Page 11

Hoofdstuk 1 Ontmoeting in het openbaar onderwijs; wat is nu eigenlijk het probleem? Inleiding Geschiedenis van het openbaar onderwijs In 1917 werd het bijzonder onderwijs gelijkgesteld aan het openbaar onderwijs. Bijzonder onderwijs was ontstaan uit protest, omdat de openbare scholen te weinig christelijk zouden zijn. De samenleving was streng verdeeld in groepen met elk hun eigen levensbeschouwing. Het onderwijs werd indertijd bepaald door de overheid en de kerk, school en gezin. Vanaf 1950 begonnen de zuilen door secularisatie en globalisering af te brokkelen en de gevolgen van deze veranderingen zijn ook van invloed geweest op het onderwijs. Er ontstonden knelpunten, want de achtergrond van de leerlingen kwam niet meer overeen met die van de school. In het onderwijs voltrok zich de verandering naar pluriformiteit aan culturen en levensbeschouwingen. Hier merkte men dat er minder contact was met de diverse achtergronden van de leerlingen. De verzuiling hield in het onderwijs nog steeds hardnekkig stand. Er is nu nog steeds een verdeling tussen bijzonder en openbaar onderwijs. Dit is verankerd in de grondwet, artikel 232. Deze wetgeving geeft verenigingen en stichtingen de mogelijkheid scholen te stichten met een godsdienstige, levensbeschouwelijke of specifiek onderwijskundige grondslag. Dat heeft er mede toe geleid dat de segregatie ook in stand wordt gehouden. Er is een scheiding tussen witte en zwarte scholen. Van de zwarte scholen is 80%! mono-etnisch. Dit alles leidt niet tot actieve pluriformiteit, actief burgerschap en sociale integratie3. Het openbaar onderwijs heeft actieve pluriformiteit in zijn visie opgenomen. In de eerste helft van de twintigste eeuw werd het openbaar onderwijs steeds neutraler ten opzichte van godsdienst en levensbeschouwing. De term neutraal werd tot 1985 nog gebruikt om aan te geven dat het openbaar onderwijs geen godsdienst of levensovertuiging mag uitdragen. Deze houding groeide uit tot passieve neutraliteit, wat inhoudt dat er bijna helemaal geen aandacht meer werd besteed aan welke levensovertuiging dan ook! Van de openbare school wordt echter wel verwacht dat er actief en bewust aandacht wordt geschonken aan de verscheidenheid in levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden in de Nederlandse samenleving4. De openbare school is gericht op de pluriforme samenleving, de interactie met de buitenwereld en op het samenleven van de verschillende culturen met hun diverse levensovertuigingen en vooral op het samen vormgeven aan die samenleving. Dit dient op objectieve wijze te geschieden, volgens de objectiviteits-(neutraliteits-)conditie. De nadruk kwam echter steeds meer te liggen op het openbare karakter van de openbare school en hierdoor leek er een pedagogisch argument te zijn voor het aanbieden van levensbeschouwing. Dit heeft geleid tot het facultatief aanbieden van godsdienstonderwijs in de jaren dertig en veertig. Hieronder werd het christelijk godsdienstonderwijs verstaan. 2

www.denederlandsegrondwet.nl, artikel 23, lid 3

3

Dassel, Saskia, Bijzonder in het openbaar, Humanistisch Verbond, 2003

4

www.wetboek-online.nl/primair onderwijs, artikel 46, lid 1 11

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

"Laat me meedoen en ik begrijp het.. "  

Scriptie van Ineke Struijk over de zin van levensbeschouwing in het openbaar onderwijs. In dit onderzoek is geprobeerd een antwoord te vind...

Advertisement