Issuu on Google+

Werken als Verpleegkundige. Dat is leuk en afwisselend werk. Verantwoordelijk werk ook. Mensen doen een beroep op jou als het gaat om zorg en begeleiding in situaties waarin zij dat tijdelijk of langdurig niet zelfstandig kunnen. Het vraagt van jou dat je beschikt over de juiste competenties. Dit boek bevat de theorie die je nodig hebt om op een verantwoorde manier zorg te verlenen aan mensen die aan jou zijn toevertrouwd. Dit boek – Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg – maakt deel uit van de serie ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken. Het boek draagt bij aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden. Ze gelden slechts in bepaalde beroepssituaties, ook wel contexten genoemd. Een context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Dit boek gaat over het verplegen van cliënten in de geestelijke gezondheidszorg. Dit zijn mensen van alle leeftijden, met psychosociale problemen, een psychiatrische stoornis of een verslaving. Het accent van het verplegen ligt op begeleiden en ondersteunen. Daarnaast lever je een grote bijdrage aan de psychiatrische behandeling. Je werkt op verschillende plekken: bij de cliënt thuis, op straat, in een open of gesloten instelling of bijvoorbeeld een zorgboerderij. Kortom: het is heel afwisselend werk, waarvoor je aardig wat specialistische kennis in huis moet hebben. Die kennis vind je in dit boek.

Zorg basisboek Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg

Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg – niveau 4

Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg

Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzondering: GGZ

Geestelijke Gezondheidszorg

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken, Traject V&V, i-care flex, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie etc.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

9006924510_omslag.indd 7

07-04-11 13:52


Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg

9006924510_bw.indd 1

06-04-11 14:07


Colofon Auteurs Auke Bos, Tieti Hoekstra, Diana Polhuis, Giovanni Timmermans, Pieter Visscher, Bart Cusveller, Monique Huijdink

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, ­Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16

Inhoudelijke redactie Ton Vermeij, Bart de Haas, Tius Zweep

ISBN 978 90 06 92451 0 Eerste druk, eerste oplage, 2011

Ontwerp Omslag: Enof, Utrecht Binnenwerk: DeltaHage, Den Haag

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een

Fotografie Karin Ligthart, Amsterdam

geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Overige foto’s in deze uitgave Fidder & Löhr, Deventer ANP-foto, Rijswijk Paul Bergen, Hollandse Hoogte, Amsterdam Catchlight Visual Services, Huizen Collectie Spaarnestad fotoarchief, Haarlem Arie Kievit, Hollandse Hoogte, Amsterdam Roger Ressmeyer/Corbis/TCS, Amsterdam Transculturele Hulpverlening Riagg Rijnmond, Rotterdam Roeland van Santbrink, BussumCBO Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg, Utrecht LEVV, Utrecht Ministerie van VWS, Den Haag Trimbos-instituut, Utrecht

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloem­ lezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

2

9006924510_bw.indd 2

06-04-11 14:07


Inhoudsopgave Woord vooraf

1 2 3 4 5

Oriëntatie op de zorgcategorie Psychiatrische stoornis Visie op de zorg voor mensen met een psychiatrische stoornis Juridische aspecten en belangenbehartiging Historisch perspectief Zorgsettings

1 2 3 4

Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg De verpleegkundige in de GGZ Het verpleegproces in de GGZ Coördinatie en kwaliteitszorg in de GGZ Ethiek in de psychiatrie

83 84 100 118 132

Cliëntencategorieën Verplegen van cliënten met schizofrenie of een andere psychotische stoornis Verplegen van cliënten met een stemmingsstoornis Verplegen van cliënten met een angststoornis Verplegen van cliënten met persoonlijkheidsstoornissen Verplegen van cliënten met een eetstoornis Verplegen van cliënten met een somatoforme of een nagebootste stoornis Verplegen van mensen met een verslaving Verplegen van mensen met suïcidaal gedrag Verplegen van cliënten met agressief gedrag Verplegen van cliënten met een chronische psychiatrische ziekte Verplegen van kinderen en jongeren met een psychiatrische stoornis Verplegen van allochtone cliënten met een psychiatrische ziekte Verplegen in de forensische psychiatrie Verplegen van ouderen met een psychiatrische stoornis

143 144 170 190 210 228 246 260 280 296 320 340 360 384 400

Kernwoorden Index Bronnen

416 436 440

Thema 1

Thema 2

Thema 3

4

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14

9 10 22 36 54 66

3

9006924510_bw.indd 3

06-04-11 14:07


Woord vooraf Over Thiememeulenhoff Zorg - Basisboeken De ThiemeMeulenhoff Zorg – Basisboeken zijn competentiegericht naslagmateriaal voor niveau 3 en niveau 4 van het gezondheidszorgonderwijs. Het uitgangspunt van ThiemeMeulenhoff Zorg is het leveren van een bijdrage aan het opleiden van studenten tot competente beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg. De Basisboeken sluiten aan bij het competentiegericht opleiden waarbij aan de beroepspraktijk gerelateerde theorie en leeractiviteiten vanaf het begin van de opleiding tot verzorgende-IG en verpleegkundige centraal staan. De theorie is toegankelijk geschreven en voorzien van veel praktijksituaties. Vragen en opdrachten doen voortdurend een beroep op het beroepsmatig handelen. Dit maakt de ThiemeMeulenhoff Zorg - Basisboeken tot een compleet product dat past in elk didactisch model. Het naslagmateriaal is gerelateerd aan de kerntaken en werkprocessen uit de nieuwe kwalificatiedossiers. Van hieruit is een vertaalslag naar de kernactiviteiten en beroepsprestaties eenvoudig te maken. Als zodanig is het naslagmateriaal goed te plaatsen in een onderwijsmagazijn. In combinatie met onze digitale producten vormt het een compleet en rijk geschakeerd aanbod aan competentiegericht lesmateriaal, dat ingezet kan worden binnen het competentiegericht leren. Deze variatie aan leermiddelen en werkvormen in combinatie met e-learning (blended learning) verhoogt het leerrendement en bevordert de zelfstandigheid van studenten.

Competenties Competenties zijn de vermogens van mensen om in bepaalde situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen. Een competentie is samengesteld uit kennis, inzichten, vaardigheden, houdingen en persoonlijke eigenschappen. Een competent persoon kan deze elementen geĂŻntegreerd en doelgericht inzetten om de juiste resultaten te bereiken. Er zijn drie typen competenties, namelijk: beroepscompetenties: de vermogens om in beroepssituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; leercompetenties: de vermogens om in leersituaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen; burgerschapscompetenties: de vermogens om in maatschappelijke situaties effectief, doelbewust en gemotiveerd te handelen. Voor verpleegkundigen, maar ook voor verpleegkundigen in opleiding zijn alle drie de soorten competenties van belang. Beroepscompetenties heb je nodig omdat je handelen een grote invloed heeft op het leven van mensen. Je hebt een beroep gekozen met een grote verantwoordelijkheid, temeer

4

9006924510_bw.indd 4

06-04-11 14:07


omdat je als verpleegkundige zelfstandig besluit, kiest en handelt. Je bent een professional met een eigen bevoegdheid. Leercompetenties zijn van belang omdat het beroep voortdurend in ontwikkeling is. Verplegingswetenschap, maar ook de medische en gedragswetenschappen zorgen onophoudelijk voor nieuwe kennis. Dat maakt het verplegen tot een vak waarin steeds weer nieuwe leersituaties ontstaan. Burgerschapscompetenties zijn belangrijk omdat het verzorgen midden in de samenleving gebeurt. Het contact met mensen staat altijd centraal. Verpleegsituaties zijn maatschappelijke situaties, ongeacht de zorgsetting. De beroepsspecifieke boeken – dus ook dít boek, Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg – zijn geschreven voor verpleegkundigen in opleiding. Het boek levert een bijdrage aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden, dat wil zeggen dat ze slechts gelden in bepaalde beroepssituaties, of met een andere woord ‘contexten’. Zo’n context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Omschrijvingen van beroepscompetenties kom je in dit boek tegen in thema 3, dat handelt over specifieke cliëntencategorieën. Dit boek handelt over het verplegen van mensen die vooral hulp en zorg nodig hebben op psychosociaal gebied. Dat kunnen mensen zijn met een psychiatrische ziekte, zoals schizofrenie, depressie en borderline persoonlijkheidsstoornis. Maar ook mensen met een verslaving en een eetstoornis horen hierbij. De nadruk ligt op psychosociale ondersteuning. Maar dat betekent niet dat er geen lichamelijke hulp nodig is. Integendeel: er is heel vaak sprake van verwaarlozing, waardoor mensen lichamelijk in zo’n slechte toestand zijn dat ze daar het eerst bij geholpen moeten worden. Bijvoorbeeld door een deken en een maaltijd te verstrekken. Als verpleegkundige in de GGZ ben je meestal erg mobiel. Het komt verhoudingsgewijs weinig voor dat je intramuraal, op één plek, werkt met een aantal cliënten die ongeveer dezelfde verpleegkundige zorg nodig hebben. Wat dat betreft is de GGZ heel divers: je verleent je hulp op straat, bij de cliënt thuis, of in een kleinschalige semimurale voorziening. Kortom: GGZ-verpleegkundige is een heel dynamisch en veelzijdig beroep. Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzondering: GGZ

Geestelijke Gezondheidszorg

5

9006924510_bw.indd 5

06-04-11 14:07


In deze boeken komen alle kerntaken en de daarbij behorende werkprocessen op het niveau van verdieping en verbijzondering aan bod. Dit boek sluit aan bij de volgende beroepsprestaties: Fase 2: Beroepsprestaties ontwikkelingsgericht: Planmatig verplegen 2 Beroepsprestaties kwalificerend: Begeleiden bij verliesverwerking Omgaan met grensoverschrijdend gedrag Hanteren van communicatieproblemen Handelen onder druk Fase 3: Beroepsprestaties kwalificerend: Verdiepen in de branche Regie voeren Professionaliseren Het boek is ingedeeld in drie thema’s: Oriëntatie op de zorgcategorie Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg Cliëntencategorieën Ieder thema is ingedeeld in hoofdstukken die elk een afgerond geheel vormen. De hoofdstukken vormen samen het bronnenmateriaal voor je verdere verdieping als beginnend beroepsbeoefenaar in één of meerdere uitstroomverbijzonderingen. Het bronnenmateriaal heb je nodig om je de betreffende competenties eigen te maken. Naast theorie kom je praktijkvoorbeelden tegen waarmee je je verdiept in levensechte situaties. In thema 3 tref je competentieopdrachten aan. Deze opdrachten doen een appèl op de competenties die je ook in je beroep nodig hebt, zoals zelfstandigheid, initiatief, keuzes maken en beslissingen nemen. Zo beslis je bij elke opdracht zelf in welke vorm je deze giet en of je de opdracht alleen of met anderen uitvoert. Ook organiseer je zelf bijvoorbeeld het krijgen van feedback.

6

9006924510_bw.indd 6

06-04-11 14:07


De auteurs hopen dat deze uitgave zal voldoen aan de eisen van de huidige student verpleging. In ieder geval hebben zij geprobeerd de leerstof zodanig te presenteren dat: de inhoud relevant is voor het verpleegkundig beroep; de verwerking in iedere gewenste leervorm kan plaatsvinden; elk hoofdstuk onafhankelijk van andere hoofdstukken bestudeerd kan worden. De auteurs: Auke Bos Tieti Hoekstra Diana Polhuis Giovanni Timmermans Pieter Visscher Bart Cusveller Monique Huijdink Eindredactie: Ton Vermeij Bart de Haas Tius Zweep

7

9006924510_bw.indd 7

06-04-11 14:07


8

9006924510_bw.indd 8

06-04-11 14:07


Thema Oriëntatie op de zorgcategorie In thema 1 maak je kennis met de zorgcategorie ‘mensen met een psychiatrische ziekte’ en met de psychiatrische zorg zoals die in Nederland georganiseerd is. Het beschrijven van deze zorgcategorie is geen eenvoudige zaak. Er zijn veel verschillende doelgroepen. Deze zijn gerangschikt naar soorten aandoeningen (diagnosegroepen), maar bijvoorbeeld ook naar doelstelling, setting en leeftijd. Denk bij een rangschikking naar leeftijd bijvoorbeeld aan kinder- en jeugdpsychiatrie en aan gerontopsychiatrie. Bijzondere sectoren zijn de verslavingszorg en de forensische psychiatrie. Hoe komt het dat de zorg voor verslaafden en mensen die een ernstig misdrijf hebben begaan tot de psychiatrie gerekend wordt? De psychiatrie is een sector die voortdurend verandert. Dat heeft meestal te maken met visie. Dat wil zeggen: visie op wat een psychiatrische aandoening eigenlijk is, welke oorzaken er zijn en hoe er voor mensen met een psychiatrische ziekte gezorgd moet worden. Er zijn tijden geweest dat men van mening was dat ze het beste af waren in een afgesloten inrichting. Er waren echter ook tijden dat de inrichting als ziekmakende omgeving werd gezien. Er zijn in de psychiatrie verschillende periodes van richtingenstrijd geweest. In alle therapievormen en denkwijzen die er op dit moment bestaan, zie je daar nog veel van terug.

Thema 1

9006924510_bw.indd 9

9

06-04-11 14:07


1

Psychiatrische stoornis

Bij een eerste kennismaking met het gebied waar we ons in dit boek mee bezig gaan houden, namelijk de begeleiding van psychiatrische cliĂŤnten, moeten we eerst kijken naar de verschillende opvattingen die er zijn over ziek en gezond. Zoals je wel vaker ziet, geldt ook hier dat er zo veel zienswijzen zijn als er mensen zijn. Dit is misschien wat overdreven, maar toch zijn er nogal wat uiteenlopende meningen over de psychiatrie. Waar de grens tussen normaal en afwijkend gedrag gelegd wordt, is afhankelijk van ons stelsel van normen en waarden, van de stand van zaken van de wetenschappelijke kennis, de maatschappelijke organisatie en de cultuur. Wat normaal of afwijkend gevonden wordt, heeft dus altijd te maken met de omgeving en de tijd waarin we leven. Wat in oosterse culturen normaal gevonden wordt, vinden we in het westen misschien vreemd of eigenaardig. Psychiatrie gaat dan ook over mensen als totaal, dus met hun geschiedenis, hun opvoeding en hun omgeving. Lichaam en geest zijn onafscheidelijk en daar moet in de psychiatrie goed rekening mee worden gehouden. Dit wordt ook zichtbaar bij de verschillende ziektebeelden en de behandeling daarvan. Meerdere mensen met verschillende beroepen werken in teamverband samen in een behandelproces. Al deze aspecten komen in dit onderwerp aan de orde.

10

9006924510_bw.indd 10

Thema 1

06-04-11 14:07


1.1 Psychiatrische stoornis: angstwekkend en fascinerend

psychische klacht psychische stoornis psychotrauma

automutilant

Als je in een gezelschap vertelt dat je in de psychiatrie werkt, valt er vaak een stilte en zijn vervolgens alle ogen op je gericht. Blijkbaar heb je iets vreemds gezegd. Psychiatrie is voor velen nog altijd iets griezeligs en tegelijk iets fascinerends. Dat griezelige heeft te maken met het feit dat de meeste mensen denken dat geesteszieken onvoorspelbaar, niet te volgen en agressief zijn. Ze willen er dan ook het liefst niets mee te maken hebben, tenzij ze – wat niet zeldzaam is – al bij zichzelf of bij familie of vrienden ervaren hebben dat een psychiatrisch ziektebeeld iemand zomaar kan treffen, net als een andere, lichamelijke, ziekte. Vaak denkt men dat psychiatrische stoornissen het gevolg zijn van vervelende gebeurtenissen uit het verleden. Over de oorzaken van psychiatrische ziekten bestaan veel misverstanden. Veel mensen denken dat de oorzaken altijd psychisch zijn: er moeten wel problemen zijn, of onverwerkte ervaringen, want als iemand zo ziek is, moet er wel iets verschrikkelijks zijn gebeurd. Ze denken dat de psychische klachten vanzelf verdwijnen als de betrokkene zich die ervaringen maar voor de geest haalt, als hij zijn problemen maar uitspreekt. Bij verreweg de meeste psychische stoornissen is er echter geen sprake van dergelijke traumatische ervaringen. De cliënt zelf is meestal de enige van de familie die begrijpt dat er niets te vertellen valt, en dat de kwaal een andere oorzaak heeft. Toch is het geloof aan het psychotrauma wijdverbreid en hardnekkig. Dat wil niet zeggen dat het niet belangrijk is met de cliënt over zijn problemen te spreken. Dat kan hem steun geven en opluchten, maar verwacht niet dat je door praten iemand kunt genezen. Zo eenvoudig is het helaas nooit. Cliënten met een psychiatrische stoornis vertonen niet altijd afwijkend gedrag. De vraag is natuurlijk wat je in dit verband dan wel normaal of afwijkend mag noemen. Als je aan een groep mensen vraagt te omschrijven wat zij onder afwijkend en niet-afwijkend gedrag verstaan, krijg je een heel scala aan antwoorden. Deze antwoorden komen voort uit opvoeding, cultuur, scholing en de mensen waar je mee omgaat. Normen en waarden stellen ook vaak de grenzen aan wat je afwijkend en niet-afwijkend vindt, evenals de tijd waarin je leeft. Iemand die twintig jaar geleden een gaatje in de huid boven de navel had gemaakt, liep een ernstig risico als abnormaal beschouwd te worden en een diagnose als automutilant zou voor de hand gelegen hebben. In de tijd waarin we nu leven is de navelpiercing echter een volledig geaccepteerd sieraad geworden en is het bijna vreemd om als jongere juist geen piercing te hebben. Normaal of abnormaal wordt dus ook door het modebeeld bepaald!

Twee miljoen Nederlanders hebben een piercing

Thema 1

9006924510_bw.indd 11

11

06-04-11 14:07


Voorbeeld Roy is een jongetje van zes jaar dat verblijft op een jongerengroep van een instituut voor mensen met verstandelijke beperkingen. Als hij zijn zin niet krijgt, wordt hij boos en gaat op de grond liggen. Begeleiders sturen hem dan naar zijn kamer waar hij steeds bozer wordt. Als een nieuwe begeleider op de groep komt werken, stuurt zij hem niet naar zijn kamer maar probeert zij zijn aandacht af te leiden. Dat heeft succes. Als haar collega’s vragen hoe haar dat gelukt is, zegt zij dat zij het gedrag herkent van haar eigen kind van dezelfde leeftijd dat ook dit gedrag vertoont als het boos is. Zij heeft geleerd wat zij moet doen zodat het boze gedrag verdwijnt of minder wordt. Niet elk gedrag heeft te maken met een handicap of afwijking, soms hoort het tot het normale gedrag van mensen.

1.1.1 Referentiekader referentiekader

Vanaf het eerste levensjaar ontwikkelt de mens een innerlijk referentiekader om zijn omgeving beter te kunnen leren kennen en te begrijpen. Met behulp van het innerlijk referentiekader beoordeel je de omgeving om te zien wat goed of slecht is, wat je wilt bereiken, wat daarbij in de weg staat en wat je wil vermijden en hoe je dat dan kan doen. Het referentiekader verandert steeds; het ontwikkelt zich naarmate je ervaring toeneemt. Vooral in de jeugdjaren is dit referentiekader volop in ontwikkeling; uiteindelijk moet het ertoe bijdragen dat het kind leert zijn wereld te bekijken, zodat het zonder de hulp van de ouders kan leven. Als de eerste jaren van het mensenleven zich kenmerken door veiligheid, zal het referentiekader zich daarop instellen en kijkt de mens dus onbekommerd de wereld in. Groeit het kind echter met onzekerheid op, dan wordt het referentiekader angstig en vol negatieve verwachtingen en zal het kind de wereld dus op die manier bekijken. Mensen met een psychiatrisch ziektebeeld letten vanuit hun referentiekader erg op hun omgeving en dit gaat vaak gepaard met een negatief zelfbeeld en erg veel achterdocht. Een persoonlijk verlies, een gekwetst gevoel van eigenwaarde, zijn eveneens oorzaken van een negatief zelfbeeld of de versterking ervan en dit tast dan het referentiekader aan.

1.1.2 Definitie Het is dus niet altijd gemakkelijk om het verschil tussen normaal en abnormaal, tussen gestoord en niet-gestoord, tussen psychisch ziek en gezond aan te geven. De cultuur en de tijd waarin men leeft zijn van belang. Ook onze wijze van opvoeden en het voorbereiden van onze kinderen op de samenleving zijn van belang bij de afgrenzing van normaal/abnormaal. Duidelijk is bovendien dat een

12

9006924510_bw.indd 12

Thema 1

06-04-11 14:07


DSM-IV-systeem

psychiatrische ziekte ieder van ons kan overkomen. Toch moeten we proberen om tot afspraken te komen over wat een psychische aandoening is. De laatste jaren wordt wereldwijd hetzelfde classificatiesysteem gebruikt, namelijk het DSM-IV-systeem. Dit systeem probeert wereldwijd geldende beschrijvingen te geven van psychische ziektebeelden. Het DSM-IV-systeem geeft de volgende definitie van een psychische stoornis: ‘Een psychische stoornis kan beschouwd worden als een klinisch, belangrijk gedragsmatig of psychologisch syndroom of patroon dat gepaard gaat met of dat geassocieerd is met duidelijk leed of disfunctioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of in andere belangrijke rollen, of met een duidelijk verhoogd risico op lijden, dood, pijn, handicaps of een verlies van vrijheid. Verder mag het syndroom of patroon niet een te verwachten en binnen de cultuur aanvaard antwoord zijn op een bepaalde gebeurtenis, zoals bij bepaalde reacties op de dood van een geliefde. Wat ook de uiteindelijke oorzaak van de stoornis is, deze dient beschouwd te worden als een manifestatie van gedragsmatig, psychologisch of biologisch disfunctioneren van het individu. Deze mag echter niet te maken hebben met afwijkend gedrag op politiek, religieus of seksueel gebied en evenmin te maken hebben met conflicten die zich primair afspelen tussen het individu en de maatschappij, tenzij dit conflict het gevolg is van symptomen die het disfunctioneren van het individu kunnen verklaren.’ Hoewel deze definitie er wellicht omslachtig uitziet, doet ze recht aan het complexe onderscheid tussen normaal en abnormaal. Zo wordt er bij de definitie rekening gehouden met culturele, sociale en maatschappelijke omstandigheden en die zijn erg belangrijk, zoals we eerder gezien hebben.

1.2 Relatie lichaam en geest ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ is een gezegde dat al eeuwen oud is en dat door iedereen voor waar gehouden wordt. Dus ook in de vroegere eeuwen waren mensen ervan overtuigd dat er een duidelijke relatie is tussen het lichaam en de geest. Fysici gaan zelfs zo ver om te zeggen dat er zonder het lichaam geen geest is en dat de geest ‘ontstaat’ door allerlei fysische processen. Lichaam en geest zijn nauw met elkaar verbonden; ze vormen gezamenlijk een eenheid. Denk maar eens aan huilen bij verdriet en beven bij angst. In de dagelijkse praktijk is de verbondenheid van lichaam en geest ook goed merkbaar; iedereen weet dat als je niet goed uitgerust bent, je niet meer alert bent en moeite hebt met de concentratie en het denken. Een avond stevig doorzakken zorgt de volgende dag niet echt voor optimale studieresultaten, weet menig student uit eigen ervaring. Al met al is er dus een duidelijke link tussen lichaam en geest en dat geldt natuurlijk ook voor het ontstaan van psychische ziekten. Over de oorzaak van psychische stoornissen bestaan zoals gezegd veel misverstanden. Een algemeen aanvaarde en vaak gebruikte verklaringswijze is te vinden in de theorie die bekend staat als de

Thema 1

9006924510_bw.indd 13

13

06-04-11 14:07


psychogeen

multiconditioneel

draaglast-draagkrachttheorie. Ieder mens heeft door opvoeding, fysieke gesteldheid en leeftijdsfase een bepaald vermogen tot het omgaan met de problemen die hij tegenkomt in het dagelijkse leven. Dit wordt de draagkracht genoemd. De problemen die iemand op zijn levenspad tegenkomt, noem je dan de draaglast. Zo lang beide met elkaar in evenwicht zijn, is er geen enkel probleem maar als dit evenwicht verstoord raakt, ontstaat er een ontregeling. Door allerlei oorzaken kan de draagkracht tekort schieten; dit kan te maken hebben met de hormonen, maar ook simpele zaken als te weinig slaap kunnen al een oorzaak zijn. Ook fysieke aandoeningen kunnen de draagkracht negatief beïnvloeden. Naast een aantasting van de draagkracht kan ook de draaglast onevenredig hoog worden. Zaken als het verlies van een geliefde of het verlies van woning, baan, enzovoort kunnen te zwaar zijn voor de draagkracht die iemand heeft. Door de ontregeling van het evenwicht tussen draagkracht en draaglast kunnen allerlei psychische ontregelingen optreden. Ernstige psychische stoornissen zijn zelden psychogeen (veroorzaakt door psychische factoren), maar worden vaak veroorzaakt onder invloed van lichamelijke factoren (organisch). Nog veel vaker is er sprake van zowel lichamelijke als geestelijke factoren, waardoor we de stoornis als multiconditioneel betitelen. Multiconditioneel betekent dat er naast organische oorzaken ook psychische oorzaken zijn. Het is echter nog veel breder. Ook de voorgeschiedenis speelt een rol; hoe heeft de persoon geleerd om met moeilijke omstandigheden in het leven om te gaan? De opvoeding is duidelijk meebepalend voor de manier waarop iemand problemen verwerkt.

1.3 Categorieën psychopathologie

psychiatrie

14

9006924510_bw.indd 14

Om het begrip psychiatrie iets beter te kunnen begrijpen, zullen we eerst een kort uitstapje naar de psychopathologie maken. De term psychopathologie is afgeleid van de woorden ‘psychè’ en ‘pathos’ en betekent letterlijk: ‘het lijden van de ziel’. De modernere betekenis is leer van de ziekten van de geest; ook wordt wel gesproken over de ziektekunde van de geest. Het is dus de wetenschap van de ziekteverschijnselen van psychische aard. Het gaat daarbij niet zozeer om bepaalde ziekten maar om verschijnselen (ook wel symptomen genoemd) die zich bij ziekten kunnen voordoen. Een cliënt ervaart niet het ziektebeeld, maar hij heeft last van de symptomen (zoals buikpijn, hoofdpijn, enzovoort). Psychiatrie staat voor de geneeskunde der zielsziekten en is dus een uitgebreider begrip, namelijk de geneeskunde van de ziektebeelden die bestaan uit verschillende combinaties van verschijnselen (symptomen). Wat zijn het nu voor stoornissen en ziektebeelden waar de psychiatrie zich mee bezighoudt? Om een en ander beter te kunnen begrijpen en om spraakverwarring te voorkomen, zijn er indelingen nodig. De DSM-IV maakt de volgende indeling van psychische stoornissen:

Thema 1

06-04-11 14:07


psychische stoornissen met somatische oorzaken; aan middelen gebonden stoornissen; psychotische stoornissen; stemmingsstoornissen; angststoornissen; somatoforme stoornissen; eetstoornissen; slaapstoornissen; persoonlijkheidsstoornissen. Elk van deze categorieën zullen we nu wat verder uitwerken, waarbij je wel moet bedenken dat de categorieën nogal fundamenteel van elkaar verschillen en dat zich bij een en dezelfde cliënt kenmerken van verschillende categorieën kunnen voordoen.

1.3.1 Psychische stoornissen met somatische oorzaken organische oorzaak

delirium dementie desoriëntatie

Onder psychische stoornissen met somatische oorzaken verstaan we de psychiatrische ziektebeelden waarvan verondersteld wordt dat ze een duidelijke organische oorzaak hebben. In het verleden werden deze ziektebeelden ook wel aangeduid met de term psycho-organische stoornissen. Een organische factor als oorzaak betekent niet dat de klinische beelden in deze categorie niet mede bepaald worden door psychologische factoren. Zo kan iemands persoonlijkheid de wijze waarop hij omgaat met zijn ziekte sterk beïnvloeden en kunnen angst- en depressieve symptomen secundaire reacties zijn op de ziekte. Twee beelden zijn wat algemener bekend, namelijk het delirium en de dementie. Het delirium is een syndroom dat acuut ontstaat en waarbij stoornissen in het bewustzijn en de aandacht op de voorgrond staan. De cliënt is verward, kan de omgeving niet helder waarnemen en zijn aandacht moeilijk vasthouden. Er is vaak ook sprake van desoriëntatie: de cliënt weet niet waar hij is, welke dag het is en met wie hij spreekt (oriëntatie in tijd, plaats en persoon is gestoord). Bij dementie is sprake van een algemeen verval van de ken- en leerfuncties. Dit betekent dat er naast geheugenstoornissen ook stoornissen optreden in het abstracte denken, waardoor de cliënt nieuwe en complexe situaties niet meer begrijpt.

1.3.2 Aan middelen gebonden stoornissen psychoactieve stof

Thema 1

9006924510_bw.indd 15

In deze categorie worden alle psychische stoornissen beschreven die het gevolg kunnen zijn van het gebruik van psychoactieve stoffen, dat wil zeggen alcohol, drugs en medicijnen. De bekendste is wel de afhankelijkheid van een middel, in het dagelijks leven meestal ‘verslaving’ genoemd. Verdovende middelen, zoals alcohol en kalmeringsmiddelen hebben een dempende werking op de hersenen. Ook de opiaten (zoals morfine en heroïne) behoren tot de verdovende middelen. Deze stoffen

15

06-04-11 14:07


remmen de werking van het centrale zenuwstelsel, en verlagen het bewustzijn, wat zich uit in sufheid, slaperigheid, verminderde pijngevoeligheid en bij hoge doseringen zelfs bewusteloosheid. Naast verdovende middelen zijn er stimulerende middelen. Cocaïne, amfetamine, nicotine en cafeïne zijn daar voorbeelden van. Lage doses van deze middelen veroorzaken aangename psychische effecten, zoals opgewektheid en toename van energie. Bij hogere doseringen ontstaan echter angst, prikkelbaarheid, achterdocht en een toename van hartslag, ademhaling en lichaamstemperatuur.

1.3.3 Psychotische stoornissen psychose

schizofrenie

waan

hallucinatie

De term psychose verwijst naar een ernstig psychiatrisch toestandsbeeld waarbij stoornissen in het denken, waarneming en realiteitsbesef op de voorgrond staan en waarbij de cliënt niet meer zonder psychiatrische bemoeienis kan functioneren. De meest ernstige en uitgesproken psychotische stoornis is schizofrenie. De andere psychotische stoornissen zijn min of meer afgeleiden van schizofrenie. De term schizofrenie werd in 1911 geïntroduceerd door de zenuwarts Bleuler. Zijn omschrijving van de ziekte is nog steeds goed terug te vinden in de huidige DSM-IV-criteria voor schizofrenie. Kenmerkend voor de schizofrenie zijn de stoornissen in het denken en waarnemen, waarbij vooral de wanen op de voorgrond treden. Cliënten kunnen de overtuiging hebben dat ze bestuurd worden door een hogere macht (beïnvloedingswaan) of voortdurend in de gaten gehouden en achtervolgd worden (paranoïde waan). Ook het idee dat gedachten van buiten worden ingebracht of juist worden onttrokken komt vaak voor. Met de waarnemingsstoornissen wordt verwezen naar de hallucinaties die cliënten met schizofrenie kunnen hebben. De cliënt neemt iets waar dat er in werkelijkheid niet is.

1.3.4 Stemmingsstoornissen bipolaire stoornis

Stemmingsstoornissen is een hoofdcategorie van de DSM-IV waar depressieve en bipolaire stoornissen (manisch-depressieve stoornissen) worden ondergebracht. De aanwezigheid van depressieve klachten is niet per se voldoende voor een ‘depressieve episode’ zoals de DSM-IV deze definieert. Hiervoor moeten de depressieve symptomen (depressieve stemming, interesseverlies, afname of toename van gewicht en eetlust, slaapstoornissen, psychomotorische onrust over vertraging, energieverlies, gevoelens van schuld of waardeloosheid, concentratieproblemen, suïcidale ideeën) minimaal twee weken onafgebroken aanwezig zijn. Wanneer deze episode eenmalig is, wordt een ‘depressieve stoornis, eenmalige episode’ geclassificeerd. De bipolaire stoornis is de moderne benaming voor de manisch-depressieve stoornis. De term bipolair betekent dat er twee ‘polariteiten’ aanwezig zijn in het beloop van één syndroom. Deze polariteiten zijn de depressieve stemming en de manische stemming.

1.3.5 Angststoornissen Net als depressieve klachten zijn angstklachten veel voorkomende aanmeldingsklachten in de GGZ. Hoewel angst een nuttige emotie is, kan angst ook irreële en zeer hinderlijke vormen aannemen. Als

Ook het gebruik van cocaïne kan ernstige psychische gevolgen hebben

16

9006924510_bw.indd 16

Thema 1

06-04-11 14:07


PTSS

dit het geval is, kan er sprake zijn van een angststoornis. Dit gaat gepaard met lichamelijke sensaties als hyperventilatie, hartkloppingen, transpireren, ademnood, pijn of druk op de borst, tintelingen, misselijkheid, koude rillingen, duizeligheid en een onwerkelijk gevoel. Meestal is er sprake van een paniekstoornis met agorafobie (pleinvrees). Een tegenwoordig vaak besproken beeld is PTSS (posttraumatische stressstoornis); mensen met PTSS hebben vaak een ernstige en ingrijpende gebeurtenis meegemaakt, waarin ze met de dood of ernstig letsel zijn bedreigd of de lichamelijke en psychische integriteit is bedreigd. Voorbeelden van traumatische ervaringen zijn ernstige verkeersongevallen, geweldsmisdrijven, verkrachting, seksueel misbruik, oorlogssituaties of situaties zoals de aanslag in 2001 op de Twin Towers in New York.

1.3.6 Somatoforme stoornissen

somatisatie

In hoofdcategorie somatoforme stoornissen worden stoornissen ondergebracht die zich kenmerken door de aanwezigheid van lichamelijke klachten zonder dat hiervoor een medische oorzaak is vastgesteld. Somatisatie is daarbij een belangrijk element. Van somatisatie spreken we als iemand één of meer lichamelijke klachten heeft zonder dat een organische ziekte hiervoor verantwoordelijk kan worden gesteld. Een veronderstelling is dat lichamelijke klachten in dat geval uitingen zijn van psychische spanningen. Somatiseren in de betekenis van lichamelijke vertaling van psychische spanning is een verschijnsel dat we allemaal kennen. De meeste mensen zullen herkennen dat lichamelijke klachten (bijvoorbeeld hoofdpijn) ontstaan of verergeren als ze gespannen zijn.

Voorbeeld Op het spreekuur van de huisarts verschijnt Hanneke, een vrouw van rond de vijftig. Zij geeft aan de laatste tijd erg slecht te slapen en ze heeft voortdurend last van rugpijn. Nadat eerst bekeken is of er sprake kan zijn van fysieke oorzaken, komt in het gesprek dat de arts met Hanneke heeft naar voren dat zij erg veel druk op haar werk ervaart. Er staat een reorganisatie voor de deur en zij verwacht dat zij het risico loopt haar baan te verliezen. Door haar voortdurende gespannenheid kunnen haar rugklachten verklaard worden.

1.3.7 Dissociatieve stoornissen dissociatie

In de categorie dissociatieve stoornissen onderscheidt zich een aantal stoornissen die een hoge mate van dissociatie als gemeenschappelijk kenmerk hebben. Hierbij zie je dat het bewustzijn eigenlijk geen eenheid is. Aan de hand van observaties bij hysterische patiënten werd eind 19e eeuw vastgesteld dat de eenheid van geheugen, gedachten, gedrag en identiteit gebrekkig was. Bij dissociaties

Aanslag op de Twin Towers in New York in 2001: voor velen een traumatische ervaring

Thema 1

9006924510_bw.indd 17

17

06-04-11 14:07


zijn gedachten en functies aan de controle van het alledaagse bewustzijn ontsnapt. Lichte vormen van dissociatie kennen we allemaal, bijvoorbeeld bij het rijden van een vertrouwde autorit, waarbij je op de ‘automatische piloot’ ongemerkt toch veilig op de eindbestemming aankomt, terwijl je tijdens de rit een druk gesprek had met je passagier of geconcentreerd luisterde naar muziek. Ook dagdromen kun je zien als lichte, alledaagse dissociatie.

1.3.8 Eetstoornissen anorexia nervosa boulimia nervosa

compensatiegedrag

De DSM-IV onderscheidt twee eetstoornissen, namelijk anorexia nervosa en boulimia nervosa. Daarbij is opvallend dat 90% van de cliënten met een eetstoornis van het vrouwelijke geslacht is. Anorexia nervosa is de meest onderzochte eetstoornis. Anorexie is een Griekse term die betrekking heeft op verlies van eetlust. Hoewel het woord anorexia dus een verlies van eetlust suggereert, hebben mensen met anorexia zeker bij aanvang van de stoornis nog wel eetlust. Ze kunnen wel eten, maar willen het niet. Mensen met anorexia zijn ervan overtuigd dat ze te dik zijn en verlangen ernaar gewicht te verliezen en mager te worden. De ondervoeding bij anorexia heeft enkele lichamelijke gevolgen. Op een gegeven moment verdwijnt de menstruatie en is de bloeddruk en de lichaamstemperatuur verlaagd. Boulimia nervosa kenmerkt zich door herhaalde vreetbuien waarbij de cliënt in een beperkt tijdsbestek een abnormaal grote hoeveelheid voedsel naar binnen werkt en een gevoel van controleverlies over het eten ervaart. Ook mensen met boulimia zijn bang voor gewichtstoename en nemen hun toevlucht tot compensatiegedrag als laxeren, braken of intensief sporten. De zelfwaardering van mensen met boulimia wordt sterk beïnvloed door de lichaamsvormen en het gewicht.

1.3.9 Slaapstoornissen Net als eten is slapen een belangrijke biologische behoefte. De slaap zorgt ervoor dat energievoorraden van het lichaam weer op peil gebracht worden. Slaap heeft dus een herstellende functie. Een goede nachtrust is dan ook belangrijk voor het functioneren overdag. Problemen met betrekking tot het slapen komen veel voor. Slaapstoornissen komen regelmatig voor als onderdeel van andere psychische stoornissen zoals angst- en stemmingsstoornissen, maar kunnen ook op zichzelf staan.

1.3.10 Persoonlijkheidsstoornissen

paranoïde persoonlijkheidsstoornis

18

9006924510_bw.indd 18

Een definitie van persoonlijkheid en persoonlijkheidstrekken is volgens de DSM-IV als volgt: persoonlijkheidstrekken zijn ‘stabiele patronen van waarnemen, omgaan met en denken over de omgeving en zichzelf en zich tonen in een breed scala van belangrijke sociale en persoonlijke situaties’. Een voorbeeld is de paranoïde persoonlijkheidsstoornis. Bij deze persoonlijkheidsstoornis wordt het gedrag bepaald door de verwachting door anderen benadeeld of uitgebuit te worden. Cliënten zijn voortdurend wantrouwend tegenover anderen en voelen zich snel beledigd of vernederd. Ze zoeken kwaadaardige motieven achter neutrale of vriendelijk bedoelde opmerkingen.

Thema 1

06-04-11 14:07


Een andere persoonlijkheidsstoornis is de schizoïde persoonlijkheidsstoornis, waarbij cliënten geen behoefte hebben zich aan anderen te hechten. Ze verlangen niet naar intieme relaties en kunnen hier ook niet van genieten. Ze geven de voorkeur aan activiteiten die ze in hun eentje kunnen uitvoeren. Ze hebben geen behoefte aan seksueel contact, hebben geen vriendschappen, zijn ongevoelig voor complimenten of kritiek en maken een wat gevoelloze en kille indruk. Ze lijden vaak zelf wel door dit onvermogen. antisociale persoonlijk- Ook de antisociale persoonlijkheidsstoornis behoort tot deze categorie. Cliënten met deze persoonlijkheidsstoornis werden vroeger psychopaten genoemd. Ze kunnen zich niet houden aan heidsstoornis maatschappelijke normen. Ze zijn agressief, vaak betrokken bij vechtpartijen, zijn impulsief, komen verantwoordelijkheden niet na, bedriegen, liegen, veronachtzamen de veiligheid van zichzelf en anderen. Hierbij kennen ze geen gevoelens van spijt of schuld. Vanwege dergelijke gedragingen komen ze vaak in contact met politie en justitie. Ze hebben wel verdriet over wat er gebeurd is, maar dan vooral door de negatieve gevolgen (zoals gevangenisstraf) die ze zelf voelen. borderline persoonlijk- De laatste persoonlijkheidsstoornis die we hier noemen, is de borderline persoonlijkheidsstoornis. Dit is een complexe en beruchte persoonlijkheidsstoornis, waarbij het klinisch beeld zich heidsstoornis kenmerkt door instabiliteit wat betreft emoties, relaties met anderen en het zelfbeeld. Veel cliënten zijn vroeg in hun leven emotioneel beschadigd als gevolg van misbruik of verwaarlozing. Ze zijn voortdurend bang om in de steek gelaten te worden en proberen dit uit alle macht te voorkomen. Ze hebben snelle stemmingswisselingen en de relaties die ze hebben, worden op het ene moment geïdealiseerd en het andere moment weer volledig afgebroken. Cliënten zijn vaak impulsief, wat blijkt uit allerlei schadelijke gedragingen als middelenmisbruik, onnodige risico’s nemen en roekeloosheid. schizoïde persoonlijkheidsstoornis

1.4 Het DSM-classificatiesysteem In de psychiatrische zorg zijn veel disciplines werkzaam. Daarbij is het natuurlijk vooral belangrijk dat iedereen elkaar goed begrijpt en dus dezelfde taal spreekt. Daarom is een heldere taal en een goed classificatiesysteem nodig, zodat als je over een bepaald ziektebeeld spreekt ook iedereen daar hetzelfde onder verstaat. De Duitse psychiater Kraepelin (1856–1926) wordt gezien als de grondlegger van de moderne classificatiesystemen in de GGZ. Kraepelin ging ervan uit dat cliënten met dezelfde symptomen en hetzelfde beloop van die symptomen, dezelfde ziekte hebben. Hij ontwikkelde een psychiatrisch leerboek waarin hij een aantal categorieën van stoornissen, zoals schizofrenie en de manisch-depressieve stoornis beschreef. De wijze van classificeren zoals Kraepelin die toepaste, is goed terug te vinden in het moderne classificatiesysteem, de DSM, waarbij DSM staat voor Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. In 1952 verscheen de eerste editie van DSM, de DSM-I, terwijl we op dit moment al werken met de DSM-IV-TR2 (vierde versie van de oorspronkelijke DSM, terwijl TR staat voor Tekst Revisies). De DSM-IV-TR2 is het bekendste en meest gebruikte classificatiesysteem in

Thema 1

9006924510_bw.indd 19

19

06-04-11 14:07


de GGZ. Het is echter niet het enige classificatiesysteem voor psychische stoornissen. Naast de DSM bestaat er ook nog het ICD-10-classificatiesysteem, waarbij ICD staat voor International Classification of Diseases van de World Health Organization (WHO). In tegenstelling tot de DSM-IV-TR2 richt de ICD-10 zich niet uitsluitend op psychische stoornissen maar op alle soorten ziektes, zodat het grootste gedeelte van de ICD-10 in beslag genomen wordt door lichamelijke aandoeningen. De eerste editie van de ICD kwam in 1900 uit. Het ICD-systeem is dus ouder dan het DSM-systeem. Vanaf 1900 is elke tien jaar een nieuwe editie uitgekomen. De psychische stoornissen werden pas vermeld in de zesde editie, in de jaren vijftig. Net als in de DSM-IV krijgt ook in de ICD-10 elke stoornis een eigen cijfercode. Er is echter een grote overlap tussen beide systemen. De meeste psychische stoornissen krijgen zelfs in beide systemen dezelfde benamingen. Hoewel DSM-IV en ICD-10 oorspronkelijk twee concurrerende systemen zijn, zijn ze in de loop der tijd steeds meer naar elkaar toegegroeid. Zo nemen ze rubrieken van elkaar over en verwijzen ze naar elkaar. De DSM-IV vermeldt voor elke stoornis ook de corresponderende ICD-10 cijfercode. Aangezien de DSM het meest verbreide systeem is, zullen wij ons hier beperken tot dit systeem. In 1994 verscheen de DSM-IV; het is de editie die momenteel gebruikt wordt bij het classificeren van psychische stoornissen. De DSM-IV classificeert psychische stoornissen volgens vaste duidelijke criteria. Criteria zijn daarbij de regels die de psychische stoornissen beschrijven. De criteria maken duidelijk welke symptomen, hoe lang en in welke intensiteit of frequentie moeten optreden om de diagnose te kunnen stellen. Kenmerkend voor de DSM-IV is ook het vanuit meerdere uitgangspunten benoemen van de stoornissen. Deze uitgangspunten worden ook wel assen genoemd. Dit betekent dat je bij de beoordeling van een individu niet uitsluitend aandacht schenkt aan de psychische stoornis die op de voorgrond staat, maar ook aan het lichamelijke en sociale functioneren. De DSM-IV kent vijf assen. As I: Klinische syndromen Op deze as worden de meest bekende psychische stoornissen genoteerd als syndromen waarbij steeds een aantal hoofd- en bijsymptomen staan vermeld die aanwezig moeten zijn om de betreffende diagnose te mogen stellen. De criteria geven ook aan hoe lang de stoornis aanwezig moet zijn en in welke gevallen de diagnose niet gesteld mag worden (uitsluitingscriteria). As II: Persoonlijkheidsstoornissen Op deze as worden de verschillende door de DSM-IV onderscheiden persoonlijkheidsstoornissen genoteerd. Persoonlijkheidsstoornissen zijn duurzame, vaste gedragspatronen die het gehele denken, voelen en handelen van de persoon be誰nvloeden. Persoonlijkheidsstoornissen komen het duidelijkst naar voren in interacties met anderen.

20

9006924510_bw.indd 20

Thema 1

06-04-11 14:07


As III: Somatische aandoeningen Op deze as worden lichamelijke aandoeningen en handicaps genoteerd, die psychische stoornissen veroorzaken of beïnvloeden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een schildklierafwijking die samenhangt met een depressieve stoornis op as I of een aanpassingsstoornis na behandeling van een tumor. Ook lichamelijke aandoeningen die van belang zijn voor het eventuele gebruik van medicijnen moeten hier genoteerd worden, bijvoorbeeld diabetes mellitus (suikerziekte). As IV: Psychosociale problemen Op deze as worden de psychosociale problemen vermeld die zich het jaar voorafgaand aan de diagnose hebben voorgedaan. Deze problemen kunnen van invloed zijn op de diagnose, behandeling en prognose van een stoornis op as I en as II. De DSM-IV onderscheidt een heel scala aan psychosociale problemen, zoals het overlijden van een gezinslid of echtscheiding. Problemen met de sociale omgeving zijn onder meer overlijden van vrienden, sociale isolatie en discriminatie. Problemen met werk en opleiding kunnen zijn analfabetisme, werkloosheid, arbeidsconflicten of weinig arbeidsvreugde. Daarnaast kunnen er problemen zijn op het gebied van huisvesting, financiën en contacten met politie of justitie. As V: Globale beoordeling van het functioneren Op deze as wordt het psychische, maatschappelijke en beroepsmatige functioneren globaal beoordeeld en uitgedrukt in een cijfer van nul tot honderd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenoemde GAF-schaal. GAF staat voor Global Assessment of Functioning (beoordelen van functioneringsniveau). Hoe hoger de GAF-score, hoe beter het individu functioneert.

Samenvatting Bij de begeleiding van psychiatrische cliënten moeten we eerst kijken naar de verschillende opvattingen die er zijn over ziek en gezond. Waar de grens tussen normaal en afwijkend gedrag gelegd wordt, is afhankelijk van ons stelsel van normen en waarden, van de wetenschappelijke kennis, van de maatschappelijke organisatie en van de cultuur. Psychiatrie gaat over mensen als totaal, dus met hun geschiedenis, hun opvoeding en hun omgeving. Lichaam en geest zijn onafscheidelijk en daarmee moet dus binnen de psychiatrie goed rekening gehouden worden. Dit wordt ook zichtbaar bij de verschillende ziektebeelden en de behandeling daarvan. Het is wel nodig dat mensen met elkaar over hetzelfde praten. Daarvoor is een indeling in ziektebeelden nodig. Het DSM-IV-classificatiesysteem is wereldwijd het bekendste en meest gebruikte classificatiesysteem in de geestelijke gezondheidszorg. De DSM-IV maakt de volgende indeling van psychische stoornissen: psychische stoornissen met somatische oorzaken; aan middelen gebonden stoornissen; psychotische stoornissen; stemmingsstoornissen; angststoornissen; somatoforme stoornissen; eetstoornissen; slaapstoornissen; persoonlijkheidsstoornissen. De DSM-IV benoemt de stoornissen vanuit vijf uitgangspunten, ofwel assen.

Thema 1

9006924510_bw.indd 21

21

06-04-11 14:07


Werken als Verpleegkundige. Dat is leuk en afwisselend werk. Verantwoordelijk werk ook. Mensen doen een beroep op jou als het gaat om zorg en begeleiding in situaties waarin zij dat tijdelijk of langdurig niet zelfstandig kunnen. Het vraagt van jou dat je beschikt over de juiste competenties. Dit boek bevat de theorie die je nodig hebt om op een verantwoorde manier zorg te verlenen aan mensen die aan jou zijn toevertrouwd. Dit boek – Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg – maakt deel uit van de serie ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken. Het boek draagt bij aan jouw ontwikkeling van beroepscompetenties. Beroepscompetenties zijn contextgebonden. Ze gelden slechts in bepaalde beroepssituaties, ook wel contexten genoemd. Een context wordt gevormd door personen met een bepaalde aandoening (een cliëntencategorie) in een bepaalde zorgomgeving (een branche). Dit boek gaat over het verplegen van cliënten in de geestelijke gezondheidszorg. Dit zijn mensen van alle leeftijden, met psychosociale problemen, een psychiatrische stoornis of een verslaving. Het accent van het verplegen ligt op begeleiden en ondersteunen. Daarnaast lever je een grote bijdrage aan de psychiatrische behandeling. Je werkt op verschillende plekken: bij de cliënt thuis, op straat, in een open of gesloten instelling of bijvoorbeeld een zorgboerderij. Kortom: het is heel afwisselend werk, waarvoor je aardig wat specialistische kennis in huis moet hebben. Die kennis vind je in dit boek.

Zorg basisboek Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg

Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg – niveau 4

Verplegen in de geestelijke gezondheidszorg

Dit boek sluit aan bij de volgende uitstroomverbijzondering: GGZ

Geestelijke Gezondheidszorg

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken, Traject V&V, i-care flex, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie etc.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

9006924510_omslag.indd 7

07-04-11 13:52


Verplegen in de geesteljike gezondheidszorg niveau 4