Page 12

De christelijke deugden en waarden golden als Europese deugden en waarden. In de jaren zestig kon ook humanistisch vormingsonderwijs onder dezelfde condities worden aangeboden. Dit was een principiële erkenning van de levensbeschouwingen in de samenleving en dus binnen openbare scholen. Met de invoering van de wet op het basisonderwijs in 1985 werden geestelijke stromingen verplicht voor alle scholen. Uit mijn eigen praktijk heb ik de ervaring dat men het programma op school al te vol vindt en van het aanbieden van geestelijke stromingen niet veel terecht komt. Het is heel erg afhankelijk van de leerkracht en dat kan niet de bedoeling zijn. Veelgehoorde klachten zijn dat sommige leerkrachten niet weten wàt ze moeten aanbieden, dat er geen materialen zijn en dat men het ook teveel tijd vindt kosten. Omdat dit onderdeel door de onderwijsinspectie niet expliciet wordt gecontroleerd door middel van een toezichtkader, verdwijnt het hiermee ook uit het onderwijscurriculum. Sinds 2005 is er de verplichting om burgerschapsvorming te ontwikkelen bij de kinderen. Dit bestaat uit de waarden van gemeenschapszin en burgerschap. Het levensbeschouwelijke aspect hierin biedt mogelijkheden om kinderen hun eigen visies te laten ontwikkelen op hun eigen bestaan en hun relaties tot anderen5. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat het accent in de praktijk ligt op de sociale vaardigheden, omgangsregels en het wegwijs worden in een democratie. De andere culturen en levensbeschouwingen komen in veel mindere mate aan bod6. Daarnaast lijken de bijzondere scholen op te voeden vanuit een deelbelang dat niet gericht is op de gehele samenleving, maar slechts op een deel ervan. Het maatschappelijk functioneren is er namelijk ook vooral op gericht het eigen gedachtegoed te behouden en misschien zelfs te versterken7.

Het openbaar onderwijs nu Op de openbare school is iedereen welkom, ongeacht welke culturele en/of religieuze achtergrond. Idealiter de afspiegeling van de maatschappij dus. Dat is de dynamiek van het onderwijs en vooral van het openbaar onderwijs. De openbare school wil vooral ‘pluriform’ zijn in de betekenis van actieve aandacht voor de diversiteit aan culturen en levensovertuigingen die in de Nederlandse maatschappij voorkomen8. Maar het openbaar onderwijs is tevens neutraal. Dat betekent dat er niet vanuit een bepaalde visie gekeken wordt naar ‘de ander’ en zijn cultuur, etniciteit en levensbeschouwing. Er wordt hierin geen oordeel uitgesproken. De Vereniging van het Openbaar Onderwijs (hierna VOO) verwoordt dit als volgt: “De waardengemeenschap van de openbare school is de waardengemeenschap van door allen gedeelde waarden die in de Nederlandse grondwet en in de Universele Verklaring van de 5

Inspectie van het Onderwijs, Toezicht op Burgerschap en Integratie, Rijswijk: GSE, 2006-23

6

Inspectie van het Onderwijs, ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De staat van het onderwijs, verslag van 2008/2009, 2010

7

Veugelers, Wiel en Kat, Ewoud de, Identiteitsontwikkeling in het openbaar onderwijs, Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2005, p. 16

8

De Identiteit van het openbaar onderwijs; Waar staat dat voor, waar gaat dat voor?, VOO-reeks deel 45, Utrecht: APS, 2000, p. 13 12

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement