Page 1


De professionele pedagogisch medewerker


COLOFON

Auteurs R. Benedictus R.F.M. van Midde Inhoudelijke redactie H. Hautvast-Haaksma R.F.M. van Midde Redactie The DocWorkers, Almere Opmaak Vandermeer visuele communicatie, Culemborg Ontwerp en vormgeving Graaf Lakerveld, Culemborg Omslagfotografie Mirador Media, Anke Gielen, Tilburg Fotografie Cartoons; Cabwork MiradorMedia, Koen Bakx, Anke Gielen, Maria van der Heijden www.actiz.nl www.bjaa.nl www.boink.info www.deeerstestap.nl www.jeugdzorg-rotterdam.nl www.kdvdegroeneweide.nl www.kinderopvang.nl www.kinderopvangtotaal.nl www.klachtkinderopvang.nl www.lcfj.nl www.oudernetwerkjeugdzorg.nl www.pjpartners.kpnis.nl www.protocolkindermishandeling.nl www.skasalleskids.nl www.stageplaza.nl www.webdetective.nl www.werkenbijhorizon.nl www.zuidwesterjeugdzorg.nl

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 924701 Eerste druk, eerste oplage, 2011 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl/). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Sommige foto’s zijn in scène gezet. De afgebeelde personen houden in dit geval in werkelijkheid geen verband met de verbeelde of beschreven situatie.

Illustraties Vandermeer visuele communicatie, Culemborg

Deze uitgave is voorzien van het FSC©-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorden wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide

De Kwalificatiedossiers Welzijn Vanaf het cursusjaar 2010/2011 wordt het competentiegericht beroepsonderwijs definitief ingevoerd. Alle welzijnsopleidingen van de regionale opleidingscentra dienen vanaf dit moment hun opleidingen te hebben ingericht op basis van de door het Kenniscentrum Calibris gedefinieerde Kwalificatiedossiers Welzijn. Het betreft kwalificatiedossiers voor de volgende (uitstroom)kwalificaties: – Pedagogisch werker - uitstroom Pedagogisch medewerker kinderopvang 3 - uitstroom Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4 - uitstroom Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4 – Medewerker maatschappelijke zorg - uitstroom Medewerker maatschappelijke zorg 3 - uitstroom Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 - uitstroom Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4 – Onderwijsassistent 4 – Sociaal-cultureel werker 4 – Sociaal-maatschappelijk dienstverlener 4

Traject Welzijn en de kwalificaties Welzijn De nieuwe leermiddelenserie Traject Welzijn is helemaal opnieuw ontwikkeld en ingericht op basis van deze kwalificatiedossiers voor de welzijnssector. Dat wil zeggen dat uitgever en redactie van Traject Welzijn besloten de oude Trajectserie niet te herzien. Ze hebben gekozen voor een totaal nieuwe serie Traject Welzijn die geheel is afgestemd op de kwalificatiedossiers en de daarin ondergebrachte kerntaken, werkprocessen en competenties die de student zich moet leren eigen te maken. Overigens natuurlijk wel met inachtneming van al het goede dat in de ‘oude’ serie te vinden was. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kwaliteit, diepgang, en goede en actuele representatie van wat er in werkvelden en met doelgroepen plaatsvindt. De leermiddelen van de serie Traject Welzijn zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Hierin vindt het beroepsonderwijs immers zijn basis. Bij het uitwerken van de leerstof is steeds uitgegaan van de benodigde kennis, attitude en vaardigheden zoals die onderdeel uitmaken van de competenties van de welzijnswerker. Het gaat daarbij onder meer om oplossingsstrategieën, procesvaardigheden, sociale en communicatieve vaardigheden en houdingsaspecten die het best zijn aan te leren in de context van de beroepsuitoefening.

Traject Welzijn; generieke basisleerstof, beroepsspecifieke leerstof en uitstroomleerstof Uitgangspunt voor de serie zijn dus de verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties van de kwalificatiedossiers voor de welzijnsopleidingen. Omdat in veel welzijnsopleidingen gestart wordt met een brede introductie op de opleidingen, om daarna naar een specifieke richting te differentiëren, is er bewust voor gekozen om de basisleerstof voor deze opleidingen generiek onder te brengen in een zestal boeken die breed en ‘opleidingoverstijgend’ te gebruiken zijn. Deze generieke basisleerstof van niveau 3 en 4 is zodanig gelardeerd met praktijkvoorbeelden dat de student van iedere opleiding een brede en evenwichtige introductie wordt geboden. Uiteraard is het ook mogelijk om de basisleerstof te gebruiken als gekozen wordt voor een onderwijsmodel waarin vanaf de start voor een bepaalde opleidingsrichting wordt gekozen. In de boeken voor de beroepsspecifieke opleidingsfasen van de opleidingen wordt in elk boek steeds leerstof voor een opleiding gepresenteerd. Er zijn vier aparte boeken voor de opleiding Pedagogisch werker (niveau 3 en 4), vier aparte boeken voor de opleiding Medewerker maatschappelijke zorg (niveau 3 en 4) en vier aparte boeken voor de opleiding Onderwijsassistent (niveau 4). Bovendien bevat de serie Traject Welzijn aparte boeken met speciale en verdiepende leerstof voor de afzonderlijke uitstroomvarianten op niveau 4, te weten de uitstromen Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4, Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4, Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 en Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4. Traject Welzijn voor blended learning Als het gaat om het bestuderen van grotere gedeelten theorie geven studenten aan dat ze deze theorie het liefst ‘op papier’, in boekvorm willen bestuderen. Maar bij het verwerken van de leerstof gebruiken studenten bij voorkeur een computer. Dus is het logisch dat er bij Traject Welzijn voor is gekozen de theorie in boeken onder te brengen en de verwerking en trainingen ter beschikking te stellen via de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op deze site is ook de docentondersteuning ondergebracht. Traject Welzijn: de boeken De boeken zijn zodanig ingericht dat ze primair de studenten in staat stellen om de inhoud te raadplegen als informatiebron. De theorie van de afzonderlijke boeken is steeds thematisch ingedeeld op basis van de onderwerpen en aandachtsgebieden waarmee de

III


student SAW in zijn/haar beroepsuitoefening te maken krijgt. Waar mogelijk is ervoor gekozen om de materie vanuit het perspectief van werken met de doelgroepen te benaderen. De informatie is bovendien rijkelijk voorzien van veel voorbeelden die gerelateerd zijn aan zowel de beroepspraktijk, de werkvelden en de doelgroepen als aan de leersituatie van de studenten.

Traject Welzijn en de leerwegen BOL en BBL

Traject Welzijn; de methodesite De studenten hebben de mogelijkheid de theorie individueel of in groepsverband te verwerken door gebruik te maken van de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op die site staan verwerkingsopdrachten, betekenisvolle opdrachten en vaardigheidstrainingen: – Verwerkingsopdrachten toetsen kennis en inzicht van de theorie (uit de boeken). – Betekenisvolle opdrachten (BVO’s) zijn complexer dan verwerkingsopdrachten. Iedere betekenisvolle opdracht bestaat uit een beroepskritische situatie waarmee de studenten aan de slag moeten; ze gaan ‘aan het werk’. Ze krijgen een opdracht uit één van de toekomstige werkvelden. Dit leidt tot een beroepsproduct. Studenten kunnen in een BVO aangeven waar ze zich vooral op willen richten; welke leerlijn ze willen volgen. Bij deze leerlijnen staan leerdoelen beschreven. De student kan hier (in samenspraak met de coach) een keuze uit maken. Op deze manier werken deelnemers samen aan dezelfde BVO’s, maar kunnen ze zich ook apart richten op individuele leerdoelen. – Bij de vaardigheden draait het vooral om ‘kunnen’. Ook houdingsaspecten worden hier getraind. Iedere vaardigheidstraining kent een vaste opbouw. Beginnend vanuit de totale vaardigheid wordt deze daarna in stukjes geoefend, om vervolgens weer af te sluiten met de vaardigheid als geheel. Op die manier kan er gericht gewerkt worden aan de competentieontwikkeling van de deelnemers. Ieder vaardigheidsonderdeel wordt afgesloten met reflectie en evaluatie. Door terug te kijken, kan bepaald worden aan welke onderdelen nog gewerkt zou moeten worden.

Traject Welzijn: een nieuwe vormgeving en nieuwe structuur

Traject Welzijn en didactische werkvormen Door de leerstof in de boeken en op de methodesite op deze wijze in een heldere structuur aan te bieden, kan Traject Welzijn worden ingezet bij alle didactische werkvormen waarvoor de docent kiest. De serie is uitermate geschikt om te gebruiken bij bijvoorbeeld zelfstandig werken, zelfstandig leren of probleemgestuurd leren. Het op deze manier aanbieden van leerstof heeft ook andere voordelen. Opleidingen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk keuzes maken als het gaat om welke onderdelen docentafhankelijk en welke docentonafhankelijk aangeboden kunnen worden. Ook het vaststellen van individuele leerroutes voor studenten of ‘leren op maat’ met behulp van de leermiddelen behoort tot de mogelijkheden. Daarnaast zijn de leermiddelen geschikt voor onderwijs aan speciale doelgroepen en onderwijs in deeltijd.

IV

Uiteraard zijn de leermiddelen ook geschikt om zowel in de beroepsopleidende leerweg (BOL) als in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) te gebruiken.

Om de bestudeerbaarheid van de leerstof te vergroten, is ervoor gekozen de boeken vorm te geven en in te delen op een eigentijdse wijze die sterk aansluit op de leefwereld van de hedendaagse student. De leerstofonderwerpen van een boek zijn thematisch geordend in thema’s waarin artikelen worden gepresenteerd, die los en (hiërarchisch) onafhankelijk van elkaar zijn te bestuderen. Ieder thema is voorzien van een begrippenlijst, url’s en bronnen en ieder boek kent een uitgebreide inhoudsopgave en een trefwoordenregister. Dat alles full colour vormgegeven is, spreekt voor zich. Traject Welzijn en inrichting van het curriculum Traject Welzijn is geen methode, maar een serie. Met deze uitspraak bedoelen we dat Traject Welzijn een serie leermiddelen is die kan worden gebruikt bij competentiegericht opleiden. Traject Welzijn biedt geen curriculum: ieder ROC kiest op basis van de eigen visie, onderwijskundige uitgangspunten en didactische werkvormen voor de inrichting van het onderwijs (veel ROC’s kiezen bijvoorbeeld voor de sturingsmaterialen van het Consortium Beroepsonderwijs Zorg & Welzijn). Bij elk curriculum kan de leerstof van Traject Welzijn worden ingezet, maar Traject Welzijn is dus geen routewijzer en Traject Welzijn bevat evenmin sturingsmiddelen. Redactie van de serie Traject Welzijn Alle leermiddelen van de serie zijn inhoudelijk geredigeerd door Hanneke Hautvast-Haaksma en Rick van Midde. Beiden zijn sinds jaar en dag als redacteur en auteur verbonden aan de opeenvolgende series Traject Welzijn. Bovendien zijn zij beiden nauw betrokken bij zowel de onderwijsontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk als de ontwikkelingen en vernieuwingen in de welzijnsinstellingen en -werkvelden. Zij hebben ervoor gezorgd dat alle leermiddelen volledig zijn afgestemd op de kerntaken, werkprocessen en competenties van de verschillende kwalificatiedossiers en dat ze onderling op elkaar aansluiten. Wij hopen dat alle betrokkenen in het leerproces vruchtbaar gebruik kunnen maken van de serie Traject Welzijn. Heeft u vragen of suggesties? Wij stellen het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Amersfoort, 2011 Redactie en uitgever


Inhoud

Thema 1 – De professionele pedagogische medewerker

1

Pedagogen over hun visie op opvoeden 3 Werken als professional 6 Werken in een team 10 Werken voor een PW-organisatie 15 Werken met plannen 23 Werken binnen de regels 27 Communicatie van organisaties 32 Begrippenlijst 38 URL’s - Bronnen 42

Thema 2 – Beroepshouding 43 Houding, grondhouding en beroepshouding 45 Kernkwaliteiten en competenties 48 Beroepscode en beroepsprofiel 53 Identiteit 59 Functie van normen 64 Groepsnormen 66 Conformeren 68 Afwijkend gedrag 71 Rolgedrag 75 Instellingscultuur 79 Begrippenlijst 83 URL’s - Bronnen 84 Thema 3 – Sociale vaardigheden

85

Sociale en communicatieve vaardigheden 87 Positieve communicatie 92 Assertiviteit 97 Actief luisteren 101 Omgaan met feedback 104 Zelfreflectie 109 Begrippenlijst 114 URL’s - Bronnen 115

Thema 4 – Gemotiveerd werken en deskundigheid

117

Gemotiveerd werken 119 Participatie 124 Personeelsgesprekken 130 Deskundigheid 134 Kennis delen 140 Vergroten van kennis en inzicht 144 Netwerken en belangenorganisaties 149 Begrippenlijst 154 URL’s - Bronnen 156

V


KERN

1

De professionele pedagogisch medewerker

R. van Midde Als pedagogisch medewerker ga je werken bij een welzijnsorganisatie. Dat is heel divers, maar het heeft altijd te maken met mensen die nog niet volwassen zijn. Dat loopt uiteen van baby’s tot adolescenten. De opleiding tot pedagogisch medewerker kent twee uitstroomrichtingen; de kinderopvang en de jeugdzorg. Wie je cliënten ook zijn, er wordt van jou als medewerker een professionele houding verwacht. Daarover gaat dit thema. Waar kom je mee in aanraking als je een waardevolle bijdrage wilt leveren in jouw organisatie?

Het werk

Werken in een team

Werken in de jeugdzorg is niet altijd even gemakkelijk. Je krijgt te maken met clienten die een hulpvraag hebben. Je hebt dus dagelijks met problemen te maken. Werken in de jeugdzorg is daarnaast ook heel dankbaar werk, als je tenminste tevreden kunt zijn met kleine winstpunten. De voldoening haal je soms slechts uit een glimlach.

Hoewel je als pedagogisch medewerker soms een op een werkt en ook alleen op een groep kunt staan, is het toch ook teamwork. Samen met je collega’s ben je verantwoordelijk voor de opvang en hulp die je biedt. Van een pedagogisch medewerker wordt daarom verwacht dat je goed kunt samenwerken. Om dat te leren moet je aan verschillende vaardigheden werken. De belangrijkste vaardigheden hebben te maken met de succesfactoren van teamwork: – heldere doelstellingen formuleren, – flexibel zijn, – verantwoordelijkheid nemen en geven, – open communiceren, – wederzijds respect tonen en initiatief nemen.

Werken in de kinderopvang lijkt misschien gemakkelijker, maar ook daar wordt heel wat van je gevraagd. Je werkt immers met groepen kinderen. En die kinderen hebben hun eigen wil, inbreng en ideeën. Voor jou is het de uitdaging om de ontwikkeling van die kinderen te stimuleren. Dat vraagt nogal wat van jou als professional. Ben je betrokken, empathisch, assertief, representatief en integer? Dan heb je alle kwaliteiten die nodig zijn om in deze sector aan de slag te gaan.

1

Aan het werk Als we je nu niet hebben afgeschrikt -en waarom zou je, jij staat immers stevig in je schoenen- is het verstandig om ook iets

meer te weten te komen over wat er gebeurt als je gaat werken in een organisatie. Op het moment dat je ergens aangenomen bent, krijg je met veel zaken te maken. In eerste instantie zullen dat administratieve zaken zijn. Je krijgt een aanstellingsbrief en een arbeidscontract. Vervolgens zal duidelijk gemaakt moeten worden wat je taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn. Dat gebeurt tijdens jouw introductie en het inwerkprogramma. Tijdens de introductie leer je de organisatie en je collega’s kennen. Dat is erg belangrijk om goed te kunnen functioneren in een team. Bij het inwerken draait het vooral om de manier waarop er in de organisatie wordt gewerkt. Je krijgt dan te maken met plannen en regels.

Werken met plannen Jouw werk kenmerkt zich door het gebruik van methodieken. Je doet nooit zomaar iets omdat het je leuk lijkt, nee aan jouw handelen ligt een plan ten grondslag. Er zijn verschillende benamingen voor die


KERN

De professionele pedagogische medewerker 1 Pedagogen over hun visie op opvoeden 3 Werken als professional 6 Werken in een team 10 Werken voor een PW-organisatie 15 Werken met plannen 23 Werken binnen de regels 27 Communicatie van organisaties 32 Begrippenlijst 38 URL’s - Bronnen 42

plannen, maar het is altijd een plan van aanpak waarin de opvang, zorg en hulp van de cliënt beschreven staan. Er wordt van je verwacht dat je kunt werken met plannen en dat je een bijdrage kunt leveren aan het schrijven van zo’n plan.

Werken binnen de regels Het werk zelf is ook gebonden aan regels. Het werken met een pedagogisch plan of hulpverleningsplan is zo’n regel die binnen de organisatie geldt. Daar gelden ook verschillende gedragsregels. Er zijn geschreven en ongeschreven regels die gelden binnen de organisatie waar je werkt. De geschreven regels zijn meestal vast-

gelegd in richtlijnen en protocollen. Waarschijnlijk krijg je met veel meer regels te maken dan je ooit voor mogelijk hebt gehouden. De overheid legt bijvoorbeeld ook heel veel regels op. Als pedagogisch medewerker krijg je met deze wettelijke maatregelen te maken. Denk bijvoorbeeld aan de Arbowet, de Wet kinderopvang of de Wet op de jeugdzorg.

Communicatie van organisaties Dat is al heel wat; inwerken, werken in een team, werken met cliënten en ouders/verzorgers, werken met plannen en werken binnen de regels. Om dat allemaal soepel te laten functioneren is er een smeermid-

del nodig. Hét smeermiddel van alle organisaties is communicatie. Organisaties gebruiken twee soorten communicatie: interne communicatie en externe communicatie. De interne communicatie is gericht op de medewerkers. Die vind je terug in nieuwsbrieven, memo’s en interne mail bijvoorbeeld. Externe communicatie is naar buiten gericht. Denk maar aan de website van een organisatie. Jij houdt jezelf uiteraard ook met communicatie bezig. Als je met teamleden overlegt, een intakegesprek voert of een mail van de directie beantwoordt, is dat interne communicatie. Wanneer je overlegt met ouders, de jeugd reclasseringsambtenaar of huisarts van een cliënt, ben je bezig met externe communicatie. ◾

2


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER

pedagogen over hun visie op opvoeden

De opleiding Pedagogisch Werk kent twee branches; kinderopvang en jeugdzorg. In de kinderopvang werk je in een peuterspeelzaal, kinderdagverblijf of bij de buitenschoolse opvang. Kies je (straks op niveau 4) voor de jeugdzorg, dan is de keuzemogelijkheid nog groter. Je kunt dan gaan werken in een centrum voor jeugd en gezin, bij een telefonische hulpdienst, een Jongeren Informatie Punt (JIP), een opvoedbureau, bureau HALT, bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), in de ambulante jeugdzorg, op een medisch kinderdagverblijf (MKD), in een boddaertcentrum of in de residentiële jeugdzorg (24 uurszorg).

Voorbeeld Jolein (32) Jolein werkt als pedagogisch medewerker bij ’t Hoepeltje. Hier worden kinderen van 0 tot 4 jaar opgevangen in de reguliere opvang en bovendien is er een buitenschoolse opvang voor kinderen vanaf 4 jaar. Hoe ziet je dag eruit? Jolein: ’We hebben natuurlijk een dagritme en toch is het werk ontzettend afwisselend. Zo zijn de kinderen elke dag weer anders, de ene dag zijn ze uitgelaten, vrij. Maar het komt natuurlijk ook voor dat ze moe zijn en gewoon lekker boekjes met je willen bekijken. En in die twee jaar dat ze hier in de groep

3

zitten, ontwikkelen de peuters zich natuurlijk ook. We proberen gewoon overal goed op in te spelen. Dus nee, geen dag is hetzelfde.’ Bron: www.werkinkinderopvang.nl

Jolein werkt met peuters in een organisatie voor reguliere kinderopvang. Hiermee bedoelen we de opvang die open staat voor alle kinderen. Dit in tegenstelling tot de kinderopvang die bedoeld is voor kinderen met een indicatiestelling. Kinderen met opvoedproblemen, gedragsproblemen, psychische problemen of kinderen met een beperking, komen in aanmerking voor hulp. Het Bureau Jeugdzorg kijkt welke hulp nodig is. Dit noemen we de indicatiestelling.


pEDagogEN oVER huN VIsIE op opVoEDEN

Jonge kinderen, zoals de peuters van Jolein, zouden dus ook door de jeugdzorg geholpen kunnen worden als er sprake was van problemen. Aan het gedrag van sommige peuters en kleuters kun je namelijk zien dat het niet goed met hen gaat of dat hun ontwikkeling achterblijft. Deze jonge kinderen kunnen bijvoorbeeld naar de dagbehandeling, waar ze persoonlijk worden begeleid en waar hun ouders worden ondersteund.

Voorbeeld Daniëlle (25) Daniëlle werkt als pedagogisch medewerker bij Lindenhout Arnhem op de dagbehandeling voor nul- tot zesjarigen. Ze werkt nu ongeveer anderhalf jaar op de groep De Petteflet. Daniëlle werkt in een team van vier parttime pedagogisch medewerkers, zij staan overdag met zijn drieën op een groep. De kinderen zijn net door de taxi opgehaald, als Daniëlle de deur opendoet. Het is half vier en tijd voor de dagrapporten. Gelukkig kan ze even tijd voor ons vrijmaken. Hoe komen kinderen in deze groep terecht? ’Doordat hun ouders of de medewerkers van een regulier kinderdagverblijf merken dat een kind opvallend gedrag vertoont. Kinderen die heel druk zijn, of juist nooit willen meedoen in een groep, vallen nu eenmaal op. Meestal hebben ouders ook al snel door dat er wat aan de hand is. De gewone kinderdagverblijven hebben niet de capaciteit om constant bepaalde kinderen in de gaten te houden en te begeleiden, en wij kunnen dat hier wel. En dan komen ze via Bureau Jeugdzorg bij ons.’ Is jullie dagritme heel anders dan bij een kinderdagverblijf? ’Nee, ons dagprogramma verschilt niet zo veel van een kinderdagverblijf. Ook hier eten we samen een fruithapje, doen we klusjes of spelletjes. Maar de activiteiten worden specifiek voor ieder kind gekozen. Ieder kind is uniek waardoor wij ook individueel gericht begeleiden. Ook rapporteren wij per dag van ieder kind welk gedrag het heeft vertoond. Onze dagen duren tot drie uur want voor deze kinderen is een dag heel intensief.’ Wat moet je kunnen om dit werk goed te doen? ’Allereerst moet je het natuurlijk leuk vinden om met kinderen te werken. Je moet daarbij creatief zijn in het bedenken van spelmogelijkheden. Hier worden vaak oplossingen gezocht in het aanbieden van varianten op bepaalde activiteiten. Door te kijken wat het kind nodig heeft kun je kijken hoe je de activiteit kan aanpassen. In het werk moet je ook altijd blijven zoeken naar het positieve van het kind.’

opvang van kinderen en jongeren. Daarbij bied je, afhankelijk van de situatie, ondersteuning, hulp en bescherming aan jongeren en hun ouders/opvoeders. De belangrijkste vraag aan jou als beroepskracht is: ‘hoe kunnen kinderen en jongeren tot bloei komen in de samenleving?’.

‘Hoe kunnen kinderen en jongeren tot bloei komen in de samenleving?’ De beroepsgroep Met de opleiding PW word je groepsleider of woonbegeleider jeugd bij een organisatie voor kinderopvang of een instelling voor jeugdzorg. In de kinderopvang werk je in een kinderdagverblijf, bij een peuterspeelzaal, bij de buitenschoolse opvang of je verzorgt gastouderopvang. In de jeugdzorg heb je globaal de keuze uit: – Ambulante hulpverlening (thuisopvang) De cliënt woont thuis en krijgt daar ondersteuning. – Semi-residentiële hulpverlening (dagopvang) De cliënt gaat naar een organisatie voor dagbehandeling, maar woont thuis. – Residentiële hulpverlening (24-uursopvang) De cliënt woont in een jeugdzorginstelling. Als pedagogisch medewerker in de jeugdzorg kun je cliënten begeleiden die 24 uur (residentieel) of een gedeelte van de dag een residentiële organisatie bezoeken (semi-residentieel), maar je kunt ook cliënten in hun eigen woonsituatie bezoeken (ambulant). Afhankelijk van de (woon)situatie vraagt dit om een specifieke aanpak, vaardigheden en methodiek.

Werken in teams Als pedagogisch medewerker maak je deel uit van een groter geheel: de organisatie waarvoor je werkt. Dat kan een heel groot team zijn. Het overleg met alle personeelsleden samen komt zelden voor. Je hebt veel vaker overleg met je eigen team. Bijvoorbeeld het team dat samenwerkt op een kinderdagverblijf. Daarbinnen kun je wel vaak zelfstandig te werk gaan, hoewel dat ook weer afhangt van het beleid van de organisatie en de aard van de doelgroep. In de ene organisatie kan een team redelijk zelfstandig opereren, in de andere organisatie moet er veel meer verantwoording worden afgelegd aan leidinggevenden.

Bron: www.werkenindejeugdzorg.nl

Pedagogisch werk

In sommige jeugdzorgorganisaties werk je ook samen in een multidisciplinair team. Dat betekent dat je overlegt en samenwerkt met teamleden vanuit verschillende disciplines (aandachtsgebieden). Denk aan een pedagoog, een psycholoog, een arts, een fysiotherapeut, een woonbegeleider en een maatschappelijk werker.

Het pedagogisch werk heeft alles te maken met pedagogiek, oftewel opvoedkunde. Het pedagogisch werk richt zich op de opvoeding en

4


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER

Tenslotte krijg je ook te maken met het managementteam. Dat wordt gevormd door de leidinggevenden. Zij bepalen de doelen en het beleid van de organisatie en daar moet jij je dan weer aan houden. In een organisatie kun je twee managementteams onderscheiden. Uitgaande van de top van de organisatie onderscheiden we strategisch en tactisch management. Strategisch management Het strategisch management wordt vaak gevormd door de Raad van Bestuur samen met de directie van een grote instelling. Het strategisch management bepaalt het algemene beleid. Hier worden dus de grote lijnen voor de organisatie uitgezet. Een organisatie wordt niet alleen van binnenuit beïnvloed, dat gebeurt ook door invloeden van buitenaf. Het topmanagement moet ontwikkelingen signaleren en daarop reageren. De strategie geeft de richting aan waarin de organisatie zich moet begeven. De top van de organisatie stelt dit vast. Het gaat hier altijd om doelen voor de langere termijn. Denk aan een periode van drie jaar. De doelen zijn abstract omschreven, ze zijn nog niet uitgewerkt. Dat gebeurt op lagere niveaus in de organisatie. De gehele organisatie wordt echter wel beïnvloed door strategische doelen en dus ook door beslissingen van het topmanagement op strategisch niveau. Tactisch management In een grote organisatie met meerdere vestigingen wordt het tactisch management gevormd door bijvoorbeeld de directeuren van alle BSO’s. Zij vertalen het strategisch beleid naar concrete activiteiten, die vooral op het tactische niveau plaatsvinden. Hier wordt door het middenmanagement antwoord gegeven op de vraag: ‘hoe richten we de organisatie in, opdat de strategische doelen worden behaald?’. De effecten van tactische doelen zijn dan ook eerder merkbaar dan die van strategische doelen. We hebben het dan over de middellange termijn, denk aan een periode van een tot drie jaar.

5

De invloed van tactisch management op jouw werk Binnen het team zul jij dan, meestal in een werkoverleg, samen met je leidinggevende en je collega’s invulling geven aan de besluiten van de managementteams. Jullie geven antwoord op de vragen: hoe, wanneer en op welke wijze voeren we de besluiten uit?

Jolein: ’Het is super bij BSO ’t Hoepeltje! Echt heel, heel leuk hier.’ Complex Werken in de kinderopvang of jeugdzorg geeft veel voldoening, maar er wordt wel het een en ander van je verwacht. Waarom het werk als pedagogisch medewerker zo ontzettend leuk is, beantwoordt Jolein: Je hebt het zeker wel naar je zin hier? Jolein: ’Het is super bij BSO ’t Hoepeltje! Echt heel, heel leuk hier. Ik werk nu op een peutergroep met kinderen van twee tot vier jaar en die leeftijd vind ik geweldig. Ze praten net en ontdekken van alles. Hun fantasie gaat helemaal los. Dat merk je de hele dag door: bij het voorlezen, maar ook bij het knippen en plakken. Ze flappen alles eruit wat in ze op komt. Dan zeggen ze bijvoorbeeld tegen elkaar: ”ik vind jouw schoenen helemaal niet mooi.“ Ja, ik lig regelmatig helemaal in een deuk hier. Als ik een ketting om heb, zitten ze er allemaal aan te frunniken. Aan de andere kant kunnen ze nog zo heerlijk bij je kruipen en komen knuffelen. Ja, dit ligt me goed.’ ◾ Bron: www.werkinkinderopvang.nl


werken als professional Een pedagogisch medewerker kan aan de slag bij verschillende organisaties. Altijd draait het werk om kinderen en opvoeding. Dat zijn de twee kernbegrippen. Sommigen werken graag met hele kleine kinderen, anderen liever met jongeren. Je kunt (op niveau 4) kiezen voor het werken in de reguliere kinderopvang of in de jeugdzorg. In de jeugdzorg help je jonge cliënten die problemen hebben. Maar waar je ook voor kiest, altijd draait het om kinderen en opvoeden.

Welke kwaliteiten heb je nodig? Als pedagogisch medewerker kinderopvang moet je je kunnen inleven in wat kinderen

leuk vinden of wat hen bezighoudt. Niet alleen voor het gevoelsleven van kinderen moet je open staan, dat geldt ook voor zaken die ouders bezighouden. Je bent betrokken bij de kinderen. Tegelijkertijd besef je heel goed dat jij er bent om ze te begeleiden in hun opvoeding. Daarvoor is het noodzakelijk dat je weet hoe je je professionele afstand kunt bewaren zonder je warmte naar de kinderen toe te verliezen. Je bent creatief, want je moet er voor zorgen dat de kinderen zich niet gaan vervelen. Je stemt de activiteiten af op de leeftijd en vaardigheden van de kinderen. Daarvoor is het van belang dat je kennis hebt van de ontwikkeling en het gedrag van kinderen.

‘Bewaar je professionele afstand zonder je warmte naar de kinderen toe te verliezen.’

In de jeugdzorg houd je je bezig met het inventariseren van de hulpvragen van de cliënt. Je verwerkt die hulpvragen in een plan van aanpak. Als je werkt in de jeugdzorg, staat het belang van je cliënt voorop. Je probeert je cliënt uit de problemen te halen. Daarbij moet je stevig in je schoenen staan en over veel doorzettingsvermogen beschikken. Als je hulpverleningsplan slaagt, geeft dat natuurlijk veel voldoening.

Voor de tussenkop 2 wit regels, erna 1.

De sector Hier gaan we dan weer verder

6


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER Om goed te kunnen functioneren als pedagogisch medewerker heb je flink wat kennis en vaardigheden nodig.

In de CAO Kinderopvang (20092010) is aan de functie van pedagogisch medewerker salaris-

Kennis (Levensloop)psychologie Kennis van het werkveld Kennis van doelgroepen Methodieken Wet- en regelgeving Pedagogiek

Vaardigheden Communicatieve vaardigheden Observeren, signaleren en rapporteren Sociale vaardigheden Methodische vaardigheden Zorgvaardigheden Muzisch-creatieve vaardigheden

Voorbeeld JORDY, PEDAGOGISCH MEDEWERKER/ SPORTINSTRUCTEUR ’Als ik enthousiast ben, worden de kinderen dat ook!’ Na schooltijd lekker sporten. Dat gaat meestal niet samen met naschoolse opvang. Maar in Eindhoven wel: daar heeft Korein Kindercentrum een wel heel bijzondere nieuwe locatie. Van manege tot zwembad Omringd door bijzonder veel groen, ligt in een groot park aan de rand van de stad de opvang. In dit park zijn enorm veel voorzieningen voor sportieve activiteiten gesitueerd.. Van de manege en het zwembad, tot voetbal- en hockeyvelden en een fitnesscentrum. De naschoolse opvang gebruikt deze faciliteiten. Want: alles draait er om sport. Pedagogisch medewerker en sportinstructeur Jordy Wollerich vertelt. Sport en spel Hoe ziet de middag er hier uit voor de kinderen? Jordy: ’Wij vangen hier kinderen van acht tot twaalf jaar op. Alles draait om sport en spel. We hebben hier geen computers en geen blokkendozen en we gaan niet knutselen. Wat we wel doen? Na een gezonde hap en wat drinken, gaan we sporten. Alle sporten, je kunt het zo gek niet bedenken, doen we hier. We kunnen het hele terrein gebruiken, dus de mogelijkheden zijn enorm. We kunnen voetballen, boogschieten, judoën, schermen, hockeyen en nog veel meer. Al dan niet met medewerking van externe instructeurs.’ Pedagogisch onderlegd Welke eigenschappen zijn van belang in dit werk?

7

Jordy: ’Je moet voor dit werk uiteraard sportief zijn en veel weten over sport. Daarnaast is het essentieel dat je pedagogisch onderlegd bent. Als een kind tijdens het voetballen de hele tijd alleen met de bal pingelt en deze niet naar anderen speelt, dan moet je zo’n kind laten inzien dat het gaat om samenspel. Daarom is dit werk zo’n mooie mix van pedagogische, sociale en sportieve vaardigheden!’

Opleiding en beloning Pedagogisch medewerker word je als je de gelijknamige MBO-opleiding (waar jij nu waarschijnlijk mee bezig bent) met succes afrond. Je mag dan meteen aan het werk in de kinderopvang. Als je door gaat naar niveau 4 kun je ook naar de jeugdzorg. Het salaris wat je dan gaat verdienen is vastgelegd in de CAO, de collectieve arbeidsovereenkomst. In de CAO staan alle functies die je tegenkomt in die bedrijfstak. Aan iedere functie is ook een salarisschaal gekoppeld. Een salarisschaal geeft het minimum- en het maximum maandloon aan. Hoe meer ervaring je hebt (hoe langer je werkt) hoe dichter je bij het maximum maandloon komt.

Met wie heb je te maken? In eerste instantie heb je natuurlijk met je cliënt te maken. In de kinderopvang zijn dat jeugdigen in leeftijd variërend van baby’s tot pubers. In de jeugdzorg krijg je te maken met jongeren die problemen hebben of die zelf problemen veroorzaken. Dat kan gaan om een puber die vragen heeft over verliefdheid, maar ook om zeer ernstige zaken zoals kindermishandeling. Zowel in

schaal 6 gekoppeld. Daar hoort een bruto maandloon van € 1750,tot € 2400,- bij.

de jeugdzorg als in de kinderopvang heb je niet alleen met je cliënt te maken, maar ook met de ouders of verzorgers.

Werkvelden Pedagogisch werk bestaat uit twee verschillende werkvelden; de kinderopvang en de jeugdzorg. Kinderopvang Kinderopvang houdt in dat er gezorgd wordt voor de kinderen van ouders die op dat moment werken of studeren. De kinderen kunnen op verschillende manieren en bij verschillende organisaties worden opgevangen. Zo kennen we peuterspeelzalen, kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderopvang en opvang aan huis. In 2010 werden er 650.000 kinderen opgevangen. Een heel groot werkveld dus! Als je werkt in de kinderopvang bied je opvang, draag je bij aan de opvoeding, zorg je voor een veilige omgeving, stimuleer je kinderen om zich te ontwikkelen, organiseer je activiteiten, werk je volgens een pedagogisch beleidsplan, wissel je informatie uit met ouders en signaleer je bijzonderheden. Dat is nogal wat. De organisatie verwacht daarom van jou als professionele werknemer dat je affiniteit hebt met kinderen (nogal logisch!), dat je cliëntgericht bent, dat je goed kunt communiceren, dat je betrouwbaar en flexibel bent.

Voorbeeld GROEPSLEIDING Goed gekwalificeerde groepsleid(st)ers zijn een belangrijke voorwaarde voor het vervullen van de pedagogische doelstelling van De Toverbeer. De Toverbeer werkt daarom alleen met een team (vaste) leid(st)ers die een afgeronde en kindgerichte studie hebben gevolgd.


wERKEN als pRofEssIoNal De groepsleiding houdt zich bezig met verzorgende taken zoals hygiëne, eten, drinken, zindelijk worden en slapen. Daarnaast zorgt zij ervoor dat de kinderen normen en waarden leren door ze te begeleiden bij het omgaan met elkaar, eetgedrag, taalgebruik, zuinig omgaan met materiaal en helpen bij het opruimen. Ook wordt er gezorgd voor structuur en regelmaat. Gedurende de dag worden actieve en rustige momenten afgewisseld. De Toverbeer hecht veel waarde aan leid(st)ers die het vermogen hebben om behoeften en signalen van een kind op te vangen, juist te interpreteren en er op een adequate manier op in te gaan. Dat wil zeggen dat een leid(st)er sensitief en responsief reageert, dat ze betrokken, invoelend en positief is. De leid(st)er gaat een gesprek aan met het kind, beantwoordt vragen, maakt oogcontact, troost, knuffelt en neemt kinderen op schoot. Tussen leid(st) er en kind zal een vertrouwensrelatie ontstaan en een kind zal zich gehoord en begrepen voelen. Vanuit een gevoel van vertrouwdheid, geborgenheid en veiligheid is een kind in staat te exploreren, nieuwe uitdagingen aan te gaan en zich zo verder te ontwikkelen. Jaarlijks verzorgt De Toverbeer twee studiedagen voor alle leid(st)ers. Op één studiedag wordt er vooral aandacht besteed aan de EHBO bij kinderen, zodat alle leid(st)ers adequaat kunnen handelen bij ongelukjes. De tweede studiedag staat in het teken van verbetering, hierbij kun je denken aan communicatietraining, training op het gebied van kwaliteitsverbetering of het verbeteren van observatietechnieken.

In de kinderopvang heb je de keuze uit de volgende werkplekken: – Kinderdagverblijf Dit is een opvangvoorziening waar kinderen van nul tot vier jaar één of meer dagdelen per week worden opgevangen door professionele begeleiders. Op een kinderdagverblijf worden de kinderen ingedeeld bij een vaste groep. Globaal zijn hier twee mogelijkheden voor: de horizontale groep waarin baby’s, dreumesen en peuters op leeftijd bij elkaar zitten en

Iedere gastouder moet ook het certificaat ‘EHBO voor kinderen’ hebben

de verticale groep waarin kinderen van verschillende leeftijden bij elkaar worden geplaatst. De kinderen worden er verzorgd en opgevoed. Een kinderdagverblijf is geopend op alle werkdagen (vaak van 07.00 uur – 18.00 uur). – Buitenschoolse opvang Ook bij de buitenschoolse opvang werken professionele begeleiders. Hier worden kinderen van vier tot en met zestien jaar opgevangen voor en na school en tijdens de schoolvakanties. Basisscholen zijn verplicht om buitenschoolse opvang aan te bieden. Ze mogen de opvang ook uitbesteden. Tussenschoolse opvang, opvang tijdens de lunchpauze, hoort niet tot de kinderopvang in het kader van de Wet kinderopvang. Maar ook daar zou je als pedagogisch medewerker aan de slag kunnen. – Peuterspeelzaal Peuterspeelzalen vallen eigenlijk onder het sociaal-cultureel werk. Je komt ze dan ook vaak tegen in een buurthuis. Opvang van kinderen is hier niet het hoofddoel. Het hoofddoel is de ontwikkeling van het kind te stimuleren. Kinderen van twee tot vier jaar kunnen bij een peuterspeelzaal terecht voor één of meer dagdelen per week, maar maximaal voor vier uur

per dag. Peuters spelen er met elkaar en krijgen ontwikkelingsgerichte activiteiten aangeboden. – Gastouderopvang Deze opvang is bedoeld voor kinderen van nul tot twaalf jaar. Gastouderopvang vindt plaats bij gastouders thuis. Een gastouder mag slechts een beperkt aantal kinderen opvangen. Een gastouderbureau bemiddelt tussen vraag en aanbod. Dit bureau selecteert ook de gastouders. Voor het beroep van gastouder bestaat geen opleiding. Wel stelt de Wet kinderopvang de opleiding Helpende Zorg en Welzijn op het niveau van MBO-2 verplicht. Gastouders moeten daarnaast staan ingeschreven in een landelijk register. Jeugdzorg Jeugdzorg is een vorm van hulpverlening voor jongeren en hun ouders. Wat voor soort hulp een kind of ouders nodig hebben, hangt af van de situatie. Er zijn verschillende vormen van jeugdzorg. Denk aan hulp bij opvoeding, dagbehandeling, jeugdbescherming, jeugdreclassering en geestelijke gezondheidszorg. De laatste jaren is er een nieuw jeugdzorgstelsel ontstaan waarin met name de Centra voor Jeugd en Gezin

8


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER

CJG Nieuwegein In het CJG Nieuwegein werken jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, logopedisten, maatschappelijk werkers en jongerenwerkers van Vitras/CMD, Stichting Welzijn Nieuwegein en GGD Midden- Nederland samen. Zij vormen één loket waar u terecht kunt voor informatie, advies en ondersteuning op het gebied van opgroeien en opvoeden. Wat biedt het CJG Nieuwegein? Voor kinderen van 0-4 jaar: – Consultatiebureau – Aandacht voor taalontwikkeling Voor schoolgaande kinderen: – Jeugdarts en jeugdverpleegkundige op school – Schoolmaatschappelijk werk – Logopedie Voor jongeren – Jongeren Informatie Punt (JIP) – Jongerenwerk – Huiswerkbegeleiding Voor jeugd en gezin: – Informatiebijeenkomsten – Cursussen en trainingen – Advies en ondersteuning vanuit maatschappelijk werk.

JEUGDZORG EN KINDEROPVANG BUNDELEN KRACHT De branches kinderopvang en jeugdzorg hebben vandaag op een kinderopvangcongres in Zeist een overeenkomst getekend, om met elkaar de opvoedexpertise in de kinderopvang te versterken. Door samen te werken kunnen signalen bij kinderen vroeg worden herkend en kan er - op het kinderdagverblijf zelf en in samenwerking met de ouders - wat mee worden gedaan. Door de krachtenbundeling kan de kinderopvang direct over de expertise van jeugdzorg beschikken: de jeugdzorg is aanwezig op het dagverblijf en kijkt mee naar de ontwikkelingsvragen. Het tekenen van de overeenkomst is een van de pijlers van het project Alert4you. Binnen dit programma wordt vanuit de kinderopvang samengewerkt met andere opvoedexperts. Professionals van Jeugd & Opvoedhulp werken als coach samen met de pedagogisch medewerkers, als sparringpartner voor stafmedewerkers of als trainer. Alert4you stimuleert die lokale samenwerking en bundelt de kennis. Uit onderzoek blijkt inmiddels ook dat de directe samenwerking effect heeft. In verschillende pilots (Drenthe, Amsterdam, Leiden, Den Helder, Texel, Zeist en Twente) worden concrete resultaten geboekt. Ook buiten de pilots zoeken kinderopvang en organisaties voor Jeugd & Opvoedhulp elkaar steeds vaker op. Bron: www.kinderopvang.net, Alert4you, 18 november 2010

Bron: Centrum voor Jeugd en Gezin Nieuwegein, voor vragen over opgroeien en opvoeden, 2010

en de Bureaus Jeugdzorg een belangrijke rol spelen. Centrum voor Jeugd en Gezin Met preventieve hulpverlening wordt geprobeerd (ernstige) problemen te voorkomen. Dit gebeurt door middel van voorlichting en ondersteuning aan opvoeders en jongeren zelf. In 2011 is iedere gemeente in Nederland verplicht om een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) te hebben. Een CJG is de eerste schakel in het preventieve jeugdbeleid dat valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het is dé plek waar (aanstaande) ouders/opvoeders en jongeren tot 23 jaar terecht kunnen met al hun vragen over opgroeien en opvoeden. Bureau Jeugdzorg Elke provincie en elk grootstedelijk gebied heeft een Bureau Jeugdzorg. Hoewel er

9

geen MBO-ers werken bij Bureau Jeugdzorg, kun je er wel mee te maken krijgen. Het is namelijk de toegangspoort tot de geindiceerde jeugdzorg, jeugdzorg waarvoor je een indicatie nodig hebt. Deze indicatiestelling is een van de vier hoofdtaken van een Bureau Jeugdzorg. Daarnaast zijn ze verantwoordelijk voor de jeugdreclassering en de uitvoering van de taken van het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en jeugdbeschermingsmaatregelen (voogdij, gezinsvoogdij). Een Bureau Jeugdzorg beschikt daarbij over de mogelijkheid om te verwijzen naar Jeugd & Opvoedhulp. Dat is de verzamelnaam voor alle organisaties -buiten de Bureaus Jeugdzorg- die kinderen en hun opvoeders helpen bij opvoed- en opgroeiproblemen. Er zijn verschillende vormen van Jeugd & Opvoedhulp:

– Thuis, voor jeugdige en het hele gezin. – Overdag, individueel of groepsgericht bij Jeugd & Opvoedhulp. Denk aan Boddaertcentra (dagcentra voor schoolgaande jeugd), medisch kinderdagverblijven en dagcentra voor niet-schoolgaande jeugd. – Op locatie, in samenwerking met bijvoorbeeld onderwijs of kinderopvang – Uit huis, deeltijd of 24 uur verblijf bij Jeugd & Opvoedhulp. Bijvoorbeeld internaten, medische kindertehuizen en justitiële jeugdinrichtingen. – Pleegzorg. Dit is hulp die aan het kind geboden wordt door het op te nemen in een pleeggezin. – Gesloten jeugdzorg, ook wel Jeugdzorg Plus genoemd, bestaat uit zorg en behandeling in jeugdzorginstellingen voor jongeren met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen. ◾


commuNIcaTIE VaN oRgaNIsaTIEs

begrippenlijst

Aanstellingsbrief OfficiĂŤle brief (rechtsgeldig) waarin staat dat een kandidaat voor een bepaalde functie aangenomen wordt.

Bedrijfscultuur De bedrijfscultuur omvat alle normen en waarden die gelden voor de medewerkers in een organisatie.

Betrokkenheid Echte belangstelling en aandacht voor je cliĂŤnten hebben, maar ook de professionele afstand weten te bewaren.

Activiteitenplan Plan gericht op het aanbod van activiteiten onder begeleiding van de pedagogisch medewerker.

Belbin Britse wetenschapper, bekend van zijn onderzoek naar teamwork.

Bevoegdheid Het recht om zelfstandig beslissingen te nemen.

Beleidsevaluatie Het onderzoeken van het effect van het beleid.

Bottom-up-communicatie Communicatie van de werkvloer richting het (top)management.

Beleidsformulering Fase in het beleidsbepalingsproces waarbij het middenmanagement de doelen en prioriteiten uitwerkt.

Buitenschoolse opvang Een opvangvoorziening waar kinderen van vier tot en met zestien jaar worden opgevangen voor en na school en tijdens de schoolvakanties.

Ambulante hulpverlening Hulpverleningsvorm waarbij de cliĂŤnt thuis woont en daar ondersteuning krijgt. Arbeidsovereenkomst Een mondelinge of schriftelijk vastgelegde overeenkomst, waarbij de medewerker zich verbindt om in dienst van de werkgever en tegen een bepaald loon, arbeid te verrichten onder gezag van de werkgever. Arbeidstijdenbesluit Dit besluit omvat uitzonderingen op de Arbeidstijdenwet. Arbeidstijdenwet Een overheidswetgeving die de rechten en plichten van zowel werkgevers als werknemers regelt, met betrekking tot de werktijden in organisaties. Arbowet Een overheidswetgeving die de rechten en plichten van zowel werkgevers als werknemers regelt, met betrekking tot veiligheid, gezondheid en welzijn in organisaties. Assertiviteit Het vermogen om voor jezelf op te komen. AWGB Algemene wet gelijke behandeling.

Beleidsoverdracht Fase in het beleidsbepalingsproces waarbij het beleid bekend gemaakt wordt aan de medewerkers. Beleidsuitvoering Fase in het beleidsbepalingsproces waarbij de medewerkers dit beleid in de praktijk gaan brengen.

Bureau Jeugdzorg Het bureau Jeugdzorg is de toegangspoort voor de gehele jeugdzorg. De medewerkers beoordelen elk verzoek om hulp en zorgen voor de indicatiestelling. Ze begeleiden kinderen, jongeren en ouders of verwijzen hen door naar andere hulpverleners.

Beleidsvoorwaarden Voorwaarden om beleid te kunnen formuleren en succesvol te kunnen invoeren in de organisatie.

CAO Collectieve arbeidsovereenkomst. Een overeenkomst tussen werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties die geldt voor een hele bedrijfstak of een grote organisatie.

Beleidsvorming Fase in het beleidsbepalingsproces waarbij het topmanagement de algemene doelen/ visie bepaalt.

CJG Centrum voor Jeugd en gezin.

Beroepscode Gedragsregels die gelden in een bepaalde sector en waar werknemers zich aan moeten houden.

Coach Vraagbaak en/of begeleider voor (nieuwe) medewerkers. Communicatie Letterlijk: verbinding. Communiceren betekent: in verbinding staan.

38


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER

Dagbehandeling Hulp die overdag wordt gegeven, maar waarbij de cliënt ’s avonds en ’s nachts thuis doorbrengt. Ook wel: semi-residentiële hulp. Directe communicatie Directe communicatie wil zeggen dat je de boodschap op hetzelfde moment ontvangt als waarop deze verzonden wordt, zonder gebruikmaking van technische hulpmiddelen. Echelons Managementlaag in een organisatie. Eenzijdige communicatie Bij eenzijdige communicatie is de zender nooit tegelijkertijd ook ontvanger. Empathisch Je kunnen inleven in de situatie van een ander. Talenten van je cliënten zien en waarderen. Externe communicatie Communicatie tussen de organisatie en de buitenwereld. Flexibele arbeid De mogelijkheid om de hoeveelheid arbeid of de indeling van de arbeid aan te passen aan de wensen en behoeften van werkgever en/of medewerker. Flexwet Deze wet beschrijft de rechtspositie van iemand met een tijdelijk contract (de flexwerker) en van bedrijven en organisaties die met flexwerkers werken. Formele communicatie Communicatie via officiële organisatiekanalen. Fulltimer Iemand met een volledige aanstelling (vanaf 30 uur per week). Functie Een functie omvat drie belangrijke elementen: de taak, de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid. Functie-eisen De kennis, vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de uitoefening van de functie.

39

Functieomschrijving In een functieomschrijving staat wat de taken binnen de functie zijn. Functieprofiel De functieomschrijving vormt samen met de functie-eisen het functieprofiel. Gastouderbureau Organisatie die bemiddelt tussen vraag en aanbod naar en van gastouders. Gastouderopvang Opvangvoorziening aan (privé)huis voor een beperkt aantal kinderen van nul tot twaalf jaar. Gedragsprotocol Protocol dat aangeeft hoe te handelen in moeilijke situaties. Groepsbegeleiding Begeleiding van medewerkers die zich richt op het functioneren en samenwerken als een team. Handelingsplan Plan met daarin de hoofdpunten van de begeleiding en ondersteuning voor de individuele cliënt. Huisregels Afspraken die gelden binnen een organisatie. Indicatiestelling Beoordeling hoeveel hulp en/of zorg iemand nodig heeft. Indirecte communicatie Communicatie waarbij gebruik gemaakt wordt van een technisch hulpmiddel. Informele communicatie Communicatie buiten de officiële organisatiekanalen om. Integriteit Betrouwbaar zijn en handelen naar eer en geweten, volgens de regels. Interne communicatie Communicatie binnen een organisatie.

Intervisie Een vorm van deskundigheidsbevordering (vergroten van kennis en beroepskunde) waarbij je een beroep doet op collega’s om mee te denken over vraagstukken uit jullie werksituatie. Introductie Een introductie is de kennismaking van nieuwe medewerkers met de organisatie, waarbij alle informatie wordt gegeven die nodig is om de werkzaamheden, de collega’s en de cultuur van de organisatie te leren kennen. Inwerkprogramma Met inwerken bedoelen we het aanleren van taken op de manier zoals die in de organisatie worden uitgevoerd. Jeugdzorg Benaming voor ondersteuning van en hulp aan jeugdigen en hun ouders/verzorgers bij opgroei- en opvoedingsproblemen. Kinderdagverblijf Een opvangvoorziening waar kinderen van nul tot vier jaar één of meer dagdelen per week worden opgevangen door professionele begeleiders. Kinderopvang Opvang onder professionele begeleiding voor kinderen in de tijd dat hun ouders/ verzorgers werken of studeren. Managementteam Dit team wordt gevormd door de leidinggevenden. Meerzijdige communicatie Bij meerzijdige communicatie is de zender tegelijkertijd ook ontvanger. Middenmanagement Leidinggevenden die op het niveau tussen de directie en de medewerkers zijn aangesteld. Ook wel tactisch management of middenkader genoemd. Missie De reden van bestaan van een organisatie. Mondelinge presentatie Informatie overdragen met behulp van je stem.


bEgRIppENlIjsT

Multidisciplinair team Een team dat bestaat uit professionals met een onderling verschillende deskundigheid. Nieuwsbrief Schriftelijke presentatie in de vorm van een brief. Non-verbale communicatie Communicatie zonder woorden. Oproepkracht Een personeelslid met een tijdelijke arbeidsovereenkomst waarbij deze kan worden opgeroepen op tijdstippen of op locaties waar de werkgever hem of haar nodig heeft. Organisatie Een samenwerkingsverband tussen mensen, die bepaalde middelen en methoden gebruiken om de doelen van de organisatie te behalen. Parttimer Medewerker met een gedeeltelijke aanstelling tussen de 13 en 30 uur per week. Pedagogiek De wetenschap die de opvoeding van het kind bestudeert. Pedagogisch werk Het werk dat zich richt op de opvoeding en opvang van kinderen en jongeren. Pedagogisch beleidsplan Binnen de kinderopvang is dit een plan voor lange termijn waarin beschreven staat hoe er opvoedkundig gewerkt wordt en waarom dat zo gebeurt. Personeelsdossier Alle informatie met betrekking tot de medewerkers in een organisatie. Persoonsprofiel Een beschrijving van competenties die gesteld worden aan een nieuwe collega. Denk aan: de kandidaat is stressbestendig of de kandidaat is een teamplayer. Peuterspeelzaal Laagdrempelige voorziening voor kinderen van twee tot vier jaar waar peuters met elkaar spelen en ontwikkelingsgerichte activiteiten krijgen aangeboden.

Protocol Een methodische leidraad waarin aangegeven wordt welke handelingen in welke volgorde en in welke omstandigheden concreet uitgevoerd moeten worden. Psychose Een psychiatrische stoornis waarbij het denken, waarnemen en emotionele beleven ernstig is ontregeld. De patiënt is het normale contact met de werkelijkheid kwijt door onjuiste (= irreële) gedachten (= waanideeën), waarnemingen (= hallucinaties), wanen (bijvoorbeeld stemmen horen) en afwijkend individueel en sociaal gedrag; de persoon beleeft zichzelf en de buitenwereld op een afwijkende manier. Regels Bepaling waarvan verwacht wordt dat je je eraan houdt. Reguliere kinderopvang De kinderopvang die open staat voor alle kinderen. Representativiteit. Je gedrag en uiterlijk laten passen bij de organisatie. Residentiële hulpverlening Hulpverleningsvorm waarbij de cliënt in een jeugdzorginstelling woont. Richtlijn Regels die dienen als houvast voor medewerkers, maar waar medewerkers eventueel in zekere zin van mogen afwijken. Semi-residentiële hulpverlening Hulpverleningsvorm waarbij de cliënt naar een jeugdzorgorganisatie gaat voor dagbehandeling, maar thuis woont. SMART Een hulpmiddel om een doelstelling Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden te formuleren. Sociale media Internettoepassing waarbij het draait om communicatie tussen deelnemers in een digitaal netwerk.

Succesfactoren voor teamwork Belbin onderscheidt de volgende zes succesfactoren: heldere doelstellingen, flexibel aanpassen, gezamenlijke verantwoordelijkheid, open communicatie, wederzijds respect en initiatief tonen. Supervisie Begeleiding van medewerkers die zich richt op de persoon die de werkzaamheden uitvoert. Bij supervisie krijg je een individueel leertraject onder leiding van een supervisor. Het gaat dan over de leervragen die jij hebt ten aanzien van je werk. Tactisch management Het tactisch management, het middenkader, vertaalt het algemene beleid naar concrete activiteiten. Taken Een van de drie onderdelen van een functie; jouw werkzaamheden. Team Het team van medewerkers dat dezelfde groep cliënten begeleidt. Teamwork Onderlinge samenwerking van mensen binnen een groep die is samengesteld om bepaalde doelen te verwezenlijken. Top-down communicatie Communicatie van het (top)management richting de werkvloer. Tussenschoolse opvang, Een opvangvoorziening voor basisschooljeugd tijdens de lunchpauze. Verantwoordelijkheden Een van de drie onderdelen van een functie; je kunt aangesproken worden op het goed uitvoeren van je taak. Verantwoordelijkheden Een van de drie onderdelen van een functie; het recht om zelfstandig beslissingen te nemen. Verbale communicatie Communicatie waaraan woorden te pas komen, geschreven of gesproken.

Strategisch management Het strategisch management, de topmanagers, bepalen het algemene beleid.

40


DE pRofEssIoNElE pEDagogIsch mEDEwERKER

Visie Standpunt van een persoon of een organisatie over een in de toekomst te verwachten situatie en/of toekomstige ontwikkelingen.

Vrijwilligers Mensen die inspanningen verrichten zonder dat daar loon tegenover staat. Wandpresentatie Informatie overdragen met behulp van illustraties en/of geschreven tekst op een bord of wand. WBP Wet bescherming persoonsgegevens.

41

Website Plaats waar bepaalde informatie zich op het world wide web bevindt. Werkbegeleiding Begeleiding van medewerkers die zich richt op het werk en de werksituatie. Werkveld Organisaties en instellingen waar je een bepaald beroep kunt uitoefenen met specifieke doelgroepen. Wet Kinderopvang Deze wet regelt de kosten voor kinderopvang en de kwaliteit van kinderopvang.

Wet op de jeugdzorg Deze wet bevat de regels op het gebied van hulpverlening aan jongeren en ouders bij het oplossen van opgroei- en opvoedproblemen. WMO Wet maatschappelijke ondersteuning. Zelfreflectie Op eigen ervaringen terugblikken; eigen handelen onderzoeken.


uRl’s

bronnen

De pedagogisch medewerker www.werkinkinderopvang.nl www.werkenindejeugdzorg.nl www.youchooz.nl

We danken de Stichting Kinderopvang Alphen aan den Rijn (SKA) en Bureau Jeugdzorg Friesland voor hun waardevolle bijdragen.

Werken als professional www.calibris.nl www.kinderopvang.nl www.nji.nl Werken in een team www.carrieretijger.nl (zoek op: samenwerken) www.twynstragudde.com (meer over Belbin) www.youtube.com/watch?v=xk3CtrFJJ20 (in het Engels!) Werken voor een PW-organisatie 123management.nl www.abvakabofnv.nl (zoek op cao’s > alle cao’s) www.kmnkindenco.nl Werken met plannen www.activiteitenbegeleidingssite.tk www.methodieken.nl www.databankkinderopvang.nl (zoek op pedagogisch werkplan) Werken binnen de regels wetten.overheid.nl www.phorza.nl (beroepscode SAW) www.protocolkindermishandeling.nl Communicatie van organisaties www.communicatieonline.nl www.communicatiemakelaar.nl www.managementsite.nl

Baseler, M.C., Traject V&V, Kwaliteitszorg en deskundigheidsbevordering voor helpenden (205), NijghVersluys, Baarn 2004. Benedictus, R. e.a., Traject welzijn, Methodiek van begeleiden, ThiemeMeulenhoff, Utrecht 2010. Eijkeren, M. van, Traject welzijn, Oriëntatie op sociaal-agogisch werk, ThiemeMeulenhoff, Utrecht 2010. Het gezicht van pedagogisch werk, brochure NIZW, 2006 Huijbers, J., Traject welzijn helpende, Werken volgens werkplan (201), NijghVersluys, Baarn 2000. Jouw rechten bij de Zuidwester, brochure De Zuidwester, 2007 Kwalificatiedossier Pedagogisch Werk 2010-2011, Colo M. Van Eijkeren, Traject Welzijn, Kinderopvang (314), NijghVersluys, Baarn 2006. Midde, R. van, Traject Welzijn, Organisatorische vaardigheden 2 (402), NijghVersluys, Baarn 2000. Midde, R.F.M. van e.a., Traject welzijn, Burger en werknemer, ThiemeMeulenhoff, Utrecht 2010. Vaardigheidstraining Traject Welzijn, presenteren Verhoef, A.C., Traject welzijn, Professionaliteit en kwaliteitszorg (304), professioneel handelen in het welzijnswerk, NijghVersluys, Baarn 2000. Voor vragen over opgroeien en opvoeden, Centrum voor Jeugd en Gezin Nieuwegein, 2010.

open.alares.nl/jeugdzorg20/ over-jeugdzorg20 www.bjzfriesland.nl www.bjzutrecht.nl www.bmcjeugd.nl www.carrieretijger.nl www.databankkinderopvang.nl www.hkz.nl www.jso.nl www.kiddo.net www.kinderopvang.net www.kinderopvang.nl www.kinderrijk.nl www.kmnkindenco.nl www.meldcode.nl www.nibudjong.nl

www.nji.nl www.protocolkindermishandeling.nl www.rijksoverheid.nl www.samennaardekinderopvang.nl www.ska.nl/intranet www.sksalleskids.nl www.stichtingbkk.nl www.tinteltuin.nl www.toverbeer.nl www.weekvandejeugdzorg.nl www.werkenbijhorizon.nl www.werkenindejeugdzorg.nl www.werkinkinderopvang.nl www.youchooz.nl www.zorgenwelzijnplein.nl www.zuidwesterjeugdzorg.nl

42


Register aanstellingsbrief 17 Actief luisteren 101 activiteitenplan 25 ActiZ 153 Adviesrecht 127 afwijkend gedrag 71 Agressiviteit 98 Ambulante hulpverlening 4 arbeidsovereenkomst 18 Arbeidstijdenbesluit 30 Arbeidstijdenwet 29 Arbowet 29 Assertief zijn 49 assertiviteit 17 Assertiviteit 99 attitude 45 AWGB 29 bedrijfscultuur 28 behandelplan 25 belangenorganisatie 151 Belbin 12 beleidsevaluatie 25 Beleidsformulering 25 beleidsuitvoering 25 beleidsvoorwaarden 25 Beleidsvorming 25 beoordelingsgesprek 132 beroepscode 29 Beroepscode 53 beroepsdeskundigheid 136 beroepsethiek 63 beroepshouding 46 beroepsprofiel 58 Beroepsrecht 127 betrokkenheid 17, 48 bevoegdheden 16 bezinning 63 Bijscholing 138 BOinK 151 bottom-up-communicatie 35 brancheverenigingen 153 Brede School 135 buitenschoolse opvang 8 CAO 18, 130 Centrale oudercommissie 126 CJG 9 cliĂŤntenraad 126 CNV 152 coach 20

157

coaching 140 communicatie 33, 88 competentie 52 conflict 99 conformeren 68 cultuuroverdracht 60 dagbehandeling 4 Deskundigheidsbevordering 136 deviant 71 Directe communicatie 34 Disfunctionele rollen 77 doorstroombeleid 120 echelons 35 Echtheid 94 eenzijdige communicatie 34 effectieve communicatie 88 Eigen Kracht Conferenties 151 empathie 17 Empathie 102 empathisch vermogen 49 ethiek 50 evalueren 13 externe communicatie 35 extrinsieke motivatie 122 Familie Netwerk Beraden 151 feedback 13 Feedback 104 flexibele arbeid 19 Flexwet 19 FNV 152 formele communicatie 34 Fulltimer 19 functie 16 Functie-eisen 16 functieomschrijving 16 functieprofiel 17 functionele relatie 91 Functionele rollen 76 functioneringsgesprek 131 gastouderbureau 8 Gastouderopvang 8 gedragspatronen 59 gedragsprotocol 28 GGD 135 Groepsbegeleiding 22 groepscultuur 71 grondhouding 45

handelingsplan 25 Herzberg 122 Het inhoudsaspect 89 Het relatieaspect 89 HKZ Keurmerk 26 HRM 120 huisregels 28 hulpverleningsplan 25 hygiĂŤnefactoren 123 indicatiestelling 3 Indirecte communicatie 34 Informatierecht 127 Informele communicatie 34 Initiatiefrecht 127 instellingscultuur 79 Instemmingsrecht 127 instroombeleid 120 integriteit 17, 51 Intercollegiale toetsing 142 Interne communicatie 35 Intervisie 22, 142 intrinsieke motivatie 122 introductie 20 inwerkprogramma 20 Jeugdzorg 8 Jeugdzorg Nederland 153 job-enlargement 122 job-enrichment 122 job-rotation 121 kinderdagverblijf 8 Kinderopvang 7 Kinderparticipatie 126 LCFJ 151 Leren 112 lichamelijk contact 95 maatschappelijk engagement 48 maatschappelijke ontwikkelingen 134 managementteam 5 Mantelzorg 134 Maslow 122 medezeggenschap 121 Medezeggenschap op Scholen (WMS) 126 medisch kinderdagverblijf 15 meerzijdige communicatie 34 MHP 152


middenmanagement 5 missie 15, 24, 50 MKB-Nederland 152 MOgroep Kinderopvang 153 mondelinge presentatie 35 motivatie 119 motivatie-hygiĂŤneconcept 122 motivatoren 123 motiveren 49 multidisciplinair team 4, 11 negatieve feedback 105 Netwerken 149 nieuwsbrief 36 NJI 136 non-verbale communicatie 34 norm 62 normvervaging 65 NVMW 152 Omgangsnormen 66 ondernemingsraad 125 Ontkenning 107 Oproepkracht 19 organisatie 15 OR-reglement 128 oudercommissie 126 Parttimer 19 pedagogiek 4, 24 pedagogisch beleidsplan 24 Pedagogisch kader 24 pedagogisch werk 4 pedagogisch werkplan 24 personeelsbeleid 120 personeelsdossier 20 personeelsvergadering 129 personeelsvertegenwoordiging 129 persoonsprofiel 17 peuterspeelzaal 8 POP-gesprek 132

posities 75 positieve communicatie 92 positieve feedback 105 potenties 49 Primaire behoeften 122 primaire socialisatie 60 Procesgerichte rollen 76 professionalisering 63 professionele distantie 49, 91 Projectie 107 protocol 28 Rationalisatie 107 Reflecteren 109 regels 27 reguliere kinderopvang 3 representativiteit 17 representeren 50 ResidentiĂŤle hulpverlening 4 richtlijn 28 roldifferentiatie 76 rollen 75 salarisschaal 7 Secundaire behoeften 122 secundaire socialisatie 60 Semi-residentiĂŤle hulpverlening 4 siso-code 146 SMART 12 sociale kaart 136 sociale media 37 sociale netwerkstrategie 151 Sociale vaardigheden 87 Socialisatie 59 strategisch management 5 Subassertiviteit 97 succesfactoren voor teamwork 12 supervisie 22, 140 Taakgerichte rollen 76 Taaknormen 66

tactisch management 5 taken 16 teamwork 11 Tertiaire behoeften 122 themabijeenkomst 139 Top-down-communicatie 35 Tussenschoolse opvang 8 uitstroombeleid 120 Vakbonden 152 Vakcentrales 152 vakliteratuur 146 vaktijdschrift 145 verantwoordelijkheden 16 Verbale communicatie 34 Verdringing 107 vertrouwensrelatie 90 visie 16, 24, 50 VNO/NCW 152 vrijwilligers 19 VVE 135 waarde 62 wandpresentatie 36 WBP 29 website 37 werkbegeleiding 22 Werkgevers 152 Werknemers 151 Werkoverleg 125 werkvelden 7 Wet Kinderopvang 30, 124 Wet op de jeugdzorg 30 WMCZ 124 WMO 29 WOR 125 zelfbeeld 113 zelfreflectie 13 Zelfreflectie 110, 139

158


De professionele pedagogisch medewerker Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject Welzijn.


Traject Welzijn De professionele pedagogisch medewerker  

Traject Welzijn - De professionele pedagogisch medewerker

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you