Issuu on Google+

Verpleegtechnische handelingen

niveau

4


Verpleegtechnische handelingen niveau 4 C.A. Abrahamse R. Koolen A.F.M. Meijssen P.A.M. Mocking M.P.M. Muselaers Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Eerste druk


Colofon Auteurs

C.A. Abrahamse R. Koolen A.F.M. Meijssen P.A.M. Mocking M.P.M. Muselaers

Inhoudelijke redactie

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16

C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

ISBN 978 90 06 9251 4 2 Eerste druk, eerste oplage, 2011

Redactie

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Singeling Tekstproducties

Conceptontwerp

Projectteam ThiemeMeulenhoff

Ontwerp

Omslag: In2vorm, Barchem Binnenwerk: Studio Imago, Amersfoort

Fotomateriaal

Martin Hogeboom, Epe (omslag) Karin Ligthart, Amsterdam Mirador Media, Tilburg Ine van den Broek, Buren, 4.2

Tekenwerk

Ad Guter, Nieuwegein Floris Oudshoorn, Amsterdam, 1.7

Overig materiaal

Image Select, Wassenaar: 6.3 Johntex / Wikimedia: 31.3a ANP Foto, Rijswijk: 31.3b Linde Healthcare Benelux: 30.3 Corbis, Londen: 30.1 Zorg in Beeld, Nijmegen: tracheacanule, 6.5, 6.13, 31.4 Hollandse Hoogte, Amsterdam: 8.9 Medcomp, Harveysville (USA) / www.intravasculair.be: 8.2 Hans Oostrum Fotografie, Den Haag: 30.2 Smith & Nephew B.V., Hoofddorp: 13.2

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor

de context waarin de beroepsuitoefening plaats-

verpleging en verzorging aangepast aan de ontwik-

kelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen

vindt (zorgsituaties). 

aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitge-

leerstijlen en leerervaringen van studenten.

werkt in een nieuwe kwalificatiestructuur.

Leerstijl en leerervaringen hangen samen met de kenmerken van de student en zijn of haar

Als mbo-verpleegkundige ben je actief op het gebied van zorg, wonen en welzijn. Je kunt werken in ver-

schillende beroepspraktijken, zoals een ziekenhuis,

verpleeg- en verzorgingshuis en thuiszorg, geestelijke

De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van

situatie. 

Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen niveau 3 en niveau 4.

gezondheidszorg of gehandicaptenzorg.

Binnen het competentiegerichte opleiden worden

Je werkt voor mensen met verschillende achtergron-

tenties bij individuele studenten. Bij het verwerven

den en van alle leeftijden, denk aan: klinische zorg-

vragers, chronische zorgvragers, revaliderende zorgvragers, zorgvragers met een handicap, zorgvragers

met psychiatrische problemen, kraamvrouwen, pas-

geborenen, kinderen en jeugdigen met gezondheids-

leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige compevan competenties staat het zich eigen maken van

kennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal.

problemen. Je werkt vooral met individuele zorgvra-

De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij

werken met groepen, bijvoorbeeld in een kleinscha-

www.trajectvenv.nl vormen een belangrijk onder-

gers in hun directe omgeving. Daarnaast kun je ook lige woonomgeving. Bron: Calibris KD’s 2011/2012

Deze structuur, uitgewerkt in kerntaken en werk-

processen, vormt de basis voor de inrichting van de

huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiestructuur.

aan. De praktijksituaties op de methodesite

deel van het leermiddelenaanbod. In de praktijk-

situaties komen problemen en dilemma’s aan de

orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing en aanpak

komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling.

Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de

Traject V&V houdt rekening met de leeftijd van de

en verpleegkundige mbo (kwalificatieniveau 4).

het niveau van de doelgroep en door voorbeelden en

opleidingen verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) Traject V&V is gebaseerd op drie belangrijke uitgangspunten: 

De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de

beroepuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate

bepaald door de aard van de zorgvragen en door

studenten door het taalgebruik af te stemmen op opdrachten zo te formuleren dat de verschillende

leeftijdsgroepen zich aangesproken voelen. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel studenten

met een meer theoretische, als studenten met een meer praktische, inslag er gebruik van kunnen

maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didac-


tisch model en biedt de docent de ruimte om invul-

op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-

leerproces van de student.

Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vin-

ling te geven aan zijn rol van ‘begeleider ‘ aan het

Traject V&V sluit dus aan bij actuele opvattingen

over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwer-

kingsopdrachten bij de theorie en zelftoetsing. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de hou-

technische en sociaal-agogische vaardigheden.

den in het volledige aanbod van Traject V&V. De

combinatie van deze onderdelen maakt het leren

vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan

zowel in een schoolse situatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden.

dingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefe-

Het didactisch concept van Traject V&V gaat

immers een essentieel onderdeel van de beroepsuit-

waardoor het competentiegerichte leren optimaal

naar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen oefening.

nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt.

In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalifi-

Wij hopen dat gebruikers, zowel studenten als

stroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onder-

Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of sug-

catiedossiers, worden de werkprocessen en uitdelen.

Theoretische onderbouwing

Het onderdeel ‘theorie’ , in de vorm van boeken,

bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die hoort bij het betreffende werkproces. Extra theoretische verrijking wordt de student geboden via de methodesite.

Beroepswerkelijkheid

Het onderdeel ‘praktijksituaties’, aangeboden via de methodesite www.trajectvenv.nl, geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende of verpleegkundige. Deze praktijk-

situaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het (zelfstandig) leren.

Beroepsvaardigheden

Het onderdeel ‘vaardigheden’, aangeboden via de

methodesite www.trajectvenv.nl en via Verpleeg-

techniek in Beeld, biedt opdrachten die zijn gericht

docenten, op een plezierige en zinvolle manier met gesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Amersfoort, 2011

Redactie en uitgever


Woord vooraf Wanneer kinderen zich gaan interesseren in beroepen als politieagent, buschauffeur, schooljuffrouw,

verpleegkundige enzovoort, vormen zij zich daar een beeld bij. Een verpleegkundige loopt in een wit uniform en heeft een stethoscoop om de nek en een spuit in de hand.

De ‘spuit’ maakt deel uit van de verpleegtechnische handelingen.

Het aanleren van verpleegtechnische handelingen

is voor veel studenten een spannend onderdeel van de opleiding. Het lijkt zo makkelijk om een handeling uit te voeren, maar op het moment dat een

docent of praktijkbegeleider toekijkt terwijl de student de handeling verricht, blijkt een handeling

complexer dan men dacht. Het uit moeten voeren is

toch heel iets anders. Daarbij is het belangrijk dat er, naast de correcte technische uitvoering, aandacht

voor de interactie met de zorgvrager en alertheid op mogelijke complicaties is. Dit ‘multitasken’ is niet altijd gemakkelijk.

In dit boek worden alle verpleegtechnische vaardig-

heden behandeld die in het landelijk onderwijsdocument opgenomen zijn en dit zal een goede basis vormen voor het verpleegkundig beroep. Er bestaan

verschillende inzichten in hoe een handeling het

beste uitgevoerd kan worden en wat de belangrijkste aandachtspunten zijn. Bij het schrijven is uitgegaan van de ‘evidence-based practice’ en ‘best practice’

zoals deze op dit moment gelden. Uiteraard zijn deze inzichten gevoelig voor veranderingen. Wij stellen

het op prijs als u deze inzichten met ons wilt delen. Mei 2011 Stoffel Abrahamse Riet Koolen

Ada Meijssen

Petra Mocking

Monique Muselaers


IX

Inhoud 1

Voorbehouden handelingen 1

1

Voorbehouden handelingen 2

1.2

Kwaliteit van zorg 2

1.1

1.3

1.4 1.5

1.6

1.7

1.8

Inleiding

De Wet BIG

1.10 1.11

3

Voorbehouden handelingen 1.4.1

6

Risicovolle handelingen 7

Bevoegd en bekwaam

9

Uitvoeren voorbehouden handeling 10 1.6.1

1.6.2

Bekwaamheidsverklaring

1.7.1

Registratie

12

Aansprakelijkheid

13

1.7.2

Herregistratie

13

1.8.1

Civielrechtelijke aansprakelijkheid 13

1.8.3

Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid 14

1.8.4

Strafrechtelijke aansprakelijkheid 14 Wat als het fout gaat? 15

Studenten en voorbehouden handelingen 15

Mantelzorgers en voorbehouden handelingen 16 Noodsituaties

16

2

Verwerkingsopdrachten 17

2

Medicijnen 1 19

3

Medicijnen 20

3.2

Recepten en voorschriften

3.1

3.3

3.4

3.5

11

Richtlijnen 12

Titelbescherming, registratie en herregistratie 12

1.8.2

1.9

2

Inleiding 3.2.1

20

20

Waar een recept aan moet voldoen

De benaming van medicijnen

Bewaren van geneesmiddelen 3.4.1

3.4.2

Richtlijnen 22

Medicijnvormen

22

21

22

23

De verschillende werkingen van geneesmiddelen 3.5.1

Symptoombestrijders

3.5.3

Tekorten aanvullen

3.5.2

Causale werking

27

27

27

26


X

3.5.4

Profylactische werking

27

3.5.6

Analgetica (pijnstillers)

28

3.5.5 3.5.7

3.5.8

3.5.9

Placebo

28

Middelen voor de bovenste luchtwegen Middelen voor de onderste luchtwegen Vitaminen

33

4

Toedienen van medicijnen 34

4.2

Uitzetten

4.1

4.3

4.4 4.5

4.6 4.7

Inleiding

4.4.1

35 36

35

Opname en effect van geneesmiddelen

Administratie

41

Een fout, wat nu? 42

Verwerkingsopdrachten 44

3

Medicijnen 2 47

6

Vloeistoffen toedienen via een infuus 48

6.2

Wat is een infuus? 48

6.3

Inleiding

6.5 6.6 6.7

48

Redenen voor het inbrengen van een infuus 48 6.3.1

Aanvulling van vocht 48

6.3.3

Toedienen van bloed en bloedproducten 50

6.3.2

6.4

6.3.4

Toedienen van medicijnen 50

Zuur-baseverhouding herstellen 50

Inbrengen van een perifeer infuus 51 6.4.1

6.4.2

Benodigheden

51

Aandachtspunten bij het voorbereiden van een infuus 54

Klaarmaken van een infuus 55 6.5.1

Inbrengen van een perifeer infuus 56

Verwijderen van een perifeer infuus 59 Complicaties van een infuus 59

7

Parenteraal medicijnen geven 63

7.2

Injecteren

7.1

7.3

36

Observatie en bijwerkingen 41

5

6.1

32

34

Distribueren Toedienen

32

Inleiding 7.2.1

63

63

Algemene regels bij het toedienen van injecties 63

Subcutane injectie

65


XI

7.4

Intramusculaire injectie

7.6

Nieuwe ontwikkelingen 73

7.5 7.7

7.8

69

Intraveneus toedienen van medicijnen 70 Verkeerd injecteren 73

Fouten bij het klaarmaken van de injectie 73

8

Bijzondere infusen 75

8.2

Centraal veneus infuus 75

8.1

8.3

8.4 8.5

8.6

Inleiding

75

Parenterale voeding

77

Peripheral inserted central katheter 78 Port-a-cath

79

Bloedtransfusie

80

9

Verpleegkundig rekenen 86

9.2

Meeteenheden

9.1

9.3

9.4

Inleiding

86

86

Berekenen van een toe te dienen dosis 9.3.1

9.3.2

Een concentratie aangegeven in procenten 88 Medicijnen per lichaamsgewicht 89

Berekenen druppelsnelheid

90

10

Verwerkingsopdrachten 93

4

Wondverzorging en zwachtelen 101

11

Wat is een wond? 102

11.2

Wat is een wond? 103

11.1

11.3

11.4

Inleiding

102

Open en gesloten wonden Oorzaken van wonden 11.4.1

87

103

103

Mechanische wonden

11.4.2 Chemische wonden

11.4.3 Thermische wonden

103

104

104

11.4.4 Elektriciteitswonden 104 11.4.5 Stralingswonden 104

11.4.6 Circulatiestoorniswonden 104 11.5

11.4.7

Oncologische wonden (bij kwaadaardige aandoeningen) 105

11.5.1

Rode wonden

11.5.3

Zwarte wonden

De kleur van wonden 105 11.5.2

Gele wonden

105

105

105


XII

12

Wondgenezing 107

12.2

Wondgenezing

12.1

12.3

12.4

Inleiding 12.2.1

107

107

Primaire genezing

107

12.2.2 Secundaire genezing Het herstel van de wond

108

107

Invloeden op de wondgenezing 109 12.4.1 Lichamelijke aspecten

109

13

Verband- en verzorgingsmiddelen 110

13.2

De keuze van de juiste verband- en verzorgingsmiddelen 110

13.1

13.3

Inleiding

110

Verbandmiddelen 13.3.1

110

Absorberend verbandmateriaal

13.3.2 Alginaten 111

13.3.3 AntibacteriĂŤle producten 111

111

13.3.4 Actieve absorberende verbanden

111

13.3.6 Geurneutraliserende verbanden

112

13.3.5 Gazen en kompressen 13.3.7 HydrocolloĂŻden

111

112

13.3.8 Transparante wondfolies 112 13.3.9 Fixatiemateriaal 112

13.4 13.5

13.3.10 Buisverbanden Tampons

113

113

Verzorgingsmiddelen 113

14

Verzorgen van wonden 114

14.2

Algemene verzorging wondgebied 114

14.1

Inleiding 114

14.2.1 Schoonmaken van een wond 114 14.2.2 Voorkomen van besmetting

14.3

14.4 14.5

14.6 14.7

14.8

14.9

14.10

14.2.3 Voorkomen van pijn

114

115

Specifieke verzorging wondgebied 115 Inspectie van de wond

116

Specifieke verzorging rode wond 117 Specifieke verzorging gele wond 117

Specifieke verzorging zwarte wond 118 Systematische wondbehandeling

Specifieke wondbehandeling 118 Psychische aspecten 14.10.1 Littekens

121

118

121

14.10.2 Verwerking door de zorgvrager 121


XIII

14.11

Sociale aspecten

121

14.11.1 De zorgvrager raakt in een isolement 121 14.11.2 Meer dan technisch handelen

15

Decubitus 123

15.2

Wondbedpreparatie (WBP) 123

15.1

15.3

Inleiding

123

De verzorging van decubituswonden 125 15.3.1

De vier categorieĂŤn

15.3.2 Wondverzorging

16

Wonden met hechtingen

16.2

Soorten hechtingen

16.1

16.3

16.4

Inleiding

128

125

125

128

128

Wondverzorging bij hechtingen Hechtingen verwijderen 16.4.1 Werkwijze

130

17

Wonden met drains

17.2

Soorten drains

17.1

122

Inleiding 17.2.1

132

130

129

132

132

Passieve drainage 132

17.2.2 Actieve drainage 133 17.3

17.2.3 Tijdstip van verwijderen van een drain 133 Wondverzorging bij een drain 133 17.3.1

Werking drain controleren 133

17.3.3

Huidirritaties voorkomen 134

17.4.1

Werkwijze

17.3.2 Infecties voorkomen 17.4

134

Verwijderen van drains 134 134

17.4.2 Informeren van de zorgvrager 135

18

Zwachtelen

18.2

Doel van zwachtels 136

18.1

18.3

18.4

18.5

Inleiding

136

136

Principes en effecten van zwachtelen 136 Soorten zwachtels 137

18.4.1 Niet-elastische zwachtels 18.4.2 Elastische zwachtels Zwachteltechnieken 138 18.5.1 Achttoeren 138 18.5.2 Cirkeltoeren

139

137

137


XIV

18.5.3 Spiraaltoeren 139 18.5.4 Recurrent 139 18.5.5 Testudo

140

18.5.6 Ambulante compressietherapie 140 19

Verwerkingsopdrachten 142

5

Specifieke zorg bij de uitscheiding 149

20

Stoma en verpleging 150

20.2

Darmstelsel 150

20.1

20.3

20.4

20.5

Inleiding

150

Redenen voor een stoma

Keuze van een stoma 152 20.4.1 Plaatsbepaling 20.4.2 De ontlasting

151

152

153

Opvangmateriaal 154

20.5.1 Verschillende systemen 20.5.2 Stomaplug 155

20.6 20.7

20.8

20.9

155

20.5.3 Pouch en continent ileostoma 156 Darmspoelen (irrigatie) 156

Verzorging van een stoma 157 20.7.1 Lichaamsverzorging

157

20.7.2 Verwisselen van een stomazakje 157 Voeding

Urostoma

162

162

20.9.1 Opvangmateriaal 163

20.9.2 Verwisselen van het u.p.-zakje 163

20.10 Continente urostoma

163

20.11

Contact met de zorgvrager

21

Blaaskatheter en verpleging 165

21.2

Redenen voor een blaaskatheter

21.1

21.3

Inleiding

165

Soorten katheters 21.3.1

Plaats 166

21.3.2 Materiaal

21.4 21.5

21.6 21.7

21.3.3 Doel

167

166

164

165

166

Inbrengen van een blaaskatheter 168

Verzorging van een blaaskatheter 170 Suprapubisch katheter Condoomkatheter

172

170


XV

21.8

Urinezakken

21.10

Spoelen van de blaas

21.9

173

Verwijderen van de blaaskatheter 173 173

22

Orgaanspoelingen 175

22.2

Spoelen van de darmen

22.1

Inleiding

175

175

22.2.1 Orale darmspoeling

22.2.2 Hoogopgaand klysma

22.3

176

22.2.3 Belasting van de zorgvrager 176 Spoelen van de maag 176 22.3.1 Voorbereiding 22.3.2 Werkwijze

22.4

175

177

177

22.3.3 Specifieke aandachtspunten Irrigeren van de vagina 179

23

Verwerkingsopdrachten 180

6

Specifieke zorg bij de voeding 183

24

Sondevoeding

24.2

Wat is sondevoeding? 184

24.1

24.3

24.4 24.5

Inleiding

184

178

184

Wanneer wordt sondevoeding gegeven? 186 Soorten voedingssondes

186

24.4.1 Neusmaagsonde en neusdunnedarmsonde 187 Een voedingssonde inbrengen 24.5.1 Keuze van de sonde

187

187

24.5.2 Voorbereiding van de zorgvrager 188 24.5.3 Werkwijze

24.6 24.7

188

24.5.4 Observatiepunten Toedieningssystemen Toediening

191

192

190

24.7.1 Controles vooraf 192 24.7.2 Via een spuit

193

24.7.3 Via een systeem op zwaartekracht en een voedingspomp 193

24.8

24.9

24.7.4 Toedienen van medicijnen 194 Mogelijke complicaties 195

Extra zorg bij een voedingssonde

24.10 Psychosociale aspecten

197

196

24.11

Verwijderen van een maagsonde 197

25

Verwerkingsopdrachten 199


XVI

7

Temperatuurregulatie 201

26

Zorgvrager met een te lage lichaamstemperatuur 202

26.2

Zorgvrager met ondertemperatuur 202

26.1

26.3

26.4

Inleiding

202

Zorgvrager met onderkoelingsverschijnselen 202 Zorgvrager met bevriezingsverschijnselen 203

27

Zorgvrager met een verhoogde lichaamstemperatuur 205

27.2

Zorgvrager met koorts

27.1

27.3

Inleiding

205

205

27.2.1 Stadia bij een koude rilling 206 Zorgvrager met brandwonden 208

27.3.1 Eerste hulp bij brandwonden 209

27.3.2 Behandeling van brandwonden 210

27.3.3 Psychische gevolgen van brandwonden 211 28

Verwerkingsopdrachten 213

8

Ondersteunen bij de ademhaling 215

29

Tracheostoma en uitzuigen

29.2

Anatomie en fysiologie van de luchtwegen 216

29.1

29.3

Inleiding

216

216

De bovenste luchtweg is dicht, wat nu? 217 29.3.1 Wat is een tracheacanule? 218

29.3.2 Verzorgen van de tracheacanule en de insteekopening 218 29.4 29.5

29.6

29.3.3 Verzorgen van de canules 218 Belasting voor de zorgvrager Thoraxdrainage

221

220

29.5.1 Principes van het uitzuigen 222 Uitzuigen van een tracheacanule 223

30

Toedienen van zuurstof 224

30.2

Fysiologie van de ademhaling 224

30.1

30.3

30.4

Inleiding

224

Redenen voor toedienen van zuurstof 226

Verplegen van een benauwde zorgvrager 226 30.4.1 Toedienen van zuurstof 227 30.4.2 Rekenen met zuurstof

231


XVII

31

Thoraxdrainage 232

31.2

Anatomie en fysiologie 232

31.1

31.3

31.4

Inleiding

232

Pathologie 233

Verzorgen van een zorgvrager met een thoraxdrain 235 31.4.1 Zorgvrager

235

31.4.2 Materialen 236

31.4.3 Verwijderen van een thoraxdrain 237 32

Verwerkingsopdrachten 239

9

Onderzoek en behandeling 243

33

Onderzoek bij een zorgvrager 244

33.2

Medische anamnese

33.1

33.3

33.4

Inleiding

244

Lichamelijk onderzoek

244

244

Laboratorium 245

33.4.1 Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium (KCHL) 245 33.4.2 Microbiologisch laboratorium 246

33.5

33.6 33.7

33.8

33.9

33.10

33.4.3 Pathologisch laboratorium 246 Bloedonderzoek 246 Feces

Urine

253

253

Sputum

254

Uitstrijkjes

255

33.9.1 Baarmoederhals uitstrijkje 255

33.9.2 Uitstrijkje van neus of keel 256 Beeldvormende technieken 33.10.1 Echografie

256

256

33.10.2 Rรถntgenonderzoek 257 33.10.3 Scintigrafie

258

33.10.4 Computertomografie 33.10.5 PET / PET-CT scan

33.11

33.10.6 MRI-onderzoek (Endo)scopie 260

259

259

259

33.11.1 Colonscopie 261

33.11.2 Gastroscopie 261

33.11.3 ERCP (Endoscopisch Retrograde Cholangio Pancreaticografie) 261 33.12

33.11.4 Bronchoscopie 262 Functieonderzoek 262 33.12.1 Het EEG 263


XVIII

33.12.2 Longfunctieonderzoek 263 33.13 33.14

33.12.3 Het ECG 264

Pathologisch onderzoek 264

33.13.1 Beenmergbiopsie of -punctie Chirurgische behandeling

34

Paramedische therapie

34.2

Fysiotherapie

34.1

34.3

34.4 34.5 35

Inleiding

267

Ergotherapie Logopedie

265

264

267

267

268

269

Rol van de zorgverlener bij de verschillende therapieĂŤn Verwerkingsopdrachten 271 Bijlage Medicijnenlijst 274 Begrippen Register

286

293

269


1

Voorbehouden handelingen

In het vaardighedenlokaal heeft Ludo de veel voorkomende verpleegtechnische handelingen vaak geoefend. Als afsluiting van de lessen heeft hij met succes een praktijktoets afgelegd. Nu op de afdeling begint het ‘echte’ werk. Ludo heeft twee keer gezien hoe een maagsonde ingebracht werd bij een zorgvrager. De maagsonde bij mevrouw Terpstra moet vandaag vervangen worden. De begeleidster van Ludo zegt dat hij nu een paar keer gezien heeft hoe een maagsonde ingebracht wordt en dat hij het nu mag doen. ‘Kom Ludo, we gaan even zitten. Vertel me nog eens hoe je voorbereiding, uitvoering en nazorg eruit zal gaan zien.’ Ludo kan de drie stappen prima uitleggen. Hij staat nu met de maagsonde in de hand om deze in te brengen. Hij is nu toch wel een beetje bibberig. Toch brengt hij zonder al te veel problemen de maagsonde in. Gelukkig ziet mevrouw Terpstra niet dat het zweet op zijn rug staat van de spanning.


2

Voorbehouden handelingen

1

Voorbehouden handelingen

1.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt uitgelegd wat de Wet BIG

inhoudt. Er wordt vooral aandacht besteed aan die wetsartikelen die van belang zijn voor een verzor-

gende. Je leert wat voorbehouden handelingen zijn

en aan welke voorwaarden je moet voldoen om een

voorbehouden handeling te mogen uitvoeren. In het laatste deel van het artikel wordt de aansprakelijk-

heid behandeld en krijg je uitleg over de strafbepaling als er grove fouten gemaakt worden.

1.2

Kwaliteit van zorg

We kennen in ons land al jarenlang een georganiseerde gezondheidszorg. Allerlei beroepsgroepen

houden zich met deze zorg bezig: artsen, verloskundigen, fysiotherapeuten, verpleegkundigen, enzovoort. De gezondheidszorg valt onder de verant-

woordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Onder andere door middel

van wetgeving probeert het ministerie het peil van de gezondheidszorg op niveau te houden of te verbeteren.

Figuur 1.1

Steeds meer vrouwen laten eicellen invriezen

In de loop van 1997 is een aantal oude wetten ver-

vallen en zijn er nieuwe wetten ingevoerd. Het was

noodzakelijk om oude wetten te vervangen (de wet op de uitoefening van de geneeskunst dateerde

bijvoorbeeld van 1865) omdat de maatschappij en

daarmee ook de gezondheidszorg steeds verandert.

In de gezondheidszorg worden veel nieuwe ontdek-

kingen gedaan. Dit leidt tot nieuwe behandelmethoden zoals de reageerbuisbevruchting.

Maar ook visies veranderen. In de oude wet op de

uitoefening van de geneeskunde stond bijvoorbeeld

aangegeven dat uitsluitend de arts medische handelingen mocht uitvoeren. Er werden constructies

bedacht waardoor ook anderen deze handelingen

konden uitvoeren. De gezondheidszorg had behoefte aan wetten waarin dit soort zaken duidelijk geregeld zijn.


1

Voorbehouden handelingen

Een kernbegrip dat tegenwoordig in de gezond-

duele gezondheidszorg verlenen. Individuele

zorg’. Het bevorderen van de kwaliteit is een taak

een individuele zorgvrager en moet op niveau zijn.

heidszorg veel gehanteerd wordt, is ‘kwaliteit van voor iedereen die in de gezondheidszorg werkt, dus

ook voor jou. Ook het ministerie is doordrongen van het belang van kwaliteit van zorg. De volgende drie nieuwe wetten, elk met een eigen invalshoek, moeten zorgen voor kwaliteit van zorg: 

De WGBO is de Wet op de Geneeskundige

Behandelingsovereenkomst. Door deze wet

krijgt de zorgvrager een betere rechtsbescher-

ming. Medische behandelingen worden in een

overeenkomst vastgelegd en de beroepsbeoefe-

naar verplicht zich tot het verlenen van zorg als een goede hulpverlener. 

In de Kwaliteitswet zorginstellingen staat op

welke manier instellingen kwaliteit van zorg moeten geven. Volgens de wet moet de zorg

doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht zijn. 

De Wet BIG heeft invloed op de kwaliteit van zorg, omdat ze: 

algemene regels stelt aan de kwaliteit van

de zorgverleners; 

regels bevat voor het uitvoeren van bepaalde risicovolle handelingen, de zogenaamde voorbehouden handelingen;



een aantal beroepen beschermt door middel van titelbescherming en registratie;



het tuchtrecht regelt voor een aantal beroepen.

Hierna gaan we uitgebreid in op de Wet BIG, omdat

deze duidelijke regelingen bevat die direct te maken hebben met jouw toekomstige beroep.

gezondheidszorg is gericht op de gezondheid van

Het woord ‘beroepsbeoefenaren’ is van belang. Dit

betekent dat mantelzorgers bijvoorbeeld niet onder de Wet BIG vallen.

De afkorting BIG betekent Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg. De wet richt zich op de

gezondheid van één bepaalde persoon en niet op de gezondheid van groepen. De belangrijkste doelstelling van de wet is het scheppen van voorwaarden voor het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de individuele

gezondheidszorg. De wet beschermt de patiënt

(zorgvrager) tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen.

In de wet wordt onder zorg verstaan: het beoorde-

len, bevorderen, bewaken, beschermen of herstellen van iemands gezondheid. Individuele gezondheids-

zorg omvat niet alleen geneeskundige handelingen, maar ook verzorgende en verpleegkundige handelingen. Ook het onderzoeken van iemand en het

geven van voorlichting over zijn gezondheid vallen onder de individuele gezondheidszorg.

De Wet BIG bevat verschillende wetsartikelen. De

artikelen waarin de regelingen over voorbehouden handelingen zijn opgenomen, zijn voor jou de

belangrijkste. Hierbij gaat het vooral om de artikelen 35 tot en met 39 (zie figuur 1.2).

Voorbehouden handelingen Artikel 35 1. Het is degene die niet behoort tot de personen die

1.3

De Wet BIG

De Wet BIG gaat ervan uit dat in principe iedereen handelingen op het gebied van de individuele

gezondheidszorg mag uitvoeren. De wet is alleen

van toepassing op beroepsbeoefenaren die indivi-

hun bevoegdheid tot het verrichten van een handeling ontlenen aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 37 verboden buiten noodzaak beroepsmatig die handeling te verrichten, tenzij: a. zulks geschiedt ingevolge een opdracht van een persoon die zijn bevoegdheid ontleent aan het bepaalde bij of krachtens de artikelen 36 en 37 en Figuur 1.2

Voorbehouden handelingen

3


4

Voorbehouden handelingen

b. hij redelijkerwijs mag aannemen dat hij beschikt

5. Tot het geven van injecties zijn bevoegd:

over de bekwaamheid die vereist is voor het behoor-

a. de artsen,

lijk uitvoeren van de opdracht en

b. de tandartsen,

c. hij, voor zover de opdrachtgever aanwijzingen heeft

c. de verloskundigen.

gegeven, heeft gehandeld overeenkomstig die

Doch de onder b en c genoemde personen uitslui-

aanwijzingen.

tend voor zover het betreft handelingen, in de aan-

2. Met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid

hef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij

is de opdrachtnemer bevoegd tot het verrichten van

of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gere-

de in het eerste lid bedoelde handeling.

kend tot hun gebied van deskundigheid. 6. Tot het verrichten van puncties zijn bevoegd:

Artikel 36

a. de artsen,

1. Tot het verrichten van heelkundige handelingen –

b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor

waaronder worden verstaan handelingen, liggende op

zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit

het gebied van de geneeskunst, waarbij de samen-

lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens

hang der lichaamweefsels wordt verstoord en deze

hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun

zich niet direct herstelt – zijn bevoegd:

gebied van deskundigheid.

a. de artsen,

7. Tot het brengen onder narcose zijn bevoegd:

b. de tandartsen,

a. de artsen,

c. de verloskundigen.

b. de tandartsen, doch dezen uitsluitend voor zover het

Doch de onder b en c genoemde personen uitslui-

betreft handelingen, in de aanhef van dit lid

tend voor zover het betreft handelingen, in de aan-

bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens

hef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of

hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun

krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied in deskundigheid. 2. Tot het verrichten van verloskundige handelingen zijn bevoegd:

gebied van deskundigheid. 8. Tot het verrichten van handelingen, op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met gebruikmaking van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende

a. de artsen,

stralen uitzenden, zijn bevoegd:

b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor

a. de artsen,

zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit

b. de tandartsen.

lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens

Doch uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krach-

hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun

tens de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) ter zake van

gebied van deskundigheid.

het gebruiken van zodanige stoffen en toestellen

3. Tot het verrichten van endoscopieĂŤn zijn bevoegd: de artsen. 4. Tot het verrichten van katheterisaties zijn bevoegd: a. de artsen, b. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit

gestelde eisen, alsmede, voorzover het betreft tandartsen, uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid. 9. Tot het verrichten van electieve cardioversie zijn

lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens

bevoegd:

hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun

de artsen.

gebied van deskundigheid.

10. Tot het toepassen van defribrillatie zijn bevoegd: de artsen.


1

11. Tot het toepassen van elektroconvulsieve therapie zijn bevoegd:

Voorbehouden handelingen

trokken of verworpen, wordt de maatregel onverwijld ingetrokken.

de artsen. 12. Tot steenvergruizing voor geneeskundige doeleinden

Artikel 38

zijn bevoegd:

Het is degene die zijn bevoegdheid tot het verrichten

de artsen.

van een bij of krachtens de artikelen 36 en 37 omschre-

13. Tot het verrichten van handelingen ten aanzien van

ven handeling ontleent aan het bij of krachtens die

menselijke geslachtscellen en embryo’s, gericht op

artikelen bepaalde verboden aan een ander opdracht te

het anders dan op natuurlijke wijze tot stand bren-

geven tot het verrichten van die handeling, tenzij:

gen van een zwangerschap, zijn bevoegd:

a. in gevallen waarin zulks redelijkerwijs nodig is aanwij-

de artsen. 14. De personen, genoemd in het eerste tot en met het

zingen worden gegeven omtrent het verrichten van de handeling en toezicht door de opdrachtgever op

dertiende lid, zijn tot het verrichten van de desbetref-

het verrichten van de handeling en de mogelijkheid

fende handelingen uitsluitend bevoegd voorzover zij

tot tussenkomst van een zodanig persoon voldoende

redelijkerwijs mogen aannemen dat zij beschikken over de bekwaamheid die vereist is voor het behoorlijk

zijn verzekerd en b. hij redelijkerwijs mag aannemen dat degene aan wie de

verrichten van die handelingen. De personen,

opdracht wordt gegeven, in aanmerking genomen het

genoemd in het eerst tot en met het dertiende lid, die

onder a bepaalde, beschikt over de bekwaamheid die

niet voldoen aan het bepaalde in de eerste volzin,

vereist is voor het behoorlijk verrichten van de handeling.

worden voor de toepassing van de artikelen 35, eerste lid, onder a, 38 en 39 aangemerkt als personen die hun

Artikel 39

bevoegdheid ontlenen aan het in dit artikel bepaalde.

1. Indien een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg zulks vordert, wordt bij algemene maatregel

Artikel 37

van bestuur bepaald dat tot het gebied van deskun-

1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels

digheid van personen, behoren tot een der in het

overeenkomstig artikel 36 worden gesteld met betrek-

tweede lid genoemde categorieën, wordt gerekend

king tot bij de maatregel omschreven handelingen op

het verrichten van bij de maatregel aangewezen cate-

het gebied van de individuele gezondheidszorg, niet

gorieën van handelingen, behorende tot de bij of

vallende onder dat artikel.

krachtens de artikelen 36 en 37 omschreven catego-

2. Bij algemene maatregel van bestuur kan voorts met betrekking bij de maatregel omschreven handelingen, vallende onder artikel 36, wijziging worden

rieën van handelingen, zonder toezicht door de opdrachtgever en zonder diens tussenkomst. 2. Ingevolge het eerste lid kunnen de volgende catego-

gebracht ter zake van de in artikel 36 vervatte toeken-

rieën van personen worden aangewezen:

ning van bevoegdheid, alsook worden bepaald dat de

a. categorieën van personen die in een bij het eerste

artikelen 35 en 36 met betrekking tot bij de maatre-

lid bedoelde algemene maatregel van bestuur aan

gel omschreven handelingen niet langer gelden.

gewezen register staan ingeschreven;

3. Indien niet binnen zes maanden na de inwerkingtre-

b. categorieën van personen die een krachtens artikel

ding van een algemene maatregel van bestuur als

34, eerste lid, geregelde of aangewezen opleiding

bedoeld in het eerste of tweede lid bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal een wetsvoorstel is ingediend tot wijziging van artikel 36 overeenkomstig die

hebben voltooid; c. categorieën van personen, behorende tot de onder a of b bedoelde categorieën van personen

maatregel, alsook indien zodanig voorstel wordt inge Figuur 1.2

Voorbehouden handelingen (vervolg)

5


6

Voorbehouden handelingen

Figuur 1.3

Het inbrengen van een infuus is een voorbehouden handeling

De ambtelijke taal van deze artikelen maakt het

lastig te begrijpen. De theorie over de Wet BIG die je

hier aantreft, is grotendeels afgeleid van deze artike-

1.4

Voorbehouden handelingen

len. Als je na bestudering van dit artikel de wetsarti-

Door het invoeren van de Wet BIG bestaat er geen

schijnlijk helderder zijn. Soms is het belangrijk om

sche handelingen door niet-artsen. Voordat de Wet

kelen nog eens doorleest, zal de informatie waar-

teksten uit de wet te gebruiken, vooral als het om

principiĂŤle zaken gaat. Hierbij kun je bijvoorbeeld

denken aan een conflict of een voorbehouden han-

deling die wel of niet terecht door jou is uitgevoerd. De Wet BIG is een kaderwet. Dat betekent dat de

grenzen (kaders) waarbinnen iets mag gebeuren,

zijn vastgelegd. Zo mag een verpleegkundige onder

algemeen verbod meer op het verrichten van mediBIG ingevoerd werd, was dat wel het geval. Nu is de uitoefening van de geneeskunst in principe aan

iedereen toegestaan. Dit geldt echter niet voor de voorbehouden handelingen. Deze handelingen

mogen alleen beroepsmatig worden verricht als er

op basis van de wet een bevoegdheid voor bestaat.

bepaalde voorwaarden een voorbehouden hande-

De voorbehouden handelingen zijn die handelingen

bekwaam moet zijn. In de wet wordt echter niet

meebrengen als ze worden uitgevoerd door een

ling verrichten. Een van de voorwaarden is dat ze aangegeven wanneer iemand bekwaam is. Dat

wordt aan de instellingen overgelaten. Zo kan de

ene instelling een verpleegkundige bekwaam vinden als zij een handeling onder begeleiding drie

keer goed heeft verricht. Bij een andere instelling

moet de verpleegkundige gediplomeerd zijn en de

handeling onder toezicht eenmaal correct uitvoeren.

die voor de zorgvrager een verhoogd risico met zich ondeskundige. Een duidelijk voorbeeld hiervan is

het verrichten van een openhartoperatie (zie figuur

1.4). Kort gezegd komt de bevoegdheidsregeling voor voorbehouden handelingen neer op het volgende: Artsen, en voor sommige handelingen tandartsen en verloskundigen, zijn in de Wet BIG zelfstandig

bevoegd voor het stellen van een indicatie voor een

voorbehouden handeling en voor het uitvoeren van deze handeling.


1

Voorbehouden handelingen

Deze categorieën kunnen nog verder worden uitgewerkt. Als voorbeeld nemen we de heelkundige

handeling. Een heelkundige handeling is volgens de wet een handeling waarbij de samenhang van de

lichaamsweefsels wordt verstoord en zich niet direct herstelt. In de volksmond spreken we over een operatie. Het zal duidelijk zijn dat er allerlei soorten

operaties zijn, van heel kleine (bijvoorbeeld het verwijderen van een moedervlek) tot zeer uitgebreide (bijvoorbeeld het transplanteren van een orgaan).

Het is onmogelijk om de wet op deze manier uit te werken. Er zouden dan enorme boekwerken ont-

staan. Toch bleken de categorieën handelingen vraFiguur 1.4

Het operatieteam

Tijdens de uitwerking van de Wet BIG is er veel

gediscussieerd over de handelingen die wel en niet onder voorbehoud verricht mogen worden. In artikel 36 van de wet worden de volgende categorieën voorbehouden handelingen genoemd:            

te aan een duidelijke indeling. De Raad BIG heeft

een overzicht gemaakt waarin de handelingen zijn

opgenomen waarover veel onduidelijkheid bestond (zie figuur 1.5).

Hoewel in de lijst ook begrippen staan die je niet

endoscopieën;

gorieën van voorbehouden handelingen.

verloskundige handelingen; katheterisaties;

kent, is het een waardevolle aanvulling op de cate-

injecties;

1.4.1

onder narcose brengen;

Alle voorbehouden handelingen zijn geneeskundige

die ioniserende stralen uitzenden;

zo dat alle geneeskundige handelingen zijn voorbe-

puncties;

gebruik van radioactieve stoffen of toestellen verrichten van electieve cardioversie; defibrillatie;

elektroconvulsieve therapie;

steenvergruizing voor geneeskundige handelingen ten aanzien van geslachtscellen en embryo’s, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap;



categorie? Voor bepaalde handelingen bleek behoef-

heelkundige handelingen;

doeleinden; 

gen op te roepen. Welke handeling hoort bij welke

voorschrijven van UR geneesmiddelen (geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn).

Risicovolle handelingen

handelingen. Omgekeerd geldt dat niet: het is niet

houden. Bloeddruk meten wordt bijvoorbeeld gezien als geneeskundige handeling, maar is niet voorbe-

houden. Alle voorbehouden handelingen zijn risicovol, maar omgekeerd zijn niet alle risicovolle handelingen opgenomen in de lijst van voorbehouden

handelingen. Voorbeelden daarvan zijn het toedie-

nen van sondevoeding, het spoelen van de blaas en het isoleren van een psychiatrische zorgvrager. Er wordt van uitgegaan dat de zorgverlener bij dit

soort handelingen de nodige zorgvuldigheidseisen in acht neemt. Vaak stellen instellingen naast de

regelingen voor de voorbehouden handelingen ook regelingen voor risicovolle handelingen op.

7


Voorbehouden handelingen

Injecties

Katheterisaties

EndoscopieĂŤn

Verloskundige handelingen

Heelkundige handelingen

Omschrijving in de wet/ parlementaire stukken

Puncties

8

Voorstel Raad BIG voor omschrijving

Handelingen liggende op het gebied van de geneeskunst waarbij de samenhang der lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt. Met weefsel wordt gedoeld op een samenhangend geheel van gelijksoortige cellen waaruit de delen der organismen zijn samengesteld.

Nadere precisering

Geen voorbehouden handeling

Tampons verwijderen uit een van nature niet bestaande holte Venasectie Verwijderen van drains Wondtoilet Verwijderen of verwisselen van een tracheacanule Pace-makerpolen verwijderen uit het lichaam Episiotomie Verwijderen van subclavia-katheter Verwijderen van epiduraal katheter Verwijderen van venasectie-katheter

Verwijderen van hechtingen of agraves. Verwijderen van perifeer infuus. Wondverzorging. Verwijderen van tampons uit een bestaande holte.

Voor verloskundige handelingen wordt verwezen naar de wet uitoefening geneeskunst, artikel 15 en verder.

Het verrichten van vaginaal onderzoek tijdens de zwangerschap, het verrichten van onderzoek bij en het leiden van een al dan niet natuurlijk lopende bevalling, alsmede het treffen van passende maatregelen ter voorkoming van afwijkingen.

Het met behulp van instrumenten binnendringen in lichaamsholten.

Het inbrengen van een optisch instrument in een lichaamsholte, gevuld of ongevuld, met het doel de lichaamsholte te onderzoeken zonder dat daarbij de samenhang der weefsels verstoord hoeft te worden.

Het met behulp van instrumenten binnendringen in lichaamsholten.

Handelingen waarbij met een daartoe geĂŤigend instrument wordt binnengedrongen in een bestaande lichaamsholte, gevuld of ongevuld, om stoffen in te brengen of te verwijderen zonder dat daarbij de samenhang der weefsels verstoord hoeft te worden.

Katheriseren van de blaas. Verwisselen supra-pubis-katheter. Inbrengen van maagkatheter via mond-keelholte of via een maagfistel. Inbrengen van een katheter ten behoeve van intra-tracheaal uitzuigen. Het inbrengen van een infuus. Het tracheaal extuberen van orale of nasale tube. Het inbrengen van een duodenaal katheter. Het toedienen van geneesmiddelen in opgeloste vorm via infuus/toedieningssysteem.

Het toedienen van medicijnen door intraveneus, intramusculair en subcutaan te injecteren.

Handelingen waarbij met een holle naald wordt binnengedrongen in lichaamsweefsel, in een bloedvat of in een infuus/toedieningssysteem met het doel een geneesmiddel toe te dienen, waarbij de naald onmiddellijk na het toedienen van het middel wordt teruggetrokken.

Subcutane injecties. Intramusculaire injecties. Intraveneuze injecties. Intracardiale injecties. Het toedienen van lokale anesthesie per injectie.

Het aanprikken van orgaan of onderdelen van een orgaan met behulp van een naald en met het doel er vocht of weefsel uit te halen.

Figuur 1.5

Het tijdens de zwangerschap en de bevalling verrichten van vaginaal onderzoek met of zonder apparatuur. Het opheffen van liggingsafwijkingen door uitwendige handgrepen. Het leiden van de bevalling en van de geboorte van de placenta. Het verrichten van amniotomie tijdens de bevalling. Het toepassen van kunstbewerkingen tijdens de bevalling. Het afnemen van bloed bij het kind tijdens de bevalling (microbloedonderzoek).

Venapunctie. Arteriepunctie. Sternumpunctie. Hielprik bij neonaten.

Overzicht van handelingen waarover onduidelijkheid bestond

Blaasspoelen bij reeds ingebrachte katheter. Het toedienen van sondevoeding bij een reeds ingebrachte katheter. Uitzuigen van mond en keelholte.

Vingerprik ter bepaling van bloedsuikerwaarde.


1

Nadere precisering

Geen voorbehouden handeling

Gebruik van radioactieve stoffen, dat wil zeggen: van een materie die ioniserende stralen uitzendt of van stoffen en voorwerpen die een zodanige materie bevatten alsook gebruik van toestellen die ioniserende stralen kunnen uitzenden. Het door middel van toediening van een stroomstoot over de borstkas hartritmestoornissen corrigeren die niet op medicamenteuze behandeling reageren.

Elektroconvulsieve therapie

Het door middel van een stroomstoot beëindigen van ventrikelfibrilleren. Het toedienen van een stroomstoot over het hoofd (en dus de hersenen) van depressieve patiënten. Het vergruizen van stenen in holle organen, zoals de gal, het nierbekken en de urineblaas. Via een vonkenboog worden geluidsschokken opgewekt die door de huid heen te behandelen organen bereiken.

Handelingen t.a.v. geslachtscellen en embryo’s, gericht op het anders dan op natuurlijke wijze tot stand brengen van een zwangerschap

Voorstel Raad BIG voor omschrijving

Onder narcose wordt algehele anesthesie verstaan, dat wil zeggen: het door middel van narcotica teweegbrengen van een reversibele en gecontroleerde toestand van bewusteloosheid, pijnloosheid en uitschakeling van lichaamsreflexen.

Steenvergruizing voor geneeskundige doeleinden

Defibrillatie

Electieve cardioversie

Radioactieve stoffen en ioniserende stralen

Het onder narcose brengen

Omschrijving in de wet/ parlementaire stukken

Voorbehouden handelingen

Ieder medisch ingrijpen waarbij handelingen worden verricht met geslachtscellen of embryo’s, gericht op het tot stand brengen van een zwangerschap. Geslachtscellen zijn eicellen en zaadcellen. Embryo’s zijn het resultaat van de samensmelting van eicellen en zaadcellen, waaronder begrepen alle stadia van ontwikkeling vanaf het moment van binnendringen van de zaadcel in de eicel.

Figuur 1.5

Overzicht van handelingen waarover onduidelijkheid bestond (vervolg)

1.5

Bevoegd en bekwaam

Het beroepsmatig verrichten van voorbehouden

handelingen is in eerste instantie alleen toegestaan aan hulpverleners die volgens de Wet BIG bevoegd

zijn verklaard. Voor artsen geldt dat voor alle handelingen. Voor tandartsen en verloskundigen geldt dat

voor een aantal handelingen. Volgens de wet geldt overigens ook dat deze bevoegden de handeling

alleen mogen verrichten als ze in staat zijn de handeling naar behoren uit te voeren. De wet stelt bekwaamheid als eis.

9


10

Voorbehouden handelingen

mogelijkheid van tussenkomst door een zelf-

Voorbeeld

standig bevoegde zijn verzekerd, als dat redelij-

Een psychiater is een arts. Een arts is in eerste

instantie bevoegd om een operatie te verrichten.

kerwijs nodig is.

Omdat een operatie echter niet bij de regelmatig

De verpleegkundige moet ook aan een aantal voor-

hoort, zal hij een operatie niet goed (niet naar be-

uit te mogen voeren.

terugkerende werkzaamheden van een psychiater horen) kunnen uitvoeren. Volgens de Wet BIG mag

waarden voldoen om een voorbehouden handeling 

hij deze handeling dan ook niet verrichten.

De opdracht is door een zelfstandig bevoegde gegeven.



De verpleegkundige vindt zich redelijkerwijs

bekwaam om de handeling goed uit te voeren.

1.6

Uitvoeren voorbehouden handeling

De Wet BIG geeft duidelijk aan wie er zelfstandig

bevoegd is om voorbehouden handelingen te ver-

richten. De wet geeft echter ook ruimte om voorbehouden handelingen in opdracht van een zelfstandig bevoegde door een opdrachtnemer uit te laten voeren. De opdrachtnemers (diegenen die de

opdracht krijgen en uitvoeren) kunnen verschil-

lende soorten hulpverleners zijn. De wet laat in het midden wie de opdrachtnemer is. Het kan een verpleegkundige zijn, maar bijvoorbeeld ook een verzorgende. Een verpleegkundige is niet zelfstandig

bevoegd om voorbehouden handelingen te verrich-

ten, maar mag ze wel uitvoeren als zij daarvoor eerst een opdracht van een zelfstandig bevoegde krijgt. De zelfstandig bevoegde zal voor de verpleegkundige vrijwel altijd een arts zijn. Een zelfstandig

bevoegde mag een dergelijke opdracht alleen geven



De verpleegkundige volgt eventuele aanwijzingen van een zelfstandig bevoegde op.

Als aan deze drie eisen is voldaan, wordt er wel

gesproken over een niet-zelfstandige bevoegdheid

of bevoegdheid onder voorbehoud. In de voorwaarden staat dat een verpleegkundige als ze een voorbehouden handeling wil uitvoeren, ze zich hiertoe bekwaam moet vinden. Aan de manier waarop de

bekwaamheid tot stand is gekomen stelt de Wet BIG geen speciale eisen. Een opleiding is een belangrijk middel om de bekwaamheid te verwerven. Binnen de opleiding tot verpleegkundige worden dan ook

voorbehouden handelingen aangeleerd. In het landelijk opleidingsdocument worden de volgende handelingen genoemd:      

intraveneus injecteren;

subcutaan en intramusculair injecteren; een perifeer infuus inbrengen; een maagsonde inbrengen;

katheteriseren van de blaas bij vrouwen; katheteriseren van de blaas bij mannen;

als aan een aantal voorwaarden is voldaan:





Hij staat in een bepaalde werkverhouding tot



zomaar een opdracht geven.

De bekwaamheid om voorbehouden handelingen te

opdrachtnemer bekwaam is om de handeling

kregen worden. Dit kan bijvoorbeeld door een hande-

de verpleegkundige. Dus niet iedere arts mag 

Hij mag redelijkerwijs aannemen dat de te verrichten.



Hij geeft aanwijzingen als dat redelijkerwijs nodig is.



Het toezicht door de zelfstandig bevoegde en de

venapunctie uitvoeren; hielprik bij neonaten.

verrichten kan echter ook op andere manieren ver-

ling verschillende keren onder toezicht uit te voeren. In de wet wordt ook gesproken over functionele zelf-

standigheid. Deze zelfstandigheid geldt voor de ver-

pleegkundige. Het betekent dat bij bepaalde handelin-


1

Voorbehouden handelingen

gen, de zelfstandig bevoegde niet aan het vereiste van

Wet BIG niet alleen het technisch kunnen uitvoeren

kundige moet zich wel bekwaam achten om de hande-

dat degene die de handeling uitvoert op de hoogte is

toezicht en tussenkomst hoeft te voldoen. De verpleegling uit te voeren. Een opdracht van de arts blijft nodig. Voor de volgende voorbehouden handelingen kan een verpleegkundige functionele zelfstandigheid krijgen (zie ook het opleidingsdocument):    

katheteriseren van de blaas;

inbrengen van een maagsonde;

van een handeling bedoeld. Bekwaam betekent ook van het doel van de handeling en de gevolgen goed kan inschatten. Verder moet ze weten wat ze moet doen bij complicaties tijdens en na het uitvoeren van de handeling. Dit is een wezenlijk onderdeel van het al of niet bekwaam zijn.

inbrengen van een infuus;

subcutaan, intramusculair en intraveneus injecteren;

 

venapunctie;

verrichten van een hielprik bij pasgeborenen.

Een complexe situatie kan het echter noodzakelijk

maken dat de opdrachtgever (arts) en de opdrachtnemer met elkaar moeten overleggen over het uitvoeren van een handeling. De verpleegkundige

maakt dan geen gebruik van haar functionele zelfstandigheid.

Figuur 1.7

De verpleegkundige acht zichzelf bekwaam en dus bevoegd

Het invoeren van de Wet BIG heeft grote gevolgen gehad voor de gezondheidszorginstellingen. Er

moesten zaken geregeld worden om de wet goed te kunnen uitvoeren. Instellingen hebben regelingen

getroffen voor het vastleggen van de bekwaamheid van de medewerkers. Dit wordt onder meer gedaan door de bekwaamheid van een beroepsbeoefenaar (verpleegkundige) schriftelijk vast te leggen. Dit

heet een bekwaamheidsverklaring. Deze bekwaamheidsverklaring schept duidelijkheid, maar is geen wettelijke eis.

Ook stellen veel instellingen procedures op om de Figuur 1.6

1.6.1

Voor de hielprik geldt een functionele zelfstandigheid

Bekwaamheidsverklaring

Voordat een verpleegkundige een voorbehouden

handeling uitvoert, zal ze zich moeten afvragen of

ze wel bekwaam is. Is ze in staat de handeling uit te voeren? Met bekwaam wordt in het kader van de

bekwaamheid actueel te houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de bekwaamheid regelmatig

opnieuw te toetsen en als dat nodig is extra training te geven. Veel voorbehouden handelingen zijn in

protocollen vastgelegd. Deze protocollen waarbor-

gen een goede kwaliteit van zorg. Ze zijn richtinggevend voor het op de juiste manier uitvoeren van voorbehouden handelingen.

11


12

Voorbehouden handelingen

Protocollen

1.7

In steeds meer instellingen wordt gewerkt met protocollen. Een protocol is een afgesproken en erkende wijze van uitvoeren van een bepaalde handeling. Een protocollencommissie ontwikkelt en toetst de protocollen en stelt ze bij als dat nodig is. In het kader van de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Wet BIG is door nauwe samenwerking tussen onder andere artsen en verpleegkundigen beleid tot stand gekomen dat bijvoorbeeld concreet is terug te vinden in protocollen die binnen de zorginstelling worden gebruikt.

Titelbescherming, registratie en herregistratie

Niet iedereen mag zich arts of verpleegkundige

noemen. Deze titels zijn beschermd. De wet onderscheidt registertitels en opleidingstitels.

Verpleegkundige is een registertitel. Dit betekent dat je deze titel alleen mag voeren als je in het

register bent ingeschreven. Je kunt je alleen in dat register laten inschrijven als je voldoet aan oplei-

dingseisen die in de wet staan. Er zijn acht registertitels: arts, tandarts, verloskundige, fysiotherapeut, verpleegkundige, apotheker, psychotherapeut en

1.6.2

Richtlijnen

Omdat de Wet BIG een kaderwet is, is niet alles tot

in detail geregeld. Er is bijvoorbeeld niet exact geregeld hoe een opdracht die een arts geeft voor een

voorbehouden handeling eruit moet zien. Instellingen hebben hier in het algemeen duidelijke regels

voor opgesteld. Het is belangrijk dat je daarvan op

de hoogte bent. Een aantal voorbeelden van regels die instellingen kunnen hanteren, zijn:   

De verpleegkundige verricht geen voorbehouden

De regeling van de voorbehouden handelingen en het tuchtrecht is aan deze titels gekoppeld.

Opleidingstitels zijn ook beschermd. Voorbeelden van opleidingstitels zijn verzorgende individuele

gezondheidszorg en logopedist. Ook voor opleidingstitels geldt dat de titel alleen mag worden gebruikt als de wettelijk erkende opleiding gevolgd is. Hier-

door is er een bepaalde garantie voor de deskundigheid van de hulpverlener.

1.7.1

handelingen uit waarvoor ze bekwaam is.

Voor de acht beroepen heeft de rijksoverheid regis-

handeling alleen uit als de opdracht duidelijk is.

stratie vindt niet automatisch plaats. Beroepsbeoe-

De verpleegkundige voert alleen voorbehouden De verpleegkundige voert de voorbehouden

menten moet bevatten: naam van de zorgvrager; handeling waar het om gaat; aantal keren dat de handeling verricht moet worden; tijdstip van de handeling; naam en paraaf van de opdrachtgever; datum en tijd van de opdracht.

De verpleegkundige voert een onduidelijke

opdracht (bijvoorbeeld veroorzaakt door een moeilijk leesbaar handschrift) niet uit. 

in de wet het deskundigheidsgebied beschreven.

handelingen zonder opdracht van een arts.

Dit betekent dat de opdracht de volgende ele-



gezondheidszorgpsycholoog. Voor elke titel wordt

De verpleegkundige voert een opdracht niet uit als ze denkt dat er een onjuiste opdracht gegeven is.

Registratie

ters ingesteld, zogenaamde BIG-registers. De regi-

fenaren moeten een verzoek tot inschrijving indienen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Dit

verzoek wordt alleen ingewilligd als je voldoet aan de eisen. De belangrijkste eis is dat je de opleiding tot verpleegkundige succesvol afgerond hebt. Op verzoek kunnen beroepsbeoefenaren, maar ook

derden informatie krijgen uit het register. Zo kan

men vragen of een beroepsbeoefenaar met recht de

titel voert en of er misschien beperkende voorwaarden op het gebied van de beroepsuitoefening zijn.

Toelating in het register betekent dan ook erkenning op jouw vakgebied verpleegkunde. Je mag dit dan


1

kenbaar maken aan je omgeving door het voeren

van de beschermde beroepstitel. Voor de zorgvrager betekent dit dat als iemand de titel van verpleegkundige voert, hij ervan mag uitgaan dat hij te

Voorbehouden handelingen

deze scholing te volgen kan de verpleegkundige een Periodiek Registratie certificaat behalen.

maken heeft met een gekwalificeerd verpleegkun-

1.8

ten onrechte voeren van de beroepstitel is strafbaar.

Verpleegkundigen kunnen voor handelingen en

pen regelt de Wet BIG niet alleen de gang van zaken

sprakelijk worden gesteld. Die aansprakelijkheid

dige die opgenomen is in het Beroepsregister. Het

Het BIG-register is openbaar. Voor de registerberoerondom de voorbehouden handelingen, maar ook het tuchtrecht.

1.7.2

Herregistratie

De overheid vindt het belangrijk dat de Verpleeg-

kundigen die werkzaam in de gezondheidszorg voldoende kennis en vaardigheden hebben. Vanaf 1

januari 2009 is deze herregistratie formeel geregeld.

De registratie is in principe voor een periode van vijf

Aansprakelijkheid

nalatigheden die anderen schade berokkenen aankan juridische consequenties hebben. Er zijn drie vormen van aansprakelijkheid: civielrechtelijke,

strafrechtelijke en tuchtrechtelijke aansprakelijk-

heid. Omdat de verpleegkundige met deze drie vormen van aansprakelijkheid te maken kan krijgen, worden de verschillende vormen kort toegelicht.

1.8.1

Civielrechtelijke aansprakelijkheid

jaar geldig. Na die tijd moet er een herregistratie

Bij civiel recht of burgerlijk recht gaat het om de

king te komen moet de verpleegkundige kunnen

lijk recht) of de rechtsverhouding tussen werkgever

plaats vinden. Om voor herregistratie in aanmeraantonen dat haar kennis en vaardigheden zich nog op het minimaal vereiste niveau bevindt. Voor de herregistratie zijn worden de volgende criteria gebruikt: 

Werkervaring als verpleegkundige. Ze moet in

deze periode van vijf jaar minimaal 2080 uren

hebben gewerkt binnen de individuele gezondheidszorg. Dat komt neer op 8 uur per week.

Daarnaast geldt de regel dat de werkzaamheden

in deze vijf jaren maximaal voor een periode van twee aaneengesloten jaren onderbroken mogen worden. Als de werkonderbreking langer dan

twee jaar geduurd heeft, telt de werkervaring die iemand heeft opgedaan vóór die werkonderbreking niet meer mee. 

Scholing. Een verpleegkundige die niet voldoet

aan de 2080-urennorm kan door scholing toch in aanmerking komen voor herregistratie. Deze

scholing richt zich op de competenties waarover een verpleegkundige moet beschikken. Door

rechtsverhouding tussen burgers onderling (burgeren werknemer (arbeidsrecht). Men kan op twee gronden civielrechtelijk aansprakelijk worden

gesteld: op grond van wanprestatie (het niet nakomen van een overeenkomst) of op grond van een onrechtmatige daad.

Aansprakelijkheidstelling op grond van wanpresta-

tie komt maar zelden voor. Bij wanprestatie gaat het om de verhouding tussen werkgever en werknemer (arbeidsrecht). Bij een wanprestatie zal de zorgvrager de zorginstelling aanklagen. De zorginstelling kan op haar beurt de verpleegkundige aanklagen wegens wanprestatie.

Onder een onrechtmatige daad wordt onrechtmatig handelen verstaan. Onrechtmatig handelen is het

handelen in strijd met de zorgvuldigheid die in dit

geval van de verpleegkundige verwacht wordt (civiel recht). Voorbeelden van onrechtmatig handelen zijn nonchalance (pijnklachten niet serieus nemen),

slordigheid (materiaal achterlaten in een wond) of ondeskundigheid (iets doen wat je niet kunt).

13


14

Voorbehouden handelingen

Onrechtmatig handelen komt regelmatig voor.

Het tuchtrecht heeft uiteindelijk tot doel het hand-

maken heeft, zijn de rechter, de patiënt (of familie of

verlening. In tegenstelling tot het civiel recht is het

De partijen waarmee men binnen het civiel recht te wettelijk vertegenwoordiger) en de verpleegkun-

dige. Er is bij veroordeling meestal sprake van een schadevergoeding.

1.8.2

Strafrechtelijke aansprakelijkheid

Bij het strafrecht gaat het om de verhouding tussen overheid (de staat) en burger. Strafrechtelijke aansprakelijkheid kan leiden tot een strafproces. Het moet dan wel gaan om een tekortkoming die als

strafbaar feit vermeld staat in het Wetboek van Strafrecht, bijvoorbeeld ‘dood door schuld’. Strafrechte-

lijke aansprakelijkheid komt minder voor dan civielrechtelijke aansprakelijkheid. Er moet echt sprake

zijn van ernstig verwijtbaar gedrag, in tegenstelling tot civielrechtelijke aansprakelijkheid, die al kan

optreden bij ‘onzorgvuldig handelen’. Binnen het

strafrecht gaat het om genoegdoening van de maatschappij, het herstel van de orde in de samenleving. De partijen waarmee men binnen het strafrecht te maken heeft, zijn de rechter, de officier van justitie

en de verdachte hulpverlener. Er is bij veroordeling meestal sprake van een geldboete of een gevangenisstraf.

1.8.3

Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid

Voor het bevorderen en bewaken van de kwaliteit

haven of verbeteren van de kwaliteit van de zorgtuchtrecht niet gericht op genoegdoening van de klager. De kwaliteit van de zorgverlening wordt

positief beïnvloed door de beroepsgroep van ver-

pleegkundigen te binden aan gedragsregels of normen. Door het verbeteren van de kwaliteit van de zorgverlening in het algemeen wordt het belang van de zorgvrager vooropgesteld.

De rechter kan de verpleegkundige op grond van

haar aansprakelijkheid civielrechtelijk en/of straf-

rechtelijk veroordelen. Dit kan leiden tot een schadevergoeding, een boete, of in zeer uitzonderlijke

gevallen een gevangenisstraf. Maatregelen die via

het tuchtrecht worden uitgesproken, kunnen variëren. De lichtste vorm is een waarschuwing. De

zwaarste vorm is verwijdering uit het BIG-register.

Dit alles betekent dus dat een verpleegkundige aan-

sprakelijk kan worden gesteld voor foutief handelen of een of meer nalatigheden op grond van haar verantwoordelijkheid. Strafmaatregelen kunnen vol-

gen. Een zware straf via het tuchtrecht, zoals verwijdering uit het BIG-register, betekent dat de betref-

fende verpleegkundige zich geen verpleegkundige

meer mag noemen. Zij mag de registertitel van verpleegkundige niet meer voeren en de bijbehorende rechten, zoals het verrichten van voorbehouden handelingen, komen te vervallen. In de praktijk

betekent dit dat je niet meer als verpleegkundige

kunt werken. Dit kan dus ontslag tot gevolg hebben. Er bestaan twee tuchtcolleges: 

van de beroepsuitoefening is er, sinds de Wet BIG de

twee juristen (waarvan er een als rechter

tuchtrechtspraak in het leven geroepen. Alle

beroepsbeoefenaren die onder de Wet BIG vallen

onder dit tuchtrecht. Als zorgverlening tekortschiet, kunnen de beroepsbeoefenaren en dus ook de ver-

pleegkundige voor het tuchtrecht gedaagd worden. De partijen waarmee men binnen het tuchtrecht te maken heeft, zijn het tuchtcollege, de klager en de aangeklaagde hulpverlener.

het regionale tuchtcollege. Dit college bestaat uit optreedt) en drie verpleegkundigen.



het centraal tuchtcollege. Hierin hebben drie

juristen en twee leden van de eigen beroeps-

groep zitting. Bij het centraal tuchtcollege kan

een verpleegkundige in beroep gaan tegen een uitspraak van het regionale tuchtcollege.


1

Ik word aangeklaagd



U bent een individuele beroepsbeoefenaar die genoemd



schorsing van de inschrijving in het register voor ten hoogste een jaar;

gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid het desbetreffende beroep uit te oefenen;

wordt in artikel 3 van de Wet BIG. Patiënten die niet tevreden zijn over uw handelen kunnen terecht bij een

Voorbehouden handelingen



doorhaling van de inschrijving in het register.

Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. Daar kunnen zij hun klacht officieel indienen. Dit gebeurt in gevallen waar het niet lukt om de zaak op te lossen in een persoonlijk gesprek. Het tuchtcollege bekijkt of u als beroepsbeoefenaar een fout heeft gemaakt.

1.9

Studenten en voorbehouden handelingen

Als student verpleegkunde ben je bezig met je Bron: www.tuchtcollege-gezondheidszorg.nl/ ikwordaangeklaagd

beroepsvorming en ontwikkeling. Dit doe je binnen de kaders van de opleiding die je volgt. Daar liggen

eisen en afspraken tussen de zorginstellingen en de

1.8.4

Wat als het fout gaat?

De Wet BIG heeft twee tuchtnormen die bij overtreding kunnen leiden tot een tuchtrechtelijke procedure: 

het tekortschieten in zorgvuldigheid tegenover de zorgvrager of zijn naaste betrekkingen;



enig ander handelen of nalaten in strijd met het

belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg.

Een klacht voor het tuchtrecht kan ingediend worden door:  

de zorgvrager of zijn naaste;

een arts die de verpleegkundige een opdracht heeft gegeven;

 

de werkgever van de verpleegkundige;

de inspecteur van de gezondheidszorg.

Als de tuchtcommissie de klacht gegrond verklaart,

dus als een of beide tuchtnormen zijn overschreden, dan kan zij een van de volgende maatregelen opleggen:   

een waarschuwing; een berisping;

een geldboete;

opleiding(en) aan ten grondslag die moeten passen

binnen wettelijke kaders. Het is van belang dat je die afspraken kent over wat je wel en niet mag doen. Je

moet je op de hoogte stellen of dat wat je mag doen al dan niet onder begeleiding moet gebeuren. Verder

geldt dat je als student verpleegkunde voor het zelf-

standig beroepsmatig uitvoeren van alle handelingen goed voorbereid moet zijn. Ook in die situaties geldt ‘niet bekwaam is niet bevoegd’. Je bent dus ook als

student verantwoordelijk voor jouw eigen handelen. Dit betekent bijvoorbeeld dat, wanneer er aan je

gevraagd wordt om een zorgvrager medicijnen te

geven en je bent op dat gebied in theorie en praktijk

(nog) niet geschoold, je de opdracht niet mag uitvoeren. Voer je de handeling wel uit en er ontstaat schade bij de zorgvrager, dan ben je aansprakelijk en kan een klacht ingediend worden door de zorgvrager of een van zijn naasten. De klacht kan worden inge-

diend bij de klachtencommissie van de instelling of bij de strafrechter.

Als student verpleegkunde val je onder artikel 38

van de Wet BIG. Je bent niet functioneel zelfstandig bevoegd en je hebt geen titelbescherming. Je bent

ook niet opgenomen in het Beroepsregister. Studenten verpleegkunde vallen dus ook niet onder het

tuchtrecht. Het tuchtrecht geldt immers alleen voor die beroepsgroepen die in het genoemde register

zijn opgenomen, waaronder de verpleegkundigen.

15


16

Voorbehouden handelingen

1.10

Mantelzorgers en voorbehouden handelingen

De Wet Big richt zich op beroepsmatig handelen van werkenden in de gezondheidszorg. Dit betekent dat vrienden en familie in die hoedanigheid niet onder

de Wet BIG vallen. Zij mogen in het kader van man-

telzorg bepaalde handelingen uitvoeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geven van injecties of het inbrengen van een blaaskatheter. Dat wil echter

niet zeggen dat iedereen zomaar zijn gang kan gaan. Zorgvuldigheid is geboden, want volgens het Nederlandse strafrecht is het toebrengen van ernstige schade aan personen strafbaar.

1.11

Noodsituaties

Van iedereen wordt verwacht dat hij in geval van

nood ‘naar beste weten en kunnen’ hulp verleent. Onder noodsituaties worden situaties verstaan

waarin geneeskundige hulp dringend noodzakelijk

is en waarbij die hulp niet door een bevoegde gege-

ven kan worden, omdat die niet aanwezig is. In zo’n situatie moet iedereen alle hulp geven waartoe hij

in staat is. De Wet BIG is namelijk alleen van toepassing op het handelen van beroepsbeoefenaars ‘buiten noodzaak’, dus als er geen sprake is van een noodsituatie.

Voorbeeld Een kind van drie jaar krijgt een stukje speelgoed in de luchtpijp. Het kindje kan geen adem meer halen en krijgt door het tekort aan zuurstof een blauwe kleur. Kloppen op de rug, pogingen het speelgoed

met de vingers te verwijderen en dergelijke hebben geen resultaat. Het kind dreigt te stikken. Het toe-

val wil dat er een verpleegkundige aanwezig is die

in een algemeen ziekenhuis op de operatieafdeling werkt. Zij heeft vaak gezien hoe een kunstmatige ademhalingsweg gemaakt wordt in de keelholte

door er een opening in te maken. De verpleegkun-

dige besluit, op het moment dat het kind bewusteloos is en een dieppaarse kleur heeft, met een mes een dergelijke opening te maken, waardoor het leven van het kind gered wordt.


44

Medicijnen 1

5 3 1

Verwerkingsopdrachten Medicijnen

Mevrouw Sjerps is 8 weken zwanger en heeft verschrikkelijke hoofdpijn. Ze heeft vóór haar zwangerschap altijd ibuprofen (Brufen®) voor de hoofdpijn gebruikt en dat werkte altijd goed. Mag ze dit nu ze zwanger is ook gebruiken? Wat is de term voor het gebruik van de ibuprofen vóór de zwangerschap en wat is de term nu?

2

Kijk eens kritisch naar het recept in de afbeelding. Wat moet er nog aan toegevoegd worden om er een correct recept van te maken?

Dr. de Rooij Van Oudheusenstraat 20 1111 AB Hilversum Recept:

4x daags 2 Paracetamol Mw Pannika-Huken

Figuur 5.1

Een recept

3

Probeer een medicijn te vinden dat op drie verschillende wijzen kan worden toegediend. Zit er verschil in

4

Sint Janskruid is een kruidenmiddel tegen depressieve klachten. Zoek op met welke medicijnen Sint Jans-

5

Volgens de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst moet de arts de patiënt informeren als hij

werking van het medicijn gekoppeld aan de toedieningsvorm?

kruid een interactie heeft en wat die interactie veroorzaakt.

een placebo voorschrijft. Wat vind jij hiervan? Motiveer je antwoord.

6 Waarom staat er ZOC achter de naam Selokeen ZOC? Wat betekent ZOC voor een verpleegkundige?


5

Verwerkingsopdrachten

7

a

8

Zoek op het internet voor Amoxicilline, Isosorbidedinitraat 5 en Ethinylestradiol / Levonorgestrel.

b

Welke richtlijnen zijn er ten aanzien van het bewaren van medicijnen? Wat is er bijzonder aan (het bewaren van) opiaten?

a

welke namen hebben ze (handelsnaam en soort)?

c

in welke vorm ze bestaan en hoe de vormen in genomen moeten worden, en geef aan op welke site je

b

welke werking hebben ze (causaal, profylactisch…)? de informatie gevonden hebt?

9 Noem vijf medicijnengroepen die vrij in de drogist te koop zijn en geef van elk een voorbeeld. 10 Sommige zorgvragers bewaren tabletten die ze ‘over’ hebben. Een zorgvrager heeft jarenlang furosemide

gebruikt. Na zijn hartoperatie heeft hij deze niet meer nodig. Hij vraagt jou wat hij ermee moet doen. Vind je het verstandig dat deze zorgvrager toch enkele tabletten furosemide op voorraad te heeft zodat hij ze ‘zo nodig’ kan nemen? Licht je antwoord toe.

4

Toedienen van medicijnen

2

Wat is precies het doel van inhalatietherapie?

3

Shareena heeft dokter De Rooij gebeld omdat het niet goed gaat met mevrouw Swarts. Mevrouw Swarts

1

Op welke manieren kan het medicijn salbutamol (Ventolin®) geïnhaleerd worden?

heeft het benauwd, heeft erg dikke enkels en haar controles wijzen erop dat ze veel vocht vasthoudt. Dokter De Rooij heeft het druk op de polikliniek en kan niet komen. Zij zegt over de telefoon: ‘Geef haar maar 80

mg furosemide (Lasix®) per os en houd even in de gaten hoe ze daarop plast en of de klachten verminderen.’ a

Mag Shareena deze opdracht zo aannemen?

c

Vraag in jouw BPV-instelling hoe ze daar met zo’n situatie omgaan.

b

4

Wat moet ze doen?

Meneer Franssen woont in een verpleeghuis en wordt vandaag verzorgd door Nicolien. Meneer Franssen krijgt voor de pijn van de reuma al heel lang vier keer per dag Naproxen. Hij klaagt de laatste dagen over pijn in zijn maag en dat zijn ontlasting zwart is en er heel raar uitziet. Wat zou er aan de hand kunnen zijn? Wat zou Nicolien nu kunnen doen?

5

Leg uit wat het verschil is tussen gewenning aan een medicijn en verslaving aan een medicijn.

6 Meneer Smeets woont in een verzorgingshuis. Hij heeft reuma en kan niet goed horen. Hij moet van de dokter in ieder oor twee oordruppels krijgen, zodat over een paar dagen zijn oren uitgespoten kunnen

worden. Ashley is leerling-verpleegkundige en is deze vaardigheid aan het leren. Haar begeleidster vraagt waar ze allemaal op moet letten en hoe ze de vaardigheid moet verrichten. Wat zou haar antwoord moeten zijn?

45


46

Medicijnen 1

7

Ashley merkt tot haar grote schrik dat ze niet de juiste oordruppels aan meneer Smeets heeft gegeven.

In plaats van oordruppels heeft ze oogdruppels (kunsttranen) in het oor van meneer Smeets gedruppeld. Wat moet ze nu doen?

8

Meneer De Groot heeft een oorontsteking en is twee dagen geleden gestart met een kuur antibiotica voor zeven dagen. Als Sien hem helpt met wassen en aankleden, ziet ze overal op zijn lichaam rode pukkeltjes die er drie dagen geleden niet waren. Sien denkt dat dit een overgevoeligheidsreactie voor de antibiotica is. Meneer de Groot wil de medicijnen niet meer innemen. Kan dat zomaar en wat kan Sien nu doen?

9 Meneer Sanders gebruikt Sintrommitis速. Hij heeft nu al voor de tweede keer vandaag een forse bloed-

neus. Hij vertelt je dat hij gisteren niet zeker wist of hij zijn pilletjes had ingenomen en heeft ze voor de

zekerheid alsnog ingenomen. Bij controle van de INR (stollingswaarde van het bloed) blijkt dat hij te veel

Sintrommitis速 ingenomen heeft. Welke medicijnen zal mijnheer Sanders voorgeschreven krijgen om het teveel ongedaan te maken?


3

Medicijnen 2

Anice krijgt het helemaal benauwd als ze aan het berekenen van medicijnen denkt. Ze is zich erg bewust van haar verantwoordelijkheid. Vaak is haar al gezegd dat er mensen dood kunnen gaan, als ze fouten maakt. Haar collega’s hebben begrip voor haar. Iedere keer als ze weer met een som komt om te laten controleren, helpen ze haar weer even vriendelijk. Vooral Mariska moedigt haar aan om veel te oefenen. Ze had het zelf ook moeilijk gevonden zei ze, maar kan nu alle sommen zo gemakkelijk maken! Anice pakt haar rekenmachine maar weer en gaat weer aan de slag. Als ze deze berekeningen goed gemaakt heeft, mag ze straks samen met Mariska de medicijnen van meneer Van Schip klaarmaken en zijn packed cells aan het infuus hangen. Dat durfde ze een paar weken geleden nog niet aan, maar nu wel.


48

Medicijnen 2

6

Vloeistoffen toedienen via een infuus

6.1

Inleiding

Het is voor de meeste mensen vanzelfsprekend dat

6.3

Redenen voor het inbrengen van een infuus

het lichaam aan voldoende vocht komt door te drin-

Er zijn verschillende redenen waarom zorgvragers

opgenomen in de bloedbaan. Door verschillende



ken. Via het spijsverteringskanaal wordt het vocht oorzaken kan het zijn dat vocht niet goed wordt

een infuus nodig kunnen hebben: 

het aanvullen van vocht;

het toedienen van medicijnen (meer informatie

hierover komt terug in het hoofdstuk over paren-

opgenomen of dat er zoveel vochtverlies is dat het

teraal toedienen van medicijnen);

lichaam daardoor in de problemen dreigt te komen. Om deze gevaarlijke situatie te behandelen wordt



leer je wat een infusie en een infuus is. We behande-



het toedienen van bloed of specifieke bloedcomponenten;

gebruikgemaakt van een infuus. In dit hoofdstuk

het herstellen van de zuur-baseverhouding; het toedienen van parenterale voeding.

len de redenen waarom het nodig is om een infusie



schillende soorten infusievloeistoffen die er zijn en

6.3.1

te geven, de wijze waarop dat kan gebeuren, de verhoe je een infuus inbrengt.

6.2

Wat is een infuus?

Een perifeer infuus is een systeem waarmee met

behulp van een naald een korte katheter in een perifere vene (ader) wordt ingebracht. Op de katheter

kunnen verschillende systemen aangesloten wor-

den. Hiermee wordt gezorgd dat er toegang is tot het veneuze vaatstelsel van de zorgvrager. Omdat het

toedienen van het vocht helemaal buiten het maagdarmkanaal omgaat, wordt deze toedieningsvorm parenteraal genoemd.

Aanvulling van vocht

Een zorgvrager kan veel vocht verliezen door bij-

voorbeeld hevig braken, diarree of door een verwonding. Ook kan het voorkomen dat een zorgvrager

niet in staat is voldoende te drinken. Hierbij kun je

bijvoorbeeld denken aan slikproblemen ten gevolge van een CVA, maar ook aan een zorgvrager die in

coma ligt. Als dit tekort niet via sondevoeding aangevuld kan worden is de aanvulling van vocht

(vochtsuppletie) door middel van een infuus noodzakelijk. Denk in dat geval aan de toediening van twee tot drie liter vocht per 24 uur.

Als het alleen om het aanvullen van vocht gaat,

wordt gebruikgemaakt van natrium 0,9 % en/of

glucose 5 %. Dit soort vloeistoffen hebben dezelfde


286

Begrippen

Begrippen A

absorptievermogen

Vermogen om vocht op te nemen.

aërosol

Klein vast of vloeibaar deeltje dat door de atmosfeer zweeft.

acidose

alkalose ambulante

compressietherapie

anamnese

antibioticum aspiratie B

beenzak

bekwaamheidsverklaring

blaas

blaaskatheter blaasspoeling met

gesloten systeem

blaasspoelsysteem bloedkweek buikabces C

Verlaging van de zuurgraad van het bloed (het bloed is relatief te zuur). Verhoging van de zuurgraad van het bloed (het bloed is relatief te basisch/alkalisch).

Methode waarbij met behulp van een zwachteltechniek wordt getracht de terugvloed van aderlijk bloed te bevorderen en tegelijkertijd de slagaderlijke doorbloeding in stand te houden.

Vraaggesprek waarin gegevens van de zorgvrager die van belang zijn voor zorg en behandeling worden opgevraagd bij de zorgvrager en/of diens naasten.

Medicatie met een groeiremmende of dodende werking op ziekmakende microorganismen.

Voeding of vloeistof die met de inademing in de luchtwegen terechtkomt.

Opvangzak voor urine die aan het been van de zorgvrager hangt.

Verklaring die in het kader van Wet BIG wordt afgegeven door een gezondheidsin-

stelling, om aan te geven dat een verzorgende op een verantwoorde wijze een voorbehouden handeling kan verrichten.

Ruimte waar de urine uit de urineleiders terechtkomt.

Buisje (star of flexibel) waarmee een verbinding tussen urineblaas en buitenwereld tot stand wordt gebracht. Door dit buisje wordt de urine afgevoerd.

Spoelsysteem dat aangesloten is op de katheter en waarbij tegelijkertijd de ‘schone’ spoelvloeistof inloopt en de ‘vuile’ vloeistof uitloopt. Voor dit systeem is altijd een driewegkatheter nodig.

Systeem om de blaas te spoelen, bijvoorbeeld om de katheter open te houden of om medicamenten hun werk in de blaas te laten doen.

Microbiologische kweek van bloed, om micro-organismen aan te tonen die zich in de bloedbaan bevinden.

Met pus gevulde holte in de buik.

centraal veneus

Infuus dat in een groot bloedvat zit en waardoor veel vocht of prikkelende stoffen-

centrale lichaams-

Temperatuur van de kern (de romp) van het lichaam.

infuus

temperatuur

intraveneus gegeven kan worden. Bijvoorbeeld in de vena subclavia of vena jugularis.

charrière

Maat waarmee de dikte van een sonde wordt uitgedrukt.

circulatiestilstand

Situatie waarbij het hart geen bloed meer rondpompt en er dus geen zuurstofuit-

chirurgische wond

Wond ontstaan door een operatieve ingreep. wisseling meer is.


Begrippen

classificatiemodel

Vorm van rangschikken of ordenen.

colostoma

Kunstmatig aangelegde open verbinding van het colon (dikke darm) door de buik-

colon

continente

urostoma

contrastvloeistof corticosteroĂŻden cytostaticum

D

darmspoeling decubitus

derdegraads

bevriezing

derdegraads verbranding

diureticum drain

drukmanchet drukverband dubbelloopsstoma dyspneu dyspnoe E

Latijn voor karteldarm.

wand naar buiten voor de afvoer van ontlasting.

Urinestoma waarbij er een reservoir is gemaakt (van darm) in de buik. Dit reservoir kan op gecontroleerde wijze door middel van katheterisatie geleegd worden.

Speciale vloeistof die wordt toegediend om op een rĂśntgenfoto delen van het lichaam goed in beeld te krijgen.

Chemische variant van het lichaamseigen bijnierschorshormoon.

Medicijn dat tot doel heeft om de ongecontroleerde groei van kwaadaardige cellen tot stilstand te brengen.

Spoeling met als doel de totale reiniging van de darmen.

Huidbeschadiging vanwege belemmerde doorbloeding door druk en schuifkrachten van buitenaf.

Gradatie van bevriezing, waarbij de huid spierwit is en waarbij geen pijn meer wordt ervaren.

Gradatie van verbranding, waarbij de huid nog intact, maar droog, rood of wit, pijnlijk of zeer pijnlijk en soms gezwollen is. Plasmiddel.

Kunststofbuis(je) dat tot doel heeft bloed en weefselvocht uit het wondgebied af te voeren.

Hulpmiddel waarmee de inhoud van een infuuszak snel in het lichaam kan worden ingebracht.

Soort verband dat wordt gebruikt om zwellingen ten gevolge van onderhuidse bloedingen te voorkomen.

Tijdelijk ontlastingstoma met twee openingen in de buikwand. Zie: dyspnoe.

Bemoeilijkte ademhaling, kortademigheid.

eerstegraads

Gradatie van bevriezing, waarbij roodheid optreedt en later een bleekgrijze huidver-

eerstegraads ver-

Gradatie van verbranding, waarbij de huid nog intact is, maar droog, rood, pijnlijk

bevriezing branding

elektrolytenhuishouding

endoscopie

enkelloopsstoma enterale toediening

kleuring, die gepaard gaat met stekende pijn. en soms gezwollen is.

Verhoudingen tussen de elektrolyten, zoals zuren, basen en zouten in het bloed. Onderzoek waarbij een inwendig orgaan van binnen bekeken wordt.

Ontlastingstoma met een opening in de buikwand. Dit type stoma kan eindstandig zijn (niet tijdelijk) of niet eindstandig (tijdelijk).

Toediening van medicijnen via het maagdarmkanaal.

287


288

Begrippen

enzym

Stof die een scheikundig proces in het lichaam veroorzaakt, waardoor spijsvertering

ergotherapie

Therapie die mensen ondersteunt in de alledaagse bezigheden op het gebied van

erytrocyt

extremiteit F

en stofwisseling mogelijk worden.

zelfredzaamheid, arbeid en vrijetijdsbesteding. Rode bloedcel.

Onderdeel van het lichaam dat uitsteekt ten opzichte van de rest.

fixatiemateriaal

Verbandmiddelen waarmee wondverband kan worden vastgezet (zwachtels, pleis-

flebitis

Ontsteking van een ader.

functieverlies fysiotherapie

G

gammacamera

H

ters, netverband).

Beperking van de gebruiksmogelijkheid van bijvoorbeeld ledematen als gevolg van littekenweefsel.

Paramedische discipline die zich bezighoudt met het bewegingsapparaat van de mens.

Detectieapparaat dat gebruikt wordt in de nucleaire geneeskunde om radioactieve straling waar te nemen.

halfwaardetijd

Tijd waarin de aanwezigheid van een stof in het lichaam tot de helft van de oor-

hechtingverwij-

Bij elkaar gebracht materiaal om hechtingen te verwijderen.

derset

spronkelijke waarde afneemt.

heelkundige hande-

Handeling waarbij de samenhang van de lichaamsweefsels wordt verstoord en zich

hoogopgaand

Darmreiniging door het inbrengen van vloeistof die via een rectumcanule wordt

ling

klysma

huidirritatie

huidtransplantatie

hypoxie I

niet direct herstelt. ingebracht.

Lichte, onschadelijke aandoening aan de huid.

Bedekken van een verbrand lichaamsdeel met gezonde huid (van de zorgvrager zelf of van een ander persoon) met als doel nieuw huidweefsel te vormen op de verbrande plek.

Zuurstoftekort in de weefsels.

ileostoma

Kunstmatig aangelegde open verbinding van de dunne darm door de buikwand

immuniteit

Ongevoeligheid voor bijvoorbeeld een antibioticum.

infarct

infuuspomp

naar buiten voor de afvoer van ontlasting.

Afsterven van weefsel door zuurstofgebrek.

Elektronische pomp die zorgt voor gecontroleerde toediening van infuusvloeistoffen.


Begrippen

injecteren

instillagel

insulinepen intramusculair intraveneus K

koorts

koortsstuip koudestadium

L

Toedienen van vloeibare medicatie in de huid (intracutaan), het onderhuidse

bindweefsel (subcutaan), spierweefsel (intramusculair) of direct in de bloedbaan (intraveneus) door middel van een spuit met holle naald.

Glijmiddel dat gebruikt wordt bij het inbrengen van een blaaskatheter.

Injectiespuit die veel lijkt op een vulpen en bestaat uit een houder met in plaats van een inktpatroon een insulineampul. In (de) spier.

Rechtstreeks in de bloedbaan.

Lichaamstemperatuur van 38 graden Celsius of hoger.

Lichamelijke reactie op een sterke stijging van de lichaamstemperatuur waarbij verschijnselen kunnen optreden die lijken op een epileptische aanval.

Eerste fase in de kouderilling, waarbij de zorgvrager rilt van de kou en er een temperatuurstijging plaatsvindt.

laryngectomie

Operatie waarbij het strottehoofd wordt verwijderd.

logopedie

Vakgebied voor de behandeling van problemen in de mondelinge, schriftelijke of

laxeermiddel

luchtembolie

Medicijn ter bevordering van de ontlasting. non-verbale communicatie.

Aanwezigheid van luchtbellen in de bloedvaten of het hart, als gevolg van een operatie, verwonding of luchtlekkage in een toedieningsysteem van bijvoorbeeld een centraal veneuze katheter.

M

mechanisch geweld micro-organisme

N

Geweld door toedoen van een hard voorwerp, stomp of scherp, van buitenaf.

Verzamelnaam voor de kleinste organismen, zoals bacteriĂŤn, virussen, schimmels, sporen, enzovoort.

neusdunne-

Voedingssonde die via de neus, slokdarm en maag in de dunne darm wordt gelegd.

neusmaagsonde

Voedingssonde die via de neus en slokdarm in de maag wordt gelegd.

darmsonde

nucleaire geneeskunde

O

Onderdeel van de geneeskunde waarin onderzoek wordt verricht met behulp van licht radioactieve stoffen, vooral naar de werking van organen van patiĂŤnten.

oedeemvorming

Toename van de hoeveelheid vocht rondom de lichaamscellen, waardoor zwelling

oncologische wond

Weefselbeschadiging als gevolg van een kwaadaardig proces.

onderkoeling

van weefsels en organen optreedt.

Lichaamstemperatuur onder de 35 graden Celsius.

289


290

Begrippen

ondertemperatuur ORS

Temperatuur die lager is dan 36 graden Celsius.

Oral Rehydration Salts; zoutoplossing die na inname via de mond ervoor zorgt dat het lichaam na overmatig vochtverlies (dehydratie) meer water vasthoudt (rehydratie).

P

parenterale

Toediening van medicijnen via een andere weg dan het maagdarmkanaal.

PEG-sonde

Percutane Endoscopische Gastrostomie-sonde; sonde die chirurgisch via de buik-

PEJ-sonde

Percutane Endoscopische Jejunostomie-sonde; sonde die chirurgisch via de buik-

toediening

perfusor perifeer infuus

plasma

plastische chirurgie pneumothorax

R

wand in de maag is gelegd.

wand en de maag tot in de dunne darm is geschoven.

Hulpmiddel waarmee op gecontroleerde wijze relatief kleine hoeveelheden infuusvloeistof via een spuit in het lichaam worden ingebracht.

Systeem dat ingebracht wordt in een oppervlakkige vene in de periferie van het lichaam, meestal in de onderarm, waarmee vocht direct in de bloedbaan wordt gebracht.

Vochtgedeelte van het bloed met daarin diverse opgeloste stoffen en eiwitten. Chirurgie, gericht op de uitwendige vorm van de mens.

Klaplong. Hierbij is er lucht in de borstholte, de ruimte tussen het long- en borstvlies. Daardoor valt de long samen.

rectaal toucher

Met de vingers onderzoeken van de endeldarm, als onderdeel van een lichamelijk

regel van negen

Het in percentages verbrand oppervlak verdelen van het menselijk lichaam om de

resistentie resorptie RIVM

S

onderzoek.

ernst van de verwondingen vast te stellen.

Situatie waarin micro-organismen weerstand hebben opgebouwd tegen medicatie (meestal antibiotica). Opname van vocht.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het instituut verricht onderzoek, adviseert en ondersteunt de overheid.

shunt

Chirurgisch aangebrachte verbinding tussen een arterie (slagader) en een vene

sondevoeding

Vloeistof die gedurende korte of langere tijd de normale voeding vervangt of

stollingsfactor stoma

stomaplug

(ader) meestal ten behoeve van hemodialyse. aanvult.

Een van de factoren die het stollen van het bloed mogelijk maken.

Onnatuurlijke, al dan niet kunstmatige opening die een lichaamsholte met de buitenwereld verbindt.

Plug die een stoma afsluit voor ontlasting, waarbij de gassen wel worden afgevoerd.


Begrippen

subcutaan

suppositorium

Onderhuids.

Zetpil, bestaande uit een vetmassa waarin het geneesmiddel is verwerkt. Het vet

smelt bij lichaamstemperatuur, het geneesmiddel komt dan vrij en kan plaatselijk zijn werk uitoefenen.

T

tachycardie

Snelle hartactie.

temperatuur-

Regeling van de lichaamstemperatuur door externe en interne maatregelen.

T-drain

regulatie

thorax

Tiemann-katheter tracheacanule tracheostoma tracheotomie

transpiratiestadium tromboflebitis trombus

tweedegraads

bevriezing

tweedegraads

verbranding

U

uitsluipen

urinestoma V

vacu端mpomp

vaginaal toucher venapunctie

veneuze circulatie verblijfskatheter voedingspomp

voedingssonde

Speciaal type drain dat wordt gebruikt bij de opening van de galwegen.

Borstkas, met daarin de ribben, wervelkolom en het borstbeen. In de borstholte

bevinden zich het hart, de longen, de luchtpijp, deel van de slokdarm en de grote bloedvaten.

Blaaskatheter met een iets gebogen tip (gebruikt bij vernauwing van de urinebuis).

Buisje dat in de tracheotomieopening geplaatst wordt om de luchtweg open te houden.

Kunstmatig einde van de luchtpijp door middel van een stoma in de hals.

Situatie waarbij een incisie gemaakt wordt in de luchtpijp om daardoor ademhaling of kunstmatige beademing mogelijk te maken.

Derde stadium van een koude rilling; fase van sterk transpireren, waardoor de lichaamstemperatuur daalt.

Ontsteking in de vaatwand waarbij zich een bloedstolsel heeft gevormd. Bloedstolsel in het vaatstelsel.

Gradatie van bevriezing, waarbij er blaarvorming is, die gepaard gaat met stekende pijn.

Gradatie van verbranding, waarbij de huid, afhankelijk van de verbrandingsdiepte nat, rood of wit, pijnlijk of zeer pijnlijk, licht beschadigd of kapot is.

Langzaam verminderen van de toe te dienen hoeveelheid medicatie.

Onnatuurlijke urineleider / buitennatuurlijke urinebuis / kunstmatige uitgang van de urinewegen.

Pomp die door haar werking onderdruk realiseert.

Met de vingers onderzoeken van de vagina, als onderdeel van een lichamelijk onderzoek.

Aanprikken van een vene voor bloedonderzoek of medicatietoediening. Aderlijke bloedsomloop.

Katheter die voor een langere tijd in de blaas wordt ingebracht.

Elektrische pomp die gereguleerd sondevoeding in de sonde pompt.

Dunne canule die in het maagdarmstelsel ligt, waarmee sondevoeding wordt toegediend.

291


292

Begrippen

voorbehouden handeling

W

Handeling die voor de zorgvrager een verhoogd risico met zich meebrengt als deze wordt uitgevoerd door een ondeskundige.

warmtestadium

Stijging van de lichaamstemperatuur tot maximaal 40 graden Celsius, met ver-

Wet BIG

Wet Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg; schept voorwaarden voor

schijnselen als bleekheid en transpireren.

het bevorderen en bewaken van de kwaliteit van de beroepsuitoefening in de indi-

viduele gezondheidszorg, en beschermt de patiĂŤnt (zorgvrager) tegen ondeskundig wondmilieu

wondregistratie Z

en onzorgvuldig hand

Omgeving van de wond.

Schriftelijke vastlegging van gegevens betreffende de wond.

zuurstofsaturatie

Percentage hemoglobine (Hb) dat volledig is verzadigd met zuurstof; bij gezonde

zwachtelen

Aanbrengen van een zwachtel met als doel te fixeren, immobiliseren, de bloedcircu-

zwachteltechniek

mensen tussen de 95% en 100%.

latie te bevorderen of druk uit te oefenen.

Methode van zwachtelen die afhankelijk van het doel gebruikt kan worden.


Register

Register 45 º techniek

66

absorberend verband

111

achtoerenprincipe 50

111

138

actieve drainage 133 Addison crise

41

droom (AGS)

aërosole

alginaat alkalose

zak

biobag blaas

224

140 28

28

29

anticonceptiemiddel

30

antidepressivum antidiabeticum anti-epileptica

33

165

ten systeem

33

antistollingsmiddel

arteriosclerose 105 260

32

31

bloeddrukverlagend 31

80

251

bloedplasma 84

29

anxiolyticum 33

174

blaasspoelsysteem 168,

bloedkweek

bronchiaaltoilet 223 29

broncho-alveollaire lavage

255

bronchoscopie 260, 262 bruistablet buikabces

corticosteroïden

60

centraal veneuze katheter (CVC)

75

centrale drain 238

centrale lijn charrière

75

169, 187

23

135

de spraak

circulair

107

circulatiestilstand cito-onderzoek civiel recht

13

251

210

259

30

130

264

CT-scan cuff

21

25

crista

218

259

cumulatie

42

cytologie

246

cutaan

37

cytostaticum

221

139

crème

cytostatica

check en re-check 35 chirurgische wond

blaasspoeling met geslo-

medicijn

centraal veneus infuus

163

contrastvloeistof

chirurgisch herstel van

166

bloedgroep

29

antipsychoticum

arthroscopie

120

medicijn

117

stoma

24

chemokuur 84

bloeddrukverhogend

anticoagulantium

capsule

continente uro-

13

ratuur 202

72

bloedarmoede

111

113

burgerlijk recht

centrale lichaamstempe-

14

173

244

antibioticum

203

blaaskatheter

ambulante compressie-

antibacterieel

11

biopt 246

50

anamnese

173

bijspuitpunt 71

84

therapie

161

bijspuiten in een infuus-

111

analgeticum

corticosteroïde

barrièrecrèmes

bijsluiter 22

allergie 31, 116 alveoli

cave

auto-immuunziekte 30

BIG-register

30

albumine

contra-indicatie

bevriezing

85

128

capillairvaten 224

ring

aërosolinhalator 40 agrafe

195

auscultatie 244

bekwaamheidsverkla-

252

30

aërosolen

aspiratie

beenzakken

adrenogenitaal synaërosol

buisverband

barrièrespray 125

253

administratie

60, 114, 130,

132

absorptievermogen acidose

aseptisch

30, 84 104

darmspoelen 156 darmspoeling darmstelsel

debriderend debris

108

decubitus

175

150

112

123

de monomere voeding

184

zing

204

ding

208

classificatiemodel 115

derdegraads bevrie-

colon ascendens 150

derdegraads verbran-

colonscopie

diabetes mellitus 248

colitis ulcerosa 151

colon descendens 150 261

colon sigmoïdeum

150

colon transversum 150 colostoma

151

complexe wond 107 compressietherapie computertomografie

259

concentratie

87

136

congenitale hypothyreoidie (CHT) 252

diffusie

224

dikkedarmstoma 151 diureticum dopamine

dragee 24 drain

drank

30, 62

33

132 24

driewegkraantje 52 drukmanchet drukverband

59

113

293


294

Register

druppelkamer

191

dubbelloops stoma 152 dunnedarmstoma dyspneu

224

dyspnoe

151

61

EEG (elektro-encefalogram) 262

eenmalige katheter

167

eerstegraads bevriezing 204

eerstegraads verbran208

155

elektriciteitswond 104 elektrisch spreekapparaat

221

elektrolytenhuishouding

245

24

steem

174

gewenning 41 gifwijzer

36

exsudaat

111, 118

extravasaal

85

extremiteit 104

fenylalanine-arm dieet

253

koorts

indicatie infarct

kruisinfectie

Kwaliteitswet zorginstellingen 3

29

infection

kwaliteit van zorg 3

123

laboratoriumonder-

infuuskolf 52

zoek 246

infuusnaald 51

58

inhalatie 26

lactose 24

laparoscopie

51

39

insulinepen 67

luchtembolie 61, 77

ling

7

injectievloeistof 26 instillagel 169

103

hemoglobine 224 herregistratie

Hickmann katheter hielprik

histologie

interactie

13

132

251

76

246

hoogopgaand klysma

176

lotion

insulinepompje 68

234

hevelwerking

zoek 262

intramusculaire injectie

lumen 134

(i.m.)

69

69

intraveneus (i.v.) 70 irrigeren isotoon

sing)

49

manometer

193

234

massagetherapie 267

104

katheter Ă  demeure

maagmiddel 31 maceratie 123

Kalium (zoutoplos-

32

luerlockverbinding 191

maagretentie

156

Klinisch Chemisch

hydrocolloid 155

32

luchtwegverwijder

intramusculair

hydrocolloĂŻd 112

huidirritatie 134

mer

intramurale setting 131

kant-en-klare spuit 67

105

25

luchtwegbescher-

41

huidtransplantatie 210

flebitis 60

logopedie 267

loodrechttechniek 66

131

fistel 221

fixatiemateriaal 112

laxeermiddel 30

inspectie 244

derset

huidcarcinoom

252

laterale drain 238

longfunctieonder-

fenylketonurie (PKU)

261

laryngectomie 217

inhaleren van een medicijn

131

kunstneus 220

246

infuusvloeistof

22

kranenblok 52

151

21

205

koudestadium 206

ijzerpreparaat 32 immuniteit

207

koortsverloop

ijspakkingen 267

infuuspomp

32

koortsstuip

233

I.E. 87

205

heelkundige hande-

hemothorax

267, 268

koolzuurspanning 225

injecteren 63

epidermis 108

oplosser 106

koolzuurgas (CO2) 224

hechtingverwij-

hematoom

erytrocyt 50

79

hart tamponade 233

enzymatische necrose-

ergotherapie

112

granulatieweefsel 105, grippernaald

kolonisatie 256

202

49

ileostoma

208

117

ratorium 245

33

hypothermie

iatrogeen

gesloten wond 103 geurneutraliserend

Hematologisch Labo-

hypoxie 235

22

getunnelde lijn 76

225

49

hypoxemie 225

gesloten blaasspoelsy-

hartmedicijn

enkelloops stoma 152 enteraal toedienen

generieke naam

hypertoon

hypotoon

258

gel 25

handelsnaam

endoscopie 260

enzym 108

10

halfwaardetijd 33

elektrotherapie 267

enteric coating

hypnoticum

heid

gastroscopie 261

123

ding

functionele zelfstandig-

121

gammacamera

gram) 262

eindstandig stoma

hypercapnie

functieverlies

fysiotherapie 267

ECG (elektrocardioedge

functieonderzoek 262

167

mechanisch

geweld 103

mediastinum 232

medicijndistributie 35


Register

medicijnpaspoort

41

medicijn tegen diarree 31

medicijnvorm

23

medicinaal klysma 37

medicinale pleister 26 meeteenheid

86

metastase

105

torium

245

microbiologisch laboramicro-organisme minim mmol

114

25

87

moisture

123

MRCP (magnetic resonance pancreatico grafie)

259

MRI-onderzoek

259

naaldencontainer necrose

64

105, 126

necrotomie

106

Nelaton katheter 168 netverband neusbril

137

229

neusdruppel

open blaasspoelsys-

pijnstiller

open wond 103

plastische chirurgie

teem

174

opiatenwet 23, 41

oplosmiddelenboek 71 opperhuid

123

opvangmateriaal 154 opzuignaald 64 oraal

36

ORS

187

186,

NSAID 28

nucleaire geneeskunde

258

occult bloed

253

oedeemvorming

140

oligomere voeding

184

oncologische wond 105, 115

onderkoeling

202

ondertemperatuur 202 oogdruppel 25, 38 oordruppel 25, 39

pleurodese

233

238

pneumonectomie

237

76, 234,

236

poederinhalator 39

packed cells, PC PAC naald

80

79

palliatieve sedatie 69 palpatie

244

parenteraal

48

parenteraal toedie-

225

poeder

260

semi-permeabel 112 sepsis shunt

61

54

slijmoplosser 32

slokdarmspraak 221 solvens

26

sondevoeding 184 soortnaam rax

24

polyposis 151

79

porte d’entrÊe

psychofarmaca

234, 236

speculum 256

polymere voeding 184 port-a-cath

22

spanningspneumotho-

spO2 225

spuitinfiltraat 66 sputum

254

staple 128

130

stemmingsstabilisa-

33

tor

33

psychosociale begelei-

sternum

parenterale voeding,

reactiefase

stollingsfactor

passieve drainage 132

rechtstreekse i.v. bolusin-

nen

37

(TPV) 77

nisme

129

P.C.A. pomp 71

neusmaagsonde

pleura visceralis

ovule 25

42

neuskatheter

229

pleura parietalis 233

pO2

tie

Pathologisch laborato-

186, 187

128

pleuraholtedrain 234

overgevoeligheidsreac-

neusdunnedarmsonde

scopie

pneumothorax

207

pathogeen micro-orga-

25, 39

28

plasma 50

rium

pCO2

245

225

187, 196

percentage

88

PEJ-sonde 187, 196

perfusor

244

pericarddrain 233 perifere vene permeabel per os

36

PET scan 259 pH

PICC

225

78

48, 51

48

125

107

receptgeneesmiddel 20 jectie

recovery rectaal

71

266

rectaal toucher recurrent

stofnaam stoma

264 22

150

50

stomaplug 155 stooipoeder strafrecht

36

24

14

stralingswond 104

245

subcutaan

59, 133

subcutaan emfy-

139

seem 236

regel van negen 209

subcutane injectie

registratie

12

subcutane injectietech-

resistentie

29, 42, 120

regeneratiefase

108

remodelleringsfase

59

perifeer infuus

205

rectiole 37

PEG-sonde

percussie

ding

resorptie

135

108

risicovolle handeling 7 RIVM

252

rolregelklem

191

(s.c.)

65

niek 66

sublinguaal 37

substernale drain

234

suppositorium 24, 37 suprapubisch katheter

170

samengeperste zuur-

tabakszakhechting 238

scintigrafie

tachycardie 61

stof

scoop

227

260

258

tablet

tampon

23

113

295


296

Register

T-drain

132

temperatuurregulatie

202

temperatuurregulatiecentrum

202

teratogeen testudo

30

140

thermische wond thorax

232

thoraxdrain

257

Tiemann-katheter TIME-model

123

tissue 123

tracheacanule

218

tracheostoma

217

tracheotomie transducer

217

256

transpiratie 207 transpiratiestadium 206

tricot

137

tromboflebitis trombus tubigrip

137

tuchtcollege tuchtrecht

60

60

14

14

venflon met drieweg-

wonddrainage 118

tweedegraads verbran-

verblijfskatheter

wondregistratie 116

uitsluipen 35

vernevelen

zing

204

ding

208

uitzetten van de medicij104

132, 234

thoraxfoto

tweedegraads bevrie-

168

nen 35

ulcererend 121 ulcus cruris

105, 140

universele acceptor 81 universele donor

81

kraantje

verslaving ning

162

165

Vacu端m Assisted Closure therapie (VAC) 119

vacu端mdrain

vacu端mpomp

133

118

vaginaal medicijn vaginaal toucher vena jugularis

75

vena subclavia

75

39

245

venapunctie 250, 251 veneuze circulatie

137

248

vloeibare zuurstof

35,

227

133, 203

vochtsuppletie

Y-systeem zalf

25

106

72

zelfzorgmiddel

vijf keer juist-regel 64

wondmilieu

zelfstandig bevoegd

videoscoop 261

vochtbalans

urostoma

26

41

229

urinestoma

urinewegstelsel

266

vestibulaire toedie-

vingerprik

162

167

verkoeverkamer

ureter praeternaturalis (u.p.) 162

71

48

zetpil

24, 37

zijlijn

72

20

ziekte van Parkinson zonverbranding zorg

3

zuurgraad

225

zuurstofconcentrator

227

zuurstofklok 228

voorbehouden hande-

zuurstof (O2)

ling

6

ling

267

warmtebehandewarmtestadium WCS 103, 105

Wet BIG 3, 251 WGBO

3

wond 103

zuurstofmasker

229

224

zuurstofsaturatie 225, 236

206

wondbedpreparatie 123

33

208

voedingspomp 192, 194 voedingssonde 186

10

zuurstofspanning zuurstoftent zwachtelen

229

136

zwachteltechniek

225

138

zwaluwstaartje 130


Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject V&V.


Traject V&V Verpleegtechnische handelingen