Issuu on Google+

Geschiedenis voor de onderbouw Leesboek 1 vmbo-t | havo


Geschiedenis voor de onderbouw Leesboek 1 vmbo-t | havo

Auteurs Christa Dekkers Ronald den Haan Juul Lelieveld Jan-Wolter Smit Ronald Stroo Eindredactie Eugenia Smit


4

6

bron 1

Een nieuwe tijd

Drie schepen varen langs de kust van Florida, in de Verenigde Staten. Het zijn de (nagebouwde) schepen waarmee in 1492 Europeanen de Atlantische Oceaan overstaken en Amerika ontdekten. In de verte zie je het Kennedy Space Center. Hiervandaan vertrekken raketten naar de maan en naar andere plaatsen in de ruimte. Foto uit 1992.

tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600)

In het wit zie je een schip. Met zulke schepen voeren de ontdekkers van nieuwe werelddelen over de oceanen. Op de achtergrond zie je een tekening van een mens, die aangeeft dat er ook in de kunst een nieuwe tijd aanbrak.

3000 v. Chr.

500 v. Chr.

n. Chr.


5 0 Titel verhaa l

verhalenb oek

verhalenboek nr 9-10

verhalen

boek

Waarover gaat dit hoofdstuk?

In de Middeleeuwen moesten volgens de paus en de bisschoppen alle christenen leven volgens de regels van de Kerk. Alleen op die manier konden gelovigen na hun dood in de hemel komen. Veel mensen gingen hieraan twijfelen. De paus en veel andere geestelijken hielden zich namelijk zelf niet aan die regels. Ze waren vooral uit op geld en macht, en leefden in grote luxe.



bron 2

In 1566 vernielden mensen de beelden van heiligen en andere versieringen in kerkgebouwen. Tekening van Frans Hogenberg uit 1566.

In de Tijd van ontdekkers en hervormers gaven mensen openlijk kritiek op de Kerk. Ze wilden die veranderen (hervormen). Er ontstond een strijd over het geloof. De koning van Spanje, die in die tijd over de Nederlanden regeerde, koos de kant van de paus. Iedereen moest van hem de paus gehoorzamen. Wie dat niet deed, kon worden vervolgd of zelfs worden gedood. Hierdoor waren veel mensen in de Nederlanden ontevreden over de koning. Waarom mocht je niet geloven op de manier die je zelf wilde? Ook vonden veel steden en edelen het niet juist dat de koning veel macht naar zich toetrok en ze hem meer belasting moesten betalen. In 1568 leidde die ontevredenheid tot een opstand tegen de Spaanse koning. Uit die opstand ontstond een nieuw land: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Niet alleen in ons land veranderde er veel. In deze tijd trokken Europeanen eropuit om nieuwe gebieden te ontdekken. Ontdekkingsreizigers voeren zelfs de Atlantische Oceaan over en bereikten een groot, nog onbekend werelddeel: Amerika. Dat had grote gevolgen voor de mensen die daar woonden, maar ook voor de Europeanen zelf.

Waarom is dit onderwerp belangrijk?

bron 3

1000

Op de Molukken, een eilandengroep in Indonesië, wonen christenen en moslims. Tussen deze twee groepen zijn vaak conflicten. Rond 2001 werd daarbij veel geweld gebruikt. Er vielen doden, moslims staken christelijke kerken in brand en christenen deden hetzelfde met de moskeeën van de moslims. Op de foto zie je christelijke Molukkers in hun verwoeste kerk.

1500

• Aan het begin van de Tijd van ontdekkers en hervormers was Nederland nog niet één land, zoals in onze tijd. Het bestond uit zeventien zelfstandige gewesten, die samen ‘de Nederlanden’ werden genoemd. In dit tijdvak werden zeven van die gewesten samen één land: de Republiek, het land waaruit later Nederland is ontstaan. • Door de ontdekkingsreizen kregen Europese landen veel invloed in grote delen van de wereld. Dat heeft in onze tijd nog gevolgen. Denk maar aan de talen die mensen in Zuid-Amerika spreken. Brazilianen spreken Portugees. En in Colombia spreken de mensen Spaans. En in één Zuid-Amerikaans land wordt nog steeds Nederlands gesproken.

1600

1700

1800

1900

1950

2000


6

6 Een nieuwe tijd

6

1 ?

Op zoek naar Indië Waarom gingen Europeanen op ontdekkingsreis en welke gebieden ontdekten ze?

Nieuwe contacten, oude kennis

Steden in Noord-Italië waren in de Tijd van steden en staten handel gaan drijven met Azië en het MiddenOosten. Daardoor leerden de mensen in Noord-Italië andere culturen kennen en dus andere manieren van leven. Door handelscontacten met de Arabieren ontdekten ze boeken uit de Oudheid (de Tijd van Grieken en Romeinen). Die waren daar eeuwenlang bewaard. In die boeken lazen geleerden veel over de wetenschappen, zoals over wiskunde of geneeskunde.

Anders denken

Doordat de mensen kennismaakten met denkbeelden uit andere culturen, gingen ze ook over hun eigen manier van leven nadenken. Daarin stond alles in het teken van het geloof. Als je maar precies deed wat de Kerk zei, kwam je na je dood in de hemel, hadden mensen eeuwen­lang geleerd. Maar nu gingen mensen anders kijken naar de wereld om hen heen. Ze vonden dat ze best óók mochten genieten van het leven op aarde. Bijvoorbeeld van de kunstwerken en mooie gebouwen uit de Oudheid die overal in Italië nog te zien waren. De Oudheid werd hét voorbeeld voor geleerden en kunstenaars. Schilders en architecten bestudeerden de kunst van de Oudheid en gingen in die stijl werken. We noemen deze periode de Renaissance, een Frans woord voor ‘opnieuw geboren worden’. bron 4

Peperdure specerijen

Europese handelaren kochten van de Arabieren specerijen, zoals peper of kaneel, en bijvoorbeeld zijde. Die producten haalden Arabische handelaren uit ‘Indië’, zoals heel Zuidoost-Azië toen werd genoemd. Voordat de producten Europa bereikten, werden ze van handelaar naar handelaar doorverkocht. Door deze tussenhandel werden de producten erg duur. Europese handelaren wilden daarom liever zélf de specerijen uit Indië halen. Over land was dat moeilijk doordat de route lang was en je maar kleine hoeveelheden tegelijk kon vervoeren. Bovendien wilden de Arabieren die handel voor zichzelf houden. Er moest dus een route over zee worden gevonden.

De reis van Vasco da Gama

De Portugezen kozen ervoor om langs de kust van Afrika naar het zuiden te varen. Uiteindelijk zouden ze dan in Indië aankomen, hoopten ze. In 1498 had de Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama succes. Hij was de eerste Europeaan die om de zuidpunt van Afrika voer en via die route Indië bereikte. De Portugezen bouwden langs de route forten waar soldaten de wacht hielden. Op die manier kregen de Portugezen veel macht langs de kusten van Afrika en Indië.

Vasco da Gama ontmoet de bewoners van Indië. Afbeelding uit ongeveer 1520.


6.1 Op zoek naar Indië

bron 5

De ontdekkingsreizen van Da Gama, Columbus en Barentsz.

De reis van Columbus

Ook de Spaanse koning en koningin wilden graag een zeeroute naar Indië vinden. Directe handel met Indië zou Spanje immers veel geld kunnen opleveren. Ze maakten kennis met een zeeman uit de Italiaanse stad Genua. Deze Columbus was heel geïnteresseerd in de ideeën van de Italiaanse kaartenmaker Toscanelli. Volgens Toscanelli was de wereld niet plat, maar rond. Je zou dus Indië kunnen bereiken door vanuit Europa naar het westen te varen. Columbus geloofde dat en wilde het proberen. In 1492 ging hij met drie schepen op reis, in opdracht van de Spaanse koning en koningin. Niemand was ooit zo ver de Atlantische Oceaan opgevaren. Pas na acht weken varen zag Columbus land. Dat moest Indië zijn! Wij weten nu dat dat niet zo was: Columbus was in Amerika aangekomen. In de tijd van Columbus kenden de Europeanen dit werelddeel nog niet. Andere ontdekkingsreizigers volgden de zeeroute van Columbus en ontdekten steeds grotere delen van het onbekende werelddeel. Naar één van hen, Amerigo Vespucci, is Amerika vernoemd. De gebieden die in Amerika ontdekt werden, kwamen in handen van de Spaanse koning.

De reis van Willem Barentsz

Ook Hollandse handelaren hoopten een eigen route naar Indië te vinden. Maar hoe? In Amerika zaten de Spanjaarden al. De route langs de Afrikaanse kust werd bewaakt door de Portugezen. Wat bleef er over? Doordat Hollanders handel dreven met het noorden van Scandinavië, wisten ze dat het daar soms zó koud is dat zelfs de zee kan bevriezen. Wat lag er achter al dat ijs?

Een onbekend werelddeel misschien? De geleerde Plancius geloofde dat er achter het ijs een open zee lag. Wie door het ijs zou varen, zou zó in Indië komen! De Hollandse ontdekkingsreiziger Willem Barentsz geloofde Plancius en wilde proberen de noordelijke route naar Indië te vinden. Hij wist verschillende stadsbesturen van zijn plan te overtuigen en kreeg geld voor schepen en een bemanning. Twee keer voer Barentsz uit en beide keren kwam hij niet door het ijs heen. Om zijn derde en laatste reis, in 1596, is hij heel bekend geworden. Zijn schip werd verbrijzeld door het ijs, vlakbij het eiland Nova Zembla. Aan de kust van dit eiland vonden Barentsz en zijn mannen wrakhout en dikke boomstammen. Daarvan bouwden ze een huis waar ze de winter doorbrachten. Een deel van de mannen overleefde de winter en kwam veilig thuis. Willem Barentsz niet; hij overleed op de terugtocht.

Renaissance Periode waarin mensen weer belangstelling krijgen voor de Griekse en Romeinse kunst en cultuur en die gaan navolgen. De Renaissance begon in Noord-Italië. tussenhandel Handel via tussenpersonen die elk opnieuw winst willen maken.

7


8

6 Een nieuwe tijd

6

2 ?

Spanjaarden en Azteken Wat waren de gevolgen van de ontdekking van Amerika door de Europeanen?

Spanjaarden in Amerika

Nadat Columbus Amerika had ontdekt, veroverden de Spanjaarden daar grote gebieden. In die gebieden woonden volken, zoals de Inca’s, de Maya’s en de Azteken. Zij werden door de Spanjaarden verdreven of gedood. De Spanjaarden waren weliswaar met weinig, maar ze bezaten vuurwapens en paarden. Daardoor waren ze tijdens een gevecht in het voordeel. Vanuit Europa vertrokken mensen naar de nieuwe koloniën. Daar werden plantages aangelegd: grote landbouwbedrijven waarop meestal maar één product wordt verbouwd. De producten van die plantages, zoals suikerriet, tabak of katoen, werden met schepen naar Europa gebracht en daar verkocht. Op die manier ontstond er wereldhandel. Sommige indianen werden gedwongen op de Spaanse plantages te werken. Velen van hen stierven daar van uitputting of door mishandeling. Maar de meesten stierven aan de besmettelijke ziektes die de Spaanse kolonisten uit Europa meebrachten, zoals de mazelen. Voor de indianen waren dat nieuwe ziektes, waartegen ze geen weerstand hadden.

Gebondenheid aan tijd en plaats Hoe je denkt en wat je van iets vindt, wordt bepaald door de tijd waarin je leeft. Jij vindt het vast heel normaal dat alle kinderen in Nederland naar school gaan. Maar vroeger dacht bijna iedereen daar anders over. Rond 1900 bijvoorbeeld, toen veel kinderen in fabrieken werkten. Ook de plaats waar je leeft, heeft invloed op hoe je denkt. Dat veel mensen op zondag vrij hebben, vind jij vast heel gewoon. Voor iemand die leeft in een nietchristelijk land is dat helemaal niet zo gewoon. Dat je mening en je ideeën worden beïnvloed door de tijd waarin en de plaats waar je leeft, noemen we gebondenheid aan tijd en plaats. Bij het onderzoeken van bronnen moet je hier goed op letten. Ook de maker van de bron is immers gebonden aan een tijd en een plaats. En dat heeft zijn mening beïnvloed.

bron 6 Columbus hield tijdens zijn reis een dagboek (scheepsjournaal) bij. Daarin schreef hij over de bewoners van eilanden voor de kust van Amerika: ‘Overal zagen we naakte mensen, mannen en vrouwen, zo naakt als ze gebaard waren door hun moeders. Hun haar is bijna even dik als het borstelige haar van een paardenstaart. Ze zijn niet blank en niet zwart. Sommigen beschilderen hun lichaam met wit of rood. Bij feesten dragen de mannen prachtige veren in hun haar.’ Naar: Christoffel Columbus, Scheepsjournaal, 1492.

Wie was Hernán Cortés? De Spanjaard Hernán Cortés (1485-1547) reisde als jonge man naar Amerika. Daar hoorde hij over de enorme rijkdommen in het rijk van de Azteken, gelegen in wat nu Mexico is. Cortés trok er met een legertje van vijfhonderd soldaten naartoe om het te veroveren voor Spanje. Aan de kust ontmoette hij Malinche, een Azteeks meisje van zeventien jaar. Ze werd zijn tolk én vriendin. Toen Cortés en zijn mannen bij de Azteekse hoofdstad Tenochtitlan aankwamen, werden zij er verwelkomd door de Azteekse koning Moctezuma II. De koning dacht dat Cortés een god was. Hij gaf hem veel goud en zilver, in de hoop dat Cortés de Azteken geen kwaad zou doen. Maar dat werkte niet. Hernán liet Moctezuma gevangennemen. In de stad braken opstanden en besmettelijke ziektes uit. Vele mensen stierven, waaronder Moctezuma en een groot deel van de mannen van Cortés. Als wraak voor de opstanden liet Cortés Tenochtitlan verwoesten. Twee jaar later had Cortés het rijk van de Azteken veroverd en grotendeels vernietigd. Daarna probeerde hij nog meer gebieden te veroveren, maar zonder succes. Malinche ging met hem mee, maar trouwde onderweg met een andere man. Hoe het met haar is afgelopen, weten we niet.


6.2 Spanjaarden en Azteken

bron 8 Een andere Azteekse edelman vertelde: ‘Moctezuma behandelde de Spanjaarden als goden. Hij wilde dat het de Spanjaarden aan niets ontbrak en hij stuurde waarzeggers met voedsel en gevangenen naar zijn gasten. De gevangenen moesten zich gereed houden voor het geval de Spanjaarden bloed wilden drinken. Toen de Spanjaarden het voedsel aangereikt kregen, werden zij misselijk van de stank. Hun maag draaide zich om en ze moesten overgeven. Het voedsel was doordrenkt met bloed.’ Naar: Bernardino de Sahagún, Algemene geschiedenis van de zaken

bron 7

van Nieuw Spanje, 1550.

Ontmoeting tussen Cortés en Moctezuma. Schilderij van een onbekende Europeaan uit 1519.

bron 9

bron 10

De Azteken waren verbaasd over de Spanjaarden. Ze zagen allerlei nieuwe dingen. Een Azteekse edelman vertelde later: ‘Het kanonschot was oorverdovend. Er was een stenen bol uitgekomen en het regende vonken. De rook was smerig. Het kanon kon een boom uiteen­ scheuren, alsof hij van binnenuit werd opgeblazen. De mannen waren blank, met geel haar en lange baarden. Hun wapens waren van ijzer en ze zaten op de rug van “herten”.’ Naar: Bernardino de Sahagún, Algemene geschiedenis van de

Cortés schrijft in een brief aan de Spaanse koning: ‘De Azteken hebben een afschuwelijke gewoonte, die echt bestraft moet worden. Als ze iets willen vragen aan hun afgoden, nemen ze meisjes, jongens en volwassenen mee naar de tempels van hun goden. Daar openen ze hun borst terwijl ze nog leven, halen het hart en de ingewanden eruit en offeren die. Zodra ik kon, heb ik de afgods­beelden in hun tempels vernie­tigd. Ik heb er afbeeldingen van Jezus en Maria voor in de plaats gehangen. De Azteken waren daar erg kwaad over.’

zaken van Nieuw Spanje, 1550.

Naar: Hernán Cortés, Brief aan de Spaanse koning, 1520.

kolonie Een gebied dat is veroverd en wordt bestuurd door mensen uit een ander, vaak verafgelegen land. wereldhandel Handel waarbij handelaars en producten uit verschillende werelddelen betrokken zijn.

bron 11

Een mensenoffer bij een Azteekse tempel. Azteekse tekening uit de zestiende eeuw.

9


10

6 Een nieuwe tijd

6

3 ?

De kerkhervorming Welke kritiek hadden Luther en Calvijn op de Kerk?

De mens centraal

Je weet al dat de mensen in de Renaissance anders gingen denken over de wereld om hen heen. Ook wetenschappers deden dat. Niet alleen bestudeerden ze boeken uit de Oudheid, ze gingen ook zélf onderzoek doen. Ze wilden daarmee een beter leven voor de mensheid mogelijk maken. Bij het denken hierover moesten niet God en het geloof centraal staan, maar de mens, vonden ze. Deze manier van denken heet humanisme. Een belangrijke humanist was de Rotterdammer Erasmus. Hij had veel kritiek op de geestelijken en op de gelovigen. Erasmus vond dat er in de Kerk dingen gebeurden die niet goed waren. Hij hoopte dat door zijn kritiek de Kerk zélf deze problemen zou aanpakken. bron 12 In zijn boek Lof der Zotheid geeft Erasmus stevige kritiek op de Kerk: ‘Er zijn mensen die nooit genoeg kunnen krijgen van verhalen waarin iets bovennatuurlijks voorkomt: spoken, geesten, hel en wonderen. Hoe meer ze van dit soort verhalen horen, hoe meer ze erin geloven. En dan heb je er ook nog bij die geloven dat als ze op een bepaalde dag een kaarsje aansteken of een gebed doen, ze binnenkort rijk zullen worden. En behalve dat het de verveling verdrijft, verdienen er ook mensen aan, vooral bisschoppen en priesters. Zij hebben een lekker leventje, terwijl ze zichzelf vetmesten.’ Naar: Erasmus, Lof der Zotheid, 1512.

Kritiek op de Kerk

Erasmus was niet de enige die kritiek had op de Kerk. In 1517 maakte de Duitse monnik en geleerde Maarten Luther een lijst bekend van 95 stellingen, zaken die volgens hem niet goed waren in de Kerk: • Veel geestelijken leefden in luxe. Volgens Luther was dat verkeerd. Dure spullen en lekker eten leiden alleen maar af van wat echt belangrijk is: een goed en gelovig christen zijn. Daarom moesten christenen volgens Luther het voorbeeld van Jezus van Nazareth volgen en sober leven. • De Kerk beloofde dat iemand die een aflaat kocht, daarmee vergeving kreeg voor iets wat hij verkeerd had gedaan. Hoe meer aflaten je kocht, hoe meer vergeving je kreeg. Volgens Luther was dat onzin: alleen God kon je echte vergeving schenken. De Kerk had de handel in aflaten alleen maar bedacht om nog rijker te worden. Daarom moest de handel in aflaten worden afgeschaft, volgens Luther.

• Luther vond dat mensen zelf de Bijbel moesten lezen. Daaruit konden ze leren wat God van hen wilde en daarvoor hadden ze geen geestelijken nodig. Dit kon in die tijd niet, omdat de taal van de Bijbel het Latijn was. Luther vond daarom dat er een Bijbel in de eigen taal van de mensen moest komen.

Hervormers

Luther was een hervormer: hij wilde veranderen wat volgens hem niet goed was in de Kerk. De paus wilde echter niet met Luther praten. Uiteindelijk zette de paus Luther zelfs uit de Kerk en beval dat Luthers boeken moesten worden verbrand. De machtige hertog van Sak­ sen was het eens met de ideeën van Luther en bescherm­ de hem. Daardoor kon de paus Luther niet laten doden. Een andere belangrijke hervormer was de Fransman Johannes Calvijn. Hij leefde iets later dan Luther. Over enkele godsdienstige zaken verschilden Luther en Calvijn van mening. Maar over de belangrijkste punten van kritiek op de Kerk waren ze het eens. Luther en Calvijn kregen veel volgelingen. Luther werd vooral populair in het gebied dat in onze tijd Duitsland heet, Calvijn kreeg in de Nederlanden de meeste aanhangers. De volgelingen van Luther en Calvijn verenigden zich uiteindelijk in eigen kerkgenootschappen. Hierdoor was de katholieke Kerk, waarvan de paus de leider was, niet langer de enige kerk.

De boekdrukkunst

De ideeën van Luther en Calvijn verspreidden zich snel door Europa. Dat kwam vooral doordat rond 1450 de boekdrukkunst was uitgevonden. Boeken hoefden niet meer met de hand geschreven te worden. Met drukpersen konden snel veel boeken worden gedrukt. Daardoor werden die goedkoper, zodat veel mensen ze konden kopen en dus lezen. Ook de Bijbel, die nu niet meer alleen in het Latijn, maar ook in de volkstaal werd gedrukt.

bron 13

Een drukkerij uit de zestiende eeuw. Links zie je de zetters aan het werk, rechts draait een man aan de drukpers.


11

6.3 De kerkhervorming

bron 14

Weegschaal van het ware geloof. Schilderij uit de eerste helft van de zeventiende eeuw.

Protestanten worden vervolgd

Veel mensen waren het eens met de ideeën van de hervormers. Deze mensen noemden zich protestanten. Sommige Europese vorsten vonden het heel lastig dat de hervormers zoveel aanhang kregen. Karel V bijvoorbeeld, de koning van Spanje die in die tijd ook Heer van de Nederlanden was. Hij vond dat het katholieke geloof de enige ware godsdienst was. Hij zag zichzelf als een verdediger van de Kerk tegen de protestanten, die volgens hem ketters waren. Karel V had nóg een reden om de protestanten te bestrijden: hij wilde dat al zijn onderdanen dezelfde godsdienst hadden. Dat zou zorgen voor rust en eenheid in zijn rijk. Karel V liet daarom de ketters vervolgen, martelen en soms zelfs doden. Ook zijn zoon Filips II steunde de katholieke Kerk en bestreed de protestanten.

bron 15

boekdrukkunst Het vermenigvuldigen van boeken met behulp van een drukpers. hervormer Iemand die de katholieke Kerk wil veranderen, vernieuwen. humanisme Manier van denken waarbij de mens het middelpunt is, centraal staat. katholieke Kerk De christelijke Kerk die geleid wordt door de paus in Rome, ook wel de rooms-katholieke Kerk genoemd. protestanten Christenen in de zestiende eeuw die de ideeën van de hervormers wilden uitvoeren en uiteindelijk niet meer bij de katholieke Kerk wilden horen.

Protestanten hielden wel kerkdiensten, maar ze hadden geen kerkgebouwen. Daarom ontmoetten ze elkaar buiten. Veel schilders kozen deze ‘kerkdiensten in de buitenlucht’ als onderwerp voor hun schilderijen, zelfs eeuwen later. Dit schilderij is gemaakt in 1860, door Sebastiaan de Poorter.


12

6 Een nieuwe tijd

6

4 ?

Spanningen in de Nederlanden Wat waren de oorzaken van de opstand tegen Filips II?

Karel V, koning en keizer

Karel V werd in 1500 in de stad Gent geboren. Zijn gezondheid was zwak en door zijn vreemd gevormde onderkaak kon hij moeilijk praten. Toch zou deze Karel een wereldrijk gaan besturen en een van de belangrijkste Europese vorsten uit de Tijd van ontdekkers en hervormers worden. Toen hij vijftien jaar was, erfde hij van zijn vader het bestuur over de Nederlandse gewesten. Een jaar later stierf zijn Spaanse grootvader. Karel werd toen koning van het Spaanse Rijk. Dat bestond uit Spanje, veel andere gebieden in Europa en koloniën in Amerika. Weer een paar jaar later werd Karel ook gekozen tot keizer van het Duitse Rijk. Hij bestuurde nu een gebied ‘waar de zon nooit onderging’. Karel V had veel macht, maar kreeg toch te maken met grote problemen. Zijn leven lang moest hij oorlog voeren, vooral tegen Frankrijk en tegen het Turkse Rijk. Ook probeerde hij de protestanten in zijn Rijk te bestrijden, maar hierin had hij weinig succes. In 1555 trad hij af en werd hij in Spanje en de Nederlanden opgevolgd door zijn zoon, Filips II. Ferdinand, de broer van Karel V, volgde Karel op als keizer van het Duitse Rijk.

Veranderingen in de Nederlanden

In de Tijd van steden en staten bestonden de Nederlanden uit zeventien gewesten (bron 16). Een gewest was een zelfstandig gebied met eigen wetten en vaak een eigen geldsoort en een eigen dialect (streektaal). Daardoor verschilden de gewesten veel van elkaar. Elk gewest had een bestuur en een stadhouder: een hoge edelman als plaatsvervanger van de Spaanse landsheer in het gewest. De stadhouder was de aanvoerder van het leger en zorgde voor orde en rust. Karel V had voortdurend rondgereisd door zijn rijk en was vaak in de Nederlanden. Filips II deed dat anders: hij bestuurde zijn rijk vanuit Madrid. Daarom benoemde hij zijn halfzus Margaretha van Parma tot landvoogdes over de Nederlanden. Zij ging in Brussel wonen. Regelmatig liet zij daar de stadhouders uit de verschillende gewesten komen om met haar te overleggen over het bestuur van de Nederlanden. In Brussel werden ook de wetten gemaakt. Filips II wilde van de Nederlanden een eenheid maken. In alle gewesten moesten dezelfde wetten en regels gelden, vond hij. Ook moest iedereen katholiek zijn. De gewesten zelf, en vooral de hoge edelen, waren tegen deze plannen. Zij wilden dat de gewesten zelfstandig bleven en alle oude rechten behielden.

bron 16

De Nederlanden omstreeks 1550.

Wie was Willem van Oranje? Willem (1533-1584) was de oudste zoon van de graaf van Nassau, een gebied in Duitsland. Van een neef erfde hij in 1544 het prinsdom Orange in Frankrijk. Ook kreeg hij door huwelijken en erfenissen allerlei gebieden in de Nederlanden. Hierdoor was de jonge Willem een van de belangrijkste en rijkste edelen in Europa. De protestant­ se Willem kreeg een katholieke opvoeding aan het hof van Karel V. Karel was erg gesteld op Willem. Hij behandelde hem als een zoon. Filips II en Willem van Oranje hadden respect voor elkaar, maar er waren ook grote verschillen tussen hen. Filips II was een streng gelovige katholiek. Toen hij zijn vader opvolgde, wilde hij dat Willem, als stadhouder van Holland en Zeeland, hard optrad tegen de protestanten. Maar Willem was een voorstander van godsdienstvrijheid. Het vervolgen en straffen van mensen om hun geloof vond hij verkeerd. Door de politiek van Filips II raakte Willem veel macht kwijt. Dat beide mannen verschillend dachten over geloof en bestuur, maakte dat ze uiteindelijk tegenover elkaar kwamen te staan.


6.4 Spanningen in de Nederlanden

Continuïteit en verandering Onze provincie Zeeland heeft dezelfde naam als het gewest Zeeland in de Tijd van ontdekkers en hervormers. Die naam is dus niet veranderd. Dit is een voorbeeld van continuïteit, van iets wat hetzelfde is gebleven. Een ander voorbeeld van continuïteit is dat Zeeland uit een aantal eilanden bestaat. Dat was in de Tijd van ontdekkers en hervormers ook al zo. Niet alles is hetzelfde gebleven. In de Tijd van ontdekkers en hervormers waren er nog geen bruggen en dammen tussen de eilanden in Zeeland. Nu wel. Dat is dus een voorbeeld van een verandering. Periodes uit de geschiedenis kun je met elkaar vergelijken door voorbeelden te zoeken van continuïteit en verandering, van wat hetzelfde is gebleven en wat is veranderd.

bron 18 Tijdens de Beeldenstorm werden beelden en schilderijen van heiligen kapotgeslagen. Ook dit beeld van Maria en Jezus in een kerk in Frankrijk is toen vernield.

bron 17

Een groep van tweehonderd edelen bezoekt Margaretha van Parma. De edelen geven haar een brief, een smeekschrift. Daarin vragen zij de landvoogdes de protestanten tijdelijk wat minder zwaar te straffen.

De Beeldenstorm

Protestanten, maar ook veel katholieken, vonden dat Filips II de protestanten veel te zwaar strafte. In april 1566 kregen Margaretha van Parma en haar raadgevers bezoek van een groep edelen. Die vertelden haar dat ze bang waren dat de bevolking in hun gewesten in opstand zou komen. Ze vroegen om tijdelijk minder streng te straffen, tot de spanningen waren afgenomen. Margaretha gaf toe: er zouden voorlopig geen protestanten meer worden vervolgd. Protestantse predikanten durfden toen in het openbaar te preken. Soms riepen ze tijdens die preken op om de beelden van heiligen uit de kerk­gebouwen te verwijderen. Calvijn vond dat die niet bij het geloof hoorden. Een echte christen vereerde immers alleen God! Aan die oproep werd gehoor gegeven: in de zomer van 1566 werden in honderden kerkgebouwen in de Nederlanden de beelden vernield. We noemen dit de Beeldenstorm. Niet alle beeldenstormers waren protestanten. Ook arme en hongerige katholieken en relschoppers deden mee aan de plunderingen. Filips II was woedend over de Beeldenstorm en stuurde een van zijn beste generaals, de hertog van Alva, met een groot leger naar de Nederlanden om daar de orde te herstellen. Margaretha van Parma trad uit protest af. Alva volgde haar op als landvoogd van de Nederlanden.

Beeldenstorm Het vernielen van katholieke kerken en kloosters door protestanten en arme katholieken in 1566. godsdienstvrijheid Mensen mogen zelf weten wat ze geloven en hoeven hun geloof niet geheim te houden. landvoogd De persoon die namens de koning het land bestuurt. stadhouder Plaatsvervanger van de vorst of van diens landvoogd in een gewest.

13


14

6 Een nieuwe tijd

6

5 ?

Een nieuw land ontstaat Hoe ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden?

De Opstand begint: 1568-1572

Alva trad hard op in de Nederlanden. Hij richtte een speciale rechtbank op die de beeldenstormers moest straffen. Met Alva als voorzitter werd deze rechtbank al gauw de Bloedraad genoemd, omdat veel beelden­stormers ter dood werden veroordeeld. Ook protestanten en mensen die tegen de Spanjaarden vochten, werden door de Bloedraad berecht en kregen vaak de dood­ straf. Veel mensen vluchtten voor Alva en zijn leger. Willem van Oranje vluchtte naar zijn familie in Duitsland. Daar bereidde hij een opstand voor tegen Alva. In 1568 begon de oorlog echt. Willem van Oranje viel toen met een huurleger de Nederlanden binnen. Met terreur had Alva de bevolking bang gemaakt. Maar weinig mensen durfden daarom Willem van Oranje te steunen met geld of soldaten. Geen enkele stad opende de poorten voor de troepen van Willem van Oranje. Wél wonnen de opstandelingen één veldslag. Bij Heiligerlee, een dorp in Friesland, versloegen zij de Spanjaarden. Het leek een groot succes: er waren vijftig opstandelingen omgekomen tijdens de slag, en wel tweeduizend Spanjaarden! Maar het succes duurde maar kort. In enkele andere veldslagen, kort na de Slag bij Heiligerlee, werden de opstande­ lingen verslagen. Na enkele maan­ den was het grootste deel van de mannen van Willem van Oranje gesneuveld. Willems broer Adolf was een van hen. Het leek erop dat de opstand mislukt was en dat de Spaanse koning de Nederlanden weer onder controle had gekregen.

Meer succes voor de opstandelingen: 1572-1579

Vier jaar later, in 1572, viel Willem van Oranje opnieuw de Nederlanden binnen. Maar ook deze tweede aanval mislukte. Willem van Oranje werd geholpen door de watergeuzen: gevluchte opstandelingen die vanaf zee tegen de Spaanse legers vochten. Deze watergeuzen hadden wél succes. Onverwachts namen zij het stadje Den Briel in. Na dit succes werden mensen minder bang voor Alva en durfden steden de kant van Willem van Oranje te kiezen. Lukte het de Spanjaarden om een opstandige stad in te nemen, dan werden de bewoners van die stad vaak zwaar gestraft. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Haarlem. De Spanjaarden hielden deze stad maandenlang omsingeld. Gedwongen door honger moest de stad zich uiteindelijk overgeven. Eenmaal in de stad vermoordden de Spanjaarden er duizenden mensen die hadden geholpen bij de verdediging. Hiermee wilde Alva andere steden waarschuwen: voor mensen die tegen de Spanjaarden vochten, kende hij geen genade! Het liep soms anders af. In 1573 hielden de Spanjaarden de stad Alkmaar belegerd (bron 20). Niemand kon de stad nog in of uit. Net als tijdens het beleg van Haarlem, hoopten de Spanjaarden dat binnen de stadsmuren hongersnood zou uitbreken. Maar toen vernielden watergeuzen met opzet de dijken rond Alkmaar, waardoor veel land onder water kwam te staan. De Spanjaarden bleven in de modder steken en gaven het beleg op. Na Alkmaar wonnen Willem van Oranje en de watergeuzen nog meer belangrijke gevechten. Alva verliet de Nederlanden in 1574. Hij werd opgevolgd door landvoogden die minder streng waren.

bron 19

Tekening van een onbekende kunstenaar, 1620.


6.5 Een nieuw land ontstaat

bron 20 Spaanse troepen belegeren Alkmaar in 1573. Schilderij uit die tijd van een onbekende kunstenaar.

Alleen verder: 1579-1588

De zeven Noordelijke Nederlanden gingen samenwerken in hun strijd tegen de Spanjaarden. In 1579 sloten ze hiervoor een verbond: de Unie van Utrecht. In 1581 besloten deze zeven gewesten zelfs dat ze Filips II niet meer als landheer wilden. In de Acte van Verlatinghe legden ze uit waarom. Een koning die slecht is voor zijn volk, schreven ze, is geen goede koning. En je hoeft een slechte koning niet trouw te blijven. Voor de meeste mensen in onze tijd zal dit een juiste conclusie zijn. In de Tijd van ontdekkers en hervormers was deze manier van denken echter nieuw en heel bijzonder. De gewesten gingen op zoek naar een nieuwe landsheer, maar ze vonden geen geschikte kandidaat. Willem van Oranje kon het niet worden: in 1584 was hij op bevel van Filips II vermoord. Daarom besloten de zeven gewesten om verder te gaan zónder landsheer. Ze werden in 1588 een republiek: de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De Republiek werd bestuurd door de Staten-Generaal, de vergadering van de vertegenwoor­ digers van de zeven gewesten. Zij namen beslissingen over de buitenlandse politiek en over het leger. Alle andere zaken mochten de gewesten zelf regelen. In de Republiek hadden de protestanten de macht. Maar hoewel er officieel godsdienstvrijheid was, werden in sommige gewesten en steden katholieken achtergesteld.

Oorlog en vrede: 1588-1648

Na 1588 werd er vooral gevochten in het oosten van de Republiek en in de Zuidelijke Nederlanden, het gebied dat nu België en Noord-Frankrijk is. Tussen 1588 en 1599 heroverde de zoon en opvolger van Willem van Oranje, Maurits, daar veel steden op de Spanjaarden. Na bijna veertig jaar oorlog hadden beide landen behoefte aan een wapenstilstand. Die kwam er tussen

1609 en 1621. Deze periode noemen we het Twaalfjarig Bestand. Daarna pakten Spanje en de Republiek de wapens weer op. In 1648 sloten de Staten-Generaal in de Duitse stad Münster vrede met Spanje. Filips II was toen al gestorven. Spanje erkende de Republiek als zelfstandig land. Uit deze Republiek ontstond later ons land.

Acte van Verlatinghe Document waarin de zeven noordelijke gewesten verklaren dat ze Filips II niet langer als hun landsheer willen. Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden Naam voor Nederland tussen 1588 en 1795, toen het land werd bestuurd door de Staten-Generaal. Staten-Generaal Het hoogste bestuur van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. terreur De bevolking bang maken en onderdrukken door het gebruik van geweld of door daarmee te dreigen. Twaalfjarig Bestand Periode van wapenstilstand tussen Spanje en de Republiek (1609-1621). Unie van Utrecht Samenwerking tussen de gewesten van de Noordelijke Nederlanden vanaf 1579. wapenstilstand Oorlogvoerende landen sluiten nog geen vrede, maar spreken af om tijdelijk niet te vechten. watergeuzen Opstandelingen die vanaf zee de Spanjaarden aanvielen.

15


16

6 Een nieuwe tijd

6

6

Afsluiting

kenmerken van het tijdvak

1 Het begin van de Europese overzeese uitbreiding. 2 De hervorming en de splitsing van de christelijke kerk. 3 De Opstand en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.

1450

1450 > Uitvinding van de boekdrukkunst

dit heb je geleerd

1 Je weet waarom Europeanen op ontdekkingsreis gingen en welke gebieden ze ontdekten. 2 Je weet wat de gevolgen waren van de ontdekking van Amerika door de Europeanen. 3 Je weet welke kritiek Luther en Calvijn op de katholieke Kerk hadden. 4 Je kent de oorzaken van de Opstand van de Nederlanden tegen Filips II. 5 Je weet hoe de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden is ontstaan.

1492 > Columbus ontdekt Amerika

1498 > Vasco da Gama vaart om Afrika naar Indië

1500

tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) 1516 > Karel V wordt koning van het Spaanse Rijk

1517 > Maarten Luther publiceert zijn kritiek op de Kerk

dit kun je nu

1 Je kunt uitleggen hoe de meningen en ideeën van mensen beïnvloed worden door de tijd waarin ze leven en de plaats waar ze wonen. 2 Je kunt continuïteit en verandering herkennen en beschrijven.

1521 > Cortés verovert het Azteekse Rijk

1550 1555 > Filips II volgt Karel V op als landsheer van de Nederlanden 1566 > De Beeldenstorm

1567 > Alva komt naar de Nederlanden. 1568 > Begin van de Opstand 1579 > Unie van Utrecht

1581 > Acte van Verlatinghe

1584 > Moord op Willem van Oranje

1588 > Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1596 > Willem Barentsz op Nova Zembla

1600 1609-1621 > Twaalfjarig Bestand

bron 21

De Nederlanden. Het gearceerde gebied is de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

1650

1648 > Vrede van Münster


17

6.6 Afsluiting

personen

hertog van Alva (1507-1582) Spaanse generaal die na de Beeldenstorm door Filips II naar de Nederlanden werd gestuurd en daar landvoogd werd. Willem Barentsz (± 1550-1597) Hollandse ontdekkingsreiziger die via het noorden een zeeroute naar Indië probeerde te vinden. Johannes Calvijn (1509-1564) Frans-Zwitserse hervormer die een eigen Kerk stichtte. Christoffel Columbus (1451-1506) Italiaanse ontdekkingsreiziger in Spaanse dienst die in 1492 Amerika bereikte. Hernán Cortés (1485-1547) Spaanse conquistador die het rijk van de Azteken veroverde. Erasmus (± 1466-1536) Nederlandse humanist. Zijn ideeën hadden veel invloed op de hervormers. Filips II (1527-1598) Volgde zijn vader Karel V op als koning van het Spaanse Rijk en landsheer van de Nederlanden.

bron 22

Vasco da Gama (1469-1524) Portugese ontdekkingsreiziger. Hij bereikte als eerste Indië door om de zuidpunt van Afrika te varen (1498). Karel V (1500-1558) Koning van het Spaanse Rijk en landsheer van de Nederlanden. Vader van Filips II. Maarten Luther (1483-1546) Hervormer uit Duitsland. Willem van Oranje (1533-1584) Edelman die zich verzette tegen het Spaanse bestuur in de Nederlanden. Leider van de Opstand. Margaretha van Parma (1522-1586) Halfzus van Filips II en landvoogdes over de Nederlanden tot 1568.

begrippen

Acte van Verlatinghe Beeldenstorm boekdrukkunst godsdienstvrijheid hervormer humanisme katholieke Kerk kolonie landvoogd protestanten Renaissance Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden stadhouder Staten-Generaal terreur Twaalfjarig Bestand tussenhandel Unie van Utrecht wapenstilstand watergeuzen wereldhandel


18

6 Een nieuwe tijd

6 A

Keuzeopdrachten Spotten met de Spanjaarden

Spotprenten

Een spotprent is een tekening waarmee de maker op een grappige manier ergens tegen protesteert. In spotprenten wordt vaak overdreven. De mensen die zijn afgebeeld, worden soms belachelijk gemaakt. Op die manier maakt de tekenaar duidelijk waartegen hij protesteert. In onze tijd staan er dagelijks spotprenten in kranten. Ook vroeger werden er spotprenten gemaakt. Tijdens de Nederlandse Opstand tegen Spanje bijvoorbeeld. Bron 1 en 2 zijn spotprenten uit die tijd.

bron 2

bron 1

Spotprent over Alva, maker onbekend, 1572.

‘De Vrye Leeuw verplet’. Een ‘zinneprent’ (een tekening met een bepaalde betekenis) van Pieter Serwouters, 1624.


Keuzeopdracht A, B en C

B

De moord op Willem van Oranje

bron 1 Willem van Oranje is vermoord! Kort daarna laten de StatenGeneraal een verslag maken van de moord. Uit het verslag: ‘De moordenaar wacht Willem van Oranje op bij de eetzaal. Als de prins naar buiten komt, loopt hij op de prins af en schiet. De prins voelt dat hij geraakt is en zegt: ‘Mijn God, heb genade met mijn ziel. Mijn God, heb genade met mijn arme volk.’ Na deze woorden wordt hij duizelig. Omstanders leggen Willem op de trap. Zijn zus vraagt of hij zijn ziel in de handen van God legt. De prins antwoordt: ‘Ja’. Kort daarna sterft hij.’ Naar: Een officieel verslag van de Staten-Generaal, geschreven kort na de moord op Willem van Oranje.

C

bron 2

Moord! Tekening van Jan Luyken, 1678.

Op avontuur met Willem Barentsz

Gerrit de Veer

Een bemanningslid van Willem Barentsz, Gerrit de Veer, hield een dagboek bij. Hij schreef daarin wat er tijdens de reis gebeurde. En dat was nogal wat: gevechten met ijsberen, ijzige kou, ijsvlaktes... De Veer overleefde de reis en kwam heelhuids thuis. De mensen in de Nederlanden waren heel benieuwd naar de avonturen van Barentsz en zijn bemanning. Het dagboek van Gerrit de Veer werd uitgegeven, zodat iedereen het kon kopen en lezen.

bron 1

Een afbeelding uit het dagboek van Gerrit van der Veer, 1598.

19


20

6 Een nieuwe tijd

D

In die tijd in Midden-Amerika FEN_e2_1TH_LB_06_26.pdf

1

17-01-13

14:09

Een prachtige stad

0

2.000 4.000 km

Het rijk van de Azteken

In Europa zijn door de tijd heen steeds andere volken aan de macht gekomen. Denk maar aan de Romeinen en de Franken. In Midden-Amerika gebeurde dat ook. In de Tijd van ontdekkers en hervormers hadden de Azteken veel andere volken overwonnen in oorlogen. Weer andere volken hadden zich vrijwillig bij hen aangesloten. Hierdoor waren de Azteken in die tijd het machtigste volk in Midden-Amerika. In hun grote rijk leefden ruim vijftien miljoen mensen, bijna evenveel als in Nederland in onze tijd. Veel mensen woonden in steden, zoals de hoofdstad Tenochtitlan. Op dat moment was dat een van de grootste steden ter wereld.

bron 1

Azteekse soldaten ‘verkleden’ zich als adelaars en jaguars. Ze hoopten daardoor dezelfde krachten te krijgen als deze dieren.

Tenochtitlan was gebouwd op een eiland in een meer. Toen de bevolking groeide, was er meer ruimte nodig. De Azteken bouwden daarom huizen op palen die in het water stonden. Tussen de huizen waren grachten die gebruikt werden als ‘wegen’. Drie lange dijken verbonden de enorme eiland-stad met het vasteland. In elke dijk zat een ophaalbrug. Als vijanden naar Tenochtitlan kwamen, haalden de inwoners die op. Voedsel werd verbouwd op drijvende akkertjes die de inwoners hadden aangelegd op vlotten in het meer rondom de stad. Mest was er ook genoeg: in Tenochtitlan waren openbare wc’s. Kano’s haalden elke dag het afval op dat werd verspreid over de akkertjes. Dat poep van mensen kan dienen als mest, zou in Europa pas in de negentiende eeuw worden ontdekt.

bron 2

De Azteekse god Tlaloc. Hij was de god van de regen én de god van de vruchtbaarheid. Als Tlaloc boos werd, strafte hij met onweer of hagel.


Keuzeopdracht D

Standenmaatschappij

De Azteken hadden een standenmaatschappij. Helemaal bovenaan stond de koning of keizer. Hij werd vereerd als een god. Onder de keizer stonden de piltin, de edelen. Ze hielpen de keizer bij het bestuur. De grootste bevolkings足 groep waren de maceualtin: alle vrije mensen die niet bij de adel hoorden. Daarvan waren de meeste mensen boer, maar er waren ook ambachtslieden, zoals metaal足 bewerkers, pottenbakkers of mandenvlechters. Was een maceualtin erg dapper in een oorlog, dan kon hij piltin worden. Andersom kon ook: een edelman die niet dapper genoeg vocht, werd maceualtin. Door deze regels hadden de Azteken altijd een groot en sterk leger, want bijna iedereen wilde laten zien hoe dapper hij was. De groep die het laagst stond, bestond uit slaven. Het waren mensen die gevangen waren genomen tijdens een oorlog. Ook een Azteek kon slaaf worden, als straf omdat hij een misdaad had begaan of als hij zijn schulden niet kon betalen.

bron 3

Tempels

De Azteken hadden honderden goden. Een god ging over een natuurkracht, zoals de wind of de zon, of over een menselijke eigenschap, zoals boosheid of intelligentie. De goden werden vereerd in tempels, waar tienduizenden priesters werkten en vaak ook woonden. De priesters moesten elke paar uur bidden en ook moesten ze hun eigen bloed offeren. Daarvoor prikten ze met een scherpe doorn in hun tong.

Mensenoffers

Het offeren van bloed was erg belangrijk in de Azteekse godsdienst. Als de goden niet genoeg bloed kregen, zouden die boos kunnen worden, geloofden de Azteken. Om dat te voorkomen, offerden ze mensen. Dat gebeurde in de Grote Tempel, een gebouw van dertig meter hoog dat midden in Tenochtitlan stond. Het slachtoffer werd door priesters vastgehouden. Dan scheurde een priester met een scherp mes de borstkas open en haalde het hart eruit. Het nog kloppende hart werd op een schaal gelegd. Rampen, zoals hongersnood, waren straffen van de goden. Wanneer de Azteken te maken kregen met een ramp, probeerden ze de goden te kalmeren door extra mensenoffers te brengen. Soms werden dan tientallen mensen tegelijk geofferd.

Het centrum van Tenochtitlan, met de Grote Tempel. Op de plaats waar Tenochtitlan lag, ligt nu Mexico-Stad, de hoofdstad van Mexico. Op de plaats van de Grote Tempel staat een kathedraal. Tekening uit 1987.

21


Feniks, geschiedenis voor de onderbouw van het vmbo


Feniks vmbo/havo proefhoofdstuk