Page 1

NATUURBELEVINGHOSTEL MUNNIKENLAND Tim van der Grinten & Linda Verhoeven

Het openbare café

Anderhalf jaar geleden zijn wij begonnen met het schrijven van een thesis over hout en natuur. In deze thesis hebben we een poging gedaan de bijzondere aantrekkingskracht van het materiaal hout en de verbinding die het met de mens en natuur heeft te beschrijven. Ten tijde van de thesis vonden wij het erg belangrijk een ontwerpopdracht in de actualiteit te vinden. Uiteindelijk zijn wij gecontacteerd door ARK natuurontwikkeling, een organisatie die voor het WNF projecten in Nederland uitvoert. Zij waren bezig met een jeugdhostel in de uiterwaarden van de Maas nabij slot Loevestein. De opdracht was zeer goed te koppelen aan onze thesis en bood uitdagingen op zowel architectonisch als technisch gebied, al zijn deze twee natuurlijk niet los van elkaar te zien. In de hierop volgende afstudeerperiode hebben wij het project uitgewerkt tot een natuurbelevinghostel waarin het materiaal hout en de verbinding tussen mens en natuur centraal staan.

Na het winnen van de woodchallenge 2009 is het afstudeerproject van Tim van der Grinten en Linda Verhoeven meerdere malen bekopt uiteengezet in verschillende vakbladen. Bij deze grijpen ze de kans om een uitgebreider verhaal te vertellen over de architectuur en techniek van het project. Het project betreft een natuurbelevinghostel/jongerenaccommodatie te Munnikenland, een uiterwaard tussen de Waal en de Afgedamde Maas. In het kader van ’’ruimte voor de rivieren’’ wordt het ontwikkelen van nieuwe dynamische natuurgebieden gecombineerd met het teruggeven van land aan de rivieren. In Munnikenland zal een grote dijkteruglegging plaatsvinden die, gecombineerd met uitgraven van watergeulen, zal zorgen voor een natuurgebied dat als waterbuffer kan dienen bij hoog water. Een ander belangrijk element van het gebied is de aanwezigheid van de Hollandse Waterlinie. De forten die men in de omgeving kan vinden zijn niet alleen een belangrijk stuk Nederlandse geschiedenis, maar ook een voorbeeld van de manier waarop Nederland met het water omging. Het natuurbelevinghostel zal een centrale rol spelen in dit natuurgebied door jongeren in contact te brengen met de natuur en zal het startpunt zijn voor educatieve programma’s,


natuurexpedities en vrijetijdsbesteding. De belangrijkste gebruikers zijn jongeren, maar er zullen ook bezoekers van de omgeving gebruik maken van het gebouw. De verschillende functies die in het gebouw voorkomen zijn: entree (met beheerderruimte), slaapruimtes, activiteitenruimtes, eetzaal (incl. keuken), communicatieruimte (laptopruimte) en een café met lounge. Het is een nieuw gebouw met een variërende breedte tot maximaal 30 meter en een hemelsbrede lengte van maximaal 119 meter. Het gebouw bestaat uit 2 bouwlagen. De begane grondvloer en 1e verdiepingsvloer, met sterk verschillende verdiepingshoogtes. Daarnaast zal er onder maaiveld ook nog een kelder komen waar de installaties opgesteld zullen worden. De conceptuele basis van het ontwerp is opgebouwd uit de karkateristieken van Munnikenland, waarin water een centrale rol speelt. Munnikenland

Munnikenland. In de huidige situatie ‘’ligt’’ de terp tegen de dijk aan. Op de terp stond vroeger het Rechtshuis van Munnikenland. De historische resten van dit gebouw liggen nog steeds begraven. Om deze reden valt een deel van de terp onder UNESCO en mag er dus geen afgraving plaatsvinden. De huidige dijk wordt verlaagd zodat er alleen een struinpad overblijft. De verlaging van de dijk geeft tevens de rivier de ruimte om te overstromen bij hoog water. De terp wordt dan een eiland. De wandelaar zal in de toekomst het struinpad gebruiken om het gebied te doorkruisen. Door het gebouw over de noordzijde van de terp heen te wikkelen wordt het onderdeel van de wandeling over het struinpad. Dit uitgangspunt resulteert in een volume dat zich uitstrekt over de terp en op die manier een breed gevelprofiel oplevert aan de noordzijde. Dit is tevens de zijde vanwaar mensen het gebouw benaderen. Bij benadering van het natuurgebied is het

Conceptuele vertaling

De centrale eetzaal

wordt een dynamisch natuurgebied waar de natuur vrij spel krijgt. Het centrale architectonische thema is het beleven van de natuur en de historie van het gebied. De architectuur van het gebouw is gebaseerd op de natuurwandeling door een bos. In de conceptuele vertaling van het gebouw spelen bomen, bladerdaken en tra’s (open plekken in het bos) een centrale rol.

gebouw duidelijk herkenbaar in zijn omgeving. Als men echter verder in het natuurgebied trekt (zuidelijke richting) verschuilt het gebouw zich achter de terp en vormt dus geen overdadige aanwezigheid. Het horizontale hoogteprofiel van het gebouw volgt de glooiing van het landschap om op die manier het natuurlijke karakter van het ontwerp te benadrukken.

Het natuurbelevinghostel zal een eigentijdse toevoeging aan het gebied geven en niet proberen te concurreren met de historische architectuur in de omgeving. Wel worden concepten van de bestaande architectuur meegenomen in ons ontwerp. De architectuur moest naar onze visie een onderdeel van de natuurwandeling door het gebied worden. Het gebouw volgt de glooiing van het polderlandschap en haar dijken om zo een natuurlijke toevoeging aan het landschap op te roepen. De bouwlocatie is een terp in het natuurgebied

De wandeling is een essentieel onderdeel van het ontwerp. De verkeersruimtes zijn om die reden van groot belang. Omdat het gebouw een onderdeel vormt van de wandelroute kan het gehele gebouw doorkruist worden zonder ooit echt naar binnen te gaan. De verkeersruimtes op de begane grond zijn dan ook grotendeels buiten. Dit draagt bij aan de omgevingservaring. Bij het ontwerpen van de interne verkeersruimtes speelt de beleving van licht een centrale rol. Gedurende de dag verandert de sfeer in de interne ruimtes voordurend.


Het is dynamisch. De verkeersruimte buiten is met name voor de bezoeker van het gebied. De mensen die in het gebouw gaan overnachten kunnen een keuze maken uit een slaapkamer grenzend aan een interne of externe verkeersruimte. De bezoeker en hostelgast staan tijdens het bezoeken van het gebouw voordurend in contact met de omgeving. De omgeving wordt echter steeds minder zichtbaar naarmate men zich naar de kern van het bos begeeft. Op de begane grond spelen de bomen een centrale rol in het ervaren van de omgeving. De horizon wordt door de bomen gefragmenteerd. De bomen worden op deze manier een interactief onderdeel van de gevelopening. Naast kolommen wordt het beeld van de bezoeker ook begeleid door een aantal betonwanden. Deze betonwanden, die als grondlagen van de terp omhoog komen zijn voorzien van smalle verticale openingen. De wand is als het ware het tegenovergestelde van de bosstructuur. Op de eerste verdieping

worden de belangrijkste zichtlijnen gekenmerkt door gaten in het bladervolume. Smalle openingen tussen verschillende bomen vormen plaatsen waar de bezoeker een ongehinderd zicht naar de buitenwereld heeft. De toenadering tot de omgeving wordt op de begane grond versterkt door schuifpuien die in hun geheel open gezet kunnen worden. Op deze mannier wordt de onnatuurlijke glasbarrière weg gehaald en ontstaat er een vloeiend overloop van bos naar terp. Om op de eerste verdieping de ervaring van het bos door de laten klinken is er voor gekozen de kolomstructuur van de begane grond te combineren met openingen in vloer en dak. Op deze manier wordt de boomstructuur door het hele gebouw ervaren.


De constructie in het ontwerp is onlosmakelijk verbonden met de architectonische beleving van het gebouw. Bij het uitwerken van de houtconstructie was vooral de duurzaamheid van de materialen een belangrijk discussiepunt. De bouwlocatie kan een aantal keren per jaar onder water komen te staan. Dit vochtige klimaat is in principe niet geschikt voor een houtconstructie die contact met de grond maakt. Door te kiezen voor gelamineerde kolommen van Accoya werd het ontwerpen van de beoogde houtconstructie mogelijk. Bij het verder uitwerken van het constructief systeem werd de architectuur integraal in het concept verwerkt. Door een gestandaardiseerd constructiesysteem van vier kolommen per boomvolume werd het mogelijk een eenduidige constructie te ontwerpen die toch veel variatie vertoont. De variatie werd bereikt door de standaard constructie naar verschillende zijdes te spiegelen. Deze variatie is essentieel voor het beleven van een “boseffect�. De vloeren, wanden en daken in het ontwerp zijn in hun geheel uitgevoerd in massief houten

Oostgevel met wandelpad

panelen (BSP). De BSP elementen zorgen voor een stabiele constructie die grotendeels in de fabriek geprefabriceerd kan worden. Daarbij zijn de massief houten wanden meteen als zichtwerk inzetbaar voor het interieur. De wanden zijn direct te zien en te beleven voor de bezoeker. Bij de verbinding tussen de kolommen en de boomvolumes was het noodzakelijk een stalen verbinding te ontwerpen die niet in strijd zijn met het karakter van het gebouw. De ontworpen staalconstructie accentueert de raamopeningen in de vloer en heeft de werking van een schilderijlijst. De integratie van architectuur en constructie heeft de diepgang en kwaliteit van het ontwerp sterk verbeterd. Door vakgebieden met elkaar te integreren is geprobeerd een ontwerp te maken dat op veel vlakken een bijzondere belevingswaarde bij de toeschouwer kan opwekken en op die manier een bijzondere bijdrage kan leveren aan het ervaren van het gebouw en haar omgeving.


Profile for Tim van der Grinten

Artikel De Houtconstructeur  

Artikel in vakblad

Artikel De Houtconstructeur  

Artikel in vakblad

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded