Page 1

Duurzame en creatieve steden — De stad als motor van de samenleving

Verslagboek ViA-Rondetafel Stedenbeleid


Duurzame en creatieve steden

De stad als motor van de samenleving — ViA-Rondetafel Stedenbeleid “Duurzame en creatieve steden” Brussel, 14 maart 2012 Redactie: Joeri De Bruyn i.s.m. Sara Vermeulen Stuurgroep: Thomas Block, Linda Boudry, Karim Cherroud, Seppe De Blust, Joeri De Bruyn, Monique De Ceuster, Yves De Weerdt, Luc Janssen, Stijn Oosterlynck, Peter Renard, Joris Scheers, Bart Steenwegen, Karen Stuyck en Stefaan Tubex Vormgeving: Lodewijk Joye Verantwoordelijke uitgever: Guido Decoster, administrateur-generaal, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Boudewijnlaan 30 bus 70, 1000 Brussel D/2012/3241/141 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvuldigd of openbaar gemaakt, door druk, fotokopie, microfilm, of welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Copyright © Vlaamse overheid, auteurs en fotografen www.thuisindestad.be http://blog.thuisindestad.be www.vlaandereninactie.be

Verslagboek ViA-Rondetafel Stedenbeleid


Woord vooraf

Woord vooraf

Steden veranderen. Altijd en overal. Een trend die veel steden gemeen hebben, is een opvallende bevolkingsgroei.

Op de ViA-Rondetafel werd een belangrijke stap gezet om deze doelstelling

En dat daagt steden uit. De toenemende vraag naar kinderopvang, onderwijs

concreet in te vullen. In de traditie van het Vlaamse Stedenbeleid werd het debat

en goede woningen bijvoorbeeld. Of de nood aan vernieuwende formules om de

aangegaan met een ruime groep van mensen die elk vanuit een eigen uitgangs-

beperkte ruimte te delen, zonder te raken aan de levenskwaliteit van de stedelingen.

positie bezig zijn met stedelijkheid. Aan de hand van drie thema’s — sociale

Hierop antwoorden formuleren, is geen eenvoudige opdracht. Maar steden hebben

cohesie, ruimtegebruik en ecologie — werd nagegaan hoe de stad verandert

een intrinsiek voordeel: zij zijn bij uitstek de plekken waar oplossingen voor het

en wat duurzame stedelijkheid betekent. Daarnaast was de Via-Rondetafel ook

eerst bedacht worden en creatieve ideeën op de wereld worden losgelaten.

het startschot voor een actualisering van de visie en de instrumenten van het Vlaamse Stedenbeleid.

In mijn beleidsnota heb ik dit “de weg naar een duurzame en creatieve stad” genoemd. Om steden de kans te geven die rol waar te maken, is er een mentaliteits-

Dit boek is een unieke weergave van de Via-Rondetafel en de debatten die er

switch over de stad en stedelijkheid nodig. De stad in al haar facetten verdient

plaatsvonden. Daarnaast krijgt u ook een “ingrediëntenlijst” voor een toekomstig

erkenning. Als kwalitatieve leefomgeving waar mensen graag en bewust willen

stedelijk beleid. In die zin is dit boek vooral een doe-boek. Ik nodig u uit om

wonen, werken en vertoeven. Maar ook als unieke plek met een eigen dynamiek.

ermee aan de slag te gaan. Ontwerp mee aan de stad van de toekomst. Want het

De stad als troef voor Vlaanderen.

Stedenbeleid is geen onemanshow. Het is een beleid dat samen tot stand komt. Met de stad en met de stedelingen. En met iedereen die het beste voor heeft

Zo’n switch houdt ook een andere beleidsfocus in: van een beleid voor de stad

met de stad.

naar een beleid voor meer stad en meer stedelijkheid in Vlaanderen. We moeten niet bang zijn van een kwalitatieve verstedelijking. Dit betekent niet dat heel Vlaanderen wordt volgebouwd, maar wel dat stedelijke kwaliteiten als nabijheid,

Freya Van den Bossche

duurzaamheid en maatwerk overal ingang vinden.

Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie

4

5


Deel I

13 # Duurzame en creatieve steden

Deel II

49 Klimaattransitie Hard en zacht verzoenen Yves De Weerdt

19 # De eeuw van de stad

25 # Transitie/management

31 # Klimaattransitie

35 # Sociale transitie

63 Sociale transitie Naar een sensitieve stad Stijn Oosterlynck 79 Ruimtelijke transitie De stad groeit Bart Steenwegen 97 Bestuurlijke transitie Transitiemanagement Thomas Block en Erik Paredis

39 # Ruimtelijke transitie

Š Jan Van der Veken (Fabrica Grafica)

43 # Naar een vernieuwd Stedenbeleid

129 Bestuurlijke transitie Tien jaar Witboek Filip De Rynck 149

Bestuurlijke transitie Van een beleid voor de stad naar een beleid voor meer stad en stedelijkheid Stefaan Tubex


Deelnemers Ahmed Abdelhakim

Karim Cherroud

Liesbeth De Smet

Jan Aerts

Véronique Claessens

Sigrid De Temmerman

Lieve Apers

Paul Claus

Yves De Weerdt

Veronique Aps

Filip Cnockaert

Bart De Witte

Kris Asnong

Janneke Cocle

Magda De Wolf

Philippe Awouters

Helga Collyn

Michel Debruyne

Dries Baekelandt

Ann Coolen

Evelyne Deceur

Ilse Baert

Pieter Cools

Tom Decorte

Wout Baert

Veerle Costermans

Guido Decoster

Jim Baeten

Koen Cosyns

Valerie Del Re

Ruben Baetens

Elde Crosiers

Lisa Delveltere

Herman Baeyens

Lieve Custers

Annelies Demeurie

Bart Biermans

Wouter Danckaert

Leontien Demeyere

Annick Bleyen

Arne Daneels

Joris Demoor

Thomas Block

Christa D’Ans

Sophie Devolder

Wim Blommaart

Seppe De Blust

Karolien Dezeure

Johan Bogaert

Joeri De Bruyn

Natascha Diericx

Kristiaan Borret

Cathy De Bruyne

Bart Doucet

Philippe Bossin

Monique De Ceuster

Elke Du Bin

Tine Boucké

Veerle de Grave

Mark Dubois

Linda Boudry

Willem de Laat

Matthias Dusesoi

Gunter Bousset

Koen De Langhe

Katrien Embrechts

Katrien Braeckman

Pieter De Maeght

Gerda Flo

Luk Bral

Sabine De Meulder

Wouter Florizoone

Jeroen Bryon

Liesbeth De Muer

Joke Flour

Lode Caenepeel

Johan De Muynck

Eva Fonteyn

Kristof Calvo

Alexandra De Nil

Marlies Fret

Gert Camerlinck

Katleen De Paepe

Laurie Gadeyne

Annelise Capon

Filip De Rynck

Jef Geboers

Véronique Carrewyn

Frank De Smet

Paul Geerts

© Niels Donckers

8

9


Deelnemers

Deelnemers

Ann Geets

Luc Lathouwers

Bram Opsomer

Marianne Stevens

Tatjana Van Driessche

Sven Vercammen

Tom Germonpré

Jan Lecompte

Erik Paredis

Annelies Storms

Bram Van Dyck

Pierre Verdoodt

Griet Geudens

Doenja Lefebure

Inge Pauwels

Veerle Stuer

Kurt Van Eeghem

Bart Verhaeghe

Greet Geypen

Luc Lehouck

Eva Peeters

Karen Stuyck

Dirk Van Gijseghem

Christel Verhasselt

Marjolijn Gijsel

Josée Lemaître

Kris Peeters

Sven Taeldeman

Luc Van Helmont

Marc Verheirstraeten

Katrijn Gijsel

Erica Lemmens

Ingrid Pelssers

Dirk Temmerman

Bart Van Herck

Kelly Verheyen

Iris Gommers

Sven Lenaerts

Eline Persyn

Jos Thijs

Eric Van Hove

Yves Verhoest

Jos Goossens

Maarten Lenaerts

An Piessens

Kris Tolomei

Filip Van Lancker

Lies Verhoeven

Soetkin Goris

Filip Lenders

Ann Pisman

Stefaan Tubex

Mieke Van Loo

Bert Verpoest

Ine Goris

Paul Lermytte

Hilde Pootemans

Veronique Van Acker

Jeroen Van Looy

Vanya Verschoore

Michaël Goris

Jan Leyssens

Francine Quanten

Pieter Van Camp

Tom Van Nieuwenhove

Willy Verschure

Jan Hamerlinck

Griet Lievois

Eveline Reusens

Danny Van Craen

Helena Van Pottelberge

Angeliques Verspeurt

Griet Hanegreefs

Trees Lips

Ingrid Reynaert

Pol Van Damme

Hilde Van Rillaer

Natalie Verstraete

Cedric Heerman

Liesbeth Longueville

Hilde Reynvoet

Karlien Vandecasteele

Mercedes Van Volcem

Linde Vertriest

Geert Hillaert

Jürgen Loones

Karel Robijns

Dirk Van De Poel

Karel Vanackere

Inge Vervaecke

Maarten Hillewaert

Anna Lybaert

Veva Roesems

Ann Van de Steen

Gina Vanattenhoven

Emilie Verwimp

Peter Hofman

Glenn Lyppens

Joris Rombaut

Teun Van de Voorde

Liesl Vanautgaerden

Lieven Veulemans

Joke Hofmans

Jerome Maeckelbergh

Stefan Rooms

Olof Van de Wal

Freddy Vandaele

Jan Vincke

Marianne Hofstede

Hugo Maenhout

Steven Roosen

Iris Van den Abbeel

Mosky Bert Vandebroeck

Jan Vranken

Koen Hoste

Paul Maes

Annemie Rossenbacker

Johan van den Berg

Trees Vandenbulcke

Ewald Wauters

Lise Hullebroeck

Trui Maes

Kristin Scharpé

Jan Van den Berghe

Wim Vander Elst

Dries Wiercx

Anne Janssen

Lieve Maes

Joris Scheers

Sebastien Van den Bogaert

Dirk Vanderhallen

Gudrun Willems

Luk Janssen

Johan Malcorps

Tim Scheirs

Frans Van Den Bossche

Ann Vanderhasselt

Veli Yüksel

Barbara Janssens

Evert Martens

Hilde Schelfaut

Freya Van den Bossche

Isabelle Vanderheyden

Khadija Zamouri

Peter Jonckheere

Hanna Martens

Frederik Serroen

Jan Van Den Eeckhaut

Gert Vandermosten

Luk Jonckheere

Hugo Meeus

Roel Slegers

Merijn Van den Eede

Wouter Vanderstede

Herman Jult

Jan Mellebeek

Sami Souguir

Jan Van den Eynde

Cindy Vandeweyer

Steven Knotter

Geert Mertens

Tom Speleman

Ludwig Van den Meersschaut

Geertrui Vanloo

Erik Laga

Marcel Musch

Koen Steenacker

Kris Van der Haegen

Chantal Vanoeteren

Toon Lambrechts

Stijn Oosterlynck

Bart Steenwegen

Micheline Van der Stricht

Kristine Verachtert

Piet Lareu

Saskia Opdebeeck

Wout Steurs

Ellen Van Dongen

Johan Verbruggen

10

11


# Duurzame en creatieve steden Stedenbeleid kan enkel in partnerschap gevoerd worden.

Hoe ziet de stad van morgen eruit? Hoe zorgen we ervoor dat er meer mensen op dezelfde ruimte prettig kunnen samenleven? Hoe kan een stad het potentieel van haar inwoners ontdekken en erkennen? Hoe kunnen we de solidariteit en sociale cohesie versterken? En hoe kan de stad een positieve buffer vormen tegen de globale klimaatverandering? Dat zijn de vragen die aan de basis lagen van de ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve steden”, die Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie Freya Van den Bossche organiseerde op 14 maart 2012 in Brussel. Deze meeting verwelkomde meer dan tweehonderdvijftig deelnemers. Ze traden met elkaar in discussie over de toekomst van de Vlaamse steden en zetten een nieuwe richting uit voor het Vlaamse Stedenbeleid. Onder hen bevonden zich zowel beleidsmensen uit de steden en de Vlaamse overheid, als academici, ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve steden”, Brussel, 14 maart 2012. © Niels Donckers

opiniemakers, ondernemers en organisaties uit het middenveld. De ViA-Rondetafel doet een beroep op de kennis en de knowhow die aanwezig zijn in en over de stad. In de traditie van constructieve discussie en coproductie die het Vlaamse Stedenbeleid doorheen de jaren heeft opgebouwd, gaat het de hedendaagse stedelijke uitdagingen aan in een intense dialoog met de steden. De debatten van de ViA-Rondetafel hebben een neerslag gevonden in deze publicatie. Ze vormen de basis om een vernieuwd en breed gedragen Stedenbeleid tot stand te brengen voor het komende decennium. Het initiatief van de minister maakt deel uit van het meer omvattende toekomstproject “Vlaanderen in Actie” (ViA), dat van Vlaanderen in 2020 een Europese topregio wil maken die uitmunt als een economisch innovatieve, duurzame en sociaal warme samenleving. De ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve steden” is onderdeel van het programma “Groen en dynamisch stedengewest”, een van

12

13


“De overheid is geen monolithisch blok waarin een paar mensen alle knopjes bedienen. Voor mij is de overheid een organisatie waar wij allemaal deel van uit maken. Als je schiet op de overheid, schiet je dus op jezelf. Wij hebben de overheid de positie gegeven om op te treden als moderator bij tegengestelde belangen.”

# Duurzame en creatieve steden

de zeven grote doorbraken van Vlaanderen in Actie. Ook voor de overige doorbraken — de open ondernemer, de lerende Vlaming, innovatiecentrum Vlaanderen, slimme draaischijf van Europa, warme samenleving en slagkrachtige overheid — organiseerde de overheid verschillende Rondetafels. Vlaanderen in Actie mobiliseert duizenden mensen en experts uit de meest diverse vakgebieden en disciplines die samen nadenken en debatteren over een toekomstvisie voor Vlaanderen. De ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve steden” vond plaats op een belangrijk momentum voor het Vlaamse Stedenbeleid. De Vlaamse regering is halfweg haar beleidsperiode. Het is tijd voor de opmaak van een tussentijdse balans en een vooruitblik op de tweede helft van de legislatuur. De gemeenteraads-

“Voor we ingrijpen in de ruimte en de maatschappij moeten we eerst een visie ontwikkelen. We moeten meer inzetten op ontwerpend onderzoek.”

“Vlaanderen in Actie mist een ruimtelijk kader en dat is een probleem. ViA focust heel hard op economie. Het wil Vlaanderen tot een van de top vijf regio’s in Europa maken, maar ruimte moet hierin ook een plaats krijgen. Waar wil men die economische ontwikkeling verwezenlijken?”

14

verkiezingen staan voor de deur en de ViA-Rondetafel kan input leveren voor de nieuw op te stellen bestuursakkoorden. Daarnaast heeft het Vlaamse Stedenbeleid de ambitie om de hefboomfunctie van zijn eigen instrumenten, zoals het Stedenfonds, de Project- en Conceptsubsidie voor Stadsvernieuwing, de Stadscontracten en de Innovatieve Projecten te versterken en af te stemmen op de veranderende stedelijke realiteit. Bijzonder aan de ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve steden” is de transversale en beleidsoverschrijdende aanpak. Het Vlaamse Stedenbeleid is immers een horizontaal beleid, gedragen door de voltallige Vlaamse regering en haar administratie. De stad is de plek waar verschillende beleidsdomeinen voor de opdracht staan om op een integrale manier samen te werken. Economie, werk, gezin, migratie, sociale zaken, cultuur, onderwijs, ruimtelijke ordening, energie en infrastructuur zijn er innig met elkaar verweven. Het is een beleid dat enkel in partnerschap kan gevoerd worden. Deze publicatie bevat twee grote delen. Het eerste deel bevat een neerslag van de discussies die plaatsvonden tijdens de ViA-Rondetafel en schetst in ruwe lijnen de conceptuele achtergrond waartegen het debat zich afspeelde. Dit deel brengt een selectie van een aantal inspirerende stellingen en analyses die genoteerd werden op 14 maart in Brussel. Op sommige punten waren de meningen eens-

15


“We zijn altijd maar bezig met visies

# Duurzame en creatieve steden

op papier te zetten, wanneer gaan

gezind, maar even vaak spreken ze elkaar tegen. Dat is geen tekortkoming,

we ook iets doen?”

belang dat het debat open en levend gehouden wordt en dat alle verschillende

“Sociale innovatie moet een doelstelling zijn van de overheid. De overheid moet zich afvragen wat een ander beter kan en pas optreden wanneer dit nodig is. Nu gebeurt automatisch te veel het omgekeerde, waarbij een burger de overheid zegt wat die moet doen. Ik vind dat burgers eerst moeten nadenken over wat ze zelf kunnen doen en pas in tweede instantie een beroep moeten doen op de overheid.”

integendeel. Het debat over de stad is verre van beslecht. Het is van cruciaal standpunten gehoord worden. Het tweede deel brengt zes essays van vooraanstaande experts die vanuit zeer verschillende invalshoeken hun licht laten schijnen op de ingrijpende transities die onze maatschappij en onze stad doormaken. Stijn Oosterlynck, docent stadssociologie en woordvoerder van het Centrum OASeS van de Universiteit Antwerpen, stelt dat de samenleving “niet meer is” en gaat op zoek naar een nieuw fundament voor solidariteit en sociale cohesie. Yves De Weerdt, onderzoeksverantwoordelijke duurzame stedelijkheid van het VITO, schetst de mogelijkheden en implicaties van de klimaattransitie. Bart Steenwegen van het Team Vlaams Bouwmeester belicht de ruimtelijke transities van onze stedelijkheid en zet de krijtlijnen uit van een nieuw denkkader voor slim verdichten en de “metropolitane stad”. Thomas Block en Erik Paredis van het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling aan de Universiteit Gent stellen een scenario op voor stedelijke transitie en wijzen op de valkuilen van transitiemanagement. Filip De Rynck, docent Bestuurskunde aan de Hogeschool Gent, stond mee aan de wieg van het Stedenbeleid; hij maakt een kritische balans op van tien jaar Stedenbeleid en schetst de uitdagingen van het beleid voor de toekomst. Het zesde essay ten slotte, is een intentieverklaring voor een Stedenbeleid van

“2020 is te dichtbij voor een toekomstproject. Op zo’n korte termijn kan er weinig veranderen. We moeten minstens inzetten op 2030.”

16

de toekomst. In deze bijdrage stelt Stefaan Tubex van het Team Stedenbeleid een “ingrediëntenlijst” op van actiepunten voor het Vlaamse Stedenbeleid. De voorstellen zijn in deze fase van het proces nog zeer schetsmatig. De bedoeling is om de debatten en discussies die opgestart zijn tijdens de ViA-Rondetafel onverminderd verder te zetten, zodat het Vlaamse Stedenbeleid in partnerschap en in een voortdurende dialoog met de steden het beleid kan uittekenen. De ViA-Rondetafel is daarom geen eindpunt, maar de start van een levendig debat over stedelijkheid in Vlaanderen.

17


# De eeuw van de stad De stad is niet het probleem maar de oplossing.

De eeuw van de stad is de titel van een boek dat tien jaar geleden is verschenen en dat het begin heeft ingeluid van het Vlaamse Stedenbeleid. De opmaak van het Witboek Stedenbeleid markeerde een keerpunt voor het denken over de stad in Vlaanderen. Het Witboek was een initiatief van toenmalig Vlaams minister Sauwens. Die gaf een multidisciplinaire “Task Force”, met mensen uit de academische wereld, de steden en de overheid, de opdracht om zich een beeld te vormen van de gewenste stedelijke ontwikkelingen voor de komende twintig jaar. De Task Force werkte verschillende thema’s uit en legde die ter discussie voor aan workshops in veertien Vlaamse steden. Meer dan duizend academici, experts en geëngageerde burgers namen eraan deel. Dat leidde tot een breed gedragen Witboek: De Eeuw van de Stad. Over stadsrepublieken en rastersteden. Het Witboek heeft de krijtlijnen uitgezet voor de voorbije tien jaar Stedenbeleid. Het inspireerde en voedde de verschillende instrumenten van het Stedenbeleid, zoals de subsidiëring van de Stadsvernieuwingsprojecten, de Conceptsubsidie, het Stedenfonds, de Stadscontracten, de Innovatieve Projecten, de Stadsmonitor… Witboek Stedenbeleid, 2003.

Tot op vandaag geldt het Witboek als een belangrijke referentie. “Er is vandaag geen betere tekst beschikbaar”, schrijft Filip De Rynck verder in deze publicatie. Terwijl de voorlopers van het Stedenbeleid, met als belangrijkste exponent het Sociaal Impulsfonds, veeleer uitgingen van een sociale bekommernis — het probleem van armoede en ongelijkheid in de stad — verbreedde de blik zich een tiental jaar geleden naar een meer integraal Stedenbeleid. De sociale component bleef bestaan, maar werd verankerd in een uitgesproken stedelijk beleid dat de stadsvlucht wil remmen en van de stad opnieuw een aantrekkelijke plek wil

18

19


“Ik hoop dat iedereen in Vlaanderen zich

# De eeuw van de stad

in 2020 stedeling zal voelen. Dit aanvoelen

maken, niet enkel door de stad te vernieuwen maar ook door de bestuurscapaciteit

sluit beter aan bij de realiteit van een

potentieel van de stad centraal te staan. Het Stedenbeleid wrikte zich los uit

verstedelijkt Vlaanderen.”

““

“Een duurzame stad is een betaalbare stad. Zijn stadsvernieuwingsprojecten altijd positief of versterken ze de

van de steden te verhogen. In plaats van de problemen van de stad kwam het de sfeer van het miserabilisme, defaitisme en het daarmee verbonden sociaal beleid, en maakte een omslag naar een positieve boodschap over stedelijke ontwikkeling als sociale hefboom. In deze voluntaristische visie worden problemen uitdagingen en uitdagingen kansen. En met succes. Het aangezicht en de leefbaarheid van de steden zijn, onder meer dankzij het Stedenfonds of de Stadsvernieuwingsprojecten, ten goede veranderd. De Thuis in de Stadcampagnes hebben de stad aantrekkelijker gemaakt bij het grote publiek. De Conceptsubsidie en de Stadscontracten hebben ongetwijfeld bijgedragen tot de versterking van de bestuurscapaciteit van de stedelijke overheden. En de Stadsmonitor heeft de stad tot op zekere hoogte “meetbaar” gemaakt, zodat het beleid gerichter kan werken. Hoewel de stad nog steeds zeer veel problemen kent, is de positieve impact van het Stedenbeleid manifest. De good practices liggen voor het oprapen. Inmiddels zijn we tien jaar verder. De stad is niet meer dezelfde als tien jaar geleden. In de steden manifesteren zich nieuwe uitdagingen en maatschappelijke evoluties. In deze publicatie worden ze omschreven als “transities”. Een nieuwe stedelijke realiteit vraagt ook om een vernieuwd beleid en vernieuwende instrumenten. Het Vlaamse Stedenbeleid staat vandaag opnieuw voor een omslag.

segregatie in een stad? Opgewaardeerde

Opmerkelijk is dat de nieuwe uitdagingen en transities waarmee de samenleving

buurten worden immers al gauw

voor te doen in de steden. De stad is de plaats waar de demografische groei zich

onbetaalbaar voor de meerderheid

tegenstellingen, ongelijkheid, armoede. De stad is de plaats waar de gevolgen

van de burgers.”

gevoelen. Het lijkt wel of al de problemen van de samenleving hier samenkomen.

— als geheel en op mondiaal vlak — wordt geconfronteerd, zich bij uitstek lijken het sterkst manifesteert. De stad is een plaats van sociale en culturele conflicten, van de klimaatverandering of van de economische crisis zich het sterkst laten Is de stad daarom het probleem?

20

21


“Wonen in het groen op een vrije kavel

# De eeuw van de stad

is voor veel mensen nog steeds een

“De eeuw van de stad” is de uitdrukking van een sterke intuïtie en een groeiend

ideaalbeeld. Hebben zij niet het recht

is. De stad is niet enkel de plek waar we op een gebalde manier geconfronteerd

om zelf te kiezen om op het platteland of in een dichte stad te wonen? Als het ideaal van huisje-tuintje zo belangrijk is, is het dan erg dat gebieden volgebouwd worden om dit te realiseren?”

inzicht dat stelt dat de stad het duurzame samenlevingsmodel van de toekomst worden met de belangrijkste demografische, ecologische, klimatologische, economische en sociale uitdagingen. De stad is ook het werkveld waar oplossingen voor het eerst worden bedacht of aangereikt om deze uitdagingen op een duurzame manier aan te pakken. De stad is het laboratorium van de samenleving van de eenentwintigste eeuw. De stad is niet het probleem maar de oplossing. Het is deze basisintuïtie — de stad als het meest duurzame samenlevingsmodel en de stad als bron van creativiteit — die in het vernieuwde Stedenbeleid centraal zal staan. Dat is de ware betekenis van “Duurzame en creatieve steden”. Dat impliceert een resolute keuze voor de stad als bevoorrechte ruimtelijke en maatschappelijke samenlevingsvorm, maar ook een erkenning van de creativiteit en de capaciteit van de steden. Nog meer dialoog, nog meer coproductie: dat is de gezamenlijke opdracht van de Vlaamse steden en het Vlaamse Stedenbeleid.

“In 2020 zouden steden meer steden moeten zijn en dorpen meer dorpen. Nu zijn er in Vlaanderen amper volwaardige steden en smeren de dorpen zich steeds verder uit. Zal men zo uiteindelijk nog kunnen spreken over Stedenbeleid?”

22

23


# Transitie/management Het gaat er niet om dingen beter, maar anders te doen.

Henry Ford, de vader van de automobiel, maar ook van de industriële massaproductie, kon rond de eeuwwisseling nauwelijks vermoeden welk een impact zijn uitvinding zou hebben voor de komende generaties. Dankzij de auto veranderde de wereld voorgoed van aangezicht. Paard en kar verdwenen uit het straatbeeld. De stad werd gebouwd op maat van de auto. Autosnelwegen legden nieuwe netwerken over continenten. De olie-industrie herdefinieerde het machtsevenwicht in de wereld. Voor de twintigste-eeuwse mens is mobiliteit algauw een synoniem van vrijheid en de auto maakt een onmisbaar onderdeel uit van zijn leefpatroon. Tot op vandaag is de auto in Vlaanderen diep geworteld in onze levensstijl en ingebed in een complex maatschappelijk systeem. De infrastructuur (dichtste wegennet van Europa), de ruimtelijke ordening (lintbebouwing, nevelsteden, verkavelingsmodel), het mobiliteitssysteem (slecht uitgebouwd en weinig geïntegreerd openbaar vervoer), de mobiliteitscultuur (pendelaars, bedrijfswagens, statussymboliek, achterbankkinderen): ze zijn allemaal afgestemd Hermann Knoflacher, Gehzeug, 1975. © TU Wien / G. Emberger

op de centrale plaats van de auto in onze samenleving. Ford stond aan de vooravond van wat we vandaag een “transitie” noemen, een verandering in een omvattend systeem dat ons leven en onze maatschappij ingrijpend bepaalt. Ook vandaag staan we op de drempel van zo’n transitie. En net als Ford kunnen we amper vermoeden waar die ons brengen zal. De transitie is reeds ingezet. De tekenen zijn daar. We zijn er ons meer en meer van bewust dat we zo niet verder kunnen. We zijn allemaal mobiel, maar we staan wel met z’n allen in de file op weg naar het werk. De benzineprijzen rijzen de pan uit. We stoten fijn stof en CO2 uit en zijn daarmee collectief verantwoordelijk voor de opwarming van de aarde.

24

25


“Mobiliteit is het sleutelbegrip voor de stad van morgen. De mobiliteitsknoop ontwarren vormt de grootste uitdaging. Veel elementen van ruimtegebruik worden bepaald door mobiliteit. De nabijheid van voorzieningen zal nog belangrijker worden. Net die nabijheid heeft de stad te bieden.”

# Transitie/management

Nieuwe producten of technologische innovaties brengen niet altijd soelaas. Zo bieden elektrische auto’s bijvoorbeeld geen antwoord op de problematische ruimtelijke ordening die de auto heeft teweeggebracht. Bovendien wordt het probleem gewoon verschoven zolang ook de elektriciteitsproductie voor een groot deel afhankelijk is van fossiele brandstoffen. De problemen die in zulke systemen zijn ingebed, noemen we in transitietermen “hardnekkig”. Ze vragen een fundamentele en diepgaande verandering in onze levensstijl, ons beleidsbestel en ons politiek en economisch systeem. De problemen — de symptomen — zijn meestal niet op te lossen met innovatieve technieken. Het gaat er dus niet om de dingen beter te doen, maar om de dingen fundamenteel anders te doen. Het concept van “transitie” stond centraal tijdens de debatten op de ViA-Ronde-

“Om echt tot stedelijke duurzaamheid te komen, moeten we werken aan een visie waarin de relatie tussen de stad en haar groene omgeving centraal staat. Veel randbewoners maken intensief gebruik van de stedelijke faciliteiten, zoals werk, cultuur of onderwijs. De stedelingen moeten dus ook gebruik kunnen maken van de faciliteiten in de randgemeenten.” 26

tafel. De deelnemers verdeelden zich over drie groepen die zich elk bogen over een andere transitie waarmee onze steden te kampen hebben: de sociale transitie, de klimaattransitie en de ruimtelijke transitie. Met deze drie transities is de lijst van transities niet uitgeput. Op de achtergrond spelen ook de bovenvermelde mobiliteitstransitie, de demografische transitie (de bevolkingsgroei, de wereldwijde trek naar de stad, de verkleuring, vergrijzing en vergroening van de samenleving) of de economische transitie (ingezet door de financiële crisis) mee. Hoewel vaak onderscheiden behandeld, vormen zij ook weer een samenhangend systeem. Zeker in het “systeem stad” zijn al deze transities innig met elkaar verweven en komen ze gebald samen. Al deze transities zijn een opgave voor het beleid. Op dit vlak tekent zich ook een bestuurlijke transitie af. Hoe kan het beleid de weerbarstige transities op de lange termijn in een duurzame richting sturen? “Transitiemanagement” is een manier om die problemen te benaderen. Het woord “management” roept echter het beeld op dat transities beheersbaar en rationeel zijn. Dat beeld is onjuist. Gezien de complexiteit van de transities, de mondiale schaal en de diepgaande acties die nodig zijn, is geen enkele actor in staat transities gewoonweg naar zijn hand te zetten. Toch is het mogelijk om vanuit de overheid bepaalde systemen te beïnvloeden, zeker wanneer ze, zoals het voorbeeld van het

27


“Waarom baseren we het belastings-

# Transitie/management

systeem niet op de ecologische voetafdruk?

mobiliteitssysteem aantoont, sterk onder druk staan. Traditionele beleids-

Hoe groter je voetafdruk, hoe meer

rol spelen, maar ze worden aangevuld met processen die inzetten op visie-

belastingen je betaalt.”

“De huidige centrale energiesystemen moeten we omvormen tot weefsels of energiegrids, waardoor iedereen een bijdrage levert en tegelijk energie uit het grid kan halen.”

“We moeten evolueren naar een collectief,

instrumenten zoals regelgeving en subsidiëring blijven daarin een belangrijke verbreding, netwerkvorming, experimenteren en leren. Transitiemanagement begint dan ook met een erkenning van de complexiteit van transities. Door vooreerst te beseffen dat vele problemen verankerd zijn op verschillende niveaus (gedrag van mensen, gevoerd beleid, globale evoluties), en ze dus niet op slechts een van de niveaus aangepakt kunnen worden. Dat ze verder ook door verschillende maatschappelijk geledingen snijden, en dus een multidisciplinaire aanpak vergen binnen een beleid dat zich over domeingrenzen heen ontwikkelt. Door aandacht te hebben voor de lange termijn en zich een blik toe te eigenen die onze huidige generatie overstijgt. Bij een transitieaanpak voor Vlaanderen krijgen de Vlaamse en de stedelijke overheden dan ook een vernieuwde invulling: het faciliteren van processen, richting geven aan langetermijnoriëntaties, voorwaarden creëren om transitieprocessen te versoepelen, verbindingen leggen tussen processen en actoren. De taak van de overheid is om de transities te oriënteren en te versnellen.

zelfvoorzienend en klimaatneutraal

De overheid is dus wel een belangrijke speler, maar zonder de dynamiek in

voedselsysteem. Hiervoor is onderzoek

transitie niet op gang.

de samenleving en de betrokkenheid van vele actoren komt een duurzame

nodig naar mogelijke aanpassingen in de voedselketen, van grondstoffen tot transport en afvalverwerking. Intussen moeten bestaande initiatieven zoals voedselteams en plukboerderijen versterkt en uitgebreid worden.” 28

29


# Klimaattransitie De stad is het meest duurzame samenlevingsmodel.

Op enkele jaren tijd is The Inconvenient Truth gemeengoed geworden. We weten het ondertussen allemaal: het klimaat verandert, de aarde warmt op, de zeespiegel stijgt. Er staan ons, ook in Vlaanderen, extremere weersomstandigheden, overstromingen en langere periodes van droogte te wachten. Grote boosdoener is onze energievoorziening, die nog steeds voor het overgrote deel aangewezen is op fossiele brandstoffen. Maar ook het kappen van bossen, de vervuiling van de zeeën, de groeiende afvalberg en ons consumptiepatroon dragen bij tot de klimaatproblemen. Bovendien worden onze natuurlijke bronnen zoals drinkwater, olie en gas steeds schaarser. Ook grondstoffen en materialen, onder meer voor de bouw, zijn niet oneindig voorradig. Na de klimaattransitie kondigt zich ook een ingrijpende transitie aan in het gebruik en beheer van materialen. In Vlaanderen heeft het begrip van “duurzaamheid” ingang gevonden bij brede lagen van de bevolking. Vele particulieren die het zich kunnen veroorloven, isoleren hun woningen, gebruiken ecologische materialen en warmtepompen, Masterplan Scheldekaaien, Antwerpen, 2006. © WIT — Proap — Arcoveneto — Idroesse

investeren in zonnepanelen of bouwen regenwaterputten. Ze worden hierbij gestimuleerd door overheidssubsidies en opgezweept door steeds strengere Europese normen, die stellen dat iedere woning tegen 2021 bijna energieneutraal moet zijn. Deze evolutie heeft zich relatief snel ingezet. Terwijl enkele jaren geleden lage-energiewoningen nog een curiositeit waren, is de passiefwoning vandaag zelfs een vaste waarde op de sleutel-op-de-deurmarkt. Toch kan men zich de vraag stellen of een passiefwoning op een verkaveling op het platteland duurzamer is dan een slecht geïsoleerde rijwoning in de negentiende-eeuwse gordel van de stad. Ook andere zaken dan het energieverbruik van de woning moeten immers in rekening worden gebracht. Bewoners van een verkaveling op het platteland hebben één, vaak twee auto’s nodig om de afstanden naar werk, school of winkel te overbruggen. De verspreide bebouwing vraagt om enorme investeringen voor de aanleg en het onderhoud van nutsvoorzieningen

30

31


“We zullen allemaal de klimaatproblemen voelen. Iedereen moet zich bewust zijn van de gedeelde verantwoordelijkheid. De sociaal zwakkeren moeten daarom de nodige aandacht krijgen, zodat uiteindelijk iedereen meekan.”

# Klimaattransitie

(water, elektriciteit, gas, riolering, glasvezel) of infrastructuur (wegen, straatverlichting). Bovendien vormen het model van de vrijstaande woning op de verkaveling en de totale verstedelijking van het platteland een bedreiging voor de schaars overgebleven open ruimte en haar natuurlijke bronnen. Het is enigszins paradoxaal. Steden zijn vandaag wereldwijd verantwoordelijk voor ruim 75% van de wereldwijde CO2-uitstoot, terwijl ze minder dan 3% van het aardoppervlak innemen. Toch is de stad het meest duurzame samenlevingsmodel. Waar mensen op een kleine oppervlakte samenleven, moeten minder verplaatsingen worden gemaakt en ontstaan mogelijkheden om op een efficiëntere manier om te springen met natuurlijke bronnen, distributie en energievoorziening.

“Een collectieve aanpak van energieefficiëntie en hernieuwbare energie is

De steden en de Vlaamse overheid kunnen een belangrijke rol spelen om de

economisch rendabeler. Het stimuleren

beleid, waarbij de bestaande denkkaders grondig worden herzien. Terwijl vandaag

van collectieve maatregelen kan bovendien

afgestemd zijn op het model van de individuele woning op het platteland —

de sociale cohesie verbeteren. Naast

van een vrijstaande woning — kan de overheid ook inzetten op collectieve

energie-efficiëntie is er dus ook een

grotere schaal te bouwen en te renoveren kan niet enkel de kostprijs, maar ook

maatschappelijke meerwaarde.”

bijvoorbeeld de subsidiëring, de reglementering en de technologische innovatie denk aan de zonnepanelen die het best tot hun recht komen op een zadeldak en stedelijke vormen van energiewinning en -besparing. Door collectief en op

“Een passiefwoning op een verkaveling is minder duurzaam dan een slecht geïsoleerde woning in de negentiende-eeuwse gordel van de stad.” 32

klimaattransitie in goede banen te leiden. Dat vraagt om een omslag in het

de energie-efficiëntie sterk verbeterd worden. Grote dakoppervlaktes in de steden kunnen uitgerust worden met zonnepanelen. Smart grids winnen aan rendabiliteit als de oppervlakte verkleint en de dichtheid verhoogt. Vernieuwende technologieën zoals geothermie kunnen hele stadswijken van energie voorzien. Energievoorziening is slechts een van de vele voorbeelden die nood hebben aan vernieuwing, niet enkel op technologisch vlak, maar ook op het vlak van beleid. Vlaanderen staat ook voor de opdracht om zijn economische belangen — bijvoorbeeld zijn rol als logistieke draaischijf — te rijmen met de uitdagingen van de klimaattransitie. Ook de gehele voedselketen, van productie tot distributie, van consumptie tot afvalbeheer, botst vandaag op zijn limieten. We hebben nood aan financiële ruimte voor pilootprojecten en proeftuinen waarin vernieuwende en radicale oplossingen uitgetest kunnen worden.

33


# Sociale transitie Steden zijn laboratoria voor creatie en vernieuwing.

Na jaren van doemverhalen over de leegloop en het verval van de stad blijkt dat de bevolking in de Vlaamse steden opnieuw toeneemt. In de “grootsteden” Antwerpen, Gent en Brussel bedraagt de groei tegen 2018 respectievelijk 12, 8 en zelfs 20%. De bevolkingsgroei in de steden is te danken aan een hoog geboortecijfer en een sterke instroom van nieuwkomers. Wanneer meer mensen dicht op elkaar wonen, ontstaan vanzelfsprekend sociale tegenstellingen, conflicten en ongelijkheid. Die tegenstellingen zijn meervoudig. Door een grotere instroom van nieuwkomers verkleurt de bevolking in de steden aan een ijlsnel tempo. De verkleuring is ook steeds complexer. Migranten komen uit alle hoeken van de wereld, en niet meer enkel, zoals de vroegere opeenvolgende immigratiegolven, uit Italië, Turkije of Marokko. Die “superdiversiteit” leidt onvermijdelijk tot sociale conflicten en onbegrip en werpt de vraag op wat nog gemeenschappelijk is tussen de verschillende culturele gemeenschappen. Behalve de verkleuring zetten ook fenomenen als de vergrijzing en de vergroening een sterke druk op de samenleving. In tijden van crisis komen de welvaartsstaat en de solidariteit tussen de generaties steeds meer onder druk te staan. Ook in het gedeelde gebruik van de publieke ruimte ontstaan conflicten tussen de generaties. Ook de aanhoudende financiële crisis leidt tot steeds meer Raket in De Muide, Gent, 2011. © Michael De Lausnay

sociale ongelijkheid. En hoewel sociale ongelijkheid en tegenstellingen van oudsher deel uitmaken van het stedelijke leven, en de stad zelfs gezien kan worden als een sociale ladder voor mensen die hopen op een betere toekomst, toch is een duurzame stad ook een sociaal duurzame en rechtvaardige stad. Verkleuring, vergrijzing, vergroening, groeiende sociale ongelijkheid: deze fundamentele maatschappelijke transities zetten de bestaande sociale verbanden en manieren van samenleven op losse schroeven. Verder in deze publicatie

34

35


“Een plaats in een stad wordt een plek

# Sociale transitie

wanneer mensen er spontaan samen-

betoogt Stijn Oosterlynck dat de “samenleving niet meer is”. In de multiculturele

komen en samen dingen doen. Dit is niet

evidentie meer. Solidariteit en samenleven moeten daarom opnieuw gefundeerd

per se de woonplaats. Een voorbeeld

gedeelde verantwoordelijkheid voor een plek.”

worden. Oosterlynck vindt deze nieuwe basis in bij uitstek stedelijke categorieën: nabijheid en plaats. Bewoners en gebruikers hoeven niets gemeenschappelijk te hebben om een gedeelde visie te ontwikkelen, behalve de plaats die ze samen

zijn de stadstuintjes in de Rabotwijk in Gent. Hier ontstaat een gevoel van

en sociaal sterk ongelijke steden zijn gedeelde waarden en normen geen

bewonen en/of gebruiken.

“Een systeem van dorpsraden kan het gemeenschapsgevoel versterken. Zulke raden organiseren regelmatig overleg op wijkniveau, vormen het aanspreekpunt voor de overheid en staan in voor kleine wijkprojecten.”

“Elke wijk is uniek. De aanpak verschilt

dan ook van wijk tot wijk. Sterkere wijken nemen vaak zelf initiatief, andere wijken moet je meer stimuleren om projecten

Talloze initiatieven tonen aan dat deze strategie vruchtbaar kan zijn. In verschillende Vlaamse steden zijn van onderuit initiatieven ontstaan die een gedeelde verantwoordelijkheid voor een plaats aangrijpen om nieuwe banden te smeden tussen verschillende bevolkingsgroepen. Lokale verenigingen, sociaal-artistieke organisaties, opbouw- en straathoekwerkers, buurt-economische actoren, stedelijke actiegroepen en lokale ondernemers slagen erin om de burgers te mobiliseren rond de meest diverse projecten en ze te betrekken bij het beleid. De overheid staat dan ook voor de uitdaging om de laboratoriumfunctie van de stad niet alleen te erkennen en ervan te leren, maar ook om de bestaande projecten te valoriseren en te ondersteunen. Oosterlynck pleit dan ook voor een “sensitieve stad”: een stad waarin een stedelijke overheid gevoelig is voor wat er leeft en ondernomen wordt in de samenleving. Een sensitieve stad spoort bestaande praktijken op en stimuleert ze naar het model van de technologische innovatie: zaaigeld, logistieke steun, netwerkinitiatieven, prototypesteun, steun voor onderzoek en het aanbieden van financiële doorgroeimogelijkheden voor succesvolle sociaal innovatieve acties. Het is in de stad dat de kiemen van een nieuwe samenleving van de eenentwintigste eeuw te vinden zijn. De maatschappelijke transities doen zich daar niet alleen het scherpst voor, ook de creativiteit en het engagement om ermee om te gaan is daar het meest aanwezig. Dichtheid en nabijheid, de essentiële kenmerken van de stad, bieden eens te meer maatschappelijke meerwaarde.

te organiseren.” 36

37


# Ruimtelijke transitie Publieke ruimte is de essentie van de stad.

De alleenstaande woning met tuin en garage op een verkaveling buiten de stad is het woonideaal bij uitstek in Vlaanderen. Grote delen van het Vlaamse territorium bestaan dan ook uit een patchwork van verkavelingen en lintbebouwing. Dit model is niet langer houdbaar. Door de bevolkingstoename en de oprukkende verstedelijking komen natuurgebieden, landbouwproductie, watervoorziening en natuurlijke overstromingsgebieden in de verdrukking. In een suburbaan Vlaanderen blijven we aangewezen op de auto om ons vervoer te organiseren, waardoor de wegen dichtslibben en niet alleen het milieu en het klimaat maar ook de economie zwaar belast worden. Verspreide verstedelijking is ook heel duur. Onderhoudskosten voor onze uitgebreide rioleringsnetwerken en andere nutsvoorzieningen swingen de pan uit. Ook vernieuwende energiesystemen zoals smart grids of warmtenetten zijn slechts rendabel in een verdichte, stedelijke omgeving. Verdere verdichting van de stedelijke kernen lijkt het meest gepaste antwoord Dijlepad, Mechelen, 2003. © Niels Donckers

op deze problemen. Te meer omdat alle prognoses aangeven dat de stad in Vlaanderen aan een opmars bezig is. De stad groeit en moet een steeds grotere populatie huisvesten. Zomaar verdichten om te verdichten dreigt echter de leefbaarheid van de stad te bedreigen en de stadsvlucht van jonge gezinnen met kinderen verder aan te wakkeren. Om de stad tot een aangename woon- en verblijfplaats te maken, zodat de stad kan concurreren met de droom van het “landelijke leven”, is “slim verdichten” de boodschap. Slim verdichten is in de eerste plaats programma’s verweven. Meer woningen bouwen betekent ook voorzien in scholen, winkels, zorgcentra, sport- en cultuurvoorzieningen, publieke ruimte en groen. Slim verdichten streeft naar meervoudig ruimtegebruik. Een school, een kinderdagverblijf, een bibliotheek en sociale woningen kunnen gemakkelijk gecombineerd worden. Door de

38

39


“De bevolkingsprognoses vertonen een zweepslageffect. Vandaag hebben we dringend nood aan bijkomende kinderdagverblijven en kleuterscholen, drie jaar later aan basisscholen en zes jaar later aan middelbare scholen. We moeten dus aanpasbaar en flexibel bouwen. Soms zullen we ook tijdelijk moeten bouwen, wat niet evident is vanuit het standpunt van duurzaamheid.”

# Ruimtelijke transitie

programma’s te stapelen, kan de ruimte zuiniger gebruikt worden. Slim verdichten is het delen van voorzieningen. Een brede school, die zijn lokalen of de sporthal na de schooluren openstelt voor buurtverenigingen, is hier een goed voorbeeld van. Verdichten leidt dus niet noodzakelijk tot meer, maar net tot minder bouwvolume. Verdichten is ruimte besparen. Op die manier kan nieuwe publieke ruimte ontstaan, de essentie van de stad. De recepten zijn beproefd en vinden steeds meer ingang, ondanks de bestaande regelgeving en subsidiemechanismen, die zulke initiatieven nog te vaak in de weg staan. Maar ook slim verdichten botst op zijn limieten. Hoeveel kunnen we nog verdichten vooraleer de leefbaarheid van de stad in het gedrang komt? De stad groeit en nadert haar verzadigingspunt. Moet de stad enkel verticaal groeien, of ook horizontaal? De stelling dat de stad ook buiten haar administratieve

“In de toekomst moet alle ruimte zinvol

grenzen moet kunnen groeien, ligt gevoelig. Veel gemeenten in de invloeds-

ingevuld worden, zowel bebouwde als

landelijke karakter bewaren. Na de negentiende-eeuwse gordel heeft ook de

onbebouwde ruimte. Zuivere leegte in

te verdichten. Een open debat en een verregaande samenwerking tussen de

de stad wordt een luxe van het verleden.”

heeft hierin een bemiddelende rol te spelen.

“Een stad kan verder verdichten en toch heel leefbaar blijven. Kijk maar naar Barcelona, een zeer verdichte, maar ook zeer leefbare stad. De dichtheid in Antwerpen is lager dan die in Barcelona. Er zijn dus zeker nog mogelijkheden.”

40

sfeer van de stad keren zich tegen de oprukkende verstedelijking en willen hun twintigste-eeuwse rand van de steden echter enorm veel potentieel om verder steden en hun omliggende gemeenten dringen zich op. De Vlaamse overheid

Door de stad als een groter geheel te beschouwen, ontstaat een kans om het patroon van de verspreide verstedelijking een halt toe te roepen en in een nieuwe richting te sturen. Door te verdichten op strategische plaatsen, nabij werkgelegenheid of assen van openbaar vervoer, kunnen andere plaatsen gevrijwaard blijven van de verstedelijking en omgevormd worden tot productieve landschappen waar recreatie en beleving samengaan met de productie van voedsel, water, energie en biodiversiteit. Dat alles heeft enorme consequenties voor het Vlaamse Stedenbeleid. Van een beleid voor de stad, gaan we naar een beleid voor meer stad, voor meer stedelijkheid, voor meer samenwerking.

41


# Naar een vernieuwd Stedenbeleid De stad is de motor van de samenleving.

Het Vlaamse Stedenbeleid heeft de ambitie om de stad — als het meest duurzame samenlevingsmodel, bron van creativiteit en motor van de samenleving — te versterken. Steden denken niet in termen van problemen maar van oplossingen. Net daarom maken ze het verschil en zijn ze voorlopers en voortrekkers op het vlak van maatschappelijke vernieuwing en duurzaamheid. Het Vlaamse Stedenbeleid heeft de ambitie om de stedelijkheid in Vlaanderen verder te versterken. Het voorbije decennium ontwikkelde het Vlaamse Stedenbeleid tal van instrumenten die de steden concrete hefbomen aanbieden om de maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Nu de steden zich vandaag voor nieuwe uitdagingen en transities gesteld zien, moeten ook deze instrumenten opnieuw tegen het licht gehouden worden. Zo werkt het Vlaamse Stedenbeleid momenteel aan de uitwerking van de tweede generatie Stadscontracten. De Stadscontracten zijn ontstaan op vraag De Genks, Genk, 2011. © Michael De Lausnay

van de steden. Die wensten van de Vlaamse overheid een meer inclusieve en integrale benadering voor complexe stadsprojecten, waar vaak verschillende beleidsdomeinen samenkomen en verschillende instanties betrokken zijn. Maar terwijl de Stadscontracten — en met hen het gehele Vlaamse Stedenbeleid — het voorbije decennium traditioneel sterk gedomineerd werden door een projectmatige aanpak, zullen de Stadscontracten 2.0 meer programmagericht te werk gaan. Door open programma’s in het leven te roepen die steunen op echte partnerschappen tussen de verschillende Vlaamse en stedelijke overheden, het maatschappelijke middenveld en de diensten en agentschappen van de Vlaamse overheid, kunnen de steden met een langetermijnvisie werken aan systemische transities in de stad, in plaats van enkel te focussen op een welbepaald project met een duidelijke perimeter, afgebakende doelstellingen en een afgelijnd tijdskader. In zulke programma’s is de stad als geheel het object van verandering. Het Vlaamse Stedenbeleid maakt van deze Stadscontracten 2.0 of “Stads-

42

43


“Vlaanderen moet over de grenzen

# Naar een vernieuwd Stedenbeleid

heen kijken. Het model van de

programma’s” een speerpunt, maar wil dit proces vooral ook van onderuit laten

Euregio’s bestaat al en moet verder

Vlaamse entiteiten het traject moet voeden.

groeien, waarbij een intense dialoog tussen lokale actoren en stedelijke en

versterkt worden. Maastricht en de

Ook de aanpak voor de subsidiëring van de Stadsvernieuwingsprojecten krijgt

regio Kortrijk-Rijsel zijn goede voorbeelden.

in goede banen te leiden. Zo wordt de jury verbreed met een deskundige in

Samenwerking over de grenzen heen is mogelijk op het vlak van transport, energie, onderwijs, werkgelegenheid, cultuur, enzovoort.”

““

“We bevinden ons op een cruciaal moment. De Vlaamse overheid werkt tegelijkertijd aan een nieuw Beleidsplan Ruimte,

een update. Er zal meer aandacht gaan naar manieren om de klimaattransitie energieduurzaamheid en duurzame stedelijke mobiliteit. Ook de Conceptsubsidie krijgt een breder perspectief. De Conceptsubsidie is een korte, gerichte ondersteuning voor kwaliteitsvolle maar nog onrijpe projecten die het potentieel in zich hebben om tot een succesvol stadsvernieuwingsproject uit te groeien. Tot voor kort ging de Conceptsubsidie naar begeleiding voor het stedenbouwkundige ontwerp, ondersteuning op het vlak van publiek-private samenwerking (PPS) of de optimalisatie van het participatieproces. Vanaf 2012 kan de Conceptsubsidie ook ondersteuning bieden op het vlak van energie- en klimaatduurzaamheid, duurzame stedelijke mobiliteit, sociale innovatie, creatieve economie, enzovoort. Hiermee komt de herziening van de Conceptsubsidie ook tegemoet aan de sociale transitie, omdat nog meer dan voorheen verder gebouwd wordt op lokale noden, het bestaande potentieel en de inbreng van onderuit. Het Stedenfonds is voor de steden steeds een uitermate belangrijk hefboominstrument geweest om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Het Stedenfonds riep talloze innovatieve acties in het leven en maakte het mogelijk dat experimenten konden doorgroeien tot volwaardige projecten. Het Vlaamse Stedenbeleid wil steden verder ondersteunen in hun duurzame keuzes en ziet de drie transitiethema’s als een mogelijke leidraad voor de steden om hun

een nieuw Mobiliteitsplan en een nieuw

Stedenfondskeuzes te onderbouwen. Belangrijk hierbij is dat de projecten die

Beleidsplan Wonen. Deze op elkaar

de dagelijkse praktijken in de steden.

afstemmen tot een geïntegreerd plan

Met de Innovatieve Projecten ondersteunt het Vlaamse Stedenbeleid innoverende

is een enorme kans en uitdaging.”

en leven in de stad aantrekkelijker maken. Het Vlaamse Stedenbeleid biedt

44

dankzij het Stedenfonds opgezet of ondersteund worden, vertrekken vanuit

en experimentele projecten van verenigingen en instellingen die het wonen hiermee zaaigeld aan innovatieve projecten die van onderuit groeien en mee

45


“Zal het concept van de Vlaamse ruit zijn functionaliteit behouden in de toekomst wanneer men met hernieuwbare energiebronnen zal werken? Het model van de Vlaamse ruit is immers gebaseerd op fossiele brandstoffen.”

# Naar een vernieuwd Stedenbeleid

het stedelijk beleid vormgeven. In 2012 wil het Vlaamse Stedenbeleid een stap verder gaan dan het financieel ondersteunen van deze initiatieven. Op basis van de transitieaanpak wil ze projecten laten leren van elkaar, zodat ze zichzelf maar ook de steden naar een hoger niveau tillen. De knowhow en de kennis die in een stad ontstaan, kunnen op die manier geëxporteerd worden naar andere steden en gemeenten in Vlaanderen. Ook de Stadsmonitor, die de leefbaarheid van de steden in kaart brengt en aangeeft hoe duurzaam hun ontwikkeling is, blijft een belangrijk transitie-instrument.

“Het is de taak van de overheid om

Net door haar domeinoverschrijdend duurzaamheidskarakter blijft ze zelfs na

innovatie op te sporen en te verspreiden,

vier edities een voorloper die het strategische debat in de steden voedt. Het is

zodat zoveel mogelijk mensen er baat bij

het die voortrekkersrol kan blijven vervullen.

hebben. De toegang tot innovatieve

Tot slot stelde de Vlaamse overheid een “transitiemanager duurzame en creatieve

ideeën en projecten mag niet beperkt

het horizontale karakter van het Vlaamse Stedenbeleid verder te versterken

blijven tot de kleine groep die ze initieert.”

Vlaamse entiteiten en de steden nog te veel ad hoc. Dankzij de transitiemanager

steden” aan. De transitiemanager coacht en stimuleert. Hij heeft tot taak om

“Hoe nauw betrek je de burgers bij de ontwikkeling van hun stad? Burgerparticipatie kan leiden tot kwaliteit, maar ook tot middelmatigheid.”

46

dan ook de bedoeling om dit instrument stapsgewijs verder te versterken zodat

en te consolideren. Vandaag gebeurt de samenwerking tussen de verschillende kunnen de partnerschappen op een structurele manier ingang vinden in het beleid van Vlaanderen en de steden. De optelsom van deze kleinere en grotere acties en vernieuwingen kan van het programma “Duurzame en creatieve steden” een geslaagd proces maken. Met de ViA-Rondetafel is alvast een eerste, cruciale stap gezet in het investeren in een duurzame toekomst. De transitie naar duurzame en creatieve steden is in hoofdzaak evolutionair, maar net daarom ook dat tikkeltje revolutionair. Niet het heruitvinden of radicaal veranderen, maar wel het voortbouwen op het potentieel van de dagelijkse praktijken in de steden, kan een nieuwe wind doen waaien in de Vlaamse steden. Het Vlaamse Stedenbeleid spreekt de ambitie uit om Vlaanderen resoluut binnen te leiden in de eeuw van de stad. Als de stad de motor is van de samenleving, ligt het vormgeven van een duurzame toekomst voor iedereen in de handen van de steden.

47


Klimaattransitie Hard en zacht verzoenen — Technologie en samenleefbaarheid in een duurzame stad

Yves De Weerdt OnderzoekscoĂśrdinator duurzame stedelijkheid bij de Vlaamse instelling voor technologisch onderzoek (VITO)

49


Klimaattransitie

Klimaattransitie

Duurzame stedelijkheid is zoveel meer dan

Het beeld dat de meeste mensen hebben van

vlak innemen — zijn we hier meer geneigd

de aarde is een bol. Gezien vanuit de ruimte

om het perspectief te volgen dat steden als

energiezuinige huizen bouwen, groen in de

is die bol een veelkleurige knikker. Vraag

waardevolle opportuniteiten bekijkt om de

mensen uit hun hoofd wat de overheersende

uitgangspunten van duurzame ontwikkeling

stad of sleutelen aan duurzame stadsmobiliteit.

kleuren zijn en ze antwoorden negen op de

maatschappelijk in te bedden.

De veranderingen nodig om de klimaatuitdagingen

startbeeld van Google Earth, laat ons zeggen.

Een kernvraag die naar voren komt vanuit het

Het interessante is dat steden in dat “globale

perspectief van transitie en klimaat in steden,

het hoofd te bieden, zijn op een fundamentele

beeld” eigenlijk niet voorkomen. Onze steden,

is niet alleen wat steden moeten doen, maar

hoe groot ook, zijn vanuit de ruimte niet

vooral hoe ze dat moeten doen. De uitdagingen

manier verweven met bijna alle componenten

zichtbaar.

zijn immers al langer dan vandaag in grote

van onze levensstijl, onze manier van beleid voeren,

Het beeld wordt anders als je de aarde aan

schort. Er is nood aan nieuwe, meer integrale

ons politiek systeem en onze economische

de nachtzijde bekijkt. De heldere, blauwe en

oplossingen en een visiegedreven aanpak.

groene kleuren maken plaats voor dominerend

Er wordt nog steeds te vaak in het complexe

zwart, met als enig contrast witte slierten.

stedelijk weefsel ingegrepen vanuit een

Ze lichten letterlijk het stedelijke weefsel van

“gecompartimenteerde” beleidsvisie, gestruc-

onze wereld uit. Ze duiden de knooppunten

tureerd volgens de klassieke beleidsdomeinen.

aan waar mensen, energie, communicatie,

Dat is vaak het gevolg van een in hoofdzaak

handel en cultuur samenkomen. Dit stedelijke

politieke logica, zoals het verdelen van

weefsel, dat reeds grote delen van de wereld

portefeuilles — en niet, bijvoorbeeld, van

omhelst, en wat Jeb Brugmann “De Stad”

projecten — bij de samenstelling van een

organisatie. Het zal dus niet enkel volstaan om dingen beter te doen, stelt Yves De Weerdt van het VITO, we zullen dingen ook radicaal anders moeten doen.

tien keer: blauw, groen en wit. Het klassieke

lijnen bekend. Het is aan de actiezijde dat het

1

(met hoofdletter) noemt, bevat door zijn

beleidsploeg. Daarbij komt dat de systeem-

concentratie van functies een grote kracht tot

veranderingen die nodig zijn om bepaalde

verandering. Dat is wat Brugmann “stedelijke

“persistente problemen” op te lossen, niet

voordelen” noemt, en waaronder hij onder

enkel op één niveau kunnen opgelost of

meer schaalvoordeel, dichtheid en associatie-

aangestuurd worden, maar moeten vertrekken

mogelijkheid begrijpt.

van de gelaagdheid van systeemveranderingen

Hoewel er puur op basis van cijfers een neiging

en de kracht die daaruit kan voortkomen als

kan bestaan om steden te problematiseren

ze op een positieve manier wordt ingezet.

— ze zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor

50

drie kwart van de wereldwijde emissies,

De kwesties van klimaat en transitie in

terwijl ze minder dan 3% van het aardopper-

steden moeten we daarom ook benaderen

51


Klimaattransitie

Klimaattransitie

vanuit een multi-level-governancelogica, 2

grenzen van steden en stedelijk beleid te

om van daaruit te kijken hoe die zich naar

beheersen, laat staan te sturen. De belang-

verschillende domeinen en niveaus vertaalt.

rijkste uitdaging van steden lijkt in dat opzicht

Daarvoor moeten we in eerste instantie naar

niet in eerste instantie te liggen in wat ze

overkoepelende principes zoeken die tot een

doen, maar veeleer in hoe ze met dat gegeven

duurzame stedelijke ontwikkeling kunnen

omgaan. In de eerder genoemde Lissabon-

leiden. De Lissabon-principes van sustainable

principes heet het adaptive management,

3

governance zijn daar een mooi voorbeeld

maar ook termen als resilience (of veerkracht)

van. Zij moeten echter verder onderzocht

zijn veelgebruikt.4 Wat dit kan betekenen voor

worden op hun directe relevantie voor een

steden, hoe het kan bijdragen aan transities

duurzaam stedelijk beleid.

naar duurzame (stedelijke) ontwikkeling, en hoe dit inhaakt op concrete domeinen zoals

“Hoewel er puur op basis van cijfers een neiging kan bestaan om steden te problematiseren — ze zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor drie kwart van de wereldwijde emissies, terwijl ze minder dan 3% van het aardoppervlak innemen — vormen steden waardevolle opportuniteiten om de uitgangspunten van duurzame ontwikkeling maatschappelijk in te bedden.”

bijvoorbeeld duurzaam bouwen, energie en materialenbeheer, willen we in deze nota exploreren. Daarbij zullen we trachten om meteen ook bruggen te slaan naar de ruimtelijke en de sociale problematiek, die elders in dit boek aan bod komen. We zijn immers overtuigd dat een van de belangrijkste sleutels van oplossingen voor duurzame stedelijkheid te zoeken is in de integratie van disciplines, perspectieven en beleidsniveaus.

De verschillende fases van het transitiedenken. © VITO

Transitiemanagement: brug tussen duurzame ontwikkeling en stedelijke planning? De ambitie van “transitiemanagement”

Het uitgangspunt voor deze inspiratiepaper,

kunnen we kort samenvatten als het streven

is als volgt samen te vatten: de uitdagingen

naar de uitbouw van een omvattend maat-

die globale veranderingen meer en meer aan

schappelijk kader dat leidt tot duurzame

steden stellen, zijn onmogelijk binnen de

ontwikkeling. De groeiende aandacht voor

52

53


Klimaattransitie

Klimaattransitie

transitiemanagement in Vlaanderen zorgt

tijdsdimensie toe. Duurzame ontwikkeling

ervoor dat het denkproces over de manier

spreekt op die manier in principe een heel

waarop duurzame ontwikkeling geïntegreerd

brede waaier van belangen en actoren aan,

kan worden, in een stroomversnelling aan het

maar dit appel wordt voorlopig overwegend

geraken is. Anderzijds is het risico van de snel

en bijna uitsluitend in academische en beleids-

stijgende aandacht voor transitiemanagement

middens opgenomen. Het was de grootste

dat de rijkdom van deze benadering wordt

kritiek van Ulrich Beck op het laatste wereld-

uitgehold, en transitie tot een louter mode-

congres van de sociologie in Gothenburg in

woord verwordt.

2011, dat wetenschappers er nog steeds niet in geslaagd zijn om duurzame ontwikkeling

“Een kernvraag is niet alleen wat steden moeten doen, maar vooral hoe ze dat moeten doen. De uitdagingen zijn immers al langer dan vandaag bekend. Het is aan de actiezijde dat het schort.”

De uitdaging is niet om “dingen beter te doen” maar om “dingen anders te doen”. © VITO

bij de “gewone mens” te krijgen. 5 Onder meer het zeer lezenswaardig Advies O76 van de Nederlandse VROMraad over duurzame verstedelijking geeft duidelijk aan hoe er ook op niveau van steden met dit probleem geworsteld wordt. 6 Duurzame stedelijkheid is zowel vanuit milieuoogpunt, als vanuit het oogpunt van materialen,

Er is hoe dan ook nog een weg te gaan

ruimte en sociale cohesie dan ook een

vooraleer duurzame ontwikkeling ook voor

belangrijk domein waarop de vertaalslag van

gewone burgers als kompas of inspiratie kan

de bestaande kaders van duurzame ontwikkeling

dienen. Hoewel duurzame ontwikkeling een

naar de heersende kaders binnen stedelijke

inspirerend en richtinggevend concept is,

ontwikkeling, zoals ruimtelijke planning, nog

refereert het niet aan een coherent gedachte-

veel sterker kan ontwikkeld worden.7

goed. Het leunt in die zin aan bij meer

54

ingeburgerde termen zoals “ruimtelijke

Dat is nodig, omdat we vanuit transitiedenken

kwaliteit” (een veeleer fysiek kenmerk van

overtuigd zijn dat steden voor fundamentele

de gebouwde omgeving) of “leefbaarheid”

veranderingen staan, willen ze leefbaar

(dat veeleer een sociaal kader kent). Duur-

blijven en tegelijk een rol spelen in de strijd

zame ontwikkeling voegt aan die fysieke en

tegen de klimaatverandering. Transitiedenken

sociale dimensies van een duurzame stede-

is op stedelijk niveau zeker niet zaligmakend.

lijkheid de ecologische component en de

De discipline is nog in volle ontwikkeling, en

55


Klimaattransitie

Klimaattransitie

moet zich op een aantal vlakken nog bewijzen.

te grijpen in de stedelijke ontwikkeling.

sering van communicatiemiddelen (internet,

volgens een pay-per-lumenprincipe. De klant

Wel is het integrale, systeemgerichte karakter

De band tussen leefbaarheid en kindvrien-

smartphones) gecombineerd met het bewust-

betaalt Philips voor het geleverde licht, niet

van transitiedenken sterk in lijn met de

delijkheid is daar een goed voorbeeld van.

zijn van een mogelijke toekomstige materiaal-

meer voor de verlichtingsinfrastructuur,

complexiteit van stedelijke ontwikkelingen.

De ruimtecel van Kind en Samenleving zegt

schaarste. Daarin ziet bijvoorbeeld John Thackara

de technologie. Die blijft eigendom van de

Bovendien heeft transitiedenken naast

daarover: “De uitdagingen zijn vaak dezelfde.

een uitgelezen kans voor een systeem-

leverancier. De leverancier heeft er daardoor

9

aandacht voor de (ook kortetermijn)resultaten,

Kindvriendelijkheid en duurzaamheid vragen

omwenteling. Neem bijvoorbeeld de sterk

baat bij om zijn technologie te verbeteren,

ook sterk oog voor het weerbaarder, veer-

doorgedreven keuzes op het vlak van mobiliteit

ingeburgerde doe-het-zelfcultuur. Die is

zodat ze minder energie verbruikt, want zo

krachtiger maken van het stedelijke systeem,

(bv. autoluwe wijken, gebundeld parkeren),

gebaseerd op een systeem waarbij alle

vergroot hij zijn winstmarges. Bovendien

zodat de inspanningen die geleverd worden

inpassing in het bestaande speelweefsel

mogelijke werkmateriaal via doe-het-zelfzaken

wordt hij zo beter in staat om de door hem

ook op een meer structureel niveau leiden

(breder kijken dan de wijk zelf), uitbouw

dicht bij de mensen wordt gebracht. Boor-

gebruikte materialen in kringlopen op te

tot duurzame stedelijke ontwikkeling.

van het groen-blauwe netwerk en versterken

machines, vlakschuurders, steigers, beton-

nemen en te hergebruiken.

van bestaande landschapselementen, perceels-

molens, enzovoort, ze zijn in menig huis te

Transitiedenken koppelt een sterke aandacht

indeling en inplanting van de woningen

vinden, ook al worden ze maar een fractie

Tot slot is op te merken dat de decentralisering

voor integrale duurzaamheid aan het vergroten

(bv. bundeling van bebouwing, gerichtheid

van de tijd dat mensen ze bezitten ook daad-

van communicatie bijvoorbeeld ook niet los

van de aanpasbaarheid (of veerkracht). Deze

naar het publieke domein…), participatie en

werkelijk gebruikt. Dat is een erg materiaal-

te denken is van het domein van ruimtelijke

8

combinatie maakt het grote verschil met een

communicatie.” Met kindvriendelijkheid heb

intensief systeem, dat op termijn en op grote

planning en stadsontwikkeling. Los van de

optimalisatiescenario. Met een boutade zegt

je dus een eenvoudig en helder sturingsprincipe

schaal moeilijk houdbaar lijkt. Decentrale

vraag hoe fundamenteel de impact ervan is,

men wel eens dat optimalisatie gaat over

dat wervend kan werken naar verschillende

communicatie, via bijvoorbeeld smartphones

is het moeilijk te ontkennen dat bijvoorbeeld

“dingen beter doen”, en dat blijft altijd nodig,

stakeholders, en waarmee ook bewoners van

met GPS-modaliteiten, bieden echter de

sociale media voor een deel de rol van de

terwijl transitiedenken ons bewust maakt dat

steden gemakkelijk affiniteit kunnen opbouwen.

mogelijkheid om mensen die dat willen, snel

publieke ruimte als ontmoetingsplek, als

dit niet volstaat, en dat je ook andere, nieuwe

Wat met het concept duurzame ontwikkeling

en gericht te informeren, bijvoorbeeld over

venster op de wereld, lijken over te nemen

dingen zal moeten doen. Bovenal is transitie-

momenteel nog niet lukt.

de beschikbaarheid van een vlakschuurder,

en dus de functie van publieke ruimten in

een betonmolen, maar bijvoorbeeld ook over

vraag stellen. Het toont weer op een andere

denken een positief denken, dat vanuit gedragen visies breed uitnodigt om mee

Een ander voorbeeld van zulk een concept

overschotten grint of zand in hun wijk of buurt.

manier aan wat een meerwaarde kan zijn

werk te maken van een gewenste toekomst

is “nabijheid”. Door functies op een slimme

Het kan tijd, geld en brandstof besparen.

van systemisch of integraal denken over duur-

voor onze steden.

manier in relatie tot elkaar in te planten, door

zame stedelijkheid.

ze in elkaars nabijheid te brengen, verminder

Een andere concrete toepassing van dit soort

je het mobiliteitsvraagstuk. In die zin maakt

principes wordt wel eens “productdienst-

het deel uit van een integrale ruimtelijke

systeem” genoemd. Een innovatief voorbeeld

planning. Het is een evidente eerste vertaling

waar dit reeds reëel werd toegepast, is de

Steden zijn complexe systemen. Toch is het

van het nabijheidsconcept. Een tweede ver-

samenwerking tussen RAU-architecten en

Duurzame stedelijkheid wordt vaak in relatie

mogelijk om met eenvoudige en heldere

taling van het concept van nabijheid is

Philips. Zij werken voor de verlichting in het

gebracht met leefbaarheid. Wanneer je de

principes op een heel radicale manier in

gerelateerd aan de doorgedreven decentrali-

nieuwe gebouw van het architectenkantoor

literatuur over leefbaarheid doorneemt, krijg

Complexe systemen, eenvoudige oplossingen

56

Technologie voor samenleefbaarheid

57


Klimaattransitie

Klimaattransitie

je vaak een beeld van een leefbaarheids-

bewoners daar het meest gunstig is. Deze

dergelijke stedelijke huursystemen aantreft,

te maken, denken we bijvoorbeeld aan een

concept dat vooral gedefinieerd wordt vanuit

technologie is niet of nauwelijks bereikbaar

en je begrijpt snel dat ook in de ontwerpfase

aantal verwarmingstechnologieën die op dit

het perspectief van het individu ten opzichte

voor mensen die geen dak hebben (zoals

al stedelijke keuzes gemaakt worden.

moment niet geschikt of rendabel zijn op het

van zijn omgeving. Als er al referentie gemaakt

appartementbewoners), of die wel een dak

wordt naar sociale cohesie, wordt dat door-

hebben maar er geen eigenaar van zijn

gaans vertaald naar de afwezigheid van over-

(bijvoorbeeld huurders van een alleenstaande

last, het bestrijden van kleine criminaliteit of

woning) en dus volledig afhankelijk zijn van

maatregelen tegen het onveiligheidsgevoel.

de bereidwilligheid of investeringsbereidheid

Op wijkniveau daarentegen is er een duidelijke

van de eigenaar. De wrevel over de ongelijk-

aandacht voor sociale duurzaamheid. Het valt

heden die ontstaan door toepassing van een

daarbij op dat sociale duurzaamheid een

technologie die dit soort sociale verdelings-

belangrijk instrument vormt bij het “opwaar-

kwesties niet van bij het ontwerp meeneemt,

deren” van meer achtergestelde buurten.

zijn dus voor een groot deel toe te schrijven

De aandacht voor sociale duurzaamheid heeft

aan de gehanteerde ontwerpbenadering, veel

in die zin vaak een remediërend karakter,

meer dan aan het flankerende beleid dat de

maar wordt eerder zelden als een integraal

facto gebonden is aan de initiële technologische

ontwerpcriterium gehanteerd.

ontwerpkeuzes.

Dat laatste geldt in nog sterkere mate voor

niveau van individuele woningen, maar wel

“De meest logische en eenvoudige plaats voor zonnepanelen is een dak. Liefst ook een dak waar geen schaduw op valt, en liefst onder een bepaalde hellingshoek. Het is dus een technologie die het best tot zijn recht komt op het zadeldak van alleenstaande woningen — onze klassieke villa’s en fermettes.”

zeer geschikt zijn op het niveau van huizengroepen of wijken. Dit soort technologieën bezit dus de mogelijkheid om belangen te activeren op het niveau van collectiviteiten en zo een positieve kracht te vormen in het versterken van sociale cohesie.

Vooruit-zijn op de toekomst Omgaan met klimaatverandering, het toepassen van duurzame ontwikkeling, richting geven aan verstedelijkingsprocessen, ze vragen allemaal aandacht voor de lange termijn. De veranderingen die nodig zijn om om te

technologische ontwikkeling. Hoewel er

Er is dus een behoefte aan een grotere

Maar er zijn volgens ons kansen om zelfs

gaan met de uitdagingen die op ons afkomen,

duidelijk een evolutie is, komt de sociale

toenadering tussen beleidsmensen, sociaal

een stap verder te gaan. Om dat te illustreren,

zijn complex en diepgaand. Complex omdat

component nog steeds te vaak pas na de

wetenschappers en technologieontwikkelaars

willen we het begrip “samenleefbaarheid”

ze verweven zijn met bijna alle componenten

probleemstelling in beeld bij technologische

(inclusief ontwerpers) om technologie van bij

naar voren schuiven. Dit concept vergt zeker

van onze levensstijl, onze manier van beleid

ontwikkeling. Onze zonnepanelen zijn hiervan

het ontwerp een grotere sociale gevoeligheid

verder uitwerking, maar het omhelst alvast

voeren, ons politiek systeem en onze eco-

een goed voorbeeld. De meest logische en

mee te geven. Er zijn daarbij “light”-vormen,

twee uitgangspunten bij technologische

nomische organisatie. Diepgaand, omdat het

eenvoudige plaats voor zonnepanelen is een

waarin steden hun eigenheid proberen te

ontwikkeling (waarbij we een brede definitie

niet volstaat om de dingen die we nu doen

dak. Liefst ook een dak waar geen schaduw

vertalen in het ontwerp van voorwerpen die

van technologie hanteren, die zowel een

beter te doen, maar vraagt om soms radicaal

op valt, bijvoorbeeld door andere gebouwen,

mee de identiteit van de stad, en dus ook de

gebouw, een zonnepaneel of een wetgeving

andere dingen te doen. Daarvoor is een blik

en liefst onder een bepaalde hellingshoek.

verbondenheid van inwoners met de stad via

kan betekenen): een technologie mag de

nodig die onze huidige generatie overstijgt,

Het is dus een technologie die het best tot

deze voorwerpen bepalen. De fiets die de

solidariteit tussen mensen niet aantasten,

en minstens tracht te kijken of de oplossingen

zijn recht komt op het zadeldak van alleen-

stad Bordeaux door Starck liet ontwerpen

en anderzijds zou de technologie niet enkel

die we nu bedenken nog zullen werken in de

staande woningen — onze klassieke villa’s en

voor haar huurfietssysteem, is daar een mooi

een probleem moeten oplossen, maar waar

wereld waar de kinderen van onze kinderen

fermettes — ook omdat de verhouding tussen

voorbeeld van. Vergelijk deze fiets met de

mogelijk ook het samenleven stimuleren of

in zullen leven. Dat is een fundamenteel ander

het beschikbare dakoppervlakte en het aantal

niet al te mooie fietsen die je doorgaans in

minstens faciliteren. Om dat laatste concreet

denkkader dan wanneer men op een termijn

58

59


Klimaattransitie

Klimaattransitie

van tien tot vijftien jaar denkt, wat vaak al als

houdelijk energieverbruik moet organiseren.

lange termijn wordt aanzien. Een perspectief

Milieu-impact wordt immers gebaseerd

van meerdere generaties, wat betekent dat

op de emissies veroorzaakt door de energie-

we veertig tot vijftig jaar vooruit kijken, stelt

opwekking. Daarvoor wordt een bepaalde

ons in staat om in oplossingen voor actuele

mix gehanteerd, met een bepaald aandeel

uitdagingen ook al rekening te houden met

hernieuwbare energie. De milieu-impact van

toekomstige uitdagingen.

hernieuwbare energie zal nooit volledig nul zijn, je hebt immers zowel ruimte als materiaal

“Er is een behoefte aan een grotere toenadering tussen beleidsmensen, sociale wetenschappers en technologieontwikkelaars om technologie van bij het ontwerp een grotere sociale gevoeligheid mee te geven.”

beperkt. Gesteld dus dat we op een punt komen waar het energiegebruik van huishoudens

Zie Harriet Bulkeley, “Cities and the Governing of Climate Change”, The Annual Review of Environment and Resources 12, 2010, pp. 141-159.

3

De principes zijn: Responsibility, Scale-matching, Precaution, Adaptive management, Full cost allocation, Participation.

4

R. Costanza et al., “Lisbon principles of sustainable governance”, in C. J. Cleveland, Encyclopaedia of Earth, Environmental Information Coalition, National Council for Science and the Environment, Washington D.C. Published in Encyclopaedia of the Earth, August 9, 2007.

5

Anthony Giddens plaatst dit proces binnen het sociologische kader van maatschappelijk disembedding en re-embedding. Daarmee worden evoluties geduid waarbij belangrijke maatschappelijke veranderingen worden losgetrokken van het maatschappelijk weefsel, in die positie tot ontwikkeling komen (disembedding), maar daarna opnieuw hun plaats moeten vinden in het maatschappelijk bestel. Giddens herkent drie zulke grote processen of belangrijke maatschappelijke evoluties in de voorbije anderhalve eeuw: de uitbouw van een industrieel economisch bestel, de emancipatie van de sociaal-culturele rechten, en als laatste (en dus onvoltooide) de opkomst en uitbouw van duurzame ontwikkeling als denkkader om tegemoet te komen aan de grenzen van de groei, zoals geformuleerd in het fameuze Brundtland-rapport. Zie ook: Anthony Giddens, The Politics of Climate Change, Polity, Cambridge, 2009.

volledig op hernieuwbare energie kan draaien, zal er waarschijnlijk ook een kritisch punt komen waarop de vraag rijst of de impact van de materialen die nodig zijn voor verdere

6 www.rli.nl/sites/default/files/Duurzame%20 verstedelijking%2003-2010%20advies.pdf 7

De onderzoekslijn “Cities in Transition” in het nieuwe steunpunt transitie voor duurzame ontwikkeling (TRADO) zal hier ongetwijfeld al enkele belangrijke stappen zetten.

8

Onderzoekscentrum Kind en Samenleving, Nieuwsbrief Kind en Ruimte, nr. 24, p. 13.

9

J. Thackara, Plan B, Ontwerpen in een complexe wereld, SUN, Amsterdam, 2010.

energetische verbetering aan huizen niet groter is dan de milieuwinsten als gevolg van Het spreekt vanzelf dat het antwoord op deze

gingen het energieprobleem (vaak gereduceerd

vraag een sterke impact kan hebben op

tot impact en emissies) hoog op de agenda.

mogelijke beleidskeuzes. De aanpassing van

Dat vertaalt zich bijvoorbeeld in steeds strengere

ons gebouwenpatrimonium vraagt immers

normen voor energieprestatie en energie-

een aanzienlijke materiaalinzet. In het generatie-

efficiëntie van gebouwen. Het energiever-

overstijgend perspectief van duurzame

bruik van gebouwen is immers nog steeds

ontwikkeling (in casu transitiemanagement)

verantwoordelijk voor een meer dan aanzienlijk

daagt duurzame stedelijkheid ons uit om nu

deel van de uitstoot van broeikasgassen.

al bewust te zijn van de materiaalintensiteit

Maar laat ons eens een denkoefening doen

en het ruimtelijke beslag van geformuleerde

en de vraag stellen of het gebouw wel degelijk

oplossingen, net als van de impact die ze

het grootste probleem vormt in deze proble-

hebben op de sociale cohesie.

60

2

plaatsen, maar ze blijft relatief gezien uiterst

Zo staat op dit moment bij de klimaatuitda-

gebouw zijn verwarming, koeling en huis-

J. Brugmann, De Stad 2.0. Hoe steden de wereld veranderen, Business, Amsterdam, 2009.

nodig om bijvoorbeeld een windturbine te

het mindere energieverbruik na de verbetering.

matiek, dan wel de energiemix waarmee het

1

61


Sociale transitie Naar een sensitieve stad — De stad als bron van sociale innovatie

Stijn Oosterlynck Docent stadssociologie en woordvoerder van Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS), Universiteit Antwerpen

62

63


Sociale transitie

Sociale transitie

De verschillende transities die onze maatschappij

De samenleving is niet meer. De stelling

vestigen op de weerbaarheid van het samen-

klinkt als een provocatie. Toch stelt deze

leven zelf. De samenleving reageert op de

doormaakt — op het vlak van ecologie, economie,

uitspraak een fundamentele vraag aan de

uitdagingen die op haar afkomen.

orde: wat maakt een maatschappij meer dan

Die reacties, individueel of collectief, ongepland

technologie en demografie — zetten de basis van

de optelsom van individuen? Hoe groeien in

of intentioneel, zijn niet de context waarbinnen

een maatschappij duurzame sociale verbanden

het transitiegebeuren zich afspeelt, maar

ons “samen-leven” onder druk. Stijn Oosterlynck

die het samenleven ondersteunen en vorm

maken integraal deel uit van het transitie-

geven? Wat creëert gemeenschappelijkheid

proces. Transities vergen dus het herdenken

van OASeS stelt dat een nieuwe samenleving

in belangen, visies en ervaringen? Het is de

en heruitvinden van de samenleving. Dit her-

vraag naar het bindmiddel van de individuen

denken en heruitvinden is al aan de gang,

nieuwe vormen van solidariteit vergt. De klassieke

en groepen die een bepaalde ruimte, of die

maar wordt dikwijls niet als dusdanig herkend.

vormen van solidariteit, gebaseerd op gedeelde

Het is ook de basiskwestie die voorligt in de

Het transitieproces dat onze maatschappij

sociologie, een wetenschappelijke discipline

doormaakt is (minstens) vijfvoudig. Het neemt

die geboren is in tijden van grote maatschap-

een demografische, ecologische, sociaal-

pelijke transities en de bijbehorende politieke

economische, sociaal-ruimtelijke en bestuurlijke

onrust.

vorm aan. De eerste transitie is de demo-

waarden en normen, intercultureel contact en begrip of sociale strijd, volstaan niet meer.

nu materieel of virtueel is, met elkaar delen.

grafische transitie. Onze bevolking verkleurt

Hij stelt een nieuwe vorm van solidariteit voor

De stelling “de samenleving is niet meer”

aan een snel tempo, vooral in de grootsteden

die de troeven van de stad — densiteit en

wil suggereren dat deze vragen vandaag

en regionale steden, maar in toenemende

meer dan ooit actueel zijn. Onze maatschappij

mate ook daarbuiten. De verkleuring is ook

maakt verschillende diepgaande transities

steeds complexer. Diversiteit wordt super-

door die niet alleen het milieu, de economie

diversiteit.1

dichtheid — aanwendt als bron van sociale innovatie.

64

en onze technologische infrastructuur op de proef stellen, maar ook de fundamenten

Immigratie gaat niet alleen meer over Zuid-

van het samenleven zelf uitdagen. De term

Europeanen, Marokkanen of Turken, maar

transitie wordt hier enigszins afwijkend niet

over nieuwkomers vanuit alle hoeken van

gebruikt om te verwijzen naar een instrument

de wereld. “Superdiversiteit” werpt de vraag

om aan te sturen op radicale verandering,

op wat nog gemeenschappelijk is tussen die

maar naar een feitelijk proces. Door transities

culturele gemeenschappen en de mengvor-

hier niet te zien als door strategische planners

men ertussen. Onze bevolking vergrijst en

of change designers geplande of anderzijds

verzilvert ook. Dit zet de relaties tussen de

gestuurde ontwikkelingen, wil ik de aandacht

generaties ook onder druk. In het pensioen-

65


Sociale transitie

Sociale transitie

debat wijzen zelfbenoemde vertegenwoordigers

ding van productieactiviteiten, enzovoort.

van de jongeren oudere generaties met de vinger voor het vasthouden aan verworven

De derde transitie is de sociaal-economische

rechten. In stedelijke publieke ruimtes vinden

transitie. Ondanks een goed economisch

veel conflicten hun oorsprong in de wederzijdse

klimaat (althans tot 2007) en een toenemende

ergernis tussen het ruimtegebruik van jongeren

dynamiek op de arbeidsmarkt nam de

en ouderen. Maar in de steden vergrijst de

(financiële) armoede in Europa niet af.

bevolking niet alleen, maar vindt ook een

Sinds de globale financieel-economische

vergroening — een toename van het aantal

crisis, die in 2008 ontstond op de oververhitte

kinderen en jongeren — van de bevolking

Amerikaanse vastgoedmarkt en algauw

plaats. Om het maatschappelijk potentieel

een bankencrisis werd en nog later — na de

van die veranderende demografische samen-

redding van de banken door de overheid en

stelling te valoriseren zijn ingrijpende

een vertragende economie — een schulden-

investeringen nodig, maar ook het vormen

crisis, domineert een soberheidsagenda de

van nieuwe duurzame sociale verbanden.

sociaal-economische discussie. Die soberheidsagenda stelt de sociale cohesie in de Europese

Daarnaast is er sprake van een ecologische

samenlevingen op de proef. Daarnaast

transitie. Regelmatig wordt bericht over onze

ontstonden de voorbije decennia nieuwe

onhoudbare ecologische voetafdruk. Lokaal

vormen van sociale uitsluiting en nieuwe

ontstaan er experimenten met “transitie-

sociale risicogroepen, zoals bijvoorbeeld

netwerken”, “voedselteams”, enzovoort,

éénoudergezinnen, werkloze huishoudens

terwijl ontwikkelingslanden en Westerse

en huishoudens met een laaggeschoolde

sociaal-ecologische bewegingen oproepen

mannelijke kostwinner. 3 Ondertussen wordt

tot meer “klimaatrechtvaardigheid”, soms

de discussie over de houdbaarheid van de

zelfs met de eis aan ontwikkelde, Westerse

welvaartstaat steeds vaker gekoppeld aan

economieën om hun ecologische schuld aan

het migratievraagstuk. Het nationaal sociaal

2

hen af te betalen. In reactie op deze groeiende

contract dat de verdeling van de welvaart

bezorgdheid over de slechte staat van onze

in de ganse naoorlogse periode stutte, staat

leefomgeving ontstaan alternatieve, ecologisch

dus in toenemende mate onder druk. Lokaal

meer duurzame manieren van produceren

ontstaan echter hier en daar experimenten

en consumeren. Die creëren dikwijls andere

om de welvaartstaat te herdenken en de

sociale relaties, bijvoorbeeld meer direct contact

contouren van een nieuw sociaal pact te

tussen producent en consument, lokale inbed-

beschrijven.4

66

De Antwerpse stadsdienst Opsinjoren ondersteunt bewonersinitiatieven die streven naar gezellige, veilige en propere straten. © Michael De Lausnay

67


Sociale transitie

Sociale transitie

Ten vierde is er ook de sociaal-ruimtelijke

Europees (of een combinatie ervan), is de

transitie, een transitie die nogal eens met de

inzet geworden van een diepgaand maat-

5

term globalisering geduid wordt. In de eerste

schappelijk debat. Ondertussen creëren de

vier decennia na de Tweede Wereldoorlog

nieuwe informatie- en communicatietechno-

vormde de nationale staat de vanzelfsprekende

logieën nieuwe, virtuele sociale ruimtes.

ruimtelijke context waarbinnen het samen-

Alhoewel de digitale transitie de maatschap-

leven zich op sociaal, cultureel, politiek en

pelijke interactie niet helemaal uit de be-

economisch vlak organiseerde. Alles wat de

staande sociaal-ruimtelijke verbanden licht,

nationale grenzen oversteeg werd internationaal

stimuleert het toch contacten en netwerken

genoemd, een beweging en uitwisseling

over nationale en andere grenzen heen en

tussen nationale staten. Vandaag oogt het

vergemakkelijkt het gemeenschapsvorming

plaatje complexer. De container van de

over grote fysieke afstanden.

nationale staat lekt aan alle kanten en

Om de verschillende bevolkingsgroepen — autochtonen en allochtonen, jongeren en senioren, gezinnen met kinderen — dichter bij elkaar te brengen, ondersteunt de stad Aalst de bewoners om zelf evenementen te organiseren in hun wijk. © Michael De Lausnay

68

De sociaal-artistieke organisatie Recyclart ijverde in Brussel voor de aanleg van het skatepark op het Ursulinenplein. Een gedeelde plek leidt tot gedeelde verantwoordelijkheden. © Michael De Lausnay

grenzen vervagen, althans voor goederen,

Tot slot is er de bestuurlijke transitie.

diensten en kapitaal en een aanzienlijke

De bestuurlijke transitie is niet zomaar een

groep bevoorrechte wereldburgers. Er ont-

afgeleide van de vier voorgaande transities.

staan grensoverschrijdende regionale samen-

Al te vaak wordt de overheid gezien als een

werkingsverbanden zoals de Eurometropool

actor die zich aanpast aan externe maat-

Rijsel-Kortrijk. De Europese Unie is niet zomaar

schappelijke trends, terwijl ze zelf heel

een internationale organisatie. Ze ontwikkelt

dikwijls mee die trends vormgeeft. Zo waren

een eigen dynamiek en is zo veel meer dan

het politieke beslissingen van nationale over-

de optelsom van nationale regeringen of

heden die de globalisering van de economie

bevolkingen in Europa. Ze stuwt een proces

en financiële markten aanvuurden.6 Overheden

van Europeanisering. Door de Erasmus-

hebben de voorbije decennia actief hun eigen

programma’s in het hoger onderwijs neemt

rol herbepaald. Ze traden terug uit de markt-

het mentale belang van nationale grenzen

economie door instrumenten voor economische

in onderwijs en later — althans zo hoopt men

interventie op te geven en meer ruimte te

— in arbeidsmarkt verder af. Ook massale

maken voor privaat initiatief. Ze maakten

niet-Europese migratiestromen, al dan niet

het sociaal beleid restrictiever, maar namen

illegaal, relativeren de nationale grenzen.

tegelijkertijd een grotere rol op in het arbeids-

De ruimtelijke context waarbinnen het

marktbeleid en investeerden in hun repressie-

samenleven het best georganiseerd kan

functie.7 De overheid ging zich de voorbije

worden, stedelijk, regionaal, nationaal of

decennia ook anders verhouden tot het

69


Sociale transitie

Sociale transitie

maatschappelijke middenveld. Middenveld-

het geval is voor sociaal kapitaal. De verwachting

elkaar omdat de complexe arbeidsverdeling

strijd en de identificatie met één bepaalde

organisaties nemen steeds vaker een rol op

iets terug te krijgen vormt dus niet de basis

ons afhankelijk van elkaar maakt. Ieder van

groep in die strijd genereert een sterke solidari-

in de uitvoering van het beleid, maar geven

van solidariteit, alhoewel dit wel het gevolg

ons brengt slechts een klein deel voort van

teit. Maar in tegenstelling tot Durkheim kan

daar een stuk autonomie voor op. Het resultaat

van een handeling van solidariteit kan zijn.

wat nodig is om te leven en voor de rest zijn

niet iedereen in een maatschappij beroep

we afhankelijk van wat anderen voortbrengen.

doen op die solidariteit. Het is een vorm van

is een bestuurlijk model waar het beleid niet alleen meer top-down uitgaat van de overheid,

Het waren vooral sociologen die solidariteit

Dit bewustzijn van onze onderlinge afhankelijk-

solidariteit die niet alleen integreert maar ook

maar van een diffuus — en dikwijls weinig

in de loop van de negentiende eeuw centraal

heid beweegt er ons toe om solidair te zijn.

verdeelt, die sommigen insluit en anderen

transparant — netwerk van organisaties uit

plaatsten in het functioneren van de samen-

De hogere nood aan sociale interactie en

uitsluit.

het middenveld, de overheid, de semipublieke

leving.11 Die sociologen, onder meer August

samenwerking die ontstaat uit die situatie

sector en de private sector. Deze bestuurlijke

Comte en Emile Durkheim, waren bezorgd

van feitelijke afhankelijkheid creëert de

Dit korte overzicht van hoe klassieke sociologen

transitie werpt de vraag op wie welke maat-

om de stabiliteit van de maatschappij in de

sociale relaties die aan de grondslag liggen

via solidariteit de basis van het menselijke

schappelijke verantwoordelijkheid draagt en

nasleep van de Franse Revolutie en het

van solidariteit. De creatie van nieuwe sociale

samenleven in een moderne maatschappij

moet dragen.

ondermijnen van de sociale integratie door

relaties was een cruciaal gegeven omdat de

probeerden te vatten is niet zomaar een

het opkomende individualisme in kapitalistische

groeiende sociale en ruimtelijke mobiliteit

academische oefening, maar heeft bijzondere

maatschappijen. Het concept solidariteit, met

in de vroege industriële maatschappij de

maatschappelijke relevantie. Tonen hoe

zijn verre historische wortels in het Romeins

traditionele sociale verbanden zoals de uit-

sociale wetenschappers in de negentiende

De samenleving herdenken en heruitvinden

recht en de christelijke idee van broederlijk-

gebreide familie of het dorp erodeerden.

eeuw, geconfronteerd met allerlei maatschap-

doorheen de meervoudige transitieprocessen

heid, werd opgepoetst om op zoek te gaan

Durkheims begrip van solidariteit leeft verder

pelijke transitieprocessen en politieke

die vandaag plaats vinden vergt nieuwe vormen

naar de sociale mechanismen die sociale orde

in de Franse republikeinse traditie. In die traditie

instabiliteit, op zoek gingen naar de sociale

van solidariteit. Solidariteit is een lastig idee.

en cohesie genereren in een maatschappij.

wordt de sociale band tussen individu en

mechanismen die orde en cohesie geven aan

Enerzijds is solidariteit als begrip alomtegen-

Comte zag die in de continuïteit die maat-

samenleving gevoed door een collectief bewust-

het samenleven, kan ons vandaag helpen

woordig in het maatschappelijke debat, en in

schappijen kenmerkt. Onze onderling gedeelde

zijn, het besef van samen met anderen deel

scherp te zien in de sociale transitie die we

toenemende mate ook opnieuw in het weten-

afhankelijkheid van de collectieve ervaringen

uit te maken van een samenleving die

doormaken. Het suggereert dat een nieuwe

en hulpmiddelen die van vorige generaties

gestoeld is op bepaalde gedeelde waarden

samenleving nieuwe vormen van solidariteit

Solidariteit herdenken

8

schappelijke debat. Anderzijds is het bijzonder

12

en normen.

vereist. Ook vandaag worden we geconfron-

moeilijk er een sluitende en eenduidige

op de huidige generatie overgedragen worden

definitie van te geven. Solidariteit gaat om

creëren sociale relaties in het heden.

het delen van middelen uit groepsloyauteit of

Dit gegeven onderdrukt egoïsme en plaatst,

Nog een andere bron van solidariteit in de

transities, die bestaande sociale verbanden

vanuit het besef van een gedeeld lot. Het is

aldus Comte, collectief welzijn centraal in het

moderne maatschappij vinden we terug bij

en manieren van samenleven op losse

een geheel van praktijken dat zich op het

sociaal leven.

Max Weber, een andere grondlegger van de

schroeven zetten. Nieuwe vormen van

sociologie. Solidariteit ontstaat volgens Weber

solidariteit zijn nodig, niet zozeer ter vervan-

Durkheim dacht verder na over die vraag en

wanneer mensen een groep vormen om

ging van, maar eerder ter ondersteuning en

kwam tot de conclusie dat we in een moderne

sociaal strijd te voeren over economische

aanvulling van de bestaande, ingeburgerde

kapitalistische maatschappij solidair zijn met

middelen en status. De dynamiek van sociale

solidariteitsmechanismen.

9

collectieve niveau situeert (waar bijvoorbeeld altruïsme eerder een kenmerk van relaties 10

tussen individuen is).

Solidariteit houdt ook

niet noodzakelijk wederkerigheid in, wat wel

70

teerd met fundamentele maatschappelijke

71


Sociale transitie

Sociale transitie

(in culturele zin) dikwijls geen verworvenheid is, biedt het ruimtelijke register van plaats een aanknopingspunt om solidariteit te herdenken.”

Het korte overzicht van het sociologisch

transitie die we meemaken stelt het ruimte-

plaats die ze samen bewonen en/of gebruiken.

denken rond solidariteit toonde het al:

lijke register waarin solidariteit gegenereerd

Hieruit kan een “politiek van nabijheid”

solidariteit kan op verschillende manieren

wordt in vraag. De nationale welvaartstaat

nagestreefd worden.15 In een politiek van

ontstaan of gegenereerd worden. Eén, ook

blijft ook de komende decennia hoogstwaar-

nabijheid wordt ruimtelijke nabijheid ernstig

vandaag erg populaire manier om solidariteit

schijnlijk een belangrijke institutionele drager

genomen als aanleiding om een debat te

te genereren, is via gedeelde waarden en

van solidariteit, net zoals de zoektocht naar

openen over wat het betekent om die plaats

normen. Onder meer de demografische transitie,

gedeelde nationale waarden en normen niet

te bewonen en/of te gebruiken en welke

vooral dan de opkomst van de multiculturele

zal stoppen. Toch knagen (onder meer)

gedeelde verantwoordelijkheid daaruit volgt.

Het kan niet de bedoeling zijn van een politiek

en superdiverse samenleving, stimuleert dit

superdiversiteit, de vergrijzing, de groeiende

In een dergelijk debat is geen plaats voor

van nabijheid om van een plaats een eiland

communautaire denken. Een tweede mogelijk-

ongelijkheid en de ecologische kwestie aan

geprivilegieerde partijen, ook niet op basis

in de wereld te maken. Net de inbedding

heid, ook al sterk gevoed vanuit het debat

de bestaande vormen van op nationale leest

van argumenten van “autochtonie”. Wat telt

van die plaats in ruimere sociale en ruimtelijke

over de multiculturele samenleving, is het

geschoeide solidariteit. Daarom is het nodig

is dat men nu een plaats deelt, niet hoelang

netwerken wordt het voorwerp van debat.

stimuleren van intercultureel contact en

om andere ruimtelijke registers te verkennen,

men die plaats al gebruikt of er woont. Een

Op die manier kunnen nieuwkomers (maar

begrip. Door de andere te ontmoeten leren

bijvoorbeeld plaats. Plaats is het ruimtelijke

politiek van nabijheid is allesbehalve evident.

ook anderen) aspecten van andere plaatsen

we diens levenswijze en visies kennen en

register dat nabijheid en ruimtelijke inbedding

Het veronderstelt dat de betrokkenen sociale

waar ze leefden en/of zich mee verbonden

mix aanvaarden en geen segregatie op

weten inbrengen in het debat. Tegelijkertijd

13

betonen we ons solidair over de culturele

benadrukt.

grenzen heen. Een derde sociaal mechanisme

waar gedeelde waarden en normen, zeker

sociaal-economische, ethnische of leefstijl-

wordt het gecreëerde gevoel van verantwoor-

om solidariteit te bevorderen is via sociale

in multiculturele en sociaal sterk ongelijke

gronden nastreven. Het vereist bovendien het

delijkheid niet beperkt tot de plaats waar

strijd. Groepsvorming om een gemeenschap-

steden, geen evidente startpositie zijn en een

(minstens tijdelijk) opschorten van de ongelijke

men woont of die men gebruikt. Een solidariteit

pelijke tegenstander te bekampen is van alle

nieuwsgierigheid in de andere (in culturele

machtsrelaties onder bewoners en gebruikers

die zich beperkt tot plaats zou de sociaal-

tijden, al verschuiven de assen waarrond dit

zin) dikwijls geen verworvenheid is, biedt het

van een bepaalde plaats. Het al dan niet geloof-

ruimtelijke transitie die we doormaken in

conflict plaatsvindt. In deze tekst willen we

ruimtelijke register van plaats een aanknopings-

waardig kunnen dreigen met “vertrekken”

een weinig duurzame richting sturen, name-

nog een andere manier om solidariteit te

punt om solidariteit te herdenken.

ondergraaft een politiek van nabijheid.

lijk die van de concurrentie tussen plaatsen.

In een maatschappelijke context

genereren voorstellen, een manier waar de troeven van de stad — densiteit en dichtheid

Bovendien zou ze leiden tot een erg enge Vertrekken vanuit plaats om nieuwe vormen 14

— uitgespeeld worden om sociaal te innoveren

van solidariteit te genereren

en zo tot een nieuwe solidariteitsbasis te komen.

mogelijk om gedeelde waarden en normen

maakt het

niet als uitgangspunt (maar eventueel wel als doelstelling) te nemen en een directe

Een nieuw ruimtelijk register: plaats en solidariteit

aanleiding te creëren om de andere ontmoeten. Bewoners en gebruikers van een bepaalde

Iedere nieuwe samenleving vergt een nieuwe

plaats hoeven dan niet veel te delen of

vorm van solidariteit. De sociaal-ruimtelijke

gemeenschappelijk te hebben, behalve de

72

“In een maatschappelijke context waar gedeelde waarden en normen, zeker in multiculturele en sociaal sterk ongelijke steden, geen evidente startpositie zijn en een nieuwsgierigheid in de andere

visie op de ecologische transitie, omdat ze de onvermijdelijke biofysische interactie met andere plaatsen ter wereld zou miskennen.16 Om de ecologische transitie in een sociaal rechtvaardige richting te sturen, is het niet voldoende om duurzame productie en consumptie op één bepaalde plaats te creëren, als dit tegelijkertijd betekent dat ecologisch belastende productieprocessen en het afval

73


Sociale transitie

Sociale transitie

dat de plaatselijke consumptie creëert ver-

impliceert dan ook, ten tweede, een transfor-

lerende sociale attitudes, het experimenteren

waar het bestuur gevoelig is voor de samen-

schuift naar andere regio’s, landen en wereld-

matie van de sociale relaties tussen mensen

met nieuwe sociale verhoudingen tussen oud

leving die er vorm krijgt en zoveel als mogelijk

delen. Anderzijds biedt de focus op plaats

in het algemeen en sociale groepen in het

en jong, autochtoon en allochtoon, arm en rijk

verder bouwt op het sociaal innovatieve

ook aanknopingspunten voor een ecologische

bijzonder. Het is door de verhoudingen tussen

en mens en leefomgeving. Dit vereist om aan

potentieel dat er aanwezig is.

transitie, aangezien aan plaats allerlei positieve

mensen — het samen leven — te veranderen

de slag te gaan met nieuwe en creatieve vormen

duurzaamheidswaarden toegeschreven

dat menselijke behoeften meer adequaat

van collectieve mobilisatie. Teruggrijpend

Een stedelijk sociaal innovatiebeleid voor

gelenigd worden. Die transformatie van

naar een klassiek idee in de stadssociologie

een sensitieve stad beantwoordt aan drie

vorm aan de verdichtingsagenda die centraal

menselijke verhoudingen — en hier zijn we

zijn steden bij uitstek laboratoria van sociale

kenmerken:

staat in de ruimtelijke transitie.

bij de derde component aangekomen — vergt

innovatie. Het is in grootsteden dat de

empowerment via sociaal leren, bewust-

kiemen van een nieuwe, eenentwintigste-

making en -wording en de sociaal-politieke

eeuwse samenleving te vinden zijn. De maat-

praktijken waar bewoners en gebruikers

collectieve mobilisatie van mensen die hun

schappelijke transities doen zich daar niet

van de stad ruimtelijke nabijheid aangrijpen

behoeften willen vervuld zien.

alleen het scherpst voor, ook de creativiteit

om een gedeelde verantwoordelijkheid

en het engagement om ermee om te gaan

voor die plaats op te nemen en de demo-

is daar het meest aanwezig. Dichtheid en

grafische, sociaal-economische, ecologische

nabijheid, de essentiële kenmerken van de

en sociaal-ruimtelijke transities op zo’n

stad, bieden eens te meer maatschappelijke

manier vorm te geven dat bewoners en

meerwaarde.

gebruikers zelf beter uitgerust zijn om

17

worden.

Tegelijkertijd geeft het ook sociaal

De stad als laboratorium voor sociale innovatie Nieuwe vormen van solidariteit genereren is geen academische oefening of kan niet het voorwerp vormen van een groot masterplan. Het is integendeel zaak om een grote gevoeligheid aan de dag te leggen voor lokale en dikwijls heel bescheiden experimenten met dit nieuwe samenleven en deze te versterken en ondersteunen. Het vergt een focus op sociale innovatie. De sociale transitie waar onze samenleving voor staat vergt meer dan louter 18

technologische en marktgerichte innovatie.

Technologieën en de markt kunnen de sociale transitie mee ondersteunen, maar de essentie van een sociale transitie is sociale innovatie. 19

Sociale innovatie heeft drie componenten.

Sociale innovatie is vooreerst gericht op het

“Nieuwe vormen van solidariteit genereren is geen academische oefening of kan niet het voorwerp vormen van een groot masterplan. Het is integendeel zaak om een grote gevoeligheid aan de dag te leggen voor lokale en dikwijls heel bescheiden experimenten met dit nieuwe samenleven en deze te versterken en ondersteunen. Het vergt een focus op sociale innovatie.”

• Het beleid vertrekt vanuit de bestaande

collectief aan hun noden te voldoen. Het stadsbestuur moet dus in haar inter-

Naar een sensitieve stad

venties vertrekken en uitgaan van de

De stad is een geschikt laboratorium om

bestaande samenleving en haar potentieel,

nieuwe vormen van solidariteit te verkennen.

eerder dan deze te negeren en er een

De stad is een bron van sociale innovatie, die

andere voor in de plaats te willen stellen.

aangewend kan worden om de aan de gang zijnde transities in te bedden in processen

• Het stadsbestuur en andere overheden

van sociaal leren, nieuwe sociale relaties en

ondersteunen experimenten die solidariteit

collectieve mobilisatie. Om de laboratorium-

genereren door te vertrekken vanuit een

functie van de stad en haar sociaal innovatief

gedeelde verantwoordelijkheid voor de

bevredigen van menselijke behoeften. Die

Sociale innovatie moet het samenleven vol-

potentieel maximaal te valoriseren moet een

plaats waar mensen wonen of die ze

menselijke behoeften vallen niet samen met

doende weerbaarheid en aanpasbaarheid

stedelijk sociaal innovatiebeleid gevoerd worden.

gebruiken. Ze ontwikkelt daartoe een

een economische vraag en vergen meer dan

geven om met de maatschappelijke transities

De ontwikkeling van zo’n beleid moet

sociaal innovatiebeleid, dat organisaties

een technische oplossing. Sociale innovatie

die gaande zijn om te kunnen gaan. Dit vergt

resulteren in een “sensitieve stad”, een stad

en collectieve initiatieven financieel onder-

74

75


Sociale transitie

Sociale transitie

steunt in de verschillende fasen van de

actoren die werken vanuit een gedeelde

de wijk om te keren van een verloederde

precaire situaties in de buurt. Welke problemen

innovatiecyclus. Een dergelijk beleid kan

verantwoordelijkheid voor de plaats waar

arbeiderswijk naar the place to live voor

raken maar niet opgelost? In de namiddag

leren van de ervaringen van het techno-

ze wonen of die ze gebruiken en dagelijks

alternatieve stedelijke middenklassers. Dat

gingen de aanwezigen aarzelend op zoek

logische innovatiebeleid, zonder de specifi-

experimenteren met praktijken die nieuwe

niet iedereen zich daar in kon vinden bleek

naar mogelijke oplossingen en antwoorden.

citeit van sociale innovatie uit het oog

vormen van solidariteit genereren. Die

bij de fototentoonstelling “Lijn 3”, waarin door

Het resultaat was een waslijst precaire

te verliezen. Mogelijke instrumenten zijn

stedelijke actoren zijn onder meer sociaal-

middel van een reeks aangrijpende foto’s

situaties, groepen en plaatsen waar terrein-

“zaaigeld”, logistieke steun, netwerking-

artistieke organisaties, opbouw- en straat-

aandacht gevraagd werd voor de vergeten

werkers dagelijks mee geconfronteerd worden

initiatieven, prototypesteun, steun voor

hoekwerkers, sociale en buurteconomische

onderkant van de samenleving in de Brugse

en een lijst met mogelijke actiepunten.

onderzoek naar sociale innovatie en het

actoren, stedelijke actiegroepen, lokale

Poort. Uit de geanimeerde discussies tussen

Een stuurgroep ging met dit materiaal aan

aanbieden van financiële doorgroeimogelijk-

ondernemers, enzovoort. Al te dikwijls

lokale organisaties over deze tentoonstelling

de slag en distilleerde er een “Charter voor

heid voor succesvolle sociale innovatieacties.

worden die actoren enkel benaderd als

ontstond het idee om een rondetafel voor

de Brugse Poort”, met tien intenties voor

er zich een (overlast)probleem stelt. Voor

terreinwerkers in de Brugse Poort te organi-

een solidaire buurt, en een actieprogramma

de stedelijke actoren die met overheids-

seren en samen een engagement voor een

uit. In dat actieprogramma staan een aantal

subsidies werken geldt dat zij dikwijls

meer solidaire buurt op te nemen.

beleidsaanbevelingen, maar belangrijker

“Stedelijke actoren zoals sociaalartistieke of buurteconomische organisaties, opbouw- en straathoekwerkers, stedelijke actiegroepen of lokale ondernemers worden al te vaak slechts benaderd door de overheid als er zich een (overlast)probleem stelt. Ze krijgen zelden de kans om hun rijke inzichten in het functioneren van de stedelijke samenleving te delen met de centrale overheden. Zo gaat veel lokale kennis over sociale innovatie verloren.” • De stedelijke en andere overheden nemen een lerende houding aan naar de stedelijke

76

is dat de lokale organisaties zelf actie onder-

te zeer kwantitatief en enkel op output beoordeeld worden, waardoor ze niet

Meer dan zestig terreinwerkers, zowel vrij-

nemen, bijvoorbeeld rond goed nabuurschap,

de kans krijgen de rijke inzichten in het

willigers als professionals, legden op de

precaire huisvestingssituaties en verkeers-

functioneren van de stedelijke samen-

rondetafel de “precaire puzzel” van de wijk.

veiligheid. Ze vertaalden bovendien het charter

leving die ze opbouwen te delen met

In de voormiddag kreeg iedere aanwezige

in een tiental talen en trokken er van huis naar

de centrale overheden. Zo gaat veel lokale

enkele minuten toebedeeld om het hart

huis mee om zoveel mogelijk bewoners bij

kennis over sociale innovatie verloren.

te luchten over zijn of haar ervaring met

het Precaire Puzzel-initiatief te betrekken.

Een voorbeeld: de Precaire Puzzel Het Precaire Puzzel-initiatief ontstond in 2010 in de achtergestelde Gentse wijk de Brugse Poort. Het stadsbestuur investeerde er de voorbije jaren in het kader van het stadsvernieuwingsproject “Zuurstof voor de Brugse Poort” veel in de leefbaarheid van de wijk. Het bestuur slaagde er samen met een aantal lokale partners in de beeldvorming rond

77


Sociale transitie

1

Jan Blommaert, “Superdiversiteit”, Samenleving en politiek, 2011, pp. 24-35.

2

J. Roberts, Timmons and Bradley C. Parks, “Ecologically Unequal Exchange, Ecological Debt, and Climate Justice”, International Journal of Comparative Sociology 50, 2009, pp. 385-409.

3

Gosta Esping-Andersen, “Inequality of incomes and opportunities” in A. Giddens and P. Diamonds, The Egalitarian Challenge, Polity Press, Cambridge, 2005, pp. 8-38.

4

Patrick Janssens, Frank Vandenbroucke and Bea Cantillon, Voor wat hoort wat, naar een nieuw sociaal contract, De Bezige Bij, Antwerpen, 2011.

5

Neil Brenner, New state spaces. Urban governance and the rescaling of statehood, Oxford University Press, 2004.

6

Eric Helleiner, “Explaining the globalisation of financial markets: bringing states back in”, Review of International Political Economy 2, 1995, pp. 315-341.

7

8

9

10

Bob Jessop, Neil Brenner and Martin Jones, “Theorizing socio-spatial relations”, Environment and Planning D: Society and Space, 26, 2008, p. 13. David Kahane, “Symposium: Diversity & Civic Solidarity Diversity, Solidarity and Civic Friendship”, Journal of Political Philosophy 7, 1999, pp. 267-286, en: Barbara Prainsack and Alena Buyx, Solidarity: reflections on an emerging concept in bioethics, Nuffield Council on Bioethics, London, 2011. Steinar Stjerno, Solidarity in Europe. Cambridge University Press, 2004.

11

Steinar Stjerno, 2004, op. cit.

12

Hilary Silver, “Social exclusion and social solidarity: Three paradigms”, International Labour Review 133, 1994, p. 531.

13

Bob Jessop, Neil Brenner and Martin Jones, 2008, op. cit.

14

Nieuwe vormen van solidariteit genereren vanuit een gedeelde verantwoordelijkheid voor de plaats waar men woont of die men gebruikt is de hypothese die verkend en getest wordt door het interuniversitaire onderzoeksconsortium DieGem (Diversiteit en Gemeenschapsvorming). Een deel van de argumentatie in deze tekst werd ontwikkeld in dialoog met de andere partners van dit consortium. Maken deel uit van het DieGem consortium: Stijn Oosterlynck (UA); Joke Van den Abeele, Danny Wildemeersch, Maarten Loopmans en Frank Moulaert (KU Leuven); Sven Devisscher (HoGent); Sami Zemni (UGent) en Pascal De Decker (Hogeschool W&K).

15

Ash Amin, “Regions unbound: towards a new politics of place”, Geographiska Annaler B 86, 2004, pp. 33-44.

16

J. Roberts, Timmons and Bradley C. Parks, 2009, op. cit.

17

Pascal De Decker, “Samen denken over de Vlaamse ruimte. Analyse van de ViA Rondetafel ‘Groen stedengewest’ van 3 december 2010” pp. 21, edited by M. v. d. V. G. Afdeling Ruimtelijke Planning. Brussel, 2011.

18

Frank Moulaert and Farid Sekia, “Territorial innovation models: a critical survey” Regional Studies 37, 2003, 289-302.

19

Moulaert et al., 2012.

Ruimtelijke transitie De stad groeit — Slim verdichten in een metropolitaan landschap

Bart Steenwegen Team Vlaams Bouwmeester

Barbara Prainsack and Alena Buyx, op. cit.

78

79


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

De nood aan 330.000 nieuwe woningen tegen

Vlaanderen bouwt

Meer aan de hand?

Vlaanderen staat voor de uitdaging om

Biedt de horizontale verstedelijking van de

2030 kunnen we aanwenden als een kans om

330.000 nieuwe wooneenheden te bouwen

welvaartstaat nog toekomst? Dit historische

tegen 2030. Demografische studies voorspellen

project was gebaseerd op de stimulering van

een koerswijziging in te zetten in het huidige

immers een sterke groei van de bevolking.

individuele consumptie, een eigen huis op

Onze regio zal vele nieuwe migranten aan-

een eigen kavel, een eigen auto, enzovoort.

model van verspreide verstedelijking. Tot die

trekken, voornamelijk van binnen Europa.

De autonomie en onafhankelijkheid van het

Bovendien zullen de huishoudens nog verder

individu vormen de kernwaarden van dit model.

conclusie komt Bart Steenwegen van het Team

verdunnen en vergrijst de bevolking. De nodige

In het ruimtelijke beleid vertaalde zich dat

extra wooneenheden moeten dus ook op maat

in een soort kwantitatieve benadering.

Vlaams Bouwmeester. Die koerswijziging zet heel

gemaakt zijn van de diverse gezinssamen-

Grondbestemmingen werden in oppervlaktes

wat zekerheden op de helling. De uitdagingen

stellingen. Extra wooneenheden betekent ook

ingekleurd in gewestplannen uit de jaren

bijkomende voorzieningen voor onderwijs,

zeventig, een generieke blauwdrukaanpak die

zorg en werkgelegenheid.

nu in feite nog steeds doorwerkt. De grenzen

die op ons afkomen vragen om een vernieuwende, integrale aanpak van het ruimtevraagstuk. Het model van het metropolitane landschap biedt een duurzaam alternatief voor de Vlaamse nevelstad. Slim verdichten betekent ook dat we moeten aanvaarden dat de stad groeit.

80

van dit ruimtelijk model lijken echter bereikt. Als we in Vlaanderen het aantal onbebouwde kavels met woonbestemming in beschouwing

Sinds de bankencrisis in 2008 en de Eurocrisis

nemen, is er nog plaats genoeg voor een

van 2011 wordt het kapitalistische systeem

dergelijk programma. De vraag stelt zich echter

van groei en consumptie in vraag gesteld.

of het bestaande systeem van woon- en

De schuldigen worden aangewezen: de

ruimteproductie nog houdbaar is. Door de

bankiers, de politici‌ Maar zijn het in feite

verspreide verstedelijking van Vlaanderen

geen systeemcrisissen waarbij onderling

verdwijnt het schaars overgebleven landschap.

afhankelijke systemen elkaar ontwrichten?

We blijven aangewezen op de auto om ons vervoer te organiseren, waardoor de wegen

Nieuwe uitdagingen duiken op. Globale

nog verder dichtslibben. Onderhoudskosten

economische verschuivingen stellen onze

voor onze uitgebreide rioleringsnetwerken

economische veerkracht in vraag. We moeten

dreigen uit de hand te lopen. Overstromingen

overschakelen van eindige energiebronnen

zijn wederkerende fenomenen. Al deze

naar hernieuwbare energie. Door de klimaat-

symptomen van de verspreide verstedelijking

verandering komen er meer natte en droge

vragen om onze aandacht. Ons historisch

periodes en moet de uitstoot van broeikas-

gegroeid systeem van ruimtelijke ordening

gassen verlaagd worden. Tot slot kunnen we

is aan herziening toe.

ons de vraag stellen of de productie van water

81


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

en voedsel in 2030 niet centraal zal staan? Het is duidelijk dat deze thema’s niet één per één kunnen worden aangepakt, maar vragen om het vizier open te trekken.

om de nodige 330.000 nieuwe woningen te bouwen. De vraag stelt zich echter of het bestaande systeem van woon- en ruimteproductie nog houdbaar is.”

Aanzetten tot oplossingen In de literatuur zijn er auteurs die inzetten

Jeremy Rifkin stelt dat de bankencrisis slechts

op het idee van een trendbreuk van gangbare

het gevolg is van een nog meer ingrijpende

systemen. Daarom zijn ze het vermelden

transitie in energievoorziening. De vorige,

waard als mogelijke inspiratie, zonder er

langdurige ontwikkelingsfase, die tot stand

een expliciet waardeoordeel over te vellen.

kwam door de exploitatie van fossiele brand-

Ze gaan op zoek naar een geïntegreerd

stoffen, loopt op zijn einde en een nieuwe

visionair en potentieel wervend verhaal.

begint. Deze nieuwe fase is gebaseerd op

Jeremy Rifkin zet in op een nieuwe industrie

het samengaan van een gedecentraliseerd

1

in The Third Industrial Revolution. David

grid van hernieuwbare energie en internet-

Holmgren bouwt in hetzelfde spoor Future

communicatietechnologie. In zijn visie verweeft

Scenarios op. 2 Richard Florida duwt de knop

Rifkin een economisch ontwikkelingsplan met

in met The great Reset. 3 Bruce Katz en

een oplossing voor de klimaatproblematiek.

Jennifer Bradley hebben een Metropolitan

De visie werkt structureel door op andere

4

Moment. Op eigen bodem bepleiten Peter

domeinen, zoals sociale structuren, landbouw

Tom Jones & Vicky De Meyere een Green New

en ecologie. Op sociaal gebied voorziet hij de

5

Deal XL in Terra Reversa. Deze opsomming

overgang van een hiërarchisch georganiseerde

is vast en zeker te kort door de bocht en is

maatschappij naar meer laterale structuren,

slechts een insteek voor debat. In wat volgt

zoals sinds de opkomst van het internet al

gaan we kort in op de visies van Jeremy

voor een gedeelte werd ingezet. Stedelijke

Rifkin en Richard Florida.

gebieden benadert hij via het concept van

De studie van AWB brengt “duurzame armaturen” in kaart waaraan “woonomgevingsgebieden” gekoppeld kunnen worden. © AWB

de “stedelijke biosfeer”. De biosfeer is de

“Als we in Vlaanderen het aantal onbebouwde kavels met woonbestemming in beschouwing nemen, is er nog plaats genoeg

82

ecologische zone die zich grofweg zestig kilometer uitstrekt vanaf de zeespiegel tot de stratosfeer en waarbinnen de geochemische processen van de aarde een interactie aangaan met biologische systemen om de juiste

83


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

condities te scheppen voor het voortbestaan

processen. Dat noemt hij de spatial fix, wellicht

van leven op aarde. Een stedelijke biosfeer

het best te vertalen als “ruimtelijke stolling”.

is een “afgebakend systeem” waarbinnen

Volgens Florida maakt deze spatial fix een

het metabolisme geoptimaliseerd kan worden.

uitweg uit de crisis mogelijk door de creatie

Vlaanderen is momenteel in hoge mate af-

van een fysiek kader voor de ontwikkeling

hankelijk van buitenlandse en dure energie.

en verdere geografische expansie. De spatial

De inzet op hernieuwbare decentrale energie-

fix zorgt voor massieve investeringen in en

systemen en -infrastructuren zou volgens de

de expansie van infrastructuur en de gebouwde

visie van Rifkin deze afhankelijkheid kunnen

omgeving. In de vorige ontwikkelingfase

doorbreken en een nieuwe economische

bestond de spatial fix uit nieuwe snelwegen

ontwikkelingsgolf inzetten.

en suburbane ontwikkelingen. Enerzijds was dit een materialisering van een in een

De Vlaams Bouwmeester onderzoekt het potentieel van metropolitane, grensoverschrijdende gebieden om een antwoord te bieden op de hedendaagse uitdagingen. © Vlaams Bouwmeester

“Wat is de juiste schaal om deze thema’s en problemen te behandelen? Is het aangewezen niveau de gemeentelijke schaal? Voldoet de huidige subsidiariteit tussen gemeente, provincie en gewest? Moet het Vlaamse Stedenbeleid verder inzetten op de ondersteuning van stadsvernieuwingsprojecten in de dertien centrumsteden? Of dringt een vernieuwde aanpak op stadsregionaal niveau zich op?”

tijdperk dominerend model. Anderzijds werd dit model door deze spatial fix nog verder gestimuleerd. De huidige crisissen geven aan dat de vorige spatial fix over zijn hoogtepunt heen is, en dat we op zoek moeten naar nieuwe ruimtelijke modellen. Als potentieel nieuwe spatial fix beschrijft hij de opkomst van de megaregio en de voordelen en kwaliteiten van stedelijk weefsel met een hoge dichtheid, zoals New York. De toekomstige stedelijke ontwikkeling behoort volgens Florida tot een grotere geografische eenheid, ontstaan gedurende de laatste decennia: de megaregio. Megaregio’s zijn de hedendaagse metropolitane gebieden, met hun stedelijke kernen en suburbane en exurbane omgevingen. Hall and Pain definiëren de megastadsregio

84

Richard Florida koppelt het idee van een

als een groep van tussen de tien tot vijftig

innovatieve economie aan nieuwe ruimtelijke

steden, fysiek gescheiden, maar functioneel

verschijningsvormen. Een bepaalde ruimtelijke

verbonden, geclusterd rond één of meer

verschijningsvorm leidt tot nieuwe groei-

centrale steden. Door een nieuwe verdeling

85


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

van werk ontstaat zo een enorme economische

Als gevolg hiervan worden nieuwe onder-

In opdracht van de Vlaams Bouwmeester 10

betrokken bij het traject voor de inrichting

sterkte. De onderdelen functioneren zowel

zoekspistes en projecten opgestart met alle

heeft AWB

op een lokaal niveau als in de bredere functio-

betrokken actoren. Ook de administraties

woningbouw, kansen en opgaven voor een

Venetië in 2012. ViA Ruimte is de projectopgave

nele regio. Volgens dit model behoort

maken nieuwe beleidsplannen op met een

trendbreuk in de Vlaamse woonproductie

en meer specifiek de vraag naar het potentieel

Vlaanderen tot de megaregio Blauwe Banaan,

langetermijnvisie, zoals een Mobiliteitsplan,

afgerond. De studie onderzoekt de huidige

van metropolitane grensoverschrijdende

een dichtbebouwd gebied dat loopt vanaf

een Woonbeleidsplan en een nieuw Beleids-

problematiek en productiemechanismen van

gebieden om een antwoord te bieden op

de Povallei tot de Lage Landen. Een beter

plan Ruimte. Het Beleidsplan Ruimte, met

de woningbouw. De studie geeft een aanzet

hedendaagse uitdagingen. Dat zijn gebieden

hanteerbaar onderdeel daarvan is de figuur

perspectief 2020-2050, beschrijft negen

van “duurzame armaturen” waaraan de woon-

met een sterke samenhang en identiteit, zoals

van de Rijn-Schelde Delta, inclusief het

uitdagingen waar Vlaanderen een antwoord

ontwikkelingen gekoppeld worden en plaatst

de delta tussen Antwerpen en Rotterdam,

Ruhrgebied en Wallonië. In deze delta wonen

op moet formuleren. Een belangrijk gegeven

een aanpak op het niveau van “woonom-

de kuststad, de Eurometropolis Lille-Kortrijk,

grofweg 45 miljoen inwoners en bevinden

is dat Vlaanderen een polycentrisch stedelijk

gevingsgebieden” centraal. Zo ontstaan nieuwe

het metropolitane gebied van en rond Brussel

zich verscheidene metropolitane gebieden.

systeem is, in tegenstelling tot een mono-

opgaven voor ontwerpend onderzoek.

en de MAHL (Maastricht, Aachen, Hasselt, Luik).

de studie Naar een visionaire

centrische globale stad zoals Parijs. Peter Cabus, secretaris-generaal van het department RWO

ViA — Beleid

van het Belgisch paviljoen op de Biënnale van

Drie bureaus werden geselecteerd om hun Als eerste vervolgtraject van dit onderzoek 11

kandidatuur verder uit te werken. Uiteindelijk

en geograaf aan de KU Leuven, schrijft dat

werd begin dit jaar aan POSAD

dit netwerk van kleine steden het potentieel

om het onderzoek verder te ontwikkelen in

van AWJGGRAUaDVVTAT als laureaat uitgekozen

heeft om met de globale steden te concurreren.

een ontwerp en het vanaf april 2012 in het

door een internationale jury. Zij zullen het

gelanceerd, of Vlaanderen in Actie. Vlaanderen

Dit kan leiden tot een duurzaam alternatief

NAi te presenteren op de Vijfde Internationale

ruimtelijke potentieel van complementaire,

wil tegen 2020 uitmunten als een economisch

voor de globale stad.7 Het groenboek van

Architectuurbiënnale Rotterdam.12 In eerste

autarkische metropoolregio’s aan de hand van

innovatieve, duurzame en sociaal warme

het Beleidsplan Ruimte is in het voorjaar van

instantie onderzocht POsad welke toege-

ontwerpend onderzoek testen. Ze zetten daar-

voegde waarde het collectieve bij het ont-

bij uitdrukkelijk in op een proces met ateliers

mentele omwentelingen” moeten Vlaanderen

werp van woonomgevingen kan betekenen.

met betrokken actoren en internationale experts.

tegen 2020 naar de top vijf van de Europese

Door niet meer van het individuele woon-

Hoe gaat Vlaanderen om met deze uitdagingen? De Vlaamse regering heeft het ViA-project

6

samenleving. Zeven doorbraken of “funda-

regio’s loodsen. Een van die doorbraken, “groen en dynamisch stedengewest”, staat

2012 verschenen.

8

ViA Ruimte — Inzet op ontwerpend onderzoek

gevraagd

werd het project The Ambition of the Territory

vraagstuk te vertrekken, maar door bijvoorbeeld groepen van woningen of hele wijken

Het bouwprogramma als instrument

voor een krachtdadig ruimtelijk beleid dat

In het kielzog van het Beleidsplan Ruimte en

samen te ontwerpen, kunnen andere woon-

de steden opwaardeert, de open ruimte en

Vlaanderen in Actie startte de Vlaams Bouw-

kwaliteiten mogelijk worden. POSAD gaat er

Bovenstaande overwegingen maken duidelijk

biodiversiteit beschermt en plaats vrijmaakt

meester het onderzoeksprogramma ViA Ruimte

tevens van uit dat energie, water en voedsel

dat de 330.000 nieuwe woningen en bijbe-

voor bedrijven. Vlaanderen zal duurzamer

op. ViA Ruimte wil speculatief ontwerpend

aan belang zullen winnen als structurerende

horende programma niet zomaar ontwikkeld

omspringen met energie, materiaal, water en

onderzoek stimuleren dat het beleid kan onder-

lagen in de duurzame armaturen.

kunnen worden op de onbebouwde kavels

lucht. Zo wordt Vlaanderen een economisch,

steunen en inspireren bij het maken van

ecologisch en maatschappelijk verantwoord

9

strategische keuzes.

of in woonuitbreidingsgebieden. Het woningDaarnaast werd het Team Vlaams Bouwmeester 13

stedengewest.

door het Vlaams Architectuurinstituut

86

bouwprogramma kan daarentegen aangewend worden om een strategisch antwoord te

87


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

en landschap. Het metropolitane landschap is één integraal systeem, één metabolisme.”

formuleren op al deze uitdagingen. De over-

Een vernieuwde omgang met het territorium

open. Waardevolle grond en landbouwgebieden

heid kan een rechtstreekse impact hebben op

dringt zich op. Stedelijke systemen stoppen

blijven gevrijwaard. Een stad vol activiteiten

een mogelijke koerswijziging. Van de 330.000

niet aan de grenzen van de stad. Nieuwe

heeft bovendien een hogere beleveniswaarde.

woningen zijn er bijvoorbeeld 65.000 sociale

globale uitdagingen dienen zich aan op

Door functievermenging ontstaan andere

woningen. De ruimtelijke ontwikkeling kan

regionale schaal. De vorming van nieuwe

interacties en toevallige ontmoetingen, die

door een strategisch beleid in een nieuwe

allianties en grensoverschrijdende (gemeen-

kunnen bijdragen tot een innovatieve stedelijke

Stedelijke systemen stoppen bovendien niet

richting worden gestuurd. Een niet te vergeten

telijke, stedelijke…) samenwerkingsverbanden

economie.

aan de administratieve grenzen van de stad.

element blijft daarbij dat wonen betaalbaar

zijn essentieel. Die allianties bouwen voort op

en aanpasbaar moet zijn voor iedereen.

bestaande dynamieken, interacties en relaties.

Zomaar verdichten om te verdichten is geen

al lang niet meer samen met de reële

Ze maken samenwerking mogelijk rond

strategie. Verdichten betekent niet alles verder

grenzen van het stedelijk gebied. Daarom

thema’s als complementaire voorzieningen,

volbouwen of in elke wijk extra programma

moet er ingezet worden op een doortastende,

groene mobiliteit, productie van hernieuwbare

toevoegen. Verdichten dient op een slimme

slimme verdichting met kwalitatieve woon-

De vraag stelt zich wat de juiste schaal is om

energie, bescherming van de omgeving, land-

manier te gebeuren. Verdichting gebeurt bij

omgevingen op stadsregionaal niveau, in het

bepaalde thema’s of problemen te benaderen.

consumptie en stedelijke landbouw. Het Steden-

voorkeur in de nabijheid van werkgelegen-

metropolitane landschap. Het metropolitane

Is het aangewezen niveau de gemeentelijke

beleid gaat een nieuwe fase in waar stedelijke

heid en voorzieningen, op plaatsen met

landschap heeft geen eenduidige verschijnings-

schaal? Voldoet de huidige subsidiariteit tussen

gebieden mogelijk als geheel op de agenda

een goede toegankelijkheid, waar er een

vorm en is bijzonder divers. De term verwijst

gemeente, provincie en gewest? Moet het

komen te staan. Hoe kan het beleid samen-

potentieel is om hernieuwbare energie op

naar de interactie, samenhang en wederzijdse

Vlaamse Stedenbeleid verder inzetten op de

werking faciliteren tussen stad en stadsrand-

te wekken. Daarnaast moet naar 2030 toe

afhankelijkheid tussen stad en landschap.

ondersteuning van stadsvernieuwingsprojecten

gemeenten en deze gemeenten onderling?

rekening gehouden worden met nieuwe uit-

Het metropolitane landschap is één integraal

in de dertien centrumsteden? Of dringt een

dagingen rond voedsel en water, die ook

systeem, één metabolisme.

vernieuwde aanpak op stadsregionaal niveau

grenzen kunnen stellen aan verdichting. Door

Nieuwe allianties

Van volbouwen naar verdichting

zich op?

De administratieve grenzen van de stad vallen

op de juiste plaatsen te verdichten, kunnen

Twee onderling afhankelijke componenten

andere plaatsen gebruikt worden voor voedsel-

maken deel uit van het metropolitane land-

Het lokale, stedelijke beleidsniveau is cruciaal

In deze ruimtelijke transitie is het thema van

productie, waterbassins of recreatieve land-

schap: metropolitane gebieden en productieve

voor het transformatieproces. Op dit niveau

verdichting bijna vanzelfsprekend. Verdichting

schappen.

stedelijke landschappen. Metropolitane

wordt lokale creativiteit maximaal ingezet

is een transformatie die een antwoord kan

om problemen op te lossen of om innovatieve

bieden op veel van bovenstaande uitdagingen.

oplossingen voor te stellen. Steden zijn

Door te verdichten kan het openbaar vervoers-

kiemen van innovatie. De voorbije tien jaar

systeem performanter worden. Het zorgt

Stedenbeleid hebben dat onder meer aan-

ervoor dat openbare infrastructuren zoals

getoond aan de hand van de stadsvernieuwings-

voorzieningen, rioleringen of energienetwerken

projecten. Bovendien kan een sterk lokaal beleid

beter benut worden. Het houdt waardevolle

een positieve bovenlokale impact hebben.

ecologische netwerken en overstromingsbekkens

88

gebieden hebben dichtbevolkte stedelijke

“Het metropolitane landschap heeft geen eenduidige verschijningsvorm en is bijzonder divers. De term verwijst naar de interactie, samenhang en wederzijdse afhankelijkheid tussen stad

kernen en minder bevolkte omliggende gebieden, die een gemeenschappelijke industrie en infrastructuur bevatten. Productieve stedelijke landschappen zijn landschappen waar recreatie en beleving samengaan met de productie van diensten zoals voedsel, water, energie en biodiversiteit. Hoe de stad kan groeien en wat

89


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

slim verdichten in een metropolitaan landschap

Kopenhagen. Dit plan heeft de ontwikkelingen

inhoudt, is het voorwerp van het debat, waar-

steeds gekaderd in de figuur van een hand.

voor hieronder alvast enkele puzzelstukken

De vingers zijn assen van bebouwing, met

worden aangereikt.

voorzieningen en openbaar transport. Tussen de vingers werd sterk ingezet op behoud van

“Het lokale, stedelijke beleidsniveau is cruciaal voor het transformatieproces. Op dit niveau wordt lokale creativiteit maximaal ingezet om problemen op te lossen of om innovatieve oplossingen voor te stellen. Steden zijn kiemen van innovatie. Een sterk lokaal beleid kan een positieve bovenlokale impact hebben.” Mobiliteit Ørestad vleugel

14

15

het landschap. Het atelier Zuidervleugel onderzoekt nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rond de Stedenbaan. De Stedenbaan is een concept voor de ontwikkeling van een samenhangend en hoogwaardig transportnetwerk voor het zuidelijke deel van de Randstad. De Randstad is een polycentrisch systeem van steden en kernen, met een hoge interactie van de functies. Onlangs werd daar nog de Randstadrail in gebruik genomen. Dat is een metrolijn die vanaf Rotterdam tot in Den Haag loopt. De Stedenbaan wil nu gebruikmaken van de vrije capaciteit op het hoofdrailnet. Hoewel

in Kopenhagen en het atelier Zuider-

het een atelier ontwerpend onderzoek betrof,

in de Randstad zijn twee voorbeelden

heeft het traject toch een hele nieuwe

van verspreide verdichting binnen de metro-

dynamiek gecreëerd, waardoor verschillende

politane regio langs assen van hoogwaardig

steden van de stadsregio beginnen samen-

openbaar transport. Ørestad is een nieuwe

werken rond ruimtelijke ontwikkelingen en

ontwikkeling ten zuiden van Kopenhagen rond

een upgrade van het openbaar transport-

een nieuw aangelegde metrolijn. Het is een

systeem.

Het London Thames Gateway Heat Network Plan ontwikkelt een verwarmingssysteem op schaal van een heel stadsdeel. © London Thames Gateway

strook van 6 km lang en 600 m breed met vier kernen. Bij voltooiing van de werken zullen 20.000 inwoners, 20.000 studenten en 80.000 werknemers het stadsdeel gebruiken. De ontwikkeling vindt plaats binnen het fameuze “Fingerplan” van de metropolitane regio van

90

“Zomaar verdichten om te verdichten is geen strategie. Verdichten betekent niet dat we alles verder moeten vol-

91


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

bouwen of in elke wijk extra programma’s moeten toevoegen. Verdichten dient op een slimme manier te gebeuren. Verdichting gebeurt bij voorkeur in de nabijheid van werkgelegenheid en voorzieningen, op plaatsen met een goede toegankelijkheid, waar er een potentieel is om hernieuwbare energie op te wekken.”

aangebracht die tot twee kilometer diep gaat en 4.000 woningen van energie kan voorzien. De kostprijs van dergelijk systeem vraagt een bepaalde kritische massa aan woningen vooraleer de investering rendabel wordt.17 Kwalitatieve leegte Kwalitatieve leegte is een voorwaarde voor slimme verdichting. In Madrid werd een autosnelweg langs de rivier en door dichtbebouwde gebieden getransformeerd in een nieuw lineair park: Madrid Rio.18 Het park overdekt de autoweg en verbindt de stad terug met

Het atelier Zuidervleugel onderzoekt nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rond de Stedenbaan, een hoogwaardig transportnetwerk voor het zuidelijke deel van de Nederlandse Randstad. © Atelier Zuidervleugel

Energie

de rivier. Het vormt potentieel een stedelijk

De London Thames Gateway is een van de

ecosysteem dat van buiten de stad terug tot

strategische gebieden van het metropolitane

in het hart doordringt en tegelijkertijd het

gebied van Londen. Het is een gigantisch

stedelijke leven revitaliseert. Andere buiten-

regeneratieproject van voormalig industrieel

landse voorbeelden van kwalitatieve leegte

weefsel dat tegelijkertijd tegemoet tracht te

zijn het Fingerplan te Kopenhagen,19 het

komen aan nieuwe uitdagingen zoals klimaat-

Groene Hart van de Randstad, 20 Lower Lea

verandering en energievoorzieningen. Het

Valley, 21 onderdeel van de Thames Gateway

gebied in London met vervuilde industriële

Parklands 22 in Londen en Emscher Park 23

sites wordt getransformeerd in “The green

in het Ruhrgebied. In Antwerpen heeft de

district”. De nieuwe ontwikkeling wordt onder-

zachte ruggengraat van het Structuurplan

16

steund door wijkverwarmingssystemen.

Antwerpen van Bernardo Secchi eenzelfde

Het interessante aan de benadering is dat de

doelstelling. Park Spoor Noord met de om-

schaal waarop gewerkt wordt, niet meer de

liggende hoogbouw is een implementatie

individuele woning is, een groep van woningen

van dit idee.

of een wijk, maar een heel stadsdeel.

92

Hernieuwbare energie kan voorkomen in vele

Watersysteem, stedelijke agricultuur

vormen. Specifiek voor stedelijke gebieden

De klimaatverandering en de omschakeling

kan geothermische energie een groot potentieel

naar hernieuwbare energiebronnen vragen

hebben. In Den Haag werd een installatie

om een nieuwe omgang met het water-

93


Ruimtelijke transitie

Ruimtelijke transitie

systeem en de voedselproductie. Door de

naar modellen met lokaal gedistribueerde

klimaatverandering komen er nattere en

voedselproductie en stedelijke agricultuur

drogere periodes. Het watersysteem heeft

dient zich aan. Die modellen gaan verder dan

daarom een grotere veerkracht nodig.

kleinschalige ontspanningsactiviteiten zoals

Het watersysteem zorgt voor productie van

volkstuinen, en nemen de stadsregionale

drinkwater, energie, recyclage. De voedsel-

schaal als basis. De intensiteit van de

productie is nu voor een groot gedeelte

stedelijke landbouw heeft duidelijk een link

afhankelijk van grote transportafstanden,

met de dichtheid en morfologie van de

en de keten van voedingsstoffen/afval

bebouwing. Een voorbeeld van stedelijke

moet herdacht worden. Zowel water als

agricultuur zijn de Organoponicos Populares 24

voedsel zijn een integraal onderdeel van

in Havana. De integratie in het stedelijk

het metabolisme van de stad. Daarom

weefsel van het watersysteem en de stede-

verdienen ze aandacht als deel van het

lijke agricultuur stelt een bovengrens aan

productieve stedelijke landschap. Een shift

verdichting.

1

Jeremy Rifkin, The Third Industrial Revolution, how lateral power is transforming energy, the economy, and the world, Palgrave Macmillan, 2011.

2

David Holmgren, Future Scenarios, Chelsea Green Publishing, 2009. www.futurescenarios.org

3

Richard Florida, The Great Reset, how the post-crash economy will change the way we live and work, Harper Collins, 2010.

zamelen om de volgende stap te kunnen zetten. Deze benadering laat zich niet beperken door huidige regelgeving of andere hindernissen. 10

Architecture Workroom Brussels — www.architectureworkroom.eu

11

Ontwerpbureau POSAD — www.posad.nl

12

www.iabr.nl en www.nai.nl

13 www.vai.be 4

5

Bruce Katz en Jennifer Bradley, The Metropolitan Moment, Brookings Institutions Press, 2012. Peter Tom Jones en Vicky De Meyere, Terra Reversa, de transitie naar rechtvaardige duurzaamheid, EPO en Jan Van Arkel, 2009.

14

15 www.atelierzuidvleugel.nl 16

www.ltgheat.net — www.londonheatmap. org.uk/Content/uploaded/documents/DEfL_ Manual_launch_document_19-12-2011.pdf

17

www.aardwarmtedenhaag.nl — zakelijk.eneco.nl/SiteCollectionDocuments/warmte%20 en%20koude/Eneco-Aardwarmte-DenHaag.pdf

6 www.vlaandereninactie.be 7

Peter Cabus, Polycentric regions, Polycentric regions facing global challenges. A role for strategic spatial planning. Key questions for strategic spatial planning: global challenges in Flanders, Vlaamse overheid, november 2011. www.expertmeeting.rwo.be 8

9

94

Een groenboek is een verkennend beleidsdocument, waarin scenario’s worden afgetast en het debat geopend. Daarna wordt een witboek opgesteld, waarin duidelijke keuzes worden gemaakt. Het groenboek Vlaanderen in 2050: mensenmaat in een metropool? werd op 4 mei 2012 goedgekeurd door de Vlaamse regering. Speculatief is volgens Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen een benaderingswijze om op basis van data en realiteiten, op een opportunistische manier, sleutels te ver-

Stadsdeel ten zuiden van Kopenhagen — www.orestad.dk

18 west8.nl/projects/madrid_rio 19 www.naturstyrelsen.dk/NR/rdonlyres/ FCF0784F-0A7B-4066-8D9F-CDC75C7C7C12/122870/NetPDFny.pdf 20 www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/landschap/ nationale-landschappen/groene-hart 21 legacy.london.gov.uk/mayor/planning/docs/ lowerleavalley-pt1.pdf 22 www.lda.gov.uk/Documents/Thames_Gateway _Parklands_Delivering_Environmental_Transformation_10421.pdf

95


Ruimtelijke transitie

23 www.metropoleruhr.de/freizeit-sport/ emscher-landschaftspark.html 24 www.organoponico.com/2008/07/ cuban-organoponico

Bestuurlijke transitie Transitiemanagement — De Januskop van duurzaamheid in Vlaamse steden en van het gangbare transitiedenken

Thomas Block + Erik Paredis Centrum voor Duurzame Ontwikkeling, Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent

96

97


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

“Transities zijn bijzonder complexe processen

Een mogelijk toekomstbeeld. In pakweg 2040

mobiliteit, voedsel, bouwen en wonen,

zijn Vlaamse centrumsteden klimaatneutraal

materialen, gezondheid. Het is zelfs door-

en niet zomaar rechttoe rechtaan te sturen.

en milieuvriendelijk, veilig en grotendeels

gestroomd naar een van de topprioriteiten

autovrij, voorbeeldig op het vlak van ruimte-

van de Vlaamse regering, Vlaanderen in Actie

Transitiemanagement heeft echter wel de

gebruik en functieverweving, ecologisch en

(ViA), en daarmee dus naar wat soms wordt

economisch gezond, creatief en innovatief

omschreven als de harde kern van het beleid,

bijklank van grote beheersbaarheid en roept

op allerlei cruciale domeinen, aantrekkelijk

namelijk het socio-economische innovatiebeleid.

en betaalbaar voor alle bevolkingsgroepen,

De Vlaamse regering wil ViA versterken door

daardoor verkeerde verwachtingen op. Wie zijn

tolerant en open, koplopers inzake (hoger)

op dertien terreinen een transitieaanpak

onderwijs en educatieve projecten op maat,

uit te proberen. Ook het thema “Duurzame

bovendien die “managers” die zoiets durven

uitstekende dienstverleners en zorgverstrekkers,

en creatieve steden” wordt daarbij als een

claimen en waar halen ze hun legitimiteit?”

plaatsen waar in overleg met alle belang-

transitiethema omschreven.

hebbenden strategische besluiten worden

Thomas Block en Erik Paredis wijzen op twee belangrijke gevaren waaraan transitiemanagement ten prooi kan vallen. Enerzijds dreigt transitiemanagement te hervallen in een lineair managementverhaal dat de complexiteit en weerbarstigheid van transities ontkent; anderzijds bestaat het gevaar dat het transitiedenken verzandt in een traditioneel neoliberaal discours waarin economische motieven centraal staan. “Business as usual is geen optie meer.” 98

genomen…

Dat iedereen hetzelfde woord begint te gebruiken, betekent uiteraard niet dat transitie

Het is nog net geen paradijs, maar het “systeem

overal dezelfde invulling krijgt. Een transitie

stad” heeft diepgaande en radicale verande-

veronderstelt maatwerk en een specifieke

ringen ondergaan, die we “duurzaamheids-

strijd. Het feit dat de term “transitie” zo’n steile

transities” kunnen noemen. Het woord

opgang maakt, lijkt er wel op te wijzen dat

“transitie” is vandaag populair aan het worden.

op allerlei plaatsen de nood aan verandering

Gent en Leuven hebben bijvoorbeeld de ambitie

wordt gevoeld, dat business as usual geen

uitgesproken in de loop van de volgende

aanvaardbare optie meer is. Welke invulling

decennia de transitie te willen maken naar

duurzaamheidstransities in Vlaamse steden

een klimaatneutrale stad. Lokale actiegroepen

krijgen, wie en wat er gaat of moet veranderen,

hebben in heel wat landen het idee van

op welke termijn dat zal gebeuren, tegen

transition towns opgepikt. Op andere niveaus

welke kost en wie die kost vooral gaat dragen,

en plaatsen dringt het woord “transitie”

dat zal de volgende jaren en decennia

eveneens door. Binnen de VN en de EU wordt

voorwerp (kunnen/moeten) worden van

gesproken over de transitie naar een groene

een maatschappelijke en politieke discussie.

economie en/of naar een low carbon economy.

Er bestaan immers uiteenlopende meningen

De nieuwe Vlaamse Strategie Duurzame

over wat een sociale of zelfs klimaatneutrale

Ontwikkeling (VSDO) ambieert duurzaam-

stad is, welke ruimtelijke transitie wenselijk is,

heidstransities op zes domeinen: energie,

hoe steden met hun afval kunnen omgaan,

99


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

enzovoort. Een zogenaamde objectief juiste

in eerste instantie op energievlak. Op nauwelijks

andere woorden nogal wat aanwijzingen om

het systeem rond wonen en bouwen, het

richting bestaat niet. De invulling die begrip-

vijf jaar tijd is de passiefwoning een algemeen

de stelling aannemelijk te maken dat we niet

materialensysteem, het gezondheidssysteem,

pen zoals “duurzame stad” en “stedelijke

gekend concept geworden en beginnen een

alleen aan het begin staan van een transitie

enzovoort. Historisch gezien hebben dit soort

duurzaamheidstransities” krijgen, zal voort-

aantal bouwbedrijven zulke huizen ook stan-

in onze manier van wonen en bouwen, maar

systemen al vaker grote veranderingen door-

vloeien uit een voortdurende politieke strijd,

daard te bouwen. Vele Vlamingen hebben het

dat die transitie zelfs al is ingezet.

gemaakt en ze zullen dat in de toekomst ook

met “politiek” in de betekenis van hoe de

belang van goede isolatie leren kennen, kunnen

samenleving vorm krijgt en hoe er daarover

zich iets voorstellen bij het E-peil van een

afspraken gemaakt worden. Het is een strijd

woning en iedereen heeft wel een mening

die zich niet zal beperken tot de contouren

over zonnepanelen. Alle actoren in de woon-

van onze Vlaamse steden, niet in het minst

en bouwsector weten dat er de volgende

omdat het “systeem stad” verweven is met

jaren nog grotere veranderingen op ons

vele andere systemen. Ook zal de discussie

afkomen. Zo legt Europa op dat tegen 2021

niet enkel in de Vlaamse stadhuizen worden

alle nieuwe woningen bijna nulenergie zijn,

gevoerd. Vele belanghebbenden (bovenlokale

terwijl de Vlaamse regering een energie-

overheden, bedrijven, middenveldorganisaties,

renovatieprogramma heeft opgezet om elke

burgers, academici) zullen zich in het debat

woning tegen 2020 energiezuinig te maken.

willen mengen, want de invulling van duur-

Tegelijkertijd zijn op Vlaams vlak discussies

zaamheidstransities kan voor hen enorme

gestart over een vernieuwde visie op de

implicaties hebben.

ruimtelijke ordening en een langetermijnvisie voor het woonbeleid. Bij dat laatste wordt openlijk de vraag gesteld of ons traditionele

Duurzaamheidstransities

1

blijven doen. Daaraan is niet noodzakelijk de

“Een transitie veronderstelt maatwerk en een specifieke strijd. Een zogenaamde objectief juiste richting bestaat niet. De invulling die begrippen zoals “duurzame stad” krijgen, zal voortvloeien uit een voortdurende politieke strijd, met “politiek” in de betekenis van hoe de samenleving vorm krijgt en hoe er daarover afspraken gemaakt worden.”

om op dit moment te pleiten voor duurzaamheidstransities, is dat de systemen waarover we het hebben en de manier waarop ze functioneren, mede aan de basis liggen van duurzaamheidsproblemen: overschrijding van ecologische grenzen, ongelijke welvaartsverdeling, economische instabiliteit. Duurzamere systemen moeten bijdragen aan een hoge levenskwaliteit, maar tegelijkertijd functioneren binnen ecologische grenzen en met respect voor een rechtvaardige verdeling zowel bij ons (bijvoorbeeld in steden) als wereldwijd. De problemen waarmee de huidige systemen worstelen, worden in de transitieliteratuur vaak omschreven als “hardnekkig” (persistent

woonmodel wel overeind kan blijven in het

Transities en duurzame ontwikkeling

kwalificatie “duurzaam” verbonden. De reden

licht van de talrijke uitdagingen waar we

Laten we dat begrip “transitie” eens wat

problems). Je kunt zo’n problemen niet simpel

voor staan.

beter omschrijven aan de hand van de

oplossen omdat ze verbonden zijn met het

inzichten uit een jong wetenschapsdomein

handelen van veel actoren (die ook nog vaak

Het bezit van een eigen, vrijstaande woning met tuin aan de rand van de stad of op het

Het zijn maar een paar voorbeelden van wat

dat zichzelf aanduidt met termen als onderzoek

verschillende visies hebben op probleem en

platteland heeft zich bij vele Vlamingen als

er allemaal beweegt in de woon- en bouw-

naar duurzaamheidstransities, socio-technische

oplossing), omdat ze zich over een lange tijds-

2

een ideaalbeeld in het hoofd verankerd.

sector, maar deze en andere ontwikkelingen

systeeminnovaties of maatschappelijke transi-

periode ontwikkeld hebben en sterk verweven

De energieprestaties van het huis en de erin

zorgen er wel voor dat er een algemeen

ties. Transities verwijzen hier naar radicale

geraakt zijn met onze levensstijl en manieren

verwerkte materialen waren tot enkele jaren

gevoel heerst dat de sector er over tien tot

of diepgaande wijzigingen in de systemen

van produceren en consumeren, omdat ze zich

geleden nauwelijks een thema, noch voor

twintig jaar wel eens helemaal anders zou

die de basis vormen van onze maatschappe-

op vele plaatsen tegelijk afspelen, en omdat

de bouwer, noch voor de bouwprofessional.

kunnen uitzien. En daarmee dus ook de manier

lijke ontwikkeling, zoals het energiesysteem,

hun toekomstige ontwikkeling met veel

Die situatie is echter snel aan het veranderen,

waarop we bouwen en wonen. Er zijn met

het mobiliteitssysteem, het voedselsysteem,

onzekerheid gepaard gaat. Een oplossing voor

100

101


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

hardnekkige problemen vraagt diepgaande

naar auto’s in de VS tussen 1860 en 1930, 3

en denkkaders die daarbij gehanteerd worden

Met behulp van het MLP kunnen we een

wijzigingen — of transities — van onze maat-

de transitie van steenkool naar aardgas in

(bv. in geval van personenvervoer wordt het

transitie definiëren als de omslag van het

systeem gedomineerd door het regime rond

bestaande regime naar een nieuw regime.

afvalbeleid, de transitie naar duurzaamheid

de auto met zijn interne verbrandingsmotor).

Een sleutelinzicht van het MLP is dat transities

in de Zwitserse landbouw en voedselketen

Regimes zijn dynamisch stabiel: ze verande-

het gevolg zijn van de wisselwerking en

4

schappelijke systemen.

Nederland, de transitie in het Nederlandse 5

Transities hebben een aantal kenmerken.

6

Het gaat zoals vermeld om radicale innovaties.

tussen 1970-2000, enzovoort. Uit deze studies

ren wel, maar traag en meestal is innovatie

co-evolutie tussen regime, niche en landschap:

Dat betekent niet dat het om hevige schokken

kunnen we min of meer leren hoe de transitie

gericht op versterking van het regime. Een

(1) door veranderingen in het landschap komt

gaat waarbij alles op korte tijd wijzigt. Een

van een oud systeem naar een nieuw systeem

transitie daarentegen verandert het regime

het regime onder druk te staan; (2) daardoor,

volledige transitie vraagt niet zelden tientallen

zich afspeelt, welke mechanismes, actoren en

ten gronde (technologie, regels, actoren,

en door interne tegenstrijdigheden in het

jaren. Met radicaal bedoelen we hier veeleer

factoren een rol hebben gespeeld of hoe de

praktijken). Radicale innovatie begint volgens

regime zelf, kunnen de spanningen in het

de mate van verandering: een transitie verandert

nieuwe spelers en regels zich gestabiliseerd

het MLP in niches: kleine, afgeschermde

regime oplopen en openen er zich mogelijk-

structuren, praktijken en cultuur die diep

hebben.

ruimtes die fungeren als broedkamers voor

heden (windows of opportunity of policy

technologische vernieuwing (bv. de elektrische

windows) om het regime te veranderen; (3)

verankerd zijn in onze samenleving. Tijdens een transitie verandert een systeem namelijk

Een multi-levelperspectief kan helpen

wagen) en nieuwe socioculturele praktijken

als niches voldoende ontwikkeld zijn, maken

geleidelijk aan en/of schoksgewijs in vele

Wat valt er te leren uit dat soort studies?

(bv. autodelen). Ze kunnen uitgaan van

die kans om door te breken en een verandering

dimensies: de technologie verandert, de

Dat is het eenvoudigst uit te leggen met

ondernemers, sociale bewegingen of indi-

van het systeem in gang te zetten. Het regime

actoren in het systeem en de machtsverhou-

behulp van het meest gebruikte analysekader

viduele burgers. Die proberen in niches een

dat ontstaat, zal natuurlijk altijd een mix zijn

dingen tussen die actoren, de regels (wettelijk,

in de transitiewetenschap, het zogenaamde

antwoord te formuleren voor de problemen

van nieuwe en oude elementen, maar de

economisch-financieel), de instituties, infra-

“multi-levelperspectief” (MLP).7 Het kan

van het regime en/of voor de uitdagingen

verandering overheerst, met bijvoorbeeld

structuren, de marktsituatie, de manier van

beleidsmakers helpen om nieuwe inzichten

van landschapstrends. Dat landschap is

nieuwe dominante actoren, nieuwe technologie,

problemen definiëren en oplossen, denk-

te verwerven in welke elementen van belang

het derde niveau om een systeem en de

andere denkbeelden, een aangepast beleids-

patronen, het gedrag en de praktijken van

zijn bij een transitie, hoe die met elkaar

evoluties erin te begrijpen. Het is de brede

kader, enzovoort. 8

mensen, de culturele betekenissen verbonden

verbonden zijn en tot welke aanknopingspunten

omgeving waarin regime- en nichespelers

aan het systeem. Omwille van die verweving

dat leidt voor beleidsinterventies. Het MLP

moeten handelen en het bestaat zowel uit

Daarbij horen twee opmerkingen. Ten eerste

van technische en sociale vernieuwing wordt

onderscheidt drie niveaus om een maat-

grote maatschappelijke ontwikkelingen op

is het bestaan van een afwijkende niche

soms ook de term “socio-technische systeem-

schappelijk systeem te analyseren: “regime”,

het gebied van politiek, economie en cultuur,

(bv. de biolandbouw in het landbouw-voedsel-

innovatie” gebruikt.

“landschap” en “niches”. De wisselwerking

als uit geografische kenmerken zoals klimaat,

syteem) op zichzelf niet voldoende om een

tussen die niveaus staat centraal bij een

natuurlijke rijkdommen en infrastructuren.

transitie in gang te zetten. De processen op

Interessante en leerrijke voorbeelden van

transitie. Het regime is de dominante,

Een typische landschapsfactor momenteel

regime- en landschapsniveau blijken telkens

transities (niet per definitie duurzaamheids-

gangbare manier om in een systeem maat-

is klimaatverandering, dat onze gangbare

cruciaal om een doorbraak en uiteindelijk een

transities) die werden gereconstrueerd, hebben

schappelijke behoeften te vervullen, de mensen,

manier van handelen op heel wat terreinen

transitie te kunnen verklaren. De druk op

betrekking op de verandering in het personen-

technologieën, praktijken, instellingen en

in vraag stelt (bijvoorbeeld onze autogerichte

het regime (de industriële landbouw in dit

vervoer van door paarden getrokken koetsen

structuren die daarvoor zorgen, en de regels

mobiliteit).

voorbeeld) vanuit het landschap of door

102

103


dens). Die zorgen ervoor dat wat al decennia

maken. Bovendien moet de niche voldoende

gangbaar is in onze woon- en bouwstijl vandaag

matuur zijn. Ten tweede zegt het bestaan van

in vraag gesteld wordt: moeten onze huizen

een niche niets over het duurzaamheids-

niet aan volledig nieuwe energievereisten

karakter ervan. Bepaalde niches kunnen op

voldoen? Is wonen nog betaalbaar, niet alleen

gespannen voet staan met ecologische rand-

voor wie een huis wil kopen, maar zeker ook

voorwaarden of met een rechtvaardige

voor wie op de huurmarkt is aangewezen?

verdeling. Idem voor vele evoluties op

Aan welk soort woningen hebben we nood

landschapsniveau die niet per definitie

bij kleinere gezinnen en een verouderende

duurzame ontwikkeling in de hand werken.

bevolking? Terwijl die landschapstrends de

Het MLP leert ons vooral hoe transities

woon- en bouwsector onder druk zetten, duiken

ingang (kunnen) vinden.

er allerlei niches op die naar antwoorden op zoek zijn: we vernoemden al passiefhuizen,

Omwille van de vele elementen die samen-

er ontstaan allerlei systemen van decentrale

komen in een transitie, valt nogal eens het

energieopwekking (zonnepanelen, zonneboilers,

voorvoegsel “multi” in het taalgebruik.

warmtepompen), op sociaal vlak is er de snel

Het gaat om “multi-actorprocessen”, ze zijn

groeiende interesse voor nieuwe woonvormen

“multi-level”, ze zijn ook “multi-fase” (er wordt

zoals cohousing, in Gent experimenteert het

onderscheid gemaakt tussen voorontwikkeling,

opbouwwerk met een community land trust,10

take-off, versnelling, stabilisatie). Kortom, het

enzovoort. En ten slotte zijn ook de regime-

gaat om complexe processen waarbij er veel

spelers zelf in beweging gekomen. Invloedrijke

onzekerheid is over de ontwikkelingen die

sectororganisaties zoals de Vlaamse Confede-

zich zullen aftekenen.

ratie Bouw (VCB) en de Bouwunie formuleren eigen visies op verduurzaming van de bouw,

Wie enkele van onze belangrijke maatschap-

zetten hun leden aan stappen in die richting

pelijke systemen aan een grondig onderzoek

te zetten, en proberen tegelijk de economische

onderwerpt, kan wel merken dat ze onder

leefbaarheid van de sector te bewaken. De VCB

druk staan.9 In het voorbeeld van wonen en

pleit daarbij voor een eco-Keynesiaanse

bouwen zien we met behulp van het MLP dat

benadering, waarbij de overheid een kader

het systeem onder druk staat van landschaps-

schept en impulsen geeft om de verduurzaming

trends zoals klimaatverandering, de financieel-

van de bouw in goede banen te leiden.

economische crisis en demografische evolu-

Het woon- en bouwsysteem is een interessant

104

Sociotechnisch regime

genoeg zijn om een doorbraak mogelijk te

Landschapsontwikkelingen oefenen druk uit op het regime en stimuleren niches.

Markten Gebruikersvoorkeuren

Wetenschap Industrie

Technologie

Nieuw regime: actoren, technologie, beleid, praktijken, cultuur, enz.

Cultuur

Beleid

Regime: dominante structuren, praktijken, cultuur. Padafhankelijkheid en lock-in. Dynamisch stabiel.

Nicheinnovaties

ties (vergrijzing, andere structuur huishou-

in lokale praktijken

interne regimecontradicties moet dus groot

Sociotechnisch landschap

Bestuurlijke transitie

Toenemende structurering van activiteiten

Bestuurlijke transitie

Een nieuwe configuratie breekt door ten gevolge van landschapsdruk, nicheverbeteringen, destabilisatie van het regime. Langetermijnprocessen die door verschillende stadia gaan.

Kleine netwerken van actoren steunen innovaties op basis van verwachtingen en visies. Belang van leerprocessen.

Tijd Het multi-levelperspectief toont hoe verschillende niveaus op elkaar inspelen om een transitie mogelijk te maken. Een regime kan verstoord raken onder druk van landschapsontwikkelingen, interne regimeproblemen en concurrentie van niches. Op dat moment kunnen niches doorbreken en het regime ingrijpend wijzigen. Nieuwe praktijken en technologieën raken ingeburgerd, nieuwe actoren maken de dienst uit. © Geels en Schot

105


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

voorbeeld van hoe een combinatie van

beïnvloeden in de richting van duurzaamheid

bepaalde evoluties in de woon- en bouwsector

ander soort rol trachten te spelen dan we van

landschaps-, regime- en niche-evoluties op

en bovendien dat proces sneller laten verlopen

te verklaren. Zo gold er sinds 2003 een

een overheid gewend zijn. Sinds 2004 loopt

enkele jaren tijd een hele sector in beweging

dan het uit zichzelf zou doen. Oriënteren en

federale belastingvermindering voor onder

er immers een TM-proces — het zogenaamde

kan brengen. De standpunten die nu door

versnellen dus. Traditionele beleidsinstrumenten

andere energiebesparende investeringen

DuWoBo-proces (DuWoBo staat voor duurzaam

belangrijke spelers worden ingenomen en de

zoals regelgeving en marktinstrumenten blijven

zoals vervanging of onderhoud van stook-

wonen en bouwen) — waarin met een gemengde

kansen die men ziet in de startende transitie

daarin een belangrijke rol spelen, maar ze

ketels, installatie van zonneboilers en foto-

groep van regime- en nichespelers een

waren tien jaar geleden ondenkbaar.

worden aangevuld met processen die inzetten

voltaïsche zonnepanelen, plaatsing van

gezamenlijke toekomstvisie voor het woon-

op visieverbreding, agendasetting en netwerk-

hoogrendementsglas of superisolerend glas,

en bouwsysteem ontwikkeld is, waar nieuwe

Systemen beïnvloeden

vorming met voorlopers, experimenteren en

plaatsing van dak-, muur- of vloerisolatie.

netwerking tussen dat soort spelers gestimu-

en processen versnellen

leren.

En op Vlaams vlak bestaat er een premiestelsel

leerd wordt en waar een aantal projecten en

voor onder andere isolatie en glas, zuinige

experimenten opgezet zijn om het toekomstbeeld in de praktijk te brengen.

Transities beschrijven en analyseren met behulp van een kader zoals het MLP is één ding. Een

In het voorbeeld van wonen en bouwen heeft

verwarmingsinstallaties, sanitair warm water,

andere zaak is of de transitiewetenschap ook

overheidsbeleid op verschillende manieren

de bouw van woningen met laag E-peil of

iets zegt over de beïnvloeding van transities,

een rol gespeeld in de bocht naar meer duur-

fotovoltaïsche zonnepanelen.

want dat is tenslotte waar we nood aan hebben:

zaamheid die zich daar aan het afspelen is.

niet gewoon afwachten hoe verschillende

Zo is de snelle evolutie op vlak van energie

systemen zich ontwikkelen, maar proberen

sterk beïnvloed door de Europese EPB-richtlijn

ze in een duurzamere richting te sturen.

(Energy Performance of Buildings Directive,

Zoals gezegd zijn transitieprocessen complexe

2002/91/EC), in 2006 op Vlaams vlak vertaald

processen die door verschillende fases lopen

in het Vlaams Decreet Energieprestatie en

en die vanuit verschillende niveaus en door

Binnenklimaat en in 2011 verder bijgestuurd.

heel wat actoren met verschillende visies

Dat decreet bepaalt dat de energieprestaties

en posities beïnvloed worden. Er is daardoor

van nieuwe woningen stelselmatig moeten

geen enkele actor — ook een overheid niet

verbeteren: in 2006 lag dit zogenaamde

— die een systeem zomaar naar zijn hand kan

E-peil voor nieuwe woningen nog op E100,

zetten. Maar in transitiedenken wordt er wel

tegen januari 2014 mag het nog maar op E60

algemeen van uitgegaan dat het mogelijk moet

liggen en daarna moet het verder omlaag om

Hoewel energie een belangrijk onderdeel

die gevolgd wordt, is daarom het trachten

zijn systemen te beïnvloeden, zeker wanneer

tegen 2021 een bijna-nulenergienorm te halen.

is van wonen en bouwen en momenteel de

verhogen van de druk op het regime: door

ze onder druk staan en allerlei evidenties in

Uiteraard gaan aan dit soort regelgeving heel

drijvende kracht is achter de vernieuwing,

niches te versterken, door contradicties in het

vraag gesteld worden. Dat is de betekenis van

wat complexe strategische processen vooraf.

is er heel wat meer nodig om van een meer

regime bloot te leggen en daaraan te sleutelen,

wat transitie governance, transitiemanagement

Hoe dan ook, deze regels gecombineerd met

geïntegreerde kijk op duurzaam wonen en

door landschapstrends onder de aandacht

(TM) of transitiewerk genoemd wordt:

fiscale stimulansen en premies van de federale

bouwen te spreken. Op dat vlak heeft de

te brengen die bijsturing van regimes vragen.

transities van onze maatschappelijke systemen

en Vlaamse overheid zijn belangrijk om

Vlaamse overheid de laatste jaren een heel

Veel van de instrumenten die in de transitie-

106

Eerst wat meer uitleg over transitiemanagement (TM). Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

“Transitiemanagement is de transities van onze maatschappelijke systemen beïnvloeden in de richting van duurzaamheid en bovendien dat proces sneller laten verlopen dan het uit zichzelf zou doen. Oriënteren en versnellen dus.”

Transitiemanagement is de bekendste aanpak uit een groep van transitie governance benaderingen die allemaal de bedoeling hebben systemen naar duurzaamheid te heroriënteren. Die benaderingen gaan er in het algemeen van uit dat veel problemen inherent verbonden zijn met en voortvloeien uit de kenmerken en de huidige voortgang van onze systemen. De oplossingen die altijd gewerkt hebben — de regimeoplossingen, zeg maar — werken daardoor niet meer. De algemene strategie

107


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

benadering ontwikkeld zijn, zijn gericht op een

onderzoeksteam rond de Nederlandse prof

brengen. Daartoe worden in samenspraak

opentrekken van de blik, een herdefinitie van

Jan Rotmans verbonden aan DRIFT van de

“transitie-experimenten” geformuleerd en

het probleem, een vernieuwing van aannames

Erasmus Universiteit Rotterdam.13 TM is het

naar coalities gezocht om die uit te voeren.

en interpretatiekaders, een herformulering

meest toegepast en meest bekend, maar

Het is de bedoeling zowel de experimenten

van de rol van stakeholders, het betrekken

heeft ook behoorlijk wat kritiek gekregen.

als het transitieproces van nabij op te volgen,

van nieuwe actoren in verruimde netwerken

zodat er lessen getrokken kunnen worden

tegelijk mag er geen twijfel over bestaan dat zonder de dynamiek in de samenleving en de betrokkenheid van vele actoren een transitie niet op gang komt.”

en platforms, het experimenteren met duur-

Enkele jaren geleden besliste de Vlaamse

over wat wel en niet werkt op het terrein,

zamere praktijken en technologieën. Zo wordt

regering — mede op advies van de Sociaal-

maar zodat ook het proces eventueel bij-

met gezamenlijk uitgewerkte toekomstvisies

Economische Raad van Vlaanderen (SERV)

gestuurd kan worden. Wat er in feite gebeurt,

Deze TM-aanpak is zowel door DuWoBo als

en scenario’s geprobeerd de contouren van

en de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen

is dat met de visie en de transitiepaden een

Plan C vrij strikt gevolgd. Binnen DuWoBo

het debat te verleggen, ambitieniveaus te

(Minaraad) — in haar milieubeleid te experi-

langetermijnkader gecreëerd wordt waartegen

werd begin 2005 eerst een systeemanalyse

verhogen, en de agenda’s van veranderings-

menteren met transitiemanagement. In 2004

kortetermijnacties afgewogen kunnen worden.

uitgewerkt.14 Die wijst op een aantal belang-

gezinde spelers met elkaar te verbinden.

startte een eerste proces rond duurzaam

Die acties kunnen praktijkexperimenten zijn,

rijke knelpunten zoals een individualistische

Experimenten met nieuwe technologieën

wonen en bouwen (DuWoBo), in 2006 een

maar het kan ook gaan om beleidsmaatregelen

en starre wooncultuur; een tekort aan betaal-

en praktijken dienen dan weer om de korte

tweede rond duurzaam materialenbeheer

ter ondersteuning van de transitiepaden.

bare kwaliteitsvolle, gezonde en veilige

en de lange termijn met elkaar te verbinden

(Plan C). De eerste fase in transitiemanage-

Naarmate de steun voor de transitievisie groeit,

woningen; beperkte flexibiliteit in de bouw-

en in de praktijk te leren over gewenste

ment bestaat doorgaans uit bijeenkomsten

kan ze evolueren naar een inspiratiebron

cultuur; eindigheid aan de beschikbaarheid

uitkomsten.

van voorlopers (nichespelers en veranderings-

en strategische oriëntatie voor het reguliere

van ruimte voor wonen; een woon- en bouw-

gezinde regimespelers) in zogenaamde

beleid dat gericht is op korte en middellange

cultuur die niet is afgestemd op de draagkracht

Afhankelijk van de visie op de rol van actoren,

“transitiearena’s”, waarin gezamenlijk gewerkt

termijn.

van het milieu; geen homogeen overheids-

de mate van stuurbaarheid en het belang van

wordt aan een definiëring van de hardnekkige

soorten netwerken worden verschillende

problemen waarop het systeem botst en,

benaderingen naar voren geschoven. Sommige

vooral, aan de uitwerking van een toekomst-

daarvan focussen vooral op de versterking

visie voor het systeem voor de volgende

11

van niches en nicheactoren, andere vertrekken

vijfentwintig tot vijftig jaar. Die visie dient

vanuit specifieke knopen in het systeem of

dan als basis voor de formulering van een

12

vanuit de rol van consumenten.

Transitie-

aantal “transitiepaden”, de hoofdlijnen van

management vertrekt vanuit een gezamenlijke

verandering waarlangs de transitie zou kunnen

systeemanalyse en visievorming met een

verlopen. De transitiearena gebruikt de visie

beperkte groep van vooruitstrevende niche-

en de transitiepaden tevens om het netwerk

en regimespelers en probeert daarmee aan

uit te breiden en op zoek te gaan naar

agendasetting te doen voor langetermijnbeleid.

geïnteresseerde bedrijven, organisaties en

De TM-aanpak werd ontwikkeld door een

individuen om de ideeën in de praktijk te

108

beleid. In een volgende fase worden zeven

“Bij een transitieaanpak krijgt de overheid een vernieuwde invulling: faciliteren van processen, richting geven aan langetermijnoriëntaties, voorwaarden creëren om transitieprocessen te versoepelen, verbindingen leggen tussen processen en actoren. De overheid is dus wel een belangrijke speler, maar

leidende principes gedefinieerd voor een duurzame ontwikkeling van wonen en bouwen in Vlaanderen: een geïntegreerde benadering van de ontwikkeling en management van de sector; gedeelde verantwoordelijkheid en transparante besluitvorming; hoge kwaliteit van het gebouw en de leefomgeving; toegankelijke en sociaal rechtvaardige huisvesting; balans tussen privaat en collectief gebruik; gesloten kringlopen van stoffen en materialen; economisch gezonde en maatschappelijk verantwoorde bouwsector. Vanaf

109


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

2006 begint de agenda op verschillende

gemeenten en steden adviseert over verduur-

beleidsinitiatieven van onderuit waar al

manieren een rol te spelen. Zo wordt hij door

zaming van bouwprojecten heeft geleid tot

dan niet private organisaties (bv. buurt- of

Vlaams minister-president Kris Peeters aanvaard

een nota met knelpunten voor de realisatie

natuurverenigingen) aan de basis liggen.16

als langetermijnvisie voor zijn beleid rond duur-

van duurzame wijken die al een eerste keer

Het is in dergelijke complexe setting dat

zaam wonen en bouwen. Institutioneel leidt

tussen bevoegde ministers besproken is.

we van overheden zowel op inhoudelijk

dat onder andere tot de oprichting van een

als op procesmatig vlak een sterk politiek

“Fundamenteel andere keuzes maken is niet evident. Een regime laat zich niet zomaar veranderen. Als het onder druk komt, zullen gevestigde spelers zich verzetten en trachten hun machtsposities te behouden of vernieuwingen te absorberen.”

cel Duurzaam wonen en bouwen binnen de

Het zijn een paar voorbeelden van hoe bij

Diensten Algemeen Regeringsbeleid, tot opname

een transitieaanpak de overheid een nieuwe

van het thema in Vlaanderen in Actie (ViA) en

rol kan opnemen. De overheid krijgt hierbij

Kortom, via transitiedenken hoopt men sneller

in de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling

een vernieuwde invulling: als facilitator van

werk te kunnen maken van oplossingen voor

(VSDO), en tot de uitbouw van provinciale

processen, om richting te geven aan lange-

actuele systeemcrisissen die verder reiken dan

steunpunten voor duurzaam wonen en bouwen.

termijnoriëntaties, om voorwaarden te

kortetermijnremediëring, maar die ingrijpen op

Zoals gezegd, heeft transitiemanagement

Daarnaast geeft “Vlaanderen in de steigers”

creëren om transitieprocessen te versoepelen,

de structurele kenmerken en werkwijzen van

behoorlijk wat kritiek gekregen de laatste

de aanzet tot een reeks experimenten,

om verbindingen te leggen tussen processen

onze huidige maatschappelijke ordening.

jaren. Alleen al de term “management”

projecten en processen die de agenda in de

en actoren. De overheid is dus wel een

praktijk proberen vertalen. Zo is een studie

belangrijke speler, maar tegelijk mag er geen

Transitiewerk en de eerste Januskop

complexe processen en niet zomaar rechttoe

over duurzaamheidscriteria voor gebouwen

twijfel over zijn dat zonder dynamiek in de

Zowel DuWoBo als Plan C hebben een aantal

rechtaan te sturen. Management heeft echter

de aanzet tot wat ondertussen het “Afwegings-

samenleving en de betrokkenheid van vele

mooie resultaten bereikt op vlak van visievor-

wel die bijklank van grote beheersbaarheid

instrument duurzaam wonen en bouwen

actoren een transitie niet op gang komt.

ming, agendasetting voor beleid, netwerking

en roept daardoor verkeerde verwachtingen

in Vlaanderen” is geworden en de onder-

Toegepast op steden zouden we gewag kunnen

en opzetten van projecten. Beide netwerken

op. Wie zijn bovendien die “managers” die

handelingen over de start voor een Belgian

maken van een verschuiving van het traditionele

hebben ook enkele jaren voorop gelopen

zoiets durven claimen en waar halen ze hun

Sustainable Building Council. Er is een studie

urban government naar het ruimere urban

in hun domein. Maar het zou een ernstige

legitimiteit? Verschillende onderzoekers

rond opleidingen in de bouw die mede

governance (of stedelijke netwerkbesluit-

overschatting zijn van hun impact om te

hebben erop gewezen dat TM te gemakkelijk

aanleiding is voor een herdenking van

vorming). Grenzen tussen privaat en publiek

denken dat we daarmee de transitie nu

gelooft in de dynamiek die ontstaat in een

competentieprofielen van vakopleidingen

gaan dan vervagen, alsook tussen overheid

definitief hebben ingezet. Transitiemanage-

relatief afgesloten arenaproces, en daarbij

binnen het Fonds voor Vakopleiding in de

en economie en tussen overheid en maat-

ment kan resultaten voorleggen op de net

de realiteit van de politieke inbedding in de

schappij. Tegelijkertijd zou de hiërarchie bij

genoemde vlakken, maar is geen toverformule

ruimere context over het hoofd ziet. Actoren

laat aannemers en architecten kennismaken

overheden eroderen, wat zich vervolgens ver-

die standaard op eender welk probleem

die deelnemen aan TM-processen doen dat

met bio-ecologische bouwprojecten. Binnen

taalt in zowel vrij formele bestuursinstituties

toegepast kan worden. Bovendien zitten er

niet enkel omdat ze zo gedreven zijn voor

de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschap-

waarin (semi)publieke en private actoren deel

enkele inherente spanningen in de aanpak.

transities, maar ook omdat ze het als één

pij (OVAM) zijn studies gestart om de milieu-

van kunnen uitmaken (bv. autonome gemeente-

Daar willen we toch ook even bij stilstaan

forum naast andere zien om hun eigen

impact van materialen in de bouw in kaart

bedrijven, PPS-constructies) als informele

alvorens over te gaan naar transitiedenken

agenda te realiseren. Zeker sterke regime-

te brengen. En een ngo-adviesnetwerk dat

autonomous self-governing networks en/of

voor steden.

actoren hebben er weinig problemen mee

15

Bouwnijverheid.

Het project Ecobouwpools

110

en ambtelijk leiderschap verwachten.

roept weerstand op. Transities zijn bijzonder

111


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

het proces aan de kant te schuiven of nog

vooruitkijkend ziet men systemen als kenbaar

verandering in functie van duurzaamheid, of

en anderen) om een actieve rol te spelen

enkel controlerend op te volgen als elders

en beïnvloedbaar mits de juiste instrumenten

de nood aan meer dan enkel technologische

in de wording van een transitie. Grin onder-

hun belangen beter gediend worden. Ook de

en technieken worden ingezet. Misschien is

innovatie. Dat dergelijk gevaar reëel is, wordt

scheidt drie rollen: handelen op het niveau

overheid worstelt met een probleem: ze wil

dat niet de bedoeling van transitiemanagement-

duidelijk als we er even bij stilstaan dat de

van niches om innovatieve praktijken te

wel experimenteren met transitiemanagement,

in-theorie, maar het manifesteert zich wel in

Vlaamse regering in de Vlaamse Strategie

versterken; handelen op het niveau van het

maar tegelijk laat de nog altijd sterk verkokerde

transitiemanagement-in-praktijk. Dat dreigt

Duurzame Ontwikkeling (VSDO) zes transitie-

regime om structurele veranderingen te

overheidsorganisatie — en in de Vlaamse

ook de politieke doelstelling van transitie-

processen wil opzetten (waaronder de

bewerkstelligen; en handelen waarbij inno-

context lijkt het project Beter Bestuurlijk

denken te hypothekeren, namelijk diepgaande

continuering van DuWoBo en Plan C) en ViA

vatieve praktijken en regimeverandering met

Beleid hier veeleer een stap achteruit —

veranderingen van maatschappelijke syste-

wil versnellen met zomaar eventjes dertien

elkaar gekoppeld worden om een versterkend

moeilijk toe om de integratie te realiseren

men nastreven omdat de normale voortgang

transitieprocessen (sommige overlappen met

effect te realiseren.18

die in transitiebeleid nodig is. Tegelijk blijft

van die systemen steeds grotere milieu-

de VSDO). De vraag moet gesteld worden

de ondersteuning voor dit soort processen in

problemen, sociale uitsluiting en economische

in welke mate de transitiebenadering aan-

Een veel gebruikte aanpak om dat handelen

personeel en middelen bijzonder beperkt, en

instabiliteit veroorzaakt.

gegrepen wordt om een vertrouwd socio-

te structureren is transitiemanagement. Die

economisch innovatiediscours wat op te

aanpak heeft bewezen tot een aantal mooie

is er ook weinig aansturing vanuit kabinetten of hogere ambtenarenniveaus. Fundamenteel

Onderzoek naar de Nederlandse energie-

frissen, dan wel om in al die trajecten echt

resultaten te leiden, maar heeft anderzijds

andere keuzes maken is niet evident. Een

transitie heeft erop gewezen dat een nieuw

aan transities te werken. Bij het op gang komen

ook een beperkte spanningsboog: de uit-

regime laat zich overigens niet zomaar

verhaal — zoals het transitieverhaal — kwets-

van deze processen vanaf midden 2012 is

gewerkte toekomstvisie en de daaruit

veranderen. Als het onder druk komt, zullen

baar is wanneer het in een omgeving terecht-

de nodige waakzaamheid dan ook geboden.

voortvloeiende experimenten en projecten

gevestigde spelers zich verzetten en trachten

komt waarin historisch sterk verankerde

hun machtsposities te behouden of vernieuw-

verhaallijnen functioneren, een omgeving

Naar een complexiteitserkennende,

voorlopers, maar na enkele jaren en in een

ingen te absorberen.

waarin al jarenlang een vaste, moeilijk in

politieke transitiegovernance

snel veranderende maatschappelijke context

beweging te krijgen opvatting heerst over

Transitiedenken houdt zich met twee grote

valt dat bindmiddel weg. Betrokken actoren

bijvoorbeeld doelstellingen en aanpak van

vragen bezig: enerzijds het begrijpen en

vinden andere wegen om hun doelstellingen

analyseren van transities, anderzijds het trachten

na te streven (en hebben die sowieso altijd

De TM-aanpak zoals hij tot nu toe meestal

17

fungeren als bindmiddel in het netwerk van

wordt toegepast, is onvoldoende gewapend

beleid.

om met dat soort problemen om te gaan. Het

en economisch beleid, waar bijna uitsluitend

beïnvloeden van transities. We hebben vast-

gehad), de gewenste veranderingen stuiten

heeft soms teveel van een standaardformule

productiviteits- en groeibekommernissen

gesteld dat op dat eerste terrein het transitie-

op weerstand (bijvoorbeeld in de overheids-

(arena, visie, transitiepaden, experimenten)

centraal staan. In zo’n omgeving is de kans

denken over krachtige analyse-instrumenten

organisatie), de oorspronkelijke dynamiek van

die gepaard gaat met het uitzetten van een

groot dat uit het transitiediscours alleen die

beschikt (zoals het MLP) om inzicht te ver-

het TM-proces valt stil. Dat is allemaal perfect

lineair, zelfs wat naïef traject richting het

elementen opgenomen worden die het discours-

werven in de toestand en evoluties van een

normaal: een regime is in feite een configura-

vooropgestelde doel. Zo dreigt de aanpak twee

regime niet te erg verstoren: bijvoorbeeld wel

systeem en beter te begrijpen hoe ontwikke-

tie van gestolde machtsverhoudingen, en dus

gezichten te vertonen, een Januskop als het

denken op lange termijn, of betrekken van

lingen op verschillende niveaus op elkaar

krijgen transitieprocessen te maken met weer-

ware. Achteruitkijkend wordt een complexe

een diversiteit aan stakeholders, maar niet

inspelen. Ten tweede biedt het ook heel wat

stand, conflict, vragen over legitimiteit en

setting en grillige processen waargenomen,

het idee van de noodzaak aan diepgaande

aanknopingspunten voor actoren (beleidsmakers

vertrouwen.

112

Zo’n omgeving is het innovatie-

113


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

“De vraag is niet zozeer of we de dingen goed doen, maar vooral of we nog de goede dingen doen.”

op maat (van bijvoorbeeld een stad) te

echter niet voor iedereen en dus zijn ook

omgaan met tijdslijnen, waarbij nood is

ontwikkelen. Die bouwblokken kunnen ook

anderssoortige stappen nodig, bijvoorbeeld

aan leren over wat werkt en niet. Een

tot een verbeterde versie van de traditionele

aanpassing aan regelgeving of marktinstru-

overheid en een veranderingsnetwerk

TM-aanpak samengesteld worden, maar dat is

menten geïnspireerd door de visie om op

kunnen wel invloed uitoefenen, maar

dan één mogelijkheid naast andere. Sowieso

termijn een grotere groep mee te krijgen.

kunnen niet rechttoe rechtaan naar een vooropgesteld doel sturen. Vandaar dat

ligt er hier voor de volgende jaren een enorm • Leerprocessen stimuleren: Een transitie-

voor de sturingsfilosofie achter transitie-

Net daarom is het cruciaal een transitieaanpak

veld open om te leren op praktisch en

niet te laten vervallen in een standaardformule

theoretisch vlak. De transitiewetenschap en

proces is een lange weg waarbij het doel

processen soms de term goal-oriented

die als overal toepasbaar wordt gepresenteerd,

transitiepraktijk zijn tenslotte nog maar een

niet precies vastligt. Visies kunnen een

incrementalism gebruikt wordt: we zetten

maar voldoende aandacht te hebben voor het

tiental jaar oud.

brede oriëntatie geven, maar complexiteit

een richting en doel uit, maar we zullen

en onzekerheid zijn eigen aan een transitie.

daar met kleine stapjes (incrementeel)

complexe en politieke karakter van transitiewerk. We spreken daarom liever over “transitie

Hoewel in de praktijk het onderscheid minder

Leren is dus een noodzaak en kan verschil-

naartoe moeten bewegen, zonder absolute

governance” en een praktijk die een “complexi-

duidelijk is, kunnen we om analytische redenen

lende vormen aannemen. “Eerste orde

zekerheid op succes. Anderzijds, we zetten

teitserkennend perspectief” hanteert. Dergelijk

enkele belangrijke bouwstenen voor een

leren” verwijst naar het opdoen van

niet zomaar stapjes in het wilde weg, er is

perspectief houdt — ook

complexiteitserkennende, politieke transitie

nieuwe kennis en de overdracht van die

wel degelijk een richtinggevend beeld van

in het vooruitkijken — permanent rekening

governance in twee groepen indelen: de

kennis. Bij “tweede orde leren” wordt het

een duurzamer systeem en een duurzamere

met de grilligheid van processen, de vele

eerste groep focust veeleer op procesmatige

oorspronkelijke probleem geherdefinieerd.

wereld.

formele en informele coalities van betrokken

aspecten, de tweede groep op actorgebonden

De vraag is niet zozeer of we de dingen

actoren met verschillende belangen

elementen.

goed doen, maar vooral of we nog de

(bv. bedrijven, overheden, sociale bewegingen, academici, individuele burgers), het belang van policy windows

19

Veeleer procesmatige bouwstenen

en het verbinden van

dossiers, de normatieve keuzes die voort-

• Aandacht voor verwachtingen en

• Praktische stappen zetten, kritisch

goede dingen doen. Dat is vaak een

voortbouwend op wat er al is: Hoe een

sociaal proces en daarom zijn brede,

duurzamer systeem er precies uitziet, weet

gevarieerde netwerken nodig: in discussie

niemand, en dus is experimenteren met

met elkaar reflecteren mensen over hun

nieuwe technologieën en praktijken,

durend gemaakt moeten worden, de relativiteit

toekomstvisies: verwachtingen en visies

uitgangspunten, oplossingen en waarden

opbouwen van nieuwe relaties, leren over

van formele strategische plannen, de onzeker-

kunnen richting geven aan beleid en

en daardoor kan hun referentiekader

nieuwe vaardigheden en regels van groot

heid van uitkomsten, de eigenheid van

praktijk. Inspirerende visies breken denk-

veranderen. Problemen worden geherdefi-

belang. Praktijkprojecten en -experimenten

systemen, enzovoort. Zo’n kijk verdedigen is

kaders open en kunnen een agenda

nieerd en nieuwe handelingsperspectieven

hebben een dubbel doel: enerzijds leren

niet vanzelfsprekend omdat ze geen lineaire,

creëren waarrond actoren gaan samen-

bieden zich aan.

over hoe een mogelijk onderdeel van de

kant-en-klare aanpak vooropstelt waarin

werken. Ze kunnen legitimatie geven aan

alle stappen gedefinieerd zijn en ieders rol

nieuwe projecten en programma’s, aan

duidelijk is. Het gaat vooralsnog eerder om

nieuwe beleidssporen, aan heroriëntatie

Transitieprocessen zijn zoekende proces-

bijdragen aan die transitie. Kortetermijn-

een reeks aandachtspunten die als bouwblokken

van financiering, aan tijdelijke bescher-

sen, waarbij de uitkomst niet op voorhand

acties worden zo gekoppeld aan de

kunnen functioneren om een transitieaanpak

ming van goede praktijken. Visies werken

vastligt, waarbij flexibiliteit nodig is in

langetermijnvisies. Het is belangrijk te

114

transitie in de praktijk werkt en verbeterd • Onzekerheid en traagheid toelaten:

kan worden, anderzijds al een stukje

115


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

beseffen dat niet alles opnieuw moet

plannen bundelen, beschrijven en/of

ervaring en kennis mogelijk. Omdat veel

de deelnemers een invloedrijk proces te

uitgevonden worden: er bestaan al veel

consolideren meestal geleidelijk aan en

regimespelers niet erg geneigd zijn zomaar

creëren dat transities zou versnellen. Maar

goede praktijken die verdiept kunnen

niet zelden informeel gegroeide strategi-

te beginnen sleutelen aan het systeem

ten eerste duiken er ook in een transitie-

worden, uitgebreid, opgeschaald, kritisch

sche lijnen. Wel kunnen deze instrumenten

waarin ze een belangrijke rol spelen, is het

arena machtsverschillen op, en ten tweede

herdacht en in een transitiekader binnen-

voor een zekere profilering zorgen en een

van belang voldoende nichespelers en

is dergelijke arena slechts één factor in

gebracht.

houvast bieden voor (vaak minder betrokken)

vooruitdenkende regimespelers te betrekken

een kluwen van processen op meerdere

in zo’n netwerken.

niveaus. De verandering in diepgewortelde

actoren binnen en buiten de organisatie.

20

• Programmawerking invoeren of versterken: Afzonderlijke projecten hebben in het

systemen die een transitie veronderstelt, Veeleer actorgebonden bouwstenen

verleden al meermaals bewezen dat ze

• Geen machtsvacuüm, wel governance

kan niet anders dan op politieke en machts-

settings: Hoewel de macht van overheden

vragen stuiten. Aangezien die vragen

een (sub)systeem een kwalitatieve impuls

• Bewustzijn van een nood aan veran-

— in het bijzonder politieke leiders als

onvermijdelijk zijn, worden ze beter niet

kunnen geven. Transities vergen echter ook

dering: Met actoren die niet geloven

regimespelers — aanzienlijk blijft, is er

als een probleem gedacht, maar moeten

verweven projecten, acties en praktijken

dat onze maatschappelijke systemen met

geen enkele actor die voldoende greep

we leren ermee om te gaan en te bekijken

die (sub)systemen ruimten, doelgroepen,

ernstige problemen worstelen, is het

heeft op alle factoren van een maatschap-

hoe verschillende vormen van macht ingezet

enzovoort meer holistisch aanpakken.

moeilijk samenwerken vanuit een transitie-

pelijk systeem om dat autonoom te sturen.

kunnen worden om transities te versterken.

Dergelijk programmadenken blijft niet

perspectief. Daarom wordt er vaak gekozen

In die zin is zeker nood aan een netwerk-

steken binnen de verantwoordelijkheden

om in de eerste fases vooral voorlopers

logica en een governance benadering:

van overheden en binnen legislaturen,

te betrekken, veranderingsgezinde spelers

vanuit gezamenlijk werken aan een beter

op regimeniveau: Verandering vindt niet

maar gebeurt idealiter door alle betrokken

uit regime en niches. Voldoende aandacht

probleembegrip en toekomstvisie wordt

alleen vanuit niches plaats, maar ook door

actoren die een langetermijnkader enten

voor de groep van volgers is echter nodig

naar oplossingen gezocht waarin meerdere

structurele aanpassingen op regimeniveau.

op kortetermijnacties. Programma’s

om ook omvang te geven aan de verande-

actoren (publieke en private) een rol

Bijsturingen op regimeniveau (zoals in

hoeven overigens niet in allerlei strategische

ringsbeweging.

opnemen. Dergelijke aanpak moet dan

regelgeving, financiële instrumenten,

positief doorwerken op meer traditionele

aankoopbeleid) kunnen geïnspireerd en

beleidsinstrumenten (bv. regelgeving

gelegitimeerd worden door vernieuwingen

en financiële instrumenten).

op nicheniveau; omgekeerd kunnen ze dat

documenten te worden vastgelegd, belangrijker is dat op een slimme manier

• Bouwen van veranderingsgezinde netwerken: Netwerken tussen voorlopers

verbindingen worden gelegd.

• Zoeken naar structurele verandering

soort vernieuwingen ook stimuleren en

en tussen voorlopers en meer behouds• Formele strategische planning relativeren:

gezinde regimespelers creëren draagvlak

• Geen machtsvacuüm, dus ook weer-

Dergelijke instrumenten vormen doorgaans

voor de verschillende elementen van een

stand en strijd: In de eerste pogingen

geen bifurcatiemoment, maar zijn slechts

transitie, zoals nieuwe praktijken, nieuwe

tot transitiemanagement werd de factor

• Ook de overheid in transitie: Een transitie-

een van de vele elementen in een kluwen

technologie, regelgeving, infrastructuur,

“macht” onderschat en leefde de indruk

aanpak vraagt andere structuren, werkwijzen

van complexe strategische processen die

enzovoort. Ze zijn vaak noodzakelijk om

dat de afgeschermde omgeving van een

en competenties bij de overheid. Ze zal

in onderlinge interactie de (beleids)

middelen te voorzien (geld, mensen,

transitiearena voldoende was om in een

moeten evolueren naar een lerende

uitkomsten bepalen. Formele strategische

expertise). Ze maken uitwisseling van

machtsvrije omgeving en in overleg tussen

organisatie die over beleidsdomeinen heen

116

meer legitimiteit geven.

117


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

kan samenwerken, die langetermijnvisies

lossen met een nieuw product of productie-

kan integreren en vertalen in kortetermijn-

proces en ook een louter technologische

acties, die interactief met stakeholders

blik schiet ruim tekort. Transitiebeleid houdt

vorm kan geven aan transitiebeleid. Dat

rekening met de verbondenheid en onder-

vraagt onder andere ambtenaren die over

linge afhankelijkheid van technologie,

beleidsdomeinen heen werken en niet in

instituties, structuren, markten, productie-

een keurslijf zitten dat initiatief ontmoedigt.

en consumptienetwerken, wetenschap,

Zowel politiek verantwoordelijken als

dagelijkse routines, culturele betekenissen,

management hebben hierin een belang-

waarden en normen. Die verbondenheid

rijke rol.

verklaart de stabiliteit van een regime, maar

• Slimme verbindingen leggen: Een van

“De hardnekkige problemen waarmee onze maatschappelijke systemen worstelen, zijn niet op te lossen met een nieuw product of productieproces en ook een louter technologische blik schiet ruim tekort.”

• Op Vlaams niveau hebben we de laatste twee jaar het woord “transitie” zien opduiken in het beleid: eerst in de VSDO, nu ook in ViA waar er respectievelijk zes en dertien thema’s uitgekozen zijn om met een transitiebenadering aan te pakken. • Een van die ViA-transitiethema’s is “Duurzame en creatieve Vlaamse steden”. Ondertussen zijn enkele steden al op eigen

als systemen in crisis raken, geeft ze ook veel

houtje aan transitieprocessen begonnen,

aanknopingspunten om van verandering werk

al dan niet met duurzaamheid als centrale

Vlaamse steden en duurzaamheidstransities

de thema’s die doorheen veel van deze

te maken. De ervaring leert dat het MLP een

bouwstenen speelt, is dat van verbindingen

krachtig denkkader is om zo’n systeemblik te

leggen: tussen verschillende soorten

leren hanteren. Diezelfde ervaring leert ook

actoren, tussen aan de gang zijnde

dat maatschappelijke systemen vaak met

Een transitiebril nodig?

steden-duurzaamheid-transities. Hoe staat

processen, tussen nieuwe ideeën en

elkaar verweven zijn (denk bv. aan het

Dit essay ging uit van enkele vaststellingen:

het eigenlijk met duurzaamheid in Vlaamse

traditionele settings die zichzelf aan het

mobiliteitssysteem, voedselsysteem, energie-

vastrijden zijn. Verbindingen leggen is

systeem, gezondheidssysteem) en dat de

mensenwerk en verbinders — in politieke

meeste belangrijke systemen in de moderne

denkkader gecreëerd dat toelaat om

aanzetten kunnen we verder bouwen? Achter

literatuur soms policy entrepreneurs

tijd wereldwijde vertakkingen hebben

transities beter te begrijpen en een

de gedachtegang die we ontwikkelen, spelen

genoemd — blijken essentieel om transitie-

gekregen. Het “systeem stad” is daarbij niet

beleidspraktijk op te zetten om ze trachten

voortdurend twee ideeën. Enerzijds is er

processen vooruit te helpen.

het eenvoudigste systeem: vele systemen

te beïnvloeden.

de vaststelling dat steden een rol hebben in

We gaan nu dieper in op die combinatie

steden? Welke rol kunnen steden spelen in • Er is de laatste jaren een wetenschappelijk

slaan er neer en/of worden erdoor bepaald. Met bovenstaande aandachtspunten hebben

We komen daar verder op terug.

concept (Leuven, Gent, Genk…).

de transities die op ons afkomen? Op welke

de transitie naar een duurzamere samenleving • Transitietaal wordt steeds populairder: op

wereldwijd en dat ze ook nood hebben aan

we enkele fundamenten om met een com-

allerlei niveaus en in verschillende settings

meer duurzaamheid op hun eigen grond-

plexiteitserkennend perspectief transities te

wordt het woord “transitie” gebruikt.

gebied (en duurzaamheid begrijpen we in zijn

stimuleren. Aangezien elk systeem anders

Het drukt telkens een gevoel uit van nood

brede betekenis: levenskwaliteit, respect voor

is, vergt dit maatwerk, geen passe-partout

aan grondige veranderingen in de manier

ecologische draagkracht, sociale rechtvaardig-

managementverhaal. Het hanteren van een

waarop ons maatschappelijk systeem

heid, economische stabiliteit). Anderzijds is

“systeemblik” is zinvol. De hardnekkige

functioneert.

er de vaststelling dat onze wereld op zoveel

problemen waarmee onze maatschappelijke

vlakken in beweging is dat er bijna onvermij-

systemen worstelen, zijn immers niet op te

delijk transities op ons afkomen. Deze werken

118

119


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

ongetwijfeld min of meer door op onze

Een cruciale vraag is of het Vlaamse steden-

grote duurzaamheidsprincipes (economische,

Deze middelen zijn bestemd voor de verhoging

Vlaamse steden. In transitietaal: de land-

beleid, Vlaamse stadsbesturen en/of andere

sociale, fysiek-ecologische en institutionele

van de leefbaarheid op stads- en wijkniveau,

schapsdruk is op vele terreinen zo groot dat

betrokken actoren aan de slag willen of

principes). Op de kruispunten vinden we

het tegengaan van de dualisering en de

er zich de volgende decennia sowieso grote

moeten gaan met transitiebenaderingen.

in totaal 175 doelen en intenties voor een

verhoging van de kwaliteit van het bestuur

veranderingen gaan voordoen. Kijk bijvoor-

Dat betekent alvast dat men voor duurzame

duurzame Vlaamse stad. Deze visie kan

van de stad. Met andere woorden, stads-

beeld naar de druk door klimaatverandering,

Vlaamse steden kiest, dat dominante structuren,

— mits een kritische analyse en actualisering

besturen hebben een grote autonomie bij

opkomende ontwikkelingseconomie (China,

culturen en praktijken stedelijke duurzaam-

— mogelijk als een van de basiselementen

het besteden van deze budgetten. Dit kunnen

India, Brazilië, enzovoort), de financieel-eco-

heid ten volle nastreven. Is dat momenteel

dienen bij de start van een brede transitie-

we begrijpen gegeven de professionalisering

nomische crisis, demografische ontwikkelingen.

het geval?

benadering. Vraag is dan wel of opnieuw

die deze besturen hebben ondergaan en de

een consensusdiscours inzake duurzame

niet zelden precaire financiële situatie. Los

ontwikkeling de bovenhand moet krijgen.

daarvan kan het koppelen van het Stedenfonds

De vraag is niet of er transities komen, maar wel hoe ze zich gaan afspelen en

Aanzetten voor transitiebeleid

waartoe ze zullen leiden. Transitiewerk is

op Vlaams niveau

dus niet enkel een kwestie van voluntarisme,

Zoals uit het essay van Filip De Rynck elders

Bij de toekenning van subsidies voor Stads-

projecten en processen die de sociale en

maar wellicht nog meer dan voorheen de

in dit boek blijkt, veranderde het beleids-

vernieuwingsprojecten spelen de voorziene

ecologische duurzaamheid van onze steden

turbulente ontwikkelingen proberen sturen

arrangement van het Vlaamse Stedenbeleid

en breed ingevulde duurzaamheidscriteria

stimuleert, getuigen van een expliciete

richting duurzaamheid. In die zin lijkt de

begin deze eeuw aanzienlijk. Nieuwe beleids-

vooralsnog een minder prominente rol: er

keuze voor duurzaamheidstransities.

huidige crisistijd een opportuniteit voor

instrumenten zagen het licht: subsidies voor

moet aan minimumvereisten voldaan zijn,

duurzaamheid, ook in onze Vlaamse steden.

stadsvernieuwingsprojecten, de Thuis in de

maar de stadsbesturen die dossiers indienen,

Vanzelfsprekend moeten we ook leren uit

Stad-prijs, de Stadsmonitor, het Stedenfonds

lijken hier niet het verschil te willen maken.

bestaande, veeleer “Vlaamse” transitie-

Van start gaan met een bewust transitietraject

en de daarin begrepen visitatieprocedures,

Het Vlaamse Stedenbeleid trachtte dit wel

processen. Zo gaven we reeds aan dat er

vraagt echter enige bedachtzaamheid over

de formule van de Stadscontracten, enzovoort.

te doen met de Stadscontracten, een soort

TM-processen lopen rond duurzaam wonen

wat men precies wil en hoe dat aan te

Vooral in het Witboek, De eeuw van de stad,

niche in het Vlaamse beleidsarrangement.

en bouwen (DuWoBo) en rond duurzaam

pakken. Niet elk probleem moet immers

en in de Stadsmonitor werd respectievelijk

Complexe lokale dossiers zouden door deze

materialenbeheer (Plan C). Tevens zijn processen

plots met een transitiebril worden bekeken.

impliciet en expliciet vertrokken vanuit duur-

interbestuurlijke afspraken vlotter dan gang-

opgezet rond landbouw, EcoCultuur, het

baar behandeld worden op het bovenlokale

middenveld, enzovoort. Voorts zijn er ook tal

aan creatieve en innovatieve trajecten,

21

Kaders zoals het MLP leren ons hoe transities

zaamheidsprincipes.

tot stand (kunnen) komen; TM kan helpen bij

uit de Stadsmonitor gebaseerd op een

niveau. De (toenemende) verkokerde manier

van langetermijninitiatieven die niet zozeer

discoursopbouw, netwerkvorming en agenda-

generieke en participatief opgebouwde visie

van werken kwam deze experimenten echter

het transitiejargon hanteren maar (deels)

setting; het bredere kader van transitie-

voor een leefbare en duurzame Vlaamse stad.

niet ten goede. Het Vlaamse regime hield stand.

aansluiten bij de transitiefilosofie. Denken

governance wijst ons op het belang van

In 2002 werd gekozen om een “visiematrix”

macht, multisysteemdenken, het koppelen

te ontwikkelen. In de rijen van deze matrix

De Vlaamse overheid zorgt met het Steden-

verkenning 2030, Natuurverkenning 2030,

van dossiers, enzovoort. In wezen is het

staan stedelijke activiteitsdomeinen (wonen,

fonds voor een structurele financiering van

Bevolkingsprognoses Vlaamse Steden,

transitiekader niet meer dan een van de

cultuur en vrije tijd, onderwijs, werken en

de dertien centrumsteden en van de Vlaamse

enzovoort.

manieren om duurzaamheid te versterken.

ondernemen…), in de kolommen staan de vier

Gemeenschapscommissie (VGC) voor Brussel.

120

Zo zijn de indicatoren

we hier aan Ruimte voor morgen, Milieu-

121


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

We kunnen ook niet voorbijgaan aan het

op zoek naar eigenschappen waarmee ze

voor sociale uitsluitingsprocessen en voor

project is onder meer dat het Centrum voor

bredere socio-economische innovatieproject

zich van andere steden kunnen onderscheiden.

kwetsbare groepen in achtergestelde buurten

Duurzame Ontwikkeling (CDO Universiteit

Vlaanderen in Actie (ViA). Onder invloed van

Ietwat paradoxaal komen ze daarbij vaak

verdwijnt hierbij al te snel naar de achter-

Gent) zo goed mogelijk in kaart brengt welke

onder andere de Vlaamse Strategie Duurzame

op dezelfde unique selling proposition uit:

grond. Maar als met creativiteit wordt bedoeld

duurzame stadsprojecten de dertien centrum-

Ontwikkeling (VSDO) wordt transitiedenken

creativiteit, innovatie en kennis. Om in een

dat steden op innovatieve wijze allerhande

steden reeds hebben gerealiseerd en hoe de

binnen ViA aangegrepen om een aantal trans-

interstedelijke competitie overeind te blijven,

hardnekkige ecologische en sociale duurzaam-

besluitvorming hieromtrent verliep. Op die

versale innovatieprocessen te versnellen.

wordt vaak gewezen op het belang van deze

heidsproblemen aanpakken, zitten we uiter-

manier hoopt het CDO tot beleidsaanbevelingen

Dat ViA een doorbraak “Groen en dynamisch

concurrentiefactoren. Creativiteit en kennis

aard op goede weg.

te komen die duurzame stadsprojecten kunnen

stedengewest” voorop stelt en recentelijk een

zouden dé basis vormen voor nieuwe producten,

transversaal thema “Duurzame en creatieve

diensten en processen. Heel wat auteurs zijn

Bouwen op lokale praktijken

steden” op de agenda plaatste, is zeker

ervan overtuigd dat menselijke creativiteit in

in Vlaamse steden

Multi-systeemperspectief: nood aan

terecht en lovenswaardig. Toch valt af te

de eenentwintigste eeuw de belangrijkste

In de Vlaamse steden ontstaan en bestaan

een intra- en intersysteemanalyse

heel wat duurzame projecten, praktijken en

Zoals reeds toegelicht tracht een transitie-

22

stimuleren.

wachten of de concrete invulling die ViA zal

motor voor economische groei is geworden.

kenmerken de huidige manier van werken

De fundamentele vraag of verdere (neoliberale

experimenten. Alleen al in Gent zijn er talrijke

benadering systemen sneller te oriënteren

radicaal kan innoveren richting duurzame

economische) groei datgene is wat steden op

duurzame fysiek-ruimtelijke stadsprojecten

richting een duurzame ontwikkeling. We gaven

ontwikkeling. Vanaf midden 2012 verwachten

korte of lange termijn nodig hebben, wordt

(bv. Rabot en Brugse Poort), wordt gemikt

ook reeds kort aan dat het “systeem stad”

we hieromtrent meer klaarheid. Wel is het

daarbij niet zelden genegeerd. Het mag alvast

op klimaatneutraliteit tegen 2050 (via transitie-

een vrij complex systeem is. Doorheen het

duidelijk dat het socio-economische innovatie-

niet de bedoeling zijn dat een beleid inzake

arena’s), zien we her en der cohousing

systeem stad lopen immers meerdere socio-

discours van ViA niet per definitie samenvalt

innovatie, creatie en kennis herverdelings-

of collectieve woonvormen opduiken

technische systemen (bv. inzake energie,

met het duurzaamheidsdiscours van transitie-

mechanismen onder druk zet, laat staan de

(bv. Meerhem en Malmar), wordt geëx-

wonen, mobiliteit, voeding, werken…).

denken. Een van de cruciale uitdagingen is

kloof tussen rijk en arm in de stad verhoogt.

perimenteerd met een buurtmunt (Torekes),

De ontwikkelingen binnen deze systemen

dan ook om het ViA-verhaal rond duurzame

Hoewel bepaalde stedelijke creativiteits-

met Community Land Trust (Samenlevings-

kunnen elkaar spiraalsgewijs versterken om

en creatieve steden buiten een eng neo-

theorieën voortvloeien uit reacties tegen een

opbouw Gent) en met het verhuren van

gaandeweg tot een duurzamer stedelijk systeem

liberaal discours te houden.

asociale marktontwikkeling en opteren voor

bakfietsen (GMF en Max Mobiel), vindt auto-

te komen. Ook stedelijke actoren en factoren

een consensusdenken waarin zowel econo-

delen meer en meer ingang (Cambio),

kunnen deze systemen beïnvloeden. Er is

In die zin is het ook van belang hoe men

mische groei als sociale bekommernissen

zijn voedselteams succesvol, enzovoort.

verwevenheid en wisselwerking.

met het concept “creatieve stad” omgaat

een plaats krijgen, blijft het spanningsveld

Er is enorm veel gaande, het is eigenlijk niet

23

binnen het transversale thema “Duurzame

bestaan.

te volgen. Steden blijken te fungeren als een

Dergelijk holistisch kader dat de verweven-

en creatieve steden”. De literatuur en het

de stad en het streven naar een creatieve

laboratorium of creatieve broedplaats voor

heid centraal stelt van grote systemen met

discours rond creatieve steden is alvast ook

economie, lijkt vooral van toepassing op

duurzame oplossingen. We hopen dat het

het systeem stad kan echter verlammend

in Vlaanderen enorm populair. Door de globali-

specifieke doelgroepen zoals jonge midden-

TRADO-project “Vlaamse steden in transitie?!”

werken voor stedelijke actoren omdat,

sering en de herschaling van de politiek-

klassegezinnen, kunstenaars, studenten,

alvast meer dan een tip van de sluier kan

rekening houdend met het complexiteitser-

economische ruimte, gaan steden immers

122

Positieve beeldvorming over

architecten, designers, enzovoort. Aandacht

oplichten.

24

Bedoeling van dit onderzoeks-

kennend perspectief, één specifieke (beleids)

123


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

actie als een (te) klein element wordt

onderdeel van een energietransitie, ziet men

en praktijken er reeds bestaan als antwoord

De tweede Januskop duikt op wanneer we

beschouwd in een web van processen die het

een eiwittransitie als een wezenlijk onderdeel

op de problemen.

het hebben over gehanteerde discours versus

systeem stad of een “doorsnijdend” systeem

van een ruimere vraag naar duurzame

bepalen. Toch zijn doorgaans initiatieven

voeding, enzovoort. Wetenschappelijk gezien

Voorlopige besluiten en

dat het duurzaamheids- en transitiediscours

vanuit beide richtingen nodig. Steden zijn

zijn systeemgrenzen overigens niet scherp

de tweede Januskop

vaak vlot ingang vindt en veelbelovende

— zoals reeds aangegeven — ideale broed-

te trekken en hangt de definitie sterk af

We hebben vooreerst trachten duidelijk te

nichepraktijken openlijk worden omarmd.

plaatsen waaruit oplossingen voor systemische

van de inzichten van de deelnemers.

maken dat een transitie betrekking heeft

Anderzijds lijken neoliberale praktijken

op diepgaande veranderingen van structuren,

(met onder andere een focus op groei, pret-

culturen en praktijken. De transitietheorie,

steden, city marketing…), verkokering en

ten dele ook gebouwd op historische voor-

verzelfstandiging (op Vlaams niveau versterkt

beelden, geeft een goed beeld van de

door Beter Bestuurlijk Beleid) en kortetermijn-

verschillende dimensies waarop er van

denken (denken in legislaturen) nog steeds

verandering sprake moet zijn alvorens we van

erg te domineren. Het concept “duurzame

transitie kunnen spreken. Deze theorie geeft

(stedelijke) ontwikkeling” kent vele invullingen,

ook inzichten in de omstandigheden waaronder

maar het kan — wat ons betreft — niet de

transities waarschijnlijker worden en de

bedoeling zijn om bij een transitiebenadering

manier waarop ze verlopen. Dat er hier geen

te vertrekken van een veeleer neoliberale

toverformules bestaan en dat transitiewerk

invulling waarin economische motieven,

altijd een gevecht met en leren uit de

evenwichten en win-winsituaties centraal

weerbarstige praktijk zal zijn, moet duidelijk

staan. Duurzaamheidstransities vragen een

zijn. De eerste Januskop had dan ook betrek-

radicale verandering van het bestaande,

king op het feit dat achteruitkijkend wel een

maatschappelijk diep verankerde “systeem

complex web van grillige processen wordt

Vlaamse stad”, of op z’n minst van een

waargenomen, maar vooruitkijkend in de praktijk

essentieel deelsysteem dat als katalysator

meestal een lineair transitiemanagement-

kan fungeren (bv. mobiliteit of energiegebruik

veranderingen vorm en inhoud kunnen krijgen. Het is niet vanzelfsprekend dat een transitieproces meteen het systeem stad als voorwerp neemt. De keuze om in de ViA-Rondetafel te focussen op energie, het sociale en ruimte is dan ook zeker verdedigbaar. In feite wordt gefocust op enkele doorsneden met het systeem stad. Dan nog kan het zinvol zijn om zich daarbinnen in eerste instantie te richten op enkele essentiële elementen of deelsystemen. Deze kunnen dan als het ware als een soort katalysator een bredere verandering richting duurzaamheid in gang zetten of versterken. Vooral uit Nederlandse voorbeelden mogen

“De vraag is niet of er transities komen, maar wel hoe ze zich gaan afspelen en waartoe ze zullen leiden. Transitiewerk is dus niet enkel een kwestie van voluntarisme, maar wellicht nog meer dan voorheen de turbulente ontwikkelingen proberen sturen richting duurzaamheid. In die zin lijkt de huidige crisistijd een opportuniteit voor duurzaamheid, ook in onze Vlaamse steden.”

we afleiden dat het vertrekken vanuit

dominante praktijken. Enerzijds merken we

deelsystemen een aanvaardbare — zo niet

In ieder geval blijft het nuttig om samen met

verhaal naar voren wordt geschoven.

in Vlaamse steden). Een politiek correct

aan te raden — keuze is. Deze deelsystemen

alle betrokken actoren proberen te doorgronden

Wij pleiten niet zozeer voor dergelijk mecha-

discours ophangen en het stimuleren van

worden dan wel in een ruimer geheel

wat de structurele kenmerken zijn van het

nistisch causaal model, maar wel voor een

nichepraktijken die in de marge (moeten)

geplaatst, maar de inspanningen zijn primair

systeem stad, hoe het zich verhoudt tot

politieke transitie governance om radicale

blijven opereren volstaan niet.

gericht op een specifiek onderdeel. Zo is

andere systemen, hoe het veranderd zou

veranderingen richting duurzaamheid in onze

bijvoorbeeld een zorgtransitie vertrokken

moeten worden richting duurzaamheid,

Vlaamse steden te stimuleren.

vanuit individuele experimenten, was de

waar het al onder druk staat en er interne

transitie naar duurzame Vlaamse steden

verwarming van gebouwen een cruciaal

contradicties opduiken, welke denkpistes

heel wat uitdagingen met zich meebrengt.

124

Beide Januskoppen maken duidelijk dat een

125


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

Dit vergt onder meer een top-downaanpak,

ken. Een slotbedenking betreft de rol van

bottom-upinitiatieven en het permanent slim

burgers. We maakten duidelijk dat de over-

verbinden van beide. Allicht dient dit ook

heid bij duurzaamheidstransities een cruciale

gepaard te gaan met een heroriëntatie van

en machtige actor is, maar dat deze onvol-

het huidige bestuurskundige arrangement

doende greep heeft op alle (f)actoren om

(zie de bijdrage van Filip De Rynck elders

autonoom te handelen. Een netwerklogica

in dit boek). We hopen in elk geval dat ons

biedt perspectieven. Publieke actoren en

pleidooi voor een complexiteitserkennende

private actoren (bedrijven, academici,

aanpak en een multisysteemdenken niet

middenveldorganisaties, enzovoort) moeten

verlammend werkt voor actoren begaan met

waar wenselijk gezamenlijk problemen

het beleid in onze Vlaamse steden. Uit de

definiëren en naar duurzame oplossingen

ViA-Rondetafel blijkt alvast dat initiatieven

zoeken. De essentiële rol van burgers kwam

rond ruimte en energie mogelijk een vlieg-

in dit essay niet of nauwelijks aan bod. Toch

wieleffect kunnen creëren en een brede

krijgt deze meer en meer aandacht in het

duurzaamheidstransitie kunnen dragen.

wetenschappelijke onderzoek. In het bijzonder

Talrijke initiatieven in onze steden maken

het routinegedrag van gewone consumenten

overigens duidelijk dat business as usual

en de opvattingen die daarmee gepaard gaan

geen optie meer is. Dergelijke duurzame

over wat normaal is (bijvoorbeeld inzake

praktijken laten tevens zien dat steden vaak

comfort, properheid en gemak), hebben grote

snel weerbaarheid tonen en plaatsen zijn

impact voor duurzaamheid. Een van de uit-

waar niches zich vrij vlot kunnen ontwikke-

dagingen bestaat er dan ook in om slim in

len. Mogelijk leiden de huidige crisissen (op

te spelen op de structurerende omgeving van

landschaps- en regimeniveau) tot windows of

de consument zodat routines en normaliteit

opportunity die tal van niches laten doorbre-

duurzamer worden.

126

1

Dit deel is grotendeels gebaseerd op: E. Paredis, Socio-technische systeeminnovaties en transities: van theoretische inzichten naar beleidsvertaling, Essay Steunpunt Duurzame Ontwikkeling, CDO / UGent, Gent, 2009, 106 p.; E. Paredis, Naar een verdere onderbouwing van het Vlaamse beleid voor duurzaamheidstransities, working paper Steunpunt Duurzame Ontwikkeling, CDO / UGent, Gent, 2010; E. Paredis, Transition management as a form of policy innovation. A case study of Plan C, a process in sustainable materials management in Flanders, working paper Steunpunt Duurzame Ontwikkeling, CDO / UGent, Gent, 2012.

2

We illustreren dit essay voornamelijk met voorbeelden uit de startende transitie in het woon- en bouwsysteem, omdat er daar veel verbanden liggen met evoluties in steden.

3

F.W. Geels, Understanding the dynamics of technological transitions: a co-evolutionary and socio-technical analysis, Twente University Press, Enschede, 2002.

4

A.F. Correlje, G. Verbong, “The Transition to Gas in the Netherlands”, in: B. Elzen, F. Geels, K. Green, System Innovation and the Transition to Sustainability, Elgar, Cheltenham, 2004, pp. 114-134.

5

D. Loorbach, Transition Management, new mode of governance for sustainable development, International Books, Utrecht, 2007.

6

F. Belz, “A transition towards sustainability in the Swiss agri-food chain (1970-2000). Using and improving the multi-level perspective”, in: B. Elzen e.a., op. cit., 2004, pp. 97-114.

7

Het MLP is gebaseerd op het werk van Rip en Kemp en verder ontwikkeld door Geels. A. Rip, R. Kemp, “Technological Change”, in: S. Rayner, L. Malone (eds.), Human Choice and Climate Change, Vol 2 Resources and Technology, Batelle Press, Washington D.C., 1998, pp. 327-399.

8

F.W. Geels, J. Schot, “Typology of sociotechnical transition pathways”, Research Policy, 36, 2007, pp. 399-417.

9

F.W. Geels, R. Kemp, G. Dudley, G. Lyons (eds.), Automobility in transition? A Socio-Technical Analysis of Sustainable Transport, Routledge, London, 2012; G. Spaargaren, A. Loeber, P. Oosterveer, Food in a sustainable world: transitions in the consumption, retail and production of foodstuffs, Routledge, New York, 2012.

10

Community Land Trusts zijn organisaties die betaalbare woningen voor mensen met een laag inkomen produceren. De eigendom van de grond wordt gescheiden van de eigendom van de woning. De bewoner koopt enkel de woning, de grond blijft eigendom van de gemeenschap.

11

Zoals bijvoorbeeld Geels en Schot.

12

G. Spaargaren, “Sustainable Consumption: A Theoretical and Environmental Policy Perspective”, Society and Natural Resources, 16, 8, 2003, pp. 687-701.

13

J. Rotmans, Transitiemanagement: Sleutel voor een duurzame samenleving, Koninklijke Van Gorcum, Assen, 2003; Loorbach, op. cit., 2007.

127


Bestuurlijke transitie

14

B. De Raedt, J. Van Assche, D. Vandewiele, e.a., Transitiemanagement in het kader van systeeminnovatie: de casus duurzaam wonen en bouwen, Paper in opdracht van AMINAL / Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Gent, CDO / UGent, juni 2005, 88 p.

15

V. Arren, E. De Deckere, Reference framework, sustainable building and living, education for sustainable development, University of Antwerp, IMK, Antwerpen, 2007.

16

R. Rhodes, “Policy networks: a British perspective”, Journal of Theoretical Politics, 2, 1990, pp. 293—317; G. Stoker, “Governance as theory: five propositions”, International Social Science Journal, 155, 1998, pp. 17-28.

17

F. Kern, The politics of governing “system innovations” towards sustainable electricity systems, PhD thesis, SPRU / University of Sussex, 2009.

18

J. Grin, J. Rotmans, J. Schot, Transitions to Sustainable Development. New Directions in the Study of Long Term Transformative Change, Routledge, New York, 2010.

19

J.W. Kingdon, Agendas, alternatives and public policies, Little, Brown and Company, Boston, 1984.

20

T. Block, K. Steyvers, S. Oosterlynck, H. Reynaert, F. De Rynck, “When strategic plans fail to lead. A complexity-acknowledging perspective on decision-making in urban projects. The case of Kortrijk”, European Planning Studies, 20, 6, 2012, pp. 981-997.

128

21

L. Boudry, P. Cabus, E. Corijn, F. De Rynck, C. Kesteloot, A. Loeckx, Witboek. De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden, Brussel, Vlaamse Gemeenschap, 2003.

22

C. Landry, The Creative City. A toolkit for urban innovators, Earthscan, London, 2000; R. Florida, The rise of the creative class, Basic Books, New York, 2002; P. Hall, “De creativiteit van steden: An idea whose time has come”, Stedebouw & Ruimtelijke Ordening, 83, 2, 2002, pp. 14-25; G.J. Hospers, “De creatieve stad: concurreren in de kenniseconomie”, Tijdschrift voor Economie en Management, 4, 2005, p. 389-418; S. Franke, E. Verhagen, Creativiteit en de stad. Hoe de creatieve economie de stad verandert, NAi Uitgevers, Rotterdam, 2005; S. Musterd, J. Brown, J. Lutz, J. Gibney, A. Murie, Making creative-knowledge cities. A guide for policy makers, AISSR, Amsterdam, 2010.

23

Bijvoorbeeld Landry, op. cit., 2000.

24

Het Centrum voor Duurzame Ontwikkeling (CDO) is een van de hoofdpartners in het nieuwe Steunpunt Transities voor Duurzame Ontwikkeling (TRADO) dat komende jaren (2012-2015) onderzoeksprojecten rond duurzame transities en transitiebestuur zal opzetten. Het consortium bestaat voornamelijk uit onderzoekers van de Universiteit Gent en de K.U.Leuven, ondersteund door onderzoekers van VITO en het Nederlandse DRIFT.

Bestuurlijke transitie Tien jaar Witboek — Het Vlaamse Stedenbeleid: retrospectie, introspectie, prospectie

Filip De Rynck Docent Bestuurskunde, Hogeschool Gent

129


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

In 2003 verscheen het Witboek Stedenbeleid.

In het spreken over steden en stedenbeleid

Daarom alleen al is de uitbouw van

wordt vaak een taal gehanteerd met een

“gesprekstafels” tussen wetenschappers en

De Eeuw van de Stad. Over stadsrepublieken

grote graad van radicaliteit. “Het moet anders

praktijkmensen essentieel. “Gesprekstafels”

en grondig anders; de stedelijke samenleving

is voor ons een koepelbegrip voor tal van

en rastersteden kwam tot stand na een intense

moet niet minder dan heruitgevonden

mogelijke dialogische vormen. In deze

worden.” Dergelijk discours werkt deprimerend

bijdrage bekijken we eerst het “directe

samenwerking tussen meer dan duizend mensen

en doet een gevoel van machteloosheid

stedenbeleid”. Hieronder verstaan we de

ontstaan. Er is nood aan een meer verfijnde

instrumenten van het Agentschap Binnenlands

die bij de stad betrokken zijn. Zowel academici,

taal om over steden te spreken, een discours

Bestuur (Team Stedenbeleid) die zich expliciet

dat vertrekt vanuit de dagelijkse praktijk

tot de steden richten. Denk aan het Steden-

experts uit verschillende vakgebieden, als mensen

in de steden. Het is duidelijk dat “er veel

fonds, de Thuis in de Stadcampagne, de

uit de steden en de Vlaamse overheid namen

gebeurt in onze steden”, maar de vaardigheid

Stadsmonitor, de Stadsvernieuwingsprojecten,

ontbreekt om een dialogische taal te ontwik-

de Stadscontracten… Na tien jaar is een

kelen die steunt op een kritische inschatting

“retrospectie” en evaluatie wenselijk. In het

van praktijkevoluties en die toelaat na te

tweede deel, de “introspectie”, verruimen

gaan hoe bepaalde stedelijke “systemen”

we het perspectief: hoe moeten we het

veranderen. Dialogisch betekent dat we

directe stedenbeleid vanuit een breder

met mensen uit de steden praten over hoe

beleidsperspectief interpreteren en inschatten?

zij de stad zien en doen veranderen.

In de “prospectie”, het laatste deel van deze

Voor het vinden van de juiste toon in evalua-

tekst, komen de twee delen samen: welke

ties over steden is een dialogische taal

lijnen zouden het Vlaams Stedenbeleid —

essentieel. Zo bouwen we een stabiele

of het directe stedenbeleid — voor de

evaluatie op vanuit de bestaande kaders

volgende tien jaar kunnen inspireren?

(met de hulp van onder andere de Stads-

Tegelijkertijd plaatsen we het “directe steden-

monitor) en verweven we deze met een

beleid” tegenover het “indirecte stedenbeleid”.

kritische analyse en dialoog over de praktijken

Hieronder verstaan we de reguliere beleids-

die zich in onze steden voordoen. Discussies

voering in Vlaanderen, zoals het beleid inzake

mogen niet losstaan van praktijkevoluties

ruimtelijke ordening, mobiliteit, huisvesting…

van steden, doen alsof er niets gebeurt en

— en ruimer nog de beleidsvoering waarbij

alleen maar pleiten dat alles anders moet.

ook de federale en Europese overheden

We moeten die praktijkevoluties ook niet

betrokken zijn.1

deel aan veertien workshops over veertien verschillende thema’s. Dat leidde tot een breed gedragen visie over waar het met de stad naartoe moest. Het Witboek legde de basis voor het huidige Stedenbeleid van de Vlaamse overheid. Vandaag staan we tien jaar verder. Tijd om een balans op te maken, maar ook tijd om te kijken hoe het nu verder moet.

overschatten of te voluntaristisch voorstellen.

130

131


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

Retrospectie

gelijkbare en bijna parallelle proces voor de 3

Stedelijk activisme

niet alleen om stadsbesturen: het gaat om

Welke evoluties zien we in het directe

opmaak van de Stadsmonitor. Het Witboek

Het Witboek vatte de stedelijke revival en

lokale initiatieven in de volle breedte van

stedenbeleid van de voorbije tien jaar?

is een tekst waar breed en diep aan gewerkt

kwam op het goede moment voor een nieuwe

het woord. Die noemer dekt beter de veel-

is. Op het niveau van missie en visie is er tot

generatie stedelijke bestuurders. Het versterkte

heid en de verscheidenheid van het stedelijke

op heden geen betere tekst vindbaar.

de evolutie naar meer zelfbewustzijn en een

dynamisme: vaak gaat het om vormen

sterkere professionalisering. Het Witboek

van partnerschappen waarin stadsbesturen

maakte deel uit van het zogenaamde “stedelijk

verweven zitten.

Meer verzakelijking? In het jaar 2000 gaf Vlaams minister Sauwens een multidisciplinaire “Task Force” de opdracht

De dubbele lijnen van interactie tussen

4

een Witboek over Stedenbeleid te realiseren.

experts, betrokkenen uit de steden en de

activisme”. In het kader van het directe steden-

Doel was om een beeld te krijgen van de

Vlaamse administratie zorgden voor boeiende

beleid is een netwerk tussen sleutelfiguren

gewenste stedelijke ontwikkelingen voor

en intense processen van sociaal beleidsleren

tot stand gekomen, zijn er praktijkgemeen-

de komende twintig jaar. Op basis van werk-

die tot vandaag doorwerken bij de betrokkenen.

schappen gegroeid en bestaande overlegver-

teksten werden in het najaar van 2001

Het samen opbouwen van een project creëerde

banden versterkt. Het instrumentarium heeft

veertien workshops georganiseerd over

een vorm van stedelijke gemeenschap.

veel projecten in het leven geroepen, heeft

veertien thema’s van stedelijke ontwikkeling.

steden alerter gemaakt voor innovatie en

“Het Witboek is een tekst waar breed en diep aan gewerkt is. Op het niveau van missie en visie is er tot op heden geen betere tekst vindbaar.”

Meer dan duizend mensen namen deel.

Het lijkt er echter op dat er vandaag in Vlaan-

heeft samenwerking op verschillende domeinen

Dat leidde tot een boek met voorstudies.

deren minder sprake is van een collectieve

gestimuleerd (wijkwerking, culturele netwerken,

De reële samenwerking en de sterkte van

stedelijke beweging die mobiliseert en

participatieve praktijken, stadsprojecten…).

de coalitie tussen de steden is evenwel nog

In 2002 werkte de Task Force aan een

inspireert. De nadruk ligt nu eerder op een

Het directe stedenbeleid is op dat niveau

beperkt en er is zeker geen sprake van een

geïntegreerde toekomstvisie op de stad en

beleidsmatige verzakelijking, binnen beleids-

en binnen die kaders succesvol.

sterke collectieve band die er toe leidt dat

stedelijkheid. Dit leidde tot wat uiteindelijk

domeinen (bv. woonbeleid) en rond projecten

het Witboek werd: “De Eeuw van de Stad.

(bv. stadsvernieuwingsprojecten). Het Witboek

Alle steden kenden in de afgelopen tien jaar

wegen op de politieke agenda. Het blijft een

liep in visievorming voorop. Nu is er schijn-

een evolutie naar meer kwaliteit en profes-

moeizaam evenwicht tussen eerder abstracte

Het boek werd in 2003, tijdens het minister-

baar meer fragmentatie. Het circuit van mensen

sionalisme, wat zich uit in een constante

gemeenschappelijke belangen en het indi-

schap van Paul Van Grembergen, in alle

die over alles heen en met elkaar vooruit-

stroom van stedelijke projecten, zowel beleids-

viduele belang van elke stad afzonderlijk,

Vlaamse steden voorgesteld. Het hele proces

denken, lijkt verdwenen. Over steden en

inhoudelijk (ruimtelijke projecten, culturele

vermengd met de verschillende politieke

was een intense samenwerking tussen

stedenbeleid is het “voorhoededenken”

projecten…) als op het vlak van participatie

kleuren en hun verschillende verbondenheid

academici, mensen uit de steden en de

sterk verminderd.

en management. De conclusie is na tien jaar

met de Vlaamse en federale overheid.

Vlaamse overheid.

Het Witboek besteedde zeker niet aan alles

dat de stadsbesturen zich hebben versterkt

aandacht: zo was er te weinig aandacht voor

en dat hun aanpak van beleid, management

Innoverend beleid en innoverende

Als interactief of participatief proces van

het woonbeleid en energie stond niet zo

en dienstverlening professioneler geworden

beleidsinstrumenten

vernieuwend en strategisch beleidsdenken

centraal als dat nu wel is. Maar de visies die

is. De Stadsmonitor geeft vage aanduidingen

Het directe stedenbeleid werkt nu tien jaar

is de opmaak van het Witboek nog steeds

hierover vandaag worden ontwikkeld, zouden

(bv. de tevredenheid over stadsbesturen)

met een set van beleidsinstrumenten die

een unieke prestatie, samen met het ver-

perfect passen in een geactualiseerd Witboek.

die deze stelling onderbouwen. Maar het gaat

zich expliciet richten tot de centrumsteden.

Over stadsrepublieken en rastersteden”.

2

132

de groep van steden nu veel zwaarder zou

133


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

Het gaat onder meer om de Stadsvernieuwings-

stedenbeleid is er gekozen voor andere types

moment is en wellicht ook het beste wat

Het Stadsvernieuwingsfonds heeft de kern-

projecten, de Thuis in de Stadprijs, de Stads-

van instrumenten die voor andere relaties

mogelijk is.

gedachte uit het Witboek van de Stads-

monitor en het Stedenfonds. Ook nieuw was

hebben gezorgd binnen de stadsbesturen

de formule van de Stadscontracten, zowel de

(meer intern overleg, betere planning en op-

Het Stedenfonds is in zijn relatie met lokale

stedelijke ontwikkeling concreet vorm

individuele Stadscontracten als het collectieve

volging), tussen de stadsbesturen (netwerking,

besturen voor Vlaanderen radicaal vernieuwend:

gegeven. 5 Het fonds heeft belangrijke

Stadscontract rond wonen. Nieuw was dat

praktijkgemeenschappen, leerprocessen) en

het Stedenfonds werkt met drie brede doel-

effecten op de professionaliteit van ontwerp,

de contractvorm ingebed is in interbestuurlijk

met de Vlaamse overheid (overeenkomsten,

stellingen en laat veel ruimte voor maatwerk;

ambities, proces en architecturale kwaliteit

overleg. Hier en daar haken strategische

open taakstelling in het Stedenfonds, andere

het steunt op interbestuurlijke onderhandelingen

van stadsprojecten. Door de ervaringen met

ruimtelijke projecten (in het kader van het

vormen van opvolging via indicatoren en

en overeenkomsten; de effecten en de

het Stadsvernieuwingsfonds zetten steden

huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen

visitaties). Er is een beleidscultuur ontstaan

ervaringen worden opgevolgd met het oog

met grotere professionaliteit stadsprojecten

of RSV) op dat contractidee aan.

van planning, projectwerking, doelgerichtheid,

op leereffecten. Het Stedenfonds heeft in

op. Het werken met de Conceptsubsidie heeft

van meten, discussie, debat en netwerking.

de steden onbetwistbaar voor vernieuwing

de kwaliteit van de stadsprojecten zeker

Onze impressie is dat dit vooral in de steden

gezorgd omdat programma’s en projecten,

verbeterd. 6 De hele werking van het fonds

het grootste effect heeft, parallel en in inter-

zoals wijkwerking, in een beschermde ruimte

is beleidsinnoverend geweest. Vele Stads-

actie met de interne dynamieken binnen de

konden groeien. Na tien jaar lijkt het effect

vernieuwingsprojecten zijn omvangrijk,

stadsbesturen zelf.

van het Stedenfonds op het vlak van beleids-

ambitieus en sommige hebben de stedelijke

innovatie wel uit te doven. Het is meer een

publieke ruimte ingrijpend veranderd.

“Het Stedenfonds heeft in de steden onbetwistbaar voor vernieuwing gezorgd omdat programma’s en projecten zoals wijkwerking in een beschermde ruimte konden groeien. Na tien jaar lijkt het effect van het Stedenfonds op het vlak van beleidsinnovatie wel uit te doven. Het is meer een regulier financieringskanaal geworden dat evenwel omwille van de financiële situatie levensnoodzakelijk is voor de steden.”

vernieuwingsprojecten als hefbomen voor

Het is een verdienste van de opeenvolgende

regulier financieringskanaal geworden dat

Vlaamse regeringen dat dit directe stedenbe-

evenwel omwille van de financiële situatie

Na enkele generaties projecten, ook buiten

leid de kans heeft gehad te groeien. Het is

levensnoodzakelijk is voor de steden.

de dertien centrumsteden, lijken deze prak-

doorheen die tien jaar redelijk stabiel ge-

tijken en kwaliteiten voldoende gestabiliseerd

bleven en heeft zich kunnen consolideren.

Stadsbesturen hebben zich nu twee keer via

en geïnternaliseerd. Er is een breed vertakte

De Stadsmonitor is een goed voorbeeld

de formule van de visitatie in het kader van

praktijkgemeenschap gegroeid.

van het voordeel van deze consolidatie.

het Stedenfonds open opgesteld om buiten-

De Stadsmonitor steunt op een grondig

staanders en collega’s in de eigen huis-

De ondersteuning van het directe

uitgewerkte en participatief opgebouwde visie

houding te laten meekijken en dat te laten

stedenbeleid

op een duurzame stad die sterk geïnspireerd

documenteren in publieke documenten.

De administratie Stedenbeleid was in

is door het Witboek en de voorstudies.

De formule is zeker verder bruikbaar, mits

oorsprong beperkt opgevat en is sindsdien

Alhoewel er technisch en methodologisch

ze spaarzaam wordt gebruikt, voldoende

inhoudelijk niet versterkt. De administratie

beperkingen zijn aan de Stadsmonitor, is het

uitdagend blijft en de kwaliteit van de aanpak

lijkt nu louter beheerder van het instrumen-

Deze set van instrumenten heeft voor beleids-

niettemin een instrument dat het debat over

hoog wordt gehouden.

tarium en niet in staat om nieuwe lijnen

matige innovatie gezorgd in Vlaanderen, ook

de steden objectiveert. Als gemeenschappelijk

buiten het Stedenbeleid. Binnen het directe

beleidskader is het het beste wat er op dit

134

uit te zetten.

135


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

In het zog van het directe stedenbeleid

kenmerkt zich door handelen binnen de

Voor sommigen is het directe stedenbeleid

te maken, moet geïnvesteerd worden in

hebben de steden zich verenigd in het Kennis-

gebaande paden van de set instrumenten.

vooral gericht op het behoud of het aantrekken

stadsprojecten, van publieke ruimte en midden-

centrum Vlaamse Steden, een initiatief dat

Voor een performant Stedenbeleid is dat ruim

van gezinnen met kinderen en op de stad

klassewoningen tot voorzieningen als kinder-

zonder dat beleid niet tot stand zou zijn

onvoldoende.

als aantrekkelijke ruimte voor bezoekers en

opvang en scholen. In het verlengde van de

gekomen. Het Kenniscentrum steunt evenwel

investeerders. Dit discours associeert het

gerichtheid op de gebruikers ligt het versterken

op een beperkte staf en werkt voor een deel

directe stedenbeleid met een door neoliberale

van het imago van de stad: investeren in

krachten aangedreven stadsontwikkeling.

toonzettende infrastructuur, in cultuur en

7

met Vlaamse middelen en dus ook binnen

Introspectie

de Vlaamse beleidsagenda. Dat toont dat

We verlaten nu het denken binnen het directe

Dat soort stadsontwikkeling gaat evenwel ten

toerisme of toerisme door cultuur; in allerlei

de steden aarzelen om radicaal op door

stedenbeleid en verruimen ons perspectief.

koste van de onderkant van de samenleving.

creatieve projecten die de stad hip maken.

hen aangestuurde autonome netwerking

We kijken nu niet meer in, maar naar het

Dat vormt de kern van het andere discours.

Het aantal “Stedelijke Hoogmissen” waarop

in te zetten.

directe stedenbeleid en het algemene en brede

De investeringen in steden gaan ten koste

de actieve stedeling of stedelijke gebruiker

Vlaamse beleid gericht op steden, het indirecte

van de kansarmen, die steeds meer naar

aanwezig “moet” zijn, is niet meer bij te

stedenbeleid.

de steeds minder kwaliteitsvolle stadsdelen

houden. De stad van ambiance, van collec-

worden verdreven. De dominante opvattingen

tieve gezelligheid.

De scene van netwerking, ondersteuning en kennisuitwisseling ziet er daardoor nu wel anders uit dan tien jaar geleden. De verhou-

Twee discoursen strijden

in het politiek-bestuurlijk systeem, geïnspireerd

ding tussen het Kenniscentrum Vlaamse

Sedert de start van het directe stedenbeleid

door een geglobaliseerd neoliberaal denken,

Er is veel geïnvesteerd in stadsprojecten en

Steden en de administratie Stedenbeleid is

en in de loop van de afgelopen tien jaar heeft

leiden tot een toenemende tweedeling in de

publieke ruimte met het oog op het imago

ambigu. De rollen lopen in elkaar over, mede

zich een discoursstrijd over het stedenbeleid

stad en tot uitsluiting in het onderwijs, in de

van de stad voor investeerders en gebruikers.

door de beperkte staf bij beide instanties.

ontwikkeld. De discoursstrijd begon ten tijde

zorg, in de woonmarkt, in de arbeidsmarkt…

In veel steden ging het om een inhaaloperatie

van het vervangen van het Sociaal Impulsfonds

Deze problematiek is de laatste jaren steeds

na een lange periode van stilstand in de publieke

Dat alles maakt dat we wel een Team Steden-

door het Stedenfonds en groeide vanuit

scherper geworden. Bovendien worden

investeringen. Nagenoeg alle steden zijn

beleid en een Kenniscentrum hebben op

de grote vrijheid die de steden kregen om

degenen die daarvan al het slachtoffer zijn

vooruitgegaan op het vlak van de kwaliteit

Vlaams niveau, maar dat we veel te weinig

de zeer algemene doelstellingen van het

ook nog geassocieerd met de veiligheids-

van de publieke ruimte en de aanpak van

mensen hebben die inhoudelijk en op hoog

Stedenfonds in te vullen. “Van klacht naar

problematiek en wordt het sociale beleid

stadsprojecten. Of daarbij de juiste keuzes

niveau bezig zijn met stedenbeleid. Voor het

kracht”, “van problemen naar potenties”:

steeds meer een geïndividualiseerde en

worden gemaakt op het vlak van prioriteit

disciplinerende richting uit gedreven.

8

van investeringen, is een veel lastiger debat

transitiedenken in het kader van ViA is dit

dat is de omslag die steden moeten maken,

een probleem: er is op dit moment op Vlaams

zo werd dat toen op Vlaams niveau gefor-

niveau niet voldoende gebundelde en

muleerd. Het stedenbeleid moest uit de sfeer

Wat kunnen we uit deze twee discoursen

te geven is en het antwoord per stad kan

georganiseerde capaciteit om die transities

van het miserabilisme en van het daarmee

leren voor onze prospectie van het Vlaamse

verschillen. De kritiek dat dit alleen het stads-

op te volgen, te inspireren en ze eventueel

verbonden sociaal beleid worden gehaald,

Stedenbeleid?

centrum zou ten goede komen, is in elk geval

te managen. In die tien jaar is de capaciteit

om plaats te maken voor een positieve

Het eerste discours is zeker in de taal van

overtrokken.

in de steden toegenomen, maar dat is niet

boodschap over stedelijke ontwikkeling die

stadsbestuurders aanwezig. Om de stad voor

zo op Vlaams niveau. Het Vlaamse niveau

steunde op het potentieel van de steden.

jonge gezinnen en gebruikers aantrekkelijker

136

waarop allicht geen eenduidig antwoord

137


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

De inspanningen op vlak van werking en

steden en OCMW’s en de stijgende toelage

segregatie in het onderwijs en de arbeids-

klopt de stelling dat het stedelijk sociaal

investeringen om de middenklasse in de

aan de OCMW’s, blijkt dat helemaal niet.

markt. De gevolgen van een geglobaliseerde

beleid nog altijd marginaal is. Het lijkt erop

stad te houden of aan te trekken, lijken maar

Meer dan vroeger houden stadsbesturen

economie, van een neoliberaal systeem op

dat dit een paradigmaverandering vergt die

een beperkt succes te hebben. Ze stoten

rekening met verdringingseffecten en

het vlak van zorg en private eigendom en van

steunt op een andere rol van de overheid en

op structurele mechanismen die zich niet

voorzien ze compenserende maatregelen

de oncontroleerbare migratie slaan in de stad

die ingaat tegen het marktdenken. Het gaat

gemakkelijk door stedelijk beleid laten keren:

voor wie uit de boot dreigt te vallen.

neer. Het sociale (zekerheids)beleid als een

in essentie over een fundamenteel politiek

onderdeel van ons samenlevingsmodel komt

en ideologisch debat.

de determinanten van de cultuur en de instrumenten inzake ruimtelijke ordening;

We kunnen met grotere zekerheid aangeven

daardoor onder zware druk. De verzamelde

de betaalbaarheid op de private woonmarkt;

dat het sociaal beleid meer aan resultaten en

effecten van deze invloeden verbergen zich

De set van instrumenten in het directe steden-

de woonvoorkeuren van gezinnen en misschien

aan verbintenissen wordt gekoppeld. Dat is een

steeds moeilijker achter de gevels van de

beleid is ten opzichte van deze problematiek

ook de moeilijkheid om architecturale woon-

brede maatschappelijke evolutie en discussie

stad. Het draagvlak voor een stadsproject kalft

sterk voluntaristisch: het steunt op een vorm

types te realiseren die gezinnen met kinderen

op zich. Het effect van het managementdenken

daarmee af en zet de sociale verhoudingen

van breed ingevuld “algemeen stedelijk

voldoende kunnen overtuigen van de leef-

als een onderdeel van een individualiserende

in de stad op scherp. De geschetste proble-

belang”. Dat achter stedelijke ontwikkeling

baarheid in de stad. Recente studies tonen

logica dringt overal door en heeft zeker

matieken maken ook de verschillen tussen

conflicten schuilgaan (over keuzes voor steden

dat middenklassers zich liefst vestigen aan

impact op de kwaliteit van het sociaal werk

de steden groter. De Brusselse problematiek

en over keuzes binnen steden), lijkt bijna uit

10

de rand van de stadskern waar ze een voor

en op de aansturing van private initiatieven.

springt er als het meest explosief uit en ook

het zicht verdwenen. De cultuur is te zeer

hen ideale combinatie willen realiseren van

Maar projecten zoals de intensieve begelei-

in Gent en Antwerpen staat het stadsproject

verzakelijkt en te instrumenteel geworden.

de nabijheid van de stad en hun woonwensen

ding van jongeren naar de arbeidsmarkt op

onder druk. In de kleinere centrumsteden

Het gebrek aan debat en conflicten wijst

inzake aard van de woning, parkeren en het

stedelijk niveau (samen met de VDAB) en

lijkt de problematiek voorlopig iets meer

eerder op de zwakte van het directe steden-

beschikken over een eigen tuin. Dat geldt

projecten zoals de striktere begeleiding van

beheersbaar.

beleid dan dat het er een sterkte van is. Een

voor autochtonen, maar ook voor allochtone

leefloners in Antwerpen door het OCMW kunnen

middenklassers. Hierbij moet zeker worden

dan weer als disciplinerend-emanciperend

Wat nemen we als besluit voor

bestaan.12 Het conflictloze karakter van vele

gewezen op de grote differentiatie tussen

worden beschouwd. Ze sluiten aan bij het

het Stedenbeleid mee?

instrumenten en projecten van het directe

de steden: niet overal doen zich dezelfde

“voor wat, hoort wat”-principe dat een nieuwe

De voornaamste conclusie is dat in de laatste

stedenbeleid, is dus eerder een probleem

fenomenen in dezelfde mate voor.

balans zoekt tussen individuele en collectieve

tien jaar weinig echte hefbomen zodanig zijn

dan een verdienste.

9

11

democratie kan immers niet zonder conflicten

verantwoordelijkheid. De discussie is voor een

veranderd dat we deze sociale problematiek

De stadsbesturen krijgen het verwijt dat ze

deel te herleiden tot wijzigende opvattingen

meester kunnen. In deze betekenis is dan

Structurele trendbreuken?

hun eigen sociaal beleid hebben afgebouwd

over sociaal beleid.

ook zeker geen stedelijk beleid gevoerd in

Het Witboek wilde de stad, het stedelijke beleid

ons politiek systeem. Het sociaal beleid van

en het stedenbeleid sterker op de politieke

en in een meer sanctionerende en disciplinerende richting hebben laten of doen evolueren.

Niettemin zijn de problemen van betaalbaar-

de stadsbesturen is niet afgebouwd en wellicht

en maatschappelijke agenda zetten. Het wilde

We betwijfelen de these van de afbouw van

heid en de toegang tot de woonmarkt on-

zelfs innovatiever geworden in aanpak,

Vlaanderen “verstedelijken”, in verschillende

het stedelijk sociaal beleid sterk. Alvast op

betwist en toont de spectaculaire toename

methodieken en netwerking. Maar ten opzichte

betekenissen: inzetten op kwalitatieve ver-

het niveau van de directe investeringen door

van de schoolse vertraging de toenemende

van de beschreven systemische kenmerken

dichting; omgaan met diversiteit als basis

138

139


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

voor identiteit en gemeenschapsvorming;

beloftevolle teksten inzake bijvoorbeeld

Stedelijke Mens dan over mensen in steden.

Het microperspectief kan ook helpen om de

de complexiteit van de stedelijke context

ruimtelijke ordening of woonbeleid. Maar er

Het register van het dagelijkse leven zien we

vraag te beantwoorden of er doorheen alles

gebruiken als basis voor democratische

zijn geen strategische beslissingen genomen

de laatste jaren sterk opduiken in het culturele

wat in de steden gaande is, sprake is van

praktijken gericht op de aanpak van maat-

die tot een aantoonbare trendbreuk hebben

veld, het jeugdwerk, het sociaal-artistieke

een toegenomen “stadsgemeenschappelijk”

schappelijke problematieken. Verstedelijken

geleid waarbij het Vlaamse beleid expliciet

werk en stedelijke gebiedswerking. Het zijn

gevoel waarbij diversiteit en solidariteit

was de kern van duurzame ontwikkeling,

kiest voor steden in bepaalde beleidsdomeinen

vaak de meest beklijvende vormen van

worden erkend en opgaan in een gemeen-

zowel in de ecologische betekenis, de sociale

zoals sociale huisvesting, voorzieningen en

participatie. Het kan helpen om beter te

schappelijk stadsproject. Het Witboek steunde

betekenis als de politieke betekenis. Het Wit-

ruimtelijk beleid.

begrijpen welke impact veranderingen van

sterk op het concept van de stadsgemeen-

boek was een exponent van een internationale

de publieke ruimte op mensen hebben.

schap. “De pluriculturele stad”, zo klonk het

evolutie in het denken over steden en stedelijk-

Welke moeilijkheden ervaren mensen

toen, “is een goed toneel om een meervoudige

bijvoorbeeld als ze werk, wonen en kinder-

cultuur op te bouwen”. De veelvuldige inter-

In het vorige deel keken we kritisch naar het

opvang in de stad dagelijks moeten com-

acties tussen actoren in de stad zouden

Vlaamse stedenbeleid. Dat deel kon worden

bineren?

moeten leiden tot een vernieuwde culturele

heid waarvan het belang alleen maar is toegenomen.

Prospectie

Is Vlaanderen in die tien jaar in deze betekenis

gelezen als een evaluatie op strategisch

stedelijker geworden? Het is de kernvraag

niveau. In dit deel keren we terug naar het

voor het publieke debat, maar een vraag die

directe stedenbeleid: welke lijnen zijn voor

het perspectief van deze individuele auteur

de volgende tien jaar uit te zetten?

overstijgt. Stedenbeleid is in elk geval geen

expressie, gesteund op ambivalentie, hybri-

“Het perspectief van het dagelijkse leven is essentieel om druk te zetten op een verkokerd bestuurlijk systeem. Mensen beleven de stad, geen beleidssectoren.”

diteit en zelfs conflict. Weten we genoeg over de dagelijkse praktijken in onze steden om daar uitspraken over te doen? Het microperspectief op de reële diversiteit van alledag

neutrale en apolitieke bezigheid: het impli-

Van de Stedelijke Mens naar mensen

ceert keuzes in de sturing en vormgeving

in steden

van de samenleving. Op dit punt moeten

Het Witboek, de Stadsmonitor en de andere

we conform onze eigen waarschuwing in

instrumenten van het directe stedenbeleid

het begin van de tekst voorzichtig zijn:

kijken naar de stad als een brede verzameling

Het register van het dagelijkse leven is voor

Het perspectief van het dagelijkse leven is

hoe schatten we evoluties in, hoe veranderen

van organisaties en besturen. Het gaat dan

het participatiebeleid van de steden essentieel.

tot slot essentieel om druk te zetten op een

steden, hoe verandert Vlaanderen?

over stadsontwikkeling of projecten. De

De voorbije jaren zijn initiatieven gestart om

verkokerd bestuurlijk systeem. Mensen be-

insnijdingen die in de stad worden gemaakt,

dat stedelijke participatiebeleid te evalueren

leven de stad, geen beleidssectoren. De Vlaamse

Het expliciete beleid dat af te leiden is uit

bevinden zich op een macroniveau (de stad,

en bij te sturen. Daar zal in de komende jaren

overheid en de stadsbesturen kijken te zeer

budgetten en beslissingen is een onderdeel

de mobiliteit, de cultuur…) en op een mesoni-

nog hard aan gewerkt moeten worden. Het

naar de stad vanuit de logica van sectorale

van die stedelijke ontwikkeling, maar valt

veau (projecten in de stad). Te weinig ligt de

microperspectief is hierbij een centrale focus

administraties en diensten. De schotten

daar niet mee samen. Op het niveau van dat

focus op het microniveau: de manier waarop

en veel vernieuwende sociaal-artistieke prak-

tussen deze sectoren zijn steeds meer een

expliciete beleid zien we geen aanwijsbare

mensen zich als individu in de stad gedragen,

tijken sluiten daar al bij aan.

hinder en onder andere daarom pleiten we

structurele beleidsveranderingen op Vlaams

hoe ze met de stad in het dagelijkse leven

ervoor veel meer in te zetten op het register

niveau. Het ontbreekt nochtans niet aan

omgaan. Zo ging het Witboek eerder over de

van het dagelijkse leven.

140

is essentieel om te vermijden dat de grote sjablonen van het publieke debat het beeld op steden blijven domineren.

141


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

Minder projecten van de stad,

consolidatie op stedelijk niveau, bijvoorbeeld

veld met respect voor beider rollen en met

koppelen naar de coalities met de Vlaamse

meer programma’s voor de stad

voor de stadsprojecten maar ook voor allerlei

afspraken over de samenwerking. Het gaat

steden.

Het directe stedenbeleid is sterk gedomineerd

wijkgerichte initiatieven.

erom dat de stad als veranderingsgeheel cen-

door de projectgedachte, zoals dat sedert de jaren 1980 het geval is in heel de publieke sector. Dat is het gevolg van het dominante “output-denken” binnen het nieuwe publieke management. De wervende kracht van die projectenformule is stilaan uitgewerkt en de neveneffecten worden steeds duidelijker. Projecten zijn meestal het product van het denken van beleidsvoerders en leggen een bepaald sjabloon op. Participatie bijvoorbeeld, moet gaan over de inhoud van het afgebakende project en niet over wat zich daar net buiten bevindt, al is dat misschien voor burgers op dat moment veel belangrijker. Projecten hebben de neiging om sterk “voor te structureren” en dat kan haaks staan op wat het microperspectief kan leren. Wie voor een project verantwoordelijk is, wil resultaten

“Het directe stedenbeleid is sterk gedomineerd door de projectgedachte. Dat is het gevolg van het dominante “output-denken” van het publieke management. De wervende kracht van die projectenformule is stilaan uitgewerkt en de neveneffecten worden steeds duidelijker. We denken dat veeleer rond stedelijke programma’s moet worden gewerkt en dat het instrumentarium daarop beter moet toegesneden zijn.”

behalen en wordt daarop afgerekend. Dat

traal staat in bijvoorbeeld een omslag van

Een Vlaams stedenbeleid voor de toekomst

energiesystemen of in de ontwikkeling van

dat deze fout zou herhalen, komt dicht bij het

mobiliteitssystemen. De aanpak van “Klimaat-

gesloten Vlaamse denken dat haaks staat op

stad Gent”, het programma van “De Genks”

wat stedelijkheid moet zijn. In de basistekst

in Genk, brede stadsprogramma’s zoals “Leuven

van het Leuvense Metaforum13 zit alvast

Klimaatneutraal”… zijn daarvan misschien

een stevige aanzet tot herijking naar een

voorbodes. De recente groei van dit soort

“verbrusseld” stedenbeleid. Dat denkwerk

programma’s is interessant: ze lijken er op

bevat een aantal pistes om de samenwerking

te wijzen dat stedelijke gemeenschappen

met Brussel te versterken, om met een open

aanvoelen dat meer systemische en lange-

geest te kijken naar de brede Brusselse regio

termijngerichte programma’s nodig zijn.

en zijn verbindingen met de Vlaamse steden.

We denken dat meer in de richting van vitale coalities rond stedelijke programma’s moet

In Vlaanderen wordt te weinig geleerd van

worden gedacht en dat het instrumentarium

de praktijken in Brussel. Zowel het potentieel

meer daarop moet toegesneden zijn.

als de problemen van Brussel zouden het hart van het Vlaamse Stedenbeleid moeten zijn,

Ontbrusseld stedenbeleid

alleen al vanuit de overweging dat de

Het directe stedenbeleid schiet absoluut

Vlaamse steden via de spiegel van Brussel

tekort om de Brusselse problematiek een

naar hun eigen toekomst kijken.

versterkt nog het denken vanuit de organi-

De projectbenadering, die voor een belangrijk

plaats te geven. De Vlaamse Gemeenschaps-

satielogica, van stadsbesturen, tot alle

deel in het Stedenfonds aanwezig is, is maar

commissie (VGC) is partner van het Vlaamse

Rasterstad in een vernieuwd

organisaties in de stad (onderwijsinstellingen,

een van de mogelijke strategieën voor steden-

Stedenbeleid maar de VGC is Brussel niet.

beleidsarrangement

culturele instellingen, welzijnsorganisaties…).

beleid. Daar is in de laatste jaren te weinig

Brussel wordt in het Stedenbeleid wel vermeld,

Het concept van de “rasterstad” in het Witboek

bij stilgestaan. We kunnen meer denken in

maar dat gebeurt eerder als een plichtmatige

gaat over de noodzaak om vanuit de ruimte-

Wat kwaliteitsvolle projecten voor stadsbe-

open programma’s die op de langere termijn

vermelding in de vorm van standaardzinnetjes

lijke verwevenheid over stadsontwikkeling

sturen zijn, weten we ondertussen, en dat

werken aan systemische transities in de stad

in de marge van het dominante Vlaamse

te denken. Er moet naar de stad gekeken

is mee de verdienste van het Stedenbeleid.

en die steunen op een brede en wat in het

discours. Omwille van de impact op de

worden als een entiteit met open grenzen.

In de meeste steden behoort dit na tien jaar

Witboek “vitale coalitie” van partners in de

samenleving had de Brusselse stedelijkheid

De stedelijke of stadsregionale ruimte kan

tot de reguliere werking of zijn de condities

stad werd genoemd: echte partnerschappen

centraler moeten staan in het Witboek om

in allerlei omschrijvingen betekenis geven

daarvoor aanwezig. Er is dus sprake van

tussen overheid en maatschappelijk midden-

het van daaruit door te denken en terug te

aan stedelijk beleid.

142

143


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

Dit belangrijke concept is in het Witboek te

Studies tonen aan dat veel mensen uit de

Wie/wat is de stad?

vanuit de rasterstad. Deze drie elementen

weinig uitgewerkt. In de laatste tien jaar is

middenklasse in de rand van de stad hun

De afbakening van de fysieke omschrijving

hebben gemeen dat ze niet zozeer scheiden

de relevantie van veel aspecten van het

woondroom en ideaalbeeld van de stad

“stad” voor het directe stedenbeleid blijft een

en afbakenen als wel verbinden. Misschien

stedelijk beleid binnen een stadsregionaal

kunnen realiseren, zonder de problematische

constant punt van discussie. Dat gaat enerzijds

kan dat het dragende woord worden voor een

verband nochtans toegenomen. Dat is positief.

aspecten van de stad. De druk op de stad voor

over de vraag of het begrip stad fysiek beperkt

breed en vernieuwd stedenbeleid, eerder dan

Het denken daarover zien we bijvoorbeeld

het concentreren van allerlei voorzieningen,

moet zijn tot het administratieve gebied van

afbakening.

in de benaderingen van de Vlaamse en de

inzake mobiliteit, onderwijs, kinderopvang

dertien entiteiten die als stedelijk werden

Antwerpse Bouwmeesters inzake ruimtelijke

en zorg, is onhoudbaar. De stad moet hier

omschreven in het Ruimtelijk Structuurplan

De afbakening van de steden heeft geleid tot

ontwerpen, voorzieningen voor zorg en de

vanuit de rasterstad worden bedacht, waarbij

Vlaanderen. Anderzijds zit daarin de vraag

een associatie van steden met het directe

woonproblematiek. De hele visie op infra-

scenario’s over verdichting in de suburbane

of stedelijk niet eerder een kenmerk moet

stedenbeleid en met het Agentschap Binnen-

structuurontwikkeling, energiesystemen en

rand evenzeer een deel van het stedenbeleid

zijn van initiatieven dan een eigenschap van

lands Bestuur en de bevoegde minister. Het

de uitbouw van voorzieningen kan daarop

moeten zijn.

vooraf afgebakende ruimtes. Het zijn vragen

maakt stedenbeleid tot de bevoegdheid van

die altijd hebben gespeeld en die een partij-

één minister en dat is stedenbeleid nooit.

politieke betekenis hebben.

Het zou een grote stap voorwaarts zijn mocht

geënt worden. Het creatieve proces om over die relatie tussen steden en suburbane zones

Een stadsregionaal instrumentarium ontbreekt.

na te denken, staat evenwel nog maar in de

We hebben nood aan wervende concepten

kinderschoenen.

of gebiedsbeelden die ambities op dat vlak

De keuze voor afbakening als instrument en

formuleren. We hebben te weinig bestuurlijke

vervolgens de keuzes voor verdeling van

instrumenten inzake samenwerking die op

middelen binnen deze afbakening, zijn

Hoe gaan we bestuurlijk verder?

deze realiteit gesneden zijn; pogingen zoals

politieke keuzes. Ze zijn instrumenteel in

Er zijn binnen het directe stedenbeleid stappen

de afbakening van de stedelijke gebieden zijn

functie van de beoogde beleidsdoelen. Het is

gezet om betere afstemming te bereiken

een maat voor niets geworden. Initiatieven

wenselijk om deze discussie niet te beperken

tussen bestuursniveaus (via Stadscontracten

zoals de strategische projecten bevatten hier

tot het directe stedenbeleid, maar oog te

en Stadsvernieuwingsprojecten). In de

en daar interessante aanzetten, maar meer niet.

hebben voor de impact van regulier beleid

vormgeving van de relaties is zeker sprake

in stedelijke omgevingen. Ook waar in het

van nieuwe beleidsverhoudingen. Hoe goed

De stadsregionale/stadsrasterlijke component

reguliere indirecte beleid niet wordt gekozen

de intenties en pogingen tot coördinatie zijn,

wordt in brede kringen in en rond de steden

voor steden, is dat een vorm van afbakening.

het volstaat niet om van een trendbreuk op

“In Vlaanderen wordt te weinig geleerd van de praktijken in Brussel. Zowel het potentieel als de problemen van Brussel zouden het hart van het Vlaamse Stedenbeleid moeten zijn, alleen al vanuit de overweging dat de Vlaamse steden via de spiegel van Brussel naar hun eigen toekomst kijken.”

144

deze afbakening in de komende jaren worden afgebouwd.

Vlaams niveau te spreken.

steeds meer als relevant onderkend. Een paar recent opgestarte onderzoekslijnen over nieuwe

We hebben in deze tekst enkele lijnen aan-

vormen van intergemeentelijke samenwerking

gegeven die een vernieuwd stedenbeleid

Er zijn te weinig inspanningen geleverd om

voor ruimtelijke materies en wervende stads-

misschien kunnen inspireren: het denken

transversaal te werken aan een betere Vlaamse

regionale concepten kunnen de beweging van

vanuit het microperspectief en meer integraal

administratieve organisatie gericht op de

onderuit versterken en nieuwe kaders op

kijken; het denken in partnerschappen en

stedelijke problematiek. De Stadscontracten

Vlaams niveau inspireren.

programma’s op de lange termijn; het denken

zijn een interessant experiment, maar raken

145


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

te weinig structureel het hart van de werking

ook op de organisatie van de stadsbesturen

democratische kwaliteit in onze samenleving

in Vlaanderen. Er is vernieuwd; er zijn veel

van administraties. Het Vlaamse beleid is

zelf moet worden geformuleerd.

ten goede. Burgers, middenveld en besturen

projecten; er is druk gezaaid, zelfs op beton.16

die initiatief nemen voor de stad vormen het

In die tien jaar zijn de steden fysiek maar

vandaag nog meer verkokerd dan ten tijde van het Witboek, al zijn hier en daar schuchtere

We moeten naar performantere vormen van

hart van de democratie. Van daaruit moet

ook sociaal grondig veranderd. Als de steden

pogingen tot betere afstemming. Er gaat nog

“multi-level governance”, waarbij vanuit de

beleid worden opgebouwd. Lokale initiatieven

veranderen, dan moet het stedenbeleid

steeds te veel tijd en energie naar de kostelijke

stedelijke realiteit en het stedelijke maatwerk

moeten meer ontwikkelingskansen krijgen,

ook veranderen. Het moet consolideren

overhead van met elkaar proberen verbinden

wordt geredeneerd. De Vlaamse overheid stelt

ze hebben recht op minder regels en betere

wat ondertussen zijn waarde heeft bewezen

van procedures, administratieve dossiers en

zich dan ten dienste van de steden (en niet

op maat gerichte ondersteuning.

en inzetten op innovatie. In deze tekst

overleg tussen administraties. Alle inspannin-

omgekeerd). Het denken in maatwerk

gen om binnen dat systeem verbeteringen

valoriseert lokaal initiatief, maar speelt ook

Tien jaar na het Witboek is er weer nood aan

mogelijke richtingen geformuleerd voor

aan te brengen, hebben het systeem in die

beter in op de verschillen tussen de steden.

creatief denken over steden en stedelijkheid

een meer stedelijk Vlaanderen in Actie.

tien jaar nauwelijks veranderd. Het systeem

Dat vergt een sterk ambtelijk leiderschap en

is veel te veel in zichzelf gekeerd en ontwikkelt

een helder politiek mandaat op Vlaams niveau

zijn eigen agenda en logica.

en dat is er tot nu inzake steden eigenlijk

hebben we voor deze innovatie enkele

nooit geweest. De kern van het probleem is de hiërarchische houding, het top-downdenken dat typisch is

Een essentieel element van dat “multi-level

voor het optreden van de Vlaamse overheid

governance” is het doordenken van de

en dat in zijn effecten wordt versterkt door

interne staatshervorming: de decentralisatie

sectoraal denken, door administratieve en

van infrastructuur, budgetten, bevoegdheden

politieke verkokering en door overmatige

en aansturing naar de lokale actoren, in het

centralistische regelgeving. Het ontbreekt

bijzonder maar niet alleen de stadsbesturen. Het gaat om een beweging om lokale

niet aan teksten die dat problematiseren, 14

zoals het “Witboek Interne Staatshervorming”.

initiatieven meer ruimte te geven; om lokale partnerschappen zoveel mogelijk te stimuleren

We moeten naar een bestuurlijk beleid dat

en te ondersteunen.

inzet op programma’s, op het bundelen van lokaal initiatief in partnerschappen en dat

In het eerste visitatierapport van het Steden-

doorheen sectorale administratieve scheidings-

fonds hadden we al vastgesteld dat het niveau

lijnen snijdt. Het denken in klassieke sectoren

van het leiderschap in onze stadsbesturen

en klassieke verdeling van bevoegdheden is

te goed is voor wat ze maar kunnen doen.15

vanuit het perspectief van de stadsontwikkeling

Decentralisatie verhoogt de daadkracht en

voorbijgestreefd. Dat is een kritiek die zeker

komt de doelmatigheid, het maatwerk en de

146

147


#2 Bestuurlijke transitie

1

2

3

4

5

6

Behalve een onderscheid tussen “direct” en “indirect” stedenbeleid, maken we eveneens een onderscheid tussen “stedenbeleid” en “stedelijk beleid”. Stedelijk beleid gebruiken we voor acties van stadsbesturen en de daarmee verweven lokale actoren. Stedenbeleid gebruiken we voor acties vanuit de Vlaamse, federale en/of Europese overheid. In deze tekst staat vooral het (indirecte) Stedenbeleid centraal, al is het moeilijk daarover te schrijven zonder verbanden te leggen met het stedelijke beleid.

7 www.kenniscentrumvlaamsesteden.be 8

We vinden dat discours, met wat varianten, bij auteurs als Dedecker, Loopmans, Coussée, Kesteloot, Oosterlynck en Debruyne.

9

A. Pisman, G. Allaert, P. Lombaerde, “Ideaal wonen vanuit het perspectief van de bewoner”, in: Ruimte en Maatschappij, jg. 3, december 2011, pp. 23-44.

10

L. Boudry, P. Cabus, e.a., De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden. Witboek / Voorstudies, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 2003. L. Bral, A. Jacques, e.a., Stadsmonitor 2011. Een monitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011 (4de editie). De Stadsmonitor verschijnt tweejaarlijks. F. De Rynck en P. Tops, Leren van en over Steden. Rapport van de visitatiecommissie, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 2005. L. Boudry, A. Loeckx, e.a., Inzet Opzet Voorzet. Stadsprojecten in Vlaanderen, Garant, Antwerpen, 2006; en E. Vervloesem, B. De Meulder en A. Loeckx, Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen (2002-2011). Een eigenzinnige praktijk in Europees perspectief, ASP, Brussel, 2012. A. Loeckx (ed.), Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen. Ontwerpend onderzoek en capacity building, SUN, Amsterdam, 2009.

148

P. Verhaeghe, “De effecten van een neoliberale meritocratie op identiteit en interpersoonlijke verhoudingen”, in: Oikos, 56, 1/2011; D. Wildemeersch, e.a, “De asielzoeker is niet meer dan een klant”, in: De Morgen, zaterdag 4 februari 2012.

11

P. Janssens, Voor wat hoort wat. Naar een nieuw sociaal contract, De Bezige Bij, Antwerpen, 2011.

12

Ch. Mouffe, On the Political, Taylor & Francis Group, London / New York, 2005; J. Keane, The Life and Death of Democracy, Simon & Schuster, London, 2009.

13

A. Loeckx, S. Oosterlynck, C. Kesteloot, e.a., Naar een nieuwe gemeenschappelijkheid voor Brussel, Visietekst werkgroep Metaforum Leuven, Leuven, 2012.

14

F. De Rynck en P. Tops, 2005, op. cit. 15 G. Bourgeois, Witboek Interne Staatshervorming, Vlaamse Regering, Brussel, 2011.

15

F. De Rynck en P. Tops, op. cit., 2005.

16

J. De Bruyn en M. Van Acker, Zaaien op Beton en 106 andere recepten voor de stad. 10 jaar Stedenfonds in Vlaanderen, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011.

Bestuurlijke transitie Van een beleid voor de stad naar een beleid voor meer stad en stedelijkheid — Ingrediëntenlijst voor een vernieuwd Stedenbeleid

Stefaan Tubex Team Stedenbeleid

149


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

De inzichten die gegroeid zijn tijdens de

Het Vlaamse Stedenbeleid heeft de ambitie

eigen aan transities, zoals blijkt uit de bijdrage

om de stad — als het meest duurzame samen-

van Thomas Block en Erik Paredis elders in

ViA-Rondetafel vormen een inspiratiebron om

levingsmodel en bron van creativiteit —

deze publicatie. De klassieke manier om

te versterken. Steden denken niet in termen

maatschappelijke behoeften te vervullen,

een nog beter beleid te voeren in en voor steden.

van problemen maar van oplossingen. Net

volstaat niet meer, en een nieuwe manier

daarom maken ze het verschil en zijn ze

om ermee om te gaan staat op de agenda.

Stefaan Tubex van het Team Stedenbeleid schetst

voorlopers en voortrekkers op het vlak van

In partnerschap tussen heel wat actoren ont-

maatschappelijke vernieuwing en het werken

staat zo een nieuw en duurzamer antwoord

de belangrijkste ingrediënten van de vernieuwing

aan een duurzame toekomst. Het Vlaamse

op het vervullen van die maatschappelijke

Stedenbeleid wil hen hierin ondersteunen.

behoeften en het omgaan met de uitdagingen.

van het Vlaamse Stedenbeleid. In de eerste

De ViA-Rondetafel “Duurzame en creatieve

plaats worden de instrumenten van het “verticale

steen. Door een divers netwerk van actoren

Stedenbeleid” aangepast aan de veranderende realiteit. Daarnaast wordt ook het “horizontale Stedenbeleid” versterkt. Stedenbeleid is immers in de eerste plaats het resultaat van een brede samenwerking en dialoog tussen de steden, de stedelijke actoren en de Vlaamse overheid. “Investeren in de stad is investeren in een duurzame toekomst voor iedereen.”

150

steden” was hiervoor een belangrijke bouwmet een stedelijke feeling samen te brengen — van beleidsmensen, academici, opiniemakers, creatieve ondernemers tot middenveldorganisaties – kregen we een verrijkend debat waarbij mensen in constructieve discussie en coproductie naar stedelijke opportuniteiten zochten. Het Vlaamse Stedenbeleid wil dan ook volop met het materiaal van de ViA-Rondetafel aan de slag gaan. Dit materiaal is bijzonder

“Het Vlaamse Stedenbeleid wil volop met het materiaal van de ViA-Rondetafel aan de slag gaan. Dit materiaal is bijzonder gelaagd en veelzijdig. Deze publicatie is dan ook een inspiratiebron en een oproep om mee te werken aan een nog beter beleid in en voor steden.”

gelaagd en veelzijdig. Deze publicatie is dan ook een inspiratiebron en een oproep om

Studies tonen aan dat veel mensen uit de

mee te werken aan een nog beter beleid

middenklasse in de rand van de stad hun

in en voor steden.

woondroom en ideaalbeeld van de stad kunnen realiseren, zonder de problematische

De transitiethema’s hebben zichzelf als het

aspecten van de stad. De druk op de stad voor

ware op de voorgrond geplaatst. Het zijn thema’s

het concentreren van allerlei voorzieningen,

waarrond vele vernieuwende experimenten

inzake mobiliteit, onderwijs, kinderopvang

gaande zijn. En hoewel ze nog deels in een

en zorg, is onhoudbaar. De stad moet hier

zoek- en experimenteerfase zitten, wordt wel

vanuit de rasterstad worden bedacht, waarbij

al een duurzame richting aangevoeld. Dit is

scenario’s over verdichting in de suburbane

151


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

rand evenzeer een deel van het stedenbeleid

evoluties richting meer duurzaamheid in

uit twee delen: een algemeen gedeelte

speerpunt, maar wil dit proces vooral ook van

moeten zijn.

de steden. In die zin kiezen we ervoor om

“wonen”, identiek voor alle dertien steden,

onderuit laten groeien, zowel door politieke

te spreken over een Stedenbeleid voor meer

en een stadsspecifiek gedeelte. Het Team

als ambtelijke beleidsmakers, en dit op ver-

Op het vlak van de klimaattransitie bestaat

stad, voor meer stedelijkheid. Dit betekent

Stedenbeleid bekijkt momenteel welk traject

schillende beleidsniveaus. De kwaliteit zal

er vanuit heel diverse hoeken bijzondere

dat we actief op zoek gaan naar nieuwe partners

nodig is om tot een tweede generatie Stads-

immers samenhangen met de gedragenheid

aandacht voor meer energie-efficiëntie en

voor een creatieve en een duurzame stad en

contracten te komen. Dit gebeurt op een

voor en het duurzame karakter van keuzes

hernieuwbare energie, het omgaan met

dat we naast de steden in hun voorlopers-

participatieve manier, waarbij zowel lokale

binnen die stadsprogramma’s.

en het voorkomen van klimaatsverandering,

beleid te ondersteunen, ook op Vlaams niveau

actoren als Vlaamse entiteiten het vervolg-

een meer duurzame stedelijke mobiliteit,

stedelijkheid actief trachten ingang te doen

traject voeden. Zonder een voorafname

enzovoort. Bij de ruimtelijke transitie voel je

vinden.

te willen doen aan de conclusies van het

een tendens naar intelligente verdichting die

gelaagde consultatietraject, lijkt er een

de open ruimte maximaliseert in plaats van

duidelijk draagvlak te bestaan, op voorwaarde

opsoupeert. Verdichten is ruimte besparen,

Verticaal Stedenbeleid

dat de steden tegemoet komen aan een

om op die manier nieuwe publieke ruimte

Het Vlaamse Stedenbeleid wil de stedelijke

aantal verbeterpunten uit de huidige generatie

te creëren. Dat is de essentie van de stad.

ruimte allereerst ondersteunen op het vlak

Stadscontracten. In voorzichtige termen wordt

Een horizontale groei van de stad waarbij er

van de ruimtelijke en sociale transitie en de

gesproken over “Stadsprogramma’s” die een

een optimale samenwerking is tussen stad

klimaattransitie via haar eigen instrumenten.

win-win kunnen betekenen zowel voor stedelijke

en omliggende gemeenten en een verdichting

Dit is het verticale stedenbeleid, dat concrete

beleidsprogramma’s als voor de uitvoering

op strategische plaatsen om zo te komen tot

hefbomen wil bieden aan steden om maat-

van Vlaamse prioriteiten, eventueel ook binnen

een “metropolitaan landschap” kan hierbij

schappelijke uitdagingen aan te gaan.

een stadsregionale context. Hoe die Stads-

helpen. De sociale transitie is cruciaal omdat

“Het Vlaamse Stedenbeleid maakt van de Stadscontracten 2.0 of Stadsprogramma’s een speerpunt, maar wil dit proces vooral ook van onderuit laten groeien, zowel door politieke als ambtelijke beleidsmakers, en dit op verschillende beleidsniveaus.”

programma’s er zullen uitzien, daar is het nu

Stadsvernieuwingsprojecten

antwoorden vooral van onderuit komen, van

Stadscontracten

nog te vroeg voor. Het zou niet fair zijn ze nu

Ook de aanpak voor de Stadsvernieuwings-

burgers en lokale besturen als burgernabije

Een eerste belangrijke opportuniteit hierbij is

al in een bepaalde richting te duwen of vast

projecten willen we blijvend optimaliseren.

overheid. Lokale verenigingen, sociaal-artistieke

de vraag hoe in de toekomst wordt omgegaan

te pinnen. Net de diversiteit en openheid in

Zo is voor de huidige Oproep 2012 de jury

organisaties en lokale ondernemers werken

met de Stadscontracten. Die kwamen er op

de drie transitiethema’s kan een gelaagdheid

verbreed met een deskundige in energieduur-

allen mee aan het stedelijk beleid en zorgden

de vraag van de steden zelf; zij wensten een

in de Stadsprogramma’s creëren op maat van

zaamheid en duurzame stedelijke mobiliteit.

voor stedelijke vernieuwing. Het blijft dan ook

meer inclusieve benadering door de Vlaamse

de steden. De lokale autonomie blijft dus een

Op die manier spelen we in op de klimaat-

belangrijk hier gevoelig voor te zijn, continu

regering voor één of twee cruciale stads-

centraal aandachtspunt. Maar door die keuzes

transitie. Stadsvernieuwingsprojecten uit het

“sensitief” te zijn voor wat er leeft en onder-

projecten waar verschillende beleidsdomeinen

te verbinden met Vlaamse prioriteiten en het

verleden startten geregeld met relatief hoge

nomen wordt in een samenleving en dit

samenkomen. De Stadscontracten bevatten

ondersteuningspakket gericht vorm te geven

energie- of klimaatambities, maar vaak trokken

innovatief te ondersteunen. We spreken

engagementen van zowel de Vlaamse regering

zou de hefboomwaarde kunnen verhogen.

deze ambities zich schoorvoetend of traps-

daarom niet over de grote “stedelijke transitie”,

als van de stad, met respect voor de ontwik-

Het Vlaamse Stedenbeleid maakt van deze

gewijs terug tijdens de uitvoering. Meestal

maar eerder over vele kleinere en grotere

kelde stadsvisie. Elk Stadscontract bestaat

Stadscontracten 2.0 of Stadsprogramma’s een

gebeurde dit omwille van onzekerheden in

152

153


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

de energieambities scherper te stellen,

Stedenfonds

technologische keuzes en opportuniteiten te

Het Stedenfonds is voor de steden steeds

“Het Vlaamse Stedenbeleid wil Vlaamse entiteiten betrekken in een leergerichte, stimulerende en ondersteunende aanpak.”

onderbouwen en kritische succesfactoren in

het belangrijkste hefboominstrument van

De motor achter het strategische meerjarenplan

biedt hiermee zaaigeld aan innovatieve

kaart te brengen. Belangrijk is dat de recente

het Vlaamse Stedenbeleid geweest om maat-

is de beleids- en beheerscyclus. Deze is bedoeld

initiatieven die van onderuit groeien en mee

stadsvernieuwingsprojecten sowieso al veel

schappelijke uitdagingen aan te pakken. Het

als geïntegreerd instrumentarium voor steden

het stedelijke beleid vormgeven. In 2012 wil

meer aandacht schenken aan energie-efficiëntie,

Stedenfonds is een hefboom om innovatieve

en gemeenten om zowel het beleid te plannen,

het Vlaamse Stedenbeleid een stap verder

hernieuwbare energie en klimaatadaptatie.

acties op te zetten, experimentele initiatieven

het financieel te vertalen, op te volgen en

gaan dan het financieel ondersteunen van

te laten doorgroeien en complementair ver-

te evalueren. Het Vlaamse Stedenbeleid wil

deze initiatieven. Op basis van de transitie-

Conceptsubsidie stadsvernieuwing

sterkende acties met andere beleidsdomeinen

erover waken dat deze beleids- en beheers-

aanpak wil ze projecten laten leren van elkaar

Daarnaast is ook de Conceptsubsidie aange-

uit te voeren. De middelen van het Steden-

cyclus niet afzwakt tot een louter beheers-

zodat ze zichzelf maar ook steden naar een

scherpt en tegelijkertijd meer open gesteld.

fonds zijn bestemd voor de verhoging van

verhaal. Het is belangrijk dat de focus blijft

hoger niveau tillen. Mogelijk gebeurt dit via

De Conceptsubsidie is een korte, gerichte onder-

de leefbaarheid op stads- en wijkniveau, het

liggen op het nastreven van ambitieuze

een koppeling met de Thuis in de Stadprijs,

steuning voor kwaliteitsvolle maar nog onrijpe

tegengaan van de dualisering en de verhoging

maatschappelijke effecten, het maken van

maar hoe dit concreet wordt vormgegeven,

projecten die het potentieel in zich hebben

van de kwaliteit van het bestuur van de stad.

goed onderbouwde strategische keuzes

is nog creatief in te vullen.

om tot een succesvol stadsvernieuwings-

De recente publicatie Zaaien op beton en 106

en het gericht kiezen van acties. Het leren

project uit te groeien. Tot voor kort ging de

andere recepten voor de stad illustreert de

en verbeteren moet dan ook centraal blijven

Conceptsubsidie naar begeleiding voor het

kracht, de verscheidenheid en de innovatieve

staan. Het Vlaamse Stedenbeleid wil Vlaamse

stedenbouwkundig ontwerp, ondersteuning

kracht van het Stedenfonds het best.1 Met het

entiteiten betrekken in die leergerichte,

op het vlak van publiek-private samenwerking

Planlastendecreet wordt het Stedenfonds een

stimulerende en ondersteunende aanpak.

(PPS) of de optimalisatie van het participatie-

onderdeel in het strategische meerjarenplan van

Dit kan de duurzaamheidstransities en de

technologische keuzes, financiële haalbaar-

verder gebouwd wordt op lokale noden

heid, terugverdieneffecten of beheersopties.

en inbreng van onderuit.

Dit extra klimaat-jurylid kan dan ook helpen

2

en experimentele projecten van verenigingen en instellingen die wonen en leven in de stad aantrekkelijker maken. Jaarlijks worden een drietal prioriteiten gekozen die kaderen binnen de transitiethema’s. Het Vlaamse Stedenbeleid

“Met de Innovatieve Projecten biedt het Vlaamse Stedenbeleid zaaigeld aan innovatieve initiatieven die van onderuit groeien en mee het stedelijk beleid vormgeven.”

proces. Vanaf dit jaar kan de Conceptsubsidie

de steden. Dit sluit aan bij het inzicht dat het

win-win tussen steden en Vlaanderen

op basis van enkele kansen of aandachtspunten

Stedenbeleid moet vertrekken vanuit de dage-

versterken. In die zin hopen we werk te

in projectvoorstellen ook gaan over onder-

lijkse praktijken in de steden. Het Vlaamse

maken van de vitale coalities rond stedelijke

steuning op het vlak van energie- en klimaat-

Stedenbeleid wil steden echter verder onder-

programma’s, waar Filip De Rynck elders

Stadsmonitor

duurzaamheid, duurzame stedelijke mobiliteit,

steunen in hun duurzame keuzes en ziet de

in deze publicatie voor pleit.

Ook de Stadsmonitor, die de leefbaarheid van

sociale innovatie, creatieve economie, enzovoort.

drie transitiethema’s als een mogelijke leidraad

Hiermee komen de herzieningen aan de

voor de steden om hun Stedenfondskeuzes te

Innovatieve Projecten

zaam hun ontwikkeling is, blijft een belangrijk

Conceptsubsidie ook tegemoet aan de sociale

onderbouwen.

Met de Innovatieve Projecten ondersteunt het

transitie-instrument. Net door haar domein-

Vlaamse Stedenbeleid heel sterk de sociale

overschrijdend duurzaamheidskarakter blijft

transitie. Dit zijn subsidies voor innoverende

ze zelfs na vier edities een voorloper die het

transitie, omdat nog meer dan voorheen

154

de steden in kaart brengt en aangeeft hoe duur-

155


Bestuurlijke transitie

Bestuurlijke transitie

strategische debat in de steden voedt. Het is

Een participatieve opbouw van partnerschaps-

De bijdrage van Thomas Block en Erik Paredis

Het is de optelsom van vele kleine en grotere

dan ook de bedoeling om dit instrument staps-

contracten en operationele programma’s

elders in deze publicatie is in die zin belangrijk

acties die van de transitie “Duurzame en

gewijs verder te versterken zodat het die

is een bijzonder aandachtspunt. Daarnaast

omdat ze de blik opentrekt en de hefboom-

creatieve steden” een geslaagd proces kan

voortrekkersrol kan blijven vervullen.

is er binnen het Europees Sociaal Fonds heel

waarde, maar ook de risico’s van transitie-

maken. In die zin is de transitie “Duurzame

wat potentieel om de aandacht voor kansen-

denken duidt. Transities gaan volgens Thomas

en creatieve steden” in hoofdzaak evolutionair,

groepen te versterken. Door in partnerschap

Block en Erik Paredis gepaard met nieuwe

maar net daarom ook dat tikkeltje revolutionair.

Europese opportuniteiten aan te boren,

(beleids)antwoorden op onomkeerbare

Het sluit aan bij de verfijnde taal over steden

9

Ondersteuning voor Europese programma’s

kunnen we de duurzaamheidstransities in steden

fundamentele maatschappelijke uitdagingen.

uit de paper van Filip De Rynck. Niet het

Naast de eigen instrumenten wil het Vlaamse

wellicht versnellen en versterken. Daarom is

De oplossingen die altijd gewerkt hebben

heruitvinden of radicaal veranderen, maar

Stedenbeleid steden ook ondersteunen rond

dit ook een aandachtspunt van het Vlaamse

volstaan niet meer en tegelijkertijd wijzen

wel het voortbouwen op de evolutie van

Europese opportuniteiten. Rond klimaat doet

Stedenbeleid.

vele innovatieve experimenten van tal van

de dagelijkse praktijken in steden. Dat stemt

ze dit onder andere via een Benelux onder-

actoren op een nieuwe manier om met

overeen met de inzichten van het transitie-

zoeks- en ondersteuningstraject voor energie-

problemen om te gaan. Veel van de instru-

denken. Transities zijn gekenmerkt door een

Horizontaal Stedenbeleid

menten die in de transitiebenadering ont-

langetermijnkarakter, vinden sowieso plaats,

Het Vlaamse Stedenbeleid is bovenal een

wikkeld zijn, kunnen ons wellicht helpen.

zijn ingrijpend en onomkeerbaar. De transitie

horizontaal beleid. Het is een beleid dat de

Daarnaast wijzen Thomas Block en Erik

“Duurzame en creatieve steden” is daardoor

Vlaamse regering enkel in partnerschap kan

Paredis op het gevaar van lineair transitieden-

een feit. Wij geloven daar heel sterk in en het

Energy Efficiency Fund allemaal heel sterk

voeren. Momenteel is er een goede samen-

ken. Processen zijn immers inherent complex

Vlaamse Stedenbeleid spreekt dan ook de

gekaderd in de klimaattransitie. Het Vlaamse

werking met heel wat Vlaamse entiteiten

en grillig. Daarom geven zij nuttige tips om

ambitie uit om in het transitieproces een

Stedenbeleid wil dan ook in nauwe samen-

en ondersteunen we waar mogelijk cruciale

deze valkuil te vermijden. De bijdrage van

voortrekkersrol te spelen.

werking met andere actoren bekijken hoe

projecten met een impact op of hefboom

Thomas Block en Erik Paredis is daarom zeker

we deze opportuniteiten optimaal kunnen

naar steden binnen andere domeinen. Dit is

een leidraad om keuzes af te lijnen, scherpere

Het Vlaamse Stedenbeleid vertrekt van het

aangrijpen voor Vlaamse steden. De ruimtelijke

momenteel erg divers en gebeurt soms nog

ambities te formuleren en de resultaatgericht-

groeiende inzicht dat de stad motor is van de

transitie vindt op Europees niveau haar basis

teveel ad hoc. We willen zeker voortbouwen

heid te verhogen.

samenleving, een plaats waar op innovatieve

efficiëntie in de gebouwde omgeving.

3

Daarnaast zijn ook het Cohesiebeleid na 2014,

4

de oproepen voor smart cities in het licht van 5

de Convenant of Mayors of het European 6

7

in de Territoriale Agenda 2020. De Europese

op de ideeën van transitiemanagement

Commissie wil het nieuwe cohesiebeleid een

en geloven dat deze extra kansen bieden.

nog sterkere fundering geven door meer

De “transitiemanager” en integrator “Duurzame

territoriale aandacht. Zo stelt ze de geïntegreerde

en creatieve steden” neemt in dit hele proces

territoriale investeringen voor steden in het

een coachende en stimulerende rol op.

nieuwe cohesiebeleid erg centraal. Ook de

Het begrip “transitie” wordt de laatste tijd

studies van Espon kunnen deze territoriale

misschien iets te vaak in de mond genomen

aanpak ondersteunen en versterken.

8

zonder echt nog goed te weten waar het om

Europa heeft ook oog voor de sociale transitie.

156

draait. Maar het is meer dan een modeterm.

wijze oplossingen worden gevonden voor de

“Wij willen ons engageren om samen met onze partners in de steden te werken aan een krachtig en vooruitstrevend beleid voor meer stedelijkheid in Vlaanderen.”

meest diverse maatschappelijke uitdagingen. Investeren in de stad is dan ook investeren in een duurzame toekomst voor iedereen. Wij willen ons dan ook engageren om samen met onze partners in de steden te werken aan een krachtig en vooruitstrevend beleid voor meer stedelijkheid in Vlaanderen.

157


Bestuurlijke transitie Bibliografie

1

2

Joeri De Bruyn en Maarten Van Acker, Zaaien op beton en 106 andere recepten voor de stad. 10 jaar Stedenfonds in Vlaanderen, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011. Decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringslasten aan de lokale besturen kunnen worden opgelegd.

L. Boudry, P. Cabus, e.a., De eeuw van de stad. Over stadsrepublieken en rastersteden. Witboek / Voorstudies, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Brussel, 2003. F. De Rynck en P. Tops, Leren van en over steden. Rapport van de visitatiecommissie, 2005. Zie www.thuisindestad.be L. Boudry, A. Loeckx, e.a., Inzet Opzet Voorzet. Stadsprojecten in Vlaanderen, Garant, Antwerpen, 2006. A. Loeckx (ed.), Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen. Ontwerpend onderzoek en capacity building, SUN, Amsterdam, 2009. F. De Rynck en K. Dezeure, Burgerparticipatie in Vlaamse Steden. Naar een innoverend participatiebeleid, Vanden Broele, Brugge, 2009.

3 www.benelux.int 4 http://ec.europa.eu/regional_policy

P. Cabus, F. De Rynck, e.a., Een sterke stad en een sterke stadsregio. Verslag en aanbevelingen op basis van stadsregionale gesprekken, onderzoek i.o.v. de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering, Brussel, 2009.

5 www.eumayors.eu 6 www.eeef.eu

10 jaar Thuis in de Stad-prijs. Winnaars 2001-2010, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2010.

7 http://ec.europa.eu/regional_policy/what/ cohesion/index_en.cfm

L. Bral en H. Schelfaut (eds.), De stad maakt het verschil! Analyses op de Stadsmonitor 2008, Studiedienst van de Vlaamse Regering, Brussel, 2010.

8 www.espon.eu L. Bral, A. Jacques, e.a., Stadsmonitor 2011. Een monitor voor leefbare en duurzame Vlaamse steden, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011 (4de editie).

9 www.esf-agentschap.be

Idea Consult, Syntheserapport visitaties Stedenfonds 2011. Over het Stedenfonds en het samenspel tussen de Vlaamse overheid en haar centrumsteden, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011. Zie www.thuisindestad.be J. De Bruyn en M. Van Acker, Zaaien op beton en 106 andere recepten voor de stad. 10 jaar Stedenfonds in Vlaanderen, Agentschap voor Binnenlands Bestuur, Brussel, 2011. E. Vervloesem, B. De Meulder en A. Loeckx, Stadsvernieuwingsprojecten in Vlaanderen (2002-2011). Een eigenzinnige praktijk in Europees perspectief, ASP, Brussel, 2012.

www.thuisindestad.be blog.thuisindestad.be

158

159


Duurzame en creatieve steden. De stad als motor van de samenleving.  

Duurzame en creatieve steden. De stad als motor van de samenleving. Verslagboek ViA-rondetafel duurzame en creatieve steden.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you