Page 1

Voorbeeld van VensterNederlands

Startscherm van de methodestartpagina van Op niveau

Vernieuwde ICT bij Op niveau Via de methodestartpagina van Op niveau heeft u vanaf één plek toegang tot alle ondersteunende digitale leermiddelen, zoals: de unieke, adaptieve oefenmodule: uw leerlingen kunnen eenvoudig oefenen op maat; een uitgebreid overzicht van oefenresultaten: volg uw leerlingen individueel en klassikaal; actueel lesmateriaal met extra oefenopdrachten in VensterNederlands; digiboeken voor het digitaal lesgeven; uitgebreid toetsmateriaal, waaronder toetsen in Wintoets; Alles over Taal lesbrieven: inhoudelijke lesbrieven, ook voor literatuur.

Arrangement Eénboeksarrangement: Verwerkings- & Informatieboek Havo

Vwo

Op niveau 4/5 havo Leerlingboek

Op niveau 4 vwo Leerlingboek

Hoe krijgt u de leerling van nu Op niveau?

Op niveau 5/6 vwo Leerlingboek Tweeboeksarrangement Havo

Vwo

Op niveau 4/5/6 havo/vwo Informatieboek

Op niveau 4/5/6 havo/vwo Informatieboek

Op niveau 4/5 havo Verwerkingsboek

Op niveau 4 vwo Verwerkingsboek Op niveau 5/6 vwo Verwerkingsboek

Bijbehorende ICT: Op niveau methodestartpagina U kunt kiezen uit twee docentlicenties en drie leerlinglicenties. Voor de inhoud van de licenties zie www.opniveau-online.nl.

Meer weten over Op nivea u? Op www.opn iveau-online. nl vraagt u gehe el vrijblijvend ee n beoordelingsex emplaar aan. U kunt ook be llen met onze Klantenservic e 088 – 800 20 15 of mailen naar vo @thiememeule nhoff.nl.

www.opniveau-online.nl


Zo krijgt u de leerling van nu Op niveau!

Spreken, kijken en luisteren

Verwerkingsboek 4/5 havo

OP NIVEAU

Verwerkingsboek 4 vwo

Verwerkingsboek 5/6 vwo

vierde editie

www.opniveau-online.nl

A

Teksten indelen [1] Tekstdoelen, tekstsoorten en tekstvormen [2] Subjectieve en objectieve teksten [3] Formele en informele teksten

Op niveau doorwerken via de ‘vaardighedenroute’

Woordenschat schrijfdoel en briefsoort – Schrijven opbouw zakelijke brief – zakelijke e-mail – ingezonden brief – klachtenbrief – sollicitatiebrief met cv M26; M28; M33; M43; M44; M48-M52

doorvragen, actief luisteren Spreken, kijken en luisteren – zakelijk gesprek – lichaamstaal bij gesprek – sollicitatiegesprek – onderhandelings- of toelatingsgesprek M1-M3; M5-M9; M14; M16; M28; M32; M33; M35

Taalverzorging en taalbeschouwing (1)

2

Spelling en interpunctie werkwoordspelling – samenstelling – aaneenschrijven – interpunctie M51; M53-M55

Formuleren verkeerd woordgebruik – afkorting – stijlfouten – ambiguïteit M50; M51

Taalbeschouwing samenstelling – afleiding – synoniemen, antoniemen en homoniemen M50; M53

Informeren en uiteenzetten

3

woorden uit de media M7; M24; M28; M50

3

tekstverbanden en signaalwoorden – tekstsoort en tekstvorm – functiewoord – alinea en kernzin – publiekgerichtheid – beeld – samenvatten M26-M29; M32-M35

beeldkeuze – instructie – informatie zoeken, selecteren en verwerken – hoofd- en substructuur – onderwerp, hoofdgedachte en deelonderwerp M28; M29; M36; M42; M45; M47-M49; M51; M52

hoofd- en substructuur – aantekeningen maken – spreekplan – feit en mening – instructie geven – presentatie houden M3; M8; M9; M11-M17; M19-M23; M25; M44

betoog – activerende tekst – opbouw alinea – standpunt en argument – soorten argumenten – tekststructuur M26-M28; M30; M32-M34; M36

reclametekst met beeld – betrouwbaarheid – standpunt en argument – soorten argumenten – tekststructuur – schrijfplan M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

discussie en lichaamstaal – standpunt en argument – betogen – vergaderen en notuleren – hoofd- en substructuur M1-M6; M9; M11; M12-M21; M23; M44

Betogen en activeren

4

betekenis afleiden – woorden rond betogen M7; M24; M30; M50

4 Taalverzorging en taalbeschouwing (2)

5

Spelling en interpunctie hoofdletter of kleine letter – meervoudsvormen – apostrof – trema – liggend 5 streepje – verkleinwoord M51; M53-M55

Formuleren fouten in zinsbouw – verwijswoord – tekst herschrijven M50; M51

Taalbeschouwing etymologie – leenwoord – Griekse en Latijnse elementen – neologisme – taalverandering M28; M30; M36; M42; M45; M47-M49; M52; M53

Betogen, beschouwen en amuseren

6

betekenis afleiden – woorden bij tekstdoel – woorden die worden verward M7;6M24; M34; M48; M49; M50

tekststructuren – beschouwing – opbouw redenering – argumentatie – bijzonder taalgebruik M26-M28; M30; M32-M34; M36

pictogram en cartoon – documentatiemap – column en weblog – beschouwing – hoofd- en subargument – bijzonder taalgebruik M28-M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

argumenten vergelijken – beschouwing – oproep – stijlmiddelen M1; M3; M6-M9; M13-M17; M19-M25

invloed beeld – opbouw redenering – argumentatieschema – tegenargument – drogreden – beeldspraak M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

argument en tegenargument – argumentatieschema – drogreden – debat – discussie M1-M10; M13-15; M17; M19-M25

Argumenteren

7

woorden rond 7 argumenteren – woorden die worden verward M7; M24; M30; M50

Taalverzorging en taalbeschouwing (3) 8 Spelling en interpunctie 8

vraagtechniek – argumentatieschema – tegenargument – drogreden – retoriek – stijlmiddelen M26-M28; M30; M32-M34; M36

afkortingen en letterwoorden – getallen en cijfers – klemtoon en uitspraaktekens – woorden als alle(n) – bijvoeglijke naamwoorden M51; M53-M55

Schematiseren en structureren 9 woorden uit examenvragen 9

en -teksten M7; M24; M28; M30; M50

Formuleren stijlfouten – stijlverbetering M50; M51

10

woorden uit examenvragen en -teksten M7; M24; M28; M30; M50

Taalbeschouwing Standaardnederlands – dialect – groepstaal – taalregister M28; M30; M36; M42; M45; M47; M49; M51-M53

tekststructuur – argumenteren – samenvatten M26-M28; M30; M32-M35

promotiemateriaal – informatie in beeld – enquête – onderzoeksrapport – essay M17; M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

publiekgerichtheid – interview – presentatie en discussie M1-M3; M5; M9; M14; M17; M19-M21; M23

teksten met examenvragen – geleide samenvatting – voorbeeldexamen Lezen M26-M28; M30; M32-M35

onderwerp afbakenen – hoofd- en deelvragen – gedocumenteerde tekst – betoog of beschouwing M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

presenteren – discussiëren of debatteren M1; M2; M4-M9; M17; M19-M25

10 Examen doen

[50] Beeld

[9] Presentatie afstemmen op publiek

[6] Inhoud afstemmen op publiek

[15-21] Tekststructuren

[134] Onderwerp, onderzoeksvragen en hoofd-

[11-14] Hoofdstructuur van een tekst

[64] Adviesgesprek

[22] Functies van tekstgedeelten

[15] Tekststructuren

[142] Interview afnemen

[25-26] Alineaverbanden en signaalwoorden

[135] Brainstormen en vaste vragen stellen

[22] Functies van tekstgedeelten

[143] Interview uitwerken

[32] Uiteenzetting

[138] Informatie beoordelen

[53] Tips bij een presentatie

[144] Interview beoordelen

Tekst en beeld Opdracht 9

Test je kennis van de theorie [50]

1 Wat is een infographic? 2 Wat is het verschil tussen de tekst in een infographic en een bij- of onderschrift? 3 Is het noodzakelijk om bij een infographic een verklarende tekst te schrijven? 4 Is een infographic hetzelfde als een technische tekening?

[141] Vraagtechnieken

Opdracht 20 Tekst je kennis van de theorie 1 Het taalgebruik van een presentatie moet je aan­ passen aan je publiek. Welke drie aspecten spelen hierbij een rol? [4] [5]

[8]

2 Hoe kun je in een betogende en beschouwende presentatie de betrouwbaarheid van je tekst ver­ hogen? [6] 3 Waarom is het handig om een tekststructuur te gebruiken voor een presentatie? [15] 4 In een beschouwende presentatie belicht je een onderwerp van verschillende kanten. Noem drie alineafuncties die je vaak in een beschouwing tegenkomt. [22] 5 a Er zijn verschillende manieren om de inleiding van een presentatie boeiend te maken. Welke manier zou je kiezen bij: • een presentatie voor het personeel van een organisatie om de financiële tekorten uit­ een te zetten? • een speech bij het jubileumfeest van de school? b Motiveer je keuzes.

6 Op welk manieren kun je een presentatie afslui­ ten? 7 Goed of fout? Een interview is altijd mondeling. Licht je antwoord toe. 8 Geef een algemene manier waarmee je kunt doorvragen op een onderwerp tijdens een inter­ view. [141]

Opdracht 10 Tekst bij infographic schrijven 1 Bekijk afbeelding 1. Noteer het onderwerp en de hoofdgedachte van de infographic. 2 Hoe is deze hoofdgedachte verbeeld?

Interview en discussie De volgende opdrachten kunnen goed in drietallen worden gemaakt. Opdracht 21 Een interview maken Een groep docenten van jouw school is op het idee gekomen om voor de leerlingen in alle leerjaren de ‘braintraining’ van doctor Kawashima (zie tekst 3) verplicht te stellen. Ze denken op die manier het geheugen van hun leerlingen te versterken, wat de leerresultaten ten goede zou komen. De leerlingenraad moet een advies geven over het

210

en deelvragen

3 Beschrijf in een informatieve tekst van 150 à 200 woorden de informatie die in de infographic is weergegeven. • Zorg ervoor dat de informatie in een logische volgorde staat en dat de lezer deze begrijpt. • Houd je aan de regels voor spelling, interpunctie en formuleren. Opdracht 11 Infographic maken bij schriftelijke informatie [49] 1 Lees tekst 4. 2 Maak van de informatie uit deze tekst een infographic. • Bedenk en noteer welke informatie je wilt geven en wat de centrale vraag hierbij is. • Zet de informatie in een logische volgorde. • Bedenk, zoek of maak geschikt beeld. 3 Maak de infographic. Zorg ervoor dat • de noodzakelijke informatie klopt; • het geheel duidelijk en aantrekkelijk is. 4 Noteer een titel die het onderwerp duidelijk maakt. 5 Beoordeel de infographic van een medeleerling en let op: • de duidelijkheid en begrijpelijkheid van de informatie. • de aantrekkelijkheid van de afbeelding en vormgeving. 6 Bespreek het commentaar met elkaar.

Afbeelding 1

98

BOEK-9006110036.indb 98

Inhoud

functie-eisen – beroepen 1 – formele taal M6; M7; M23; M24; M28; M50

woorden uit de media M7; M24; M28; M50

3

betekenis afleiden – woorden rond betogen M7; M24; M30; M50

woorden rond 7 argumenteren – woorden die worden verward M7; M24; M30; M50

woorden uit examenvragen en -teksten M7; M24; M28; M30; M50

4

9

woorden uit examenvragen en -teksten M7; M24; M28; M30; M50

10

1

tekstverbanden en signaalwoorden – tekstsoort en tekstvorm – functiewoord – alinea en kernzin – publiekgerichtheid – beeld – samenvatten M26-M29; M32-M35

3

4 betoog – activerende tekst – opbouw alinea – standpunt en argument – soorten argumenten – tekststructuur M26-M28; M30; M32-M34; M36

tekststructuur – argumenteren – samenvatten M26-M28; M30; M32-M35

9

teksten met examen10 vragen – geleide samenvatting – voorbeeldexamen Lezen M26-M28; M30; M32-M35

3

4

betekenis afleiden – 6 woorden bij tekstdoel – woorden die worden verward M7; M24; M34; M48; M49; M50

Lezen hoofdstructuur – functies inleiding en slot – objectief, subjectief – hoofdgedachte – publiekgerichtheid M26-M34

vraagtechniek – 7 argumentatieschema – tegenargument – drogreden – retoriek – stijlmiddelen M26-M28; M30; M32-M34; M36

6 tekststructuren – beschouwing – opbouw redenering – argumentatie – bijzonder taalgebruik M26-M28; M30; M32-M34; M36

schrijfdoel en briefsoort – opbouw zakelijke brief – zakelijke e-mail – ingezonden brief – klachtenbrief – sollicitatiebrief met cv M26; M28; M33; M43; M44; M48-M52

7 invloed beeld – opbouw redenering – argumentatieschema – tegenargument – drogreden – beeldspraak M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

beeldkeuze – instructie – informatie zoeken, selecteren en verwerken – hoofd- en substructuur – onderwerp, hoofdgedachte en deelonderwerp M28; M29; M36; M42; M45; M47-M49; M51; M52

reclametekst met beeld – betrouwbaarheid – standpunt en argument – soorten argumenten – tekststructuur – schrijfplan M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

9 promotiemateriaal – informatie in beeld – enquête – onderzoeksrapport – essay M17; M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

10 onderwerp afbakenen – hoofd- en deelvragen – gedocumenteerde tekst – betoog of beschouwing M28; M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

pictogram en cartoon – documentatiemap – column en weblog – beschouwing – hoofd- en subargument – bijzonder taalgebruik M28-M30; M36; M42; M44; M45; M47-M52

C [10] [11] [12] [13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [21] [22] [23]

Overzicht publiekgerichtheid Publiek in kaart brengen Inhoud afstemmen op publiek Tekstvorm afstemmen op publiek Taalgebruik afstemmen op publiek Presentatie afstemmen op publiek

Structureren Hoofdstructuur Onderwerp en hoofdgedachte Hoofdstructuur: drie delen De inleiding Het middenstuk Het slot Tekststructuren Voordelen-en-nadelenstructuur Vroeger-en-nu-structuur en vroeger-nutoekomststructuur Probleem-en-oplossingstructuur Verschijnsel-en-verklaringstructuur Bewering-en-argumentstructuur Verschijnsel-en-besprekingstructuur Functies van tekstgedeelten Titel en tussenkopjes

4 discussie en lichaamstaal – standpunt en argument – betogen – vergaderen en notuleren – hoofd- en substructuur M1-M6; M9; M11; M12-M21; M23; M44

argument en tegenargument – argumentatieschema – drogreden – debat – discussie M1-M10; M13-15; M17; M19-M25

9 publiekgerichtheid – interview – presentatie en discussie M1-M3; M5; M9; M14; M17; M19-M21; M23

presenteren – discussiëren of debatteren M1; M2; M4-M9; M17; M19-M25

7

22 23 25 27 27 28 28 29 30 31 31 32 32 34

35 36 36

F 40 41 41 42 43 45

Betogende teksten [33] Betoog [34] Recensie

47 48

Beschouwende teksten [35] Beschouwing en essay

50

Activerende teksten [36] Advertentie en advertorial [37] Folder, flyer, brochure en pamflet [38] Oproep

52 53 53

[39] [40] [41] [42] [43] [44] [45] [46] [47]

E [48] [49] [50] [51] [52]

Zakelijke brief Zakelijke brief Brief of e-mail? Opbouw van een zakelijke brief Formele indeling van een zakelijke brief Sollicitatiebrief Curriculum vitae (cv) Ingezonden brief Klachtenbrief Beoordeling zakelijke brief

53 54 55 56 57 60 62 62 64

[53] [54] [55] [56] [57] [58] [59] [60] [61] [62] [63] [64] [65] [66]

G [67] [68] [69] [70] [71] [72] [73] [74] [75] [76] [77]

Presenteren en gesprek voeren Tips bij een presentatie Spreekplan Hulpmiddelen bij een presentatie Stemgebruik en non-verbale communicatie Luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen Interactie Beoordelen presentatie Commentaar geven en krijgen Zakelijke gesprekken Klachtengesprek Probleemoplossend gesprek Adviesgesprek Sollicitatiegesprek STAR-methode in een sollicitatiegesprek

I 73 75 76 76 77 77 78 79 80 80 82 82 82 83

84 85 86 88 89 89 90 91 91 93 94

Teksten schrijven Voorbereiding en schrijfplan Vormgeving Beeld Beoordelen en herschrijven schrijfproduct Schrijfdossier en taalportfolio

65 67 68 71 72

H [78] [79] [80] [81] [82] [83] [84] [85] [86]

J

[91] [92] [93] [94]

Debatstelling Debatvragen Opbouw en beoordeling debat Verslag van debat

Discussiëren Gesprekstechnieken 95 Keuze discussieonderwerp 96 Meningvormende discussie 97 Probleemoplossende discussie 97 Forumdiscussie 97 Vergadering en overleg 99 Beoordeling forumdiscussie en vergadering 100 Notuleren 101 Discussieverslag 101

6 argumenten vergelijken – beschouwing – oproep – stijlmiddelen M1; M3; M6-M9; M13-M17; M19-M25

Onjuiste woordkeus [96] Verkeerd woord [97] Contaminatie [98] Vakterm, abstract of vaag woord (containerwoord) [99] Vreemd woord, barbarisme [100] Modewoord of -uitdrukking, neologisme en archaïsme, plat of grof woord Stijlfouten [101] Storende woordherhaling, foutieve tautologie, foutief pleonasme, dubbele ontkenning [102] Niet-bedoelde dubbelzinnigheid en ambiguïteit [103] Storend figuurlijk taalgebruik [104] Overdrijving Fouten in zinsbouw Woorden op de verkeerde plaats Woord(en) te weinig; telegramstijl Congruentiefout Gebruik van de lijdende vorm Te weinig afwisseling in zinsbouw en zinslengte; te lange zinnen [110] Tangconstructie [111] Verkeerd aansluitende beknopte bijzin (foutief beknopte bijzin)

[105] [106] [107] [108] [109]

9006110005_boek.indb 5

Voorbeeld van enkele onderdelen uit het Informatieboek

Spelling en interpunctie werkwoordspelling – samenstelling – aaneenschrijven – interpunctie M51; M53-M55

2

hoofdletter of kleine letter – meervoudsvormen – apostrof – trema – liggend streepje – verkleinwoord M51; M53-M55

5

afkortingen en letterwoorden – getallen en cijfers – klemtoon en uitspraaktekens – woorden als alle(n) – bijvoeglijke naamwoorden M51; M53-M55

8

verkeerd woordgebruik – afkorting – stijlfouten – ambiguïteit M50; M51

2

fouten in zinsbouw – verwijswoord – tekst herschrijven M50; M51

5

stijlfouten – stijlverbetering M50; M51

8

Taalbeschouwing samenstelling – afleiding – 2 synoniemen, antoniemen en homoniemen M50; M53

etymologie – leenwoord – Griekse en Latijnse 5 elementen – neologisme – taalverandering M28; M30; M36; M42; M45; M47-M49; M52; M53

Standaardnederlands – dialect – 8 groepstaal – taalregister M28; M30; M36; M42; M45; M47; M49; M51-M53

Dit leerstofoverzicht (van 4/5 havo) kunt u terugvinden op www.opniveau-online.nl, waar u ook de uitwerkingen van de M-nummers kunt inzien van de referentieramingen van Meijerink (3F).

Kies uw eigen route U bepaalt zelf met welke onderdelen u het arrangement van Op niveau samenstelt. U heeft de keuze uit diverse digitale middelen, een gecombineerd Leerwerkboek of een Informatieboek met een apart Verwerkingsboek en twee verschillende leerroutes: de blokroute en de vaardighedenroute.

106 108 109 110

111

113 114 114 114 115

116 117 117 118

118 118 118 119 119 119 120

5

13-12-11 17:11

10

Formuleren

102 103 104 105

Formuleren: bijzonder taalgebruik en onjuiste formuleringen Bijzonder taalgebruik Bijzonder taalgebruik en retoriek Beeldspraak Stijlfiguren Bijzondere woordkeus

Formuleringsfouten [95] Overzicht formuleringsfouten

Argumenteren Stelling, standpunt en argumentatie Objectieve en subjectieve argumenten Soorten argumenten Opbouw van redeneringen Enkelvoudige en meervoudige argumentatie Nevenschikking en onderschikking Argumentatieschema’s Argument en tegenargument Zuiver redeneren Drogredenen Beoordelen van argumentaties

Debatteren [87] [88] [89] [90]

4

9006110005_boek.indb 4

3 hoofd- en substructuur – aantekeningen maken – spreekplan – feit en mening – instructie geven – presentatie houden M3; M8; M9; M11-M17; M19-M23; M25; M44

11 13 15 18 20 21

[27] [28] [29] [30] [31] [32]

Tekstsoorten en tekstvormen Informerende teksten Nieuwsbericht en mededeling Verslag Column en weblog Instructie en gebruiksaanwijzing Werkstuk of scriptie Uiteenzetting

6

Spreken, kijken en luisteren 1 doorvragen, actief luisteren – zakelijk gesprek – lichaamstaal bij gesprek – sollicitatiegesprek – onderhandelings- of toelatingsgesprek M1-M3; M5-M9; M14; M16; M28; M32; M33; M35

D 8 10 10

Publiekgerichtheid

Substructuur [24] Alinea en kernzin [25] Alineaverbanden en manieren om alinea’s te verbinden [26] Soorten verbanden en signaalwoorden

Schrijven 1

Leerstofoverzicht 4/5 havo

Leerstofoverzicht 4/5 havo

van 4 vwo en 5/6 vwo zie

[11-14] Hoofdstructuur van de tekst

14-12-12 13:46

Voorbeelden van theorieoverzichten

Zakelijk communiceren

1

[5] Publiek in kaart brengen

[82] Forumdiscussie

Met het Informatieboek biedt Op niveau de ruimte om dieper in te gaan op de theorie. Per hoofdstuk geeft het theorieoverzicht aan welke theorie behandeld wordt. In de aparte Verwerkingsboeken voor havo en vwo wordt het materiaal gedifferentieerd, zodat er geen kostbare ruimte verloren gaat aan herhaling van de stof.

Op niveau doorwerken via de ‘blokroute’

1

[49] Vormgeving

[8] Taalgebruik afstemmen op publiek

[73] Argumentatieschema’s

vierde editie

[4] [5] [6] [7] [8] [9]

4/5 havo, voor de leerroutes

[10] Onderwerp en hoofdgedachte

[78] Gesprekstechnieken

B

hoofdstructuur Lezen – functies inleiding en slot – objectief, subjectief – hoofdgedachte – publiekgerichtheid M26-M34

Theorie die in dit blok centraal staat

[4] Overzicht publiekgerichtheid

[69] Soorten argumenten

Taalvaardigheid Nederlands

vierde editie

Nieuwe theorie

[1] Tekstdoelen, tekstsoorten en tekstvormen

[54] Spreekplan

Tweede Fase

Taalvaardigheid Nederlands

Taalvaardigheid Nederlands

vierde editie

OP NIVEAU

Tweede Fase

Tweede Fase

Taalvaardigheid Nederlands

Informatieboek havo/vwo

OP NIVEAU

OP NIVEAU

Tweede Fase

4

Theorieoverzicht

Voorkennis

Meer diepgang in de theorie

De vernieuwde editie van Op niveau tweede fase brengt iedere leerling op het gewenste niveau. Het taalgebruik sluit aan op de leefwereld van leerlingen en motiveert hiermee iedere havo- én vwo-leerling om het gewenste examenniveau te bereiken. Met ongekend veel diepgang en een heldere structuur. Vol vernieuwingen, zoals: de zichtbare aansluiting bij de Meijerink referentieniveaus, de adaptieve oefenmodule, de vernieuwde toetsen en de ondersteunende ICT.

Voorbeeld leerroute van

Schrijven

Theorieoverzicht

Vernieuwd: Op niveau

functie-eisen – beroepen Woordenschat – formele taal M6; M7; M23; M24; M28; M50

9

Vernieuwde toetsen van de Meijerink specialist De Meijerink referentieniveaus zijn de basis van Op niveau. De methode biedt als enige praktische beoordelingsformulieren om de kennis van de Meijerink-niveaus te testen. Alle toetsen (beschikbaar in Word en Wintoets) zijn gekoppeld aan de referentieniveaus, waarbij u per toets ziet wélk niveau wordt getoetst. Daarbij kunt u kiezen uit twee toetsvarianten voor twee verschillende niveaus.

13-12-11 17:11

Optimale examenvoorbereiding Het Informatieboek bestaat uit dertien onderdelen. Deze onderdelen behandelen alle vaardigheden die nodig zijn voor het schoolexamen en het centraal schriftelijk examen Nederlands. De dertien onderdelen zijn aangevuld met een werkwijzer spelling, werkwijzer interpunctie en de werkwijzer grammatica. Alle onderdelen zijn opgebouwd uit een aantal informatieblokjes, die genummerd zijn. Zo kunt u eenvoudig zien in het Informatieboek en het Verwerkingsboek welke vaardigheden aan bod komen.

Extra oefenen voor het examen ? Kijk op www.exa menbund

el.nl.

Methodewijzer Op niveau  

Methodewijzer Op niveau

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you