De Geo onderbouw | Werkboek 1 vmbo t-havo

Page 1

D E GEO

1 VM BO - T/ H AVO WERKBOEK

Ontdek waar het om draait

www.thiememeulenhoff.nl/degeo

926231_OMSL.indd 1

9 789006 926231

29/10/19 16:41


926231_BINNENWERK.indb 1

29/10/19 16:31


DIT BOEK IS VAN:

KLAS:

Auteurs Matthijs de Boer, Lisette van Engelen, Chris de Jong, Freek Jutte, Lonneke Metselaar, Jan Padmos en Alice Peters Eindredactie Daphne Ariaens, Maarten Boddaert en Alice Peters

926231_BINNENWERK.indb 1

29/10/19 16:31


2

Hoe werk je met het werkboek? Dit werkboek van De Geo gebruik je samen met de digitale leeromgeving en je leerboek in de les. Dit boek is van jou persoonlijk. Je maakt er je opdrachten in en je kunt er aantekeningen in maken.

Wat heb je nodig? leerboek

Basisboek

atlas

computer

Overige symbolen vaardigheid

samenwerking

Werkboek

De Geo digitaal

Je begint altijd te werken vanuit je werkboek. Daar staan alle opdrachten. Die gaan over de tekst, foto’s, kaarten en diagrammen in het leerboek. Je moet heel vaak iets zelf doen, zoals kaarten kleuren of diagrammen tekenen. Bij alle opdrachten staat welke tekst of figuur uit het leerboek je nodig hebt voor het maken van die opdracht. Of welk Basisboeknummer je moet lezen. In het werkboek zie je het symbool staan bij de Anders actief-paragraaf en bij het Keuzemenu. Dat betekent dat je daar op een andere manier aan de slag gaat dan in de gewone opdrachten. Meestal maak je iets of onderzoek je iets. Aan het eind van iedere paragraaf staat een leerdoelenoverzicht. Hier zie je wat je moet kennen en kunnen als je de paragraaf af hebt.

bij een opdracht staat, betekent dit dat Als dit symbool je op www.thiememeulenhoff.nl/degeo iets in de digitale leeromgeving kunt of moet doen. Bijvoorbeeld een opdracht maken of een filmpje bekijken. Alles wat in de boeken staat, staat ook bij elkaar op www.thiememeulenhoff.nl/degeo. Via de digitale leeromgeving kun je er alle opdrachten maken. Ook vind je hier speciale opdrachten die niet in het werkboek staan. Daarvoor heb je bijvoorbeeld speciale De Geo-ICT of -video’s nodig. In de digitale leeromgeving kun je je werk direct nakijken. Zo weten jij en je docent meteen hoeveel je al kent en kunt en wat je nog een keer moet oefenen.

vragen waarbij je de atlas gebruikt

28 7

2

Lees in je leerboek Droogte en bekijk figuur 10A. Gebruik de atlas.

a Schrijf in W6 de letters A t/m G van de grote woestijnen op de juiste plek. A Sahara B Gobi C Kalahari D Grote Victoriawoestijn E Nefudwoestijn F Great Basin (Grote Bekken) G Atacama b Schrijf de breedteligging in de invulhokjes in W6. Kies uit: 0° – 20° – 40°. Zet erbij of het N.B. of Z.B. is. c De woestijnen liggen dicht bij de evenaar vooral tussen 20° en 40° N.B. en Z.B. vooral boven 40° N.B. en Z.B. W6

Droge gebieden op aarde.

1

1 1

1

1

1

1 1

1 1 1

1

1

1

8.000 km

1

droog gebied

symbolen

Lees in het Basisboek B82 Savanne en bekijk figuur 3.9 en 3.10.

W7

Landschappen van nat naar droog.

Landschap

Neerslag in mm

Aantal maanden met neerslag

W9 500

Lees in je leerboek Droogte. Lees in het Basisboek B60 Droogte (alleen het driehoekje).

• Je kunt de ongelijke bevolkingsspreiding in Australië beschrijven en verklaren. • Je kunt de neerslag in Australië beschrijven: wat de verschillen zijn per gebied, de gevolgen hiervan voor het bodemgebruik en voor het landschap.

ºC

400

20

300

10

250 0

200

–10

100 50 0

j

f

m

a

temperatuur neerslag

tropisch regenwoud

11

Bekijk figuur 10B in je leerboek. Gebruik in het Basisboek B72 Klimaatdiagram (alleen figuur 2.36).

vragen over figuren in het leerboek en/of Basisboek

m

j

j

a

s

o

n

d maand

–20

W10 Temperatuur- en neerslaggegevens van Cairns, januari t/m april.

maand 30° Z.B

stijgingsregen

Je kent de topografie van Australië (W4). Je kent de ligging van droge gebieden op aarde (W6). Je weet hoe droogte ontstaat (W8). Je weet wat het verschil in oppervlakte is tussen Australië en Nederland. • Je kunt klimaatdiagrammen tekenen, aflezen en vergelijken. • Je kunt de kenmerken van verschillende landschappen beschrijven. • • • •

150

Ontstaan van droogte. 0°

WB 30

350

a Zet de nummers 1 tot en met 4 in de juiste rondjes in W8. Kies uit: 1 savanne (2 x) 2 droge, dalende lucht (2 x) 3 woestijn (2 x) 4 steppe (2 x) b Droge gebieden ontstaan doordat de lucht stijgt / daalt. Dat gebeurt tussen de 20 en 40˚ N.B. en Z.B. / 40 en 60˚ N.B. en Z.B. Door het stijgen / dalen wordt de lucht warmer / kouder en verdwijnen de wolken. Hierdoor valt er veel / weinig neerslag.

30° N.B

Klimaatdiagram Cairns.

mm

450

Maak het klimaatdiagram in W9 af. Gebruik hiervoor de klimaatgegevens in W10. a Geef de temperatuur aan met rode stippen in het midden van de maanden januari t/m april. Verbind de stippen met een rode lijn. b Geef de neerslag aan met blauwe streepjes in de maanden januari t/m april. Kleur de staafjes onder die streepjes blauw.

926231_BINNENWERK.indb 2

Wat moet je kennen en kunnen?

woestijn

10

29

LB

d Bekijk de grafiek van Oodnadatta in figuur 10B. Welk landschap vind je hier?

steppe

a Vul W7 in voor de steppe en de woestijn. b Op welke twee manieren past de plantengroei in de steppe zich aan de droogte aan?

vragen over een tekst uit het leerboek en/of Basisboek

Leerdoelen

2

savanne

Lees in het Basisboek B83 Steppe en B84 Woestijn. Bekijk figuur 3.11 en 3.12.

2 struikjes:

c Welke twee verschillen in neerslag zijn er tussen Oodnadatta (figuur 10B in je leerboek) en Cairns (W9)? 1

verdamping

1 grassen:

De outback in Australië

tropisch regenwoud

a Vul W7 in voor het tropische regenwoud en de savanne. b Beschrijf de plantengroei in een savanne.

9

§2

Grote natuurlandschappen op aarde

W8

8

leerdoelenoverzicht

12

j

f

m

a

28

27

27

25

397

422

449

225

Herhaling

Zoek bij elk kenmerk uit het linkerrijtje het kenmerk uit het rechterrijtje dat er bij hoort, bijvoorbeeld A – 8. Je mag elk kenmerk maar één keer gebruiken. A zand, stenen, rotsen 1 evenaar B droge gebieden op aarde 2 rand van de outback C droogte, hitte 3 steppe D akkerbouw, intensieve veeteelt 4 dalende lucht E extensieve veeteelt 5 down under F Australië 6 savanne G grassen en struiken 7 kustgebied H opstijgende lucht 8 woestijn I droog, wolken lossen op 9 20° tot 40° N.B. en Z.B. J grassen en groepjes bomen 10 outback A

F

B

G

C

H

D

I

E

J

BB • • • • •

B60 Droogte (alleen het driehoekje) B72 Klimaatdiagram (alleen figuur 2.36) B82 Savanne B83 Steppe B84 Woestijn

Begrippen Leerboek bevolkingsdichtheid, bevolkingsspreiding, extensieve veeteelt, intensieve veeteelt, neerslag, regentijd, savanne, steppe, woestijn Basisboek klimaatdiagram, savanne, steppe, woestijn

Digitaal samenvatting en zelftoets §2

herhaling

29/10/19 16:31


3

Inhoud

Inhoud Hoe werk je met het werkboek?

2

1 Iran

Start 4 §1 Kennismaking met Iran 5 §2 Inzoomen op Teheran 8 §3 Iran in de atlas 11 §4 Bronnen: De ligging van Teheran 15 Anders actief - Zonvakantie op Kish 17 - Keuzemenu 18 Finish 20

2 Grote natuurlandschappen op aarde

Start 22 §1 Ontbossing in het Amazonegebied 23 §2 De outback in Australië 26 §3 De Inuit in het poolgebied 30 §4 Het Lötschental 33 Anders actief - Klimaat en landschap 35 - Keuzemenu 36 Finish 38

3 Gambia: de smiling coast van Afrika

Start 40 §1 Gambia: een andere wereld 41 §2 Arm en rijk in Gambia 44 §3 Bronnen: Bevolkingskenmerken van Gambia 47 §4 Kansen voor Gambia 51 Anders actief - Het ene land is het andere niet! 54 - Keuzemenu 55 Finish 57

4 Natuurrampen in Japan

Start 60 §1 Japan: land in de Ring van Vuur 62 §2 De grote Oost-Japanse ramp 65 §3 De vulkaan de Aso 67 §4 Bronnen: Omgaan met rampen 69 Anders actief - De aardbeving van Kanto in 1923 71 - Keuzemenu 72 Finish 73

5 Land in Zuidoost-Azië: Indonesië

Start 74 §1 Indonesië, een wereld op zich 75 §2 De cultuur van Zuidoost-Azië 78 §3 Snelle economische veranderingen 81 §4 Verstedelijking 84 Anders actief - Plastic soep 87 - Keuzemenu 88 Finish 90

6 Klimaat en natuurlandschap in Europa

Start 92 §1 De invloed van de Golfstroom 93 §2 Het klimaat in de bergen 96 §3 Europa: klimaat en begroeiing 99 §4 Klimaatverandering 102 Anders actief - Klimaatpaspoort Nederland 105 - Keuzemenu 106 Finish 108

7 Je eigen omgeving in beeld

Start 110 §1 De inrichting van een wijk 111 §2 De Kinkerbuurt: inrichting en bewoners 114 §3 Stad of platteland? 117 §4 Bronnen: Onderzoek je eigen buurt 120 Anders actief - Een rapportcijfer voor je buurt 122 - Keuzemenu 123 Finish 124

8 Brazilië, het land van de toekomst?

Start 126 §1 Brazilië: landschap en bevolking 127 §2 Brazilië in de wereldeconomie 130 §3 Ongelijkheid in Brazilië 133 §4 Bronnen: het Amazonegebied 136 Anders actief - Het Amazonegebied: ontwikkeling of bescherming? 139 - Keuzemenu 140 Finish 143

Projecten

926231_BINNENWERK.indb 3

146

29/10/19 16:31


4

1

Iran

Start

1.

Iran

Hoofdvraag Hoe gebruik je kaarten om Iran te leren kennen?

1

Bekijk figuur 1 in je leerboek.

b Vergelijk jouw antwoorden met die van een klasgenoot. Vul je antwoorden bij 2a aan. c Welke dingen die je bij vraag 2a hebt opgeschreven, zie je terug op de foto?

a Beschrijf in je eigen woorden wat je ziet op de foto.

b Hoe zie je dat de foto niet in Nederland is genomen? Noteer twee dingen. 1 2

3

Blader samen met een klasgenoot het hoofdstuk in je leerboek door.

Welke foto’s vinden jullie het meest bij Iran horen? Kies er twee uit en zet erachter waarom jullie die foto’s hebben gekozen. Figuur / Bron

, omdat

Figuur / Bron

, omdat

c Hoe zie je dat de foto in een islamitisch land is genomen?

4 2

Bekijk figuur 1 in je leerboek.

a De foto is genomen in Iran. Wat weet je al van dit land of wat heb je erover gehoord? Schrijf zo veel mogelijk dingen op.

Wat weet je over Iran?

Lees de volgende zinnen. Welke zinnen zijn juist? Kruis ze aan. Iran is groter dan Nederland. In Iran zijn de meeste mensen moslim. In Iran is de hoogste berg bijna 60.000 m hoog. Iran ligt in Azië. Iran ligt op 350 km van Nederland. De hoofdstad van Iran is Teheran.

926231_BINNENWERK.indb 4

29/10/19 16:31


§1

Kennismaking met Iran

5

§1 Kennismaking met Iran W1

Topografie van Iran.

Deelvraag Hoe kun je kaarten over Iran goed lezen?

1

Lees in je leerboek Een eerste indruk en bekijk figuur 2.

a Noteer drie verschillen tussen Nederland en Iran. 1 2 3 500 km

b Iemand zegt: ‘De foto van figuur 2 zou ook in Nederland genomen kunnen zijn.’ Klopt deze uitspraak? Ja / Nee, want

1 : 20.000.000

3

2

Lees in je leerboek Iran op kaarten en bekijk figuur 3.

a Waaraan kun je zien dat figuur 3 een overzichtskaart is?

Lees in je leerboek Iran op kaarten.

a Kleur Iran in W2. b Wat laat W2 zien als je de oppervlakte van Iran vergelijkt met die van Europa? W2

Oppervlakte van Iran en Europa.

b Zet in W1 de cijfers van de steden, de Romeinse cijfers van de wateren en de hoofdletters van de buurlanden op de juiste plek. Gebruik hierbij figuur 3.

steden 1 Teheran 2 Qom 3 Esfahan (Isfahan) 4 Tabriz

wateren I Perzische Golf buurlanden A Afghanistan B Armenië C Azerbeidzjan D Irak E Koeweit F Oman

926231_BINNENWERK.indb 5

5 6 7 8

Mashhad Shiraz Yazd Ahvaz

1.000 km 1 : 55.000.000

II Golf van Oman III Kaspische Zee

G Pakistan H Qatar I Saudi-Arabië J Turkije K Turkmenistan L Verenigde Arabische Emiraten

29/10/19 16:31


6 4

1

Lees in je leerboek Iran op kaarten.

Iran

c Vergelijk W3 met figuur 4 in je leerboek. Wat valt je op?

a Wat is bevolkingsdichtheid?

b De bevolkingsdichtheid reken je uit met de volgende rekensom. aantal inwoners : oppervlakte = bevolkingsdichtheid Reken uit: In Iran wonen 83.000.000 mensen op een oppervlakte van 1.650.000 km2. Wat is de bevolkingsdichtheid van Iran? Schrijf je berekening op.

d Hoe zie je aan de foto van figuur 5 dat er weinig neerslag valt in Yazd?

W3

Iran: gemiddelde jaarlijkse neerslag.

c In Nederland wonen 17.000.000 mensen op een oppervlakte van 41.500 km2. Wat is de bevolkingsdichtheid van Nederland? Schrijf je berekening op.

3 3 Tabriz 2

3

5 5

4

Teheran

5 4

IRAK

TURKMENISTAN

Kaspische Zee 3

4

4

Mashhad 2 1

3 2 Esfahan

5

2

2

Ahvaz 4

AFGHANISTAN

1

5

d Welk land heeft de hoogste bevolkingsdichtheid: Iran of Nederland?

3 in mm

5

Shiraz

1

minder dan 100

2

100 - 300

2

2

Karaj

3 300 - 500 SAUDI-ARABIĂ‹ 4 500 - 700

Lees in je leerboek Iran op kaarten en bekijk figuur 4.

5

500 km

meer dan 700

1 : 20.000.000

a Over welk onderwerp gaat figuur 4?

7

b Streep het foute woord door en vul aan. Figuur 4 is een overzichtskaart / thematische kaart, omdat

Lees in je leerboek Kaartvaardigheden en bekijk figuur 3.

a Welke vier dingen heb je nodig om een kaart te kunnen lezen?

1

2

c In welk deel van Iran is de bevolkingsdichtheid het hoogst? in het noorden in het oosten in het zuiden

3 4 b Wat is de titel van figuur 3?

6

Lees in je leerboek Iran op kaarten en bekijk figuur 4 en 5.

a Kleur W3 volgens de legenda. b Streep het foute woord door. Hoe oostelijker je komt in Iran, hoe meer / minder neerslag er valt.

926231_BINNENWERK.indb 6

c Waar is het noorden op de kaart? d De hoogste berg van Iran is de

Hij is

m hoog.

29/10/19 16:31


§1

8

Kennismaking met Iran

Bekijk figuur 3 in je leerboek.

Leerdoelen

a Wat is de schaal van de kaart van figuur 3?

Wat moet je kennen en kunnen?

1:

Dat betekent: 1 cm op de kaart is

cm m of

in werkelijkheid. Dat is

km.

b Pak een liniaal. Hoeveel centimeter is het in een rechte lijn van Mashhad naar Tabriz? Ongeveer

cm.

km in werkelijkheid.

Dat is

c Pak een liniaal. Hoeveel centimeter is het in een rechte lijn van Shiraz naar Qom? Ongeveer

cm.

km in werkelijkheid.

Dat is 9

7

Herhaling

LB • Je kunt beschrijven wat de overeenkomsten en de verschillen zijn tussen Nederland en Iran. • Je kunt uitleggen wat het verschil is tussen overzichtskaarten en thematische kaarten. • Je kunt beschrijven hoe de bevolking van Iran over het land is verdeeld en waarom dat zo is. • Je weet welke vier dingen nodig zijn om kaarten te kunnen lezen.

WB • Je kent de topografie van Iran (W1). • Je weet wat de verschillen in neerslag zijn in Iran (W3). • Je kunt met de schaal of de schaalstok van een kaart de werkelijke afstand tussen twee plaatsen op die kaart berekenen. • Je kunt de bevolkingsdichtheid van een gebied uitrekenen.

a Wat voor soort kaart is W3?

Begrippen

Leerboek bevolkingsdichtheid, kaart, legenda, overzichtskaart, schaal, thematische kaart

b 1 cm op de kaart van W3 is

km in werkelijkheid.

c Lees de volgende zinnen. Kruis de zinnen aan die kloppen. Iran is een dichtbevolkt land. In het oosten van Iran valt minder neerslag dan in het westen. Een overzichtskaart heeft altijd één onderwerp. De bevolkingsdichtheid is in het noorden van Iran hoger dan in het zuiden.

926231_BINNENWERK.indb 7

Digitaal samenvatting en zelftoets §1

29/10/19 16:31


8

1

Iran

§2 Inzoomen op Teheran Deelvraag Wat doe je bij aardrijkskunde met inzoomen en met uitzoomen?

e Bekijk W5 en W6. Bij welk deel van Teheran horen ze? Streep de foute woorden door. W5 is in het noorden / zuiden, omdat

1

Lees in je leerboek de inleiding en Drukte in het zuiden. Bekijk figuur 6.

a Streep het foute woord door. In Teheran zijn er dagelijks meer / minder mensen dan er in heel Nederland wonen. b Waarom trekt Teheran zo veel mensen aan?

W6 is in het noorden / zuiden, omdat

W4

Een deel van het zuiden van Teheran.

250 m PANZ DAH-E

KHOR D

1 : 15.500

AD S TREE T

c Wat ga je als eerste doen als je in de Grote Bazaar zou zijn? 2

Lees in je leerboek Rust in het noorden. Bekijk figuur 7.

a In wat voor gebouw zit CafĂŠ Sam? b Hoe zie je dat de meeste gebouwen een tuin hebben?

E VI STRE MOWLA

T

c Wat zijn kenmerken van de moderne wijk in het noorden van Teheran? Streep de foute woorden door. 1 laagbouw / hoogbouw / beide 2 dicht op elkaar / ruim opgezet 3 druk / rustig 4 weinig groen / veel groen 5 ouder / jonger 3

weg

woning

winkelstraat

historisch gebouw

W5

Straatbeeld Teheran.

W6

Straatbeeld Teheran.

.............................

Lees in je leerboek Drukte in het zuiden en Rust in het noorden.

a Bekijk W4. Is dit een overzichtskaart of een thematische kaart? b Kleur in W4 de historische gebouwen. Kleur ook de legenda. c In de legenda staat een symbool van een gebouw. Vul de naam van dit gebouw in op de schrijflijn. d Wat zijn kenmerken van de oudere wijk in W4? Noteer er drie. 1 2 3

926231_BINNENWERK.indb 8

29/10/19 16:31


§2

4

Inzoomen op Teheran

6

Lees en bekijk in je leerboek figuur 9 en 12.

a Welke verschillen tussen het zuiden en het noorden van Teheran lees je in figuur 12?

9

Lees in je leerboek Schaalniveaus en gebruik figuur 7 en 9.

a Op welke van de twee kaarten staat het grootste gebied afgebeeld?

zuid:

b Streep het foute woord door. Als je eerst figuur 7 bekijkt en dan figuur 9, ben je aan het uitzoomen / inzoomen.

noord: b Waar in Teheran ligt het pretpark het dak van Teheran? in het noorden in het zuiden in het oosten in het westen c Als je vanaf het dak van Teheran (figuur 9) naar de stad kijkt, zie je hoge gebouwen op de voorgrond / achtergrond. Leg je antwoord uit.

7

Lees in je leerboek Schaalniveaus en bekijk figuur 11.

a Zet in volgorde van klein naar groot: continentale schaal – lokale schaal – mondiale schaal – nationale schaal – regionale schaal

5

Bekijk figuur 8 en 9 in je leerboek.

a Wat is de schaal van de kaart van figuur 9?

b Blader door je leerboek en werkboek en bekijk de volgende kaarten. Wat is het schaalniveau van:

figuur 4

cm

figuur 7

m of km. in werkelijkheid. Dat is b Pak een liniaal. Hoeveel centimeter is het in een rechte lijn van de Grote

bron 3

1:

Dat betekent: 1 cm op de kaart is

Bazaar naar Café Sam? Ongeveer

cm. km in werkelijkheid.

Dat is

c Als je zo veel kilometer als in vraag 5b reist vanaf jouw huis, ben je dan nog binnen jouw woonplaats? Ja / Nee d Bekijk figuur 8. In Nederland is het verkeer in de grote steden ook druk, maar niet zo druk als in Teheran. Wat hebben de grote afstanden en het drukke autoverkeer in Teheran met elkaar te maken?

W10 c Thomas Erdbrink verhuist van Nederland naar Iran. Van welk schaalniveau is hier sprake? d Vul W7 in met eigen voorbeelden van ieder schaalniveau. Bedenk wat jij op dat schaalniveau doet of zou willen doen. Er is al één voorbeeld voor je ingevuld.

W7

Mijn schaalniveaus.

Schaalniveau Voorbeeld lokaal regionaal nationaal continentaal

op vakantie gaan naar Zuid-Spanje

mondiaal

926231_BINNENWERK.indb 9

29/10/19 16:31


10 8

1

Iran

Gebruik figuur 12 in je leerboek en de computer.

In deze opdracht oefen je samen met een klasgenoot met Google Maps. Je zoomt in op Teheran en bekijkt enkele plaatsen uit de rondleiding van Thomas Erdbrink in figuur 12. a Ga naar Google Maps. Tik in: Teheran. Zoek de Tabiatbrug (Tabiat Bridge). Welke twee parken worden door de brug met elkaar verbonden?

Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? LB • Je weet wat de verschillen zijn tussen wijken in het zuiden en het noorden van Teheran. • Je weet wat het verschil is tussen inzoomen en uitzoomen. • Je kent de vijf verschillende schaalniveaus (figuur 11).

WB

b Bekijk met Street View een paar plekken in de buurt van de Tabiatbrug. Welke kenmerken van het moderne centrum van Teheran kun je zien? c Restaurant Khoone ligt in het noorden / oosten / zuiden / westen van het park. d Gebruik de routebeschrijving. Hoe lang is het lopen van de Tabiatbrug naar restaurant Khoone?

• Je kunt met de schaal of de schaalstok van een kaart de werkelijke afstand tussen twee plaatsen op die kaart berekenen. • Je kunt wisselen van schaalniveau door in te zoomen en uit te zoomen. • Je kunt voorbeelden geven van verschillende schaalniveaus.

Begrippen Leerboek inzoomen, plattegrond, schaal, schaalniveau, uitzoomen

Digitaal

e Hoeveel kilometer is het vanaf de Tabiatbrug naar Café Sam?

samenvatting en zelftoets §2

f Hoe lang doe je erover met de auto? g Hoe lang doe je erover zonder files? 9

Herhaling

a Bekijk figuur 8 in je leerboek. De foto van figuur 8 laat kenmerken zien van zowel het oude zuiden als het nieuwe noorden. Leg uit. b Bekijk figuur 7, 9 en 15 in je leerboek. Als je achtereenvolgens figuur 7, 9 en 15 bekijkt, zoom je in / uit. c Bekijk figuur 3 en W4. Wat zijn de schaalniveaus van de volgende figuren?

W4

figuur 3

926231_BINNENWERK.indb 10

29/10/19 16:31


§3

Iran in de atlas

11

§3 Iran in de atlas 3

Deelvraag Hoe gebruik je de atlas?

1

Lees in je leerboek Hoe gebruik je de atlas? t/m inhoudsopgave en bekijk figuur 13. Gebruik de atlas.

a Op welke bladzijden staat de inhoudsopgave in de atlas?

Lees in je leerboek Hoe gebruik je de atlas? helemaal. Gebruik de atlas.

a Zoek de atlaskaart Azië - Staatkundig. Dit is een overzichtskaart / thematische kaart. b Hoeveel inwoners hebben Teheran en Esfahan (Alcarta: Isfahan) volgens de legenda? Teheran: Esfahan: c Waaraan herken je de hoofdstad van Iran?

b Bij welk werelddeel moet je in de inhoudsopgave kijken voor kaarten over Iran? c Op welk kaartblad (= bladzijde in de atlas) staat de kaart Azië - Landschappen (Alcarta: Azië - Plantengroei en klimaat, Oorspronkelijke plantengroei)? d In welk soort landschap is de foto van figuur 13 gemaakt? 2

Lees in je leerboek Hoe gebruik je de atlas? t/m bladwijzer. Gebruik de atlas.

d Gebruik de atlaskaart Midden-Oosten en Zuid-Azië (Alcarta: Midden-Oosten - Overzicht). Is het mogelijk om per trein van Teheran naar Esfahan te reizen? Ja / Nee e Zet de nummers 1 t/m 5 voor de juiste omschrijving. 1 bladwijzer 2 inhoud 3 topografisch register 4 legenda

de betekenis van de kleuren en symbolen op een kaart a lfabetische lijst met onder- werpen op kaarten de nummers en de titels van de atlaskaarten alfabetische lijst met de namen van alle plaatsen, rivieren en bergen 5 trefwoorden- kaart met vakken met de register nummers van de kaartbladen

a Waar staat de bladwijzer in jouw atlas? 4

b Kun je in de bladwijzer een aparte kaart van Iran vinden? Ja / Nee c Welk kaartblad in de bladwijzer kun je het best gebruiken om een kaart van Iran te vinden? d Zoek in de bladwijzer de kaartnummers van de volgende kaarten: Marokko IJsland

Australië en Nieuw-Zeeland

Lees in je leerboek Hoe gebruik je de atlas? helemaal. Gebruik de atlas.

a Vul W8 in. Gebruik daarbij het Register van topografische namen (Alcarta: Topografisch register). b Zoek in het Trefwoordenregister de wereldkaart met McDonald’s restaurants op.

Dat is kaartnummer

 Alcarta: Zoek in het Trefwoordenregister de kaarten over

multinationals. Een van de kaarten gaat over McDonald’s. Dat is kaartnummer c Heeft McDonald’s een restaurant in Iran? Ja / Nee

Midden-Nederland W8

Vijf plaatsen in de atlas.

Plaats

Kaartblad Kaartvak Land

Tabriz Caravaca de la Cruz Longreach Rzjev Quetzaltenango

926231_BINNENWERK.indb 11

29/10/19 16:31


12 5

1

Lees in je leerboek Ligging van Teheran op aarde. Bekijk figuur 14.

Vul in W9 de nummers 1 t/m 10 op de juiste plek in. 1 evenaar 2 Noordpool 3 Zuidpool 4 noordelijk halfrond 5 zuidelijk halfrond 6 noorderbreedte 7 zuiderbreedte 8 nulmeridiaan 9 breedtecirkel (parallel) 10 meridiaan (lengtecirkel) W9

De aarde opgedeeld in breedte en lengte.

Iran

c Welke steden in figuur 15 horen bij de volgende coördinaten?

14° N.B. en 100° O.L.

6° Z.B. en 106° O.L.

35° Z.B. en 58° W.L. 7

Bekijk figuur 16 en 17 in je leerboek. Gebruik de atlas.

a Gebruik de atlaskaart Midden-Oosten en Zuid-Azië (Alcarta: Midden-Oosten - Overzicht). Welke stad ligt op 37° N.B. en 59° O.L.? b Welke coördinaten horen bij de plaats waar de foto van figuur 16 is genomen? ° N.B.

° O.L.

c Bij welke grote stad ligt het Orumiyehmeer (Alcarta: Urmia meer) uit figuur 17? d Gebruik de Algemene legenda ( Alcarta: Gebruik de legenda). Welke extra informatie wordt gegeven over dit meer? 8

Gebruik de atlas.

In deze opdracht doe je een wedstrijd. Verdeel de klas in tweeof drietallen. Elk groepje zet stippen op de kaart van W10 van de coördinaten in W11. Daarna vullen jullie de namen van de landen en de hoofdsteden in W11 in. Gebruik daarbij de atlaskaart De wereld - Staatkundig. Jullie beginnen allemaal tegelijk. Het groepje dat als eerste klaar is, en alles goed heeft ingevuld, heeft gewonnen. 6

Lees in je leerboek Ligging van Teheran op aarde en bekijk figuur 14 en 15.

a Wat is de breedte- en lengteligging van Teheran?

° N.B.

° O.L.

b Streep de foute woorden door. Teheran ligt op het noordelijk / zuidelijk halfrond op westerlengte / oosterlengte. Rio de Janeiro ligt op het noordelijk / zuidelijk halfrond op westerlengte / oosterlengte. Jouw woonplaats ligt op het noordelijk / zuidelijk halfrond op westerlengte / oosterlengte.

926231_BINNENWERK.indb 12

29/10/19 16:31


§3

13

Iran in de atlas

W10 Topografie van landen en steden. 150°

120°

90°

60°

30°

30°

60°

90°

120°

150°

60° N.B.

60° N.B.

30° N.B.

30° N.B.

30° Z.B.

30° Z.B.

5.000 km 1 : 200.000.000

60° Z.B.

hoofdstad

150°

120°

90°

60°

30°

30°

60° Z.B.

60°

90°

120°

150°

W11 Coördinaten, landen en hoofdsteden.

Coördinaten Land 1

13° N.B. 100° O.L.

2

19° N.B. 99° W.L.

3

12° Z.B. 77° W.L.

4

39° N.B. 33° O.L.

5

51° N.B. 0° W.L.

6

34° Z.B. 58° W.L.

7

35° N.B. 139° O.L.

8

55° N.B. 37° O.L.

9

39° N.B. 77° W.L.

10

25° Z.B. 28° O.L.

11

49° N.B. 2° O.L.

12

15° Z.B. 48° W.L.

13

40° N.B. 116° O.L.

14

45° N.B. 75° W.L.

15

6° Z.B. 106° O.L.

16

52° N.B. 5° O.L.

926231_BINNENWERK.indb 13

Hoofdstad

29/10/19 16:31


14 9

1

Iran

Herhaling

a Jullie spelen met zijn tweeën een begrippenspel. Leerling 1 heeft de Finish met de begrippenlijst in het leerboek voor zich en noemt een begrip uit §3. Welke begrippen bij §3 horen, zie je in het lijstje in de Leerdoelen onder Begrippen. Leerling 2 omschrijft, zonder in het leerboek te kijken, de betekenis van het begrip zo goed mogelijk. Leerling 1 controleert of de omschrijving klopt. Daarna noemt leerling 2 een begrip en geeft leerling 1 de omschrijving. Doe dit met alle begrippen uit de paragraaf. Wie had de meeste goed? b Kruis aan welk onderdeel in de atlas je nodig hebt bij het zoeken naar: 1 de betekenis van een rode lijn op een kaart inhoudsopgave register bladwijzer legenda 2 kaarten over het onderwerp Islam inhoudsopgave trefwoordenregister bladwijzer topografisch register 3 een plaats waar je nog nooit van hebt gehoord inhoudsopgave trefwoordenregister bladwijzer topografisch register 4 een kaart van Afrika inhoudsopgave register bladwijzer legenda c De coördinaten van een plaats zijn 35° N.B. en 140° O.L. Die plaats ligt op het noordelijk / zuidelijk halfrond. Op de breedtecirkel van 35° / 140°. De plaats ligt ten oosten / westen van de nulmeridiaan. Op de meridiaan van 35° / 140°. Het is de plaats Buenos Aires Jakarta Tokyo Washington

926231_BINNENWERK.indb 14

Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? LB • Je weet hoe je de aarde opdeelt in breedteligging en lengteligging. • Je weet welke vier onderdelen uit de atlas heel belangrijk zijn.

WB • Je weet hoe de aarde is opgedeeld in lengte en breedte. • Je weet hoe je een plaats opzoekt in de atlas aan de hand van de coördinaten. • Je weet hoe je de inhoudsopgave, de bladwijzer, de legenda en het register van de atlas gebruikt.

Begrippen Leerboek breedtecirkel, breedtegraad, breedteligging, evenaar, lengtecirkel, lengteligging, meridiaan, noordelijk halfrond, noorderbreedte, Noordpool, nulmeridiaan, oostelijk halfrond, oosterlengte, parallel, westelijk halfrond, westerlengte, zuidelijk halfrond, zuiderbreedte, Zuidpool

Digitaal samenvatting en zelftoets §3

29/10/19 16:31


§4

15

Bronnen: De ligging van Teheran

§4 Bronnen: De ligging van Teheran d Na hoeveel kilometer is het hoogste punt van de route bereikt?

Dee Deelvraag

na

Welke soorten afstanden zijn er in de aardrijkskunde?

3 1

Gebruik in je leerboek bron 1 en het Basisboek.

a Waarover gaat het Basisboek? b Bekijk B110 Reliëf in het Basisboek. Wat betekent het begrip reliëf?

km Gebruik in je leerboek bron 2, 4 en 7. Lees in het Basisboek B110 Reliëf t/m laagland.

a Vul in de legenda van W12 de reliëfvormen in, van laag naar hoog. b Teken in W12 de grenzen van de hoogten van de vier reliëfvormen. c Kleur de reliëfvormen in W12 volgens de legenda. d Bij welke reliëfvorm hoort het Elbursgebergte (Alcarta: Elboersgebergte)?

e Zet bron 2, 4 en 7 in de juiste volgorde van laag naar hoog.

c Hoeveel verschillende reliëfvormen zijn er?

4

d Welk gebergte zie je in figuur 2.12 in het Basisboek?

Gebruik in je leerboek bron 5.

a Hoe meet je de absolute afstand?

2

b Hoe meet je de relatieve afstand?

Gebruik in je leerboek bron 3.

a Op welke hoogte begint de route Teheran-Chalus? m

op

b Schrijf de namen Teheran en Chalus op de juiste plek in W12. c Hoe hoog ligt het hoogste punt van de route? op

m

d De afstand over de weg van Teheran naar Chalus is veel groter dan de absolute afstand. Hoe komt dat?

W12 Hoogteprofiel van de route Teheran-Chalus. 3.500

c Wat is de relatieve afstand in tijd tussen Teheran en Chalus als je per auto reist?

hoogte in m

3.000 2.500

5

2.000

Gebruik in je leerboek bron 5 en 7.

1.500

a Geef steeds aan of de relatieve afstand toe- of afneemt. Aan het begin van de vakantie is het altijd druk op snelweg 59.

1.000

Door sneeuwval is het hoogste deel van de route slecht begaanbaar.

500 0 0

20

40

60

80

100

120

140

160

180 201 in km

..................................................................................................

..................................................................................................

..................................................................................................

De fietser in bron 7 besluit geen pauze te nemen, maar door te zetten.

..................................................................................................

De Iraanse overheid wil tunnels aanleggen op de route.

926231_BINNENWERK.indb 15

29/10/19 16:31


16

1

Iran

b Waardoor kan de relatieve afstand van jouw route naar school toenemen?

Leerdoelen

Wat moet je kennen en kunnen?

LB

a Hoe groot is de absolute afstand tussen Teheran en Dubai?

• • •

6

Gebruik in je leerboek bron 6.

km

b Hoe groot is de afstand over de weg met de auto tussen Teheran en Dubai? c Hoeveel kilometer is het verschil? d De afstand over de weg van Teheran naar Dubai is veel groter dan de absolute afstand. Hoe komt dat?

Je weet hoe je met het Basisboek werkt. Je weet wat het verschil is tussen de absolute en de relatieve afstand. Je weet waardoor de relatieve afstand kan veranderen.

WB • Je weet hoe je de absolute en de relatieve afstand kunt meten. • Je weet waardoor de relatieve afstand kan toenemen of afnemen. • Je weet welke verschillende reliëfvormen er zijn. • Je weet wat de hoogten zijn van de verschillende reliëfvormen.

BB • B110 Reliëf (zonder de laatste twee rondjes)

Begrippen

7

Herhaling

a Maak een goede zin met de volgende rijtjes woorden. relatieve afstand – fietser – reliëf

Leerboek absolute afstand, hoogteligging, relatieve afstand Basisboek heuvelland, hooggebergte, laagland, middelgebergte, reliëf

Digitaal

samenvatting en zelftoets §4

absolute afstand – over de weg – door de lucht

b Welke reliëfvorm zie je in figuur 4.22 in het Basisboek? c Vul de eerste en tweede kolom van W13 in. Gebruik hierbij B110 Reliëf. d Vul in de derde kolom van W13 de juiste naam in. Gebruik hierbij de atlaskaart Midden-Oosten en Zuidoost-Azië (Alcarta: Midden-Oosten - Overzicht). Kies uit: Zagrosgebergte – Ahvaz – Zabol – Yazd. W13 Reliëfvormen.

Reliëfvorm

Hoogte in m

Voorbeeld

laagland Ahvaz

200 - 500

hooggebergte

926231_BINNENWERK.indb 16

29/10/19 16:31


Anders actief

17

Zonvakantie op Kish

Anders actief Zonvakantie op Kish 1

Lees in je leerboek Zonvakantie op Kish en bekijk bron 8.

a Zoek Kish op in figuur 3 van je leerboek. Wat is de schaal van de kaart? b Hoe groot is de absolute afstand van Kish naar Teheran in km?

d Om met Google Maps afstanden te berekenen, klik je met je rechtermuisknop op een locatie en kies je voor Afstand meten. Vervolgens klik je op een andere locatie weer op je rechtermuisknop en kies je voor Afstand tot hier. Je ziet een lijn verschijnen tussen de beide punten. Meet hoe groot het eiland Kish is:

van noord naar zuid:

km

van oost naar west:

km

e In vraag 3d heb je absolute / relatieve afstanden uitgerekend.

km

c Stel je reist met het vliegtuig van Teheran naar Kish. Het vliegtuig vliegt 800 km per uur. De vlucht duurt ongeveer een half uur / ĂŠĂŠn uur / anderhalf uur / drie uur. d Welke soort afstand heb je berekend in vraag 1c? Leg uit.

4

Jullie maken zelf een kaart van het eiland Kish. Download de kaart van het eiland online en print hem. Richt de lege delen van het eiland zo in dat jullie en veel andere toeristen er graag naartoe op vakantie zouden willen. a Wat is de schaal van de kaart?

2

b Welke drie andere dingen moeten altijd op een goede kaart staan?

Typ Kish Iran in het zoekveld in Google Maps en klik op Zoeken. Kies linksonder voor Satelliet. Je kijkt dan vanuit een satelliet naar de aarde. Zoom in op het eiland Kish. a Welke kleur heeft het landschap op het eiland vooral?

1

Zorg ervoor dat ze ook op jullie kaart te vinden zijn. c Richt de nog lege gebieden op het eiland zelf in. Let erop dat alles ongeveer klopt met de schaal van jullie kaart. Dit moeten jullie in ieder geval tekenen: - minstens drie hotels met een tuin en een zwembad in de buurt van de zee - een golfbaan - een muziekhal waar artiesten kunnen optreden - een jachthaven Voor de plekken die overblijven, kiezen jullie zelf wat er komt. Bedenk welke attracties jullie graag zouden willen hebben als je op vakantie gaat. Op de achterkant van de kaart leg je voor die plekken kort uit wat jullie uitgekozen hebben voor die gebieden. Leg ook uit waarom jullie die keuze hebben gemaakt. d Maak de kaart zo netjes en mooi mogelijk. Daarna leveren jullie hem in bij je docent.

b Welk type landschap verwacht je daardoor vooral op het eiland? 3 Kijk met de satellietweergave van Google Maps rond op het eiland. a Waar ligt het vliegveld? b Hoe kun je zien dat een deel van het eiland al bebouwd is?

2 3

c Hoe kun je zien dat een groot deel van het eiland nog leeg is?

926231_BINNENWERK.indb 17

29/10/19 16:31


18

1

Iran

Keuzemenu A

Isla Bonita

Dit menu doe je in groepjes van twee tot vier. Jullie tekenen zelf een kaart van het eiland Isla Bonita. 1 Lees de tekst van menu A in je leerboek en bekijk bron 9. Je weet dan hoe het eiland eruitziet. 2 Welke vier dingen moeten altijd op een goede kaart staan? 1

2 3 4 3

3 Alle landen waar het vroeger is dan in het Verenigd Koninkrijk, liggen op oosterlengte / westerlengte. 4 Eigenlijk zouden de tijdzones precies langs de 24 meridianen moeten lopen. In werkelijkheid lopen de lijnen niet in een rechte lijn. Waarom is dat?

Zorg ervoor dat ze straks ook op jullie kaart te vinden zijn. T eken een kaart van het eiland. Kies een makkelijke schaal, bijvoorbeeld 1 cm = 1.000 m = 1 km. Zo past het eiland goed op een A4’tje (in de breedte).

5 Binnen welk land is het tijdverschil het grootst? Australië Verenigde Staten Rusland 6 Hoe groot is het tijdverschil in dat land tussen het westen en het oosten? 7 Waarom is het tijdverschil uit vraag 6 zo groot?

B

Plattegrond van je klaslokaal

Lees de tekst van menu B in je leerboek. Maak dit menu in groepjes van vier. a Meet hoe groot het klaslokaal is. Wat is de lengte en de breedte? Hoe breed zijn de deur en de ramen? Schrijf de meetresultaten op een kladblaadje. b Kies de schaal van je tekening. Zorg ervoor dat de plattegrond op een A4’tje past. Gebruik een gemakkelijke schaal, bijvoorbeeld 1 cm is 25 cm (1 : 25). Dan is 4 cm op je plattegrond 1 m in werkelijkheid. c Maak de plattegrond op een A4’tje. Teken eerst de muren, de deur en de ramen. Teken daarna de tafels, de kasten en andere dingen. d Zorg ervoor dat deze vier dingen ook op je kaart staan: titel, legenda, schaal en noordpijl.

C

Lees de tekst van menu C in je leerboek en bekijk bron 10. Lees in het Basisboek B24 Tijdzones. Gebruik de atlas. 1 Zoek in het trefwoordenregister van de atlas de wereldkaart Tijdzones. Schrijf het kaartnummer op. 2 Als het in Nederland 12.00 uur is, hoe laat is het dan in de volgende landen? Iran

Nieuw-Zeeland

9 Waar is het eerder Nieuwjaar: in Nederland of in Nieuw Zeeland? Leg je antwoord uit. 10 Op welk eiland (Alcarta: atol) kun je als eerste in de wereld oud en nieuw vieren? 11 Naar welke eilanden kun je vliegen om het laatste oud- en nieuwfeest mee te maken?

Tijdzones

Chili

8 Op welke meridiaan ligt de datumgrens voor het grootste deel?

D

Hoogtepunten in Iran

Lees de tekst van menu D in je leerboek en bekijk bron 11. 1 Wat voor soort kaart staat in bron 11? 2 Bekijk de route in bron 11 en de legenda. Wat voor soort vakantie is deze reis? een strandvakantie een kampeervakantie een cultuurvakantie een wintersportvakantie

Verenigd Koninkrijk

926231_BINNENWERK.indb 18

29/10/19 16:31


Anders actief

3 Lees de volgende zinnen. Ze passen bij steden die op de kaart van bron 11 staan. Welke zin hoort bij welke stad? De schuingedrukte woorden kun je gebruiken om op internet meer informatie te vinden. Zoek ook foto’s van de bezienswaardigheid op internet en de naam van de stad die bedoeld is. a Op 40 km afstand van deze stad liggen de indrukwekkende ruïnes van de paleisstad Persepolis.

b Bij het Golestanpaleis ligt een mooie tuin waar studenten je vaak aanspreken voor een praatje.

c Deze stad wordt ook wel Halve Wereld genoemd. Bij het verkennen van de stad kom je al snel uit bij het grote Imamplein. Het is een indrukwekkend plein met prachtige paleizen, moskeeën en Koranscholen.

19

Keuzemenu

E

Atlaspuzzel

L ees de tekst van menu E in je leerboek en bekijk bron 12. 1 Welke landen staan in bron 12? Schrijf in W14 achter elk nummer de naam van het juiste land. 2 Schrijf in de rechterkolom van W14 de bijbehorende hoofdstad van elk land. 3 Welk van de acht landen heeft in werkelijkheid de grootste oppervlakte? 4 Welk van de acht landen heeft in werkelijkheid de kleinste oppervlakte?

d Vanaf Yazd gaat de tocht verder door het woestijn landschap. De volgende stad op de route heeft een van de mooiste bazaars van Iran. Je vindt er eeuwenoude theehuizen en tal van winkeltjes met tapijten, sieraden en kruiden.

e Deze stad is het heilige centrum van Iran. In 816 stierf Fatima, de zus van de achtste Imam Reza, hier. Het mausoleum (graftombe) van Fatima trekt jaarlijks veel bezoekers. De gouden koepels en sierlijke torens van dit indrukwekkende gebouw zijn al van verre te zien.

4 Maak een overzicht van de hoogtepunten van deze reis door de foto’s en de plaatsnamen in een document of presentatie te zetten. W14 Acht landen en hun hoofdsteden.

Land

Hoofdstad

1 2 3 4 5 6 7 8

926231_BINNENWERK.indb 19

29/10/19 16:31


20

1

Iran

Finish In dit hoofdstuk heb je gewerkt aan de vraag Hoe gebruik je kaarten om Iran te leren kennen? In deze Finish oefen je daar nog een keer mee.

Kijkvragen

d Gebruik een plattegrond of Google Maps. Klopt jouw kaart met de werkelijkheid? Leg je antwoord uit.

1 Bekijk in je leerboek de foto van figuur 18. a Bij welke reliëfvorm hoort de berg op de foto?

W15 Je eigen omgeving.

b Waaraan zie je dat?

Atlas- en kaartvaardigheden 2 Gebruik de atlas. a Wat voor soort kaart is Azië - Landschappen (Alcarta: Azië - Plantengroei en klimaat, Oorspronkelijke planten groei)?

mijn huis

b Waaraan zie je dat?

c Wat zijn de coördinaten van Sri Lanka?

d Gebruik de atlaskaart De wereld - Bevolkingsdichtheid (Alcarta: Wereld - Bevolkingsspreiding). Is de bevolking gelijk of ongelijk over de wereld verdeeld? Leg je antwoord uit.

e Is de bevolkingsdichtheid in Iran hoog of laag als je deze vergelijkt met India? Leg je antwoord uit.

Begrippen 4 Lees samen met een klasgenoot de volgende rijtjes begrippen uit het hoofdstuk. Streep het begrip door dat volgens jullie niet in het rijtje thuishoort. Leg jullie keuze uit. a lokaal schaalniveau – inzoomen – absolute afstand

De wereld in je hoofd

b meridiaan – evenaar – parallel

3 In W15 staat mijn huis in het midden van het kader. a Waar ligt jouw school ten opzichte van jouw huis? Kies uit: noord – noordoost – oost – zuidoost – zuid – zuidwest – west – noordwest. b Teken in W15 je school op de juiste plek en zet er school bij. c Teken in W15 nog drie andere dingen, bijvoorbeeld het huis van een vriend of vriendin, je favoriete winkel of je sportclub. Zet er ook weer bij wat het is.

926231_BINNENWERK.indb 20

c hoogteligging – breedteligging – reliëf

d legenda – schaal – schaalniveau

29/10/19 16:31


Aantekeningen

21

Aantekeningen

926231_BINNENWERK.indb 21

29/10/19 16:31


22

2

Grote natuurlandschappen op aarde

Start

2.

Grote natuurlandschappen op aarde

Hoofdvraag Welke grote natuurlandschappen zijn er op aarde en hoe verklaar je hun ligging?

1

Bekijk figuur 1 in je leerboek.

3

Lees in het Basisboek B2 Aardrijkskunde: gebieden en bekijk de figuren 1.1, 1.3 en 1.4. Bekijk figuur 1 in je leerboek.

a Wat voor soort landschap zie je in figuur 1 in je leerboek: een natuurlandschap of een ingericht landschap?

a Beschrijf in je eigen woorden wat je ziet op de foto.

b Wat voor soort landschap zie je in figuur 1.1 in het Basisboek?

c Schrijf een overeenkomst op tussen de beide figuren.

b Welke onderdelen hebben te maken met de natuur en welke met de mensen?

d Schrijf een verschil op tussen de beide figuren.

natuur:

4

mensen:

c Vind jij het een aantrekkelijk gebied?

Ja / Nee, omdat

Lees in het Basisboek B77 Cultuuren natuurlandschap. Blader door de hoofdstukken in je leerboek.

a Zoek drie voorbeelden van een ingericht landschap (of: cultuurlandschap).

hoofdstuk

, figuur / bron

hoofdstuk

, figuur / bron

hoofdstuk

, figuur / bron

2

Bekijk figuur 1 in je leerboek.

a Wat kun je zeggen over het gebied op de foto? koud / warm hoog / laag nat gebied / droog gebied dichtbegroeid / weinig begroeid b Waaraan kun je zien dat de foto is gemaakt in een warm gebied?

b Zoek drie voorbeelden van een natuurlandschap. hoofdstuk

, figuur / bron

hoofdstuk

, figuur / bron

hoofdstuk

, figuur / bron

c Zou je zo’n foto ook in Europa kunnen maken? Licht je antwoord toe.

926231_BINNENWERK.indb 22

29/10/19 16:31


§1

23

Ontbossing in het Amazonegebied

§1 Ontbossing in het Amazonegebied 2

Deelvraag

Lees in je leerboek Tropisch regenwoud en bekijk figuur 2.

Schrijf onder elke bewering of deze goed of fout is. a Het tropische regenwoud is een bos in warme en natte gebieden.

Waar groeit tropisch regenwoud op aarde en waarom daar?

1

Lees in je leerboek Tropisch regenwoud. Gebruik de atlas.

b Het tropische regenwoud ligt ver van de evenaar af.

a Zet in W1 de letters A t/m H van de landen op de juiste plek. b Zet de letters a t/m c van de wateren op de juiste plek. landen wateren A Brazilië a Amazone B Argentinië b Atlantische Oceaan C Chili c Grote Oceaan D Bolivia E Peru F Colombia G Venezuela H Suriname c Schrijf de breedtegraden in de invulhokjes in W1. Zet erbij of het N.B. of Z.B. is. d Tussen welke breedtegraden ligt het Amazonegebied?

ongeveer tussen

c In het tropische regenwoud leven weinig dieren en groeien veel soorten planten en bomen. d De bomen in het tropische regenwoud zijn niet allemaal even hoog. 3

a Welke kenmerken van een tropisch regenwoud zie je in figuur 2?

b Welk kenmerk van tropische regenwouden laat figuur 3 goed zien?

Topografie van Zuid-Amerika en het Amazonegebied.

1.000 km

4 ar

evena

Bekijk in je leerboek figuur 2 en 3.

en

e In hoeveel landen ligt het Amazonegebied? W1

Bekijk figuur 4B in je leerboek. Lees B72 Klimaatdiagram (alleen het driehoekje) en gebruik figuur 2.36 in het Basisboek.

a Wat is een klimaatdiagram? b Wat is de gemiddelde temperatuur in Tefé? ongeveer

°C

c In welke maand valt de meeste neerslag in Tefé? d Hoeveel millimeter is dat?

mm

e Vergelijk de temperatuur en neerslag van figuur 4B met die in figuur 2.36. Wat zijn de belangrijkste verschillen? temperatuur = Amazonegebied

926231_BINNENWERK.indb 23

neerslag

29/10/19 16:31


24 5

2

Lees in je leerboek Dicht bij de evenaar: warm en nat. Lees in het Basisboek B48 Breedteligging en temperatuur en bekijk figuur 2.7.

a Ligt een plaats op lage breedte ver weg van de evenaar of juist dicht bij de evenaar?

Grote natuurlandschappen op aarde

7

Lees in je leerboek Duurzaam gebruik en figuur 5.

a Wat is duurzaam omgaan met het tropische regenwoud?

b Zet de cijfers 1 t/m 5 van de volgende zinnen in de goede volgorde. Schrijf de cijfers op. 1 Het gaat regenen. 2 De lucht gaat stijgen. 3 Door de zon warmt de lucht op. 4 Warme lucht koelt af. 5 Er ontstaan wolken.

c Op lage breedte is het warmer / kouder dan op hoge breedte. Dit komt doordat op lage breedte de zonnestralen rechter / schuiner invallen dan op hoge breedte. Hierdoor wordt op lage breedte een kleiner / groter oppervlak van de aarde verwarmd. Recht invallende zonnestralen hebben ook een kleinere / grotere kans om te worden teruggekaatst door wolken en stofdeeltjes. Hierdoor bereikt minder / meer warmte het aardoppervlak. 6

Lees in je leerboek Ontbossing en figuur 5. Bekijk figuur 6.

a Bekijk de kaart online. In welk werelddeel ligt het grootste tropische regenwoud? (Zoom uit op de kaart.)

b Waarom is duurzaam gebruik van het tropische regenwoud belangrijk? c Hoe kun je duurzaam werken in de bosbouw? 8

Gebruik alle teksten van de paragraaf in je leerboek.

Kom in actie voor behoud van het regenwoud! Maak in groepjes een actieposter of flyer over het Amazonegebied. Op je flyer komt ten minste het volgende te staan: - Wat is het? - Waar ligt het? - Wat zijn de bedreigingen? - Waarom is behoud nodig? - Wat kun je zelf doen? Gebruik ook de links online.

b Bekijk de kaart uit vraag 6a. Waar is al veel bos verdwenen in het Amazonegebied? vooral aan de randen vooral in het midden c Bekijk de satellietfoto online. Hoe kun je de ontbossing zien op satellietbeelden? d Bekijk de satellietfoto en Street View. Waaraan herken je de ontbossing op satellietbeelden, op Street View en in figuur 6?

9

Gebruik de atlas.

Oefen met kaartlezen. Op welke kaart zie je de volgende verschijnselen? Noteer steeds de kaarttitels en -nummers. a Het oosten van Brazilië is dichtbevolkt, het westen is dunbevolkt. b In het Amazonegebied wonen indianen. c In het Amazonegebied valt veel regen.

d In het Amazonegebied wordt aan landbouw gedaan.

926231_BINNENWERK.indb 24

29/10/19 16:31


§1

10

Ontbossing in het Amazonegebied

25

Herhaling

Leerdoelen

Vul W2 in. W2

Wat moet je kennen en kunnen?

Tropisch regenwoud: wat, waar en waarom daar?

LB

A Wat is een tropisch regenwoud? een bos in een koud / warm en nat / droog gebied 1 De wouden liggen ten noorden / ten zuiden / aan beide kanten van de evenaar. 2 Er is een rijk / arm planten- en dierenleven. 3 Het tropische regenwoud bestaat uit verschillende

; de bomen verschillen in hoogte.

• Je weet waar tropische regenwouden groeien en waarom daar. • Je weet waardoor het tropische regenwoud wordt bedreigd. • Je weet wat duurzaam gebruik is.

WB • Je kent de topografie van Zuid-Amerika en het Amazonegebied (W1). • Je kent de kenmerken van een tropisch regenwoud (W2). • Je weet wat het verschil is tussen een natuurlandschap en een ingericht landschap. • Je weet wat ontbossing is. • Je kunt een klimaatdiagram lezen.

B Waar liggen de wouden? op hoge / lage breedte C Waarom liggen ze daar? hoge temperaturen door loodrechte / schuine zonnestralen De zonnestralen geven meer warmte, doordat: - ze een kortere / langere weg naar de aarde afleggen - ze een groter / kleiner oppervlak verwarmen veel neerslag, doordat lucht bij de evenaar stijgt / daalt en

BB

daardoor warmer / kouder wordt

• • • •

Deze lucht vormt wolken waaruit

valt.

B48 Breedteligging en temperatuur B72 Klimaatdiagram (alleen het driehoekje) B77 Cultuur- en natuurlandschap (Start) Vaardigheid toepassen: - B2 Aardrijkskunde: gebieden (Start)

Begrippen Leerboek bevolkingsspreiding, breedteligging, duurzaam, etage, evenaar, herbebossing, lage breedte, ontbossing, tropen, tropisch regenwoud Basisboek breedteligging, cultuurlandschap, hoge breedte, ingericht landschap, klimaatdiagram, lage breedte, natuurlandschap, neerslag

Digitaal samenvatting en zelftoets §1

926231_BINNENWERK.indb 25

29/10/19 16:31


26

2

Grote natuurlandschappen op aarde

§2 De outback in Australië 2

Deelvraag Waar liggen droge gebieden op aarde en waarom daar?

Lees in je leerboek Bevolkingsdichtheid.

a Kleur in W3 de grens van Australië. b Wat laat W3 zien als je de oppervlakte van Australië vergelijkt met die van Nederland en van Europa? Nederland:

1

Lees in je leerboek Bevolkingsdichtheid. Gebruik de atlas.

a Zoek in de Statistiek (Landenregister) in de atlas op wat de bevolkingsdichtheid van Nederland is (oppervlak : aantal inwoners).

inw/km2

Europa:

b Wat valt je op als je de bevolkingsdichtheid van Nederland vergelijkt met die van Australië?

W3

Oppervlakte van Nederland, Australië en Europa.

c Zoek in de atlas de kaarten Nederland - Bevolking, Bevolkingsspreiding en Australië en Nieuw-Zeeland Bevolkingsdichtheid (Australië en Nieuw-Zeeland Bevolkingsspreiding en oorspronkelijke bevolking). Lees de volgende zinnen. Geef aan of ze juist of onjuist zijn. De bevolkingsspreiding van Nederland is ongelijk. juist / onjuist De bevolkingsspreiding van Australië is ongelijk. juist / onjuist In Nederland wonen de meeste mensen aan de kust. juist / onjuist In Australië wonen de meeste mensen aan de kust. juist / onjuist Het grootste deel van Australië heeft meer dan 10 inw/km2. juist / onjuist Het grootste deel van Nederland heeft meer dan 10 inw/km2. juist / onjuist De noordkust van Nederland heeft een hogere bevolkingsdichtheid dan de rest van Nederland. juist / onjuist De noordkust van Australië heeft een hogere bevolkingsdichtheid dan de rest van Australië. juist / onjuist

926231_BINNENWERK.indb 26

1.000 km

3

Gebruik de atlas.

a Vul de topografie van Australië in W4 in. Als er meerdere steden bij elkaar liggen, kies dan voor de grootste stad.

steden

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

29/10/19 16:31


§2

W5

zeeën

a

b

eiland

I

27

De outback in Australië

Neerslag in Australië.

3 2

b De meeste mensen wonen in het midden van het land / in het kustgebied. c Noteer het nummer en de titel van de atlaskaart waarop je dat kunt zien.

1 3 2

2

3

W4

3

1.000 km

Topografie van Australië.

per jaar in mm 8 b

a

250 - 500

5

9

Queensland

Western Australia 1

South Australia New South Wales

7

2

6 4

1.000 km

minder dan 250

2

Victoria 3

A.C.T.

I Tasmania 5

Lees in je leerboek Outback. Bekijk figuur 7 en 11.

a Kleur W5 volgens de legenda. b Hoe verder naar het binnenland, hoe het wordt. c Hoe weet je dat de foto’s van figuur 7 en 11 niet in het noordelijke deel van Australië zijn genomen?

500 - 1.000 meer dan 1.000

Bekijk figuur 8 in je leerboek.

Lees de volgende zinnen. Kruis de juiste zinnen aan. In het noorden van Australië wonen veel boeren met schapenbedrijven. Meer dan de helft van de bodem in Australië wordt niet gebruikt. In het binnenland doen boeren vooral aan extensieve veeteelt. In de stedelijke gebieden zijn veel bedrijven met intensieve veeteelt. 6

4

3

10

Northern Territory

a

1

Bekijk figuur 9 in je leerboek.

a Bekijk de drie foto’s online. Welke foto is in de outback genomen? foto

, omdat

b Welke van de drie foto’s is in het noorden genomen? Tip: Let op de begroeiing. foto

, omdat

c Bekijk online het filmpje waarin de boeren het vee bijeen drijven vanuit helikopters. Dit is intensieve / extensieve veeteelt.

926231_BINNENWERK.indb 27

29/10/19 16:31


28 7

2

Lees in je leerboek Droogte en bekijk figuur 10A. Gebruik de atlas.

a Schrijf in W6 de letters A t/m G van de grote woestijnen op de juiste plek. A Sahara B Gobi C Kalahari D Grote Victoriawoestijn E Nefudwoestijn F Great Basin (Grote Bekken) G Atacama b Schrijf de breedteligging in de invulhokjes in W6. Kies uit: 0° – 20° – 40°. Zet erbij of het N.B. of Z.B. is. c De woestijnen liggen dicht bij de evenaar vooral tussen 20° en 40° N.B. en Z.B. vooral boven 40° N.B. en Z.B.

W6

Droge gebieden op aarde.

1

1 1 1

1

1

1

1

1 1 1

1

1

1

8.000 km

1

droog gebied

Grote natuurlandschappen op aarde

W7

Lees in het Basisboek B82 Savanne en bekijk figuur 3.9 en 3.10.

Neerslag in mm

Aantal maanden met neerslag

tropisch regenwoud savanne steppe woestijn

10

Lees in je leerboek Droogte. Lees in het Basisboek B60 Droogte (alleen het driehoekje).

a Zet de nummers 1 tot en met 4 in de juiste rondjes in W8. Kies uit: 1 savanne (2 x) 2 droge, dalende lucht (2 x) 3 woestijn (2 x) 4 steppe (2 x) b Droge gebieden ontstaan doordat de lucht stijgt / daalt. Dat gebeurt tussen de 20 en 40˚ N.B. en Z.B. / 40 en 60˚ N.B. en Z.B. Door het stijgen / dalen wordt de lucht warmer / kouder en verdwijnen de wolken. Hierdoor valt er veel / weinig neerslag. W8

8

Landschappen van nat naar droog.

Landschap

30° N.B

Ontstaan van droogte. 0°

a Vul W7 in voor het tropische regenwoud en de savanne. b Beschrijf de plantengroei in een savanne.

30° Z.B

stijgingsregen

verdamping

9

Lees in het Basisboek B83 Steppe en B84 Woestijn. Bekijk figuur 3.11 en 3.12.

tropisch regenwoud

a Vul W7 in voor de steppe en de woestijn. b Op welke twee manieren past de plantengroei in de steppe zich aan de droogte aan?

1 grassen:

2 struikjes:

926231_BINNENWERK.indb 28

11

Bekijk figuur 10B in je leerboek. Gebruik in het Basisboek B72 Klimaatdiagram (alleen figuur 2.36).

Maak het klimaatdiagram in W9 af. Gebruik hiervoor de klimaatgegevens in W10. a Geef de temperatuur aan met rode stippen in het midden van de maanden januari t/m april. Verbind de stippen met een rode lijn. b Geef de neerslag aan met blauwe streepjes in de maanden januari t/m april. Kleur de staafjes onder die streepjes blauw.

29/10/19 16:31


§2

De outback in Australië

c Welke twee verschillen in neerslag zijn er tussen Oodnadatta (figuur 10B in je leerboek) en Cairns (W9)?

Leerdoelen

Wat moet je kennen en kunnen?

1

LB

2

• Je kunt de ongelijke bevolkingsspreiding in Australië beschrijven en verklaren. • Je kunt de neerslag in Australië beschrijven: wat de verschillen zijn per gebied, de gevolgen hiervan voor het bodemgebruik en voor het landschap.

d Bekijk de grafiek van Oodnadatta in figuur 10B. Welk landschap vind je hier? W9 500

29

Klimaatdiagram Cairns.

mm

ºC

WB 30

450 400

20

350 300

10

250 0

200

• Je kent de topografie van Australië (W4). • Je kent de ligging van droge gebieden op aarde (W6). • Je weet hoe droogte ontstaat (W8). • Je weet wat het verschil in oppervlakte is tussen Australië en Nederland. • Je kunt klimaatdiagrammen tekenen, aflezen en vergelijken. • Je kunt de kenmerken van verschillende landschappen beschrijven.

150 –10

100 50 0

j

f

m

a

m

j

j

a

s

o

n

d maand

–20

W10 Temperatuur- en neerslaggegevens van Cairns, januari t/m april.

maand

j f m a

temperatuur 28 27 27 25 neerslag

12

397 422 449 225

Herhaling

Zoek bij elk kenmerk uit het linkerrijtje het kenmerk uit het rechterrijtje dat er bij hoort, bijvoorbeeld A – 8. Je mag elk kenmerk maar één keer gebruiken. A zand, stenen, rotsen 1 evenaar B droge gebieden op aarde 2 rand van de outback C droogte, hitte 3 steppe D akkerbouw, intensieve veeteelt 4 dalende lucht E extensieve veeteelt 5 down under F Australië 6 savanne G grassen en struiken 7 kustgebied H opstijgende lucht 8 woestijn I droog, wolken lossen op 9 20° tot 40° N.B. en Z.B. J grassen en groepjes bomen 10 outback A

F

B

G

C

H

D

I

E

J

926231_BINNENWERK.indb 29

BB • • • • •

B60 Droogte (alleen het driehoekje) B72 Klimaatdiagram (alleen figuur 2.36) B82 Savanne B83 Steppe B84 Woestijn

Begrippen Leerboek bevolkingsdichtheid, bevolkingsspreiding, extensieve veeteelt, intensieve veeteelt, neerslag, regentijd, savanne, steppe, woestijn Basisboek klimaatdiagram, savanne, steppe, woestijn

Digitaal samenvatting en zelftoets §2

29/10/19 16:31


30

2

Grote natuurlandschappen op aarde

§3 De Inuit in het poolgebied W12 Landschap in de outback.

Deelvraag Waar liggen toendra’s en ijsvlakten en waarom daar?

1

Lees in je leerboek De Inuit en bekijk figuur 12, 13 en 16B. Bekijk online de filmfragmenten van 3 op Reis.

a Waarom zijn sneeuw en ijs belangrijk voor de Inuit? b Wat is het opvallendste verschil tussen het landschap in het poolgebied en het landschap in:

het Amazonegebied (§1 en W11):

de outback van Australië (§2 en W12):

c Wat is het opvallendste verschil tussen het klimaatdiagram van Iqaluit in het poolgebied (figuur 16B) en dat van:

2

Gebruik de atlas of figuur 16A in je leerboek.

Tefé in het Amazonegebied (figuur 4B in §1):

a Schrijf de letters A t/m D van de landen en gebieden in de juiste rondjes in W13. A Groenland B Canada Oodnadatta in Australië (figuur 10B in §2): C Alaska (VS) D Rusland b Aan welke zee grenst het leefgebied van de Inuit?

W11 Het Amazonegebied.

c Tussen welke breedtegraden ligt het leefgebied van de Inuit?

ongeveer tussen

° N.B. en

° N.B.

W13 Topografie van het leefgebied van de Inuit. N

oo

80°

rd e

l ij k

e IJ s

°

70

zee

½°

66

°

60

Grote Oc ea an Inuit

926231_BINNENWERK.indb 30

1.000 km

29/10/19 16:31


§3

d De meeste Inuit in Canada en Groenland wonen aan de randen / in het midden van het land. e Waarom wonen de mensen juist daar?

31

De Inuit in het poolgebied

4

Lees in je leerboek Sneeuw en ijs en lees en bekijk figuur 13. Bekijk figuur 16A.

a In welk deel van Groenland vriest het ook in de zomer?

b Waardoor ontstaat daar landijs?

3

Lees in je leerboek Toendra en bekijk de foto’s in §3.

a Waarom groeien er in het poolgebied geen bomen?

c Drijfijs bestaat wel / niet uit afgebroken stukken zee-ijs. d Is de foto van figuur 13 in het najaar of in de winter genomen? najaar / winter, omdat

b Beschrijf wat toendra’s zijn en waar ze liggen. Vul daarvoor de onderdelen A en B van W14 in. Deel C hoef je nog niet in te vullen. c Waardoor is de toendra in de zomer drassig?

5

Waardoor is het koud in de buurt van de Noordpool? Vul daarvoor onderdeel C van W14 in. 6

d Welke foto in §3 geeft het beste een beeld van de toendra? figuur

, omdat

W14 Toendra: wat, waar en waarom daar?

A Wat is een toendra? boomloze vlakte in koude / warme gebieden plantengroei:

Lees in het Basisboek B48 Breedteligging en temperatuur.

Lees in het Basisboek B49 Luchtstreken.

a Schrijf in W15 de volgende woorden in de juiste invulvakken: keerkring (2 x) poolcirkel (2 x) Noordpool Zuidpool evenaar b Vul de breedtegraden in op de invullijnen. c Kleur W15 in. Gebruik de kleuren die in de legenda staan. W15 Luchtstreken.

90 N.B. ....................° winters: kort / lang ’s winters is de bodem ontdooid / bevroren zomers: kort / lang

Noordpool poolcirkel

66½ N.B. ....................°

B Waar liggen toendra’s? dicht bij / ver weg van de evenaar op hoge / lage breedte

keerkring

23½ N.B. ....................°

evenaar

0 ....................°

keerkring

23½ Z.B. ....................°

C Waarom liggen ze daar? lage temperatuur door loodrechte / schuine zonnestralen Die geven minder warmte, doordat

poolcirkel Zuidpool 90 ....................° Z.B.

926231_BINNENWERK.indb 31

66½ Z.B. ....................° blauw

poolstreken

groen

gematigde zone

rood

tropen

29/10/19 16:31


32 7

2

Lees in het Basisboek B86 Naaldbos (taiga).

a Bekijk figuur 3.13 in het Basisboek. Waarom verandert het landschap van links naar rechts op de tekening? b Hoe herken je de taiga op de tekening? c Hoe warm moet het in de zomer minstens zijn om naald bomen te laten groeien?

Grote natuurlandschappen op aarde

9

Herhaling

Lees de volgende kenmerken van koude gebieden. Kleur de rondjes van de toendra rood en die van het land- en zee-ijs blauw. woongebied Inuit moerassig grassen en mossen Noordpool niet warmer dan gemiddeld 10 °C drijfijs gemiddeld altijd onder 0 °C zeer dun bevolkt onbewoond permafrost

Leerdoelen

d Welk deel van de tekening lijkt het meest op het leefgebied van de Inuit?

LB

8

Gebruik de atlaskaart De aarde - Oorspronkelijke plantengroei (Aarde - Vegetatie, Oorspronkelijke plantengroei).

a Welke landschappen liggen ten noorden van de noordpoolcirkel? Kruis de goede antwoorden aan. toendra naaldbos loofbos landijs (ijswoestijn) steppe woestijn b In welke twee landen ligt het grootste deel van de taigazone op aarde? Noorwegen en Zweden Rusland en Canada Zweden en Rusland Canada en de Verenigde Staten c Tussen welke breedtegraden liggen de taigazones?

Wat moet je kennen en kunnen?

ongeveer tussen

° N.B. en

° N.B.

d Waarom is er geen taiga op het zuidelijk halfrond?

• Je weet wat de bevolkingsdichtheid is van de poolstreken. • Je kent de kenmerken van een toendra. • Je kent de kenmerken van landijs en zee-ijs. • Je kent de topografie en landschappen van het noordpoolgebied (figuur 16A).

WB • Je kent de topografie van het leefgebied van de Inuit (W13). • Je weet wat de kenmerken zijn van een toendra. • Je weet wat de kenmerken zijn van een taiga. • Je kent de verschillende luchtstreken. • Je kent de verschillen in landschap en klimaat in het poolgebied, het Amazonegebied en de outback. • Je herkent het verband tussen temperatuur en landschap.

BB • B48 Breedteligging en temperatuur • B49 Luchtstreken • B86 Naaldbos (taiga)

Begrippen Leerboek bevolkingsdichtheid, boomgrens, eeuwige sneeuw, hoge breedte, landijs, neerslag, noordpoolcirkel, permafrost, taiga, toendra, zee-ijs Basisboek boomgrens, breedtecirkel, hoge breedte, keerkring, lage breedte, luchtstreek, naaldboomgordel, poolcirkel, poolstreken, taiga

Digitaal samenvatting en zelftoets §3

926231_BINNENWERK.indb 32

29/10/19 16:31


§4

33

Het Lötschental

§4 Het Lötschental 3

Gebruik figuur 20 en 22 in je leerboek. Lees in het Basisboek B15 Verbanden leggen.

Deelvraag Welke verschillende zones van plantengroei zijn er in berggebieden?

1

Lees in je leerboek De Alpen en gebruik figuur 17 en 18. Lees in het Basisboek B2 Aardrijkskunde: gebieden.

a Waar in Zwitserland is de bevolkingsdichtheid het hoogst? in het noorden / zuiden b Op welke hoogte wonen veel mensen?

a Waarom wonen er in de Alpen weinig mensen?

c Waar in Zwitserland is de bevolkingsdichtheid het laagst? in het noorden / zuiden d Op welke hoogte wonen weinig mensen?

b Wat voor landschap zie je in figuur 17? natuurlandschap / ingericht landschap, omdat

e Welk verband is er tussen figuur 20 en 22?

c Wat voor landschap zie je in figuur 18? natuurlandschap / ingericht landschap, omdat

4 2

Gebruik de atlas.

a In welk deel van Zwitserland ligt het Lötschental?

a Kleur de grens van het Alpengebied in W16. Denk ook aan de legenda. b Lees hierna de landcodes van de zeven Alpenlanden, zoals ze bijvoorbeeld op nummerborden staan, in W16. Welke landen zijn het?

CH =

A =

D =

F

=

I

=

SLO =

FL = Liechtenstein W16

b Bekijk figuur 19. Is er in het Lötschental veel of weinig reliëf? Leg je antwoord uit. c Gebruik de tekst en figuur 19. Waaraan zie je dat er in het Lötschental sprake is van een ingericht landschap? Geef twee voorbeelden.

1

2

Topografie van het Alpengebied.

5

D München F

Lees in je leerboek Inzoomen: het Lötschental. Bekijk figuur 19 en 22.

Wenen

Zürich Bern CH

Lyon Turijn

a Hoe hoog ligt het Lötschental als je rekent vanaf Goppenstein tot Fafleralp?

A

FL

ongeveer

SLO

Milaan

Lees in je leerboek Begroeiing en bekijk figuur 18. Lees in het Basisboek B51 Hoogtegordels.

m tot

m

b In welke hoogtegordel staan de huizen van figuur 18? I 200 km

Alpengebied

c In een dal is het 21 °C. Je klimt 2.000 m omhoog.

926231_BINNENWERK.indb 33

Wat is op die hoogte de temperatuur?

°C

29/10/19 16:31


34

2

Grote natuurlandschappen op aarde

W17 Berggebieden op aarde.

7

Gebruik in je leerboek figuur 21 en 23. Lees in het Basisboek B51 Hoogtegordels.

a Door welke drie hoogtegordels gaat de wandeling naar de gletsjer? evenaar

hoogste punt

1

2

3

b Bekijk de foto’s en het diagram van de Langgletsjer online. Waaraan kun je zien dat de Langgletsjer zich terugtrekt?

8.000 km

6

Gebruik het Register van topografische namen (Topografisch register) in de atlas.

8

a Zet de cijfers 1 t/m 10 van de gebergten in de juiste rondjes in W17. 1 Coast Ranges (Kustgebergte) 6 Kaukakus 2 Rocky Mountains 7 Atlasgebergte (Atlas) 3 Andes, Cordilleras de los 8 Kilimanjaro (Andes) 9 Himalaya 4 Alpen 10 Australische Alpen 5 Pyreneeën b Hoe heet het hoogste berggebied op aarde? Noteer ook de hoogte.

Herhaling

a Vul in W18 de twee invulhokjes en de legenda in. b Vul de temperaturen in. c Waar is het Lötschental het meest ingericht?

in de lagere / hogere delen, omdat

Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen?

LB W18 Hoogtegordels en temperatuur.

5

hoogte

temperatuur

4.000 m

..........°C

WB .........................grens

4 3.000 m

..........°C

2.000 m

5 °C

3 .........................grens 2

• Je kent de topografie van het Alpengebied (W16). • Je kent de topografie van de grote berggebieden op aarde (W17). • Je weet hoe je moet wisselen van schaalniveau. • Je weet hoe de temperatuur daalt als je hoger in de bergen komt.

BB 1.000 m

..........°C

0m

..........°C

1

hoogtegordels 1 ....................................................................................................................... 2 ....................................................................................................................... 3 ....................................................................................................................... 4 ....................................................................................................................... 5 .......................................................................................................................

926231_BINNENWERK.indb 34

• Je weet wat een hooggebergte is. • Je weet welke hoogtegordels er zijn in de bergen. • Je weet wat het verband is tussen bevolkings dichtheid en reliëf.

• •

B51 Hoogtegordels Vaardigheden toepassen: - B2 Aardrijkskunde: gebieden - B15 Verbanden leggen

Begrippen Leerboek alpenweide, bevolkingsdichtheid, boomgrens, gletsjer, hooggebergte, hoogtegordel, ingericht landschap, natuurlandschap, reliëf, rotsgordel, taiga, toendra Basisboek alpenweide, boomgrens, eeuwige sneeuw, hoogtegordel, ingericht landschap, loofboomgordel, naaldboomgordel, natuurlandschap, rotsgordel

Digitaal samenvatting en zelftoets §4

29/10/19 16:31


Anders actief

35

Klimaat en landschap

Anders actief 3

Klimaat en landschap 1

a Vul in de kolom Klimaatdiagram van W20 de ontbrekende letters in. b Schrijf in de kolom Natuurlandschap van W20 de grote natuurlandschappen die bij de klimaatdiagrammen horen. Kies uit: savanne – woestijn – naaldbos – sneeuw/ijs – tropisch regenwoud – steppe – toendra – loofbos. c Welk van de vier klimaten heeft het dorp in bron 1? Gebruik eventueel de atlas.

Lees in je leerboek Klimaat en landschap. Lees in het Basisboek B42 Weer en klimaat.

a Geef een beschrijving van het weer van vandaag. temperatuur:

neerslag: ja / nee

wind:

zon / wolken:

b Noteer twee verschillen tussen weer en klimaat.

1

2

Bekijk bron 1 en 2 in je leerboek.

4

c Vul de legenda van W19 in. Kies uit: koud klimaat – droog klimaat – tropisch klimaat – gematigd klimaat.

Vergelijk W20 met figuur 3.4 in het Basisboek. Gebruik ook B15 Verbanden leggen.

a Noteer de naam van een gebied waar weinig mensen wonen, omdat het er te koud is.

2

Lees de tekstjes in bron 1 in je leerboek.

b Noteer de naam van een gebied waar weinig mensen wonen, omdat het er te droog is.

Noteer de cijfers 1 t/m 8 uit bron 1 op de juiste plek in de kolom Temperatuur en de kolom Neerslag van W20.

W19 Klimaten op aarde.

A .............................................................................

66½° N.B.

EUROPA

NOORD-AMERIKA Atlanti

23½° N.B.

e sch

AFRIKA

O

ce

evenaar

ZUID-AMERIKA

............................................................................. .............................................................................

aa n

Indische Oceaan

23½° Z.B.

Gr ot

.............................................................................

an cea Grote O

AZIË

AUSTRALIË e

O

aa ce n

66½° Z.B.

6.000 km

ANTARCTICA

W20 Klimaat en landschappen.

Klimaat

Temperatuur

Neerslag

Klimaatdiagram Natuurlandschap

C koud klimaat

B tropisch klimaat

D gematigd klimaat

H droog klimaat

926231_BINNENWERK.indb 35

29/10/19 16:31


36

2

Grote natuurlandschappen op aarde

Keuzemenu A

W22 Puzzel.

Hoogtelijnen

1 Lees de tekst van menu A in je leerboek en bekijk bron 3 en 4. Lees in het Basisboek B20 Hoogte en reliëf op kaarten. a Wat zijn hoogtelijnen?

A

1

b Hoe is de hoogteligging aangegeven in bron 3?

B

2

c Hoe hoog ligt het hoogste punt op de kaart?

m

d Wat is de naam van deze berg?

C

3

e Hoe hoog liggen de wijnboerderijen?

Les Abbayes op ongeveer

m

Les Dézaley op ongeveer

m

f De weg van Les Abbayes naar Le Dézalay loopt eerst bijna vlak / erg steil, daarna sla je links af en loopt de weg bijna vlak / erg steil. 2 Teken in W21 met behulp van de hoogtelijnen een dwarsdoorsnede (of: profiel) van een berg. Let daarbij goed op de verticale schaalstok. Er is al een begin gemaakt.

D

5

E

Dwarsprofiel van de Alpen

Lees in je leerboek de tekst van menu B. Bekijk W23. Teken in W24 de dwarsdoorsnede van München naar Milaan. Gebruik hiervoor de gegevens die naast W24 staan.

W21 Dwarsdoorsnede van een berg. 4.000

B

4

hoogte in m

3.500 3.000

W23 Dwars door de Alpen.

2.500

München

2.000 1.500

DUITSLAND

1.000 500 0

Zugspitze

Garmisch-Partenkirchen OOSTENRIJK

Landeck

LIECHTENSTEIN

Silvretta 4.000 0 0 3 . 5 0 3 . 00 0 0 2. 5

ZWITSERLAND 2. 0 0

0 0 1.50

1

0 . 00

hoogte in m

Sankt Moritz 500

0

Monte Disgrazia

dal van de Ad d

a

lager dan 200

ITALIË

200 - 500 500 - 1.500 1.500 - 3.000

3 Bekijk W22. Welke hoogtelijnen horen bij welk profiel van de bergen?

1=

3=

5=

2=

4=

926231_BINNENWERK.indb 36

hoger dan 3.000

Lecco

doorsnede München-Milaan Milaan

50 km

bergtop

29/10/19 16:31


Anders actief

37

Keuzemenu

W24 Dwarsprofiel. 4.000

hoogte in m

hoogteligging in m München Garmisch-Partenkirchen Zugspitze Landeck Silvretta Sankt Moritz Monte Disgrazia dal van de Adda Lecco Milaan

50 km

3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000

515 708 2.978 818 3.411 1.833 3.678 240 214 211

500

°C

hoogste temperatuur

°C

meeste neerslag

mm

M

ila

an

o cc Le

da

de

isg

1 Lees in je leerboek de tekst van menu C en bekijk bron 5. 2 Wat was het weer op je geboortedag? Bekijk het online. 3 Download de grafiek online. Print hem. Teken er twee lijnen in: een rode voor de maximumtemperatuur en een blauwe voor de minimumtemperatuur op al je verjaardagen. Tip: Zet eerst met potlood puntjes in het midden van alle kolommen en trek daarna de lijn. Maak de legenda. 4 Teken in de grafiek ook de staafjes met neerslag op al je verjaardagen. 5 Wat zijn de weerrecords op je verjaardagen? laagste temperatuur

an

D

D

Het weer op je verjaardag

lv

te

da

on

Sa

M

C

Ad

ra zia

or itz tM

lv Si

nk

re tta

k ec nd La

M

ün

ch

en

G Pa ar rte mi nk s ch i Zu rch gs en pi tz e

0

Natuurreis door Europa

1 Lees in je leerboek de tekst van menu D en bekijk bron 6. 2 Maak het keuzemenu online.

E

Weerrecords

1 Lees in je leerboek menu E en bekijk bron 7 en 8. Welke tegenstelling zie je op de foto’s? 2 Gebruik de links online. Vul W25 in.

W25 Weerrecords.

Weerrecord

Hoeveel

1

de laagste temperatuur in Nederland

°C

2

de laagste temperatuur op aarde

°C

3

de hoogste temperatuur in Nederland

°C

4

de hoogste temperatuur op aarde

°C

5

de meeste neerslag op één dag in Nederland

mm

6

de meeste regenval in 24 uur op aarde

mm

7

de meeste sneeuw in 24 uur op aarde

cm

8

de meeste regenval in 365 dagen op aarde

m

9

de meeste sneeuw in 365 dagen op aarde

m

10 aantal jaar zonder neerslag

926231_BINNENWERK.indb 37

14,4 jaar

Waar

Arica, Atacama, Chili

29/10/19 16:31


38

2

Grote natuurlandschappen op aarde

Finish In dit hoofdstuk heb je gewerkt aan de vraag: Welke grote natuurlandschappen zijn er op aarde en hoe verklaar je hun ligging? In deze Finish oefen je daar nog een keer mee.

d Welke begrippen uit de Finish kun je gebruiken om dit landschap te beschrijven en te verklaren? Leg ook uit waarom je die begrippen gekozen hebt.

Deelvragen

1 Lees de volgende antwoorden op de vier deelvragen van hoofdstuk 2. Streep het foute woord door en vul het juiste woord in. Vul steeds het juiste paragraafnummer in. a Op hoge / lage breedte is het koud. De zon staat hoog / laag aan de hemel. Het is te warm / koud voor boomgroei. en ijsvlakten:

landschappen: deelvraag §

b Als je omhoog gaat in de bergen, verandert de plantengroei. Want: hoe hoger / lager, hoe kouder. hoogtegordels van laag tot hoog zijn:

Luchtstreken en landschappen 3 a Schrijf de letters A t/m F van de landschappen in de juiste zone in W26. Kies uit: A loofbos – B tropisch regenwoud – C landijs – D savanne – E toendra – F naaldbos. b Welke twee grote natuurlandschappen ontbreken in W26?

W26 Luchtstreken en landschappen.

66½° N.B.

: deelvraag §

c Op hoge / lage breedte is het warm. De zon staat hoog /

laag aan de hemel. Ook is het nat door

.

evenaar

en

landschappen:

23½° N.B.

23½° Z.B.

: deelvraag §

5.000 km

d Bij de evenaar stijgt / daalt de lucht. Tussen 20° en 40° N.B. en Z.B. stijgt / daalt de lucht en is het nat / droog. en

landschappen:

66½° Z.B.

Begrippen

: deelvraag §

Kijkvragen 2 Bekijk figuur 24 in je leerboek. a Op welke breedte is deze foto genomen? ongeveer tussen 0 en 20° N.B. of Z.B. ongeveer tussen 20 en 40° N.B. of Z.B. ongeveer tussen 40 en 60° N.B. of Z.B. ongeveer tussen 60 en 80° N.B. of Z.B. b Waaraan kun je dat zien? c Het gebied ligt op de grens van drie natuurlandschappen. Welke zijn dat?

4 Lees de rijtjes a t/m d. Bedenk samen met een klasgenoot welk begrip er volgens jullie niet in thuishoort. Streep dat door. Leg jullie keuze uit. a landijs – zee-ijs – taiga

b alpenweide – toendra – steppe

c toendra – herbebossing – ontbossing

d tropen – keerkring – poolcirkel

1

2

3

926231_BINNENWERK.indb 38

29/10/19 16:31


Aantekeningen

39

Aantekeningen

926231_BINNENWERK.indb 39

29/10/19 16:31


D E GEO

1 VM BO - T/ H AVO WERKBOEK

Ontdek waar het om draait

www.thiememeulenhoff.nl/degeo

926231_OMSL.indd 1

9 789006 926231

29/10/19 16:41