Page 110

Conclusie GAP 1: het verschil tussen de gewenste en werkelijke identiteit Ik concludeer uit bovenstaande deelanalyses en deelconclusies dat er een minder grote kloof dan verwacht zit tussen de gewenste identiteit door de overheid en de VOO neergelegd en de werkelijke identiteit zoals beleefd onder de directeuren van de openbare basisscholen die hebben deelgenomen aan mijn enquête. De werkelijke identiteit bestaat uit de GVP’s die bepalend zijn voor het uiteindelijke handelen dat in de fysieke identiteit tot uitdrukking komt.

Ik zet de GVP’s nog even op een rijtje:

a.

actieve pluriformiteit: iedereen is welkom en er is aandacht voor de diversiteit in levensbeschouwingen

b.

maatschappelijke voorbereiding: het verbinden van leren in een school aan leren in een democratische samenleving

c.

actieve participatie: school is een deel van de hele samenleving, een sociale gemeenschap. Actieve handeling in dialoog met elkaar leidt tot een kritisch democratisch burgerschap162.

De kloof die we tussen de gewenste en werkelijke identiteit tegenkomen zit vooral in het aanbieden van het GVO/HVO. Men kan zich niet vinden in dit uitgangspunt, omdat men vindt dat dit niet op de openbare basisscholen thuis hoort en ook na schooltijd in plaats van onder schooltijd zou moeten worden aangeboden. Men houdt zich wel aan de wet- en regelgeving, maar is het er wat de daadwerkelijke uitvoering betreft voor een groot deel niet mee eens. Belangrijk hierin is het facultatieve aspect van het HVO/GVO, want men mag aan de overige kinderen in de groep geen voortschrijdend onderwijs aanbieden en 44% zegt vervolgens ook niet uit te komen met de rest van de vakken in het onderwijscurriculum. In de eerdere onderzoeken van Braster en Veugelers, waarin respectievelijk gekeken werd naar de invulling van de identiteit van het openbaar onderwijs en aandacht voor geestelijke stromingen in het openbaar onderwijs, kwam ook al naar voren dat men het facultatief aanbieden van GVO/HVO niet ziet als fundamenteel voor het in de praktijk brengen van de openbare identiteit163. Ten aanzien van levensbeschouwing en burgerschapsontwikkeling is gebleken dat men de noodzaak tot levensbeschouwelijk onderwijs aan ALLE kinderen onderschrijft! Maar er is tevens een aantal van 23 van de 139 respondenten, dat vindt dat zingevingsvragen te moeilijk zijn en niet nodig in het onderwijscurriculum te implementeren. Dat is tegenstrijdig. De mogelijke oorzaak hiervoor kan zijn dat er onduidelijkheid is over de inhoud van het levensbeschouwelijk onderwijs.

162

Veugelers, Wiel en Kat , Ewoud de, Identiteitsontwikkeling in het openbaar onderwijs, p. 11-12

163

Braster, J.F.A., Identiteitsontwikkeling van het openbare onderwijs, p. 226 en Veugelers, Wiel, Kat, Ewoud de, Derriks, M., Aandacht voor geestelijke stromingen in het openbare onderwijs 110

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement