Page 1


OriĂŤntatie op sociaal-agogisch werk


Auteur M. van Eijkeren Inhoudelijke redactie H. Hautvast-Haaksma R.F.M. van Midde

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs

Taalkundige redactie Fidder & Löhr bv, Deventer

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16

Opmaak Fidder & Löhr bv, Deventer

ISBN 978 90 06 92464 0 Eerste druk, tweede oplage, 2011

Ontwerp en vormgeving Graaf Lakerveld, Culemborg

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Omslagontwerp Graaf Lakerveld, Culemborg Omslagfotografie Martin Hogeboom Fotograaf Fotografie Anke Gielen Marijke van Eijkeren Remko Scheepens Martin Hogeboom

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Sommige foto’s zijn in scène gezet. De afgebeelde personen houden in dit geval in werkelijkheid geen verband met de verbeelde of beschreven situatie

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

II


Ten geleide De Kwalificatiedossiers Welzijn Vanaf het cursusjaar 2010/2011 wordt het competentiegericht beroepsonderwijs definitief ingevoerd. Alle welzijnsopleidingen van de regionale opleidingscentra dienen vanaf dit moment hun opleidingen te hebben ingericht op basis van de door het Kenniscentrum Calibris gedefinieerde Kwalificatiedossiers Welzijn. Het betreft kwalificatiedossiers voor de volgende (uitstroom)-kwalificaties: – Pedagogisch werk - uitstroom Pedagogisch medewerker kinderopvang 3 - uitstroom Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4 - uitstroom Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4 – Medewerker maatschappelijke zorg - uitstroom Medewerker maatschappelijke zorg 3 - uitstroom Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 - uitstroom Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4 – Onderwijsassistent 4 – Sociaal-cultureel werker 4 – Sociaal-maatschappelijk dienstverlener 4 Traject Welzijn en de kwalificaties Welzijn De nieuwe leermiddelenserie Traject Welzijn is helemaal opnieuw ontwikkeld en ingericht op basis van deze kwalificatiedossiers voor de welzijnssector. Dat wil zeggen dat uitgever en redactie van Traject Welzijn besloten de oude Trajectserie niet te herzien. Ze hebben gekozen voor een totaal nieuwe serie Traject Welzijn die geheel is afgestemd op de kwalificatiedossiers en de daarin ondergebrachte kerntaken, werkprocessen en competenties die de student zich moet leren eigen te maken. Overigens natuurlijk wel met inachtneming van al het goede dat in de ‘oude’ serie was te vinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kwaliteit, diepgang, en goede en actuele representatie van wat er in werkvelden en met doelgroepen plaatsvindt. De leermiddelen van de serie Traject Welzijn zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Hierin vindt het beroepsonderwijs immers zijn basis. Bij het uitwerken van de leerstof is steeds uitgegaan van de benodigde kennis, attitude en vaardigheden zoals die onderdeel uitmaken van de competenties van de welzijnswerker. Het gaat daarbij onder meer om oplossingsstrategieën, procesvaardigheden, sociale en communicatieve vaardigheden en houdingsaspecten die het best zijn aan te leren in de context van de beroepsuitoefening. Traject Welzijn; generieke basisleerstof Uitgangspunt voor de serie zijn dus de verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties van de kwalificatiedossiers voor de welzijnsopleidingen. Omdat in veel welzijnsopleidingen gestart wordt met een brede introductie op de opleidingen, om daarna naar een specifieke richting te differentiëren, is er bewust voor gekozen om de basisleerstof voor deze opleidingen generiek onder te brengen in een zestal boeken die breed en ‘opleidingoverstijgend’ zijn te gebruiken. Deze generieke basisleerstof van niveau 3 en 4 is zodanig gelardeerd met praktijkvoorbeelden dat de student van iedere opleiding een brede en evenwichtige introductie wordt geboden. Uiteraard is

het ook mogelijk om de basisleerstof te gebruiken als gekozen wordt voor een onderwijsmodel waarin vanaf de start voor een bepaalde opleidingsrichting wordt gekozen. Traject Welzijn voor blended learning Als het gaat om bestuderen van grotere gedeelten theorie geven studenten aan dat ze deze theorie het liefst ‘op papier’, in boekvorm willen bestuderen. Maar bij het verwerken van de leerstof gebruiken studenten bij voorkeur een computer. Dus is het logisch dat er bij Traject Welzijn voor is gekozen de theorie in boeken onder te brengen en de verwerking en trainingen ter beschikking te stellen via de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op deze site is ook de docentondersteuning ondergebracht. Traject Welzijn: de boeken De boeken zijn zodanig ingericht dat ze primair de studenten in staat stellen om de inhoud te raadplegen als informatiebron. De theorie van de afzonderlijke boeken is steeds thematisch ingedeeld op basis van de onderwerpen en aandachtsgebieden waarmee de student SAW in zijn/haar beroepsuitoefening te maken krijgt. Waar mogelijk is ervoor gekozen om de materie vanuit het perspectief van werken met de doelgroepen te benaderen. De informatie is bovendien rijkelijk voorzien van veel voorbeelden die gerelateerd zijn aan zowel de beroepspraktijk, de werkvelden en de doelgroepen als aan de leersituatie van de studenten. Traject Welzijn; de methodesite De studenten hebben de mogelijkheid de theorie individueel of in groepsverband te verwerken door gebruik te maken van de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op die site staan verwerkingsopdrachten, betekenisvolle opdrachten en vaardigheidstrainingen: – Verwerkingsopdrachten toetsen kennis en inzicht van de theorie (uit de boeken). – Betekenisvolle opdrachten (BVO’s) zijn complexer dan verwerkingsopdrachten. Iedere betekenisvolle opdracht bestaat uit een beroepskritische situatie waarmee de studenten aan de slag moeten; ze gaan ‘aan het werk’. Ze krijgen een opdracht uit een van de toekomstige werkvelden. Dit leidt tot een beroepsproduct. Studenten kunnen in een BVO aangeven waar ze zich vooral op willen richten; welke leerlijn ze willen volgen. Bij deze leerlijnen staan leerdoelen beschreven. De student kan hier (in samenspraak met de coach) een keuze uit maken. Op deze manier werken deelnemers samen aan dezelfde BVO’s, maar kunnen ze zich ook apart richten op individuele leerdoelen. – Bij de vaardigheden draait het vooral om ‘kunnen’. Ook houdingsaspecten worden hier getraind. Iedere vaardigheidstraining kent een vaste opbouw. Beginnend vanuit de totale vaardigheid wordt deze daarna in stukjes geoefend, om vervolgens weer af te sluiten met de vaardigheid als geheel. Op die manier kan er gericht gewerkt worden aan de competentieontwikkeling van de deelnemers. Ieder vaardigheidsonderdeel wordt afgesloten met reflectie en evaluatie. Door terug te kijken, kan bepaald worden aan welke onderdelen nog gewerkt zou moeten worden. III


Traject Welzijn en didactische werkvormen Door de leerstof in de boeken en op de methodesite op deze wijze in een heldere structuur aan te bieden, kan Traject Welzijn worden ingezet bij alle didactische werkvormen waarvoor de docent kiest. De serie is uitermate geschikt om te gebruiken bij bijvoorbeeld zelfstandig werken, zelfstandig leren of probleemgestuurd leren. Het op deze manier aanbieden van leerstof heeft ook andere voordelen. Opleidingen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk keuzes maken als het gaat om welke onderdelen docentafhankelijk en welke docentonafhankelijk aangeboden kunnen worden. En het vaststellen van individuele leerroutes voor studenten of ‘leren op maat’ met behulp van de leermiddelen behoort ook tot de mogelijkheden. Daarnaast zijn de leermiddelen geschikt voor onderwijs aan speciale doelgroepen en onderwijs in deeltijd. Traject Welzijn en de leerwegen BOL en BBL Uiteraard zijn de leermiddelen ook geschikt om zowel in de beroepsopleidende leerweg (BOL) als in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) te gebruiken. Traject Welzijn: een nieuwe vormgeving en nieuwe structuur Om de bestudeerbaarheid van de leerstof te vergroten, is ervoor gekozen de boeken vorm te geven en in te delen op een eigentijdse wijze die sterk aansluit op de leefwereld van de hedendaagse student. De leerstofonderwerpen van een boek zijn thematisch geordend in thema’s waarin artikelen worden gepresenteerd, die los en (hiërarchisch) onafhankelijk van elkaar zijn te bestuderen. Ieder thema is voorzien van een begrippenlijst, url’s en bronnen en ieder boek kent een uitgebreide inhoudsopgave en een trefwoordenregister. En dat gebruikgemaakt is van full colour spreekt voor zich.

Traject Welzijn en inrichting van het curriculum Traject Welzijn is geen methode, maar een serie. Met deze uitspraak bedoelen we dat Traject Welzijn een serie leermiddelen is die kan worden gebruikt bij competentiegericht opleiden. Traject Welzijn biedt geen curriculum: ieder ROC kiest op basis van de eigen visie, onderwijskundige uitgangspunten en didactische werkvormen voor de inrichting van het onderwijs (veel ROC’s kiezen bijvoorbeeld voor de sturingsmaterialen van het Consortium Beroepsonderwijs Zorg & Welzijn). Bij elk curriculum kan de leerstof van Traject Welzijn worden ingezet, maar Traject Welzijn is dus geen routewijzer en Traject Welzijn bevat evenmin sturingsmiddelen. Redactie van de serie Traject Welzijn Alle leermiddelen van de serie zijn inhoudelijk geredigeerd door Hanneke Hautvast-Haaksma en Rick van Midde. Beiden zijn sinds jaar en dag als redacteur en auteur verbonden aan de opeenvolgende series Traject Welzijn. Bovendien zijn zij beiden nauw betrokken bij zowel de onderwijsontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk als de ontwikkelingen en vernieuwingen in de Welzijnsinstellingen en -werkvelden. Zij hebben ervoor gezorgd dat alle leermiddelen volledig zijn afgestemd op de kerntaken, werkprocessen en competenties van de verschillende kwalificatiedossiers en dat ze onderling op elkaar aansluiten. Wij hopen dat alle betrokkenen in het leerproces vruchtbaar gebruik kunnen maken van de serie Traject Welzijn. Indien u vragen of suggesties heeft dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

Utrecht, 2010 Redactie en uitgever

IV


Inhoud Thema 1 Oriëntatie op sociaal-agogisch werk – Sociaal-agogisch werk – Rol in de samenleving: werken aan welzijn en geluk – Geschiedenis van het welzijnswerk – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 2 Pedagogisch medewerker – Pedagogisch werk – Werkvelden – Tegenstrijdige belangen – De groep of het individu – Collega’s aanspreken op hun verantwoordelijkheid – Zelfstandigheid en veiligheid – Vertrouwensrelatie jongeren – Professionele afstand – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 3 Medewerker maatschappelijke zorg – Werken met mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben – Werkvelden – Vrijheid en veiligheid – Tijd en kwaliteit – Verschillen in normen en waarden – Honoreren wensen cliënt – Betrokkenheid en afstand – Eigen waarneming en die van de cliënt – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 4 Onderwijsassistent – Onderwijsassistent – Werkvelden – Verantwoordelijkheid – Leiden of begeleiden – Veiligheid en uitdaging – Structuur en ruimte – Grenzen bewaken – Betrokkenheid en professionele afstand – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen Thema 5 Sociaal-cultureel werker – Sociaal-cultureel werk – Werkvelden – Collega’s aanspreken op hun verantwoordelijkheid – Vertrouwensrelatie jongeren – Professionele afstand – Veiligheid en uitdaging – Verschillen in normen en waarden – Tegenstrijdige belangen – Begrippenlijst – Url’s – Bronnen

1 2 7 11 17 18 18 19 20 26 31 33 35 37 39 41 43 46 46 47 48 56 61 63 65 67 69 71 73 76 76 77 78 83 87 89 91 93 95 97 99 102 102 103 104 110 115 117 119 121 123 125 127 130 130

V


Thema 6 Sociaal-maatschappelijk dienstverlener – Sociaal-maatschappelijke dienstverlening – Werkvelden – Collega’s aanspreken op hun verantwoordelijkheid – Professionele afstand – Vertrouwensrelatie – Url’s – Bronnen

VI

131 132 138 142 144 146 151 151


Sociaal-agogisch werk 2 Rol in de samenleving: werken aan welzijn en geluk 7 Geschiedenis van het welzijnswerk 11 Auteur: M. van Eijkeren

1 OriĂŤntatie op sociaal-agogisch werk Voor sociaal-agogisch werk kies je als je graag met mensen werkt. Het is veelzijdig werk, waarmee je veel kunt betekenen voor de samenleving. Vroeger kon iedereen dit werk doen, tegenwoordig heb je er een opleiding voor nodig. Maar nog altijd is je persoonlijkheid je belangrijkste werktuig. Je kunt kiezen uit verschillende werksoorten: pedagogisch werk, sociaal-cultureel werk, maatschappelijke zorg, maatschappelijke

dienstverlening of onderwijsassistent. Je werkt altijd met mensen, met mensen van alle leeftijden, met een bepaalde leeftijdsgroep of met mensen met een bepaalde problematiek. Afhankelijk van de werksoort ligt de nadruk op zorg, begeleiding, activering of opvoeding. Door je goed te oriĂŤnteren, kom je erachter waar je hart ligt en wat je sterke kanten zijn. In het werk zul je regelmatig lastige situaties

tegenkomen. Die heten ook wel kritische beroepssituaties. Het zijn situaties waarin geen pasklaar antwoord is te geven. Je moet keuzes maken en verschillende belangen tegen elkaar afwegen. Het is ook een uitdaging om daar goed mee om te leren gaan. Die kritische beroepssituaties geven een goed beeld van wat je in de praktijk kunt tegenkomen.

1


Figuur 1

Sociaal-agogisch werk Werken met mensen geeft veel voldoening Sabine wist na haar vmbo precies welke opleiding ze wilde volgen: ‘Een kantoorbaan is

ik nog ontdekken. Maar werken met mensen, dat past bij mij. Het liefst werk ik met een

niks voor mij. Altijd werken van acht tot vijf, daar moet ik niet aan denken. Ik doe graag

groep. Ik houd van gezelligheid. En in zo’n groep is het elke dag weer anders. Zo vind ik

verschillende dingen en ik houd van onverwachte situaties. Ik heb daarom ook gekozen

steeds nieuwe uitdagingen. Het samenwerken in een team vind ik een pluspunt. Je hebt

voor sociaal-agogisch werk. Hierin kan ik mijn creativiteit kwijt en mijn werktijden zijn

veel eigen inbreng, maar hebt ook steun aan collega’s. En natuurlijk heb je ook met ouders

wisselend. Leuk toch om door de stad te banjeren als anderen moeten werken? Welke

en andere professionals te maken. Samenwerken met al die verschillende mensen geeft

richting ik precies op wil, weet ik nog niet. De gehandicaptenzorg lijkt me heel boeiend,

zo veel inspiratie!’

maar ook de kinderopvang trekt me aan. Welke leeftijdsgroep mij het meest ligt, moet

‘De afwisseling in werk en werktijden is voor mij een belangrijke reden geweest om voor deze baan te kiezen.’ ‘Ik heb altijd al iets met kinderen gehad.’ ‘Ik vind het leuk om iets met mensen te doen.’ Het zijn zomaar een paar uitspraken van mensen die hebben gekozen voor een baan in het sociaal-agogisch werk. Maar de praktijk kan ook tegenvallen. Daarom is het goed om te weten waar je aan begint. Wat houdt het werk precies in en wat moet je ervoor kunnen? En is het een baan die echt bij je past? Een goede oriëntatie helpt je bij het kiezen van de juiste opleiding.

Kiezen voor sociaal-agogisch werk Er zijn verschillende redenen waarom mensen kiezen voor een opleiding sociaal-agogisch werk. Ook jij hebt je motieven om aan deze opleiding te beginnen. ‘Iets met mensen, dat leek me wel leuk’, is een veelgehoord antwoord. Als je doorvraagt, merk je dat ieder zo zijn eigen beeld heeft bij wat sociaal-agogisch werk inhoudt. Werken met mensen Als je graag met mensen werkt, is een baan in het agogisch werk

2

een goede keus. De groep mensen waarmee je werkt, noemen we de doelgroep. Dat kunnen mensen met problemen zijn, maar dat hoeft niet. Je werkt met mensen uit alle lagen van de samenleving: jong en oud, rijk en arm, hoog- en laagopgeleid, met een Nederlandse of niet-Nederlandse achtergrond, al dan niet met problemen. Misschien werk je graag met kinderen, of vind je het een uitdaging om met jongeren te werken. Misschien liggen volwassenen of ouderen je beter. Kinderen zijn in ontwikkeling, daarom ben je bij kinderen bezig met opvoeden. Bij volwassenen spreek je van begeleiden.


SOcIAAl-AgOgIScH WERK

Afwisseling Als je van afwisseling houdt, zit je in de sector sociaal-agogisch werk goed. Werken met mensen zorgt altijd voor verrassingen. Geen mens is tenslotte hetzelfde. Bij de ene werksoort is die afwisseling groter dan bij de andere. Maar het werk is zelden te vergelijken met een gemiddelde kantoorbaan. Of je nu kiest voor sociaal-cultureel werk, maatschappelijke zorg, pedagogisch werk, sociaal-maatschappelijke dienstverlening of onderwijsassistent; het sociaal-agogisch werk is een creatief vak met veel mogelijkheden voor eigen initiatief. Uitdaging Natuurlijk is het werk niet alleen maar leuk. Je komt ook voor moeilijke situaties te staan. Dat zijn de kritische beroepssituaties. Het werk is soms zwaar en eist veel van je. Je werkt met mensen met heel verschillende achtergronden en vaak met kwetsbare doelgroepen. Je werkt zelfstandig, maar ook samen met anderen. Soms lijkt het of je weinig bereikt en is het moeilijk om positief te blijven. Kortom, het is ook werk dat veel energie kan kosten. Voor veel mensen is dat juist de uitdaging. Sjaak begeleidt jongeren en jongvolwassenen die vastgelopen zijn, geen werk hebben en geen diploma: ‘De problemen die ik tegenkom, zijn soms gigantisch. Sommige mensen hebben in hun jonge leven zo veel meegemaakt en zo veel tegenslag gehad, dat wil je niet geloven. Die hebben het helemaal gehad, hebben alle vertrouwen verloren en willen niks. Het is niet gemakkelijk om ze te motiveren en op het juiste spoor te zetten. Maar als het dan lukt, geeft dat ook heel veel voldoening.’ Mogelijkheden Je kunt op verschillende manieren in het sociaal-agogisch werk aan de slag. Zowel de opleiding als het werk bieden veel mogelijkheden. Je kunt een dagopleiding volgen, maar ook studeren naast je werk. Op basis van de ervaringen die je al hebt, kun je een traject op maat volgen. Je kunt op een laag niveau instappen en doorstromen naar hogere functies door werk en studie te combineren. Je kunt kiezen uit duizend-eneen verschillende werkomgevingen en groepen mensen, van een redelijk ontspannen baan tot een pittige baan die veel spanning met zich meebrengt. De werktijden zijn vaak heel flexibel en een parttimebaan is meestal geen probleem. Je kunt ook vrij gemakkelijk veranderen van werkomgeving. Te weinig of juist te veel uitdaging? Dan zoek je gewoon een andere doelgroep of werkomgeving.

Werken aan welzijn Bij sociaal-agogisch werk gaat het om het persoonlijke, maatschappelijke en culturele welzijn van mens en samenleving. Je vindt het belangrijk dat mensen het naar hun zin hebben, plezier hebben in het leven en mee kunnen doen. Sociaal-agogisch werk wordt daarom ook wel welzijnswerk genoemd. Je doet dit werk niet zomaar uit de losse pols. Je werkt systematisch en doelgericht aan het verbeteren van het welzijn van mensen. Je stelt vooraf vast wat je wilt bereiken en hoe je dat gaat doen. Om het doel te bereiken, maak je gebruik van een aanpak die werkt. Je helpt mensen om hun talenten te ontwikkelen en om mee te

doen in de samenleving. Dat doe je door opvoeding, begeleiding, advisering, ondersteuning of door het aanbieden van activiteiten. Die zijn gericht op het functioneren van mensen in hun eigen leefsituatie, in de sociale omgeving en als lid van de samenleving. Eigen woon- en leefomgeving Mensen moeten in de eerste plaats goed kunnen functioneren in hun eigen woon- en leefomgeving. Dat is de basis van waaruit ze zich verder kunnen ontwikkelen en ontplooien. Dit wordt ook wel de primaire leefsituatie genoemd. Vaak is dat het gezin waarin mensen opgroeien of een zelfstandige woonruimte. Maar het kan ook een plek zijn waar mensen een deel van de dag of dag en nacht verblijven. Als agogisch werker kun je een rol spelen in het voorzien in de behoefte aan huisvesting, opvang, geborgenheid, veiligheid, relaties, spel, ontwikkeling en ontplooiing. Sociale omgeving Maar de leefwereld van mensen is groter. Ze wonen in een buurt, een wijk of een dorp. Ze gaan naar school, volgen een opleiding, hebben een baan of doen vrijwilligerswerk. Ze maken gebruik van allerlei voorzieningen die het leven aangenamer maken. Het is belangrijk dat zij ook daar hun weg in kunnen vinden en mee kunnen doen. De mens is tenslotte een sociaal wezen. We hebben elkaar nodig. Het is ook belangrijk dat mensen weten welke voorzieningen er zijn en hoe ze er gebruik van kunnen maken. Die sociale omgeving zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Niet iedereen zal hier even gemakkelijk in functioneren. Als sociaalagogisch werker help en ondersteun je mensen hierbij. Samenleving Tot slot maken mensen deel uit van de samenleving als geheel. Ze doen, als het goed is, mee aan het maatschappelijke en culturele leven en zijn actieve burgers. Actief meedoen betekent ook dat mensen invloed hebben op hun eigen leefsituatie. Dit alles draagt bij aan welzijn en geluk. Het geeft het leven inhoud en betekenis. Het werkterrein van de sociaal-agogisch werker ligt hier op het gebied van recreatie, kunst, cultuur, educatie en samenlevingsopbouw.

Beroepen in het agogisch werk In het sociaal-agogisch werk kun je kiezen uit verschillende beroepsgroepen. Voordat je aan je opleiding begon, had je misschien al een idee over je toekomstige beroep. Misschien heb je ook al in de praktijk gewerkt. Je wilt bijvoorbeeld met kleuters werken op een basisschool, baby’s opvangen in een kinderdagverblijf of activiteiten organiseren in een verzorgingshuis of buurthuis. Dat zijn allemaal beroepsgroepen die onder het sociaal-agogisch werk vallen. Je kunt kiezen voor pedagogisch werk, sociaal-cultureel werk, maatschappelijke dienstverlening of maatschappelijke zorg. Binnen die beroepsgroepen kun je verdere keuzes maken. Je opleiding stem je daarop af. Alleen onderwijsassistent is een buitenbeentje. Je kunt wel als sociaal-pedagogisch werker op een basisschool terecht, maar dan ben je meer verzorgend bezig of met opvang. Als je echt bij onderwijsactiviteiten wilt begeleiden, kies je voor de opleiding onderwijsassistent.

3


ORIĂŤnTATIE OP SOcIAAl-AgOgIScH WERK

Op de site van movisie kun je lezen welke beroepsgroepen er binnen het sociaal-agogisch werk zijn. Pedagogisch werk Een pedagogisch medewerker is betrokken bij de opvang en opvoeding van kinderen en jongeren tot 23 jaar. Je hebt oog voor hun ontwikkeling en hun welzijn. Je houdt je bezig met de vraag hoe kinderen en jongeren in de samenleving tot bloei kunnen komen. Je hebt niet alleen te maken met het kind, maar ook met zijn ouders of verzorgers. Je overlegt met hen over hun kind, wisselt informatie uit en beantwoordt vragen. Met welke doelgroep je precies werkt, hangt af van de werksoort waar je voor kiest. In een gewoon kinderdagverblijf werk je bijvoorbeeld met kinderen en ouders die een doorsnee vormen van de maatschappij. Met de meeste ouders en kinderen is niets bijzonders aan de hand. De kinderen hebben alleen opvang nodig op de momenten dat hun ouders werken. Werk je in een medisch kleuterdagverblijf, dan krijg je te maken met kinderen die allemaal min of meer ernstige problemen hebben. Je kunt je voorstellen dat het werk in een medisch kleuterdagverblijf er daarom anders uitziet dan op een gewoon kinderdagverblijf. Dat kan juist een uitdaging voor je betekenen die veel voldoening geeft. Maar als je de problemen gemakkelijk mee naar huis neemt, kun je er beter niet voor kiezen. Maatschappelijke zorg In de maatschappelijke zorg kun je kiezen voor werken met specifieke doelgroepen of voor werken in de gehandicaptenzorg. Figuur 2 Een maatschappelijk dienstverlener geeft raad en advies

4

Je geeft ondersteuning en zorg aan mensen die door een beperking of andere omstandigheden hulp nodig hebben. Je houdt je bezig met de vraag hoe mensen volwaardig mee kunnen doen aan de samenleving. Een beperking of ouderdom mag er niet de oorzaak van zijn dat mensen buiten spel staan en volkomen afhankelijk zijn van een ander. Zorg en welzijn zijn twee aspecten van je werk. Je werkt bijvoorbeeld in een gezinsvervangend tehuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Iedereen krijgt daar de zorg die hij nodig heeft. Maar wat mensen zelf kunnen, doen ze ook zelf. Je helpt ze om zelfredzaam te zijn en alles te doen wat binnen hun mogelijkheden ligt. Dat betekent ook meedoen aan activiteiten in de samenleving. Je kunt ook als activiteitenbegeleider werken in een instelling of in de wijk. Sociaal-cultureel werk Als je je erg betrokken voelt bij de manier waarop mensen aan de maatschappij deelnemen, is het sociaal-cultureel werk misschien wat voor jou. Je houdt je bezig met de vraag hoe mensen volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Je biedt ze mogelijkheden, ondersteunt hun initiatieven en geeft de mensen het gereedschap om actief mee te doen in de samenleving en hun positie te verbeteren. Een sociaal-cultureel werker kan met hele verschillende doelgroepen werken: van peuters tot ouderen. Mensen met een laag inkomen, die minder kansen hebben, zijn een belangrijke doelgroep. Maar de doelgroep kan ook een doorsnee zijn van de samenleving. Dit is afhankelijk van de buurt waar je komt te werken. Wat je precies doet en hoe zwaar het werk is, hangt af van waar je werkt. Zo kun je bijvoorbeeld met hangjongeren werken, maar


SOcIAAl-AgOgIScH WERK

ook een peutergroep begeleiden op een voorschool of werken aan sociale contacten in een nieuwbouwwijk. Maatschappelijke dienstverlening Een maatschappelijk dienstverlener biedt een luisterend oor, geeft raad en advies. Je houdt je bezig met de vraag hoe mensen tot hun recht kunnen komen in de samenleving. Je hebt vooral te maken met mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn om de vragen en problemen die ze tegenkomen zelf op te lossen. Dat betekent niet dat jij ze dan maar voor hen oplost. Je helpt mensen om hun eigen problemen op te lossen en je ondersteunt hen daarin. Als het nodig is, regel je zelf ingewikkelde kwesties of je maakt het ze makkelijker door al contacten te leggen of te bemiddelen. Onderwijsassistent Een onderwijsassistent ondersteunt de leerkracht bij het geven van onderwijs. Je houdt je bezig met de vraag hoe leerlingen maximaal kunnen profiteren van het onderwijs. Je werkt op een basisschool, in het voortgezet onderwijs of in het middelbaar beroepsonderwijs. Je bereidt de leeromgeving voor, begeleidt leerlingen individueel of in groepjes en neemt taken van de leerkracht over. Je werkt onder verantwoordelijkheid van de leerkracht.

Kwaliteiten van de sociaal-agogisch werker Het sociaal-agogisch werk is geen kantoorbaan. Je zit niet achter je bureau, maar je werkt direct met mensen. Het resultaat van je werk is afhankelijk van hoe je met die mensen omgaat. Daarom is je eigen persoonlijkheid een belangrijk werktuig. Je kunt anderen gemakkelijker en beter helpen en begeleiden als je een positieve uitstraling en veel zelfvertrouwen hebt. Het is ook erg belangrijk om je goed in anderen in te kunnen leven. Net als respect voor anderen is dit een belangrijke voorwaarde om je werk goed te kunnen doen. Dit zijn kernkwaliteiten die je in je moet hebben. Ze horen bij jou als persoon. Werken met je persoonlijkheid Kernkwaliteiten zijn eigenschappen die in aanleg aanwezig zijn. Ze horen bij jouw manier van doen. Een ander zal zeggen: dat is typisch voor hem of haar. Dat wil niet zeggen dat ze altijd zichtbaar zijn. Je kunt ze ook ontwikkelen tijdens je opleiding, maar je moet het dan wel al in je hebben. Dat is het verschil met vaardigheden: die kun je leren. Tijdens je opleiding leer je bijvoorbeeld gesprekstechnieken, je leert hoe je een leefruimte inricht en je leert hoe je methodisch werkt. Maar hoe je die vaardigheden in de praktijk brengt, heeft ook te maken met je kernkwaliteiten. Twee personen die allebei even vaardig zijn in gesprekstechnieken, zullen in een gesprek toch anders overkomen. En met dezelfde richtlijnen zal iedereen een ruimte toch iets anders inrichten. Ieder drukt er zijn eigen persoonlijke stempel op. Betrokken EĂŠn van de kernkwaliteiten is betrokkenheid. Die uit zich in liefde voor het vak. Je werkt niet alleen graag met mensen, maar je wilt ze ook graag iets meegeven. Je vindt het welbevinden van mensen belangrijk en daar wil je graag aan bijdragen. Je gelooft in de kracht

die ieder mens in zich heeft om wat van zijn leven te maken. Je hebt het vertrouwen dat een betere samenleving mogelijk is. Jouw basishouding is positief. Tegelijk kun je ook de nodige professionele afstand bewaren tussen jou en je cliĂŤnt. Een jongerenwerker gelooft er bijvoorbeeld niet in dat je de overlast van jongeren in een wijk oplost met alleen maar zwaardere straffen. Hij gelooft in de kansen van iedere jongere en zal blijven zoeken naar een aanpak die jongeren helpt om die kansen te benutten. Inlevingsvermogen In elk beroep in het sociaal-agogisch werk is het belangrijk dat je je kunt inleven in de ander. Inlevingsvermogen heet ook wel empathie. In je werk krijg je te maken met mensen die een hele andere culturele achtergrond hebben dan jij. Daarom kun je je werk alleen maar goed doen als je open staat voor anderen en respect toont. Je kunt anderen alleen goed helpen en begeleiden als je een situatie vanuit hun standpunt kunt zien. Een pedagogisch begeleider kan vinden dat ouders maar tijd moeten maken om met hun kind te spelen. Als ouders dat vanuit hun cultuur niet gewend zijn, geen idee hebben wat je met een jong kind moet ondernemen, een drukke baan of een groot gezin hebben of zorgen hebben, is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Alleen als de pedagogisch begeleider begrip toont voor de situatie van de ouder, ervan uitgaat dat ouders het beste voor hun kind willen en samen met de ouders naar een oplossing zoekt die bij hun situatie past, zal er resultaat zijn. Opkomen voor jezelf Opkomen voor jezelf wil zeggen dat je niet over je heen laat lopen en dat je doortastend kunt optreden. Dat wordt ook wel assertiviteit genoemd. Het is een belangrijke kernkwaliteit om je in deze sector staande te houden. Je houdt daarbij zowel rekening met de gevoelens van de mensen voor zie je werkt als met je eigen positie en verantwoordelijkheden. Je bewaakt je eigen grenzen. Je hebt respect voor de ander, maar verwacht ook respect terug. Je kent je eigen taak en positie. Dat betekent dat je ook nee kunt zeggen als je werkbelasting te groot wordt of als er iets van je gevraagd wordt dat niet tot jouw deskundigheid hoort. Je denkt dan wel mee over een andere oplossing. Als je bijvoorbeeld opbouwwerker bent in een wijk met grote verschillen in sociale en culturele achtergrond, is het belangrijk om steeds je eigen positie in de gaten te houden. Je krijgt te maken met vaak tegenstrijdige belangen: kinderen hebben ruimte nodig om te spelen, volwassenen hebben geen zin om lang naar een parkeerplaats te zoeken als ze van hun werk komen, ouderen willen hun rust en jongeren die in een overvol huis wonen, willen een plek om elkaar te ontmoeten. Iedereen wil wat van je. Je populair maken bij de ene groep door hun wensen te vervullen, levert boze gezichten en wantrouwen op van de andere groep. Je kunt alleen bijdragen aan een beter leefklimaat als je in oplossingen denkt waarin iedereen tot zijn recht komt en waarin iedereen duidelijkheid heeft over zijn eigen taak en positie. Prettig in de omgang Net als bij vrijwel iedere baan wordt van jou verwacht dat je prettig met anderen omgaat en dat je er verzorgd uitziet. Dat noemen we ook wel representatief. Als je bij een winkelketen werkt, ziet de

5


ORIënTATIE OP SOcIAAl-AgOgIScH WERK

klant aan je bedrijfskleding dat je bij het personeel hoort. Aan de manier waarop je met de klant omgaat, herkent de klant je als vertegenwoordiger van een bepaald bedrijf. Afhankelijk van het bedrijf waarvoor je werkt, spreek je de klant bijvoorbeeld aan met ‘je’ of met ‘u’ en neem je afscheid met ‘doei’ of met ‘nog een prettige dag’. Ook in het welzijnswerk vertegenwoordig je de organisatie waarvoor je werkt. Daar ben je je van bewust en je gedraagt je volgens de normen en waarden die bij die organisatie horen. Integer Integer wil zeggen dat mensen ervan op aan kunnen dat je zorgvuldig omgaat met de dingen die ze jou toevertrouwen en die jij over ze weet. De meeste beroepen hebben hiervoor een beroepscode. Daarin staat hoe je omgaat met informatie en aan welke waarden en normen je je hoort te houden. Mensen moeten zich veilig bij jou kunnen voelen. Je bewaakt ook dat de mensen waarvoor jij verantwoordelijk bent zich houden aan gangbare normen en waarden. Pesten en discriminerende opmerkingen accepteer je bijvoorbeeld niet. Werk je als onderwijsassistent op een basisschool, dan treed je op als je ziet dat een kind een ander pest of pijn doet. Je vertelt niet aan je vrienden hoe het er thuis bij Pietje of Klaasje aan toegaat. Als de ouders van een kind gaan scheiden, is dat vertrouwelijke informatie die je niet deelt met andere ouders. Je kunt dit wel doorgeven aan de groepsleerkracht, maar ook dat doe je niet zomaar. Je moet eerst

6

weten of je dit mag doen. Hiervoor moet je toestemming vragen van de ouders. Je kunt dan tegen de ouder zeggen dat je het belangrijk vindt om deze informatie door te geven aan de juf en of dat oké is.

Hoe kom ik erachter of het iets voor mij is? Of het agogisch werk iets voor je is en welke werksoort het beste bij je past, ontdek je door je goed te informeren. Je kunt erover lezen, websites bezoeken die met het werk hebben te maken en filmpjes bekijken over de verschillende beroepen. De verhalen van ervaringsdeskundigen zijn een uitstekende informatiebron. In de praktijk ervaar je wat jouw sterke en zwakke punten zijn. Korte stages, bijbaantjes en vrijwilligerswerk zijn prima om ervaring op te doen. Zo ontdek je waar jouw affiniteit ligt. Welke leeftijdsgroep ligt jou het beste en hoe is het om met een groep te werken? Kun je mensen inspireren en stimuleren om zich te ontwikkelen en te ontplooien? Kun je leiding geven en omgaan met verwachtingen van anderen? Waar liggen jouw opvoedkundige kwaliteiten? Houd je van een hectische werksituatie of voel je je meer thuis in een gestructureerde omgeving? Ieder mens is anders. Het is daarom heel belangrijk dat je goed naar jezelf kijkt. Bij de oriëntatie op het sociaal-agogisch werk stel je jezelf voortdurend de vragen: is dit wat ik wil? Past het bij mij? Is het echt mijn ding? ■


Begrippenlijst

Ambulante hulpverlening Hulpverlening waarbij de cliënt vanuit zijn eigen omgeving op afgesproken tijden naar de hulpverlener toekomt, of de hulpverlener op afspraak bij de cliënt thuis komt. Baby Kinderen in de leeftijd van nul tot een jaar. Behoeften Behoeften zijn de dingen die je nodig hebt om te leven: eten, drinken, beschutting en veiligheid. Belang Datgene waar een persoon of een groep naar streeft om in een of meer behoeften te voorzien. Beroepscode Een boekje waarin staat waaraan werknemers in een bepaalde sector zich moeten houden. Betrokken Aandacht en echte belangstelling hebben voor de cliënt. Budget De hoeveelheid geld die je maximaal mag uitgeven voor een bepaalde bestemming. communicatie Letterlijk: verbinding. Communiceren betekent: in verbinding staan. competentie Het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen dat je in staat stelt om je beroep goed uit te oefenen. Doelgroep De leeftijdsgroep of sociale groep waar je werk op is gericht.

Emancipatie Emancipatie wil zeggen dat mensen vorm en inhoud kunnen geven aan hun eigen leven. Empathie Inlevingsvermogen, het vermogen om zich in een ander in te leven.

Kinderopvang Opvang onder professionele begeleiding voor kinderen van nul tot twaalf jaar in de tijd dat hun ouders/verzorgers werken of studeren. Kleuter Kind van vier tot zes jaar.

gedrag Alles wat mensen doen en wat een ander kan waarnemen: lopen, slapen, praten, lachen, huilen.

Kritische beroepssituaties Een situatie in je beroepsuitoefening waarbij je een afweging moet maken tussen verschillende belangen en opvattingen.

Handicap Een gebrek waardoor iemand gehinderd wordt in zijn dagelijks leven.

Kwalificatie De kennis en vaardigheden in huis hebben om bepaalde taken uit te voeren.

Integer Verantwoord en naar eer en geweten handelen volgens de regels.

leefsituatie De materiële omgeving en de sociale omgeving waarin mensen verblijven: de ruimte binnen en buiten, de inrichting en de materialen, maar ook de mensen waar je de omgeving mee deelt.

Jeugdinrichting Een instelling waar jongeren tot achttien jaar wonen en behandeld worden. Jeugdinternaat Internaat waar jongeren om verschillende redenen tijdelijk wonen in een groep met professionele begeleiding. Justitiële jeugdinrichting Instelling waarin jongeren gedwongen verblijven voor opvang en/of behandeling na een veroordeling tot vrijheidsstraffen en/of vrijheidsbenemende maatregelen. Kernkwaliteit Karaktereigenschap die bij een persoon hoort. Kinderdagverblijf Opvangvoorziening waar kinderen van nul tot vier jaar jaar een of meer dagdelen per week worden opgevangen door professionele begeleiders.

Maatschappelijke participatie Het actief meedoen van mensen in de samenleving. Maatschappelijke zorg Zorg voor mensen die ondersteuning nodig hebben bij zelfredzaamheid en het sociaal functioneren. normen De gemeenschappelijke verwachtingen en afspraken over gepast en ongepast gedrag in een bepaalde situatie. Ze worden ook gedragsregels genoemd. Normen zijn afgeleid van waarden. Ontwikkeling Een duurzame en langzame geestelijke en lichamelijke verandering bij mensen.

1717


<TEKSTVARIABElE ORIënTATIE OP SOcIAAl-AgOgIScH THEMATITEl> WERK

Ontwikkelingsstimulering Het stimuleren van de brede ontwikkeling van jonge kinderen door het aanbieden van activiteiten met het doel ontwikkelingsachterstand te voorkomen Opbouwwerk Werksoort die gericht is op het verbeteren van de woon-, werk- en leefsituatie van mensen. Opvoeden Verzorgen en begeleiden van kinderen en jongeren naar zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid. Participatie Het actief meedenken en meedoen van mensen aan het samenleven. Pesten Het met kwalijke opzet lichamelijk of geestelijk kwetsen van een ander die in een minder sterke positie verkeert. Peuter Kind in de leeftijd van twee tot vier jaar. Peuterspeelzaal Laagdrempelige opvangvoorziening voor kinderen van twee tot vier jaar voor een of meer dagdelen per week. Peuters spelen er met elkaar in een groep met een vaste samenstelling en krijgen ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden.

1818

Primaire leefomgeving De plaats waar mensen leven en wonen.

Sociaal-agogisch werk Het opvoedings- en vormingswerk dat zowel op kinderen als op volwassenen is gericht met als doel het beïnvloeden van gedrag van personen om te komen tot persoonlijk, maatschappelijk en cultureel welzijn.

Professioneel Competent handelen vanuit de kennis en vaardigheden van je beroep.

Sociaal-agogisch werker Een beroepsuitoefenaar in het sociaalagogisch werk.

Protocol Richtlijn waarin criteria voor het handelen zijn geformuleerd.

Sociale vaardigheid Het vermogen om op de juiste manier te reageren op sociale situaties.

Representatief Een uitstraling in gedrag en uiterlijk die past bij de sfeer van de organisatie waar je voor werkt.

Stimuleren Uitnodigen of uitlokken tot een activiteit. De term wordt vaak gebruikt bij een activiteit die bijdraagt aan welzijn, groei of ontwikkeling.

Residentiële hulpverlening Hulpverlening waarbij kinderen of jongeren van nul tot en met achttien jaar vrijwillig of gedwongen dag en nacht buiten hun eigen omgeving wonen en behandeld worden.

Waarden Gemeenschappelijke opvattingen van (een groep) mensen over wat zij belangrijk vinden in het leven en in de omgang met elkaar. Hiervan worden de normen afgeleid.

Samenwerken Als mensen samen aan een taak werken en zich daar ook samen voor willen inzetten.

Welzijn De kwaliteit van het leven.

Plan van aanpak Een plan dat de maatregelen en acties bevat die nodig zijn om doelen te bereiken.

Semi-residentiële hulpverlening Hulpverlening waarbij de cliënt een dagbehandeling krijgt.

Zelfbeeld Het beeld dat iemand van zichzelf heeft. Dat kan positief zijn of negatief. Zelfstandigheid Mate waarin iemand zonder hulp taken en opdrachten kan uitvoeren.

Url’s

Bronnen

www.aanvalopschooluitval.nl www.abvakabofnv.nl www.beroepsgroepoop.nl www.calibris.nl www.canonsociaalwerk.nl www.colo.nl www.competentieweb.nl www.cnv.nl www.doenjadienstverlening.nl www.elsevier.nl www.movisie.nl/Competentieweb/docs/hoe%20ziet%20de%20bs%20 eruit.pdf www.phorza.nl www.zorgwelzijn.nl/home

Eijkeren, M. van, Traject Welzijn, Programmeren (405) NijghVersluys, Baarn 2003. Eijkeren, M. van, Traject Welzijn, Begeleiden SCW (406), NijghVersluys, Baarn 2003. Hautvast-Haaksma, H., Methodische vaardigheden 1 (301), Oriëntatie op doelgroepen. NijghVersluys, Baarn 1999. Landelijke kwalificaties mbo, sector sociaal-agogisch werk, Colo/Ovdb 2008-2009. Oortgiesen, R., Bent u klaar voor de toekomst, NIZW, Utrecht 2006 (download). Vlaar, P. e.a., Klaar voor de toekomst, een nieuwe beroepenstructuur voor de branches gehandicaptenzorg, jeugdzorg, kinderopvang en welzijn & maatschappelijke dienstverlening, NIZW, Utrecht 2008.


Register

aanleunwoning 59 actief burgerschap 108 activiteitenbegeleider 53 ADL 73 ADV 99, 148 afwijkend gedrag 73, 99, 148 Agent van Nationale Opvoeding 15 algemene dagelijkse levensverrichtingen 73 ambulante hulpverlening 10, 17, 43, 73, 99, 127, 148 ambulant jongerenwerker 114 arbeidsleertraject 73 arbeidsomstandigheid 43, 73, 99, 127, 148 Armenwet 14 armenzorg 12 asielzoekerscentrum 60, 141 assertief 43, 73, 99, 127, 148 baby 17, 43, 127 basisberoepsgerichte leerweg 86 basisonderwijs 99, 148 basisschool 16 begeleidwonenproject 30 behandelingsplan 43, 73, 99, 148 behoefte 17, 20, 43, 73, 99, 127, 148 belang 17, 43, 73, 99, 127, 148 beperking 17, 43, 73, 99, 127, 148 beroepscode 17, 43, 73, 99, 127, 148 betrokken 17, 43, 73, 99, 148 betrokkenheid 127 bewonersondersteuning 112 bijzonder onderwijs 85, 99, 148 Boddaertcentrum 28 brede school 27, 43, 73, 99, 104, 114, 127, 148 budget 17, 43, 73, 99, 127, 148 buitenschoolse opvang 21, 43, 73, 99, 127, 148 Bureau Jeugdzorg 139 buurtcentrum 111 buurthuis 14, 104 casemanager 73 Centrum voor Jeugd en Gezin 139 clubhuis 14 cluster 1 85 cluster 2 85 cluster 3 85 cluster 4 86 combinatiegroep 84

152

combinatieklas 84 communicatie 17, 36, 43, 73, 99, 127, 148 competentie 17, 43, 73, 99, 127, 148 crisisopvang 30 culturele instelling 104 dagactiviteitencentrum 57 dagbehandeling 28 dagindeling 43, 73, 127 dagopvang 57, 59, 139 dienstverleningsplan 133 doelgroep 17, 18, 43, 73, 99, 127, 148 economie 86 educatief medewerker 104 eerste levensbehoefte 20 emancipatie 17, 43, 73, 99, 127, 148 emotionele ontwikkeling 43, 73, 99, 127, 148 empathie 17, 43, 73, 99, 127, 148 expertisecentrum 86 extramuraal 56, 73, 99, 148 feedback 43, 73, 99, 127, 148 Fokuswoning 58 forensisch psychiatrische kliniek 60, 73 gedrag 17, 43, 73, 99, 127, 148 gedragsstoornis 85 Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) 73, 99, 148 gehandicaptenzorg 56 gemeentehuis 140 gemengde leerweg 86 genootschap Tot Nut van â&#x20AC;&#x2122;t Algemeen 14 geschiedenis van het onderwijs 14 gevangenis 60 gezinshuis 30, 73 gezinsproblematiek 28 gezinsvervangend tehuis 58 GGZ 73, 99, 148 groepsleider 20 handelingsvraag 43, 73, 99, 127, 148 herstellingsoord 60 heterogene groep 84 homogene leeftijdsgroep 84 horizontale groep 27 huisregel 43, 73, 127 huiswerkbegeleiding 27 hulpverleningsplan 70

inclusief onderwijs 86 individueel behandelingsplan 22 individuele belang 8 inlevingsvermogen 109 instelling voor dagbehandeling 28 intake 43, 73, 99, 127, 148 integer 17, 43, 73, 99, 127, 148 integraal jeugdbeleid 14 internaat 21, 28 interne begeleider 84 intimiteit 66 intramuraal 57, 73, 74 jaarklassensysteem 84 jeugdcultuur 112 jeugdhulpverlening 133 jeugdinrichting 17, 21, 30, 43, 74 jeugdinternaat 17, 43, 74 jeugdzorg 20 JIP 139 jongerencentrum 111, 113 Jongeren Informatie Punt 139 JongerenOntmoetingsPlek 114 jongerenwerk 112 JOP 114 justitiĂŤle behandelinrichting 30 justitiĂŤle jeugdinrichting 17, 43, 74 kaderberoepsgerichte leerweg 86 kamertraining 30 kerndoel 99, 148 kernkwaliteit 17, 43, 74, 99, 127, 148 kerntaak 43, 74, 99, 127, 149 kinderbescherming 14 kinderbeschermingsmaatregel 30 kinderdagverblijf 17, 21, 43 kinderopvang 17, 20, 43, 74, 99, 127, 149 kinderopvangorganisatie 138 kindertehuis 21, 30, 43, 74 kinderwerk 111, 112 kinderwerker 104 kleuter 17, 43, 127 kleuterschool 99, 149 kritische beroepssituatie 17, 44, 74, 100, 127, 149 kwalificatie17, 44, 74, 100, 127, 149 kwaliteit 64 kwetsbare groepen 113


REgISTER lagere school 100, 149 landbouw 86 leefbaarheid 108 leefgroep 58 leefgroephuis 74 leefomgeving 20 leefsituatie 17, 44, 74, 127 leergebrek 85 leerplicht 16 levensbeschouwelijke grondslag 85 lichaamstaal 44, 74, 100, 128, 149 lichamelijke beperking 74, 100, 149 liefdadigheid 12 logeerhuis 58 maatschappelijk belang 8 maatschappelijk dienstverlener 5 maatschappelijke opvang 133, 141 maatschappelijke participatie 17, 44, 74, 100, 104, 128, 149 maatschappelijke zorg 4, 17, 18, 74, 100, 149 medewerker maatschappelijke zorg 49 medisch kinderdagverblijf 29 meervoudige beperking 74, 100, 149 mensen met een beperking 44, 74, 100, 128, 149 middelbaar beroepsonderwijs 79, 86 MKD 29 moedercentrum 112 moeilijk lerende kinderen 85 montessorionderwijs 85 multidisciplinair team 74, 100, 149 multifunctioneel 44, 74, 100, 128, 149 murale zorg 74 neutrale school 85 non-verbale communicatie 44, 74, 100, 128, 149 norm 17, 44, 66, 74, 100, 128, 149 ondertoezichtstelling 30 onderwijs 21 onderwijsassistent 3, 5, 16 onderwijsinstelling 133 onderwijsleersituatie 81 ononderbroken ontwikkelingslijn 84 ontplooiing 108 ontwikkeling 17, 44, 74, 100, 128, 149 ontwikkelingsprobleem 29 ontwikkelingsstimulering 18, 44, 74, 100, 111, 128, 149 opbouwwerk 18, 112, 128 opbouwwerker 104 openbaar onderwijs 85, 100, 149 opvanginrichting 30 opvang plus 27 opvoeden 18, 44, 74, 100, 128, 149 opvoeding 28 opvoedingsondersteuning 111 orthopedisch centrum 21 ouderenzorg 133 pabo 82 participatie 18, 44, 74, 100, 128, 149

particulier initiatief 12 pedagogisch medewerker 4, 20 pedagogisch werk 3 pedagogisch medewerker kinderopvang 21 peergroup 112 penitentiaire inrichting 60 persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 51 persoonlijkbegeleiderspecifiekedoelgroepen 53 persoonlijkheidsontwikkeling 44, 74, 100, 128, 149 pesten 18, 44, 128 peuter 18, 44, 128 peuterspeelzaal 18, 21, 44, 111, 128 peuterspeelzaalwerk 112 PIJ-maatregel 30 plan van aanpak 18, 44, 74, 100, 128, 149 praktijkonderwijs 86 preventie 44, 74, 100, 128, 149 primaire leefomgeving 18, 44, 74, 100, 128, 149 primaire leefsituatie 3 primair onderwijs 83, 100, 149 privacy 44, 74, 100, 128, 149 professioneel 18, 44, 74, 100, 128, 149 protocol 18, 44, 74, 100, 128, 149 psychiatrische kliniek 60, 141 psychiatrisch probleem 74, 100, 149 psychische factor 44, 74, 100, 128, 149 psychosociaal probleem 74, 100, 149 puberteit 74, 100, 149 rapporteren 44, 74, 100, 128, 149 reclassering 14 regionaal expertisecentrum 86 regionaal opleidingscentrum 86, 140 re-integratiebureau 133 remedial teacher 84 representatief 18, 44, 75, 100, 128, 149 residentiële hulpverlening 10, 18, 44, 75, 100, 149 residentiële instelling 30 revalidatiecentrum 57 ROC 86, 140 rollenspel 44, 75, 100, 128, 149 samenwerken 18, 44, 75, 100, 128, 149 samenwerkingsverband 85 SBO 85 schippersinternaat 28, 44 schoolkind 44, 128 schoolstrijd 15 schuldhulpverleningsinstelling 133 semi-murale zorg 57, 75 semi-residentiële hulpverlening 10, 18, 44, 75 semi-residentiële instelling 28 signaleren 44, 75, 100, 128, 149 sleutelfiguur128 snoezelen 57 sociaal-agogisch werk 18, 20, 44, 48, 75, 100, 128, 133, 150

sociaal-agogisch werker 18, 44, 75, 100, 128, 150 sociaal begrip 44, 75, 101, 128, 150 sociaal-cultureel werk 3, 133 sociaal-cultureel werker 4, 104, 108 sociaal-culturele activiteit 110 sociaal-maatschappelijke dienstverlening 3, 132 sociale activeerder 75 sociale activering 112 sociale cohesie 105, 108 sociale dienstverlening 133 sociale factor 44, 75, 101, 128, 150 sociale ontwikkeling 44, 45, 75, 101, 128, 150 sociale vaardigheid 18, 45, 75, 101, 128, 150 socialezekerheidsstelsel 14 socialisering 28 sociowoning 58 speciaal basisonderwijs 83, 85 speciaal onderwijs 79, 85, 101, 150 speciale school voor basisonderwijs 101, 150 specifiekedoelgroepen60 speeltuin 104 speltherapie 29 stadsdeelkantoor 140 stamgroep 85 stelling 45, 75, 101, 128, 150 Stichting Welzijn Ouderen 139 stimuleren 18, 45, 75, 101, 128, 150 techniek 86 technische onderwijsassistent 86 theoretische leerweg 86 tienercentrum 27, 114 tienersoos 111 tienerwerk 112 tijd 64 tijdsplanning 45, 75, 101, 128, 150 transmurale zorg 75 tussenschoolse opvang 21 UWV WERKbedrijf 133, 141 veiligheidseis 45, 75, 101, 128, 150 verbale communicatie 45, 75, 101, 129, 150 verpleeghuis 59, 139 verpleging en verzorging 48 verstandelijke beperking 75, 101, 150 verstandelijke ontwikkeling 45, 75, 101, 129, 150 verticale groep 27 verzorgingshuis 59, 133, 139 vmbo 79, 86 voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs 86 Voor- en Vroegschoolse Educatie 112 vooroordeel 45, 75, 101, 129, 150 voorschool 27 voortgangsrapportage 45, 75, 101, 129, 150 vrijheid van onderwijs 85 vrijwilliger 12 vrijwilligerscentrale 112

153


ORIĂŤnTATIE OP SOcIAAl-AgOgIScH WERK vrijwilligerswerk 113 vroegschoolse educatie 9 vrouwencentrum 112 VVE 112 waarde 18, 45, 75, 101, 129, 150 waardeoordeel 45, 75, 101, 129, 150 wederopbouw 12 Weer Samen Naar School 16, 101, 150 welzijn 18, 45, 75, 101, 105, 108, 129, 150 welzijnsinstelling 60, 104, 140

154

welzijnswerk 12, 133 werkproces 45, 75, 101, 129, 150 werkveld 45, 75, 101, 129, 150 Wet op de expertisecentra 85 Wet op het Basisonderwijs 16 wijkcentrum 104 wijkkrant 112 woningcorporatie 140 woonbegeleider 20, 53, 70 woonvoorziening 58 woonvorm 58

WSNS 16, 101, 150 zelfbeeld 18, 45, 75, 101, 129, 150 zelfredzaam 70 zelfreflectie45, 75, 101, 129, 150 zelfstandigheid 18, 45, 75, 101, 129, 150 zittenblijven 84 zorgcentrum 59 zorg en welzijn 86 zorgplan 68, 85


OriĂŤntatie op sociaal-agogisch werk

Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject Welzijn.

Traject Welzijn Oriëntatie op sociaal-agogisch werk  

Bladerboek Oriëntatie op sociaal-agogisch werk, pedagogisch medewerker, medewerker maatschappelijke zorg, onderwijsassistent, sociaal-cultur...