Page 21

36

HOOFDSTUK 2

14

THUIS

HOOFDSTUK 2

LES 2

2 In oefening 17 luister je naar vragen. Je geeft antwoord op de vragen. Kun je dat?

Lees de vragen en geef antwoord.

 Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed.

1 2 3 4 5 6 7 8

Heeft Ameer een buurjongen? Is het buurmeisje oud? Heeft Ameer een hond? Zijn de buren van Ameer Nederlands? Wonen huisdieren in Nederland in huis? Slaapt Ameer in de tuin? Wil Ameer een huisdier? Wil jij een huisdier?

 ja  ja  ja  ja  ja  ja  ja  ja

 nee  nee  nee  nee  nee  nee  nee  nee

Maak op de computer de oefeningen bij Vragen over huis en kamer beschrijven.

Huiswerk 19 1 Lees de woorden. Wat heb jij in jouw kamer? Kruis het woord aan. Weet je nog meer dingen?

15

Hoe gaat het?

2 Vraag aan twee andere leerlingen op school over hun kamer. Schrijf de namen op. Kruis de woorden aan. Weet je nog meer dingen in een kamer? Schrijf ze op.

1 In oefening 13 luister je naar de leraar en Ameer. Ze praten over buren. De leraar vraagt aan Ameer: ‘Zijn jouw buren Nederlands? Hoe heet je buurmeisje?’ Je moet de vragen aankruisen. Kun je dat? Kruis aan.

Heb jij in jouw kamer een bed tafel stoel poster tv radio kast

 Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed. 2 In oefening 14 lees je vragen. Je moet antwoord geven op de vragen. Kun je dat? Kruis aan.  Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed.

Vragen over jouw huis begrijpen

16

Hoe moet het? 1 Luister en kijk. Teken jouw huis. 2 Luister. Steek je vinger op bij een vraag over een huis.

17

Doen! Luister en geef antwoord.

18

LES 2

Doen!

THUIS

Hoe gaat het? 1 In oefening 16 luister je naar vragen. Je hoort een vraag. Je steekt je vinger op. Kun je dat? Kruis aan.  Ik kan het goed.  Ik kan het een beetje.  Ik kan het nog niet goed.

Jij         

        

Afsluiting

20 1 Luister naar de leraar. Geef antwoord op de vragen. 2 Ken je deze woorden? Kruis aan.

 de bank  de opdracht  het bed  de poster  de bel  de radio  het bureau  de tuin  de buren  de tv  het dak  de woonkamer  het hek  de kamer  hangen  de keuken  slapen  de kleur

 aan  achter  beneden  boven  jullie  met  voor  wit  zwart

        

37

Zebra+ Nederlands als tweede taal - deel 1 inkijkexemplaar  

Met Zebra+ leren anderstalige jongeren van 12 tot 18 jaar de Nederlandse taal ter voorbereiding op het regulier onderwijs.

Zebra+ Nederlands als tweede taal - deel 1 inkijkexemplaar  

Met Zebra+ leren anderstalige jongeren van 12 tot 18 jaar de Nederlandse taal ter voorbereiding op het regulier onderwijs.