Page 33

mythe van de autonomie mensen ongelukkig maakt. We zijn immers geen onafhankelijke wezens en dat vereist van iedereen in de samenleving dus altijd en per se een sociale en actief tolerante levenshouding.

2.4

Wereldburgerschap en gemeenschapszin: een filosofisch perspectief; de Rede Levensbeschouwingen maken onmiskenbaar deel uit van onze samenleving. Voor goed publiek

samenleven is begrip en respect, ofwel oprechte tolerantie onmisbaar. Kinderen hebben diepere morele overtuigingen nodig om de zin te kunnen ervaren van het leven81. Vorming hierin geeft de voeding voor de identiteitsontwikkeling. De inclusiviteitsvisie gaat verder in op het empathisch verstaan van de ander: de ontwikkeling van de identiteit en het levensbeschouwelijke deelaspect moet gepaard gaan met de ontwikkeling van empathie. Leerkrachten met een inclusieve houding staan open voor andere levensbeschouwingen en richten zich op de totale persoonsvorming van het kind82. Kant heeft een moraal ontwikkeld volgens de categorische imperatief. Deze moraal is gebaseerd op de rede en niet afhankelijk van autoriteiten. Een mens zou alleen volgens die maximes moeten handelen waarvan hij tegelijkertijd zou willen dat deze een algemene wet zouden worden. Hiermee maakt hij duidelijk dat de wil en intentie waarmee men handelt heel belangrijk zijn. Doordat deze moraal altijd en zonder uitzondering voor iedereen zou moeten gelden vind ik dit eigenlijk nogal dogmatisch. Er lijken ook geen consequenties aan te zitten, omdat er geen ruimte is voor morele dilemma’s. Er is dan ook veel kritiek op geleverd. De vraag die de ethicus Thomas bijvoorbeeld stelt is: “Hoe krijg je alle mensen zover?83” Dat is ook de vraag die mij steeds bekruipt wanneer ik met de moraalfilosofie van Kant bezig ben. Er is veel meer nodig dan beredeneerde rationele argumenten, omdat mensen en hun levens veranderen door ervaringen en gebeurtenissen. Echter, vanuit de categorische imperatief benaderd valt het eveneens niet goed te praten dat iemand zich buiten de samenleving plaatst en om die reden is de moraal van Kant weer heel erg van toepassing op het (wereld-)burgerschap. Zo zouden leerkrachten net kunnen doen alsof alle ellende in de rest van de wereld er niet is, zich daar volledig voor afsluiten en de kinderen in hun klas hier ook niets over leren. Zij stellen zichzelf en de kinderen hiermee in feite buiten de werkelijkheid. Als dat het maxime van de samenleving zou worden, moeten we de vraag stellen of de wereld daar beter van wordt en of dat de publieke moraal zou moeten zijn. De zelfontplooiing zoals deze bedoeld wordt in ‘Bildung’, het proces van ontwikkeling, beschaving, vorming, ernaar streven op een bepaalde manier in de wereld te staan, verbind ik aan de ‘capabilityapproach’ van Nussbaum. Het ontwikkelen van een aantal vaardigheden om een geslaagd leven te kunnen leiden, houdt meer in dan het leren lezen. Het gaat hier om ‘true human development’, het ontwikkelen 81

Wolff, Anneke de, Religie, fundamentalisme en burgerschap, in: Miedema, Siebren, Levensbeschouwelijk leren samenleven, p. 169

82

Hardeveld, Geurt, Identiteit: gedeelde visie, of ieder voor zich? In: Miedema, Siebren, Levensbeschouwelijk leren samenleven, p. 113

83

Laurence Thomas in: Denken Doorzien; Wat moeten we doen?, Teleac, Veen Magazines en Filosofie Magazine: 2010, deel 3 33

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement