Issuu on Google+

PROEFHOOFDSTUK


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn J.H.M. Mol Drs. W.A. ’t Hart


Colofon Auteurs

Website bij deze uitgave www.vaktraject.nl.

J.H.M. Mol Drs. W.A. ’t Hart

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor primair onderwijs, algemeen voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en

Redactie

volwasseneneducatie en hoger beroepsonderwijs.

xxxxxx

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice,

Ontwerp

(088) 800 20 17.

Imago MediaBuilders, Amersfoort

ISBN xxxxxxxxxxx Eerste druk, eerste oplage

Beeldredactie en opmaak Imago MediaBuilders,

ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012

Amersfoort Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs: zie www. auteursrechtenonderwijs.nl.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde manier heeft plaatsgevonden.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Woord vooraf Beste leerling, Dit is VakTraject Nederlands 2F Leer-werkboek Zorg en Welzijn. Dit boek richt zich op niveau 2F. De opdrachten hierin zin voorbereidingen op je examen en het beroep waarvoor je leert. Als je iets meer over de niveaus wilt weten, vraag het je leraar. Opdrachten doe je alleen of in een groep van twee, drie of vier leerlingen. Deze opdracht doe je in een groepje van twee leerlingen. Deze opdracht doe je in een groepje van drie leerlingen. Deze opdracht doe je ineen groepje van vier leerlingen. Het leer- werkboek heeft vijf onderdelen. Eerst maak je enkele introductieopdrachten. Daarna werk je aan de vier domeinen. Dat zijn 1 Mondelinge taalvaardigheid, 2 Lezen, 3 Schrijven en 4 Taalverzorging. Je kunt aan meer domeinen tegelijkertijd werken. Je werkt bij elk domein ook aan woordkennis. Je maakt een woordenlijst op internet. Die lijst vul je steeds aan met nieuwe woorden. Dit icoon staat bij opdrachten waarin je werkt aan je woordkennis. Als dit icoon bij een opdracht staat, kijk je op VakTraject Nederlands Online (www.vaktraject.nl). voor meer informatie over een opdracht. Ook vind je hier de theorie en de beoordelingsformulieren. Bij deze opdrachten kijk je terug op wat je geleerd hebt. We wensen je veel succes. J.H.M. Mol Drs. W.A. ’t Hart

3


Inhoud Introductie

5

Domein 1 Mondelinge taalvaardigheid 13 1 Gesprekken 13 1.1 Telefoneren 14 1.2 Interviewtechniek 16 1.3 Gesprekken op het werk 19 1.4 Gesprekken met cliĂŤnten 22 1.5 Werkbespreking (discussiĂŤren, vergaderen, groepsprocessen)

4

26


Introductie Opdracht 1 Dit werkboek is van mij Dit werkboek is van jou. Vul het volgende formulier in.

5


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

Opdracht 2 Wie ben ik online? Hoe sta jij op het internet? Heb je jezelf wel eens gegoogeld? Wat kwam je tegen? Heb je dit ook wel eens bij afbeeldingen gedaan? Voor je iets op het internet zet, moet je hier goed over nadenken. Welke foto gebruik je? Wat vertel je over jezelf? Wat mogen anderen van jou weten? Maar ook: mag je die foto van jouw vriendin wel gebruiken? Maak met een internetprogramma een poster over jezelf. En denk na over wat je erop zet.

Opdracht 3 Dit ben jij Bestudeer de poster van opdracht 2 van een medeleerling. Vertoon die poster en houd daarbij een presentatie. Vertel wie die medeleerling volgens jou is. Na aoop mag de leerling om wie het gaat, iets toevoegen of verbeteren.

Opdracht 4 Mijn werkboek Blader in dit boek. Geef daarna antwoord op de volgende vragen.

6

1

Op welke bladzijde begint domein 2?

2

Wat oefen je in domein 2?

3

In welk domein staan de spellingopdrachten?

4

Hoe heet dit domein?

5

Welke opdrachten staan er op blz. 00?

6

In de kantlijn staat wel eens

. Wat betekent dat?

7

In de kantlijn staat wel eens

. Wat betekent dat?


Introductie

Opdracht 5 Mijn woordenlijst (Deze opdracht kun je overslaan als je vorig jaar een woordenlijst op een internetsite hebt gemaakt. Je gaat dit schooljaar wel verder met het werken aan je woordenlijst.) Maak je eigen woordenlijst op een internetsite. Je leraar vertelt hoe je dat doet.

Opdracht 6 Woorden leren Lees je woordenlijst vaak door. Zeker als je het icoon Overhoor jezelf. Ga kriskras door je lijst heen. Spreek de woorden uit. Schrijf de woorden op. Herhaal dit een aantal keren. Je docent geeft geregeld woordkennisopdrachten.

tegenkomt.

Opdracht 7 Mindmap maken Een mindmap bestaat uit trefwoorden, lijnen of pijlen. De lijnen of pijlen leggen een verband tussen de woorden. Je kunt op deze manier een spiekbriefje maken voor een spreekbeurt. ■ Je kunt op deze manier een opzet voor een schrijfopdracht maken. ■ Je kunt een tekst samenvatten met een schema. ■ Je kunt tijdens het luisteren naar een spreker je aantekeningen als een ■ schema opschrijven. Je kunt met een mindmap ideeën uitwerken. ■ Elk trefwoord kan het middelpunt zijn van weer andere trefwoorden. Een mindmap geeft de verbanden aan. Maar de volgorde waarin je de trefwoorden ‘leest’, ligt niet vast. Die kun je natuurlijk wel aangeven, als je dat wilt, met cijfers of letters. 1 Maak een mindmap als spiekbriefje voor een spreekbeurt. Kies uit de volgende onderwerpen. Hoe ziet mijn familie eruit over tien jaar? ■ Hoe belangrijk is waardering voor mij? ■ Hoe belangrijk is bezit voor mij? ■ Wat doe ik (graag) als ik werk/studeer? ■ Ik haat het als mensen …… Ik vind dat vervelend omdat …… ■

7


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

2

8

Schrijf een half A4’tje op basis van je mindmap bij 1.


Introductie

3

Maak van de tekst hieronder een mindmap. Uit elke alinea haal je ongeveer twee trefwoorden. ‘wandeling van veertig minuten’ geldt als één trefwoord in een mindmap.

- neutraal - emoties - burn-out

1

5

10

15

zonder gevoelens gevoelens ernstig overspannen

Niet energieneutraal I Voor sommige beroepen is het belangrijk dat je niet positief en niet negatief bent. Je hebt een neutrale opstelling. Want daardoor beïnvloed je het gedrag van anderen niet. En daardoor kun je in lastige situaties de onderlinge rust bewaren. II Zo’n onpartijdige houding wordt gevraagd van journalisten, maatschappelijk werkers en politieagenten. Zij willen het gedrag van anderen niet onnodig beïnvloeden. III Maar om je neutraal op te stellen moet je je eigen gevoelens onderdrukken. Dat onderdrukken kost enorm veel energie. Amerikaanse onderzoekers in Rice hebben dat bestudeerd. IV Werknemers die hun emoties verborgen (moeten) houden, hebben minder energie voor de werkzaamheden. Deze mensen hebben eerder last van burnout. Het is zwaar om je neutraal op te stellen. V Bovendien heeft zo’n neutrale houding invloed op de manier waarop anderen je zien. Ben je positief, dan zien anderen jou als positief. Maar voor neutrale mensen geldt dat niet. Neutrale mensen zijn over het algemeen niet geliefd. VI Neem nu scheidsrechters. Of leraren. Wie waardeert ze nu echt? Bron: naar Quest PSYCHOLOGIE, nr. 1-2011

9


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

4

10

Luister naar je docent. Hij leest een tekst voor. Noteer trefwoorden als geheugensteun. Werk je mindmap uit met lijnen.


Introductie

5

Maak een mindmap bij een van de volgende onderwerpen. Zet het begrip op het midden van een blad. Schrijf er vijf begrippen omheen. Bedenk bij elk van die vijf begrippen weer twee tot vijf andere woorden. De buurt waar ik woon, de club waar ik kom, de dingen die ik doe, mijn dromen, als ik premier van dit land was, mijn waardevolste bezit

11


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

12


Domein 1

Mondelinge taalvaardigheid

In dit domein ga je aan de slag met de vaardigheden spreken en luisteren.

Wat is mondelinge taalvaardigheid? Een gesprek gaat vanzelf. Je zegt iets tegen iemand en er volgt gewoon een gesprek. Je luistert en reageert. Horen doe je veel, maar luister je wel goed? Begrijp je wat iemand wil zeggen? Een presentatie geven is anders dan een gesprek. Presenteren is communicatie in ĂŠĂŠn richting. Een presentatie geven is moeilijker. Je moet alles zelf bedenken. Je kunt niet reageren op wat iemand anders zegt. Als houvast kun je een spreekschema of spiekbriefje gebruiken. Spreek verstaanbaar en rustig. Met audiovisuele middelen kun je iets laten zien of iets laten horen. Dat maakt je presentatie duidelijker. Op VakTraject Nederlands Online vind je observatieformulieren. Die kun je gebruiken voor twee doelen: 1 als je jezelf voorbereidt op een mondelinge opdracht; 2 als je andere leerlingen observeert.

1 Gesprekken Gesprekken voeren doe je met anderen. Dit hoofdstuk gaat over telefoneren, interviewen en gesprekken die met je werk te maken hebben.

13


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

1.1

Telefoneren

Opdracht 8 Telefoongesprek observeren Je observeert het gesprek van de opdrachten 51 tot en met 57. Gebruik hiervoor het formulier op VakTraject Nederlands Online. Je docent vraagt enkele leerlingen hun observatie te presenteren.

Opdracht 9 Bestelling verbandtrommel Je werkt bij Drogist De Gaper. Je behandelt alle telefoongesprekken, dus ook telefonische bestellingen van klanten. Uitsluitend bestellingen boven de € 40 worden thuisbezorgd. Je docent wijst een opbeller aan. Die krijgt een situatiebeschrijving.

Opdracht 10 Binnenkomende telefoongesprekken Je werkt bij Informatiecentrum Wijkgerichte Zorg en Welzijn. Je behandelt alle binnenkomende telefoongesprekken. Iemand belt. a Hij wil algemene informatie. b Hij wil een gesprek met de directeur. c Hij wil een gesprek met de directeur. Van de directeur weet jij dat hij ‘s ochtends vergadert en ‘s middags gesprekken voert met sollicitanten, en dus niet gestoord wil worden. d Hij wil foldermateriaal ontvangen. e Hij wil foldermateriaal, dat op is. f Hij wil een gesprek met het hoofd van de afdeling Gastouderopvang, die vandaag niet op het centrum is. Je docent wijst enkele opbellers aan. Ze krijgen een opdracht. De andere leerlingen observeren.

Opdracht 11 Zorgloket Eindhoven Je werkt bij het zorgloket in Eindhoven. Je kunt mensen informeren over hulp bij het huishouden, wonen voor mensen met een beperking, verplaatsen en vervoeren van mensen met een beperking, gehandicaptenparkeerplaatsen, gehandicaptenparkeerkaarten en voorrang bij huisvesting. Je kent de aanvraagprocedures. Als de vragensteller het wil, stuur je hem schriftelijke informatie (folders).

14


Mondelinge taalvaardigheid

Domein 1

Je docent wijst een opbeller aan. Die krijgt situatiebeschrijving 53A.

Opdracht 12 Stichting Welzijn Nijmegen Je werkt bij Stichting Welzijn in Eindhoven. Je kunt mensen informeren over ouderenwerk, jongerenwerk, opbouwwerk, kinderwerk en stimulering vrijwilligerswerk. Je kent de aanvraagprocedures. Als de vragensteller het wil, stuur je hem schriftelijke informatie (folders).

Domein 1

Je docent wijst een opbeller aan. Die krijgt situatiebeschrijving 54A.

Opdracht 13 Chill Out Je werkt bij Chill Out, een jongerencentrum. Je organiseert activiteiten en staat jongeren te woord. Je docent wijst een opbeller aan. Die krijgt situatiebeschrijving 55A.

Opdracht 14 Ouderen Je werkt als ouderenadviseur. Mensen kunnen formulieren voor het aanvragen van huurtoeslag, een maaltijdvoorziening, een gehandicaptenparkeerplaats of vervoersvoorzieningen laten invullen. Je docent wijst een opbeller aan. Die krijgt een situatiebeschrijving 56A.

Opdracht 15 Jagtlust Je werkt bij Zorghotel Residentie Jagtlust. Je noteert de reserveringen en geeft zo nodig informatie. Je docent wijst enkele opbellers aan. Ze krijgen een van de situatiebeschrijvingen 57A-57C.

Opdracht 16 Test je kennis 1

Wat noteer je als je tijdens en na een telefoongesprek?

2

Wat doe je als het gesprek voor iemand anders is?

15


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

3

1.2

Wie verbreekt het gesprek?

Interviewtechniek

Opdracht 17 Mindmap 1

2

Maak op een apart vel papier een mindmap rond het trefwoord interviewtechniek. Gebruik de volgende trefwoorden. uitdrukking, luisteren, gebaren, stemgebruik, open vraag, gesloten vraag, hoofdvraag, vervolgvraag, concretiseren, stilte, echovraag, suggestieve vraag, samenvatting, onderbreek niet Vertel aan elkaar of de groep wat je weet over interviewen.

Opdracht 18 Vraag het elkaar 1 2 3

Stel een vraag aan degene die naast je zit. Hij geeft een antwoord. Leerling drie zegt wat voor soort vraag je hebt gesteld. De leerling van b stelt een vraag aan de leerling van c.

Opdracht 19 Vraagsoorten Geef aan wat voor soort vraag het is.

16

1

Wat vindt u van de euro?

2

‌ (Zwijgen)

3

U rijdt toch zeker wel al elektrisch?

4

U rijdt niet elektrisch?


Mondelinge taalvaardigheid

Wat bedoelt u met ‘te duur’?

6

Rijdt u veel?

7

U gaat toch zeker met de fiets als het mooi weer is?

8

Hoe vaak bezoekt u uw ouders in het bejaardentehuis?

9

Wat vindt u van de bejaardenzorg?

Domein 1

5

Domein 1

10 Wat bedoelt u met ‘verschrikkelijk’?

Opdracht 20 Alledaagse onderwerpen Interview elkaar een minuut. Kies uit: het weer, hobby’s, uitgaan, familie of huisdieren. Noteer trefwoorden.

Opdracht 21 Werk en studie 1

2 3

Interview elkaar vijf minuten. De geïnterviewde kiest het onderwerp waarover hij geïnterviewd wil worden. Kies uit: stage-instellingen, vakantiewerk, doorstuderen, problemen/oplossingen, toekomstplannen. Bereid eerst enkele vragen voor. Maak tijdens het interview notities in trefwoorden. Vertel in een presentatie van een minuut wat je hebt gesproken.

17


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

Opdracht 22 Over het werk 1

2

Interview iemand die het werk doet, waarvoor jullie een opleiding volgen. Bereid de vragen voor, maak een afspraak, verdeel de rollen, neem het interview af. Vertel in een presentatie van vijf minuten wat je hebt gesproken. Verdeel onderling de spreektijd.

Opdracht 23 Maatschappelijke onderwerpen 1 2

3

4

Interview iemand over een maatschappelijk onderwerp. Bereid de vragen voor, maak een afspraak, verdeel de rollen, neem het interview af. Vertel in een presentatie van vijf minuten wat je hebt gesproken. Verdeel onderling de spreektijd. In de Nederlandse samenleving leven vele culturen met elkaar. Bij vele beroepen houd je rekening met de cultuurverschillen van je cliĂŤnten. Interview iemand die in zijn dagelijks leven rekening houdt met de cultuur van zijn klanten/cliĂŤnten. Bereid de vragen voor, maak een afspraak, verdeel de rollen, neem het interview af. Vertel in een presentatie van vijf minuten wat je hebt gesproken. Verdeel onderling de spreektijd.

Opdracht 24 Test je kennis 1

18

Noem vier vraagsoorten.


Mondelinge taalvaardigheid

2

Domein 1

Je bent iemand aan het interviewen. Hij heeft geantwoord op je vorige vraag. Nu wacht hij op jouw volgende vraag. Als je blijft zwijgen, wat gebeurt er dan?

Domein 1

Opdracht 25 Test je woordenschat Je docent vertelt je op welke manier je je woordenschat test.

1.3

Gesprekken op het werk

Opdracht 26 OriĂŤntatie solliciteren Zoek twee verschillende personeelsadvertenties in de krant. 1

Geef in trefwoorden aan welke functie-eisen er worden gesteld.

2

Beschrijf in trefwoorden hoe je elke functie-eis behandelt in je brief.

3

Tijdens het sollicitatiegesprek laat je merken dat je aan die eisen voldoet. Beschrijf in trefwoorden hoe?

Opdracht 27 Sollicitatiegesprek Bereid je voor op het sollicitatiegesprek naar aanleiding van opdracht 68. Je docent wijst een medeleerling aan. Die is gespreksleider. Je docent doet mee als derde persoon. Het gesprek duurt ongeveer tien minuten.

19


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

Opdracht 28 Sollicitatiegesprek observeren Je observeert het gesprek van opdracht 69. Gebruik hiervoor het formulier op VakTraject Nederlands Online. Je docent geeft aan wie je observeert: de sollicitant of de bedrijfsfunctionaris.

Opdracht 29 In de instelling Je kent de instelling en de mensen goed. Je introduceert een stagiair bij jouw instelling. In welke stappen doe je dat en met wie laat je hem kennismaken? Noteer trefwoorden en maak op een apart vel papier een scehma.

Opdracht 30 Introductiegesprek observeren Je observeert de gesprekken van opdracht 71. Gebruik hiervoor het formulier op VakTraject Nederlands Online. Presenteer je observatie voor de groep.

Opdracht 31 Instructiegesprek voorbereiden

20

1

Noteer het werk of een deel van het werk dat jij doet, in vier stappen.

2

Noteer bij elke stap twee aandachtspunten.


Mondelinge taalvaardigheid

3

Domein 1

Werk de benodigdheden bij elke stap uit.

Domein 1

Opdracht 32 Instructiegesprek uitvoeren Voer de instructie die je hebt voorbereid in opdracht 73 uit.

Opdracht 33 Instructiegesprek observeren Je observeert de instructies van andere leerlingen van opdracht 74. Gebruik hiervoor het formulier op VakTraject Nederlands Online. Je docent vraagt enkele leerlingen voor de groep een instructie te bespreken.

Opdracht 34 Test je kennis 1

Je schrijft een sollicitatiebrief. Wat staat er in een cv?

2

Je bereidt je voor op een sollicitatiegesprek. Bij welk gespreksonderwerp zul je vooral veel gaan vertellen? Wat ga je vertellen?

3

Je wordt op je nieuwe werk ge誰ntroduceerd. Hoe gaat dat?

21


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

4

Je wordt in stappen ingewerkt. Hoe gaat dat?

Opdracht 35 Test je woordenschat Je docent vertelt je op welke manier je je woordenschat test.

1.4

Gesprekken met cliĂŤnten

Opdracht 36 Baliegesprek observeren Tijdens de gesprekken van opdrachten 80, 81 en 82 maak je aantekeningen. Gebruik het formulier op VakTraject Nederlands Online.

Opdracht 37 Observatie presenteren Je docent vraagt enkele leerlingen hun observaties van opdracht 78 hierboven te presenteren.

Opdracht 38 Sportschool 1 1

2 3 4

Zoek informatie bij een sportschool over: abonnementsprijzen, lesprogramma/weekrooster, andere zaken zoals sauna, clinics of fysiotherapie. Zorg voor een inschrijfformulier. Bedenk drie bezoeksituaties. Speel de drie situaties aan de balie na.

Opdracht 39 Sportschool 2 Je werkt bij de sportschool van opdracht 80. Bereid je voor op het informeren van bezoekers. Je docent wijst enkele bezoekers uit de klas aan. Ze bedenken een eigen vraag waarmee ze aan de balie verschijnen.

22


Mondelinge taalvaardigheid

Domein 1

Opdracht 40 Intake Je werkt bij een welzijnsinstelling. Een cliënt komt voor een intakegesprek. Je docent wijst bezoekers aan. Ze krijgen een van de situatiebeschrijvingen 82A tot en met 82D.

Opdracht 41 Intake-, amnamnese- of triagegesprek

Domein 1

Bereid een intakegesprek, een anamnesegesprek en/of een triagegesprek voor. Zie de situaties bij 1, 2 en 3. Bij het triagegesprek heeft de cliënt verschijnselen van bewusteloosheid. Welke vragen ga je stellen? Maak gebruik van de formulieren die in je bpvinstelling gebruikt worden. 1 Je werkt bij een zorginstelling. Een cliënt komt voor een intakegesprek. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 83A. 2 Je werkt in een ziekenhuis. Een cliënt komt voor een anamnesegesprek. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 83B. 3

Je werkt in een ziekenhuis bij de spoedeisende hulp. Bereid je voor op een triagegesprek. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 83C.

Opdracht 42 Begeleidingsgesprek zorg Bereid een begeleidingsgesprek voor. Zie de situaties bij 1, 2 en 3. Welke vragen ga je stellen? Maak gebruik van de formulieren die in je bpvinstelling gebruikt worden.

23


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

1

2

3

Je werkt bij een kraamzorginstelling. Je bezoekt een cliënt voor een begeleidingsgesprek. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 84A. Je werkt bij een gezondheidscentrum. Een cliënt komt voor een begeleidingsgesprek om van het roken af te komen. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 84B. Je werkt in een apotheek. Je hebt je, samen met een collega, opgegeven voor de begeleiding van osteoporosepatiënten. Een patiënt bezoekt de apotheek voor een begeleidingsgesprek. Je docent wijst een bezoeker aan. Die krijgt situatiebeschrijving 84C.

Opdracht 43 Begeleidingsgesprek welzijn Je werkt bij een welzijnsinstelling. Een cliënt komt voor een begeleidingsgesprek. Je docent wijst bezoekers aan. Zij krijgen een van de situatiebeschrijvingen 85A tot en met 85D.

Opdracht 44 Familiegesprek zorg Je werkt als ziekenverzorgende in een verpleeghuis. Een familielid komt met een vraag. Je docent wijst bezoekers aan. Zij krijgen een van de situatiebeschrijvingen 86A tot en met 86E.

Opdracht 45 Klachtengesprek observeren Tijdens de gesprekken van opdrachten 84, 85 en 86 maak je aantekeningen. Gebruik het formulier op VakTraject Nederlands Online.

24


Mondelinge taalvaardigheid

Domein 1

Opdracht 46 Observatie presenteren Je docent vraagt enkele leerlingen hun observaties van opdracht 87 te presenteren.

Opdracht 47 Sportschool 3 Je werkt bij de sportschool van opdracht 80. Bereid je voor op een klachtengesprek met bezoekers.

Domein 1

Je docent wijst enkele bezoekers uit de klas aan. Ze krijgen een van de situaties 89A tot en met 89G.

Opdracht 48 Basisschool Je werkt op een basisschool. Een ouder komt met een klacht. Je docent wijst ouders aan. Ze krijgen een van de situaties 90A of 90B.

Opdracht 49 Activiteitencentrum Je werkt in een activiteitencentrum als sociaal-cultureel werker. Een cliënt komt binnen met een kwartetspel dat hij bij jou heeft gekocht. Je docent wijst de cliënt aan. Die krijgt situatiebeschrijving 91A.

Opdracht 50 Apotheek Je werkt bij de apotheek. Een boze cliënt komt binnen. Je docent wijst de cliënt aan. Die krijgt situatiebeschrijving 92A.

Opdracht 51 Huisartspraktijk Je werkt als assistente in een huisartsenpraktijk. Een cliënt komt met een klacht. Je docent wijst enkele cliënten aan. Zij krijgen een van de situatiebeschrijvingen 93A of 93B.

Opdracht 52 Test je kennis 1

Hoe begin je een baliegesprek?

25


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

2

‘Om de cliënt te helpen heb jij bepaalde gegevens van hem nodig.’ Welke gegevens bijvoorbeeld?

3

‘Toon begrip voor een klacht.’ Wat wordt daarmee bedoeld?

4

Welke vragen stel je bij een klacht?

Opdracht 53 Test je woordenschat Je docent vertelt je op welke manier je je woordenschat test.

1.5

Werkbespreking (discussiëren, vergaderen, groepsprocessen)

Opdracht 54 Meningen Geef van de onderstreepte mededelingen aan of ze een feit of een mening zijn. Tienduizenden huishoudens zonder stroom! Ooievaar Zwartsluis veroorzaakt grote stroomstoring De brandweerposten van Hasselt en Genemuiden kregen zondagmiddag een brandalarm. Aan De Velde in Zwartsluis zou een woningbrand zijn. Zij kregen een melding omdat de brandweer van Zwartsluis al onderweg was naar een ander incident, een automatisch rookdetectie bij gemaal Zedemuiden.

26


Mondelinge taalvaardigheid

Domein 1

Er is voor deze situaties een kazernevolgordetabel (KVT). De Meldkamer Oost Nederland alarmeerde volgens de tabel daarom brandweerpost van Hasselt en Genemuiden.

Domein 1

Het was druk op de meldkamer. Daardoor werd pas vlak voor aankomst duidelijk dat het niet ging om een woning maar een stroomverdeelstation. Dat was voor de bevelvoerder even een schakelmoment en het incident vroeg om een ander plan van aanpak. Bij aankomst was het vuur inmiddels gedoofd. Wel was er kortsluiting geweest in de transformator met een grote steekvlam als gevolg. De oorzaak was al snel duidelijk. Boven het verdeelstation bevindt zich een ooievaarsnest. Waarschijnlijk tijdens een gevecht om het nest te beschermen was een ooievaar in de transformator terecht gekomen. Tenminste: het beest liep versuft rond binnen de hekken van het station en had ernstige brandwonden. Een ink deel van zijn vleugelveren was weggebrand. De gewonde ooievaar werd door manschappen van Zwartsluis gevangen. Die hadden inmiddels het incident bij het gemaal afgerond. De ooievaar werd door de dierenambulance overgebracht naar een opvangcentrum in De Wijk. Door de kortsluiting kwamen zo’n 60.000 huishoudens zonder stroom te zitten. Al met al heeft de stroomstoring een uur geduurd. [Bron: Zwartewaterkrant.nl, 18 april 2011]

Opdracht 55 Werkoverleg Je bespreekt met je begeleider de werkzaamheden die je hebt uitgevoerd. Je vertelt en reageert op vragen. Ook bespreek je samen wat je vervolgens gaat doen.

Opdracht 56 Werkoverleg observeren Je hebt iemand geobserveerd die het woord voerde bij opdracht 97 en 99. Je hebt een observatieformulier spreken ingevuld. Dat presenteer je. Gebruik het formulier op VakTraject Nederlands Online.

27


VakTraject Nederlands Leer-werkboek 2F Zorg en Welzijn

Opdracht 57 Werkoverleg sector Je bespreekt met je begeleider de werkzaamheden die je hebt uitgevoerd. Je vertelt en reageert op vragen. Ook bespreek je samen wat je vervolgens gaat doen. Casus voor der sectoren.

28


Proefhoofdstuk VakTraject Nederlands zorg en welzijn