Issuu on Google+


Verpleegplan niveau 4

J.K. den Ouden J.G.V. van Son G. Wouters Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Eerste druk


Colofon Auteurs J.K. den Ouden J.G.V. van Son G. Wouters

Inhoudelijke redactie C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans

Redactie Singeling Tekstproducties

Conceptontwerp Projectteam ThiemeMeulenhoff

Ontwerp Omslag: In2vorm, Barchem Binnenwerk: Imago Mediabuilders, Amersfoort

Fotografie

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 92509 8 Eerste druk, eerste oplage, 2012 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Martin Hogeboom, Epe (omslag)

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan

Overig materiaal

1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoe-

op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus

Anke Gielen/Mirador Media, Tilburg figuur 9.1,

dingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierech-

14.10, 15.7, 17.5, 17.6, 20.6;

ten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.

BMA BV, Houten figuur 1.4;

stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze

Désirée Tirkes, Nieuwegein figuur 1.6;

uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken

Digitale Sociale Kaart, Den Haag figuur 20.1;

(artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden.

Frank Muller/ Hollandse Hoogte figuur 5.2;

Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het

Frank Muller/ Zorg in beeld figuur 22.5;

maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenon-

Karin Lighthart, Amsterdam figuur 14.2;

derwijs.nl.

Kopart, Sint Lucas Andreas Ziekenhuis figuur 22.3; Lex de Lang, Amsterdam figuur 22.5a, 22.5b;

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen

Liane Volgers figuur 6.1;

volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks me-

Maurice Vermaes, Elkerliek Ziekenhuis figuur 18.3;

nen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog

Petra Mocking figuur 6.3, 9.2, 12.3;

tot de uitgever wenden.

Private Collection/ The Bridgeman Art Library figuur 2.1; Reed Business, Amsterdam figuur 1.7; Roel Burgler/ Hollandse Hoogte Pag. 100; V&VN, Utrecht Figuur 1.7; www.kiesbeter.nl figuur 17.3; www.wondverpleegkundigen.nl figuur 14.3

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor



verpleging en verzorging aangepast aan de ontwik-

stijlen en leerervaringen van studenten. Leerstijl

kelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen

en leerervaringen hangen samen met de kenmer-

aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitgewerkt in een nieuwe kwalificatiestructuur.

Als mbo-verpleegkundige ben je actief op het gebied

De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leer-

ken van de student en zijn of haar situatie. 

Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen niveau 3 en niveau 4.

van zorg, wonen en welzijn. Je kunt werken in ver-

Binnen het competentiegerichte opleiden worden

verpleeg- en verzorgingshuis en thuiszorg, geestelijke

tenties bij individuele studenten. Bij het verwerven

schillende beroepspraktijken, zoals een ziekenhuis,

gezondheidszorg of gehandicaptenzorg. Je werkt voor mensen met verschillende achtergronden en van alle

leeftijden, denk aan: klinische zorgvragers, chronische zorgvragers, revaliderende zorgvragers, zorgvragers met een handicap, zorgvragers met psychiatrische

leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige compevan competenties staat het zich eigen maken van

kennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal.

problemen, kraamvrouwen, pasgeborenen, kinderen

De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij

vooral met individuele zorgvragers in hun directe

trajectvenv.nl vormen een belangrijk onderdeel van

en jeugdigen met gezondheidsproblemen. Je werkt

omgeving. Daarnaast kun je ook werken met groe-

pen, bijvoorbeeld in een kleinschalige woonomgeving. Bron: Calibris KD’s 2011/2012

Deze structuur, uitgewerkt in kerntaken en werk-

processen, vormt de basis voor de inrichting van de

huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiestructuur.

Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de

opleidingen verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en verpleegkundige mbo (kwalificatieniveau 4).

Traject V&V is gebaseerd op drie belangrijke uitgangspunten: 

De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de beroe-

puitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate bepaald door de aard van de zorgvragen en door de context

waarin de beroepsuitoefening plaatsvindt (zorgsituaties).

aan. De praktijksituaties op de methodesite www. het leermiddelenaanbod. In de praktijksituaties

komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun

dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt

dat ze met een oplossing en aanpak komen. In combinatie met de beroepspraktijkvorming wordt de

student op deze manier optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling.

Traject V&V houdt rekening met de leeftijd van de studenten door het taalgebruik af te stemmen op

het niveau van de doelgroep en door voorbeelden en opdrachten zo te formuleren dat de verschillende

leeftijdsgroepen zich aangesproken voelen. De leermiddelen zijn zo ontwikkeld dat zowel studenten

met een meer theoretische, als studenten met een meer praktische, inslag er gebruik van kunnen

maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didac-

tisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider ‘ aan het leerproces van de student.


Traject V&V sluit dus aan bij actuele opvattingen

combinatie van deze onderdelen maakt het leren

onder andere dat aandacht is besteed aan verwer-

zowel in een schoolse situatie als in de beroepsprak-

over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent kingsopdrachten bij de theorie en zelftoetsing. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de hou-

vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan tijk plaatsvinden.

dingsaspecten van de ( beginnende ) beroepsbeoefe-

Het didactisch concept van Traject V&V gaat

immers een essentieel onderdeel van de beroepsuit-

waardoor het competentiegerichte leren optimaal

naar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen oefening.

nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt.

In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalifi-

Wij hopen dat gebruikers, zowel studenten als

stroomverbijzonderingen uitgewerkt in drie onder-

Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of sug-

catiedossiers, worden de werkprocessen en uitdelen.

Theoretische onderbouwing

docenten, op een plezierige en zinvolle manier met gesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

Het onderdeel ‘theorie’, in de vorm van boeken,

Amersfoort, 2012

hoort bij het betreffende werkproces. Extra theoreti-

Redactie en uitgever

bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die sche verrijking wordt de student geboden via de methodesite.

Beroepswerkelijkheid

Het onderdeel ‘praktijksituaties’, aangeboden via de methodesite www.trajectvenv.nl, geeft realistische beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van de verzorgende of verpleegkundige. Deze praktijk-

situaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het (zelfstandig) leren.

Beroepsvaardigheden

Het onderdeel ‘vaardigheden’, aangeboden via de

methodesite www.trajectvenv.nl en via Verpleeg-

techniek in Beeld, biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische en sociaalagogische vaardigheden.

Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vinden in het volledige aanbod van Traject V&V. De


Woord vooraf Dit boek wil bijdragen aan de ontwikkeling van de student tot

een competente verpleegkundige, die professioneel en methodisch zorg kan bieden.

Het verpleegplan is het vertrekpunt van de verpleegkundige zorg, en een onmisbaar instrument voor excellente zorg.

Naarmate de zorgvrager mondiger wordt en steeds meer de

regie over zijn eigen leven houdt en zelf keuzes maakt over zijn eigen zorgverlening, krijgt hij een belangrijker rol in het ver-

pleegproces en dus in het verpleegplan. Tegenover dit persoonlijke accent staat een toenemende verzakelijking, bijvoorbeeld als gevolg van marktwerking in de zorg.

Door ontwikkelingen in de ICT wordt het verpleegplan steeds meer gedigitaliseerd. Dit is de reden waarom in het boek fre-

quent aandacht besteed wordt aan het ‘Elektronisch Verpleeg Dossier’ (EVD).

Als auteurs hebben wij gezamenlijk een uitgebreide achtergrond in alle werkvelden van de gezondheidszorg. Momenteel zijn wij werkzaam in functies die nauw betrokken zijn bij het opleiden

van beroepsbeoefenaars in de zorg waaronder verpleegkundigen. In het boek zijn theorie, voorbeelden, opdrachten en casussen

zodanig geformuleerd dat zij zo dicht mogelijk staan bij de dage-

lijkse verpleegkundige praktijk. De auteurs hebben alle branches

aan bod laten komen waar verpleegkundige zorg gegeven wordt: ZH, VVT, GGZ en GHZ. De uitgangspunten voor Het verpleegplan niveau 4 zijn dat het boek methodisch en herkenbaar is en goed aansluit op de verpleegkundige beroepspraktijk.

Als basis voor Het verpleegplan zijn de zes fasen van het methodisch handelen gekozen. Deze zes fasen zijn aangevuld met het thema Oriëntatie op het beroep en het thema Coördinatie.

Voor uw suggesties ter verbetering houden wij ons van harte aanbevolen.

December 2011 Jeannette den Ouden Jan van Son

Gemma Wouters


ix

Inhoud 1

OriĂŤntatie op het beroep 1

1

Het beroep

1.2

Wat is verplegen 2

1.1

1.3

Inleiding

1.5 1.6 1.7

2

Vormen van zorg

4

1.3.1

Zelfzorg 4

1.3.3

Professionele zorg 7

1.3.2

1.4

2

Mantelzorg 6

Zorgvrager

7

1.4.1

ZorgcategorieĂŤn

7

1.5.1

Beroepenstructuur

1.6.1

Intramuraal, semimuraal, extramuraal en transmuraal 12

1.7.1

Beroepsprofiel

Taakgebied en deskundigheid van de verpleegkundige 9

Het beroepsprofiel en de beroepscode 1.7.2

Beroepscode

13

Methodisch werken

2.2

Professioneel handelen 17

Inleiding 2.2.1

17

17

Methodisch werken

3

Verpleegkundig proces 28

3.2

Verpleegkundig proces 28

3.1

3.3

3.4 3.5

3.6 3.7

3.8

Inleiding

18

28

Stap 1 Verzamelen van gegevens 28

Stap 2 Vaststellen van de verpleegkundige diagnose 30 Stap 3 Vaststellen van het verpleegdoel 30

Stap 4 Plannen van de verpleegkundige zorg 31

Stap 5 Uitvoeren van verpleegkundige interventies 31 Stap 6 Evalueren van de verpleegkundige zorg 31

4

Verwerkingsopdrachten 33

2

Gegevens verzamelen 41

5

Verzamelen van gegevens 42

5.1

13

14

2

2.1

10

De werkvelden van de verpleegkundige 10

Inleiding

42


x

5.2 5.3

Verzamelen van gegevens 42

Doel van het verzamelen van gegevens 43 5.3.1

Modellen bij het verzamelen van gegevens 44

5.3.3

Model van de Vier domeinen van verantwoorde zorg 46

5.3.2 5.4

Methode van SAMPC

44

Informatiebronnen 50

6

Methoden voor het verzamelen van gegevens 53

6.2

Verpleegkundig anamnesegesprek

6.1

6.3

6.4 6.5

Inleiding 53 6.2.1

53

Richtlijnen bij een anamnesegesprek 53

Observeren Meten

56

55

Interpreteren

57

7

Verwerkingsopdrachten 59

3

Inschatten van zorgsituatie 65

8

Stellen van de verpleegkundige diagnose 66

8.2

Verpleegkundige diagnose 66

8.1

8.3

8.4

Inleiding 66 8.2.1

8.2.2

Stap 2 in het verpleegkundig proces 66 Wat is een diagnose?

Classificatiesystemen

72

66

Functie van de verpleegkundige diagnose 72 8.4.1

Onderdelen van de verpleegkundige diagnose 74

8.5.1

Vuistregels voor de verpleegkundige besluitvorming 76

9

EVD

80

9.2

Wat is het elektronisch verpleegdossier? 80

8.5 8.6

9.1

9.3

Hoe stel je de verpleegkundige diagnose? 75

Hulpmiddelen bij de verpleegkundige diagnostiek 78

Inleiding 80

Waarom een EVD?

80

9.3.1

Zorgproces is leidend

9.3.3

Eenmalige invoer

9.3.2 9.3.4 9.3.5

9.3.6

81

Hergebruik van gegevens 81

81

Multidisciplinaire uitwisseling 81

Kwaliteitverhogend (standaardisatie) 82 Mogelijkheid tot onderzoek

82


xi

9.4

9.5

9.6 9.7

Verpleegkundige diagnose binnen het EVD 82 9.4.1

9.4.2

Standaardverpleegplan 83 Standaard Diagnosen

Richtlijnen 85

84

Protocollen 86 Zorgpaden

87

10

Verwerkingsopdrachten 89

4

Verpleegdoelen vaststellen 93

11

Verpleegdoelen vaststellen 94

11.2

Wat is een doel?

11.1

11.3

Inleiding

94

95

Verpleegkundige doelen formuleren 95 11.3.1

RUMBA-criteria 95

12

Werken met standaarden 98

12.2

Standaardisatie van verpleegdoelen 98

12.1

12.3

12.4

Inleiding

98

Zakboek verpleegkundige diagnosen 100 12.3.1

Werken met Zakboek verpleegkundige diagnosen 101

Standaard doelen in het EVD 102

13

Verwerkingsopdrachten 104

5

Plannen en uitvoeren van verpleegkundige interventies 107

14

Plannen van verpleegkundige interventies en eigen werkzaamheden 108

14.2

Autonome en gedelegeerde verpleegkundige interventies 108

14.1

14.3

14.4 14.5

14.6 14.7

14.8

14.9

Inleiding

108

Plannen van de juiste interventie 109 14.3.1 Geplande interventies 110 Formuleren van interventies 111

Nurse Intervention Classification (NIC) 112

Hulpmiddelen bij het plannen van interventies 113 Standaardinterventies in het EVD 114

Maken van een eigen werkplanning 115 Verpleegkundige werkzaamheden 115

14.9.1 Geplande verpleegkundige interventies 116

14.9.2 Niet-geplande verpleegkundige interventies 116 14.9.3 Overige verpleegkundige activiteiten 116


xii

14.10

Maken van een werkplanning

14.12

Knelpunten en initiatieven 123

14.11

117

Tips en trucs bij het maken van een werkplanning 123

15

Uitvoeren van verpleegkundige interventies 126

15.2

Observatie

15.1

Inleiding 15.2.1

126

126

Waarnemen

15.2.2 Observeren

15.3

15.4 15.5

15.2.3 Signaleren Monitoring

129

Rapportage

133

126

127

129

Standaardobservatietechnieken en -lijsten 132 15.5.1

Schriftelijke rapportage 133

15.5.2 Methoden voor schriftelijke rapportage 134

15.5.3 Aandachtspunten bij schriftelijk rapporteren 135 15.6

15.7

15.8

15.9

15.5.4 Voor- en nadelen schriftelijk rapporteren 137 Mondelinge rapportage 137

15.6.1 Voor- en nadelen mondeling rapporteren 138

15.6.2 Aandachtspunten bij mondelinge rapportage 139 Mondelinge rapportage aan naasten 139 Inzage dossiers

139

Wet bescherming persoonsgegevens 140

16

Verwerkingsopdrachten 141

6

Evalueren 145

17

Evalueren van de verpleegkundige zorg 146

17.2

Wat is evalueren? 147

17.1

17.3

17.4 17.5

17.6

Inleiding 146

Evalueren in de gezondheidszorg 147 17.3.1

Marktwerking in de zorg

17.3.2 Kwaliteit van zorg 149

147

Evaluatiemomenten 149

Productevaluatie en procesevaluatie 151 17.5.1

Productevaluatie 151

17.5.2 Procesevaluatie 152

Stappen in het evaluatieproces 153


xiii

18

Evaluatiegesprek 156

18.2

Doel

18.1

18.3

18.4 18.5

Inleiding

156

156

Deelnemers

Voorbereiding

156

157

Tijdens het evaluatiegesprek 158 18.5.1 Indeling van het gesprek

158

18.5.2 Belangrijke vaardigheden 159

18.6 18.7

18.8

18.5.3 Belang van open vragen 159 Na het evaluatiegesprek 160 Evalueren en het EVD 160 Tevredenheidsonderzoek

161

19

Verwerkingsopdrachten 163

7

Coördinatie 167

20

Coördinatie en continuïteit van zorg 168

20.1 20.2 20.3

Inleiding

168

20.1.1 Coördinatie en continuïteit van zorg 168 Coördinatie van zorg 169

20.2.1 Competenties 170 Continuïteit van zorg 171

20.3.1 Continuïteit binnen de dag en van dag tot dag 171 20.3.2 Continuïteit tussen diensten

171

20.3.3 Continuïteit tussen disciplines 172

20.3.4 Continuïteit tussen afdelingen 172

20.3.5 Continuïteit van zorg tussen de verschillende zorgverlenende instanties 173 20.3.6 Ketenzorg

174

20.3.7 Continuïteit van zorg bij het verlaten van de instelling 174

20.4 20.5 21

21.1

20.3.8 Continuïteit van leven 175

Betekenis voor het verpleegkundig proces 176 Continuïteit binnen de beroepsgroep

176

Verpleegsystemen 178 Inleiding

178

21.1.1

Taakgerichte verpleegsystemen 178

21.1.3

Mengvormen 181

21.1.2

Zorgvragergerichte verpleegsystemen 180


xiv

22

Ontslag en overdracht 183

22.3

Ontslag en overdracht 183

22.2 22.4

Inleiding

183

Zorgvrager centraal 184 22.4.1 Transitie in zorg

184

22.4.3 Schakelafdeling

186

22.4.2 Joint Care programma’s 185

22.5

22.4.4 Ziekenhuisverplaatste zorg 186 Ontslagvoorbereiding

22.5.1 Ontslagplanning

186

186

22.5.2 Ontslagcriteria 188

22.5.3 Voorbereiding van de zorgvrager op het ontslag 188 22.6

22.5.4 Transferpunt 190 Nazorg

191

22.6.1 Nazorg vanuit de instelling waar de zorgvrager opgenomen is geweest 191 22.6.2 Nazorg door de mantelzorg 192

22.6.3 Nazorg door een andere instelling 22.6.4 Nazorg door de huisarts 22.6.5 Nazorg via internet

22.7

22.6.6 Overbruggingszorg Overdracht 194

192

192

192

192

22.7.1 Schriftelijke overdracht 194

22.7.2 Overdracht naar een andere afdeling 195

22.7.3 Overdracht naar een andere instelling 196 22.8

23

22.7.4 Overdracht naar de mantelzorg 196 Ontslag

197

22.8.1 Ontslaggesprek

197

Verwerkingsopdrachten 199 Bijlagen 204 Begrippen Register

228

233


1

Oriëntatie op het beroep

In de klas is het een geroezemoes. Nieuwe boeken liggen klaar. Suzette komt hijgend binnen, ze is net op tijd, de trein was weer eens vertraagd. Zij wil het eerste uur niet missen, want ze gaat met de klas beginnen aan een nieuw onderdeel in de opleiding, het plannen van zorg. In september zijn ze begonnen met basiszorg. Suzette weet nu alles over hygiëne, bedden opmaken en zorgvragers wassen. Voordat ze hun BPV gaan doen moeten ze volgens hun docent Ilonka eerst leren de zorg te plannen ofwel methodisch leren verplegen. Suzette heeft begrepen dat je leert hoe je als verpleegkundige de zorg op een bepaalde methode indeelt en plant. Het lijkt Suzette een moeilijk onderwerp want plannen is niet haar sterkste punt. Ilonka heeft gezegd dat ze het onderwerp stap voor stap met de klas door gaat werken. ‘We gaan het plannen van de zorg leuker en makkelijker maken!’


2

Oriëntatie op het beroep

1

Het beroep

1.1

Inleiding

term zorgvragers in plaats van de voor haar bekende term patiënten. Ze vraagt zich af of verzorgen hetzelfde is als

In dit hoofdstuk kom je meer te weten over wat

verplegen en wat verplegen eigenlijk inhoudt.

komt. Daarnaast worden de vier belangrijke docu-

Wanneer Nicoline in een internetwoordenboek de definitie

verplegen is en welke vormen van zorg je tegen-

menten voor het verpleegkundige beroep besproken, namelijk: Kwalificatiedossier mbo-verpleegkundige, Wet BIG, Beroepscode en Beroepsprofiel van de ver-

pleegkundige. Ten slotte kun je lezen in welke werkvelden je werkzaam kunt zijn en welke zorgvragers je tegenkomt in de uitoefening van je beroep.

van verplegen opzoekt, krijgt ze als antwoord: ‘verplegen is het verzorgen van een zieke’. Volgens hetzelfde woordenboek is zorgen het meervoud van zorg en betekent verzorgen ‘erop toezien dat een persoon of een dier het nodige verkrijgt’. Bij verzorgen hoeft iemand dus niet ziek te zijn. In de definitie van verplegen komt duidelijk naar voren dat er sprake is van ofwel een zieke, ofwel van een

1.2

Wat is verplegen

Voorbeeld Nicoline is in september begonnen aan de opleiding mboverpleegkunde. Samen met twintig studenten zit zij in de beginfase van de opleiding. Gelukkig zitten er ook drie jongens in de klas. Zij zijn de opleiding begonnen met het oriënteren op het verpleegkundig beroep.

situatie waarin iemand zelf iets niet kan en een beroep moet doen op een ander.

Tot ongeveer 1990 kregen de verpleegkundigen in

opleiding nog les over de ‘geschiedenis van de ver-

pleging’. In deze geschiedenislessen werd de naam Florence Nightingale genoemd. Zij leefde van 1820 tot 1910 en wordt vaak gezien als de grondlegger

van de moderne verpleegkunde. In haar boek Notes

on nursing, what it is and what it is not (1859) definieert zij verplegen als ‘doen wat in je vermogen ligt

In de oriëntatieperiode zijn ze met elkaar de taken van de verpleegkundige aan het doornemen en de vakken die daarbij horen.

om de patiënt te helpen in zijn dagelijks functione-

ren, wanneer deze door ziekte, handicap of stoornis zorg nodig heeft’. Door haar boek en inspanningen

met andere inspirerende verpleegsters, bijvoorbeeld Nicoline heeft in de korte tijd dat ze nu op de opleiding zit al gemerkt dat de termen zorgen en verplegen door elkaar worden gebruikt. Daarnaast gebruiken haar docenten de


1

Figuur 1.1

Het beroep

Verplegen

Anna Reynvaan en Frederique Meyboom, is verple-

Als kind leren we al zo zelfstandig mogelijk te zijn.

deed je dat gewoon zonder opleiding of diploma.

gevoel van eigenwaarde. Als we voor onszelf kun-

gen en verzorgen een echt vak geworden. Tot die tijd Veel belangrijker dan een opleiding was ervaring en praktisch inzicht. Pas na 1880 komt er behoefte aan opgeleide verpleegsters en begint de echte professionalisering. Belangrijke kenmerken van die

beroepsontwikkeling zijn de verpleegstersopleiding, het diploma, het insigne, het uniform, een vakblad en een beroepsorganisatie.

Een beroep doen op een ander, vragen om hulp of

ondersteuning, doen we pas wanneer we er zelf echt niet meer uitkomen. Pas wanneer het niet anders kan, accepteer je hulp van iemand anders.

Je neemt bijvoorbeeld bijles na het steeds behalen

van een onvoldoende voor wiskunde. En je hebt vast wel een keer met een flinke griep in bed gelegen.

Het voor onszelf kunnen zorgen, beïnvloedt ons

nen zorgen, geeft dit meestal een positieve kijk op onszelf. In het verpleegkundige vak noemen we deze zelfstandigheid zelfredzaamheid.

Als verpleegkundige stimuleer je zo lang mogelijk

de zelfredzaamheid van de zorgvrager. Zelfredzaamheid is belangrijk voor een positieve instelling en

voor het vertrouwen van de zorgvrager in zichzelf

en zijn lichaam. Pas wanneer het niet anders kan en de zorgvrager aangeeft zorg nodig te hebben dan

ben je er als verpleegkundige voor deze zorgvrager. De Wet BIG geef geen definitie van verplegen maar zegt er het volgende over:

‘Tot het gebied van deskundigheid van de verpleegkundige wordt gerekend: 

Hoe heerlijk vond je het om een beetje verzorgd te

van observatie, begeleiding, verpleging en

worden en af en toe iets te drinken te krijgen, of om een sms van een vriendin te krijgen die zorgzaam informeerde hoe het met je was.

Wat voor jou belangrijk is, namelijk zo lang mogelijk voor jezelf zorgen, geldt ook voor de zorgvragers op de afdeling waar je BPV doet. De meeste mensen

vinden het niet prettig hulp aan anderen te vragen.

het verrichten van handelingen op het gebied verzorging;



het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg verrichten van handelingen in aan-

sluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.’

3


4

Oriëntatie op het beroep

In gewoon Nederlands vertaald stelt de Wet BIG dat

met andere beroepsbeoefenaren of disciplines.

leidt, verpleegt en verzorgt en dit doet in opdracht

heid van de zorgvrager. Voor de zelfredzaamheid is

de verpleegkundige zorgvragers observeert, bege-

van bijvoorbeeld een arts, die bij een zorgvrager een diagnose wil stellen en deze zorgvrager vervolgens wil behandelen.

De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) is bedoeld om de kwaliteit van de

beroepsuitoefening in de individuele gezondheids-

zorg te bevorderen en te bewaken en de zorgvrager te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig

Belangrijk in deze ondersteuning is de zelfredzaamzelfzorg van belang. Wanneer iemand aangeeft niet

meer voor zichzelf te kunnen zorgen, tengevolge van een ziekte, stoornis of beperking, zijn andere vor-

men van zorg belangrijk. Dit hoeft niet alleen ver-

pleegkundige zorg te zijn. Hierover meer in de volgende paragraaf.

handelen door beroepsbeoefenaren. De Wet Big regelt

1.3

Vormen van zorg

kundige handelingen mogen verrichten waarvoor zij

1.3.1

Zelfzorg

ook dat beroepsbeoefenaren onder andere verpleeg-

bevoegd en bekwaam zijn. Iedere beroepsbeoefenaar heeft hierbij zijn eigen verantwoordelijkheid.

Voorbeeld

Wanneer je klaar bent met je opleiding schrijf je

jezelf in het BIG-register in. Alleen wie in dit register

‘Zelf doen, ikke doen’ is een veelgehoorde uitspraak

is ingeschreven mag de beschermde titel verpleeg-

van peuters. Ook op oudere leeftijd is voor jezelf zorgen

kundige voeren.

belangrijk. Je kent allemaal het voorbeeld van de blinde

De Vaste Commissie Verpleging van de Nationale

meneer die wordt geholpen met oversteken en dat eigen-

Raad voor de Volksgezondheid geeft de volgende

lijk helemaal niet wil en zelfs boos kan worden omdat je

definitie van verplegen:

hem wilt helpen.

‘Beroepsmatig verplegen is het herkennen, analyseren, alsmede advies en bijstand verlenen ten

aanzien van feitelijke of dreigende gevolgen van

Zelfzorg is alle zorg die een mens nodig heeft om

handicaps, ontwikkelingsstoornissen en hun

om als mens zelfredzaam te kunnen zijn en eigen

lichamelijke en/of geestelijke ziekteprocessen,

behandeling voor de fundamentele levensverrich-

tingen van het individu. Verpleegkundig handelen

houdt tevens in het zodanig beïnvloeden van men-

zinvol te kunnen leven. Hiervoor is het belangrijk verantwoordelijkheid te hebben voor je leven. De zelfzorg betreft de zorg op: 

sen, dat menselijke vermogens worden benut met

eten en drinken;

het oog op het in stand houden en bevorderen van



In het beroepsprofiel wordt geen onderscheid (meer)



gezondheid.’

aangebracht in verplegen en verzorgen.

Samengevat kun je stellen dat verplegen een vak of

een professie is waarvoor je kennis en vaardigheden nodig hebt die je gebruikt om een zorgvrager, die

lichamelijk gebied: zoals wassen, aankleden, psychisch gebied: zoals kunnen ontspannen, kunnen vermijden van stress en kunnen omgaan met druk en tegenslag;

sociaal gebied: zoals het kunnen omgaan met

sociale contacten, goed kunnen functioneren in een gezin of in een klas of een andere sociale omgeving.

last heeft van ziekte, handicap of stoornis, te onder-

De zorg die zich richt op de drie gebieden: lichame-

ren. De verpleegkundige doet dit in samenwerking

wel holisme genoemd.

steunen en begeleiden in zijn dagelijks functione-

lijk, psychisch en sociaal welbevinden, wordt ook


1

Het beroep

In de verpleegkundige zorg gaan we uit van de holis-

Maslow spreekt van een hiĂŤrarchie in behoeften.

Lichaam, geest en sociaal welbevinden zijn onlosma-

van belangrijkheid. Je begint aan de basis van de

tische mensvisie: kijken naar de totale mens.

kelijk met elkaar verbonden. Dat betekent dat wan-

neer iemand last heeft van een lichamelijke aandoening of ziekte zijn gedachten en gevoelens (psy-

chisch) en zijn geschiedenis en contacten in de maatschappij (sociaal) een rol spelen. Het geeft bijvoor-

beeld een minder eenzaam gevoel en je krijgt minder sombere gedachten wanneer er mensen zijn die met

je meeleven en bij je op bezoek komen als je ziek bent. Om het holisme en de samenhang tussen de drie

gebieden goed te kunnen begrijpen is het belangrijk om de basisbehoeften van de mens te kennen.

Zelfzorg en menselijke behoeften

Zelfzorg is erop gericht bepaalde behoeften te bevredigen. Abraham Maslow, een Amerikaanse psycho-

Dat wil zeggen dat er een rangorde is in de volgorde piramide. Het voldoen aan de lichamelijke behoeften is belangrijker dan de veiligheid. Wanneer je

geen eten en drinken hebt, kun je je niet concentre-

ren op werk. Er is maar een ding belangrijk: hoe kom ik aan eten en drinken? Wanneer je niet veilig bent, kun je geen liefde geven en geen liefde ontvangen. Een kind dat mishandeld wordt, is lichamelijk en geestelijk niet veilig. Een onveilig kind kan geen

liefde geven en liefde ontvangen omdat hij leert te wantrouwen.

Voor jou als verpleegkundige is het belangrijk de

basisbehoeften van de zorgvrager te kennen zodat je de zorgvrager begrijpt en je de zorg op hem kunt afstemmen.

loog, heeft in zijn theorie de menselijke behoeften

Zelfontplooiing

ondergebracht in vijf categorieĂŤn: 1

Lichamelijke behoeften; dit zijn de fysiologische behoeften om te overleven zoals lucht, voeding,

Behoefte aan waardering en erkenning

water en slaap. Opvallend is dat Maslow hieronder ook seks klasseert, evenals andere lichame2

lijke zaken zoals sport en comfort.

Behoefte aan sociaal contact

Behoefte aan lichamelijke veiligheid en zeker-

heid; de mens zoekt veiligheid in een georganiseerde kleine of grote groep. Dit kan zijn de

Behoefte aan veiligheid en zekerheid

buurt, het gezin of het bedrijf zijn. Typische voor3 4

beelden zijn: huisvesting, werk en relaties.

Behoefte aan saamhorigheid, behoefte aan

Behoefte aan waardering, erkenning en zelfrespect, die de competentie en het aanzien in

Figuur 1.2

aan de status in sociaal verband.

Zelfzorgvermogen

satie; de behoefte om je persoonlijkheid en je

gen. Je leert hoe belangrijk zelfzorgen is om te kun-

groepsverband verhogen; het belang hechten 5

Lichamelijke behoefte

vriendschap, liefde en positief-sociale relaties.

Behoefte aan zelfverwerkelijking of zelfactualimentale groeimogelijkheden te ontwikkelen. Zin en betekenis geven aan je bestaan.

Behoeftepiramide van Maslow

Vanaf de geboorte leert een mens voor zichzelf zor-

nen bestaan. Zo gaat een baby al huilen wanneer hij

honger, dorst of een natte luier heeft. Hij leert al snel dat zijn moeder of vader pas zorg aan hem besteedt

wanneer hij zich laat horen. Hoe ouder je wordt, hoe

5


6

Oriëntatie op het beroep

meer je leert voor jezelf te zorgen. Niet in alle situa-

partner, ouder, kind, familielid, vriend of buur. Deze

Met een gebroken been kun je niet je volledige zelf-

ven op basis van vrijwilligheid en vanuit een per-

ties kun je je zelfzorgvermogen gebruiken.

zorgvermogen gebruiken. Op dat moment zijn je

zelfzorgvermogen en je zelfzorgbehoefte niet met

elkaar in evenwicht. Je behoefte is zelfstandig kunnen lopen, je vermogen is een gedeeltelijke handicap door een gebroken been. Er ontstaat een zelfzorgtekort.

Zelfzorgtekort

Bij een zelfzorgtekort zijn je zelfzorgvermogen en je

zelfzorgbehoefte niet in evenwicht. Er is in het geval van je gebroken been sprake van een tijdelijk zelf-

zorgtekort. Je hebt zorg nodig. Welke zorg is afhan-

zorg kan jarenlang duren, is onbetaald, wordt gegesoonlijke relatie met de zieke. Het geven van man-

telzorg wordt vaak gezien als een vanzelfsprekend-

heid omdat er geen keus is. Je moeder wordt ziek of je krijgt een gehandicapt kind. Het kan je allemaal overkomen. Je helpt elkaar en je voelt je er zelf ook

goed bij om een ander te helpen. De mantelzorg kan intensief en langdurig zijn en beïnvloedt het leven

van de mantelzorger, die deze zorg vaak met eigen baan en gezin combineert.

Voorbeeld

kelijk van drie vragen:

De moeder van Aafke heeft vier jaar geleden een auto-



ongeluk gehad waardoor ze verlamd is aan beide benen.

Wat kan iemand zelf op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied?



Sindsdien helpt Aafke haar moeder elke ochtend met

Wat weet iemand zelf over zijn zelfzorgvermo-

wassen en aankleden.

inzicht in zijn situatie?

Miriam en Hans hebben drie zonen. Sam en Pim zijn

gen en zelfzorgtekort, heeft iemand kennis en 

Wat wil iemand?

gezond en gaan naar school en Bram heeft vanwege een aangeboren hersenletsel een verstandelijke beperking en

Afhankelijk van het antwoord kan zorg op maat worden gegeven. De drie vragen kunnen elkaar

overlappen. Iemand kan iets niet, omdat hij niet

weet hoe, of iemand wil iets niet (is niet gemoti-

is blind. Overdag gaat Bram naar een dagactiviteitencentrum. Alle gezinsleden dragen hun steentje bij aan de zorg voor hem. Zijn broers helpen hem ’s avonds met het eten en om Miriam te ontlasten, doen zij zo veel mogelijk het

veerd). Met je gebroken been kun je niet zelfstandig

tilwerk.

gebruiken of omdat je bang bent om te vallen.

Het echtpaar Vogel woont sinds kort in een aangepaste

lopen omdat je niet weet hoe je de krukken moet

Als verpleegkundige ben je dus bezig met een zorgvrager door de zorg over te nemen afhankelijk van zijn zelfzorgtekort. Je gaat uit van de holistische

mensvisie en houdt rekening met wat iemand kan,

wil en weet. Je verleent dus hulp met raad en daad, of

gelijkvloerse woning. Een jaar geleden heeft meneer Vogel een hersenbloeding gehad en sindsdien zit hij in een rolstoel. Binnenshuis kan hij zich zelfstandig verplaatsen. Buiten is dit te zwaar voor hem en duwt zijn vrouw de rolstoel.

je geeft informatie over wat hij niet weet, of je motiveert iemand iets te doen wat hij nog niet kan.

1.3.2

Mantelzorg

Volgens het Centrum voor Mantelzorg zorgen in

Nederland ruim drie miljoen mensen voor een zieke

Respijtzorg

Respijtzorg is een nieuwe vorm van zorg die speciaal voor mantelzorgers in het leven is geroepen. Wan-

neer een mantelzorger al jaren voor iemand zorgt, is hij onvervangbaar. Toch kan het goed zijn dat hij


1

voor korte tijd de mantelzorgtaken kan overdragen aan een ander en er even tussenuit kan. Zo kunnen

Miriam en Hans met de oudste twee kinderen genie-



Het beroep

De zorg wordt tegen betaling verricht en niet geleverd op basis van wederkerigheid.

ten van een onbezorgde zomervakantie omdat Bram

Het verpleegkundige beroep is een van de beroepen

ving gaat, waar hij het ook erg naar zijn zin heeft.

mensen.

tijdelijk naar een gezinsvervangende woonomge-

1.3.3

Professionele zorg

Voorbeelden Eva (15) is geboren met een open rug. Hierdoor zit ze in een rolstoel. Eva probeert zich zo veel mogelijk zelf te verzorgen en haar ouders ondersteunen haar hierbij. Drie maal in de week krijgt ze hulp van de thuiszorg bij het douchen.

waarbij je als professional zorg verleent aan andere

1.4

Zorgvrager

Zoals je tot nu toe hebt kunnen lezen, spreken we in

de verpleegkunde over zorgvragers. Afhankelijk van de zorginstelling worden zorgvragers ook wel

patiënten, cliënten of gehandicapten genoemd. In een algemeen ziekenhuis wordt een zorgvrager

meestal patiënt genoemd. Zorgvragers in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking

Frank woont al dertig jaar in een begeleide woonvorm van een psychiatrisch ziekenhuis. Hij heeft een chronische angststoornis waardoor hij niet zelfstandig kan wonen. Een verpleegkundige begeleidt Frank met zijn problemen en dagactiviteiten.

worden meestal bewoners genoemd. Deze zorgvra-

gers zijn niet ziek, maar hebben zorg nodig omdat ze niet voor zichzelf kunnen zorgen. In de thuiszorg en de geestelijke gezondheidzorg worden zorgvragers meestal cliënten genoemd. Wat alle mensen

gemeenschappelijk hebben is het feit dat ze zorg Professionele zorg wordt verleend door personen die

nodig hebben.

speciaal zijn opgeleid en die dit doen voor hun werk.

1.4.1

belangrijke kenmerken.

Zorgvragers kunnen worden ingedeeld in groepen

Het onderscheidt zich van mantelzorg door drie 

De zorg is gebaseerd op specifieke deskundigheid die verkregen is door het volgen van een

erkende opleiding. Jij bent bijvoorbeeld na het

ofwel zorgcategorieën. De verpleegkundige komt in aanraking met de volgende zorgcategorieën.

volgen van deze opleiding een bevoegd verpleeg-

Jeugdige zorgvragers van nul tot achttien jaar

De zorgverlening wordt volgens algemeen gel-

liggen Maaike, een baby van 10 weken, Joost, een

kundige en kunt professionele zorg verlenen. 

Zorgcategorieën

dende richtlijnen uitgevoerd. Dit wil zeggen dat je

de zorg uitvoert die hoort bij het beroep en ook dat je dit doet volgens de algemene afspraken die

daarover zijn gemaakt. Door jouw theoretische en praktische deskundigheid weet jij bijvoorbeeld straks als verpleegkundige precies hoe je een

intramusculaire injectie moet geven en hoe jij je beroepshouding professioneel moet inzetten.

Op de kinderafdeling van het algemeen ziekenhuis peuter van 2 jaar, Corné, een kleuter van 5 jaar, Yas-

mine, een schoolkind van 8 jaar, en Julia, een tiener van 16 jaar. De kinderafdeling is verdeeld in een

babyunit, een peuter- en kleuterunit, een zaal voor kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 en een zaal voor kinderen van 12 tot 18 jaar.

7


8

Oriëntatie op het beroep

Zwangeren, kraamvrouwen en pasgeborenen

Zorgvragers met een psychiatrische problematiek

kraamafdeling worden vrouwen verpleegd die

ding nodig bij psychosociale stoornissen, psychiatri-

Op de afdeling zwangeren en verloskunde en op de zwanger zijn, gaan bevallen en die al bevallen zijn. De baby’s liggen naast de moeder op de kamer.

Zorgvragers voor en na een operatie, onderzoek of behandeling

Deze zorgvragers hebben ondersteuning en begeleische stoornissen of verslavingsproblematiek. Als

verpleegkundige help je deze zorgvragers bij hun zelfverzorging en voorkom je dat ze zichzelf verwaarlozen.

In het ziekenhuis liggen op de verschillende afdelin-

Zorgvragers met een verstandelijke en/of lichamelijke

zijn, of bezig zijn met een behandeling, of die een

Als verpleegkundige ondersteun en stimuleer je de

gen zorgvragers. Er zijn zorgvragers die geopereerd onderzoek moeten ondergaan. Chronisch zieke zorgvragers

Bij zorgvragers met een chronische ziekte moet je denken aan een ziekte die niet genezen kan. Deze

zorgvragers hebben beperkingen ten gevolge van

bijvoorbeeld een chronische longaandoening, een

beperking

zorgvrager met een verstandelijke beperking op alle leefgebieden. Je biedt ondersteuning bij de zelfver-

zorging, je geeft begeleiding bij het leren leven met een beperking of bij het doen van de dagelijkse

bezigheden, zoals het doen van boodschappen of het maken van een overzicht van de financiën.

spierziekte of een hersenafwijking door een ongeval.

Preventie en gezondheidsvoorlichting

Revaliderende zorgvragers

gezondheidsvoorlichting zijn bijvoorbeeld de

Bij revaliderende zorgvragers moet je denken aan zorgvragers die bijvoorbeeld ten gevolge van een

verkeersongeval tijdelijk niet kunnen lopen, of na

een heupoperatie opnieuw moeten leren traplopen. Geriatrische zorgvragers

Bij geriatrische zorgvragers moet je denken aan een zorgvrager van 70 jaar die door problemen met de lichamelijke of geestelijke gezondheid niet meer zelfstandig kan functioneren. Terminale zorgvragers

Deze zorgvragers zijn in de laatste fase van hun

leven. De levensverwachting van deze zorgvragers is minder dan één maand. Zij willen graag in een pri-

vésfeer sterven. Wanneer dat niet thuis kan, door de zorg die zij nodig hebben, dan kan dit zorgen en

begeleiden bij het sterven plaatsvinden in een verpleeghuis of hospice, een speciale zorginstelling voor terminale zorgvragers.

Instellingen die zorg dragen voor preventie en gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) of de preventieve gezondheidscentra.

Deze instellingen richten zich op het voorkomen

van ziekte, of het verergeren van een al bestaande ziekte of aandoening. Je kunt denken aan preven-

tieve vaccinaties zoals de vaccinatie voor hepatitis, die je als verpleegkundige krijgt. Maar ook aan de

reisvaccinaties die je krijgt wanneer je landen gaat

bezoeken waar ziektes voorkomen die in Nederland minder vaak voorkomen, zoals malaria of gele

koorts. Daarnaast geven deze instellingen voorlichting over gezondheidsbevorderend gedrag, zoals de voorlichting over Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA’s).


1

1.5

Taakgebied en deskun­ digheid van de verpleeg­ kundige

Het kwalificatiedossier is het officiële document

waarin staat beschreven hoe jij je kunt kwalificeren

als mbo-verpleegkundige en waaraan de school zich moet houden om een erkend diploma uit te kunnen reiken. In het kwalificatiedossier is het werk van de mbo-verpleegkundige beschreven in de zogenaamde kerntaken.

De opleiding tot verpleegkundige kent twee kerntaken: 1

bieden van zorg en begeleiding in het verpleeg-

2

uitvoeren van organisatie- en professiegebon-

kundig proces; den taken.

In kerntaak 1 ben je naast het geven van persoonlijke zorg bezig met het plannen van zorg en het uitvoe-

gedrag dat de verpleegkundige nodig heeft om het

werk goed te kunnen uitvoeren. Elk werkproces heeft een aantal competenties. Bij het stellen van een ver-

pleegkundige diagnose en het opstellen van een verpleegplan horen de volgende competenties: je hebt

vakkennis nodig (competentie K), je moet goed kunnen luisteren en de juiste vragen kunnen stellen

(competentie D), je moet beslissingen kunnen nemen en activiteiten kunnen starten ( competentie A), je

moet kunnen onderhandelen met de zorgvrager over de juiste zorg voor hem (competentie H), de zorgbehoefte goed kunnen formuleren en rapporteren

(competentie J) en tot slot de gegevens die je verza-

meld hebt kunnen analyseren (competentie M) waarmee wordt bedoeld dat je de gegevens kunt interpreteren, beoordelen en conclusies kunt trekken.

Ook de kwaliteiten die jij als verpleegkundige moet bezitten om te kunnen werken als mbo-verpleeg-

kundige staan beschreven in het kwalificatiedossier: 

ren van verpleegtechnische handelingen. Je bege-



voorlichting geven zodat hij zijn zelfstandigheid kan



ziektes of verergering van ziektes. In de uitvoering



redzaamheid. Je kunt een zorgvrager gezondheids-





zaamheid en op het welbevinden.



de verpleegkundige voor het up-to-date houden van



ren van de gezondheid, het vergroten van de zelfred-

Je bent in staat om je eigen grenzen en die van Je bent geïnteresseerd in mensen met uiteenlopende sociale en medische problemen.

zijn vakdeskundigheid, het bevorderen van de kwa-

Je vindt het leuk om mensen te helpen bij hun

persoonlijke verzorging en hen te ondersteunen

liteit van zorg en het geven van begeleiding aan

omschrijven het geheel aan kennis, vaardigheden en

Je bent stressbestendig. anderen te bewaken.

Kerntaak 2 gaat over de verantwoordelijkheid van

beschreven in de competenties. Competenties

Je kunt goed samenwerken met collega’s, desvan de zorgvrager.



Alle verpleegkundige zorg is gericht op het bevorde-

kerntaak. Hoe je deze werkprocessen uitvoert, staat

Je werkt systematisch en doelgericht.

kundigen van andere disciplines en de naasten

de zorgverlening. Dat betekent dat de zorgvrager 24

De werkprocessen beschrijven wat je doet binnen de

Je weet hoe je jouw kennis en vaardigheden in de praktijk kunt toepassen.

lende werkzaamheden en zorg je voor continuïteit in

nieuwe collega’s en studenten.

Je kunt goed met mensen omgaan en je communiceert duidelijk en helder.

vergroten of behouden door het voorkomen van

uur per dag kan rekenen op verpleegkundige zorg.

Je kunt je in zorgvragers inleven en behandelt ze met respect.

leidt een zorgvrager bij het behouden van zijn zelf-

van de verpleegkundige zorg, plan je de verschil-

Het beroep

bij het wonen in een leefgroep.   

Je wilt verantwoordelijkheid dragen. Je kunt goed met werkdruk omgaan.

Je houdt je aan de beroepscode, normen en

waarden, de visie en de richtlijnen van de instelling waar je werkt.

9


10

Oriëntatie op het beroep

1.5.1

Beroepenstructuur

In de gezondheidszorg kom je meerdere professio-

nals tegen. De verpleegkundige werkt als professional samen met andere beroepsgroepen. Deze beroepsgroepen worden ook wel disciplines

genoemd. Andere disciplines in de zorg zijn bijvoor-

beeld artsen, fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, sociaalagogisch medewerkers, verzorgen-

zorgvragers in de verschillende werkvelden en voert ook een aantal verpleegtechnische vaardigheden

uit. Het verschil met de verpleegkundige niveau 4 is de mate van complexiteit van de werkzaamheden, de mate van zelfstandigheid en verantwoordelijk-

heid. In een werksituatie waarin alleen de verpleegkundige niveau 4 en de verzorgende IG samenwerken, is de regiefunctie voor de verpleegkundige.

den en helpenden.

Helpende zorg en welzijn

ging kent de volgende indeling:

lijk bezig met de huishoudelijke werkzaamheden

De beroepenstructuur in de verzorging en de verple    

hbo-verpleegkundige op kwalificatieniveau 5;

mbo-verpleegkundige op kwalificatieniveau 4; verzorgende IG op kwalificatieniveau 3;

helpende zorg en welzijn op kwalificatieniveau 2; zorghulp op kwalificatieniveau 1.

Verpleegkundige beroepsbeoefenaars

De hbo- en de mbo-verpleegkundige vallen beiden

onder de verpleegkundige beroepsbeoefenaars. Bei-

De helpende zorg en welzijn houdt zich voornameen de persoonlijke verzorging van zorgvragers in de persoonlijke leefsfeer van de zorgvrager. Dat

kan in zijn woonomgeving of vervangende woonomgeving, bijvoorbeeld een afdeling kleinschalig

wonen in een verzorgings- of verpleeghuis, zijn. In een werksituatie waarin alleen de verzorgende IG en de helpende samenwerken is de regiefunctie voor de verzorgende IG.

den zijn verantwoordelijk voor de zelfstandige uit-

Zorghulp

zaamheden heeft de verpleegkundige direct contact

leefomgeving van de zorgvrager, zoals de woonom-

voering van het verpleegkundige proces. In de werkmet zorgvragers. Vaak werkt de verpleegkundige in

een instelling en in teamverband. Met elkaar zorg je ervoor dat de zorgvrager 24 uur per dag alle dagen van de week dezelfde zorg krijgt.

Met elkaar ben je verantwoordelijk voor de zorg aan en de begeleiding van de zorgvrager (kerntaak 1) en

de continuïteit en kwaliteit van de zorg (kerntaak 2). De verpleegkundige niveau 5 onderscheidt zich van de verpleegkundige niveau 4 doordat de eerste

De zorghulp geeft ondersteuning in de zorg in de geving of vervangende woonomgeving. De hulp

bestaat vooral uit het stimuleren van de zelfred-

zaamheid van de zorgvrager en is gericht op huishoudelijk werk.

1.6

De werkvelden van de verpleegkundige

zowel een regiefunctie als een innoverende taak

Als mbo-verpleegkundige ben je actief op het gebied

niveau 5 geeft leiding aan de zorginhoud en geeft

schillende werkvelden zoals:

heeft. Met andere woorden: de verpleegkundige

initiatief aan nieuwe ontwikkelingen in de zorg.

van zorg, wonen en welzijn. Je kunt werken in ver 

Verzorgende IG

De afkorting IG bij verzorgende staat voor verzor-

gende in de individuele gezondheidszorg. De verzorgende IG biedt, net als de verpleegkundige, zorg aan

 

een algemeen ziekenhuis;

een verpleeg- en verzorgingshuis en thuiszorg; geestelijke gezondheidzorg; gehandicaptenzorg.


1

Je werkt voor mensen met verschillende achtergronden en van alle leeftijden, denk aan:       

klinische zorgvragers;

chronische zorgvragers;

revaliderende zorgvragers;

zorgvragers met een beperking;

zorgvragers met psychiatrische problemen; kraamvrouwen, pasgeborenen, kinderen; jeugdigen met gezondheidsproblemen.

In het ziekenhuis kom je klinische zorgvragers tegen van verschillende leeftijden met uiteenlopende

klinische of psychosociale problemen en die ver-

schillende behandelingen, ingrepen of onderzoeken ondergaan. Deze zorgvragers worden verpleegd op

een verpleegafdeling zoals de afdeling chirurgie, een gespecialiseerde afdeling als de kinderafdeling, een afdeling dagbehandeling of de afdeling intensieve

klinische zorg, ook wel bekend als intensive care of coronary care unit ( IC/CCU).

In de thuiszorg werk je met individuele zorgvragers in hun directe omgeving. In een verpleeghuis kun je ook werken met groepen, bijvoorbeeld in een kleinschalige woonomgeving. Zorgvragers met chronische

aandoeningen, die revalideren na een ongeval, een

aandoening of ziekte en ouderen met psychogeriatri-

sche aandoeningen kom je tegen in een verpleeghuis, verzorgingshuis of revalidatiekliniek.

Wanneer je werkzaam bent in de geestelijke gezondheidszorg heb je te maken met zorgvragers van alle leeftijden met complexe psychosociale, psychiatri-

sche stoornissen of verslavingsproblematiek. Je kunt werkzaam zijn in een psychiatrisch ziekenhuis, in de ambulante zorg, in de kinder- en jeugdpsychiatrie of in de verslavingszorg.

De verpleegkundige in de gehandicaptenzorg heeft te maken met zorgvragers met lichamelijke, ver-

standelijke en/of meervoudige beperkingen. Deze

zorgvragers kunnen verblijven in instellingen voor gehandicaptenzorg, in dagbestedingsprojecten of zelfstandige woonvormen, of bij ouders of verzorgers thuis.

Figuur 1.3

Kinderafdeling

Het beroep

11


12

OriĂŤntatie op het beroep

1.6.1

Intramuraal, semimuraal, extramuraal en transmuraal

Mijnheer Van Dalen heeft de ziekte van Alzheimer. Hij woont samen met zijn vrouw. Overdag gaat hij de hele dag naar de dagopvang van het verpleeghuis in de stad

De verpleegkundige heeft een heel groot werkveld. De verschillende settings worden onderverdeeld

waar hij woont. Om 17.00 uur wordt mijnheer thuisgebracht.

naar de soort zorg die er plaatsvindt. Daarnaast worden ze onderscheiden naar de plaats waar deze zorg gegeven wordt; intramuraal, semimuraal, extramu-

Extramuraal

Nog maar twintig jaar geleden was het heel gewoon

de zorgvrager die buiten de muren van de instelling

raal en transmuraal.

dat je na een bevalling of een galblaasoperatie tien

dagen in het ziekenhuis lag. Nu gaan zorgvragers na

Extramurale zorg is de zorg die geboden wordt aan verblijft. Een voorbeeld is thuiszorg.

een operatie veel sneller naar huis. Soms hoeft de

Transmuraal

lijkheden voor behandeling buiten de setting of

aal op de zorgbehoeften van de zorgvrager zijn afge-

zorgvrager maar een dag te blijven. Ook de mogeinstelling zijn veranderd. Een zorgvrager hoeft daardoor minder snel te worden opgenomen, kan de

behandeling thuis krijgen, of gaat daarvoor naar een dagbehandelingscentrum. Intramuraal

Intramurale zorg betekent dat de zorg voor de zorgvrager binnen de muren van een instelling plaats-

vindt. De zorgvrager wordt voor korte of langere tijd opgenomen.

Transmurale zorg omvat vormen van zorg die specistemd en waarbij verschillende hulpverleners met elkaar samenwerken.

Voorbeeld Mijnheer Van Dongen heeft prostaatkanker in een terminale fase. De dagelijkse zorg is voor zijn vrouw te zwaar. De thuiszorgverpleegkundige komt mijnheer helpen met de dagelijkse zorg. De epidurale pijnbestrijding (continue pijnbestrijding via een ruggenprik) wordt verzorgd door een gespecialiseerde verpleegkundige van een andere

Semimuraal

zorginstelling dan de thuiszorg.

Semimurale zorg betekent dat de zorgvrager een deel van de dag of een hele dag zorg krijgt in een instelling en ’s nachts thuis verblijft. Dit kan een

Het feit dat zorg steeds meer buiten de muren van

verpleeghuis.

de vraag vanuit de zorgvrager. Een andere reden is

dagbehandeling zijn in een ziekenhuis of in een

Voorbeelden Mevrouw Van Santen krijgt chemotherapie vanwege borstkanker. Mevrouw komt eenmaal per maand naar het ziekenhuis en blijft dan een ochtend om de chemotherapie te krijgen via het infuus. Mevrouw kan na de behandeling om 14.00 uur naar huis.

de instelling kan plaatsvinden, heeft te maken met dat door de moderne technieken en de ontwikkelingen in de ICT een zorgvrager thuis in de gaten gehouden kan worden door de arts.


1

Figuur 1.4

Het beroep

Bij de zwangere vrouw wordt thuis gewaakt over de conditie van moeder en kind

Voorbeeld De behandeling voor veel zwangere vrouwen met bijvoorbeeld de diagnose groeiachterstand van de baby, bestaat uit observatie en bewaking van de vitale functies

geeft de eisen weer waaraan iemand moet voldoen en maakt duidelijk wat een beroepsbeoefenaar moet kennen, kunnen en weten.

1.7.1

Beroepsprofiel

van moeder en kind. Door de moderne technieken en ICTontwikkeling kan dit thuis gebeuren. De zwangere vrouw hoeft niet meer te worden opgenomen in het ziekenhuis, kan daardoor minder stress ervaren omdat de zaken thuis gewoon kunnen doorgaan en de kosten voor de ziektekostenverzekering zijn veel lager. De gegevens van de bewakingsmonitor komen op het beeldscherm van de behandelende arts.

In 1988 is het Verpleegkundige Beroepsprofiel van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid (RVZ) verschenen. Dit profiel is een belangrijke bijdrage

geweest aan de professionalisering en profilering

van het verpleegkundig beroep. Het beroep van de

verpleegkundige staat niet stil: het wordt voortdurend be誰nvloed door ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de manier waarop het beroep wordt

uitgeoefend. De ontwikkelingen op het gebied van

1.7

Het beroepsprofiel en de beroepscode

De beroepscode hangt samen met het beroepsprofiel

van verpleegkundigen, verzorgenden en helpenden. Een beroepsprofiel beschrijft de beroepsactiviteiten die in de praktijk worden uitgevoerd. Het profiel

de vergrijzing en de multiculturele samenleving

bijvoorbeeld, zorgen ervoor dat de verpleegkundige

steeds meer rekening moet houden met de verschillende achtergrondkenmerken van de zorgvrager en zij veel meer moet uitgaan van de behoeften en de individuele zorgvraag.

13


14

Oriëntatie op het beroep

Voorbeeld Voor een Turkse zorgvrager is het heel belangrijk dat de familie een grote rol speelt bij de verzorging. Zo moet de verpleegkundige in haar zorg rekening houden met bepaalde gewoontes en rituelen en deze respecteren. Meneer Azid wacht bijvoorbeeld liever op het eten dat zijn vrouw meeneemt. Mevrouw Ataturk speldt haar baby een speldje op met ‘het boze oog’ omdat zij gelooft dat het

Het beroepsprofiel (figuur 1.6) en de beroepscode

vullen elkaar aan. Het beroepsprofiel zegt iets over de taak- en functie-inhoud en de beroepscode zegt hoe je je moet gedragen.

Het beroepsprofiel van de verpleegkundige brengt

in kaart welke competenties je als verpleegkundige

nodig hebt om kwalitatief verantwoorde, effectieve en efficiënte zorg te verlenen. Zorg die tegemoet komt aan de behoeften van de zorgvrager.

de baby beschermt tegen onheil. Jij vindt een speldje op een babytruitje misschien een onveilige situatie. Mevrouw geeft haar baby pas een naam als de familie uit Turkije besloten heeft welke naam deze baby mag krijgen.

Figuur 1.5

Het boze oog

Het beroepsprofiel is gericht op het beroep van verpleegkundige. In het profiel gaat het om verpleegkundigen die voldoen aan de voorwaarden die

gesteld zijn in artikel 3 van de Wet BIG om zich als

Figuur 1.6

Beroepsprofiel van de verpleegkundige

zorgt voor beroepsbescherming en titelbescherming.

1.7.2

Beroepscode

het beroep mag uitoefenen (je moet gekwalificeerd

In het kwalificatiedossier staat de volgende kwali-

wil zeggen dat niet iedereen de titel verpleegkundige

aan de beroepscode, normen en waarden, de visie en

verpleegkundige te kunnen registreren. Deze wet

Beroepsbescherming wil zeggen dat niet iedereen

zijn oftewel een diploma hebben). Titelbescherming mag voeren. In het beroepsprofiel is de gemeen-

schappelijk kern van de verpleegkundige beroepsuitoefening voor alle werkvelden beschreven.

Het beroepsprofiel beschrijft wat het beroep ver-

pleegkundige inhoudt en het beroepsmatig hande-

len van de verpleegkundige waarin de beroepshou-

ding, de taken en de verantwoordelijkheden aan bod komen. Het beroepsprofiel gaat uit van de deskun-

digheid van de verpleegkundige zoals deze beschreven is in de Wet BIG.

teit van de verpleegkundige te lezen: ’Je houdt je

de richtlijnen van de instelling waar je werkt’ (of waar je de BPV doet).

De Nationale Beroepscode is geformuleerd tegen de achtergrond van de Universele Verklaring van de

Rechten van de Mens, het Verdrag inzake de rechten van het kind en de Nederlandse Grondwet. De basis voor de Nederlandse beroepscode is de ethische code van de International Council of Nurses. De

Nederlandse beroepscode is tot stand gekomen door de samenwerking van NU’91 en V&VN. NU’91 en

V&VN zijn beide beroepsorganisaties van en voor


1

Het beroep

verpleegkundigen en verzorgenden. Een beroepsor-

Geheimhouding

gezondheidswerkers, maar maakt zich ook sterk

opgenomen die de verpleegkundige en de verzorgende

ganisatie behartigt niet alleen de belangen van de

voor de professionalisering en zelfstandigheid van

het verpleegkundige beroep. De beroepsorganisaties zijn ook betrokken bij het tot stand komen van het kwalificatiedossier.

De nationale beroepscode biedt de verpleegkundige, de verzorgende, de helpende en de zorghulp de

In de beroepscode is de belofte van geheimhouding

officieel afleggen bij diplomering, maar ook al eerder

bij het beginnen van de opleiding. Want ook tijdens je opleiding is het al belangrijk dat je goed op de hoogte

bent van wat je wel en niet aan wie mag doorvertellen. De tekst van de beroepscode is te lezen in bijlage 1.

waarden en normen van de beroepsgroep. De

Tekst van de eed of gelofte

en waarden van het beroep, als uitgangswaarden

Ik zweer/beloof dat ik mijn beroep als verpleegkundige /

beroepscode bevat ethische en praktische normen voor het handelen.

Belangrijke waarden zijn respect, vertrouwelijkheid, eerlijkheid, weldoen, geen schade toebrengen, autonomie en rechtvaardigheid.

De code beschrijft niet in detail hoe je moet hande-

len maar geeft een leidraad. Omdat het werkveld en de situaties waarin zorg wordt verleend voor elke

verpleegkundige verschillend is, moet je de beroepscode vertalen naar de eigen situatie.

Zorgvragers, andere zorgverleners, zorgaanbieders en de samenleving kunnen uit de beroepscode

opmaken wat zij van de verpleegkundige mogen verwachten.

verzorgende* op een verantwoorde en betrouwbare wijze zal uitoefenen. Dat betekent:  dat ik zorgvragers goed zal verzorgen, hun lijden zal verlichten en hen zal helpen de best mogelijke kwaliteit van leven te realiseren;  dat ik de belangen van de zorgvragers centraal stel en bij de zorgverlening zoveel mogelijk rekening houd met hun opvattingen;  dat ik de zorgvragers geen schade zal toebrengen;  dat ik geheim houd wat mij in vertrouwen is verteld of wat mij ter kennis is gekomen en waarvan ik kan begrijpen dat het vertrouwelijk van aard is;  dat ik mijn eigen kennis en vaardigheden en die van

Leidraad, geen kant-en-klare oplossing

collega’s zal bevorderen;

In het dagelijkse werk kom je als verpleegkundige

 dat ik de grenzen van mijn deskundigheid en verant-

vraag is wat je juiste houding of handeling is. De

 dat ik mij inzet voor een goede samenwerking met

men. Zij biedt geen kant-en-klare oplossingen of

 dat ik mij, binnen het kader van mijn beroepsuitoefe-

regelmatig voor ethische problemen te staan. De

beroepscode is een hulpmiddel bij ethische problevoorschriften bij deze problemen maar geeft wel

aanknopingspunten om een weloverwogen keuze te maken. Je kunt steeds zelf nagaan welke artikelen van de beroepscode eventueel op een specifieke

situatie van toepassing zijn. Het kan altijd helpen

een collega of leidinggevende te raadplegen, of om het probleem in het multidisciplinair overleg of

teamoverleg aan de orde te stellen. Ook kun je een beslissing achteraf toetsen aan de beroepscode.

woordelijkheid erken; andere zorgverleners; ning, inzet voor de bevordering van de volksgezondheid en het welzijn van de samenleving;  dat ik het beroep van verpleegkundige / verzorgende* hoog houd;  dat ik de beroepscode van verpleegkundigen en verzorgenden als leidraad voor mijn handelen zal gebruiken.

15


16

Oriëntatie op het beroep

Dat beloof ik of, Zo waarlijk helpe mij God** almachtig * Afhankelijk van wat van toepassing is ** De term ‘God’ mag je desgewenst vervangen door de naam die bij jouw religie hoort

Figuur 1.7

Nationale beroepscode


4

4 1 1

Verwerkingsopdrachten

Verwerkingsopdrachten Het beroep

In de theorie staat beschreven dat in de definitie van verplegen duidelijk naar voren komt dat er sprake is van ofwel een zieke ofwel van een situatie waarin iemand zelf iets niet kan en een beroep moet doen op een ander. Het verplegen is het zorgen voor een zieke.

Beantwoord de volgende vragen en bespreek in een groepje met drie studenten de antwoorden na. a

Wat versta jij onder gezondheid? Geef uitleg over jouw opvatting. Geef een voorbeeld.

c

Een man heeft al jaren een geamputeerd been. Hij is er zo aan gewend dat hij zich volledig zelfstandig

b

d e

f

g 2

Wat versta jij onder ziekte? Geef uitleg over jouw opvatting. Geef twee verschillende voorbeelden. kan redden. Noem jij deze man ziek of gezond? Waarom?

Ten gevolge van een hersenvliesontsteking heeft een meisje van 10 jaar een verstandelijke beperking. Zij woont nu in een inrichting. Noem jij dit meisje ziek of gezond? Waarom?

Een vrouw van 81 jaar is dement en opgenomen in een verpleeghuis, omdat ze niet meer voor zichzelf kan zorgen. Uit haar gedrag valt op te maken dat ze zich thuis voelt in haar nieuwe situatie. Noem jij deze vrouw ziek of gezond? Waarom?

Is een man met een verslaving voor harddrugs ziek of gezond? Waarom? Is een meisje met het syndroom van Down ziek of gezond? Waarom?

De World Health Organisation (WHO) geeft de volgende definitie van gezondheid:

‘Gezondheid is een toestand van volledig, lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte.’

Volgens de WHO betekent deze definitie dat je dus gezond bent wanneer jij je lichamelijk, psychisch en sociaal goed voelt. Het is dus een kwestie van welbevinden.

Bespreek in je groepje nog eens of jullie antwoorden op vraag 1 overeenkomen met de definitie van de WHO. 3

De Wet BIG geeft geen definitie van verplegen, maar zegt het volgende over verplegen: ‘Tot het gebied van deskundigheid van de verpleegkundige worden gerekend:  

het verrichten van handelingen op het gebied van observatie, begeleiding, verpleging en verzorging;

het ingevolge opdracht van een beroepsbeoefenaar op het gebied van de individuele gezondheidszorg

verrichten van handelingen in aansluiting op diens diagnostische en therapeutische werkzaamheden.’ Beschrijf hoe jij, met de omschrijving van de Wet BIG over verplegen, mevrouw Van Andel gaat verplegen. Mevrouw Van Andel is wiskundelerares op een vmbo-school. Zij is zwanger van een tweeling en is dol-

gelukkig. Het enige wat haar geluk verstoort is dat zij ontzettend misselijk is, veel moet braken en daardoor heel veel afvalt. De gynaecoloog besluit om haar op te nemen in het ziekenhuis waar jij haar gaat

verplegen. Wat zijn je werkzaamheden met betrekking tot observatie, begeleiding, verpleging en verzorging?

33


OriĂŤntatie op het beroep

a

Geef een beschrijving van een situatie waarin je zelf ziek was en beschrijf op welke manier lichaam,

b

Wat waren je zelfzorgmogelijkheden toen je ziek was?

c

d e

Aan welke menselijke behoeften kwam je zelfzorg tegemoet? Gebruik in je antwoord de beschrijving van zelfzorgbehoeften in de piramide van Maslow.

Heb je in een situatie van ziek zijn wel eens mantelzorg gehad? Hoe heb je deze mantelzorg ervaren? Misschien heb je ook wel eens professionele verpleegkundige zorg ontvangen. Beschrijf waarom jij professionele zorg nodig had, waaruit deze zorg bestond en hoe jij die hebt ervaren.

Geef in onderstaand schema aan in welke werkvelden je de verschillende categorieĂŤn zorgvragers tegen-

zwangeren, barenden,

kraamvrouwen en pasgeborenen

jeugdige zorgvragers zorgvragers met beperkte zelfzorgmogelijkheden

chronisch somatische en

lichamelijk beperkte zorgvragers

zorgvragers voor en na

operatie, ingreep, onderzoek of behandeling

zorgvragers met een psychiatrische problematiek

zorgvragers met een verstandelijke beperking

geriatrische zorgvragers revaliderende zorgvragers terminale zorgvragers

Hospice

Verzorgingshuis

Verpleeghuis

beperking

met een verstandelijke

Instelling voor mensen

komt.

Thuiszorg

5

geest en sociaal welbevinden met elkaar verband hielden.

Psychiatrisch ziekenhuis

4

Algemeen ziekenhuis

34


4

Verwerkingsopdrachten

6 In de theorie staat dat de verpleegkundige zorg niet alleen in verschillende settings plaatsvindt maar ook nog eens op verschillende plaatsen: intramuraal, semimuraal, extramuraal en transmuraal. a

b c d 7

Geef een voorbeeld van een zorgvrager die intramurale zorg krijgt in de setting algemeen ziekenhuis. Geef een voorbeeld van een zorgvrager die semimurale zorg krijgt vanuit de setting psychiatrisch ziekenhuis.

Geef een voorbeeld van een zorgvrager met een chronische somatische beperking die extramurale zorg krijgt.

Geef een voorbeeld van een terminale zorgvrager die transmurale zorg krijgt.

In het kwalificatiedossier mbo-verpleegkundige staan de kwaliteiten beschreven die jij als verpleegkundige moet bezitten: 1

Je kunt je in zorgvragers inleven en behandelt ze met respect.

3

Je weet hoe je jouw kennis en vaardigheden in de praktijk kunt toepassen.

2 4 5

Je kunt goed met mensen omgaan en je communiceert duidelijk en helder. Je werkt systematisch en doelgericht.

Je kunt goed samenwerken met collega’s, deskundigen van andere disciplines en de naasten van de zorgvrager.

6 Je bent stressbestendig. 7

8

Je bent in staat om je eigen grenzen en die van anderen te bewaken.

Je bent geĂŻnteresseerd in mensen met uiteenlopende sociale en medische problemen.

9 Je vindt het leuk om mensen te verzorgen bij hun persoonlijke verzorging en hen te ondersteunen bij het wonen in een leefgroep.

10 Je wilt verantwoordelijkheid dragen. 11 Je kunt goed met werkdruk omgaan.

12 Je houdt je aan de beroepscode, normen en waarden, de visie en de richtlijnen van de instelling waar je werkt.

a

Geef per kwaliteit aan of je hierin sterk of zwak bent.

c

Vraag feedback aan je medestudent over je lijstje en geef feedback aan deze medestudent over zijn/

b

8

Geeft per kwaliteit aan welk gedrag je laat zien. haar lijstje.

a

Wat was voor jou de aanleiding om te kiezen voor het verpleegkundige beroep?

c

Welk werkveld spreekt jou het meeste aan?

b d

Welke elementen uit het verpleegkundige beroepsprofiel spreken jou het meeste aan? Denk je dat de elementen uit het verpleegkundige beroepsprofiel die jou aanspreken veel worden uitgevoerd binnen het werkveld van jouw keuze? Motiveer je antwoord.

35


36

Oriëntatie op het beroep

9 a b c 2 1

Noem drie gedragsregels uit de beroepscode die volgens jou erg belangrijk zijn voor de verpleegkundige beroepsuitoefening. Motiveer je antwoord.

Bespreek met een medestudent de gedragsregels die jij hebt gekozen.

Inventariseer met de docent de gedragsregels van de hele klas. Welke regels zijn het meest gekozen?

Methodisch werken

In de theorie staat dat methodisch verpleegkundig werken betekent dat de verpleegkundige doelgericht, bewust, systematisch en procesmatig handelt. Dat wil zeggen: de verpleegkundige denkt na wat het

probleem is, bepaalt het doel, maakt een lijst van activiteiten en bekijkt achteraf hoe het verpleegkundig proces verlopen is.

Methodisch werken is niet alleen van belang voor de verpleegkundige. Ook in het dagelijks leven en in andere beroepen is methodisch werken van belang. Een eenvoudig voorbeeld is de volgende situatie.

Je vriendinnen komen vanavond op bezoek, je koelkast is leeg en gisteren heb je de laatste zak chips leeggegeten:   

doel: zorgen dat je iets te eten en drinken in huis hebt voor je vriendinnen; activiteiten: naar een winkel gaan en kopen wat je nodig hebt;



evaluatie: heb je voldoende en het juiste in huis om je vriendinnen aan te bieden?

a

Beschrijf een voorbeeld uit je dagelijkse leven waarin je methodisch werkt.

c

Waarom is het in het verpleegkundig beroep belangrijk om methodisch te werken?

b d 2

probleem: je vriendinnen komen en je kunt ze niets aanbieden;

Waarom is het in het dagelijks leven belangrijk om methodisch te werken? Noem drie beroepen waarin het methodisch werken ook van belang is.

Lees de volgende situatie:

Je valt van de trap. Je hebt enorme rugpijn en je kunt met moeite opstaan. Je enkel voelt gekneusd. Het

is je duidelijk. Vandaag geen school voor jou maar eerst de huisarts bellen. De huisarts onderzoekt je en

komt tot een diagnose. De diagnose van de huisarts is een beschadiging van de ruggenwervel en een ge-

kneusde enkel. Het advies is de komende zeven dagen zoveel mogelijk bedrust houden. Voor toiletbezoek mag je uit bed komen. a

Wat is je probleem?

c

Wat zijn je activiteiten om je doel te bereiken?

b

3

Wat is je doel?

Zoek op www.venvn.nl en geef antwoord op de volgende vragen: a

Wat is een VAR?

c

Zoek op of de instelling waar je een BPV plaats een VAR heeft.

b

Wat is het doel van de VAR?


4

4

Verwerkingsopdrachten

Kijk op de site van het Florence Nightingale Instituut (www.fni.nl). Vorm groepjes van vier à vijf studenten.

Maak een leuke elevator pitch over het belang van Florence Nigthingale voor het verpleegkundig beroep. Gebruik hierbij alle informatie die jullie van belang vinden voor je elevator pitch. Presenteer de elevator pitch aan de hele klas.

Een elevator pitch is een korte presentatie waarin je enthousiast iets vertelt over een bepaald onderwerp.

Vrij vertaald betekent ‘elevator pitch’ een verkooppraatje-in-de-lift. In de tijd van een ritje met de lift moet je de informatie presenteren als alles wat je minimaal moet weten over een bepaald onderwerp. 5

Lees de volgende voorbeelden. 

Mevrouw De Boer is bij jou op de afdeling opgenomen. Je hebt gezien dat ze overdag veel slaapt. Je hebt gemerkt dat mevrouw snel geïrriteerd is wanneer je haar iets vraagt.



Meneer Yilmaz (48) ligt bij jou op de afdeling in verband met hartproblemen. Hij spreekt slecht

Nederlands, zijn zoon tolkt voor hem, maar deze kan niet elke dag aanwezig zijn. Hij heeft een vochtbeperking van 1250 ml/per dag. Je ziet dat er voortdurende lege glazen op zijn nachtkastje staan en wanneer je de kamer binnenkomt, loopt meneer net naar de kraan om water te pakken.

3 1

a

Beschrijf per praktijksituatie stap voor stap je diagnostische redeneerproces om het probleem / de

b

Beschrijf per praktijksituatie stap voor stap je therapeutische redeneerproces om het doel en de inter-

diagnose helder te krijgen en vast te stellen. venties vast te stellen en te benoemen.

Verpleegkundig proces

In de theorie staat beschreven dat het verpleegkundig proces bestaat uit een opeenvolging van verschil-

lende stappen. In deze verwerkingsopdracht pas je het methodisch werken toe op het volgende voorbeeld uit de dagelijkse praktijk.

Bert en Jeannette zijn over een half jaar 25 jaar getrouwd. Ze willen met de kinderen een mooie rondreis

maken in een land waar ze veel over gelezen en gehoord hebben, een rondreis door Zuid-Afrika lijkt hen allen een prachtige ervaring.

Voor het zover is, moet er nog wel het een en ander aan voorbereiding plaatsvinden. Het is nu september en ze willen aan het begin van de zomer vertrekken. Ze hebben nog de tijd voor de voorbereidingen. a

Welke gegevens moeten Bert en Jeannette gaan verzamelen?

c

Welke doelen moeten Bert en Jeannette formuleren?

b d e f

Welke problemen kunnen Bert en Jeannette vaststellen?

Welke activiteiten moeten vastgesteld en gepland worden, voordat de reis kan beginnen? Wat is het resultaat van de evaluatie van de activiteiten?

Regelmatig zullen Bert en Jeannette moeten terugblikken voordat de reis werkelijk kan beginnen en

zij met de kinderen aan boord van het vliegtuig kunnen gaan. Na de rondreis wordt weer teruggeblikt op hoe de reis is verlopen. Bij een volgende reis worden de opgedane ervaringen ook weer gebruikt bij het verzamelen van gegevens. Het proces verloopt dus altijd cyclisch!

Heeft de evaluatie nieuwe gegevens opgeleverd waardoor Bert en Jeannette opnieuw gegevens moeten verzamelen en het proces weer opnieuw moeten gaan doen?

37


38

Oriëntatie op het beroep

2

Methodisch verpleegkundig werken begint met het verzamelen van gegevens van en over de zorgvrager. a

b

Je bent vast wel eens bij een dokter geweest, of misschien heb je wel eens zorg gehad in een zieken-

huisinstelling. Omschrijf in maximaal vijf zinnen op welke manier(en) de dokter of de verpleegkundige in het ziekenhuis gegevens over jouw situatie verzamelde.

Meneer Van Someren is 53 jaar. Hij wordt opgenomen op de afdeling revalidatie van het verpleeghuis waar jij je BPV-plek hebt. Meneer heeft drie weken in het ziekenhuis gelegen in verband met een CVA rechts. Hij kan zijn linkerarm en -been niet gebruiken. Meneer vindt het heel moeilijk afhankelijk te zijn van hulpverleners.

Welke drie vragen zou jij stellen aan meneer Van Someren om er voor te zorgen dat je de juiste verc d

pleegkundige zorg kunt geven?

Waarom wordt de eerste stap, het verzamelen van gegevens, de meest bepalende en kwetsbare stap genoemd?

Mevrouw Kortleven heeft thuiszorg nodig vanwege een lelijke wond aan haar voet. Mevrouw heeft

diabetes mellitus. De verpleegkundige van de thuiszorg moet de huisarts regelmatig informeren over de stand van zaken betreffende de voeten.

Welke gegevens zijn in deze situatie van belang, zodat de verpleegkundige goede informatie kan verstrekken aan de huisarts? 3

Stap 2 gaat over het vaststellen van de verpleegkundige diagnose, ook wel verpleegprobleem genoemd.

De verpleegkundige diagnose wordt gesteld na het verzamelen van gegevens over en van de zorgvrager. a

b 4

Wat is het verschil tussen een medische en verpleegkundige diagnose? Stel je zelf in het dagelijks leven wel eens een (medische) diagnose?

Stap 3 gaat over het vaststellen van het verpleegdoel. Na het stellen van de verpleegkundige diagnose of

verpleegprobleem gaat de verpleegkundige met de zorgvrager bepalen welk doel met de verpleegkundige zorg behaald moet worden.    

Schrijf vijf doelen op die jij jezelf gesteld hebt voor het komende jaar. Vorm met een medestudent een duo en wissel je doelen uit

Lees de doelen van je medestudent en stel vragen wanneer het doel niet duidelijk is.

Stel voor jezelf vast of je doelen concreet genoeg zijn voor een ander. Zo nee, beschrijf je doelen dan opnieuw.

5

Stap 4 gaat over het plannen van de verpleegkundige activiteiten. Deze verpleegkundige activiteiten worden verpleegkundige interventies genoemd.

Voordat je de opleiding tot verpleegkundige ging doen had je vast al een idee welke werkzaamheden veel voorkomend zijn in het verpleegkundige beroep.

Welke werkzaamheden kunnen volgens jou verpleegkundige interventies worden genoemd?


4

Verwerkingsopdrachten

6 Stap 6 gaat over het evalueren van de verpleegkundige zorg. Evalueren is het achteraf beoordelen en

waarderen van de verpleegkundige zorg. In het algemeen is evalueren het terugkijken op en het beoordelen van een bepaalde gebeurtenis, handelwijze of ingreep. a

Je hebt de theorie bestudeerd met als doelen: 1

2

informatie te verkrijgen over de stappen in het verpleegkundig proces; de zes stappen van het verpleegkundig proces te kunnen benoemen.

Wanneer je achteraf terugkijkt op het lezen van de theorie, kun je dan voor jezelf vaststellen of deze b c

d

doelen zijn behaald en waarom (niet)?

Welke interventie zou je alsnog moeten doen om je doel te behalen?

Het doel van de verwerkingsopdrachten is het kunnen toepassen van de theorie in de praktijk. Hebben de verwerkingsopdrachten je geholpen de theorie toe te kunnen passen? Motiveer je antwoord.

Hoe beoordeel je de verwerkingsopdrachten op een schaal van 0 tot 10 (waarbij 10 het hoogste cijfer is)?

39


2

Gegevens verzamelen

Husran, een derdejaarsstudent aan het ROC, doet haar BPV in het ziekenhuis op de afdeling orthopedie. Het is haar vierde week en haar werkbegeleider heeft gezegd dat zij vandaag, onder begeleiding, een anamnesegesprek mag afnemen bij een nieuwe zorgvrager, mevrouw Van Dijk. Mevrouw Van Dijk wordt opgenomen voor een Total Knee operatie. Voordat zij komt, gaat Husran zich voorbereiden op het anamnesegesprek. Zij leest in het medisch dossier de indicatie van de orthopedisch chirurg en welke andere aandoeningen mevrouw nog meer heeft. Vervolgens verzamelt Husran informatie over de operatie op intranet en legt naast het verpleegdossier een informatiefolder over de operatie klaar. In het verpleegdossier zit een vragenlijst waarmee Husran nog meer gegevens kan verzamelen over mevrouw. Wanneer mevrouw Van Dijk in gezelschap van haar dochter aankomt op de afdeling, stelt Husran zichzelf en haar werkbegeleider voor en gaat het gezelschap voor naar een rustige gespreksruimte.


42

Gegevens verzamelen

5

Verzamelen van gegevens

5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de eerste stap in het ver-

pleegkundig proces, het verzamelen van gegevens,

toegelicht. Ingegaan wordt op het doel en de model-

len die de verpleegkundige kan gebruiken om systematisch gegevens te verzamelen. Drie veelgebruikte modellen, de methode van SAMPC, domeinen van

verantwoorde zorg en Gordon, worden besproken en verduidelijkt met praktijksituaties.

5.2

Verzamelen van gegevens

De eerste stap van het verpleegkundig proces

bestaat uit het verzamelen van gegevens over de

zorgvrager. Zonder gegevens van de zorgvrager weet je niet of de zorgvrager zorg nodig heeft en zo ja

welke, welke zelfzorgactiviteiten hij zelf kan verrichten en welke professionele hulp hij nodig heeft met als doel het bevorderen van gezondheid en zelfredzaamheid. Omdat het verpleegkundige proces een

doorlopend karakter heeft, zie je op welke plaats in

de cyclus het verzamelen van gegevens staat in het verpleegkundig proces.

Wanneer een zorgvrager zorg nodig heeft, moet de zorgverlener gegevens over de zorgvrager hebben. Onder zorgverleners worden alle professionals of

disciplines verstaan die zich bezighouden met de

individuele zorgverlening. Denk hierbij aan huisarts, tandarts, verloskundigen, fysiotherapie, ergothera­ pie tot en met verpleegkundigen en verzorgenden. Wanneer je bij de tandarts of de huisarts komt, is

bijna altijd de eerste vraag: ‘Wat is er aan de hand?’ Vervolgens vertel jij dat je kiespijn hebt, of dat je al een paar dagen koorts hebt, of pijn in de knie die maar niet over wil gaan.

Wanneer de zorgvrager terechtkomt in een zorgin-

stelling, heeft er al onderzoek plaatsgevonden door

een huisarts of misschien zelfs al een specialist. Met ander woorden: de indicatie voor de zorg is al gesteld.

In het werkveld van de intramurale zorg, het verzorgingshuis of verpleeghuis en in de thuiszorg, is de

indicatie gesteld door een Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Met de gegevens van het CIZ verzamel je

de informatie die jij nodig hebt om optimale zorg te verlenen.

De zorgvrager in een algemeen ziekenhuis komt

binnen via de huisarts of de spoedeisende hulp en wordt doorverwezen naar een specialist, bijvoor-

beeld een chirurg, een internist, een cardioloog of

een kinderarts. De specialist heeft gegevens van de

huisarts en breidt deze uit met verdere gegevens die hij nodig heeft. Vervolgens stelt de specialist voor

deze zorgvrager op basis van zijn diagnose ook een indicatie voor de gespecialiseerde zorg vast.

Met de indicatie en de diagnose van de specialist


228

Begrippen

Begrippen A

autoanamnese

autonome verpleeg­ kundige inter­ ventie

autonomie AWBZ B

best practice C

casemanager

Vraaggesprek met de zorgvrager zelf.

Herkenbaar verpleegkundig handelen. Bedacht, ontworpen en uitgevoerd door de verpleegkundige om het gestelde doel te bereiken. Onafhankelijkheid, zelfbeschikking.

Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten; volksverzekering voor ziektekostenrisico’s waar je je niet individueel voor kunt verzekeren.

Algemeen aanvaarde en gestandaardiseerde technieken, methoden of werkprocessen, die hebben bewezen een beter resultaat te hebben dan andere.

Verpleegkundige (soms ook maatschappelijk werker) met coördinerende taken binnen de zorg voor chronische zieke zorgvragers; vooral toegepast binnen de dementiezorg.

CIZ

Centrum Indicatiestelling Zorg; beoordeelt of een zorgvrager recht heeft op zorg via

competentie

continuïteit van zorg

coördinatie van zorg D

de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten).

Bekwaamheid; samenhangend geheel van kennis, inzicht, houding en vaardighe-

den die vereist is om een beroep in de beroepspraktijk en in de maatschappij uit te kunnen oefenen.

Zorg zonder onderbrekingen, overlappingen en/of hiaten. Op elkaar afstemmen van verschillende vormen van zorg rond de zorgvrager.

dagverpleging

Opname van een dag (tussen 8.00 en 17.00 uur) voor een geplande, laagcomplexe

discipline

Soort beroepsuitoefening in de directe zorg, zoals arts, fysiotherapeut, diëtiste.

draagkracht draaglast E

ingreep.

Iemands vermogen om bepaalde lasten (in figuurlijke zin) te dragen. De lasten die iemand (in figuurlijke zin) te dragen heeft.

eindevaluatie

Evaluatie ter afsluiting van het verpleegproces of zorgproces, bijvoorbeeld als de

ergotherapie

Therapie die mensen ondersteunt in de alledaagse bezigheden op het gebied van

evalueren evidence based nur­ sing

zorgvrager naar huis gaat.

zelfredzaamheid, arbeid en vrijetijdsbesteding.

Terugkijken naar het (geheel of een deel van het) verpleegproces met het doel dit bij te stellen waardoor het leidt tot het gewenste resultaat.

Verpleegkundig handelen op basis van wetenschappelijk bewijs.


Begrippen

extramurale zorg

F

fysiotherapie

G

gedelegeerde inter­ ventie

generieke kennis

geplande interven­ tie

gezondheidspro­ bleem

H

heteroanamnese

I

Zorg die geboden wordt aan de zorgvrager die buiten de muren van de instelling verblijft.

Paramedische discipline die zich bezighoudt met het bewegingsapparaat van de mens.

Door een ander voorgeschreven handeling, uitgevoerd door een verpleegkundige.

Een voorbeeld hiervan is het observeren van een comapatiënt volgens de Glasgow Coma Score.

Algemene kennis die elke verpleegkundige heeft na het voltooien van de opleiding. Interventie die is opgenomen in het verpleegplan van de zorgvrager.

Verstoring in de zelfzorgactiviteiten, die wordt veroorzaakt door ziekten, stoornissen, behandeling of therapie.

Anamnese, uitgevoerd met bijvoorbeeld een naaste van de zorgvrager. Dit gebeurt indien de zorgvrager zelf niet in staat is het gesprek te voeren.

indicatiestelling

Bepalen of iemand in aanmerking komt voor betaalde zorgverlening.

intramurale zorg

Verlenen van zorg binnen de muren van de instelling, waarbij de zorgvrager even-

interventie

K

Actie van een hulpverlener (bijvoorbeeld arts, verpleegkundige, verzorgende). eens binnen de instelling verblijft.

kamertoewijzing

Verpleegsysteem waarbij de verpleegkundige een of meer kamers met zorgvragers

ketenzorg

Opeenvolging van verschillende soorten zorg die diverse zorgaanbieders aanbieden

klinische blik

kruisinfectie

L

liaisonverpleegkun­ dige

krijgt toegewezen om gedurende haar dienst voor te zorgen.

aan de zorgvrager en waarbij die zorgaanbieders gezamenlijk zorgen voor een vloeiend verloop.

Professionele vaardigheid om gegevens uit de anamnese, het lichamelijk onderzoek, de observaties en de metingen met elkaar in verband te brengen en op de juiste wijze te interpreteren.

Infectie die is veroorzaakt door besmetting met micro-organismen via een ander persoon.

Verpleegkundige gespecialiseerd in de zorg na ontslag.

229


230

Begrippen

M

monitoren

N

nazorg NIC

niet­geplande inter­ ventie

O

observatielijst observeren ontslag

ontslagcriterium overdracht

P

PGB

primary nursing

procesevaluatie productevaluatie professional protocol R

rapporteren richtlijn

risicovolle hande­ ling

RUMBA­criteria

Observeren en signaleren van veranderingen in de gezondheidstoestand en zorgbehoefte van de zorgvrager.

Zorg nadat de behandeling is afgelopen.

Nursing Intervention Classification; classificeert elke behandeling die een verpleegkundige uitvoert ten behoeve van een zorgvrager.

Interventie die niet is opgenomen in het verpleegplan van de zorgvrager.

Lijst waarop (standaard) observatiegegevens genoteerd kunnen worden.

Bewust, doelgericht en systematisch waarnemen met als doel de informatie over het gedrag en de situatie van de zorgvrager te verzamelen en te registreren. Beëindiging van de opname in een instelling.

Einddoelstelling in het verpleegplan, waaraan kan worden getoetst of de zorgvrager ontslagen kan worden.

Rapporteren van belangrijke zaken met als doel de continuïteit van de zorg te waarborgen.

Persoonsgebonden budget; voor een individuele zorgvrager vastgesteld jaarbedrag, dat onder bepaalde voorwaarden aan zelf te kiezen zorgproducten mag worden besteed. De zorgvrager ontvangt het geld op de eigen rekening.

Werken volgens het systeem van de eerstverantwoordelijke verpleegkundige, waarbij een verpleegkundige verantwoordelijk is voor het hele zorgproces van een zorgvrager.

Beoordeling of waardering aan het verpleegkundig handelen in alle fasen van het verpleegkundig proces (diagnoses, doelen, interventies, resultaten).

Nagaan of de verpleegkundige de zorgdoelen, de beoogde resultaten, zijn behaald. Iemand die methodisch denkt en handelt.

Uniforme richtlijn waaraan alle betrokkenen zich zouden moeten houden.

Verslag uitbrengen.

Aanwijzing voor een te volgen gedrag, een leidraad voor een bepaalde manier van werken.

Handeling die niet direct voorbehouden hoeft te zijn, maar die wel vereist dat zorgvuldigheid in acht wordt genomen vanwege de kans op (zeer) schadelijke effecten voor de zorgvrager, wanneer deze zorgvuldigheid niet wordt betracht.

Criteria waarmee doelstellingen getoetst worden op relevantie, begrijpelijkheid, meetbaarheid, gedragsmatige toetsbaarheid en haalbaarheid.


Begrippen

S

semimurale zorg

Gezondheidszorg waarbij de zorgvrager een gedeelte van de dag in een instelling

short­stay­afdeling

Verpleegafdeling waar zorgvragers komen voor geplande, laagcomplexe behande-

signaleren

sociale kaart

specialistische ken­ nis

standaardverpleeg­ plan

T

verblijft en de rest van de dag elders.

lingen of operaties, en maximaal vier nachten verblijven.

Vaststellen van veranderingen in de situatie van de zorgvrager.

Overzicht van instanties in de regio met wie samengewerkt kan worden.

Kennis die men bezit ten aanzien van een specifieke doelgroep of deelaspect van de verpleegkundige zorgverlening.

Verpleegplan dat geschikt is voor meerdere zorgvragers met een gemeenschappelijk kenmerk, zoals een ingreep of aandoening.

taakgericht ver­

Verpleegsysteem waarin het werk en de organisatie centraal staan, en het werk is

teamverpleging

Verpleging, gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid van het team.

pleegsysteem

therapeutisch rede­ neren

transferpunt transferverpleeg­ kundige

opgedeeld in te verrichten taken.

Besluitvorming waarbij de verpleegkundig beoogde resultaten (verpleegkundig doel), interventies of acties en (behaalde) resultaten worden vastgesteld, wordt

vooral toegepast in stap van het verpleegkundig proces, het bepalen en plannen van de verpleegkundige zorg.

Centrum of kantoor dat nazorg bij ontslag kan regelen. Er is veel deskundigheid over de mogelijkheden in de regio.

Verpleegkundige gespecialiseerd in de zorg na ontslag.

transmurale zorg

Zorg die zowel binnen een zorgorganisatie verleend wordt als daarbuiten in de

tussentijdse evalu­

Evaluatie die plaatsvindt gedurende het verpleegproces om bijvoorbeeld de voort-

atie

U

unitverpleging

thuissituatie.

gang in beeld te brengen.

Verpleegsysteem, waarbij een verpleegkundige gedurende haar dienst verantwoor-

delijk is voor een eenheid binnen een verpleegafdeling. Ook kan een vast (deel)team verantwoordelijk zijn voor de zorg op een unit.

V

valideren VAR

verpleegdoel verpleegkundig

beroepsdomein

Controleren en geldig verklaren van gegevens.

Verpleegkundige Adviesraad; adviesorgaan dat gevraagd en ongevraagd advies uitbrengt over verpleegkundige zorgverlening en beroepsinhoudelijke zaken.

Resultaat dat je wilt bereiken met de verpleegkundige interventies om het verpleegprobleem op te lossen.

Gebied waarbinnen de verpleegkundige zijn beroep uitoefent.

231


232

Begrippen

verpleegkundige interventie

verpleegkundige overdracht

verpleegplan

verpleegsysteem

voorbehouden han足 deling

vraaggerichte zorg

Elke verpleegkundige handeling (gepland of niet gepland) die voortkomt uit het

verpleegplan van de zorgvrager, primair gericht op de gezondheid en het welzijn van een (groep) zorgvrager(s).

Schriftelijk vastgestelde eindevaluatie van het verpleegproces in overleg met de zorgvrager.

Document waarin voor de individuele zorgvrager vastgelegd is welke verpleegproblemen, verpleegdoelen en verpleegkundige interventies van toepassing zijn. Manier waarop de verpleegkundige zorg is georganiseerd.

Handeling die voor de zorgvrager een verhoogd risico met zich meebrengt als deze wordt uitgevoerd door een ondeskundige.

Gezamenlijke inspanning van zorgvrager en zorgverlener die erin resulteert dat

zorgvrager de hulp ontvangt die tegemoet komt aan zijn wensen en verwachtingen en die tevens voldoet aan professionele standaarden.

W

waarnemen

Opnemen van informatie door middel van de zintuigen.

Wmo

Wet maatschappelijke ondersteuning; regelt dat mensen met een beperking de

WGBO

Z

Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst.

voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben.

zelfredzaamheid

Vermogen van een individu om zelfzorgactiviteiten uit te voeren zonder de hulp

zelfzorgbehoefte

Behoefte van een persoon waaraan moet worden voldaan om zich te ontwikkelen,

zelfzorgtekort zelfzorgvermogen zorgleefplan zorgpad

zorgplan

zorgresultaat zorgvragergericht

verpleegsysteem

zorgzwaartepakket ZZP

van anderen.

gezond en gelukkig te zijn en te blijven.

Situatie waarin iemand tijdelijk of blijvend niet in staat is in zijn eigen zelfzorg te voorzien.

Vermogen tot het uitvoeren van zelfzorg.

Document waarin voor de individuele zorgvrager vastgelegd is welke verpleegproblemen, verpleegdoelen en verpleegkundige interventies van toepassing zijn.

Beschrijving van de opeenvolgende stappen in het zorgproces voor een zorgvrager met een specifieke hulpvraag, uitgaande van diens zorgbehoeften, vragen en verwachtingen.

Document waarin vastgelegd is welke zorg er geleverd wordt, door wie en hoe.

Beschrijving van de toestand, gedragingen, opvattingen of belevingen van de zorgvrager, die het gevolg zijn van de verpleegkundige interventies.

Verpleegsysteem waarin de verpleegproblemen en de ontwikkeling van de client uitgangspunt zijn.

Indicatie van de zorg die iemand die niet meer zelfstandig kan wonen nodig heeft en hoeveel geld daarvoor aan de instelling beschikbaar wordt gesteld.

Zorgzwaartepakket; beschrijving van een hoeveelheid zorg die past bij de zorg-

zwaarte / zorgbehoefte van de zorgvrager, uitgedrukt in hoeveelheid zorgtijd in uren per week.


Register

Register analyseren

24

autonome verpleegkundige interventie

autonomie AWBZ

18, 20

187

beroepscode

beroepsprofiel

13

casemanager

108

CIZ

tie

geplande interventie

complexiteit van de consult

51

continuĂŻteit

184

184

ring 177

10

49

domeinen van verantwoorde zorg

draagkracht 188

46

draaglast 188

efficiĂŤnt

20

20

eindevaluatie 150 empathie EPD

196

46

evalueren 147

189

4

20

interventie 183 intramuraal 12

disfunctioneel

Maslow 5

mentaal welbevinden

multidisciplinair team

NANDA nazorg

112

190

en gezondheid 46

logisch denken

24

133

selectief waarne-

183

127

semimuraal

109

Nursing Outcome Classification

98

12

seniorenwoning 187

short-stay-afdeling 184 signaleren 126 SOAP 135

specialistische kennis

110

objectief waarne-

subjectief waarne-

observeren

systematisch

men

127

ontslag

183

men

126

127

21

ontslagcriterium 188

taakgericht verpleegsys-

ordeningsprincipe 44

teamverpleging

197

primary nursing

lichamelijk welbevinden

44

men

Kwaliteitswet zorginstel-

liaisonverpleegkun-

179

schriftelijke rapportage

98

46

dige

171

187

participatie

149

gen

SAMPC

tage 137

kamertoewijzing 181

lingen

6

multidisciplinair

183

174, 183

respijtzorg

132, 133

RUMBA-criteria 95

overdracht

ketenzorg

176

rapporteren

risicovolle handelin-

46

ontslagfase

Joint Care 187

rapportage

mondelinge rappor-

tie

holistische mensvisie

6, 196

marktwerking 147

niet-geplande interven-

heteroanamnese 54 holisme

mantelzorg

NIC

48

herindicatie

deskundigheidsbevorde-

effectief

troon

19, 168

dagverpleging

patroon

109

Gordon 48

dagbehandeling

110

gezondheidspa-

120

coĂśrdinatie 168

discipline

108

generieke kennis

9

zorgvraag

111

gedelegeerde interven-

135

187

sing

extramuraal 12

functioneel patroon 49

13

174

competentie

evidence based nur-

extramurale setting 172

charting by exception

EVD 103, 161

PGB

187

180

professionele zorg 7 21

Transferpunt

180

190

dige 190

productevaluatie 151,

protocol

178

transferverpleegkun-

procesevaluatie 152, 197 197

teem

transitie

185

transmuraal

12

tussentijdse evaluatie

150

unitverpleging

182

233


234

Register

valideren 57

VAR (Verpleegkundige Advies Raad)

verpleegdoel 95

18

voorbehouden handelingen

179

vraaggerichte zorg 46

Wet op de geneeskun-

dige behandelingsovereenkomst

Wmo

187

140

verpleegkundige dos-

waarnemen

verpleegplan 20, 55

Wet bescherming per-

zakboek verpleegkun-

Wet BIG

zelfredzaamheid

sier 20

verpleegsystemen 178 verplegen 2

werkproces

126

soonsgegevens 3

woon- en leefsituatie 46

9

140

dige diagnose

105

3, 20

zelfzorg

4, 186

zelfzorgtekort

6

zelfzorgvermogen

6

ziekenhuisverplaatste zorg

186

zorgleefplan

55

zorgvragergericht ver-

pleegsysteem 180

ZZP

187


Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject V&V.


Traject V&V Het verpleegplan niveau 4