Issuu on Google+

België-Belgique PB Brussel 5 P209314

magazine Driemaandelijkse uitgave van Arbeid & Milieu vzw - jaargang 2013 - nr 2 - april - mei - juni

Producten worden diensten DOSSIER Productdienst­systemen

Product-dienst­ systemen en arbeid Bedrijf in de kijker:

p10

p12

Afgiftekantoor: 1050 Brussel 5/ Afzender: A&M, Tweekerkenstraat 47, 1000 Brussel

Scania Parts Logistics


in Am magazine #2 - 2013 6 Product Dienstsystemen: DOSSIER Productdienst­systemen

DOSSIER Productdienst­systemen

4 12

een interview met Jiska Verhulst (Plan C)

Bedrijf in de kijker: Scania Parts Logistics

DOSSIER Productdienst­systemen

10

Product Dienst­ systemen en arbeid

Repaircafe.be Sustainia 100

A&M in ‘t kort

15

In dit nummer 3 Editoriaal: Ook in crisistijd moeten we de moed opbrengen om te luisteren naar wat we niet willen horen. Het is crisis en onze grondstoffen raken steeds sneller uitgeput. Doen we verder met business as usual of zijn er andere uitwegen? 4 Dossier Product – Dienstsystemen: een interview met Jiska Verhulst – Netwerkdirecteur Plan C Hoofdthema van dit magazine zijn Product-Dienstsystemen. Plan C dompelt haar netwerk onder in elk facet van product-dienst systemen en hoe deze kunnen bijdragen tot een bedrijfsvoering die op een meer duurzame manier omgaat met materialen. Jiska Verhulst, netwerkdirecteur van Plan C, leidt het thema in. 10 Product-dienstsystemen en arbeid De impact van meer product-dienstsystemen op jobs is nog heel onduidelijk. Er bestaat nog zo goed als geen onderzoek dat het verband blootlegt, maar hier en daar is er toch al een 2

am magazine jaargang 2013 nr 2

beredeneerde gok. Een overzicht van de bevindingen vind je in dit artikel. 12 Bedrijf in de kijker: Scania Parts Logistics (Opglabbeek) – een interview met Patrick Verheyen (LBC) en Filip Daniëls (BBTK) Scania is één van de grootste producenten van zware trucks, bussen, industrie- en scheepsmotoren. Scania Parts Logistics in Opglabbeek is het wereldwijde distributiecentrum van Scania onderdelen. We spraken er met afgevaardigden Patrick Verheyen (LBC) en Filip Daniëls (BBTK) over het nieuwe magazijn en kantoorruimte in constructie, dat zo duurzaam mogelijk gebouwd wordt. 15 A&M in ’t kort Sustainia 100 Repaircafe.be


Editoriaal

colofon

Ook in crisistijd moeten we de moed opbrengen om te luisteren naar wat we niet willen horen. Op 6 juni jongstleden stelde de Club van Rome een nieuw boek voor. In “Plundering the planet” legt energie-expert en professor in de chemie Ugo Bardi uit dat we aan de grens komen van het economisch rendabel ontginnen van een reeks basisgrondstoffen, waaronder metalen en fossiele brandstoffen. Hij beweert niet dat ze allemaal plots opgebruikt zullen zijn, maar waarschuwt dat ze steeds moeilijker te ontginnen zijn en dus tegen steeds hogere prijzen. Binnen zo’n 20 jaar zal het afgelopen zijn met koper, zink, nikkel, goud en zilver als relatief makkelijk bereikbare grondstoffen. En laat de ruggengraat van onze huidige economie nu net bestaan uit goedkope energie en grondstoffen. Naargelang ze schaarser, moeilijker en duurder worden om te ontginnen, aldus nog Bardi, zullen we op een punt komen waarop deze grondstoffen simpelweg te duur worden voor gebruik en productie in de industrie. En een economie die draait op steenkool en olie uit Canadese teerzanden, die onze onduurzame carrousel een paar jaar langer zou kunnen laten draaien, is helaas geen optie voor ons klimaat. Die Club van Rome, hoor ik u al zeggen, zijn dat niet die bende doemdenkers die ook in de jaren ’70 al zowat het einde van de wereld hadden voorspeld tegen ongeveer deze tijd? Jawel, dat zijn ze. Toen deden ze dat met het beruchte boek “Grenzen aan de groei” en ik maak me sterk dat ze gelijk hebben met hun

nieuwe beweringen nu, én dat ze ook gelijk hadden over wat ze toen in 1972 beweerden. Het is niet omdat de mensheid nu nog bestaat, dat hun voorspellingen toen geen steek hielden. Als we hier nu nog rondlopen op aarde, is dat omdat er toen mensen ons kwamen vertellen wat er fout dreigde te lopen als we verder zouden doen zoals altijd. Omdat daarop dan gereageerd werd en we op heel wat gebieden effectief anders zijn gaan handelen. En omdat de mens ook creatief en hoopvol is en er dus sinds 1972 ook oplossingen voor bepaalde problemen werden gezocht en gevonden. Maar het zijn zeker niet de mensen die toen hun kop in het zand hebben gestoken en verder wilden gaan met business as usual, waaraan we die oplossingen te danken hebben. Op dezelfde manier zal het nu ook niet helpen om de huidige economische crisis als argument te gebruiken om de uitdagingen rond een duurzame economie en samenleving op een zijspoor te zetten en te wachten tot alles vanzelf weer beter wordt, voor even toch. Ik ben geen professor economie (een hoedanigheid die vandaag de dag misschien ook niet zou bijdragen aan de geloofwaardigheid van wat ik zeg, maar dit geheel terzijde), maar ik vrees dat dit laatste wel eens zou kunnen neerkomen op een geval van wachten op Godot. De tijden van “ofwel milieu, ofwel economie” liggen nu al wel even achter ons. Voor iedereen beschikbare grafieken tonen aan

AM magazine is een driemaandelijkse uitgave van Arbeid & Milieu vzw. Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel Tel +32 (0)2 325 35 01 secretariaat@a-m.be, www.a-m.be

dat onze groei de afgelopen decennia elke keer de dieperik in ging als het aandeel in het BBP (Bruto Binnenlands Product) dat besteed werd aan ruwe olie boven de 4% uitsteeg. En laat nu net die groeiende economie er elke keer opnieuw voor zorgen dat we die 4% bereiken, en dat deze cycli elkaar steeds sneller opvolgen. Hetzelfde principe geldt dan natuurlijk ook voor andere grondstoffen voor onze industrie. De financiële crisis zou ons nu toch moeten geleerd hebben dat het ene infuus, dat van goedkope energie en grondstoffen, vervangen door een ander infuus, dat van goedkoop krediet, de patiënt niet beter heeft gemaakt. En toch is de volgende stap alweer ingezet: de vrijgekomen middelen uit de afbouw van onze welvaartstaat lijkt het volgende infuus te zijn om weer voor een paar jaar een groeiend BBP mogelijk te maken, waar dan een krimpende groep mensen in de maatschappij de vruchten van zal plukken. De enige uitweg is dus om massaal te investeren in mensen en in een energiezuinige kringloopeconomie met nieuwe business modellen. Het probleem vandaag de dag is niet dat er geen oplossingen voorhanden zijn. Ze liggen overal voor het rapen. Product-dienstsystemen, het centrale thema van dit nummer van AM Magazine, kan er daar één van zijn.

Het secretariaat van Arbeid & Milieu vzw is op alle gewone werkdagen, van 9u tot 17u bereikbaar. Redactie: Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel Druk: De Wrikker Lay-out: bigtrees. Foto cover: New York City Department of Transportation ‘NYC Bike Share Operator Announcement’ (CC-BY-NC-SA) Arbeid & Milieu magazine is een initiatief van Arbeid & Milieu vzw. Arbeid & Milieu vzw is een samenwerkingsverband waarin de arbeidersbeweging en de milieubeweging paritair vertegenwoordigd zijn. De arbeidersbeweging is momenteel vertegenwoordigd door het ABVV, ACV en ACLVB. De milieubeweging wordt vertegenwoordigd door de Bond Beter Leefmilieu. A&M magazine biedt, aan de hand van reportages, interviews, achtergrondartikels, colums en praktische tips, informatie over thema’s die zich situeren op het raakvlak tussen arbeid en milieu. Om de band tussen arbeid en milieu aan te tonen en te bevorderen. Want wij denken dat het absoluut noodzakelijk is om sociaal en ecologisch welzijn met elkaar te verzoenen. Zonder dat geen duurzame ontwikkeling. Een jaarabonnement op A&M magazine kost € 17,50. U kunt zich abonneren door dit bedrag te storten op het rek.nr. BNP Paribas Fortis BE54 0011 4959 5597, met vermelding 'Abonnement 2012'. Geef ons ook je exacte adres en contactgegevens door via mail of telefoon en laat weten of je een factuur wenst. Geïnteresseerd in een proefnummer van A&M magazine? Contacteer ons op tel: +32 (0)2 325 35 01 of secretariaat@a-m.be Arbeid & Milieu vzw bestaat sinds 1988 en bracht voorheen 'Arbeid en Milieu Nieuws' uit. Redactieraad: Thijs Calu, Bert De Wel, Mike Desmet, Dominique Kiekens, Suzanne Kwanten, Brecht Van Roey, Fredrik Snoeck, Joris Van Damme, Sara Van Dyck, Pieter Verbeek en Timothy Wyffels. VU: Joris Van Damme Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel Arbeid & Milieu is gedrukt op kringlooppapier. Het binnenwerk wordt gedrukt met vegetale inkt. De redactie is niet gebonden door de inhoud van de genomen advertenties. Mits voorafgaande toestemming mogen artikels overgenomen worden. Dit kan alleen maar de betere verspreiding van milieu-informatie in al zijn facetten ten goede komen.

Jorre Van Damme Coördinator Arbeid & Milieu am magazine jaargang 2013 nr 2

3


Product-Dienstsystemen Een interview met Jiska Verhulst – Netwerkdirecteur Plan C

Jiska Verhulst, van opleiding bio-ingenieur in de milieutechnologie, is sinds augustus vorig jaar netwerkdirecteur van Plan C vzw. Plan C is het Vlaamse transitienetwerk voor duurzaam materialenbeheer. Individuen, bedrijven, consumenten, overheidsinstanties, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties werken er samen aan een economie en maatschappij die op een duurzame wijze met materialen omgaat. Voordien leidde Jiska als hoofd van de cel beleidsinnovatie een team van beleidscoördinatoren binnen de afdeling Bodembeheer van de OVAM. 4

am magazine jaargang 2013 nr 2

Wat zijn product-dienstsystemen precies? Wat heeft dit te maken met duurzaam materialenbeheer? Bij een product-dienstsysteem wordt het nut van een product en de toegankelijkheid ervan boven het bezit geplaatst. De focus ligt met andere woorden op de functionaliteit en niet op de eigendom van het goed. Sinds een aantal jaren springen product-dienst systemen meer en meer in het oog als business-strategie. Voorbeelden van product-dienst systemen zijn poolen, sharen, leasen, outsourcen…. Plan C ontwikkelde een infografiek om de


DOSSIER Productdienst­systemen verschillende mogelijke combinaties overzichtelijk in kaart te brengen. Interessante praktijkvoorbeelden van product-dienst combinaties zijn Cambio autodelen, de slimme lichtkoepels van Econation, de online B2B markplaats FLOOW2 voor het onderling huren en verhuren van materiaal, kennis en kunde tussen bedrijven en het concept van Chemical Leasing® waarbij niet langer chemicaliën als product, maar bv. het ‘reinigen’ als dienst verkocht wordt (zie kaderstukjes). Plan C wil in 2013 vooral die productdienstcombinaties identificeren­ met het grootste potentieel om duurzame­waarde te creëren in de opkomende kringloopeconomie. De reden dat Plan C zo sterk inzet op product-dienstcombinaties is het grote

omzet uit het verkopen van de functie van een product. Hoe minder materiaal hij hier voor nodig heeft, hoe groter zijn potentiële winstmarge. Als bovendien het business model ook zo is opgezet dat hij zijn producten op het einde van hun gebruiksfase terug in bezit krijgt, zijn alle prikkels aanwezig om producten niet alleen een langere levensduur te geven maar ook om ze recycleerbaar te maken. Wat is de rol van Plan C in dit verhaal? Plan C, het Vlaamse transitienetwerk voor duurzaam materialenbeheer, is een lerend netwerk van relaties uit het bedrijfsleven, universiteiten en hogescholen­, onderzoekscentra, maatschappelijke organisaties en individuen. Plan C maakt als één van de drie pijlers deel uit van het Vlaams Materialenprogramma, één

“Door te kiezen voor een product-dienst­ systeem haalt de producent zijn omzet uit het verkopen van de functie van een product. Hoe minder materiaal hij hier voor nodig heeft, hoe groter zijn potentiële winstmarge.” potentieel aan verduurzaming dat deze businessmodellen in zich hebben, maar dat ondanks dit potentieel er nog maar enkele succesvol in de markt zijn gezet­. Door er een volledige jaarwerking rond uit te bouwen, hoopt Plan C hierin verandering op gang te brengen. Welk voordeel heeft zo’n systeem ten opzichte van de klassieke productie? Lineaire businessmodellen waarbij producenten hun omzet genereren door zoveel mogelijk producten te verkopen, geven weinig prikkels aan producenten om hun producten zo te ontwerpen dat ze een lange­levensduur hebben, eenvoudig herstelbaar zijn en de materialen makkelijk gerecycleerd kunnen worden. Door te kiezen voor product-dienst systemen verschuift de focus van het product naar de functie die het product biedt. In dit geval haalt de producent zijn

van de 13 doorbraakprojecten binnen het kader ‘Vlaanderen in actie’ van de Vlaamse Regering­. Het Vlaams materialen­ programma heeft de amibitie om de koploperrol van Vlaanderen op het vlak van sorteren en recycleren van afvalstoffen door te trekken naar materialenbeheer om zo ook daar tot de top 5 van de Europese regio’s te behoren. Het Vlaams materialenprogramma wil dit doen door onderzoek, visievorming en actie te combineren om zichtbare stappen te zetten in de evolutie naar een volwaardige kringloopeconomie in Vlaanderen. Het Steunpunt Duurzaam Materialenbeheer (SuMMA) vormt de onderzoekspijler, de visievorming gebeurt in de schoot van Plan C en de operationele pijler vindt plaats in het actieplan met de Openbare Afvalstoffenmaatschappij­ (OVAM) als trekker en integrator.

Wie wordt in dit proces betrokken? Met een mix van events die gaan van theoretische­state-of-the-art over praktische cases tot experimenteren met het business model, dompelt Plan C haar netwerk onder in elk facet van product-dienst systemen en hoe deze kunnen bijdragen tot een bedrijfsvoering die op een meer duurzame manier omgaat met materialen. Concreet proberen we in steeds wisselende­ partnerschappen samen te werken met overheid, kennisinstellingen, andere netwerkorganisaties, bedrijven, sectorfederaties en het maatschappelijk middenveld. Wordt er met betrekking tot bovenstaande­aspecten ook aan overleg met werknemers gedacht? Momenteel proberen we vooral te inspireren, goede voorbeelden te tonen en met een aantal interessante ideëen binnen het netwerk verder aan de slag te gaan. Overleg met de werknemers wordt belangrijk in een volgende fase. Wanneer we deze vernieuwende concepten verder gaan uitrollen en in de praktijk zetten. Het wordt dan ook duidelijker welke effecten­dit met zich mee zal brengen op niveau van arbeidsorganisatie, of en hoe functieprofielen anders kunnen ingevuld worden, welke aanvullende expertise en competenties nodig zijn en wanneer en welke bijscholing of omscholing vereist is.

am magazine jaargang 2013 nr 2

5


6

am magazine jaargang 2013 nr 2

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx


DOSSIER Productdienst­systemen

praktijkvoorbeelden van product-dienst combinaties

Floow2 FLOOW2, een online b-2-b marktplaats, geeft bedrijven toegang tot de deeleconomie. De onderneming identificeerde een aantal markten en sectoren – zoals zwaar materieel, gezondheidszorg, bedrijvenparken, transport & logistiek, vastgoed en theater & events – waarin veel capaciteit op overschot is. De overvloed is echter niet altijd zichtbaar. Via het platform van FLOOW2 wordt de reserves zichtbaar gemaakt, waarna de handel in capaciteit kan beginnen. Bedrijven kunnen onderling materieel, maar ook kennis en kunde van medewerkers verhuren en huren.

Op milieuvlak zijn er duidelijke winsten te boeken. Elk bedrijf hoeft niet steeds weer zijn eigen materieel aan te kopen. Op die manier daalt het totale materiaalverbruik en dit zonder dat er moet ingeboet worden op de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Delen wat je hebt wanneer je het zelf niet gebruikt, is winstgevend en draagt tegelijkertijd bij aan een meer duurzame manier van omgaan­­met materialen.

Econation

EcoNation is een Gents bedrijf dat ecologische daglichtoplossingen aanbiedt. Zij zijn de ontwerpers van de LightCatcher, een intelligente lichtkoepel die tot 3.650 branduren per jaar de verlichtingsarmaturen kan vervangen. De LightCatcher brengt ‘slim daglicht’: veel licht (1% van het dak volstaat om 100% van de vloer te verlichten) maar ook geoptimaliseerd licht (geen verblinding, geen UV en ook geen warmtetoevoer). EcoNation heeft niet enkel een innovatief milieuvriendelijk product ontwikkeld, ze commercialiseren het ook via een innovatief business-model. Hoewel de terugverdienperiode, omwille van de verminderde electriciteitsverbruik, beperkt blijft tot maximaal vier jaar, kunnen er in de huidige marktomstandigheden te grote drempels bestaan om tot investering over te gaan. Daarom biedt EcoNation een alternatief waarbij niets geïnvesteerd dient te worden. Dat loopt langs een ‘LiCom’-systeem dat EcoNation ontwikkelde. LiCom staat voor Light Investment Company: vehikels waarlangs EcoNation de investering doet in plaats van de klant. In 2012 lanceerde EcoNation een lichtenergie-model waarbij ze zelf investeren in de energiebesparing van haar klanten: ze installeren LightCatchers op het dak van de klant, dragen zelf de hele investering, monitoren samen met de klant de gegenereerde energiebesparing en een deeltje van die besparing wordt doorgerekend. De klant bespaart zo onmiddellijk 20 tot zelfs 50% op zijn energiefactuur zonder één cent voorafgaandelijke investering. Dit is concept is mogelijk gemaakt dankzij de meet- en monitoringtechnologie ontwikkeld samen met de UGent.

am magazine jaargang 2013 nr 2

7


Cambio autodelen Cambio is een autodeel- of carsharingorganisatie en is actief in diverse steden verspreid over het ganse land. De meer dan 15.000 cambio-gebruikers in België kunnen intussen beschikken over meer dan 500 auto’s verspreid over ruim 220 standplaatsen in 27 Belgische steden.

Dat succes dankt cambio onder meer aan de nauwe samenwerking met mobiliteitsclub VAB en met de openbare vervoersmaatschappijen De Lijn, MIVB en de TEC. Dankzij de gezamenlijke publiciteitsacties en dankzij de voordelen voor hun abonnees vinden steeds meer mensen de weg naar autodelen. Eind 2009 stapte ook de NMBS-holding mee in het project, wat de samenwerking tussen cambio en het openbaar vervoer compleet maakt. Daarnaast is er ook de inbreng van lokale, regionale en federale overheden: zij zorgen voor financiering, beleidsondersteuning en voorzien ook de nodige standplaatsen. Cambio autodelen is ook erg populair in de bedrijfswereld. 40 procent van alle cambio-reservaties zijn bedoeld voor beroepsverplaatsingen. Samen met haar buitenlandse partnerorganisaties telt cambio meer dan 50.000 gebruikers en een vloot van zo’n 1.500 auto’s actief in België, Duitsland en Ierland.

TaBaChem

TABACHEM (TAke BAck CHEMicals) is een concreet project rond ‘Chemical Leasing’ en onderzoekt product-dienst combinaties op chemicaliën-niveau. TABACHEM combineert de principes van kringloopsluiting en Chemical Leasing®. Bedoeling is het klassieke verkoopsmodel waarin chemicaliën aangekocht, verbruikt en nadien eventueel teruggenomen worden als afvalstoffen (Take Back Waste) om te vormen in een nieuw model. In dit lease-model worden de chemicaliën niet als product maar als dienst verkocht. Hierbij zal zowel de gebruiker als de leverancier/producent streven naar een minimum gebruik van chemische processen. Op deze manier kunnen reststromen teruggedrongen en/of als chemieproducten worden teruggenomen. Zo zou je bijvoorbeeld in plaats van chemicaliën voor het onderhoud van een machine aan te kopen, het reinigen van deze installatie kunnen aanschaffen. Win-win-win Dit model kan zorgen voor een win-win-win-situatie. De eindgebruiker betaalt voor de dienst die een bepaald product levert, niet per se de hoeveelheid, de leverancier/producent kan zijn aanbod vergroten en inzetten op lange-termijn relaties met zijn klanten en door het optimaal inzetten van chemicaliën wordt het leefmilieu ook sterk ontlast. Partners Dit concept wordt in teamverband uitgewerkt door Royal HaskoningDHV, Essenscia, A-Worx, Board of Innovation, VITO, Universiteit Antwerpen en de bedrijfspartners DNCP (De Neef Chemical Processing), Tessenderlo Chemie, Solvay en Janssen Pharmaceutica.

8

am magazine jaargang 2013 nr 2


DOSSIER Productdienst­systemen

Nearly New Offices

NNOF is een dienst waarbij vaklui bijvoorbeeld vaststellen dat die krakkemikkige kantoorstoel weer perfect functioneert door eenvoudig de pomp ervan te vernieuwen. Ze kunnen voorstellen een bureau een tweede leven te geven door het werkblad ervan te vervangen, een tafel voorzien van een nieuw tafelblad, of nog: de rugleuningen en zittingen van stoelen grondig reinigen. Ook het vervangen van deurtjes en/of sloten van kasten, of het uitvoeren van omkastingen overeenkomstig de kleur van de nieuwe kantoorinrichting, zijn voorbeelden van ingrepen die vermijden dat waardevol kantoormateriaal en -meubilair op het stort belandt. Essentieel in dit verhaal is dat bedrijven anders moeten gaan denken, zegt Didier Pierre, Managing Director bij PMC (het moederbedrijf van ‘Your Mover Logistics, het bedrijf dat het concept lanceerde: . “Indien een klant ons bijvoorbeeld een termijn van tien dagen in plaats van vijf geeft om materiaal te leveren, kunnen wij onze vrachtwagens adequater vullen en zo de ecologische impact van het transport doen dalen. Puur economisch gezien zal de klant niet langer willen wachten, maar met enige milieubewustheid is deze kleine moeite vlug gedaan. En net deze bewustheid proberen we te bereiken. Ons initiatief is geslaagd als bedrijven, voor ze een stap zetten, nadenken over de ecologische impact ervan.” Het NNOF-concept draagt alleszins bij tot het verlagen van die milieu-impact: de nood aan grondstoffen die nodig zijn voor het produceren van meubelen wordt immers verlaagd, en het verbruik aan fossiele brandstoffen verminderd, onder meer doordat NNOF tot gevolg heeft dat minder vaak meubilair aan- en af wordt gevoerd. Maar het concept is ook interessant vanuit economisch oogpunt, aangezien dergelijk bijgewerkt meubilair relatief goedkoop is. Bron: www.argusactueel.be

Interview: Thijs Calu, educatief medewerker A&M Werkte mee aan dit artikel: Jeroen Gillabel, beleidsmedewerker materialen Bond Beter Leefmilieu

am magazine jaargang 2013 nr 2

9


Copyright Brian Auer

Product-dienst­systemen en arbeid De impact van meer product-dienstsystemen op jobs is nog heel onduidelijk. Er bestaat nog zo goed als geen onderzoek dat het verband blootlegt, maar hier en daar is er toch al een beredeneerde gok. Zal een verschuiving naar meer product-dienstsystemen leiden tot meer of minder tewerkstelling? Zullen die jobs fundamenteel anders zijn? En zien we een wijziging in de werkvoorwaarden en –omstandigheden? Een kort overzicht. Wat kan de impact zijn op het aantal jobs? De tewerkstelling in de industrie daalt, die in de dienstverlening stijgt. De arbeidsproductiviteit (een cijfer dat aangeeft hoeveel producten één arbeider kan maken in een bepaalde tijd) stijgt al heel lang. De industrie maakt daarom steeds meer producten met steeds minder mensen. De tewerkstelling verschuift naar de commerciële en de niet-commerciële dienstverlening. In 2010 waren drie op de vier werknemers aan de slag in die laatste sectoren. 10

am magazine jaargang 2013 nr 2

De industrie en de daarmee samenhangende industriële diensten blijven belangrijk. In 2009 stond de industrie in voor 40% van de Vlaamse toegevoegde waarde en 75% van de Belgische export. De aanwezigheid van industrie geeft bovendien meer middelen en kansen aan onderzoek en ontwikkeling. De dienstensector is minder crisisgevoelig, omdat de toegevoegde waarde daar vaak hoger ligt dan in de verwerkende nijverheid, en die dienst soms moeilijker is om te delokaliseren dan

pure productie. Bedrijven hier kunnen minder crisisgevoelig worden als ze inzetten op een mengvorm van productie en diensten. Een voorbeeld hiervan is Rolls-Royce. Die bouwer van vliegtuigmotoren was vroeger het paradepaardje van de Britse industrie, en dreigde daar verloren te gaan. Het succes nu, als tweede grootste speler in zijn segment, is te danken aan twee factoren: zuinigere motortechnologie en een slimme combinatie van producten


DOSSIER Productdienst­systemen Rolls-Royce, de bekende bouwer van vliegtuimotoren was vroeger het paradepaardje van de Britse industrie, en dreigde daar verloren te gaan. Het succes nu, als tweede grootste speler in zijn segment, is te danken aan twee factoren: zuinigere motortechnologie en een slimme combinatie van producten en diensten.

Wat kan er veranderen inzake het soort jobs? De meeste bronnen spreken vooreerst van opportuniteiten voor meer jobs voor laaggeschoolden, bijvoorbeeld in jobs die te maken hebben met onderhoud. Een tweede element is de vraag of de verschuiving van (louter) productie naar een combinatie van producten en

Copyright Martin Deutsch

en diensten. In 1981 kwam 20% van de omzet uit na-verkoop en onderhoud. Nu is dat al opgelopen tot 55%. Dat is te danken aan een nieuw concept, waarbij men niet langer een motor verkoopt, maar een vaste prijs per vlieguur, waar zowel de motor als het onderhoud in handen blijft van RollsRoyce. Omdat ze zelf verantwoordelijk blijft voor de performantie, hebben ze er alle belang bij om die te verbeteren, met verhoogde marges tot gevolg. Aangezien het leeuwendeel van de inkomsten nu voortkomt uit onderhoud op bestaande motoren, verwacht men dat Rolls-Royce minder te lijden zal hebben van de huidige crisis. De innovatie verbonden aan productdienstsystemen (PDS) kan dus leiden tot hogere toegevoegde waarde en dus stabielere tewerkstelling, die minder

in plaats van weggegooid, dit ten goede komt van tewerkstelling, want herstelling is vaak een meer arbeidsintensieve activiteit dan productie. Maar of de mogelijke creatie van bepaalde jobs ook betekent dat we in het geheel van de economie een netto aangroei van jobs zullen zien, is allesbehalve eenduidig. De productie van het materiaal die de dienst levert (de dienst die hier dan verkocht wordt) gebeurt niet noodzakelijk in Vlaanderen, net zoals meer en meer arbeidsintensieve productie verschuift naar lageloonlanden. En zelfs het herstellen zelf kan in landen met lagere loonkost gebeuren als het heel arbeidsintensief is en de transportkosten relatief laag zijn. We zien dus een gemengd beeld waarbij een verschuiving naar meer PDS niet

“Bij een verschuiving naar meer ProductDienstsystemen spreken de meeste bronnen van oppurtuniteiten voor meer jobs voor laag­ geschoolden, bijvoorbeeld in jobs die te maken hebben met onderhoud.” onderhevig is aan concurrentie uit lageloonlanden. Meer hersteleconomie kan op zichzelf ook een beperkte aangroei van jobs genereren. Het is logisch dat indien een product hersteld moet worden

per se veel meer jobs zal opleveren in zijn totaliteit, noch op zichzelf de totale tewerkstelling zal verminderen, al zijn er duidelijk wel opportuniteiten voor meer tewerkstelling aan verbonden.

“Een mogelijk onaan­ genaam neveneffect van meer dienst­ verlening kan zijn dat die diensten onderwerp kunnen uitmaken van meer en meer outsourcing. diensten op zichzelf de jobinhoud van jobs in bepaalde activiteiten niet grondig zal veranderen. In dat geval zal gekeken moeten worden naar noodzakelijke vorming en opleiding. Op zichzelf hoeft een verschuiving naar meer product-dienstsystemen geen impact te hebben op werkvoorwaarden en werkomstandigheden. Echter, een mogelijk onaangenaam neveneffect van meer dienstverlening kan zijn dat die diensten onderwerp kunnen uitmaken van meer en meer outsourcing. Dat kan op zijn beurt betekenen dat dezelfde opdrachten die aan betere voorwaarden binnen één bedrijf werden verricht, kunnen gebeuren door een externe dienstverlener, waar de voorwaarden minder interessant zijn voor werknemers. Jorre Van Damme, coördinator A&M Bronnen: • Joris Van Ostaeyen, “Product-Dienstsystemen en onderhoud – Duurzaamheid aan winstgevendheid koppelen”, Maintenance Magazine no 94, maart 2009 • European Parliament – Directotate general for internal affairs Study,“Leasing Society”, november 2012 • OVAM, “Producten worden diensten: een duurzame waardepropositie voor Vlaanderen”, juni 2010

am magazine jaargang 2013 nr 2

11


Bedrijf in de kijker:

Scania Parts Logistics (Opglabbeek)

Interview met Patrick Verheyen (LBC) en Filip Daniëls (BBTK)

Scania is één van de grootste producenten van zware trucks, bussen, industrieen scheepsmotoren. Scania Parts Logistics in Opglabbeek is het wereldwijde distributiecentrum van Scania onderdelen. We spraken er met afgevaardigden Patrick Verheyen (LBC) (r.) en Filip Daniëls (BBTK) (l.) over het nieuwe magazijn en kantoorruimte in constructie, dat zo duurzaam mogelijk gebouwd wordt. Daarbij werd niet enkel gezorgd voor een maximale energie-efficiëntie, maar ook voor meer comfort voor de werknemer. Zo is eén van de zaken die bij de nieuwbouw hoort, de installatie van slimme lichtkoepels, die hier ook een mooi voorbeeld zijn van een product-dienstsysteem (zie ook kaderstuk bij het hoofdartikel van dit magazine). 12

am magazine jaargang 2013 nr 2


DOSSIER Productdienst­systemen

bedrijf in de kijker

en nood hadden aan meer zonlicht. Met de genomen maatregelen is er op die vlakken toch een ganse verbetering op komst. Op termijn zulllen ook in het laaggedeelte van het eerste magazijn lichtkoepels geplaatst worden.

Wat is jullie functie bij Scania? Filip: 18 jaar geleden ben ik hier begonnen in het magazijn, eerst als goederenbehandelaar en daarna als teamleader van de nachtshift. Maar sedert een jaar of 9 ben ik materiaalplanner en werk ik in dagpost. Mijn verantwoordelijkheid is ervoor te zorgen dat de artikelen van mijn assortiment voorradig zijn voor levering aan onze klanten. Ik heb dagelijks conctact met onze leveranciers, fabrieken die onderdelen produceren voor Scania. Sedert 13 jaar ben ik actief bezig met vakbondswerk binnen het Comité ter Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW), de Ondernemingsraad (OR) en de Syndicale Delegatie (SD).

binnen het bedrijf gebruiken om andere mensen bij te staan. Scania is bezig met het zo duurzaam mogelijk maken van de nieuwbouw.

Patrick: Ik werk hier als zogenaamde Quality Analyst’, en controleer de kwaliteit van de onderdelen. Het is mijn 2e mandaat bij de OR en sinds kort zetel ik ook in de SD.

Speelden jullie als vakbonden een rol bij de duurzame nieuwbouw? Patrick: We hebben bij de nieuwbouw niet direct een rol gespeeld, maar worden wel altijd geïnformeerd en kunnen via het CPBW meepraten als daar nood aan zou zijn. Wél proberen we, ook als vakbond, om de ‘nieuwe technieken’ in het nieuwe gebouw ook zoveel mogelijk toe te laten passen op de reeds bestaande gebouwen.

Patrick: Scania maakt vrachtwagens en bussen, we zitten dus sowieso al een beetje in de hoek van de ‘milieuvervuilers’. Daarom hebben we er alle belang bij om te tonen dat ook in onze sector vergroening mogelijk is.

Vinden jullie het als vakbond belangrijk dat het bedrijf zo’n maatregelen neemt? Filip: Ik vind dit superbelangrijk. Jaarlijks is er een enquête bij de werknemers en daaruit bleek ook nu weer dat werknemers last hadden van tocht

Zien jullie nog kansen om te vergroenen op ander vlakken op jullie bedrijf? Patrick: We proberen al lang om een extra fietsvergoeding voor onze medewerkers te bekomen, maar voorlopig heeft Scania hier helaas geen oren naar.

Wat is jullie drijfveer om dit engagement op te nemen als afgevaardigde? Filip: Het is belangrijk dat we hier nog heel lang kunnen werken. We moeten dus samen met de collega’s en directie nadenken over de toekomst van het bedrijf en ons gezond verstand gebruiken. Ik vind het ook heel belangrijk dat we binnen het bedrijf de werkomstandigheden bespreekbaar kunnen maken, die hier overigens niet slecht zijn. Patrick: Ik wou mijn 20 jaar ervaring

Patrick Verheyen (LBC)

Een aspect daarvan is het werken met lichtkoepels (zie kader). Zien jullie hierbij ook voordelen voor de werknemers? Filip: Jazeker, elke persoon heeft zonlicht nodig, en met deze koepels is de benadering het grootst. Het voordeel hierbij is dat mensen zich beter gaan voelen. Patrick: Aangezien de koepels geen warmte binnenlaten zal het ook aangenaam zijn en blijven tijdens de zomer.

“Elke persoon heeft zonlicht nodig en met onze licht­ koepels is de benade­ ring het grootst. Het voordeel hierbij is dat mensen zich beter gaan voelen.”

Filip Daniëls (BBTK) am magazine jaargang 2013 nr 2

13


Uit een jaarlijkse enquête bij de werknemers bleek dat ze last hadden van tocht en nood hadden aan meer zonlicht. Met de maatregelen die genomen worden in het nieuwe gebouw wordt aan die verzuchtingen tegemoetgekomen.

n en Het nieuwe magazij rdt wo e, cti tru ns co kantoorruimte in bouwd. ge lijk ge mo am za zo duur

Nieuw magazijn volgens duurzame principes Scania Parts is een bedrijf in uitbreiding en is momenteel volop aan het bouwen aan een nieuw magazijn van 37.135 m2. In het nieuwe gebouw is ook kantoor- en omkleedruimte voorzien. De nieuwbouw wordt zo duurzaam mogelijk gerealiseerd en de eerste resultaten zijn bemoedigend: volgens een voorlopige meting zal het elektriciteitsverbruik gehalveerd worden, hoewel men ‘slechts’ hoopte op een besparing van 20%.

Een greep uit de genomen maatregelen: ‘Schil’ rond het gebouw Rond het gebouw is een schil voorzien van 10 cm isolatie en een dakisolatie van 15 cm. Dat is dubbel zoveel als wettelijk verplicht is. Op die manier moeten slechts 12 gasverwarmingseenheden geïnstalleerd worden in het magazijn, in plaats van 31. Lichtkoepels Door de installatie van 140 intelligente lichtkoepels, in combinatie met slimme LED-bijverlichting (afhankelijk van het beschikbare daglicht van de koepels) wordt het elektriciteitsverbruik fel gereduceerd. Bovendien wordt ook de warmte buitengehouden. Dit is meteen een mooi voorbeeld van een product-dienstsysteem, want het bedrijf dat de koepels installeerde, verkoopt ‘Lumen1’ in plaats van de verlichting op zich. De LED-bijverlichting is heel zuinig en wordt vanop afstand geregeld door het bedrijf dat de koepels installeerde. Overal zijn ook bewegingssensoren aanwezig. Per geïnstalleerde koepel werd bovendien €25 geschonken aan een liefdadigheidsinstelling. Stralingswarmte en zonnewering Wat de klimaatbeheersing betreft, wordt gewerkt met gasverwarming van bovenaf, die stralingswarmte genereren op momenten dat daar nood aan is. Op die manier wordt tocht vermeden. Aan de zijkant van het gebouw is er glas voorzien om ook daar optimaal gebruik te kunnen maken van het daglicht. Zonnewering zorgt ervoor dat het in de zomer niet te warm wordt. Warmtepomp en vloerverwarming Voor de verwarming van de kleedruimtes en de kantoren wordt een warmtepomp ingezet, die warmte uit de nabije omgeving onttrekt en dus heel wat ecologischer is dan de traditionele verwarmingssystemen. De warmtepomp wordt gecombineerd met vloerverwarming, zodat de warmte zo efficiënt en aangenaam mogelijk verspreid wordt.

14

am magazine jaargang 2013 nr 2


A&M in ‘t kort

Repaircafe.be

Weggooien? Mooi niet!

Sustainia 100 De Deense netwerkorganisatie Sustainia heeft de “Sustainia 100” gepubliceerd: een gids met 100 oplossingen die onze economieën versneld kunnen helpen verduurzamen. De gids is een handige gids doorheen de bekendste duurzame oplossingen van dit moment. Sustainia claimt dat de 100 werden gekozen op basis van hun potentiële impact. De meeste van de 100 oplossingen zijn technologisch in de kern maar een deel van de duurzame innovatie zit vaak in de diensten die er rond worden gebouwd. De oplossingen werden ingedeeld in 10 categorieën: bouwen, voeding, mode, transport, IT, onderwijs, energie, gezondheid, steden en grondstoffen. Wat wijst op hoe het streven naar duurzame verandering niet beperkt is tot hernieuwbare energie en mobiliteit maar een heel breed domein is. Daarom ook dat Sustainia als netwerkorganisatie tracht bedrijven, ngo’s, overheden en kennisinstellingen met elkaar te verbinden. Want duurzame transitie is quasi onmogelijk zonder alle maatschappelijke spelers aan boord te heisen.

Wat doe je met een stoel waarvan een poot los zit? Met een broodrooster die niet meer werkt? Met een wollen trui waar mottengaatjes in zitten? Weggooien? Mooi niet! Repareer ze in een Repair Café. Repair Cafés zijn gratis toegankelijke bijeenkomsten die draaien om (samen) repareren. Op de locatie waar het Repair Café wordt gehouden, is gereedschap en materiaal aanwezig om alle mogelijke reparaties uit te voeren. Op kleding, meubels, elektrische apparaten, fietsen, speelgoed etc... Ook reparatiedeskundigen zijn aanwezig, zoals elektriciens, naaisters, timmerlieden en fietsenmakers. Bezoekers nemen van thuis kapotte spullen mee. In het Repair Café gaan ze samen met de deskundigen aan de slag. Zo valt er altijd wel wat te leren. Wie niets heeft om te repareren, neemt een kop koffie of thee, of gaat helpen bij een reparatie van iemand anders. Je kunt ook altijd inspiratie opdoen aan de leestafel, waar boeken over repareren en klussen ter inzage liggen. Waar en wanneer een Repair Café gepland is, vind je terug op www.repaircafe.be

Waarom een Repair Café? In Europa gooien we ontzettend veel weg. Ook dingen waar bijna niets mis mee is, en die na een eenvoudige reparatie weer prima bruikbaar zouden zijn. Helaas zit repareren bij veel mensen niet meer in het systeem. Mensen weten niet meer hoe dat moet. Reparatiekennis verdwijnt snel. Het Repair Café brengt daar verandering in! Spullen worden langer bruikbaar gemaakt en hoeven niet te worden weggegooid. De hoeveelheid grondstoffen en energie die nodig is om nieuwe producten te maken, wordt beperkt. Evenals de CO2-uitstoot.

Repair Cafés in Vlaanderen In Vlaanderen heeft de Stichting Repair Café een partnership met het Netwerk Bewust Verbruiken (NBV). NBV gaat het Repair Café concept vanaf 2013 in Vlaanderen verspreiden, in samenwerking met partners LETS Vlaanderen, Transitie Vlaanderen, KOMOSIE en Netwerk Tegen Armoede. De Cafés worden in eerste instantie uitgetest in Vlaams-Brabant, dankzij de steun van de provincie Vlaams-Brabant.

Bron: www.zeronaut.be

Het rapport kun je downloaden via http://tinyurl.com/jwy98fc am magazine jaargang 2013 nr 2

15


Beste bedrijfsleider, HR- of CSR-manager, mobiliteitscoördinator, preventieadviseur, Beste Car Free - deelnemer in spe, Steeds meer bedrijven en ondernemingen zetten actief in op het promoten van duurzaam woon-werkverkeer. Met Car Free Day geven Taxistop en Bond Beter Leefmilieu uw bedrijf de kans om te bouwen aan een gezonder imago en een duurzaam mobiliteitsbeleid. Wij sporen immers alle werkgevers en hun werknemers aan om op 19 september 2013 de auto een dag thuis te laten en te kiezen voor aantrekkelijke duurzame alternatieven, zoals de fiets, de trein of carpoolen. Of u kan de mogelijkheid bieden om van thuis uit, of van op een collectieve werkplaats te werken. Zo helpt u mee files en de bijbehorende stress te vermijden. Taxistop en BBL bieden u de nodige ondersteuning!

Voordelen voor uw bedrijf: - deelname is gratis, en u bespaart op termijn diverse kosten (brandstofkosten, parkeerplaatsen, …) - u onderstreept het milieuvriendelijk imago van uw bedrijf - wordt door het invoeren van het nieuwe werken een nog meer aantrekkelijke werkgever voor nieuwkomers - een dergelijke actiedag zorgt voor extra collegialiteit. - Car Free Day is een ideale gelegenheid om uw mobiliteitsaanpak bij te sturen - er vallen leuke prijzen te winnen - Car Free Day en deelnemende bedrijven krijgen jaarlijks veel media-aandacht.

Gratis deelnemen? Dat kan via www.carfreeday.be. Daar vindt u ook alle nodige info, en tips en tricks. Bedrijven en organisaties die inschrijven voor 17 augustus, krijgen een gratis pakket met promotiemateriaal. Door aan te melden voor de nieuwsbrief blijft u bovendien op de hoogte van de laatste nieuwtjes.

Wat na Car Free Day? Doe mee met “Van5Naar4” Na Car Free Day bieden we u met Van5Naar4 een vervolgprogramma aan. Van5Naar4 (V5N4) is een prijswinnend mobiliteitsspel en daagt bedrijven uit om bewuster met duurzaam woon-werkverkeer om te gaan. Hiermee kunt u uw imago een flinke impuls geven. De methode is simpel: van elke vijf werkdagen wordt voortaan minstens één dag anders gereisd of gewerkt. Heeft het ‘nieuwe werken’ bij u de volle aandacht? Kiest u voor een duurzame bedrijfsvoering en mobiliteits­aanpak, maar mist u hierin de structuur of het inzicht? Zoekt u een middel om een bijdrage te leveren aan de bereikbaarheid van de regio? Dan is V5N4 hét promotiemiddel waarmee u een positieve gedragsverandering teweeg brengt.

Voor inschrijving of meer info: www.carfreeday.be Met vriendelijke groeten, Elke Vandenbroucke, Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen (BBL) elke.vandenbroucke@bblv.be, tel. 02 282.19.45

Josefien Maes, Taxistop jma@taxistop.be, tel. 09 242 32 23

Car Free Day is een actie van Taxistop en Bond Beter Leefmilieu, in het kader van de Week van de Mobiliteit, in samenwerking met volgende partners:


Am magazine 02 2013