Page 47

Met zijn Spaans-koloniale erfenis, schitterende natuur en vriendelijke bevolking is Nicaragua misschien wel de meest verrassende bestemming van Midden-Amerika. Vrijwel ongerepte wouden, talrijke vulkanen en brede rivieren maken het veelzijdige land geknipt voor avontuurlijke reizigers.

tekst

Jolanda Breur

eïmponeerd kijk ik vanaf het fort van El Castillo uit over een schitterend landschap. Het verdedigingswerk werd in 1675 door de Spanjaarden gebouwd en het is niet moeilijk in te zien waarom zij juist deze locatie kozen. Het fort beheerst de rivier San Juan, die zich kronkelend een weg baant door woud en heuvels. De kleurrijke daken van het stadje El Castillo vallen op tussen het uitbundige groen. De San Juan stroomt van het Meer van Nicaragua naar de oostkust van het land, waar hij uitmondt in de Caribische Zee. In de 16e eeuw was hij onderdeel van de beroemde goudroute van Moctezuma, een Azteekse heerser in Mexico. Oude tijden herleefden toen in 1848 in de VS de Californische goudkoorts uitbrak. Aangezien de route naar Californië door het Amerikaanse binnenland in die tijd te gevaarlijk was, kozen fortuinzoekers de San Juan om van de oostkant van het continent naar de westkant te komen. Eenmaal op het Meer van Nicaragua restte hen nog een klein stukje over land om de westkust te bereiken. Van daaruit zetten zij koers naar Californië.

Reizigersfoto van Sandra de la Combé

Kunstenaarskolonie Een paar dagen later reis ik zelf over de rivier naar het Meer van Nicaragua. Niet gedreven door goudkoorts, maar aangetrokken door de prachtige archipel Solentiname. Ooit waren deze 36 eilanden een heilige plek waar de water- en vuurcultus werd beleden. Tegenwoordig vormen ze een nationaal park. De ruim zevenhonderd eilanders leven deels van de kunstnijverheid, en toveren vrolijk gekleurde voorwerpen uit het lichte, zachte balsahout. Op het eiland Mancarrón vergaap ik me aan een kunstwerk van Ernesto Cardenal. Deze priester-dichter stichtte hier in de jaren zestig van de vorige eeuw een christelijke boerengemeenschap, die gaandeweg meer weg kreeg van een kunstenaarskolonie. In de jaren tachtig was Cardenal minister van Cultuur onder het bewind van de Sandinisten. Zijn werk hangt in een primitief kerkje. Door een dakraam valt licht op een Christusfiguur, genageld aan een wit kruis op elkaar overlappende, roodmetalen plaatjes. Eronder staat een altaar in precolumbiaanse stijl. De muren zijn door de lokale jeugd versierd met primitieve meer inspiratie op www.baobab.nl

47

Baoblad editie 4  

Baoblad editie 4

Baoblad editie 4  

Baoblad editie 4

Advertisement