Page 1

Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn

Traject Nederlands

2 mbo-Welzijn J.H.M. Mol, drs. W.A. ’t Hart en drs. M.N. Kien


Traject Nederlands is al jaren een zeer succesvolle reeks voor het vak Nederlands in het middelbaar beroepsonderwijs. Dit opdrachtenboek is bestemd voor mbo-leerlingen die hun taalvaardigheid Nederlands op een hoger peil willen brengen en houden. Het boek is een vervolg op Traject Nederlands Opdrachtenboek 1 mbo. Traject Nederlands Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn voldoet aan de eisen voor het schoolvak Nederlands voor het referentieniveau 3F en de eisen van het schoolexamen Nederlands. Je werkt in Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn grotendeels binnen de context van de beroepen in de sector Welzijn en de kwalificatiedossiers voor deze beroepen. In dit boek komen alle taalvaardigheden aan bod: mondelinge taalvaardigheid, lezen en schrijven. Omdat deze vaardigheden in de beroepspraktijk gecombineerd voorkomen, is er daarnaast een onderdeel meervoudige communicatie. Tot slot is er veel aandacht voor taalverzorging, met opdrachten voor spelling, grammatica en stijl. Traject Nederlands Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn is speciaal ontwikkeld bij het theorieboek Traject Nederlands voor de sector Zorg en Welzijn. Vanuit het opdrachtenboek wordt er naar dit boek verwezen. Het volledige aanbod Traject Nederlands bestaat uit Traject Nederlands Opdrachtenboek 1 mbo, verschillende theorieboeken en opdrachtenboeken per sector en een website: www.trajectnederlandsonline.nl.

ISBN 978-90-06-81371-5

9 789006 813715


Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn

Traject Nederlands

J.H.M. Mol Drs. W.A. ’t Hart Drs. M.N. Kien


Colofon

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en

Auteurs

volwasseneneducatie en hoger onderwijs.

J.H.M. Mol Drs. W.A. ’t Hart

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van

Drs. M.N. Kien

onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16.

Redactie Yvonne Schouten, Zeist

ISBN 978 90 06 81371 5

Petra van Donkelaar, Marknesse

Eerste druk, eerste oplage, 2011

Ontwerp

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2011

Enof Ontwerp + communicatie, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag Opmaak

worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd

Studio Imago, Amersfoort

gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,

Website bij deze uitgave

opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande

www.trajectnederlandsonline.nl

schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatieen Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Woord vooraf

In Begrippenlijst en taalverzorging gaat het over spelling, grammatica en stijl. Kennis daarvan heb je nodig om

Je leest nu in Traject Nederlands Opdrachtenboek 2

goed te kunnen schrijven en spreken. Inzicht in spelling,

mbo-Welzijn. Dit boek hoort bij Traject Nederlands Theo-

grammatica en stijl is onmisbaar om die vaardigheden

rieboek voor de sector Zorg en Welzijn. De theorie gebruik

te kunnen verbeteren. Ook voor spelling, grammatica en

je bij de opdrachten Nederlands. Je zult het theorieboek

stijl pak je de draad op 2F op, om daarna naar het 3F-

ook gebruiken bij opdrachten voor andere vakken, in de

niveau toe te werken.

bpv en later als je je diploma hebt gehaald. Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn sluit aan bij Traject

Met de uitwerkingen en resultaten van de opdrachten

Nederlands Opdrachtenboek 1 mbo en is bedoeld om je

stel je een portfolio samen. Na elk onderdeel in dit boek

taalvaardigheden op peil te brengen, op peil te houden

bewijs je dat je een taalvaardigheid hebt gedaan in de

en te verbeteren naar een hoger taalniveau.

praktijk. Een concreet bewijs hiervan neem je op in je portfolio.

Voor taalvaardigheden is een leerlijn met vier fundamentele (functionele) niveaus beschreven: 1F, 2F, 3F en 4F.

Ook werk je aan een woorddossier. Bij elke opdracht

Niveau 1F is voor leerlingen op de basisschool haalbaar.

kom je nieuwe of niet vaak voorkomende woorden te-

2F is haalbaar voor leerlingen die vmbo doen en voor

gen. Die neem je op in je woorddossier. Het gaat erom

leerlingen in het mbo tot en met niveau 3. 3F is het doel

dat je die woorden leert begrijpen, maar ook gaat ge-

voor de mbo 4-opleidingen. 4F is bestemd voor wie vwo

bruiken. Na elk onderdeel krijg je een woorddossier-

doet of een hbo-opleidingen volgt.

opdracht.

Het gaat om de toepassing van de taalvaardigheden en de kennis van de taal. Als je van niveau 2F naar 3F wilt,

Het vinden van informatie in het theorieboek is gemak-

werk je daar op verschillende manieren naartoe. Dat

kelijk. Je werkt met Traject Nederlands Theorieboek. Ge-

kan door toepassing van een 2F-vaardigheid in meer si-

bruik het register als je iets opzoekt. Bij de opdrachten in

tuaties en door toepassing van een 2F-vaardigheid in

dit boek word je direct verwezen naar de theoriepara-

meer complexe situaties. En door verdere verdieping van

grafen. Achter het opdrachtnummer staat bijvoorbeeld

je theoretisch inzicht bij 2F. Opdrachtenboek 1 mbo dekt

‘zie D 5’. De informatie staat dan in hoofdstuk 5 van af-

taalniveau 2F af en is de opstap naar niveau 3F.

deling D (= Schrijven).

Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn pakt de draad op richting

Extra oefenmateriaal, diagnostische toetsen en formulie-

3F: in complexiteit, in toepassingssituaties en met ach-

ren vind je op Traject Nederlands Online. Bij een aantal

tergrondkennis en inzicht. Je werkt in Opdrachtenboek 2

opdrachten in dit boek word je naar deze site verwezen.

mbo-Welzijn meestal binnen de context van de welzijnsberoepen op taalniveau 3F. Na het doorwerken van dit

Traject Nederlands stelt je in staat je taalvaardigheden te

boek heb je voldoende geoefend in Mondelinge taal-

onderhouden, uit te breiden en te verbeteren.

vaardigheid (Gesprekken voeren, Luisteren en Spreken),

We wensen je tijdens het leren veel plezier toe.

Lezen en Schrijven voor 3F. Opdrachtenboek 2 mbo-Welzijn onderhoudt de vaardigheden op 2F-niveau. J.H.M. Mol Veel van de vaardigheden komen in de beroepspraktijk

Drs. W.A. ’t Hart

gecombineerd voor. Daarom is er in dit boek ook een on-

Drs. M.N. Kien

derdeel Meervoudige communicatie. Hierin komen verschillende taalvaardigheden samen, meestal aan de hand van een of meer beroepsproducten.

3


Inhoud Start of doorstart met Traject Nederlands Werken met Traject Nederlands 8

Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid Gesprekken 12 Gesprekstechniek 12 Reflectie 14 Woorddossier 14 Telefoongesprekken 14 Reflectie 16 Woorddossier 16 Klachtengesprek met cliĂŤnten 16 Reflectie 18 Woorddossier 18 Gesprekken met cliĂŤnten 18 Reflectie 20 Woorddossier 20 Gesprekken met medewerkers 20 Reflectie 23 Woorddossier 23 Klachtengesprek met medewerkers 24 Reflectie 25 Woorddossier 25 Discussie 25 Reflectie 27 Woorddossier 27

Luisteren 27 Luisteren naar gesprekken en presentaties 27 Luisteren naar audio- en videofragmenten 28 Reflectie 28 Woorddossier 28

Spreken 28 Voorlezen, vertellen en zingen 28 Presenteren 29 Informerende en overtuigende presentatie (betoog) 30 Reflectie 30 Woorddossier 31

Domein 2 Lezen Schematiseren 34 Globaal en intensief lezen 36 Reflectie 47

4


Woorddossier 47 Samenvatten 47 Reflectie 52 Woorddossier 53 Tabellen, grafieken en illustraties lezen 53 Contracten en voorwaarden lezen 56 Reflectie 62 Woorddossier 62 Teksten met meerkeuzevragen 62 Reflectie 67 Woorddossier 67

Domein 3 Schrijven Formulieren en korte mededelingen 70 Correspondentie 71 Reflectie 75 Woorddossier 75 Schriftelijke verslaglegging 75 Gedocumenteerd schrijven 77 Reflectie 79 Woorddossier 79

Meervoudige communicatie Solliciteren 82 Reflectie 84 Woorddossier 84 CommunicatiestrategieĂŤn 84 Reflectie 86 Woorddossier 87 Vergaderen 87 Reflectie 90 Woorddossier 90 EnquĂŞteonderzoek 91

Domein 4 Begrippenlijst en taalverzorging Spelling 94 Diagnostische toetsen 94 Werkwoordspelling 1 95 Werkwoordspelling 2 96 Spelling en interpunctie 100 Reflectie 105 Woorddossier 105

Grammatica 106 Diagnostische toetsen 106 Zinsdelen en lijdende vorm 106

5


Reflectie 110 Woorddossier 110 Woordsoorten 110 Reflectie 115 Woorddossier 115

Stijl 115 Diagnostische toetsen 115 Congruentie en vaste combinaties 116 Stijlfouten 123 Reflectie 125 Woorddossier 126 Bronvermelding 127


Start of doorstart met Traject Nederlands


Start of doorstart met Traject Nederlands

Werken met Traject Nederlands Als dit opdrachtenboek je kennismaking is met de me-

Samen met je docent bepaal je een leerroute die past bij je doel op lange termijn. II Waarschijnlijk zit je in het tweede jaar van een beroeps-

thode Traject Nederlands, leer je in dit hoofdstuk hoe je

opleiding mbo-Welzijn op niveau 4. Je krijgt veel

met de opdrachten in dit boek omgaat. Ook als je bij-

praktijkopdrachten. Je moet bijvoorbeeld een gesprek

voorbeeld vorig jaar met Opdrachtenboek 1 mbo hebt ge-

met een medewerker voeren of een rapport schrijven.

werkt, is het zinvol dit hoofdstuk nog een keer door te

Voor zulke beroepsproducten is het nodig dat je eerst

nemen. Dat kan individueel, of in groepsverband, met of

bij het vak Nederlands de hoofdlijnen oefent. Voor

zonder je docent erbij.

bijvoorbeeld het gesprek met medewerkers is een lessenserie opgenomen.

Het opdrachtenboek is zo opgezet dat je een eigen leerroute kunt opzetten.

Samen met je docent bepaal je welke opdrachten je doet voor doelen op korte termijn.

I

Waarschijnlijk heb je een taalintake gedaan. Daarbij is gemeten op welke niveau je de taalvaardigheden

III Dan zijn er nog je eigen ambities. Wat vind je leuk?

beheerst. Het gaat om Mondelinge taalvaardigheid

Welke kansen heb je? Heb je bijvoorbeeld een

(Gesprekken voeren, Spreken, Luisteren), Lezen,

bpv-plaats waar je al heel veel kunt doen aan je

Schrijven en Begrippenlijst en taalverzorging.

taalvaardigheden? Of heb je een buitenschoolse activiteit waarin taal of communicatie een belang-

Je werkt op vier manieren aan je taal.

rijke rol speelt? Niet alles gebeurt volgens planning.

1

Grijp de kansen die zich voordoen.

Je onderhoudt de kennis en de vaardigheden die je al hebt (2F).

2 3

Je past de kennis en de vaardigheden in verschil-

Samen met je docent beoordeel je (soms achteraf) welke

lende situaties toe (2F).

praktijktaalproducten je kunt gebruiken in je leerroute en

Je breidt de achtergrondkennis en het inzicht rond

voor je portfolio.

die vaardigheden uit (3F). 4

Je past de vaardigheden in complexere situaties toe (3F).

Woorddossier Waar formuleer je je taal mee? Met woorden. Een uitge-

Bij 1 Er is voldoende oefenstof om je basiskennis te on-

breide woordenschat is prettig om teksten te lezen, spre-

derhouden. Doe wat nodig is om op het niveau te blijven.

kers te begrijpen, en om je eigen gedachten onder woorden te brengen. Mondeling en schriftelijk.

Bij 2 Vaardigheden pas je toe. In verschillende situaties.

Terwijl je de opdrachten in dit boek uitvoert, werk je aan

De opdrachten in Traject Nederlands Opdrachtenboek 2

je woorddossier (zie aanwijzingen bij opdracht 6, op

mbo-Welzijn spelen zich zo veel mogelijk af in contexten

bladzijde 10).

op het gebied van welzijn. Dat heet een transfer.

Het gaat erom dat je nieuwe woorden leert, en die ook gaat gebruiken. Na elke opdracht of les vul je je woord-

Bij 3 Na elk onderdeel is er een opdracht met theorievra-

dossier aan. Aan het einde van elk onderwerp krijg je

gen. Ook als je de vaardigheden op 2F beheerst, heb je

een woorddossieropdracht.

theoretische kennis en inzicht nodig. Die kennis vormt de basis om naar 3F te komen.

Portfolio Bij elk onderwerp zijn opdrachten aangegeven die ken-

Bij 4 Je volgt een beroepsopleiding. De taalvaardigheden

merkend zijn voor de betreffende taalvaardigheid. Die

oefen je in wisselende beroepssituaties. Beroepssituaties

noemen we kritische opdrachten. Met een kritische op-

op 3F spelen zich af in een complexe context. Aan het

dracht toon je aan dat je de taalvaardigheid op het ge-

eind van elk onderdeel is er een transferopdracht op 3F

wenste niveau beheerst (3F). De resultaten van de kriti-

in de beroepspraktijk.

sche opdrachten zijn geschikt om op te nemen in je portfolio (schrijfproducten, video-opnamen, foto’s, ingevulde observatie- en beoordelingsformulieren).

8


Start of doorstart met Traject Nederlands

In overleg met je docent bepaal je een moment waarop

Website

je aantoont dat je hebt gewerkt aan je taalvaardigheden

Bij dit opdrachtenboek is een website, Traject Neder-

en je woordenschat. Je bewijst dat je vorderingen maakt

lands Online. Ga naar www.trajectnederlandsonline.nl.

in de richting van niveau 3F en dat je (nog steeds) vol-

Op deze website vind je onder andere extra oefenmate-

doet aan de eisen van niveau 2F.

riaal, digitale diagnostische toetsen en formulieren. Soms word je vanuit dit boek naar de website verwezen.

Opbouw

Dan staat er bijvoorbeeld ‘Gebruik het formulier op Tra-

Het boek bestaat uit zes hoofdstukken: Start of doorstart

ject Nederlands Online’. Je moet dan naar de website

met Traject Nederlands, Mondelinge taalvaardigheid,

gaan en het formulier printen.

Lezen, Schrijven, Meervoudige communicatie en Begrippenlijst en taalverzorging. Vier ervan bevatten de afzon-

1

derlijke taaldomeinen.

Je werkt vanuit het opdrachtenboek. De opdrachten in het opdrachtenboek verwijzen naar delen uit het theo-

In je leerroute bepaal je welke opdrachten je doet en de

rieboek.

volgorde daarvan. Je kunt tegelijk aan verschillende do-

a

meinen werken. De volgorde van de domeinen is vrij. De

b

Dit opdrachtenboek heeft ... hoofdstukken (hoeveel?). Bij de opdrachten staan verwijzingen naar de theorie

volgorde binnen de domeinen van de onderwerpen is

in het theorieboek. Zo’n verwijzing is gemakkelijk

ook vrij. Alleen per onderwerp is het handig de volgorde

als je iets wilt opzoeken. De verwijzing ‘zie B 8 t/m

aan te houden. In het hoofdstuk Meervoudige communi-

8.1.4’ verwijst naar afdeling ... Op de bladzijden ... tot

catie worden kennis en vaardigheden van de voorgaande hoofdstukken gecombineerd.

en met ... wordt het ... behandeld. c

Er is dus alle vrijheid om een passend traject voor jezelf

Het theorieboek heeft ... afdelingen (hoeveel?). Achtereenvolgens zijn dat: A ..., B ..., C ..., D ..., E ..., F ... en G ...

of voor een leergroep waarin je zit, uit te zetten.

d Op welke bladzijden in het theorieboek staat de

Werkvormen en inhoud van de opdrachten

e

inhoudsopgave? Achter in het theorieboek staat een register. Geef in

Je docent kan een opdracht laten uitvoeren in een ande-

eigen woorden weer hoe jij gebruik zou kunnen

re vorm dan die in dit boek beschreven staat.

maken van het register en wat het nut van een register is. Geef zelf een voorbeeld.

Bijvoorbeeld in tweetallen in plaats van individueel. Of je docent laat de opdracht op een andere plaats uitvoe-

f

Op welke bladzijden van het theorieboek kun je de

ren of hij vraagt een ander product als resultaat. Vanwe-

volgende onderwerpen volgens het register vinden?

ge je leerstijl, de leersituatie of het moment in de les kan

staafdiagram, supervisie, curriculum vitae, beoorde-

een docent een opdracht anders aanpakken. Ook met

lingsgesprek, zingen, contextmethode, klachtenge-

het bespreken van de resultaten zal je docent verschil-

sprek, werkoverleg

lende vormen gebruiken. Hij doet vaak een beroep op je zelfwerkzaamheid.

2 zie B 13 t/m 13.2 Je werkt in viertallen. Maak een lijstje van bedrijven

Samengevat

waar je kunt gaan werken, en van vervolgopleidingen

Je gaat als volgt te werk.

die je kunt doen na het behalen van je diploma.

a

Bepaal je taalniveau (nulmeting).

Geef ook een aantal bedrijven en opleidingen aan waar-

b

Plan je leerroute: leerlijn per domein (studiewijzer).

bij je twijfelt.

c

Voer de opdrachten (actieve werkvorm) uit en

Wanneer je iets niet zeker weet, geef je dat aan met een

bespreek de resultaten.

vraagteken.

d Verzamel woorden (woorddossier).

Doordat je in viertallen werkt, is er soms discussie. Er

e

Voer praktijkopdrachten (transfer) uit.

zullen twee lijstjes komen: een met zekerheden en een

f

Verzamel bewijzen en protocollen (portfolio).

met twijfelgevallen.

g

Stel het resultaat vast: doel is bereikt (assessment) of doe opnieuw b.

3 zie B 13 t/m 13.2 Je werkt in viertallen. Maak een lijstje van de onderwerpen die in het komende schooljaar worden behandeld.

9


Start of doorstart met Traject Nederlands

Denk daarbij aan wat er op je rooster staat, bpv-opdrach-

Bij elk woord in je dossier geef je een omschrijving van

ten en eventuele projecten. Bedenk ook onderwerpen

de betekenis, eventueel een synoniem (of een tekening)

waarvan je zou willen dat ze aan de orde komen, maar

en een tekstverband waaruit de betekenis of het gebruik

die je niet verwacht.

van het woord blijkt. Je voegt altijd het lidwoord de of

Wanneer je iets niet zeker weet, geef je dat aan met een

het toe.

vraagteken.

Je kiest zelf woorden die je wilt opnemen. Dat kunnen

Op sommige scholen is het mogelijk keuzeprojecten of

ook woorden zijn die gevraagd worden in de opdrachten.

keuzevakken te doen. Denk eens na over die keuzevakken of keuzeprojecten. Zijn er vakken of projecten waar

Aan het eind van elk onderwerp krijg je een woorddos-

je meer over wilt weten, naast je hoofdstudie?

sieropdracht.

4 zie D 8.8 Bestudeer de opdrachten van een van de volgende afdelingen. Maak een studiewijzer voor die afdeling. Gebruik de voortgangsvragen op Traject Nederlands Online. Je werkt in tweetallen. Je vraagt aan je docent om suggesties. Geef in dit plan aan van welke onderdelen je een resultaat in je portfolio opneemt. Dit is een opzet. Je kunt er later altijd van afwijken.

Reflectie 5 zie D 8.8 Zorg voor een map waarin je de ‘resultaten’ van je werk bewaart. Dit is je portfolio. Heb je al zo’n map, dan ga je daarin verder. Bereid in tweetallen een korte presentatie voor waarin je uitlegt hoe je te werk zult gaan. Heb je vorig jaar al met je portfolio gewerkt, dan houd je een korte presentatie over de inhoud ervan.

Woorddossier 6 zie D 8.7 Je stelt een persoonlijk woorddossier samen. Het gaat erom dat je niet alleen nieuwe woorden leert, maar die ook gaat gebruiken. Na elke opdracht of les vul je je woorddossier aan. In het woorddossier neem je het volgende op.

Woorden en begrippen uit het algemeen Nederlands die jij niet kent of die niet vaak voorkomen, zoals oriënteren, het curriculum vitae, de ambitie, daaren-

฀ ฀

tegen en ten behoeve van. Woorden, uitdrukkingen en taalconstructies die een figuurlijke betekenis hebben. Vaktaal die voor jouw beroepsgroep specifiek is, of taal die van belang is voor je vervolgopleiding.

10


Domein 1

Mondelinge taalvaardigheid


Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid

Gesprekken De rij is nu nog langer geworden. Kelly schat die in op

Gesprekstechniek

zo’n tien tot twaalf wachtenden. Tegen de volgende bezoeker zegt Kelly vriendelijk en met

7 zie B 1.2, 4.1 Lees de volgende tekst.

een glimlach: ‘Goedemorgen. Wat kan ik voor u doen?’ ‘Mevrouw, ik hoop dat u mij kunt helpen. Ik heb mijn

Het is druk vandaag in het welzijnscentrum. Kelly zit ach-

dagkaart thuis laten liggen …’

ter de balie. Het is prachtig weer. Al een paar dagen schijnt de zon uitbundig en is het tropisch warm buiten.

Wijs een of meer gedeelten in de tekst aan die te maken

Eigenlijk te mooi weer om te moeten werken. Vandaag is

hebben met de volgende aanwijzingen. Geef aan waar-

de start van het vakantiebos, activiteiten voor kinderen

om je dat vindt.

van 4 tot en met 15 jaar.

a

Een moeder met drie kinderen komt met bezweet voor-

b

Een gesprek gaat vanzelf.

hoofd binnen en loopt naar de balie.

c

De situatie beïnvloedt het gedrag van spreker en

‘Goedemorgen. Wat kan ik voor u doen op deze stralende

Neem je op het juiste moment de beurt?

luisteraar.

dag?’, zegt Kelly met een glimlach.

d Gebruik je passende woorden?

‘Hhmmm’, bromt de dame. Kelly doet nu iets minder vrolijk.

e

Er zijn verschillende vraagtechnieken.

‘Ik kan hun kaarten nergens vinden’, gaat de dame verder. ‘Geen idee waar ik die heb gelaten. Normaal zitten ze

8 zie B 4.1; C 7.1

in hun jas, maar daar is het nu te warm voor. Bij die kaar-

Maak een schema rond het sleutelbegrip vraagtechniek.

ten zitten ook hun excursiekaarten.’

Gebruik de volgende begrippen: inhoud, non-verbaal,

‘Wat vervelend voor u’, zegt Kelly. Zij kijkt de dame be-

open vraag, gesloten vraag, hoofdvraag, vervolgvraag,

gripvol aan. Ze glimlacht nu weer een beetje.

concretiseren, stilte, echovraag, samenvatting.

‘Vooral hun dagkaarten zijn belangrijk.’ ‘Ja, dat begrijp ik,’ zegt de dame somber, ‘maar misschien

9 zie B 4.1; C 7.1

kunt u mij toch helpen.’

Presenteer het schema van opdracht 8. Geef van elke

‘Ik ga mijn best voor u doen. Ik kijk eerst of uw kinderen

vraagtechniek een voorbeeld.

op de lijst staan, en dan maak ik voor u nieuwe dagkaarten. Uw naam is …’

10 zie B 4.1

‘Ter Linden.’

Stel een vraag aan degene die naast je zit. Je krijgt daar-

‘U hebt uw kinderen dus opgegeven voor het vakantiebos.’

op een antwoord. Samen achterhaal je wat voor soort

‘Ja, met excursies’, zegt de dame.

vraag je hebt gesteld. Vervolgens stelt deze persoon een

Kelly ziet de namen van de kinderen van mevrouw Ter

vraag aan degene die naast hem zit.

Linden op de lijst staan, op blad 9. Ze vraagt aanvullende gegevens.

11 zie B 4.1

‘Mevrouw Ter Linden, mag ik uw postcode alstublieft?’

Geef van de volgende vragen aan wat voor soort vraag

‘2241 BK.’

het is. Soms zijn er meer antwoorden mogelijk.

‘Huisnummer?’

a

‘83’, is de reactie van mevrouw Ter Linden.

b

Is dit de folder die u zoekt?

c

Wat bedoelt u met ‘te duur’?

Waarmee kan ik u helpen?

Inmiddels staat er een rij van vijf mensen achter me-

d Op wat voor afstand zit u als u televisiekijkt?

vrouw Ter Linden te wachten. Sommige mensen worden

e

wat onrustig.

Dus u wilt schoenen waarmee u ook in de sneeuw kunt lopen?

Kelly gaat onverstoorbaar verder. Ze maakt nieuwe dag-

f

U bedoelt door besneeuwde bossen lopen?

kaarten. Ze ziet dat mevrouw Ter Linden opgelucht de

g

Wat vindt u ervan?

kaarten in ontvangst neemt. ‘Mevrouw Ter Linden, een prettige dag nog verder’, zegt ze vriendelijk.

12


Domein 1

Mondelinge taalvaardigheid

12 zie B 4.1 Spreek met een medeleerling drie minuten over een van

de bij b genoemde vijf punten? f

de volgende onderwerpen. a

het weer

b

de files

c

het openbaar vervoer

Bespreek de individuele beleving van de groepsleden. Vinden zij al het nodige in de opleiding? Wat zoeken ze buiten school?

g

Discussieer over de stelling: ‘Een opleiding volg je voor je toekomst; voor je behoeften op dit moment

d de school

moet je niet op school zijn.’

13 zie B 11.3.1

14 zie B 11.3.2

Je werkt in achttallen. Stel een voorzitter, een bordschrij-

Je onderscheidt twee soorten motivatie. Als je intrinsiek

ver en een notulist aan.

gemotiveerd bent, heb je plezier in je werk en biedt het

De voorzitter leest de volgende tekst voor.

uitvoeren van taken op zich voldoende bevrediging. Een extrinsiek gemotiveerde doet zijn werk, omdat het moet.

Onbestemde verlangens

Hij heeft het geld nodig, wordt door zijn vrouw het huis

Je bent neergestort met je eenpersoonsvliegtuigje op een

uitgestuurd of durft niets anders te zoeken. Voor hobby’s

onbewoond eiland. Het eerste wat je zoekt, is eten en

ben je meestal intrinsiek gemotiveerd.

drinken. Gelukkig is er voldoende water en groeien er

Je werkt in drietallen.

overal vruchten. De volgende dag ga je op verkenning en

a

vind je beschutting tegen de koude nachten en de even-

b

Noem bezigheden die je uitvoert met extrinsieke motivatie.

tuele regen. Je voelt je er veilig. Na een week begin je de eenzaamheid te voelen. Je bemerkt dat er papegaaiachti-

Noem bezigheden waarvoor je intrinsiek gemotiveerd bent.

zoek je een goede plek om te slapen. In een kleine grot

c

Wanneer en op welke manieren moet jíj extrinsiek gemotiveerd worden om iets te doen?

ge vogels op het eiland zijn. Je vangt er een om als huisdier te houden. Als je over het eiland struint, vind je mooie stenen, een

15 zie B 11.3.2

decoratieve boomstronk en rietpluimen. Die sleep je mee

Hoe kun je anderen motiveren? Kies een van de volgen-

naar je grot om die gezelliger te maken. Je papegaai

de situaties.

noem je Dertien, naar de datum waarop je was neerge-

a

stort. Het beest leer je zinnetjes als: ‘Papa lief’, ‘Goed zo, knul’ en ‘Jij bent fijn’. Toch ben je niet gelukkig. Na twee volle manen wil je te-

Je hebt een vriend of vriendin van 16 die van school wil. Schrijf een betoog waarmee je hem of haar probeert te motiveren dat niet te doen.

b

Je jongere broertje spijbelt. Schrijf een betoog

rug naar de bewoonde wereld.

waarmee je hem probeert duidelijk te maken dat

Hoe komt dat toch?

school leuk kan zijn. c

Je hebt een moeder die de ene na de andere cursus

a

Geef antwoord op de laatste vraag: hoe komt dat toch?

volgt. Ze is nooit thuis. Schrijf een betoog waarmee je

b

De piramide van Maslow geeft vijf behoeften in een

haar wilt uitleggen dat school niet alles is.

volgorde van belangrijkheid. In de piramide van

c

onder naar boven zijn dat: 1 fysieke behoeften, 2

16 zie B 11.2

veiligheid en zekerheid, 3 sociale contacten, 4

Noteer in tweetallen vijf vormen van gedrag waarmee

erkenning en waardering en 5 zelfontplooiing.

je feedback kunt geven.

Omschrijf waar je deze behoeften in het verhaaltje

Schrijf een half A4’tje over dit verschijnsel. Brainstorm

tegenkomt.

eerst in tweetallen over de inhoud. Met het feedback ge-

Omschrijf hoe op het werk een werkgever een

ven stimuleer je de sfeer van samenwerken.

werknemer tegemoet komt op elk van deze vijf behoeften. d Omschrijf hoe een school de leerlingen op elk van e

17 zie B 11.3.3, 11.3.4 Evalueren. Aan het delegeren van taken is een moment

deze behoeften tegemoet kan komen.

gekoppeld waarop de ander verantwoording aflegt. Je

Bespreek de algemene situatie in jouw opleiding:

werkt in drietallen.

biedt de opleiding voldoende voor de leerlingen op

13


Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid

Je neemt met een medeleerling de prestaties door die hij

Woorddossier

voor het vak Nederlands de afgelopen periode heeft neergezet. Een derde leerling bespreekt jouw manier

21 zie D 8.7

van evalueren.

Je werkt in tweetallen. a

Je kiest een woord uit je dossier. Dat woord neem je

18 zie B 11.3.5

als centraal begrip waar je tien andere woorden bij

Je hebt gekozen voor deze opleiding. Je begon gemoti-

zoekt.

veerd. Een medeleerling maakt met jou een tussenevalu-

b

Bespreek met een medeleerling wat het verband is

atie. Hij interviewt jou. Een derde leerling observeert.

tussen elk van de gevonden woorden met het

a

centrale begrip.

Beschrijf de redenen die je had om te kiezen voor deze opleiding.

b

Welke redenen gelden op dit moment nog steeds? Welke nieuwe motivatie heb je opgedaan tijdens je

Telefoongesprekken

opleiding? c

Welke redenen gelden op dit moment niet meer?

22 zie B 10

Wat valt tegen?

Lees de volgende tekst.

d Weeg de argumenten voor en tegen af tegen elkaar.

e

Is je motivatie voor de opleiding toegenomen of

Esther doet haar bpv bij Stichting Welzijn Keppel. Ze weet

afgenomen?

alles al van telefoneren. Ze heeft een headset op haar

Moet er iets ondernomen worden? Zo ja, wat en door wie?

hoofd. Daar gaat de telefoon. Ze drukt op een knopje. ‘Goedemorgen, met Stichting Welzijn Keppel, u spreekt met Esther, zegt u het maar’, zegt Esther. Ze glimlacht, als-

Reflectie

of de opbeller dat kan zien. Ze maakt aantekeningen op een formuliertje.

19 zie B 11 t/m 11.3.5; D 8.8

Een mevrouw houdt haar verhaal.

Je werkt in tweetallen. Schrijf onder de titel ‘Spreken in

‘Een ogenblik’, zegt Esther. ‘Wilt u uw naam herhalen …

groepsprocessen’ een betoog van 1600 woorden. Je kiest

met een ck? ... Oh …Vorige week? … Ja, met wie hebt u ge-

een van de volgende twee standpunten. Bij dat stand-

sproken?’

punt geef je argumenten en voorbeelden.

‘… Mevrouw De Munck, een momentje alstublieft, ik ga

1

Omdat werken in groepen veel vraagt van je

kijken of meneer Sumner aanwezig is.’

communicatieve vaardigheden, leer je er veel van.

Esther drukt op wat knopjes en spreekt nu met meneer

Omdat werken in groepen te veel vraagt van je

Sumner.

communicatieve vaardigheden, werkt het niet goed.

‘Hallo Bradly, ik heb mevrouw De Munck aan de lijn.’ Ze

2

leest van haar notities: ‘Van de bewonersparticipatie uit 20 zie B 4.1, 11 t/m 11.3.5

Hoog-Keppel. Ze heeft vorige week contact met jou gehad

Beantwoord de volgende vragen met een medeleerling.

over de buurtbarbecue … ze heeft nog wat vragen … ik

1

Je interviewtechniek kun je verbeteren. Geef

geef haar.’

commentaar op de volgende stellingen.

In alle ernst drukt Esther op een paar knopjes. Dan tovert

a

Bereid het interview voor door de hoofdvragen

ze weer een glimlach op haar gezicht.

vooraf te bedenken.

‘Mevrouw De Munck? Bedankt voor het wachten. Meneer

Tijdens het interview luister je goed en vraag je

Sumner weet ervan. Ik verbind u door.’

b

door. c 2

Wijs een of meer gedeelten in de tekst aan die te maken

stimuleren de geïnterviewde.

hebben met de volgende aanwijzingen. Geef aan waar-

Bij groepsprocessen is het belangrijk tijd te nemen

om je dat vindt.

voor gezamenlijke denkstappen.

a

Houd telefoongesprekken kort.

a

Noem vier mogelijke groepsprocessen.

b

Zorg ervoor dat je persoonlijk overkomt.

Geef per stap aan waarom het belangrijk is

c

Laat blijken dat je goed luistert.

hiervoor voldoende tijd te nemen.

d Noteer aan het begin van het gesprek de naam van

b c 14

Non-verbale signalen en positieve feedback

Wat versta je onder voldoende tijd bij 2b?

de persoon met wie je spreekt.


Domein 1

Mondelinge taalvaardigheid

23 zie B 10

26 zie B 10

Bereid je voor op een telefoongesprek. Je werkt bij een

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol.

centraal informatiecentrum welzijn, waar je alle bin-

Je werkt bij Chill Out, een jongerencentrum. Je organi-

nenkomende telefoongesprekken behandelt. Het cen-

seert activiteiten en staat jongeren te woord.

trum heeft diverse afdelingen. Je kunt een telefoontje verwachten van iemand die

Je docent wijst een leerling aan die een telefoongesprek

a

algemene informatie wil;

voert op basis van situatiebeschrijving 26A (docenten-

b

een gesprek wil voeren met de directeur;

materiaal Traject Nederlands Online).

c

een gesprek wil voeren met de directeur, van wie jij weet dat hij ’s ochtends vergadert en ’s middags

27 zie B 10

gesprekken voert met sollicitanten, en dus niet

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol.

gestoord wenst te worden;

Je werkt bij Steunpunt Vrijwilligerswerk. Je beant-

d foldermateriaal wil ontvangen;

woordt alle vragen.

e

foldermateriaal wil hebben, dat niet voorradig is;

f

een gesprek wil voeren met het hoofd van de afdeling

Je docent wijst een leerling aan die een telefoongesprek

Gastouderopvang, die vandaag niet op het centrum is.

voert op basis van situatiebeschrijving 27A (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

Zorg voor een goede vraagstelling bij elk van de situaties. Je docent wijst enkele opbellers aan. Die krijgen een op-

28 zie B 10

dracht. De andere leerlingen observeren.

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol. Je werkt als ouderenadviseur. Mensen kunnen formulie-

24 zie B 10

ren voor het aanvragen van huurtoeslag, een maaltijd-

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol.

voorziening, een gehandicaptenparkeerplaats of ver-

Je werkt bij Stichting Welzijn in Eindhoven. Je bent des-

voersvoorzieningen laten invullen.

kundige op allerlei gebieden. Je weet alles van ouderenwerk, jongerenwerk, opbouwwerk, kinderwerk en sti-

Je docent wijst een leerling aan die een telefoongesprek

mulering vrijwilligerswerk. Kortom, een burger kan bij

voert op basis van situatiebeschrijving 28A (docenten-

jou met al zijn vragen terecht.

materiaal Traject Nederlands Online).

Je informeert geïnteresseerden zo uitvoerig mogelijk en ook zo ‘begrijpelijk’ mogelijk. Je vermijdt onnodige vak-

29 zie B 10

termen.

(Opbeller) Leef je in in de volgende rol.

Als de vragensteller het wil, stuur je hem schriftelijke

Je hebt in de Kampioen een advertentie gezien van een

informatie (folders).

bijzondere camping in Spanje. Je wilt voor de volgende zomervakantie een plek reserveren voor vier personen.

Je docent wijst een opbeller aan die een telefoongesprek

Het gaat om een periode van drie weken. Je wilt een re-

voert op basis van situatiebeschrijving 24A (docenten-

servering voor de volgende zomervakantie voor drie we-

materiaal Traject Nederlands Online).

ken voor vier personen. Je weet uit de advertentie dat de persoon aan de lijn Spaans, Duits, Engels en Frans kan

25 zie B 10

spreken, maar geen Nederlands. Je belt Nautic Alham-

Tijdens het gesprek van opdrachten 23 en 24 maak je als

bra, telefoonnummer +34 926 35 69 42.

toehoorder aantekeningen. Je noteert het volgende. a

de naam van de opbeller

Je docent wijst een leerling aan die een telefoongesprek

b

de naam van de opgebelde

voert op basis van situatiebeschrijving 29A (docenten-

c

wat opvalt aan het gesprek

materiaal Traject Nederlands Online).

Gebruik hiervoor het observatieformulier Telefoongesprek op Traject Nederlands Online.

30 zie B 10

Je docent vraagt enkele toehoorders voor de groep het

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol.

telefoongesprek te bespreken. Dit geldt ook voor de situ-

Je werkt bij We4kids. We4kids biedt de Sportcombi aan,

atiebeschrijvingen in de opdrachten 26 tot en met 30.

een wekelijkse sport- en spelmiddag in combinatie met

15


Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid

buitenschoolse opvang. Je noteert de reserveringen en

woord betekent. Als de groepsleden het niet raden, geef

geeft desgevraagd informatie.

je de eerste letter. Het woord verschijnt ten slotte correct en goed leesbaar

Je docent wijst enkele leerlingen aan die een telefoonge-

geschreven op een blaadje of een flap-over.

sprek voeren op basis van situatiebeschrijvingen 30A tot

Deze cyclus herhaal je met de andere groepsleden.

en met 30C (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

Klachtengesprek met cliënten Reflectie 35 zie B 7.1 31 zie B 10

Lees de volgende tekst.

Je werkt in tweetallen. Bedenk een organisatie waar je informatie kunt opvragen, bijvoorbeeld een conferentie-

Sergej heeft al aardig wat ervaring opgedaan bij Tafeltje-

centrum, een verzekeringsmaatschappij, een reisbureau,

Dek-Je. Hij heeft heel veel leuke cliënten geholpen en soms

het gemeentehuis, een theater, een milieugroepering of

een lastige. Een mevrouw komt op hem af. Ze heeft een

De dierenbescherming. Je belt de organisatie op en

magnetrondoosje bij zich.

vraagt onder andere foldermateriaal.

‘Meneer … meneer … ,’ begint ze, ‘er is iets verschrikkelijks gebeurd.’

32 zie B 10; D 8.8

‘Oei, ik hoop dat het meevalt’, probeert Sergej voorzichtig.

Je verwerkt de ervaring die je hebt opgedaan bij op-

‘Nee, het valt niet mee’, vervolgt ze. ‘Het zit zo. Ik heb een

dracht 31, tot een verslag. In het verslag neem je de vol-

week geleden voor mijn moeder maaltijden besteld. Ik heb

gende gegevens op.

ook duidelijk gezegd dat mijn moeder allergisch is voor vis.

a

de voorbereiding (vragenlijstje)

En nu kreeg ze gisteren dit.’

b

het tijdstip of de tijdstippen van bellen, de datum(s)

Sergej bestudeert de inhoud van het doosje.

c

de naam van de organisatie, het telefoonnummer, de

‘Eh, dit lijkt mij toch een lekkerbekje’, zegt Sergej.

persoon met wie je gesproken hebt

‘Ja, dat klopt’, zegt de mevrouw. ‘Mijn moeder heeft de helft

d de informatie die je hebt opgevraagd

opgegeten en zit onder de uitslag.’

e

Sergej schrikt.

de ontvangen informatie

‘Dat is niet goed’, beaamt Sergej. ‘Hoe kan dit nu?’ Even weet 33 zie B 10

hij het niet en hij weet ook dat het onverstandig is zomaar

Beantwoord de volgende vragen met een medeleerling.

een oplossing te verzinnen. Hij vraagt hulp aan Frederica.

1

Je verstaat vaak de eerste woorden van een telefoongesprek slecht. Vaak versta je daardoor de naam niet.

‘Vertelt u eens, mevrouw, wanneer heeft u precies deze

Wat doe je om dat te voorkomen?

maaltijd gekregen?’ Zo pakt Frederica het aan. ‘Hebt u het in-

2

Je maakt aantekeningen van een gesprek. Welke drie

takeformulier van uw moeder nog?’

zaken mag je niet vergeten?

Ze schrijft alles op. ‘Het moet een vergissing zijn geweest van

3

Leer het Nederlandse telefoonalfabet uit je hoofd.

iemand die het intakeformulier niet goed heeft bekeken’,

Welke woorden gebruik je voor de letters I, L, N, Q, U,

concludeert Frederica.

W, Y, B en D?

‘Maar hoe moet het nu met mijn moeder? Zij vertrouwt het

Welke nummers kies je als je naar het buitenland

nu niet meer en ze wil dat ik voor haar kook’, klaagt de me-

belt?

vrouw wanhopig. ‘Daar heb ik echt geen tijd voor.’

4

‘We maken er een extra aantekening van en sturen uw moeder met spoed een bos bloemen. Ik ga direct voor u bellen.’

Woorddossier Wijs een of meer gedeelten in de tekst aan die te maken 34 zie D 8.7

hebben met de volgende aanwijzingen. Geef aan waar-

Je werkt in viertallen. Zoek een woord uit je woorddos-

om je dat vindt.

sier dat iedereen volgens jou moet kennen. Het gaat om

a

een woord dat niet vaak voorkomt. Je legt uit wat het

16

In een klachtengesprek moet je omgaan met de emoties van de cliënt.


Domein 1

Mondelinge taalvaardigheid

b

Je stelt vragen en laat de cliënt zakelijk antwoorden.

delt alle binnenkomende telefoongesprekken. Dat kun-

c

Luister aandachtig.

nen ook klachten zijn.

d Controleer of de klacht volgens afspraak wordt afgehandeld.

Je docent wijst opbellers aan die een telefoongesprek voeren op basis van situatiebeschrijvingen 40A tot en

36 zie B 7.1

met 40C (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

(Medewerker gehandicaptenzorg) Leef je in in de vol-

Ook wijst je docent een coördinator aan, aan wie je een

gende rol.

klacht eventueel voorlegt.

Je werkt in een houtwerkplaats en begeleidt gehandicapten. Een particulier komt met een kapotte tuinstoel

41 zie B 7.1

die hij vier maanden geleden in jouw werkplaats heeft

Tijdens de gesprekken van de opdrachten 42 tot en met

gekocht voor € 40. De koper is heel boos.

45 maak je als toehoorder aantekeningen. Je noteert het volgende.

Je docent wijst een leerling aan die de rol van koper

a

de naam van de medewerker

speelt op basis van situatiebeschrijving 36A (docenten-

b

de namen van de bezoekers

materiaal Traject Nederlands Online).

c

wat de klachten van de bezoekers zijn

d hoe de medewerker de klachten aan de coördinator 37 zie B 7.1 (Sociaalmaatschappelijk dienstverlener) Leef je in in de

voorlegt e

hoe de klachten worden afgehandeld

volgende rol. Je werkt als consulent bewonerszaken bij een woning-

42 zie B 7.1

bouwvereniging. Een boze cliënt komt binnen.

(Pedagogisch medewerker) Leef je in in de volgende rol. Je werkt bij Bureau Jeugdzorg. Eenvoudige klachten mag

Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt

je zelf behandelen. Bij ingewikkelde klachten of als de

speelt op basis van situatiebeschrijving 37A (docenten-

cliënt erom vraagt, roep je de leidinggevende erbij. In

materiaal Traject Nederlands Online).

zo’n geval informeer je de leidinggevende eerst over de precieze toedracht.

38 zie B 7.1 (Onderwijsassistent) Leef je in in de volgende rol.

Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt

Je werkt als onderwijsassistent op een basisschool. Een

speelt op basis van een van de situatiebeschrijvingen

ouder komt met een klacht.

42A tot en met 42C (docentenmateriaal Traject Nederlands Online). Ook wijst je docent een leidinggevende

Je docent wijst een leerling aan die de rol van ouder

aan, aan wie je een klacht eventueel voorlegt.

speelt op basis van situatiebeschrijving 38A of 38B (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

43 zie B 7.1 (Medewerker gehandicaptenzorg) Leef je in in de vol-

39 zie B 7.1

gende rol.

(Sociaal-cultureel werker) Leef je in in de volgende rol.

Je werkt als woonbegeleider in de gehandicaptenzorg.

Je werkt in een activiteitencentrum als sociaal-cultureel

Eenvoudige klachten behandel je zelf. Bij ingewikkelde

werker. Een cliënt komt binnen met een kwartetspel dat

klachten of als de cliënt erom vraagt, roep je de leiding-

hij bij jou heeft gekocht.

gevende erbij. In zo’n geval informeer je de leidinggevende eerst over de precieze toedracht.

Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt speelt op basis van situatiebeschrijving 39A (docenten-

Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt

materiaal Traject Nederlands Online).

speelt op basis van situatiebeschrijvingen 43A tot en met 43D (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

40 zie B 7.1

Ook wijst je docent een leidinggevende aan, aan wie je

(Opgebelde) Leef je in in de volgende rol.

een klacht eventueel voorlegt.

Je werkt bij kinderopvangcentrum Ukkepuk. Je behan-

17


Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid

44 zie B 7.1

Woorddossier

(Onderwijsassistent) Leef je in in de volgende rol. Je werkt als onderwijsassistent op een basisschool. Een-

48 zie D 8.7

voudige klachten mag je zelf behandelen. Bij ingewik-

Kies vijf begrippen uit je woorddossier. Maak met deze

kelde klachten of als de cliënt erom vraagt, roep je de

woorden twee afleidingen en drie samenstellingen.

leerkracht erbij. In zo’n geval informeer je de leerkracht eerst over de precieze toedracht. Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt

Gesprekken met cliënten

speelt op basis van situatiebeschrijvingen 44A tot en met 44D (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

49 zie B 6

Ook wijst je docent een leerkracht aan, aan wie je een

Lees de volgende tekst.

klacht eventueel voorlegt. Sanne loopt stage bij een kinderdagverblijf. Een jong 45 zie B 7.1

ouderpaar achter een kinderwagen staat voor de speelplaats.

(Pedagogisch medewerker) Leef je in in de volgende rol.

De mensen kijken af en toe haar kant op. Het is prachtig weer

Je werkt bij peuterspeelzaal Nijntje. Eenvoudige klach-

en de deuren van het kinderdagverblijf staan open. Sanne

ten mag je zelf behandelen. Bij ingewikkelde klachten of

loopt naar de ouders en vraagt of ze soms even rond willen

als de cliënt daarom vraagt, roep je de peuterspeelzaal-

kijken.

leider erbij. In zo’n geval informeer je de peuterspeel-

De ouders komen met de kinderwagen de buitenspeelplaats

zaalleider eerst over de precieze toedracht.

op. Ze kijken rond en blijven afwachtend staan. Die hebben een vraag, denkt Sanne.

Je docent wijst een leerling aan die de rol van cliënt

‘U zoekt een kinderdagverblijf?’, begint zij.

speelt op basis van situatiebeschrijvingen 45A tot en

‘Ja, dat is te zeggen, we weten het nog niet’, zegt de moeder.

met 45D (docentenmateriaal Traject Nederlands Online).

‘Zoekt u iets voor de hele week of voor een paar dagdelen?’,

Ook wijst je docent een peuterspeelzaalleider aan, aan

vraagt Sanne.

wie je een klacht eventueel voorlegt.

‘Waarschijnlijk voor drie hele dagen’, zegt de man. ‘Ik neem een papadag en zij neemt een mamadag.’ ‘Dat is leuk,’ zegt Sanne, ‘allebei een dag zorgen voor de klei-

Reflectie

ne’. Sanne stelt nog wat vragen en loopt ondertussen met de ou-

46 zie B 7.1; D 8.8

ders naar binnen.

Verzin een situatie van buiten school waarin je in prak-

‘Wij hebben hier babygroepen en peutergroepen’, zegt Sanne.

tijk brengt wat je hebt geleerd van de opdrachten 35 tot en met 45. Wat je hebt bedacht, voer je ook werkelijk in

Sanne vraagt of de ouders misschien een kopje koffie willen

de praktijk uit. Neem een bewijs ervan op in je dossier.

en stelt de leidster aan hen voor. ‘Wilt u misschien een afspraak maken voor een intakege-

47 zie B 7.1

sprek?’ De leidster legt een folder van het kinderdagverblijf

Beantwoord de volgende vragen met een medeleerling.

neer.

1

Waarom is het belangrijk om een cliënt tevreden te stellen?

Wijs een of meer gedeelten in de tekst aan die te maken

2

Ook als de cliënt uit zichzelf al veel vertelt, stel je

hebben met de volgende aanwijzingen. Geef aan waar-

toch vragen. Waarom?

om je dat vindt.

3

Je handelt de klacht samen met de cliënt af. Wat

a

4

Controleer of de klacht volgens afspraak wordt

bereik je daarmee?

Als pedagogisch medewerker stel je cliënten op hun gemak.

b

afgehandeld? Hoe doe je dat?

Vanaf het moment dat een cliënt binnenkomt, kun je al veel over hem weten.

c

Luister goed.

d Door te controleren of de cliënt je goed begrijpt, help je de cliënt een zo nauwkeurig mogelijk beeld te geven. 18


Traject Nederlands opdrachtenboek 2 mbo Welzijn  

Traject Nederlands opdrachtenboek 2 mbo Welzijn

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you