Page 1

3

“ IK WIL ROOIE KOPPEN EN EEN GLIMLACH.” ANDRIES JONKER

“STILZITTEN MAG Carla Scholten en Jos Vaes NIET MEER DE NORM ZIJN.” HET INZETTEN VAN DATA IN DE TOPSPORT, VOETBALWERELD EN DE GYMLES “HET IS BETER STERKE Maike van der Zwart KINDEREN TE MAKEN DAN GEBROKEN VOLWASSENEN TE REPAREREN.” LEREN BEWEGEN OF LATEN BEWEGEN


2

BE STRONGER THAN YOUR EXCUSES


INHOUD 5 VOORWOORD 7

THOMAS & THOMAS ORIËNTATIE DAG

8

INTERVIEW ANDRIES JONKER

14

INTERVIEW MET MAAIKE FERF JENTINK

18

DUBBEL-INTERVIEW MET MAX WELTEN EN BART DOEMGES

22

HOE DAAGT BEWEEGRUIMTE UIT TOT LEREN EN LATEN BEWEGEN?

26

DE BESTE SMOESJES OM NIET AAN EEN GYMLES DEEL TE NEMEN

28

HET INZETTEN VAN DATA IN DE TOPSPORT, VOETBALWERELD EN DE GYMLES

33

PARADOX VAN DE GYMLERAAR

35

GEDICHT ‘LEREN LOPEN’

36

INNOVATIE VAN DE SPORTACCOMMODATIE

39

INTERVIEW MET ERNST MEISNER | HET NATIONAAL BALLET

42

INTERVIEW MAIKE VAN DER ZWART

45

INTERVIEW JESSE NISPELING

49 COLOFON 51

OPROEP OM MEE TE MAKEN

53 EPILOOG 54 MEEMAKERS

3


VALLEN IS NIET ERG, BLIJVEN LIGGEN WEL

4


VOORWOORD

WIM STIENEN

LEREN BEWEGEN OF LATEN BEWEGEN Het is 2019, THOMAS bestaat 69 jaar en de realisatie van de 51ste THOMAS Oriëntatie Dag is nagenoeg een feit. Met trots presenteren wij de derde editie van het THOMAS Magazine. 2019 is na 2018 ook weer een jaar van staken tegen de hoge werkdruk in het onderwijs. PO, VO en MBO staken gezamenlijk deze keer. Bij het schrijven van het voorwoord moet deze gezamenlijke staking nog plaatsvinden, ik hoop dat we gehoord worden en dat er daadwerkelijk ruimte komt om de werkdruk realistisch te krijgen in iedere sector van het onderwijs. Nu heb ik gelukkig niet de ervaring van een te hoge werkdruk, want ik heb net als jullie het mooiste vak dat er bestaat. Het leren bewegen van kinderen of is het toch meer het laten bewegen van kinderen? Is hier een duidelijk antwoord op te geven? Ik dacht eerst van wel. Gedurende de opleiding tot vakdocent LO heb ik namelijk geleerd hoe ik kinderen beter kan leren bewegen. Door middel van het aanbieden van verschillende bewegingsvormen en door training de beweging in te slijten. Door van de aanleerfase, naar de verbeterfase en vervolgens naar de automatiseringsfase te gaan. Door de beweging te analyseren en hier de juiste aanwijzing/ correctie bij te geven. Door kinderen zo de technisch beste beweging aan te leren.

Daarnaast zijn er ook andere ideeën voor de toekomst van het vakgebied van de lichamelijke opvoeding. We horen regelmatig dat er meer bewogen moet worden, want dat is goed voor je lijf, je brein en je welbevinden. Denk aan initiatieven als de Daily Mile en het integreren van bewegen bij bijvoorbeeld het rekenonderwijs. Wat zouden wij nou moeten doen? Leren wij kinderen (onze leerlingen) bewegen, of ligt de nadruk meer op het laten bewegen van kinderen. Wat is het hoofddoel tijdens de vaklessen LO en op welke manier worden deze lessen gerealiseerd? Hoe verantwoorden we de 3 lesuren LO per week, waarvan wij vinden dat alle kinderen in Nederland dit minimaal aangeboden moeten krijgen? Komt dit allemaal terug in Currucilum.nu waar momenteel druk aan gewerkt wordt door onze bevlogen collega’s? In dit Magazine staan prikkelende interviews met onder andere Andries Jonker, een ALO-er die internationaal voetbaltrainer en -coach is. Tevens is hij onze openingsspreker op de Thomas Oriëntatie Dag. We hopen je van nieuwe en inspirerende inzichten te kunnen voorzien. Zodat je straks, je reactie kan geven op de vraag; Leren bewegen of laten bewegen? Wij zijn benieuwd naar je antwoord én motivatie op deze vraag.

Tegenwoordig zijn er ook andere inzichten binnen het vakgebied van de lichamelijke opvoeding. Voorbeelden hiervan zijn ‘Motorisch leren’, ‘Teaching Games’ en ‘Athletic Skills Model’. Een aantal van deze inzichten en ontwikkelingen staan op het programma van deze editie van de THOMAS Oriëntatie Dag.

5


6

YOU DON’T HAVE TO GO FAST. YOU JUST HAVE TO GO!


THOMAS STAAT VOOR HET LEVENSLANG INSPIREREN VAN PROFESSIONALS IN EN OM HET BEWEGINGSONDERWIJS EN STREEFT ERNAAR DE BEWEGENDE MAATSCHAPPIJ OP EEN POSITIEVE WIJZE TE BEÏNVLOEDEN. Thomas van Aquino is in 1950 opgericht als zelfstandige vereniging van Katholieke leraren lichamelijke opvoeding. Lange tijd werd een eigen vakblad (bulletin) uitgegeven, gericht op vakinhoud, onderzoek en wetenschap in relatie tot het bewegende kind. Eind jaren tachtig is Thomas van Aquino gefuseerd met de KVLO met de status van ‘Katholieke groepering Thomas’ binnen de KVLO. Het bijdragen aan het levenslang inspireren van professionals in en om het bewegingsonderwijs doet THOMAS onder andere door de best bezochte studiedag van Nederland te organiseren: De Thomas Oriëntatie Dag (TOD). De TOD vindt in 2019 voor de 51ste keer plaats. Centraal tijdens de TOD staat de verbinding met het werkveld. THOMAS organiseert steevast een studiedag waarbij beleving, kwaliteit en verbinding met het werkveld centraal staan. Ook brengt THOMAS één keer per jaar, gekoppeld aan de TOD, een magazine uit. In dit magazine wordt een actueel thema vanuit verschillende perspectieven benaderd en behandeld. THOMAS kiest bewust voor het belevend leren waarbij verdiepen, verbreden en vernieuwen centraal staan. Vanuit deze keuze worden er ook regionale themadagen georganiseerd. Tijdens deze regionale themadagen diept THOMAS workshops uit die erg succesvol waren tijdens de TOD. Ook komen tijdens de regionale themadagen andere thema’s aan bod, die altijd met collega’s uit het werkveld worden uitgediept.

7


JASPER VAN BEEK

FOTOGRAAF POL RIJNDERS

JE KENT HEM VAST ALS TRAINER EN TECHNISCH DIRECTEUR BIJ WILLEM II EN ALS ASSISTENT-TRAINER BIJ VFL WOLFSBURG, FC BARCELONA EN FC BAYERN MÜNCHEN. MAAR WIST JE DAT ZIJN LOOPBAAN BEGON IN HET ONDERWIJS? WE PRATEN MET ANDRIES JONKER OVER ZIJN TRAININGSVISIE, SLEUTELMOMENTEN IN ZIJN CARRIÈRE, AMBITIE EN HET BEWEGINGSONDERWIJS.

Hoe kwam je in het onderwijs terecht?

8

Ik wilde iets met sport gaan doen. Voetballen vond ik leuk, maar ik wist nog niet of ik het ook leuk vond om een ander iets bij te brengen. Toen ben ik een team gaan trainen. Na een half jaar stopte ik omdat ik het te druk kreeg, maar in dat half jaar kwam iedereen van dat team trainen. In die tijd, ik was 16, deed ik ook de Algemene Basisopleiding Jeugdvoetbalspelleider en daarna ging ik naar de Academie voor Lichamelijke

Opvoeding in Amsterdam. Na de Academie kwam ik in het speciaal onderwijs terecht, in Amsterdam. In een voetbalproject leerde ik jongens dusdanig voetballen en zich te gedragen dat ze bij een normale club konden instromen. Daarnaast werkte ik vijf jaar als gymnastiekleraar en toen zag ik een advertentie voor STKmedewerker (SportTechnisch Kader) bij de KNVB.


Wat is jouw trainingsvisie?

In mijn loopbaan hebben drie mensen een belangrijke en cruciale rol gespeeld. Max Koops, Bert van Lingen en Louis van Gaal. Koops is in de wereld van de lichamelijke opvoeding een grootheid en hij was mijn speldocent op de Academie. Hij maakte mij ervan bewust dat het in de sport om plezier en beleving draait. Dit heb ik in mijn hele loopbaan als basis gehanteerd. Bert heeft een handelingstheoretische visie ontwikkeld waarbij het uitgangspunt is dat je voetballen leert door te voetballen. Met plezier en beleving. Wat ik goed onthouden heb: als je iets wilt leren, dan moet je het daadwerkelijk doen. Van rondjes lopen gaat niemand beter voetballen. Van Lingen heeft me geleerd dat door te vertalen naar het voetbal. Het geldt voor alle niveaus: van recreanten tot Bayern München. Denk je dat Arjen Robben beter gaat voetballen als hij gewicht gaat heffen? En dan Louis van Gaal, die heeft me geleerd dat het in het topvoetbal hetzelfde werkt. Ook op basis van plezier en beleving. Net als Louis wil ik mensen beter maken, voldaan van het veld af laten komen. En dan zie ik geen verschil tussen schoolkinderen en voetballers die miljonair zijn. Voor de miljonairs is het werk, maar het blijft een spel.

Wat valt een Arjen Robben nog bij te brengen?

Het is een enorme misvatting om te denken dat je topspelers niks hoeft te zeggen. Ik heb het geluk gehad bij Bayern München en Barcelona

te werken, daar spelen de beste spelers ter wereld. En die hebben allemaal behoefte aan ondersteuning. Bij de één gaat het om techniek, bij de ander om inzicht. Kijk; je wil dat die spelers op een bepaalde manier spelen, dus dan zal je zo’n Robben toch moeten zeggen hoe. Als daar dingen in ontbreken, dan moet je met hem aan de slag.

Hoe vind je de balans tussen sturen en niet sturen?

Ervaring. Als jeugdtrainer stond ik de hele wedstrijd schreeuwend langs de zijlijn. Die kinderen waren mijn speelgoedvliegtuigjes en ik vertelde ze waar ze heen moesten vliegen. Ik had helemaal niet in de gaten wat dat betekende voor die kinderen. Maar je moet ze de ruimte geven om zelf dingen te ontdekken. Nog steeds zijn er momenten dat ik dominant aanwezig ben, maar er zijn ook momenten dat ik het laat gaan en wil zien of ze het begrijpen. Daar gaat het om. In een stadion met 50.000 toeschouwers kan ik roepen wat ik wil, maar ver komt mijn stem niet. Ik moet ervoor zorgen dat een speler zelf de juiste keuze kan maken.

Hoe houd je jezelf scherp? Hoe blijf je op de hoogte van ontwikkelingen?

Ik ben een man van de bubbel. Op het moment dat ik Academy Manager bij Arsenal ben, dan ben ik elke dag bij Arsenal. Wat daar buiten gebeurt, daar krijg ik niet zo veel van mee. Maar ik ben een scherp observator en laat mij voeden door de mensen waarmee ik werk. Ik heb een collega, Jan van Loon (nu FC Utrecht), die bezoekt congressen, hij houdt alle ontwikkelingen bij. Als Jan bij mij binnenkomt, dan ben ik heel alert. En bij Vfl Wolfsburg hadden we een psycholoog, die man zei dingen waar ik nooit van had gehoord. Dan ben ik één en al oor.

Wat is het hoogtepunt uit je carrière? En het dieptepunt?

De Champions League finale in 2010 met Bayern München tegen Inter Milaan. In het stadion van Real Madrid, het mooiste stadion dat ik gezien heb in mijn leven. We waren zo dichtbij, maar we verloren. Ik heb niet veel voetbaldingen thuis, maar wel een

9


“‘HET IS EEN ENORME MISVATTING OM TE DENKEN DAT JE TOPSPELERS NIKS HOEFT TE ZEGGEN.”

10


gouden medaille Duits kampioen, een gouden medaille Duitse bekerwinnaar en een gouden Duitse Supercup. En dan een zilveren medaille Champions League. Dat kan ik nog steeds niet goed hebben. Het is een enorm belangrijk moment in je sportleven en dat je er mag staan is geweldig. Maar als je het dan zo door je vingers laat glippen. Tijdens de wedstrijd voel je dat verlies aankomen. Dan denk je: wat kunnen wij nog doen? Het lukte niet. Een hoogte- en dieptepunt tegelijkertijd.

Welke ambities heb je?

Ik wil nog een keer in de top werken. Dat ontslag bij Vfl Wolfsburg: je houdt ze in de Bundesliga, je overleeft de eerste bekerronde, je begint met vier uit vier, de nummer 18 komt op bezoek. En dan word je ontslagen. Ik wil niet op die manier uit het topvoetbal stappen. Er zijn veel telefoontjes binnengekomen uit alle windstreken. Soms heel avontuurlijk, soms heel lucratief, soms allebei. Maar ik wil bij een topvoetbalclub in West-Europa werken.

Wat is je indruk van het huidige bewegingsonderwijs?

Ik heb laatst op Radio 1 geluisterd naar een gesprek over het verplichten van lichamelijke opvoeding gegeven door vakleerkrachten in het onderwijs. De man die het woord deed om meer ruimte en budget voor Lichamelijke Opvoeding te creÍren deed dat verschrikkelijk onhandig. Er zijn zoveel argumenten en hij had zo’n moeite ze te formuleren. Dit is een gekke maatschappij in mijn beleving: we moeten gezond eten, niet meer roken, minder drinken. Maar we legaliseren wel het gebruik van drugs en kinderen hoeven blijkbaar niet meer te bewegen. Ben ik nou gek? Ik heb er niet alle zicht op, maar ik vind het triest dat die strijd voor Lichamelijke Opvoeding op de scholen in Nederland nog altijd gevoerd moet worden. Ik weet dat muziek en handvaardigheid belangrijk zijn, maar een mens heeft een lichaam. En een lichaam moet leren bewegen

11

AFBEELDING VAN KELVIN STUTTARD VIA PIXABAY


en kan vervolgens niet zonder beweging. Zouden politici en beleidsmakers dat nou echt niet begrijpen?

Heb je een tip voor LO docenten om jongeren in beweging te krijgen? Beleving en plezier: daar gaat het om. Maar dat betekent dat jij als gymnastiekleraar moet geven. Ze hebben een handje nodig, ze hebben enthousiasme nodig. Waar ik altijd naar streef is: rooie koppen en een lach. Hoe je dat voor elkaar krijgt, dat is vakmanschap. Ons vakmanschap. De rest is vooral het toepassen van kunstgrepen.

12


I CAN. I WILL. I DID. 13


ANOUK VAN DIJK

INTERVIEW

Sta daar maar eens

BIJ STIL… WAT GEBEURT ER WANNEER JE ALS DOOF PERSOON IN EEN KLAS VOL HORENDE STUDENTEN TERECHT KOMT? DIT OVERKOMT DE 29-JARIGE AMSTERDAMSE MAAIKE FERF JENTINK WANNEER ZIJ AAN EEN REGULIERE SPORTOPLEIDING BEGINT. ONDANKS DE ONPRETTIGE ERVARINGEN DIE ZE DAAR OPDOET, BRENGT HET HAAR OOK VEEL. HET

CONCEPT STILLE GYM IS HIER HET BEWIJS VAN; EEN PROJECT DAT MAAIKE SAMEN MET RESPO INTERNATIONAL OPZET.

Hoe is het initiatief Stille Gym precies tot stand gekomen?

14

Tijdens mijn opleiding ontdekte ik dat er veel onwetendheid in de samenleving en het onderwijs is op het gebied van doofheid en non-verbale communicatie. Ik heb vanaf dat moment altijd met het idee in mijn achterhoofd rondgelopen om deze belemmering te doorbreken. Mijn droom: de toegankelijkheid van het gebruik van non-verbale communicatie te zien toenemen, zodat leerlingen, docenten en sporters dit meer in gymlessen en op het veld gaan gebruiken. Via Respo International raakte ik betrokken bij een sportproject in het kader van ervaringsuitwisseling met Ethiopische doven op het gebied van sportbehoeften. Bij terugkomst vroeg de organisatie of ik vanuit deze ervaring een project zou willen opzetten in Nederland. Dit was mijn

kans! Samen met spelontwikkelaar Chris Hazelebach heb ik vervolgens concreet invulling gegeven aan het project. Zo is de workshop Stille Gym ontstaan – voortgekomen uit mijn eigen levenservaringen en de belemmeringen waar ik tegenaan liep.

“Iedereen heeft de behoefte om te communiceren en moet de kans geboden worden dit te kunnen doen.”


STILLE GYM MET MAAIKE FERF JENTINK

Waarom is non-verbale communicatie zo belangrijk in het leven?

Iedereen heeft de behoefte om te communiceren en moet de kans geboden worden dit te kunnen doen. Non-verbale communicatie is alles wat je uitdrukt via lichaamstaal, zonder woorden te gebruiken. Door nonverbale communicatie te zien als een onderdeel van de algehele communicatie, wil ik de aanname doorbreken dat gesproken taal de enige manier is om contact te leggen. Lichaamstaal heeft voordelen ten opzichte van gesproken taal. Zo kan men communiceren in een lawaaiige omgeving, of op afstand, zonder belemmeringen. En niet alleen doven hebben er baat bij, maar bijvoorbeeld ook vluchtelingen of mensen met taal- of spraakproblemen. Daarnaast vind ik het een plezierige manier van communiceren. Het contact met de andere persoon is intens, je ziet elkaar echt en het komt altijd van twee kanten. Wel zou ik graag zien dat er meer onderzoek naar gedaan wordt. Ikzelf ben benieuwd wat het effect is van deze ‘warme’ manier van communiceren op de samenleving.

In het praktijkdeel spelen we een spel: schone voeten halen. Een spel dat zich gaandeweg steeds uitbreidt in de vorm van extra opdrachten, met als doel beter te leren samenwerken, zonder gesproken communicatie. Tijdens het eerste deel van de workshop werk ik met een tolk Nederlandse Gebarentaal om de deelnemers te laten wennen aan de situatie. Er wordt vaak gedacht dat gebarentaal en non-verbale communicatie hetzelfde zijn, maar dat is niet zo. Gebarentalen zijn talig, net als gesproken taal. Lichaamstaal staat daar los van. Daarom werk ik tijdens het spelgedeelte bewust zonder tolk. Zo laat ik de deelnemers zelf ervaren wat de voordelen van non-verbale communicatie zijn.

“Ik laat zien hoe lichaams­­ taal optimaal gebruikt kan worden.” Wat kan er precies verwacht worden van een workshop Stille Gym?

De workshop bestaat uit twee delen: een theoretisch deel en een praktijkdeel. De theorie bestaat uit een introductie over de mogelijkheden van doof-zijn en het begrip non-verbale communicatie wordt behandeld. Ik laat zien hoe lichaamstaal optimaal gebruikt kan worden en laat vervolgens een aantal deelnemers – dit kunnen zowel leerlingen als docenten zijn – oefenen voor de klas.

15


STILLE GYM MET MAAIKE FERF JENTINK Hoe reageren de deelnemers op de gymlessen?

De reacties zijn verschillend, vooral onder leerlingen. Sommigen vinden het prettig om op een andere, nonverbale manier benaderd te worden en kunnen zich er beter door concentreren. Doordat in mijn lessen uitsluitend lichaamstaal gebruikt wordt ervaren deelnemers dat ze informatie missen wanneer zij niet opletten. Hierdoor raken sommige leerlingen gedemotiveerd, omdat zij niet alles begrijpen. Maar de voordelen van non-verbale communicatie worden ook vrij snel ontdekt. Docenten zijn over het algemeen erg positief. Zij hebben natuurlijk hun eigen manier van lesgeven en zien mij iets heel anders doen. Hier leren ze van. Bijvoorbeeld, hoe ze met minder woorden een duidelijkere uitleg kunnen geven. Het valt hen vooral op dat de leerlingen geconcentreerder werken en heel stil zijn.

“Het doel is om non-verbale communicatie een natuurlijk gegeven te laten worden dat zowel studenten als docenten gaan toepassen.”

16

Wat is het doel achter het project Stille Gym?

Stille Gym moet een eyeopener zijn. Ik wil via de workshop mensen inspireren, met als gevolg dat we elkaar beter begrijpen en meer openstaan voor personen die anders zijn. Ik wil dat mensen ontdekken wat de belemmeringen van doofheid én de voordelen van lichaamstaal zijn. Het doel is om non-verbale communicatie een natuurlijk gegeven te laten worden dat zowel studenten als docenten gaan toepassen. Zo kan iedereen meedoen, zonder belemmeringen in communicatie. Het is mijn rol om te laten zien wat de verschillende manieren van lesgeven zijn en hoeveel creatieve opties van communiceren er zijn. Door middel van sporten wil ik mensen op een warme manier met elkaar verbinden, ook al kennen zij elkaar niet.


ALLEEN GA JE SNELLER, SAMEN KOM JE VERDER

17


Max Welten (23) is ondernemer, fysiotherapeut en CrossFitter: 18

YVONNE VAN BIJNEN

FOTOGRAAF POL RIJNDERS


“MIJN HOOFDDOEL IS CROSSFIT, IK BEN JONG GENOEG OM DAAR WAT VAN TE MAKEN. DE REST DOE IK OM TE KUNNEN CROSSFITTEN EN DE HUUR TE BETALEN.”

We spreken hem bij CrossFit Climbers Cabin in Breda over zijn fascinatie voor bewegen, CrossFit, zijn levensstijl, het trainen van kinderen en zijn ambities.

CrossFit: effectief, onder begeleiding en in een groep. CrossFit is een sport die Max past. En dat geldt voor meer mensen.

“Mensen starten vaak met hardlopen. Dat vinden ze dan saai en het is ook niet effectief als je je lichaam wil vormen. Dan gaan ze fitnessen, maar daar hebben veel mensen geen benul van wat ze doen. Een personal trainer helpt je daar bij, maar daar betaal je je scheel aan. De stap naar CrossFit lijkt groter, maar je zit met 10 tot 15 mensen in een groep en krijgt begeleiding. Je combineert krachttraining en cardio en put daarmee in één training uit al je energiesystemen. Het past goed bij mensen die weinig tijd hebben en een stok achter de deur willen.”

Gezonde verslaving

Sterk(er) in het leven staan

Max doet 60 tot 70 fysiobehandelingen per week, geeft 8 à 9 uur training en traint 12 eigen sessies van 2 uur. Max’ leven draait om bewegen en het ‘creëren’ van een gezond lichaam. “Vroeger gamede ik veel. Ik vond het vet dat je je personage alle kanten op kon laten ontwikkelen. Met opdrachten maakte je je personage sterker. Ik zag de sport als een manier om dat bij mezelf te doen. CrossFit is een spel dat ervoor zorgt dat ik sterker in het leven sta: een soort game of life.” Vroeger turnde Max veel, totdat hij een blessure kreeg. “Hoe meer ik met mijn lichaam kon, hoe vetter ik turnen vond.”

Niet mooi zijn, maar sterk worden

Na zijn schouderblessure begon Max met fitness. Daar draaide het meer om uiterlijk. Vanuit fitness maakte hij de overstap naar CrossFit: “Vanaf toen veranderde de focus van ‘er goed uitzien’, naar ‘zoveel mogelijk gewicht van de grond tillen’. Ook het voedingsschema werd anders: het ging er nu om juist niet af te vallen. Als je goed eet, heb je meer profijt van je training. Ik ben wel ijdel, maar mijn uiterlijk is een bijproduct.”

CrossFit is een sport waarin het community gevoel belangrijk is. “Dat gaat vanzelf. Wie hier ook komt, iedereen is er om zijn eigen grenzen te verleggen. Of je nu van 10 naar 15 kilo gaat of van 160 naar 170: je gaat allemaal door dezelfde mentale en fysieke barrière. Dat brengt je samen en zet die gemoedelijke sfeer.” Die sfeer beperkt zich niet tot de eigen ‘box’. “De gemiddelde CrossFitter is verslaafd aan de sport. Als je op vakantie gaat is het niet oké om niet te trainen. In mijn vakantie in Rome heb ik daar getraind. En hier kwamen laatst een paar gasten uit Berlijn trainen. De sport is zo opgezet dat de termen voor iedereen duidelijk zijn en je de work-out altijd snapt.”

Internationale voorbeelden en ambities

Tegen wie kijkt je op? “Mat Fraser, uit de VS, is de allerbeste. In Frankrijk heb je Willy Georges, dat is de grootste in Europa.” Nu we het over het buitenland hebben: heeft Max ambities om de grenzen van Nederland uit te dagen? “Ik wil dit jaar wedstrijden doen in Frankrijk, Engeland, België en misschien Griekenland. Wedstrijden waar de Europese top op afkomt, om te zien waar we nu staan. Met de wedstrijd in Londen, ‘Strength in Depth’, kun je je plaatsen voor het wereldkampioenschap.”

Eitjes op het bord en brood op de plank

Moet je voor CrossFit veel laten? Max: “Ik laat er niks voor. Nou ja, de standaard dingen: drinken, roken. En ik let op mijn eten, we eten heel gezond. Mijn vriendin is vegetariër en ik ben daar in meegesleept. We eten wel elke ochtend samen zes eitjes van onze eigen kippen: de kippen sponsoren ons.”

19


Over sponsors gesproken: hoe staat het daarmee?

“In Nederland kun je nog niet leven van CrossFit. Maar als je een paar duizend volgers hebt op Instagram of Facebook, dan willen merken zich aan je verbinden. Ik heb mijn sponsors, Five Diamonds en Nocco, daar ook vandaan. Die steunen mij met producten.”

CrossFit: ook voor kinderen?

Is CrossFit een geschikte sport om jongeren in beweging te krijgen? Max: “Het belangrijkste is dat ouders het goede voorbeeld geven. De ouders die hier komen en de kinderen meenemen, die hoeven er niets voor te doen: die kinderen krijgen mee dat bewegen belangrijk is en kunnen niet meer stil zitten.” Is het een goede zet elementen van CrossFit op te nemen in de gymles? “Ja, maar je moet er een spel van maken. In plaats van 10 keer een stang optillen, een tikspelletje doen waarbij je, als je af bent, 10 keer die stang op moet tillen. Zo gebruik je CrossFit in een spelvorm. Plezier hebben in beweging staat bovenaan.”

7 VRAGEN AAN BART DOEMGES VAN CROSSFIT 0475 “CrossFit springt in op de basis: beter leren bewegen” Welke behoeften hebben mensen die bij jullie trainen?

“Ze willen snel, afwisselend, intensief, functioneel en resultaatgericht trainen. Wij vinden het belangrijk om daarbinnen kwaliteit en persoonlijke aandacht te bieden,

Hoe houden jullie leden enthousiast?

“Met een sterk wisselend trainingsaanbod, waarin verschillende bewegingsvormen aan bod komen. En met side events, zoals wedstrijden, lezingen over voeding en uitdagingen voor het goede doel.”

Welke inzichten vanuit CrossFit gebruik je in het dagelijks leven?

“Goed zorgen voor je lijf en je gezondheid. Op mentaal vlak: CrossFit zorgt ervoor dat ik goed om kan gaan met stressvolle situaties en lekker in mijn vel zit. En het heeft me het inzicht gegeven dat de aanhouder wint.”

20

daarom werken we in kleine groepen van acht atleten. Belangrijk is het community gevoel: de atleten helpen elkaar graag naar het volgende niveau.” FOTOGRAAF BERT KOK

Hebben jullie ook beweegtips voor elke dag? “Vermijd veel zitten. Ga eens werken aan een statafel. Til veilig.”


Werk je samen met het onderwijs? Hoe?

“Ja! Ik ben ook docent LO op het Blariacumcollege in Venlo. Ik laat leerlingen regelmatig kennismaken met CrossFit tijdens sportklaslessen of Sportoriëntatie in de bovenbouw. Leerlingen kunnen ook bij mijn CrossFitbox kennismaken met CrossFit. En we bieden bijscholing aan voor vaksecties.”

Hoe kun je CrossFit binnen LO toepassen?

“CrossFit past prima in het programma voor Sportoriëntatie. Ook leent CrossFit zich goed voor het programma bij BSM/LO2: er zijn veel mogelijkheden om CrossFit in te zetten voor het ontwikkelen van 21e eeuwse vaardigheden. En je kunt het aanbieden in de reguliere lessen: denk aan kleine elementen als squat en tiltechnieken. Binnen de beweegsleutels ‘bewegen verbeteren’, ‘gezond bewegen’, ‘bewegen en regelen’ en ‘bewegen en beleven’ is een plek voor CrossFit goed te verantwoorden: het besteedt aandacht aan het verbeteren van een breed scala aan bewegingen, het gaat om het creëren van algehele fitheid, het biedt kansen om vaardigheden te ontwikkelen als bijvoorbeeld coach of onderzoeker en het kenmerkt zich door het community gevoel en het wedstrijdelement.”

Jouw gouden tip voor iedereen die jongeren in beweging wil krijgen?

“Zorg voor uitdaging, succesbeleving en sociale veiligheid. Dan zijn leerlingen in staat zich te ontwikkelen in hun prestaties en als mens.”

21


SILKE KARSDORP

DUBBEL-INTERVIEW

FOTOGRAAF ROB KLINKHAMER

STILZITTEN mag niet meer de norm zijn HOE KUN JE ERVOOR ZORGEN DAT EEN OMGEVING UITDAAGT TOT BEWEGEN? WAT KUN JE DOEN OM LEERLINGEN LETTERLIJK DE RUIMTE TE GEVEN OM IN BEWEGING TE KOMEN? WE PRATEN HIEROVER MET JOS VAES EN CARLA SCHOLTEN. JOS IS DOCENT SPORTKUNDE OP DE HOGESCHOOL VAN ARNHEM EN NIJMEGEN EN ONTWIKKELDE EEN ACTIVE LAB OP HET ST. JORIS COLLEGE IN EINDHOVEN. CARLA IS DIRECTEUR VAN EMBEDDED FITNESS, EEN 22

ORGANISATIE GERICHT OP INTERACTIEF BEWEGEN VOOR VERSCHILLENDE DOELGROEPEN.


HOE DAAGT BEWEEGRUIMTE UIT TOT LEREN OF LATEN BEWEGEN? Wat bewoog jullie om je met bewegen bezig te gaan houden?

Carla: “De gezondheid van kinderen. Toen ik elf jaar geleden begon was overgewicht een groeiend probleem. Ik heb toen dansmatten en apparatuur uit de V.S. gehaald. Ik kwam erachter dat kinderen, maar ook andere doelgroepen, gamen in combinatie met bewegen verschrikkelijk leuk en uitdagend vinden.” Jos: Zelf heb ik een passie voor bewegen en als ik mensen zie die blijven zitten, dan vreet dat aan me, omdat ik weet dat het goed voor ze is. “Ik wil mensen in beweging brengen, dat heb ik altijd gehad. Het gaat me trouwens niet alleen om het fysieke: ik wil ze ook in beweging brengen als ze vastzitten in hun denken. Ik wil een drempel weghalen, inspireren. Totdat een student zegt: nu weet ik wat ik wil.”

Op welke manier staat innovatie van de (beweeg)ruimte bij jullie centraal?

Carla: “Ik wilde een gezondheidscentrum voor kinderen ontwikkelen waar ze op een leuke manier konden sporten. Ik bedacht, in een tijd waarin er nog heel negatief tegen gamen werd aangekeken, hoe je een game kunt integreren als je aan het fietsen bent. Dat idee is uitgegroeid tot een bedrijf dat zich richt op interactief bewegen. Hoe dat eruit ziet? Bij kinderen is plezier belangrijk en kun je bijvoorbeeld werken met high scores. Bij volwassenen draait het om data: hoe hard ga ik die Mont Ventoux op, welke afstand leg ik af? Als het om ouderen gaat is veiligheid en balans belangrijk. Dan zijn het eenvoudige

spellen, zoals het rijden van een parcours door de stad waar ze zelf vroeger woonden. Een van onze laatste ontwikkelingen is de smart wall: een muur waar je objecten tegen aan kunt gooien om bepaalde doelen te raken. Bij jonge kinderen kun je dan bijvoorbeeld beestjes op die muur projecteren.” Jos: “Voor mijn master ‘Sport- en bewegingsinnovatie’ aan de HAN heb ik op het St. Joris College Active Labs opgericht: beweeglokalen waarin docenten en leerlingen samenwerken voor actiever onderwijs. We plaatsten statafels, driehoekige tafels die je makkelijk kunt verplaatsen en schermen voor meer interactie. De theorie is gestoeld op Active Learning, dat zich richt op het samenbrengen van intellectueel leren, samen leren en fysiek leren. Het resultaat? Leerlingen vonden het super fijn om tijdens de lessen te kunnen bewegen, maar sommige docenten vonden het onrustig. Het vraagt ook om aanpassingen in je werkwijze.”

Beweging gaat dus over de grenzen van het ‘gewone’ gymlokaal heen?

Jos: “Ja. Tijdens de lessen bewegingsonderwijs zie je kinderen bewegen, maar dat is maar zo’n klein gedeelte van de week. Het zou ook leuk en goed zijn om verschillende apparaten door de school heen te plaatsen waar leerlingen gedurende de dag gebruik van kunnen maken. Zoals een touw bijvoorbeeld en dan het spelelement ‘wie het langste aan het touw kan blijven hangen’ toevoegen. Met highscores erbij.”

FOTOGRAAF BRAM PETRAEUS

23


DUBBEL-INTERVIEW

INTERACTIEF BEWEGEN 24

FOTOGRAAF: ROB KLINKHAMER


HOE DAAGT BEWEEGRUIMTE UIT TOT LEREN OF LATEN BEWEGEN? Carla: “Ja, daar ben ik helemaal voor. Scholen moeten meer sportiviteit uitstralen. In plaats van hangen op een bankje moeten leerlingen kunnen fietsen of andere activiteiten kunnen doen.” Jos: “Het is belangrijk dat bewegen laagdrempelig wordt. Wij hebben met de conciërges en gymdocenten afgesproken dat kinderen in de pauze op het veld mogen sporten en gebruik kunnen maken van de attributen die wij in het bewegingsonderwijs inzetten. Veel leerlingen maken hier gebruik van.”

Wat is nog meer belangrijk wanneer je kinderen tot beweging wil verleiden? Carla: “Wij proberen aan te sluiten op hun belevingswereld. Ze zijn snel verveeld, alles moet kort en snel. Ook willen ze meer feedback, zoals een geluidje of een highscore. Het is de kunst om de elementen die gamen populair maken terug te laten komen in bewegen. Denk ook aan een open einde en verschillende levels: hiermee kunnen ze blijven ontdekken.” Jos: “Het goede voorbeeld geven door zelf zichtbaar te bewegen. Fietsen op een deskbike bijvoorbeeld, of een lunchwandeling maken. Laten zien dat het anders kan. Ik denk dat gymdocenten hier een mooie eerste stap in kunnen maken. Ze kunnen andere docenten inspireren en laten zien hoe leuk en makkelijk je bewegen kan toepassen in het dagelijkse werken.”

Bestaat er een relatie tussen bewegen en leren? Jos: “Er zijn onderzoeken die een indirecte, positieve relatie laten zien tussen bewegen, concentratie en schoolprestaties. Maar er is nog te weinig onderzoek gedaan, harde bewijzen moeten nog komen.”

Carla: “Onderzoek daarnaar begint inderdaad pas net. Het is wel duidelijk dat je beter presteert als je lekkerder in je vel zit. Zelf hebben wij voor een onderzoek fietsen geplaatst bij twee basisscholen. Gedurende een week werden alle leerlingen uit de klassen een kwartiertje uit de klas gehaald om te fietsen. Met dat kwartiertje nam het beweeggedrag natuurlijk niet veel toe, maar leerlingen waren uitgeraasd als ze terug de klas in kwamen. En ze konden zich daarna beter concentreren.” Jos: “Op basisscholen zijn ze al meer bezig met bewegend leren. Rekenen door middel van beweging vastzetten in het brein bijvoorbeeld. Dan krijgen kinderen een rekensom en moeten ze het antwoord springen. Bij middelbare scholen zag ik dit niet zo snel gebeuren. Daar is het belangrijker om de norm van zitten en luisteren te veranderen naar een norm waarin staan en bewegen tijdens de les gewoon is.” Carla: “Wij werken inderdaad ook met ‘Mat in de klas’, een programma waarbij leerlingen bijvoorbeeld de opdracht kunnen krijgen zeven keer één te springen. Daarmee maak je tellen actief.”

Carla: “Bij interactief bewegen zien wij ook het omgekeerde. Kinderen groeien op in een digitale wereld en gaan makkelijk mee in nieuwe technologieën. Het zijn hier juist de gymdocenten die over de drempel getrokken moeten worden. Daarom moeten we ze opleiden in hoe ze game elementen kunnen gebruiken. Dat begint bij de opleiding voor docenten lichamelijke opvoeding.

Wat is je droom op het gebied van sport en beweging binnen scholen?

Als toekomstige docenten tijdens de opleiding in aanraking komen met interactief bewegen, kunnen ze het makkelijker implementeren.”

Carla: “Dat de sportomgeving en leeromgeving op integrale wijze gecombineerd worden, gebruikmakend van nieuwe inzichten en technologieën.”

Jos: “Dat de schoolcultuur verandert en dat bewegend leren de nieuwe norm wordt in alle scholen. Dat kinderen ervoor kunnen kiezen niet vijftig minuten stil te zitten, maar kiezen hoe ze willen leren. Door bijvoorbeeld aan statafels te werken of op een bal kunnen zitten.”

25


Smoesjes

om niet te hoeven deelnemen aan de gymles ‘MEESTER IK KAN NIET MEEDOEN MET DE GYMLES, WANT IK BEN MIJN GYMSPULLEN VERGETEN.’ DIT SMOESJE HEEFT IEDERE DOCENT LICHAMELIJKE OPVOEDING VAKER GEHOORD. DIT HEEFT ONS AANGEZET OP ZOEK TE GAAN NAAR DE MEEST ORIGINELE EN CREATIEVE SMOESJES VAN LEERLINGEN OM ONDER DE GYMLES UIT TE KOMEN. WE HEBBEN DEZE VRAAG AAN VIJFTIEN VERSCHILLENDE DOCENTEN LO GESTELD. DAT LEERLINGEN EEN CREATIEVE GEEST HEBBEN, BLIJKT WEL UIT ONDERSTAANDE REACTIES. HIER EEN SELECTIE VAN DE MEEST GRAPPIGE EN ORIGINELE SMOESJES:

26


‘We hebben straks een toets en ik kan mij niet concetreren als ik zweet’

27

ILLUSTRATIE: SHARON HAMERS


AXEL TICHELAAR

EN? Heb je ze weer goed laten bewegen?!

28


DATA IN TOPSPORT, VOETBALWERELD EN DE GYMLES DATA ZIJN NAUWELIJKS MEER WEG TE DENKEN UIT HET DAGELIJKS LEVEN. ONZE TELEFOONS EN LAPTOPS ZITTEN ER VOL MEE. KUNNEN OF MOÉTEN DATA ECHTER OOK GEBRUIKT WORDEN IN HET ONDERWIJS? KUNNEN WE TIJDENS DE LES LO BIJVOORBEELD DATA VERZAMELEN OM HET ZO VOOR KINDEREN INZICHTELIJK TE MAKEN HOEVEEL OF HOE WEINIG ZE BEWEGEN? HET DOEL VAN DIT ARTIKEL IS OM JE EVEN AAN HET DENKEN TE ZETTEN WAT INTENSITEIT VOOR JOUW LES LICHAMELIJKE OPVOEDING KAN BETEKENEN.

In 2016 studeerde ik af als docent LO op de ALO in Eindhoven, maar ik koos ervoor om door te studeren en via een premaster met vakken als wiskunde, statistiek en biomechanica rolde ik de master Bewegingswetenschappen in op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Plots kwam er een vacature voorbij om een praktijkstage te lopen op de afdeling ‘performance analyse’ van Feyenoord 1. Daar hoefde ik niet twee keer over na te denken en zo geschiedde. Als een kind in een snoepwinkel liep ik de eerste dagen rond op het gloednieuwe Trainingscomplex 1908… Goud!

Data in de topsport

Wat is nu eigenlijk een performance analist? Een performance analist analyseert de prestaties van de spelers tijdens de trainingen en wedstrijden aan de hand van metingen. De hedendaagse topsport staat in het teken van het optimaliseren van prestaties en data zijn hierin nauwelijks meer weg te denken. Een bewegingswetenschapper kan dan ook van toegevoegde waarde zijn om coaches en fysiotherapeuten op basis van de gemeten gegevens te informeren. Data werken ondersteunend, want hoe meer doelgerichte informatie een coach heeft over zijn atleten, hoe groter de kans is dat hij/zij de juiste beslissing neemt. In schaatsen en wielrennen wordt er al veel langer met data en inspanningsfysiologen gewerkt. Deze cyclische sporten hebben een minder dynamische en onvoorspelbare aard, dan sporten zoals voetbal, hockey

en basketbal. De analyse van deze open skill sporten is daarom ook complexer.

Data in de voetbalwereld

Het “laten” bewegen van de spelers van Feyenoord 1 wordt, zoals in veel betaald voetbalorganisaties, nadrukkelijk gemonitord. Feyenoord heeft geïnvesteerd in een zogenaamd Local Position Measurement System (Inmotio), de “on earth” versie van Global Positioning System (GPS). Door de zeer hoge samplefrequentie (aantal metingen per seconde) kan het positiesignaal zeer nauwkeurig worden verzameld. Deze signalen resulteren in een dataset met een grote hoeveelheid parameters, zoals de afgelegde meters, het aantal acceleraties en het aantal sprints. In combinatie met de hartslagdata kan dit informatie geven over hoe het lichaam van een individuele speler reageert op een bepaalde trainingsintensiteit. Er is geïnvesteerd in dit systeem om de intensiteit van de trainingssessies op het veld te kunnen meten. Het belangrijkste doel van het monitoren van de belasting is het kunnen evalueren van de gestelde trainingsdoelen en het controleren van de periodisering (planning) op een dagelijks, wekelijks, maandelijks en jaarlijks niveau. Ook kan het een fysiotherapeut helpen een revalidatie buiten op het veld preciezer te plannen en monitoren.

Data in de gymles

Kunnen we de belasting van de gymles ook in kaart brengen met data? Belasting is ‘intensiteit x tijd’ en kan worden onderverdeeld in externe en interne belasting.

29


DATA IN TOPSPORT, VOETBALWERELD EN DE GYMLES Externe belasting kan onafhankelijk worden gemeten, bijvoorbeeld door een stappenteller. Interne belasting is ook wel de stress die het lichaam ervaren heeft bij een bepaalde fysieke activiteit. Dat kun je bijvoorbeeld meten met hartslagmeters of door de kinderen te vragen hoe zwaar ze de les vonden op een schaal van 0-10 (RPE). Afhankelijk van de middelen die je hebt kun je data verzamelen. Het digitaal verwerken en analyseren van deze gegevens kan gekoppeld worden aan het vak wiskunde. Het interpreteren van de verwerkte data door leerlingen kan met de basiskennis van natuurkunde en biologie worden gecombineerd. Zo kan een lessenreeks worden gecreëerd, waarbij je als school ook in speelt op de ontwikkeling van digitale geletterdheid, een van de 21st century skills. Het vak LO kent de vier beweegsleutels, waaraan lesdoelen kunnen worden opgehangen. Door het meten van intensiteit toe te passen en de leerlingen kennis te laten maken met het verzamelen, verwerken, analyseren en interpreteren van meetgegevens over intensiteit, speel je als docent voornamelijk in op de beweegsleutel ‘bewegen regelen’.

Functie bepaalt vorm

Kijkend naar de jeugd van nu, zien we een groot tekort aan beweegervaringen en een grotere afwezigheid van basale motorische skills. Ook zijn onze kinderen vergeleken met 30 jaar terug een stuk minder fit. De intensiveringstoolbox van Slingerland (2011) is een interessante inspiratiebron om jouw gymles op intensiteit te toetsen en te verbeteren. Deze toolbox beschrijft een aantal tips & tricks om de gymles intensiever te maken. Loopt mijn les goed door?

Gebruik ik genoeg nevenactiviteiten? Coach ik genoeg om de leerlingen actiever te laten zijn? Ik ben van mening dat less niet more is en dat leerlingen hun beweegtijd zo optimaal mogelijk moeten kunnen gebruiken. Ons lichaam is ervoor gemaakt om te bewegen en dat doen we te weinig.

Het bewegen van een massa

Aan het eind van mijn stagedag loop ik dan het trainingscomplex af. Een vast groepje supporters houdt zich altijd op bij de poort om een glimp van hun favoriete speler op te vangen. Ik zie een lichte teleurstelling op hun gezicht, als ze zien dat ik niet Robin van Persie of Jens Toornstra ben. Toch knoopt er één man altijd een gesprekje met me aan. “En? Heb je ze weer goed laten bewegen?”, vraagt hij dan. Met een knipoog speel ik het spelletje even mee. Mooi om te zien dat een voetbalclub als Feyenoord niet alleen zijn spelers laat bewegen, maar ook een hele grote groep mensen beweegt. Kort samengevat, er kan in de basis een verband gelegd worden tussen de trainingen van Feyenoord 1 en de gymles. Door als docent weloverwogen keuzes te maken en deze te (laten) monitoren kan de intensiteit van de gymles in kaart worden gebracht en de beweegtijd optimaal worden benut. Echter, ik wil wel benadrukken dat je met data-analyse niet al het toeval weg kan nemen, je blijft afhankelijk van een balletje binnen- of buitenkant paal. Maar het helpt uiteindelijk om nog meer invloed uit te oefenen op de factoren waarop dat wél kan, zoals een fit lichaam en dus scherpe geest!

“VOOR MIJ ALS SPELER IS HET ZEKER VAN TOEGEVOEGDE WAARDE. NA WEDSTRIJDEN BEN IK VOORAL GEÏNTERESSEERD IN HET AANTAL KILOMETERS DAT IK HEB GELOPEN. DAT ZEGT NATUURLIJK LANG NIET ALLES, MAAR OMDAT HET IN MIJN MANIER VAN SPELEN VAAK EEN KRACHT IS, GEBRUIK IK DIE GEGEVENS ALS INDICATIE. EN DAN MET NAME HET AANTAL SPRINTS, OFWEL DE INTENSITEIT.”

30

JENS TOORNSTRA


t r . . a . d m r S rwa ractief o F inte ten r o sp

LED’S PLAY!

SmartBasket is een product van Schelde Sports, een interactieve LED-ring die aan de basket is bevestigd. Hiermee kunnen verschillende spelvomen gespeeld worden, het maakt het basketbalspel nog interactiever en aantrekkelijker om te spelen.

Nieuwe spelvormen met SmartBasket Interacties • Shot clock 3x3 basketbal; spelen met een vrij instelbare shot clock. • Countdown; zoveel mogelijk scoren in een bepaalde tijd. • Fast shot; zo snel mogelijk een bepaald aantal scores behalen. • Colour shot; verschillend scoren bij een bepaalde kleur.

Bediening • Bediening via een App welke via een Smartphone of tablet te downloaden is.

Meer weten? Contacteer Janssen-Fritsen of kijk op: www.janssen-fritsen.nl/smartbasket

LED’S PLAY!

Supplied by Schelde Sports, Powered by De Nederlandse Basketbal Bond

31


Pulastic®; een sterk merk voor scholen en sportfaciliteiten

In de wereld van sportvloeren is Pulastic® hét vooraanstaande merk. In sportaccommodaties, scholen, universiteiten, balletacademies, fitness- en sportcentra en tennishallen; overal liggen Pulastic® sportvloeren. In Nederland en in wel 80 landen over de hele wereld liggen in 50.000 accommodaties meer dan 35 miljoen m2 in classic en design kleuren, met basketbal-, voetbalen volleybal belijning, met LED verlichting. En om accommodaties nog veiliger en mooier te maken met prachtige wandbekleding omringd. Kijk op www.sika.nl en www.pulastic.com voor meer informatie of mail voor een specifieke vraag naar verkoop.pulastic@nl.sika.com

Sika Nederland B.V., Locatie Deventer (Pulastic sportvloeren) Postbus 420, 7400 AK Deventer, Tel. 0570 620744 32 www.pulastic.com, mail: verkoop.pulastic@nl.sika.com De actuele algemene voorwaarden zijn van toepassing. Consulteer a.u.b. voor gebruik de meest recente locale Productinformatie-bladen.


COLUMN

GERTJAN VAN DOKKUM

PARADOX

VAN DE GYMLERAAR Laten bewegen of leren bewegen?

Het is om gek van te worden… Vaak ben je als gymleraar al blij wanneer je de leerlingen überhaupt aan het bewegen hebt gekregen en tegelijk heb je diep van binnen die vurige wens iets wezenlijks bij te dragen aan de ontwikkeling van je leerling; je wilt ze iets leren! In mijn colleges beschrijf ik het wel eens als het onderscheid tussen sportief-bezighouden en intentioneel bewegingsonderwijs. Ik voeg er, voor een extra dramatisch effect, vaak nog aan toe dat wij eigenlijk veel te goed betaald worden om kinderen alleen sportief-bezigte-houden. Recreatie medewerkers op campings en bungalowparken, die mogen sportief-bezig-houden, gymleraren hebben een hoger doel… Toch?

Schijnbare tegenstelling

Het stelt ons voor een schier onoplosbaar probleem. Je wilt dat leerlingen met plezier naar de gymles komen en dus zoek je naar leuke vormen waarbij er vooral veel bewogen wordt. Ofwel: korte termijn succesnummers. Tegelijkertijd weet je dat er voor het echte motorisch leren veel tijd en hard werken nodig is. Je weet ook dat de leerlingen baat hebben bij het trainen van hun fysieke voorwaarden en dat er extra voldoening zal zijn wanneer er langere tijd hard wordt gewerkt aan iets dat na veel inspanningen uiteindelijk lukt. Toch is hier uiteindelijk geen sprake van een tegenstelling, maar eerder van twee kanten van dezelfde medaille. Maar om dat te kunnen zien, moeten we eerst even uitzoomen. Leraren zijn namelijk opvoeders en in die hoedanigheid begaan met de vorming van kinderen tot zelfverantwoordelijke volwassenen. Zij willen het beste voor hen. En elke opvoeder die wel eens goed naar kinderen heeft gekeken, naar hun gedrag, naar hun manier om de wereld te verkennen weet het eigenlijk al. Deze conclusie vraagt geen hogere wiskunde of moeilijke

onderzoeken: Wie van kinderen houdt, geeft ze ruimte om te bewegen. Dit is echter niet de exclusieve taak van de gymleraar, maar de taak van iedereen in het onderwijs. Laten we stoppen met de intensieve kind-houderij. Stoppen met het ophokken van onze jeugd en samen een einde maken aan de productie van plofkinderen. Onze kinderen hebben recht op vrije uitloop en voldoende beweegtijd. Kinderen laat je bewegen! Als we dan, om dit verhaal toch enigszins logisch te vervolgen, weer inzoomen komen we terecht bij een specifiek onderdeel van het onderwijs. Het vakgebied waarin kinderen worden ingeleid in het bewegen binnen onze bewegingscultuur: de gymles. Hier mogen ze iets leren dat van onschatbare waarde is voor henzelf en hen in staat zal stellen om deel te kunnen nemen aan de wereld van sport en bewegen. Goed leren bewegen geeft de grootste kans op een leven lang bewegen. Kinderen leer je bewegen!

Oplossing van de paradox

De gymleraar kan helpen bij het oplossen van zijn eigen paradox. Wanneer hij buiten zijn gymzaal durft te denken en de school enthousiast kan krijgen voor het idee dat bewegen en gezondheid integraal onderdeel zijn van de pedagogische opdracht van de school, dan laat hij de kinderen bewegen. Wanneer hij tegelijkertijd binnen zijn lessen bewust en planmatig werkt aan het beter leren bewegen, zorgt hij er ook nog voor dat kinderen uiteindelijk de beste start krijgen voor een leven lang bewegen …. Laten bewegen is derhalve een opdracht voor het hele onderwijs en vraagt om een juiste pedagogische mindset. Het leren bewegen is een opdracht voor de gymleraren en vraagt om vakkundige professionals. Fijne Thomasdag!

ILLUSTRATIE: ELINE SOMERS

33


De Master Sport- en Bewegingsonderwijs richt zich op leraren Lichamelijke Opvoeding en vakleerkrachten Bewegingsonderwijs die klaar zijn voor de volgende stap. Wil jij je ontwikkelen en gefundeerde invloed uitoefenen op het vak LO op jouw school? Wil jij in staat zijn om in jouw vakgebied echte verandering in te zetten en LO naar een hoger niveau te brengen? De master legt het accent op het beïnvloeden van gedrag, het verbinden van school, sport en omgeving, en curriculumvernieuwing binnen de Lichamelijke Opvoeding. Dit alles wordt evidence based onderbouwd aan de hand van kritische onderzoeksvaardigheden, waarin we je bekwaam maken. Hiermee stellen we je in staat om goed onderbouwd praktijkveranderingen door te kunnen voeren binnen het vakgebied van Lichamelijke Opvoeding. Fontys Sporthogeschool biedt deze succesvolle NVAO geaccrediteerde opleiding zowel in voltijd als in deeltijd aan en deze start jaarlijks in september. De deeltijd-opleiding wordt aangeboden op vrijdag en omvat twee jaar. De voltijd-opleiding wordt in één jaar afgerond en wordt over twee dagen in de week aangeboden. Financieel De opleiding heeft inmiddels een bekostigde status en daarmee betalen studenten het wettelijk collegegeld (€ 2.083). Daarnaast kunnen deelnemers uit het onderwijs gebruik maken van de Lerarenbeurs voor (co)financiering. Docententeam De Master Sport- en Bewegingsonderwijs heeft een stevig en zeer ervaren docententeam, onder leiding van dr. Dave van Kann en dr. Lars Borghouts. Daarnaast worden toonaangevende gastsprekers ingezet voor inbreng op specifieke terreinen. Niet voor niets geven onze studenten voor het derde jaar op rij, deze master het predicaat Top-opleiding. Geïnteresseerd? Ga voor meer informatie of voor het abonneren op de master-nieuwsbrief naar fontys.nl/mastersportenbewegingsonderwijs Ook kun je je daar aanmelden voor de informatieavonden in Eindhoven. *voorheen Master of Sports

34

MASTER SPORT- EN BEWEGINGSONDERWIJS:* VERANDER JE LO-OMGEVING


IK HAD EEN DROOM

AXEL DALESSI

WAARIN IK LEERDE LOPEN

FOTO: LOTTE DELISSEN

WAARIN DE MENSEN EN HUN BENEN ALS BLOEMEN ONTLOKEN EN IK BIJ MIJN EERSTE STAP MIJN VOET HAD GEBROKEN IK STORTTE TER AARDE BLEEF VALLEN EN DRALEN EN ZWOM HAAST IN WATER WAT OM MIJ BLEEF KOLKEN ZO DWAALDE IK VOORT EN VIEL ONVERSTOORD MET DE GEDACHTE VERKREGEN DAT IK NIET MEER KON BEWEGEN

BEWEGINGSDROOM

MAAR WERD TOEN OVEREIND DOOR TALLOZE HANDEN GEHOLPEN ZIJ RAAPTEN ME OP EN LEERDEN MIJ LOPEN

35


KARIEN VERHAPPEN

COLUMN

Innovatie van de

sportaccommodatie 2006 WAS HET JAAR WAARIN HET CURRICULUM VOOR BEWEGINGSONDERWIJS VOOR HET LAATST WERD VERNIEUWD. NATUURLIJK ZIJN ER IN DIE JAREN DAARNA AANPASSINGEN GEDAAN, MAAR HET GEHEEL VEROUDERDE. TIJD VOOR EEN EIGENTIJDS CURRICULUM DUS, MÉT BIJPASSENDE SPORTACCOMMODATIE. DE VERNIEUWING VAN HET CURRICULUM IS NAMELIJK NIET ALLEEN EEN VERANDERING IN DIDACTIEK: HET VRAAGT OOK OM EEN NIEUWE, UITDAGENDE EN TOEKOMSTBESTENDIGE OMGEVING.

36

FOTO’S: ROBERT SANDERS


Noodzaak tot een nieuw curriculum en omgeving

Het Ontwikkelteam Bewegen & Sport (curriculum.nu) werkt aan een nieuw curriculum dat straks leidend is bij de inrichting van de lessen bewegingsonderwijs. Om goed te sturen op de doelen uit het nieuwe curriculum is een uitdagende omgeving nodig. Er zijn accommodaties nodig die niet zijn ingericht gebaseerd op ideeën uit de vorige eeuw. Sportaccommodaties van de toekomst, zijn accommodaties die de juiste context bieden voor het ontwikkelen van vaardigheden die bijdragen aan een actieve en duurzame leefstijl waarbij je met plezier beweegt. Wat is nou de kern van het nieuwe curriculum waar innovatie van de sportaccommodaties op aan moet sluiten?

Pijler 1: Gevarieerd beweegaanbod

De eerste pijler van het nieuwe curriculum is een gevarieerd beweegaanbod, met als doel het vergroten van de bewegingsvaardigheid. Een gevarieerd aanbod geeft leerlingen een goed beeld van de mogelijkheden die er zijn om te bewegen en geeft ze tevens de kans om op hun eigen niveau succeservaringen op te doen. Bij veel sportaccommodaties is de uitrusting vrij standaard en hierdoor is de mogelijkheid om te variëren beperkt. Gelukkig weten vakdocenten met enige creativiteit toch aansprekende activiteiten aan te bieden. Een accommodatie die beter aansluit op het nieuwe curriculum biedt een context die van zichzelf al uitnodigend is en de leerlingen aanspreekt.

Zo ziet de ideale sportlocatie eruit

Vraag je docenten naar de ideale sportaccommodatie, dan noemen zij veel dingen die nu ontbreken. Dat gaat van digitale en interactieve hulpmiddelen tot een survivalaanbod en multifunctionele ankerpunten. De uitgangspunten van het nieuwe curriculum zorgen straks ongetwijfeld voor een nog langere verlanglijst. De vraag is: hoe ver ga je hierin? Moet je aansluiten op elke trend? Het antwoord: ja, dat moeten we. Maar nee, dat betekent niet dat al die trends een standaard onderdeel van de inrichting moeten worden. Bij de vernieuwing van sportaccommodaties is het belangrijk na te denken hoe je meer flexibiliteit en mobiliteit krijgt in de inrichting. Dat geeft ons de mogelijkheid te blijven aansluiten op de ontwikkelingen in de beweegcultuur.

Financiële uitdagingen

Bij het vernieuwen van sportaccommodaties staan we voor een financiële uitdaging. De overheid bepaalt ieder jaar de bijdrage voor het onderwijsleerpakket en de materiële instandhouding van de sportinventaris. Al jaren blijven deze bijdragen achter bij de ontwikkelingen in de markt, waardoor de verschillen tussen de VNGbedragen (gemeentelijke gelden) en de bedragen op de basisinventarisatielijst van de KVLO oplopen. Daarnaast zijn de afschrijvingstermijnen voor toestellen als klimrekken en rekstokinstallaties lang, denk aan 20 tot 25 jaar. Die lange afschrijvingen staan het snel inspelen op veranderingen in de beweegcultuur ook in de weg.

Pijler 2: Aansluiting bij de maatschappij

De tweede pijler is de maatschappelijke context. In het nieuwe curriculum wordt de relatie gelegd tussen de beweegcultuur in en rondom de school en die daarbuiten. De relatie is wederkerig: ‘binnen’ bereiden leerlingen zich voor op bewegen buiten de schoolcontext en de beweegcultuur uit de maatschappij wordt de school binnengebracht en aangepast aan de mogelijkheden van de leerling. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan beweegactiviteiten als freerunning, fitness en survival. Om deze aansluiting goed en binnen de gegeven tijd te realiseren, hebben docenten nieuwe beweegelementen nodig.

HAAGSE FUNDERING VOOR VERNIEUWING Het nieuwe curriculum sluit aan op een van de ambities van het Sportakkoord: ‘van jongs af aan vaardig in bewegen’. Het doel hiervan is meer kinderen te laten voldoen aan beweegrichtlijnen en de motorische vaardigheden te verbeteren. Ook in de Omgevingswet is aandacht voor ‘de gezonde leefomgeving’, een omgeving waarin bewoners worden uitgenodigd actief te zijn.

37


INNOVATIE VAN DE SPORTACCOMMODATIE Bouwkundige drempels

Dan de bouwkundige kant: oudere sportlocaties hebben plafondbalken die berekend zijn op ringzwaaien: die staan het bouwen van verhoogde vlakken of survivalbanen in de weg. Hiernaast zijn de huidige vloeren meestal niet sterk genoeg om bijvoorbeeld slacklines veilig af te spannen. Bergruimtes zijn niet meegegroeid met de inventaris. Ondanks slimme oplossen als rolbergingen, moeten bergingen in de toekomst groter worden dan de huidige aanbevelingen om de materialen voor de verschillende gebruikers goed op te kunnen bergen.

Beweging op de (overheids)agenda

Hoe kunnen we deze uitdagingen aanvliegen? Als eerste kunnen de VSG (Vereniging Sport en Gemeenten) en VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) in gesprek gaan met de overheid om de bijdragen voor de bouw, inrichting en instandhouding van sportaccommodaties te herzien. Ook voor een goede doorstoom naar sportverenigingen is goed bewegingsonderwijs voor de VSG essentieel. Daarnaast lopen veel verenigingen tegen dezelfde beperkingen aan. Ook is het goed om de ministeries van VWS en OCW met elkaar te laten praten over de gezamenlijke bekostiging van ‘bewegen.’ Kunnen zij aantonen dat investeren in bewegen een preventieve werking heeft en zorgkosten beperkt, dan staan we sterker. En met een andere afschrijvingssytematiek die vernieuwing ondersteunt, kunnen we sneller vooruit.

Onderbouwing door scholen en vaksecties

Aan scholen en vaksecties de opdracht om visie te ontwikkelen op de nieuwe accommodaties. Het Ontwikkelteam Bewegen en Sport vormde de visie op het nieuwe onderwijs en deze dient, door de secties LO, vertaald te worden naar school- en vakwerkplannen. In die plannen maken de secties zichtbaar welke inventaris nodig is om te kunnen sturen op de doelen uit het vernieuwde curriculum. Vragen als ‘Moeten alle activiteiten binnen de accommodatie plaatsvinden of zijn andere ruimtes in en om de school ook inzetbaar?’, ‘Moet je alle materialen permanent hebben of kan het ook met periodiek beschikbaar materiaal?’ en ‘Welke technologie kunnen we gebruiken om inventaris vraagstukken op te lossen?’ zijn belangrijk om daarin mee te nemen.

Hoe dan? Samen, en stap voor stap.

De kosten van de wensenlijst voor de innovatie van de sportaccommodaties zullen vaak boven de standaard budgettering uitkomen. De school, de vaksecties en de eigenaren van de accommodaties moeten samen overleggen hoe het gefaseerd doorvoeren van de aanpassingen, hen kan helpen de kosten te spreiden. Dit samen aanpakken kost tijd en vraagt om het doorbreken van de vaak verkokerde financiering. Maar doen we dit nu, dan kunnen we met eigentijds en toekomstgericht bewegingsonderwijs meer kinderen in beweging krijgen en houden. Met plezier.

MEER WETEN? Meer informatie of sparren over de mogelijkheden bij jullie accommodatie? Mail naar Erik.Spiegelenberg@nijha.nl of bel (0753) 28 85 55

38


INTERVIEW

SANDER ROOVERS

Interview met Ernst

Meisner

39

FOTO’S: ROBERT SANDERS


INTERVIEW MET ERNST MEISNER ERNST MEISNER IS CHOREOGRAAF EN SINDS 2013 ARTISTIEK COÖRDINATOR VAN DE JUNIOR COMPANY VAN HET NATIONALE BALLET. HIJ DANSTE BIJ THE ROYAL BALLET EN BIJ HET NATIONALE BALLET. THOMAS VOERDE MET ERNST EEN GESPREK OVER HET STIMULEREN VAN (DANS)TALENT. “WAT MIJ BETREFT ZOU DANS EEN VERPLICHT VAK MOETEN ZIJN IN HET BASISONDERWIJS.”

Wat mij het meest bijgebleven is van mijn tijd op de Nationale Balletacademie waar ik studeerde van 1992-1999 is, dat we al heel snel werden ingezet om mee te dansen met Het Nationale Ballet bij de voorstelling Petroesjka. We kwamen zelfs op tv en in het Jeugdjournaal. Van mijn tijd op The Royal Ballet (Londen), ik ben er in 2000 afgestudeerd, herinner ik mij dat we in hetzelfde gebouw trainden als de volwassen dansers van The Royal Ballet. Sterren waar ik grote bewondering voor had zoals soliste Sylvie Guillem en Eric Mukhamedov (vader van soliste Sasha Mukhamedov die nu bij Het Nationale Ballet danst) zagen we van dichtbij. Anthony Dowell was destijds directeur. Des te meer fantastisch dat ik na mijn studie werd aangenomen als danser en ik vervolgens tot 2010 bij The Royal Ballet heb gedanst en over de hele wereld dansvoorstellingen heb mogen geven.

40

Het grootste verschil met de Nationale Balletacademie uit mijn tijd en hoe het tegenwoordig gaat is dat de wijze waarop studenten leren is veranderd. De huidige jeugd leert wiskunde ook anders dan vroeger. Ballet leren is eigenlijk altijd een ‘one way direction’ geweest. De balletmeester of choreograaf zegt wat er moet worden gedaan en de groep voert deze instructies gedisciplineerd uit. Maar discipline kan ook voortkomen uit betrokkenheid. Het kan veel schelen als je even de tijd neemt om de studenten uit te leggen wat de bedoeling is en waarom je bepaalde beslissingen neemt. Door deze verantwoording te geven wordt het voor de student makkelijker te accepteren dat je de leiding neemt. En waarschijnlijk zijn studenten tegenwoordig ook mondiger. Lachend: “Als je zoveel volgers hebt op Instagram, waarom zou je dan luisteren naar die ene balletmeester?”. Sinds 2013 ben ik artistiek coördinator van de Junior

Company. De Junior Company heeft zich succesvol ontwikkeld. Een derde van de Junior dansers stroomt door en gaat dansen bij Het Nationale Ballet. We gaan met de Junior Company op tournee door het hele land en staan op allerlei verschillende locaties. De Junior Company heeft in samenwerking met ISH Dance Collective twee producties gemaakt, dit zijn Narnia en Grimm. Deze samenwerking was zowel interessant voor de balletdansers als voor de urban dansers. Daarnaast biedt de Junior Company ruimte aan beginnende choreografen, -vormgevers en -componisten om werk te maken. Een kweekvijver waar nieuw materiaal wordt uitgewerkt. Dansen op tekst bijvoorbeeld of dansen met een bijzondere soundscape. De Junior Company biedt ruimte aan jong talent. Het zou fantastisch zijn als we in de toekomst meer nieuw Nederlands talent kunnen scouten. Daarvoor hebben we een goede samenwerking nodig met dansscholen in het hele land. En het is van belang dat trainers, docenten LO en andere vakleerkrachten talent signaleren bij jonge kinderen en dat ze weten hoe en naar wie ze deze talenten kunnen doorverwijzen. Wat mij betreft is het van levensbelang dat alle kinderen in aanraking komen met kunst, muziek, dans, theater, alles! Er is al zoveel geschreven over de noodzaak van kunst. De sociale doelen, de verbinding met elkaar, de ontwikkeling van creativiteit én van je identiteit. Kunst stimuleert zoveel. Hoe jonger kinderen gaan dansen hoe beter! Dans bevordert muzikaliteit, motorische ontwikkeling, inleving en samenwerking. Wat mij betreft zou dans een verplicht vak moeten zijn in het basisonderwijs.


“WAT MIJ BETREFT ZOU DANS EEN VERPLICHT VAK MOETEN ZIJN IN HET BASISONDERWIJS.” ERNST MEISNER De afdeling Educatie, Participatie & Programmering organiseert diverse dansprojecten in het basis- en voortgezet onderwijs. Het hele jaar door zijn er workshops voor het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs. Jaarlijks verzorgt Het Nationale Ballet twee schoolmatinees voor het basisonderwijs. Voor de kleuters danst de Junior Company de voorstelling ‘De Kleine Grote Kist’ en met het project ‘Ballet met je Klas’ bezoekt de Junior Company jaarlijks diverse klassen in AmsterdamZuidoost en Amsterdam-West.

Al tijdens zijn loopbaan als professioneel danser begon Ernst Meisner met choreograferen. Zo creëerde hij voor Het Nationale Ballet onder meer Saltarello (2012), And after we were (2012) en de kleutervoorstelling De kleine grote kist (2011). Begin 2013 creëerde hij Study in Six, op muziek van Jude Vaclavik, voor het New York Choreographic Institute, gelieerd aan het New York City Ballet. Tevens maakte hij choreografieën voor dansfilms van Crystal Ballet en voor Bounden, een dansgame/App van Game Oven Studios. In 2014 maakte Meisner voor Het Nationale Ballet Axiom of Choice voor het programma Back to Bach en voor het programma Transatlantic creëerde hij in 2016 het duet Merge. Voor de Junior Company maakte hij de afgelopen jaren onder meer Embers (2013), Lollapalooza (2013) en No Time Before Time (2016). Samen met Marco Gerris creëerde hij tevens een veelgeprezen ‘hiphop meets ballet’voorstelling, een coproductie van Het Nationale Ballet en ISH: Narnia: De leeuw, de heks en de kleerkast (2015) en GRIMM (2018). Voor Made in Amsterdam, februari 2017, creëerde hij nieuw werk, In Transit. In 2018 ging Impermanence in première. Prijzen: 1999, Eurovisie Grand Prix for Young Dancers, vertegenwoordiger voor Nederland 1999, Aanmoedigingsprijs, Dansersfonds ‘79

41


AMINA DOLOVAC

INTERVIEW MET MAIKE VAN DER ZWART

42

ILLUSTRATIE: ELINE SOMERS

MENTAAL WELZIJN met ‘Bewegen aan Zee’


Bewegen aan Zee zet zich in voor het mentale welzijn van kinderen. Door te investeren in preventie van mentale uitval, kunnen op latere leeftijd verdere problemen worden voorkomen. De MatriXmethode is een zeer succesvolle bewezen methode, die al vele kinderen (en volwassenen) heeft geholpen.

‘’Bewegen aan Zee is een specialist in preventie.’’

In 1997 studeerde Maike van der Zwart af als docent lichamelijke opvoeding. In 2010 werd ze Motorische Remedial Teacher (MRT). In haar werk als MRT-er merkte Maike dat de kinderen door beter te leren bewegen ook meer zelfvertrouwen kregen. Ze haalde veel voldoening uit haar MRT-werk en het werd haar duidelijk dat haar passie zich verplaatste en was komen te liggen bij het bevorderen van de mentale welzijn van kinderen. Maike kwam al snel in aanraking met het werken via de zogenaamde ‘MatriXmethode’ en ze voltooide vervolgens de opleiding tot MatriXcoach in 2014. Vanaf het moment dat ze in aanraking kwam met deze methode en ze merkte welk positief effect dit op kinderen had, pakte het haar! De MatriXmethode kan zowel preventief als bij reeds vastgestelde mentale problematiek toegepast worden. Kinderen leren hiermee ook hoe ze zichzelf mentaal gezond kunnen houden.

Als docent lichamelijke opvoeding ben je ook bezig met de sociale ontwikkeling van kinderen en ben jij één van de aangewezen personen om ervoor te zorgen dat de leerlingen positieve bewegingservaringen opdoen. De docent lichamelijke opvoeding heeft meestal een goede band met kinderen en mede hierdoor nemen kinderen hen eerder in vertrouwen en durven zij zich kwetsbaarder op te stellen. De MatriXmethode is een handige tool die je kunt gebruiken om je leerlingen, en ook jezelf, te begeleiden naar een beter mentaal welzijn.

De MatriXmethode heeft vele voordelen. Leerlingen kunnen hierdoor ook beter gaan presteren. Als ze zich veiliger en fijn voelen, gaan ze ook betere schoolresultaten halen. En als docenten deze methode leren en toepassen kunnen ze ook hun stress, angsten en blokkades verminderen. Hierdoor voelen ze zich beter in de klas, ervaren ze een lagere werkdruk, enzovoorts, het werkt allemaal door. Docenten kunnen de MatriXmethode tijdens persoonlijke gesprekken toepassen. Als docent lichamelijke opvoeding kun je iemand bijvoorbeeld helpen bij angsten oplossen in een persoonlijke gesprek na de les.

Op jonge leeftijd oplossen, problemen later voorkomen.

Maike vertelt: “Als je op jonge leeftijd leert hoe je mindere ervaringen en/of gedachten die als het ware in je hoofd blijven zitten, kunt elimineren en vervolgens kunt opruimen dan heb je op latere leeftijd minder kans op uitval.” De MatriXmethode is een zeer succesvolle manier om dit te doen. En je stopt pas als het ‘nare’ gevoel helemaal weg is.

Wat is de MatriXmethode?

Door het toepassen van de MatriXmethode leer je de ander de regie te nemen over zijn of haar eigen gevoelens en gedachten. Het is een gesprekstechniek waarbij je leert hoe je een ander kunt bevrijden van zijn of haar nare belevingen. Nare ervaringen die je hebt opgedaan worden opgeslagen in je hersenen. Een nare ervaring kun je via de MatriXmethode per fragment neutraliseren en aanpassen zodat de heftigheid van de ervaring afneemt. Meestal is het niet alleen een gevoel en horen er ook vervelende geluiden of stemmen, plaatjes en/ of gedachten bij. Iedereen heeft zijn eigen beleving van de opgedane ervaring en wat je vervolgens met de MatriXmethode doet is inzoomen op het moeilijkste of vervelendste gedeelte van de beleving, dit gedeelte weghalen en vervangen. En dat doe je dus niet zelf maar dat laat je de ander doen. Daarom werkt het ook zo goed. Je stelt de vragen, luistert en stelt opnieuw vragen waardoor de ander zijn of haar eigen oplossingen bedenkt. Je helpt iemand met het oplossen van een beleving, en dit doen ze via hun eigen regie.

43


INTERVIEW MET MAIKE VAN DER ZWART “HET IS BETER STERKE KINDEREN TE MAKEN DAN GEBROKEN VOLWASSENEN TE REPAREREN.”

Je kunt nooit iets vergeten; het bestaat nog in het verleden. Maar je hebt het dan neutraal gemaakt. Het raakt je veel minder waardoor je er nagenoeg of zelfs helemaal geen last meer van hebt. Met de MatriXmethode kun je ook momenten in de toekomst aanpakken. “Bij het toepassen van de MatriXmethode hoeft er door ‘de ander’ niet over de inhoud van de ervaring gesproken te worden. Zij of hij hoeft niet terug naar de beleving, maar lost stap voor stap op wat het voor hem of haar ‘naar’ maakte. Hiermee kun je als docent heel goed leerlingen helpen, omdat zij je niks over de inhoud zelf hoeven te vertellen. Dat maakt dit een hele handige methode om in het onderwijs toe te passen. Het is dus ook nog veilig én wat wel eens gedacht wordt, het is echt géén gedragstraining”, aldus Maike.

44

Scholen en de MatriXmethode.

‘’De maatschappij is zoveel dynamischer dan dat het vroeger was, daar moeten wij als onderwijs in meegaan’’, vindt Maike. “Men ziet de waarde van de methode wel in. Het grootste struikelblok is tijd en soms ook geld. Ik merk dat steeds meer scholen interesse krijgen en aan het zoeken zijn naar hoe zij kinderen in mentaal welzijn kunnen ondersteunen. Ik verwacht dat het mentaal welzijn steeds meer aandacht nodig heeft en dat docenten hierbij in een coachende rol meer aandacht aan gaan besteden. Het is aan het veranderen, alleen gaat veranderen zeker in het onderwijs nooit zo snel, er zijn gelukkig al wel een paar koplopers.’’ Maike van de Zwart zet zich via Bewegen aan Zee en MatriXpoint Haaglanden in, om docenten de MatriXmethode te leren, zodat zij hun leerlingen verder kunnen helpen. Zo leren steeds meer mensen de nare gevoelens en gedachten op te lossen waardoor ze mentaal sterker in het leven staan.


INTERVIEW

YVONNE VAN BIJNEN

Interview met

Jesse Nispeling JESSE NISPELING SPEELT WATERPOLO OP PROFESSIONEEL NIVEAU. OP DIT MOMENT SPEELT JESSE BIJ OLYMPIC NICE IN FRANKRIJK, DAARNAAST MAAKT JESSE ONDERDEEL UIT VAN DE SELECTIE VAN HET NEDERLANDS TEAM. THOMAS GING MET JESSE IN GESPREK OVER DE SPORT, ZIJN AMBITIES EN VROEG HEM NATUURLIJK OOK OP WELKE LEEFTIJD HIJ ZIJN ZWEMDIPLOMA BEHAALD HEEFT.

Jesse, je speelt waterpolo; een ondergewaardeerde sport als je het mij vraagt. Hoe kijk jij hier tegenaan?

Waterpolo is zeker geen grote sport in Nederland. Het wordt wel over de hele wereld gespeeld. In Kroatië en Servië is waterpolo bijvoorbeeld wel een grote sport. Maar in Nederland wordt waterpolo op semiprofessioneel niveau gespeeld. Dat komt in de basis doordat we er niet zo goed in zijn en niet in de wereldtop meedraaien. We missen hier ook de beleving en het stadiongevoel. Ter vergelijking: in Kroatië speel je in buitenzwembaden met duizenden toeschouwers, in Nederland is dat ondenkbaar.

Je speelt momenteel bij Olympic Nice. Wat zijn de verschillen tussen waterpolo in Nederland en in Frankrijk?

In Frankrijk kent waterpolo wel een professionele competitie. Vanwege het professionele niveau zijn er ook betere spelers en coaches actief in Frankrijk. Daarnaast trainen we twee keer per dag, tegenover een keer per dag in Nederland bijvoorbeeld.

Ook speel je voor het nationaal team. Maar je was niet opgenomen in de selectie voor het EK in 2018. Hoe zit dit? Dat klopt. Ik ben toen als laatste speler afgevallen. Dat was enorm zuur. Voorafgaand aan het EK hebben we met 14 spelers een toernooi gespeeld, waar ik naar mijn beleving goed speelde. Maar vervolgens kreeg ik te horen dat ik niet opgenomen was in de selectie. Ik speel op de midden-achter positie en voor de selectie waren in die postitie betere spelers beschikbaar.

45

FOTO’S: ROBERT SANDERS


INTERVIEW MET JESSE NISPELING Wat is tot nu toe het hoogtepunt in je carrière? Het winnen van de nationale beker met Polar Bears in 2016. En het afreizen naar Taiwan met het Nederlands team.

En het dieptepunt?

Niet geselecteerd worden voor het EK, dat was wel mijn dieptepunt in mijn carrière. Juist omdat ik erop rekende op het EK te spelen. Uiteindelijk was dat niet het geval en dat maakte de teleurstelling helemaal groot. Ik zit nu weer wel bij de selectie en werk hard om beter te worden, door in Frankrijk te spelen.

Hoe vaak train je? Hoe ziet een training eruit?

We trainen van maandag tot en met vrijdag twee keer per dag en als we thuis spelen op zaterdagochtend ook. Het trainen bestaat uit training in de gym, het zwembad en ook tactische training.

Is waterpolo een sport die zich snel ontwikkelt? Welke ontwikkelingen hebben er zoal plaats gevonden?

Er zijn ontwikkelingen gaande, omdat men het spel dynamischer wil maken. Zo heb je bijvoorbeeld dertig seconden om aan te vallen. Er zijn experimenten waarin deze tijd verkort wordt, om te kijken of dit het dynamische spel ten goede komt. Daarnaast is het veld dertig meter lang en wordt erover nagedacht om het veld korter te maken. Dit zijn ze bijvoorbeeld aan het testen bij jeugdelftallen. Maar eer dat dit er doorheen is, zijn we wel wat jaren verder.

Op welke leeftijd ben je professioneel gaan waterpolo-en?

Vanaf mijn 15de. Ik heb van mijn 15de tot en met mijn 19de in Dordrecht gespeeld, daarna ben ik overgestapt naar Polar Bears. Op mijn 20ste ben ik in Barcelona gaan spelen. Daar heb ik twee seizoenen gespeeld en vervolgens heb ik de overstap gemaakt naar Olympic Nice in Frankrijk.

Was je vroeger al zo’n waterrat?

Ja, mijn ouders hebben ook jarenlang op hoog niveau en in de nationale selectie wedstrijd gezwommen en zij hebben ook waterpolo gespeeld. Daarnaast heb ik nog een aantal familieleden die waterpoloën, dus het zit wel in de familie. Je zou kunnen zeggen dat ik het met de paplepel ingegoten heb gekregen.

Op welke leeftijd heb je je zwemdiploma A gehaald?

Lang geleden! Maar ik schat zo op mijn 5de of 6de.

Wat was je geworden als je geen professioneel waterpoloër was geworden?

Ik heb vroeger ook op tennis en judo gezeten en daar was ik ook aardig goed in. Uiteindelijk heb ik voor waterpolo gekozen, omdat ik daar het beste in was en in de nationale selectie was opgenomen.

Is de kans op blessures groot bij waterpoloën? Hoe voorkom je blessures?

De kans op een blessure is wel groot, omdat je altijd bezig bent met je schouders en hand. Maar minder groot dan bij voetbal, omdat het zich in het water afspeelt en water toch wel dempend werkt. In het water is het lastiger tackels maken. Ik voorkom blessures door een goede warming-up en word begeleid door coaches die daar veel verstand van hebben.

Wat moet je laten om op dit niveau te waterpoloën?

46

Mijn doel, en het doel van het Nederlands team, is om naar de Olympische Spelen te gaan. Daarvoor ben ik ook in Frankrijk gaan spelen; om beter te worden. Ik offer er wel het een en ander voor op. Zo ben ik minimaal 9 maanden per jaar in het buitenland en mis daardoor regelmatig verjaardagen en andere gelegenheden.


Welke herinneringen heb je aan de zwemlessen van vroeger?

Goede herinneringen. In mijn herinnering was ik na de zwemles altijd met vriendjes aan het spelen in het water met ballen en een vlot.

Welke herinneringen heb je aan de gymles van vroeger?

Daar heb ik ook goede herinneringen aan overgehouden. Ik moest met trefbal wel inhouden met gooien en kreeg restricties mee om andere kinderen te beschermen.

Hoe kijk je naar de aanstormende talenten in de waterpolo?

Sinds kort bestaat er een Waterpolo Academy in Eindhoven. Daar trainen veel talentvolle jongeren en daar wordt onder begeleiding goed aan hun ontwikkeling gewerkt.

Is er een vedette in het waterpolo?

In Servië, Hongarije en Italië zijn er spelers die boven de rest uitsteken en daar komen toeschouwers zeker voor naar het stadion.

Wat is jouw visie op het in beweging krijgen van jeugd en jongeren? M.a.w.: hoe kunnen we jongeren meer laten bewegen?

Ik speelde vroeger veel meer buiten dan kinderen nu in mijn beleving. Ik zat vroeger niet met een iPad binnen, ik was altijd buiten aan het spelen. Dus kinderen buiten laten spelen!

En welke rol speel jij hierin?

Ik ben een ambassadeur voor de waterpolosport en probeer jonge jongens en meisjes zeker enthousiast te maken voor de sport.

Wat zou je docenten Lichamelijke Opvoeding willen meegeven op het vlak van het in beweging krijgen van jeugd en jongeren?

WEETJES OVER WATERPOLO: · Waterpolo ontstond halverwege de 19de eeuw als de ‘watervariant’ van handbal en rugby. · Waterpolo staat vanaf 1900 op het programma van de Olympische Spelen. De deelname van vrouwenploegen op de Olympische Spelen is vanaf 2000. · Waterpolo is met name in Oost-Europa en Zuid-Europa een populaire sport. · Bij de heren is het speelveld - zwembad - 20 meter breed en maximaal 30 meter lang. Bij de vrouwen is het speelveld 20 meter breed en maximaal 25 meter lang. · Het bad heeft een minimale diepte van 1,80 meter. · Aan weerskanten van het speelveld liggen 2 doelen van 3 meter breed en 0,9 meter hoog. · Waterpolo wordt gespeeld met een bal die ongeveer hetzelfde formaat heeft als een voetbal. Alleen heeft de bal meer grip waardoor hij gemakkelijk met 1 hand vast te houden is. · De bal kan tijdens een waterpolowedstrijd een snelheid van 100 km/uur behalen. · Tijdens de wedstrijd zijn er van beide teams 7 spelers in het bad, waarvan 6 ‘veld’ spelers en 1 keeper. · Een waterpolo wedstrijd bestaat uit 4 periodes van maximaal 8 minuten zuivere speeltijd, afhankelijk van de competitie en het land waarin er gespeeld wordt. · Gemiddeld zwemt een speler 2,5 kilometer per wedstrijd en worden er 600 calorieën per uur verbruikt.

Vaker sportdagen organiseren!

47


48

IK HEB VANDAAG ALS LAATSTE GEWONNEN!


COLOFON THOMAS Magazine is een uitgave van Thomas van Aquino. Alle bijdragen zijn tot stand gebracht door THOMAS meemakers. Met veel plezier en enthousiasme hebben bijgedragen: Hoofdredactie: Jacob van Hoek en Wim Stienen Coรถrdinatie: Yvonne van Bijnen en Sander Roovers Eindredactie: Simone van Geffen en Astrid Leeman Redactie: Amina Dolovac, Anouk van Dijk, Axel Dalessi, Axel Tichelaar, Gertjan van Dokkum, Jacob van Hoek, Jasper van Beek, Karien Verhappen, Sander Roovers, Silke Karsdorp, Wim Stienen en Yvonne van Bijnen Fotografie: Pol Rijnders en Lotte Delissen Illustraties: Eline Somers en Sharon Hamers Ontwerp en vormgeving: Maarten de Bruin, Sharon Hamers, Sandra Bovendeaard en Tim Bertens

Met dank aan: Andries Jonker, Bart Doemges, Carla Scholten, Chantal Narain, Ernst Meisner, Erik Spiegelenberg, Jesse Nispeling, Jos Vaes, Maaike Ferf Jentink, Maike van der Zwart, Max Welten en Jan Stads Druk Gianotten Printed Media Advertenties Inlichtingen over advertentietarieven zijn te ontvangen door te mailen naar jacob.vanhoek@kvlo-thomas.nl. Het is toegestaan artikelen (geheel of gedeeltelijk) over te nemen uit THOMAS Magazine met inbegrip van benoeming THOMAS Magazine als bron en naam van de meemaker.

Correspondentie-adres Thomas van Aquino Diepenstraat 25 5025 MP Tilburg

49


50

IT TAKES BALLS TO BE A P.E. TEACHER


Maak jij de volgende editie van het THOMAS MAGAZINE mee? SINDS 1968 WORDT DOOR THOMAS DE GROOTSTE STUDIEDAG VOOR DOCENTEN LO GEORGANISEERD; DE THOMAS ORIËNTATIE DAG. DIT JAAR ALWEER DE 51STE EDITIE OP DONDERDAG 18 APRIL 2019. TIJDENS DEZE STUDIEDAG WORDT DIT THOMAS MAGAZINE UITGEGEVEN. EEN HEUGLIJK MOMENT: DIT MAGAZINE IS GEHEEL TOT STAND GEKOMEN DANKZIJ DE INZET EN BETROKKENHEID VAN MEEMAKERS. MEEMAKERS DIE TIJD, NOCH MOEITE EN ENERGIE HEBBEN GESPAARD OM DE VERHALEN IN DIT MAGAZINE TE REALISEREN OM MET IEDEREEN TE KUNNEN DELEN. THOMAS daagt zichzelf uit om te vernieuwen. Dit doet THOMAS onder andere met vernieuwende content en het met elkaar onderzoeken van nieuwe mogelijkheden om content te delen. Door het delen van andere denkrichtingen wil THOMAS jou inspireren en aanzetten tot vernieuwing. Ook wordt de mogelijkheid geboden om betrokken te raken bij de totstandkoming van THOMAS Magazines. Wil jij in beweging blijven en voelt het goed om met je talenten aan de slag te gaan? Dan biedt THOMAS jou een uitgelezen mogelijkheid om de volgende editie van THOMAS Magazine mee te maken.

Concreet kan je bijdragen door het inzetten van jouw talent als:

• redacteur middels het uitvoeren en uitwerken van interviews en/of het schrijven van artikelen en columns • eindredacteur door het controleren, reviseren en herschrijven van teksten • vormgever middels het vormgeven van infographics en illustraties • DTP-er middels het vormgeven van het magazine • fotograaf door het maken en monteren van pakkende foto’s en beelden • filmmaker middels het filmen en monteren van korte video’s voor op de website van THOMAS

Wat krijg je er voor terug:

• een podium om je talent verder te ontwikkelen • een netwerk met gelijkgestemde talenten en vernieuwers • begeleiding in je werk en feedforward op je werkzaamheden • ondersteuning en/of hulp in het realiseren van je eigen plannen, ideeën en dromen Heb jij interesse om THOMAS Magazine mee te maken? Stuur dan een mail naar info@kvlo-thomas.nl. Wil je in de onderwerpregel van de mail het volgende vermelden: ‘Gevonden! Meemaker THOMAS Magazine’ Wil je in de mail het volgende vermelden: • je telefoonnummer • welk talent je graag wil inzetten • welke sport je doet en/of gedaan hebt Vervolgens wordt er vanuit THOMAS contact met je opgenomen om kennis te maken en een mogelijk vervolg te bespreken. Tot snel!

51


PHYSICAL EDUCATION THE ONLY SUBJECT THAT MAKES YOUR HEART RACE

52


EPILOOG

JACOB VAN HOEK

“NOOIT STOPPEN MET BEWEGEN, VERANDER HET BEWEGEN.” De tweede editie in 2018 van het THOMAS Magazine sloot ik af met: ‘Nooit stoppen met spelen, verander het spel.’ Als we het woord ‘spelen’ veranderen in bewegen ontstaat de zin: ‘Nooit stoppen met bewegen, verander het bewegen.’ De kern van deze twee zinnen, zit wat mij betreft in het woord ‘verander.’ Want dat is wat er gebeurt. Er vindt een verandering plaats. In de interviews van dit Thomas magazine lees je dit, tussen de regels door terug, is het je niet opgevallen, lees ze dan nog maar eens. Verandering vindt plaats waar beweging ingezet wordt als middel. En het middel zet je als ervaringsdeskundige graag in om de ander de eerste stap te laten zetten. Door het daadwerkelijk te doen (laten bewegen) en er over te vertellen en uit te leggen waarom het zo het beste kan (leren bewegen). Naar mijn idee kan het één niet zonder het ander, met de nadruk dat jij als professional er alert op bent dat de verhouding tussen leren en laten bewegen in jouw onderwijsomgeving in balans is. Waak ervoor dat er niet alleen over nagedacht en gesproken wordt, maar dat

er ook daadwerkelijk overgegaan wordt tot uitvoering. En als je het eventjes niet meer weet, dan maak je een wandeling. Want bewegen is fijn, zowel voor de lijn als uw brein. Om deze editie van het THOMAS Magazine te realiseren heb ook ik een aantal van deze wandelingen gemaakt. Om de nieuwe huisstijl door te voeren in het magazine. Om meemakers te vinden. Denk aan fotografen, redacteuren en opmakers. Om onderwerpen te vinden om over te schrijven. Gelukkig zijn er een aantal mensen die met mij mee hebben gewandeld. Mijn dank gaat uit naar alle meemakers, met een speciaal dankjewel aan Yvonne, Sander en Tim. Gezamenlijk hebben we het voor elkaar gekregen om voor de derde keer op rij dit Magazine te realiseren. Met trots en liefde voor het vakgebied van de lichamelijke opvoeding en de hierbij horende ervaringen en verhalen. Bij de verschijning van de volgende editie van het THOMAS Magazine in 2020 tijdens de THOMAS Oriëntatie Dag bestaat THOMAS maar liefst 70 jaar. Wij van THOMAS, hebben hier nu al zin in!

53


MEEMAKERS HOOFDREDACTIE

COÖRDINATIE

JACOB VAN HOEK

YVONNE VAN BIJNEN

WIM STIENEN

EINDREDACTIE

REDACTIE

SIMONE VAN GEFFEN

ASTRID LEEMAN

AMINA DOLOVAC

ANOUK VAN DIJK

AXEL DALESSI

AXEL TICHELAAR

GERTJAN VAN DOKKUM

SILKE KARSDORP

JASPER VAN BEEK

KARIEN VERHAPPEN

54

54

SANDER ROOVERS


FOTOGRAFIE

POL RIJNDERS

ILLUSTRATIE

LOTTE DELISSEN

ELINE SOMERS

SHARON HAMERS

ONTWERP EN VORMGEVING

MAARTEN DE BRUIN

SANDRA BOVENDEAARD

TIM BERTENS

55


WWW.KVLO-THOMAS.NL THOMAS VAN AQUINO THOMAS.KVLO

Profile for THOMAS Magazine

THOMAS Magazine 2019  

THOMAS richt zich op het duurzaam inspireren van professionals in het bewegingsonderwijs om zo de maatschappij op een positieve manier te be...

THOMAS Magazine 2019  

THOMAS richt zich op het duurzaam inspireren van professionals in het bewegingsonderwijs om zo de maatschappij op een positieve manier te be...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded