Page 1

Drie werkvormen 1. Ervaringsleren Ervaringsleren is een werkvorm waarbij wordt geleerd vanuit de ervaring, dus door te doen. De leercyclus van Kolb bestaat uit 4 fasen die allemaal aansluiten op een andere leerstijl (zie Afbeelding 1).

Het is belangrijk dat alle fasen worden doorlopen omdat het leercyclus alleen dan effectief is. fase inhoud Sensing/feeling (ervaring) Het opdoen van een concrete ervaring Watching (reflecteren) Nadenken over de ervaring: -Wat roept het op? -Wat vind ik er van? -Wat ging goed/ wat ging minder goed -Wat wil/kan ik ermee? Thinking (analyseren) In deze fase worden ervaringen en gedachten geanalyseerd zodat ze bruikbaar zijn in de toekomst Doing (toepassen) In deze fase wordt het geleerde getoetst in een nieuw situatie. Er wordt actief geexperimenteerd met het geleerde De vraag is: Wat leert de nieuwe aanpak op? Er ontstaat aan het einde van het leercyclus weer een nieuw toekomstbeeld. Hoe zou je dit kunnen inzetten in een training: Ervaringsleren lijkt me geschikt voor een team waarin mensen samen moeten werken maar elkaar nog niet goed kennen en ook niet weten wat voor rol iedereen heeft binnen het team waardoor het samenwerken zorgt voor conflicten. Stappen in de training die horen bij de fasen:


Fase 1 (ervaring): Laat iedereen samen een moeilijke puzzel oplossen. Team leider kan eventueel een objectieve rol krijgen waarbij hij kan toezien op het proces Fase 2 (reflecteren) : Bespreek een aantal dingen: -Hoe is het aangepakt? -Wat werkte goed? -Wat werkte minder goed? -Welke rol had iedereen in de groep? -Werkte dat? -Hoe werd het persoonlijk ervaren -Wat zag de teamleider? Fase 3 (analyseren) : Iedereen schrijft ook nog eens voor zichzelf op wat ze hebben ervaren en hoe ze dit mee kunnen nemen in de toekomst Fase 4 (toepassen): Er wordt nu een andere puzzelopdracht uitgevoerd waarbij mensen kunnen toepassen wat ze hebben geleerd.

2. Denken, delen, uitwisselen Mensen gaan eerst zelf nadenken over een vraag die gesteld wordt. Vervolgens gaan ze in tweetallen overleggen. Daarna wordt wisselen ze hun ideeen uit met de gehele groep. Het is geschikt als werkvorm om voorkennis te activeren maar het kan ook dienen als een manier om te reflecteren op de informatie die behandeld is. Hoe kan dit ingezet worden in een training: Bij een training over ongewenst gedrag kan bijvoorbeeld gevraagd worden naar de mogelijke oorzaken van ongewenst gedrag. Je kan 2 minuten geven voor iedereen om hier over na te denken. Vervolgens worden er tweetallen gemaakt waarin er overlegd kan worden. Die tweetallen kunnen hun bevindingen na een tijdje delen met de gehele groep. Alle tweetallen mogen dit dan omstebeurt doen en je kan dan een lijstje maken van mogelijke oorzaken van ongewenst gedrag en dit zelf aanvullen indien nodig. Ook kan je mogelijk maken dat de anderen vragen stellen aan het tweetal dat aan het woord is als iets niet duidelijk is, bijvoorbeeld: ‘Kan je een voorbeeld geven ‘of ‘kan je iets duidelijker uitleggen wat je daarmee bedoelt?’ 3. De ideeencarrousel De ideeencarrousel is een goede werkvorm als je niet alleen informatie wilt overbrengen maar ook echt een bepaald doel (een actie) wilt bereiken met je training. Als je bijvoorbeeld wilt werken aan hoe je een aspect van de YMCA kunt verbeteren en daar samen aan wilt gaan werken


Stap 1. Brainstorm van veel ideeeen. Stap 2: Selecteer de beste ideeen Stap 3: Kies thema eigenaren Stap 4: Start de carrousel Stap 5: De thema-pitch Stap 6: De finishing touch Stap 7: de follow up Hoe je de stappen van de carrousel vorm kan geven: 

Stap 1 (brainstorm met veel ideeen): Stel een vraag waarop je antwoord wilt en dat uiteindelijk moet leiden naar een actie  Stap 2 (selecteer de beste ideeeen): Groepeer eerste de ideeen die bij elkaar horen en selecteer de beste ideeen aan de hand van een aantal voorafgestelde criteria of laat mensen stemmen etc.  Stap 3: (Kies thema-eigenaren (voor tijdens en na de sessie)) Kies thema- eigenaren. Je kan vragen of iemand zich vrijwilliger als thema-eigenaar wilt opgeven dit kan ook iemand zijn die werkelijk al meer betrokken is bij de YMCA (in het bestuur en dergelijke) en die meer gedaan kan krijgen. Creeer vervolgens 3 plekken om aan de ideeeen/ thema’s te gaan werken. Zet daar een flipover neer en zorg voor genoeg stiften en post-its.  Stap 4 (start de carrousel): Verdeel de rest van de deelnemers over de thema’s en start de carroussel. De deelnemers gaan dan steeds 3 a 4 minuten werken aan een thema en vervolgens gaan ze naar het volgende thema. De thema-leider vertelt steeds wat de resultaten zijn tot nu toe en die worden steeds aangevuld door de deelnemers. Dit wordt gedaan op post-its zodat de informatie op de post-its gemakkelijk gegroepeerd kan worden. Door elke groep onstaat er dus weer aanscherping/ aanvulling en verdieping.  Stap 5: De thema-pitch Aan het einde maken de deelnemers bij het thema waar ze begonnen samen met de themaeigenaren een pitch (korte presentatie van wat de resulaten zijn). Hier mogen de rest van de mensen in de zaal feedback op geven en ze mogen vragen stellen  Stap 6: fnishing touch Er is nog een laatste mogelijkheid voor mensen om bij het thema aan te sluiten en te zorgen voor een laatste aanscherping commentaar.  Stap 7 (follow up): Aan het einde worden er nog afspraken gemaakt voor na de sessie zodat de sessie werkelijk leidt tot concrete resultaten.

X wever, train de trainer opdracht drie werkvormen  
X wever, train de trainer opdracht drie werkvormen  
Advertisement