Page 46

het voor staat geeft een zogenaamde merkidentiteit. Samen met het imago, de perceptie van de omgeving van de school, noem je dit totale plaatje ‘branding’118. Als eerste moet dus worden vastgesteld hoe de identiteit van een pluriforme gemeenschap als de openbare basisschool er uitziet en daarna kun je gaan kijken hoe dit in de praktijk vormgegeven kan worden. Nu ik dit helder heb kan ik mijn vier deelvragen nader toelichten.

1.

Welke ruimte is er voor de levensbeschouwelijkheid van de professional binnen het openbare onderwijs? Het woord openbaar houdt algemene toegankelijkheid in, ongeacht etniciteit, culturele

achtergrond of levensbeschouwelijke overtuiging. Dat geldt ook voor de professional binnen het openbaar onderwijs. Cruciaal hierin is dat de professional de schakel is tussen de formele identiteit en de levensbeschouwelijke diversiteit van de leerlingen. De individuele perceptie, de zogenaamde werk- en inhoudidealen van de professional, de leerkracht, van de formele identiteit van de school is dus niet mis te verstaan. Vanuit zijn normatieve verantwoordelijkheid is hij in zijn rol als vakkundige of als groepsdynamicus niet neutraal. De waardeoriëntatie van de leerkrachten verhoudt zich hoe dan ook tot de formele levensbeschouwelijke identiteit119. Op een openbare school spreken we vaker van een modern en seculier identiteitsberaad; het (meestal in eerste instantie deductief) formaliseren van de visie, strategie en profiel van de school en inductief heroriënteren hoe het personeel zich hiertoe verhoudt. Dit laatste is authentieker omdat de leerkracht dan participant is. Het traditionele beraad richtte zich meestal op de expliciete, en in de meeste gevallen christelijke, geformaliseerde identiteit en hoe men zich daartoe verhield120.

2.

Welke plaats heeft de diversiteit aan culturen en levensbeschouwingen in het openbare onderwijscurriculum? Uit de bestudeerde literatuur, de WRR-rapporten en het jaarverslag van het Ministerie van

Onderwijs ‘De Staat van het Onderwijs’ (zie hoofdstuk 2) blijkt dat hier nog onvoldoende aandacht aan wordt besteed, zowel op gedenomineerde scholen als op openbare scholen. Het onderwijs dient een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van kinderen met hierin aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van die waarden. Burgerschapsontwikkeling houdt in dat het onderwijs er mede vanuit dient te gaan dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving en er daarom ook mede gericht dient te zijn op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie.

118

Razenberg, Felix, Springer, Muriëlle, Shoppen voor een goede basisschool, in: Basisschool Management, Alphen a/d Rijn: Kluwer, 04/2010, p. 15-18

119

Bakker en Rigg, Cok en Elizabeth, De persoon van de leerkracht, Zoetermeer: Uitgeverij Meinema, 2004, p. 29-37

120

Bakker, Cok, Schoolidentiteit in verhalen, in: Becking Bob, Metz, Annette, Verhaal als Identiteits-code, p. 19 46

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement