Page 1

Quarterly Millennials Jong, maatschappijbewust ĂŠn op zoek naar succes: student wordt ondernemer

Duogesprek Samenwerken over de generaties heen

PERSPECTIVES ON BANKING

De digitale ondernemer Zakendoen in een geconnecteerde wereld Een initiatief van BNP Paribas Fortis in samenwerking met Tijd Connect.


4 Essay: Het ministerie van Vertrouwen, Alexander De Croo

1798

6

1956

Parcours door bedrijvig België

14 Leren ondernemen: studenten en jonge alumni kiezen voor het ondernemerschap

18 Clash of klik? Erwin Jansen en Tina Stroobandt over hun samenwerking over de generaties heen.

20 De kracht van uw adresboekje: het verschil tusssen netwerken en een evenement bezoeken

Colofon Een initiatief van BNP Paribas Fortis in samenwerking met Tijd Connect. Coördinatie: Alexia Mangelinckx. Lay-out: Christine Dubois, Marise De Maeyer, Lucas De Wilde, Foto’s: Frank Toussaint tenzij anders vermeld VU: WalterTorfs, Warandeberg 3, 1000 Brussel.

Tijd Connect biedt bedrijven, organisaties en overheden toegang tot het netwerk van De Tijd. Om hun visie, ideeën en oplossingen te delen met de De Tijd-community. De betrokken partner is zelf verantwoordelijk voor de inhoud.

CONNECT


2017

Debat: Een nieuw tijdperk voor ondernemers

Thierry Geerts Country Director bij Google voor België

B NK situering B NK is een crossmediaal contentplatform over maatschappelijk verantwoord en modern bankieren. Door te informeren wil B NK het debat en de dialoog aangaan met opmerkelijke, vernieuwende en concrete verhalen. Deze editie is gepubliceerd op 22 juni 2017. www.tijd.be/bnk

Scherpgesteld

8

We zitten midden in een digitale revolutie. En staan voor de grootste uitdaging ooit: de hele wereld heruitvinden op basis van die nieuwe realiteit. En dus ook onze manier van ondernemen. Typisch Belgisch is dat bedrijven niet verder komen dan de vragen die aan deze digitale revolutie hangen. ‘Wat gaat dat kosten?’ Of: ‘Hoe leg ik dit uit aan mijn werknemers?’ Alvorens aan de slag te gaan, willen we alle vragen beantwoord zien. Helaas hebben we geen tijd om antwoorden te zoeken. We leven in een wereld van ‘al doende leren’, van ‘vallen en opstaan’, van ‘launch and iterate’. Dat is de aanpak van succesvolle Amerikaanse en Aziatische technologische ondernemingen. En wie niet mee is, die wordt overspoeld in plaats van zelf te bedenken of mee te bouwen. Dus moeten we zélf de digitale toekomst in handen nemen. Ons streefdoel? Digital Frontrunners worden en de opportuniteiten van internet omarmen. Om vooruit te gaan, moeten we sneller investeren in digitale vaardigheden. De randvoorwaarden hebben we al: immens talent, een sterk uitgebouwd internet en ongelooflijk veel geld op spaarboekjes. Wat we missen is visie en ambitie. Is het te laat? Helemaal niet, we zitten nog maar aan het begin van deze (r)evolutie. Vandaag zijn 3 miljard mensen verbonden met internet, in 2020 zijn dat er ongeveer 5 miljard. Het is nog vroeg in de ochtend van het internet, en het is zeker niet te laat om op de kar te springen. Boston Consulting Group berekende in het rapport ‘Digitizing Belgium’ dat er tegen 2020 in België netto 300.000 jobs kunnen bijkomen als we de digitalisering volledig omarmen. En dat zijn niet alleen ‘digitale jobs’ in nerdy start-upjes. Digitalisering maakt onze hele economie efficiënter en dus competitiever, waardoor in een heleboel sectoren jobs ontstaan. Maar dan moeten werknemers vandaag al scholing krijgen om met het digitale om te gaan. Er is dringend nood aan aangepaste opleidingen in ons onderwijssysteem, van lagere school tot volwassen bijscholing. Een ander belangrijk punt rond ambitie, is e-commerce. Belgen kopen veel online, maar de meerderheid van de onlinebusiness gaat naar buitenlandse bedrijven. En dat is een fundamenteel probleem voor onze economie. Bedrijven moeten meer exportgericht denken. Waarom zou een pralinewinkel in Brussel geen chocolade verkopen in Japan of Venezuela? 3 miljard potentiële klanten liggen op één klik van onze bedrijven. België nam in de vorige industriële revolutie een voortrekkersrol. Brussel was het epicentrum van de wereld met de wereldtentoonstelling Expo 58. Dat verklaart onze enorme groei in de jaren 60. Vlaanderen deed het opnieuw met Flanders Technology in de jaren 80, en daar danken we onze performante en innovatieve industrie aan, alsook pareltjes als Telenet of IMEC. Vandaag hebben we opnieuw nood aan zo’n ambitieuze aanpak. Laten we het vooral doen. En nu. Want er is nooit een betere tijd geweest om ondernemer te zijn. ll


Het ministerie van vertrouwen


l De digitale ondernemer l

Ja, we maken een digitale revolutie mee. En nee, jobs zullen niet verdwijnen en privacy blijft bestaan. En de overheid? Die moet anders gaan werken: vanuit vertrouwen, korter op de bal en met de focus op investeren in menselijke vaardigheden.

e drempel om een onderneming op te starten was nog nooit zo laag. Bovendien maakt de deeleconomie dienstverlening die vroeger alleen weggelegd was voor een klein deel van de bevolking nu mogelijk voor veel meer mensen. Moet de overheid zich daar tegen verzetten? Nee, ze moet zich wel aanpassen door flexibeler en experimenteler te werken. In de Digital Society Index van de Europese Commissie staat België op de zesde plaats. Dat is zeker en vast geen slecht resultaat, maar er zit nog veel meer potentieel in. Dat kan als de overheid meer dingen mogelijk maakt en een duidelijk kader creëert. Onze huidige wetgeving is nog te vaak gebaseerd op wantrouwen: als we iets niet verbieden, gaan burgers foute dingen doen. Maar hoe kun je vandaag een wet waterdicht maken voor tien jaar? Niemand weet wat er over tien jaar staat te gebeuren. Daarom moeten we meer werken op basis van vertrouwen. Dat betekent duidelijk zeggen wat we niet willen en voor de rest de mensen meer kansen geven om zelf iets uit te proberen. Door mensen die vrijheid te geven, stimuleer je creativiteit en geef je een boost aan nieuw, digitaal ondernemerschap. Neem bijvoorbeeld big data. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block en ikzelf hebben een project waarbij we in een beschermde omgeving medische data rond een bepaald type van longkanker openstellen voor R&D door de farmaindustrie. De voorwaarden zijn strikt, de privacy gewaarborgd. De farma-industrie doet er haar ding mee, maar de overheid houdt hen in de gaten. Alleen als er problemen opduiken, komen we tussenbeide. Daarnaast heeft België, als enige land in Europa, sinds kort een transparant wettelijk kader voor wie iets bijverdient in de deeleconomie. Ons land was ook het eerste om een digitaal document dezelfde juridische waarde te geven als een papieren document.

D

Robots en machines Vroeger had je 50 mensen nodig om een 1 kilometer weg aan te leggen, vandaag kun je dat met 3 mensen. En toch zijn er vandaag meer jobs dan vroeger. Vooral meer veilige jobs die minder fysiek belastend zijn. De reden? Mens en machine zijn vandaag bij het aanleggen van wegen complementair.

I5I

Dat heet vooruitgang. Die vooruitgang zet zich vandaag voort in alle hoeken van onze samenleving en van onze economie. Daarom moet ons onderwijs meer de nadruk leggen op vaardigheden die machines nooit zullen aanleren: analytisch of probleemoplossend denken, innovatief of creatief denken en emotioneel of empathisch denken. Vandaag filteren we nog sterk op het analytische deel, en te weinig op het creatieve en emotionele. Elke industriële revolutie heeft een onderwijscomponent. Ook bij de vierde industriële revolutie – de digitale revolutie – moet dat zo zijn. Deze keer moet de nadruk liggen op levenslang leren. Dat bestaat vandaag al, maar voor te weinig mensen. Alleen de hoogopgeleiden scholen zich bij en daar moet verandering in komen. Iedereen, op elke leeftijd, moet de kans krijgen om zijn of haar vaardigheden aan te scherpen. Alleen met de best gevormde mensen, die zich permanent bijscholen en samenwerken, overleven we de digitale revolutie. Meer nog: met deze aanpak worden we er zelfs beter van. Alexander De Croo, vicepremier en minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecom

HOE KUN JE VANDAAG EEN WET WATERDICHT MAKEN VOOR TIEN JAAR? NIEMAND WEET HOE DE WERELD ER DAN ZAL UITZIEN. Alexander De Croo


l De digitale ondernemer l

Parcours door bedrijvig Een historische rondrit in eigen land toont landschappen en steden die transformeerden van landbouw en zware industrie naar kennis en diensten.

Het hoogtechnologisch textiel dat een bedrijf als Sioen vervaardigt, staat mijlenver van het textiel dat in de 18de eeuw zo’n bron van welvaart vormde. Verschillende industrietakken hebben zich heruitgevonden.

In het begin van de 20ste eeuw was landbouw nog de broodwinning van een kwart van de Belgen. Nu is dat minder dan 0,6 procent. De efficiëntie ging steil omhoog.

VANDAAG PRODUCEREN 9 BELGISCHE BEDRIJVEN 25 PROCENT VAN ALLE DIEPVRIESGROENTEN TER WERELD. De oudste biotechclusters zitten in Vlaanderen en dateren uit de jaren 1980. Het begon in het Gentse Plant Genetics Systems, gevolgd door Innogenetics. De Waalse biotech is van recentere datum, en werd gestimuleerd door het Marshallplan en Europese subsidies.

Kort na de Industriële Revolutie was Charleroi een economisch powerhouse, na Londen zelfs het rijkste ter wereld. De bronnen van die welvaart - glasindustrie, staalnijverheid en mijnbouw droogden op. Een soortgelijk lot wachtte ook Kempense en andere Waalse steenkoolmijnen rond Namen en in de Borinage.

TEXTIEL

MIJNBOUW

LANDBOUW

LOGISTIEK

DIENSTEN

1750

1798

1900

1956

1970

I6I


l De digitale ondernemer l

België Octrooien, de grondstof van de toekomst

De haven van Antwerpen is een logistieke draaischijf en een poort tot Europa. Het aantal goederen dat er wordt geladen en gelost is de jongste 20 jaar verdubbeld tot meer dan 200 miljoen ton. In en rond de haven zijn veel productiecentra, logistiek, petrochemie en industrie te vinden.

Per werkdag worden in ons land tien patenten aangevraagd door uitvinders en bedrijven die hun intellectueel eigendomsrecht willen beschermen. Het Europees Octrooibureau (EOB) kende vorig jaar 1.114 Belgische octrooien toe.

Een van de opmerkelijkste transformaties in de tweede helft van de 20ste eeuw was de desindustrialisering. Vandaag zijn banken en verzekeringen, marketing, transport en logistiek en onderzoek & ontwikkeling samen goed voor meer dan de helft van onze toegevoegde waarde, met Brussel als kloppend hart.

Dat is een toename van liefst 27,6 procent ten aanzien van het voorgaande jaar, en het hoogste aantal octrooien ooit. Per hoofd van de bevolking belandt ons land daarmee Europees op de achtste plaats. Het podium is voor Zwitserland, Nederland en Zweden.

In Diegem groeit vandaag een FinTech Valley. Daar zijn onder meer de vier Belgische grootbanken, Euroclear, McKinsey, Proximus en financiële technologiebedrijfjes bij betrokken.

De belangrijkste domeinen waar Europeanen octrooien aanvragen zijn medische technologie, digitale communicatie en computertechnologie. In België zijn de belangrijkste octrooiaanvragers de industriereus Solvay (269 aanvragen) en het Leuvense onderzoekscentrum voor nanoelektronica IMEC (169).

Vandaag is België een van de belanrijkste farmaceutische hubs van Europa. Deze industrie staat vooral sterk in WaalsBrabant.

Universiteiten van Gent, Brussel, Leuven, Louvainla-Neuve en Luik zijn geen centra van academische wereldvreemdheid. Er gebeurt veel onderzoek en ontwikkeling, wat zich vertaalt in spin-offs, zoals Materialise aan de KUL en IBA bij de UCL.

Toegekende Belgische octrooien 1200 1.114 000

800

743

523 400

LIFE SCIENCES

1980

KENNIS & ONDERZOEK

200

2017

0 2007

I7I

2012

2016


Š Studio Dann

Een nieuw tijdperk voor ondernemers Hoe kunnen ondernemingen zich succesvol transformeren in een wereld die steeds digitaler wordt? Zes experts steken de koppen bij elkaar in een debat dat net zo dynamisch bleek als de veranderingen op het terrein.

e ondernemer van vandaag is niet meer dezelfde als die van vijf jaar geleden. De wereld wordt overspoeld door de ene vernieuwende technologie na de andere. En dus moeten ondernemers zichzelf steeds opnieuw heruitvinden. Want elke dag kan er wel een nieuwe technologie of concurrent de kop opsteken – in ons land of eender waar ter wereld – die een bedreiging vormt voor de business.

D

I8I

Ondernemers moeten zichzelf upgraden tot ondernemers 4.0. De nieuwe geboden? Sta open voor innovatie, zorg dat iedereen in het bedrijf doordrongen is van creativiteit en innovatiedrang, geef voeding aan vernieuwende ecosystemen en transformeer zonder je eigen sterktes te verliezen. Dat is de conclusie van een levendig debat tussen zes experts en


Vlnr: Marion Debruyne (Vlerick Business School), Pierre De Muelenaere (ex IRIS Group), Michel De Wachter (Appiness), Steven Stokmans (COO Microsoft Belux), Dado Van Peteghem (Duval Union Consulting) en Jo Coutuer (BNP Paribas Fortis).

ervaringsdeskundigen met ieder hun eigen invalshoek: Marion Debruyne (decaan Vlerick Business School), Jo Coutuer (Chief Data Officer bij BNP Paribas Fortis), Pierre De Muelenaere (oprichter van IRIS Group), Michel De Wachter (medeoprichter van Appiness), Steven Stokmans (COO Microsoft Belux) en Dado Van Peteghem (Duval Union Consulting). Over de hele wereld worstelen ondernemingen met de omslag naar een digitale economie? Hoe brengt ons land het er in een internationale context van af? Marion Debruyne: ‘Het bewustzijn is alvast veel groter dan enkele jaren geleden. Zowat alle ondernemingen beseffen dat de digitalisering hoog op hun prioriteitenlijstje moet staan. Toch is er nog een lange weg af te leggen. Kijk maar eens naar Nederland, dat e-commerce veel sneller heeft omarmd en waar rond die sector nu een belangrijke waardeketen is ontstaan. Zo ver staan wij nog niet.’ Steven Stokmans: ‘Ons land staat op een achtste plaats in de transformatie-index van Voka, die een vergelijking maakt van 28 EU-landen rond de transformatie van de economie, wat dus veel ruimer gaat dan alleen het digitale aspect. Dat is geen slecht resultaat. Maar als we onze competitiviteit drastisch willen opkrikken, dan moet de transformatie van onze economie wel een versnelling hoger schakelen.’ Michel De Wachter: ‘Ik zie toch ook hoopgevende signalen. We zijn in ons land niet langer vooral gebruikers van digitale toepassingen, we slagen er ook in om ze zelf te ontwikkelen

I9I

en daar een succes van te maken. Showpad heeft bijvoorbeeld al een heel indrukwekkend parcours afgelegd. Of ga maar eens naar toonaangevende digitale steden zoals Londen of Seoul: daar kom je tal van Belgische starters tegen. Zij brengen kennis en ervaring terug mee naar ons land, en passen dat vervolgens toe in een kleine open markt zoals de onze. Op dat menselijke kapitaal moeten we volop inzetten.’ Veel ondernemingen zoeken nog altijd de respons op de digitalisering van hun sector. Hoe pakken ze dat het best aan? Dado Van Peteghem: ‘Er zijn geen goeroes en niemand heeft alle antwoorden klaar. Het beste advies is nog altijd om met kleine investeringen kleine stappen te zetten. Nog te vaak zetten

>

HET BESTE ADVIES? ZET MET KLEINE INVESTERINGEN KLEINE STAPPEN. Dado Van Peteghem (Duval Union Consulting)


© Studio Dann

>

ondernemingen heel grote projecten op poten die stukken van mensen kosten. Nochtans levert dat niet altijd goede resultaten op. De reden? Dergelijke projecten boeten in aan wendbaarheid, wat net cruciaal is. Neem dus kleine stappen om te achterhalen wat werkt en wat niet.’ ‘In essentie is dat ook de aanpak van start-ups. En daarbij moet een onderneming in de eerste plaats vertrekken vanuit de eigen sterktes en daarop voortbouwen. Ik zie bijvoorbeeld nog te vaak dat sommige banken klakkeloos het model van de fintech overnemen of dat retailers Amazon kopiëren. Maar dat is niet de juiste strategie.’ Jo Coutuer: ‘Een geïntegreerde aanpak is cruciaal in de financiële sector. Om te beginnen staan we voor de interne uitdaging om onze bedrijfsprocessen voortdurend aan te passen aan de veranderende noden van de klant. Daarvoor moet je als financiële instelling alle commerciële, operationele en technologische processen helemaal herbekijken. Daarnaast is er nog een externe uitdaging: verbonden blijven met de maatschappij en voldoende

IN SCHOLEN GEBEURT TE WEINIG OM KINDEREN AL HEEL JONG DE BASISVOORWAARDEN VAN ICT BIJ TE BRENGEN. Steven Stokmans, Microsoft Belux

programma’s ondersteunen waarmee je voeling houdt met innovatie. Co.Station, het ecosysteem voor starters waar ook BNP Paribas Fortis deel van uitmaakt, is daarvan een mooi voorbeeld.’ ‘Pas als al die infrastructuur op poten staat, is het mogelijk om concrete en dynamische acties te ondernemen. Dat belet ook dat je de pendel in een paniekreactie van de ene kant radicaal de andere kant uitstuurt. Want je onderneming moet inderdaad kiezen voor een wendbare aanpak. Maar daarbij moet je wel de kracht behouden die eigen is aan een grote geoliede machine.’ Debruyne: Het is ook bewezen dat ondernemingen succesvoller zijn als ze vertrekken vanuit een duidelijke visie over hun bestaansreden en dat als leidraad nemen om hun marsrichting te bepalen. Neem het voorbeeld van Kodak. Er is een heel groot verschil tussen jezelf zien als fotobedrijf, of als een bedrijf dat herinneringen capteert. Want in dat laatste geval sta je veel meer open voor nieuwe technologie en evoluties, die ook inhaken op dat ruimere verhaal. Dat stimuleert innovatie en helpt om de brug te slaan tussen verleden en toekomst.’

Moederschip en speedboten Maar hoe stimuleer je innovatie nog meer? Moet innovatie van binnenuit komen? Of kunnen alleen

I 10 I


l De digitale ondernemer l

WE LEVEN NU IN EEN ANDERE WERELD, WAAR STARTERS STERK WORDEN GESTIMULEERD EN AANGEMOEDIGD. Jo Coutuer, BNP Paribas Fortis

we doen met een uitgebreid netwerk van innovatiehubs en acceleratoren. Daarbij hanteren we steeds dezelfde aanpak: we investeren of ondersteunen technologie en bedrijven die ergens wel een link hebben met onze eigen business. Zo voeden we ons eigen ecosysteem. Dat is goed voor onze eigen onderneming, terwijl we tegelijkertijd ook iets teruggeven aan de maatschappij. Er is een reële impact als die twee zaken samenkomen.’

Dado Van Peteghem, Steven Stokmans, Jo Coutuer

externe spelers dat in een organisatie brengen? Van Peteghem ‘Beiden zijn nodig. Je moet het eigen moederschip upgraden en tegelijkertijd zorgen voor externe speedboten die daar rond varen. Dat model duikt steeds vaker op. Een onderneming mag dat wel niet louter zien als een financiële investering. Dat is niet de meerwaarde van externe satellieten. Er schuilt vooral een enorm potentieel in de uitwisseling van kennis tussen het moederschip en de speedboten. Mentorschap vanuit grote ondernemingen kan starters sneller helpen groeien in finance, legal en hr. En omgekeerd kunnen starters innovatie en wendbaarheid binnenbrengen. Zonder die kennisdeling is er alleen een investeringsstrategie, waardoor beide partijen aan het einde van de rit elkaar niet vooruit helpen.’ Debruyne: ‘Het succes van corporate venturing is volledig afhankelijk van de capaciteit om bruggen te slaan. Als dat niet lukt, zijn veel bedrijven na enkele jaren teleurgesteld over de resultaten. Dat is niet verwonderlijk. Alleen als beide partijen bereid zijn om op elkaar voort te bouwen, ontstaat er een echte kruisbestuiving tussen de investering en het hart van de organisatie. Alleen dan is er een reële impact, zowel op de grote organisatie als de starter. Anders blijft de vernieuwing beperkt tot een laagje vernis.’ Stokmans: ‘Je moet presteren terwijl je transformeert. En uiteraard hebben we onze eigen R&D met eigen innovaties. Maar daarnaast kijken we ook naar wat er rondom ons gebeurt, wat

I 11 I

Zes maanden Terwijl veel gevestigde ondernemingen moeten omgaan met disruptie die voortvloeit uit de digitale revolutie, duiken er steeds meer starters op die inhaken op de digitale evolutie. Is het voor een jonge ondernemer eenvoudiger geworden om iets op te starten? De Muelenaere: ‘Het is allemaal heel dubbel. Door de digitale evolutie is er veel nieuwe technologie beschikbaar, waardoor een jonge ondernemer vandaag makkelijker kan starten en bovendien tegen veel lagere kosten. Tegelijkertijd is de wereld veel kleiner geworden en beschikken ondernemers in de VS, Azië en India over dezelfde tools en technologie. Daardoor speelt de concurrentie voor een starter al meteen wereldwijd, wat de uitdaging veel groter maakt.’ De Wachter: ‘De lastigste periode begint zes maanden na je opstart. Dan moet je voor je idee ook echt een markt vinden. En dan botsen starters in ons land op twee grote obstakels. Om te beginnen nemen Belgische investeerders altijd de Belgische markt als uitgangspunt, wat natuurlijk een hele beperkte markt is. En tegelijkertijd is de risicoappetijt bij Belgische en Europese investeerders – zelfs bij de durfkapitalisten – beperkter dan in de Verenigde Staten. Daardoor zien starters opportuniteiten aan zich voorbijgaan.’ Coutuer: ‘Toch is er ook al veel veranderd. Voor iemand die 10 jaar geleden of vroeger met een digitale onderneming startte, was er niets voor starters. Nu is dat helemaal anders. Kijk maar naar Co.Station. En er zijn ook de Start-up Weekends, waarbij starters een weekend de tijd hebben om een idee uit te werken en daar een prototype en een businessplan rond te ontwikkelen. Het bewijst dat we nu in een andere wereld leven, waar starters sterk worden gestimuleerd en aangemoedigd.’ De Muelenaere: ‘Dat is ook zo. Er zijn intussen heel veel digitale ondernemers die als rolmodel fungeren. Ook aan spin-offs, incubatoren en acceleratoren is er geen gebrek. Toch zijn er nog altijd veel te weinig projecten in verhouding tot het beschikbare kapitaal. En dat komt eenvoudigweg omdat er te

>


l De digitale ondernemer l

ZOWAT ALLE ONDERNEMINGEN BESEFFEN DAT DIGITALISERING HOOG OP HET PRIORITEITENLIJSTJE MOET STAAN. Marion Debruyne, Vlerick Business School

© Studio Dann

> weinig ondernemers zijn. We moeten dus ook het ondernemerschap boosten, anders hebben alle ondersteuningsinitiatieven geen zin.’

Minecraft Bereidt ons onderwijs jongeren genoeg voor op digitaal ondernemerschap? Stokmans: ‘Er ligt nog een grote opportuniteit bij de scholen, waar te weinig gebeurt om kinderen al heel jong de basisvaardigheden van ICT bij te brengen. Nochtans zijn de hulpmiddelen beschikbaar, denk maar aan een spel zoals Minecraft, waarmee jongeren spelenderwijs en zonder dat ze het zelf beseffen leren coderen. Daar ligt de sleutel. De grootste innovaties van de komende jaren zullen zich ontwikkelen op de raakvlakken tussen verschillende industrieën. Maar om welke innovatie het ook gaat, er zal bijna altijd een technologische invalshoek zijn. Dat moeten we dus al stimuleren op de schoolbanken. We moeten er alles aan doen om onze kinderen en jongeren de vaardigheden bij te brengen waar het allemaal om zal draaien: probleemoplossend denken, creativiteit en samenwerken.’

De Wachter: ‘Ik ga vaak spreken in middelbare scholen, en krijg toch het gevoel dat veel jongeren het onderwijs passief ondergaan. Het onderwijs slaagt er niet altijd in om hen te prikkelen en in te haken op hun leefwereld. Want ze hebben allemaal een smartphone, zijn actief op sociale media of hebben een eigen YouTube-kanaal. Daar zou meer aandacht naar moeten gaan. Zo kun je jongeren leren wat ze moeten doen als ze ineens veel geld verdienen met hun YouTubekanaal. Of laatstejaarsstudenten zouden al opdrachten kunnen uitvoeren voor ondernemingen. Zo prikkel je de jongeren en maak je hen ook warm voor het ondernemerschap.’ Debruyne: ‘Tegelijkertijd mogen we niet de fout maken om ervan uit te gaan dat de digital natives ook per definitie goede digitale ondernemers zullen zijn. Mijn kinderen kunnen omgaan met tablets en andere digitale technologie zoals ik dat nooit zal kunnen. Maar dat alleen is niet voldoende om een goede ondernemer te zijn. Je moet de business-kant van iets kunnen inschatten en dat vertalen in een ondernemingsplan en een waardeketen. Het is dus niet voldoende om jongeren warm te maken voor ondernemerschap, ze moeten daar ook de skills voor hebben.’ Van Peteghem: ‘‘Maar is het niet jammer dat je naar een businessschool moet gaan om te leren hoe je een onderneming runt? Aan de universiteit heb ik daarover geen enkele cursus gekregen. Macro-economie, dat wel. Maar een luik over ondernemerschap was er niet. Dus tenzij het ondernemerschap echt al in jou schuilt, zal je daarover ook nooit les krijgen. En dat is jammer. Ik ben ervan overtuigd dat veel mensen ondernemerschap in zich hebben. Maar ze moeten er bewust van worden gemaakt dat ook dat een pad is dat ze kunnen volgen.’ Kan de overheid nog stappen zetten om digitaal ondernemerschap te stimuleren en ondersteunen? Debruyne: ‘Dat vind ik eigenlijk de verkeerde reflex. Het zit zo

I 12 I


© Benjamin Brolet

Koen De Leus

‘ALLEEN DE STERKSTEN OVERLEVEN’ Meer dan ooit leven we in een winnaarseconomie waarvan momenteel slechts enkelen profiteren. Aldus Koen De Leus, hoofdeconoom van BNP Paribas Fortis, in zijn nieuwe boek: ‘De Winnaarseconomie’. Marion Debruyne, Pierre De Muelenaere, Michel De Wachter

Worden ondernemingen door de digitale evolutie met meer disruptie geconfronteerd dan ooit tevoren? ‘Het is niet de eerste keer dat ondernemingen fundamentele veranderingen ondergaan. Het grote verschil met vroeger is de snelheid waarmee het op ons afkomt. De overschakeling van stoom naar elektriciteit heeft ook een hele nieuwe wereld gecreëerd. Maar die overgang speelde zich wel af over verscheidene decennia. Die tijd hebben ondernemingen nu niet. We zijn nog maar tien jaar ver in de digitale revolutie en alles zit nu al in een stroomversnelling.’

ingebakken in onze cultuur om voor alles naar de overheid te kijken. Ik heb vijf jaar in de VS gewoond: daar heb ik nooit de vraag horen stellen over de rol van de overheid. Want daar gaat het ook niet om. Het gaat over wat wij allemaal kunnen doen, want ieder van ons heeft een verantwoordelijkheid.’ De Muelenaere: ‘België lijdt al meer dan twintig jaar onder zijn institutionele complexiteit. Er zijn te veel regelgevingen die innovatie eerder afremmen dan stimuleren. En het administratieve luik is vaak zo complex dat niemand er zijn weg in vindt. Om nog maar te zwijgen over de versnippering van bevoegdheden waardoor alles weinig transparant is. Politici moeten zelf niet innoveren, maar ze mogen ook niet in de weg staan van innovatie en ze moeten ondernemerschap vergemakkelijken.’ Coutuer: ‘Met regulering is natuurlijk niets mis. Kijk maar naar de nieuwe privacywetgeving, die volgens mij echt een hele goede zaak is. De overheid kan wel nog meer doen om het vlot toepasbaar te maken, en een faciliterende rol spelen opdat ondernemingen nieuwe regelgeving ook zelf makkelijk kunnen toepassen. Daar is nog ruimte voor meer intensieve samenwerking tussen overheid en privésector. Maar we komen er wel. Dat geloof ik echt.’ ll

Zijn bedrijven daar op voorbereid? ‘Dienstenbedrijven beseffen dat ze zich moeten aanpassen aan een digitale wereld. Dat is veel minder het geval bij de industriële bedrijven. Dat is ook niet verrassend: terwijl de vorige revoluties vooral een impact hadden op industriële bedrijven, ondervinden nu de dienstenbedrijven de grootste veranderingen. Ik vrees dat veel industriële bedrijven de impact op hun sector onderschatten van het internet of things. De efficiëntie van het productieproces kan een geweldige sprong voorwaarts maken. Industriële bedrijven die dat beseffen en succesvol implementeren, hebben een gigantisch concurrentieel voordeel.’

IK GA VAAK SPREKEN IN SCHOLEN EN KRIJG DAAR TOCH HET GEVOEL DAT VEEL JONGEREN HET ONDERWIJS PASSIEF ONDERGAAN. Michel De Wachter, Appiness

I 13 I

U verkondigt dat we in een winnaarseconomie leven. Wat bedoelt u daarmee? ‘De concurrentie is heviger dan ooit tevoren en wereldwijd in de digitale wereld. Voor een onderneming wordt het heel moeilijk om zich af te schermen. Alleen de sterksten en meest flexibele ondernemingen kunnen overleven. Ook netwerkeffecten spelen een belangrijke rol in de digitale economie. Een product of dienst wordt interessanter voor de gebruiker naarmate meer mensen er gebruik van maken. Daardoor evolueren we in de richting van natuurlijke monopolies, waarbij het grootste bedrijf meer dan de helft van de markt in handen heeft en de rest tevreden moet zijn met de kruimels. The winner takes it all.’ ll

Koen De Leus De winnaarseconomie Uitdagingen en kansen van de digitale revolutie Uitgeverij Lannoo, 304 p.


l De digitale ondernemer l

Leren ondernemen Hoe staan studenten tegenover ondernemerschap? Om dat te achterhalen brachten we een tiental studenten, jonge alumni en student-ondernemers van de Vrije Universiteit Brussel bij elkaar. Meteen konden ze ook hun eigen vragen afvuren op Jeroen Lemaire, medeoprichter en CEO van In The Pocket.

ndernemen is niet langer een keuze. Het is een must in een wereld met een grote nood aan jobcreatie, ondernemingsdrang en innovatie. Het voelt alsof ik iets bijdraag aan de samenleving door te ondernemen’, steekt Ayoub Sbihi meteen van wal. Enkele maanden geleden richtte hij samen met twee andere studenten Work2Tell op, een rekruteringsbedrijf dat werknemers in contact brengt met Nederlandstalige vacatures in Marokko. Een van de andere oprichters is Amine Safar. ‘Door mee te stappen in dit verhaal heb ik bij mezelf de ondernemersspirit ontdekt: ergens rotsvast in geloven en bereid zijn om daarin al mijn energie te investeren.’ Al snel borrelt ook bij andere studenten een ondernemersverhaal naar boven. Zo

‘O

stond Jente Rosseel, een laatstejaarsstudent Computerwetenschappen, twee jaar geleden mee aan de wieg van Elewa, een sociale onderneming die scholen in Oost-Afrika helpt om onderwijs op hoog niveau aan te bieden. ‘De drijfveer is niet het ondernemen zelf. Een echte ondernemer voelt vooral een drang om een probleem aan te pakken met alle expertise waarover hij beschikt.’ Bijna moeiteloos vinden tal van studenten de weg naar incubatoren, acceleratoren of universiteitsprogramma’s. ‘Daardoor is het veel makkelijker om in contact te komen met andere starters’, heeft Maxime Bouckaert zelf al ervaren. Hij is cofounder van Koalect, een start-up die crowdfundingsplatformen bouwt voor ngo’s, ziekenhuizen en scholen. ‘Intussen hebben we twee financieringsrondes achter de

STUDENTEN ZIJN NIET ALLEEN HEEL ONDERNEMEND, ZE WILLEN OOK BIJDRAGEN AAN MAATSCHAPPELIJKE OPLOSSINGEN. Nikolay Dentchev, hoogleraar VUB

I 14 I

rug, waarbij we 400.000 euro ophaalden bij investeerders. Vroeger was dat ondenkbaar.’

Businesstips Alle jongeren rond de tafel kijken op naar ondernemers die het gemaakt hebben. En meteen zijn ze nuchter genoeg om zich niet te spiegelen aan Mark Zuckerberg, Larry Page of Elon Musk. ‘Er is maar een kans op 1 miljoen dat je iets gelijkaardigs verwezenlijkt. Je kunt daar bij wegdromen, maar je steekt er niets van op. Ik leer veel meer van de andere starters in mijn incubator. Hoewel we allemaal actief zijn in heel uiteenlopende domeinen, worden we toch met grotendeels dezelfde problemen geconfronteerd’, zegt Rosseel. Wie zijn dan de echte rolmodellen? Bouckaert: ‘Er zijn intussen heel wat succesverhalen van ondernemers uit ons land. Daar kun je als jonge ondernemer veel meer van opsteken.’ Jeroen Lemaire is zo’n succesvolle Belgische digitale ondernemer. Hij is een van de drie oprichters en CEO van In The Pocket, een van de grootste appbouwers van ons land. Ze ontwikkelden ook Showpad, een softwareplatform voor verkopers, dat is uitgegroeid tot

>


l De digitale ondernemer l

SOS bollebozen Waarom leren jongeren psychologie of filosofie aan de universiteit? Leren ze niet beter Java? Werkgevers beseffen dat de maatschappij specifieke noden vraagt aan werknemers. En ze vinden het de taak van het onderwijs om die te leveren. Maar dat zal nooit gebeuren. Want wat als het hele onderwijs hervormd is, als alle leerplannen herschreven zijn en de leraaropleidingen aangepast werden én als de kinderen afgestudeerd zijn? Dan is Java oude koek. Dan heeft het bedrijfsleven iets nieuws nodig. Zo lopen we altijd achter de feiten aan. Het is een race die het onderwijs nooit kan winnen. Niet de vacatures in 2017, maar die in 2060: dat is het doel van het onderwijs. Maar hoe zullen die er uit zien? Dat weet niemand. Wat we wél weten: de automatisering, de information overload, … die worden alleen maar groter. En daar moeten leerlingen mee leren omgaan. Daarom moet het onderwijs inzetten op cognitieve ontwikkeling. Ook al horen ondernemers dat niet graag. De economische welvaart van een land hangt samen met de intellectuele ontwikkeling van zijn burgers. Als je de toplaag 1 IQ-punt hoger krijgt, betekent dat 450 dollar extra BNP per kop van de bevolking. Mensen vinden iets uit, richten een bedrijf op, creëren jobs…Maar hoe worden onze kinderen slimmer? Door hun hersenen te trainen. Het lijkt ironisch, maar de beste voorbereiding op de toekomst is een klassiek recept: Latijn-wiskunde. Zo lever je studenten af die kunnen leren wat ze nodig hebben als ze het nodig hebben. Dat is learning agility: nieuwe informatie oppikken en verwerken. Natuurlijk kan het onderwijs moderner. Herfstbladeren drogen in een telefoonboek, of drie leerlingen die één computer met Windows 95 delen? Dat is achterhaald. Maar dat heeft een update nodig, geen revolutie. Uit een recente OESO-studie blijkt dat de Vlaamse leerlingen bij de minst ambitieuze van Europa horen. Dat is niet verwonderlijk. Het onderwijs is een zorginstelling geworden. Als onderwijs het nieuws haalt, gaat het over ongelijkheid en kwetsbare leerlingen. Dat zijn belangrijke problemen, waar de overheid terecht veel in investeert. Maar eigenlijk zou de minister een plan moeten lanceren voor de leerlingen die het al goed doen op school. Tien jaar geleden haalde een derde van onze leerlingen een topniveau van wiskunde. Vandaag is dat nog een vierde. We zijn dus 40 procent van onze bollebozen kwijt. En dat is nefast voor ondernemerschap en onze economie op de lange termijn. Wouter Duyck hoogleraar psychologie UGent

© Studio Dann I 15 I


l De digitale ondernemer l

BLIJF NIET HANGEN IN STARTERSPROGRAMMA’S EN INCUBATOREN. STAP ZO SNEL MOGELIJK NAAR DE KLANT. Jeroen Lemaire, In The Pocket

Jeroen Lemaire

>

een wereldwijd succes en wat intussen ook een aparte onderneming is. Zodra Lemaire aan zijn eigen ondernemingsverhaal begint, hangen de studenten aan zijn lippen. Want zijn parcours spreekt de jonge studenten aan: vier keer veranderd van middelbare school, vervolgens filosofie gestudeerd, zichzelf leren programmeren en enkele jaren gewerkt in de evenementensector. Om dan uiteindelijk samen met Louis Jonckheere en Pieterjan Bouten In The Pocket op te richten. ‘In het begin waren we helemaal gebootstrapt. We werkten in de woonkamer van een studentenkot en leenden zowat alles om de kosten toch zo beperkt mogelijk te houden en te kunnen groeien

met eigen cash. Intussen zeven jaar later hebben we 75 werknemers, is In The Pocket een rendabel bedrijf en lanceerden we met Showpad een wereldwijd succesproduct.’ Het duurt niet lang of de studenten vuren de ene vraag na de andere af over het groeiverhaal van In The Pocket. Hoe slaagden ze erin om snel te groeien? Heeft een internetstart-up toch niet beter een oprichter met een technische achtergrond? Op welke manier vullen cofounders elkaar aan? Hoe rekruteer je talentvolle werknemers die elders veel meer kunnen verdienen? Het levert in een mum van tijd tal van businesstips op. En dan is er nog de ultieme tip van Lemaire: ‘Stap met je producten en dienst zo snel mogelijk naar de klant. Venture capital, incubatoren, subsidies en startersprogramma’s kunnen zinvol zijn. Maar ze mogen je niet beletten om de eindklant op te zoeken. Anders blijf je maar bouwen aan iets dat nog nooit op de markt is getest en waarvan je dus niet weet of klanten ervoor willen betalen. Deploy or die.’

I 16 I

ER ZIJN INTUSSEN HEEL WAT SUCCESVERHALEN VAN ONDERNEMERS UIT ONS LAND. DAAR KUN JE ALS JONGE ONDERNEMER VEEL MEER VAN OPSTEKEN. Maxime Bouckaert, jonge ondernemer

ONDERNEMEN IS EEN MUST. Ayoub Sbihi, student-ondernemer

HET SECUNDAIR ONDERWIJS SLUIT NIET GOED GENOEG AAN BIJ DE REALITEIT VAN DE ARBEIDSMARKT. Laure Ghekiere, jonge onderneemster

JONGEREN VOORBEREIDEN OP DE UNIVERSITEIT IS NIET DE JUISTE MINDSET VOOR HET SECUNDAIR ONDERWIJS. EEN LERAAR MOET JE IN DE EERSTE PLAATS HELPEN VORMEN TOT DE PERSOON DIE JE WILT ZIJN. Rizlène Medari, studente


l De digitale ondernemer l

Maak uw bedrijf millennialproof © Studio Dann

Middelbaar onderwijs Uiteindelijk leidt het ook naar een discussie over het onderwijs en de manier waarop dat jongeren stimuleert om te ondernemen. Aan de universiteiten lopen intussen tal van programma’s – niet alleen in de economische faculteiten – om studenten warm te maken voor het ondernemerschap. En met succes. ‘Ik merk bij studenten over alle faculteiten heen dat ze ongelooflijk ondernemend zijn. Daarbij zoeken ze ook naar zingeving en willen ze bijdragen tot maatschappelijke oplossingen’, zegt professor Nikolay Dentchev, houder van de VUB Leerstoel voor Sociaal Ondernemerschap. In het middelbaar onderwijs lijkt er nog meer werk aan de winkel. ‘Ik heb vier jaar richtingen gevolgd die me helemaal niet interesseerden. Nochtans wist ik perfect dat ik IT wilde studeren. Er is in het begin veel te veel onduidelijkheid over alle mogelijkheden’, zegt student-ondernemer Robin Geers. Hij bedacht vorig jaar een product om laptops draadloos op te laden. Ook Laure Ghekiere, een van de drijvende krachten achter Koalect, miste iets in het secundair onderwijs. ‘Het sluit niet goed aan bij de realiteit van de arbeidsmarkt. Je wordt heel snel in een hokje geschoven, zonder dat je een idee hebt wat je mogelijkheden later zijn.’ Ook het uitgangspunt zit volgens sommigen verkeerd. Studente Rizlène Medari: ‘Jongeren voorbereiden op universitaire studies is niet de juiste mindset voor het secundair onderwijs. Leerkrachten moeten je in de eerste plaats helpen vormen tot de persoon die je wilt zijn. Daar begint het allemaal.’ ll

I 17 I

Over vier jaar behoort naar schatting de helft van de wereldwijde beroepsbevolking tot de millennials-generatie, die geboren is tussen 1980 en 1996. Millennials zijn anders opgevoed en groeiden op in andere tijden, en dat merk je aan hun visie en werkaanpak. En toch loont het om te zorgen dat ze zich thuis voelen in uw bedrijf. Zes op de tien millennials verlaten hun bedrijf na minder dan drie jaar. Millennials lijken niet voorbereid op de huidige arbeidsmarkt, maar ze zijn wel klaar voor die van morgen. Want millennials voelen zich beter thuis in een arbeidsomgeving die almaar onzekerder en complexer wordt, en waar digitale technologie een steeds grotere rol speelt. Ze worden stimulation junkies genoemd, maar omarmen verandering en vinden innovatie belangrijker dan de vorige generaties. Terwijl de oudere generaties nog volop hun weg zoeken in flexibele processen, staan millennials te springen voor nieuwe en snelle werkmethodes. Een millennial komt dan ook met een verlanglijstje naar de werkvloer. Allereerst zoekt hij een innovatieve cultuur. 78 procent van de millennials wordt bij de keuze van een werkgever sterk beïnvloed door het innovatieve karakter van het bedrijf. Meer dan 40 procent van de millennials beschouwt organisaties als Google, Apple of Facebook als de ideale werkplek. En daarnaast willen ze flexibele processen. Termen als agile en scrum dateren uit de jaren tachtig, maar liggen helemaal in lijn met de uitdagingen van millennials vandaag. Ze willen autonoom, flexibel en creatief zijn, maar ook samenwerken rond een gedeelde missie en gemeenschappelijke waarden. Flexibele of agile processen leggen de focus veeleer op het resultaat van een project en het ‘waarom’ achter het oplossen van een probleem. Bij scrum ligt de nadruk op herhalende creatieve processen, en wordt ingegaan tegen een projectaanpak met een vaste cascadestructuur. In de verwachte oorlog om talent is het belangrijk dat bedrijven inzien hoe ze millennials kunnen aantrekken, motiveren en aan zich binden. Want studies tonen aan dat die strategieën vaak ook een positieve impact hebben op de algemene bedrijfsresultaten. Toch is het niet voldoende om millennials het naar de zin maken of toegevingen te doen. U moet uw hele organisatie sterker maken. Alleen dan bent u opgewassen tegen de uitdagingen van de toekomst. Joeri Van den Bergh, NextGen-expert & medeoprichter InSites Consulting


l De digitale ondernemer l

Generatieclash of -klik? Jonge starters en gevestigde ondernemingen staan niet met getrokken messen tegenover elkaar. Ze hebben elk hun eigen troeven en zwaktes, waardoor ze elkaar vaak perfect aanvullen.

ina Stroobandt en Erwin Jansen leerden elkaar kennen via The Birdhouse, een incubator die jonge starters koppelt aan ervaren ondernemers die als mentor optreden. Jansen richtte samen met Giovanni Canini in 2001 het Antwerpse marketingbureau These Days op. Sindsdien heeft hij de reclamesector immens zien evolueren en moest These Days zich al enkele keren heruitvinden. ‘Vroeger omschreven we onszelf als een digitaal marketingbureau. Daar zijn we mee gestopt. Het digitale is intussen gewoon vanzelfsprekend’, zegt Jansen. Stroobandt staat nog aan het begin van haar ondernemerstraject. Zij richtte in 2014 met twee partners World of Waw op, een appontwikkelaar gespecialiseerd in augmented reality. ‘Op een gegeven moment voel je dat je er zelf niet meer uitkomt en dat je de ervaring mist’, zegt Stroobandt.

T

Wat was de aanleiding om de hulp in te roepen van een ervaren mentor? Stroobandt: ‘Het oorspronkelijke uitgangspunt van World of Waw was boeken maken met een digitaal verlengstuk. Maar de uitgevers hadden nog maar net hun broek gescheurd aan e-books en hadden geen zin in een nieuw digitaal avontuur. Dus zijn we ons op andere sectoren gaan richten, waarbij we voor elke sector nieuwe augmentedrealitytoepassingen bedachten. Daardoor hadden we ineens heel veel ideeën, maar we misten de strategische kennis om een nieuwe richting uit te stippelen.’

ELKE ONDERNEMING ZOU ZICHZELF MOETEN INJECTEREN MET EEN GOEDE DOSIS START-UPCULTUUR. Erwin Jansen, These Days

I 18 I

Jansen: ‘Het is goed om veel ideeën te hebben, maar je kunt geen twintig bordjes tegelijkertijd in de lucht houden. Coaching van start-ups komt er bijna altijd op neer dat je helpt om strategische knopen door te hakken. En hen vervolgens aanmoedigt om bij die keuzes te blijven. Daarnaast moet je het jonge geweld vaak ook een beetje afremmen. De jonge generatie wil zo snel mogelijk vooruit. Toch kan het geen kwaad om soms wat tijd te nemen en meerdere sporen te bewandelen. En dat is niet vanzelfsprekend, want in de huidige digitale wereld is er een grote druk om snel fundamentele keuzes te maken.’ Wat leert de ervaren ondernemer van jonge starters? Jansen: ‘Je krijgt veel energie van mensen die bezig zijn met vernieuwing. Daardoor blijf je op je qui-vive. Dat is nodig. Want als je zelf niet innoveert, zal iemand anders het wel doen. Wij hebben het idee om binnenkort parallel aan ons eigen bureau een nieuwe structuur met jonge mensen te creeëren. Zij moeten ons als gevestigde onderneming onderuit halen door ons te trachten te pakken op snelheid, creativiteit en kwaliteit. Zo organiseren we onze eigen disruptie. En tillen we elkaar naar een hoger niveau.’ Zijn jongeren als digital natives in het voordeel als digitale ondernemer? Want zij zijn opgegroeid met de digitale toepassingen en hebben die als geen andere generatie in de vingers. Stroobandt: ‘Een millennial heeft misschien meer voeling met de millennial-markt. Maar daar stopt het voordeel. Ik merk nu hoe ik op mijn eigen beperkingen bots en hoe waardevol het advies is van een ervaren ondernemer. Als starter zit je op een rollercoaster. De ene dag denk je goud in handen te hebben, een dag later loop je keihard tegen de muur. En continu krijg je uit verschillende hoeken te horen wat je anders en beter moet doen, vaak dingen die nog eens in tegenspraak zijn met elkaar.’


Jansen: : ‘De digital natives hebben een veel grotere ongedwongenheid. Het zit in de genen van de jonge generatie om alle conventies ter discussie te stellen. De digitale evolutie heeft dat ook mogelijk maakt: zowat elk zakenmodel kan relatief snel onderuit worden gehaald. Daarbij komt dat de jonge generatie enorm hongerig is naar succes. Maar zulke dingen weet je alleen als je voeling hebt met de jonge generatie, hen begeleidt of voldoende instroom hebt van jonge mensen in jouw eigen onderneming.’

Erwin Jansen en Tina Stroobandt

I 19 I

Wat is de grootste valkuil voor gevestigde ondernemingen die in een digitale wereld de concurrentie moeten aangaan met opkomend jong ondernemerstalent? Jansen: ‘Een gevestigde onderneming ziet vaak vooral problemen, obstakels en beperkingen. Jonge starters focussen alleen op oplossingen. Daarom zou elke onderneming zichzelf moeten injecteren met een goede dosis start-upcultuur. Anders stap je als gevestigde onderneming pas naar de markt met een nieuw idee als alles grondig is onderzocht, alle ideeën uitgebreid zijn onderbouwd en alles volledig is dichtgetimmerd. Voor je het weet ben je enkele maanden verder, terwijl tal van starters op hetzelfde domein intussen al druk aan het experimenteren zijn.’ Stroobandt: ‘Een gevestigde onderneming heeft natuurlijk alles te verliezen en een starter helemaal niets. Maar soms moet je het ook niet moeilijker maken dan het is. Ons marktonderzoek beperkt zich tot het bedenken van toepassingen voor uiteenlopende sectoren, die we vervolgens pitchen bij een heleboel bedrijven. Is er interesse? Dan ontwikkelen we dat. En op die ene case kun je dan weer voortbouwen. Zo simpel kan het zijn.’ ll


© Belgaimage

De kracht van uw adresboekje Wie netwerken tijdverlies vindt, doet het meestal gewoon niet op de juiste manier. Het helpt ook niet dat ondernemers soms door de bomen het bos niet meer zien - en zo de kracht van hun adresboekje niet ten volle kunnen benutten.

ER ZIJN TE VEEL EVENEMENTEN EN NETWERKORGANISATIES. HET IS NIET EFFICIËNT MEER.

Miguel Meuleman, Vlerick

n de 21ste eeuw kunnen nog maar weinig ondernemers het zich veroorloven om zich op te sluiten binnen hun vier muren. Daarbuiten gebeurt zoveel, zo snel, en met zoveel kruisbestuiving. Denk maar aan alle innovaties die internet de afgelopen twintig jaar mogelijk heeft gemaakt. Het is belangrijk om ingeplugd te zijn in de netwerkeconomie. Toch zijn niet alle bedrijven daar voldoende mee bezig. ‘Als de zaken goed draaien, hebben mensen de neiging om hetzelfde te blijven doen’, vertelt Kristof Lowyck van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. ‘Het probleem is dat, zeker in de toenemende digitale economie, alles snel kan veranderen. Bedrijven

I

I 20 I


l De digitale ondernemer l

VEEL MENSEN VERWARREN NAAR EVENEMENTEN GAAN MET HET WERKELIJK UITBOUWEN VAN EEN Virginie Pierre, UCM NETWERK.

die zich daar bewust van zijn, blijven zoeken hoe ze meerwaarde kunnen blijven creëren. Daarom maken zij ook een grotere kans om op de lange termijn te overleven.’ Door te netwerken blijven bedrijven op de hoogte van interessante ontwikkelingen, onderzoeken ze nieuwe samenwerkingen of doen ze andere ideeën op. De vraag is waar dat het beste gebeurt. Want de lijst van mogelijkheden is niet min. Businessschools als Vlerick, Solvay Brussels School en ICHEC hebben hun alumninetwerken. Werkgeversfederaties organiseren evenementen en hebben businessclubs, en ook de overheid probeert met verschillende initiatieven ondernemers met elkaar in contact te brengen. Daarnaast zijn er nog een resem organisaties die elk op hun manier bedrijven willen doen netwerken. ‘Het is lastig om door de bomen nog het bos te zien’, erkent Miguel Meuleman, als hoogleraar bij Vlerick gespecialiseerd in innovatief ondernemerschap. ‘Er zijn te veel evenementen en netwerkorganisaties. Het is gewoon niet efficiënt meer. Geraak er als ondernemer nog maar aan uit waar je wel of niet naar toe moet gaan.’ Ook Lowyck ziet het probleem. ‘Gelukkig groeit het besef dat we meer moeten samenwerken als we toch gelijkaardige dingen aanbieden.’

Laagdrempelig Netwerken komen met veel voordelen. Zo geven ze bedrijven de kans om uit hun comfortzone te stappen, en daar hun voordeel mee te doen. Lowyck geeft het voorbeeld van de businessclubs rond innovatie die Voka heeft opgezet. ‘Veel kmo’s zijn zo druk bezig met hun dagelijkse activiteiten dat ze niet de afstand kunnen nemen die nodig is om te innoveren. Wij maken dat heel laagdrempelig door vijftien geïnteresseerde bedrijven tien keer per jaar samen te brengen in een onderneming die haar innovatiecase toelicht. Dat kan bijvoorbeeld gaan over nieuwe productietechnieken of een originele marketing. Het werkt inspirerend, en toont dat innovatie niet altijd hoogtechnologisch of een ver-van-mijn-bedshow moet zijn.’ Een ander voorbeeld is Business Network International (BNI), waarin ondernemers uit een bepaalde regio elkaars zaak helpen groeien. De bijeenkomsten vinden één keer per week ‘s ochtends vroeg plaats, en aanwezigheid is verplicht. Ondernemers stellen er kort hun zaak voor, en kunnen een vraag stellen aan de groep, dat kan een aanbeveling zijn die hen helpt om binnen te geraken in een bedrijf. Ook kunnen ze elkaar spontaan helpen om opdrachten binnen te halen. Meuleman ziet de voordelen van zo’n aanpak. ‘Bij een gesloten netwerk zit je met een vrij unieke groep van ondernemers die elkaar gericht ontmoeten en hun tijd dus efficiënter kunnen

I 21 I

besteden. De kwaliteit van zo’n netwerk ligt daarom ook hoger dan bij evenementen waar iedereen welkom is. Daar zie je vaak vooral veel sponsors, consultants en wannabe-ondernemers rondlopen, in plaats van echte ondernemers.’ ‘Dat is een oud zeer, en het wordt er niet beter op’, erkent Lowyck. ‘Mensen die voor een grootbank werken bijvoorbeeld, worden al snel aangesproken door een handvol consultants die hun diensten willen slijten. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Het is ook voor ons een uitdaging om daar selectiever in te worden, of dat minstens beter te begeleiden.’

Adresboekjes ‘Veel mensen verwarren naar evenementen gaan met het werkelijk uitbouwen van een netwerk’, vertelt Virginie Pierre van zelfstandigenorganisatie UCM. ‘Dat zijn twee verschillende dingen. Je bouwt geen netwerk uit op basis van een enkele ontmoeting.’ Pierre managet bij UCM Réseau Diane, een netwerk van 6.000 leden van alle pluimage, maar van eenzelfde geslacht. ‘We focussen ons op het economisch vooruithelpen van vrouwen. Een van de problemen is dat zij bijvoorbeeld moeilijk rechttoe rechtaan over geld praten. Ze draaien te veel rond de pot. Wij proberen daarom de manier waarop vrouwen netwerken te professionaliseren.’ Om dat te bereiken, organiseert Réseau Diane onder meer bedrijfsbezoeken en opleidingen, bijvoorbeeld over financiële communicatie, maar ook over eenvoudige dingen zoals ‘Hoe neem je het woord in het openbaar?’ en ‘Hoe verhoog ik de visibiliteit van mijn bedrijf in de media en op sociale netwerken?’. Het hoofddoel? Zoveel mogelijk deuren openen, benadrukt Pierre. ‘Door adresboekjes met elkaar te delen, helpen de leden elkaar vooruit.’

>


l De digitale ondernemer l

>

Broedplaats Een van de meest opmerkelijke nieuwe vormen van netwerken, is die van ‘bedrijven als broedplaats van nieuw ondernemerschap’. Het schoolvoorbeeld daarvan is het voormalige sociale netwerk Netlog, waaruit andere succesvolle techstart-ups zijn voortgesproten zoals In the Pocket, Showpad en Engagor. ‘Mensen als Toon Coppens en Lorenz Bogaert (de oprichters van Netlog die nu aan het hoofd staan van Massive Media, red.) zijn rolmodellen die veel mensen rond hen “besmet” hebben om zelf te ondernemen’, aldus Meuleman. ‘Zij profiteren daarbij van de netwerken die de twee ondertussen hebben opgebouwd. De intredebarrières om een eigen zaak op te starten liggen vandaag ook veel lager dan pakweg tien jaar geleden. Zo is het veel goedkoper geworden om software te ontwikkelen en servers te ontplooien.’

En uw bank? Banken kennen hun klanten, en kunnen die met elkaar in contact brengen. Zo vormen ze een belangrijke speler in de netwerkeconomie. ‘Met onze Innovation Hubs nemen we een actieve rol op in de lokale ecosystemen, die organisch gegroeid zijn rond bijvoorbeeld een accelerator zoals Co.Station’, vertelt Hans Jacobs, Innovation Hub Business Manager. Die actieve rol vertaalt zich in een engagement om netwerkevents te organiseren en op zoek te gaan naar beloftevolle bedrijven. Doelstelling? Jonge bedrijven bijstaan in hun schaal- en groeiproces door ze in contact te brengen met potentiële partners, leveranciers of klanten. ‘Vroeger keek de bank of de puzzelstukken klopten, om vervolgens een financieringsdossier op te starten. Vandaag zien we beloftevolle bedrijven meer als legoblokjes: welke stukken hebben ze nog nodig voor een goed fundament? En hoe kunnen wij helpen bij het verzamelen van die stukken?’ ll

CHANGE LEAGUE: DE WINNAARS VAN DE TWEEDE EDITIE De Change League is een wedstrijd georganiseerd door BNP Paribas Fortis. Doel? Bedrijven belonen die uitblinken op het vlak van verandering. De winnaars van deze tweede editie gaan voor een week op studiereis naar Silicon Valley.

 Eric Bosly, Cosucra  Lode De Geyter, Howest  Ulrich François, Recybois  Erik Masure, QinetiQ Space  Patrick Rigole, Vetex  Charles Leclef, Het Anker  Jean-Pierre Van Wingen, Van Wingen  Xavier Goebels, PointCarré  Thomas Verhaest, Castellins  Yves Warnant, Dauvister

DAT BETEKENT OOK: IN ALLE OPENHEID PRATEN OVER MISLUKKINGEN.

Kristof De Wulf

Een community voor verandering InSites Consulting was een van de tien Change League-winnaars van 2016. Dat leidde tot de oprichting van The Change League Community, een netwerk van CEO’s voor CEO’s.

De tien winnaars van de eerste editie van The Change League werden beloond met een trip naar Silicon Valley. ‘Een bruisende ervaring’, getuigt Kristof De Wulf van InSites Consulting. ‘Niet alleen door het contact met de lokale bedrijven, maar ook door de onderlinge dialoog tussen de deelnemers. Het leek ons dan ook een goed idee om elkaar regelmatig te blijven zien. Dat leidde tot The Change League Community: een netwerk van gelijkgestemde CEO’s die in een open sfeer elkaars leercurve versnellen.’ Vandaag is de community uitgebreid tot een hechte groep van honderd CEO’s die eenzelfde filosofie delen: bereid zijn om visies en ideeën uit te wisselen. ‘Het zijn bedrijfsleiders van gevestigde ondernemingen die in een vergelijkbare context met elkaar in dialoog gaan’, zegt De Wulf. ‘Dat betekent ook: in alle openheid praten over mislukkingen.’ The Change League Community organiseert regelmatig ondersteunende activiteiten. Er is ook een online platform. ll


l De digitale ondernemer l

© RV

© WK

© RV

‘Perfecte ontsnappingsroute’

‘Uniek helikopterzicht’

‘Inspiratie opdoen én doorgeven’

MARC FAUCONNIER, CEO VAN FAMOUS

RONALD BOECKX, CEO VAN E5 MODE

SASKIA SCHATTEMAN, CEO VAN VAR

‘Ik heb al vaker samengewerkt met InSites, het bedrijf van Kristof De Wulf. Aan The Change League Community neem ik deel omdat ik mensen wil leren kennen buiten TOT NU TOE mijn vertrouwde netwerk van HEBBEN WE VOORNAMELIJK adverteerders GEPRAAT OVER en collega’s. Hoewel ik door INNOVATIE. tijdsdruk enkele sessies heb gemist, had ik hier al boeiende gesprekken met topmensen die een andere zienswijze en logica hebben dan de mijne.’

‘Mijn 35-jarige carrière als bedrijfsleider in retail was één grote aaneenschakeling van veranderingen. Maar de ‘change’ die we nu meemaken is ongezien. In The Change League Community kun je daarover van gedachten wisselen met peers. Dat leidt tot concrete inzichten waarmee je meteen aan de slag kunt.’

‘The network always wins - met die gedachte in het achterhoofd neem ik graag deel aan The Change League Community. We hebben veel innovatietalent in ons land, maar we zien het te weinig van elkaar. In The Change League Community kunDE KLEINSTE nen we elkaars IDEEËN innovaties verKUNNEN EEN sterken en er als GROTE geheel beter uitIMPACT komen. Je ontHEBBEN. moet hier andere mensen die verandering omarmen en samen willen werken aan een vernieuwend, ‘future proof’ en welvarend België.’

‘Tot nu toe hebben we voornamelijk gepraat over innovatie. Precies omdat er CEO’s uit totaal diverse hoeken van het bedrijfsleven aanwezig zijn, levert dat verrassende en leerrijke contrasten op in de visie, de snelheid en de implementatie van verandering. Het grootste gevaar voor een CEO is je te laten omringen met gelijkgestemden in je comfortzone. The Change League Community is een perfecte ontsnappingsroute.’ ll

‘Ervaringen van collega’s uit andere sectoren aftoetsen geeft een uniek helikopterzicht. Als we bijvoorbeeld praten over het snel veranderende consumentengedrag, dan zijn de invalshoeken voor een retailer anders dan die voor een bankier of een voedingsproducent. Toch stel ik vast dat de weDE ‘CHANGE’ gen die moeDIE WE NU ten leiden tot MEEMAKEN IS oplossingen ONGEZIEN. gelijklopend zijn. Een bij komend voordeel is dat je met mensen uit andere sectoren dingen kunt bespreken in volle transparantie. Dit ligt delicater tussen collega-concurrenten.’ ll

‘De connectie met straffe mensen uit verschillende sectoren maakt dit netwerk sterk en interessant. Je doet er inspiratie op, maar geeft die zelf ook door. De tips en ideeën van de andere netwerkleden zijn concreet en tastbaar. Zelfs de kleinste ideeën kunnen een grote impact hebben.’ ll

Meer getuigenissen lezen uit The Change League Community? U vindt ze op www.tijd.be/bnk


l De digitale ondernemer l

De nieuwe netwerkeconomie in de praktijk Van de echtgenoot van de voormalige Europese president, tot een ex-klasgenoot en een toekomstige klant: Appiness – het bedrijfje achter de app Spott – over de nieuwe deuren die opengingen dankzij zijn netwerk.

1. Geertrui Windels Het begon allemaal met een avondje uit in de Oegandese hoofdstad Kampala, waar Jonas De Cooman en Michel De Wachter de weg naar het hotel waren verloren. Onderweg begonnen ze te filosoferen over een eigen bedrijfje. De Cooman: ‘We zaten in een non-profitorganisatie – YouBridge -, en de dame in onze adviesraad die ons bij elkaar bracht was Geertrui Windels, echtgenote van Herman Van Rompuy. Toen we in België terugkwamen, hebben we Appiness opgericht. Zonder vastomlijnd project of product, maar wel met het idee dat we iets wilden doen met technologie en dat er een duidelijke meerwaarde voor de consument aan moest vasthangen.’ Dat werd de app Spott: een applicatie waarmee u, in realtime en vanuit uw luie stoel, informatie krijgt over alle producten die u op uw televisiescherm te zien krijgt.

DANKZIJ DE SESSIES BIJ MICROSOFT STAAN WE OOK PERSOONLIJK EEN STUK STEVIGER IN ONZE SCHOENEN. Jonas De Cooman en Michel de Wachter, Appiness

I 24 I

2. Medialaan & BBDO Als jonge start-up had Appiness nood aan geloofwaardigheid. Grote spelers als Medialaan of het reclamebureau BBDO zagen op hun beurt wel iets in hun idee. En dus besloten ze de handen in elkaar te slaan. ‘Als start-up sta je een stuk sterker in je schoenen wanneer je samen met potentiële klanten aan innovatie kunt doen’, legt Michel De Wachter uit. ‘Het biedt je de garantie dat er ook echt nood is aan dat nieuwe product.’


l De digitale ondernemer l

3. Ugent ‘Via een ex-klasgenoot die het tot hoogleraar geschopt had aan de Gentse universiteit, waren we ook in contact gekomen met de Ugent. Het toeval wilde dat mijn klasgenoot gespecialiseerd was in visuele herkenning, exact de technologie die wij nodig hadden voor Spott. Tegelijk bracht BBDO de nodige klanten aan voor het testtraject, en zorgde Medialaan voor de nodige content. En flink wat maanden later is partner Medialaan ook onze eerste klant geworden.’

4. iMinds ‘Als jonge starter is het haast onmogelijk om binnen te raken bij een groot bedrijf. Tenzij je een stapje voor hebt dankzij je netwerk, of via een persoonlijk contact’, geeft Jonas De Cooman aan. ‘Die meerwaarde is echt gigantisch. Via onze projectsubsidie bij iMinds kregen we, samen met Medialaan, een startkapitaal van ruim 440.000 euro. Daarmee konden we onze eerste medewerkers aanwerven.’

5. Seed Capital

6. Microsoft Appiness belandde ook in de Microsoft Accelerator, een programma voor start-ups. De Cooman: ‘We mochten gaan pitchen in Londen. Maximaal vijf minuten, geen seconde langer. Pittig, maar we hebben het gehaald. Hierdoor kunnen we aanspraak maken op een half miljoen dollar aan serverbudget. Tegelijk hielp Microsoft ons businessmodel een stuk consistenter te maken en staan we door hun sessies ook een stuk steviger in onze schoenen. Microsoft opent veel deuren bij bedrijven: we raken overal op C-niveau binnen.’

I 25 I

‘Daarna gingen we op zoek naar durfkapitaal. Maar uiteindelijk kwamen twee ondernemende families, alsook een groep investeerders uit Londen, over de brug met een significant bedrag gelinkt aan milestones. Gezien we – tot vandaag – alle milestones hebben bereikt, hebben deze investeerders al meer dan 3 miljoen euro in Appiness geïnvesteerd. Dat is ook nodig, omdat we eerst heel zwaar moeten investeren, in mensen én in technologie.’


l De digitale ondernemer l

De Digitale Ateliers van BNP Paribas Fortis en Google geven ook in 2017 de Belgische ondernemers een digitale boost. Marie Laenen, van Lean Avenue, helpt ondernemers die klaar zijn om de digitale transitie op te starten.

tips & tricks

© EPA

© DTE

1

Het team is de key-factor. Een team dat er samen voor gaat en dat over een open geest beschikt. Een hecht team behaalt zijn doelstellingen, ook al beschikt het over weinig middelen. Bovendien kijken investeerders vooral naar het team om de levensvatbaarheid van een startup te kunnen inschatten.

2 Wees gemotiveerd. Een digitale transitie komt vaak traag en moeizaam op gang. Geduld en doorzettings vermogen zijn de twee basisbegrippen die noodzakelijk zijn om uw strategie helemaal te verfijnen.

3 Creëer uw netwerk. Het team is dan wel essentieel in een digitale transitie, maar het netwerk is minstens zo belangrijk. Ga naar conferenties, meetings, enzovoort. Of zoek een co-workingomgeving op.

© Belgaimage

4

7

Zorg ervoor dat u de meerwaarde van uw project kunt aantonen. Zonder de motivatie en de kracht van een goed doordacht project zal het nooit het verhoopte succes krijgen.

Wees niet bang om klein te beginnen. Wilt u met een beperkte financiële inbreng aan uw digitale transitie werken, dan komt een flinke dosis gezond verstand zeer goed van pas. Want u moet goed bij de pinken en vindingrijk zijn om een groeimotor te ontdekken die goedkoper is en misschien ook wel sneller dan de traditionele marketingmethodes.

5 Streef uw doelstellingen stapsgewijs na. Vertrek uit een specifieke behoefte om zo concrete oplossingen uit te werken. Analyseer vervolgens de betrouwbaarheid van die oplossingen.

6 Test uw tools. Test om na te gaan of ze wel goed werken en het verwachte resultaat opleveren. Is het resultaat onvoldoende? Verander dan van tool. En doe dat zo vaak als nodig is.

I 26 I

8 Volg de domeinen die in de lift zitten. Artificiële intelligentie, het internet of things en alles wat ook maar enigszins ruikt naar virtual reality zijn blijvers. Vandaag zijn er daar nog te weinig competenties aanwezig, maar die domeinen zullen in kracht blijven toenemen. Een goede verstaander… ll


De stoommachine van de digitale revolutie

WE MOETEN SPRINGEN. EN DAT IS ANGSTAANJAGEND. WANT WE WETEN NIET WAT WE ZULLEN WINNEN.

Netwerken zijn de stoommachines van de digitale revolutie. Ze zijn zo superieur en zo krachtig, dat wie ze in zijn voordeel kan gebruiken een enorme groei realiseert. Maar wie ze niet gebruikt, die verdwijnt. Welke business u ook hebt, zorg dat die wendbaar en flexibel is. De tabaksindustrie is bijvoorbeeld een bijzonder defensieve sector. ‘Iedereen zal altijd zijn sigaretje nodig hebben’, is het motto. Maar ondertussen heeft de elektronische sigaret al 15 procent marktaandeel – van een markt die oninneembaar heette te zijn. En kunnen tabaksproducenten niet in competitie gaan zoals ze dat met hun concurrenten doen. Op platformen verschijnen structuren als een probleem ontstaat, en ze verdwijnen weer zodra dat probleem is opgelost. Stel, uw kind is het huis uit en dus staat er een kamer leeg. Dat is het probleem. À la minute kunt u dan met Airbnb een hotel oprichten met één kamer. Tijdelijk, tot uw eerste kleinkind geboren wordt, want dan is het probleem van de lege kamer weer opgelost. Dat is de vloeibare economie. Klassieke spelers hebben het moeilijk met die vloeibare economie. Dankzij hun grootte konden ze iedereen wegconcurreren, maar nu zitten ze vast in hun rigide structuren. Hotelketen Hilton verzorgt bijvoorbeeld ongeveer evenveel overnachtingen als Airbnb. Alleen heeft de keten daar 150.000 man personeel voor nodig. En Airbnb 1.500 mensen. Als de spelregels veranderen, moet je niet proberen alles in oude kaders te proppen. Dat geldt ook voor de overheid. Ze kan niet naast elke Airbnb-verhuurder een ambtenaar zetten. Dus moet ze de controle aan de gebruikers overlaten. En dat vraagt een andere ingesteldheid. De overheid van de toekomst is geen natiestaat, maar een platform. Want ook de natiestaat is een uitloper van de industriële revolutie. In de economie van bedrijven die ontstaan zijn uit de industriële revolutie worden producten op de markt verhandeld. En de overheid creëert mogelijkheden om dat te laten gebeuren, via eigendomsrechten. Nu wordt die relatie verstoord. Airbnb verhuurt geen overnachtingen, maar creëert zijn eigen markt. Op die markt kunnen wij een lege logeerkamer verhandelen. Airbnb neemt de rol van de overheid op, het reguleert die markt: wie krijgt toegang, onder welke voorwaarden? De politieke betekenis van platforms wordt onderschat. Het platform is geen puur economische winstmachine. Het is ook een soort natiestaat zonder geografische grenzen. Facebook verenigt 1,86 miljard mensen, geen enkele organisatie of natiestaat is daar ooit in geslaagd. Met 5.000 man personeel. We moeten springen. En dat is angstaanjagend, want je weet wat je opgeeft, maar je weet niet wat je gaat winnen. Overheden, organisaties, het middenveld realiseren zich niet waar we voor staan. Ze blijven te rustig: ‘We hebben al voor hetere vuren gestaan.’ Maar de tekenen van een fundamentele disruptie zijn overal. Mensen herkenden de maatschappelijke identiteitscrisis 200 jaar geleden niet, en ook nu hebben ze een naïef beeld van de revolutie. Je kunt het niet voorspellen. Maar wie alert en wakker is, heeft een voorsprong. Er is een radicale openheid nodig voor alles wat op ons afkomt. Stel uzelf ter discussie. Leer de kracht van de netwerken begrijpen, en probeer ze toe te passen op uw probleem en uw proces. Zorg dat u aan de goede kant staat. ||

Dr. Rogier De Langhe, economiefilosoof aan de Universiteit Gent


IN EEN WERELD IN VERANDERING,

GAAN ONDERNEMERS VOLUIT DE DIGITALE UITDAGING AAN EEN STERKE DIGITALE UITSTRALING IS VANDAAG ALLESBEPALEND VOOR UW ONDERNEMING. In de Digitale Ateliers helpen we u, samen met Google, uw digitale vaardigheden aan te scherpen. In 2016 namen 900 ondernemingen deel, met een aanbevelingsgraad van liefst 95%. Dit jaar kan u gratis tot 6 modules volgen op 13 verschillende locaties.

MODULE 1 Uw digitale profiel boosten met Google My Business.

MODULE 2

SEA SEO

MODULE 3 Uw zichtbaarheid in zoekmachines gratis vergroten, via content en online reputatie.

MODULE 4 Meer bezoekers aantrekken op uw website door middel van betalende digitale marketing.

MODULE 5 De basisprincipes van sociale media en het opstellen van een content plan.

MODULE 6 Het opzetten van uw e-commerce, van het aantrekken van klanten tot de verzending van hun bestellingen.

ONDERNEMERS, BOOST UW DIGITALE BUSINESS.

V.U.: W. Torfs, BNP Paribas Fortis NV, Warandeberg 3, 1000 Brussel, RPR Brussel, BTW BE 0403.199.702, FSMA n° 25.879A

Zelf uw website bouwen op maat van uw klanten.

Schrijf nu in voor onze Digitale Ateliers op bnpparibasfortis.be/digitaleateliers

De bank voor een wereld in verandering

BNK quaterly (22/06/2017) - De digitale ondernemer