Issuu on Google+

Beroepsmatig ondersteunen en begeleiden

niveau

2


Traject Helpende Zorg & Welzijn

Beroepsmatig ondersteunen en begeleiden

B%RRNLQGE




B%RRNLQGE




Traject Helpende Zorg & Welzijn

Beroepsmatig ondersteunen en begeleiden R.F.M. van Midde

Eerste druk

B%RRNLQGE




B%RRNLQGE




Colofon Auteur

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs,

R.F.M. van Midde

Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwassenen-

Redactie Buro Kroon, Almere

educatie en Hoger Beroepsonderwijs.

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze

Omslagontwerp

leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice

Studio Imago, Amersfoort

(088) 800 20 16.

Vormgeving

ISBN 9789006925500

Studio Imago, Amersfoort

Eerste druk, eerste oplage, 2012

Fotografie MiradorMedia, Koen Bakx, Anke Gielen, Maria van der Heijden Calibris kenniscentrum voor leren in de praktijk in zorg, welzijn en sport

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektro-

Cartoons

nisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere ma-

Cabwork

nier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet jo het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.cedar.nl/pro). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

)6&/2*2

B%RRNLQGE




Ten geleide De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor

heid. Een certificeerbare eenheid is een onderdeel

de gezondheidszorg en de welzijnssector aange-

uit het kwalificatiedossier met arbeidsmarktrele-

past aan de ontwikkelingen in de beroepspraktijk.

vantie. Het kwalificatiedossier Helpende Zorg &

De veranderde eisen zijn uitgewerkt in een be-

Welzijn kent drie van deze certificeerbare eenheden:

roepsgerichte kwalificatiestructuur.

ƒ

Hulp bij persoonlijke verzorging/ADL.

De serie Traject Helpende Zorg & Welzijn is geba-

ƒ

Hulp bij huishouden, wonen en recreëren.

seerd op het kwalificatiedossier Helpende Zorg &

ƒ

Hulp bij (sociale) activiteiten.

Welzijn. Dit dossier bevat onder andere de eisen die

Voor deze drie eenheden mag een ROC een certifi-

gesteld worden aan een gediplomeerde op niveau

caat afgeven. Een student die een certificeerbare

2. Deze eisen zijn uitgewerkt in kerntaken en werk-

eenheid heeft behaald, kan met dit certificaat aan

processen. Voor docenten hebben we op de website

de slag.

www.trajecthelpende.nl in een Excel-bestand precies aangegeven hoe deze eisen worden afgedekt

De thema’s

en waar u de betreffende vakkennis en vaardighe-

In elk boek is de leerstof verdeeld over thema’s.

den kunt terugvinden in deze serie.

Ieder thema start met een inleiding waarin de beroepsrelevantie wordt toegelicht. Een thema wordt

De serie

afgesloten met het onderdeel ‘Toets jezelf’. Dit be-

Traject Helpende Zorg & Welzijn biedt de leermid-

staat uit stellingen waarmee de student zelf kan

delen die u flexibel kunt inzetten in uw eigen

controleren of hij de belangrijkste theorie kent.

curriculum en onderwijssysteem. Met de serie wil-

De thema’s zijn op een logische manier gerang-

len we de theorie en de vaardigheden leveren die

schikt.

noodzakelijk zijn om aan de kwalificatie-eisen te voldoen en om de opleiding Helpende Zorg & Wel-

Beroepsmatig ondersteunen en begeleiden.

zijn (niveau 2) goed af te sluiten.

Bij het bepalen van de volgorde van de thema’s zijn

De belangrijkste uitgangspunten daarbij zijn:

de volgende uitgangspunten gehanteerd:

ƒ

inhoudelijke kwaliteit leveren;

ƒ

ƒ

de beroepspraktijk centraal stellen;

(straks) gaat werken. We hebben het dan vooral

ƒ

de student (ook de volwassen student) aanspre-

over het (brede) werkveld en de taken van een

ken;

helpende. Ook het arbeidscontract dat de start

ƒ

We beginnen bij de organisatie waar de student

in de organisatie typeert komt aan de orde.

de doorgaande leerlijn bewaken. ƒ

In het tweede thema zoomen we al iets verder

De boeken

in. Het gaat dan over het team waarvan de hel-

De serie bestaat uit drie boeken:

pende deel uitmaakt. Het gaat dan bijvoorbeeld

ƒ

Ondersteunen bij de persoonlijke verzorging.

over samenwerken en afspraken maken.

ƒ

Hulp bij huishouden en wonen.

ƒ

Beroepsmatig ondersteunen en begeleiden.

ƒ

We kijken vervolgens naar de manier van werken. Die moet methodisch zijn. Planningen

Ieder boek behandelt grofweg de theorie en vaar-

maken, met plannen werken. Signaleren, obser-

digheden die behoren bij een certificeerbare een-

veren en rapporteren.

B%RRNLQGE




ƒ

ƒ

ƒ

ding, de attitude van de student als toekomstig

Redactie Alle uitgaven van de serie zijn inhoudelijk geredi-

professional centraal.

geerd door Stoffel Abrahamse en Rick van Midde.

Langzaam wordt het steeds concreter. De stu-

Beide redacteuren zijn al jaren betrokken bij res-

dent krijgt bij het werken met regels en kwali-

pectievelijk Traject V&V en Traject Welzijn. Zij

teitseisen te maken. Welke regels dat zijn, hoe

hebben ervoor gezorgd dat de boeken volledig zijn

je binnen die regels werkt en wat je doet om

afgestemd op het kwalificatiedossier.

kwaliteit te leveren en je deskundigheid op peil

Wij hopen dat u en uw studenten prettig gebruik

te houden, behandelen we in thema 5 en 6.

kunnen maken van de serie Traject Helpende Zorg

Nu gaan we richting de doelgroepen. Omdat

& Welzijn.

communicatie de basis van je contact is, begin-

Indien u vragen of suggesties hebt, stellen wij het

nen we daarmee, maar vervolgens gaan we in op

bijzonder op prijs wanneer u contact met ons op-

activiteiten, cliënten van verschillende leeftijden

neemt.

In het volgende thema staat de beroepshou-

en cliënten met verschillende achtergronden. ƒ

We eindigen met een thema ‘bijzondere situa-

Amersfoort, 2012

ties’ waarin onvoorziene situaties aan de orde

Redactie en uitgever

komen.

Artikelen Thema’s zijn verdeeld in artikelen die bij elkaar horen. Ieder artikel is op dezelfde manier opgebouwd. Ze beginnen allemaal met een zakelijke, kernachtige titel, gevolgd door een pakkende ondertitel. Deze zou de student al nieuwsgierig kunnen maken naar de inhoud. Vervolgens begint een artikel altijd met een korte, krachtige praktijksituatie die terugkomt aan het eind van het artikel. Hierdoor creëren we de mogelijkheid om de theorie aan een ‘kapstok’ te hangen. De tekst is veelvuldig voorzien van voorbeelden en tips voor de (toekomstige) professionele helpende. Een artikel sluiten we af met opdrachten. In de boeken ‘Ondersteunen bij de persoonlijke verzorging’ en ‘Hulp bij huishouden en wonen’ komt u ook veel protocollen tegen. Door deze protocollen te oefenen, ontwikkelen studenten ook de noodzakelijke beroepsvaardigheden.

B%RRNLQGE




viii

Inhoud 1

Werken in een organisatie 12

1.1

Een organisatie

1.2

De instelling

1.3

De arbeidsovereenkomst 18

1.4

Functies

1.5

Ondersteunen bij verzorging

1.6

Ondersteunen bij activiteiten 24

1.7

Ondersteunen bij zelfredzaamheid

1.8

Toets jezelf 33

2

Werken in een team

2.1

Samenwerken en overleggen 35

2.2

Werkafspraken

2.3

Overdrachtsrapportage 40

2.4

Feedback

2.5

Werkoverleg 45

2.6

Het sociale netwerk

2.7

Toets jezelf 51

3

Methodisch werken

3.1

Plan van aanpak

3.2

Een planning maken

3.3

Een voorbeeld: het zorgleefplan 59

3.4

Signaleren, observeren en rapporteren 62

3.5

Observatieregels

3.6

Formuleren en rapporteren 66

3.7

Knelpunten signaleren 68

3.8

Reecteren en evalueren 70

3.9

Toets jezelf

4

Je gedrag als werknemer 74

4.1

Mijn zelfbeeld

4.2

Beroepshouding

4.3

Ethisch en integer handelen

B%RRNLQGE

13

14

20 22 27

34

37

42 48

52

54 56

64

73

76 79 85




ix

4.4

Omgaan met druk en tegenslag

4.5

Grenzen stellen

4.6

Ongewenste intimiteiten 90

4.7

Agressie op de werkplek 94

4.8

Opkomen voor jezelf 96

4.9

Toets jezelf

5

Werken binnen de regels 102

5.1

Regels geven structuur

5.2

Afspraken

5.3

Arbowet

5.4

Zorgen voor een prettige sfeer

5.5

Privacy 115

5.6

Voorschriften en richtlijnen 117

5.7

Klachten

5.8

Toets jezelf 123

6

Werken aan kwaliteit

6.1

Kwaliteit leveren 126

6.2

Deskundigheid

6.3

Leren 131

6.4

Wensen van de cliĂŤnt 134

6.5

Relaties in je werk

6.6

Zorgvuldig omgaan met macht

6.7

Kostenbewust werken

6.8

Toets jezelf

7

Communicatie

7.1

Informatie overdragen 150

7.2

Luisteren

7.3

Lichaamstaal

7.4

Kennismakingsgesprek

7.5

Telefoongesprek 161

7.6

Helpend gesprek

7.7

Informatief gesprek

7.8

Toets jezelf

B%RRNLQGE

86

89

101

104

106 109 112

119

124

129

138 141

143

147 148

153 156 158

164 167

171




x

8

(Re)creatieve activiteiten 172

8.1

Het belang van activiteiten 173

8.2

Het doel van (re)creatieve activiteiten

8.3

Beeldende activiteiten 178

8.4

Muziek- en dansactiviteiten 182

8.5

Spel- en sportactiviteiten 184

8.6

Drama-activiteiten 186

8.7

Toets jezelf

9

Cliënten van verschillende leeftijden 190

9.1

Levensfasen

9.2

Baby’s

9.3

Peuters

9.4

Kleuters 201

9.5

Schoolkinderen

9.6

Jongeren

9.7

Volwassenen 211

9.8

Ouderen

9.9

Toets jezelf

10

Begeleiden van cliënten met verschillende achtergronden 218

10.1

Begeleiden 220

10.2

Cliënten met een beperking

175

189

192

193 197 204

207 213 217

222

10.3

Verstandelijke beperkingen 225

10.4

Lichamelijke en zintuiglijke beperkingen 229

10.5

Psychiatrische stoornissen 231

10.6

Dementie

10.7

Verschillen in sociale achtergrond 239

10.8

Verschillen in culturele achtergrond 242

10.9

Respect

233

248

10.10 Toets jezelf

251

11

Bijzondere situaties 252

11.1

Onvoorziene situaties 254

11.2

Omgaan met afwijkend gedrag 256

11.3

Omgaan met de dood

B%RRNLQGE

258




xi

11.4

Het rouwproces

11.5

Omgaan met negatieve emoties 264

260

11.6

Toets jezelf

268

Bijlage Antwoorden Toets jezelf-stellingen 269 Begrippenlijst 272 Register

B%RRNLQGE

280




1

Werken in een organisatie

Als helpende zorg en welzijn ga je aan de slag in een verpleeghuis, verzorgingshuis of ziekenhuis. Je kunt ook gaan werken in een instelling voor jeugdzorg, gehandicaptenzorg of geestelijke gezondheidszorg. Je kunt terecht bij de thuiszorg, in het onderwijs of op een kinderdagverblijf. Kortom, je hebt heel veel mogelijkheden. Maar waar je ook voor kiest, je werkt vrijwel altijd in een organisatie. Daar heb je vooral huishoudelijke taken, help je bij de persoonlijke verzorging en begeleid je bij activiteiten. Ook stimuleer je de cliënt bij zelfredzaamheid. In dit thema worden de volgende onderwerpen behandeld:

B%RRNLQGE

ƒ

Een organisatie.

ƒ

De instelling.

ƒ

De arbeidsovereenkomst.

ƒ

Functies.

ƒ

Ondersteunen bij het huishouden en persoonlijke zorg.

ƒ

Ondersteunen bij activiteiten.

ƒ

Ondersteunen bij zelfredzaamheid.




1

1.1

Een organisatie

13

Werken in een organisatie

belangrijk dat afspraken worden nagekomen. En dat mensen op een goede manier samenwerken

Van buurthuis tot zorgcentrum

met elkaar.

Nadia werkt in een buurthuis. Jannes loopt BPV in een ziekenhuis. Kim helpt in de thuiszorg. Marcel

De organisatie waar je werkt

ondersteunt de gymnastiekclub. Shakira zet zich in

Het begrip organisatie wordt ook gebruikt voor

voor ouderen in een zorgcentrum.

de instelling waar je gaat werken. Een organisatie is dan een groep samenwerkende mensen die gezamenlijke doelen proberen te bereiken. Dat doen zij met bepaalde middelen en op een bepaalde manier.

Beleidsplan Er moet heel wat geregeld zijn om een organisatie goed te laten werken. Daarom zetten leidinggevenden vaak hun plannen op papier. Het plan dat de leiding maakt, heet het beleidsplan. In dat plan staat in elk geval wat het doel is van de orFiguur 1.1

ganisatie.

Jij wordt opgeleid tot helpende zorg en welzijn.

Doel

Dat betekent dat je in heel veel organisaties aan

Dat doel maakt duidelijk waarom iets wordt ge-

de slag kunt. Bij organisaties in de gezondheids-

daan en wat er bereikt moet worden. Zo weten

zorg kun je denken aan de thuiszorg, een verzor-

mensen waar een organisatie voor staat en wat

gingshuis, verpleeghuis of een instelling voor

die wil bereiken. Dat is belangrijk voor de eigen

mensen met een beperking. Als helpende in de

medewerkers, maar ook voor cliĂŤnten en bezoe-

welzijnssector werk je bijvoorbeeld in een buurt-

kers van de organisatie.

huis, kinderdagverblijf of bij een sportvereniging.

Doelgericht werken Een goede organisatie is belangrijk

Om goed te kunnen samenwerken, is het belang-

Een goedlopende organisatie ontstaat niet van-

rijk dat iedereen weet wat het doel is waar je

zelf. Daar moet je iets voor doen. Als je iets wilt

samen naartoe werkt. Wat is het resultaat dat je

organiseren, moet je met elkaar overleggen en

wilt bereiken? Dat heet doelgericht werken.

samenwerken.

Om een gezamenlijk doel te bereiken, is het

Denk maar eens aan de organisatie van een klas-

belangrijk dat iedereen binnen de organisatie

senavond of een uitstapje met school. Je denkt

wil samenwerken. Daarvoor moet je samen

van tevoren na over hoe je dat gaat doen. Je moet

afspraken maken en met elkaar overleggen. Bij-

weten wat er allemaal gedaan moet worden. En

voorbeeld over wat de beste manier is om iets

je spreekt met elkaar af wie wat gaat doen. Het is

aan te pakken. Maar samenwerken alleen is niet

B%RRNLQGE




14

Werken in een organisatie

1

genoeg. Je moet ook weten wat je te doen staat.

Nadia, Jannes, Kim, Mo en Shakira houden rekening

De taken moeten goed verdeeld zijn en ze moeten

met de visie van de organisatie waarvoor zij werken.

voor iedereen duidelijk zijn. Als dat niet gebeurt,

Ze letten op hun taalgebruik en respecteren de reli-

blijft er werk liggen.

gieuze of culturele achtergrond van de instelling. Ze praten met hun cliënten niet over de mogelijke pro-

Visie

blemen die zij hebben met hun leidinggevende.

Naast een doel heeft een organisatie vaak ook een visie. De visie maakt duidelijk wat de orga-

Opdrachten

nisatie belangrijk en waardevol vindt. De meeste

Jij werkt ook in een organisatie. Je loopt er BPV of

organisaties zetten die visie ook op papier. De

hebt er een leerarbeidsovereenkomst.

visie kan te maken hebben met het geloof of met

1

Bij welke organisatie werk jij?

de manier waarop de organisatie wil omgaan

2

Behoort die organisatie tot de gezondheidszorg of tot de welzijnssector?

met de cliënt. Een visie bepaalt mede de sfeer binnen bijvoorbeeld een zorginstelling en of mensen

3

zich daarbij prettig voelen.

4 Welke doelen staan er in dat plan?

In een christelijk verpleeghuis krijgen bewoners

5

bijvoorbeeld gelegenheid te bidden voor het eten.

6 Jij bent het visitekaartje van jouw organisatie.

Welke visie heeft jouw organisatie? Leg uit wat hiermee wordt bedoeld.

In een Chinees verzorgingshuis zijn huistempels waar goden en heiligen kunnen worden vereerd.

Geef een voorbeeld van een beleidsplan.

7

Schrijf tien regels over een helpende die geen visitekaartje is.

De helpende als vertegenwoordiger van de organisatie

8 Vorm tweetallen. Wissel jullie voorbeelden

Je werkt niet alleen voor een organisatie. Je verte-

9 Schrijf op wat de helpende had moeten doen

genwoordigt de organisatie ook. Met andere woor-

van opdracht 7. om wel een visitekaartje te zijn.

den: in je werk handel je namens de organisatie. Daardoor zien cliënten jou als deel van de organi-

1.2

De instelling

satie. Dat moet je ook uitstralen. Je handelt volgens doen moet je het eens zijn met de visie van de or-

Van kinderdagverblijf tot verpleeghuis

ganisatie. Dat betekent bijvoorbeeld dat je:

Meneer en mevrouw Elberse wonen in een verzor-

ƒ

niets zegt of doet dat botst met de visie van

gingshuis. Hun twee dochters (toch ook al in de

jouw werkgever;

zestig) wonen dichtbij. Ze komen elke week een paar

besluiten van leidinggevenden uitvoert, ook

keer langs. Ze helpen mee met de verzorging van

al ben je het er misschien niet helemaal mee

hun moeder. De dochters vinden de zorg voor hun

eens;

moeder wel zwaar, zeker omdat ze zelf ook (vrijwil-

met cliënten niet ‘roddelt’ over de organisatie.

ligers)werk doen. De oudste zus helpt op een kinder-

het beleid van de organisatie. Om dat te kunnen

ƒ

ƒ

dagverblijf. De jongste zus werkt in een instelling voor mensen met een verstandelijke beperking. ‘Van helpen weten we genoeg’, grappen ze vaak tegen

B%RRNLQGE




1

15

Werken in een organisatie

elkaar. ‘Het valt niet altijd mee, maar we willen het

gegeven als er geen andere mogelijkheden zijn,

toch graag volhouden.’

zoals hulp van familie of buren. Deze hulp zorgt er voor dat mensen toch thuis kunnen blijven wonen. Eventueel met de hulp van de wijkverpleging. Voor veel ouderen betekent het bijvoorbeeld dat ze niet naar een verzorgingshuis hoeven.

Verzorgingshuizen Een verzorgingshuis is bedoeld voor ouderen die vanwege hun leeftijd niet meer zelfstandig kunnen wonen. De ondersteuning door de thuiszorg, familie en bekenden is niet meer voldoende. Een verzorgingshuis biedt dan zorg en huisvesting. Als helpende in een verzorgingshuis wordt er veel Figuur 1.2

van je gevraagd. Zowel lichamelijk als geestelijk. Soms moet je flink tillen. Je helpt bijvoorbeeld men-

Als helpende zorg en welzijn kun je kiezen uit

sen in en uit bed. Er wordt een behoorlijk werktem-

vele werkplekken. Je kunt werken in:

po van je gevraagd. Je krijgt te maken met ziekte en

ƒ

de thuiszorg;

de dood. Je bent met van alles tegelijk bezig. Men-

ƒ

verzorgingshuizen;

sen verzorgen en vriendelijk zijn. Aandacht hebben

ƒ

verpleeghuizen;

voor de cliënten. Begrip tonen, naar hun verhalen

ƒ

ziekenhuizen;

luisteren. En ervoor zorgen dat je werk op tijd af is.

ƒ

organisaties voor mensen met een beperking;

ƒ

organisaties voor geestelijke gezondheidszorg;

Verpleeghuizen

ƒ

buurthuizen;

Een verpleeghuis is bedoeld voor mensen die

ƒ

de kinderopvang;

door ziekte, een beperking of ouderdom niet zelf-

ƒ

de jeugdzorg.

standig kunnen leven. In een verpleeghuis komen dus niet alleen oudere cliënten. Ook mensen die

De thuiszorg

revalideren na een zware ziekte of ongeluk ko-

Thuiszorg is bedoeld voor mensen die thuis hulp

men vaak in een verpleeghuis terecht. Verpleeg-

nodig hebben. Bijvoorbeeld door een ziekte, be-

huizen bieden in hoofdzaak twee soorten zorg:

perking of door ouderdom. Een organisatie voor

ƒ

Somatische zorg. Deze is bedoeld voor mensen

thuiszorg biedt verzorging of verpleging thuis of

die verpleging en verzorging nodig hebben

hulp bij de huishouding.

vanwege een lichamelijke aandoening.

Als helpende houd jij je bij de thuiszorg bezig met

ƒ

Psychogeriatrische zorg. In deze verpleeghui-

huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging. Je

zen of op deze afdelingen kom je oudere cli-

helpt dan mensen die niet meer zelfstandig hun

enten tegen met geestelijke problemen. Denk

huishouden kunnen doen. Die hulp wordt alleen

aan dementie.

B%RRNLQGE




16

Werken in een organisatie 1

Omdat de bewoners van een verpleeghuis veel hulp nodig hebben, zul jij hard moeten werken. Je helpt mensen uit bed. Je helpt met wassen en aankleden. De slaapkamers moeten schoongemaakt worden. De bedden opgemaakt. Het eten opgeschept. Enzovoort.

Het ziekenhuis In een ziekenhuis kom je cliënten tegen die zo ziek of gewond zijn dat ze intensieve verpleging

Figuur 1.3

nodig hebben. Als de dokter het niet meer nodig vindt om de cliënt in het ziekenhuis te houden,

gehandicapt in dit boek liever niet gebruiken).

wordt deze ontslagen. Dat betekent dat de cliënt

Dat er zoveel verschillende instellingen zijn komt

naar huis mag om daar volledig te herstellen.

omdat er ook veel verschillende soorten beper-

Er zijn drie soorten ziekenhuizen:

kingen zijn. En verschillen in de mate van beper-

ƒ

Algemeen ziekenhuis. Een ziekenhuis waar je

king. In dit soort instellingen zien we drie vor-

allerlei artsen vindt die gespecialiseerd zijn in

men van hulpverlening:

diverse ziekten of aandoeningen.

ƒ

ƒ

daar ondersteuning.

Academisch ziekenhuis. Een groot ziekenhuis met veel specialismen en dus ook veel artsen.

ƒ

thuis.

huis artsen worden opgeleid. Bovendien vindt ƒ

Specialistisch ziekenhuis. Dit is een ziekenhuis

Dagopvang. De cliënt gaat naar een zorgorganisatie voor dagbehandeling, maar woont

Het verschil is dat in een academisch ziekener veel onderzoek plaats.

Thuisopvang. De cliënt woont thuis en krijgt

ƒ

24-uursopvang. De cliënt woont in een zorginstelling.

voor cliënten die een bepaalde overeenkomst

Als helpende ondersteun je de cliënt in de gehan-

hebben. Zo zijn er ziekenhuizen voor kinderen,

dicaptenzorg bij huishouden, persoonlijke verzor-

voor mensen met brandwonden of voor men-

ging en activiteiten. Ook stimuleer je de cliënt bij

sen met kanker.

zelfredzaamheid.

In steeds meer ziekenhuizen kom je helpenden ging en begeleiding van cliënten. Je kunt ook

Organisaties voor geestelijke gezondheidszorg

ingezet worden bij de maaltijdvoorziening. Of bij

Organisaties voor geestelijke gezondheidszorg

het schoonhouden van materialen en ruimtes.

(ggz) zijn bedoeld voor cliënten met psychiatri-

tegen. Je wordt ingezet bij de dagelijkse verzor-

sche stoornissen en psychische problemen. Denk

Organisaties voor mensen met een beperking

aan problemen als burn-out, straatangst, depres-

Er zijn veel instellingen die werken met cliënten

instelling krijgen deze cliënten een behandeling,

die een beperking hebben. We spreken in dit ge-

zorg en begeleiding. Net als in de gehandicapten-

val van gehandicaptenzorg (hoewel we de term

zorg zijn er in de ggz zeer veel soorten instellin-

B%RRNLQGE

siviteit, verslaving of schizofrenie. In een ggz-




1

17

Werken in een organisatie

gen en organisaties. Die organisaties vallen vaak wel onder eenzelfde bestuur. In de meeste regio’s kunnen mensen terecht bij één geïntegreerde ggz-instelling. Jouw taken zijn afhankelijk van de instelling en de groep cliënten waar je mee werkt. Er worden zowel verzorgende als begeleidende taken van je gevraagd.

Buurthuizen

Figuur 1.4

Een buurthuis biedt activiteiten en faciliteiten voor alle wijkbewoners. Denk aan:

Jeugdzorg

ƒ

een speel-o-theek waar je speelgoed kunt le-

Jeugdzorg is een vorm van hulpverlening voor

nen;

jongeren en hun ouders. Wat voor soort hulp een

ƒ

kindervakantiewerk;

kind of zijn ouders nodig hebben, hangt af van de

ƒ

een cursus voor allochtone vrouwen;

situatie. Er zijn verschillende vormen van jeugd-

ƒ

thema-avonden voor tieners;

zorg. Denk aan hulp bij opvoeding, dagbehande-

ƒ

meer bewegen voor ouderen.

ling, jeugdbescherming, jeugdreclassering en

De voorbeelden maken al wel duidelijk dat het

geestelijke gezondheidszorg.

buurthuis zich richt op heel veel doelgroepen.

Jouw taak is sterk afhankelijk van de situatie

Als helpende lopen je taken dan ook behoorlijk

waarin de cliënt verkeert. Er kan zowel verzor-

uiteen. Van luiers verschonen in het peuterwerk

gende als begeleidende hulp worden gevraagd.

tot activiteitenbegeleiding bij een kaartclub voor

Je ziet dat je helpenden in allerlei situaties tegen

senioren.

kunt komen. Dat betekent ook dat jij straks een ruime keuze hebt uit instellingen (organisaties) waar

Kinderopvang

je voor kunt gaan werken.

Kinderopvang houdt in dat je zorgt voor de kinderen van ouders die op dat moment werken of

Opdrachten

studeren. De kinderen kunnen op verschillende

1. Welk werkveld heeft jouw voorkeur?

manieren en bij verschillende organisaties wor-

a Kies uit:

den opgevangen. Zo kennen we peuterspeelzalen,

ƒ

de thuiszorg;

kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang,

ƒ

verzorgingshuizen;

gastouderopvang en opvang aan huis.

ƒ

verpleeghuizen;

Als je werkt in de kinderopvang bied je opvang,

ƒ

ziekenhuizen;

ondersteun je bij de verzorging van kinderen,

ƒ

organisaties voor mensen met een beperking;

zorg je voor een veilige omgeving, stimuleer je kinderen om zich te ontwikkelen en help je bij

ƒ

heidszorg;

activiteiten. Dat is nogal wat.

B%RRNLQGE

organisaties voor geestelijke gezond-

ƒ

buurthuizen;




18

Werken in een organisatie

1

ƒ

de kinderopvang;

ƒ

de jeugdzorg.

b Leg je antwoord uit. 2. Vorm een groepje van drie personen. Jullie beginnen met het maken van een sociale kaart. Een sociale kaart is een overzicht van instellingen op het gebied van zorg en welzijn in jouw regio. a Noteer de organisaties in jullie regio die zich bezighouden met thuiszorg. b Noteer de verzorgingshuizen in jullie regio. c

Noteer de verpleeghuizen in jullie regio.

Figuur 1.5

d Noteer de ziekenhuizen in jullie regio. e Noteer de organisaties voor mensen met f

nemers. Deze regels staan in je arbeidsovereen-

een beperking in jullie regio.

komst (of arbeidscontract). Er bestaan drie soor-

Noteer de organisaties voor geestelijke

ten arbeidsovereenkomsten:

gezondheidszorg in jullie regio.

ƒ

De Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO).

ƒ

De individuele arbeidsovereenkomst voor

g Welke buurthuizen zijn er?

bepaalde tijd.

h Welke mogelijkheden voor kinderopvang zijn er? i

Waar kan een cliĂŤnt terecht voor jeugd-

ƒ

De individuele arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

zorg?

CAO

1.3

De arbeidsovereenkomst

In een CAO staan afspraken over arbeidsvoorwaarden tussen werknemers en werkgevers. Een

Maria is net aangenomen als helpende. Ze heeft per

CAO geldt voor alle werknemers in dezelfde be-

post een arbeidscontract ontvangen. Daar zat ook

drijfstak. Een bedrijfstak is een groep organisaties

een boekje bij. Ze kijkt er eens naar. CAO staat er met

die hetzelfde product of dezelfde dienst leveren.

grote letters op. Wat was dat ook alweer? Maria bla-

Zo is er bijvoorbeeld een CAO Thuiszorg, een CAO

dert het boekje door. Moeilijke teksten zeg! Zonder

Welzijnswerk en een CAO Verzorgingshuizen.

verder na te denken, legt ze de CAO bij het oud papier.

Op je werk heb je te maken met allerlei regels. Er

Individuele arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

zijn geschreven regels en er zijn ongeschreven

Een individuele arbeidsovereenkomst geldt niet

regels. Van de geschreven regels zijn sommige

voor alle werknemers, maar slechts voor ĂŠĂŠn

gemaakt door de overheid. Dat zijn de wetten.

werknemer. Het is je arbeidscontract. Hierin staat

Andere regels zijn gemaakt door de organisatie,

precies welke afspraken er met jou zijn gemaakt.

bijvoorbeeld huisregels. Maar er zijn ook regels

Deze afspraken mogen nooit slechter zijn dan de

die afgesproken zijn tussen werkgevers en werk

afspraken die in de CAO staan. De afspraken gaan

B%RRNLQGE




1

19

Werken in een organisatie

over dezelfde onderwerpen als in de individuele

vakantiedagen staan vast. Andere moet je vooraf

arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het

aanvragen bij je werkgever. Je hebt recht op mini-

verschil is ‘bepaalde tijd’. Bepaalde tijd betekent

maal 7,5% vakantiegeld van je bruto jaarsalaris.

dat je weet wanneer je contract afloopt. Je krijgt bijvoorbeeld een contract voor een jaar.

Proeftijd Een proeftijd geeft de werkgever de kans om te

Individuele arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd

kijken of een werknemer wel geschikt is voor de

In dit arbeidscontract staat geen einddatum. Je

ken om te kijken of de functie wel voldoet aan

zou zelfs tot aan je pensionering in dienst kun-

zijn verwachtingen. Een proeftijd moet schrifte-

nen blijven.

lijk worden vastgelegd. Een proeftijd mag maxi-

Het is voor jou belangrijk om de overeenkomst op

maal twee maanden duren.

functie. De werknemer kan een proeftijd gebrui-

je gemak te lezen. Een arbeidsovereenkomst lijkt vaak niet meer dan een velletje papier waarop je

Ontslag

je handtekening zet. Maar dat is het niet! Je zet je

Misschien krijg je ooit te maken met ontslag. Het

handtekening voor een heel boekwerk aan regels

is vervelend als een werkgever en werknemer het

waaraan jij en je werkgever zich moeten houden.

niet eens zijn over het ontslag. Neem je als werk-

In je contract staan de wederzijdse rechten en

nemer ontslag, dan moet je de opzegtermijn in

plichten beschreven.

acht nemen. Geeft de werkgever ontslag, dan geldt

Belangrijke onderwerpen in je arbeidsovereen-

ook een opzegtermijn. En hij heeft ook een vergun-

komst zijn: loon, vakantiedagen, proeftijd en

ning nodig van de directeur van het UWV WERK-

ontslag.

bedrijf. De opzegtermijn én de noodzaak voor een vergunning gelden niet bij ontslag op staande

Loon

voet. Ontslag op staande voet kan zowel gelden

De werkgever is verplicht je het minimum(jeugd)

voor de werkgever als voor de werknemer. Er moet

loon te betalen. De hoogte van het

wel sprake zijn van ‘dringende redenen’. Een werk-

minimum(jeugd)loon verandert elk half jaar. Het

gever kan iemand op staande voet ontslaan als er

loon wordt vastgesteld door de overheid en is

sprake is van diefstal, geweld ten opzichte van de

afhankelijk van de leeftijd van de werknemer. De

werkgever of werkweigering. Een werknemer kan

minimumlonen in een CAO zijn vaak iets hoger

op staande voet ontslag nemen bij mishandeling

dan het minimum(jeugd)loon. Dan is de werkge-

door de werkgever, ongewenste intimiteiten of

ver verplicht om het CAO-loon te betalen.

een achterstand in de loonbetaling.

Vakantiedagen

De afkorting CAO kwam Maria maar vaag bekend

Iedereen heeft recht op ten minste twintig va-

voor. Wat was het ook alweer?

kantiedagen per jaar als je volledig werkt. Deel-

Het is slim als je weet wat een CAO is. Het is nog

tijdwerkers hebben recht op vier keer het aantal

slimmer als je kunt opzoeken waar je recht op hebt.

dagen dat zij per week werken. In de CAO’s staan

Gooi de CAO dus nooit weg!

vaak gunstiger vakantieregelingen. Sommige

B%RRNLQGE




20

Werken in een organisatie

1

Opdrachten Bepalingen uit een arbeidsovereenkomst voor helpenden: ƒ

De overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van een jaar.

ƒ

De werknemer stemt in met het verrichten van onregelmatige diensten.

ƒ

De werknemer is flexibel inzetbaar.

ƒ

De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan op basis van een fulltime dienstverband.

ƒ

Figuur 1.6

De werkgever draagt de kosten voor bijscholing van de werknemer.

1. Om wat voor arbeidsovereenkomst gaat het hier en hoe weet je dat? 2. Met wat voor soort onregelmatige diensten kan een helpende te maken krijgen?

Als je als helpende werkt, moet je weten wat je wel en niet mag doen. Als iemand je vraagt om iets te doen wat niet jouw taak is, hoef je dat niet te doen. Als iets niet tot je bevoegdheden hoort, mag je het zelfs niet doen!

3. Wat betekent ‘flexibel inzetbaar’?

Je taken, bevoegdheden en verantwoordelijk-

4. Hoeveel uur werkt iemand met een fulltime

heden staan in je functieomschrijving en in je

dienstverband?

beroepsprofiel.

5. Wat is het tegenovergestelde van een fulltime dienstverband? 6. Wat is bijscholing?

Wie doet wat? Werknemers werken met elkaar samen in een organisatie. Het is belangrijk dat iedereen weet

1.4

Functies

wat er van hem wordt verwacht. Daarom zijn de functies in de gezondheidszorg en welzijnszorg

Ken je taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

beschreven.

Ellen werkt in de thuiszorg bij meneer en mevrouw

1. Taken: wat je moet doen, wat je werkzaamhe-

Tims. Mevrouw Tims heeft suikerziekte. Ze moet twee keer per dag insuline spuiten. Terwijl Ellen de slaapkamer opruimt, legt mevrouw Tims de spullen klaar om insuline te prikken. ‘Heb je dat wel eens eer-

Elke functie bestaat uit drie onderdelen: den zijn. 2. Bevoegdheden: welke taken je zelfstandig mag doen. 3. Verantwoordelijkheden: op welke taken je

der gezien?’ vraagt mevrouw Tims. Ze doet haar jurk

aangesproken kunt worden (als je het niet

wat omhoog om zich in haar dijbeen te prikken. ‘Het

goed doet).

doet geen pijn hoor.’ Ellen kijkt mee, want ze heeft zoiets nog nooit gezien. ‘Weet je wat?’ zegt mevrouw

Beroepsprofiel

Tims terwijl ze de insulinepen aan Ellen geeft, ‘Doe jij

Voor de meeste functies binnen zorg en welzijn

het maar eens, dan leer je meteen hoe het moet.’

is er een beroepsprofiel. Daarin staat wat je moet kunnen en weten om dit werk te mogen doen.

B%RRNLQGE




1

21

Werken in een organisatie

Welke diploma’s je nodig hebt. Wat je functie

sportactiviteit laat je de kinderen lichamelijk be-

precies inhoudt. Zo’n beroepsprofiel is belangrijk.

ter worden. De conditie verbetert. Ze leren ook de

Daarmee is voor iedereen duidelijk wat de gren-

spelregels (verstandelijk). En ze leren zich aan de

zen zijn van verschillende functies.

spelregels te houden en op een sportieve manier om te gaan met elkaar (sociaal).

Grenzen Organisaties geven zelf ook informatie over ta-

Nabila weet dat ze geen medische handelingen mag

ken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

uitvoeren. Tegen mevrouw Tims zegt ze vriendelijk:

Meestal leggen ze die vast in een functieom-

´Sorry mevrouw, maar dat mag ik niet doen. U kunt

schrijving. Als je niet weet of een handeling tot

het beter zelf doen.’

jouw taak hoort, zoek dit dan uit. Vraag bij twijfel altijd aan je leidinggevende of je de taak mag of kunt uitvoeren.

Tips ƒ Weet wat je wel en niet mag doen. Als je het

Verantwoording afleggen Als je werkzaamheden uitvoert, moet je ook kun-

niet weet, vraag het dan! ƒ Doe geen werk dat je niet mag doen.

nen uitleggen waarom je iets doet. Jouw leiding-

ƒ Zeg het als je ergens niet bevoegd voor bent.

gevende wil bijvoorbeeld weten waarom je cliënt

ƒ Stel vragen, zodat je meer over je werk te we-

A eerder hebt geholpen dan cliënt B. Dat heet verantwoording afleggen. Verantwoording afleggen is heel gebruikelijk. Het betekent niet dat je iets verkeerd hebt gedaan.

ten komt. ƒ Weet wie welk werk uitvoert. Daarbij gaat het dus niet alleen om jou, maar ook om je collega’s. ƒ Als je iets niet durft, zeg het dan.

De helpende zorg en welzijn De taken van een helpende zorg en welzijn heb-

Opdrachten

ben vooral te maken met het bieden van onder-

1. Loop eens een dagje mee met Sanne Bijl op

steuning en begeleiding.

www.youchooz.nl/beroepenfilm-helpende-

Ondersteuning is eigenlijk een ander woord voor

zorg.

hulp. Je helpt dus:

2. Wat zegt zij over haar functie?

ƒ

bij het huishouden;

3. Je doet een klein onderzoekje op je BPV-plek of

ƒ

bij persoonlijke verzorging;

ƒ

bij activiteiten;

ƒ

bij zelfredzaamheid.

bij een voorbeeldinstelling naar keuze. 4. Zoek antwoord op de volgende vragen: a. Op welke werkzaamheden kun jij aangesproken worden?

Begeleiding betekent dat je de cliënt sterker

b. Aan wie leg je daarvoor verantwoording af?

maakt op lichamelijk, verstandelijk en sociaal

c. Heeft die persoon ook een leidinggevende?

gebied. Denk maar aan activiteitenbegeleiding. Je helpt bij een partij trefbal op een school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK). Door deze

B%RRNLQGE

Zo ja, wie? d. En wie staat weer boven de leidinggevende?




22

Werken in een organisatie

1.5

1

Ondersteunen bij verzorging

Als helpende ondersteun je bij de huishoudelijke zorg en persoonlijke verzorging. Je geeft dan professionele hulp aan mensen die niet meer zelf-

Jij bent onmisbaar

standig hun huishouden kunnen doen. Die hulp

Karin werkt in een groepje aan het artikel ‘Onder-

wordt alleen gegeven als er geen andere moge-

steunen bij huishoudelijke en persoonlijke verzor-

lijkheden zijn, zoals hulp van familie of buren. De

ging’. Ze krijgen uit de Beroepenflyer, Helpende Zorg

vrijwillige zorg van familie, vrienden of buren

en Welzijn, de volgende tekst te lezen:

heet mantelzorg.

‘Je helpt mensen bij dingen die ze zelf moeilijk, of helemaal niet meer kunnen doen. Bijvoorbeeld omdat

Mantelzorg

ze ziek zijn, of oud. Je helpt ze bij hun persoonlijke

Voor de cliënt is mantelzorg prettig. Mensen kun-

verzorging, zoals aan- en uitkleden, wassen en eten

nen dankzij mantelzorg vaak langer zelfstandig

en drinken. Ook zorg je ervoor dat ze lichaamsbe-

blijven wonen. Maar mantelzorg kan ook zwaar

weging krijgen. Daarnaast doe je licht huishoudelijk

zijn. Er is altijd een goede afstemming nodig tus-

werk, zoals wassen, eten klaarmaken, afwassen en

sen de mantelzorgers en de cliënt.

stofzuigen. Je komt bij de mensen thuis over de vloer,

Mantelzorg is in de eerste plaats prettig voor de

of zoekt ze op in bijvoorbeeld een verzorgingshuis of

cliënt. Als je niet meer alles zelf kunt doen, is het

in een dagverblijf.’

een verlichting als de buurvrouw, een dochter of een kleinzoon een aantal taken van je overneemt. Als zij er niet waren, zou een cliënt het met veel moeite toch zelf moeten doen. Of hij zou professionele hulp moeten inschakelen. Dat is voor veel mensen een enorme stap. Met mantelzorg blijven mensen langer onafhankelijk van professionele zorg. Ze kunnen dan langer zelfstandig blijven wonen, zoals Karin.

Voorbeeld Karin is door een spierziekte in een rolstoel beland. Een verpleegkundige van de thuiszorg komt haar wassen en aankleden en geeft haar injecties. Haar vrienden en buren helpen haar in het huishouden, met koken en met boodschappen doen. Zo kan Karin voorlopig zelfstandig blijven Figuur 1.7

wonen. Zonder deze mantelzorg zou ze naar een verpleeghuis moeten.

Bron: Beroepenflyer, Helpende Zorg en Welzijn, Calibris 2010.

B%RRNLQGE




1

Ook in een verzorgings- of verpleeghuis leidt

ƒ

De cliënt helpen en ondersteunen bij het kie-

mantelzorg ertoe dat mensen zich onafhankelij-

zen van de juiste kleding en de juiste omge-

ker voelen. Als je dochter je was doet, voel je je

vingstemperatuur.

toch minder een ‘nummer’ dan dat de instelling

ƒ

De cliënt helpen en ondersteunen bij het kie-

je was verzorgd. Door mantelzorg van familie en

zen van een goede zit- of lighouding en hem

vrienden komen mensen ook vaker in contact

beschermen tegen verwondingen en doorlig-

met het leven buiten de instelling. Daarnaast

gen.

vinden veel mensen het plezieriger geholpen te

ƒ

worden door een vertrouwd gezicht. En mantelzorg verstevigt de band tussen mensen: de sociale

23

Werken in een organisatie

De cliënt helpen en ondersteunen bij de zorg voor een goede nachtrust.

ƒ

Zorgen voor goede bedverzorging.

contacten worden hechter. deren te helpen. Ook voor professionele zorgver-

Hulp bieden bij huishoudelijke activiteiten

leners, zoals helpenden en verzorgenden, is het

ƒ

Mantelzorgers vinden het meestal fijn om an-

plannen en verdelen.

prettig als er mantelzorg is. Omdat mantelzorgverleners een deel van jouw werk overnemen,

ƒ ƒ

gere tijd erg veel verzorging nodig heeft, moet de

Zorgen voor de inkoop en bereiding van maaltijden.

Vaak kiest een mantelzorger niet bewust voor zijn taak. Hij rolt er vanzelf in. Als iemand lan-

Voor een schone, hygiënische en veilige omgeving zorgen.

heb jij meer tijd voor andere taken. Maar mantelzorg heeft niet alleen voordelen.

In overleg met de cliënt huishoudelijke taken

ƒ

Zorgen voor aanschaf, reiniging en herstel van kleding, schoenen en linnengoed.

mantelzorger soms dag en nacht klaarstaan. De kans bestaat dat er voor de mantelzorger geen

‘Hé’, roept Karin, ‘die beroepenflyer, dat zijn lang niet

tijd meer overblijft om te ontspannen. Mantel-

allemaal huishoudelijke taken. Dat klopt niet hè

zorg wordt dan een (te) zware belasting.

juf…?’

Verzorgende taken van een helpende

Opdrachten

In je opleiding als helpende leer je hoe je je ta-

1. Karin heeft misschien wel gelijk. De tekst uit

ken op deskundige wijze uitvoert. Je hebt veel

de beroepenflyer bevat verschillende werk-

verschillende soorten taken. Hieronder staan de

zaamheden die een helpende zorg en welzijn

belangrijkste verzorgende taken.

moet uitvoeren. Welke behoren tot: a. Huishoudelijke taken?

Hulp bieden bij lichamelijke verzorging ƒ

Ondersteuning bieden bij de lichamelijke verzorging (hygiëne en uiterlijke verzorging).

ƒ

Stimuleren en helpen bij de voeding.

ƒ

Ondersteunen bij de uitscheiding.

ƒ

De cliënt helpen en ondersteunen bij het ver-

b. Persoonlijke verzorging? 2. Veel taken kunnen door mantelzorgers worden gedaan. 3. Vorm groepjes van drie. Bespreek de volgende vragen.

plaatsen.

B%RRNLQGE




24

Werken in een organisatie

1

a. Hebben jullie zelf wel eens mantelzorg gegeven? Wat zijn jullie ervaringen daarmee: wat was prettig, wat was niet prettig, wat was moeilijk? b. Hebben jullie zelf wel eens mantelzorg gekregen? Wat zijn jullie ervaringen daarmee: wat was prettig, wat was niet prettig, wat was moeilijk?

1.6

Ondersteunen bij activiteiten Figuur 1.8

Jouw houding is doorslaggevend

Ondersteunen bij activiteiten is een van de taken

Lieke is helpende bij de naschoolse opvang van brede

van een helpende. Denk aan tafeldekken samen

school De Kluut. In haar groep loopt het niet zo lek-

met de cliënt, een trui breien, scrabbelen, rolstoel-

ker. De onderlinge contacten zijn niet goed. De kin-

hockey, schilderen enzovoort. Je stimuleert cliën-

deren ondernemen weinig met elkaar. Daarom stelt

ten om er aan deel te nemen en je begeleidt de

Lieke op een regenachtige woensdagmiddag voor

activiteit. Intussen houd je je ogen en oren goed

om een gezelschapsspel te spelen. Bijna niemand is

open. Het doorgeven van bijzonderheden behoort

enthousiast. Door enkele kinderen persoonlijk aan te

ook tot je taken.

spreken, lukt het Lieke toch om zes kinderen te mo-

Samen met de deelnemers ruim je na afloop de

tiveren. Samen zoeken ze een geschikt spel uit. Lieke

materialen op en bespreek je de activiteit na. Hoe

helpt bij het nemen van een gezamenlijke beslissing.

is het gegaan en wat vonden ze ervan? Een acti-

Aanvankelijk loopt het spel stroef. Een van de kin-

viteit is niet zomaar een succes. Het is belangrijk

deren wil er al mee stoppen. Maar dankzij de sti-

hoe jij je als begeleider opstelt. Jouw houding

mulerende en positieve houding van Lieke krijgen

heeft grote invloed.

ze steeds meer plezier in het spel. Lieke observeert intussen hoe de kinderen met elkaar omgaan. Wie

Cliënten motiveren

neemt het voortouw? Wie speelt met wie samen?

‘Wie heeft er zin in een spelletje Ganzenbord?’

Aan het eind van het spel vraagt ze hoe de kinderen

Een belangrijk deel van jouw ondersteuning is

het vonden. Eigenlijk veel leuker dan ze gedacht

het motiveren van deelnemers. Je spoort de groep

hadden! Lieke maakt aan het einde van de dag een

aan om iets nieuws te proberen. Niet iedereen

aantekening in het dagboek over de activiteit en de

heeft meteen zin om mee te doen. Er moet altijd

deelnemers.

een zeker vertrouwen zijn tussen de groep en jou. Mensen moeten zich eerst op hun gemak voelen voordat ze zich laten aansporen. Begin bij een nieuwe groep dus nooit meteen met een activiteit. Maak eerst een praatje en zorg voor een prettige,

B%RRNLQGE




1

25

Werken in een organisatie

veilige sfeer. Kijk na de eerste kennismaking wat

Een groep drukke kinderen moet je vast eens tot

iemands mogelijkheden zijn en wat de groep wil.

de orde roepen. Grijp niet te laat in. Let ook op de

Soms speelt onbekendheid of onzekerheid een rol.

veiligheid. Zorg ervoor dat mensen zich niet kun-

Misschien hebben groepsleden wel zin om mee

nen bezeren. Als iemand ruw omspringt met het

te doen, maar hebben ze een zetje nodig. Veel

materiaal dan zeg je daar iets van.

mensen zijn onzeker om iets nieuws te beginnen.

Per instelling en activiteit zijn de regels weer

Zij vragen zich af: kan ik dat wel? Lachen ze me

anders. Ook de verantwoordelijkheid die je hebt

niet uit als het niet lukt? Bij een nieuwe activiteit

verschilt per instelling. Zorg ervoor dat je goed

geef je ook informatie over de activiteit. Vertel

weet wat er van je wordt verwacht. Vraag aan

de groep wat de bedoeling is en laat voorbeelden

de leiding waarop je moet letten bij het toezicht

zien. Geef duidelijk uitleg, zodat iedereen je be-

houden. Als iets niet duidelijk is, vraag het dan.

grijpt en verstaat. Wees positief. Als je enthousi-

Ook voor een cliënt is het belangrijk om te weten

ast bent, trek je de groep mee.

wie er verantwoordelijk is voor de activiteit. Als jou iets bijzonders opvalt tijdens de activiteit,

Deelnemers stimuleren

geef je dat door aan de leiding.

‘Het wordt erg mooi!’ Soms heeft een groep aanmoediging nodig om door te gaan of vol te hou-

Observeren

den. Wacht daar niet mee tot iemand geen zin

Goed kijken en opletten is belangrijk tijdens een

meer heeft. Stimuleer en geef complimenten als

activiteit. Doelgericht, met aandacht kijken heet

het goed gaat. Wacht niet tot het fout gaat. Stimu-

‘observeren’. Je kijkt langere tijd naar iemand of

leren betekent ook dat je iemand steunt als het

naar een groep. Ondertussen maak je daar aan-

even niet lukt. Houd er rekening mee dat mensen

tekeningen van. Laat je eigen mening er buiten.

het halverwege misschien willen opgeven. Laat

Dus schrijf niet op: ‘Hij zeurt’, maar: ‘Hij vraagt

zien dat problemen er zijn om op te lossen. Sa-

drie keer hoe het moet.’ Je merkt het op als ie-

men lukt het meestal wel.

mand hulp nodig heeft. Bedenk dat sommige cli-

Veel mensen zijn onzeker als hun werk bekeken

enten moeite hebben met hulp vragen. Anderen

wordt. Vind het niet raar als iemand vreemd

kunnen geen hulp vragen. Als je goed kijkt, zie je

of afwijzend reageert op een complimentje. De

het als iemand het niet naar zijn zin heeft of een

meeste mensen hebben niet geleerd om met

activiteit te moeilijk vindt. Let op signalen als:

waardering om te gaan.

ziet iemand er moe uit, vindt iemand de activiteit nog wel leuk, is de activiteit niet te moeilijk of te

Toezicht houden

gemakkelijk? Het is belangrijk dat je bijzonderhe-

‘Zuinig zijn met het materiaal. Verspil geen pa-

den opmerkt. Het is de bedoeling dat je iets doet

pier!’ Bij elke activiteit horen spelregels en afspra-

met wat je ziet. Geef belangrijke informatie door!

ken. Is de groep eenmaal aan de slag, dan is er ook tijdens de activiteit begeleiding nodig. Vaak is het

Ondersteunen bij opruimen

nodig toezicht te houden. Komt iedereen wel aan

Laat de deelnemers zoveel mogelijk zelf oprui-

de beurt? Is er voldoende tijd om de activiteit te

men. Denk aan het opruimen van materialen, ge-

doen? In groepen kan onderling ruzie ontstaan.

reedschappen en rommel. Geef wel begeleiding.

B%RRNLQGE




26

Werken in een organisatie

1

Je wijst mensen waar ze spullen moeten opber-

Tips

gen. Ook controleer je of alles nog compleet is. Motiveren

Nabespreken Een activiteit sluit je af met een nabespreking met de deelnemers. Samen sta je stil bij de vraag hoe de activiteit ging. Ga na of de activiteit naar

ƒ Spoor mensen aan om zelf met ideeën te komen. ƒ Zorg er bij de uitleg voor dat iedereen je goed ziet.

verwachting van de deelnemers was. Voorbeel-

ƒ Praat duidelijk en goed verstaanbaar.

den van vragen die je bij de nabespreking kunt

ƒ Werk aan het vertrouwen tussen jou en de

stellen, zijn:

groep.

ƒ

Was het leuk om de activiteit te doen?

ƒ Zorg voor een prettige sfeer.

ƒ

Was het moeilijker of gemakkelijker dan ver-

ƒ Geef duidelijke informatie over de activiteit.

wacht? ƒ

Kreeg je genoeg hulp en begeleiding?

Stimuleren

ƒ

Was er voldoende materiaal?

ƒ Vraag zo nodig na of de deelnemer begrijpt

ƒ

Wat vond je van de begeleiding?

wat de bedoeling is. ƒ Geef complimentjes op tijd.

Nabespreken is vooral belangrijk bij een nieuwe activiteit en een nieuwe groep. Bij activiteiten die

ƒ Houd rekening met de onzekerheid van mensen.

vaak voorkomen, is het niet altijd nodig. Soms is een gesprek onmogelijk. Bij demente ouderen bij-

Toezicht houden

voorbeeld. Probeer dan van het gezicht af te lezen

ƒ Zorg ervoor dat je het doel van de activiteit

of de activiteit goed bevallen is. Doe iets met wat je te horen krijgt bij de nabespreking. Bedenk hoe je het een volgende keer beter kunt doen. Geef belangrijke punten door aan je leidinggevende. Andere punten, bijvoorbeeld er was niet voldoende materiaal, kun je ook zelf oplossen.

kent en weet wat de activiteit inhoudt. ƒ Stel vragen aan je leidinggevende als er iets nog niet duidelijk is. ƒ Bespreek met je leidinggevende welke taken en verantwoordelijkheden je hebt. ƒ Vraag aan de leiding op welke punten je moet letten bij het toezicht houden. ƒ Grijp bij ruzies niet te laat in.

Lieke merkt dat de kinderen vaker een gezelschaps-

ƒ Let op de veiligheid.

spel spelen. Ook andere kinderen uit de groep krijgen

ƒ Geef belangrijke informatie door aan je leiding-

er belangstelling voor. De onderlinge sfeer wordt be-

gevende.

ter. Er ontstaan leuke contacten tussen de kinderen.

Observeren ƒ Kijk doelgericht. ƒ Probeer bijzonderheden op te merken. ƒ Doe iets met wat je opmerkt.

B%RRNLQGE




1

Opruimen

1.7

ƒ Neem ruim de tijd.

Werken in een organisatie

27

Ondersteunen bij zelfredzaamheid

ƒ Geef iedereen een duidelijke taak. Nabespreken

Uitgaan van wat iemand nog zelf kan

ƒ Stel vragen over het verloop van de activiteit.

‘Mevrouw, zal ik u even helpen met uw haren of kunt

ƒ Doe iets met het commentaar dat je krijgt.

u het zelf? Ik vind trouwens dat u mooie schoenen hebt gekocht. Wilt u ze nu al aan of zal ik ze straks even aangeven?’

Opdrachten

Linda werkt op afdeling 6 van zorgcentrum De Wilg.

1. Vorm groepjes van drie.

Ze heeft mevrouw Merks geholpen met wassen

2. Lees de volgende beschrijvingen van situaties

en aankleden. Nu is ze bezig de boel op te ruimen

door. 3. Schrijf van elke situatie op wat jullie het beste kunnen doen.

terwijl mevrouw Merks zelf haar haren verzorgt. Als ze hulp nodig heeft, kan Linda even bijspringen. Op afdeling 6 wonen nog meer mensen die geholpen moeten worden met hun dagelijkse verzorging. Som-

Situatie 1

migen hebben alleen maar een beetje begeleiding

Je werkt in de activiteitenbegeleiding van een

nodig. Bij anderen moet Linda alles overnemen om-

instelling die zorg biedt aan mensen met een

dat deze cliënten het zelf niet meer kunnen. Linda

lichamelijke beperking. Er is een nieuw spel op de

vindt het wel belangrijk om goed te blijven kijken

afdeling. Hoe zou jij de bewoners motiveren om

wat de mensen nog zelf kunnen. ‘Als je te veel over-

mee te doen?

neemt, kunnen ze het al snel helemaal niet meer.’

Situatie 2

Je werkt in een buurthuis met kinderen van acht jaar en ouder. Jullie zijn bezig vogelhuisjes te timmeren. Al na een kwartier merk je dat het onrustig wordt. Hoe stimuleer je de groep om door te gaan? Situatie 3

Een groep jongeren had vandaag een eerste computerles in het clubhuis. Jij hebt als helpende aan de voorbereiding van die les meegewerkt. Welke vragen stel je bij de nabespreking?

Figuur 1.9

B%RRNLQGE




28

Werken in een organisatie 1

Voor jezelf zorgen lijkt heel vanzelfsprekend. Het

Zelfredzaamheid geeft zelfvertrouwen

is een dagelijkse gewoonte. Je wekker loopt af,

Sommige activiteiten doe je iedere dag. In de zorg

je staat op, je wast jezelf, je kleedt je aan, je eet,

heet dat ADL: algemene dagelijkse levensver-

poetst je tanden, je ontbijt en gaat naar school of

richtingen. Denk aan eten, drinken, toiletbezoek,

werk. Voor jezelf zorgen is ook uitgaan of lid zijn

wassen, aan- en uitkleden, haren kammen, tan-

van een vereniging en wekelijks naar de bijeen-

denpoetsen en lopen.

komsten of trainingen gaan. Je zorgt voor jezelf

Voor jezelf kunnen zorgen vinden mensen be-

op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied. Als je

langrijk. Kinderen laten trots zien wat ze allemaal

voor jezelf kunt zorgen, verricht je alle handelin-

al zelf kunnen. Zelfredzaam zijn is een teken dat

gen die nodig zijn om zelfstandig te leven.

het goed met je gaat.

Gezonde volwassen mensen zorgen normaal

Goed voor jezelf kunnen zorgen geeft zelfvertrou-

gesproken voor zichzelf. Maar niet iedereen kan

wen en een gevoel van eigenwaarde. Het is be-

dat. Door een beperking of door ouderdom zijn

langrijk dat je dat beseft als je mensen helpt met

mensen soms maar gedeeltelijk of helemaal niet

een tekort aan zelfzorgmogelijkheden.

in staat tot zelfzorg. Zij zijn afhankelijk van de

Zo´n tekort hoeft geen probleem te zijn. Soms

hulp van anderen. Van jou bijvoorbeeld. Een van

is er een simpele oplossing. Dan kun je met

de taken van een helpende is ondersteunen bij

hulpmiddelen het zelfzorgtekort oplossen. Als

zelfredzaamheid.

je niet scherp ziet, draag je een bril of lenzen. Je probleem is dan opgelost. Je bent niet afhankelijk

Zelfredzaamheid

van de hulp van anderen. Maar niet voor alles is

Je bent zelfredzaam als je jezelf kunt redden op

er een hulpmiddel. Mensen zijn soms afhankelijk

alle gebieden van het dagelijkse leven. Voor jezelf

van de hulp van anderen.

kunnen zorgen en onafhankelijk zijn van anderen is voor mensen erg belangrijk. De dingen die

Afhankelijkheid

je kunt, geven je een gevoel van eigenwaarde; ze

Als iemand zijn been breekt, heeft hij een zorgte-

geven je zelfvertrouwen.

kort op lichamelijk gebied. Hij kan niet lopen en

Jouw cliĂŤnten kunnen zich niet op alle gebieden

is daardoor beperkt in zijn mogelijkheden. Een

zelf redden. Een cliĂŤnt heeft vanwege zijn reuma

zelfzorgtekort kan op lichamelijk, geestelijk of

bijvoorbeeld hulp nodig bij het huishouden. Een

sociaal gebied liggen. Tekorten op het ene gebied

andere cliĂŤnt kan zichzelf vanwege een gebroken

kunnen doorwerken in het andere gebied. Als je

been niet verplaatsen. Een ander heeft hulp bij de

slecht ter been bent, ga je minder gemakkelijk de

hele zelfzorg nodig vanwege een verstandelijke

deur uit. Daardoor zie je minder mensen en kun

handicap: van wassen, aan- en uitkleden, naar

je in een sociaal isolement raken. Daardoor kun je

het toilet gaan, tot eten en de tijdsbesteding.

weer depressief raken.

CliĂŤnten die hulp nodig hebben, hebben een

Afhankelijk zijn van andermans hulp kan erg

zelfzorgtekort. Je kunt ook zeggen dat iemand

belastend zijn. Stel je maar eens voor dat je beide

beperkte zelfzorgmogelijkheden heeft of een

polsen hebt gebroken. Bedenk maar eens wat je

beperkte zelfredzaamheid. Dat betekent dat cliĂŤn-

dan allemaal niet meer kunt. En hoe het is als je

ten nog wel zelfzorgmogelijkheden hebben.

door anderen geholpen moet worden bij je in-

B%RRNLQGE




1

tieme lichaamsverzorging. Er zijn vast niet veel personen van wie je hulp zou willen accepteren.

29

Werken in een organisatie

Rekening houden met mogelijkheden en beperkingen Voordat je een cliënt helpt, stel je je op de hoogte

Zorg op maat

van zijn beperkingen en mogelijkheden. Dan

De mensen die hulp van jou krijgen, vinden het

weet je welke hulp hij nodig heeft. Dit doe je door

meestal niet leuk dat ze hulp nodig hebben. Het

in het zorg(leef)plan of op de ADL-lijst te kijken.

betekent immers dat er dingen zijn die ze niet

Of door naar de instructies van je leidinggevende

meer kunnen. Daarom is het belangrijk om er

te luisteren.

heel precies achter te komen wat iemand niet

Het is wel belangrijk dat je let op de situatie van

meer kan. Bij dát tekort kun je helpen. Meer hulp

het moment. Als een cliënt zich bijvoorbeeld ziek

is niet nodig en ook niet goed voor mensen. Dit

voelt of juist fitter dan anders, speel je hier op in.

heet het verlenen van zorg op maat. Door te veel

Je observeert daarom of er veranderingen in de

over te nemen, kun je mensen hun gevoel van

zorgbehoefte zijn. Het is heel belangrijk dat je de

eigenwaarde afnemen.

veranderingen die je opmerkt ook doorgeeft. Mis-

Er wordt in de zorg wel eens gezegd ‘use it or lose

schien moet het zorgplan wel worden aangepast.

it’ (gebruik het of verlies het). Functies moet je gebruiken omdat je ze anders

Rekening houden met wensen en gewoonten

verliest. Als je stopt met lopen, kun je het na

Je past je in je werk aan bij wat de cliënt nog zelf

enige tijd helemaal niet meer. Dat geldt ook voor

kan. Soms heeft een cliënt veel hulp nodig. Ook

geestelijke vermogens. Als mensen zelf niet meer

dan moet je oog hebben voor zijn mogelijkheden.

hoeven na te denken, kunnen ze het op den duur

Laat de cliënt doen wat hij zelf nog kan doen.

ook niet meer goed. In de zorg heet dit verschijn-

Vraag altijd naar de wensen en gewoonten van

sel hospitaliseren.

een cliënt. Als iemand zichzelf bijvoorbeeld niet meer kan wassen en aankleden, kan hij nog wel

Zelfredzaamheid stimuleren

aangeven hoe hij gewassen wil worden, hoe

De zelfredzaamheid van een cliënt stimuleer en

warm het water moet zijn en welke kleren hij

bevorder je op verschillende manieren. Je houdt

aan wil. Als iemand in een rolstoel zit, kan hij zelf

rekening met de mogelijkheden en beperkingen

nog best vertellen waar hij heen wil en wat hij

van een cliënt. Je ondersteunt volgens de afspra-

wil doen. Ook kan hij in een winkel zelf zijn zegje

ken in zijn zorg(leef)plan. Je speelt flexibel in op

doen. Hiermee rekening houden is ook een ma-

de situatie die je aantreft en overlegt met een

nier om de zelfredzaamheid te stimuleren.

cliënt. Je leert de cliënt geduldig de handelingen zijn. Je hebt daarbij veel geduld en geeft veel com-

Vertellen wat je gaat doen Begin nooit zomaar met je werkzaamheden.

plimentjes.

Vertel de cliënt wat je gaat doen. Als je een cliënt

die, eventueel met hulpmiddelen, nog mogelijk

helpt bij zijn persoonlijke verzorging, benoem je elke handeling. De cliënt weet dan wat hij kan verwachten en kan beter meewerken.

B%RRNLQGE




30

Werken in een organisatie 1

Voorbeeld Roy (30), die een verstandelijke beperking heeft, kan zich met enige hulp zelf wassen en aankleden. Eerst zoekt hij met helpende Mohammed uit welke kleren hij aan wil. Als hij onder de douche staat, geeft Mohammed hem een washandje en douchegel aan. Omdat dit bekende handelingen voor Roy zijn, wast hij zich direct. Als hij klaar is, krijgt hij een handdoek. Hiermee droogt hij zijn voorkant af. Mohammed helpt met het afdrogen van zijn rug en voeten. Mohammed heeft inmiddels de kleren van Roy in de juiste volgorde klaarFiguur 1.10

gelegd. Zo kan Roy zich bijna helemaal zelfstandig aankleden. Alleen bij het dichtdoen van de knoop-

Voordoen en samen doen

jes van zijn overhemd en bij het strikken van zijn

Sommige cliënten, zoals demente en depressieve

veters heeft hij hulp nodig.

cliënten en cliënten met een verstandelijke beperking, lijken weinig (meer) te kunnen. Ze geven willen. Maar als ze op de juiste manier gestimu-

Gebruikmaken van aanpassingen en hulpmiddelen

leerd worden, zijn er vaak nog allerlei mogelijk-

Door aanpassingen te gebruiken, bevorder je

heden. Zoals samen afwassen, het bed opmaken,

de zelfredzaamheid. Handelingen die sommige

stof afnemen of de ramen zemen. Je kunt ook een

mensen niet of alleen met veel moeite kunnen

taakverdeling afspreken: ‘Als u nou ..., dan doe ik

doen, lukken soms wel met aangepast materiaal.

...’

Zo bestaat er aangepast bestek. Dat is speciaal

Als dat niet lukt, kun je het ook letterlijk samen

voor mensen die hun vingers, handen of polsen

doen. Jij neemt het voortouw en de cliënt doet

slecht kunnen bewegen. Zo kunnen ze toch zelf-

jou na. Soms bereik je ook veel door een hande-

standig eten.

ling voor te doen. De cliënt kijkt hoe jij het doet

Ook zijn er allerlei aanpassingen op het gebied

en maakt het dan alleen af. Bij de lichamelijke

van kleding. Kleine knoopjes of haakjes vervang

verzorging, zoals wassen, aankleden, scheren en

je bijvoorbeeld door klittenband, een rits of grote

haren kammen, kun je voorwerpen in de juiste

knopen. In schoenen kunnen veters van elastiek

volgorde klaarleggen of aangeven. Eventueel zeg

geregen worden. Ze hoeven dan niet steeds los bij

je erbij wat het is en wat hij ermee moet doen.

het aan- en uittrekken. Ook zijn er verschillende

Het is wel belangrijk dat je in de gaten houdt of

hulpmiddelen die mensen helpen zo lang moge-

de cliënt de handeling goed uitvoert. Eventueel

lijk zelfstandig te blijven. Denk maar aan een rol-

maak jij het af.

lator of douchestoel. Jij vertelt cliënten over deze

vaak zelf niet aan wat ze nog kunnen of wat ze

hulpmiddelen en stimuleert het gebruik ervan.

B%RRNLQGE




1

Aanmoedigen en complimenten geven De meeste mensen zijn gevoelig voor complimen-

ƒ bepaalde handelingen als het nodig is voor te

ten en aanmoedigingen. Als een ander erop ver-

ƒ bepaalde handelingen als het nodig is samen

trouwt dat je wel iets kunt, stimuleert dat enorm. Als iets je moeite kost en het lukt je toch, is het fijn als iemand daar iets over zegt. Dat versterkt

31

Werken in een organisatie

doen; te doen; ƒ als het nodig is gebruik te maken van aanpassingen en hulpmiddelen;

je zelfvertrouwen. Toch moet je oppassen dat je

ƒ een cliënt complimenten te geven;

iemand niet als een kind toespreekt. Een compli-

ƒ respect en geduld te hebben.

mentje geven met verkeerde woorden of op een verkeerde toon is betuttelend: ‘Góed zo, mevrouw, wat knáp van u!’

Opdrachten Het is belangrijk om rekening te houden met de

Respect en geduld hebben

zelfredzaamheid van de cliënt. Hoe doe je dat?

Als cliënten zichzelf verzorgen, gaat dat vaak

Wat betekent dat voor je werk in de praktijk?

langzamer dan als jij het zou doen. Respecteer het tempo van de cliënt en bewaar je geduld. Richt je werk zo in dat je niet hoeft te wachten op de cli-

Situatie 1

ent, maar voer ondertussen een andere taak uit.

Ilona werkt als helpende in de thuiszorg. Vandaag gaat ze naar mevrouw Lapré. Ze krijgt hulp omdat

Linda betrekt mevrouw Merks actief bij de hulp. Ze

ze pas aan haar rug is geopereerd. Daardoor kan

geeft niet meer hulp dan nodig is. Mevrouw Merks

mevrouw Lapré niet te lang staan. Ilona heeft de

kan nog steeds zelf haar haren kammen. Dat geeft

was naar de huiskamer gehaald. Daar gaat zede

haar zelfvertrouwen.

was strijken. Mevrouw Lapré vindt het belangrijk dat haar was goed gestreken wordt. Ze vindt het vervelend dat ze het zelf niet kan omdat ze dan te

Tips

lang moet staan

Je stimuleert de zelfredzaamheid van een cliënt door:

Situatie 2

ƒ rekening te houden met mogelijkheden en

Kim werkt in een verzorgingshuis. Mevrouw

beperkingen van de cliënt; ƒ je te houden aan de afspraken in het zorg(leef) plan;

Marines heeft reuma. Ze heeft geen knijpfunctie meer in haar handen meer. Dit betekent dat ze haar vingers bijna niet bij elkaar kan krijgen en

ƒ in te spelen op de situatie die je aantreft;

er zeker geen kracht mee kan zetten. Het is twaalf

ƒ de zelfredzaamheid van de cliënt te observeren

uur en het warme eten wordt geserveerd. Me-

en te rapporteren; ƒ rekening te houden met wensen en gewoonten van een cliënt;

vrouw Marines kan het bestek dat bij haar bord ligt niet goed vasthouden. Ze vraagt aan Kim om haar te helpen met eten.

ƒ een cliënt zelf beslissingen te laten nemen; ƒ een cliënt te vertellen wat je gaat doen;

B%RRNLQGE




32

Werken in een organisatie 1

Situatie 3

ƒ

de cliënt niet overhaasten;

Anniek werkt als helpende in een verpleeghuis.

ƒ

zelf rustig blijven;

Ze helpt nu meneer Verstappen met aankleden.

ƒ

een complimentje geven als de cliënt de zelf-

Meneer Verstappen is dementerend. Daardoor kan hij de volgorde van het aankleden niet meer

zorg oppakt; ƒ

enzovoort.

goed onthouden. Anniek helpt hem daarbij. De cliënt laat zich stimuleren, werkt mee als de Situatie 4

helpende daarom vraagt.

Sara werkt als helpende in een instelling voor

Let op: als je de rol van cliënt hebt moet je wel

mensen met een lichamelijke beperking. Victor

duidelijk voelen of horen dat de helpende je pro-

(20) verblijft daar tijdelijk. Hij is vanaf zijn middel

beert aan te zetten tot zelfzorg. Maak het voor de

verlamd. In de instelling leert hij onder andere

helpende niet te moeilijk.

om met een rolstoel om te gaan. Sara komt ‘s morgens bij hem op de kamer. Ze helpt Victor bij

De beoordelaar bekijkt kritisch hoe de helpende

het opstaan en aankleden. Victor ligt nog in bed.

de cliënt stimuleert tot zelfredzaamheid en maakt hiervan aantekeningen.

Rollenspel

ƒ ƒ

Lees de vier situaties goed door. Bereid je voor

Wissel van rol totdat de situatie drie keer ge-

op een rollenspel.

speeld is. Zo kom je alle drie een keer als helpende

Bedenk wat de cliënt en de helpende tegen

aan de beurt.

elkaar zullen zeggen. ƒ

Maak groepjes van drie. Verdeel de rollen: helpende, cliënt en beoordelaar.

Instructie

De helpende probeert de cliënt te stimuleren in zijn zelfredzaamheid. Denk na het lezen van elke situatie na hoe je dat het beste zou kunnen doen. Denk daarbij aan: ƒ

de cliënt vragen mee te helpen;

ƒ

de cliënt zelf die dingen te laten doen die hij zelf kan;

ƒ

geef tips die de cliënt kunnen ondersteunen, zodat hij toch een aantal taken zelf op kan pakken (in de situatie van Victor: ervoor zorgen dat hij kan zitten bij de wastafel zodat hij niet kan vallen);

ƒ

hulpmiddelen binnen bereik van de cliënt plaatsen;

B%RRNLQGE




1

1.8

Werken in een organisatie

33

Toets jezelf

Geef bij elke stelling aan of deze juist of onjuist is. 1.

Een organisatie heeft een doel. Iets wat ze wil bereiken.

2.

Een organisatie heeft een visie. Die maakt duidelijk wat een organisatie belangrijk vindt.

3.

Thuiszorg is bedoeld voor mensen die thuis hulp nodig hebben.

4.

Een verpleeghuis is bedoeld voor ouderen die vanwege hun leeftijd niet meer zelfstandig kunnen wonen.

5.

Ggz staat voor geestelijke gezondheidszorg.

6.

Buitenschoolse opvang is een vorm van jeugdzorg.

7.

CAO betekent Collectieve Arbeidsovereenkomst.

8.

Iedereen heeft recht op ten minste dertig vakantiedagen per jaar als je volledig werkt.

9.

Een proeftijd mag maximaal drie maanden duren.

10.

Een functie bestaat uit drie onderdelen; taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

11. 12.

Ondersteuning is een ander woord voor verzorging. Begeleiding betekent dat je de cliënt ‘sterker’ maakt op lichamelijk, verstandelijk en sociaal gebied.

13.

Mantelzorg bestaat uit de hulp die familie of bekenden bieden.

14.

Bij de ondersteuning van activiteiten bestaat jouw taak alleen uit het opruimen na afloop.

15.

Een cliënt is zelfredzaam als hij zichzelf kan redden op alle gebieden van het dagelijkse leven.

B%RRNLQGE




Traject helpende Z&W OS beroepsmatig ondersteunen niveau 2