Issuu on Google+

Hoe rijk zijn onze abdijen en kloosters echt? Thierry Debels 8/8/12

Samenvatting: Hoe rijk zijn onze kloosters en abdijen echt? Hieronder staat een samenvattende fiche van de totale activa van de betreffende orde (in euro). Koploper is het Provincialaat der Broeders van Liefde met 643,4 miljoen euro. In frank is dat bijna 26 miljard! De geldbeleggingen bedragen een duizelingwekkende 118 miljoen euro. De liquide middelen bedragen daarenboven 48,8 miljoen euro. Samen levert dat een erg goed gevulde spaarpot op van 166,8 miljoen euro. Gebaseerd op de neergelegde en geauditeerde jaarrekeningen bij de balanscentrale van de NBB.

1


Provincialaat der Broeders van Liefde De Broeders van Liefde Abdij van Averbode Oeuvres des Frères de la Charité Abdij van Westmalle Zusters van het Geloof (Tielt) Abdij van Tongerlo Abdij van Postel Abdij van Dendermonde De Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis te Heist Abdij van Westvleteren Congregatie der Zusters Franciscanessen van het heilig Hart te Leuven Congregatie van de Zusters der Heilige Engelen te Lokeren Sint-Franciscuspoort Zusters van Filip Neri Abdij van Chimay Zustergemenschap van de Heilige Jozef te Gent Abdij van Drongen Centraal beheer van de Zusters van Sint-Franciscus van Brakel Abdij van Leffe Abdij van Rochefort Congregatie der Zusters van de Heilige Vincentius à Paulo te Beveren Congregatie van de Zusters Jozefienen te Sint-Niklaas Zusters van Liefde te Kortemark Klooster der Zusters van de Heilige Vincentius te Hooglede Congregatie der Zusters van OL Vrouw te Malle Abdij van Orval Congregatie van de Zusters van Overijse-Mechelen Gemeenschap Zusters Maricolen van Lede Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes Gemeenschap van de Zusters van Liefde te Heule De Broeders Alexianen Congregatie van de Zusters OL Vrouw Presentatie te Beveren Gemeenschappen Zusters van Maria Klooster van de Zusters van de Heilige Antonius van Padua Provincialaat Zusters van Don Bosco, Dochters van Maria Hulp Abdij van Grimbergen Abdij van Maredsous Abdij van Affligem Abdij van Luik Steunfonds Zusters der Heilige Engelen te Lokeren Abdij van Brialmont Abdij van Brecht De Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart te Hoegaarden Gemeenschap van de Zusters Kannunikessen Heilig Graf Male Congregatie van de Zusters van Jezus en Maria van Gent Abdij van Achel Abdij van Villers-la-Ville

643400000 362800000 92800000 78700000 25600000 21600000 14245000 13900000 13700000 13000000 12800000 11500000 11100000 10900000 10200000 9900000 9200000 9100000 8400000 8300000 8300000 8300000 7800000 7800000 7600000 7200000 7000000 7000000 6800000 6500000 6500000 6100000 6000000 5700000 5600000 5560000 5300000 5300000 5100000 4600000 3800000 3000000 2700000 2200000 2000000 1900000 1600000 759000

2


3


Inleiding In 2002 verscheen Het geld van de kerk van theoloog Geert Delbeke. In het hoofdstuk over de kloosters en de abdijen in ons land vraagt de auteur zich af of de kloosters wel rijk zijn. Volgens Delbeke is dat niet het geval. Hij baseert zich op getuigenissen van de religieuzen. Zo vertelt een kloosterlinge dat een gebouw niet aangepast wordt omdat er geen geld voor is. Klopt dat wel met de werkelijkheid? Sinds de publicatie van het boek een decennium geleden is er veel gebeurd. De kerk is vooral door de pedofilieverhalen in een uiterst negatief daglicht komen te staan. Er zijn recent ook enkele gevallen van fraude en oplichting opgedoken. Indirect wijzen die verhalen op een grote spaarpot bij de religieuzen. In 2010 raakte bekend dat de nonnetjes van de Congregatie van de Dochters van Jezus' Heilig Hart in Berchem 440.000 euro armer werden door een duo oplichters. De twee dwongen de gelovige dames om kostbare geschenken en dure juwelen af te geven. Volgens moeder-overste kwam die 440.000 euro van de congregatie in binnen- en buitenland en van veel vrijgevige (lees: na誰eve) gelovigen. Eerder kwam uit dat de Broeders van Liefde uit Gent een half miljoen euro kwijt raakten doordat Lehman Brothers in 2008 op de fles ging. Voor de zusters van SintVincentius uit Gijzegem bedroeg de schade zelfs bijna het dubbele. In 2010 werd de 59-jarige Guido Coppens uit Hamont-Achel veroordeeld tot acht maanden cel met uitstel en 550 euro boete wegens de oplichting van de Achelse Kluis in Hamont-Achel. Coppens verwierf controle had over de geldstromen van de abdij. Hij bestelde allerlei goederen en liet die bij hem thuis leveren, terwijl de betalingen gebeurden door de Achelse Kluis. Hij kocht met het geld van de abdij ondermeer een peperdure mobilhome. Die drie verhalen kloppen niet met beeld van de arme abdijen en kloosters. Dit boek onderzoekt hoe rijk de Belgische abdijen en kloosters werkelijk zijn. Dat religieuzen niet altijd de waarheid vertellen is onderhand bewezen. Het vormt dus het logische vervolg op het boek van Delbeke en de vele recente pedofiliegetuigenissen.. Voor het eerst hebben we inzage gekregen in de jaarrekeningen van de Belgische abdijen en kloosters. Op basis van de balansen en de resultatenrekeningen schetsten we in dit boek het echte verhaal over de rijkdom van onze abdijen en kloosters. Nu al kunnen we prijsgeven dat de abijen en kloosters onzettend rijk zijn. Ook op dat vlak hebben ze ons jarenlang belogen en bedrogen.

4


De abdij van Averbode: een spaarpot van 77,3 miljoen euro De Abdij van Averbode werd in 1135 gesticht op initiatief van Arnold II, graaf van Loon. Het is een abdij van de Premonstratenzers, ook Norbertijnen of Witheren genoemd. Eggebertus van Rolingen, een kasteelheer van het huidige Rullingen was getuige bij de stichting. In de beginjaren overleefde de kloostergemeenschap, die oorspronkelijk uit mannen en vrouwen bestond, door landbouw waarbij de Norbertijnen hulp kregen van lekenbroeders. De zusters verhuisden aan het begin van de 13e eeuw naar een eigen abdij (Keizerbos). Deze gemeenschap bleef tot 1796 bestaan. In 1154 schonk graaf Lodewijk I van Loon de Bolderbergwinning, nu gekend als domein Bovy aan de kloostergemeenschap. Het bleef in hun bezit tot de Franse revolutionairen het domein verbeurd verklaarden en verkochten. De Norbertijnen van Averbode hielden zich in de late middeleeuwen meer met pastoraal werk bezig. De kerk en het abdijgebouw werden in 1499 door blikseminslag zwaar beschadigd. Tijdens de 16e eeuw moesten de Norbertijnen verscheidene keren een veilig onderkomen zoeken in hun refugehuis van Diest en later Averbode verlaten om zich eerst in Sint-Truiden, daarna in Diest te vestigen. In 1604 lieten de omstandigheden het toe om terug te keren. In 1648 voltooiden Norbertijnen de bouw van een bedevaartskapel in Kortenbos bij SintTruiden die later uitgroeide tot de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Kortenbos. De Fransen schaften in 1796 bijna alle kloosters en abdijen af; de abdij werd verkocht en het klooster afgebroken. Het monumentale pijporgel van Robustelly werd gekocht door de St. Lambertuskerk te Helmond (Nederland), waar het nog steeds te bewonderen en te beluisteren valt. In 1802 verwierven de Norbertijnen de abdij opnieuw en na de onafhankelijkheid van België in 1830 werd het kloosterleven in Averbode hervat. In 1858 werd het op dat moment grootste romantische kerkorgel van België in de abdij in gebruik genomen, gebouwd door Hippolyte Loret. Dit orgel is momenteel onbespeelbaar en wacht op restauratie. Op het einde van de 19e eeuw vertrokken ook de eerste missionarissen naar Brazilië. Toen legden de broeders zich toe op drukkers- en uitgeversactiviteiten en het aantal leden van de gemeenschap nam in die periode sterk toe. Vanaf 1920 gaf de abdij een kindertijdschrift uit: Zonneland. In 1930 volgden de Vlaamse Filmpjes, waarin de jeugd kon kennismaken met de literatuur, en in 1958 ontstond Zonnekind. De drukkerij, die zich op het terrein van de abdij bevond, werd in 1996 verkocht aan een privéonderneming, deze is intussen failliet. De plaats van de drukkerij wordt momenteel omgebouwd. In 1942 telde de gemeenschap 230 leden. In hetzelfde jaar werd het hele complex behalve de kerk door brand vernield. In de jaren vijftig van de 20e eeuw waren de Norbertijnen actief in het onderwijs door het stichten van colleges voor middelbaar onderwijs (o.a. het Sint-Michielscollege van Brasschaat en het Sint-Michielscollege van Schoten). Het passieretabel van Averbode Dit retabel (zie foto) vertelt het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth. Het linkerluik toont zijn kruisiging, het houten gedeelte de bewening en het rechterluik zijn verrijzenis. Het is niet zeker door wie de luiken zijn geschilderd en ze kunnen zelfs van verschillende kunstenaars zijn. Het retabel maakt deel uit van de collectie van het Vleeshuis te

5


Antwerpen en is anno 2010 tijdelijk tentoongesteld in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in de Scheldestad. De abdij bestelde het werk en op 4 december 1514 werd zevenendertig rijnsgulden betaald aan Jacob van Cothem, een beeldsnijder, die in de Antwerpse Kammenstraat woonde. De merken en handjes op de luiken verwijzen naar Antwerpen. De stad kocht het retabel in 1874 van de abdij. De schenker, norbertijn Nicolaas Huybs, wordt voorgesteld op de predella (beschilderd voetstuk). Hij verwierf de fondsen door bijen te telen (zie bijenkorf op het voetstuk). Geknield richt hij zich tot drie vrouwen, die staan voor Geloof, Hoop en Liefde. Het wapenschild aan de rechterkant is van abt Gerard vander Scaeft. [bewerken]Huidige activiteiten Tegenwoordig (2004) vind je in de abdij een gastenkwartier, een bibliotheek en een bezinningscentrum. De gemeenschap telt 92 leden waarvan er 39 in de abdij leven en werken. De huidige abt is Jos Wouters. Hij volgde in februari 2006 abt Ulrik Edward Geniets op die in november 2005 onverwacht stierf. Financiën De totale activa van de abdij bedragen 92,8 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen een duizelingwekkende 74,2 miljoen euro, de liquide middelen (cash) bedragen 3,1 miljoen euro. Samen levert dat een spaarpot op voor de abdij van 77,3 miljoen euro. Uitgedrukt in Belgische frank is dat bedrag nog spectaculairder: maar liefst 3,1 miljard frank! De resultatenrekening geeft een bijkomend beeld van de actviteiten van de abdij. In 2008 bedroegen de bedrijfsopbrengsten 3,6 miljoen euro. De bedrijfsresultaten waren licht negatief. Door hoge financiële opbrengsten (van die beleggingen) ten belope van een miljoen euro, werd het jaar 2008 uiteindelijk afgesloten met een netto-winst van een half miljoen euro. Het jaar 2009 bedroegen de bedrijfsopbrengsten 3,7 miljoen euro. Opnieuw werd een bedrijfsverlies opgetekend. Door de financiële opbrengsten ten belope van 1,3 miljoen euro werd ook 2009 posief afgesloten. De netto-winst bedroeg dat jaar opnieuw aan half miljoen euro. Dat bedrag verschijnt uiteindelijk als (bijkomende) belegging of cash op de linkerzijde van de balans van de abdij. De jaarrekening van de abdij leert ons ook dat de abdij drie participaties bezit. De eerste participatie van 99,97 procent is die in de NV Uitgeverij Averbode. De uitgeverij bezit 16,8 miljoen euro activa. De geldbeleggingen bedragen een half miljoen euro en de liquide middelen bedragen een erg hoge 3,4 miljoen euro. In 2008 werd op een omzet van 15,4 miljoen euro een winst van 39.700 euro opgetekend. Het jaar daarop werd een verlies van een half miljoen euro geregistreerd. Een tweede participatie van de abdij is deze in NV Uitgeverij Altiora Averbode. Deze onderneming is met 4,8 miljoen euro aan activa iets kleiner dan de vorige. In 2008 en in 2009 werd telkens een klein netto-verlies opgetekend. Tot slot bezit de abdij een particpatie van 99,99 procent in de NV Lascaux, de vennootschap die de ICT van de uitgeverijen ondersteunt. De totale activa van deze vennootschap bedragen 2,9 miljoen euro. In 2008 werd een netto-winst geboekt, het jaar daarop verscheen een beperkt verlies.

6


Besluit De abdij van Averbode is een grote abdij. De totale activa bedragen bijna 93 miljoen euro. Vooral de zeer grote spaarpot van 77,3 miljoen euro of ruim drie miljard frank valt op.

7


De Abdij van Postel: een spaarpot van 7,4 miljoen euro De Abdij van Postel is een Norbertijnenabdij in het dorp Postel in de Belgische gemeente Mol. Postel is gelegen in de Antwerpse Kempen, in de noordelijke uithoek van de gemeente Mol, tegen de Nederlandse grens. In de abdij leven een 20-tal medebroeders. Bovendien wonen er een 10-tal buiten de abdij waarvan 2 confraters in de norbertijnenpriorij te Kinshasa, nog een aantal op parochies en verbonden met ziekenhuizen. In totaal zijn ze dus met ruim 30. In onze gemeenschap zijn er zowel priesters als broeders. Zo is de H. Norbertus, de stichter van onze Orde, immers zelf ook begonnen in 1121 te Prémontré, nabij de stad Laon in Noord-Frankrijk. Ze leven samen volgens de kloosterregel van de H. Augustinus, die een sterke nadruk legt op het "één van hart en ziel samenleven op weg naar God". Dat wil dus zeggen dat het gemeenschap vormen met elkaar op basis van ons geloof in Jezus Christus centraal staat. Samen wonen, samen het leven delen, samen werken, samen bidden, samen ontspannen; met respect voor ieders persoonlijkheid. Zo leven Augustinus en Norbertus vandaag nog voort in meer dan 1700 Norbertijnen en Norbertinessen over de hele wereld. In België zes norbertijnenabdijen: Averbode, Grimbergen, Leffe, Park (Heverlee), Postel en Tongerlo. Historiek Het is bekend dat Postel in de 12e eeuw in handen was van ene Fastradus van Uitwijk. Deze schonk in 1134 een-derde deel van zijn bezit aan de Abdij van Floreffe. De monniken brachten het gebied in cultuur en stichtten in 1138 de Priorij van Postel. Van belang was dat Postel nabij het knooppunt van enkele belangrijke wegen lag: BredaKeulen en 's-Hertogenbosch-Leuven. Postel werd een Godshuis en er kwamen ook herbergen voor de reizenden. In 1140 kwam een kerkgebouw gereed, gevolgd in 1190 door een grotere kerk, waarschijnlijk de huidige. Ondertussen werden er ook veel schenkingen gedaan van gronden die voornamelijk in het huidige Nederland liggen. Ook tal van molens kwamen in het bezit van de abdij. De opbrengsteen werden deels gebruikt om de armen te verzorgen, maar ook de Hertogen van Brabant en de Abdij van Floreffe deelden er in mee. In de 14e eeuw kreeg de Abdij met oorlogsschattingen te maken ten gevolge van de Brabantse Successieoorlog. De Brabantse hertog Wenceslaus I van Luxemburg was daarbij gevangengenomen en de losgelden moesten onder meer ook door de abdij worden opgebracht. Ook de Gelderse Oorlogen van de 16e eeuw leidden tot schattingen. Daarna werd de Abbdij nog door de Geuzen geplunderd. Ondertussen begon de contrareformatie vorm te krijgen. De afhankelijkheid van de Abdij van Floreffe ging een probleem vormen. Immers deze abdij bezat het patronaatsrecht in vele parochies en benoemde nogal eens Waalse pastoors die de landstaal niet machtig waren. Bisschop Ghisbertus Masius van 's-Hertogenbosch wenste een eigen noviciaat te Postel, waar de priesteropleiding voordien te Floreffe geschiedde. Dit leidde tot onderhandelingen met de moederabdij, waarbij de landvoogden Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje een

8


belangrijke rol speelden. Uiteindelijk bekwam de priorij zelfstandigheid, maar moest daartoe een groot bedrag aan Floreffe betalen. Aldus werd Postel in 1613 een proosdij en in 1618 een zelfstandige abdij. Eerste abt werd Rombout Colibrant. De abdij kon, door haar verplichtingen, niet meer zo gul zijn met uitdelingen aan de armen en bovendien vonden de bedelingen nu in de woonplaatsen van de armen plaats, want men vreesde voor plunderingen, die in het verleden ook herhaaldelijk voorkwamen. In 1619, op Vette Donderdag, kwam het niettemin tot een plundering. Ondanks dit alles werd er veel gebouwd. In 1611 bouwde men een eigen brouwerij en verder werd de ringmuur en de toren opgericht. In de 17e en 18e eeuw moest de abdij regelmatig oorlogsschattingen betalen. Ook waren er op Vette Donderdag plunderingen, met name in 1631 en 1632. Ook door het Retorsieplakkaat, door de Staatsen in 1636 uitgegeven, had men te lijden. De Vrede van Münster van 1648 bracht duidelijkheid omtrent de landsgrens, maar niet voor Postel. Dit bleef omstreden gebied, waarop de abt een rechtszaak aanspande die pas in 1785 in het voordeel van Postel werd beslist. De 48 hoeven en 12 molens die tot de abdij behoorden en in de noordelijke Nederlanden lagen, waren reeds door de Staatsen afgenomen en raakte men nu definitief kwijt. Slechts 9 hoeven en één molen bleven over, waardoor de abdij veel minder inkomsten had en bepaalde bezittingen moest verkopen. Toch waren er nog bouwactiviteiten, zoals het gastenhuis, het hoofdgebouw en de refter. Ook leverde de abdij veel pastoors aan de parochies in de noordelijke Nederlanden, die aldus voor het katholicisme behouden bleven. In 1794 arriveerden de Franse troepen en in 1797 moesten de monniken de abdij verlaten. Deze werd verbeurd verklaard en verkocht. Pas in 1847 kon men terugkeren. Sindsdien heeft men in verschillende fases de abdij weer bewoonbaar gemaakt en weten te restaureren. De roodkoperen brouwketels heeft men in 1943 moeten verkopen. Het gasthof ‘De Beiaard’, gelegen in de ringmuur van de abdij, werd in 1960 in gebruik genomen. Het bezinningscentrum van de abdij werd geopend in 1970. Dit contactcentrum met gastenverblijven en conferentiezalen wordt tegenwoordig naast retraites ook voor seminaries voor bedrijven beschikbaar gesteld. Gebouwen De Sint-Niklaaskerk stamt van omstreeks 1190, werd verbouwd omstreeks 1630, en heeft een toren uit 1769. Ze is gebouwd in Rijnlands-Romaanse stijl, maar door de opvolgende verbouwingen heeft het gebouw tevens kenmerken van de gotische en barokke stijlen. De gotische ramen met bijpassend gewelf boven het schip werden in 1626 aangebracht. De gotische sacristie is uit 1631. In de kerk is een koorgestoelte uit 1621. Er zijn twee mooie biechtstoelen en een marmeren grafzerk van een abt uit 1726. Tot de kerkschatten behoren fraaie kerkgewaden. Ambtswoning en gastenhuis uit 1731 en rococostijl. Refter uit 1750, met rococo muur- en zolderbekleding in Italiaans stucwerk. De voorgevel van het hoofdgebouw is in het midden in barokstijl uitgevoerd (1743). Het rechterdeel stamt uit 1631 en het linkerdeel uit 1713. Het pand werd in 1909 gerestaureerd. Romaanse poort uit de 13e eeuw, waardoor het volk toegang had tot de kerk.

9


De bibliotheek heeft 70.000 banden, waaronder 54 wiegedrukken. Daarbij zijn er drie welke gedrukt zijn door Johan van Paderborn, een leerling van Dirk Martens. Er zijn 150 nawiegedrukken tot 1541, 340 Plantijndrukken, waaronder de statuten van de Orde van het Gulden Vlies, op perkament. Daarnaast tal van andere Antwerpse drukken, atlassen, waaronder een 15-delige uitgave van de Atlas van Willem Blaeu. Ook zijn er devotieboekjesm etsen en etsplaten en dergelijke. In de hal van de ambtswoning zijn diverse schilderijen, zoals een Heilige Familie van Bellini, een portret van de abt Colibrant, door Peter Paul Rubens, een stilleven door Kalff uit 1690 en een Geseling van Christus uit de school van Velázquez. Renaissancetoren uit 1610 met beiaard uit 1947, die 40 klokken omvat. Men betreedt het terrein door een Kempense poort met portiershuis, die uit de 17e eeuw stamt. Abdijproducten De abdij van Postel wordt op zon- en feestdagen door dagjesmensen bezocht. In de abdij worden rondleidingen georganiseerd. Bovendien zijn er wandelingen uitgezet. Deze abdij staat verder sinds 1994 bekend vanwege de nieuwe kruidentuin, waar onder meer ginseng wordt gekweekt. In een winkel worden verschillende abdijproducten verkocht zoals abdijbrood, kaas en ham. Het Postel abdijbier wordt gebrouwen door de commerciële brouwer BDS in Opwijk die ook het bier van Affligem brouwt. Postel vormt samen met Westmalle en Orval het enige trio abdijen, die nog beschikken over een echte abdijkaasmakerij. Daarbij zijn het enkel Westmalle en Postel die nog over een eigen veestapel beschikken. Het kaasmaken begon in 1947 met de aanmaak van de typische Postelse harde abdijkaas, die nog steeds in de smaak valt. De leeftijd van die kaas kan gekozen worden naar ieders believen. In 1997 werd overgegaan tot de bouw van een nieuwe kaasmakerij met een grotere opslagcapaciteit. Ondanks de moderne uitrusting is het kaasgebeuren nog steeds vrij artisanaal. Er kwamen nieuwe ontwikkelingen in de kaas : de halfharde kaas werd ontwikkeld, waarvan de kruidenkaas in opmars is. U vindt hem in verschillende vormen : de 6 tuinkruiden, de Provençaalse kruiden, de fenegriek kaas (met notensmaak) en daarnaast de roodkorstkaas die als de heerlijke Raphaëlkaas op de markt kwam. De eigen abdijwinkel in Postel, gelegen aan de witte ingangspoort, kan u aan alles helpen. Groot- en kleinhandels bevoorraden zich langs Belgomilk, die het contact met de kaasmarkt onderhoudt. Zo is de Postelse abdijkaas ook te verkrijgen bij Colruyt en in de abdijwinkels van Averbode en van de trappisten van Koningshoeven in Tilburg. Postelre NV ‘Postula’ is de merknaam voor de materiële activiteiten van de Norbertijnenabdij van Postel. Onder dit bedrijf resulteren een kaasmakerij (waar de fameuze Postelse abdijkaas gemaakt wordt), een kruidentuin en een laboratorium voor kruidenverwerking. In de loop der jaren is het aanbod aan kruidenpreparaten sterk gegroeid. Nu worden er naast ginsengcapsules ook andere capsules met kruiden aangeboden, een heel gamma tincturen, crèmes, verzorgingsproducten, siropen, oliën, theeën, etc. Deze

10


producten worden volledig in een eigen laboratorium vervaardigd. Dit alles onder leiding van broeder Guy van Leemput (Herborist). Financiën De Nobertijnenabdij van Postel beschikt over 9,1 miljoen euro aan activa. De geldbeleggingen bedragen 6,9 miljoen euro en de liquide middelen (cash) bedragen een half miljoen euro. Beide posten samen leveren een erg knus stootkussen op van 7,4 miljoen euro. De resultatenrekening van de abdij toont een erg lucratief beeld. In 2009 leverde de bruto-marge van 366.000 euro een netto-winst op van 178.000 euro. Het jaar daarvoor bedoreg de bruto-marge 551.000 euro. Dat jaar werd afgesloten met 472.000 euro nettowinst. De vzw van de abdij heeft 99 procent van de aandelen van Postelre in handen. Deze vennootschap werd in 2007 opgericht door de abdij en de vzw Postula. De vennootschap Postelre omvat de kaasmakerij. De totale activa van Postelre bedragen 2,6 miljoen euro. Op een bruto-marge van 819.000 euro in 2009 werd 6000 euro winst gemaakt. De vzw Postula heeft als doel de ondersteuning van de abdij. In de statuten staat ondermeer ingeschreven dat Postula ‘de fiscale lasten van de andere vzw kan dragen’. De totale activa van Postula bedragen 2,2 miljoen euro. Besluit: De totale activa van de drie vennootschappen van de Norbertijnenabdij bedragen 13,9 miljoen euro. De zeer goed gevulde spaartpot van de vzw die de abdij omvat, valt op.

11


De Abdij van Tongerlo: een spaarpot van 8,9 miljoen euro De Abdij van Tongerlo is een norbertijnenabdij bij het dorp Tongerlo in de Belgische gemeente Westerlo. De abdij werd gesticht rond 1130, toen een aantal norbertijnen van de SintMichielsabdij te Antwerpen zich vestigden op het landgoed van heer Giselbert van CastelrĂŠ. De abdij is tot in de 13e eeuw enige tijd een dubbelklooster geweest waarin ook norbertinessen woonden. Tot ver in de 16e eeuw had de abdij van Tongerlo uitgebreide bezittingen in het hertogdom Brabant. Van 1559 tot 1590 viel de abdij onder het bisdom 's-Hertogenbosch. In 1590 wist de abdij dit bestuur af te kopen door de meeste bezittingen in het huidige Noord-Brabant af te staan. Na de val van 's-Hertogenbosch in 1629 vluchtten de norbertijnen tijdelijk naar hun refugehuis in Mechelen. De abdij speelde in 1789-1790 een rol in de Brabantse Omwenteling tegen het Oostenrijkse bewind door het ronselen en bewapenen van troepen. Na het neerslaan van de opstand werden de bezittingen van de abdij in beslag genomen. In diezelfde periode bood de abdij tijdelijk onderdak aan het bronnenmateriaal van de Bollandisten. In 1796 kwam aan de abdij een voorlopig einde, wanneer Franse revolutionairen de norbertijnen uit het complex verdreven. Hierna werd de abdij verkocht en werd een deel van de gebouwen gesloopt, waaronder de kerk. Pas in 1838 werd de orde heropgericht om twee jaar later terug te keren naar Tongerlo. Tongerlo is nu opnieuw een bloeiende gemeenschap, met 77 leden, waarvan 42 in de abdij, elf in Chili, vijf in Congo en de anderen in verschillende parochies. De Norbertijnen zijn een open gemeenschap, ze leven deels van hun wedden en pensioenen. De abdij trekt het hele jaar door veel gelovigen en toeristen. Inkomsten worden gegenereerd door een boekhandel, een bakkerij en het Tongerlo abdijbier dat voor de abdij gebrouwen wordt door brouwerij Haacht, en door de entree op de bezichtiging van een getrouwe kopie van Het Laatste Avondmaal van Da Vinci die onder toezicht van Da Vinci door zijn leerlingen zou zijn gemaakt. Het hoofd van Jezus en van Johannes zou door Da Vinci zelf geschilderd zijn. Abdij van Tongerlo Op 23 december 2009 raakte bekend dat de Vlaamse minister van Onroerend Erfgoed Geert Bourgeois N-VA een premie van 723.042 euro toekent voor de restauratie van de Norbertijnenabdij in Tongerlo. Deze premie zal aangewend worden voor de restauratie van de omwalling, die kampt met funderings- en stabiliteitsproblemen. De bezienswaardigheden zijn als volgt: het poortgebouw, bestaande uit een 14e-eeuwse onderbouw in romaanse stijl en een 16e-eeuwse bovenbouw in gotische stijl. Kerk in neogotische stijl uit 1852, ontworpen door architect Paul Stoop. Bisschopshuis: in gemengd gotische- en renaissancestijl, ontworpen door Rombout II Keldermans.

12


Abtshuis:, een paleis uit 1728, ontworpen in classicistische stijl door de Antwerpse architect Kerrickx (1682 - 1745). Da Vinci-museum: museum rond een getrouwe replica uit 1545 van Het Laatste Avondmaal van Leonardo da Vinci. Bier Er werd al in de negentiende eeuw bier gebrouwen. Daar kwam een voorlopig einde aan tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen de Duitsers het koper van de brouwketels in beslag namen om er wapens mee te smeden. In 1954 - na Maredsous in 1949 en Leffe in 1952 - werd er een licentiecontract ondertekend met brouwerij Van Milders uit Geel om opnieuw Tongerlo-bier te brouwen. Van Milders ging over in Wielemans-Ceuppens, op zijn beurt overgenomen door Artois. In 1988 (toen Interbrew ontstond) werd Tongerlo van de hand gedaan, men koos bij de brouwer voor Leffe. Uiteindelijk sloot de abdij een contract met Haacht in 1989, een pilsbrouwer die het bier aanvankelijk liet brouwen bij Bios uit Ertvelde. Halfweg jaren negentig besloot Haacht het bier zelf te brouwen. De belangrijkste inkomsten vandaag wel de royalty's die Brouwerij Haacht betaalt, want het Tongerlo-abdijbier vindt gretig aftrek in de bijna 5.000 cafés die de brouwerij belevert. Met kerst komt er nog een vierde variant bij, de Tongerlo Xmas. Haacht heeft in elk geval na vijftien jaar bewezen dat het goed abdijbier kan brouwen. De Prior hééft het, dit bier gaat het nog ver brengen. Financiën De Abdij van Tongerlo heeft 14 miljoen euro aan activa. De De geldbeleggingen bedragen 8,5 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 400.000 euro. Samen geeft dit een spaarvarken van 8,9 miljoen euro. In 2009 werd een bruto-marge van 1 miljoen euro opgetekend. Door het terugnemen van financiële kosten van het vorige jaar, werd een netto-winst van bijna anderhalf miljoen euro opgetekend. In 2008 bedroeg de bruto-marge 680.000 euro. De boekhandel is ondergebracht in de NV De oude linden. Het is een kleine vennootschap met een kwart miljoen activa. In 2009 werd een omzet geboekt van ruim zeshonderdduizend euro. Het jaar werd afgesloten met een verlies van 33.000 euro. Besluit: De totale activa van de abdij van Tonderlo bedragen ruim 14 miljoen euro. Er is een zeer stevige buffer met bijna negen miljoen euro geldbeleggingen en cash.

13


De Sint-Sixtus Abdij van Westvleteren: een spaarpot van 6,3 miljoen euro De Sint-Sixtusabdij is een abdij van de trappisten in het Belgische Westvleteren. De abdij is onder meer bekend om zijn trappistenbier Westvleteren. In1814 kwam Jan-Baptist Victoor uit Poperinge zich als kluizenaar vestigen in de bossen van Sint-Sixtus vestigen, op een plek waar eeuwenlang kloostergemeenschappen hadden gewoond. In 1826 werd de Abdij op de Katsberg in Godewaersvelde, aanvankelijk als priorij, opnieuw gesticht, onder de hoede van de moederabdij van Notre-Dame-du-Gard. In de eerste tien jaar waren er heel wat conflicten en problemen. De twee eerste priors bleven maar enkele maanden in functie. In 1827 werd Franciscus-Maria Van Langendonck (1760-1836), die prior en novicemeester was in de abdij van Notre-Dame-du-Gard, tot prior benoemd op de Katsberg, waar hij de noodzakelijke bouwwerken leidde. In 1831 kwam hij in conflict met zijn medebroeder, de procurator Nil Van Hoecke die naar aanleiding van een financieel dispuut met de moederabdij, de steun was gaan zoeken van de bisschop van Cambrai, Louis Belmas (1757-1841). Langendonck wilde het gezag niet aanvaarden van iemand die destijds de constitutionele (revolutionaire) eed had afgelegd. Hij nam ontslag en vertrok uit het klooster, vergezeld door enkele medebroeders. De bisschop benoemde Van Hoecke tot prior van de niet meer door de trappistenorde erkende en erg uitgedunde communauteit (er was ook een aantal monniken naar de Gard teruggekeerd). Pas na de dood van de bisschop zou de priorij opnieuw in de schoot van de trappistenorde worden opgenomen. In de zomer van 1831 kwamen prior Van Langendonck en zijn medebroeders aan in Vleteren en sloten zich aan bij de kluizenaar Victoor. Ze stichtten een nieuwe priorij, Sint-Sixtus, opnieuw onder de bescherming van de moederabdij Notre-Dame-du-Gard. In 1839 werd de de eerste brouwerij opgericht. In 1945 neemt Abt Gerardus Deleye nam de beslissing de productie van de brouwerij kleinschalig te houden en te beperken tot wat nodig was om in het onderhoud van de abdij te voorzien. Wat later besliste hij het brouwen en commercialiseren voortaan onder licentie toe te vertrouwen aan de Brouwerij Sint-Bernardus in Watou. 1962 De licentie met de brouwerij Sint-Bernardus werd voor 30 jaar verlengd. 1992 Het contract met de Brouwerij Sint-Bernardus liep ten einde en de abdij hervatte zelf het brouwen. Dit om te beantwoorden aan de beslissing dat de benaming "Trappistenbier" enkel nog werd toegekend aan bieren gebrouwen binnen de muren van een trappisten-abdij. De jaarproductie is beperkt tot 4.800 hectoliter. 2005 Tijdens de tweejaarlijkse competitie op www.rateBeer.com werd de West-Vleteren uitgeroepen tot "Best Beer in the World". Zie: Westvleteren (bier) 2008-2010 Een onstabiele toestand van de gebouwen verplichtte tot nieuwbouw. Het gastenhuis werd verbouwd, een deel van de abdij werd afgebroken en een ruimere nieuwbouw opgetrokken, naar een ontwerp van Bob Van Reeth. De oude kerk werd verbouwd tot bibliotheek en refter. Samen met de nieuwe abdijkerk die behouden bleef, maakt ze deel uit van het kloostervierkant, waar ook kapittelzaal, scriptorium, noviciaat, gemeenschapsruimte en ziekenboeg hun plaats vinden, met op de verdieping kamers voor de broeders en in de kelders werkplaatsen. De brouwerij bleef ongewijzigd. Tijdens de

14


bouwwerken verbleven de monniken in het gastenhuis waardoor de abdij tijdelijk geen gasten kon opnemen. 2009 Op 9 oktober 2009 greep de ceremonie van de eerste steenlegging van de nieuwe gebouwen plaats. 2010 De communauteit bestond in dat jaar uit 26 broeders en de gemiddelde leeftijd situeerde zich op 54 jaar. 2010 Zes broeders produceerden de CD 'Triduum Paschale', uitgegeven door het Davidsfonds, bedoeld als fondsenwerving voor de bouwkosten. Toen de nieuwe abdij gebouwd werd, hadden de bouwvakkers recht op twee glazen bier per dag. De paters besloten om de drank zelf te brouwen, dit om geld uit te sparen. Dit bier was niet de Westvleteren van vandaag, maar 'klein bier' met een alcoholpercentage van amper 2 procent. Later begonnen de paters trappist te brouwen om in hun levensonderhoud te voorzien. Naast de abdij ligt een klein bos met een vrij toegankelijke Lourdesgrot die werd ingewijd op 28 mei 1922 als dank voor de bescherming tijdens de oorlog. Net voor de abdij ligt het Ontmoetingscentrum In de Vrede het enige cafĂŠ dat bier van de abdij kan afnemen. Naast een hapje en een drankje kan men daar ook terecht voor een tentoonstelling over het abdijleven en de geschiedenis van de brouwerij. Ook de folder van de Sint-Sixtus wandelroute (7,1 km) is er verkrijgbaar. De bibliotheek van de abdij telt circa 600 drukwerken van voor 1830 en 40.000 van na die datum.

FinanciĂŤn De totale activa van de Sint-Sixtusabdij bedragen 12,8 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen 3,6 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 2,7 miljoen euro. De spaarpot van de abdij van Westvleteren bedraagt dus 6,3 miljoen euro. De bruto-marge in 2009 bedroeg 1,1 miljoen euro. Het jaar werd afgesloten met een erg mooie netto-winst van 624.500 euro. Aangezien jaarlijks zowat 60.000 kratten verkocht worden aan een prijs van 30 euro, levert dat 1,8 miljoen euro omzet voor de abdij op. Hieruit leiden we af dat de kostprijs van de grondstoffen voor het bier zowat 700.000 euro bedraagt.

15


De Sint-Benedictusabdij van Postel: een spaarpot van 320.000 euro De Sint-Benedictusabdij van Achel, dikwijls ook de Achelse Kluis genoemd, is een cisterciënzerabdij deels op Belgisch, deels op Nederlands grondgebied; het Belgische gedeelte ligt in de gemeente Hamont-Achel, het Nederlandse in de gemeente Valkenswaard. Officieel heet de abdij Onze-Lieve-Vrouw-van-La-Trappe-van-de-HeiligeBenedictus. Deze monnikengemeenschap kiest voor een leven volgens het evangelie, in de blijde verwachting van de wederkomst van Jezus Christus. De abdij staat onder meer bekend vanwege het gelijknamige trappistenbier Achel dat sinds 1998 in de eigen huisbrouwerij wordt gebrouwen. In 2010 kwam de abdij op negatieve wijze in het nieuws. De Hasseltse correctionele rechtbank veroordeelde toen de 59-jarige Guido Coppens uit Hamont-Achel tot acht maanden cel met uitstel en 550 euro boete wegens de oplichting van de Achelse Kluis. De vader van tv-gezichten Staf en Matthias Coppens moet een schadevergoeding van 96.200 euro betalen. De feiten gebeurden tussen mei 2005 en juni 2007. Guido Coppens had zich als lekenbroeder binnengewerkt in de Achelse Kluis, omdat hij de abt kende. Hij liet de abt en een broeder een achttal overeenkomsten ondertekenen, zodat hij een maandelijkse uitkering - een reïntegratievergoeding - kreeg als hij de abdij zou verlaten. Op sommige documenten stond een som van 10.000 euro in plaats van 1.000 euro. Coppens liet zich ook een loon van ruim 4.600 euro uitbetalen. Coppens had ook allerlei functies binnen de abdij verworven, zodat hij controle had over de geldstromen. Hij bestelde allerlei goederen en liet die bij hem thuis leveren, terwijl de betalingen gebeurden door de Achelse Kluis. Zo kocht hij kleding, een wasmachine, een droogkast, tv en een bed. Hij huurde een appartement aan zee, waarvoor de abdij ook het meubilair zou moeten betalen. Bovendien kocht hij met het geld van de abdij een mobilhome. Volgens de rechtbank maakte Guido Coppens schaamteloos misbruik van het vertrouwen dat de abdijbroeders in hem stelden. Historiek In 1656 bevond zich al in het land van Achel, behorende tot het prinsbisdom Luik, een grenskerk voor katholieken uit Nederland, die het "Weerderhuis" werd genoemd. Deze deed dienst toen de katholieke eredienst in Nederland was verboden, een periode die duurde van 1648 tot omstreeks 1672. In 1686 stichtte Petrus van Eijnatten uit Eindhoven op deze plek een gemeenschap van kluizenaars. Sinds die tijd is de Achelse Kluis een centrum van gebed, beschouwing en geestelijk leven. Deze traditie werd slechts onderbroken door de verdrijving van de broeders uit hun klooster door de Franse Revolutie, doch in 1846 werd ze weer voortgezet door de Trappistenmonniken van de abdij van Westmalle, die hier een priorij stichtten om in de geest van de Cisterciënzerorde een leven te leiden van gebed, arbeid en studie. In 1871 werd deze tot abdij verheven en heette sindsdien: Sint-Benedictusabdij. Het oudste gedeelte van de abdij ligt in België. Woeste gronden werden ontgonnen, landbouw en veeteelt kwamen tot grote bloei. De gemeenschap van de Sint Benedictusabdij of de Achelse Kluis,

16


groeide gestaag. Dochterhuizen worden gesticht te Echt, Diepenveen, Rochefort en Kasanza in de Democratische Republiek Congo. De neogotische abdijkerk uit 1885 werd ontworpen door de Nederlandse architect Pierre Cuypers. De eveneens uit Nederland afkomstige, maar sinds 1924 in BelgiĂŤ wonende architect Jos Ritzen ontwierp een deel van de abdijgebouwen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de grens tussen door Duitsland bezet BelgiĂŤ en neutraal Nederland dwars door de abdij afgebakend: Langs de grens kwam een afrastering die onder hoogspanning stond. Hiervoor werd een deel van de abdijmuur afgebroken. De muur is intussen hersteld, maar er zijn nog sporen van de beschadiging te zien. Na de Tweede Wereldoorlog werden via de abdij Vlaamse collaborateurs op hun vlucht naar Ierland Nederland binnengesmokkeld. Een van hen was Albert Folens die in Ierland een succesvol uitgever werd. De monniken wijdden zich oorspronkelijk aan handarbeid, zowel in de landbouw, waar ze een modelboerderij beheerden, als in de productie, waar ze onder meer het ambacht van bakker, kaasmakerij, meubelmaker, drukker en koperslager uitoefenden. De voorgenomen schaalvergroting mislukte. De landbouwgrond werd in 1989 verkocht aan natuurbeschermingsorganisaties. De economie van de abdij uit zich tegenwoordig vooral in de dienstensector en het brouwen van bier. In 1998 werd een groot orgel geplaatst met vele registers, dat werd vervaardigd door Bernard Hurvey uit Nantes. Hoewel de agrarische en ambachtelijke nijverheid goeddeels is komen te vervallen, bezit de abdij een brouwerij, een herberg-brasserie, een galerie voor religieuze artikelen, en de Kunsthal waar exposities van, vaak religieuze, kunst worden gehouden. Natuurlijk is er ook een Gastenhuis, waar bezoekers enkele dagen tot bezinning kunnen komen en deel kunnen nemen aan de liturgische plechtigheden, zoals het Koorgebed. De Schola Cantorum werd in 1968 opgericht om de traditie van het Gregoriaans levendig te houden. De zangers komen uit de wijde omgeving. De Achelse Kluis is een geliefde ontmoetingsplaats voor wandelaars en fietsers. Van hieruit zijn een groot aantal wandelingen uitgezet door de aangrenzende Belgische en Nederlandse natuurgebieden. Ook (Nederlandse) pelgrims naar Santiago de Compostella bezoeken vaak deze abdij alvorens zich over de grens te begeven. Brouwerij De brouwerij, die het merk Achel produceert, is in een oud pand gevestigd dat vanaf de brasserie bekeken kan worden. Nadat in 1914 de productie was gestaakt, werd ze in 1998 weer ter hand genomen. Toen eind jaren negentig de laatste niet-Belgische trappistenbrouwerij, het Nederlandse La Trappe, haar licentie kwijtraakte wegens een samenwerkingsovereenkomst met Bavaria, trok de vereniging van trappistenbrouwers aan de alarmbel. Slechts vijf abdijen brouwden nog trappist. Van deze vijf is de abdij van Westmalle verreweg de grootste door haar relatief zware investeringen in reclame. De monniken van Westmalle herinnerden zich de kleine abdij van Hamont-Achel, die in 1851 was opgericht. Net als de meeste, toen nog wijdvertakte benedictijnenabdijen verbouwde ook deze abdij al gauw haar eigen gewassen en werd er acht jaar later, in

17


1859, bier, kaas en brood gemaakt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de abdij grotendeels verwoest en in 1917 werd het koper van de brouwketels geconfisqueerd en omgesmolten tot munitie. Omdat de abdij op naam stond van twee trappisten met de Nederlandse nationaliteit wees de Belgische overheid na de oorlog een aanvraag voor vergoeding van oorlogsschade af. Pas in 1997 werden door de abdij van Westmalle de benodigde fondsen vrijgemaakt en personeel beschikbaar gesteld voor een nieuwe brouwerij in Achel. In 1998 zag de Achel 5 als eerste het licht, een blonde ale van hoge gisting met een relatief lage sterkte van 5 graden volumeprocent. Het was bedoeld voor de vele dagjesmensen die de bossen rond de Achelse Kluis bezoeken. Wandelaars en fietsers hebben geen behoefte aan een zwaarder bier. De Achel 5 is dus een dorstlessende doordrinker en geen zware grand cru waar voorzichtig en met smaak aan moet worden genipt. Dit bier werd maar lauw onthaald door de critici, die van een trappist niets minder dan wereldklasse verwachtten. Een jaar later werd de zwaardere Achel 7 boven de doopvont gehouden. De kritieken waren eveneens teleurstellend. Een mengsel van deze twee brouwsels, de Achel 6, kreeg de eerste voorzichtige positieve reacties en toen in augustus 2001 onder goedkeurend gemompel de blonde Achel 8 geboren werd, haalde de trappistengemeenschap opgelucht adem. Eindelijk hadden de zes Belgische trappistenabdijen, na een winterslaap van zestig jaar, weer hun eigen bier. De Achelse brouwerij brouwt heden zes bieren: Achel 5 Blond en Achel 5 Bruin zijn alleen op tap verkrijgbaar in de abdij zelf. Achel 8 Blond en Achel 8 Bruin zijn alleen op fles verkrijgbaar, zowel in flesjes van 33 cl als in magnumflessen van 75 cl. Verder is er nog Achel Extra Bruin (de 3 Wijzen) (9,5%) en sinds 2010 Achel Extra Blond (9,5%), beide enkel afgevuld in flessen van 75 cl. FinanciĂŤn De totale activa van de abdij van Achel bedragen 1,6 miljoen euro. De geldbeleggingen en liquide middelen bedragen 320.000 euro. In 2009 werd een bruto-marge opgetekend van 674.000 euro. Dat leverde dat jaar een netto-winst op van 211.000 euro. Volgens de jaarrekening van de vzw zijn er twintig werknemers ingeschreven in de abdij. Over de verbonden ondernemingen Sint-Benedictusabdij Open Monument en Sint-Benedictus Gastenhuis is er geen informatie beschikbaar. Ook de twee Nederlandse stichtingen Sint-Bernardusstichting en Stichting De achelse Kluis zijn met de abdij verbonden ondernemingen. Besluit Met 1,6 miljoen euro aan totale activa is de abdij van Achel een relatief kleine abdij. De spaarpot van 320.000 euro is verhoudingsgewijs correct. De netto-winst van ruim tweehonderdduizend euro op een marge van 674.000 wijst op commercieel succes.

18


Abdij der Trappisten van Westmalle: een spaarpot van 7,5 miljoen euro De abdij van Westmalle, voluit de abdij van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart van Westmalle is een cisterciĂŤnzer klooster dat gesticht werd in 1794. De abdij is gelegen in Westmalle, een deelgemeente van Malle in de Belgische provincie Antwerpen. Het bier dat in dit klooster gebrouwen wordt, is een van de zeven trappistenbieren. Tijdens de Franse Revolutie ontvluchtte een groep monniken het Normandische klooster La Trappe. Zij kwamen terecht in de Kempen waar ze een kleine boerderij, genaamd Nooit Rust, toegewezen kregen van de bisschop van Antwerpen. De hoeve deed tot 1836 dienst als klooster, waarna zij officieel een abdij werd en de nodige gebouwen werden opgericht (kerk, klooster, gastenkamers). Sindsdien is het complex nog verder uitgebreid met onder meer een nieuwe koeienstal en brouwerij, toegevoegd in de jaren 30 van de twintigste eeuw. De abdij wordt nog steeds regelmatig gemoderniseerd. Ze telde begin eenentwintigste eeuw 24 paters en broeders. De abdij voorziet in het onderhoud van haar leden door verschillende activiteiten: een boerderij, een kaasmakerij, een bierbrouwerij en het ontvangen van gasten. Bijzondere jaartallen: 1794 Stichtingsdag 1 juni 1794 en op 17 juli vlucht naar Marienfeld voor de revolutionaire Franse troepen. 1795: stichting toevluchthuis in Darfeld 1802 Terugkeer naar Westmalle 1811 Tussen augustus en oktober vertrekken de monniken uit hun opgeheven klooster. De gebouwen ontsnappen aan confiscatie, omdat ze eigendom zijn van baron de Caters. Drie monniken blijven ter plekke. 1814 Terugkeer van de monniken en herneming van het religieuze leven. 1836 Westmalle wordt abdij en hoofd van een Belgische Congegatie van Trappisten. 1836 De priorij van Sint-Sixtus wordt onder de voogdij van Westmalle. 1838 Stichting klooster in Meersel, in 1846 verhuisd naar Achel. 1884 Stichting vluchthuis in Tegelen, dat in 1912 autonoom wordt. 1893 Stichting Notre-Dame de St-Joseph in Bamania (Belgisch Kongo). 1899 Consecratie nieuwe kerk. 1914-1918 Evacuatie van de communauteit, eerst naar Echt, later naar Tegelen. 1922 Voogdij over de monialen van Soleilmont. 1925 Stichting in Bamania wordt opgeheven. 1946 Abdij van Orval komt onder Westmalle. 1950 Stichting abdij van cisterziĂŤnzerinnen N.D. de Nazareth. 1962 Stichting Redwoods, U.S.A. Bier Westmalle is een trappistenbier dat in de abdij Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart van Westmalle wordt gebrouwen. Het klooster van Westmalle werd in 1836 tot abdij van de orde der trappisten verheven. In hetzelfde jaar begonnen de monniken met het brouwen van bier, aanvankelijk alleen

19


voor eigen gebruik, maar vanaf 1856 ook voor de verkoop. De brouwerij is sindsdien diverse malen uitgebreid en gemoderniseerd, de laatste keer in 2001. Op 21 september 2005 verkozen de lezers van de New York Times Westmalle Tripel Trappist tot beste bier ter wereld. De Dubbel (bruine kroonkurk) heeft een alcoholpercentage van 7% (2006). Dit bier heeft een donkere roodbruine kleur en gist ook na op de fles. Het wordt sinds 1856 gebrouwen en is verkrijgbaar in flessen van 33 en 75 cl en in vaten van 30 en 50 liter. De Tripel (cremé-kleurige kroonkurk) is het bekendste Westmalle-bier. Het heeft een diepe, maar zachte smaak met een bittere toets, en een heldere gouden kleur. Het gist drie weken na op de fles, en bezit zoals elke nagister na verloop van tijd een bezinksel van dode gistcellen op de flessenbodem. Het werd voor het eerst gebrouwen in 1934. Het heeft een alcoholpercentage van 9,5% en is verkrijgbaar in flessen van 33 en 75 cl. De Extra (donkergele kroonkurk) is de minst zware variant. Dit tafelbier wordt slechts twee maal per jaar gebrouwen en is bedoeld voor privé-gebruik door de monniken zelf. Het is niet in de handel verkrijgbaar. Financiën De abdij van Westmalle is een grote abdij. De totale activa bedragen 25,6 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen 7,2 miljoen euro en de liquide middelen bedragen iets meer dan driehonderdduizend euro. Het spaarvarken van de abdij bevat dus ruim 7,5 miljoen euro. De resultatenrekening geeft een goed beeld van de nijvere activiteit van de kloosterlingen. In 2009 werd een erg hoge bruto-marge van 3,3 miljoen euro opgetekend. Dat jaar werd afgesloten met een errg mooie netto-winst van 1,4 miljoen euro. Het jaar daarvoor was iets minder met een marge van 3,1 miljoen euro en een winst van 359.000 euro. De vzw van de abdij bezit een participatie van 49,96 procent in de CVBA Brouwerij der Trappisten van Westmalle. De totale activa van deze commerciële vennootschap bedragen 24,8 miljoen euro. De geldbeleggingen en de liquide middelen van de brouwerij overstijgen de tien miljoen euro. In 2009 werd 22 miljoen omzet gedraaid. Dat leverde een netto-winst van 2 miljoen op. Het jaar daarvoor was nog beter met een omzet van 21,5 miljoen en een netto-winst van 2,5 miljoen euro. Daarnaast is er nog een deelneming van 100 procent in de NV Ca.Tr. Deze vennootschap werd in 2004 opgericht door de broeders. De totale activa van de vennootschap bedragen 1,7 miljoen euro. Het doel van Ca.tr. wordt omschreven als ‘activiteiten in de horecasector’. Ze bevat de de Café Trappisten tegenover de abdij waar ook de kaas van Westmalle gekocht kan worden. Besluit: Nergens anders lopen niet-commerciële activiteiten en commerciële activiteiten zo verstrengeld dooreen als bij de kloosterlingen van Westmalle. De vzw van de abdij bezit twee participaties in commerciële ondernemingen, de brouwerij (een CVBA) en het café (een NV).

20


De resultatenrekening van de brouwerij toont aan hoe rendabel bier brouwen is voor een abdij. Een netto-winst van twee miljoen euro op een omzet van 22 miljoen euro is erg goed. Dat mooie resultaat vertaalt zich automatisch in de balans van de abdij van Westmalle die de helft van de aandelen van de brouwerij aanhoudt. De abdij bezit een goedgevuld spaarvarken met ruim 7,5 miljoen euro.

21


De abdij van Affligem: een spaarpot van 1,5 miljoen euro De Benedictijnenabdij van Affligem mag beschouwd worden als de meest imposante abdijstichting van de benedictijnen in de Lage Landen. Als huisabdij van de hertogen van Brabant werd ze Primaria Brabantiae (de voortreffelijkste van Brabant) betiteld. In de rijmkroniek van Sinte-Lutgarde (circa 1200) wordt ze Spiegel voor alle abdijen genoemd. De abdij is ontstaan uit een heremitische gemeenschap die vermoedelijk op 28 juni 1062 werd opgericht. Haar grote weldoener is paltsgraaf Herman II van Lotharingen († 1085). Via zijn minderjarigheidsvoogd, aartsbisschop Anno II van Keulen (10561075), gaf hij toelating aan de eremieten om op zijn domein te Affligem een gemeenschap te stichten. Wellicht is deze paltsgraaf ook de beschermheer van de eerste Sint-Pieterskerk geweest (1083). Op de dag van de kroning van de Duitse keizer Hendrik IV te Rome (31 maart 1084) schonk hij bovendien zijn eigengoed te Affligem voor de formele oprichting van de abdij met een reguliere orde. In 1086 werd de stichting nogmaals rijk begunstigd door de landsheerlijke opvolger van paltsgraaf Herman II van Lotharingen in Brabant, graaf Hendrik III van Leuven. Zodra deze inkomsten voorhanden waren, werd overgegaan tot de formele inwijding door bisschop Gerardus II van Kamerijk. Financiën De totale activa van de abdij bedragen 5,1 miljoen euro. De geldbeleggingen benaderen met 966.000 euro het miljoen euro, de liquide middelen bedragen 573.000 euro. De spaarpot van de abdij bedraagt dus ruim anderhalf miljoen euro. De bedrijfsopbrengsten bedroegen in 2009 ruim zevenhonderdduizend euro. Toch was dat niet voldoende om uit de rode cijfers te blijven. Dat jaar werd afgesloten met een klein verlies van 11.647 euro. Het jaar daarvoor was beter met opbrengsten die ruim een miljoen euro bedroegen. De netto-winst in 2008 bedroeg 54.129 euro. Besluit De financiële vetreserve van de abdij van Affligem is goed. Ruim anderhalf miljoen euro geldbeleggingen en cash op een totaal van vijf miljoen is behoorlijk. De resultaten vallen wat tegen. Vooral het weliswaar kleine verlies in 2009 is een slecht teken aan de wand. Door de berpkte winstcapaciteit, kunnen de reserves niet of te weinig verder aangevuld worden.

22


De abdij der Benedictijnen van Dendermonde: een spaarpot van 11,6 miljoen euro De Abdij van Dendermonde is toegewijd aan de heiligen Petrus en Paulus. Het is een benedictijnerabdij, gelegen in het centrum van Dendermonde (Vlasmarkt 23). De gemeenschap bestaat vandaag uit twaalf monniken. De abdij dankt haar ontstaan aan de Dendermondenaar Dom Veremundus D'Haens, één van de laatste overlevende monniken van de abdij van Affligem in Brabant die tijdens de Franse Revolutie in 1796 was opgeheven. Hij kocht het oude klooster der Kapucijnen (1595-1797) in Dendermonde in 1837 van het armbestuur over en vestigde zich daar met zijn eerste novice. In 1857 sloot deze Dendermondse abdij aan bij de Congregatie van Subiaco. Het binnenpand in neogotische stijl dateert van 1886 en de ruime bibliotheek uit 1891. Enkele jaren later, in 1900, werd ook de oude Kapucijnenkerk, die te klein was geworden, afgebroken en in 1902 vervangen door de huidige Sint-Pieter en Pauluskerk, in neogotische stijl gebouwd naar de plannen van bouwmeester August Van Assche. In 1914 werd de abdij grotendeels door brand verwoest. Ze werd na 1919 in neorenaissance heropgebouwd door de Gentse architect Valentin Vaerwijck en tussen 1945 en 1947 uitgebreid. In 1939 werd de abdijkerk tot basiliek verheven. De monnikengemeenschap komt 4 maal per dag samen voor de getijden. Op zon- en feestdagen zingen ze de lauden (ochtendgebed) te 7u15, de conventsmis te 9u30, het middagofficie te 12u15 en de vespers te 18 uur. De Lezingendienst en Completen worden te 20 uur gebeden. Op de hoogdagen wordt de conventsmis meestal te 11u30 gevierd; zij wordt dan verzorgd door een koor. Op de gewone zondagen is er ook een gelezen eucharistieviering te 11u30. Op gewone weekdagen zingen ze het morgengebed om 7u15 en de conventsmis te 8u30, het middagofficie te 12u15, de vespers te 18u en de Lezingendienst en Completen te 20 uur. De conventsmis en de vespers worden gregoriaans gezongen. De andere officies gebeuren in het Nederlands. Een beperkt aantal kamers is ingericht voor mannelijke gasten. Jaarlijks wordt er op Pinkstermaandag een opendeurdag georganiseerd. Bier Om in hun levensonderhoud te voorzien, verkopen de monniken het abdijbier Dendermonde gebrouwen door de brouwerij De Block in Merchtem-Peisegem, de likeur Smaragdus en verschillende abdijwijnen. Het bier en de wijn is te verkrijgen aan de abdijpoort en in de verkooppunten van de firma Rubbens. Aan de abdij is sinds 1932 een Religieus Centrum, het Liturgisch Kunstapostolaat Dendermonde, verbonden waar men op weekdagen wenskaarten, kaarsen, iconen, religieuze boeken, cd's en religieuze voorwerpen kan kopen. De licentie tot het brouwen van de tripel ‘Abdij van Dendermonde’ werd toevertrouwd aan Brouwerij De Block, Nieuwbaan 92 te Peizegem. Brouwer Paul Saerens heeft er bijna drie jaar aan gewerkt tot wanneer het bier voldeed aan de hoge

23


eisen die de monniken en hijzelf hadden opgelegd. Het abdijbier kreeg een prachtig etiket en een even mooi bierviltje: De abdijtorens met het silhouet van een monnik in verwerkt. Op de achtergrond bevinden zich teksten. Dit zijn fragmenten uit het werk van Hildegard Von Bingen, nu door de muziekliefhebbers herontdekt. Het bier wordt geschonken op kamertemperatuur in het al even mooie kelkglas, dat het aroma van het bier optimaal tot zijn recht laat komen. Het Dendermonds abdijbier wordt door de maker omschreven als een klassieke tripel die drie keer gegist is met een wat bittere nasmaak en 8 % volume alcohol, wat bij de zwaardere bieren kan geklasseerd worden. Hierbij wordt een lekker stukje kaas wel gewaardeerd. Momenteel is het te verkrijgen in de Abdij van Dendermonde zelf, bij een zestal bierhandelaars in de streek en uiteraard bij brouwerij De Block in Peizegem. Laat ons nu bidden voor een Dendermondse abdijkaas. Financiën De totale activa van de abdij van Dendermonde bedragen 13,7 miljoen euro. Het spaarvarken van de abdij is bijzonder goed gevuld. De geldbeleggingen bedragen 11,1 miljoen euro en de liquide middelen 514.000 euro. Samen geeft dat een financiële buffer van ruim 11,6 miljoen euro. Dat is een zeer hoog bedrag. Toch wijst de resultatenrekening op een chronisch probleem voor de abdij. Zowel in 2008 als in 2008 was de bruto-marge negatief. In 2008 bedroeg de marge min 67.700, in 2009 zelfs min 100.000 euro. In 2008 werd het resultaat verzwaard door financiële kosten ten belope van 1,1 miljoen euro. Het resultaat was uiteraard zwaarnegatief. Het jaar daarop werd een deel van die kosten teruggenomen waardoor het resultaat positief werd. Het jaar 2009 werd afgesloten met een (kunstmatige) winst van 779.000 euro. Besluit De spaarpot van de abdij van Dendermonde is een van de best gevulde van alle Belgische abdijen. Toch wijst de resultatenrekening op een probleem. De negatieve bruto-marge geeft aan dat de kosten hoger zijn dan de gerealiseerde omzet. Dat heeft voorlopig weinig invloed op de reserves en de overgedragen winst van de abdij. Het is toch een toestand die best rechtgezet kan worden door d ekosten te verlagen en/of de omzet te verhogen.

24


De Oude Abdij van Drongen: een spaarpot van 3,9 miljoen euro De Oude Abdij van Drongen is een abdijcomplex, gelegen aan de Leie in Drongen, een deelgemeente van de Belgische stad Gent. Het hele domein, met inbegrip van de tuin, is sinds 1998 als monument beschermd. De abdij herbergt vandaag een bezinningscentrum, een communauteit van (bejaarde) jezuïeten en enkele gezinnen. De na een brand heropgebouwde abdijkerk uit 1734, achtkantig, in witte steen met een busvormige, kleine koepel, doet dienst als parochiekerk van Drongen-Centrum als Sint-Gerolfkerk. In de middeleeuwen circuleert de legende dat de abdij gesticht werd in de 7e eeuw. Er bestaan twee versies van deze stichtingslegende. Volgens de ene wordt de abdij gebouwd door ene Basinus, koning van Basotes, de andere legende laat de abdij teruggaan op de H. Amandus van Gent. Deze stichtte in die tijd de Sint-Baafs- en de SintPietersabdij in Gent. De eerste geestelijken waren seculiere kanunniken (koorheren). De Noormannen verwoestten de abdij maar onder Boudewijn II de Kale, graaf van Vlaanderen en heer van Drongen, werd zij heropgericht. In 1136 stichtte Iwein, graaf van Aalst, heer van Waas, Drongen en Liedekerke, een abdij te Salegem (Vrasene, Beveren). Twee jaar later, in 1138, werd de abdij overgebracht naar Drongen, waar de kanunniken de regels van de Premonstratenzers of de Norbertijnen overnamen. In 1566 had de abdij te lijden onder de Beeldenstorm en in 1578, tijdens de Gentse Republiek, werden de paters verdreven naar een refugehuis Hof van Drongen te Gent. De bezittingen kwamen in handen van Willem van Oranje maar werden door diens erfgenamen in 1609 teruggegeven. In de 17e eeuw werd de abdij voltooid, ongeveer zoals ze er nu nog staat. In 1796, onder de Franse bezetting, werden de paters opnieuw verjaagd en werd de abdij verkocht. Lieven Bauwens installeerde er in 1804 een katoenspinnerij, maar die ging failliet in 1836. Er kwam ook een fabriek voor kleurstroffen uit meekrapwortel. In 1837 kochten de jezuïeten een deel van de abdij en vestigden er hun noviciaat; in 1848 kochten zij ook de rest van het domein. De opleidingen blijven er meer dan een eeuw tot laatste verdwijnt in 1968. De bezinningen en de retraites, individueel of in groep, blijven. Zo wordt de abdij een bezinningscentrum. Omdat ook oudere jezuïeten er blijven wonen, wordt de abdij ook een rusthuis. Financiën De totale activa van de abdij van Drongen bedragen 9,1 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen 2,7 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 1,25 miljoen euro. Samen levert dat een mooie spaarpot op van bijna vier miljoen euro. Een blik op de resultatenrekening van de abdij leert dat er een fundamenteel probleem is met de huidige activiteiten. In 2008 werd een hoge bruto-marge gehaald van 1,2 miljoen euro. Door hoge kosten werd een bedrijfsverlies van bijna tweehonderdduizend euro opgetekend. Dat de abdij 29 personen tewerkstelt, is een belangrijke oorzaak van die hoge kosten. Dat jaar 2008 waren de financiële kosten met

25


167.000 euro erg hoog. Dat jaar, een annus horribilis, werd afgesloten met een groot verlies van 333.000 euro. Ook in 2009 werd een bedrijfsverlies opgetekend. De bruto-marge bedroeg toen 1,2 miljoen euro. Het bedrijfsverlies benaderde tweehonderdduizend euro. Een deel van de financiĂŤle kosten van het vorige jaar werd teruggenomen, waardoor het jaar op een netto-winst van 139.000 euro werd afgesloten. Besluit De mooie spaarpot van bijna vier miljoen euro van de abdij van Drongen is een goede buffer. De activiteiten leverden de laatste twee jaren telkens een bedrijfsverlies op. Dat betekent dat de omzet te laag en/of de kosten te hoog zijn.

26


De Abdij der Norbertijnen van Grimbergen: een spaarpot van ruim een half miljoen euro De Abdij van Grimbergen (Canonia Grimbergensis in het Latijn) is een norbertijnerabdij in de Brabantse circarie. Ze ligt in de Grimbergen (provincie Vlaams-Brabant), ongeveer 10 kilometer ten noorden van Brussel. Het is de oudste bewoonde norbertijnerabdij van België. Financiën De totale activa van de abdij bedragen 5,3 miljoen euro. Deze gegevens dateren wel al van 2008. De geldbeleggingen bedragen iets meer dan een half miljoen euro, de liquide middelen bedragen 28.500 euro. De resultaten van het laatst gekende jaar 2007 tonen bedrijfsresultaten ten belope van een miljoen euro. Dat jaar werd geen winst geboekt. Het vorige jaar 2009 werd voor 900.000 euro bedrijfsopbrengsten geregistreerd. Ook dat jaar werd geen winst geboekt. Besluit De de resultatenrekening van de abdij van Grimbergen toont aan dat de abdij geen winst boekt met de actviteiten. Gelukkig bezitten de Norbertijnen van Grimbergen een spaarpot van ruim een half miljoen euro. De gegevens dateren wel al van enkele jaren geleden. Abdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth in Brecht: een spaarpot van 2 miljoen euro De Abdij Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth werd opgericht na de Tweede Wereldoorlog. Het was de voortzetting van het oude klooster Onze-Lieve-Vrouw van Nazareth in Lier, dat echter was verdwenen op het eind van de 18de eeuw. In 1950 namen enkele zuster hun intrek in de abdij. De spreuk ‘Ora et labora’ (bid en werk) kenmerkt het Benedictijnse leven in de abdij. Handenarbeid en zelfvoorziening zijn essentieel. Enerzijds is er het vele huishoudelijke werk, anderzijds willen de kloosterlingen zoals iedere sterveling werken ‘om den brode’. De monastieke arbeid heeft een eigen spirituele dimensie. In onze abdij O.L.Vrouw van Nazareth worden verschillende ambachtelijke producten vervaardigd.Alle producten zijn in de kleine abdijwinkel te verkrijgen. De abdij heeft sedert tientallen jaren een eigen kleine zeepnijverheid ontwikkeld onder de merknaam ‘TRAPP’. In de vroege jaren zestig begon men met de productie van afwasmiddel. Later werd dit aangevuld door de aanmaak van badschuim en shampoo. Ook vloerzeep werd in het aanbod opgenomen. Sinds 2001 produceert men in de abdij ook natuurlijke zepen. Dit laatste gebeurt op een unieke, ambachtelijke manier. Financiën De abdij is met 2,7 miljoen euro aan activa relatief klein. De spaarpot van de abdij is goed gevuld met ruim anderhalf miljoen euro aan beleggingen en 427.000 euro aan liquide middelen. In 2009 werd een bruto-marge gerealiseerd van 187.000 euro. Door financiêle opbrengsten werd uiteindelijk een netto-winst van ruim tweehonderdduizend euro 27


opgetekend. In 2008 bedroeg de bruto-marge 140.000 euro. De netto-winst bedroeg dat jaar 127.000 euro. Besluit De spaarpot van de kloosterlingen van Brecht is goed gevuld. Beleggingen en cash bedragen twee miljoen euro. De resultaten van de abdij zijn goed. Zowel in 2008 als in 2009 werd een mooie netto-winst geboekt.

28


Abdij van Brialmont in Esneux: een spaarpot van 1,4 miljoen euro Brialmont, prachtig gelegen op de heuvels van Tilff, op enkele kilometers afstand van Luik, heeft in in de loop der tijden gediend als versterkte vesting en als gebedsplaats (17e eeuw). Eustache de Hamal, gestorven in 1282, legde de grondslag van het domein van Brialmont. Het is pas vanaf 1361 dat we de familie Brialmont als eigenaar van het kasteel terugvinden. In 1923 werd het kasteel herbouwd door G. d’Otreppe. Bij zijn dood, in 1956, kwam het kasteel toe aan zijn dochter-religieuze, die het aan haar gemeenschap schonk. Op 5 augustus 1961 vestigde er zich dan de Congregatie van de Bernardines Réparatrices (gesticht in 1934 te Soré́e, door D.M. Albert van der Cruyssen, toekomstige abt van Orval) en het kasteel werd de Abdij van O.-L.-Vrouw van Brialmont. In 1975 werd de Congregatie, tot haar grote vreugde, opgenomen in de Orde van de Cisterciënzers van de strikte observantie. De gemeenschap wil haar gasten ontvangen volgens de benedictijnertraditie, ieder naar zijn behoefte en verlangen, door een onthaal dat zowel ruim als verscheiden is: Er zijn heel wat wandelpaden, onder andere het ‘circuit tarpan’, die langs de abdij lopen. De abdijwinkel, gelegen in de omgebouwde oude hooischuur van het kasteel, biedt een ruime keuze aan kaarten, boeken en religieuze voorwerpen, evenals de meest diverse producten van andere abdijen. In de winkel van de Abdij worden ook andere streekprodukten aangeboden: bier en kaas van de Abdij van Orval, jam, wijn, honing en siroop. Het klooster-gastenverblijf biedt 13 kamers die eveneens toegankelijk zijn voor mindervalide personen. Er zijn ook zaaltjes die overdag kunnen gebruikt worden voor werk- of andere vergaderingen. Champignons In 1997 begon de gemeenschap met de kweek van champignons: de bruine Agaric, familie van de Champignon de Paris. In 2001 besloten ze deze cultuur uit te breiden en te optimaliseren. Hiertoe bouwden de religieuzen de stallen volledig om tot een champignonkwekerij met 4 kelders, waarin momenteel ongeveer 6,5 ton champignons per jaar gekweekt wordt. Ze worden vooral verkocht (vers, als soep, in quiches) in de abdijwinkel. De gedroogde champignons en de ‘champnains’ (op wijnazijn) zijn eveneens te koop in andere abdijwinkels. Financiën De totale activa van de abdij van Brialmont bedragen drie miljoen euro. De spaarpot van de abdij is goed gevuld met 1,3 miljoen euro aan liquide middelen en 100.000 euro aan beleggingen. De productie van champignons leverde in 2008 een bruto-marge van 188.000 euro. Dat jaar werd afgesloten met een netto-winst van 59.000 euro. In 2009 was de bruto-marge vijfduizned euro lager, ook de netto-winst was precies vijfduizend euro minder dan in 2008.

29


Besluit De abdij van Brialmont beschikt over een mooie financiĂŤle reserve van 1,4 miljoen euro. De productie van champignons levert jaarlijks een behoorlijke netto-winst op. In 2008 brachten de paddestoelen 59.000 euro op, in 2008 was dat 55.000 euro.

30


De abdij van Leffe: een spaarpot van 6,4 miljoen euro De priorij van Leffe, behorend bij de orde van de “prémontrés” werd in 1152 gesticht door de abdij van Floreffe. In 1152 schonk de graaf van Namen de kerk van Leffe bij Dinant aan de norbertijnen van de abdij van Floreffe die er een priorij van maakten. De priorij werd slechts in 1200 een onafhankelijke abdij rekeninghoudend met het groter wordend aantal novicen die er verbleven. Zijn vredige geschiedenis werd echter verstoord door het bloedbad van Dinant in 1466. Veel archieven gingen hierin verloren. In 1792, bij het naderen van de troepen van de revolutionairen zocht een deel van de monniken hun toevlucht in Givet. In 1793 werd de abdij verwoest door Franse revolutionairen, de resterende monniken vluchtten en de brouwerij werd met de grond gelijkgemaakt. In 1796 werden de goederen van de geestelijken staatsbezit. De abdij van Leffe verliest al zijn rechten. De verlaten gebouwen werden vervolgens gebruikt als glasblazerij, papierfabriek en een linnenfabriek. In 1903 komen de franse monniken en na hun vertrek brengt de abdij van Tongerloo de abdij van Leffe terug tot leven.. In 1930 werd de abdij gerestaureerd door de norbertijnen van Tongerlo. Van de abdijkerken, van voor de 18e eeuw, blijft niets meer over. Het portaal dat uitkomt op de weg van de Leffevallei is het enige overblijfsel van de kerk van de 11e helft van de 17e eeuw. Het heiligdom, zoals we hem vandaag kunnen zien, werd ingericht in het begin van de 20e eeuw in een oude schuur gebouwd in 1710. Het rechthoekig geheel van gebouwen is een mooi bouwwerk van de 17e en 18e eeuw. Slechts de bibliotheek ligt buiten dit geheel. Het heeft een prachtig elegante zuilengang die dateert, zoals het gebouw zelf, van 1720. *de prémontrés: een vallei dichtbij Loan waar de heilige Norbert zich met enkele broeders vestigt op Kerstmis 1121. De orde van de prémontrés was geboren. De oprichting van de abdij van Leffe in 1152 werd geplaatst in de Gregoriushervorming van de 11e eeuw. Die monniken kozen om te leven volgens de regels van de heilige Augustin. Desalniettemin nemen ze de plattelandsparochies onder hun hoede. De bevoegdheden van de aartsdiaken, gegeven door de bisschop van de abdij van Leffe-zijn ongeveer dezelfde als die van een bisschop. Onder z'n bevoegdheden vallen de rechtspraak van de kerken en van justitie. Hij was als het ware de vertegenwoordiger van de bisschop en werd een belangrijk persoon in de politiek van Dinant. In 1466- onder het bewind van Charles de Téméraire werden de archieven en de bibliotheek verbrand. De gebouwen van de abdij van Leffe werden vernield, de religieuzen verbannen en de abt gegijzeld. De 16e en 17e eeuw zijn een donkere periode uit de geschiedenis van de abdij. In de 18e eeuw begint de ambtsperiode van de meest merkwaardige abt van Leffe, nl.Perpète RENSON (1704-1743), een inwoner van Dinant. Hij is verantwoordelijk voor de opbouw van het grootste deel van de hedendaagse gebouwen van de abdij. Het meest opvallende bouwwerk was de nieuwe abdijkerk waarvan nu alleen het portaal overblijft.

31


Door de verwikkelingen van de Fanse Revolutie werd het kloosterhuis en alle andere kerkbezittingen staatsbezit en daarna verkocht in 1797. Teruggekocht door de abt van die periode, werd de abdij tenslotte afgestaan aan de leken en omgevormd in een glasblazerij in 1816. Na het faillissement van dit bedrijf wordt een gedeelte,waaronder de oude kerk, vernield. In 1902 verkoopt Remy Himmer,eigenaar van de gebouwen, het geheel aan de prémontrés-monniken van Frigolet. Deze religieuzen vonden hun toeverlaat in België nadat ze uit Frankrijk, door de wet Combes (verbod aan gemeenschappen om eigenaar te worden) werden verbannen. Sindsdien bewoont deze gemeenschap de huidige locatie die ze herinrichtten. Tegenwoordig zijn de religieuzen belast met het onthaal van het rusthuis, het hotel en de toeristen. Het liturgisch leven houdt ook het onderhoud van de gebouwen in. De priesters worden regelmatig op ministeries en in de aangrenzende parochies uitgenodigd. Bier Het Leffebier, dat niet in Leffe zelf wordt gebrouwen, zorgt ervoor dat de abdij geen financiële zorgen heeft. Dat is een eufemisme zoals we onmiddellijk hierna zullen aantonen. In 2002 werd een museum geopend waar u de geschiedenis van de abdij en het bier die er z'n naam aan ontleent kunt ontdekken. Het Belgische abdijbier Leffe wordt gebrouwen door AB InBev. In 1240 verwierven de monniken de brouwerij van Saint-Médart, aan de overkant van de Maas, en brachten haar over naar de abdij zelf. In 1466 verloor de abdij het eigendomsrecht op de brouwerij, de brouwerij werd verpacht waarbij de abt nog wel de hoofdverantwoordelijke bleef totdat de abdij op last van de Franse Republiek opgeheven werd in 1796. Delen van de abdij werden verkocht en de brouwerij kwam in handen van Joseph Georges en Alexandre Fissiaux. Vanaf 1813 veranderde de abdij veelvuldig van eigenaar. Het brouwen ging nog door tot 1809. In 1952 kwamen de toenmalig abt van de noodleidende abdij, Nys Albert, en brouwerij Lootvoet uit Overijse tot een overeenstemming om het Leffe bier weer te gaan brouwen in de brouwerij van Lootvoet. In 1977 kwam Lootvoet tot een samenwerking met Brouwerij Artois en werd de productie overgeheveld naar Brouwerij Grade in Mont-Saint-Guibert. Pas in 1990 wordt Lootvoet volledig ingelijfd bij het toenmalige Interbrew (later InBev en Anheuser-Busch InBev). Tegenwoordig staat er naast de abdij een Leffemuseum. Financiën De totale activa van de abdij van Leffe bedragen 8,3 miljoen euro. De beleggingen bedragen 5,5 miljoen euro, de liquide middelen benaderen met 921.000 euro het miljoen euro. Samen levert dat de abdij een flinke spaarpot op van ruim 6,4 miljoen euro. Aangezien de abdij het Leffebier niet zelft brouwt, ontvangt het van AB Inbev een royale vergoeding. In 2008 bedroeg de bruto-marge een erg hoge 2,4 miljoen euro. De netto-winst dat jaar was 772.000 euro. In 2009 bedroeg de bruto-marge zelfs 2,5 miljoen euro, de netto-winst in dat jaar was 419.000 euro. Besluit

32


De abdij van Leffe bezit een erg goed gevulde spaarpot van 6,4 miljoen euro. De inhoud van die spaarpot kan elk jaar toenemen door de vergoeding die brouwerij AB INBEV uitkeert aan de abdij. In 2008 en 2009 werden mooie netto-winsten geboekt die quasi automatisch overgeheveld kunnen worden naar de beleggingen en liquide middelen.

33


Abdij van Orval De Abdij Notre-Dame d'Orval is een cisterciënzerabdij in het Belgische dorp Villersdevant-Orval, een deelgemeente van Florenville in de provincie Luxemburg. De abdij vestigde zich in 1132 in de Gaumestreek. Het klooster is bekend om zijn geschiedenis en geestelijk leven, maar ook om zijn trappistenbier en typische trappistenkaas. In 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in het graafschap Chiny in België. De bouw van een kerk en een klein dorpje was kort daarvoor begonnen. Tien jaar later hervormden de oorspronkelijke monniken hun gemeenschap naar de regel van de kartuizers. In 1132 kwamen de kartuizers om verschillende redenen in de problemen en zeven monniken arriveerden in opdracht van Constantijn. De twee gemeenschappen vormden een enkele gemeenschap onder de naam cisterciënzers. Rond 1252 werd het klooster vernield door een brand (zo ook de gemeenschap van Orval). De heropbouw nam ongeveer 100 jaar in beslag. Tijdens de 15e en de 16e eeuw vonden verscheidene oorlogen tussen Frankrijk en naburige regio's plaats (Bourgondië, Spanje), wat voor Orval gevolgen had. De "Fontaine Mathilde" Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane. Zij had haar trouwring verloren in een rivier en bad tot God om hem terug te bezorgen. Als bij wonder kwam een forel boven water met in zijn bek de kostbare ring. Mathilde riep toen uit: "Dit is waarlijk een gouden dal!" (Latijn aurea vallis, vandaar Orval) en uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten. De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. [bewerken]Abdij De abdij bestaat uit vier gedeelten: het eigenlijke klooster dat grenst aan de centraal gelegen basiliek en dat alleen voor monniken toegankelijk is; de brouwerij die grotendeels draait met extern personeel; de binnenplaats met het gastenverblijf, en het gedeelte dat toegankelijk is voor toeristen zoals de ruïnes van de oude kerk, de fontein, de kruidentuin, de filmzaal en de abdijwinkel. Achter de abdijgebouwen liggen grote vijvers, landbouw- en tuingronden en een bos. Vanwege zijn uitzonderlijke schoonheid en bijzondere architectuur wordt het klooster van Orval ook wel het 'Versailles onder de kloosters' genoemd.

Financiën De abdij van Orval heeft zeven miljoen euro aan activa. De liquide middelen zijn, in vergelijking met andere abdijen, vrij beperkt met 823.000 euro. Er zijn geen beleggingen.

34


De bruto-marge bedroeg 2,1 miljoen euro in 2008. De netto-winst dat jaar was 453.000 euro. In 2009 werd een bruto-marge van 2,2 miljoen euro opgetekend. De nettowinst dat jaar bedroeg 616.000 euro. De abdij heeft een meerderheidsparticipatie van 87 procent in de NV Brasserie d’Orval, de brouwerij van Orval. De totale activa van de brouwerij bedragen 13,7 miljoen euro. De 38.000 hectoliter bier betekenen een jaarlijkse omzet van 15 miljoen euro in 2009. Die hoeveelheid bier levert immers 11,4 miljoen flesjes bier op van 33 cl aan iets meer dan een euro per fles. Dat brouwsel leverde in 2009 een winst op van 780.000 euro. Het jaar daarvoor bedroeg de omzet 13,6 miljoen euro. De netto-winst bedroeg in 2008 iets meer dan een half miljoen euro. Besluit Door de meerderheidsparticiaptie van de abdij in de brouwerij van Orval, is er financiële zekerheid voor de abdijbewoners. De winst van de brouwerij is meer dan behoorlijk. Ook bij de abdij is verstrengeling tussen comerciële en niet-commerciële activiteiten erg groot. De vzw van de abdij houdt de aandelen van de brouwerij aan, een NV. Toch valt op dat de spaarpot van de abdij verhoudingsgewijs vrij klein is. Dat er geen beleggingen aangehouden worden is eveneens een bevestiging hiervan.

35


Abdij van Chimay: een spaarpot van 7,3 miljoen euro De abdij van Chimay of officieel van Notre-Dame de Scourmont, is een abdij van de orde van de Trappisten. De abdij ligt op het grondgebied van Forges, op ongeveer tien kilometer van de stad Chimay. Ze werd op 25 juli 1850 gesticht als trappistenklooster, op initiatief van Eerwaarde Heer Jourdain, pastoor van Virelles. Zeventien monniken uit het klooster SintSixtus van Westvleteren begonnen een stuk grond te ontginnen, dat hen door Prins Joseph de Chimay was geschonken. Het opgerichte fundatiekruis vermeldt: « Le 25 juillet 1850 les moines cisterciens fondant l’abbaye de Scourmont commencèrent à louer Dieu et à défricher la terre ». In 1871 werd het klooster een volwaardige abdij. De abdijgemeenschap bestond weldra uit 80 monniken (1858). In 1984 waren het er nog een veertigtal, na 2000 een twintigtal. De monniken leven volgens de regels van de trappisten, waarbij gebed (persoonlijk of in groep), arbeid en rust elkaar afwisselen. De afzondering en de stilte zijn hierbij belangrijke elementen. De monniken komen vijfof zesmaal per dag in hun kerk samen om er de goddelijke diensten te volbrengen. Gasten worden onthaald in het gastenhuis. De monniken werden door de Duitse bezetter uit hun abdij gezet van 28 mei tot 2 juli 1940 en van 12 april 1942 tot 1 september 1944. De monniken dragen bij tot het internationale tijdschrift voor geschiedenis en spiritualiteit van de Cisterciënzers, Collectanea Cisterciensia en publiceren ook zelf onder de naam les Cahiers Scourmontois. Sommige monniken nemen deel aan de dialoog met bouddhistische en thibetaanse monniken. Sinds 1999 bestaat ook een 'Lekengemeenschap van Cisterciënzers', waarvan de leden zich met de abdij hebben verbonden. De abdij van Scourmont heeft initiatieven genomen voor nieuwe stichtingen. In 1925 werd de abdij Notre-Dame de la Paix in Chimay opgericht voor cisterciënzerzusters In 1928 werd de abdij van Caldey (een eiland ten zuiden van Wales) geaffilieerd: anglicaanse benedictijnen die katholiek waren geworden vertrokken naar Prinknash en werden vervangen door monniken van Scourmont. In 1954 zijn enkele monniken naar Goma in Kongo getrokken en hebben er de Abdij van de Mokotomeren gesticht. Deze abdij heeft zwaar geleden tijdens de oorlogen in OostKongo en werd in 1996 volledig vernield. De monniken namen hun intrek in een voorlopig klooster in Keshero bij Goma, terwijl sommigen onder hen onderdak vonden in Scourmont of in andere abijen. In 1955 vertrok pater Francis Mahieu van Scourmont naar Indië en stichtte er de abdij van Kurisumala (Tiruvalla, Kerala, Indië). In 1978 werd de abdij Notre-Dame de Soleilmont (Fleurus) voor cisterciënzerzusters, geaffilieerd. De abdij is ook het moederhuis voor nog twee andere kloosters van cisterciënzerinnen: de abdij N.-D. de la Clarté-Dieu in Kongo en de abdij Ananda Matha Ashram, in Makkiyad (Kerala, Indië). Kaas en bier

36


In 1876 beproefden de trappistenmonniken van Chimay een oud recept om een halfharde kaas te maken, die ze lieten rijpen in de kelders van de abdij. Tot 1982 werd er één soort kaas gemaakt, in 24 jaar steeg de productie van 120 ton naar 900 ton kaas, en werden er vier extra kazen aan het assortiment toegevoegd. Het eerste Chimaybier werd in 1862 gebrouwen. De eerste leveringen van het bier deden de paters zelf. Ze zorgden te voet voor een huis-aan-huislevering. Tegenwoordig vinden het brouw- en gistingsproces binnen de abdij plaats. Het aftappen van de flessen gebeurt in Baileux, een dorp dat zich tussen de abdij en de stad Chimay bevindt. Jaarlijks wordt zo'n 130.000 hectoliter bier gebrouwen. Chimay dorée: een blond tafelbier met een alcoholgehalte van 4,8%. Gouden kroonkurk, zwart etiket. Het is alleen in de abdij zelf en in de nabijgelegen Auberge de Poteaupré te verkrijgen. Rode Chimay (Chimay rouge, ook Première genoemd): een koperkleurig bier met een alcoholgehalte van 7%, verkrijgbaar in flessen van 33 cl en 75 cl. Rode kroonkurk, rood etiket. Het is het oudste van de huidige Chimaybieren. Het bier heeft een zachte, fruitige smaak en dient bij een temperatuur van 10 à 12 graden gedronken te worden. Het kan het best niet langer dan een jaar worden bewaard. Witte Chimay (Chimay triple of blanche): een amberkleurige tripel met een alcoholgehalte van 8%, verkrijgbaar in flessen van 33 cl en 75 cl. Witte kroonkurk, beige etiket. Het is het jongste van de Chimaybieren. Het bier dient tevens jong gedronken te worden, en wel bij een temperatuur van zo'n 6 tot 8 graden. Blauwe Chimay (Chimay bleue, ook Grande Réserve genoemd): een bruin bier met een alcoholgehalte van 9%, verkrijgbaar in flessen van 33 cl, 75 cl, 1,5 liter en 3 liter. Blauwe kroonkurk, blauw etiket. De smaak blijft zich nog een paar jaar na het brouwen ontwikkelen, waardoor het bier het beste enkele jaren bewaard kan worden voor het wordt gedronken. Het wordt aangeraden om het bij een temperatuur van 10 tot 12 graden te drinken. Financiën De grote abdij van Chimay heeft totale activa ten belope van 9,9 miljoen euro. De beleggingen bedragen 6,9 miljoen euro en de liquide middelen benaderen met 426.000 euro het half miljoen euro. In totaal bezit de abdij een erg goed gevuld spaarvarken waarin ruim 7,3 miljoen euro zit. De brouwerij van de abdij produceert jaarlijks 130.000 hectoliter bier. Dat komt overeen met 39 miljoen flesjes bier van 33 cl. Als we een verkoopsprijs van 1 euro per flesje nemen, betekent dat een omzet van 39 miljoen euro. Daarnaast is er nog de bloeiende kaasmakerij. De vzw publiceert de omzet niet, wel de bruto-marge. In 2008 werd een erg hoge bruto-marge van drie miljoen euro opgetekend. Door uitzonderlijk hoge financiële kosten van anderhalf miljoen euro werd dat jaar, een annus horribilis, afgesloten met een verlies van 2,3 miljoen euro. Het jaar daarop was veel beter. De bruto-marge bedroeg 3,1 miljoen euro, de netto-winst was iets meer dan een half miljoen euro. Besluit

37


De abdij van Chimay beschikt over een zeer goed gevulde spaarpot met 7,3 miljoen euro. De hoge bruto-marge van ruim drie miljoen euro wijst op het succesvolle bedrijfsmodel van de abdij. Het jaar 2008 was slecht omwille van eenmalige hoge financiĂŤle kosten. Het jaar daarop werd alweer een mooie winst van ruim een half miljoen euro geboekt.

38


De abdij van Villers-la-Ville De Abdij van Villers is een voormalige cisterciënzerabdij, gelegen in de Belgische gemeente Villers-la-Ville, waarvan bijzonder indrukwekkende ruïnes bewaard bleven. De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint Bernardus. De grond werd geschonken door drie plaatselijke landheren (Judith van Marbais, Anselm van Huneffe en Engelbert van Schoten), maar de eerste monniken moesten tot tweemaal toe verhuizen vooraleer zij de geschikte plek vonden die beantwoordde aan de behoeften van de gemeenschap. De stichting van de abdij werd bekrachtigd door paus Eugenius III (zelf een leerling van Bernardus) en de Luikse prinsbisschop Hendrik II van Leyen. De abdij lag in het grensgebied van het graafschap Namen en het hertogdom Brabant, maar vanaf 1209 verkoos de gemeenschap uitdrukkelijk om tot de Brabantse invloedssfeer te behoren, een keuze die de hertogen met allerlei weldaden beloonden. De abt van Villers zetelde ambtshalve in de Staten van Brabant. De abdij beleefde vooral in de 13e eeuw een bloeiperiode, toen de gemeenschap 100 monniken en 300 lekenbroeders telde. Zij verwierf uitgestrekte landeigendommen (op het einde van de 13e eeuw in totaal 10.000 ha., verspreid van de huidige provincies Antwerpen tot Namen), stichtte op haar beurt de abdij van Grandpré (1231) en de St.Bernardusabdij te Vremde (1236) alsmede een aantal begijnhoven en nonnenkloosters, waarvan de abten de geestelijke leiders werden. De culturele uitstraling van Villers was groot: volgens een catalogus uit 1309 telde de bibliotheek 455 volumes, wat voor die tijd een uitzonderlijk groot aantal was. De abt Jan van Brussel (1333-1336) doceerde theologie te Parijs. Het stedelijke refugiehuis van de abdij in Leuven diende tot verblijf van de jonge monniken die in de stad theologie studeerden, en werd later omgevormd tot het universitaire "College van Villers" (door de abt Dionysius van Zevendonck in 1660). Met de machtsovername door de Bourgondiërs begon stilaan het verval, toen de hertogen inspraak verkregen bij de aanstelling van de abten, hetgeen meer dan eens tot tweedracht leidde. In de 16e eeuw had de abdij zwaar te lijden onder de godsdiensttroebelen. Onder meer in 1544 werden ernstige verwoestingen aangericht door de plunderende Spaanse troepen. De monniken moesten de abdij verlaten en zochten hun toevlucht in verschillende stedelijke refugiehuizen, maar vanaf 1587 kende Villers een nieuwe bloei onder de abt Robert Henrion, die het materiële herstel organiseerde. De 18e eeuw bracht, met de machtsovername door Oostenrijk, een laatste grote bloeiperiode, totdat (de laatste!) abt Bruno Cloquette openlijk in conflict kwam tegen de religieuze hervormingspolitiek van keizer Jozef II. De keizer, die Cloquette door diens houding mee verwantwoordelijk stelde voor de Brabantse omwenteling, liet Oostenrijkse troepen de abdij bezetten en de opstandige abt moest een tijdje vluchten. De orde keerde weer onder keizer Leopold II, maar dat was slechts voor korte tijd. Toen Frankrijk, dat besloten had zijn naaste buren te laten delen in de voordelen van de Revolutie, onze gewesten binnenviel, koos de abt ditmaal de zijde van de keizer. Dat was het begin van het einde: op 11 december 1796 werden de kloosterlingen door Franse troepen definitief verdreven. De eigendommen werden openbaar verkocht, en het terrein van de abdij zelf kwam in handen van een zekere La Terrade, een gewetenloze handelaar

39


in bouwmaterialen, die de gebouwen stelselmatig sloopte en het "gerecycleerde" materiaal verkocht. In 1820 werd het terrein opgekocht door Charles-Lambert Huart, die in 1851 de toelating gaf om de spoorlijn Brussel-Namen dwars door zijn eigendom te laten aanleggen, wat hem een royale vergoeding opleverde. Wat er overbleef van de gebouwen werd verwaarloosd; de tijd en de elementen deden de rest... Uiteindelijk, in 1893, kwam het terrein in handen van de Belgische Staat, die sindsdien grootscheepse reddingswerken liet aanvatten om de ruïne voor verdere aftakeling te behoeden. De abdijkerk van Villers (Foto: G. Debognies) De abdijkerk is nog steeds het meest indrukwekkende bouwwerk van het ruïnenveld. Het is 94 m lang en de booggewelven zijn 23 m hoog. Aan de bouw werd begonnen in 1197, nog in romaanse stijl (te zien aan het voorportaal). In opeenvolgende fasen werd er vervolgens in gotische stijl verder gebouwd tussen 1210 en 1267. Daarmee behoort de abdijkerk van Villers tot de eerste gotische gebouwen in België. Uniek is het herhaalde gebruik van ronde vensters ("oculi") in combinatie met lancetbogen. Voorts zijn er imposante ruïnes van de refter en het gastenverblijf (beide uit de 13e eeuw), van het kloosterpand (14e–15e eeuw) en van het classicistische abtenpaleis (18e eeuw). Financiën De totale activa van de vzw bedragen 759.000 euro, de liquide middelen bedragen net geen vierhonderdduizend euro. In 2008 werd een bruto-marge van 777.500 euro behaald. Dat was niet voldoende om uit de rode cijfers te blijven. Dat jaar werd afgesloten met een verlies van bijna honderdduizend euro. In 2009 bedroeg de bruto-marge ruim achthonderdduizend euro. Er werd dat jaar een winst van 36.000 euro geboekt. Besluit Strikt gesproken zou de abdij van Villers niet in deze lijst mogen staan. Er wonen immers geen religieuzen meer in de abdij. Voor de volleidgheid hebben we de gegevens wel opgenomen. De hoeveelheid cash staat in verhouding tot de bescheiden totale activa. De resultatenrekening geeft aan dat de winstgevendheid van de abdij geen vanzelfsprekende zaak is.

40


De abdij van Luik: een spaarpot van 3,3 miljoen euro De Benedictijnenabdij van Luik bevindt zich in het centrum van de vurige stede. Deze abdij werd in 1627 gesticht en heeft de revolutie overleefd. In 1797 werd een school opgericht die vandaag deel uitmaakt van een CES. De kerk en de site zijn onder monumentenzorg geplaatst. Het orgel Le Picard datreet van 1737 en is hoofderfgoed in het stadscentrum. De abdij is een oase van rust in een groene omgeving. De liturgie is voor iedereen toegankelijk. Individuelen en groepen zijn welkom voor reflectie. De orde der benedictijnen en benedictinessen (Latijn: Ordo Sancti Benedicti), afgekort tot OSB, is een kloosterorde die de regel van Sint-Benedictus (480 - 547 n.Chr.) volgt. De orde rekent zich, in tegenstelling tot de latere bedelorden, tot de "stabilitas loci" (Nederlands: plaatsgebondenheid). Wereldwijd zijn er meer dan 8000 benedictijnen en 17.000 benedictinessen. De dagindeling van de benedictijnen bestaat uit contemplatie en arbeid (ora et labora) en draait rond het gemeenschappelijk gevierde en op te dragen Misoffer en het officie: de Lauden, Primen, Terts, Sext, None, Vespers en Completen. Gewoonlijk wordt ook de Vigilie of nachtwake tot het officie gerekend. De kloosters die de regel van Sint Benedictus volgden, waren aanvankelijk autonoom en stonden niet onder toezicht van buitenaf. Een aantal van hen voegde zich vanaf de tiende eeuw in kloosterorden of congregaties samen. Paus Benedictus XII schreef in 1336 in Summa magistri voor dat alle benedictijnenabdijen moesten worden samengevoegd in provincies onder leiding van provinciale kapittels. Daaruit ontstonden nieuwe congregaties. Het Concilie van Konstanz (1414-1418) legde de benedictijnen tenslotte een organisatie naar het voorbeeld van de CisterciĂŤnzer orde op. De Orde der Benedictijnen (Confoederatio Benedictina) is in feite een federatie van congregaties en zelfstandige kloosters. Iedere congregatie is op zijn beurt weer een federatie, vaak uitgaand van een historisch belangrijk klooster dat voor andere aangesloten kloosters een soort moederklooster vormt. Er zijn ruim twintig benedictijnse congregaties. Deze congregaties moeten niet verward worden met congregaties in kerkrechtelijke zin (monastieke gemeenschappen die niet tot de kloosterorden in engere zin horen). FinanciĂŤn De totale activa van de Luikse abdij bedragen 4,6 miljoen euro. De beleggingen bedragen 2,5 miljoen euro en de liquide middelen bedragen 834.000 euro. In totaal beschikt de abdij dus over een spaarpot van ruim 3,3 miljoen euro. De bruto-marge bedroeg in 2008 slechts 144.000 euro. Dat was onvoldoende om uit de rode cijfers te blijven. Dat jaar werd afgesloten met een verlies van ruim tweehonderdduizend euro. Het jaar daarop was beter. De bruto-marge steeg naar 203.000 euro. Het jaar 2009 werd afgesloten met een mooie netto-winst van 366.600 euro. Besluit

41


De abdij van Luik beschikt over een goed gevuld spaarvarken van ruim 3,3 miljoen euro. De resultatenrekening wijst op een zwak punt: de bruto-marge is vrij beperkt waardoor in 2008 een fiks verlies werd opgetekend. Het jaar daarop werd dat verlies meer dan goed gemaakt door een mooie winst.

42


De abdij van Rochefort: een spaarpot van 2,2 miljoen euro De abdij Notre-Dame de Saint-Rémy in Rochefort behoort tot de cisterciënzers van de strikte observantie, de trappisten. Eind 2010 kwam de abdij in het nieuws door een zware brand die het oude deel van de abdij van Rochefort had verwoest. De vlammen bedreigden op een bepaald moment ook de opslagplaats, waar vier reservoirs van 25.000 liter bier stonden, en de bibliotheek. Maar de brandweer slaagde er net op tijd in om het vuur terug te dringen. Ook de bibliotheek bleef gespaard. In de abdij van Saint-Remy, waar het trappistenbier Rochefort wordt gebrouwen, zijn dagelijks 35 personen aan de slag. Er wonen dertien monniken in de abdij. Gilles de Walcourt, graaf van Rochefort, bood aan een groep vrome vrouwen een plek op zijn domein van Saint-Rémy, bij Rochefort. De stichtingsakte werd verleden in 1230 en de abdij kreeg de naam van « Secours de Notre-Dame » (Succursus Dominae Nostrae). Twee eeuwen lang ontwikkelde zich het klooster, aangesloten bij de Orde van de Cisterciënzers, en werd welvarend dankzij de gronden die haar werden geschonken. Tijdens de 15de eeuw verslapte de vroomheid en de religieuze tucht. Het aantal zusters verminderde aanzienlijk. Het algemeen kapittel van de Orde van Cîteaux stuurde in 1464 da abten van de abdijen van Jardinet en van Moulins als kanonieke visitators. Hun verslag was streng en het kapittel nam een belangrijke beslissing: de zusters werden gedwongen hun klooster te verwisselen met dat van de trappisten van de abdij van Félipré (bij Vencimont) Abdis Marguerite Spangneau verzaakte aan alle rechten op de ganse eigendom en de abt van Félipré, Arnould de Maisonneuve en zijn monniken namen het in bezit. De abdij kwam onder de rechtstreekse voogdij van de abdij van Cîteaux. De monniken waren beter geschikt om de mogelijkheden uit te baten van de rivier die door de eigendom liep en van de marmergroeven (marbre de Saint-Rémy) die men er aantrof. De godsdienstoorlogen van de 16de eeuw brachten onheil. De abdij werd in 1568 geplunderd door calvinistische troepen en in 1577 opnieuw door de soldaten van de landvoogd Don Juan van Oostenrijk. Na hun terugkeer, vanaf 1595, begonnen de monniken met het bierbrouwen. De 17de eeuw was nog rampspoediger. De oorlogen waren oorzaak van nog ander calamiteiten: hongersnood, epidemieën en piraterij. Op 1 mei 1650 werd de abdij geplunderd door de Lotharingse troepen van baron de Châtelet. Ze profaneerden de kerk. In 1652 en 1653 moesten de monniken de wijk nemen naar Marche. Eenmaal de vrede teruggekeerd begon men aan de heropbouw (1664) en werd de kerk heringewijd 1671 onder abt Philippe Fabry. Zijn wapenschild en zijn wapenspreuk werden die van de abdij: Curvata Resurgo (« Ik buig maar recht me opnieuw »). Stilaan hadden de abdijgebouwen weer hun vroegere glorie herwonnen: een groot abdijgebouw, de kerk, het abtsgebouw, het gastenverblijf, de hoeve, de watermolen. Wat echter ontbrak was de spiritualiteit. Een nieuwe periode van decadentie kondigde zich aan. Een monnik van de abdij van Clairvaux bracht in 1744 een bezoek en berichtte over de bibliotheek: De kleine bibliotheek bevindt zich in een lamentabe toestand en lijkt weinig bezocht te worden. De vensters blijven er altijd gesloten en het krioelt er van de vlooien. In 1755 stipuleerde een nieuw reglement, in een poging de tucht te herstellen: Het is de monniken verboden thee, koffie, chocolade, likeuren of wijn te drinken, te

43


roken, met de kaarten te spelen, op straf van opsluiting voor een ganse dag op hun kamer. Het was vergeefs. De moniken hielden er mee op een pij te dragen. Ze stonden steeds meer onder de invloed van de revolutionaire ideeën. In 1792 vroegen ze aan paus Pius VI de secularisatie aan, die hen werd toegestaan. De acht overgebleven monniken werden seculiere kanunniken. Ze verdeelden onder elkaar de goederen van de abdij, waar ze bleven wonen, elk met hun eigen huisknecht. In 1794 vluchtten ze uit vrees voor de Franse troepen en opnieuw werd de abdij geplunderd. Wat de soldaten achterlieten viel ten prooi aan de lokale bevolking. De abt schreef vol bitterheid: De arbeiders die we van vader op zoon hebben gekweekt, waren de hevigste plunderaars. Wat een dankbaarheid... In 1796 werden de eigendommen van de abdij nationaal goed en in 1805 werden ze verkocht aan een zekere Poncelet die de meeste gebouwen sloopte en de materialen aanwendde om nieuwe huizen te bouwen in Rochefort. De laatste abt, Armand de la Pierre, werd deken van Rochefort en stierf er in 1812. Tijdens en na de Franse overheersing was het vroegere klooster in handen van opeenvolgende eigenaars. Toen het de eigendom werd van de seculiere priester Seny, schonk hij het aan de cisterciënzers van de abdij van Achel. In 1887 verhuisden enkele monniken van Achel naar Rochefort, om er het kloosterleven te doen herleven. Ook priester Seny sloot zich bij hen aan. Aldus, na méér dan een eeuw, hernam het trappistenleven in Rochefort. Onder de eerste prior, Anselme Judong, werden nieuwe gebouwen opgericht en werd gerestaureerd hetgene nog van de vroegere overbleef: het portaal uit de 16de eeuw, de hoevegebouwen uit de 17de en de watermolen uit de 18de eeuw. Een aantal kunstwerken en devotieobjecten, die tijdens de revolutiejaren bij particulieren waren terechtgekomen, werden door hun nakomelingen aan de abdij teruggeschonken. Trappisten staan bekend om hun afzondering. Doordringen in de persoonlijke levenssfeer van de monniken is vrijwel onmogelijk. Slechts een beperkt gedeelte van de kloostergebouwen staat open voor de gasten maar voor het grootste gedeelte van de abdij geldt een strikte clausuur. Ook de brouwerijen zijn niet voor het publiek toegankelijk. De levenswijze van de monniken is streng: om 3 uur opstaan, geen vlees eten, alleen praten als het echt nodig is. Brouwerij Net als in sommige andere trappistenkloosters in België en Nederland brouwen de monniken van deze abdij bier, Rochefort. In 1899 richtten ze een kleine brouwerij op, geholpen door de knowhow van de moederabdij. Paulin Cattoir, monnik van Rochefort kreeg reputatie na de Eerste wereldoorlog. In 1952 werd een zware investering gedaan wat zowel de kwaliteit als de kwantiteit van het geproduceerde bier deed stijgen. De brouwerij werd de voornaamste bron van inkomen van de abdij. In de jaren zeventig werd opnieuw een volledige vernieuwing doorgevoerd. Rochefort is een van de zeven abdijen die het label 'Trappistenbier' mag gebruiken. Het eerste Rochefortbier werd rond 1899 gebrouwen.

44


De Cisterciënzers van de Strikte Observantie, zoals de trappisten officieel voluit heten, staan bekend om hun afzondering: de kloostergebouwen en de meeste brouwerijen zijn verboden terrein voor gasten. Er zijn nog een vijftiental oudere monniken. Dit resulteert in een niet-economische verkoop: de monniken maken geen reclame, doen niet mee aan moderne trends – ze hebben bijvoorbeeld pas sinds 2006 een website – en produceren naar eigen zeggen slechts wat ze nodig hebben voor hun dagelijkse bestaan en om een deel aan goede doelen te schenken. De verkoop aan de abdij vindt alleen in het weekend plaats. Bieren Rochefort 6: rode kroonkurk, 33 cl, 7,5% alc. Rochefort 8: groene kroonkurk, 33 cl, 9,2% alc. Rochefort 10: blauwe kroonkurk, 33 cl, 11,3% alc. De totale jaarlijkse bierproductie bedraagt zo'n 15.000 hectoliter. Het bier wordt doorgaans geserveerd in een bijbehorend Rochefortglas, nochtans zijn er in de nabijgelegen stad Rochefort ook keramieken bierpullen en -bokalen te koop. Huidig brouwingenieur is Gumer Santos. Financiën De totale activa van de abdij van Rochefort bedragen 8,3 miljoen euro. De beleggingen gedragen 2,1 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 102.000 euro. De bruto-marge bedroeg in 2008 ruim twee miljopen euro. Dat jaar werd afgesloten met een netto-winst van 200.000 euro. Het jaar daarop ging de bruto-marge naar 2,3 miljoen euro. Toch bedroeg de winst dat jaar 2009 slechts 100.000 euro. Besluit De abdij van Rochefort heeft een spaarpot van 2,2 miljoen euro. In verhouding tot de totale activa is dat relatief bescheiden. De winstgevendheid van de brouwerij valt enigszins tegen. Op een bruto-marge van ruim twee miljoen euro werd slechts honderduizend (2009) en tweehonderdduizend euro (2008) winst geboekt.

45


De abdij van Maredsous: een spaarpot van 2 miljoen euro Maredsous is een gehucht in de Belgische provincie Namen en is gelegen tussen Bergen en Dinant, in de vallei van de Molignée. Maredsous behoort tot Denée, een deelgemeente van de gemeente Anhée. In 1872 stichtten monniken van Beuron er op een heuvelrug een abdij, gebouwd in neogotische stijl naar een ontwerp van architect Jean Bethune. Ze bestaat uit een grote kloosterkerk - in een van de twee torens hangt de op twee na grootste klok van België (na Mechelen en Doornik) - en een aantal gebouwen rond een vierkante binnenplaats. De kerk is publiek toegankelijk. Daarnaast is er een gastenverblijf en een ontvangstgebouw met winkels, museumruimte en restaurant. Er is ook een middelbare school (internaat en externaat) voor jongens en meisjes. De school, Collège Saint Benoît genaamd, werd in 1881 gesticht. De bibliotheek van de abdij, begonnen vanaf de stichting, herbergt thans circa 400.000 boeken en is op aanvraag consulteerbaar. De abdij geeft sinds 1884 de Revue Bénédictine uit, wetenschappelijk tijdschrift gewijd aan kerkelijke geschiedenis en literatuur. In de abdij bevinden zich ook de natuurwetenschappelijke collecties van Dom Grégoire Fournier (1863-1931). Het gaat om rijke collecties op het gebied van geologie, mineralogie, biologie, archeologie en vooral paleontologie. Het Centre Grégoire Fournier is een belangrijk wetenschappelijk museum, dat open staat voor bezoek. De omgeving van Maredsous is een toeristisch geliefd oord. De uitgestrekte bossen geven gelegenheid tot wandelen, er zijn veel restaurants en campings in de buurt en er is op de voormalige spoorlijn door de vallei een "railbike" die zomer en winter in bedrijf is. In de Vallei van de Molignée bevinden zich ook de ruïnes van de gelijknamige burcht. Plaatselijke specialiteiten die ook elders verkocht worden, zijn een abdijkaas en een abdijbier. De kaas bevat de naam Maredsous slechts als merknaam. Abdijbier en kaas Maredsous Het bier werd tot 1963 door de monniken van Maredsous geproduceerd, maar daarna toevertrouwd aan brouwerij Duvel Moortgat. Het bier wordt in drie varianten gebrouwen: Maredsous blond (6%), Maredsous bruin (8%) en Maredsous tripel (10%). Maredsouskaas heeft een vetgehalte van 45% en is gemaakt van koemelk. De kaas wordt sinds 1953 bereid, en lijkt een beetje op de Franse kaas Port Salut. Vanaf 1959 wordt de kaasbereiding niet meer door het klooster gedaan maar door een melkcoöperatie. Dit bedrijf werd in 1990 overgenomen door de Franse groep BEL. Financiën De abdij van Maredsous bezit 5,3 miljoen euro activa. De beleggingen bedragen 1,8 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 180.000 euro. Samen levert dat een spaarvarken op dat bijna twee miljoen euro bevat.

46


De resultatenrekening legt een chronisch probleem bloot. De opbrengsten bedroegen zowel in 2008 als in 2009 6,3 miljoen euro. Toch werd in beide jaren een bedrijfsverlies opgetekend. Door financiĂŤle opbrengsten kon dat verlies wat getemperd worden. Het jaar 2008 werd afgesloten met een verlies van 27.000 euro, het jaar daarop was nog slechter met een verlies van ruim honderdduizend euro. Besluit De abdij van Maredsous beschikt over een spaarpot van twee miljoen euro. Dank zij de opbrengsten van de beleggingen kon het bedrijfsverlies in 2008 en in 2009 beperkt worden. Een oplossing voor deze bedrijfsverliezen van de abdij is de kosten te verlagen. De opbrengsten verhogen is moeilijk aangezien de productie van bier en kaas buitenshuis verloopt.

47


De Broeders van Liefde: een spaarpot van 1,1 miljoen euro De Broeders van Liefde (Fratres Caritate in het Latijn) is een Rooms-katholieke congregatie van pauselijk recht die op 28 december 1807 door kanunnik Petrus Jozef Triest (1760 - 1836) als de Hospitaalbroeders van de H. Vincentius gesticht werd om zorg te dragen voor een groep bejaarden in de Bijloke te Gent. Vanaf 1815 hebben de broeders zich toegelegd op de zorg voor geesteszieken en ondertussen is deze congregatie gegroeid tot een organisatie die huizen heeft in 26 landen (België, Roemenië, Ierland, Verenigd Koninkrijk, Oekraïne, Italië, Indonesië, Japan, Filipijnen, India, Pakistan, Sri Lanka, Papoea-Nieuw-Guinea, Canada, Verenigde Staten, Peru, Brazilië, Congo-Kinshasa, Rwanda, Burundi, Zuid-Afrika, Tanzania, Ivoorkust, Kenia, Vietnam). De patroonheilige van de congregatie is de H. Vincentius a Paulo. Haar hoofdzetel bevindt zich in Gent. Sinds 2000 is Broeder René Stockman de elfde Generale Overste. In de parlementscommissie seksueel misbruik legden advocaat Walter Van Steenbrugge en zijn confrater Christine Mussche eind 2010 een document voor waaruit blijkt dat de West-Vlaamse politie eind jaren negentig onder druk werd gezet om een pedofiliezaak bij de Broeders van Liefde in Roeselare niet verder te onderzoeken. In 2000 bracht Humo dit verhaal reeds. Twee van de drie broeders werden nooit vervolgd. Eén werd veroordeeld tot vier jaar, maar werd later in beroep vrijgesproken. René Stockman - destijds provinciaal overste - werpt zich dezer dagen op als felle voorstander van een strenge bestraffing van pedofiele geestelijken, maar in 2000 belde híj volgens Humo met de BOB van Roeselare met de vraag 'of het wel nodig was dat dat onderzocht werd, en of het niet mogelijk was om de zaak zo te houden'. Enkele mijlpalen in de geschiedenis van de congregatie van de Broeders van Liefde zijn: de start van de eerste school voor dagonderwijs in 1814 in Gent, de start van de zorg voor geesteszieken in 1815 in Gent door hen te bevrijden uit hun boeien, de start van de opleiding van doven in 1826 in Gent, het vertrek naar Canada in 1865 als eerste buitenlandse stichting, de erkenning van de congregatie als instituut van pontificaal recht in 1899, het vertrek van de eerste broeders-missionarissen naar CongoKinshasa in 1911, de vestiging van het hoofdbestuur in Rome in 1967, de stichting van een initiatief in 1992 en een kloostergemeenschap in 1999 in Roemenië. Organisatie De v.z.w. De Broeders van Liefde (°1922): de infrastructuur Deze v.z.w. is eigenares van de infrastructuur, zoals de gebouwen, die ter beschikking staat van de scholen, voorzieningen en kloosters. Ook deze v.z.w. kan een beroep doen op de medewerkers van het provincialaat voor technische ondersteuning. De congregatie is internationaal opgedeeld in vier provincies, die elk een aantal regio's tellen, waarbinnen de werking is georganiseerd. Het hoofdbestuur resideert in Rome, waar zij samen met het Belgisch College te Rome in hetzelfde gebouwencomplex zijn gevestigd.

48


In België zijn de Broeders van Liefde op congregationeel vlak actief in kleine leefgemeenschappen en proberen hun spiritualiteit te beleven in onderlinge liefde en in liefde voor God en voor hun medemens. De meeste van een dertigtal kloosters zijn verbonden aan een school, een psychiatrisch of orthopedagogisch centrum of een ander initiatief. De broeders hebben daar veelal een taak als verantwoordelijke, medewerker of vrijwilliger. Deze activiteiten worden georganiseerd vanuit De Broeders van Liefde VZW. In België zijn de Broeders van Liefde op pastoraal vlak vooral actief in drie grote sectoren: sector verzorgingsinstellingen: dit zijn instellingen die zich met geestelijke gezondheidszorg bezighouden, bijvoorbeeld psychiatrische ziekenhuizen, initiatieven voor beschut wonen en centra voor geestelijke gezondheidszorg evenals rustoorden. De Broeders van Liefde baten veertien psychiatrische ziekenhuizen uit. In 2007 werd naar schatting zestig procent van de 3.500 psychiatrische bedden in Vlaanderen door hen beheerd, sector welzijn: dit zijn instellingen die zich met orthopedagogische zorg bezighouden, bijvoorbeeld een orthopedagogisch centrum, en initiatieven die zich met kinderopvang bezighouden, sector onderwijs: dit zijn instellingen die zich met kleuter-, lager, secundair en buitengewoon onderwijs bezighouden. In Wallonië worden deze activiteiten worden georganiseerd vanuit Oeuvres des Frères de la Charité ASBL. We komen onmiddellijk hierna terug op deze grote vzw. Verder besteden de Broeders van Liefde ook grote aandacht aan zogenoemde nieuwe noden, in de samenleving, die een antwoord willen bieden voor nieuwe noodsituaties. twee onthaaltehuizen voor armen: Les Sauvèrdias in Jambes en Huize Triest in Gent, een tehuis voor mensen met zingevingsvragen: Huize Betanië in Knesselare, een tehuis voor aidspatiënten: Huize Effeta in Ronse. Deze activiteiten worden georganiseerd vanuit Deus Caritas Est VZW. Deze vzw heeft totale activa ten belope van 3,2 miljoen euro. Ook zijn er nog een reeks kleinschalige opvang- en begeleidingsinitiatieven voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld in het: vrijwilligerswerk: Bloemenstad VZW en 't Leebeekje VZW. Over deze vzw’s zijn geen financiële gegevens bekend bij de balanscentrale van de Nationale Bank van België. Ook wordt aan vorming, onderzoek en onderwijs veel aandacht besteed door de Broeders van Liefde, en dit in samenwerking met universitaire instellingen in binnen- en buitenland, bijvoorbeeld: Vormingscentrum Guislain VZW. Deze vzw heeft totale activa ten belope van 474.000 euro. Daarnaast is er ook het International Institute Canon Triest VZW. Van deze vzw zijn geen financiële gegevens beschikbaar. De Broeders van Liefde leven en werken vanuit een eigen en specifieke spiritualiteit en proberen een antwoord te geven op actuele noden. Het kind, de jongere of de volwassene die opvoeding en zorg nodig heeft, staat altijd centraal. Beschuldigingen van seksueel misbruik werden in het verleden ontkend en de broeder in kwestie werd simpelweg overgeplaatst. Hoewel de Broeders van Liefde in oorsprong geen missionerende congregatie zijn, werd in 1911 toch een traditie gestart door vijf broeders naar het toenmalige

49


Belgisch-Kongo te sturen, meer bepaald naar Lusambo. Naderhand gingen ze eveneens naar Rwanda en Burundi, en vanaf 1928 naar Transvaal in Zuid-Afrika. In 1929 trokken voornamelijk Nederlandse broeders naar Indonesië, en in 1936 naar India, waar ze gedurende een tiental jaren bleven. Vandaag staat de NGO Caritate Aegrorum Servi (Caraes) VZW in voor de Belgische initiatieven van de Broeders van Liefde in de derde wereld. De totale activa van deze vzw bedragen drie miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen bijna een half miljoen euro, de liquide middelen bedragen 176.000 euro. Sinds 1996 hebben de Broeders van Liefde ook een consultatieve status bij het Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties. De Broeders van Liefde gebruiken deze status om in dialoog te treden met de wereldwijde gemeenschap o.a. omtrent het lenigen van de materiële, spirituele en psychologische noden van kansarmen. In hun communicatie met de structuren van de Verenigde Naties vragen de Broeders van Liefde aandacht voor de zorg voor verworpen, uitgestoten of ondergewaardeerde mensen: vluchtelingen, straatkinderen, mensen met een zware mentale handicap, personen met een handicap, laaggeschoolden,enz. Financiën In 2008 ging de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers op de fles. In België werden financiële producten verkocht met een waardeloze ‘garantie’ van Lehman. Korte tijd na het débacle kwam uit dat de Broeders van Liefde uit Gent een half miljoen euro kwijt waren geraakt doordat Lehman Brothers in 2008 op de fles ging. De totale activa van de Broeders van Liefde bedragen 362,8 miljoen euro. De beleggingen bedragen eind 2009 slechts 1,1 miljoen euro. Eind 2008 bedroeg die post nog 4,2 miljoen euro. Volgens de jaarrekening van de vzw bestonden deze beleggingen eind 2008 uit ‘vastrentende effecten’. In 2009 waren deze ‘vastrentende effecten’ helemaal verdwenen. De resultatenrekening van de broeders ziet er niet goed uit. De bedrijfsopbrengsten bedroegen in 2008 iets meer dan 14,7 miljoen euro. Dat jaar werd een bedrijfsverlies van een miljoen euro geboekt. Het verlies liep dat jaar op tot 2,2 miljoen euro. In 2009 daalden de bedrijfsopbrengsten tot 13,2 miljoen euro. Opnieuw werd een bedrijfsverlies opgetekend ten belope van 1,4 miljoen euro. Het jaar 2009 werd afgesloten met een verlies van 1,3 miljoen euro. Besluit De Broeders van Liefde hebben pech gehad met hun belegging in Lehman Brothers. Volgens persberichten zouden ze een half miljoen euro verloren hebben. Zeker is dat de post beleggingen volgens de jaarrekening in 2008 ruim 4,2 miljoen euro bedroeg. In 2009 bedroeg die post nauwelijks 1,1 miljoen euro. De resultaten van de Broeders zijn niet goed. Zowel in 2008 als in 2009 werd een bedrijfsverlies opgetekend. Die gegevens staan in schril contrast met die van het Provincialaat (zie hierna).

50


Oeuvres des Frères de la Charité: een spaarpot van 30,7 miljoen euro Deze vzw is de Waalse tegenhanger van de Broeders van Liefde. Oeuvres des Frères de la Charité is gevestigd in Namen. Het is een grote vzw met 78,7 miljoen euro totale activa. De liquide middelen bedragen een duizelingwekkende 30,7 miljoen euro. De bedrijfsopbrengsten van de vzw bedroegen in 2008 ruim 65,5 miljoen euro. Dat jaar werd afgesloten met een mooie netto-winst van 2,4 miljoen ruo. Het jaar daarop bedroegen de bedrijfsopbrengsten 67,5 miljoen euro. Er werd 1,6 miljoen euro nettowinst geboekt.

51


Het Provincialaat der Broeders van Liefde: een spaarpot van 166,8 miljoen euro Het Provincialaat is het bestuursorgaan van de Sint-Vincentiusregio (België en Roemenië). Dit heeft een dubbele opdracht: de zorg voor de religieuze gemeenschappen en de begeleiding van alle initiatieven van de congregatie. Alle scholen, psychiatrische ziekenhuizen, orthopedagogische centra en andere initiatieven maken deel uit van de v.z.w. Provincialaat der Broeders van Liefde. De Raad van Bestuur van deze vzw draagt de eindverantwoordelijkheid. Ook de zorg voor de kloostergemeenschappen behoort tot de opdracht van het Provincialaat. Aan het hoofd van de regio staat de regionale overste die wordt bijgestaan door de regionale raad. Die bepaalt in overleg met het generaal bestuur het beleid van de congregatie in de St.-Vincentiusregio. Bijzondere aandacht gaat naar het welzijn van de broeders, hun vorming en spirituele begeleiding en de zorg voor de religieuze gemeenschappen. De v.z.w. Provincialaat der Broeders van Liefde (°1955) Deze v.z.w. treedt op als schoolbestuur van alle scholen (sector onderwijs) en als beheerder van de zorgvoorzieningen (sectoren verzorgingsinstellingen en welzijn en buitengewoon onderwijs). De sector onderwijs omvat de basisscholen en secundaire scholen van het gewoon onderwijs. De sector zorg omvat de geestelijke gezondheidszorg en de ouderenzorg. De sector welzijn en buitengewoon onderwijs omvat de orthopedagogische centra, het buitengewoon onderwijs en de kinderopvang. Alle directies van alle scholen en voorzieningen zijn vertegenwoordigd in aparte overlegorganen (directieraden) die aan de Raad van Bestuur advies geven. De medewerkers van het provincialaat (de coördinatiestaf) geven aan de Raad van Bestuur en aan de scholen en voorzieningen inhoudelijke en technische ondersteuning. Financiën De totale activa van het Provincialaat der Broeders van Liefde bedraagt 643,4 miljoen euro. In frank is dat bijna 26 miljard! De geldbeleggingen bedragen een duizelingwekkende 118 miljoen euro. De liquide middelen bedragen daarenboven 48,8 miljoen euro. Samen levert dat een erg goed gevulde spaarpot op van 166,8 miljoen euro. De resultaten zien er goed uit. In 2009 werden bedrijfsopbrengsten ten belope van 418,4 miljoen euro opgetekend. De netto-winst bedroeg dat jaar 19,9 miljoen euro. Besluit Uit de gegevens van het Provincialaat der Broeders van Liefde blijkt erg duidelijk de financiële macht van deze organisatie. De totale activa bedragen ruim 643 miljoen euro. De macht blijkt het best uit de gigantische spaarpot van bijna 167 miljoen euro. In 2009 werd bovendien een netto-winst van bijna 20 miljoen euro geboekt.

52


Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes, Belgische Provincie: een spaarpot van 4,1 miljoen euro De katholieke congregatie van de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes (in het Latijn Fratrum N.D. de Lourdes) (F.N.D.L.) werd op 25 november 1830 in Ronse gesticht door priester Modestus Stephanus Glorieux (1802-1872). Oorspronkelijk heette de congregatie de Broeders van de Goede Werken. Ze worden ook de Broeders van Oostakker genoemd, naar de plaats van de hoofdzetel, het Oost-Vlaamse Oostakker. De congregatie legt zich toe op verpleging, opvoeding, onderwijs, sociaal werk en missies. In België zijn er vestigingen in Oostakker (generalaat), Heverlee, Asse, Baal, Ronse en Bornem. Verder is de congregatie ook actief in Nederland, Brazilië, Canada, Curaçao, Indonesië en Ethiopië. In Indonesië is de broederschap bekend als "Bruder Budi Mulia". De Broeders van Dongen maken onderdeel uit van deze congregatie. Financiën De totale activa van deze congregatie bedragen 6,5 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen 2,2 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 1,9 miljoen euro. In 2008 werden ruim 783.000 euro bedrijfsopbrengsten geboekt. Toch werd dat jaar een verlies van 372.000 euro opgetekend. Het daaropvolgende jaar 2009 was beter met bedrijfsopbrengsten van 814.617 euro. Het jaar werd afgesloten met een netto-winst van ruim een kwart miljoen euro. Besluit De congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes beschikt over een goed gevuld spaarvarken met daarin ruim vier miljoen euro cash en beleggingen. De resultatenrekening van de congregatie wijst op een wispulturig verloop van de bedrijvigheid. In 2008 werd een groot verlies opgetekend, het jaar daarop werd afgesloten met een kwart miljoen euro netto-winst.

53


De Broeders Alexianen van België: een spaarpot van 3,5 miljoen euro De Congregatio Fratrum Alexianorum Cellitarum (C.F.A.C. of C.F.A.), of kortweg de Broeders Alexianen, is de naam van een religieuze congregatie van ziekenbroeders. Ze waren oorspronkelijk bekend als cellebroeders, cellieten en arme broeders. De congregatie is genoemd naar de patroon van de congregatie de heilige Alexius van Edessa (gestorven rond 430). De Alexianen dragen een zwarte tuniek, zwart scapulier met capuchon en een leren gordel. De Alexianen zijn in de dertiende eeuw ontstaan uit de beweging van de Begijnen en begarden. De orde werd erkend onder Paus Julius II (1503-1513). Omdat de Alexianen uitsluitend de eenvoudige gelofte afleggen, spreekt men van niet van een kloosterorde in strikte zin, maar van een congregatie. Na de zorg voor pestlijders ging de aandacht van de broeders vanaf het begin van de 17e eeuw uit naar de zorg voor psychiatrische patiënten. Tijdens de Reformatie (16e eeuw) en door het bewind van de Franse Revolutie (1789 - 1799) gingen de meeste van hun huizen ten onder.Vanuit Aken ontstond echter onder impuls van rector Dominicus Brock (1844 - 1860) een heropbloei van de congregatie. Vandaag bedienen de Alexianen inrichtingen voor de verpleging van geesteszieken en sanatoria in Duitsland, België, Ierland, Engeland, Filipijnen, India en de Verenigde Staten. De Broeders Alexianen waren volgens bepaalde bronnen reeds in 1305 aanwezig te Mechelen. Op 19 september 1719 droegen ze het geëxecuteerde stoffelijk overschot van Frans Anneessens, de vrijheidsheld, naar zijn laatste rustplaats in de Onze Lieve Vrouwekerk te Brussel. In 1909 verlieten de Alexianen Mechelen en bouwden zij een nieuw ziekenhuis te Strombeek-Bever dat aldaar gelegen is op het hoogste punt, de Kraaienberg. De Alexianen bedienen of bedienden inrichtingen voor de verpleging van geesteszieken in Boechout, Gent, Hendrikkapelle (Henri-Chapelle), Strombeek-Bever, en Tienen. Het beheer en de uitbating van het ziekenhuis in Boechout, Strombeek-Bever (Grimbergen) en Tienen werd op 1 mei 1998 aan de Broeders van Liefde overgedragen. Het beheer van het ziekenhuis van Henri-Chapelle werd op dat moment overgedragen aan de Waalse Christelijke Mutualiteit. In Boechout, Grimbergen en Tienen is nog één broeder Alexiaan aanwezig. Financiën De Alexianen beschikken over 6,1 miljoen euro aan activa. De geldbeleggingen bedragen 3,3 miljoen euro, de liquide middelen bedragen tweehnderdduizend euro. In 2008 werd een bruto-marge van 262.000 euro opgetekend. Door hoge financiële kosten werd dat jaar afgesloten met een verlies van bijna een half miljoen euro. Het jaar daarop bleek dat die hoge financiële kosten voor een deel onterecht geboekt werden. Daardoor werd in 2009 op een gelijke bruto-marge van zowat 262.000 een nettowinst van 692.000 euro geboekt. Besluit 54


De Alexianen beschikken over een spaarpot van 3,5 miljoen euro. Door hoge financiĂŤle kosten was 2008 een rampjaar dat werd afgesloten met een groot verlies. Het jaar daarop was veel beter. In 2009 werd een netto-winst van bijna zevenhonderdduizend euro geboekt.

55


De Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel: een spaarpot van 8 miljoen euro De Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel behoren tot de Franciscanessen. Het zijn vrouwen van verschillende kloostercongregaties die als Derde Orde de regel van SintFranciscus volgen. De Franciscanessen ontplooien meestal wereldlijke activiteiten, zoals in zorg en onderwijs, het zijn actieve zusters. Daarin verschillen zij van de Clarissen, die als Tweede Orde een contemplatief leven leiden. Er bestaat een zeer groot aantal Rooms-katholieke congregaties die behoren tot de Zusters Franciscanessen. Het (Spaanstalige) 'Directorio' vermeldt 25 congregaties voor België en 18 congregaties voor Nederland. Een van de congregaties van Franciscanessen in België is de congregatie van de Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel. De vzw die de actviteiten van de Zusters van Opbraken coördineert is het Centraal beheer van deZusters van Opbrakel. We geven hieronder de financiële gegevens weer. Met deze vzw zijn de volgende organisaties verbonden: de Zusters van Opbrakel te Elst, de Zusters van Opbrakel te Erembodegem en de Zusters van Opbrakel te Putte. Enkel over de Zusters gevestigd in Erembodegem zijn financiële gegevens bekend. Deze vzw bezit totale activa ten belope van 1,1 miljoen euro. De beleggingen en liquide middelen bedragen bijna honderddduizend euro. Een andere verbonden organisatie is de Sint-Franciscuspoort te Brakel. De totale activa van deze organisatie bedragen 10,9 miljoen euro. De liquide middelen bedragen 2,2 miljoen euro. Ook de Sint-Franciscushome is een met Centraal beheer verbonden onderneming. De totale activa bedragen twee miljoen euro, de liquide middelen bedragen 56.000 euro. Tot slot is er de vzw Vrij Katholiek Onderwijs Lilare. De totale activa bedragen 4,6 miljoen euro, de liquide middelen een klein half miljoen euro. Financiën De totale activa van de vzw Centraal beheer van de Zusters van Opbrakel bedragen 8,4 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen maar liefst 8 miljoen euro. Daarbovenop komen nog eens 75.000 euro liquide middelen. De bedrijfsopbrengsten bedroegen in 2008 ruim 614.000 euro. Door hoge financiële kosten werd dat jaar in het rood afgesloten. Het daaropvolgende jaar was beter. De bedrijfsopbrengsten klommen naar 767.000 euro. Een deel van die eerder geboekte financiële kosten was onterecht. Daardoor kwam de netto-winst in 2009 op 359.000 euro uit. Besluit De spaarpot van ruim 8 miljoen euro die de Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel bezitten, is opzienbarend. Daarbovenop komt een bijkomende spaarpot van de verbonden organisatie Sint-Franciscuspoort. Deze instelling beschikt over 2,2 miljoen euro.

56


De Zusters van het Geloof: een spaarpot van 11,5 miljoen euro De Zusters van het Geloof van Tielt zijn een diocesane congregatie met 329 zusters in 40 verschillende gemeenschappen. Ze zijn vertegenwoordigd in vele klinieken, rust- en verzorgingstehuizen, begeleidingstehuizen voor bijzondere jeugdzorg, het onderwijs, pastorale activiteiten en in de missies in Kinshasa (Kongo). De Zusters van het Geloof reageren begin 2011 diep geschokt en met verstomming op het nieuws van het seksuele misbruik in Stella Maris in de jaren vijftig en zestig. Daarmee reageren de zusters voor het eerst sinds de verhalen over misbruik in het voormalige wee De congregatie speelde alle namen van de zusters die in die periode in de instelling verbleven of werkten, aan het parket door en hoopt dat de waarheid zo snel mogelijk aan het licht zal komen. Tot dusver liepen bij het Kortrijkse parket drie meldingen van misbruiken in Stella Maris binnen. Verdrietig Het nieuws raakt de zusters van de congregatie in Tielt diep. 'We vinden de vermeende feiten beschamend en zijn er zeer verdrietig om, vooral voor de slachtoffers', luidt het in een persmededeling. 'We nemen deze gegevens ernstig.' 'We stellen wel vast dat er veel onduidelijkheid is over de namen van zusters die verschillende media vermeld hebben. Deze namen zijn immers andere namen dan deze van de zusters die daar in die periode gewoond en gewerkt hebben. In elk geval willen we dat het gerecht ten volle zijn werk kan doen.' Begeleidingstehuis Vandaag is Stella Maris op de Pottelberg een begeleidingstehuis van de vzw WestVlaamse Jeugdzorg, die onafhankelijk van de congregatie werkt. Naast de instelling wonen wel nog vijftien zusters op rust. De school Stella Maris is op een andere locatie gevestigd en werkt onafhankelijk van het begeleidingstehuis.shuis vorige week in de media opdoken. Volgens de jaarrekening van de Zusters van het Geloof in Tielt zijn de volgende instellingen ‘verbonden’ met de Zusters: de Zusters der Heilige Familie, het Onderwijsgesticht der Zusters van Maria, het Klooster der Heilige Familie, het Koooster der Zusters Verue, het Klooster der Zusters van Liefde in Groeninghe en het klooster der Zusters van Onze-Lieve-Vrouw. Er zijn geen financiêle gegevens bekend over deze verbonden instellingen. De Zusters van het geloof zijn ook ‘verbonden’ met de Zusters van de Heilige Vincentius à Paulo. Over deze Congregatie zijn wel gegevens bekend. We behandelen ze onmiddellijk hierna. Financiën

57


De totale activa van de Zusters van het geloof bedragen 21,6 miljoen euro. De beleggingen bedragen 9,4 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 2,1 miljoen euro. De spaarpot bevat dus 11,5 miljoen euro. De vooruitgang ten opzichte van het jaar daarvoor (2008) is frappant. Toen bedroeg de spaarpot ‘slechts’ 9,4 miljoen euro. De bruto-marge bedroeg in 2008 anderhalf miljoen euro. Door uitzonderlijke kosten werd dat jaar afgesloten met een verlies. Het jaar 2009 was beter. De marge viel weliswaar terug tot 1,1 miljoen euro, het jaar werd wel afgesloten met ruim een half miljoen euro netto-winst. Besluit De Zusters van het geloof beschikken over een mooie spaarpot van 11,5 miljoen euro. Vooral de vooruitgang ten opzichte van het jaar daarvoor (2008) is opvallend.

58


Congregatie der Zusters van de Heilige Vincentius Ă  Paulo te Beveren: een spaarpot van 6 miljoen euro De Heilige Vincentius a Paulo (Pouy bij Dax, 24 april 1581 - Parijs, 27 september 1660) is een Franse heilige, ordestichter en organisator van caritatieve werken. De heilige Vincentius a Paulo werd geboren in 1581 in het stadje, dat sinds 1828 SaintVincent-de-Paul heet. In 1600 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1605 verbleef hij in Rome, waar hij in handen viel van Turkse zeerovers die hem in Tunis als slaaf verkochten. In 1607 wist Vincent te ontvluchten aan de slavenhandelaars. In 1612 werd hij pastoor in Clichy en een jaar later huiskapelaan en leraar van de gegoede familie Gondi. In 1617 stichtte hij een vrouwenvereniging die zich wijdde aan de zorg voor armen en zieken. In 1619 kreeg hij de moeilijke taak om als hoofdaalmoezenier te zorgen voor de galeislaven. Hij voelde zich met deze mensen, die onmenselijk hard moesten werken op de galeien, zeer verbonden en hij deed er alles aan om hun lot, waar mogelijk, te verbeteren. Ook trok hij van parochie naar parochie en preekte hij daar gedurende drie dagen om de gelovigen de kans te geven om orde op geloofszaken te stellen, de zogenaamde volksmissies. Tevens verbeterde hij de organisatie en opleiding van de priesters. In 1625 stichtte hij de missie congregatie van de Lazaristen, die in verre landen het evangelie prediken. En in 1633 stichtte hij een zustercongregatie: "de dochters van Liefde", die nog altijd een grote congregatie is, ook in Nederland, waar ze gewoonlijk de zusters van Schijndel worden genoemd. Van 1643 tot 1652 was hij lid van een raad die ook medezeggenschap had bij het benoemen van bisschoppen. Maar hij werd door kardinaal Mazarin uit die raad gezet, omdat hij het niet eens was met diens politieke invloed, die er onder andere voor zorgde dat Mazarin aan de macht kwam. Hij stond koning Lodewijk XIII bij aan diens sterfbed. Hij overleed in Parijs op 27 september 1660. Hij zei tegen zijn volgelingen: "Ik geef je als klooster de straat, als cel de ziekenkamers, als kapel de parochiekerk, als slot de gehoorzaamheid en als sluier de ingetogenheid." En ook: " Je verliest er niets bij zusters, wanneer je het gebed of de Eucharistie moet verlaten om naar de armen te gaan, want je gaat naar God als je de armen gaat dienen." De Sint-Vincentiusvereniging is een internationale katholieke vereniging van leken in dienst van de noodlijdenden, die in 1833 door toedoen van de jonge student FrĂŠdĂŠric Ozanam het licht zag. De Belgische tak werd in 1842 in Brussel opgericht, onder andere door Edmond Van Gansbergh. De eerste Vincentiusconferentie in Nederland werd gehouden in 1846 in Den Haag. Vincentius a Paulo wordt aangeroepen als de patroon van alle verenigingen voor liefdadigheid maar ook van de ziekenhuizen. Zo is hij bijvoorbeeld de patroonheilige van

59


de Broeders van Liefde, die zorgen voor geesteszieken. Hij is ook de patroonheilige van de Zusters van Vincentius die in België nog congregaties hebben in Oost- en WestVlaanderen. Zijn feestdag wordt in Nederland op 19 juli en in Frankrijk op 27 september gevierd. In 1947 verfilmde Maurice Cloche zijn leven in de film Monsieur Vincent, naar een scenario van Jean Anouilh, met Pierre Fresnay in de rol van Vincentius a Paulo. Financiën De totale activa van de Congregatie der Zusters van de Heilige Vincentius à Paulo te Beveren beslaan 8,3 miljoen euro. De zusters beschikken over zes miljoen euro beleggingen, de liquide middelen bedragen 130.000 euro. In 2008 werd een bescheiden bruto-marge van honderdduizend euro bekoekt. Dat jaar werd afgesloten met 96.700 euro netto-winst. Het jaar daarop was beter met een marge van 109.000 euro. Door financiële opbrnegsten (van die zes miljoen euro beleggingen) werd de marge opgekrikt tot 162.000 euro. Besluit Het financiële plaatje van de Zusters van de Heilige Vincentius à Paulo te Beveren ziet er erg goed uit. De nonnen beschikken over een spaarpot van ruim zes miljoen euro. Daar komt elk jaar een mooie euro bij. Zowel in 2008 als in 2009 werd een ruime netto-winst geboekt.

60


Klooster der Zusters van de Heilige Vincentius te Hooglede (Gits): een spaarpot van 4 miljoen euro De Zusters van Sint-Vincentius vormen een Belgische Rooms-Katholieke congregatie die werd opgericht op 12 december 1836 te Deftinge (Oost-Vlaanderen). In 1830, na het uitroepen van de Belgische onafhankelijkheid, werd vrijheid van onderwijs en vereniging gegarandeerd en de pastoor van Deftinge, Johannes van Damme, wilde een armenschool oprichten die de jeugd beschaafder, gehoorzamer en godvruchtiger zou opvoeden, en bovendien in zijn financiën voorzag door de leerlingen ook te laten spinnen. Louisa de Sterke spande zich krachtig in om dit initiatief ten uitvoer te brengen. De armenschole kwam op 18 mei 1832 in gebruik en ondervond veel bijval. Op 16 december traden twee jongejuffrouwen toe en vormden aldus de kern van een vrome gemeenschap die zich onder bescherming van Vincentius a Paulo stelde. Op 12 december 1836 werden kloosterregels aangenomen en de leden van de gemeenschap vormden nu een congregatie. Louise de Sterke, nu met haar kloosternaam Moeder Engelberta, werd overste. In 1840 volgde koninklijke goedkeuring en de gemeenschap bleef groeien. In 1841 vertrokken twee zusters naar Ninove om aldaar een school te beginnen en in 1844 volgde Temse. Vanaf 1848 werden maar liefst acht stichtingen in West-Vlaanderen gedaan en vanaf 1855 nog eens drie stichtingen in OostVlaanderen. Vanaf 1878 had de congregatie te maken met de Schoolstrijd, en daarna begon een verdere groei. Eind jaren '50 van de 20e eeuw waren er 30 stichtingen gedaan en beheerden de zusters niet alleen scholen, maar werkten ze ook in een aantal ziekenhuizen. De belangrijkste nevenvestiging was die in Temse. De in 1999 zaligverklaarde Edward Poppe was een oud-leerling van de zusterschool en ook Edward's zuster trad in en werd Zuster Mechtilde. Er is een link naar het Sint-Leocollege in Brugge. In 1922 werd in een vleugel van het voorgebouw van het college het ‘slot’ ingericht: daar verbleven enkele kloosterlingen van de Zusters van de H. Vincentius van Gits. Deze kloosterlingen, die in de keuken de plak zwaaiden, waren een stuk goedkoper dan de knechten en de meiden. De boterhammen van de internen waren door de zusters en door middel van een ingenieuze smeermachine van boter voorzien; wie enig ander beleg op zijn brood wilde, moest dat van huis uit meebrengen. In 1932 werd een nieuwe keuken gebouwd en kregen de zusters een nieuw slot met privé-kapel. Pas op 5 januari 1980 zouden de laatste drie zusters het college verlaten. Daarna werd het ‘slot’ tot conciërgewoning omgebouwd. Financiën Net als bij de collega-zusters uit Beveren, ziet het financiële plaatje er bij de Zusters van de Heilige Vincentius te Gits er uitstekend uit. De totale activa bedragen 7,6 miljoen euro. De beleggingen bedragen 3,5 miljoen euro en de liquide middelen bedragen een half miljoen euro.

61


De bruto-marge bedroeg in het jaar 2008 bijna een half miljoen euro. DE nettowinst bedroeg dat jaar 369.000 euro. Het jaar daarop was nog beter. De marge steeg naar 840.000 euro, de netto-winst benaderde het miljoen euro. Besluit Het Klooster der Zusters van de Heilige Vincentius te Hooglede beschikt over een goed gevulde spaarpot van vier miljoen euro. Jaarlijks komen daar enkele honderdduizenden euros bij. In 2009 werd door de vzw zelfs een netto-winst van een miljoen euro geboekt. Het is nogmaals een illustratie van de stelling dat vzw’s wel degelijjk grote winsten kunnen maken.

62


Congregatie van de Zusters van de Heilige Filip Neri (Sint-Niklaas): een spaarpot van 6,3 miljoen euro De Zusters van de Heilige Filip Neri zijn actief in het onderwijs. Een school werd door de zusters, stichters van de school, genoemd naar de heilige Filip Neri. Neri werd geboren op 21 juli 1515 en overleed op 26 mei 1595. Hij was een opgewekte, vrolijke man. Als jongeman trok hij naar Rome. Tegen zijn volgelingen en al diegenen, die met hem wilden meewerken, zei hij: ‘Probeer goed te zijn voor de mensen.’ Precies daarom is hij heilig verklaard en heeft hij nu nog zoveel volgelingen over heel de wereld. Hij leefde consequent volgens het evangelie van Jezus: goedheid voor de mensen, liefde voor de armen. Het kwade niet bevechten, wel het goede ondersteunen was zijn leuze. Goethe, een groot Duits dichter, noemde hem ‘zijn heilige’. Deze stelregel maakte hem tot dé pedagoog van de hoop. Filip Neri was een straathoekwerker van zijn tijd. Hij verzamelde de jongeren rond zich, leerde ze zingen, bracht ze cultuur bij, maar vooral leerde hij ze eerst luisteren naar het woord van God. Daarna gingen ze op bezoek bij de zieken, en brachten ze eten naar de daklozen. Goedheid en liefde brengen naar de mensen, wie ze ook zijn, daar worden ze beter van, maar zelf word je er vrolijk en gelukkig van. Op school zetten wij het werk van Filip Neri verder en doen zo onze de patroon eer aan. De heilige Filip Neri sticht in 1574 de kloosterorde van de Oratorianen. Tijdens de Franse Revolutie werden de Oratorianen uit België verjaagd. Onder andere ook uit Scherpenheuvel waar de basiliek door zijn volgelingen werd bediend. Op het hoofdaltaar staat trouwens nog een groot beeld van de heilige en één van de zijkapellen is aan hem gewijd. De Oratorianen (Latijn: Confederatio Oratorii Sancti Philippi Nerii; afgekort: CO) is een katholieke Gemeenschap van Apostolisch Leven. Zij noemden zich naar de plek van hun bijeenkomsten met gebed en muziek te Rome, in het oratorio van de Chiesa Nuova (Santa Maria in Vallicella). Deze bijeenkomsten stonden mede aan de wieg van het oratorium als muzikaal genre. De Italiaanse theoloog en historicus Caesar Baronius (1538 – 1607), de Spaanse componist Tomás Luis de Victoria (1549-1611), de Nederlandse apostolisch vicaris Johannes van Neercassel (1625-1686) en de Engelse kardinaal John Henry Newman (1801 - 1890) waren oratorianen. De oratorianen zijn seculiere priesters, die geen bindende geloften afleggen en zich bezighouden met volksonderricht en jeugdopvoeding. De oratorianen telden in 2004 wereldwijd 418 priesters, naast 555 mannelijke religieuzen. Financiën De Congregatie van de Zusters van de Heilige Filip Neri te Sint-Niklaas beschikt over totale activa ten belope van 10,2 miljoen euro. De beleggingen bedragen ruim 5 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 1,3 miljoen euro. In 2008 werd een bruto-marge van 223.000 euro geboekt. Door financiële en/of uitzonderlijke opbrengsten werd die marge omgezet in 349.500 euro netto-winst. Het jaar

63


daarop werd een marge van 235.000 euro en een netto-winst van ruim een half miljoen euro opgetekend. Besluit De Zusters van Filip Neri beschikken over een mooie spaarpot van 6,3 miljoen euro. De inhoud ervan kan stelselmatig toenemen door de omvangrijke netto-winst die jaarlijks geboekt wordt door de congregatie.

64


De Congregatie van de Zusters Jozefienen te Sint-Niklaas: een spaarpot van 7,1 miljoen euro Dubbel feest in 2007 in rusthuis Heilig Hart in de Sint-Niklase wijk Tereken. De zusters Jozefienen verblijven 125 jaar in de Sint-Jozefparochie en hun kapel bestaat precies een eeuw. Wim Dehandschutter De bisschop van Gent, monseigneur Luc Van Looy, ging gistermiddag voor in een plechtige eucharistieviering in de kapel. Dat gebouw bevindt zich in het rustoord Heilig Hart op Tereken en wordt nog steeds gebruikt voor misvieringen en begrafenissen van bewoners. De zes zusters, die permanent op Tereken wonen, en nog vijftien leden van de congregatie stonden centraal in de dienst. De zusters Jozefienen kwamen in 1875 uit de Hofstraat naar Tereken om er een meisjesschool te starten. Zeven jaar later - nu 125 jaar geleden - kwamen ze ook ter plekke wonen. De nieuwe stichting kreeg de naam Gesticht Heilig Hart en werd een tehuis voor kostgangers. Dat gebouw werd begin vorige eeuw omgevormd tot een rusthuis. 'De kapel werd op 5 april 1905 geconsacreerd door monseigneur Philippe Schelfhaut. Deze bisschop kwam van Tereken zelf. Hij was pater redemptorist en bisschop van Roseau op de Engelse Antillen', weet de aalmoezenier-pastoor van het HeiligHartrusthuis, eerwaarde Van den Abeele. Serviceflats Naast de zes zusters wonen er vandaag 145 bejaarden in het Heilig-Hartrusthuis, waar de tijd niet stilstaat. 'De voorbije maanden werd het woon- en zorgcentrum uitgebreid met dertig serviceflats, gebouwd tussen de tuin en de watertoren. De ruime flats zijn ingeplant op de gronden van het vroegere bloemenbedrijf van de familie De Smedt, met ingang via de Schoolstraat. Begin april ontvingen de eerste twaalf seniorenkoppels hun sleutel en konden ze aan verhuizen denken. De overige achttien appartementen zijn tegen 1 oktober klaar.' Ook liggen de plannen op tafel om een volledig nieuw rust- en verzorgingstehuis te bouwen. Het bestaande gebouw wordt tot de laatste steen afgebroken. Achter een tachtig meter nieuwe gevel wordt een modern rustoord opgetrokken, met ook een centrum voor kortverblijf en dagopvang. Er is plaats voor ruim honderd kamers.

65


In 1845 kregen de zusters van de bisschop een nieuwe regel: ze zouden voortaan religieuze leden zijn van een bisschoppelijke congregatie, en ze kregen tevens een nieuwe naam: fier mochten zij zich de 'Zusters van de H. Jozef' of Jozefienen noemen. De Congregatie zou de komende decennia in heel Vlaanderen haar vleugels uitslaan, uiteindelijk zelfs tot in Limburg. De Jozefienen beginnen met onderwijs in Sint-Niklaas In 1860 startten de zusters in de Hofstraat met een kostschool met 20 leerlingen, die hier onderwijs, voeding en onderdak genoten. Om die reden wordt dit jaartal beschouwd als het begin van de onderwijsactiviteiten door de Zusters Jozefienen in Sint-Niklaas. In 1870 werd aan de kostschool een betalende dagschool voor meisjes toegevoegd. De leden van de kostschool volgden de lessen samen met de 'externen', en dit externaat kreeg de naam van het 'Instituut Heilige Familie'. De Zusters (blijkbaar niet alleen gezegend met veel liefde voor de Heer en Sint-Jozef, maar ook met een stevige baksteen in de maag) bouwden een school in de Boonhemstraat: hier werd vooral aandacht besteed aan snit en naad (toen nog in het Frans). In 1931 verhuisden de zusters van de Hofstraat naar de Brouwerstraat (de huidige Richard Van Britsomstraat) waar het kasteel van de familie Janssens de Vaerebeke werd aangekocht als 'moederhuis'. De laatste weeskinderen gingen in 1932 over naar het gesticht Sint-Carolus, zodat 'onderwijs' nu de hoofdtaak van de congregatie der Jozefienen was geworden – ondertussen ook (weer) voor jongens. In het schooljaar 1933-1934 werd begonnen met een middelbare afdeling, naast het basisonderwijs, en in 1935 met een handelsklas. Vanaf dat jaar werden alle lessen in het Nederlands gegeven. Een basisschool en een middelbare school Na de 2e wereldoorlog werd in het Instituut Heilige Familie de scheiding van de middelbare afdeling en de basisschool stilaan een feit, met vanaf 1952 voor elke school een aparte directie. De gestage stijging van het aantal leerlingen en de uitbreiding van de onderwijsmogelijkheden in de instelling resulteerden in de expansie van het gebouwenpatrimonium tussen Hofstraat, Van Britsomstraat en Boonhemstraat. In 1955 werd een nieuwe blok klassen gebouwd in de Boonhemstraat en in 1969 kwamen er 8 ruime klassen bij in de kloostertuin. Toen de secundaire afdeling veel plaatsgebrek kreeg, werden de slaapkamers van de zusters – gelegen nabij die acht klassen – omgebouwd tot 4 ruime lokalen, die eveneens ter beschikking kwamen van de basisschool. In ruil stond deze laatste drie lokalen af aan het secundair. Toch noopte het plaatsgebrek de goede Zusters, om vanaf het eind van de jaren 60 géén jongens meer te aanvaarden in het eerste en tweede leerjaar (wees gerust: in de jaren 90 zouden die weer met open armen worden ontvangen) Fier vermelden de annalen dat in 1980 onze voltallige 'H. Familie' niet minder dan 1000 leerlingen telde, 80 leerkrachten, 1 directrice (Zuster Magda) en 1 directeur (Willy Goossens).

66


Op 1 september 1988 nam het secundair het nieuwe gebouw aan de Hofstraat in gebruik (back to the roots als het ware…). Door het stijgend succes kampte de school echter voortdurend met plaatstekort. Bovendien deelden de leerlingen van het secundair de speelplaats met de leerlingen van de lagere school. Vandaar dat de directies van zowel basis- als secundaire school aan de congregatie de vraag stelden om nieuwe ruimten te creëren. Zo ontstond dan de idee om een volledige nieuwe lagere school te bouwen. Gelukkig bleek er aan de Van Britsomstraat – hoek Casinostraat – mogelijkheid tot uitbreiding. Op 1 september 1998 werd het gloednieuwe gebouw van de lagere school dan ook in gebruik genomen. De vroegere lokalen aan de kloostertuin werden opgefrist en kwamen in het bezit van de kleuterschool, de lokalen aan de Boonhemstraat werden overgenomen door het secundair. En de kloostertuin? Die was recretatieplaats voor de leerlingen geworden. Kleuterschool, lagere school en secundair In het schooljaar 2000-2001 voerde de basisschool een defusie door: ze werd hervormd tot 2 autonome scholen: de lagere school en de kleuterschool Heilige Familie. Zo kreeg elke school een eigen directie. In september 2004 kon de kleuterschool een nieuw gebouw in gebruik nemen, dankzij de steun van de congregatie. Tegenover de lagere school werd een nieuwbouw gezet, waar de buitenschoolse opvang en de bewegingsruimte voor de kleuters een eigen plaats kregen. 2010-2011: ons jubeljaar! 1860 mag gezien worden als het begin van het onderwijs door de Jozefienen in SintNiklaas, en dat willen we 150 jaar later niet ongemerkt laten voorbijgaan. Daarom zal de hele H. Familie (basisschool en secundair) tijdens het schooljaar 20102011 met een paar spraakmakende initiatieven het jubileum vieren. Het programma wordt feestelijk onthuld tijdens de opendeurdagen van mei 2010. Wij kijken er alvast naar uit!!! Financiën De Congregatie van de Zusters Jozefienen te Sint-Niklaas beschikt over totale activa ten belope van 7,8 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen 3,7 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 3,4 miljoen euro. De resultaten van de Zusters Jozefienen zijn uitstekend. In 2008 werden ruim negenhonderdduizend euro bedrijfsopbrengsten geboekt. Dat leverde dat jaar een nettowinst op van 233.000 euro. Het jaar daarop was nog beter met bedrijfsopbrengsten van 915.000 euro en een netto-winst van ruim een half miljoen euro. Besluit De Congregatie van de Zusters Jozefienen kan op beide oren slapen. De spaarpot is met 7,1 miljoen euro erg goed gevuld. Daar komt elk jaar een paar honderdduizend euro bij. Zowel in 2008 als in 2009 werd telkens een mooie winst geboekt.

67


De Congregatie van de Zusters Onze Lieve Vrouw Presentatie te Beveren: een spaarpot van 5,9 miljoen euro Het archief van de zusters van Onze-Lieve-Vrouw Presentatie van Beveren werd onlangs ontsloten. Het bevat verrassend veel stukken uit de tijd van de stichteres Anne Piers (1664-1751) en geeft voorts een totaalbeeld van drie eeuwen maatschappelijk engagement van deze congregatie. Anne-Franรงoise Piers, dochter van de adellijke burgemeester van Beveren, zet zich vanaf het einde van de 17de eeuw samen met enkele gelijkgezinde vrome vrouwen in voor het lot van arme schoolkinderen en wezen. Ze richten een armenschool en een weeshuis op. Die vinden in 1723 een onderkomen in het kasteelcomplex van het Hof ter Welle, gelegen even buiten de dorpskom van Beveren. Naar deze plek worden Anne Piers en haar volgelingen de zusters van het Geestelijk Hof genoemd, ook al worden ze in 1727 officieel erkend als de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw Presentatie. Het archief bewaart een reeks stukken over Anne Piers. Ze werpen een licht op haar familiale achtergrond, haar geprivilegieerde contacten met wereldlijke en kerkelijke gezagsdragers en haar talenten als beheerder van een belangrijk financieel en onroerend patrimonium. De archiefbescheiden geven op die manier ook een uniek beeld van het ontstaan en de ontwikkeling van een 18de-eeuwse zustergemeenschap. Alleen de spirituele aspecten zijn wat onderbelicht. Ook over het wedervaren van de Beverse zusters tijdens het Franse en Hollandse bewind zijn documenten aanwezig. In de 19de en 20ste eeuw maakt de congregatie een succesvolle expansie door. Trouw aan het basischarisma en de sociale bekommernis van hun stichteres, breiden de zusters hun apostolaatsactiviteiten verder uit. Naast de taken in de school en het weeshuis van het Geestelijk Hof ontplooien ze talrijke nieuwe initiatieven. In 1875 opent in Zandbergen het eerste bijhuis. Andere stichtingen, vaak verbonden aan lokale scholen, volgen in Oudegem (1879), Appels (1900), Waarbeke (1909) en Nieuwenhove (1930). Rond het midden van de jaren 1930 gaan de zusters ook in Congo aan de slag. In Beveren zelf kopen ze in 1881 het voormalige klooster van de Wilhelmieten in de Kloosterstraat. Dit zogenaamde Nieuw Geestelijk Hof groeit in de loop van de 20ste eeuw uit tot een bekende onderwijsinstelling met een waaier aan studierichtingen. Het congregatiearchief bevat talrijke stukken over de stichting, het bestuur en het beheer van de scholen in Beveren en de bijhuizen. Van het dagelijkse school- en internaatsleven zijn vele papieren getuigen bewaard. Hoewel het archief vooral stukken bevat over de maatschappelijke activiteiten en realisaties van de congregatie, is het ook mogelijk om op basis van het bestand een relatief volledig beeld te schetsen van de historische ontwikkeling van de zustergemeenschap. Zo biedt het archief interessante bronnen voor het onderzoek van het 19de- en 20ste-eeuwse geloofs- en gemeenschapsleven van de zusters.

68


Het archief is in 2005-2007 door de zusters zelf, in samenwerking met het Forum voor Kerkelijke Archieven Vlaanderen (FoKAV), ontsloten. Het wordt bewaard op de zetel van de congregatie en is enkel raadpleegbaar na afspraak met de algemeen overste. Financiën De Congregatie van de Zusters Onze Lieve Vrouw Presentatie te Beveren beschikt over zes miljoen euro totale activa. Die activa bestaan nagenoeg volledig uit beleggingen (5,1 miljoen euro) en liquide middelen (800.000 euro). De spaarpot van deze congregatie bestaat dus uit 5,9 miljoen euro. In 2008 werd een bruto-marge van 140.000 euro opgetekend. Door hoge financiële kosten werd dat jaar een groot verlies geregistreerd. In 2009 werd een deel van die financiêle kosten teruggenomen waardoor op een gelijkaardige bruto-marge een grote netto-winst van 823.000 euro geboekt werd. Besluit Het is frappant dat de activa van de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw Presentatie nagenoeg integraal uit beleggingen en cash bestaat. De spaarpot bedraagt 5,9 miljoen euro. In 2008 werd een groot verlies geboekt, het jaar daarop was veel beter met een grote netto-winst.

69


Zustergemeenchap van de Heilige Jozef te Gent: een spaarpot van 7,6 miljoen euro De Congregatie Zusters van de Heilige Jozef werd in 1872 opgericht door de Heerlense priester Petrus Joseph Savelberg. Heerlen is een dorp in Nederlands Limburg. Savelberg was een ondernemend geestelijke en verenigde zes vrouwen uit Heerlen en omstreken tot een congregatie. Het moest een sobere en eenvoudige gemeenschap worden. Iedereen die maatschappelijk buiten de boot viel, kon op de steun van deze zusters rekenen. De zusters werkten in ziekenhuizen, weeshuizen, verpleegtehuizen en kinderherstellingsoorden. Toen Frans de Wever samen met Savelberg het eerste ziekenhuis van Heerlen oprichtte, namen de zusters de verpleging op zich. In 1897 kwam daar ook nog het verzorgingstehuis Sanatorium St. Joseph Heilbron bij. Ook in Gent is er een congregatie van zusters. FinanciĂŤn De Congregatie Zusters van de Heilige Jozef te Gent werd in 2009 vereffend. Op het moment van de vereffening bezat de Congregatie volgens de Balanscentrale vijf miljoen euro. De jaarrekening van de vzw leert ook dat de Gentse Zustergemeenschap van de Heilige Jozef een verbonden instelling is. Deze gemeenschap bezit 9,2 miljoen totale activa. Daarvan bestaat 7,6 miljoen euro uit financiĂŤle activa: 7,4 miljoen euro beleggingen en 200.000 liquide middelen. Interessant is de sprong van 1,8 miljoen euro beleggingen en liquide middelen in 2008 naar 7,4 miljoen in 2009. De meest logische verklaring hiervoor is de opname van de vijf miljoen euro van de Congregatie in de vzw van de Zustergemeeschap van de heilige Jozef. De resultatenrekening van de zusters ziet er goed uit. In 2008 werd op een brutomarge van ruim tweehonderdduizend euro een netto-winst van 54.700 euro opgetekend. Het jaar daarop werd op een bruto-marge van net geen vierhonderdduizend euro een winst van 126.000 euro geboekt. Besluit De Gentse Zusters van de Heilige Jozef beschikken over een mooie reserve van 7,4 miljoen euro. Daar komt elk jaar iets bij. Zowel in 2008 als in 2009 werd een mooie winst geboekt.

70


Congregatie der Zusters Franciscanessen van het Heilig Hart te Leuven: een spaarpot van 6,4 miljoen euro De Zusters Franciscanessen van het Heilig Hart te Leuven zijn onlosmatig verbonden aan het Heilig Hart Ziekenhuis van Leuven. In 1875 kwamen Zusters van de Congregatie van de H. Familie uit Eupen aan in Leuven. Vlak voor de eeuwwisseling, in 1899, wordt een kliniek met 16 kamers geopend. Twee decennia later, in 1922, wordt de Congregatie van de Zusters Franciscanessen van het H. Hart te Leuven gesticht. In volle oorlogstijd, in 1943, wordt het Sint-Franciscusinstituut voor Verpleegkunde opgericht. Het instituut start met amper tien leerlingen. In 1952 wordt een nieuwe kraamkliniek met 47 bedden geopend. Pas eind jaren zestig worden leken benoemd in het administratief bestuur van de kliniek. In 1973 vindt de oprichting plaats van de vzw H. Hartziekenhuis. FinanciĂŤn De totale activa van de Leuvense congregatie bedragen 11,5 miljoen euro. De beleggingen bedragen 6,4 miljoen euro. In 2008 werd een bruto-marge van 372.000 euro opgetekend. De beleggingen brachten dat jaar bijna zeshonderdduizend euro op. Dat is een rendement van 9,3 procent. Dat was niet voldoende om de resultaten in het zwart te schrijven. In 2008 werd een verlies van 376.000 euro opgetekend. Het jaar daarop vielen de bedrijfsopbrengsten terug tot 353.000 euro. Ook de financiĂŤle opbrengsten waren met 233.327 euro beduidend lager. Het rendement bedroeg 3,6 procent. Ook dat jaar werd een verlies van ruim tweehonderdduizend euro opgetekend. Besluit De Congregatie der Zusters Franciscanessen van het Heilig Hart te Leuven beschikt over een mooie spaarpot van 6,4 miljoen euro. De beleggingen leveren jaarlijks een mooie opbrengst op. In 2008 bedroeg die opbrengst bijna zeshonderdduizend euro. De financiĂŤle opbrengsten hielpen de congregatie om het verlies te beperken. Ook in 2009 werd een verlies opgetekend. De kosten moeten dringend omlaag gebracht worden.

71


Congregatie der Zusters van Onze-Lieve-Vrouw te Malle: een spaarpot van 5,2 miljoen euro De vzw Congregatie Zusters Van Onze-Lieve-Vrouw bevindt zich in Westmalle. De kerntaak van de organisatie is zorg te dragen voor het welzijn van de merendeels gepensioneerde zusters. Financiën Om deze zorg uit te oefenen beschikt de congregatie over een spaarpot van ruim vijf miljon euro. De totale activa bedragen 7,2 miljoen euro. De beleggingen bedragen vijf miljoen euro, de liquide middelen bedragen net geen kwart miljoen euro. De resultatenrekening illustreert het zorgmodel van de zusters. De bruto-marge is relatief bescheiden. Door hoge bezoldigingen, werd zowel 2008 als 2009 in het rood afgesloten. In dat laatste boekjaar werden nog eens voorzieningen voor risico’s en kosten aangelegd. Hierdoor zakte het resultaat erg diep in het rood. Besluit De Congregatie der Zusters van Onze-Lieve-Vrouw te Malle beschikt over een spaarpot van 5,2 miljoen euro om te zorgen voor de gepensioneerde zusters van de geloofsgroep. De spaarpot kan niet aangroeien. Zowel in 2008 als in 2009 werd een verlies opgetekend. Dit financiële plaatje is uitzonderlijk.

72


Congregatie van de Zusters der Heilige Engelen te Lokeren: een spaarpot van 2,5 miljoen euro De Zusters der Heilige Engelen zijn in Lokeren vooral gekend door het rusthuis Ter Engelen. Residentie Ter Engelen is een complex dat in 1999 werd opgericht. Men leeft en woont er in alle vrijheid, maar men heeft er de zekerheid dat er altijd hulp aanwezig is, precies wanneer men die nodig heeft. De residentie biedt plaats aan 20 alleenstaanden of koppels die behoefte hebben aan een veilige en comfortabele woongelegenheid met behoud van alle zelfstandigheid en privacy Zelfstandig en onafhankelijk wonen: Het blijft, ook voor senioren, een gekoesterde droom. Maar vaak staan praktische problemen en beslommeringen die droom in de weg. Precies daarom werkten de vzw Congregatie Zusters van de Heilige Engelen en de vzw rustoord Ter Engelen met hun moderne serviceflats een oplossing uit, die nauwkeurig kan worden aangepast aan de huidige behoeften en wensen. We verwelkomen er valide, zelfredzame dames, heren en/of koppels die de leeftijd van 60 jaar bereikt hebben. Men betrekt een individuele wooneenheid, waarbij de klemtoon ligt op zelfstandigheid. Er kan evenwel gebruik gemaakt worden van een basisdienstenpakket (is het mogelijk om bijvoorbeeld dienstenpakket als link te maken waarbij dan de info van het dienstenpakket kan gegeven worden). Bij een onvoorziene noodsituatie kan beroep gedaan worden op het gekwalificeerd personeel van het rust- en verzorgingstehuis. De ontmoetingsruimte, het zonneterras en de tuin staan ter beschikking van de bewoners. Wenst men een familiefeestje te organiseren, dan kan men gebruik maken van de ontmoetingsruimte. Men is eveneens van harte welkom in de gemeenschappelijke ruimten van het woon- en zorgcentrum, zoals de kapel en de cafetaria. Een berging met wasmachine en droogkast staat ter uwer beschikking. Er is tevens een afgesloten fietsenstalling. De residentie is uitgerust met een lift. Residentie Ter Engelen is gunstig gelegen met zicht op de Durme en het beschermd natuurgebied het Molsbroek, op wandelafstand van het centrum van Lokeren en op 1 km van de autosnelweg E 17. FinanciĂŤn De Congregatie van de Zusters der Heilige Engelen te Lokeren beschikt over 11,1 miljoen euro totale activa. De geldbeleggingen bedragen 1,8 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 700.000 euro. De Zusters beschikken over een spaarpot van 2,5 miljoen euro. Opvallend is dat de geldbeleggingen in 2008 bijna drie miljoen bedroegen. Een deel van die beleggingen is omgezet in cash. Een ander deel is verdampt of gebruikt. Toch moeten de Lokerse Zusters van de Heilige Engelen zich geen zorgen maken. De resultaten zijn uitstekend. In 2008 werd een zeer hoge bruto-marge van 3,2 miljoen euro geboekt. De netto-winst bedroeg dat jaar een oogverblindende drie miljoen euro. Het jaar daarop viel de marge terug tot 1,7 miljoen euro. Ook de netto-winst daalde naar een nog steeds uitstekende 1,4 miljoen euro.

73


Voor de volledigheid vermelden we de verbonden instelling Steunfonds Zusters der Heilige Engelen. Dit Steunfonds beschikt over 3,8 miljoen euro activa. De beleggingen en liquide middelen van het fonds benaderen de twee miljoen euro. Besluit De Congregatie van de Zusters der Heilige Engelen te Lokeren beschikken over een spaarpot van 2,5 miljoen euro. Daarnaast is er een Steunfonds waarin bijna twee miljoen euro zit. De resultaten van de vzw zijn uitzonderlijk goed. In 2008 werd een winst geboekt van drie miljoen euro, in 2009 was de netto-winst 1,4 miljoen euro.

74


Congregatie van de Zusters van Overijse-Mechelen: een spaarpot van 5,1 miljoen euro De Congregatie van Diocesane Zusters van Overijse-Mechelen ontstond op 15 april 1967 uit de fusie van de Zusters van Liefde of Dochters van Maria van Mechelen, Augustinessen Zwartzusters van Mechelen en de Dochters van de Onbevlekte Ontvangenis van Overijse. Omdat de gemeenschap geen gemeenschappelijke elementen bezat, ontstond eind jaren zestig een diepe crisis en traden vele zusters uit de nieuw gevormde orde. In 1967 telde de Congregatie nog 180 zusters in 14 Huizen, in 1998 waren ze nog met 40. In het voorjaar van 2010 werd de laatste fase ingeluid. De enkele Zusters van Overijse-Mechelen verhuisden eind april 2010 naar een rusthuis in Berlaar. Hun inboedel werd verkocht ten voordele van Amnesty International. Een nieuwe periode brak aan voor de allerlaatste Zusters van Overijse-Mechelen na ruim 180 jaar verblijf van hun congregatie in Mechelen. Hun pand aan de Frederik De Merodestraat in Mechelen werd overgenomen door CAW Willebroek. Het CAW werkt volgens de pers volgens dezelfde principes die de zusters jarenlang hanteerden. FinanciÍn De Congregatie beschikt over 7 miljoen euro aan activa. De beleggingen beslaan 4,5 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 660.000 euro. Uit de resultatenrekening blijkt duidelijk dat de enige taak van de Congregatie erin bestaat om de resterende zusters financieel te ondersteunen. In 2008 werd een negatieve bruto-marge van –90.000 euro opgetekend. Dat jaar werd afgesloten met een beperkt verleis van 12.000 euro. Het jaar daarop was rotslecht. De bruto-marge was opnieuw negatief met –908.000 euro. Het jaar 2009 werd afgesloten met een verlies van 777.000 euro. Besluit De spaarpot van de Congregatie van de Zusters van Overijse-Mechelen dient om de oude dag van de enkele nog resterende zusters te betalen. Hierdoor wordt elk jaar een verlies opgetekend.

75


Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria te Gent: een spaarpot van 900.000 euro De Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria werd gesticht op 4 november 1803 in Lovendegem, een dorp in de omgeving van Gent (België). De stichter was Petrus-Jozef Triest (1760-1936), de toenmalige pastoor van het dorp. In de nasleep van de Franse revolutie heerste overal armoede en ellende. Triest was vooral getroffen door het lijden van de mensen vooral van de kinderen. De pastoor bracht een groepje jonge vrouwen samen. Zij zouden de zorg en de opvoeding van de armsten op zich nemen. De eerste zes zusters legden hun geloften af op 4 november 1803. Later zou P.J.Triest nog drie andere congregaties stichten waaronder de Broeders van Liefde en de Zusters Kindsheid Jesu. De congregatie telde in 2003 bijna 1300 leden en een honderdtal novicen. De jonge zusters komen vooral uit Zaïre en Azië. Er zijn negen ‘provincies’: België Noord Centraal en Zuid, Kongo, Engeland-Ierland, India-Delhi, India-Ranchi, Pakistan en Sri Lanka. Daarnaast zijn er nog zusters in Centraal-Afrikaanse Republiek, Frankrijk, Israël, Italië, Mali, Nederland, Rwanda, Venezuela, Zuid-Afrika en de Filipijnen. Tijdens het Algemeen Kapittel van 1993 werd de Belgische Zuster Marie-Ange De Paepe gekozen als algemene overste. Van bij het vroegste begin waren de zusters betrokken in alle vormen van opvoeding in scholen, doven- en blindencentra, bij zwakbegaafden en anderen. Dit apostolaat gaat ook nu nog verder altijd aangepast aan de noden van de tijd. De zusters beleven Gods zorgende liefde doorheen hun toewijding in verzorgingsinstellingen, hospitalen, in de bejaardenzorg, bij aidspatiënten, melaatsen, terminale zieken. Ze zetten zich in voor het herstel van de menselijke waardigheid bij marginalen, ontredderde jeugd, daklozen en vluchtelingen, bij armen en verdrukten. Ze werken aan de persoonlijke bevordering, vooral van de vrouwen. Ze engageren zich in pastorale activiteiten, catechese en evangelisatie, delen Gods woord met hen die ervoor openstaan. Het generalaat en de centrale administratie bevinden zich in Brussel. Het Algemeen Bestuursteam is internationaal samengesteld. Financiën De totale activa van de Congregatie van Zusters van Liefde van Jezus en Maria bedragen 1,9 miljoen euro. De beleggingen en liquide middelen bedragen 900.000 euro. In 2008 werd 373.000 euro omzet gerealiseerd door de Congregatie. Door uitzonderlijke opbrengsten werd een hoge winst van ruim een half miljoen euro geboekt. Het jaar daarop viel de omzet licht terug tot 363.000 euro. De netto-winst was in 2009 bescheiden met 20.700 euro. Besluit De naar totale activa gemeten relatief kleine Congregatie van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria beschikt over een spaarpot van bijna een miljoen euro. In verhouding tot

76


de totale activa van bijna twee miljoen euro, is dat goed. Door positieve resultaten kon de inhoud van die spaarpot de laatste jaren groeien.

77


Klooster van de Zusters van de Heilige Antonius van Padua te Sint-Pieters-Leeuw: een spaarpot van 3,6 miljoen euro De congregatie van de zusters van de Heilige Antonius van Padua werd opgericht in 1859; bij het begin van het schooljaar 1860-1861 werden de eerste klassen voor kostschoolmeisjes gestart. In 1862 verleende kardinaal Sterckx zijn goedkeuring aan de congregatie die voorzag in onderwijs en ziekenbezoek. In 1865 werden de voorheen gehuurde gebouwen eigendom van de congregatie en werden diverse verbeteringswerken uitgevoerd; een nieuwe, volgens oude foto's neogotische kapel werd gebouwd in 1867. In 1866 werd de vrije meisjesschool aangenomen door de gemeente en in 1871-1873 werd het inmiddels verdwenen "hospice”, verzorgingsinstelling voor bejaarden, opgericht naast het klooster. In 1932 werden de bestaande gebouwen uitgebreid met de huidige zuidwestvleugel met spreekkamers, een nieuwe eetzaal en enkele werkkamers voor de zusters evenals het noviciaat, kadastraal ingetekend in 1933. Op de bovenverdiepingen lagen de klaslokalen en kamers voor kostgangers, het prille begin van het huidige rust- en verzorgingstehuis. In 1938 werd de middenvleugel opgericht naar ontwerp van de Brusselse architect A. Gellè; deze vleugel omvatte de nieuwe kapel, een feestzaal met scène en een speelzaal. In 1982 werd een nieuw klooster gebouwd in de Garebaan en in 1983 fusioneerde de school met Don Bosco; de handelsafdeling werd overgeheveld naar Halle. De gebouwen zijn vandaag volledig ingericht als rust- en verzorgingsinstelling met uitzondering van de noordoostvleugel die gebruikt wordt door de basisschool. Sint-Pieters-Leeuw Antonius van Padua (Lissabon, 15 augustus 1195 - Padua, 13 juni 1231), geboren als Fernando Martins de Bulhões in een rijke, adellijke familie, was een minderbroeder die theoloog en kerkleraar was. Hij wordt als een belangrijke heilige beschouwd. Hij sloot zich in 1210 aan bij de Augustijnen in Lissabon. In 1212 verhuisde hij naar Coimbra om niet langer door familieaangelegenheden gestoord te worden in zijn geestelijke ontwikkeling. Onder de indruk gekomen van de eerste martelaren van de Minderbroeders sloot hij zich in 1220 bij hen aan. Hij trok naar Noord-Afrika om aldaar het Christelijke geloof te verspreiden onder de moslims. Later was zijn werkterrein Frankrijk en Italië. Waarschijnlijk werd hij in 1222 te Forlì tot priester gewijd. Veel mensen vonden door zijn toedoen de weg naar het katholieke geloof. Op last van Franciscus van Assisi doceerde hij theologie aan zijn medebroeders. Hij stierf in 1231 en werd nog geen jaar later door Paus Gregorius IX heilig verklaard. In 1946 werd hij als 'leraar van het evangelie' tot kerkleraar uitgeroepen. Hij is de patroonheilige van de Franciscanen, verloren voorwerpen, vrouwen en kinderen, armen, bakkers, mijnwerkers, het huwelijk, reizigers en verliefden en patroon tegen schipbreuk, de pest en koorts. Rond zijn graf in Padua is de basiliek Basilica di Sant'Antonio gebouwd. In Lissabon zou het kerkje Santo António à Sé gebouwd zijn op de plaats waar Antonius werd geboren. Hij is een zeer geliefde heilige in de Portugese hoofdstad. Sinds 1934 is Antonius een beschermheilige van Portugal en 13 juni is er een officiële feestdag.

78


FinanciĂŤn De Zusters van de Heilige Antonius van Padua beschikken over totale activa ten belope van 5,6 miljoen euro. De beleggingen bedragen 2,4 miljoen euro, de liquide middelen bedragen 1,2 miljoen euro. De spaarpot van de Zusters bevat dus 3,6 miljoen euro. In 2008 bedroeg de bruto-marge nauwelijks 39.000 euro. Door de financiĂŞle opbrengsten (van de beleggingen) werd die bescheiden marge opgekrikt tot een mooie winst van ruim 121.000 euro. In 2009 werd een gelijkaardige marge opgetekend. De winst bedroeg dat jaar slechts 12.000 euro. Besluit De spaarpot van de Zusters van de Heilige Antonius van Padua bevat 3,6 miljoen euro. Door de opbrengst van die spaarpot kan de bescheiden bruto-marge opgekrikt worden. De netto-winst van ruim honderdduizend euro in 2008 is daar een mooie illustratie van.

79


De Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis te Heist-aan-zee: een spaarpot van 11,5 miljoen euro Net zoals zo vele andere Zusters, zijn ook de Heistse Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis onlosmatig verbonden met het onderwijs. In het prille onafhankelijke België was het onderwijs in handen van de koster. De kerk vond in 1831 een nieuwe koster, Jan Verdonck. Het onderwijs in Heist was echter in verval geraakt. Het gemeentebestuur rapporteerde in 1832 dat er geen middelen bestonden voor het oprichten van een schoollokaal. Heistse kinderen gingen noodgedwongen naar Ramskapelle. De koster gaf in zijn huis onderwijs aan kleine kinderen en ontving daarvoor jaarlijks 90 frank, waarin de staat voor 60 frank in tussen kwam. In 1835 werd Jan Macquyn koster-onderwijzer. Hij ontving vanaf 1837 een staatswedde, maar stierf in 1838. Zijn schoonbroer Konstant Baervoets nam tijdelijk de functie over. Baervoets kon zijn taak echter niet aan. Dominicus Schram die trouwde met weduwe Macquyn zette in 1839 het onderwijs verder. Hij werd zonder brevet een jaar later benoemd omdat hij zijn werk goed deed. Het vrije onderwijs startte in Heist in het midden van de 19de eeuw. Na een bezoek vanuit Brugge aan Heist in 1858 zond pastoor-deken Frederik Ferdinand Van Coillie Annette Serweytens (Moeder Marie) naar de gemeente om wat te doen aan de trieste toestand van het onderwijs voor meisjes. Ze stichtte eerder al de contemplatieve orde De Dienstmaagden van den Zaligmaker (1854). In 1859 volgde de onderwijscongregatie Orde van de Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis. Voor de Zusters werden twee onooglijke vissershuisjes aangekocht in de Molenhoek (waar vroeger het slachthuis stond). Ze openden er een speldenwerkschool of ‘spin-schole’ (één klas) waar meisjes leerden weven, naaien en kantklossen. In 1861 ging onder leiding van zuster Isabelle (Monneville) de ‘echte’ school van start om te leren lezen, schrijven en rekenen. De Zusters kochten in 1866 een perceel, waar een herberg (met danszaal) stond. Ze openden er, vlak naast de bestaande gemeenteschool (uit 1851), een bewaarschool en een lagere school voor meisjes. Meteen was ook het fundament gelegd voor het klooster aan de Kursaalstraat. De Zusters ontfermden zich over de meisjes. De gemeenteschool (een ‘knechtenschool’) was er voor de jongens. De familie Deneve schonk aan de Zusters een perceel op de hoek van de Kursaalstraat en de Kerkstraat om daar een vrije jongensschool op te richten. Pastoor Detollenaere liet er in 1883 twee klassen bouwen. Ze telde in 1885 meer dan 130 jongens en werd geleid door hoofdonderwijzeres Louise Florizoone, bijgestaan door hulponderwijzeres Melanie Moncarey. Ook in de vrije lagere meisjesschool liepen 130 leerlingen school. Ze werd bestuurd door hoofdonderwijzeres Marie Allaer en hulponderwijzeres Barbara Debo. De gemeente beschouwde beide scholen als ‘aangenomen’, wat betekent dat de gemeente de onderwijzeressen betaalde. Juffrouw Emma Huyghe bestuurde in 1892 de vrije lagere knechtenschool, waar ze in 1894 van afzag. Jules Dewilde verving haar als nieuwe hoofdonderwijzer. Jozef Walgrave werd hulponderwijzer. Vanaf 1897 vormden de Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis een zelfstandige congregatie, met Heist als centrum. In 1898 kochten ze langs de Kursaalstraat de aanpalende tweewoonst van Oscar Van Houtryve. Tegenover de huidige Guido

80


Gezellestraat kwam eerst een gebouw tot stand, waarin het klooster een onderkomen vond. Om de meisjesschool te vergroten werd in 1899 op voorstel van de bestuurder van de orde, E.H. Maenhoudt, de gemeenteschool met onderwijzerswoning en bergplaats aangekocht. Ook de niet-betalende gemeenteschool of armenschool was er gevestigd tot bij de realisatie van de nieuwe gemeenteschool aan de Pannenstraat. Aan de andere zijde werd een nieuw en gelijkaardig linkerstuk opgetrokken, met de vermelding ‘Pensionnat’. In 1928 werd de vroegere gemeenteschool opgetrokken tot op het niveau van het pensionaat. In 1930 werd de middenbouw verhoogd, die volledig als klooster werd ingericht. Vanaf 1974 werden de gebouwen geleidelijk met de grond gelijkgemaakt om er een modern complex op te richten. Op 8 juni 1985 mocht minister van Onderwijs Daniel Coens de nieuwe schoolgebouwen plechtig inhuldigen. De financiën De Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis te Heist-aan-Zee beschikken over dertien miljoen euro aan activa. De geldbeleggingen bedragen 11,2 miljoen euro, de liquide middelen benaderen driehonderdduizend euro. In 2008 werd een ruime omzet van 687.300 euro geboekt. Hieruit verscheen 578.600 euro netto-winst. Het jaar daarop was nog beter met een marge van bijna zevenhonderddduizend euro en een netto-winst van 690.900 euro. Besluit De Zusters van de onbevlekte ontvangenis beschikken over een zeer goed gevulde spaarpot van 11,5 miljoen euro. Vooral de verhouding tot de totale activa van 13 miljoen euro is indrukwekkend. De spaarpot wordt jaarlijks bijgevuld. In 2008 werd ruim een half miljoen euro winst geboekt, het jaar daarop zelfs bijna zevenhonderdduizend euro.

81


De Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart te Hoegaarden: een spaarpot van 728.000 euro In 2010 vierde de congregatie van de Zusters van de vereniging met het Heilig-Hart haar 175ste verjaardag. Op 26 september 2010 werd in de kapel van het klooster van de zusters een dienst opgedragen. Daarmee werd de stichting door Eerwaarde Heer Delfosse in september 1835 herdacht. Er kwamen in eerste instantie in Hoegaarden zeventien zusters samen. Later vestigde de orde zich ook in Tienen, Geldenaken en Nijvel. In 1985, naar aanleiding van de 150ste verjaardag, werden de doelstellingen nog eens herhaald. Delfosse zou zijn zusters oriĂŤnteren naar een intens gebedsleven, een communauteit die nog meer onthalend en zusterlijk zou zijn en een engagement dat bij voorkeur naar kansarme jongeren zou gaan. Net zoals bij andere zusters, ging de aandacht ook hier naar verstandelijk en dikwijls affectief arme kinderen, zoals in het buitengewoon onderwijs en beroepsonderwijs. FinanciĂŤn De Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart te Hoegaarden beschikken over totale activa ten belope van 2,2 miljoen euro. De beleggingen bedragen iets meer dan een half miljoen euro, de liquide middelen bedragen tweehonderdduizend euro. In 2008 werd een bruto-marge opgetekend van 91.000 euro. Dat was onvoldoende om uit de rode cijfers te blijven. Dat jaar werd afgesloten met een klein verlies van 36.000 euro. Het jaar daarop was beter. De bruto-marge steeg naar 137.000 euro. Het jaar 2009 werd afgesloten met een winst van 31.400 euro. Voor de volledigheid vermelden we de verbonden vzw Congregatie van de Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart. Over deze vzw zijn bij de balanscentrale van de NBB geen financiĂŤle gegevens beschikbaar. Besluit De relatief kleine vzw van de Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart te Hoegaarden beschikt over totale activa ten belope van ruim twee miljoen euro. De spaarpot bevat ruim zevenhonderdduizend euro. De bruto-marge is bescheiden en was in 2008 onvoldoende om winst te genereren. Het jaar daarop werd wel een kleine winst geboekt.

82


Provincialaat Zusters van Don Bosco, Dochters van Maria Hulp: een spaarpot van 5,3 miljoen euro In 1864 trok Don Bosco naar Mornese, op uitnodiging van don Pestarino, een priester die salesiaan geworden was. Hij ontmoette er Maria Mazzarello, die leefde met de droom om in Mornese voor meisjes te realiseren wat Don Bosco in Turijn voor jongens deed. In 1872 ontstond een zustercongregatie, de Dochters van Maria Hulp. Don Bosco gaf hun de opdracht zich net als Maria een grondhouding van geloof, hoop en liefde eigen te maken en een hulp te zijn voor jonge meisjes. Tot op vandaag zijn de zusters wereldwijd actief. De congregatie wordt bestuurd door de algemeen overste, Moeder Antonia Colombo, en haar raad. In Vlaanderen zijn deze zusters beter bekend als de zusters van Don Bosco. Vlaanderen en Nederland vormen net als bij de salesianen één provincie en telt samen zo'n 120-tal zusters, die actief zijn in scholen, kinderdagverblijven, Centra voor Kinderopvang en Gezinsondersteuning, speelpleinen, parochies en vrijwilligerswerken in derdewereldlanden. Financiën Het Provincialaat Zusters van Don Bosco, Dochters van Maria Hulp, beschikt over 5,5 miljoen euro aan activa. De geldbeleggingen bedragen 2,5 miljoen euro, de liquide middelen benaderen met 2,8 miljoen euro de drie miljoen euro. De spaarpot bevat dus 5,3 miljoen euro. In 2009 werd een bruto-marge van een kwart miljoen euro opgetekend. Dat leverde dat jaar een netto-winst van 127.600 euro op. Het Provincialaat is verbonden met de vzw Dochters van Maria Hulp te Heverlee. Deze vzw beschikt over vastgoed ter waarde van vijf miljoen euro. Er is ook een band met de vzw Sint-Anna te Kortrijk. Deze vzw beschikt over zes miljoen euro aan activa. De beleggingen en liquide middelen van Sint-Anna bedragen ruim een half miljoen euro. Tot slot is er het internaat Don Bosco te Wijnegem. De totale activa van deze vzw bedragen 2,4 miljoen euro. Opvallend is dat in 2009 op een bruto-marge van 210.800 euro een netto-winst van 53.000 euro werd geboekt. Besluit De diverse vzw’s van de Zusters van Don Bosco beschikken over een goed gevulde spaarpot en vastgoed. Zo beschikt het Provincialaat over een spaarpot van 5,3 miljoen euro. De Zusters van Don Bosco te Heverlee beschikken over vastgoed ter waarde van 5 miljoen euro. Opmerkelijk is dat het internaat in Wijnegem goed draait en winst oplevert. In 2009 werd een netto-winst van 53.000 euro opgetekend.

83


Gemeenschap Zusters Maricolen van Lede: een spaarpot van 6,6 miljoen euro In 2007 verlaten de vijf laatste zusters Maricolen Lede. Op vrijdag 7 september 2007 was er om 18 uur een dankviering in de kapel van het klooster. De zusters hebben in de gemeente meer dan anderhalve eeuw psychiatrische patiënten verzorgd. Het afscheid betekent niet dat zusters meteen uit Lede verdwijnen. Ze vertrekken wanneer er kamers vrijkomen in het woon- en zorgcentrum Avondzorg in Erpe-Mere. De naam Maricolen blijft in Lede voor altijd verbonden met het psychiatrische instituut. Het werd in 1845 als Krankzinnigenhuis gesticht. Tot ver buiten de gemeente sprak men van Het Zothuis. Nu heet het psychiatrisch centrum Zoete Nood Gods. Drie jaar na de stichting kwamen de eerste patiënten. Het opvanghuis werd door de Ledenaren gemeden. Voorbijgangers liepen aan de overzijde van de straat. 'Een vader bood zijn zoon bemiddeling aan voor werk bij ons', vertelt zuster-overste Ivonne. 'De jongeman zag dat niet zitten. Wat moet ik zeggen als ik een meisje leer kennen, zei hij.' Het instituut gaf bovendien een grauwe indruk. 'Het was een gesloten inrichting, nog erger dan een gevangenis', getuigt zuster Gabriël in Het Nieuwsblad. 'Voor de ramen waren er tralies. De patiënten sliepen in grote zalen. Geregeld moesten we in Lede op zoek naar een weggelopen bewoner.' 'Sinds eind de jaren zeventig is er gelukkig in de verzorging van psychiatrische patiënten een enorme positieve evolutie. Wij hielden de patiënten kalm met baden en andere middelen. Nu is er een degelijke medicatie. Het instituut heeft een open en gesloten afdeling. Van wegvluchten is haast geen sprake meer. De patiënten erkennen de goede zorg.' Aanvankelijk gebeurde deze zorg uitsluitend door zusters. 'Toen ik in 1957 arriveerde waren er meer dan honderd zusters. Ze verzorgden de patiënten, stonden in de keuken en hielden de gebouwen schoon. De dokters waren de enige niet-religieuzen die in het instituut kwamen. In 1966 kwam de eerste lekenverzorgster.' De zusters Maricolen van Lede waren ook nauw verbonden met de viering rond Onze-Lieve-Vrouw-van-Zeven-Weeën. Op hun terrein bouwden ze een loods waar de wagens van de processie worden gemaakt. De kledij van de figuranten hangt in het klooster. 'Daarvoor moet een nieuw onderkomen worden gezocht', verklaart zusteroverste.' 'Wat er met het klooster gebeurt, is nog niet geweten. 'Er zal een overleg komen tussen het bisdom, de vzw van de zusters en de beheerraad van de psychiatrisch centrum', aldus zuster Ivonne in de krant. Financiën Hoe zit het met de centjes van de Zusters Maricolen van Lede? De totale activa bedagen eind 2009 ruim 6,8 miljoen euro. Opmerkelijk is dat dit bedrag een jaar daarvoor bijna tien miljoen was. De verklaring is eenvoudig. Eind 2008 bezaten de Zusters een spaarpot van 9,9 miljoen euro. De beleggingen bedroegen 9,7 miljoen euro, de liquide middelen bedroegen 200.000 euro. Een jaar later was de inhoud van de totale spaarpot geslonken tot 6,6 miljoen euro. De beleggingen vielen terug tot 4,5 miljoen euro. Een deel van de beleggingen werd omgezet in liquide middelen.

84


De resultatenrekening verduidelijkt de zaken. In 2008 werd een zeer beperkte bruto-marge van nauwelijks 48.700 euro opgetekend. Dat jaar werd afgesloten met een groot verlies van ruim een half miljoen euro. In 2009 viel de bruto-marge zelfs terug tot 21.500 euro. De financiĂŤle opbrengsten bedroegen dat jaar 1,4 miljoen euro. Het gaat wellicht om een tegeldemaking van een deel van de beleggingen. Dat was nodig omdat in dat jaar uitzonderlijke kosten ten belope van een miljoen euro werden geboekt. Het jaar 2009 werd uiteindelijk afgesloten met een verlies van 331.000 euro. Besluit De Zusters Maricolen van Lede beschikken eind 2009 over een spaarpot van 6,6 miljoen euro. Die spaarpot wordt gebruikt om het verblijf van de bejaarde zusters te betalen.

85


Gemeenschap van de Zusters Kanunnikessen van het heilig Graf Male te Assebroek: een spaarpot van 1,7 miljoen euro De Associatio der Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf is een formeel samenwerkingsverband van de verschillende kapittels van Reguliere Kanunnikessen dat ontstaan is na de Tweede Wereldoorlog, formeel opgericht in 1975 en acht priorijen en abdijen omvat. Dit zijn: Male (sinds 1952), Turnhout, Bilzen, Maarssen - Priorij Emmaus, Zaragoza, New Hall (Engeland) en Mirhi bij Bukavu (Congo). De Reguliere Kanunnikessen van het Heilig Graf is de vrouwelijke tak van het Kapittel van het Heilig Graf. Hoewel er waarschijnlijk al vanaf de oprichting van het Kapittel ook vrouwen in de omgeving aanwezig waren, werden de eerste dubbelkloosters in de 13e eeuw gevormd. Het eerste vrouwenklooster werd gesticht te Zaragoza in 1303. Later werd ook in Calatayud een dergelijk klooster opgericht. Deze zusters volgden alle de Regel van Augustinus en de Constitutiones ordinis Sepulcri Dominici (Regel van de Orde van het Heilig Graf). Zij noemden zich: filae Jerusalem of dochters van Jeruzalem betekent. De kanunnikessen in Nederland, België, Engeland en Duitsland hebben een oorsprong van later datum. Zij zijn voortgekomen uit de stichting van een vrouwenklooster in Kinrooi door Jan van Abroek in 1480. Deze orde kwam tot bloei en vele kloostergemeenschappen werden gesticht. Als gevolg van de Franse Revolutie werden de meeste daarvan opgeheven. De mannenkloosters van de Orde verdwenen zelfs geheel. Wel bleven enkele vrouwenkloosters bestaan: de priorijen te Turnhout, Baden-Baden en Avroy, behorend tot Luik. Het laatste emigreerde in 1794 naar Chelmsford. In de 19e eeuw werden in België weer nieuwe priorijen opgezet door een aantal daar nog levende kanunnikessen, namelijk Jeruzalem te Turnhout in 1826 en Heilig Graf te Bilzen in 1837. Er vond daarna nog enige uitbreiding plaats. Zo sloot de gemeenschap te Male zich aan, terwijl er ook stichtingen waren in Brazilië en in de Democratische Republiek Congo. Financiën De Zusters Kanunnikessen van het heilig Graf Male te Assebroek beschikken over twee miljoen euro activa. De beleggingen bedragen eind 2006 bijna 1,6 miljoen euro, de liquide middelen bedragen honderdduizend euro. In 2005 werd een bruto-marge van 175.000 euro opgetekend. Door de financiële opbrengsten werd dat jaar een netto-winst van 222.500 euro opgetekend. In 2006 verdubbelde de marge naar 437.000 euro. Ook de netto-winst verdubbelde naar 482.000 euro. Besluit De recentste financiële gegevens over de Zusters Kanunnikessen van het heilig Graf Male te Assebroek dateren van eind 2006. Daaruit bleek dat de Zusters over een spaarpot van 1,6 miljoen euro beschikken. Jaarlijks komt er een aardige euro bij. In 2005 werd een

86


winst van 222.500 euro geboekt, het jaar daarop steeg die winst zelfs naar een klein half miljoen euro.

87


Gemeenschap van de Zusters van Liefde te Heule: een spaarpot van 400.000 euro Agatha Lagae is de stichteres van het klooster van de Zusters van Liefde van Heule. Ze werd in Heule geboren op zondag 28 oktober 1799. Ze was de dochter van FranciscusConstantinus Lagae en Barbara Verhaeghe. Het geboortehuis van Agatha was gelegen in de Krakeelhoek (nu de Peperstraat). Moeder Barbara baatte er een winkel uit, waar allerlei goederen voor 'dagelijks gebruik' konden worden gekocht. Vader Franciscus was de notaris. Zij was, hoewel uit een gegoede familie afkomstig, zeer eenvoudig, behulpzaam, devoot en zeer bekwaam. Op 2 juli 1838, bij haar professie, werd zij ook aangesteld als eerste overste van het klooster van Heule. Haar medezusters noemden haar "Moeder Agatha". Wat haar het meest trof, waren de arme kinderen en hun opvoeding. Ze hield van hen en hielp hen zoveel ze kon. Ook trachtte ze diezelfde liefde en geduldigheid aan haar medezusters mee te geven: "Hebt veel geduld met de kinders, bemint ze, en zijt van dezen niet die alles wel willen hebben van degenen, die zij bestieren, maar die maar zelden v贸贸rgaan met goede voorbeelden." Voor het klooster van Heule gesticht werd was er de 'armschool'. Deze werd in 1809 opgericht en moest dienen als werkplaats voor arme wezen. Jongens en meisjes, allemaal arme wezen of behoeftigen van de parochie, kwamen er spinnen. Terzelfder tijd onderwees men de kinderen in de kristelijke lering en later leerde men hen ook lezen en schrijven. De eerste schoolvrouw werd Catharina Dumoulin. Nadien werd Amelie Wittebolle schoolvrouw. Naast de bestaande armschool had Agatha Lagae een zondagschool opgericht. De armschool had immers hulp nodig. In 1833 belegde Aghata Lagae in haar ouderlijke woonst een vergadering om over de armschool en over de zondagschool te spreken. Op deze bijeenkomst waren naast Aghata en haar zus Amelie ook nog Amelie Wittebolle, Constantina Tuyttens, Sophie Tuyttens en Constantina Holvoet aanwezig. Het was in deze vergadering dat in feite de stichting van het klooster van Heule plaatsvond. Agatha Lagae werd toen reeds door de overigen aangewezen als "Moeder Agatha". De laatste decenia heeft de congregatie van de Zusters van Liefde van Heule zich meer en meer gericht op de gezondheidszorg. Zo werd in 1934 het ziekenhuis Maria's Rustoord opgericht in Roeselare en werd in 1938 in Kortrijk het ziekenhuis Maria's Voorzienigheid opgericht. Vanaf 1942 werd een eerste inrichting van Het Wit-Gele Kruis in het bijhuis van Lauwe opgezet. In 1943 was Heule aan de beurt en van toen af waren de zusters onmisbaar voor de zieken ter plaatse. Financi毛n De financi毛n van de Zusters van Liefde te Heule zien er niet goed uit. De totale activa bedragen 6,5 miljoen euro. Op de actiefzijde staan slechts 258.000 euro geldbeleggingen en 125.000 euro liquide middelen. De spaarpot van de Zusters bedraagt geen vierhonderdduizend euro. In verhouding tot de totale activa is dat relatief weinig. Op de

88


passiefzijde van de balans van de vzw staat bovendien een onheilspellend overgedragen verlies van vier miljoen euro. De resultatenrekening bevestigt de benarde geldelijke toestand. In 2008 werden wel voor een miljoen euro bedrijfsopbrengsten geboekt. Dat was onvoldoende om uit de rode cijfers te blijven. Door bezoldigingen, sociale lasten, pensioenen, afschrijvingen en uitzonderlijke kosten werd een verlies van 628.000 euro opgetekend. Het jaar daarop was iets minder slecht. De bedrijfsopbrengsten stegen in 2009 naar 1,4 miljoen euro. Het jaar werd afgesloten met een verlies van iets meer dan een kwart miljoen euro. Besluit Van alle zustergemeenschappen ziet het financiĂŤle plaatje van de zusters van Liefde van Heule er het minst gunstig uit. In tegenstelling tot de andere religieuzen, is de spaarpot van deze Westvlaamse zusters zeer beperkt. Er is ook een overgedragen verlies van vier miljoen euro. De resultaten waren in 2008 en 2009 barslecht.

89


Zusters van Liefde van Kortemark: een spaarpot van 676.000 euro De Zusters van Liefde hebben ook een gemeenschap in Kortemark. De vzw van deze Zusters werkt onafhankelijk van deze in Heule. In 1833 schenkt ene Pieter-Maximiliaan De Vloo bij testament zijn bezittingen aan het ‘armenbestuur’ van Kortemark. Hij wil dat het geld gebruikt wordt voor het onderhoud van het oudemannenhuis dat hij had gesticht. Er verblijven in die instelling een tachtig mensen: ouderlingen, wezen, verlaten kinderen, zieken, al wat de gemeente en het armbestuur onder hun bescherming moesten nemen. Weldra deed de nood zich voelen aan de vaste aanwezigheid van toegewijde mensen die ter ere Gods die armen wilden verzorgen. Er werd daarom beroep gedaan op de zusters van de H.Vincentius, een klooster dat in 1824 was gesticht voor het onderwijs. Na enkele jaren voorlopige hulp hebben vijf zusters uit gehoorzaamheid aan de bisschoppelijke overheid aanvaard definitief van het kloosterpensionaat te worden afgescheiden om in het oudmanhuis een aparte congregatie te beginnen voor de armenzorg. E.H. pastoor L.Lampe, in die tijd pastoor te Kortemark, geldt als de eigenlijke stichter. Hij was de initiatiefnemer en de bemiddelaar bij de moeizame onderhandelingen met het Openbaar Bestuur. Hij bleef steeds de grote bezieler en weldoener van de instelling en van de zusters. Vandaag zijn de Zusters van Liefde van Kortemark een gemeenschap van apostolische religieuzen in dienst van bejaarden, zieken, gehandicapten, jongeren en kinderen. Ze vormen we een groep van 44 zusters, verspreid over 4 gemeenschappen in West – Vlaanderen. De heilige Vincentius à Paulo is hun patroon. Financiën De vzw Klooster – Hospitaal van de Zusters van Liefde te Kortemark, de officiële naam van deze vereniging, bezit totale activa ten belope van 7,8 miljoen euro. De beleggingen bedragen 676.000 euro. In 2008 werd een bruto-marge van 614.000 euro opgetekend. Dat resulteerde in een verlies van 436.000 euro. In 2009 steeg de bruto-marge naar 758.000 euro. Dat resulteerde in een kleiner verlies van 186.000 euro. Net zoals bij de Zusters van Heule, zien de cijfers er op het eerste zicht niet zo goed uit. Wel zijn er vier instellingen verbonden aan de Zusters van Kortemark: Engelbewaarder, nursinghuis Sint-Jan de Deo, Maria’s Rustoord en Godtsvelde. Als we de gegevens van deze instellingen analyseren, klaart de financiële hemel als bij wonder uit. Zo bezit Godtsvelde totale activa ten belope van 6,3 miljoen euro. De geldbeleggingen bedragen een duizelingwekkende 4,7 miljoen euro en de liquide middelen 176.000 euro. Maria’s Rustoord bezit 7,4 miljoen euro totale activa. De geldbeleggingen beragen 187.000 euro. Het Nursinghuis Sint-Jan beschikt over totale activa ten belope van bijna vijf miljoen euro. De spaarpot bevat 343.000 euro. Engelbewaarder heeft 1,1 miljoen euro totale activa, de geldbeleggingen bedragen 1,1 miljoen euro.

90


Besluit Net zoals bij e Zusters van Liefde uit Heule, zien de cijfers van de Zusters van Liefde in Kortemark er niet bijster goed uit. De spaarpot bedraagt wel 676.000 euro maar de verliezen in 2008 en 2009 zien er onheilspellend uit. Een blik op de jaarrekeningen van de verbonden vzw’s nuanceert dit negatieve plaatje. De instelling Godtsvelde bijvoorbeeld beschikt over een spaarpot van bijna vijf miljoen euro.

91


Gemeenschappen Zusters van Maria te Brakel De Zusters van Maria startten in Stekene 150 jaar geleden een onderwijstraditie die tot de dag van vandaag stand houdt. In 2010 vierde de basisschool Toermalijn Stekene feest. 'En we hebben ook nieuwbouwplannen, maar dat vergt veel geduld', laat de directie aan de pers weten. De kleuterschool in de Verkenstraat bestaat dan 50 jaar en Toermalijn zelf is 10 jaar oud. De jongens- en meisjesschool zijn 10 jaar geleden gefuseerd. 'De Zusters zijn nog steeds sterk met de school verbonden. We gebruiken nog altijd hun gebouwen en dus vieren we 150 jaar Zusters van Maria' verklaart directielid Dirk Selis aan de pers. De school telt 707 leerlingen waarvan 393 in het lager onderwijs en 314 in de kleuterschool. De wijkscholen doen het prima. In de gebouwen in de Verkenstraat tref je 48 kleuters. De vestiging Bosdorp krijgt dagelijks 60 kleuters over de vloer. Toermalijn vraagt al jaren om uitbreiding. 'We hebben plannen om te renoveren en een nieuwbouw neer te poten, maar het kan nog tien jaar duren', zegt Dirk Selis. 'Concreet gaat het om negen nieuwe klassen en de heraanleg van de speelplaats. Onze school staat op een wachtlijst. Intussen stijgt het leerlingenaantal gestaag. Vorig schooljaar met één procent.' Naast de Zusters van Liefde te Stekene, is er ook een Zustergemeenschap in Gent. Financiën De geldstromen van beide gemeenschappen worden beheerd door de Brakelse vzw Gemeenschappen Zusters van Maria. Over de aparte vzw’s Zusters van Maria te Stekene en Zusters van Maria te Gent is geen informatie beschikbaar. De totale activa van de vzw Gemeenschappen Zusters van Maria bedragen 5,7 miljoen euro, de geldbeleggingen bedragen 250.000 euro. In 2008 werden ruim een half miljoen euro bedrijfsopbrengsten geboekt. Toch werd dat jaar afgesloten met een beperkt verlies van 89.000 euro. Het jaar daarop stegen de bedrijfsopbrengsten naar 892.000 euro. De winst was in 2009 wel 314.000 euro. Opvallend is dat de vzw een meerderheidsparticipatie heeft van 99,8 procent in de BVBA Kasteelpark-Nederbrakel. Deze vennootschap heeft totale activa die het kwart miljoen euro overstijgen. Tot slot is er de verbonden onderneming Kinderdagverblijf Elfenbankje in Gent. De totale activa bedragen 874.000 euro, de geldbeleggingen bedragen 619.000 euro en de liquide middelen benaderen 70.000 euro. Het kinderdagverblijf bezit dus een goed gevulde spaarpot van bijna zevenhonderdduizend euro. Besluit De spaarpot van de Zusters van Maria is relatief beperkt. De geldbeleggingen bedragen slechts een kwart miljoen euro. Ten opzichte van de totale activa van 5,7 miljoen euro is dat bescheiden. Opvallend is de participatie in de BVBA Kasteelpark-Nederbrakel en de link naar de verbonden organisatie Kinderdagverblijf Elfenbankje. Daar is de financiêle situatie ronduit schitterend.

92


Provincialaat der Broeders van Liefde De Broeders van Liefde Abdij van Averbode Oeuvres des Frères de la Charité Abdij van Westmalle Zusters van het Geloof (Tielt) Abdij van Tongerlo Abdij van Postel Abdij van Dendermonde De Zusters van de Onbevlekte Ontvangenis te Heist Abdij van Westvleteren Congregatie der Zusters Franciscanessen van het heilig Hart te Leuven Congregatie van de Zusters der Heilige Engelen te Lokeren Sint-Franciscuspoort Zusters van Filip Neri Abdij van Chimay Zustergemenschap van de Heilige Jozef te Gent Abdij van Drongen Centraal beheer van de Zusters van Sint-Franciscus van Brakel Abdij van Leffe Abdij van Rochefort Congregatie der Zusters van de Heilige Vincentius à Paulo te Beveren Congregatie van de Zusters Jozefienen te Sint-Niklaas Zusters van Liefde te Kortemark Klooster der Zusters van de Heilige Vincentius te Hooglede Congregatie der Zusters van OL Vrouw te Malle Abdij van Orval Congregatie van de Zusters van Overijse-Mechelen Gemeenschap Zusters Maricolen van Lede Congregatie van de Broeders van Onze Lieve Vrouw van Lourdes Gemeenschap van de Zusters van Liefde te Heule De Broeders Alexianen Congregatie van de Zusters OL Vrouw Presentatie te Beveren Gemeenschappen Zusters van Maria Klooster van de Zusters van de Heilige Antonius van Padua Provincialaat Zusters van Don Bosco, Dochters van Maria Hulp Abdij van Grimbergen Abdij van Maredsous Abdij van Affligem Abdij van Luik Steunfonds Zusters der Heilige Engelen te Lokeren Abdij van Brialmont Abdij van Brecht De Zusters van de Vereniging met het Heilig Hart te Hoegaarden Gemeenschap van de Zusters Kannunikessen Heilig Graf Male Congregatie van de Zusters van Jezus en Maria van Gent Abdij van Achel Abdij van Villers-la-Ville

643400000 362800000 92800000 78700000 25600000 21600000 14245000 13900000 13700000 13000000 12800000 11500000 11100000 10900000 10200000 9900000 9200000 9100000 8400000 8300000 8300000 8300000 7800000 7800000 7600000 7200000 7000000 7000000 6800000 6500000 6500000 6100000 6000000 5700000 5600000 5560000 5300000 5300000 5100000 4600000 3800000 3000000 2700000 2200000 2000000 1900000 1600000 759000

93


94


Het verborgen geld van de nonnen en paters