Page 1


Zorg bij gezondheid, ziekte en ongeval


Auteur A.C. Verhoef Inhoudelijke redactie H. Hautvast-Haaksma R.F.M. van Midde

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs

Taalkundige redactie Fidder & Löhr bv, Deventer

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16

Opmaak Fidder & Löhr bv, Deventer

Eerste druk, tweede oplage, 2011 ISBN 978 90 069 2463 3

Ontwerp en vormgeving Graaf Lakerveld, Culemborg

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Omslagontwerp Graaf Lakerveld, Culemborg Omslagfotografie Anke Gielen, Mirador Media Fotografie Anke Gielen Marijke van Eijkeren Marjon Aardema AZ, grafisch servicebureau Volker Brinkman Martin Hogeboom robinhogervorst.nl Gert van de Kamp Leids Universitair Medisch Centrum Karin Ligthart Noor van Mierlo Nederlandse Hartstichting Remko Scheepens Annemiek Verhoef Gerard Verschooten Tekenwerk en schema’s Cabwork Fidder & Löhr Pixel XP Ticket to Prevent Twin Design

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Sommige foto’s zijn in scène gezet. De afgebeelde personen houden in dit geval in werkelijkheid geen verband met de verbeelde of beschreven situatie.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

II


Ten geleide De Kwalificatiedossiers Welzijn Vanaf het cursusjaar 2010/2011 wordt het competentiegericht beroepsonderwijs definitief ingevoerd. Alle welzijnsopleidingen van de regionale opleidingscentra dienen vanaf dit moment hun opleidingen te hebben ingericht op basis van de door het Kenniscentrum Calibris gedefinieerde Kwalificatiedossiers Welzijn. Het betreft kwalificatiedossiers voor de volgende (uitstroom)-kwalificaties: – Pedagogisch werk – uitstroom Pedagogisch medewerker kinderopvang 3 – uitstroom Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4 – uitstroom Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4 – Medewerker maatschappelijke zorg – uitstroom Medewerker maatschappelijke zorg 3 – uitstroom Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 – uitstroom Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4 – Onderwijsassistent 4 – Sociaal-cultureel werker 4 – Sociaal-maatschappelijk dienstverlener 4 Traject Welzijn en de kwalificaties Welzijn De nieuwe leermiddelenserie Traject Welzijn is helemaal opnieuw ontwikkeld en ingericht op basis van deze kwalificatiedossiers voor de welzijnssector. Dat wil zeggen dat uitgever en redactie van Traject Welzijn besloten de oude Trajectserie niet te herzien. Ze hebben gekozen voor een totaal nieuwe serie Traject Welzijn die geheel is afgestemd op de kwalificatiedossiers en de daarin ondergebrachte kerntaken, werkprocessen en competenties die de student zich moet leren eigen te maken. Overigens natuurlijk wel met inachtneming van al het goede dat in de ‘oude’ serie was te vinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kwaliteit, diepgang, en goede en actuele representatie van wat er in werkvelden en met doelgroepen plaatsvindt. De leermiddelen van de serie Traject Welzijn zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Hierin vindt het beroepsonderwijs immers zijn basis. Bij het uitwerken van de leerstof is steeds uitgegaan van de benodigde kennis, attitude en vaardigheden zoals die onderdeel uitmaken van de competenties van de welzijnswerker. Het gaat daarbij onder meer om oplossingsstrategieën, procesvaardigheden, sociale en communicatieve vaardigheden en houdingsaspecten die het best zijn aan te leren in de context van de beroepsuitoefening. Traject Welzijn; generieke basisleerstof Uitgangspunt voor de serie zijn dus de verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties van de kwalificatiedossiers voor de welzijnsopleidingen. Omdat in veel welzijnsopleidingen gestart wordt met een brede introductie op de opleidingen, om daarna naar een specifieke richting te differentiëren, is er bewust voor gekozen om de basisleerstof voor deze opleidingen generiek onder te brengen in een zestal boeken die breed en ‘opleidingoverstijgend’ zijn te gebruiken. Deze generieke basisleerstof van niveau 3 en 4 is zodanig gelardeerd met praktijkvoorbeelden dat de student van iedere opleiding een

brede en evenwichtige introductie wordt geboden. Uiteraard is het ook mogelijk om de basisleerstof te gebruiken als gekozen wordt voor een onderwijsmodel waarin vanaf de start voor een bepaalde opleidingsrichting wordt gekozen. Traject Welzijn voor blended learning Als het gaat om bestuderen van grotere gedeelten theorie geven studenten aan dat ze deze theorie het liefst ‘op papier’, in boekvorm willen bestuderen. Maar bij het verwerken van de leerstof gebruiken studenten bij voorkeur een computer. Dus is het logisch dat er bij Traject Welzijn voor is gekozen de theorie in boeken onder te brengen en de verwerking en trainingen ter beschikking te stellen via de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op deze site is ook de docentondersteuning ondergebracht. Traject Welzijn: de boeken De boeken zijn zodanig ingericht dat ze primair de studenten in staat stellen om de inhoud te raadplegen als informatiebron. De theorie van de afzonderlijke boeken is steeds thematisch ingedeeld op basis van de onderwerpen en aandachtsgebieden waarmee de student SAW in zijn/haar beroepsuitoefening te maken krijgt. Waar mogelijk is ervoor gekozen om de materie vanuit het perspectief van werken met de doelgroepen te benaderen. De informatie is bovendien rijkelijk voorzien van veel voorbeelden die gerelateerd zijn aan zowel de beroepspraktijk, de werkvelden en de doelgroepen als aan de leersituatie van de studenten. Traject Welzijn; de methodesite De studenten hebben de mogelijkheid de theorie individueel of in groepsverband te verwerken door gebruik te maken van de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op die site staan verwerkingsopdrachten, betekenisvolle opdrachten en vaardigheidstrainingen: – Verwerkingsopdrachten toetsen kennis en inzicht van de theorie (uit de boeken). – Betekenisvolle opdrachten (BVO’s) zijn complexer dan verwerkingsopdrachten. Iedere betekenisvolle opdracht bestaat uit een beroepskritische situatie waarmee de studenten aan de slag moeten; ze gaan ‘aan het werk’. Ze krijgen een opdracht uit een van de toekomstige werkvelden. Dit leidt tot een beroepsproduct. Studenten kunnen in een BVO aangeven waar ze zich vooral op willen richten; welke leerlijn ze willen volgen. Bij deze leerlijnen staan leerdoelen beschreven. De student kan hier (in samenspraak met de coach) een keuze uit maken. Op deze manier werken deelnemers samen aan dezelfde BVO’s, maar kunnen ze zich ook apart richten op individuele leerdoelen. – Bij de vaardigheden draait het vooral om ‘kunnen’. Ook houdingsaspecten worden hier getraind. Iedere vaardigheidstraining kent een vaste opbouw. Beginnend vanuit de totale vaardigheid wordt deze daarna in stukjes geoefend, om vervolgens weer af te sluiten met de vaardigheid als geheel. Op die manier kan er gericht gewerkt worden aan de competentieontwikkeling van de deelnemers. Ieder vaardigheidsonderdeel wordt afgesloten met reflectie en evaluatie. Door terug te kijken, kan bepaald worden aan welke onderdelen nog gewerkt zou moeten worden. III


Traject Welzijn en didactische werkvormen Door de leerstof in de boeken en op de methodesite op deze wijze in een heldere structuur aan te bieden, kan Traject Welzijn worden ingezet bij alle didactische werkvormen waarvoor de docent kiest. De serie is uitermate geschikt om te gebruiken bij bijvoorbeeld zelfstandig werken, zelfstandig leren of probleemgestuurd leren. Het op deze manier aanbieden van leerstof heeft ook andere voordelen. Opleidingen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk keuzes maken als het gaat om welke onderdelen docentafhankelijk en welke docentonafhankelijk aangeboden kunnen worden. En het vaststellen van individuele leerroutes voor studenten of ‘leren op maat’ met behulp van de leermiddelen behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast zijn de leermiddelen geschikt voor onderwijs aan speciale doelgroepen en onderwijs in deeltijd. Traject Welzijn en de leerwegen BOL en BBL Uiteraard zijn de leermiddelen ook geschikt om zowel in de beroepsopleidende leerweg (BOL) als in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) te gebruiken. Traject Welzijn: een nieuwe vormgeving en nieuwe structuur Om de bestudeerbaarheid van de leerstof te vergroten, is ervoor gekozen de boeken vorm te geven en in te delen op een eigentijdse wijze die sterk aansluit op de leefwereld van de hedendaagse student. De leerstofonderwerpen van een boek zijn thematisch geordend in thema’s waarin artikelen worden gepresenteerd, die los en (hiërarchisch) onafhankelijk van elkaar zijn te bestuderen. Ieder thema is voorzien van een begrippenlijst, url’s en bronnen en ieder boek kent een uitgebreide inhoudsopgave en een trefwoordenregister. En dat gebruikgemaakt is van full colour spreekt voor zich.

IV

Traject Welzijn en inrichting van het curriculum Traject Welzijn is geen methode, maar een serie. Met deze uitspraak bedoelen we dat Traject Welzijn een serie leermiddelen is die kan worden gebruikt bij competentiegericht opleiden. Traject Welzijn biedt geen curriculum: ieder ROC kiest op basis van de eigen visie, onderwijskundige uitgangspunten en didactische werkvormen voor de inrichting van het onderwijs (veel ROC’s kiezen bijvoorbeeld voor de sturingsmaterialen van het Consortium Beroepsonderwijs Zorg & Welzijn). Bij elk curriculum kan de leerstof van Traject Welzijn worden ingezet, maar Traject Welzijn is dus geen routewijzer en Traject Welzijn bevat evenmin sturingsmiddelen. Redactie van de serie Traject Welzijn Alle leermiddelen van de serie zijn inhoudelijk geredigeerd door Hanneke Hautvast-Haaksma en Rick van Midde. Beiden zijn sinds jaar en dag als redacteur en auteur verbonden aan de opeenvolgende series Traject Welzijn. Bovendien zijn zij beiden nauw betrokken bij zowel de onderwijsontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk als de ontwikkelingen en vernieuwingen in de Welzijnsinstellingen en -werkvelden. Zij hebben ervoor gezorgd dat alle leermiddelen volledig zijn afgestemd op de kerntaken, werkprocessen en competenties van de verschillende kwalificatiedossiers en dat ze onderling op elkaar aansluiten. Wij hopen dat alle betrokkenen in het leerproces vruchtbaar gebruik kunnen maken van de serie Traject Welzijn. Indien u vragen of suggesties heeft dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Utrecht, 2010 Redactie en uitgever


Inhoud Thema 1 Zorg bij gezondheid en ziekte – Over gezondheid, ziekte en zorg – Zelfredzaamheid bij cliëntgroepen – Persoonlijke verzorging van cliënten – Een overzicht van ziekten – Ziekten voorkomen – Zorg bij acute ziekten – Zorg bij chronische ziekten – Zorg bij geneesmiddelen en ziekenhuisopname – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 2 Zorg bij gezondheid van doelgroepen – Gezondheid van baby’s en peuters – Gezondheid van kleuters en schoolkinderen – Gezondheid van pubers en adolescenten – Voorbehoedmiddelen en andere anticonceptie – Gezondheid van volwassenen en ouderen – Gezondheid van mensen met een beperking – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 3 Zorg bij ziekte en aandoeningen van doelgroepen – Ziekten en aandoeningen bij baby’s en peuters – Zorg bij ziekte van baby’s en peuters – Ziekten en aandoeningen bij kleuters en schoolkinderen – Zorg bij ziekte van kleuters en schoolkinderen – Ziekten en aandoeningen van pubers en adolescenten – Psychische problemen bij pubers en adolescenten – Zorg bij ziekte van pubers en adolescenten – Ziekten en aandoeningen bij volwassenen en ouderen – Geriatrische en psychische stoornissen bij ouderen – Zorg bij ziekte van volwassenen en ouderen – Gezondheidsproblemen bij mensen met een beperking – Zorg voor houding en beweging bij mensen met een beperking – Zelfredzaamheidszorg bij mensen met een beperking – Verzorgen van chronisch zieken en mensen met beperking – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 4 EHBO in het sociaal-agogisch werk – Rondom eerste hulp – Preventie van ongevallen – Vitale functies beoordelen – Verbandmiddelen – Verbindingstechnieken – Verwondingen van de huid – Inwendige verwondingen – EHBO bij baby’s en peuters – EHBO bij kleuters en schoolkinderen – Ongevallen voorkomen bij pubers en adolescenten – Preventie van ongevallen bij volwassenen en ouderen – EHBO bij mensen met een beperking – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen

1 2 9 14 20 28 35 40 45 51 56 56 57 58 66 73 80 84 92 98 104 104 105 106 112 116 121 123 129 133 135 143 148 151 157 167 173 183 193 194 195 196 200 205 213 217 223 227 230 235 240 243 247 254 260 260

V


Over gezondheid, ziekte en zorg 2 Zelfredzaamheid bij cliëntgroepen 9 Persoonlijke verzorging van cliënten 14 Een overzicht van ziekten 20 Ziekten voorkomen 28 Zorg bij acute ziekten 35 Zorg bij chronische ziekten 40 Zorg bij geneesmiddelen en ziekenhuisopname 45 Auteur: A.C. Verhoef

1 Zorg bij gezondheid en ziekte In dit themanummer gaan we in op aspecten die te maken hebben met de zorg voor de cliënt, waarmee jij in je latere beroep te maken krijgt. Bij zorg voor de cliënt denk je waarschijnlijk meteen aan zorg bij ziekte, maar in het sociaal-agogisch werk heb je ook de zorg voor de gezondheid van de cliënt. Je bewaakt de gezondheid van cliënten, draagt een steentje bij aan de gezondheid

van cliënten en probeert cliënten bewust te maken hoe ze zelf hun gezondheid kunnen bevorderen – om maar eens een paar voorbeelden te geven. Zorg is uiteraard ook nodig wanneer de zelfzorg van cliënten tekortschiet door bijvoorbeeld ouderdom of ziekte. Welke zorg precies nodig is, hangt van veel verschillende zaken af. Belangrijk is om kennis en inzicht

te hebben in verschillende ziekten, en in oorzaken en behandeling. Het maakt nogal wat uit of het gaat om een acute of chronische ziekte, en of een ziekte besmettelijk is of niet. Als begeleider pas je je handelwijze, oftewel de zorg, aan aan de cliënt en diens specifieke situatie. Uitgangspunt is de cliënt die zorg te geven die hij nodig heeft, niet meer en niet minder.

1


Figuur 1 Mopperend stemt mevrouw ermee in een eindje met de rolstoel te gaan wandelen

Over gezondheid, ziekte en zorg In het dagelijks leven gebruiken we vaak uitdrukkingen waarin de woorden gezondheid, gezond en ongezond voorkomen. We weten allemaal wel zo ongeveer wat er onder wordt verstaan. Tegelijkertijd is het zo, dat als je dieper bij die begrippen stilstaat, er veel meer mee samenhangt dan je op het eerste gezicht denkt. Wie het heeft over gezond zijn en ongezond zijn, denkt al snel ook aan ziek zijn. Ziekte kan het gevolg zijn van ongezond gedrag, maar is op zichzelf ook een toestand waarbij geen sprake is van welbevinden. En dat laatste begrip heeft natuurlijk weer alles te maken met gezondheid. Wie ziek is, kan meestal niet voor zichzelf zorgen. Dat kan zover gaan dat professionele hulp nodig is. In andere situaties volstaat mantelzorg. Iedereen komt wel eens in de situatie dat hij/ zij zorg nodig heeft omdat de zelfredzaamheid tekortschiet. Wie door ziekte aan het bed gekluisterd is, kan niet goed voor zichzelf zorgen, om maar eens een voorbeeld te geven. In het sociaal-agogisch werk kun je, waar je ook gaat werken, te maken krijgen met cliënten die niet of onvoldoende zelfredzaam zijn. Gezondheid, ziekte, zelfredzaamheid en zorg zijn dus begrippen die alles met elkaar te maken hebben. In dit artikel gaan we in op al die begrippen die te maken hebben met de zorg bij gezondheid en ziekte.

2

Mevrouw Damen is 85 jaar oud en verblijft nu sinds drie jaar in verpleeghuis Zonneschild.

Deze ochtend heeft Jessica dienst.

Hiervoor heeft mevrouw in een aanleunflat gewoond, maar na het overlijden van haar man,

Jessica probeert zoveel mogelijk om mevrouw Damen zichzelf te laten verzorgen, maar

nu vier jaar geleden, vereenzaamde ze steeds meer. Toen ze haar heup brak door een val,

mevrouw is erg onrustig en moppert dat Jessica veel te laat bij haar is, dat de handdoek

werd ze opgenomen in een ziekenhuis. Haar geestelijke toestand ging in deze periode

niet schoon is, dat ze andere zeep wil en dat Jessica haar eerder en ook beter had moeten

behoorlijk achteruit. Terugkeer naar de aanleunwoning was niet meer mogelijk: ze werd

prikken (voor haar suikerziekte). Jessica laat het maar een beetje over zich heen gaan. Ze

opgenomen in verpleeghuis Zonneschild.

denkt: zo is mevrouw Damen nu eenmaal. Jessica helpt haar daarna in de rolstoel en brengt

Vooral haar kinderen waren erg blij dat er goed voor haar gezorgd zou worden.

mevrouw als ze klaar zijn naar de huiskamer. Daar is collega Tim aan het werk die assisteert

Twee jaar geleden is bij mevrouw Damen diabetes vastgesteld en ze is ook behoorlijk

bij het ontbijt.

slechthorend geworden. Mevrouw Damen zit bijna de hele dag in een rolstoel. Ze is weinig

Rond 11.00 uur die ochtend hoort Jessica mevrouw Damen weer mopperen en klagen.

mobiel; de revalidatie na de val kan als mislukt beschouwd worden. De reden is dat mevrouw

Collega Tim fluistert haar in het oor dat mevrouw boos is over de wijze waarop ze vanoch-

Damen het nut van de revalidatie niet inzag en totaal niet meewerkte. ‘Ik ga toch binnenkort

tend is verzorgd bij het opstaan, wassen en aankleden. Jessica schrikt, maar stapt toch

dood, laat me nou maar, het is verspilde moeite’, zei ze telkens weer. Sinds enige maanden

op mevrouw Damen af. Ze probeert mevrouw Damen af te leiden en stelt mevrouw voor

is mevrouw Damen licht gaan dementeren. Ze was altijd al een vrouw die veel klaagde en

om samen een eindje met de rolstoel te gaan wandelen. Mopperend stemt mevrouw hier

mopperde, en nu komt dat nog sterker naar voren. Ook kan ze onrustig zijn in haar gedrag.

mee in.


OVER GEZOnDHEID, ZIEKTE En ZORG

Gezondheid en ziekte Het begrip gezond is eigenlijk een vaag begrip. Het is onduidelijk wat we er precies onder moeten verstaan. Lees de volgende uitdrukkingen maar eens: – Boksen is een gezonde sport om je agressie kwijt te raken. – Zoals dat meisje van lezen houdt... dat vind ik niet gezond meer. – Gebruik je gezonde verstand, die jongen is niets voor jou. – Die persoon heeft een gezonde ambitie, hij werkt zeventig uur per week om zijn bedrijf te vergroten. – Voor een gezonde economische ontwikkeling hebben we nu eenmaal kerncentrales nodig. Als je aan verscheidene mensen vraagt het begrip gezond te omschrijven, dan zul je vaak een negatieve omschrijving horen. Bijvoorbeeld: gezondheid is het ontbreken van ziekte. Deze omschrijving maakt echter nog niet duidelijk wat gezondheid dan wél is. De omschrijving is bovendien onjuist. Iedereen die niet ziek is, is immers nog niet per definitie gezond. Een bekende definitie die aangeeft wat gezondheid nu precies is, is de definitie van de World Health Organization (WHO).

ı Gezondheid is een toestand van totaal lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte. ı Deze definitie maakt duidelijk dat gezondheid meer is dan niet ziek zijn. De mens wordt gezien als een eenheid die zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal functioneert. Toch is er ook kritiek op deze visie. De visie is namelijk wat vaag. Wat wordt bedoeld met welbevinden? Je kunt je bovendien afvragen of er ooit sprake is van totaal welbevinden. Het gezonde bestaan We zetten een aantal belangrijke opvattingen met betrekking tot het gezonde bestaan op een rij. Het gezonde bestaan heeft betrekking op lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten De lichamelijke gezondheid heeft betrekking op de werking van het lichaam. Als je griep hebt, is er lichamelijk iets mis. De geestelijke of psychische gezondheid heeft betrekking op hoe je je voelt. Als je veel problemen hebt, je minderwaardig voelt of als gevoelens van verlegenheid of angst overheersen, is je geestelijke gezondheid niet optimaal. De sociale gezondheid heeft betrekking op de relatie die je met mensen in je omgeving hebt. Gevoelens van eenzaamheid hebben betrekking op de sociale gezondheid. Lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten oefenen invloed op elkaar uit, er is sprake van een wisselwerking Iemands lichamelijke, geestelijke en sociale gezondheid staan niet los van elkaar. Er kan sprake zijn van een negatieve wisselwerking, maar ook van een positieve.

Voorbeelden Bij Maria is sprake van een negatieve wisselwerking tussen geestelijke, lichamelijke en sociale gezondheid. Maria

werkt sinds kort in een kinderdagverblijf. Ze vindt dat er een groot verschil is met de periode toen ze stagiaire was. De verantwoordelijkheid voor zoveel peuters valt haar zwaar. Door deze belasting is ze erg gespannen en nerveus (geestelijk). Dit heeft tot gevolg dat ze vaak hoofdpijn heeft en constant moe is (lichamelijk). Daardoor verlopen de contacten met haar huisgenoten ook niet prettig. Ze kan het niet opbrengen naar hen te luisteren en ze is onredelijk tegen hen (sociaal). Bij Wilco is sprake van een positieve wisselwerking. Wilco is sinds kort op een school voor speciaal onderwijs geplaatst in verband met zijn leerproblemen. Deze zijn deels het gevolg van de ernstige astma waar hij last van heeft. Sinds hij op een school voor speciaal onderwijs zit (sociaal), gaat het de goede kant op met hem. Zijn zelfvertrouwen groeit met de dag (geestelijk). In het contact met andere kinderen stelt hij zich daardoor ook positiever en met meer zelfvertrouwen op (sociaal). Ook heeft hij minder astma-aanvallen dan voorheen (lichamelijk).

Bij één persoon kan tegelijkertijd sprake zijn van gezond en van ongezond bestaan Bij gezondheid en ongezondheid zijn verschillende aspecten binnen een individu betrokken. Roken is een ongezonde gewoonte. Maar dit betekent niet dat we bij een roker de gehele persoon als ongezond beschouwen. Binnen een persoon kan tegelijkertijd sprake zijn van gezondheid en ongezondheid. Het gezonde bestaan omvat zowel objectieve als subjectieve aspecten Of je jezelf gezond noemt, is niet alleen gebaseerd op feiten, maar is ook afhankelijk van je beleving.

Voorbeeld Moniek heeft een te hoge bloeddruk. Objectief gezien is hier sprake van ongezond zijn. Aangezien ze echter nergens last van heeft, voelt ze zich gezond. Op het welbevinden van Moniek is niets aan te merken. Het omgekeerde geldt voor Dirk. Dirk (vier jaar) klaagt telkens over hoofdpijn. Objectief gezien is er echter niets te vinden. Bij Dirk is ondanks dat geen sprake van welbevinden.

Welbevinden betekent letterlijk: je wel bevinden; je prettig, gelukkig voelen. Of er bij iemand sprake is van welbevinden is volledig subjectief. Ook al is iemand objectief gezien kerngezond, ook al heeft iemand alles wat zijn hartje begeert, dan nog is het mogelijk dat zijn welbevinden niet optimaal is. De conclusie is dus duidelijk. Je kunt niet zonder meer zeggen: dat is gezond, dat is ongezond; hij is gezond, hij is ongezond. Omdat we toch duidelijk willen maken dat allerlei factoren een gezonde of ongezonde invloed hebben op het bestaan, verdelen we deze gezondheidsbeïnvloedende factoren in gezondheidsbedreigende en gezondheidsbevorderende factoren.

3


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

Gezondheidsbedreigende factoren zijn bijvoorbeeld roken, te vet eten, werkloosheid, angst en minderwaardigheidsgevoelens. In plaats van gezondheidsbedreigende factoren wordt ook wel gesproken over gezondheidsbelemmerende factoren. Gezondheidsbevorderende factoren zijn bijvoorbeeld sporten, ontspanning, arbeid en zelfvertrouwen.

Subjectieve symptomen zijn voor een ander niet waarneembaar. De betrokkene vertelt wat hij voelt. Enkele voorbeelden van subjectieve symptomen zijn: – pijn bij het urineren; – hoofdpijn; – misselijkheid.

In de praktijk is het meestal wel duidelijk wanneer er sprake is van een ziekte, hoewel iemand die een bepaalde ziekte heeft niet altijd ziek is. Iemand die een ziekte heeft, kan ondanks zijn ziekte soms toch goed functioneren, waardoor er van ziek zijn geen sprake is. Zoals het begrip gezondheid betrekking heeft op lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten van het bestaan, zo heeft ook het begrip ziekte betrekking op deze aspecten. Mensen kunnen lichamelijk ziek zijn, maar ook geestelijk. In dat laatste geval spreek je – afhankelijk van de ernst van de ziekte – van psychische klachten of van psychiatrische ziekten, of ook wel geestesziekten. Psychische klachten hebben we allemaal wel eens. Je voelt je bijvoorbeeld verdrietig, lusteloos en moe. Psychiatrische ziekten daarentegen zijn veel ernstiger. Voorbeelden van psychiatrische ziekten zijn: fobie, depressie en schizofrenie.

Diagnose en behandeling Om meer duidelijkheid te krijgen over de ziekte die een cliënt onder de leden heeft, zal een arts niet alleen vragen welke klachten de cliënt heeft. Vaak zal hij een lichamelijk onderzoek uitvoeren. Hij wil bijvoorbeeld in de mond kijken, of hij wil de longen of andere organen beluisteren met een stethoscoop. Zijn uiteindelijke doel is het stellen van de diagnose: het vaststellen van de ziekte of aandoening. Vaak is na het stellen van de diagnose een bepaalde behandeling noodzakelijk. De cliënt krijgt bijvoorbeeld medicijnen voorgeschreven of hij krijgt een verwijskaart voor de fysiotherapeut. Het is niet altijd mogelijk om de oorzaak van de ziekte aan te pakken. Soms is de behandeling er alleen op gericht iemand van zijn klachten af te helpen. Een pijnstiller is een voorbeeld van een medicijn dat alleen de klacht (pijn) aanpakt en niet de oorzaak. Je spreekt dan van symptoombestrijding. Ook een kalmeringsmiddel is een voorbeeld van een medicijn waarbij van symptoombestrijding sprake is.

Gezondheid en ziekte Bij ziekten is er sprake van een wisselwerking tussen lichamelijke, geestelijke en sociale aspecten. Lichamelijke klachten kunnen psychische oorzaken hebben. Aanhoudende spanning kan bijvoorbeeld lichamelijke klachten als diarree of hoofdpijn veroorzaken. Je spreekt dan van psychosomatische ziekten. Andersom kunnen psychische klachten ook lichamelijke oorzaken hebben. Lichamelijk ziek zijn kan veel spanning oproepen en tot gevolg hebben dat je je futloos en ongelukkig voelt. Er is een speciale wetenschap die zich bezighoudt met alle zaken die we hiervoor aangestipt hebben.

ı Pathologie is de wetenschap die zich bezighoudt met de oorzaken, de aard en de gevolgen van ziekten. ı In dit artikel stellen we eenvoudige en meer algemene pathologie aan de orde. Symptomen van ziekte Wanneer een cliënt ziek is, merk je dat aan bepaalde klachten. Hij heeft bijvoorbeeld koorts, spierpijn, voelt zich lusteloos, moe. Kortom, de cliënt vertelt je dat hij zich niet lekker voelt of je merkt aan hem dat hij zich ellendig voelt. De klachten die de cliënt heeft, zijn niet alleen een aanwijzing dat hij ziek is, ze geven ook aan welke ziekte de cliënt onder de leden heeft. Wanneer hij in verband met zijn ziekte een (huis)arts bezoekt, zal de arts vragen welke klachten en verschijnselen de cliënt heeft. Met andere woorden: hij wil weten welke symptomen de cliënt heeft, hoe lang en in welke mate. Bij de symptomen die mensen bij ziekten hebben, kun je onderscheid maken tussen objectieve en subjectieve symptomen. Objectieve symptomen zijn voor een ander waarneembaar. Soms zijn ze ook meetbaar. Enkele voorbeelden van objectieve symptomen zijn: – een hartslag van 84 slagen per minuut; – haaruitval; – koorts.

4

We gaan natuurlijk niet bij alle klachten over onze gezondheid naar de huisarts. Wanneer een cliënt bijvoorbeeld lichte koorts en spierpijn heeft en verkouden is, en je weet dat er griep heerst, adviseer je hem zijn bed weer in te kruipen. Je stelt je eigen diagnose: hij zal wel griep hebben. Je weet wat je moet doen, je weet dat de cliënt geen ernstige ziekte heeft en je weet dat de huisarts weinig voor hem kan doen. Kortom, je hebt geen (huis)arts nodig. Mogelijk geef je de cliënt een paracetamol als hij klaagt over hoofdpijn. Of je geeft hem een ander huismiddeltje dat in de EHBO-doos of in het medicijnkastje aanwezig is. Op een dergelijke handelwijze, waarbij je al dan niet gebruikmaakt van zelfmedicatie, is niets aan te merken. Integendeel, een arts zit er echt niet om te springen elke grieppatiënt op zijn spreekuur te krijgen. Dat neemt niet weg dat je als begeleider altijd alert moet blijven op het verloop van de ziekte. In de eerste plaats omdat je niet met zekerheid kunt zeggen dat de cliënt griep onder de leden heeft. Het is niet ondenkbaar dat hij toch een andere ziekte heeft. En in de tweede plaats omdat zich complicaties kunnen voordoen. Een complicatie is een aandoening die ten gevolge van een al aanwezige ziekte kan optreden. Een complicatie van griep is bijvoorbeeld longontsteking. Deze alertheid moet je overigens ook bezitten als de cliënt wel een arts heeft bezocht. Ook dan moet je goed letten op het verloop van de ziekte. Wanneer bijvoorbeeld medicijnen zijn voorgeschreven, is het altijd belangrijk dat je in de gaten houdt hoe een cliënt op de medicijnen reageert. Van tevoren is immers niet met honderd procent zekerheid te zeggen of de medicijnen wel zullen werken. En het komt ook voor dat cliënten allergisch reageren op een medicijn. Zo’n allergie kan in sommige gevallen zo ernstig zijn dat een levensbedreigende situatie ontstaat. Oplettendheid is dus altijd geboden.


OVER GEZOnDHEID, ZIEKTE En ZORG

Figuur 2 Hoesten is een objectief symptoom van ziekte

Als je zorg nodig hebt Iedereen komt wel eens in de situatie dat hij/zij zorg nodig heeft. Je kunt je ziek voelen en om die reden verzorgd moeten worden. Of je hebt verdriet en hebt daarom steun nodig, Ook kun je je eenzaam voelen en heb je om die reden aandacht nodig. Uit deze voorbeelden blijkt al dat zorg meer is dan alleen lichamelijke zorg. Zorg is ook het verlenen van psychosociale zorg. Voor het verlenen van psychosociale zorg wordt meestal de term begeleiden of hulp verlenen gebruikt. Dit themanummer gaat vooral over het verlenen van lichamelijke zorg aan cliënten. Toch moet je daarbij niet vergeten dat het verlenen van lichamelijke zorg meer is dan alleen maar instrumenteel-technisch handelen. Als je bijvoorbeeld een cliënt moet scheren, gaat het er niet alleen om dat je over kennis en vaardigheden op dit gebied beschikt. Het gaat er zeker ook om hoe je de zorg verleent, hoe je de cliënt scheert. Houd je rekening met zijn wensen of doe je dat niet? Vertel je wat je gaat doen of doe je dat niet? Of je je werk goed doet wat betreft het verlenen van lichamelijke zorg, heeft vooral ook te maken met de manier waarop je lichamelijke zorg verleent. In het sociaal-agogogisch werk is dit des te belangrijker omdat cliënten afhankelijk zijn van jouw manier van zorg verlenen. Een cliënt kan meestal niet zomaar een andere zorgverlener kiezen. En als hij jouw hulp vraagt, is dat niet omdat

hij dat wil, maar omdat hij dat moet: hij moet wel hulp aan jou vragen, omdat hij het zelf (nog) niet kan. Hij is op jou aangewezen, soms voor van alles en nog wat. Hoewel het soms wel prettig is dat een ander je verzorgt, is het op de lange duur juist onprettig. Zeker als je geen keus hebt, is het heel vervelend om anderen telkens om hulp te moeten vragen. Een cliënt kan zich heel machteloos en afhankelijk van anderen voelen. Hoe hij met deze gevoelens omgaat, zal van persoon tot persoon verschillen. De een wordt opstandig en boos, een ander wil je niet tot last zijn en vraagt zo min mogelijk aan je, en een volgende reageert nog weer anders. Wanneer een volwassene zorg nodig heeft, is sprake van zelfzorgtekorten. We merken op dat kinderen en jongeren altijd – hoe ouder ze worden, hoe minder – zorg nodig hebben, omdat dat eigen is aan het niet-volwassen zijn. Pas als kinderen en jongeren meer zorg nodig hebben dan anders, meer zorg nodig hebben dan normaal gesproken nodig is, is er bij hen sprake van zelfzorgtekorten.

ı We spreken van zelfzorgtekorten wanneer iemand problemen ervaart bij de zorg voor zichzelf en niet in staat is op eigen kracht en naar eigen vermogen zelf zorg te dragen voor de eigen zelfzorg. ı

5


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

Voorbeelden Hieronder doen we een greep uit situaties waarin mensen zorg moeten laten overnemen door een ander. – Mevrouw Van de Velde heeft reuma. Om die reden kan ze zichzelf niet aankleden. Ook lukt het haar niet meer om het huishouden zelf te doen. – Meneer Wilson is twee jaar geleden door een hersenbloeding getroffen, waardoor hij verlamd raakte aan de rechterzijde. Hij kan niet goed meer praten en heeft hulp nodig bij de verzorging vanwege de halfzijdige verlamming. – Aagje heeft een ernstige verstandelijke beperking en is autistisch. Ze is niet in staat voor zichzelf te zorgen en haar ouders kunnen het evenmin opbrengen. – Mevrouw Van Uden is dement. Het lukt haar nog wel zichzelf aan te kleden, maar ze moet dan wel zeer gerichte aanwijzingen krijgen wat ze moet doen. – Meneer Lomans wordt volgende maand negentig jaar. Hij is slecht ter been en ook slechtziend. Hij heeft steeds meer hulp nodig bij de zelfzorg. – Meneer Doreman is sinds het overlijden van zijn vrouw ernstig depressief. nadat hij zijn eigen huis in brand heeft gestoken, wordt hij in verwaarloosde en verwarde toestand opgenomen in een psychiatrisch centrum.

Het is belangrijk je te realiseren dat niet iedere cliënt die zorg nodig heeft, ook zorg wil ontvangen. De term zorgvrager, die nog altijd wel gebruikt wordt in de zorg, is dus niet altijd gepast. In je werk kun je ook te maken krijgen met mensen die liever niet geholpen willen worden. Deze mensen ontvangen wel zorg, maar ze vragen er niet om. Verschillende vormen van zorg Kijken we naar de persoon die zorg verleent, dan maken we onderscheid tussen zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg. Zelfzorg Onder zelfzorg vallen tal van handelingen. Denk bijvoorbeeld aan: jezelf wassen, eten koken voor jezelf en je tanden poetsen. Zelfzorg is aangeleerd en doelgericht gedrag. Het omvat alle handelingen die een mens verricht, wat betreft zichzelf of zijn omgeving, met als doel: – in leven te blijven; – zijn gezondheid te handhaven of te bevorderen; – zijn welbevinden te waarborgen. Vrijwel iedereen wil zichzelf kunnen verzorgen. Een driejarig kind kan heel trots zijn als het hem lukt zelf zijn broek aan te trekken. Net zo trots is een tachtigjarige als het hem lukt nog zelfstandig te wonen, zonder al te veel hulp van buitenaf. We vinden het belangrijk om onafhankelijk van andere mensen te kunnen functioneren. Zelfzorg is ook nodig om zelfstandig te kunnen leven. Als je als volwassene zelfstandig wilt kunnen wonen, dan zijn er nogal wat zaken die je moet kunnen.

6

Voorbeelden van zelfzorg zijn: – met geld kunnen omgaan; – je huis kunnen schoonhouden; – jezelf goed kunnen verzorgen; – contacten kunnen leggen en onderhouden.

Mantelzorg Het overkomt iedereen wel eens dat hij tijdelijk niet voor zichzelf kan zorgen. Je kunt een flinke griep krijgen en een week in bed liggen en niet meer tot veel in staat zijn. Of je breekt een been en bent om die reden uitgeschakeld. En zo zijn er nog wel wat voorbeelden te geven. In deze situaties doe je meestal een beroep op ouders, vrienden, familie of buren om je te helpen bij wat toch moet gebeuren. Want er zijn dingen die moeten gebeuren, omdat er anders van alles mis kan gaan. Of omdat je nog verder achterop zou raken, nog zieker zou worden. Zonder deze mantelzorg kun je situaties waarin je tijdelijk bent uitgeschakeld niet goed overbruggen. Kenmerkend voor mantelzorg is dat er sprake is van een wederkerigheid. Dat wil zeggen dat jij het ene moment wordt geholpen door bijvoorbeeld je buren, terwijl jij op een ander moment je buren helpt. Kenmerkend is ook dat diegene die mantelzorg krijgt en diegene die mantelzorg verleent elkaar goed kennen. Het verlenen van mantelzorg kun je zien als een vriendendienst.

Figuur 3 Een voorbeeld van zelfzorg: tandenpoetsen

Professionele zorg


OVER GEZOnDHEID, ZIEKTE En ZORG

Wanneer mensen speciale zorg nodig hebben of geen beroep kunnen doen op mantelzorgers, kunnen zij gebruikmaken van professionele zorgverleners. Professionele zorgverleners zijn personen die van het zorg verlenen hun beroep hebben gemaakt en hiertoe speciaal zijn opgeleid. Ze worden er – direct of indirect – voor betaald om zorg te verlenen. Als sociaal-agogogisch werker ben je ook een professioneel zorgverlener. Kenmerkend voor de professionele zorgverlening is dat je op een methodische wijze werkt. Je denkt – samen met anderen – goed na over welke zorg je gaat verlenen en wat je daarmee wilt bereiken. Je beschikt daarbij over de nodige kennis van doelgroepen en je kunt inschatten welke zorg en hoeveel zorg iemand nodig heeft. Andere voorbeelden van professionele zorgverleners zijn: tandarts, verpleegkundige en psycholoog.

Belang van zelfredzaamheid In het sociaal-agogisch werk is het je taak om de zelfzorg van cliënten te bevorderen.

ı Onder zelfredzaamheid moet je verstaan: het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen, zonder hulp van anderen. ı In het sociaal-agogisch werk richt je je op het stimuleren van de zelfredzaamheid en het zo nodig (opnieuw) aanleren daarvan. Het doel is een zo groot mogelijke zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid

vergroot namelijk de zelfstandigheid van cliënten. Wanneer een cliënt zelfredzaam is, heeft hij minder hulp nodig en daardoor meer vrijheid. Hij hoeft niet te wachten tot hij geholpen wordt, want hij kan het zelf. Zelfredzaamheid vergroot de mogelijkheid zelf richting te geven aan het eigen leven. Je kan zelf bepalen wanneer je wat doet. Zelfredzaamheid vergroot ook het gevoel van eigenwaarde. Wanneer je voor je dagelijkse handelingen afhankelijk bent van anderen, kan dat makkelijk gevoelens van minderwaardigheid oproepen. Je vergelijkt jezelf met anderen en voelt je dan snel minder waard. Dat een groeiende zelfredzaamheid de eigenwaarde stimuleert, zie je duidelijk bij kinderen. Een kind kan heel trots zijn op zijn prestaties. Vaak wil hij de dingen ook per se zelf doen. Een kind met een beperking is in dit opzicht belemmerd omdat hij veel dingen niet zelf kan doen. Het hebben van gevoelens van eigenwaarde is ook om een andere reden belangrijk. Het leidt er namelijk toe dat je ook andere, nieuwe opgaven durft uit te voeren. Als je vertrouwen hebt in jezelf, durf je het aan iets nieuws te proberen. Heb je dat vertrouwen daarentegen niet, dan ben je veel onzekerder in pogingen iets nieuws te proberen. Je kunt last hebben van faalangst. Het is jouw taak als sociaalagogogisch werker om te streven naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid bij cliënten. Het mag echter nooit zo zijn dat je een cliënt iets leert omdat het je veel tijd bespaart. Het aanleren van nieuwe vaardigheden moet altijd gericht zijn op het welzijn van de cliënt.

Figuur 4 Professionele zorg

7


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

Zelfredzaamheid is een breed begrip, dat betrekking heeft op allerlei situaties en omstandigheden. Om enig overzicht te krijgen van wat onder zelfredzaamheid moet worden verstaan, wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende niveaus: adl-activiteiten, sociale zelfredzaamheid en maatschappelijke zelfredzaamheid. Eerste niveau: ADL-activiteiten Zelfredzaamheid heeft allereerst betrekking op een aantal handelingen die men moet kunnen verrichten om zichzelf te redden in het dagelijks leven. We noemen deze handelingen de ADL-activiteiten. ADL staat voor algemene dagelijkse levensverrichtingen, ook wel activiteiten van het dagelijks leven genoemd. Zelfredzaamheid op dit niveau heeft vooral betrekking op de volgende handelingen: – in en uit bed komen; – in en uit de stoel/rolstoel komen; – verplaatsen binnenshuis en buitenshuis; – zelf eten en drinken; – zindelijkheid/zelf naar het toilet gaan; – zichzelf aan- en uitkleden; – zichzelf verzorgen: wassen, tandenpoetsen, haren kammen enzovoort. Tweede niveau: sociale zelfredzaamheid Zelfredzaamheid heeft ook te maken met jezelf kunnen redden in

Figuur 5 Voorbeeld van een ADL-lijst

8

sociale situaties. Een aantal vaardigheden zijn in het bijzonder van belang in de omgang met anderen, namelijk sociale vaardigheden zoals luisteren, nee zeggen, kritiek moeten geven, een vraag stellen enzovoort. Trainingen in sociale zelfredzaamheid zijn voornamelijk bedoeld voor mensen met een matige en lichte verstandelijke beperking. Zij hebben vaak moeite met sociale situaties, waarin ze bijvoorbeeld nee moeten zeggen, kritiek moeten geven of iets moeten vragen. Derde niveau: maatschappelijke zelfredzaamheid Maatschappelijke zelfredzaamheid heeft betrekking op het zichzelf kunnen redden in de samenleving. Hiervoor is het noodzakelijk dat men enige kennis heeft over de wijze waarop de samenleving in elkaar zit en hoe men gebruik kan maken van instellingen en instanties. Bij het trainen van de maatschappelijke zelfredzaamheid wordt de cliënt bijvoorbeeld de volgende vaardigheden geleerd: deelnemen aan het verkeer, omgaan met geld, gebruikmaken van het openbaar vervoer, een kerk bezoeken, de brandweer inschakelen en zinvol de vrije tijd besteden. Dat we spreken over drie niveaus suggereert al dat er sprake is van een zekere opbouw. Binnen zelfredzaamheidstrainingen wordt in eerste instantie gewerkt aan de zelfredzaamheid met betrekking tot de adl-activiteiten en pas in een latere fase – indien mogelijk – aan de sociale en maatschappelijke zelfredzaamheid. ■

Figuur 6 Nog een voorbeeld van een ADL-lijst


Begrippenlijst Aandoeningen van bewegingsapparaat Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziekten van botten, gewrichten, spieren en pezen. Aandoeningen van de ademhalingsorganen Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten aan ademhalingsorganen. Aandoeningen van het zenuwstelsel Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten aan het zenuwstelsel. Aandoeningen van zintuigen Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten aan zintuigen: gehoor, gezichtsvermogen, reuk, smaak en tastzin. Aangeboren ziekten Ziekten die zijn ontstaan voor, tijdens of vlak na de geboorte. Aanhoesten Hoesten in de richting van iemand met als gevolg dat virussen of bacteriën kunnen worden overgedragen. Acetylsalicylzuur Werkzame stof in aspirine; zie aldaar. Acute ziekte Plotseling optredende ziekte die na enige tijd helemaal overgaat. Bijvoorbeeld door het ge­ bruik van medicijnen. Tegenovergestelde van: chronische ziekte. Ademhalingsorganen Organen waarmee de mens ademhaalt: de mond, de neus, de keelholte, de luchtpijp, de linker­ en rechterhoofdbronchiën met hun vertakkingen en de longen met de longblaasjes. ADL Afkorting van algemene dagelijkse levensver­ richtingen; ook wel activiteiten van het dage­ lijks leven genoemd.

stof te kunnen. Het lichaam reageert met ont­ wenningsverschijnselen. Afweersysteem Het verdedigingssysteem (van de mens) met als doel indringers of veranderde eigen cellen te bestrijden. Het bevat verschillende afweer­ mogelijkheden tegen schadelijke micro­orga­ nismen. Algemene weerstand Het algemene afweersysteem van de mens, niet specifiek gericht op een bepaalde ziekte of aandoening. Allergie Bijzondere, meestal heftige reacties van het afweer­ of immuunsysteem van het lichaam op bepaalde stoffen of prikkels. Anaal Via de anus. Arteriosclerose Medische term voor aderverkalking. Ofwel een verzamelnaam voor allerlei processen in de slagaderwand, waardoor deze wand ten slotte verhardt en verkalkt.

Beperking Een vermindering of afwezigheid (ten gevolge van een stoornis) van de mogelijkheden tot het uitvoeren van normale menselijke activiteiten, zowel wat betreft de manier waarop als de mate waarin de activiteit uitgevoerd kan worden. Beroepsnormen De richtlijnen en voorschriften die voortkomen uit de beroepsuitoefening of die worden voorge­ schreven in de instelling en die je hanteert in de zorgverlening. Besmetting Het overbrengen (resp. overgaan) van ziekte­ verwekkende micro­organismen van een zieke, van een dier, van insecten, van voedsel en dergelijke op mens (of dier). Bewegingsapparaat Botten, gewrichten, spieren en pezen. Bezoek aan een arts Het spreken of inschakelen van een arts. Bezoekuren De tijden dat men op bezoek mag komen in een ziekenhuis (of andere instelling).

Aspirine Het geneesmiddel acetylsalicylzuur, dat gebruikt wordt bij onder andere verkoudheid en koorts. Het is vrij verkrijgbaar bij drogist en apotheek.

Bijsluiter Een bijgesloten foldertje bij geneesmiddelen, met daarin bijvoorbeeld aanwijzingen voor het gebruik.

Auto-immuunziekten Verzamelterm voor ziekten waarbij het lichaam eigen lichaamscellen gaat afbreken alsof ze lichaamsvreemd zijn.

Bindweefsel Steunweefsel dat huid, vliezen, zenuwen, bloed­ vaten, organen, klieren enzovoort met elkaar verbindt.

Bacteriële ontsteking Ontsteking veroorzaakt door een bacterie.

centrale zenuwstelsel Hersenen en het ruggenmerg.

Bedrust Het rusten in bed; het in bed verblijven.

chronische ziekte Een aandoening die een langdurig, vaak lang­ zaam verslechterend verloop heeft. Ze zijn niet te genezen.

Afgeleide hulpvragen Hulpvragen die voortkomen uit andere hulp­ vragen.

Begeleiden van medicijngebruik Het steunen van de cliënt bij gebruik van medicijnen, wanneer zijn zelfzorg daarin te­ kortschiet. Kan meerdere zaken inhouden.

Afhankelijkheid Niet meer zonder een bepaalde stof kunnen of denken niet meer zonder een bepaalde

Begeleiding bij chronische ziekte Het steunen van een cliënt bij een langdurige ziekte.

collageen Medische term voor bindweefsel; zie aldaar.

51


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

complicaties Een aandoening die ten gevolge van een al aanwezige ziekte kan optreden. Kort gezegd: bijverschijnselen. contra-indicatie Een aanwijzing of omstandigheid die pleit tegen het nemen van een bepaalde maatregel, het voorschrijven van een geneesmiddel enzo­ voort. crème Smeerbare stof die in de huid wordt gewre­ ven. Desinfecterende middelen Ontsmettingsmiddelen; middelen die gebruikt worden om een wond vrij van ziektekiemen te maken. Diagnose Het vaststellen van de ziekte of aandoening.

Geneeskunde Het vakgebied dat zich richt op de invloed die ziektes of afwijkingen hebben op het menselijk functioneren, zowel lichamelijk als psychisch, met als doel het herstellen van de gezonde toestand, het verzachten van symptomen of het voorkomen van een verergering van de toestand. Geneesmiddel Een chemische stof die een bepaalde, gewenste werking op het (dierlijk of menselijk) lichaam uitoefent. Synoniem van medicijn. Geneesmiddelenleer De wetenschap van de geneesmiddelen. Geplande opname Wanneer een opname in een ziekenhuis gepland is. Men weet dus van tevoren wanneer men waarvoor opgenomen wordt.

Endocriene ziekten Ziekten waarbij het endocriene stelsel ofwel het hormoonstelsel is betrokken.

Geriatrie De wetenschap die zich bezighoudt met ziekten en aandoeningen die zich bij de oudere mens voordoen.

Erfelijke ziekte Ziekte die het gevolg is van een afwijking in het erfelijkheidsmateriaal.

Geriatrische ziekten De ziekten en aandoeningen die zich bij de oudere mens voordoen.

Evalueren verzorging Het achteraf bespreken van gegeven zorg of begeleiding met als doel te bepalen wat goed ging en wat voor verbetering vatbaar is.

Gewenning Wanneer een steeds grotere hoeveelheid van een stof (in dit geval: medicijn) nodig is om hetzelfde effect te bereiken.

Fysieke integriteit Letterlijk: de lichamelijke ongeschonden toe­ stand. Schending van de fysieke integriteit wordt als zeer kwetsend ervaren. Bij het verle­ nen van persoonlijke zorg is het belangrijk zorgvuldig om te gaan met de fysieke integriteit van de zorgontvanger.

Gewrichten Twee of meer botten die ten opzichte van elkaar kunnen scharnieren.

Gebrek aan eetlust Geen trek hebben iets te eten. Geestesziekten Wanneer een persoon in geestelijk opzicht ziek is. Oude benaming voor psychische klachten en psychiatrische ziekten.

Gezond Verkort begrip van gezondheid, dat veel ver­ schillende betekenissen kent. Zie verder: ge­ zondheid. Gezondheid Een toestand van totaal lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen de af­ wezigheid van ziekte. Gezondheidsbedreigende factoren Factoren die een ongezonde invloed hebben op het bestaan. Gezondheidsbelemmerende factoren Synoniem van gezondheidsbedreigende facto­ ren; zie aldaar.

52

Gezondheidsbevorderende factoren Factoren die een gezonde invloed hebben op het bestaan. Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding Activiteiten die zich richten op de leefstijl of het gezondheidsgedrag van individuen en groepen mensen. De activiteiten houden in: het ontwikkelen, uitvoeren en evalueren van preventieprogramma’s. GVO Afkorting van: gezondheidsvoorlichting en ­opvoeding. GVO-inzichten Inzichten op het terrein van gezondheids­ voorlichting en ­opvoeding; zie aldaar. Handicap Een nadelige positie in de samenleving van iemand met een aandoening of beperking. De handicap ligt niet aan de aandoening of beperking, maar wordt pas een handicap door de ontoegankelijkheid van de maatschappij. Hart- en vaataandoeningen Verzamelterm voor aandoeningen van het hart en/of de bloedvaten die stoornissen in de bloedsomloop kunnen veroorzaken. Hartinfarct Het afsterven van een deel van de hartspier door onvoldoende zuurstofrijk bloed. Herseninfarct Een CVA die wordt veroorzaakt door een verstopt bloedvat in de hersenen. Huidziekten Verzamelterm voor ziekten en aandoeningen aan de huid, haren of nagels. Huisapotheek Het medicijnkastje voor huiselijk gebruik. Hygiëne Al wat een goede gezondheid vereist en de handelingen, inrichtingen en instellingen die deze bevorderen. Ibuprofen Geneesmiddel dat behoort tot de groep ontstekingsremmende pijnstillers. Ibuprofen werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend. Vrij verkrijgbaar bij drogist en apotheek.


BEGRIPPEnLIjST

Immuniteit Wanneer het lichaam niet meer vatbaar is voor de micro­organismen die deze ziekte hebben veroorzaakt. Immuunstoffen Antistoffen. Dat wil zeggen: stoffen in het lichaam die lichaamsvreemde stoffen zoals virussen en bacteriën onschadelijk maken. Immuunsysteem Het verdedigingsmechanisme van het mense­ lijk lichaam dat bestaat uit een algemene weer­ stand en een specifieke weerstand. Incubatietijd Tijd tussen de besmetting en het uitbreken van de daardoor veroorzaakte ziekte. Indirect contact Niet rechtstreeks contact. Infectie Wanneer schadelijke micro­organismen zich in het lichaam vermeerderen en aldus schade aanrichten. Infectieziekten Ziekten die het gevolg zijn van het binnendrin­ gen van een micro­organisme. Inhalaties Het inhaleren van een geneesmiddel bij een aandoening van de luchtwegen.

Kinderziekten Infectieziekten waarbij er een grote kans is om in contact te komen met de veroorzaker van de ziekte en dus de kans groot is dat dat op jonge leeftijd gebeurt.

Mantelzorg Zorg die een ander je geeft, gericht op het (kort gezegd) handhaven en verbeteren van je gezondheid. Mantelzorg is wederkerig in tegenstelling tot professionele zorg.

Klachten simuleren Het voorwenden van klachten; doen alsof je bepaalde klachten hebt.

Medicatiemap Andere term voor medicijnadministratie; zie aldaar.

Koorts Verschijnsel bij verschillende ziekten. Er is sprake van een verhoogde lichaamstemperatuur (boven 38 °C). Deze veroorzaakt andere klach­ ten zoals: versnelling van de polsslag en de ademhaling, vermoeidheid en soms koude ril­ lingen, duizeligheid en ijlen.

Medicijn Synoniem van: geneesmiddel; zie aldaar.

Koortsstuipen Stuipen veroorzaakt door hoge koorts ten gevolge van een infectie in een deel van het lichaam, maar niet in de hersenen. Een stuip is een aanvalsgewijze, onwillekeurige spiersamentrekking.

Medische voorschriften Voorschriften of leefregels van een arts om klachten bij een ziekte te voorkomen of te ver­ minderen. Micro-organisme Levend organisme dat slechts met een micro­ scoop is waar te nemen

Leefregels Wijze van leven, zowel wat de gezondheid als het gedrag betreft.

naproxen Geneesmiddel dat behoort tot de groep ontstekingsremmende pijnstillers. Naproxen werkt pijnstillend, ontstekingsremmend en koortsverlagend. Het is vrij verkrijgbaar bij drogist en apotheek.

Injecteren Toedienen van injectie; zie aldaar. Inschakelen arts De hulp inroepen van een arts.

Leren omgaan met een ziekte Het kunnen hanteren van (eigen) ziekte.

Inspectie van volksgezondheid De overheidsinstantie die toezicht houdt op volksgezondheid. Er wordt toezicht gehouden op de kwaliteit, veiligheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Ook worden de rech­ ten van patiënten bewaakt.

Lichamelijke zorg Zorg op lichamelijk vlak.

Intieme zone De zone om iemand heen tot 45 cm, waarin gewoonlijk alleen geliefde personen om ons heen mogen treden.

Medicijnenadministratie Administratie waarin per cliënt alles wordt bijgehouden omtrent geneesmiddelengebruik.

Langdurige aandoeningen Andere benaming voor chronische ziekte; zie aldaar.

Leefstijl Iemands persoonlijke manier van leven die beïnvloed wordt door iemands cultuur, levens­ loop, persoonlijke geschiedenis en opvattingen.

Instellingsapotheek De eigen apotheek waarover een instelling beschikt.

Medicijndrankjes Als drank in te nemen geneesmiddel.

Luchtwegproblemen Verzamelterm voor alle problemen aan de luchtwegen; er treden dan kleine of grotere problemen op bij het ademhalen. Maatschappelijke zelfredzaamheid Het zichzelf kunnen redden in de samen­ leving. Macro-organismen Levend organisme dat met het blote oog zichtbaar is. Tegenovergestelde van micro­ organisme (die zijn slechts met de microscoop of vergrootglas waar te nemen).

nazorg Controle bij patiënten na ontslag uit het zie­ kenhuis of de instelling. neusdruppels In druppels toegediend geneesmiddel via de neus. Objectieve symptomen Ziekteklachten die voor een ander waarneem­ baar zijn. Soms zijn ze ook meetbaar. Onderlinge beïnvloeding Wederzijdse beïnvloeding ofwel: inwerking op elkaar. Ondersteunen bij behandeling Het helpen en bijstaan bij behandeling door een arts.

53


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

Ondersteunen bij onderzoek Het helpen en bijstaan bij lichamelijk onder­ zoek door een arts of verpleegkundige. Ondertemperatuur Lichaamstemperatuur beneden de normale tem­ peratuur van 36,5 °C. Ongezondheid Wanneer sprake is van een aspect in het leven dat negatieve invloed heeft op de lichamelijke, geestelijke en/of sociale gezondheid van de betrokkene. Ontstekingsverschijnselen Verschijnselen (klachten) die optreden bij een ontsteking. Onverwachte ziekenhuisopname Wanneer een opname in een ziekenhuis niet gepland is. Oogdruppels In druppels toegediend geneesmiddel voor het oog. Oordruppels In druppels toegediend geneesmiddel voor het oor. Oorzaken van ziekten Dat wat een ziekte heeft veroorzaakt. Er kan verschil gemaakt worden tussen inwendige en uitwendige oorzaken. Oraal Via de mond. Ouders/verzorgers waarschuwen Het opmerkzaam maken van ouders. Overbescherming Te angstvallig beschermen; alle risico’s en ge­ varen willen voorkomen. Overdreven pijnklachten Te sterke of buitensporig veel pijnklachten hebben. Overgevoeligheidsreacties Reactie door overgevoeligheid voor een be­ paalde stof. Paracetamol Koortswerend en pijnstillend geneesmiddel dat vrij verkrijgbaar is bij drogist en apotheek.

54

Pathologie De wetenschap die zich bezighoudt met de oorzaken, de aard en de gevolgen van ziekten; medische term voor ziekteleer/ziektekunde. Per injectie Het inbrengen van een bepaalde vloeistof (hier: geneesmiddelen) via een kleine spuit met holle naald. Perifeer zenuwstelsel De overige zenuwen (niet hersenen en rug­ genmerg) die in verbinding staan met de spie­ ren, zintuigen, huid en inwendige organen. Persoonlijke verzorging Het ondersteunen bij of het overnemen van lichaamsgebonden zorg, zoals wassen, aan­ kleden, hulp bij eten en drinken of bij toilet­ gebruik. Pezen De uiteinden van skeletspieren, waardoor be­ weging mogelijk wordt. Pijn Onaangename gevoelsgewaarwording. Pijn hebben betekent lichamelijk lijden. Pijn kan ook duiden op verdriet of spanning, en daarmee dus psychisch lijden betekenen. Pijn voelen Het resultaat van de mate waarin een pijnzenuw wordt geprikkeld én de manier waarop we de pijn beleven. Pijnbeleving De gedachten en gevoelens die iemand heeft over zijn pijn. Pijngedrag Wat iemand uit aan pijn; hoe iemand zich gedraagt als hij pijn heeft. Pijnstillers Geneesmiddelen met een pijnstillende wer­ king. Preventie Het voorkomen van iets (aandoening, ziekte of leefgewoonte). Preventieve maatregelen Maatregelen die gericht zijn op het voorkomen van iets (aandoening, ziekte of leefgewoonte).

Privacy Persoonlijke vrijheid; het ongehinderd alleen, in eigen kring of met een partner ergens kun­ nen vertoeven; gelegenheid om zich af te zon­ deren. Professioneel zorgverlener De zorg uitgevoerd door deskundige beroeps­ beoefenaren. Psychiatrische ziekten Ziekten die psychiatrisch van aard zijn. Hierbij is het denken en voelen zodanig verstoord dat dat van grote invloed is op het normale leven van de betrokkene. Psychische klachten Klachten van psychische aard; klachten die betrekking hebben op het denken en voelen. Psychosociale zorg Zorg op psychisch en sociaal terrein. Psychosomatische ziekten Wanneer lichamelijke klachten psychische oor­ zaken hebben. Rectaal Via het rectum; anaal; zie aldaar. Rooming-in De (mogelijkheid tot) overnachting bij een in het ziekenhuis opgenomen kind. Soms ook bij partner of ouder. Schaamtegevoelens Gevoel van schaamte; het gevoel van onbe­ hagen dat iemand krijgt bij het bekend of openbaar worden van zaken of handelingen van hem, die in strijd zijn met de eerbaarheid, het fatsoen of de zedelijkheid. Signaleren van ziekte Het opmerken van ziekte (bij een cliënt). Sociale zelfredzaamheid Jezelf kunnen redden in sociale situaties. Specifieke weerstand Specifieke antistoffen die in het bloed aanwe­ zig zijn, ofwel doordat we een infectie door­ maken, ofwel door vaccinatie. Het gaat om de weerstand gericht op één bepaalde ziekte of aandoening. Spijsverteringskanaal De mond­ en keelholte, de slokdarm, de maag, de dunne en de dikke darm.


BEGRIPPEnLIjST

Sterilisatie Desinfectie; apparatuur vrijmaken van ziekte­ kiemen. (Opmerking: sterilisatie bij mensen betekent iets anders. )

Vaccinatieprogramma Het programma waarmee kinderen in Neder­ land ingeënt worden. Het bepaalt wie wanneer op welke leeftijd waartegen ingeënt wordt.

Via de mond Bepaalde toedieningswijze van medicijnen: wanneer medicijnen via de mond moeten wor­ den ingenomen.

Stofwisselingsziekten Verzamelterm voor alle stofwisselingsziekten.

Vaccinatieschema Het vaccinatieprogramma tegen verschillende ernstige besmettelijke ziekten dat uitgevoerd wordt door de jeugdgezondheidszorg in op­ dracht van de overheid. Het streeft vaccinatie na van alle kinderen die in Nederland wonen.

Via de slijmvliezen Bepaalde toedieningswijze van medicijnen: wanneer medicijnen via de slijmvliezen van bijvoorbeeld de ogen moeten worden opge­ nomen.

Subjectieve symptomen Ziekteklachten die niet voor een ander waar­ neembaar zijn. Het gaat om wat iemand voelt. Symptomen De klachten die iemand heeft die zich niet lekker of ziek voelt. De symptomen zijn een aanwijzing welke ziekte iemand onder de leden heeft. Symptoombestrijders Dat wat wel de klachten bestrijdt, maar niet de oorzaak aanpakt. Symptoombestrijding Een behandeling of medicijn dat alleen de klacht (pijn) aanpakt en niet de oorzaak. Temperaturen Andere benaming voor temperatuur opnemen; zie aldaar.

Verhoging Het hebben van een hogere temperatuur dan normaal, tot 38 °C. Verminderd reactievermogen Wanneer de snelheid van reageren verminderd wordt. In dit geval als gevolg van bepaald me­ dicijngebruik. Verslaving Het verschijnsel dat iemand het gebruik van iets dat (op den duur) schadelijk voor hem is, niet meer kan laten. In dit geval wordt bedoeld: het gebruiken van medicijnen.

Temperatuur opnemen Het meten van de temperatuur om die vast te stellen. Dit kan op verschillende manieren.

Vervaldatum De datum waarop iets gedaan moet worden. Hier wordt bedoeld: de datum tot wanneer medicijnen gebruikt mogen worden. Tot genoemde datum wordt de werking ervan gegarandeerd.

Toedieningswijzen Manieren waarop iets (hier: medicijnen) toege­ diend kan worden.

Verwennen Een kind of cliënt omringen met te veel zorg, toegeeflijkheid en/of spullen.

Toxoplasmose Een parasitaire infectieziekte die vaak overge­ dragen wordt via de ontlasting van katten.

Via de darmen Bepaalde toedieningswijze van medicijnen: wanneer medicijnen via de mond moeten wor­ den ingenomen.

Trombose Bloedstolsel in de aderen, waardoor het bloed­ vat op die plaats gedeeltelijk of volledig afge­ sloten wordt. Uitdroging Tekort aan vocht in de lichaamsweefsels. Urogenitaalstelsel Het urinewegsysteem en de geslachtsorganen. Vaccinatie Het via inenting immuun maken tegen een ziekte door toediening van verzwakte of dode micro­organismen.

Via de huid Bepaalde toedieningswijze van medicijnen: wanneer medicijnen via de huid moeten wor­ den opgenomen. Via de lichaamsholten Bepaalde toedieningswijze van medicijnen: wanneer medicijnen ingebracht wordt in een lichaamsopening, bijvoorbeeld de neus, het oor of de vagina.

Virale ontsteking Ontsteking veroorzaakt door een virus. Voedingsstoornissen Stoornissen die betrekking hebben op het (zich laten) voeden. Voedselvergiftiging Ziekteverschijnselen zoals buikpijn, misselijk­ heid, overgeven en diarree, die ontstaan na het eten van voedsel dat besmet is met een virus, bacterie, parasiet of giftige stof. Weerstand De mate waarin de mens bestand is tegen ziek­ teverwekkers als bacteriën en virussen. Welbevinden Je letterlijk wel bevinden. Je prettig, gelukkig voelen. Subjectief begrip. Werkplanning De planning wanneer je wat doet en hoeveel tijd het je kost. Winst van pijn Dat wat pijn je oplevert. Zalf Smeerbare stof die op de huid moet worden aangebracht. Zelfmedicatie Het op eigen gezag gebruiken van medicijnen door mensen (niet professionals). Zelfredzaamheid Het vermogen om voor jezelf te kunnen zorgen, zonder hulp van anderen. Zelfredzaamheidsprogramma Programma dat zich richt op het aanleren van zelfredzaamheidsvaardigheden.

55


ZORG BIj GEZOnDHEID En ZIEKTE

Zelfzorg Alle handelingen die een mens verricht, gericht op zichzelf of zijn omgeving, met als doel in leven te blijven, zijn gezondheid te handhaven of te bevorderen en zijn welbevinden te waar­ borgen.

Ziekenhuisopname Het opgenomen worden in een ziekenhuis en daar één of enkele dagen moeten verblijven.

Zelfzorgtekorten Wanneer iemand problemen ervaart bij de zorg voor zichzelf en niet in staat is op eigen kracht en naar eigen vermogen zelf zorg te dragen voor de eigen zelfzorg.

Ziekmeldingsregeling De regels die een instelling heeft als het gaat om ziekte van cliënten. Waar en bij wie moet de ziekmelding gedaan worden? En hoe?

Zenuwstelsel Orgaanstelsel dat door het gehele lichaam is verspreid en bestaat uit een zeer ingewikkeld geheel van zenuwen en uitlopers. Zetpil Langwerpige pil die als genees­ of pijnstillend middel in de anus (of in sommige gevallen in de vagina) ingebracht wordt. Ziekenhuisbezoek Het als patiënt bezoeken van het ziekenhuis, bijvoorbeeld een afspraak hebben bij de poli­ kliniek.

56

Ziekenverzorging Het verzorgen van zij die ziek zijn.

Ziekten van de zwangerschap, geboorte en kraambed Verzamelterm voor aandoeningen en ziekten die zich kunnen voordoen tijdens de zwanger­ schap, de geboorte en het kraambed. Ziekten van het bloed Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten van het bloed. Ziekten van het spijsverteringskanaal Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten aan het spijsverteringskanaal. Zie aldaar.

Ziekten van het urogenitaalstelsel Verzamelterm voor alle aandoeningen en ziek­ ten van het urinewegsysteem en de geslachts­ organen. Zintuigen Groepen van zenuwcellen die gevoelig zijn voor prikkels van buitenaf. Het gaat om deze prikkels: druk (= tastzin), geluid (= gehoor), licht (= zicht), smaakstoffen (= smaakzin) en reukstoffen (= reukzin). Zorg Dat wat men doet om iets (gezondheid) in stand of in goede conditie te houden, of zo goed mogelijk te maken. Zorg op maat Aanbod van zorg dat afgestemd is op de wen­ sen van een individuele zorgvrager/cliënt. Zorgontvangers Zij die zorg ontvangen. Andere termen die worden gebruikt zijn: patiënten, cliënten, zorg­ vragers.

Url’s

Bronnen

www.amc.nl www.apotheek.nl www.cg­raad.nl www.chronischziek.nl www.consumed.nl www.encyclo.nl www.erfelijkheid.nl www.gezondheid.nl www.gezondheidsnet.nl www.gezondheidsplein.nl www.kennisring.nl www.kiesbeter.nl www.kindenziekenhuis.nl www.kinderinfo.nl www.kring­apotheek.nl www.medicinfo.nl www.mezzo.nl www.nationaalkompas.nl www.rivm.nl www.stofwisselingsziekten.nl www.vumc.nl www.zorgvoorbeter.nl

Abrahamse, C.A. (red.) e.a., Traject V&V, Basiszorg voor verzorgenden 1 (302), 2e druk, NijghVersluys, Baarn 2004. Abrahamse, C.A. (red.) e.a., Traject V&V, Basiszorg voor verzorgenden 2 (302), 2e druk, NijghVersluys, Baarn 2004. Drenth, H.D., Verplegen van chronisch zieke, lichamelijk gehandicapte en revaliderende zorgvragers (405), NijghVersluys, 2e druk, Baarn 2005. Laar, T. van de e.a., Methodisch handelen SPW/AB, 2e druk, NijghVersluys, Baarn 1998. RIVM, Nationaal Kompas Volksgezondheid, www.rivm.nl. Schiet, M. e.a., Gewoon een bijzonder kind, 2e druk, NIZW, 1999. Thesaurus zorg en welzijn, NIZW, Utrecht, www.thesauruszorgenwelzijn.nl. Verhoef, A.C., Traject Welzijn, Gezondheidskunde (308), 1e druk, NijghVer­ sluys, Baarn 2000. Verhoef, A.C., Traject V&V, Verzorgen van mensen met een verstandelijke handicap (310), 2e druk, NijghVersluys, Baarn 2005.


Register

112­alarmlijn 254 aandoening van het ademhalingsorgaan 21, 51 aandoening van het bewegingsapparaat 51 aandoening van het zenuwstelsel 22, 51 aandoening van zintuigen 51 aangeboren ziekte 28, 51 aangezichtshoofdpijn 126, 183 aanhoesten 30, 51 aankleden 181 aanleggen brede das 254 aanleggen drukverband 254 aanleggen mitella 254 aanleggen smalle das 254 aanleggen snelverband 254 aanleggen wonddrukverband 254 aanleggen wondsnelverband 254 aanschaf van sokken 175 aardolieproduct 232, 254 aard van de beperking 92, 98 aarsmade 117, 183 ABC van de eerstehulpverlening 205, 254 abnormaal gedrag 130, 183 abortus 83, 98 abortuspil 83, 98 absorberend verband 254 acceptatieproblematiek 155, 183 acetylsalicylzuur 46, 51 acne 125, 183 acquired immune deficiency syndrome 140, 183 actieve euthanasie 150, 183 acute depressie 144, 183 acute ziekte 27, 51, 149, 183 ademhaling 206, 208, 254 ademhaling controleren 254 ademhalingsorgaan 21, 51 adem inhouden 183 ADL 51 ADL­activiteit 8 adrenogenitaal syndroom 61, 98 afgeleide hulpvraag 37, 51 afgesloten 207 afgesloten luchtpijp 254 afhankelijkheid 49, 51 afknellen 254 aftershave 177, 183 afweersysteem 32, 51, 224, 254 agressief gedrag 146, 183

agressieprotocol 147, 183 AGS 61, 98 aids 183 alcoholist 77, 98 alcoholmisbruik 76, 98 alcoholschade 86, 98 alcoholverslaving 77, 98 algemene weerstand 32, 51 allergeen 110, 183 allergie 23, 51, 110, 124, 183 allergische prikkel 111, 183 allergische reactie 174, 183 Alzheimer 183 Alzheimerdementie 183 amandel 107, 183 amandel knippen 108, 183 anaal 51 angina pectoris 183, 254 angst 130, 155, 183 angststoornis 145, 155, 183 anorexia 132, 183 anorexia nervosa 132, 184 anticonceptie 80, 98 antidepressiva 97 apgar­score 59, 98 Arbowet 198 arbowetgeving 234 arteriosclerose 24, 51 artrose 93, 98, 159, 184 arts inschakelen 36 Arts Verstandelijk Gehandicaptenzorg 184 aspirine 46, 51 astma 111, 184 aura 184, 254 auto­immuunziekte 28, 51 AVG­arts 156, 184 baarmoederhalskanker 179, 184 baby 98, 254 bacteriële ontsteking 30, 51 bedrijfshulpverlening 198, 254 bedrust 38, 51, 184, 122 begeleiden 43 begeleiden van medicijngebruik 46, 51 begeleiding bij chronische ziekte 42, 51 begroting 79, 98 behoefte 98 beknelde vinger 238, 254 benauwdheid 207, 254

beoordelen 206 beperking 51 beperkingenmaat 93, 98 beroepsnorm 18, 51 besmetting 30, 51, 224, 254 besnijdenis 180, 184 bestraling 142, 184 betadine 254 betadinezalf 225, 254 beugel 75, 98 bewegingsachterstand 98 bewegingsapparaat 24, 51 bewusteloosheid 206, 254 bewustzijn 206, 254 bezoek aan een arts 43, 51 bezoekuur 50, 51 BHV 198, 254 bijensteek 236, 254 bijsluiter 46, 51 bijtend product 232, 254 bijtwond 255 bindweefsel 25, 51 blaar 181, 184, 237, 255 blaasontsteking 179, 184 blauwe plek 238, 255 blauw oog 239, 255 bloedarmoede 125, 184 bloed­bloedcontact 203, 255 bloeddruk 139, 184 bloedneus 239, 255 bloedsomloop 211, 255 blusdeken 255 BMI 98 body­mass index 98 bof 98, 119, 184 borstcompressie 207, 255 botbreuk 212, 255 botontkalking 144, 184 boulimia 132, 184 boulimia nervosa 132, 184 boulimie 132, 184 bovendruk 139, 184 braken 122, 184 brand 203, 255 brandblaar 237, 255 brandwond 212, 225, 233, 255 brandzalf 255 brede das 255 broos bot 144, 184

261


ZORG BIj GEZOnDHEID, ZIEKTE En OnGEVAL budget 98 buidelen 61, 98 buikpijn 122, 184 buikstaplank 162, 184 buil 238, 255 buisje 109, 184 buitenbaarmoederlijke zwangerschap 127, 184 bult 255 cambric­zwachtel 255 campagne 98 cannabisgebruik 76, 98 cariës 71, 98 CbO 255 celwoekering 142 centrale zenuwstelsel 22, 51 cerebrovasculair accident (CVA) 255 chemokuur 176, 184 chemotherapie 142, 184 chlamydia 126, 184 chronische depressie 145, 184 chronische hoofdpijn 126, 184 chronische middenoorontsteking 109, 184 chronische vermoeidheid 125, 184 chronische ziekte 27, 51, 149, 184 chronisch vermoeidheidsyndroom 125, 186 CHT 61, 98 circulatie 211, 255 clusterhoofdpijn 126, 184 coldpack 255 collageen 25, 51 Commissie Melding Incidenten Cliëntenzorg 201 communicatieve beperking 155, 184 complicatie 4, 52 conditie van de huid 174, 185 condoom 82, 98 congenitale hypothyreoïdie 61, 99 constitutioneel eczeem 110, 185 Consultatiebureau voor Ouderen (CbO) 255 contactallergie 110, 125, 185 contacteczeem 110, 185 contact met bloed 255 contractuur 152, 185 contra­indicatie 46, 52 controleren 208 controleren van de zelfredzaamheid 168, 185 corrigeren 162, 185 cosmetica 124, 185 couveuse 60, 99 couveusebaby 59, 99 crème 48, 52 crèmespoeling 176, 185 CVA 185, 255 CVS 125, 185 dagbesteding 89, 99 darmklacht 107, 136 dauwworm 110, 185 decubitus 154, 185 dekverband 255 dementerend 149, 185 dementie 185

262

deodorant 124, 174, 185 depressie 131, 185 depressiviteit 155, 185 derdegraadsbrandwond 233, 255 derdegraadsverbranding 226 desinfecteren 204 desinfecterende zeep 174, 185 desinfecterend middel 31, 52, 255 diabetes 185, 255 diabetisch coma 255 diagnose 4, 52 diarree 114, 185 diepe slaap 89, 99 discipline 156, 185 DKTP­vaccinatie 225, 255 DNA 142 doorkomen van een tandje 65, 99 doorliggen 153, 185 doorslaapstoornis 89, 99 dopamine 185 double Dutch 81, 99 drain 255 driedaagse koorts 119, 185 driekante doek 255 droom 89, 99 drukplek 153, 185 drukverband 255 drukverband aanleggen 255 duizeligheid 255 duw­ of wandelwagen 162 duwwagen 185 dwanghandeling 68, 99 dynamische spierarbeid 158, 185 eczeem 110, 125, 185 eeg 255 een­seconde­regel 169, 185 eenzaamheid 155, 185 eerstegraadsbrandwond 233, 256 eerstegraadsverbranding 226 eerste hulp 196, 255 eerste hulp bij ongevallen 198, 256 eetbui 132, 185 eetgewoonte 99 eetstoornis 132, 185 EHBO 185, 198, 256 eileiderontsteking 127, 179, 185 elastisch zwachtel 256 elektrische rolstoel 162, 186 elektrisch scheerapparaat 176 elektrisch scheren 176, 185 elektro­encefalogram (eeg) 256 elleboogkruk 162, 186 emotioneel probleem 130, 186 endocriene ziekte 52 epilepsie 256 epilepsieaanval 256 erfelijke ziekte 28, 52 ergonomie 202, 256 ergotherapeut 156, 186 ervaren gezondheid 85, 86, 99 ethanol 76, 99 eustachiusbuis 109, 186 euthanasie 150, 186

evaluatie van de zorg en begeleiding 44 evalueren 39 evalueren verzorging 52 excessief drinken 76, 99 experimenteren 99 extreme prematuur 59, 99 femcap 82, 99 flauwvallen 256 flossen 178, 186 fluoride 69, 99 fluoridebehandeling 70, 99 fobie 130, 186 FOBO 256 FOBO­commissie 201, 256 functie van kleding 180 fysieke belasting 204, 256 fysieke integriteit 16, 52 fysiotherapeut 156, 186 gaas 256 gaaspleister 256 gaaspleister plakken 256 gamen 77, 99 gebitsprobleem 70, 99, 155, 186 gebitsverzorging 69, 99 geboortetrauma 99 gebrek aan eetlust 38, 52 gedrag 99 gedragsverandering 256 geelzucht 140, 186 geestesziekte 4, 52 gegevens over de bereikbaarheid 113, 186 gehoorschade 78, 99, 186, 256 gemetalliseerd verband 256 geneeskunde 52 geneesmiddel 46, 52, 115, 186 geneesmiddelenleer 46, 52 genitaal wratje 127, 186 geplande opname 49, 52 geraamte 158, 186 geriatrie 26, 52, 144, 186 geriatrische patiënt 143, 186 geriatrische ziekte 26, 52, 143, 186 gerontologie 144, 186 geslachtsziekte 126, 186 gesloten botbreuk 229, 256 gevoelsstoornis 154, 186 gevoelsuitval 154, 186 gewenning 49, 52, 77, 99 gewricht 24, 52, 158, 186 gezinssituatie 99 gezond 3, 52, 92, 99 gezondheid 3, 52 gezondheidsaspect 85, 99 gezondheidsbedreigende factor 4, 52 gezondheidsbelemmerende factor 4, 52 gezondheidsbevorderende factor 3 gezondheidsprobleem 92, 99 gezondheidsrisico 93, 99 gezondheidsvoorlichting en ­opvoeding 12, 18, 29, 52 gezwel 142 gifwijzer 232, 256


REGISTER Gilles de la Tourette 68 Gilles­de­la­Tourettesyndroom 99 glijplank 161, 186 glijzeil 161, 186 goedaardig gezwel 142 gordelroos 127, 186 griep 139, 186 griepprik 139, 186 groeihormoon 74, 99 groeiremmend hormoon 74, 99 GVO 12, 29, 52 GVO­inzicht 18, 52 haargroeicyclus 176, 186 haar kammen of borstelen 176 haaruitval 176 haarvat 176, 186 haarverzorging 69, 100 haar wassen 176 haarwortel 176, 186 hamerteen 181, 186 handgreep van Heimlich 208, 256 handicap 52 hart­ en vaataandoening 24, 52, 139, 186 hartinfarct 24, 52, 186, 256 hartstilstand 207, 256 hazenlip 109, 186 hechtpleister 256 hematoom 238, 256 hepatitis 140, 187, 203 hepatitis A 140 hepatitis B 140 hepatitis C 140 hernia 159, 187 herpes genitalis 127, 187 herpesinfectie 127, 187 herseninfarct 24, 52 hersenkneuzing 256 hersenschudding 256 hersenvliesontsteking 128, 187 heupluxatie 153, 187 hielprik 100 hiv 140, 187 hiv­besmetting 203 hoge bloeddruk 140, 187 hondenbeet 225, 256 hoofdbalans 161, 187 hoofdluis 117, 187 hooikoorts 110, 187 hoorapparaat 178, 187 hoornlaag 124, 187 hoornvliesbeschadiging 239 hormonale therapie 187 hormoonbehandeling 187 hormoonspiraaltje 81, 100 hospice 187 hospitium 187 houding 162 houding van de cliënt 94, 100 huidaandoening 124, 136, 187 huidirritatie 125, 153, 187 huidkanker 64, 100, 187 huidprobleem 136, 153, 187 huidverwonding 256

huidziekte 21, 52, 136, 187 huisapotheek 46, 52 huishouden 100 Humaan Immunodeficiëntie Virus 140, 187 hydrofiel verbandmiddel 256 hygiëne 15, 31, 52, 256 hyperthermie 142, 187 hyperventilatie 130, 145, 187, 208, 256 hypoglycemisch coma 256 ibuprofen 46, 52 ideaalzwachtel 256 IGZ 256 illegaal vuurwerk 256 immuniteit 52, 53 immuunstof 52, 53 immuunsysteem 53, 224, 256 impetigo 118, 187 implanon 81, 100 improviseren 196, 256 inactiviteit 97, 100 in bad doen 69 incubatietijd 31, 53 indirect contact 30, 53 inenten 63, 100 inenting 33 infectie 30, 53, 224, 257 infectieziekte 29, 53 infectieziekte voorkomen 31 ingegroeide nagel 175, 181, 187 inhalatie 48, 53 inhalator 111, 187 injecteren 49, 53 injectie 257 inschakelen arts 53 insectensteek 236, 257 Inspectie van volksgezondheid 36, 53 Inspectie voor de Gezondheidszorg 201, 257 instellingsapotheek 46, 53 instelling van de cliënt 94, 100 integratie 180, 187 intieme zone 16, 53 intiemspray 179, 187 inwendig bloedverlies 257 inwendige bloeding 257 inwendige verwonding 227, 257 isolatiedeken 257 jeugdpuistje 125, 187 Jeugdzorg 130 kaakcontrole 178, 187 kalknagel 175, 187 kangoeroeën 61, 100 kanker 142 kater 77, 100 kattenbeet 225, 257 kiemlaag 124, 187 kinderdagverblijf 100 kinderkleding 71 kinderparacetamol 114, 187 kindervuurwerk 257 kinderziekte 25, 53, 100, 118, 188 kinkhoest 100, 108, 188

kinlift 208, 257 klacht simuleren 43, 53 kleding 74 kledingaanschaf 180 kledingkeuze 180 kleedgeld 75, 100 kleefpleister 257 kleine verwonding 235, 257 kleinschalige woonvoorziening 97, 100 kleuter 100, 257 klompvoetje 109, 188 kneuzing 228, 257 koelen 257 koolmonoxide 87, 100 koorts 38, 53, 113, 188 koortslip 127, 188 koortsstuip 53, 113, 188 koud kompres 188 kraakbeen 158, 188 kraakbeenverbinding 158 kraamzorg 100 krentenbaard 118, 188 kwaadaardige gezwel 142 kwaliteit van leven 90, 94, 100 langdurige aandoening 27, 53 laxeermiddel 188, 233, 257 lederhuid 124, 188 leefgewoonte 86, 100 leefpatroon 100 leefregel 41, 53 leefstijl 29, 53, 85, 100 leren omgaan met de ziekte 42, 43, 53 leukemie 142 leukoplast 257 leukotape 257 levensverwachting 90, 100 leverontsteking 140, 188 lichamelijke groei 74, 100 lichamelijke zorg 53 likdoorn 181, 188 lintworm 117, 138, 188 logopedist 156, 188 longontsteking 139, 188 loopfiets 162, 188 looprek 162, 188 luchtpijp 207 luchtwegklacht 107, 138, 188 luchtwegprobleem 21, 53 luchtwegverwijder 111, 188 luis 117, 188 maandgeld 78, 100 maatschappelijke zelfredzaamheid 8, 53 macro­organisme 29, 53, 117, 188 manicure 175, 188 mantelzorg 6, 53 mantouxtest 257 matig alcoholgebruik 86, 100 mazelen 100, 119, 188 ME 126, 188 medicatiemap 47, 53 medicijn 46, 53 medicijndrankje 48, 53

263


ZORG BIj GEZOnDHEID, ZIEKTE En OnGEVAL medicijnenadministratie 47, 53 medisch voorschrift 41, 53 mee­eter 125, 188 meeroken 86, 100 melding bij de inspectie 201, 257 melkgebit 65, 100 meningitis 128, 188 meningokokbacterie 128, 188 mensenbeet 225, 257 menstruatie 179, 188 methodisch handelen 168, 188 MIC­commissie 257 micro­organisme 29, 53, 188 middenoorontsteking 109, 188 migraine 126, 188 milieu 100 milieurichtlijn 203, 257 MIP 257 MIP­commissie 257 mirena 81, 100 miskraam 100, 101 misselijkheid 122, 188 mitella 257 mitella aanleggen 257 mondelinge uitleg 170, 188 mond­op­mondbeademing 210, 257 mond­op­mond­en­neusbeademing 231, 257 mondverzorging 69, 101, 177, 189 morning­afterpil 83, 101 morning­afterspiraaltje 83, 101 mp3­speler 78, 101 MS 155, 189 nagelletsel 239, 257 nagelverzorging 69, 101, 175, 189 naproxen 46, 53 natscheren 177, 189 nazorg 50, 53 Nederlandse Norm Gezond Bewegen 87, 101 Nederlands Kenniscentrum voor Farmacothe­ rapie bij Kinderen (NKFK) 239, 257 neet 117, 189 nekkramp 128, 189 nekstijfheid 128, 189 nervositeit 130, 189 netverband 257 netvliesloslating 239, 257 neusbloeding 239, 257 neusdruppel 48, 53, 108, 189 neusverkoudheid 108, 189 nicotine 87, 101 nicotinepleister 87, 101 niet­allergische prikkel 111, 189 NKFK 239, 257 noodpil 101 noodspiraaltje 101 noritpoeder 233, 257 nuvaring 81, 101 obesitas 155, 189 objectief symptoom 4, 53 obstipatie 137, 154, 189 oedeemvorming 154, 189 omgaan met geld 78, 101

264

omstanders 197 onder begeleiding zelfstandig wonen 97, 101 onderdruk 139, 189 onderhuids bindweefsel 124, 189 onderkoeling 231, 257 onderlinge beïnvloeding 49, 53 ondersteunen bij behandeling 53 ondersteunen bij onderzoek 54 ondersteuningsbehoefte 95, 101 ondertemperatuur 53, 54 ondervoeding 155, 189 ongevalsmelding 258 ongewenste zwangerschap 81, 101 ongezonde leefgewoonte 86, 101 ongezondheid 3, 54 online game 77, 101 ontregelde diabetes 258 ontsmetten van de wond 258 ontsmettingsmiddel 258 ontstekingsreactie 224, 258 ontstekingsremmer 111, 189 ontstekingsverschijnsel 33, 54 ontstoken 108 ontwenningsverschijnsel 77, 87, 101 ontwikkeling 101 ontwrichting 229, 258 onverwachte ziekenhuisopname 49, 54 onvruchtbaarheid 127, 189 onwillekeurige spier 158, 189 onzichtbare beperking 93, 101 oogbadje 237, 258 oogdruppel 48, 54 oogletsel 239 oordruppel 48, 54 oorpijn 108, 109, 189 oorsmeer 178, 189 oorstukje 178, 189 oorzaak van ziekte 54 open botbreuk 229, 258 opgerolde deken 258 opperhuid 124, 189 oraal 54 orthodontist 75, 101 orthopedagoog 156, 189 orthopedisch schoeisel 182, 189 osteoporose 144, 189 ouders/verzorgers waarschuwen 54, 112, 189 overbelasting van gewrichten en spieren 159 overbescherming 43, 54 overdreven pijnklacht 41, 54 overgevoeligheidsreactie 49, 54 overgewicht 101 overmatig alcoholgebruik 76, 101 over tijd 83, 101 overtijdbehandeling 83, 101 oververhitting 231, 258 palliatieve zorg 189 paniek 130, 189 paniekstoornis 131, 145, 189 paracetamol 54 Parkinson 155, 189 passief roken 86, 101 passieve euthanasie 150, 189

REGISTER pathologie 4, 54 PDS 136, 189 pechspiraaltje 83, 101 pedicure 175, 189 pees 25, 54 perifeer zenuwstelsel 22, 54 per injectie 54 persoonlijke verzorging 16, 54 pessarium 101 peuter 101 phenylketonurie 61, 101 pica 258 pijn 38, 41, 54, 113, 152, 189 pijnbeleving 41, 54, 149, 189 pijngedrag 41, 54 pijnprikkel 114, 189 pijnstiller 38, 46, 54, 114, 149, 189 pijn voelen 41, 54 pil 81, 99 PKU 61, 101 plak 189, 190 platje 128, 190 pleister 258 pleisterpil 81, 101 pleisterspray 258 poetstechniek 70, 101 portio­kapje 82, 101 prematuriteit 59, 101 preventie 31, 54, 90, 101, 258 preventie van een ongeval 190 preventieve maatregel 31, 54, 190, 200, 258 prikkelbaredarmsyndroom 136, 190 prikpil 81, 101 privacy 17, 54, 101 probleemdrinker 86, 102 professioneel zorgverlener 7, 54 protocol 201, 258 pseudokroep 237, 258 psoriasis 136, 190 psychiatrische ziekte 4, 54 psychische klacht 4, 54, 84, 102 psychisch probleem 130, 190 psychofarmaca 97, 102 psychosociale zorg 5, 54 psychosomatisch 190 psychosomatische klacht 130, 190 psychosomatische ziekte 4, 54 radiotherapie 142, 190 rapid eye movement 89, 102 reanimatie 207, 258 rectaal 54 remslaap 89, 102 respiratoir syncytieel virus 190 reuma 152, 190 ritueel 102 rodehond 102, 120, 190 roken 63, 86, 102 rokershoest 102 rollaken 161, 190 rollator 162, 190 rolstoel 162, 190 rood staan 79, 102 roodvonk 119, 190

264


REGISTER rookverslaving 87, 102 rooming­in 50, 54 RS­virus 108, 190 rugklacht 190, 233, 258 rugstaplank 162, 190 rust­ en steungevend verband 258 salmonellabacterie 138, 190 sandwichmethode 210, 258 schaafwond 225, 258 schaamluis 128, 190 schaamtegevoel 17, 54 scheren 176 schimmelinfectie 136, 190 schisis 109, 190 schoolkind 102, 258 schoolmaatschappelijk werk 130, 190 schoolziek 130, 190 schotwond 225, 258 schuld 79, 102 seksueel overdraagbare aandoening 102, 126, 190 seropositief 140, 190 shampoo 176 shock 224, 258 SIDS 62, 102 signaal 258 signaleren van ziekte 36, 54 skelet 158, 190 slaapprobleem 90, 102 slaapritueel 72, 102 slaapstoornis 89, 102 slapen 68, 89, 102, 149, 190 slijtage 159 smalle das 258 smegma 179, 190 smet 153, 174, 190 snelle en oppervlakkige ademhaling 208, 258 snelverband 258 snelverband aanleggen 258 snijwond 225, 258 soa 80, 102, 126, 190 sociaal isolement 155, 190 sociale fobie 145, 190 sociale versterker 190, 191 sociale zelfredzaamheid 8, 54 SOS­penning 258 SOS­talisman 258 spanningsbuikpijn 190, 191 spanningsklacht 68, 102 spasticiteit 258 spastisch 258 spastische dikke darm 137, 191 specifieke weerstand 54 spelcomputer 77, 102 spierarbeid 158, 191 spieratrofie 153, 158, 191 spierpijn 158 spierspanningshoofdpijn 126, 191 spiertraining 158, 191 spijbelen 133, 191 spijsverteringskanaal 21, 54 spiraaltje 81, 102 spit 158, 191

265

spoelworm 117, 191 sportblessure 258 sport­ en fitnessgame 78, 102 sportletsel 258 sportongeval 258 sporttape 258 spuitluier 114, 191 stabiele zijligging 209, 259 staplank 162, 191 statische spierarbeid 158, 191 steekwond 225, 259 steriel 259 sterilisatie 54, 55, 82, 102 Sterilon 259 steristrips 259 steun 163 steun bij het staan, lopen en verplaatsen 161 stikstofmonoxide 87, 102 stil infarct 259 stimuleren van de zelfredzaamheid 168, 191 stoelgang 137, 191 stofwisselingsziekte 54, 55 stomp buiktrauma 259 stomp trauma 227, 259 stuip 191 stuwing 259 subcultuur 74, 102 subjectief symptoom 4, 55 subjectieve gezondheid 85, 102 subklinische depressie 145, 191 symptoom 4, 55, 259 symptoombestrijder 46, 55 symptoombestrijding 4, 55 synthetische watten 259 taalbegrip 259 taalgebruik 259 talgklier 176, 191 tandarts 70, 102 tandbederf 70, 102, 155, 191 tandbeen 65, 102 tand door de lip 239 tandenpoetsen 69, 102 tandenstoker 178, 191 tandglazuur 65, 71, 102 tandplak 70, 102 tandsteen 71, 102 tandvleesontsteking 70, 102, 155, 191 tbc 139, 191, 259 teer 87, 102 tekenbeet 237, 259 temperaturen 38, 55 temperatuur opnemen 38, 55 terminaal 150, 191 terugvalpreventie 87, 102 tetanus 141, 191, 225, 259 tetanusinjectie 225, 259 tetanusprik 34 thuissituatie 102 tic 68, 103 tillen en dragen 233 tilnorm 239, 259 tilprotocol 159, 191 tiltechniek 159, 191, 234, 259

toedieningswijze 48, 55 tonsil 107, 191 toxoplasmose 30, 55 tranquillizer 94, 103 transfer 160, 191 transferhulpmiddel 160, 191 transferplank 161, 191 trauma 224, 259 trombose 24, 55 tuberculose 139, 191 tumor 142 tussenwervelschijf 158, 191 tweedegraadsbrandwond 233, 259 tweedegraadsverbranding 226 uit de kom 229, 259 uitdroging 38, 55, 107, 115, 138, 191 uitgangspunt bij verbinden 259 uitgeslagen tanden 239 uitkleden 181 uitwendig bloedverlies 259 uitwendige verwonding 224, 259 uitzaaiing 142 ultraviolette straling 64, 103 urogenitaalstelsel 23, 55 uv­straling 64, 103 vaccinatie 33, 55 vaccinatieprogramma 33, 55 vaccinatieschema 55, 103 vaccineren 63, 103 vage klacht 133, 191 vagina 179, 191 vaginale schimmelinfectie 179, 191 valongeval 259 van buik op rug draaien 206, 259 vasculaire dementie 191 veiligheid 203, 259 verbandklemmetje 259 verbandschaar 259 verbandspray 259 verbandtrommel 199, 259 verbindingstechniek 259 verbranden 64, 103 vergiftiging 212, 232 ,259 verhitting 64, 103 verhoging 38, 55 verkeerd medicijngebruik 259 verkeersongeval 192, 259 vermaatschappelijking 97, 103 verminderd bewustzijn 206, 259 verminderd reactievermogen 49, 55 verplaatsingstechniek 191, 192 verpleeghuisarts 156, 192 verrekking 228, 260 verslaving 49, 55, 103 verslechterende gezondheid 93, 103 verslikking 208, 260 versterker 169, 192 verstopping 137, 192 verstuiking 228, 260 vervaldatum 47, 55 vervroegd verouderingsproces 156, 192 verwennen 38, 42, 55, 114, 192

265


ZORG BIj GEZOnDHEID, ZIEKTE En OnGEVAL verzorging van de handen 175, 192 verzwikking 228, 260 vette watten 260 via de darm (anaal/rectaal) 48, 55 via de huid 48, 55 via de lichaamsholte 55 via de mond (oraal) 48, 55 via het slijmvlies 48, 55 vijfde ziekte 119, 192 virale ontsteking 30, 55 vitale functies 197, 205, 260 vluchtplan 203, 260 voedingsstoornis 22, 55 voedingsvezel 137, 192 voedselallergie 111, 192 voedselvergiftiging 30, 55, 138, 192 volgorde bij het wassen 174 voorbehoedmiddel 80, 103 voorhuidvernauwing 180, 192 vroeggeboorte 59, 103 vrouwencondoom 82, 103 vuurwerkongeval 260 wassen met zeep 174 wassen van de schaamstreek 179 waterpokken 118, 192 wederkerigheid 6 weerstand 55, 106, 192 wekadvies 192, 260 welbevinden 3, 55 werkplanning 19, 55 wervelbreuk 229, 260 wervelkolom 158, 192 wespensteek 236, 260 wiegendood 62, 103

266

Wii 78, 103 willekeurige spier 158, 192 winst van pijn 41, 55 witte watten 260 wonddrukverband 260 wondinfectie 224, 260 wondpleister 260 wondsnelverband 260 wrat 192 YAZ 24+4 81, 103 zakgeld 103 zalf 48, 55 zelfbeweger 162, 192 zelfmanagement 94, 103 zelfmedicatie 46, 55 zelfredzaamheid 7, 10, 55, 167, 192 zelfredzaamheidsprogramma 12, 55, 168, 192 zelfredzaamheidstraining 169, 192 zelfzorg 55, 56, 167, 192 zelfzorgtekort 55, 56 zenuwstelsel 22, 56 zesde ziekte 119, 192 zetpil 48, 56 zichtbare beperking 93, 103 ziekenboeg 107, 192 ziekenhuisbezoek 43, 56 ziekenhuisopname 49, 56 ziekenverzorging 37, 56 ziekmeldingsregeling 36, 56 ziekte die zich tijdens de geboorte kan voor­ doen 25 ziekte die zich tijdens de zwangerschap kan voordoen 25 ziekte die zich tijdens het kraambed kan

voordoen 25 ziekte en aandoening van bewegingsapparaat 25 ziekte van de zwangerschap, geboorte en kraambed 56 ziekte van het bloed 22, 56 ziekte van het spijsverteringskanaal 22, 56 ziekte van het urogenitaalstelsel 23, 56 ziekte van Lyme 237, 260 ziekte van Parkinson 192 ziekte van Pfeiffer 125, 127, 192 ziekte van zintuigen 24 ziektewinst 134, 192 zindelijk 67, 103 zintuig 23, 56 zitten 163 zonnebrand 64, 103 zonnesteek 64, 231, 260 zorg 5, 56 zorgbehoefte 95, 103 zorgontvanger 56 zorg op maat 13, 56 zorgzwaarte 95, 103 zorgzwaartepakket 95 zuigcurettage 83, 103 zuigeling 260 zuigflescariĂŤs 65, 103 zwachtel 260 zwaluwstaartje 225, 260 zwangerschap afbreken 83, 103 zweetvoet 175, 192 zwemmerseczeem 136, 192 zzp 95


Zorg bij gezondheid, ziekte en ongeval

Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject Welzijn.

Traject Welzijn Zorg bij gezondheid en ziekte  

Zorg bij gezondheid, ziekte en ongeval.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you