houvast voor de consument.

12 Tabel 6. Apotheekdichtheid in Europa Land

Aantal apotheken

België

5.222

6

2.064

Spanje

21.165

24

2.208

Frankrijk

22.462

28

2.880

Ierland

1.394

50

3.202

Italië

17.301

17

3.386

Duitsland

21.580

17

3.792

Portugal

2.664

34

3.801

Zwitserland

1.699

24

4.533

Groot-Brittannië

12.898

19

4.800

807

377

6.613

Oostenrijk

1.246

67

6.716

Noorwegen

663

489

7.263

Nederland

1.966

21

8.397

Finland

Land Nederland

Km² / apotheek

Inwoners / apotheek

Apotheken en Km² / verkoop- Inwoners / verkoopdrogisterijen* punten punten 5.100

83.178

3.178

Bron: AESGP

* De circa 400 supermarkten met een gediplomeerde drogist zijn in deze berekening meegenomen, aangezien zij ook UAD-geneesmiddelen mogen verkopen.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorgmiddelen Uitsluitend Apotheek met een Uitstekend Advies Nienke Veger (Apotheek Boterdiep)

C

liënt: “Doe mij maar een doosje aspirientjes.” Assistente: “Bedoelt u aspirine of paracetamol?” Cliënt: “Dat is toch hetzelfde?” Cliënt: “Ik wil graag een doosje ibuprofen”. Assistente: “Gebruikt u nog andere medicijnen?” Cliënt: “Ja, ik gebruik ook citalopram.” Assistente: “Ibuprofen heeft een wisselwerking met de citalopram. Heeft u al paracetamol geprobeerd?” Zomaar 2 voorbeelden die regelmatig voorbij komen in de apotheek. Hieruit blijkt wel dat het geven van een goed advies van groot belang is bij het afleveren van zelfzorgmiddelen. Om een passend advies te kunnen geven, wordt in veel apotheken gewerkt met de WHAM vragen. Er wordt achterhaald voor wie het zelfzorgmiddel bedoeld is, hoe lang de klachten al bestaan, of de cliënt al actie heeft ondernomen en of er nog andere medicatie wordt gebruikt. Zelfzorgmiddelen die een wisselwerking hebben met andere geneesmiddelen worden bovendien gemerkt met een gele sticker. Deze middelen worden ingebracht in het dossier van de cliënt zodat bepaald kan worden of het middel wel geschikt voor hem of haar is.

Niet alle zelfzorgmiddelen geven interacties, toch is ook dan een goed advies op zijn plaats. Als er bijvoorbeeld weer luizen zijn geconstateerd op de basisschool is het van belang dat ouders goed weten wat ze moeten doen (meestal wordt er dan niet eens een middel meegegeven, kammen met crèmespoeling is over het algemeen voldoende). Ook worden er veel seizoensgebonden vragen gesteld, hoestklachten in de herfst en winter en momenteel worden er veel vragen over hooikoorts gesteld. Voor de zomervakantie zijn er veel mensen die vragen hebben over zelfzorgmiddelen voor op vakantie. We kunnen cliënten dan extra van dienst zijn door meteen een medicatiepaspoort uit te draaien om problemen bij de douane te voorkomen. Dagelijks komen er cliënten naar de apotheek met vragen over zelfzorgmiddelen. Als goede apotheek is het van belang om ook deze mensen van een passend advies te voorzien en te zorgen dat deze middelen veilig met de eigen medicatie gebruikt kunnen worden.

13

Een aantal zelfzorgmiddelen vereisen extra aandacht. Dit zijn de middelen met een UA-status. Deze middelen zijn uitsluitend in de apotheek te verkrijgen. Nieuw binnen deze groep middelen zijn bepaalde NSAIDs. Per 1 januari zijn een aantal NSAIDs niet, of niet in grote hoeveelheden te verkrijgen bij de drogist. Juist dit zijn zelfzorgmiddelen waar veel vraag naar is en vaak is er sprake van interacties met andere geneesmiddelen. De KNMP heeft een vragenlijst ontwikkeld waarmee achterhaald kan worden of dit middel wel geschikt is voor de cliënt die er naar vraagt. Deze vragenlijst is vrij uitgebreid, wij werken in de apotheek met een samengevatte versie van deze lijst. Op deze manier wordt achterhaald of de patiënt nog meer geneesmiddelen gebruikt, of er contra-indicaties zijn voor het NSAID gebruik, met als conclusie of dit middel wel geschikt is, of dat er wellicht extra adviezen gegeven dienen te worden. Op deze manier maak je als apotheek de UA-status van deze middelen waar. Uitsluitend apotheek middelen mogen uitsluitend met een uitstekend advies de deur uit! In een studentenstad als Groningen is er ook veel vraag naar de morning after pil. Deze is zonder recept te verkrijgen, maar dient wel vergezeld te worden van een juist advies. Het komt bijvoorbeeld regelmatig voor dat iemand helemaal geen morning after pil nodig heeft, omdat er bijvoorbeeld slechts 1 pil is vergeten.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Kiekje binn’n Grunn Bezoek aan acupunctuur praktijk Hwa To Thomas van der Woude & Marrit Aaten

O

p vrijdag 25 maart mochten wij op bezoek komen aan de acupunctuurpraktijk Hwa To in het UMCG. Dit keer geen bezoek buiten Groningen dus heet de rubriek voor de gelegenheid “Kiekje binn’n Grunn”. De eerste vraag die drs. Zeegers aan ons stelde was hoe wij de acupunctuur en kruidentherapie relateerden aan de zelfzorg. Wij dachten dat deze alternatieve therapie vooral toegepast werd als ontspanningsmiddel, een soort verlengde van de spa. Niets bleek echter minder waar. Bij drs. Zeegers in de praktijk komen vooral patiënten bij wie de Westerse therapie niet goed aanslaat, patiënten met (pijn)klachten waar geen Westerse therapie voor is of bijvoorbeeld patiënten die veel medicatie slikken en (door de bijwerkingen) niet lekker in hun vel zitten. Het beste voorbeeld is hoofdpijn. Wanneer je bij de huisarts komt met hoofdpijn heb je waarschijnlijk al paracetamol of ibuprofen geprobeerd en indien dat niet werkt wordt vaak

14

Drs. Martien Zeegers-Nouwen,

tandarts-

acupuncturist

Drs. Zeegers-Nouwen is sinds 1990 tandarts. Ze heeft gedurende tien jaar in vele verschillende tandartspraktijken in Noord Nederland waargenomen en heeft van 1999 tot 2001 een eigen praktijk gehad. Ze heeft samen met You Ping Zhu vele jaren het acupunctuur keuzeproject voor geneeskunde studenten aan de RUG verzorgd. Gezien de titel van haar afstudeerscriptie: “Slijm-vliesafwijkingen van de mond als manifestatie van ziektes elders in het lichaam”, is de acupunctuur een logisch vervolg. Met deze scriptie won ze in 1989 de jaarlijkse landelijke scriptie prijs voor tandheelkunde studenten. De prijs werd uitgereikt aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. In 1997 heeft ze haar diploma Acupunctuur behaald. “Het is heel raar gelopen, want ik deed de acupunctuuropleiding uit interesse. Het was nooit de opzet om daar mijn vak van te maken. Maar toen ik die opleiding had gedaan, zag ik wat je er allemaal mee kunt. Vervolgens had ik het geluk dat ik in het Hwa To Acupunctuur Centrum kon werken samen met twee acupunctuur toppers uit China.” Sinds 1998 werkt drs. Zeegers in het Hwa To Centre, dat onder de vleugels van de Rijksuniversiteit Groningen valt. Van 2000 tot 2005 heeft drs. Zeegers college gegeven aan geneeskunde studenten, betreffende het keuze project Traditional Chinese Medicine aan de RuG. In Leiden, aan de Universiteit heeft ze vorig jaar een college gegeven voor de IFMSA studenten over acupunctuut in het kader van een Complementair en Altenatief Geneeskunde Project.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

de diagnose migraine gesteld en kun je een recept voor immigran krijgen. Bij drs. Zeegers gaat het heel anders. Zo wordt er in de traditionele Chinese geneeskunde onderscheid gemaakt tussen 9 verschillende soorten hoofdpijn. En patiënten hebben bijna nooit één soort hoofdpijn, maar meestal een combinatie van verschillende soorten. Bovendien hebben twee patiënten zelden dezelfde combinatie van hoofdpijnen en bij elk patroon van hoofdpijnen hoort een andere therapie. Hierin verschilt de Chinese diagnosestelling fundamenteel van de Westerse. Er wordt namelijk per patiënt een vrij unieke diagnose gesteld en daar hoort een unieke therapie bij. Dit is ook een van de redenen waarom het slecht mogelijk is wetenschappelijk onderzoek te doen naar de Chinese geneeskunde. Het is ontzettend moeilijk om een grote groep patiënten te vinden met hetzelfde hoofdpijnpatroon, bovendien veranderd dat patroon naarmate de therapie vordert en ook die veranderingen verschillen per patiënt.


Hoe

werkt acupunctuur?

In de traditionele Chinese geneeskunde worden de organen in het lichaam niet los van elkaar beschouwd. Tussen alle organen bestaan verbanden, zogeheten orgaansystemen. Deze organen in deze systemen zijn verbonden via meridianen. Meridianen zijn energiebanen waardoor energie, qi, door het lichaam circuleert. Onderbrekingen van de energiestromen worden toegeschreven aan fysieke en soms ook emotionele problemen. Om de onderbrekingen in de energiestromen en daarmee de problemen op te heffen worden specifieke punten op de meridianen met behulp van dunne naalden gestimuleerd (acupunctuur). Deze punten kunnen ook door druk worden gestimuleerd, men spreekt dat van acupressuur. Deze punten, en de meridianen zelf, liggen aan het oppervlak van het lichaam.

“Er wordt onderscheid gemaakt tussen negen verschillende soorten hoofdpijn” De eerste keer dat een patiënt behandeld wordt, houden de positieve effecten maximaal enkele dagen aan, waarna de klachten meestal terugkomen tot hetzelfde niveau of iets minder. Na herhaalde behandelingen worden de positieve effecten steeds groter, houden ze langer aan en keren de klachten steeds op een lager niveau terug. Het effect van acupunctuurbehandelingen is dus cumulatief. Een voorbeeld hiervan is een patiënt uit de praktijk van drs. Zeegers. Deze patiënt had last van migraine en slikte meerdere malen per week immigran en paracetamol. Na enkele maanden behandeld te zijn door dr. Zeegers met acupunctuur en kruidentherapie kon deze patiënt toe met één paracetamoltablet in de week. Van dergelijke resultaten zijn veel voorbeelden en dit is ook de reden dat de traditionele Chinese geneeskunde steeds meer erkend wordt in de Westerse geneeskunde. Het bestaan van meridianen en acupunctuurpunten is welaangetoond, maar zitten fysiologisch anders in elkaar dan zichtbare structuren. Het blijkt dat de concentratie van Lichaampjes van Kraus en Meissner, eindreceptoren in de huid, hier groter is dan in andere delen van de huid. Toch blijft het lastig om hier weteschappelijke studies naar te doen. De resultaten die met deze geneeswijze worden geboekt spreken in ieder geval voor zich en wij gingen met een heel ander idee over acupunctuur weg dan we gekomen waren.


Actueel

Pijnstiller

in kristalvorm werkt beter

Voor wie regelmatig ibuprofen of diazepam gebruikt, is er goed nieuws. Deze geneesmiddelen lossen slecht op in water, maar worden zij in de vorm van kristallen toegediend, dan blijkt er veel minder van nodig te zijn. Farmaceutisch technoloog Hans de Waard heeft een nieuwe techniek ontwikkeld, op basis van vriesdrogen, om van geneesmiddelen nanokristallen te maken. De Waard verklaart: „Bij kristallen is het contactoppervlak veel groter dan bij het oorspronkelijke geneesmiddel. Vergelijk het met suiker in de thee. Een suikerklontje heeft tijd nodig om op te lossen, terwijl een schepje losse suikerkorrels vrijwel direct oplost.” Bron: www.telegraaf.nl

Kwaliteit

medische dossiers huisartsen gemeten

Tussen de huisartspraktijken blijken volledigheid en kwaliteit van de verslaglegging sterk te verschillen. Dat komt door het registratiegedrag van de huisarts zelf. NIVELonderzoeker Robert Verheij: “Bij sommige praktijken lijkt een patiënt nog steeds medicijnen te slikken, terwijl het laatste recept al langer dan 6 maanden geleden is uitgeschreven. Dat kan leiden tot medicatiefouten. En ook in de registratie van allergieën en contra-indicaties blijkt veel variatie te bestaan. De ene praktijk registreert ze wel uitgebreid, de andere niet. Terwijl onvolledige registratie van allergieën tot ongewenste bijwerkingen kan leiden.”

16

Bron: www.nivel.nl

‘Alzheimer

ontstaat in lever, niet in brein’

Recent Amerikaans onderzoek toont aan dat de het eiwit dat de voor de ziekte van Alzheimer kenmerkende plaque in de hersenen veroorzaakt, niet in het brein wordt aangemaakt, maar in de lever. Ouderdomsplaque in de hersenen is een van de symptomen van de ziekte van Alzheimer. In muizen is ontdekt dat er drie genen verantwoordelijk zijn voor de hoeveelheid eiwit die wordt aangemaakt. Hoe lager het aantal van deze genen, hoe beter de hersenen beschermd blijken te zijn tegen Alzheimer. Volgens de onderzoekers zijn de resultaten door te trekken naar de mens. Bron: http://www.nu.nl/

Medicatie

sneller afgebroken op een zonnige dag

Uit nieuw onderzoek blijkt dat de snelheid waarmee we bepaalde medicatie verwerken mede bepaald wordt door het zonlicht. Op zonnige dagen worden medicijnen veel sneller afgebroken. De hoeveelheid medicijnen in het bloed was in de zomermaanden zeven tot zeventien procent lager dan in de winter. Zonnige dagen vragen wellicht dan ook om een grotere dosis. Het vermoeden dat zonlicht invloed heeft op onze medicatie bestond al langer. Uit eerdere onderzoeken was gebleken dat vitamine D – een stofje dat mensen op zonnige dagen aanmaken – invloed heeft op het enzym CYP3A4. Dit enzym bevindt zich in de lever en is nauw betrokken bij de verwerking van medicijnen. Bron: www.scientias.nl

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Zelfzorgmiddelen

Schippers

wil avondopening dokter en apotheek

Dokterspraktijken, apothekers, fysiotherapeuten en wijkverpleegkundigen moeten voortaan 24 uur per dag beschikbaar zijn. Dat zegt minister van Volksgezondheid Edith Schippers in een interview in het Nederlands Dagblad. ‘Albert Heijn is tegenwoordig tot 20.00 uur open - en soms nog langer. Dat moet ook voor de basiszorg gaan gelden. Dit heeft topprioriteit’, aldus Schippers. Volgens de minister moet ook de basiszorg terugkeren in dorpen en buurten: ‘Mensen moeten kunnen terugvallen op laagdrempelige, goed bereikbare zorgvoorzieningen... Niet alleen overdag, maar ook ‘s avonds, ‘s nachts en in het weekend’. Bron: Novum.

Schippers

steunt beschikbaar stellen labwaarden

Minister Edith Schippers (VWS) steunt een voorstel van D66-Kamerlid Pia Dijkstra om apothekers de beschikking te geven over labwaarden. De minister benadrukte dat zij wel eerst de privacy van patiënten goed wil waarborgen. Kennis over labwaarden heeft de apotheker in huis, maar deze gegevens worden nog niet structureel uitgewisseld. De KNMP heeft eerder al te kennen gegeven enthousiast te zijn over het voorstel van de D66-fractie. De organisatie benadrukt dat het voor de medicatieveiligheid van groot belang is dat apothekers beschikken over labwaarden. Bron: www.pw.nl

‘Veel

moeders in

Nederland

verslaafd aan pillen’

Veel moeders in Nederland grijpen naar pillen om hun drukke leven aan te kunnen. Kinderen die op onmogelijke tijden naar allerlei clubjes moeten, een zware baan en een druk sociaal leven, worden als redenen opgegeven voor het pilgebruik. Volgens Mama magazine grijpen zo’n 300.000 vrouwen in Nederland, waaronder veel moeders, geregeld naar het pillenpotje. Een aantal dat twee keer groter is dan bij de mannen. Dorien Reintjes, verslavingsdeskundige van de Stichting Vrouwen en Medicijngebruik, zegt zelfs dat in een gemiddelde straat om de vier huizen een pilverslaafde woont.

17

Bron: www.nu.nl

Lagere

dosis chemo bij leukemie volstaat

Patiënten met de meest voorkomende vorm van leukemie (acute myeloïde leukemie) krijgen al twintig jaar een tien keer hogere dosis chemo dan noodzakelijk is. Dat heeft een team van Nederlandse onderzoekers, van onder andere het Erasmus MC ontdekt. De onderzoekers verwachten dat de vondst tot een wereldwijde aanpassing van de dosering leidt. Patiënten krijgen daardoor minder bijwerkingen als ontstekingen en darmklachten. Ook hoeven ze minder vaak een bloedtransfusie te ondergaan en liggen ze kortere tijd in het ziekenhuis. Elk jaar steekt de ziekte bij bijna zeshonderd mensen in Nederland voor het eerst de kop op. Bron: www.trouw.nl

‘Nederlanders

eten veel te zout’

Nederlanders eten gemiddeld 10 gram zout per dag en dat is 4 gram teveel. Dat constateert de Nederlandse Hartstichting. De Hartstichting, de Nierstichting, het Voedingscentrum en de Consumentenbond roepen mensen op minder zout te eten. Per jaar sterven volgens de organisaties ongeveer 2500 Nederlanders aan overmatige zoutconsumptie. Dat komt neer op zeven mensen per dag. Vooral in de fabriek gemaakte producten zoals kant- en klaar maaltijden, pizza’s, sauzen en snacks bevatten veel zout. Groenten en verse vis niet. Het menselijk lichaam heeft al voldoende aan 1 tot 3 gram per dag. Bron: www.nu.nl

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Promovendi

FWN

Cost-effectiveness

of controlling infectious diseases from a public health perspective

Promotie: Proefschrift: Promoter(s): Datum: Faculteit:

mw. A.K. Krabbe Lugnér, 14.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen Cost-effectiveness of controlling infectious diseases from a public health perspective prof.dr. M.J. Postma 04 februari 2011 Wiskunde en Natuurwetenschappen

Groepsimmuniteit erg belangrijk bij berekening kosteneffectiviteit van infectieziektebestrijding Anna Krabbe Lugnér deed onderzoek naar de kosteneffectiviteit van infectieziektebestrijding in Nederland voor pandemische griep, rodehond en kinkhoest. Zij laat zien dat het daarbij uiterst belangrijk is om ook rekening te houden met de groepsimmuniteit.

18

In het bijzonder is volgens Krabbe Lugnér een ‘dynamisch transmissiemodel’ onmisbaar bij een economische analyse van de kosteneffectiviteit van maatregelen, bijvoorbeeld tegen een grieppandemie. Zij ontwikkelde een dergelijk model ten behoeve van de voorbereiding van de bestrijding van een mogelijke grieppandemie met potentieel veel infecties en hoge sterfte. Zij koppelde dit model aan een economisch kostenmodel en paste het toe op verschillende interventies. Zowel vaccinatie als behandeling met antivirale middelen, gericht op vermindering van overdracht en van complicaties ten gevolge van griep, bleken allebei kosteneffectief. Het 30 jaar lang aanhouden van een voorraad antivirale middelen, om te gebruiken tijdens een eventuele pandemie, loont alleen als het risico op een pandemie groter is dan 9% in die periode, én als daarbij kosten voor werkverzuim tijdens de ziekte worden meegerekend. Welke vaccinatiestrategie het meest kosteneffectief bleek, hing af van het reeds aanwezig zijn van gedeeltelijke immuniteit tegen een pandemisch virus bij ouderen: groepsimmuniteit, een extern effect van vaccinatie. Wanneer de overbrenging van de ziekteverwekkers lager is, is immers ook de kans kleiner dat niet-gevaccineerde individuen besmet worden. In regio’s met een lage vaccinatiegraad is de groepsimmuniteit onvoldoende en kunnen infectieziekten, die elders in bedwang zijn, zoals rodehond, grote ziektelast veroorzaken. Voor rodehond onderzocht Krabbe Lugnér de kosteneffectiviteit van een screening- en vaccinatieprogramma om complicaties bij ongeboren kinderen te voorkomen. In lage-vaccinatiegraadregio’s kan het programma kosteneffectief zijn. Ten slotte maakte Krabbe Lugnér een economische evaluatie van de boosterstrategie op vierjarige leeftijd tegen kinkhoest. Deze strategie was niet evident kosteneffectief, alhoewel het totale aantal infecties was verminderd. Krabbe Lugnér concludeert dat externe effecten (positieve én negatieve) van vaccinatie moeten worden opgenomen in economische evaluaties om tot evenwichtige keuzes te komen bij de verdeling van publieke middelen. Anna Krabbe Lugnér (Zweden, 1968) studeerde economieaan de universiteit van Lund. Zij promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen op onderzoek dat zij uitvoerde bij het RIVM, dat ook haar onderzoek financierde.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Facultair

Patterns of somatic disease in residential psychiatric patients. Surveys of dyspepsia, diabetes and skin disease

Promotie: Proefschrift: Promotor(s): Datum: Faculteit:

dhr. E.J. Mookhoek, 13.15 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen Patterns of somatic disease in residential psychiatric patients. Surveys of dyspepsia, diabetes and skin disease prof.dr. A.J.M. Loonen, prof.dr. J.R.B.J. Brouwers, prof.dr. J.E.J.M. Hovens 04 februari 2011 Wiskunde en Natuurwetenschappen

 Maagklachten, suikerziekte en huidaandoeningen bij ernstig psychiatrische patiënten De behandeling van lichamelijke aandoeningen bij Ernstig Psychiatrisch Zieke patiënten (EPZ) is een uitermate belangrijk aspect van de algehele medische behandeling. Door het verschil in ziektepatronen bij EPZ zijn algemene behandelrichtlijnen voor lichamelijke ziektes mogelijk niet geschikt bij EPZ, concludeert Evert Jan Mookhoek uit zijn promotieonderzoek. Hij bracht de hiaten in de epidemiologische kennis van lichamelijke complicaties bij deze patiënten in kaart en leverde tevens ontbrekende kennis aan over het vóórkomen van maagklachten, suikerziekte en huidaandoeningen. Meer dan 50% van de EPZ blijkt matige tot ernstige maagklachten te hebben en 80% van de maagklachten betreft brandend maagzuur. Meer dan eenderde van de EPZ gebruikt hier dagelijks medicatie voor. Mookhoek vond ook een associatie tussen maagklachten en het gebruik van clozapine, laxantia en roken en een medicijnen-interactie tussen de middelen clozapine en omeprazol. Suikerziekte blijkt in 15% van de EPZ voor te komen en in latente vorm nog eens bij 14%. Er is een directe relatie tussen suikerziekte en overgewicht en een indirecte relatie met psychiatrische medicatie. Bijna 70% van de EPZ heeft klachten van de huid en 77% heeft huidafwijkingen. Bij 37% van de patiënten worden huidafwijkingen gevonden waar niet over geklaagd werd. EPZ met suikerziekte hebben een tienmaal grotere kans op het hebben van huidinfecties. Er blijkt een relatie te bestaan tussen decubitus en verslaving. Eczeem blijkt gerelateerd aan depressie. De opnameduur blijkt niet van invloed op het vóórkomen van de huidaandoeningen.

19

Evert Jan Mookhoek (Schiedam, 1957) studeerde geneeskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zijn promotieonderzoek deed hij aan de Rijksuniversiteit Groningen, bij de afdeling Farmacie, basiseenheid Farmacotherapie en Farmaceutische Patiëntenzorg en bij het onderzoeksinstituut SHARE van het UMCG. Zijn onderzoek werd gefinancierd door het Delta Psychiatrisch Centrum Poortugaal ende NVASP (NederlandseVereniging Artsen Somatisch werkzaam in Psychiatrie). Tijdens en na zijn promotie is hij werkzaam bij Delta Psychiatrisch Centrum Poortugaal als somatisch arts GGZ/specialist ouderengeneeskunde en hoofd Medisch Centrum.

> > > Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Facultair

A novel

bottom-up process to prepare drug nanocrystals

the art of the soluble.

Promotie: dhr H. de Waard, 14.45 uur, Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen Proefschrift: A novel bottom-up process to prepare drug nanocrystals – the art of the soluble. Promoter(s): prof.dr. H.W. Frijlink, dr. W.L.J. Hinrichs Datum: 11 maart 2011 Faculteit: Wiskunde en Natuurwetenschappen

De dosering van slecht in water oplosbare geneesmiddelen, zoals ibuprofen en de cholesterolverlager fenofibraat, kan omlaag als ze worden toegediend in de vorm van nanokristallen. Dat stelt farmaceutisch technoloog Hans de Waard. Hij ontwikkelde een nieuwe techniek om van geneesmiddelen nanokristallen te maken. Door het formaat van de kristallen is de opname van de medicijnen hoger en bovendien veel nauwkeuriger. De Waard promoveert 11 maart 2011 aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoek werd gefinancierd door Top Instituut Pharma en maakt deel uit van een breder onderzoeksproject van dit instituut. Veertig procent van de huidige geneesmiddelen lost slecht op in het maag-darmkanaal, waaronder medicijnen als ibuprofen, de cholesterolverlager fenofibraat, diazepam (beter bekend onder de merknaam Valium) en enkele HIVremmers. Na inname komt slechts een  deel van zo’n geneesmiddel in de bloedbaan terecht; de rest verlaat zonder werkzaam te zijn geweest het lichaam. ‘Hierdoor moet je het medicijn in hoge doseringen toedienen,’ zegt De Waard. Suikerklontje De Waard onderzocht de cholesterolverlager fenofibraat in de vorm van kristallen ter grootte van slechts tweehonderd nanometer in diameter (vierhonderd keer dunner dan een menselijk haar). Bij dergelijke nanokristallen is het contactoppervlak veel groter dan bij het oorspronkelijke geneesmiddel, waardoor het medicijn sneller oplost. ‘Vergelijk het met suiker in de thee,’ legt De Waard uit: ‘Een suikerklontje heeft even de tijd nodig om op te lossen, terwijl een schepje losse suikerkorrels vrijwel direct oplost.’

20

Vriesdrogen Om geneesmiddelen in nanokristalvorm te krijgen ontwikkelde De Waard een nieuwe techniek op basis van vriesdrogen. Een mengsel van het geneesmiddel, een oplosmiddel, water en mannitol wordt zeer snel gekoeld, waarna het geneesmiddel als nanokristalletjes ingesloten raakt in een matrix van mannitol. ‘Deze suikermatrix is erg belangrijk voor de stabiliteit,’ vertelt De Waard. ‘Zonder matrix gaan de kristalletjes aan elkaar klonteren en vormen zo juist weer een groot kristal.’ Naast het vriesdroogproces ontwikkelde De Waard ook een zogenaamd sproeivriesdroogproces, een vriesdroogmethode die toepassing op industriële schaal mogelijk maakt. Invriessnelheid De Waard ontdekte dat de grootte van de gevormde nanokristallen afhankelijk is van de invriessnelheid: hoe hoger de invriessnelheid, hoe kleiner de kristallen. De Waard: ‘Hiermee kunnen we de uiteindelijke kristalgrootte dus ook sturen.’  De Waard vergelijkt het met de productie van sorbetijs: ‘Ook bij ijs heeft de invriessnelheid invloed op het eindproduct. Snel invriezen resulteert in mooi glad ijs, langzaam invriezen in grote waterkristallen die het ijs minder lekker maken.’ Vet voedsel Naast een lagere benodigde dosering van een medicijn in nanokristalvorm kan tevens nauwkeuriger geregeld worden hoeveel werkzame stof er uiteindelijk in de bloedbaan terecht komt. Vooral bij slecht oplosbare medicijnen is dit nu een probleem, omdat de opname sterk afhankelijk is van het voedsel dat zich in het spijsverteringsstelsel bevindt. De Waard: ‘In water slecht oplosbare geneesmiddelen lossen namelijk vaak wel goed op in vet. Met het vet uit het eten wordt gelijktijdig een deel van het geneesmiddel opgenomen. Hierdoor kunnen plotseling hoge concentraties van het geneesmiddel in de bloedbaan komen.’ Bij middelen in nanokristalvorm is dit probleem niet aanwezig, aldus De Waard: ‘De opname van medicijnen in nanokristalvorm ligt sowieso al veel hoger. Voedsel heeft dus nauwelijks invloed op de opname.’ Curriculum vitae Hans de Waard (Oss, 1982) studeerde zowel farmaceutische wetenschappen als scheikundige technologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij voerde zijn promotieonderzoek uit op de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie aan de RUG. Het onderzoek werd gefinancierd door Top Instituut Pharma (TIPharma). De Waard promoveert tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen bij prof.dr. H.W. Frijlink en dr. W.L.J. Hinrichs. De titel van het proefschrift luidt: A novel bottom-up process to prepare drug nanocrystals – the art of the soluble.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Afgestudeerden Februari - April

Mevr. I. Boiten Farmaceutische Technologie en Biofarmacie

Dhr. R. Bazen Ziekenhuisapotheek

Mevr. L. Van Hees Moleculaire Farmacologie

Dhr. F.J. Warnders Alternatief

Mevr. M. Van der Meer Ziekenhuisapotheek

Mevr. M. Algera Ziekenhuisapotheek

Mevr. A. Muis Ziekenhuisapotheek

Mevr. E. De Boer Farmacotherapie en Farmaceuticshe Patiëntenzorg

Dhr. Y. Su Farmaceutische Technologie en Biofarmacie

Mevr. R. Musters Farmacotherapie en Farmaceuticshe Patiëntenzorg

Mevr. N. Troelstra Farmaceutische Analyse

Mevr. E. van Rein Farmacotherapie en Farmaceuticshe Patiëntenzorg

Mevr. E. Stoutjesdijk Farmacokinetiek, Toxicologie en Targeting

Mevr. E. Richert Farmacochemie

Mevr. J. Verdijk Farmacotherapie en Farm. Patiëntenzorg

Mevr. C. Wilmer Farmaceutische Analyse

21

Gefeliciteerd met het behalen van jullie bul!

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Evaluaties

Evaluaties

studiejaar

2009 – 2010 (vervolg)

Organisatie Farmacie

en Patientenzorg juni 2010 De cursus is positie beoordeeld. Ten opzichte van vorig jaar is er een enorme verbetering zichtbaar (brief 1)

Farmaceutische Analyse A juni 2010

Er is voornamelijk kritiek op de colleges en docenten. Men vond de colleges niet goed/zinvol. Er is weinig kritiek op de werkcolleges. De studenten hadden ook kritiek op het tentamen (brief 3).

Farmacie

in Perspectief april 2010 Er is een aantal problemen geconstateerd met betrekking tot de colleges en de bijbehorende docenten. Er zijn veel docenten, waarbij de kwaliteit onderling verschilt. Het is niet duidelijk welke stof belangrijk is. Ook zijn er een aantal klachten met betrekking tot het tentamen (brief 2).

Klinische Chemie

en Pathofysiologie april – mei 2010 De cursus Klinische Chemie en Pathofysiologie is positief beoordeeld. De studenten gaven echter aan dat het een zeer vol programma is waardoor er niet genoeg tijd was om het tentamen voor te bereiden. Graag hadden studenten meer oefenvragen gehad ter voorbereiding op het tentamen. Ook waren niet alle sheets (tijdig) beschikbaar op Nestor. Verder gaven zij aan dat de kwaliteit van de docenten niet vergelijkbaar was (brief 2).

22

Evaluaties

studiejaar

2010 – 2011

Farmaceutische Anorganische Chemie

september 2010 Een goed beoordeelde cursus. Aandachtspunten zijn oefenvragen ter voorbereiding op het tentamen en het gebruik van Nestor (brief 1).

Pharmaco

economics september 2010 De studenten zijn over het algemeen redelijk tevreden over deze cursus, maar beoordelen de colleges kritisch. De kwaliteit van de docenten verschilt. Ook is niet iedereen tevreden over de boeken (brief 2).

Farmacoepidemiologie

in de praktijk september 2010 De cursus Farmacoepidemiologie in de praktijk wordt bijzonder goed gewaardeerd (brief 1).

Celbiologie 1

oktober 2010 De cursus Celbiologie 1 wordt positief beoordeeld (brief 1).

Stage / Management

in de Farmacie (4de jaars) oktober 2010 De cursus is goed beoordeeld, en niet te zwaar. De leerstof, de docenten, en de opdrachten waren goed. Er zijn onduidelijkheden over de toetsing. Nog altijd ziet men de cursus als een kennismaking met de apotheek die thuishoort in de bachelor (brief 1).

Celbiologie 2

oktober 2010 Ten opzichte van vorig jaar is er een verbetering zichtbaar, maar er is nog steeds veel kritiek op de docent. Ook is er een aantal overschrijdingen ten aanzien van het tentamen en de voorbereiding hierop (brief 2).

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Facultair

Fytotherapie

oktober - november 2010 Alle studenten beoordelen de cursus en de docent positief. Verbeterpunten zijn de duidelijkheid van de normen waarmee het tentamen wordt beoordeeld en de plaats van het vak in het studieprogramma (brief 1).

Genetica

november 2010 Het vak wordt overwegend positief beoordeeld. Een hardnekkig probleem is de hinderlijke overlap qua stof met andere vakken. Daarnaast geven de respondenten aan dat er een verschil is in de kwaliteit (van lesgeven) van de docenten (brief 1 + opmerking overlap met Celbiologie).

Farmacochemie

en Spectroscopie november 2010 De cursus wordt goed beoordeeld. Wel is er kritiek op de hoeveelheid overlap (qua stof) met andere vakken en vond men het tentamen moeilijk (brief 1).

Geneesmiddelveiligheid

november 2010 De cursus wordt over het algemeen zeer gewaardeerd. Ten opzichte van vorig jaar is de cursus verbeterd. Toch blijft er nog kritiek op het aantal docenten en de overlap die hierdoor ontstaat. Tevens vindt men nog steeds dat er te weinig oefenvragen zijn (brief 1 ).

Korte

Farmaceutische Analyse C (tenta12 november 2010)

evaluatie

mendatum Deze cursus is op verzoek van de portefeuillehouder onderwijs Farmacie geëvalueerd nadat het tentamen had plaats gevonden. De deelnemers is achteraf gevraagd 5 positieve en 5 aandachtspunten over deze cursus aan te geven. Ook is gevraagd wat men vond van de organisatie, begeleiding en de inhoud van de cursus. In het totaal zijn 139 studenten benaderd en 34 studenten hebben de vragenlijst ingevuld. De respons is laag waardoor het niet mogelijk is harde conclusies te trekken uit de resultaten. Uit de evaluatie blijkt dat de studenten positief zijn over de organisatie, begeleiding en inhoud van de cursus FA-C. Wel dient de beoordeling van het practicum en de tot stand koming van de cijfers transparanter te worden gemaakt. Een ander aandachtspunt is de roostering van de hoorcolleges (lange dagen) en het practicum ten opzichte van het tentamen (geen brief verstuurd).

Farmacologie

practicum december -januari 2011 Het practicum wordt goed beoordeeld. Kritiek wordt vooral geuit op de tijdsdruk tijdens het gehele practicum en de duidelijkheid van de eisen die aan het verslag gesteld worden (brief 2).

Wiskunde & statistiek december 2010 – januari 2011

De cursus sluit niet goed aan op de voorkennis van studenten, met name niet op die van studenten die op de middelbare school alleen wiskunde A hebben gehad. De colleges worden door veel studenten als niet zinvol ervaren en de docent was onvoldoende in staat om moeilijke onderwerpen uit te leggen (brief 3).

Afhandeling

door de

Evaluatiecommissie

Rapportage

De uitwerking van de ISEK-formulieren door het UOCG wordt tezamen met een overzicht van alle opmerkingen en het verslag van de voorgaande evaluatie aan één van de leden van de Evaluatiecommissie voorgelegd. Deze maakt een evaluatierapport, waarbij onder andere wordt gelet op de negatieve overschrijdingen. Vervolgens worden het conceptrapport en onderliggend materiaal ter controle naar een tweede lid van de Evaluatiecommissie gestuurd.

Actie

De evaluatierapporten worden vervolgens in een vergadering van de Evaluatiecommissie besproken. In deze vergadering wordt besloten tot het versturen van één van de drie typen brieven aan de verantwoordelijke docent(en) van een geëvalueerde cursus. Brief 1: De cursus is positief beoordeeld. Er zijn geen of weinig overschrijdingen, dus geen noemenswaardige problemen. De docent ontvangt het evaluatierapport ter kennisgeving. Brief 2: De cursus is overwegend positief beoordeeld, maar de Evaluatiecommissie doet wel aanbevelingen om aan specifiek genoemde punten extra aandacht te geven. Brief 3: Er is een aanzienlijk aantal overschrijdingen geconstateerd en dus ondervindt de cursus ‘grotere’ problemen. De Evaluatiecommissie wil dit in de aanwezigheid van enkele studenten uit die cursus tezamen met de docent(en) bespreken.

23

In het gesprek n.a.v. brief 3 worden de punten van kritiek doorgenomen. Nagegaan wordt of deze terecht zijn, en er worden afspraken gemaakt voor aanpassingen. Enige weken voordat de cursus wordt gegeven in het daaropvolgend studiejaar gaat een lid van de Evaluatiecommissie na in hoeverre de toegezegde aanpassingen zijn gerealiseerd. Een cursus met een brief 3 wordt het jaar daarop opnieuw in de evaluatie meegenomen. Bij de beoordeling van een cursus door de Evaluatiecommissie worden altijd gegevens betrokken van voorgaande evaluaties om een eventuele trend te signaleren. Deze handelwijze heeft tot gevolg dat een cursus met de nodige overschrijdingen toch een brief 1 kan krijgen wanneer het aantal overschrijdingen van voorgaande jaren beduidend hoger lag, en er historisch gezien dus sprake is van vooruitgang. Omgekeerd kan een op zich goede, positieve evaluatie soms toch een advies meekrijgen in de vorm van brief 2 omdat er een dalende trend is waargenomen, of omdat men meer verbetering had verwacht. Het doel hiervan is om kleinere, maar kennelijk hardnekkige problemen nog eens extra onder de aandacht te brengen.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Student in het Buitenland Dortmund, Duitsland Cornelis Smit

A

l lange tijd liep ik met het idee rond om een gedeelte van mijn studie in het buitenland te gaan doen. Toen mijn masteronderzoek dichter bij kwam, werden die ideeën ook steeds concreter. Ik zie mij zelf niet als een echte globetrotter, maar wilde wel graag ervaring opdoen in het studeren in het buitenland. Iets dichter bij huis (Belgie, Frankrijk, Duitsland, etc.) dan misschien?

24

Op een gegeven moment heb ik eens aangeklopt bij Frank Dekker, docent en onderzoeker bij de afdeling Farmaceutische Genmodulatie. Ik heb in zijn vakgroep voor mijn bacheloronderzoek een paar weken organische synthese gedaan, en dat leek me wel een interessant onderzoeksgebied voor mijn masterthesis. Hij had verschillende plekken waar ik eventueel heen kon, waarvan één het Max Planck Institut für Molekulare Physiologie in Dortmund, Duitsland was. De Max Planck instituten zijn zeer hoog aangeschreven onderzoeksinstellingen, en voor mij zou een onderzoek bij zo’n instituut natuurlijk een prachtige kans zijn. Ik twijfelde dus ook niet lang, en al snel was de datum geprikt. Via de studentenorganisatie van de universiteit in Dortmund heb ik vrij snel een gemeubileerde kamer kunnen regelen (in een grote studentenflat) en eind augustus reisde ik af naar Dortmund, Nordrhein-Westfalen.

Het Max Planck instituut in Dortmund bestaat uit vier departementen. Ik doe mijn onderzoek in het departement IV, ‘Chemical Biology’, in de vakgroep van Dr. Christian Hedberg. Hij richt op dit moment de pijlen van zijn onderzoek voornamelijk op posttranslationele modificaties (PTM, chemische aanpassingen aan eiwitten die hun activiteit beïnvloeden), met name histidine-phosphorylatie, waar nog heel weinig over bekend is. In deze vakgroep ben ik 6 maanden geleden begonnen met een nieuw, erg interessant onderzoek. Recent is binnen het instituut in een ander departement bij onderzoek naar de pathogenesis van de bacterie Legionella pneumophilia (veroorzaker van Veteranenziekte) gebleken dat een relatief onbekende PTM hierbij een belangrijke rol speelt: adenylylatie. Hierbij wordt een adenosine monophosphate (AMP) covalent gebonden aan –OH residu van een aminozuur, zoals threonine of tyrosine. Op dit moment is er nog heel weinig bekend over de substraten en fysiologische functie van deze PTM. Het onderzoek hiernaar zou enorm versneld kunnen worden als er antilichamen beschikbaar zijn, die specifiek geadenylyleerde substraten kunnen isoleren uit gelyseerde cellen. Voor de ontwikkeling van deze antilichamen is dr. Hedberg benaderd, en vervolgens ben ik hiermee aan de slag gegaan.

“Ik zit echt in het buitenland, maar ben niet volledig afgesloten van het leven in Nederland.” Voor het ontwikkelen van deze antilichamen heb ik eerst peptiden gesynthetiseerd (8-20 aminozuren), die een Tyr-AMP aminozuur bevatten. Dit wordt gedaan volgens een ‘building block strategie’: Het geadenylyleerde tyrosine wordt eerst gemaakt, en vervolgens gebruikt in peptide synthese. Naast dat ik mij in het begin veel heb moeten inlezen in wat er allemaal bekend was op het gebied van adenylylatie, kon ik gelukkig ook al direct beginnen met de eerste syntheses. Dit was in die eerste periode nog vrij veel oefenen, uitzoeken en aanmodderen, maar dat ging vrij snel beter. ik ben in die periode veel begeleid door dr. Hedberg en mijn labgenoot Martijn (een Nederlandse PhDstudent) en dat hielp mij de technieken snel onder de knie te krijgen. De reacties gingen aardig goed, en na ongeveer drie maanden had ik genoeg peptide om op te sturen naar een bedrijf in Berlijn, die konijnen hiermee immuniseert.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Na ongeveer een maand leverde dit de antilichamen op, die ik vervolgens heb getest met een immuno-assay. Wel eens een leuke afwisseling van alle organische chemie! De resultaten zagen er goed uit, en inmiddels zijn we druk bezig een manuscript te schrijven voor publicatie. Ik hoop echt enorm dat dat gaat lukken, want zo’n publicatie was voor mij toch wel het ultieme doel voor een masteronderzoek. De andere 3 maanden ben ik bezig geweest met de synthese van een iets andere, chemisch stabielere building block, dat kan worden gebruikt voor co-kristallisatie met het enzym. Ook dat is goed gelukt, dus inmiddels heb ik veel resultaten voor een mooie thesis.

“In Ghana koken mannen nóóit, dus ik heb hem aardig wat mogen bijbrengen.” Hoewel ik veel op het lab ben en de werkdruk vrij hoog is, heb ik gelukkig ook nog wel wat tijd voor wat afleiding. Als je van oude architectuur houdt, is Dortmund misschien niet de mooiste stad (het heeft nogal wat schade geleden in de Tweede Wereldoorlog), maar alles is hier verder te vinden. Ook in mijn huis is het erg gezellig. Ik woon met drie andere studenten, waarvan twee Duits zijn en de ander Ghanees. Duitsers zijn over het algemeen wat meer op zichzelf en vinden het wel best, en met hun heb ik dus niet zo veel contact. Mustapha (de Ghanees) daarentegen is erg sociaal en gezellig. Ik heb al aardig wat tijd discussiërend, ouwehoerend en kokend met hem doorgebracht (in Ghana koken mannen nóóit, dus ik heb hem aardig wat mogen bijbrengen, haha). Ook doen we geregeld dingen met de vakgroep buiten het lab, zoals uit eten bij ‘Zum Alter Markt’ of de Hövels brauerei (waar we enorme schweinehaxes eten). Een groot voordeel van Dortmund is dat het relatief dichtbij Nederland ligt. Ik heb hier veel van mijn spullen met de auto heen kunnen brengen (tv, gitaar, boeken). Als ik dus eens alleen thuis ben, kan ik me ook prima vermaken! Daarnaast kon ik rond de kerst gemakkelijk op en neer reizen, en ook heb ik regelmatig bezoek gehad van familie en vrienden. Wat mij betreft ideaal: Ik zit echt in het buitenland, maar ben niet volledig afgesloten van het leven in Nederland. Dus, mocht je er over nadenken je onderzoek in het buitenland te doen, maar heb je niet zoveel behoefte om heel ver weg te gaan zitten, dan kan ik je een ervaring als de mijne van harte aanraden. Indien je nog vragen hebt, schroom niet me te mailen (c.smit.2@ student.rug.nl) of mij eens aan te schieten in de wandelgangen.


Masteronderzoek Erwin Hessels

I

n september ben ik begonnen met mijn master onderzoek op de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie onder begeleiding van AIO Wouter Tonnis. Deze vakgroep had mijn voorkeur omdat daar de focus ligt op praktische en tastbare onderwerpen. Het bachelor project dat ik tevens bij deze vakgroep heb gevolgd maakte mijn keuze definitief. Gedurende dit master onderzoek houd ik mij bezig met het verbeteren van het oplosgedrag van lipofiele geneesmiddelen door middel van sproeidrogen. Dit onderzoek is opgezet omdat bijna de helft van de moderne potentiĂŤle geneesmiddelen slecht wateroplosbaar zijn. Om therapeutische effecten te bereiken zijn dan grote hoeveelheden geneesmiddel nodig. Indien deze

hoge doseringen ineens wel oplossen, bijvoorbeeld door een vette maaginhoud, kunnen hoge spiegels verkregen worden, met bijwerkingen als mogelijk gevolg. Dit heeft als consequentie dat orale toediening als alternatief voor parenterale toediening tot op heden niet altijd mogelijk is. In dit onderzoek wordt diazepam als modeldrug gebruikt. Dit geneesmiddel is slecht oplosbaar in water en bevat een chromofoor, waardoor deze eenvoudig met UV-spectrofotometrie gedetecteerd kan worden.

Achtergrond

Bij de orale toediening van geneesmiddelen zijn er twee stappen die het geneesmiddel moet doorlopen alvorens de bloedbaan bereikt wordt. Allereerst moet het geneesmiddel oplossen in het maagdarmkanaal, waarbij de oplossnelheid de snelheidsbepalende stap is. De tweede stap bestaat uit het passeren van de lipofiele darmwand. Hierbij is een hoge mate van lipofiliteit juist een gunstige eigenschap. De mate van wateroplosbaarheid van een molecuul is een fysisch chemische eigenschap en derhalve niet altijd te manipuleren zonder dat deze verandering invloed heeft op de farmacologische werking.

26

De oplossnelheid is echter wel te manipuleren. Volgens de Noyes-Whitney vergelijking neemt de oplossnelheid dW/ dT toe, indien de oppervlakte (A) wordt vergroot. De oppervlakte kan vergroot worden door de diazepamdeeltjes zo klein mogelijk te maken.

Sproeidrogen

Deeltjes verkleinen kan onder andere door het fijnmalen van deeltjes. Bij het fijnmalen van deeltjes zullen echter agglomeraten ontstaan, waardoor de deeltjesgrootte weer zal toenemen. Om effectief de deeltjes te verkleinen en klein te houden moet dus een truc worden bedacht. Een van de trucs die gebruikt kan worden is de techniek sproeidrogen. Bij sproeidrogen wordt een oplossing, die in dit geval diazepam en suiker bevat, verneveld tot kleine druppeltjes van ongeveer 12 Âľm. De druppeltjes worden vervolgens in zeer korte tijd gedroogd door warme lucht, waarna vaste deeltjes overblijven in de vorm van een poeder.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Facultair Omdat een mengsel van suiker en diazepam wordt gesproeidroogd, ontstaat een vaste dispersie. Dit houdt in dat er een matrix van vaste deeltjes ontstaat, waarbij kleine deeltjes diazepam worden omgeven door suiker. De rol en de keuze van het suiker is hierbij essentieel. Enerzijds moet het suiker voorkomen dat de diazepam deeltjes agglomereren. Om agglomeratie te voorkomen is het van belang dat bij bewaring van het product het suiker stabiel blijft. Daarom heeft een suiker dat na sproeidrogen in de kristaltoestand verkeerd de voorkeur. In de kristaltoestand bevinden de moleculen zich namelijk in een kristalrooster. Een kristalrooster is thermodynamisch de meest stabiele toestand. Dit in tegenstelling tot de amorfe toestand, waarbij moleculen willekeurig gerangschikt zijn. Amorfe deeltjes kunnen bij bewaring uitkristalliseren, waarbij de samenstelling van de matrix kan veranderen, met grotere diazepamdeeltjes tot gevolg. Anderzijds moet het suiker goed wateroplosbaar zijn, waardoor bij dissolutie van het tablet tijdens het oplossen van het suiker de kleine diazepamdeeltjes vrijkomen in het medium.

afgiftesnelheden van de poeders vergeleken met die van fysische mengsels. Deze mengsels zijn geproduceerd door het suiker en de diazepam in haar ruwe vorm uit de pot te nemen. Het mengsel is vervolgens onder dezelfde omstandigheden getabletteerd en onderworpen aan dissolutietesten. Deze mengsels zou je kunnen beschouwen als de huidige tabletten die verkrijgbaar zijn in de apotheek. De gesproeidroogde producten hebben een sterk versnelde afgifte ten opzichte van de fysische mengsels. Dit geldt voor zowel de 10% als de 20% drugloads. Een hogere drugload resulteert in een langzamere afgiftesnelheid. Vervolgonderzoek richt zich op het versnellen van de afgifte, zodat hogere drugloads met snelle afgifte geproduceerd kunnen worden. In figuur 1 is een foto van gesproeidroogde deeltjes weergegeven. Hierop is te zien dat deeltjes van 1-10 µm worden gecreëerd met de sproeidroog techniek. De deeltjes bevatten diazepam en suiker, deze zijn optisch niet te onderscheiden van elkaar.

Analyse

poeders De poeders worden op meerdere eigenschappen geanalyseerd, namelijk: drugload, mate van kristallijniteit, dissolutiegedrag en uiterlijk (elektronen microscopie). Het dissolutiegedrag kan direct als maat worden gebruikt voor de oplossnelheid. De overige eigenschappen kunnen worden gebruikt om het verschil in dissolutiesnelheid te bepalen.

In de analyse van de poeders wordt primair gekeken naar dissolutie. Om poeders onderling te vergelijken wordt van ieder poeder in drievoud tabletten geslagen. De afgifte van diazepam wordt gedurende 120 minuten gemeten doormiddel van een UV-spectofotometer.

“Na deze opstartproblemen, die in het onderzoek ‘uitdagingen’ worden genoemd, is het gelukt om poeders te maken met snellere afgifte” Resultaten

Toen ik met dit project begon, was er binnen de afdeling nog weinig ervaring met het sproeidrogen van lipofiele geneesmiddelen. Dit gebrek aan kennis betekende in het begin veel tegenslagen, maar bood mij ook de kans om veel nieuwe kennis te vergaren.

27 Figuur 1: Gesproeidroogde deeltjes.

Persoonlijke

ervaringen met het onderzoek Met nog ruim 2 maanden te gaan kan ik stellen dat ik mijn masteronderzoek zie als een verrijking van mijn studietijd. In tegenstelling tot reguliere practica heb je bijvoorbeeld de kans om je eigen proeven te bedenken. Momenteel wordt er zelfs aan gewerkt om enkele resultaten te publiceren.

Tijdens het masteronderzoek is er ook de mogelijkheid om in contact te komen met promovendi en andere onderzoeken. Met als hoogtepunt de in gebouw 3213 welbekende vrijdagmiddag/avond/nacht borrels! Dit maakt het masteronderzoek naar mijn mening tot meer dan alleen 7 maanden in een labjas rondlopen.

Na deze opstartproblemen, die in het onderzoek ‘uitdagingen’ worden genoemd, is het gelukt om poeders te maken met snellere afgifte. Sindsdien wordt getracht om het proces beter te begrijpen en waar mogelijk te sturen. Ik sprak zojuist over snellere afgifte, maar wat is snel? Omdat de afgiftesnelheden relatief zijn, worden de

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Bacheloronderzoek Hedy Maessen

E

ind oktober moest er een moeilijke keuze gemaakt worden. Welk bachelorproject zou ik graag willen doen? Iets met leverslices, astma of toch farmacoepidemiologisch onderzoek? Omdat ik net een ontzettend leuke periode Fa-C had geassisteerd, wat ontzettend beviel, viel de uiteindelijke keuze op een bacheloronderzoek over gaschromatografie en essentiële oliën bij de vakgroep Analytische Biochemie. Eerst moest er drie weken lang aan de thesis gewerkt worden. Deze ging over alle technieken binnen de gaschromatografie en hoe deze toegepast kunnen worden op het analyseren van essentiële oliën. Ik werd erg vrij gelaten in kiezen van het onderwerp voor het bachelorproject, en na veel overleg met begeleiders Jan Willem en Jos is het een versneld houdbaarheidsonderzoek geworden naar de werkzame bestanddelen in Vicks Vaporub en Dampo met behulp van headspace-chromatografie (HS-GC).

28

Beide middelen zijn homeopatische balsems en worden gebruikt bij verkoudheid om makkelijker te kunnen ademen. De werkzame bestanddelen zijn eucalyptol, menthol en kamfer, alle drie essentiële oliën. Door de warmte van het lichaam verdampen deze oliën en zorgen ze voor een verkoelend effect, evenals een onderdrukking van de hoest en vergemakkelijking van het ophoesten van slijm. Veel gebruikers van Vicks Vaporub of Dampo, doen jaren met één potje en hierdoor kwam ik op mijn onderzoeksvraag. Deze was namelijk of de vluchtige werkzame bestanddelen afnemen in concentratie, en zo ja, in welke mate. Allereerst moest er een optimale HS-GC methode gevonden worden om de oliën te kunnen analyseren. Dit werd gedaan met behulp van een ander onderzoek, waarbij ook essentiële oliën met HS-GC geanalyseerd waren. De instellingen uit dat onderzoek zijn genomen en verbeterd. Tegelijkertijd heb ik ook gekeken naar de retentietijden behorende bij menthol, eucalyptol en kamfer en onderzocht wat het beste oplosmiddel was. Dit laatste bleek een behoorlijke

uitdaging, aangezien Vicks Vaporub en Dampo zeer vet zijn, waar de oliën daarentegen alles behalve vet waren. Na veel testrondes en af en toe een paniekaanval (dichloormethaan is absoluut niet geschikt voor analyse op de GC) kwam DMSO naar voren als het te gebruiken oplosmiddel. Het enige probleem met dit oplosmiddel was, dat de retentietijd te veel overlapte met de retentietijd van menthol. Naar aanleiding hiervan heb ik ervoor gekozen om alleen kamfer en eucalyptol te analyseren.

“Helaas heeft de zoektocht geen happy ending gekregen.” Vervolgens begon de zoektocht naar een geschikte interne standaard. Deze is nodig om te kunnen corrigeren voor fluctuaties, zoals een verandering in de flow, tussen de verschillende analyses. Helaas heeft de zoektocht geen happy ending gekregen, geen enkele geteste stof voldeed aan alle eisen, waarna besloten is de metingen te beginnen zonder interne standaard. Eindelijk kon het werkelijke project gestart worden, namelijk het versnelde houdbaarheidsproces. De potten Vicks Vaporub en Dampo werden op verschillende temperaturen geïncubeerd ( 20, 40 en 60° C) en op gezette tijdstippen werden monsters genomen. Deze zijn geanalyseerd met de HS-GC en de concentraties kamfer en eucalyptol zijn bepaald aan de hand van kalibratiecurves, die ik al eerder had gemaakt. De resultaten van het versnelde houdbaarheidsonderzoek waren opmerkelijk. Er kon uit geconcludeerd worden dat Vicks Vaporub en Dampo voor een langere houdbaarheid het best bij 40°C bewaard kunnen worden, aangezien bij deze temperatuur de hoogste concentraties van de werkzame bestanddelen werden teruggevonden. Daarnaast was te zien dat na vier dagen bij kamertemperatuur (20°C) de concentratie werkzame bestanddelen al was afgenomen tot onder 90% van de beginconcentratie. Dit is de grens die de farmaceutische industrie hanteert als limiet voor het gebruik van het geneesmiddel. Echter is de vraag of deze grens ook geldt voor een middel wat valt onder aromatherapie. Natuurlijk zijn er veel kanttekeningen bij deze conclusies te plaatsen. Het niet gebruiken van een interne standaard heeft voor een grote maat van onbetrouwbaarheid gezorgd. Ook waren de gekozen HS-GC instellingen nog voor verbetering vatbaar. Helaas er te weinig tijd om het onderzoek te optimaliseren. Dit was ook mijn persoonlijke conclusie van mijn bachelorproject, het duurde veel te kort. Het was ontzettend interessant en leerzaam, en het smaakte naar meer.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Alumnus Wouter Tonnis

T

oen ik in 2002 begon met mijn studie Farmacie wou ik graag openbaar apotheker worden, maar dit veranderde snel. Dit kwam vooral doordat je in de eerste jaren van de studie voornamelijk colleges krijgt van wetenschappers en niet van (openbaar) apothekers. Onderzoek doen leek mij ineens een stuk interessanter dan apotheker zijn. Om het beroep van apotheker niet helemaal uit te sluiten heb ik wel voor de master farmacie gekozen in plaats van farmaceutische wetenschappen. Tijdens mijn master heb ik onderzoek gedaan op de afdeling Farmceutische Technologie en Biofarmacie. Deze periode was voor mij de bevestiging dat ik het doen van onderzoek hartstikke leuk vond. Ook tijdens mijn stages in het zesde jaar heb ik mij prima vermaakt, waarbij vooral de ziekenhuisstage een positieve indruk op mij maakte. De openbare apotheek was leuker dan ik had verwacht, maar ik zag mij daar zelf niet de rest van mijn leven werken. Uiteindelijk bleven er aan het einde van mijn studie drie keuzes over: de industrie, het ziekenhuis of promotieonderzoek. Uiteindelijk besloot ik voor het onderzoek te kiezen. De voornaamste reden was dat ik het doen van onderzoek leuk en uitdagend vond. Het is een kans om een keer in je leven vier jaar lang je volledig op één onderwerp te storten en om iets ‘tot op de bodem’ uit te zoeken. Na mijn promotieonderzoek zou ik altijd nog de industrie of het ziekenhuis in kunnen. Tegen het einde van mijn studie kwam er een mooie promotieplek vrij op de afdeling waar ik ook mijn masteronderzoek gedaan had, de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie. Per januari 2010 ben ik hier bezig met mijn promotieonderzoek.

om het eiwit waardoor deze beter beschermd is tegen degradatieprocessen zoals denaturatie, oxidatie en aggregatie. Door middel van het vriesdrogen van een waterige oplossing van het eiwit met suiker krijg je een poeder waarbij het eiwit netjes ingepakt zit. Uit stabiliteitsstudies is tot nu toe gebleken dat deze poederformulering vele malen stabieler is dan de huidige intramusculaire injectie. Een volgende stap in het onderzoek is de ontwikkeling van een nieuwe naaldvrije toedieningsvorm voor het hepatitis B vaccin. Hierbij kan gedacht worden aan een poeder dat geschikt is voor inhalatie of misschien zelfs een tablet. Ik ben nu ruim een jaar bezig met mijn onderzoek en ik ben nog steeds erg enthousiast. Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze om te promoveren in Groningen. Mijn dagelijkse werkzaamheden zijn zeer variërend. Het drukst ben ik met het doen van experimenten op het lab, het schrijven en lezen van artikelen en het begeleiden van studenten. Daarnaast kun je ook denken aan werkzaamheden als wetenschappelijke discussies met collega’s, zowel op het werk als vrijdagmiddag tijdens de borrel, het volgen van cursussen en het bezoeken van congressen. Voor iedereen die meer wil weten over het doen van promotieonderzoek of die het leuk lijkt om zijn of haar bachelorof masterproject bij de afdeling Farmaceutische Technologie en Biofarmacie te doen, neem gerust contact op (w.f.tonnis@rug.nl) of spreek één van de andere enthousiaste AIO’s van onze afdeling aan.

29

In mijn onderzoek houd ik mij voornamelijk bezig met het stabiliseren van het hepatitis B vaccin en het zoeken naar nieuwe toedieningsvormen. Het huidige hepatitis B vaccin is een intramusculaire injectie van een eiwit, het Hepatitis B surface Antigen (HBsAg). Deze formulering is beperkt houdbaar buiten de koelkast. In de westerse wereld is dat niet direct een probleem, maar in ontwikkelingslanden is dit een stuk lastiger. Het vaccin moet geproduceerd worden en vervolgens gekoeld bewaard worden tijdens het transport tot in de meest afgelegen en warme gebieden. Daarnaast is gebleken dat in deze gebieden een veelvoorkomende transmissieroute van hepatitis B het onveilige gebruik van naalden is. Hieruit kun je concluderen dat de huidige vorm niet optimaal is. Tijdens mijn onderzoek probeer ik gebruik te maken van de suikerglastechnologie om het HBsAg eiwit te stabiliseren. Met deze technologie pak ik het eiwit op een dusdanige manier in met suiker zodat de tertiaire structuur van het eiwit bewaard blijft. Het suiker vormt een strakke coating

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


STERC Sportdag Beachvolleybal Kristian van der Pool

D

insdag 15 februari was het weer tijd voor de jaarlijkse Sportdag van de STERC. De commissie had besloten om te gaan beachvolleyballen. Mijn eerste gedachten gingen dan ook direct naar de zon, de zee en het strand. Beetje sporten in het zand en vervolgens verkoeling zoeken in het water. Helaas, het was winter. Dus waarschijnlijk geen zon en al helemaal geen zee, maar gelukkig wel zand. Want in de stad Groningen is er aan het Damsterdiep een indoorstrand te vinden. Er was afgesproken dat we om 14:30 uur zouden verzamelen bij de Medische Faculteit, om vervolgens met de hele groep richting Indoorstrand Binn’n Pret te fietsen. Met lichte vertraging en na een goed stuk fietsen kwamen we aan bij de locatie; een saai uitziende loods. Dit was van binnen totaal anders, een aangename temperatuur (door de aanwezige heaters), meerdere palmbomen, twee barretjes (waarvan 1 cocktailbar), prima muziek en voldoende zand. De deelnemers treuzelden dan ook niet en gingen zich direct omkleden. De teams kwamen in de mooiste outfits uit de kleedkamers tevoorschijn, hier kon immers ook een prijs mee gewonnen worden. Er waren teams verkleed als proefkonijnen en satans, er waren mannen in jurken en dames helemaal in het oranje gekleed. Het bestuur, de STERC , de EJC, een fusie tussen de Lustrumcommissie + SToF (LuST) en leden van de congrescommissie van de K.N.P.S.V deden mee.

32

De twee teams met de meeste winstpunten zouden aan het eind van de middag in de finale strijden om de titel. Een mannetje van Binn’n Pret riep de te spelen wedstrijden en bijbehorende scheidsrechter om. Een gemaakte fout betekende direct een punt voor de tegenstander, dus de scheidsrechters moesten de scores goed bijhouden. Halverwege was het tijd voor een korte pauze en konden

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

de deelnemers iets te drinken halen bij de bar. Tevens was dit een ideaal moment om de teamfoto’s te maken. Het toernooi werd daarna even fanatiek hervat als voor de pauze. De finale ging tussen team LuST en de eerstejaars mannen. In de allereerste wedstrijd had team LuST nog van deze mannen verloren. Gelukkig hadden de eerstejaars mannen ook geen optimale voorbereiding, aangezien ze zijn ingemaakt door team Fanta. In de finale ging het lang gelijk op, maar door onnodige fouten van de eerstejaars mannen en de sterke opslagbeurt van team LuST, werd team LuST uiteindelijk de winnaar van de Sportdag 2011. Tijdens het omkleden kwamen de deelnemers erachter dat er echt overal zand zat, sommigen maakten dan ook dankbaar gebruik van de aanwezige douches. De Sportdag werd afgesloten met een diner in eetcafé Het Feest. De deelnemers konden hier kiezen uit kipsaté, schnitzel of een vegetarische burger, dit alles met frietjes of aardappeltjes en natuurlijk mayonaise. Voordat het diner uitgeserveerd werd vond eerst nog de prijsuitreiking plaats. Team LuST kreeg een beker en een taart. Deze taart moest gedeeld worden met de mannen in jurken, aangezien zij de prijs voor het mooiste outfit gewonnen hadden. De beker is uiteraard op het hok te bewonderen, want team LuST heeft geen “Stercallures”. Het was een hele leuke en gezellige dag. STERC bedankt!


Mannenactiviteit Biercantus Hylke Waalewijn

D

onderdag 17 februari werd na een jaar uitstel de mannenactiviteit gehouden. De activiteit hield een biercantus in die gehouden werd bij Volonté op het schuitendiep.

De avond begon, zoals het hoort bij een mannenactiviteit, met de revisie op de voetbalwedstrijden die die avond gespeeld werden. Langzaamaan vulde de kroeg zich en de spanning nam toe. Achter in Volonte (waar het nog naar schuim rook) stonden drie “picknicktafels” waaraan de deelnemers plaats konden nemen en daarbovenuit torende de tafel van het Praesidium. In het midden zetelde de Senior met aan zijn linkerhand de strafmeester en rechts de pro cantor die de toon aangaf. Negen uur scherp werden de leden van de corona aan de tafels geboden en werden de pullen met gieters volgegoten. Het eerste lied dat met louter zuivere tonen werd aangeheven was uiteraard het Wilhelmus, die staand en met de hand op het hart gezongen diende te worden. Om uitdroging van de kelen te voorkomen werd er tussen de liederen bier gedronken op aangeven van de senior, welke ervaring had met de combinatie zingen en bierdrinken en zo dus wist in welke mate de kelen gesmeerd moesten worden. De maten waren: ad fundum, waarin het resterende volume in de pul gedronken moest worden, ad satum waarin de senior aangaf welke mate van smering de kelen van de leden nodig hadden, door het drinken een halt toe te roepen ofwel ad libitum waarin de leden van de corona naar eigen inzien verdoving toediende. Omdat een zaal vol bierdrinkende en luid zingende mannen nooit het toonbeeld van geordendheid zal zijn, waren er regels om structuur aan te brengen in de tumul-

tueuze avond. Zo mocht er niet geklapt worden (want het is alom bekend dat klappen veel onbeschaafder is dan met vuisten en pullen op de tafel beuken), moesten de liederenbundels gesloten blijven om doordrenking ervan te voorkomen, en werd de bespreking van zaken die er toe doen tot een minimum beperkt totdat de senior anders besliste. Indien het praesidium vormfouten bespeurde, kwam dit de overtreder op een straf te staan die door de strafmeester bepaald werd. Straffen als De hond van Pavlov of Ad schoendum waren noodzakelijk kwaad om relschoppers tot de orde te roepen. De sfeer in de corona zat er goed in en het blad van de tafel werd niet ontzien als er met bier verzadigde sokken boven monden werden uitgewrongen of kledingstukken werden uitgetrokken. Ook leden van het praesidium moesten de gevolgen van de sfeer ontgelden die aantoonbaar was door het feit dat “Maurits is een klein meisje” het meest gezongen vers was dat die avond geuit werd waarna de strafmeester elke keer gepast het tegendeel bewees. Naarmate de avond vorderde en de haat-liefdeverhouding van de leden met het bier gehalte nam kwam stilletjes ook de behoefde aan eten naar boven. Gelukkig was hierop geanticipeerd en waren er worsten om de honger te stillen. Niet de afwezigheid van wil maar de eindigheid van de hoeveelheid bier bracht een einde aan de mannen activiteit. Een activiteit waarbij dingen gebeurd zijn die de aanwezigen zich nog lang zullen kunnen heugen, tenzij het deel was van het gat dat de alcohol in hun herinneringen achterliet.

33

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Ouderejaarssymposium Farmacie en Media Thomas Smits

D

onderdagmiddag 24 februari omstreeks 13:00 uur werd het ouderejaarssymposium met als thema “Farmacie en Media” gepresenteerd door de commissie Farmaceutische Wetenschappen 2011 ‘Sur Sum Scutra’. De dagvoorzitter van dit symposium was Prof. dr. Trudy Dehue, hoogleraar Wetenschapstheorie en -geschiedenis bij de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen (GMW) van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze is auteur van het bekende boek ‘De Depressie-Epidemie’ (2008). Prof. dr. Trudy Dehue was eveneens de eerste spreker van de middag. Met haar presentatie over Clinical trials als marketingsintrument werd het publiek goed wakker geschud. Er werd meteen volop gediscussieerd over de onafhankelijkheid van uitgevoerd onderzoek. Het Clinical Trial Register werd hierin betrokken, volgens sommigen de oplossing voor onafhankelijk onderzoek, maar volgens onder andere Prof. dr. Trudy Dehue werkt dit (ingestelde) systeem nog lang niet naar behoren. Het instellen van dit systeem is zeker geen makkelijke opgave geweest. Na deze presentatie vervulde Prof. dr. Trudy Dehue weer de taak van het dagvoorzitterschap. De tweede spreker, Willem Sodderland legde uit dat consumenten een actieve rol kunnen spelen in het marketing proces. Het concept was simpel: laat grote groepen consumenten producten uitproberen en zij vertellen het verhaal aan de rest van de markt (buzzen). Verantwoordelijk hiervoor is Buzzer, het eerste Word of Mouth Marketing bureau van Europa. Tijdens de presentatie kwam naar voren dat de farmaceutische wereld erg achterloopt in het gebruik van vernieuwende marketingtechnieken zoals word of mouth en social media. Tijdens deze attractieve presentatie werd ingegaan op de volgende vragen: Zijn de redenen voor de achterstand van de farmaceutische wereld valide? Hoe zouden deze tools effectief ingezet kunnen worden binnen deze sector en zijn er al succesvolle voorbeelden te vinden?

34

Na de pauze was het de beurt aan Hans van der Linde, huisarts uit Capelle aan den IJssel. Hij weet veel van de verschillende methoden die de farmaceutische industrie gebruikt om een bepaald geneesmiddel in de pen van de huisarts te krijgen. In 2002 schreef hij een geruchtmakende artikel in Medisch Contact met als onderwerp “Nascholing als Marketinginstrument”. Sindsdien opponeert hij tegen deze marketing en de daarmee gepaard gaande misleiding. Tijdens de presentatie werd ingegaan op de rol van Medical Opinion Leaders (Mollen) bij farmamarketing. Volgens Hans van der Linde worden invloedrijke personen, zoals hoogleraren en specialisten voor het karretje van de farmaceutische industrie gespannen. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van videomateriaal. De laatste spreker van de middag was Martine van Eijk, werkzaam bij het instituut voor veilig medicijn gebruik in Nederland. De laatste drie jaar is ze zich steeds meer bezig gaan houden met de rol van farmaceutische bedrijven in het farmaceutische landschap. Ze doet veel onderzoek voor Gezonde scepsis, het programma dat kijkt naar marketing door farmaceutische bedrijven. Ze hebben de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar websites, seeding trials, ghostwriting, rol van bedrijven tijdens de diverse opleidingen, publieksvoorlichting en gebruik van social media. Tijdens de presentatie werd ingegaan op het verschijnsel Hypeziektes, waar de farmaceutische industrie een ziekte promoot om een geneesmiddel tegen deze ziekte te kunnen verkopen. Tijdens het symposium was sprake van veel discussie en mede hierdoor heeft iedereen hopelijk een goede mening over deze onderwerpen kunnen vormen.

.............................................. Interesse om een commissie te doen bij Pharmaciae Sacrum? Voor de volgende commissies worden nog mensen gezocht:

Carrièredag Commissie StudentenOverleg Farmacie (STOF) Multimedia Commissie

Commissie Farmaceutische Wetenschappen (SSS) RijWielPrestatietochtcommissie

Meld je aan bij het bestuur of lever een interessestrookje in: interessestrookje@psgroningen.nl Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Carrièredag Anke Kylstra

M

aandag 7 maart 2011 beloofde een prachtige dag te worden. Niet alleen stond er een heerlijk lente zonnetje aan de hemel, ook was het de Carrièredag 2011. Negen uur stonden we voor de deuren van het kasteel. We kregen een badge op en onder het genot van een lekker kopje koffie werd iedereen goed wakker en werden zelfs de eerste visitekaartjes al uitgedeeld. De dag werd geopend met een praatje van de praeses van de carrièredag commissie, Lotte en een woordje van Hidde Haisma. Jard Baljet, de secretaris van de KNMP, gaf vervolgens een interessante lezing over de mogelijkheden van carrière maken als apotheker. Daarna vertrok iedereen naar kleinere zaaltjes om de dag met een eigen programma te vervolgen. Er was een ruime keuze in lezingen, workshops en bedrijfspresentaties. Veel van de activiteiten waren gericht op de openbare farmacie door onder andere de VJA en de apotheekketens, maar ook waren er een aantal lezingen en presentaties te volgen over de opleiding tot ziekenhuis apotheker door de VAZA, de industrie door de NIA en de mogelijkheid tot promoveren.

“Het was erg leuk om tips over het verbeteren van je cv en gedrag bij sollicitatiegesprekken te krijgen”. Tijdens en na een uitgebreide lunch kon er een kijkje worden genomen op de bedrijvenmarkt waar je al snel door de verschillende organisaties die daar stonden werd aangesproken voor een praatje. Ook (misschien wel juist) voor mensen die al lang weten dat ze de openbare farmacie in willen is dit een hele nuttige dag. Er werd een kijkje geboden achter de schermen bij verschillende apotheek ketens, deze lieten zien wat ze te bieden hebben en waarom zij het leukst zijn om bij te werken. Ook werd er bijvoorbeeld verteld hoe verschillende ketens samenvoegen en wat hiervan de voordelen zijn. Het was erg leuk om tips over het verbeteren van je cv en je gedrag bij sollicitatiegesprekken te krijgen door Pharmastep. Je kon verder bijvoorbeeld nog een test doen om er achter te komen welke apothekersrol het beste bij je past door Derks en Derks. Tenslotte was er de mogelijkheid om te speetdaten en dan niet met elkaar, maar met bedrijven, iets wat voornamelijk door bijna afgestudeerden werd gedaan. De dag werd afgesloten met een borrel en daarna heerlijke tapas. Tapasco gaf voorafgaand aan het eten nog een korte presentatie over etiquette, waarna iedereen kon genieten van de hapjes. De carrieredag commissie kan terug kijken op een erg geslaagde en leerzame dag. De dag had iedereen wel wat te bieden en ik denk dat iedereen er wat van heeft opgestoken. Ik ben er volgend jaar zeker weer bij.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Ranking Foliolum Aflevering 4: De BEC Marrit Aaten & Merlijn van Leent

V

oor de vierde keer werd ons beruchte ‘Ranking Foliolum’ spel gespeeld. Dit keer was de BEC aan de beurt. We nemen aan dat jullie nu het spel wel snappen en anders kunnen jullie voor een uitleg onze eerdere nummers bekijken. Met de BEC in aantocht, leek het ons een leuk idee om met hen te gaan eten. Aan hen de opdracht om Merlijn haar huis te vinden en daar een overheerlijke maaltijd te serveren. Wij zijn erg benieuwd hoe de BEC als reisleider gaat optreden in het buitenland, aangezien ze het huis van Merlijn al niet konden vinden en daardoor een dik half uur te laat waren. De BEC heeft het wel goed gemaakt met een heerlijk 3-gangen diner: stokbrood met kruidenboter, daarna een broodje hamburger dat neerkwam op een pitabroodje met tartaar (verder wel lekker) en een cornetto als dessert. Nadat iedereen de maaltijd had laten zakken kon eindelijk het spel beginnen.

36

De BEC werd al direct geconfronteerd met de vraag wie van het Foliolum er het langste voor de spiegel staat ’s ochtends. De motivatie van hun ‘ranking’ was gebaseerd op het feit dat de meiden langer voor de spiegel staan dan de jongens en voor de meiden geldt, hoe langer het haar, des te langer ze voor de spiegel staan. Voor de jongens gold het omgekeerde, waarom is voor ons nog steeds niet duidelijk. Waarschijnlijk had het ook iets te maken met het feit dat Jeroen geen (zichtbare) gel in zijn haar had en daarom op de laatste plek stond en Geert elk plukje strak in model had.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV

De Redactiecommissie was goed op dreef en trok direct de kaart met wie de meeste spekjes in zijn mond kon stoppen. Het record stond op 32 spekjes en we verwachtten daarom ook een goede prestatie van de BEC. Sophie ging direct fanatiek van start, totdat ze er achterkwam dat ze na 4 spekjes al niet verder kon. Uiteindelijk lukte het haar om alsnog 15 spekjes in haar mond te krijgen, net als Jessica. De verwachtingen van de jongens waren hoog. Bas kwam uiteindelijk nog het dichtst bij het record met 23 spekjes. Koen viel erg tegen, hij had nog minder spekjes dan zijn vrouwelijke commissiegenoten. Nadat iedereen zijn mond weer had bevochtigd met een biertje kon het spel verder gaan. Aan de BEC de taak om te beslissen wie van het Foliolum de lelijkste sokken aanhad, waarbij al gauw duidelijk werd dat Sophie ervaring heeft met gaten in haar sokken.

‘Ken je dat niet dat als je gaten in je sokken hebt, het gat te klein is en de draadjes om je teen gaan zitten, waardoor het pijn doet?’ Uiteindelijk was de BEC erover eens dat Thomas echt de lelijkste sokken aan had, namelijk van die mooie wit/grijze sportsokken…. Na de ophef over de sokken stond het Foliolum voor de taak om te beslissen wie het mooiste ondergoed draagt. De meiden waren het er snel over eens en dachten dat Koen verwassen ondergoed droeg, omdat hij niet een persoon is die de winkel in gaat en een mooie Björn Borg boxer koopt. De jongens hadden het daarentegen een stuk moeilijker. Na een eerste gedachte dat Jessica wel eens een gebreid ondergoed zou kunnen dragen, aangezien ze een gebreide sjaal om had, waren de jongens het er uiteindelijk toch over eens dat Jessica een zwarte kanten hipster aan had. Ze dachten dat Sophie een groene string zou dragen, wat niet erg in de smaak viel bij de jongens van het Foliolum. Echter het bleek Marjon te zijn die de groene string droeg en Sophie droeg een oranje. De jongens zijn er nog steeds niet over uit wat nou lelijker is, een groene of oranje string. Sophie gooide al haar gedachten op tafel en kon zich wel voorstellen dat mannen kunnen denken dat je eelt krijgt van een string. Wat ze hier exact mee bedoelde laten we maar achterwege…


PS. Agenda Mei

02 03 06 - 08 10 11 13 - 15 17 20 21 24 27

Juni

Toen de kauwgombal kaart gepakt werd en de BEC kauwgombellen moest gaan blazen was Koen helemaal in zijn sas. Blijkbaar was Koen vroeger een echte hangjongen en stond elke dag op straat kauwgombellen te blazen. We hadden moeten weten dat Koen hier dan ook erg goed in zou zijn, maar wij dachten dat Sophie met een grotere mond dan Koen, toch grotere bellen zou kunnen blazen. Uiteindelijk bleek dat Koen samen met Jessica enorme bellen konden blazen!! Bas hield zich stilletjes op de achtergrond en bij zijn beurt biechtte hij eerlijk op dat hij niet wist hoe hij kauwgombellen moest blazen. Het advies van zijn commissie was om dat toch maar met je tong te doen.

‘Hoe blaas je ook alweer bellen? Ja, gewoon met je tong!’ Als laatste moest het Foliolum bepalen wie van de BEC de mooiste ringtone had. De blackberry van Jessica kwam niet verder dan een ouderwetse ringtone, daar hadden we toch wel iets meer van verwacht. Tevens had Koen de standaard HTC ringtone als beltoon en Bas en Sophie hadden nog enigszins een hippe beltoon. Hoe de ringtone van Marjon klinkt is tot nu toe een raadsel. Zelfs met het geluid aan produceert haar telefoon geen geluid, of weet ze niet hoe de beltoon ingesteld moet worden? Al met al was het een geslaagde avond met een gelijke stand. Helaas ontbreekt alleen een leuke groepsfoto nog…

01 - 04 06 07 08 11 14 18 21 23 24 30

STOF-vergadering P.S.-borrel Batavierenrace Fac-feest FTO-dag TWIN Intrafacultaire Bierestafette Functionarissenborrel Rijwielprestatietocht Onderwijsmiddag RUG ouderdag Congres der K.N.P.S.V, STOF-vergadering Overdracht ALV Buitendag Eerstejaarsactiviteit K.N.P.S.V. P.S.-borrel Sportdag K.N.P.S.V. EJC-feest CenE-cursus Goed Doel dag Masteruitreiking


Puzzelpagina Jeroen Schouten & Jeroen Kolkman

Zoek de verschillen (Gezichtsuitdrukkingen tellen niet mee)

Sudoku 38

Bas & Sil

1

8

5

3 8  2

2

1  5 9  8 9  4 2 5  9 8 2

8

9

 5

2

6 7

6

8 5 4 1

Indien u denkt de antwoorden te weten op de beide puzzels, kunt u deze per e-mail tot 27 mei sturen naar foliolum@rug.nl. De inzendingen worden op juistheid beoordeeld. De beste inzending wordt beloond met een prijs.

Foliolum Jaargang XXIV Ed IV


Heeft u al aan uw weerstand gedacht?

Extra weerstand tegen een gezonde prijs Het Eigen Merk van Mediq Apotheek. Kies voor advies Mediq Apotheek Eigen Merk biedt volop keuze

meteen pijn doet in uw portemonnee. En daarbij

uit vitamines en supplementen die uw lichaam

krijgt u bij Mediq Apotheek altijd deskundig en

een handje kunnen helpen. Zonder dat het

persoonlijk advies!

Uw apotheek met IQ



Foliolum Mei 2011