Issuu on Google+

BelgiĂŤ-Belgique PB Brussel 5 P209314

magazine

Driemaandelijkse uitgave van Arbeid & Milieu vzw - jaargang 2013 - nr 4 - oktober - november - december

Bedrijf in de kijker: JAGA nv DOSSIER bedrijven in transitie

Duurzame bedrijven voor duurzame jobs

Delegees aan het woord:

p4

p8

Afgiftekantoor: 1050 Brussel 5/ Afzender: A&M, Tweekerkenstraat 47, 1000 Brussel

Deceuninck nv


colofon AM magazine is een driemaandelijkse uitgave van Arbeid & Milieu vzw. Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel Tel +32 (0)2 325 35 01 secretariaat@a-m.be, www.a-m.be

in Am magazine #4 - 2013 Duurzame bedrijven voor duurzame jobs

Bedrijf in de kijker: JAGA nv

Het secretariaat van Arbeid & Milieu vzw is op alle gewone werkdagen, van 9u tot 17u bereikbaar. Redactie: Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel Druk: De Wrikker Lay-out: bigtrees. Foto cover: Thijs Calu Arbeid & Milieu magazine is een initiatief van Arbeid & Milieu vzw. Arbeid & Milieu vzw is een samenwerkingsverband waarin de arbeidersbeweging en de milieubeweging paritair vertegenwoordigd zijn. De arbeidersbeweging is momenteel vertegenwoordigd door het ABVV, ACV en ACLVB. De milieubeweging wordt vertegenwoordigd door de Bond Beter Leefmilieu. A&M magazine biedt, aan de hand van reportages, interviews, achtergrondartikels, colums en praktische tips, informatie over thema’s die zich situeren op het raakvlak tussen arbeid en milieu. Om de band tussen arbeid en milieu aan te tonen en te bevorderen. Want wij denken dat het absoluut noodzakelijk is om sociaal en ecologisch welzijn met elkaar te verzoenen. Zonder dat geen duurzame ontwikkeling. Een jaarabonnement op A&M magazine kost € 17,50. U kunt zich abonneren door dit bedrag te storten op het rek.nr. BNP Paribas Fortis BE54 0011 4959 5597, met vermelding 'Abonnement 2013'. Geef ons ook je exacte adres en contactgegevens door via mail of telefoon en laat weten of je een factuur wenst. Geïnteresseerd in een proefnummer van A&M magazine? Contacteer ons op tel: +32 (0)2 325 35 01 of secretariaat@a-m.be Arbeid & Milieu vzw bestaat sinds 1988 en bracht voorheen 'Arbeid en Milieu Nieuws' uit. Redactieraad: Thijs Calu, Bert De Wel, Mike Desmet, Dominique Kiekens, Suzanne Kwanten, Brecht Van Roey, Fredrik Snoeck, Joris Van Damme, Sara Van Dyck, Pieter Verbeek en Timothy Wyffels. VU: Joris Van Damme Tweekerkenstraat 47 - 1000 Brussel AM Magazine wordt gedrukt op kringlooppapier. Het tijdschrift wordt gedrukt met vegetale inkten en zonder toevoeging van alcohol of alcohol vervangende producten. De redactie is niet gebonden door de inhoud van de genomen advertenties. Mits voorafgaande toestemming mogen artikels overgenomen worden. Dit kan alleen maar de betere verspreiding van milieu-informatie in al zijn facetten ten goede komen.

2

4

DOSSIER bedrijven in transitie

Interview Jan Moens – sectoraal verantwoordelijke voor de distributiesector (ACLVB)

DOSSIER bedrijven in transitie

10

DOSSIER bedrijven in transitie

8

Delegees aan het woord: Marc Deman (ACV) en Philippe Havegheer (ABVV) van Deceuninck nv

DOSSIER bedrijven in transitie

16

In dit nummer 3 Editoriaal: Klimaattop Warschau anno 2013: oliemaatschappijen als sponsor, schone lucht kopen en gebakken lucht verkopen, ... voor het middenveld is de maat vol. 4 Duurzame bedrijven voor duurzame jobs Bedrijven kunnen intern hun eigen transitie maken, dat wil zeggen dat ze zichzelf innoveren en veranderen en dan ook blijven bestaan, zij het met een gewijzigde activiteit en jobs die mogelijk een andere invulling krijgen. Dan spreken we van bedrijven in transitie, het thema van deze editie van AM Magazine. 8 Interview Jan Moens – sectoraal verantwoordelijke voor de distributiesector (ACLVB) Jan Moens wil ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ (MVO) als thema introduceren binnen de werking van de betrokken paritaire comités en indien mogelijk zelfs in de sectorale CAO’s in de distributiesector.

am magazine jaargang 2013 nr 4

10 Bedrijf in de kijker: JAGA nv (Diepenbeek) AM Magazine sprak met verantwoordelijken van de 3 vakbonden van JAGA, de Limburgse producent van energiezuinige radiatoren. Er wordt een ambitieus innovatiebeleid gevoerd, maar wat betekent dit voor de mensen op de werkvloer? En worden de vakbonden hierbij betrokken? 16 Delegees aan het woord: Marc Deman (ACV) en Philippe Havegheer (ABVV) van Deceuninck nv Deceuninck, designer en fabrikant van bouwproducten met een zo laag mogelijk isolatiepeil investeerde vorig jaar in een nieuwe recyclage-activiteit in haar vestiging te Diksmuide. AM Magazine sprak met 2 afgevaardigden van de grootste recyclingfabriek voor harde PVCproducten in de Benelux. 19 A&M in ’t kort Naar een nieuwe industrialisering van en voor de metaalsector Rethink Refit: Europees vakverbond in verweer tegen deregulering in veiligheidswetgeving


Editoriaal Klimaattop Warschau anno 2013: oliemaatschappijen als sponsor, schone lucht kopen en gebakken lucht verkopen, ... voor het middenveld is de maat vol. Van 18 tot 24 november hield het Vlaams ABVV zijn Klimaatweek. Aan de ingang van een grote winkelketen werden mensen gevraagd of zij aan energiebesparing deden, en of ze ook de noodzaak inzagen om aan de volgende generaties te denken. Veel onverschillige en ontwijkende blikken gezien, een aantal positieve reacties, maar ook deze: “dat ze maar vlug meer olie oppompen om de economie weer wat te doen draaien, dan kan ik mij een grotere auto aanschaffen”. Uiteraard was dit een provocatie, maar ik maak me ook geen illusies: er bestaat een aanzienlijke onderstroom in onze samenleving die willens en wetens het kortetermijn eigenbelang (of zelfs pure hebzucht) boven dat van anderen en van volgende generaties plaatst. Vermoedelijk waren er tussen de talrijke afwijkende blikken een deel mensen die hetzelfde dachten, maar beleefd wilden zijn en haastig doorliepen. En toch geloof ik niet dat dit een houding is van een meerderheid van de mensen. Er is namelijk ook een grote groep mensen voor wie elke dag de vraag leeft of ze nog een job gaan hebben om in hun basiscomfort te voorzien, laat staan de nieuwste en grootste patserbak kunnen aanschaffen. En ja, voor hen is het ook belangrijk dat hun kinderen nog een leefbare

planeet erven van de vorige generaties. Voor die groep van mensen is het belangrijk dat er een goede verstandhouding bestaat tussen mensen uit de arbeidersbeweging en die uit de milieubeweging. Arbeid & Milieu, het Transitienetwerk van het Middenveld en de Klimaatcoalitie getuigen van die groeiende verstandhouding. Een aantal sociale en milieuorganisaties trok naar aanleiding van de recentste klimaattop met een trein naar Warschau, om daar de groep vakbonden en NGO’s te vervoegen die ook deelnamen aan de top. Omdat die top, die het gastland Polen op cynische wijze liet sponsoren door notoire CO2 uitstoters, op niets dreigde uit te draaien, besloot die groep om een sterk signaal te sturen naar de regeringsleiders aan de onderhandelingstafel. Alsof er geen dodelijke tyfoon was in de Filipijnen of een rapport van het IPCC dat de urgentie van de opwarming klaar en duidelijk bewijst. Dat gebrek aan klimaatambitie van de overheid bleek nadien uit het veel te magere resultaat: 3,25 miljoen euro Belgisch geld in een Adaptatiefonds om de getroffenen van de gevolgen van klimaatverandering in het zuiden te helpen, en de belofte om in de toekomst te beloven iets te doen aan de oorzaak. Voorlopig doen we nog even alsof, via het

aankopen van schone lucht: voor 194 miljoen euro sinds 2008. Maar interessant vond ik vooral een bijdrage van collega Mathias Bienstman van de BBL in zijn blog over de klimaattop in De Morgen. Ik citeer hem nu, omdat ik er weinig aan toe te voegen heb: “Een helikopter die de klimaattrein volgde van de Poolse grens tot Warschau. Politieagenten in alle treinstations, aan wegovergangen of gewoon in de struikjes verscholen. (…) Is betogen voor een goed klimaatbeleid hier in Polen zo ongewoon? Achteraf bleek het allemaal wel mee te vallen. De mijnwerkers hadden hun (tegen)betoging afgeblazen, na druk vanuit de overheid en de internationale vakbond. (…) Een confrontatie tussen de optocht voor klimaatrechtvaardigheid en de mijnwerkers was trouwens hét nachtmerrie scenario. De initiatiefnemers van de klimaattrein wilden net voor een toenadering zorgen tussen beide groepen. De dag na de optocht organiseerden ze een gesprek tussen ngo’s en vakbonden. Volgens de Poolse vakbondsman uniek: ‘Twee jaar geleden zouden we hier nooit gezeten hebben. Maar langzaamaan verschuift ook onze positie, onder meer door een klimaatbewuste jongere generatie die in onze organisatie actief wordt.’ Dat debat leerde dat een

sterke sociale bescherming een voorwaarde is voor de energietransitie. De Poolse situatie, waarbij de vakbonden zich heftig verzetten tegen de uitstap uit steenkool en Polen het Europese klimaatbeleid tegenhoudt, geraakt zonder een sociale agenda nooit gedeblokkeerd. Het is belangrijk dat de transitie richting duurzame energie jobs oplevert. Maar het is nog een stuk belangrijker dat er een antwoord is voor diegenen die hun job verliezen. Zolang de angst voor inkomensverlies door de hoofden van de mijnwerkers spookt, zullen ze zich met hand en tand verzetten tegen de transitie. Dat de neoliberale Poolse regering niet inzet op die uitbouw van de sociale bescherming is op termijn mogelijk een stuk slechter voor het klimaat, dan haar desinteresse voor hernieuwbare energie. (…)” Jorre Van Damme Coördinator Arbeid & Milieu

am magazine jaargang 2013 nr 4

3


Duurzame bedrijven­ voor duurzame jobs De transitie naar een ecologisch duurzame en sociaal rechtvaardige economie en samenleving is een uitdaging die zich op alle niveaus van de maatschappij afspeelt. Het gaat over politieke keuzes maken, over gedragsverandering op vlak van wonen, verplaatsen en consumeren, en over investeren in de toekomst. Op economisch vlak spreekt men vaak van grote en kleine verschuivingen tussen en binnen sectoren, over nieuwe business modellen, nieuwe activiteiten die ontstaan, enzovoort... Dat betekent ook dat sommige bedrijven en hun jobs kunnen verdwijnen, en er nieuwe zullen ontstaan. Op lange termijn is dat niet noodzakelijk een probleem voor de tewerkstelling in de hele economie. Op korte termijn is dat wel bijzonder onaangenaam voor wie moet vertrekken uit het bedrijf dat de deuren sluit, maar niet meteen past in het profiel van het bedrijf waar de nieuwe jobs gecreëerd worden. Maar… dat hoeft niet altijd zo te gaan.

4

am magazine jaargang 2013 nr 4


DOSSIER bedrijven in transitie Bedrijven kunnen ook intern hun eigen transitie maken, dat wil zeggen dat ze zichzelf innoveren en veranderen en dan ook blijven bestaan, zij het met een gewijzigde activiteit en jobs die mogelijk een andere invulling krijgen. Dan spreken we van bedrijven in transitie, het thema van deze editie van AM Magazine. Verderop in dit nummer laten we de vakbondsafgevaardigden aan het woord die werken in zo’n bedrijf dat zichzelf aanpast en verandert. Maar als korte inleiding kijken we even naar wat zo’n transitie op bedrijfsniveau kan inhouden.

Materialen in kringloop Om iets te maken, heb je grondstoffen nodig. Vlaanderen mag dan wel koploper zijn in recyclage, maar zelfs 93% van een wagen recycleren zal niet meer volstaan. Het gaat er nu juist meer en meer om die resterende 7% te valoriseren. De materialenschaarste komt er snel aan, en voor veel bedrijven is het probleem van toevoer van materialen nu al geen verre toekomstmuziek meer, maar dagelijkse realiteit. Zeker in de cleantech, een verzamelnaam voor technologie die onze duurzame economie moet schragen en waar Vlaanderen ook goed in is, is er voor sommige cruciale metalen al een regelrechte war on metals aan de gang om toegang tot die grondstoffen te verzekeren. In Europa hebben we die niet in een traditionele mijn zitten, maar

sluiten van materialenkringloop van wieg tot wieg (Cradle 2 Cradle) is het enige mogelijke duurzame antwoord hierop. Het bedrijf dat hieraan werkt, is een bedrijf dat toekomst heeft. Het bedrijf dat met materialenschaarste te maken krijgt en alleen naar de eerstvolgende levering kijkt, riskeert op middellange of lange termijn de deuren te moeten sluiten.

Minder energie en andere energie De energiekost weegt steeds zwaarder door bij bedrijven, en zeker voor de energie-intensieve productieve industrie. Die kost stijgt door het duurder worden van de eindige fossiele brandstoffen, waar bovendien steeds meer vraag naar is op wereldvlak, en door de noodzakelijke maar kostelijke investeringen in duurzame energie en het slimme netwerk dat daarvoor nodig is. Goedkopere energie, zoals het Amerikaanse schaliegas nu voor de industrie daar tijdelijk de factuur verlicht, is een aantrekkelijke, maar valse oplossing. Uiteindelijk zullen we de noodzakelijke investeringen moeten doen, en dus ook betalen. De enige rationele keuze is om die investering wel te doen, en die factuur eerlijk te verdelen en te verlichten door massaal aan energiebesparing te doen. Ook op bedrijfsniveau moet dit de hoogste prioriteit krijgen. Meer en meer bedrijven kiezen ook voor een investering in eigen, hernieuwbare energieproductie, om meer onafhankelijk te worden van de

“Bedrijven kunnen ook intern hun eigen­ transitie maken, dat wil zeggen dat ze zichzelf­innoveren en veranderen en dan ook blijven bestaan, zij het met een gewijzigde­activiteit en jobs die mogelijk een andere invulling krijgen.” dat is ook niet nodig. We zwemmen in de materialen, we mogen ze alleen niet verspillen, weggooien of verbranden. Urban mining, enhanced landfill mining (in beperkte mate), maar bovenal het

volatiliteit van de fossiele brandstofprijzen. Ook hier kunnen we weer stellen: het bedrijf dat investeert in energiebesparing en/of eigen duurzame energieproductie, is een bedrijf dat toekomst heeft. Het

dossier

bedrijf dat met stijgende energiekosten te maken krijgt en alleen naar onmiddellijk zichtbare maar tijdelijke lapmiddelen kijkt (zoals besparen op lonen en jobs), riskeert ook op middellange of lange termijn de deuren te moeten sluiten.

Better, not cheaper! Blijven innoveren en mikken op nieuwe markten is vaak de enige uitweg om uit de prijzenoorlog te blijven en sociale dumping af te houden. Kwalitatieve producten en kwaliteitsvolle jobs gaan vaak hand in hand. De uitdaging is dus om dingen beter te maken, zodat niet alleen de prijs telt. Veel ligt hier uiteraard in handen van de vooruitziendheid en ambitie van het management. Maar evengoed zien we dat bedrijven waar werknemers actief betrokken worden in innovatieprocessen, veel succesvoller zijn in het innoveren en het afleveren van kwaliteit. Meer nog: vaak is grondige, snelle en succesvolle innovatie alleen maar mogelijk omdat er in het bedrijf een stevige basis aanwezig is van respect, werknemersbetrokkenheid en vertrouwen.

Nieuwe business modellen Vooral de hierboven beschreven materialenschaarste zal leiden tot nieuwe business modellen. In onze 2e editie van AM Magazine gingen we uitgebreid in op product-dienstsystemen, de relatie met jobs en arbeid en het potentieel van een hersteleconomie die herleeft. Producten worden diensten. Een nieuw business model dat opgang maakt hoeft niet te betekenen dat dit meteen ook het verdwijnen van één bedrijf en het verschijnen van nieuw bedrijf inhoudt. In een overgangsfase kan binnen één bedrijf of binnen één groep geëxperimenteerd worden met de uitbouw van nieuwe productdienstcombinaties en het aanboren van nieuwe markten.

Een omgekeerde piramide is gedoemd om te vallen Als we ervan uitgaan dat er bedrijven gaan verdwijnen en andere gaan ontstaan, en we spreken van een verschuiving van een loutere productie en verkoop van producten naar meer proam magazine jaargang 2013 nr 4

5


duct-dienstsystemen, bedoelen we zeker niet dat er geen plaats meer is voor een productieve industrie. Wel integendeel, hopen we. Onze huidige economie, waar een steeds groter aandeel diensten steunt op een steeds kleiner aandeel maakindustrie, ook de “omgekeerde piramide” genoemd, is op termijn niet houdbaar. De bedoeling mag niet zijn en kan ook niet zijn dat we alle productieve bedrijven laten verdwijnen met het argument dat de diensteneconomie die nieuwe jobs wel zal vervangen. Geen productieve industrie, geen diensten.

zou ons te ver leiden om alle hefbomen hiervoor uitgebreid te bespreken, maar we moeten zeker kijken naar: sociale innovatie op de werkvloer, vorming en opleiding van het personeel, veiligheidsen gezondheidsrisico’s inschatten en beheersen, enz. … . Syndicale actie in deze situatie gaat dan ook over het bijsturen van noodzakelijke veranderingen richting duurzaamheid om jobs, goede werkvoorwaarden en -omstandigheden te bewaken.

Verandering dankzij, niet ondanks werknemers

Of het nu gaat over materialenkringlopen sluiten, energiebesparing, innovatie of het uitrollen van nieuwe business modellen, er is altijd één rode draad: de bereidheid van een bedrijf om te investeren en dus ook verder te kijken dan de eerstvolgende kwartaalresultaten. Dat is een gegeven waar werknemers helaas weinig vat op hebben, maar dat wil niet zeggen dat vakbond en werknemers niets kunnen betekenen. Syndicale actie kan naast bijsturen ook gaan over het aansturen van een bedrijf door suggesties te doen op

Als bedrijven de juiste keuze maken en zichzelf inschakelen in een duurzame economie, zal ernstig moeten gekeken worden naar hoe dat gebeurt. En daar spelen vakbonden ook een grote rol, en hebben ze ook een grote verantwoordelijkheid. Kort samengevat moet het de bedoeling zijn dat deze veranderingen, groot en klein, mede dankzij en dus met de werknemers gebeurt, en niet ondanks of op de rug van de werknemers. Het

CPBW en OR om duurzamere alternatieven te overwegen, over een vraag op een OR naar de weerbaarheid van het bedrijf in het licht van de materialenschaarste, enz. … Jorre Van Damme, coördinator

Investeren is de boodschap!

Met het plantaardig, wit dakmembraan Derbipure schrijft Derbigum geschiedenis. De Belgische specialist in waterdichte en energiebesparende dakbedekkingsmaterialen brengt in wereldprimeur een volwaardig ecologisch alternatief op de markt voor bitumineuze roofing. Derbipure, op basis van plantaardige oliën en harsen, is het gevolg van twee jaar intensieve research en kreeg het Cradle to Cradle®-certificaat toegekend. Het plantaardig dakmembraan past binnen de ‘greennovation’-strategie. Bedoeling is om deze gepatenteerde technologie op termijn te gebruiken voor alle bitumenhoudende producten. De klassieke, zwarte roofing op basis van aardolie was tot acht jaar geleden het enige metier van Derbigum. Ze waren toen volledig afhankelijk van de petroleumprijzen en moesten opboksen tegen multinationals met miljarden euro omzet. Vandaar dat Derbigum enkele jaren geleden al startte met de zoektocht naar alternatieve grondstoffen. Derbigum heeft de prioriteit gelegd op innovatie en milieuvriendelijke nicheproducten. En dienstverlening bij grote projecten in plaats van alleen maar productie. Ze zijn een nichespeler in een markt van miljardenbedrijven. Die hebben geïnvesteerd in productie-efficiëntie en schaalvoordelen. Derbigum in onderzoek en ontwikkeling. Mocht het bedrijf enkel zwarte rollen zijn blijven maken, dan bestond het nu niet meer. Of was het allicht stukken kleiner. Bron: De Tijd, 20 september 2013

6

am magazine jaargang 2013 nr 4


DOSSIER bedrijven in transitie

dossier

Copyright G&G International

Copyright G&G International

G&G International, met een productiesite langs het kanaal van Willebroek, is een gevestigde, wereldwijde leider in het ontwerpen en de fabricage van grote drukvaten voor de olie-en gas-, chemische en petrochemische industrie. G&G International is een gerenommeerde en gevestigde waarde voor het bouwen van offshore projecten. Deze realiseren ze voor de traditionele energiesector (olie en gas). Maar sinds enige tijd zijn ze ook actief in de sector van de windenergie. Voor dit segment bouwen ze funderingen voor offshore windparken, offshore meteorologische meettorens en installatie-apparatuur zoals verankering frames. G&G heeft zijn strepen verdiend in dit segment dankzij succesvolle offshore wind projecten waarbij ze instonden voor de productie van funderingsstructuren en andere specifieke structuren. Ze werkten al voor prestigieuze projecten zoals Riffgat, Northwind, Thornton Bank, Valemont Field, Ormonde, Greater Gabbard, Narec, ... Daarnaast fabriceerden ze ook al jackets, piling frames, jack-up legs en piling spreads voor de offshore installatie van offshore windturbineparken. Bron: http://gginternational.be/nl

am magazine jaargang 2013 nr 4

7


interview jan moens Sectoraal verantwoordelijke voor de distributiesector (ACLVB)

Jan Moens (ACLVB) is sectoraal verantwoordelijke voor de distributiesector. Hij vertegenwoordigt de Liberale Vakbond in een aantal paritaire comités , waar hij mee sectorale CAO’s onderhandelt, waarbij het dan hoofdzakelijk gaat over afspraken inzake arbeidsomstandigheden, arbeidsduur, verloningen, enz. Daarnaast woont hij verzoeningsbureaus bij als er problemen of conflicten zijn binnen een bepaald bedrijf. Voor een aantal bedrijven coördineert hij eveneens de werknemersvertegenwoordiging voor de ACLVB (o.a. voor Makro en Carrefour). Het is vooral in de laatste hoedanigheid dat we hem spreken over een ambitieuze doelstelling: het introduceren van het thema MVO binnen de werking van de betrokken paritaire comités en indien mogelijk zelfs in de sectorale CAO’s in de distributiesector (zowel voor de groothandel als de kleinhandel).

8

am magazine jaargang 2013 nr 4


interview

AM: Je wil ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’ (MVO) introduceren in de werking van de paritaire comités van de distributiesector. Vanwaar de motivatie om dit te doen? Is er nog geen beweging bij de ketens op dit vlak? Jan Moens: Het klopt dat heel wat bedrijven binnen de distributiesector bezig zijn met dit thema. Bijna iedereen lijkt bezig te zijn met “duurzaam ondernemen”. Maar volgens mij pikken de meesten dit thema op omdat het een mooi uithangbord is, terwijl ze dit verhaal niet altijd even consequent toepassen. Je kan uitpakken met het feit dat er zonnepanelen op je dak liggen, en ondertussen koffie verkopen die misschien – figuurlijk - niet zo zuiver is. Wat ik ook onbegrijpelijk vindt is dat – zelfs binnen Europa – een bedrijf in België uitpakt met het feit dat er sociaal overleg is en werknemers goed behandeld worden, terwijl dat bedrijf 3 landen verder plots totaal andere regels hanteert, binnen eenzelfde internationale bedrijfsvoering, waarbij men zich dan verbergt achter de nationale wetgeving, alsof dit dan zulke discriminatie aanvaardbaar maakt. Ik wens een soort ‘level playing field’ te zien ontstaan, waarin iedereen zich aan een aantal basisprincipes houdt, wat dan een aanzet kan zijn om de zaken op lange termijn op een gelijkaardige manier aan te pakken. AM: Wat zou volgens jou de basis moeten zijn voor die principes? Jan: Via contacten met mensen van Amnesty International, Sustenuto, Kauri, de schone kleren beweging, enz… stootte ik op de ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’1 van de VN. Dat document legt uit hoe bedrijven hun ganse doen en laten tegen het licht van de mensenrechten kunnen houden. Dat gaat ook over respect hebben voor het milieu. Die principes vormen een mooie basis om binnen onze sectoren aan MVO te doen, binnen een gestructureerd kader en niet ieder voor zich en zo maar wat.

Wat voor mij het belangrijkste is, is dat alle spelers in onze sector eerst en vooral erkennen dat men een verantwoordelijkheid heeft en dat die ook effectief hoort opgenomen te worden. Binnen bedrijven zou het toch goed zijn om bijvoorbeeld via een maandelijkse afspraak, samen met de werknemersafgevaardigden, de producten tegen het licht te houden op vlak van oorsprong van de grondstoffen, of er al of niet met onderaannemers wordt gewerkt en welke de sociale omstandigheden daar zijn, enz. Dat is iets wat in de’ Guiding Principles’ duidelijk naar voren komt. We moeten er dan natuurlijk ook op toezien dat de gemaakte afspraken goed worden nageleefd. Als men daar op een ernstige manier mee aan de slag gaat en ook de werknemers en andere stakeholders hierbij betrekt, zal men na verloop ook de meest ‘nijpende’ problemen niet meer uit de weg kunnen gaan. AM: Zoals je al zei hebben vele ketens al een MVO-beleid, dat minstens op papier bestaat. Denk je dat je hen met de invoering van MVO in de sectorale CAO’s verder kunt doen gaan dan met hun eigen vastgelegde principes? Zullen zij het niet als een Trojaans paard beschouwen? Jan: Wanneer zaken in een cao afgesproken worden verplicht men er zich toe om er op een ernstige manier ook mee bezig te zijn, en wordt je hoe dan ook aanspreekbaar. MVO kun je op die manier bekijken als een Trojaans paard, want dan kan men niet meer zeggen dat het je niet interesseert. Durf tegenwoordig maar eens te beweren dat het van geen belang is dat je kleren in Bangladesh gemaakt wordt door kinderen die 1 euro per dag verdienen. Indien je de mensen al niet dwingt om een duidelijk standpunt in te nemen, dan verplicht je hen toch om er over na te denken. Wat mij bijvoorbeeld tegen de borst stoot is dat er vaak gecommuniceerd wordt met grote verklaringen en “charters” rond grote sociale of milieuprojecten die men als commerciële keten ondersteunt,

maar dat er over de manier waarop men met het eigen personeel omgaat heel weinig gezegd wordt. Ook daar kan misschien verbetering gebracht worden door het thema op te nemen binnen de sectorale CAO’s. AM: Hoe valt voor jou het thema ‘milieu’ te rijmen met het verdedigen van werknemers? Jan: Er zijn tal van voorbeelden, denk bijvoorbeeld maar aan de productie van gezandstraalde jeansbroeken. Jeans is sowieso al nefast voor het milieu, en het zandstralen zorgt ervoor dat de werknemers met een stoflong opgezadeld zitten. Ook als consument hebben we daar een verantwoordelijkheid: als die broek heel laag geprijsd staat, is het risico groot dat ze in precaire omstandigheden werd geproduceerd. Het pleiten voor betere arbeidsomstandigheden daar, kan ook een hefboom zijn om hier oneerlijke concurrentie en dumping tegen te gaan. We zijn tegenwoordig zo geconditioneerd om te denken in termen van kosten en loon- en arbeidsvoorwaarden in enge zin, maar het is ook de taak van de vakbonden om thema’s als energiebesparing aan te kaarten op vormingen. We moeten onze mensen zover krijgen dat zij hun werkgever op de rooster kunnen leggen over zaken als isolatie, beglazing, energieverbruik, verspilling in het algemeen… . Velen gaan er nog vanuit dat ze dat niet mogen vragen of dat dat hun taak niet is, maar het tegendeel is waar. Elke cent die niet oordeelkundig wordt uitgegeven is een cent die verloren gaat voor het bedrijf, dus ook voor de werknemers. AM: Hebben jullie als vakbond een invloed op bepaalde fondsen in de sector, die je eventueel ook richting een meer duurzame belegging zou kunnen sturen? Jan: Zeker, het kan en het is ook perfect legitiem om te eisen dat het geld in sectorfondsen en pensioenfondsen ethisch wordt belegd. En dat gebeurt ook. Thijs Calu, educatief medewerker A&M Jorre Van Damme, coördinator A&M

1 De ‘Guiding Principles on Business and Human Rights’ kun je downloaden via http://bit.ly/18WbEUy

am magazine jaargang 2013 nr 4

9


Bedrijf in de kijker:

JAGA nv(Diepenbeek)

Een interview met Luigi Flaminio (ABVV Metaal), Marc Vanfrachem (ABVV Metaal), Patrick Hensen (ACV Metea), Erwin Vangeneugden (ACV Metea) en Ferdy Jacobs (ACLVB)

JAGA staat in Limburg en ver daarbuiten bekend als producent van energiezuinige radiatoren. De excentrieke CEO Jan Kriekels maakte van ‘Innovate or die’ zijn levensmotto, en dat weerspiegelt zich in de producten en strategie van het bedrijf. Maar wat betekent dit concreet voor de werknemers op de werkvloer? Wat vinden zij van de ambitieuze doelstellingen van het bedrijf en worden vakbonden hierbij betrokken? Wordt er voorzien in voldoende vorming en opleiding bij nieuwe productietechnieken? Stof genoeg voor een gesprek dus, dit keer met vertegenwoordigers van de 3 vakbonden. 10

am magazine jaargang 2013 nr 4

JAGA nv (Diepenbeek) Activiteit: Productie en verdeling van radiatoren. Vestigingen: Productiesite in Diepenbeek (moederbedrijf) en een productiesite in Tsjechië. Verder zijn er wereldwijd verdeelcentra. Jaga Diepenbeek staat bekend om zijn energiezuinige radiatoren op maat. In Tsjechië worden nog de zware ‘klassieke’ radiatoren gemaakt. Tewerkstelling: In Diepenbeek zijn een 400-tal mensen tewerkgesteld. In Tsjechië gaat het om 20 à 30 werknemers. Wereldwijd (inclusief de verdeelcentra) biedt JAGA werk aan ongeveer 650 mensen.


DOSSIER bedrijven in transitie AM: Kunnen jullie jezelf even kort voorstellen? Luigi Flaminio: Ik werk hier sinds ‘96 en ben actief bij ABVV Metaal sinds 2000. Ik ben afgevaardigde voor het Comité ter Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW), en reserve voor de Syndicale Afvaardiging (SA). Marc Vanfrachem: Ik werk sedert 2002 bij JAGA. Ik ben vakbondsactief sinds 2004, hoofdafgevaardigde van ABVV Metaal en ik ben effectief lid van de Ondernemingsraad (OR). Patrick Hensen: In 2000 ben ik bij JAGA komen werken. Sinds 2004 ben ik actief binnen de vakbond. Ik ben hoofdafgevaardigde van ACV Metaal en effectief lid van de OR en de SA. Ferdy Jacobs: Ik werk hier ondertussen bijna 40 jaar en ben voor de ACLVB effectief lid van het CPBW en de SA. Erwin Vangeneugden: Ik werk hier sinds ’96 en doe hier al 12-13 jaar vakbondswerk voor het ACV. Ik ben effectief lid van het CPBW en de SA. AM: Hoe verhouden jullie zich tot de andere grote spelers in jullie sector? Luigi: Het grote voordeel ten opzichte van onze concurrenten, die vooral inzetten op massaproductie, is dat we hier maatwerk leveren. Wij maken alles wat de klant vraagt. Als een product hier klaar is hebben een 10-tal mensen dat in hun handen gehad. Hier is weinig geautomatiseerd. Marc: Door die handenarbeid hebben we de mensen ook nodig. Zo kunnen we hier ook mensen aan de slag houden, die je met een geautomatiseerd proces veel minder nodig hebt. Patrick: We zetten ook veel harder in op een laag energieverbruik en intelligente systemen dan onze concurrenten. Zo kunnen de radiatoren naast verwarmen, ook koelen in de zomer, en verluchten. Daarvoor wordt buitenlucht aangetrokken door de muren en gefilterd. Marc: Mochten we niet op die vernieuwende technieken hebben ingezet had

JAGA hoogst waarschijnlijk opgehouden te bestaan. Anders kunnen wij echt niet concurreren met grote concurrenten als Rettig en Vasco, massaproductie is ons ding niet. Onze zogenaamde ‘LOW-H2O’ convectoren verbruiken slechts 1 liter water. Die zijn dus veel sneller opgewarmd en vragen daardoor minder energie dan de standaardradiatoren met 10 liter. Waar we tegenwoordig ook onze corebusiness van maken zijn grote projecten zoals verwarming voor de NATO in Brussel. Maar ook grote projecten in Turkije, Polen, Rusland, Canada, New-York, … Ferdy: Het grote verschil is de kwaliteit van onze producten. Of om het met de woorden van onze baas te zeggen: “Wij zijn geen bakkerij, maar een patissier”.

“Mochten we niet op die vernieuwende­ technieken hebben ingezet had JAGA hoogst waarschijnlijk opgehouden te bestaan.” Patrick: Soms zijn er uiteraard ook zaken die mislukken, maar dat hoort bij een innovatieproces. AM: Er is ook sprake van een ‘Milieuhandboek­’ dat terug te vinden­ is op de website van JAGA. Kunnen jullie iets meer vertellen over de milieu-inspanningen van JAGA? Patrick: We zijn plannen aan het maken om onze oude verwarmingsketels om te bouwen naar verwarmingsketels op gas, die afdeling per afdeling gestuurd kunnen worden. Dat is een grote investering die we na 2 à 3 jaar terugverdiend hebben. We hergebruiken ook de restwarmte van de oven om de bureaus in fabriek mee op te warmen.

bedrijf in de kijker

Luigi: Er is ook onderzocht of we met pellets of biomassa konden verwarmen, maar uiteindelijk bleek dit het meest efficiënte systeem. Maar ze gaan hier dus niet over één nacht ijs. Ferdy: We hebben ook de ambitieuze­doelstelling om op termijn­0% CO2 uit te stoten. AM: Afval is één van de speerpunten in het milieuhandboek. Hoe komt dat tot uiting? Marc: We zijn één van de eerste bedrijven waar afval werd gescheiden. We gebruiken ook zoveel mogelijk materialen die recycleerbaar zijn, zoals karton in plaats van plastic als verpakkingsmateriaal. Patrick: In het machinepark worden oude machines stelselmatig vervangen. Zo hebben we onlangs ook in een nieuwe kartonmachine geïnvesteerd, die veel minder afval produceert. Ondanks de crisis, wordt hier dus nog geïnvesteerd, wat een goede zaak is. Ferdy: Verder hebben we het plasticverbruik verminderd door nu ook in onze producten meer metaal te gebruiken. Het hout dat hier gebruikt wordt, is hout met het FSC-label (afkomstig uit duurzaam beheerde bossen, nvdr.) AM: In het handboek staat ook vermeld dat rekening gehouden wordt met het ‘Cradle to cradle’-principe. Hoe gaat dat concreet in zijn werk? Marc: Elk product is zo geconstrueerd dat je het volledig kunt demonteren om de componenten er achteraf terug uit te halen. Sommige onderdelen zijn helaas nog niet recycleerbaar, bijvoorbeeld plastic ringen. Luigi: We hebben ook al een radiator­ontworpen die volledig was opgebouwd uit petflessen. Marc: De werking van de scheiding van ons intern bedrijfsafval wordt naar de werknemers gecommuniceerd via onze ‘communicatieschermen’. Onze preventieadviseur maakt daarvoor foto’s, om visueel weer te geven wat waar thuishoort.

am magazine jaargang 2013 nr 4

11


Patrick: Een mooi voorbeeld van efficiënt materialengebruik is het gebruik van koper en aluminium voor de warmtegeleiding. Doordat deze materialen zo efficiënt zijn is er van die materialen slechts zeer weinig nodig. AM: Over metalen gesproken: onlangs publiceerde Bernard Mazijn, Professor aan de UGent en afgevaardigd bestuurder van het Instituut vóór duurzame ontwikkeling vzw, een studie over de kwetsbaarheid van de metaalsector in Vlaanderen1 (zie ook de rubriek ‘A&M in ’t kort’, verderop in dit magazine). Conclusie was dat er weliswaar een aantal metalen zijn die we sinds jaar en dag gebruiken in de industrie en waarvan de beschikbaarheid voorlopig geen probleem vormt. Daarnaast zijn er echter een aantal metalen die op korte of middellange termijn heel schaars zullen worden. Sommigen daarvan zouden al in 2015 uitgeput zijn. Dat zijn vooral de materialen die men gebruikt in nieuwe en innovatieve technologieën. Ook JAVA is zo’n bedrijf dat gebruik maakt van vernieuwende technologieën. Zijn jullie hier als vakbond ook mee bezig? Marc: Dat is de zogenaamde ‘War on Metals’. Ik heb de presentatie van de studie ondertussen al 3 keer gezien, en

luigi flaminio

hij slaat de nagel op de kop. Ook wij werken met intelligente sturingen waar die zeldzame metalen inzitten. Met een breed gamma intelligente verwarmingen zijn we er ook van afhankelijk, daar moeten we in de toekomst zeker op inspelen. Het probleem zal zijn dat de nieuw opkomende markten zoals China

stuurd naar Azië, om de toestand van onze grondstoffen te controleren. Ferdy: Er wordt hier inderdaad ver vooruitgekeken, zodat we die grote schaarste hopelijk niet hoeven mee te maken. Marc: Onze CEO zal hier zeker mee bezig zijn en dat is dat natuurlijk een goed teken, maar wij weten intussen

“Elk product is zo geconstrueerd dat je het volledig­kunt demonteren om de componenten­er achteraf terug uit te halen. Sommige onderdelen zijn helaas nog niet recycleerbaar­, bijvoorbeeld plastic ringen.” en Indië protectionistisch beginnen te reageren omdat ze zelf die zeldzame metalen nodig hebben om hun producten te produceren. Die worden alleen maar groter en moderner en willen ook een flatscreen- tv en een auto. Maar die zeldzame metalen heb je nu eenmaal nodig om die zaken te produceren. Patrick: Ik denk wel dat sommige mensen hier zich daarvan bewust zijn, en zeker onze CEO. Ook de baas van de technische dienst is serieus met zo’n zaken bezig, daar maak ik me geen zorgen in. Een 2-tal jaar geleden hebben we ook een stuurgroep ge-

marc vanfrachem

niet hoe de vork hier aan de steel zit, terwijl we het eigenlijk zouden moeten weten en in kaart gaan brengen. De vraag zullen we zeker stellen. Het is geen ‘ver-van-mijn-bed-show’. AM: Terug naar het milieuhandboek: werden jullie als vakbonden betrokken bij de opstelling van dat document? Luigi: Eigenijk niet, en dat is een gemiste kans. Want eerlijk gezegd hadden we er nog niet echt iets over gehoord voor we de vragenlijst van dit interview onder onze neus kregen. Marc: We hebben het uiteraard meteen gecheckt, en het was geen probleem om alle info daarover meteen te krijgen. Maar we moeten toch meer de vinger aan de pols proberen te houden bij dergelijke zaken. Ferdy: Onze rol is die van tussenschakel tussen het management en de werkvloer, maar soms is meer communicatie wenselijk. Luigi: Dat is soms een pijnpunt: bepaalde zaken gaan van het hoogste orgaan meteen naar de arbeider, zonder een vangnet daartussen. Vaak krijgen we dan vragen van arbeiders waarop we geen antwoord kunnen

1M  azijn B. en Devriendt S., (2013), Naar een ‘nieuwe industrialisering’ van en voor de metaalsector. Een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling. Rapport in opdracht van ABVV Metaal. Instituut vóór Duurzame Ontwikkeling vzw, Brugge, 190 pp

12

am magazine jaargang 2013 nr 4


DOSSIER bedrijven in transitie geven, omdat we de rol van tussenpersoon niet altijd kunnen spelen. Patrick: Ondertussen zijn er wel operationele groepen opgericht om die communicatie te verbeteren. Zelf zitten we daar helaas niet in, maar als dat afdeling per afdeling gebeurt zijn daar wel militanten aanwezig. AM: Kun je oprecht zeggen dat jullie genoeg kennis hebben en genoeg zicht op de visie van het bedrijf om te weten wanneer je welke vragen moet gaan stellen als er bv. op de werkvloer problemen zijn? Marc: Niet altijd. We moeten ook eerlijk durven zijn: soms loopt de werkelijkheid ons voorbij en dan hinken we er ook wel eens achteraan. We moeten dat erkennen, we zijn ook niet perfect. Ook in de stuurgroep milieu zijn we bijvoorbeeld niet vertegenwoordigd, die stuurgroep bestaat uit de directie, de preventiedienst en de kwaliteitsdienst. Maar als vakbond zouden we daar graag in de

er een lamp branden, schieten ze in actie en vaak komt dat wel goed. Ferdy: Het is voor ons vakbondswerk ook soms een voordeel dat we niet zijn vrijgesteld, maar ook nog effectief werken op de werkvloer, zodat we met iedereen in contact komen. Marc: De mensen van het CPBW gaan elke maand rond om iedereen afzonderlijk te bevragen: zijn er pijnpunten? Wat kan beter? Wat kan daartegen gedaan worden? AM: Jullie krijgen vaak te maken met nieuwe producten en productieprocessen. Komt daar ook vorming en opleiding bij kijken, of worden er meteen nieuwe mensen aangeworven? Luigi: De meesten van ons zijn sowieso heel flexibel en kunnen praktisch overal meteen meedraaien. Marc: We hebben mensen op de werkvloer die technisch onderlegd zijn en daar ook een passie voor heb-

“Het is voor ons vakbondswerk ook soms een voordeel dat we niet zijn vrijgesteld, maar ooknog effectief werken op de werkvloer, zodat­we met iedereen in contact komen.” toekomst meer feedback van krijgen en kunnen geven. Dat is een pijnpunt, waar we zeker aan moeten werken. Erwin: Alle directieleden zijn wel aanspreekbaar, we hoeven maar tot aan hun deur te gaan en ze geven alle info die we wensen. We nemen het als vakbonden ook op ons om de vragen die we hebben ook effectief te gaan stellen. Luigi: In het CPWB wordt wel redelijk goed bijgehouden en voorgesteld wat de visie is en wat de bedoelingen zijn. Misschien anders dan andere vakbonden soms gaan wij proactief te werk, wij denken ook mee en leggen zelf voorstellen op tafel. Dan gaat

bedrijf in de kijker

ben. Het is meestal zo dat degene die iets nieuw ontwikkeld heeft zijn zaak komt uitleggen. Dan wordt daar ook feedback over gevraagd – vooral van de jongens die bezig zijn met dat specifieke productieproces. Op die manier ontstaat het uiteindelijke product. Patrick: Op een 3-tal jaar tijd zijn hier wel heel wat oudere werknemers vertrokken, die een gigantische kennis hadden. En die kennis missen we nu wel. Zo zijn er bij ons op de technische dienst 9 mensen vertrokken. Marc: Vaak heb je die kennis ook echt nodig. Soms is er maar 1 persoon die een machine perfect be-

patrick hens

erwin vangeneugden heerst. Als die wegvalt begin je terug vanaf nul, met vallen en opstaan. Marc: Vroeger hadden we mensen die instonden voor elektriciteit, mensen die instonden voor de mechaniek, enzoverder. Die kenden telkens het fijne van hun vakgebied. Tegenwoordig verlangt men een bredere kennis, waardoor de specifieke kennis soms verloren gaat. Luigi: Voor mensen die bijvoorbeeld al 30 jaar instaan voor de elektriciteit en er opeens pneumatica moeten bijdoen is dat niet makkelijk. Patrick: Hoe we het nu doen, werkt wel beter dan hoe we het vroeger deden. Je steekt veel meer kennis op. Erwin: Mensen krijgen wel de kans om op het bedrijf omgeschoold en opgeleid te worden voor een nieuwe job. Zelf heb ik

am magazine jaargang 2013 nr 4

13


“Hier is weinig geautomatiseerd. Door die handenarbeid hebben we de mensen ook nodig. Zo kunnen we hier ook mensen aan de slag houden, die je met een geautomatiseerd proces veel minder nodig hebt.”

gen. stelselmatig vervan en oude machines rd wo rk e zaak is.” pa ed go ine n ch ee t “In het ma geïnvesteerd, wa g no s du r hie t rd wo Ondanks de crisis,

in de productie gestaan, ik ben magazijnier geweest, heb elektromechanica gedaan en werk nu in de matrijzenbouw.

“De mensen van het CPBW gaan elke maand rond om iedereen afzonderlijk te bevragen: zijn er pijnpunten? Wat kan beter? Wat kan daartegen gedaan worden?” AM: Worden er bij die nieuwe productiemethodes bepaalde stoffen en metalen gebruikt waar jullie voor moeten oppassen? Ferdy: Die zaken worden hier kort opgevolgd, alles wordt getest. Luigi: De laatste zaak daarrond is

14

am magazine jaargang 2013 nr 4

‘vliegolie’. Dat product wordt hier al jaren gebruikt, maar sommigen krijgen er huidirritatie van. Als we iets in ’t oog willen houden kunnen we altijd een meting opvragen. Onze nieuwe externe preventieadviseur heeft haar op haar tanden. Ze is maar 1 dag per week hier op ’t bedrijf, maar ze is die dag wel de hele tijd met de veiligheid op de vloer bezig. Ferdy: We hebben ook een interne preventieadviseur die heel wat afweet van milieu- en veiligheidsmanagementssystemen. Wij zijn ISO 14001-, ISO 9001- en OHSAS 18001 - gecertificeerd. Marc: ik weet zelf amper wat een ISOnorm allemaal inhoudt. En als ik het niet weet, dan weten de mensen op de werkvoer het zeker ook niet. Ik vind het super dat ons bedrijf daar mee bezig is, maar de communicatie naar de mensen op de werkvloer hierover kan beter. Dan kunnen zijn ook mee nadenken over die zaken. Dat zijn toch gemiste kansen. Ferdy: Inderdaad, we krijgen het via de schermen wel te zien als we een bepaalde norm gehaald hebben, maar wat dit juist inhoudt komen we niet

te weten. Dus hebben we gevraagd om er wat meer uitleg bij te zeten, anders weet niemand wat de gevolgen voor de werknemers zullen zijn. AM: Komen hier wel eens arbeidsongevallen voor? Ferdy: We zitten nu 5 maand zonder arbeidsongevallen. Als we ’t eind van december halen zonder arbeidsongevallen, dan hangt er wel iets aan vast. Patrick: Vroeger was veiligheid geen issue. Nu is dat enorm verbeterd. Marc: Ook dankzij de inbreng van de mensen van het CPBW. Die zitten vrij kort op de bal – wat ook nodig is. In ’t verleden zijn er een aantal moeilijke momenten geweest: bv. mensen die stukken van vingers kwijtraakten aan de plooibanken. Daar hebben we toen heel snel op gereageerd, nu is elke plooibank beveiligd. Luigi: Dat heeft ook te maken met feit dat we nu vaak met dezelfde bezetting zitten, waardoor we in een bepaalde routine zitten. Vroeger werkten we ook met interimwerknemers,


DOSSIER bedrijven in transitie nu niet meer, net om die reden. Marc: Maar alle interimmers die we 2 jaar geleden hadden, hebben ondertussen een vast contract. We hebben toen niemand overboord gegooid. Ferdy: Wat je hier wel vaak hoor is mensen die problemen krijgen door het vele heffen en tillen. We hebben zelfs 27-jarigen met rugklachten. Dat kan natuurlijk niet, want die mensen moeten nog jaren meegaan. Dus daar werken we nu aan, maar dat heeft natuurlijk ook een kostenplaatje en in tijden van crisis hangt het van alles van de directie af. Onze preventieadviseur heeft dit thema nu wel serieus opgepikt. AM: JAGA experimenteert ook met nieuwe businessmodellen. De nv ‘Greenforce’ is daar een voorbeeld van. Kunnen jullie daar iets meer over vertellen? Erwin: Greenforce werkt sterk samen met Open Greenforce, een andere spinoff van JAGA. Open Greenforce is een

onafhankelijk studiebureau en kenniscentrum dat als opzet heeft de vinger aan de pols te houden inzake duurzame innovaties. Nieuwe producten en/of technieken worden door Open Greenforce onderzocht, en pas wanneer ze goedgekeurd zijn, aan Greenforce voorgesteld. Open Greenforce brengt duurzame energie- en wooncomfortoplossingen naar de markt, zowel voor particulieren als bedrijven. Zelf heb ik mijn zonnepanelen laten leggen door Greenforce en ook mijn warmtepompboiler ga ik via die weg installeren. Maar ook isoleren bv. is iets wat ze doen. Bepaalde zaken worden bij JAGA zelf geproduceerd, andere niet. Er wordt je niets opgedrongen, maar men biedt een advies op maat. Alle opties en de terugverdientijden worden nauwkeurig overlopen. Patrick: Werknemers die klanten aanbrengen krijgen ook een bonus. Marc: Het is ook geen ‘ver-van-mijnbed’ show. Greenforce is hier gewoon bij JAGA ondergebracht. We krijgen

bedrijf in de kijker

ferdy jacobs regelmatig uitleg over de doelstellingen en ontwikkelingen op de Ondernemingsraad, door degene die Greenforce leidt. Het is de bedoeling dat dit op termijn extra tewerkstelling zal genereren, wat we alleen maar kunnen toejuichen. Thijs Calu, educatief medewerker A&M Jorre Van Damme, coördinator A&M

am magazine jaargang 2013 nr 4

15


DelegeeS aan het woord

philippe en marc Een interview met Marc Deman (ACV) en Philippe Havegheer (ABVV) van Deceuninck nv

Philippe HavegheeR

(l.)

Functie: Magazijnier mecanicienselektriciens, d.w.z. aankoop en verkoop van technisch materiaal en begeleiden van magazijn technisch departement. Engagement en drijfveer: Coördinator ABVV, zowel CPBW, OR als SA. Altijd al met sociale projecten bezig geweest, heel zijn leven lang, dus ook in zijn bedrijf wil hij iets doen voor de mensen.

Marc Deman

(r.)

Functie: Onderhoudsmechanieker.. Engagement en drijfveer: Coördinator ACV, zowel CPBW, OR als SA. Heeft altijd al iets willen doen voor mensen. Wil mensen helpen bij alles wat maar mogelijk is op de werkvloer. DECEUNINCK nv Activiteiten: Deceuninck is een designer/fabrikant van bouwproducten die een belangrijke bijdrage wil leveren tot een verbetering van het isolatiepeil van woningen Het bedrijf gebruikt hiervoor als basismateriaal PVC en als technologie extrusie, maar ook steeds meer nieuwe composietmaterialen zoals Twinson houtcomposiet (terrassen en gevelbekleding) en nieuwe technologieën zoals Linktrusion (oa glasvezelversterkte PVC raamprofielen) en Omniral coating (rondomrond coating). De eindproducten van Deceuninck worden opgedeeld in de productgroepen: (1) Ramen en deuren, (2) Tuintoepassingen, (3) Dak en gevel en (4) Interieur. Deceuninck levert deze als halffabricaten aan haar klanten die ze verwerken tot energiezuinige bouwproducten die ze op hun beurt zelf installeren in gebouwen of door derden laten installeren. Aan het einde van de levensduur (minimum 50 jaar) neemt Deceuninck deze producten terug om ze te recycleren en de grondstof te hergebruiken voor nieuwe energiezuinige bouwproducten en sluit hiermee de kringloop. Kerncijfers: Omzet 2012: € 556.9 miljoen (West-Europa: 35%, Centraal & Oost-Europa incl. Duitsland: 31%, Noord-Amerika:12%, Turkije: 22%) Verwerkt volume wereldwijd: 200.000 ton Productie op 10 sites (2 in België (Gits en Diksmuide), 1 in Frankrijk, 1 in Groot-Brittannië, 1 in Duitsland, 1 in Polen, 1 In Rusland, 2 in Turkije en 1 in Amerika. Tewerkstelling wereldwijd: 2.700 voltijdsequivalenten / België: 600 Actief met verkoop in >75 landen wereldwijd. In 2012 nieuwe filialen in India en Chili. Marktleider in België en Frankrijk. Nummer 3 in Europa.

16

am magazine jaargang 2013 nr 4


DOSSIER bedrijven in transitie AM: Deceuninck zet in op recyclage van oude ramen. Hoe moeten we dit zien? Marc: De investering van Deceuninck in recyclage maakt integraal deel uit van de Groepsvisie “Bouwen aan een duurzaam huis”, vooral dan de pijler “Ecology”. Deceuninck engageert zich om alle producten die Deceuninck op de markt brengt aan het einde van de gebruiksduur 100% te recycleren volgens het gesloten kringloop principe. PVC ramen, maar ook de composietproducten Twinson en Linktrusion kunnen 100% gerecycleerd worden. Philippe: Hiervoor werd een investering gedaan in Diksmuide in 2012 met een waarde van 12 miljoen euro voor een capaciteit van 20.000 ton. Dit is de grootste recyclingfabriek voor harde PVC producten in de Benelux. Op vandaag zitten we reeds aan zo’n 6 à 7000 ton/ jaar en de bedrijfsleiding verwacht op volle capaciteit te draaien binnen 3 jaar. Marc: Er zijn 3 afvalstromen: 1. Eigen productie-uitval (liefst zo weinig mogelijk) 2. Zaagresten van klanten 3. Oude ramen, rolluiken etc.,… AM: Dus het opzet is om alles zoveel mogelijk in een gesloten kringloop te produceren, jullie grondstof bestaat eigenlijk uit oude ramen? Philippe: Inderdaad ,gedeeltelijk toch. Al naargelang de kwaliteit van het gerecycleerde materiaal worden producten gedeeltelijk of voor 100% uit gerecycleerde grondstof gemaakt. Matrijzen moeten hiervoor aangepast worden en bovendien moeten producten met gerecycleerde inhoud over een technische goedkeuring beschikken vooraleer ze op de markt kunnen worden gebracht. Marc: De ramen komen compleet aan, enkel vragen we dat het glas zo veel mogelijk verwijderd wordt. Door gebruik te maken van diverse sorteertechnieken worden de diverse materialen volautomatisch gesorteerd: glasresten, rubber, hout, metaal, en natuurlijk PVC.. AM: Deceuninck doet ook inspanningen om het isolatieniveau van de ramen op te krikken. Hoe verhouden jullie zich op dat vlak ten

opzichte van de concurrentie? Is dit een concurrentieel voordeel? Marc: Voor isolatie zijn pvc ramen en deuren het meest economische alternatief (prijs/ kwaliteit). Dit is een concurrentieel voordeel t.o.v. andere materialen (aluminium en hout), maar er is natuurlijk keiharde concurrentiestrijd met andere leveranciers van pvc raamsystemen. Philippe: Deceuninck maakt hier het verschil met haar investeringen in nieuwe technologieën (Linktrusion & Omniral). Duurzame innovatie voor Deceuninck betekent de beste isolatie bij een zo laag mogelijk grondstoffenverbruik en dus de laagst mogelijke ecologische voetafdruk. Linktrusion producten bieden 30% meer isolatie bij 40% minder materiaalgebruik. Deze investeringen doet Deceuninck in haar Belgische vestigingen. AM: Zijn er nog andere bedrijven bezig met dergelijke recylage? Philippe: In Vlaanderen is Deceuninck uniek. De eerste dergelijke recyclagefabrieken zijn ontstaan in Duitsland. In de meeste landen van West-Europa zijn PVC ramen pas echt doorgebroken in de jaren ’80 en ’90, met nog in veel gevallen enkel glas. Stilaan zie je nieuwe recyclingfabrieken opstarten in Engeland, Frankrijk,… Door de stijgende energiekosten, steeds schaarser worden energievoorraden (olie, gas, …) en de doelstelling van Europa om het gebouwenbestand beter te isoleren (minder CO2 uitstoot en minder energieverbruik) verwachten we de komende jaren een sterk stijgend volume. We proberen alles binnen te halen van oude ramen, dus niet alleen Deceuninck-ramen. Alles komt terug via onze schrijnwerkers of in samenwerking met afvalverwerkende bedrijven zoals Vanheede en wordt dan hier gerecycleerd. AM: Jullie maken blijkbaar naast profielen voor ramen ook nog terrassen en gevelbekleding. Marc: Profielen voor terrassen, gevelbekleding, ramen en deuren. De terrasplank maken we van houtcomposiet (pvc en hout). We maken hoogstaande kwaliteitsproducten. Philippe: Momenteel kopen we daarvoor nog de grondstof in de vorm van pellets aan. Nu zijn we bezig op de site Gits een geheel nieuwe installatie

interview delegees

te plaatsen om deze ook zelf te maken. Er wordt dus in België nog geïnvesteerd in nieuwe materialen, nieuwe technologieën, nieuwe machines, … AM: Deceuninck opende op 17 oktober 2012 zijn nieuwe recyclagefabriek in Diksmuide op de terreinen van zijn bestaande pvccompoundingfabriek. Ging die omslag naar de nieuwe activiteit vlot? Marc: Bijna alle medewerkers die voorheen in Gits in recyclage werkten hebben de overstap naar Diksmuide gemaakt. Zij konden als team verder werken, en dit heeft een vlotte opstart vergemakkelijkt. Philippe: Het was voor iedereen ook een verbetering op vlak van woon-werkverkeer. AM: Werd er voldoende opleiding voorzien voor de nieuwe werknemers, of werknemers die eventueel verhuisden van de ene naar de andere vestiging? Philippe: Als de site in Diksmuide klaar was voor productie is er een opendeurdag geweest voor de alle medewerkers en hun familie. Werknemers worden goed op de hoogte gebracht. Marc: De opleiding van de mensen gebeurde in het bedrijf waar de installaties aangekocht werden (een bedrijf uit Brugge). Met het CPBW is een uitgebreide rondgang geweest met de nodige uitleg. AM: Een nieuwe activiteit of nieuw productieproces houdt soms ook nieuwe veiligheids- en gezondheidsrisico’s in. Worden jullie op de hoogte gehouden van mogelijke risico’s verbonden aan het gebruik van andere solventen en/of technische zaken? Marc: het gebruik van solventen heeft te maken met een geheel nieuwe lakinstallatie, en daar is bewust gekozen voor het gebruik van watergedragen lakken die beter zijn voor milieu en gezondheid. We waren goed op de hoogte, van bij de aanvang. Als we vragen hadden, of hebben, mogen we die ook altijd stellen. Philippe: Door een zeer directe communicatie zijn sommige problemen soms al opgelost voordat het in één of ander overlegorgaan komt. am magazine jaargang 2013 nr 4

17


AM: Dus door een goede verstandhouding op te bouwen in ’t verleden is het opstarten van de nieuwe activiteit vlotter kunnen verlopen? Marc en Philippe: Inderdaad. AM: Niet alleen materialen, maar ook energieverbruik is een actueel thema. Hebben jullie specifieke programma’s rond energiebesparing? Philippe: In ons Charter Duurzaam ondernemen zijn investeringen in energiebesparende maatregelen opgenomen: o.a. nieuwe verlichting in H2A, energiemeters in Diksmuide, warmeluchtrecuperatie in H2A… Deceuninck neemt ook deel aan het auditconvenant energie. Marc: We werken nu met een CAO90 en daar is ook een puntje bij voor ecologie: papier, elektriciteit, en water besparen. Philippe: We hebben een werkgroep opgericht rond CAO90. Daarin zitten de milieucoördinator, iemand van de bedienden, de personeelsdirecteur, de veiligheidscoördinator en de vakbonden.

“Iedere maand krijgen­we op het CPBW een overzicht­ van de afvalstroom, en wat het ons kost.” AM: Is er potentieel voor recuperatie van restwarmte? Marc: Er is in Gits een afdeling die deels verwarmd wordt met de uitstoot van de compressoren. De extrusiemachine geeft ook enorm veel warmte af, dus eigenlijk moet je daar bijna geen verwarming gebruiken.

“Deceuninck maakt hier het verschil met haar investeringen in nieuwe technologieën (Linktrusion & Omniral). Linktrusion producten bieden 30% meer isolatie bij 40% minder materiaalgebruik. Deze investeringen doet Deceuninck in haar Belgische vestigingen.” Ondervinden jullie moeilijkheden naar aanleiding van die nieuwe regelgeving? Marc: Neen. We hadden al een volledig containerpark. In HoogledeGits zijn ook overal afvaleilandjes. PMD, papier, karton, TL-Lampen …. Alles­wordt hier apart afgehaald. AM: Houdt iedereen zich netjes­aan het sorteren? Philippe: Soms is er een probleem van attitude. Marc: Ik zal medewerkers er sowieso op aanspreken als ik zie dat men zich er niet aan houdt. Iedere maand krijgen we op het CPBW een overzicht van de afvalstroom, en wat het kost. Er zijn ook 2 mensen tewerkgesteld op ’t containerpark. Meteen ook een vorm van sociale tewerkstelling omdat het twee mensen zijn uit de “kansengroepen”. AM: Zijn er nog andere milieu-inspanningen die jullie kunnen vermelden? Philippe: We schakelen over van kartonnen rollen voor dichtingen, naar herbruikbare en recycleerbare rollen. En we werken met ISO 14001, het milieuzorgsysteem.

AM: Krijgen jullie fietsvergoeding? Marc: We hebben een aparte fietsvergoeding in het bedrijf. Ik woon bv. 2 km van ’t werk en krijg daarvoor 13 euro per maand. Fietsers krijgen ook een winterjas en kunnen gebruik maken van een fietsherstelkit. Philippe: Ik woon in Ieper en kom met de auto naar Gits, in de winter kom ik wel met het openbaar vervoer. AM: Wordt dat ook gestimuleerd? Philippe: voor 2015 zijn we ingeschreven voor TestKaravaan, een project van de provincie West-Vlaanderen en gedurende 1 maand zullen er gratis fietsen ter beschikking staan (zowel gewone, als elektrische) en een promotie naar het openbaar vervoer. Mensen die komen met de fiets krijgen een mooie regenjas. Op één van de laatste CPBW’s hebben we gevraagd om hier elektrische fietsen te kunnen opladen. De mogelijkheid voor het plaatsen van een oplaadplaats zal in dit kader eveneens bestudeerd worden. Jorre Van Damme, coördinator A&M Thijs Calu, educatief medewerker A&M

AM: Zijn jullie grote waterverbruikers­? Philippe: Voor toiletten en dergelijke wordt nu regenwater gebruikt. Marc: Voor de afkoeling in extrusie pompen­we grondwater op via boorputten. We zitten wel met een enorme verdamping van het water dat door koelgroepen wordt gestuurd en dan naar de fabriek gaat. AM: Onlangs werd het materialendecreet gestemd, waarbij bedrijven ook intern gaan moeten recycleren. 18

am magazine jaargang 2013 nr 4

“Onze grondstof bestaat gedeeltelijk uit oude ramen. Al naargelang de kwaliteit van het gerecycleerde materiaal worden producten gedeeltelijk of voor 100% uit gerecycleerde grondstof gemaakt.”


A&M in ‘t kort

Naar een nieuwe industrialisering van en voor de metaalsector Een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling In opdracht van ABVV Metaal deed deed Bernard Mazijn (Professor aan de UGent en afgevaardigd bestuurder van het Instituut vóór duurzame ontwikkeling vzw) een studie naar de mogelijkheden voor de metaalsector in Vlaanderen met betrekking tot de ‘nieuwe industrialisering’, een hot topic op de Europese/ Vlaamse/ Belgische politieke agenda. Hij vertrekt hiervoor vanuit de 10 zogenaamde wereldwijde ‘megaforces’ die in de komende 20 jaar een impact zullen hebben op de productie- en consumptiepatronen van onze samenleving: energie en brandstof, klimaatverandering, grondstoffenschaarste, waterschaarste, versteldelijking, …. . Aan de megaforce grondstoffenschaarste wordt speciale aandacht geschonken in het rapport. 1

Heel wat innovatieve processen maken immers steeds meer gebruik van zeldzame aardmetalen, wat risico’s inzake bevoorradingszekerheid met zich kan meebrengen. In een samenvattende tabel vind je het mogelijk risico, dat niet mag onderschat worden, voor de betrokken NACE- afdeling én de bedrijven die er onder vallen. Het resultaat van de studie is voor velen een echte eye-opener: voor een aantal metalen vormt zich een risico op héél korte termijn (2015); de bevoorrading van een groot aantal metalen komt vanaf 2020 in het gedrang. Werk je in de metaalsector en heb je hier vragen over? Lees dan zeker dit rapport en laat het een stimulans zijn om ook je bedrijf hierover aan te spreken op het Comité of een Ondernemingsraad. Het rapport vind je terug via http://bit.ly/18w0bbq

Naar een ‘nieuwe industrialisering’ van en voor de metaalsector. Een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling.

Eindrapport in opdracht van ABVV-Metaal Juni 2013

Mazijn B. en Devriendt S., (2013), Naar een ‘nieuwe industrialisering’ van en voor de metaalsector. Een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling. Rapport in opdracht van ABVV Metaal. Instituut vóór Duurzame Ontwikkeling vzw, Brugge, 190 pp.

Rethink REFIT: Europees Vakverbond in verweer tegen deregulering in veiligheidswetgeving­

Stel je voor: een regering die zegt dat ze stopt met alle nieuwe regels voor veiligheid en gezondheid op het werk. Omdat er al teveel regels zijn. Omdat al die veiligheidsregels om werknemers te beschermen toch maar hinderlijk zijn voor werkgevers. Teveel inspectie. Teveel regels over veiligheid. Te strenge milieunormen. Teveel vergunningen nodig. En dus, zegt die regering, stoppen we meteen alles wat door deskundigen en ambtenaren en sociale partners werd voorbereid aan nieuwe regels of aanvullingen. Niks meer in deze legislatuur. En we kijken ook eens na wat kan worden geschrapt van alle bestaande

regels. Want zo kunnen we werkgevers beter hun gang laten gaan, niet gehinderd door allerlei veiligheidsregels. Zo geraken we uit de crisis. Zoveel onzin hoorden we nog niet van een Belgische politieke partij. Maar het is wel in een notendop wat José Barroso namens de Europese Commissie meedeelde op de recente Europese oktobertop met staats- en regeringsleiders. Vakbonden verzetten zich tegen elke Europese deregulering die werknemers en een gezond werk- en leefmilieu in gevaar brengen. Meer info op www.rethinkrefit.eu. am magazine jaargang 2013 nr 4

19


.BE Sluit je aan en Smove mee!

Ook van en naar het werk kan er gesmoved worden. Smoven, dat is meewerken aan duurzame mobiliteit. Door zelf wat vaker de auto te laten staan en over te stappen op de fiets, het openbaar vervoer of carpoolen doorbreken we de filesleur. Werkgevers die duurzaam pendelen willen bevorderen beschikken over een waaier aan mogelijkheden. Op www.s-move.be zijn werknemers en werkgevers aan het juiste adres voor inspirerende verhalen, doeltreffende tips en een uitgebreid aanbod om milieuvriendelijker met onze versplaatsingen om te gaan.

Heb je een vraag, een slim idee of ben je bezig met een fantastisch initiatief? Ook hiervoor kan je terecht bij SMOVE?

.BE Sluit je aan en smove mee!

SMOVE is een initiatief van het Netwerk Duurzame Mobiliteit met de steun van de Vlaamse overheid. netwerk duurzame mobiliteit


946 magazine 04 2013