Page 115

LimeSurvey Vragenlijst 35974 'Identiteit en Levensbeschouwing Openbare Basisscholen Nederland' Wij vinden dat wij daarmee voldoende aandacht besteden aan de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke identiteit van de leerlingen N=131 Helemaal mee eens

15,3

Mee eens

46,6

Niet mee eens

32,1

Helemaal niet mee eens

6,1

Het merendeel van de scholen biedt dit in overeenstemming met de wetgeving aan. Dat betekent echter ook dat er een deel is dat dit niet aanbiedt. Wat opvalt, is dat naarmate het percentage kinderen met minimaal 1 ouder van niet-westerse afkomst toeneemt, het aanbieden van godsdienstig of humanistisch vormingsonderwijs afneemt. Met uitzondering van de grootste groep met 1-25% kinderen met minimaal 1 ouder van niet-westerse afkomst. De vraag is welke groep kinderen dan het godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs volgt?

Deelconclusie GVO/HVO GAP 2 (gewenste-fysieke) Het merendeel van de scholen biedt GVO/HVO in overeenstemming met de wetgeving aan en vindt ook dat zij daarmee voldoende aandacht besteden aan de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke identiteit van de leerlingen. Maar niet alle kinderen krijgen GVO/HVO, dus hoe zit het dan met de levensbeschouwelijke identiteitsontwikkeling van de andere? Er zit een GAP tussen de gewenste identiteit en de fysieke identiteit van de scholen zelf, want er is op andere vragen een zeer onderkennend antwoord gegeven op de noodzaak voor levensbeschouwelijk onderwijs en een ontkennend antwoord op de vraag of GVO/HVO de oplossing hiervoor is. In GAP 1 kwam duidelijk naar voren dat artikel 46 betekent dat er levensbeschouwelijk onderwijs gegeven moet worden en ook zagen we dat veel respondenten in de knel kwamen met hun onderwijstijd voor de andere vakken, doordat GVO en HVO alleen maar worden aangeboden aan die kinderen van wie de ouders dit wensen. Dat is voor nader onderzoek vatbaar. Er is echter ook een percentage openbare basisscholen die dit niet aanbiedt. Opvallend is te zien dat hoe meer uitstroom naar havo of hoger, hoe meer er GVO/HVO wordt aangeboden. Hoe minder men het eens is met de stelling dat levensbeschouwelijk onderwijs hetzelfde is als pedagogisch klimaat of de overdracht van waarden en normen hoe meer GVO/HVO. Hoe lager het percentage is dat zingevingsvragen te moeilijk vindt voor kinderen en daarom niet nodig in het onderwijscurriculum, hoe meer GVO/HVO. Hoe hoger het percentage is dat vindt dat burgerschap allĂŠĂŠn maar ziet als de voorbereiding op het kritisch democratisch deelnemen aan de democratische maatschappij, hoe meer GVO/HVO. Naarmate het percentage kinderen met minimaal 1 ouder van niet-westerse afkomst toeneemt, neemt het aanbieden van godsdienstig of humanistisch vormingsonderwijs af. 115

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement