Issuu on Google+

Geestelijke gezondheidszorg bevat alle theorie die nodig is om als beginnend beroepsbeoefenaar in de branche GGZ aan het werk te gaan. De theorie sluit aan bij alle kerntaken en werkprocessen die van toepassing zijn op deze uitstroomverbijzondering. De leerinhouden zijn thematisch en overzichtelijk geordend. Bij het ontwikkelen van de leerinhouden van Traject V&V is uitgegaan van de beroepspraktijk van verzorgenden en verpleegkundigen. Daarnaast is rekening gehouden met de verschillende leerstijlen van studenten. Traject V&V bestaat uit meerdere onderdelen. Naast de theorie in de boeken is er een onderdeel praktijksituaties en een onderdeel vaardigheden. Praktijksituaties en vaardigheden worden in combinatie met ander ondersteunend materiaal aangeboden via de methodesite. Deze combinatie maakt Traject V&V tot een actueel en flexibel aanbod in een juiste mix van blended learning componenten. Met Traject V&V wordt competentiegericht leren optimaal ondersteund.

Geestelijke gezondheidszorg

Het boek Geestelijke gezondheidzorg maakt deel uit van Traject V&V, een compleet aanbod voor de opleidingen Verzorgende IG en Verpleegkundige MBO. Het boek is bestemd voor de opleiding Verzorgende IG en geschikt voor alle leerwegen en/of verkorte en flexibele trajecten.

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit Traject V&V, i-careflex, Basisboeken, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie e.d.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

niveau

3

Auteurs: A. Engeltjes M. Minderhoud Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans H.J.M. van der Ham

Geestelijke gezondheidszorg deel 1

niveau

3


Geestelijke gezondheidszorg niveau 3

A. Engeltjes M. Minderhoud Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans H.J.M. van der Ham

Eerste druk

13330_Boek.indb 3

07-08-12 13:11


Colofon Auteurs

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair

A. Engeltjes, M. Minderhoud

Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwas-

Inhoudelijke redactie

seneneducatie en Hoger Onderwijs

C.A. Abrahamse, M.H.A.J. Gloudemans

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van

H.J.M. van der Ham

onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klan-

Redactie Zendertekst

Conceptontwerp

tenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 92504 3 Eerste druk, eerste oplage, 2012

Projectteam ThiemeMeulenhoff

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012

Ontwerp

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden

Omslag: In2vorm, Barchem

verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevens-

Binnenwerk: Studio Imago, Amersfoort

bestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze,

Fotografie Martin Hogeboom, Epe (omslag)

hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Karin Ligthart, Amsterdam Mirador Media, Tilburg

Tekenwerk

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoe-

Ad Gruter, Nieuwegein

dingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierech-

Joop Mommers, Barendrecht: p. 42, 135

ten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.

Anjo Mutsaars, Haren: p. 28, 87

stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze

Floris Oudshoorn, Amsterdam: p. 47, 129, 139

uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken

Overig materiaal

(artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het

ADVYS: p. 154

maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenon-

AMZ, Maastricht: p. 26, 27

derwijs.nl.

Babydeals: p. 111 Gilles San Martin: p. 13

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen

Haags Kunstogen Laboratorium: p. 15

volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks me-

Laprolan B.V.: p. 12

nen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog

Lineair, Arnhem: p. 9, 116, 130

tot de uitgever wenden.

Shutterstock: p. 61 Trombosestichting Nederland: p. 41 Voedingscentrum: p. 65 www.huidinfo.nl: p. 11

13330_Boek.indb 5

FSC LOGO

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

07-08-12 13:11


Ten geleide De afgelopen jaren zijn de beroepsopleidingen voor

verpleging en verzorging aangepast aan de ontwik-



kelingen in de beroepspraktijk. De veranderde eisen

bepaald door de aard van de zorgvragen en door

werkt in een nieuwe kwalificatiestructuur.

den, zoals: oudere zorgvragers, chronisch zieken, reva-

de context waarin de beroepsuitoefening plaats

liderende zorgvragers, zorgvragers met een handicap,

pasgeborenen. Ook werk je vaak samen met de mantelzorgers. Dat zijn de naasten van de zorgvrager,

zoals een ouder, partner, kind of vriend. Je werkt vooral met individuele zorgvragers in hun directe omge-

ving. Daarnaast richt jij je op groepen, bijvoorbeeld in een kleinschalige woonomgeving. Jouw sector

Je wordt opgeleid om als verzorgende-IG in alle werkvelden van de verpleging en verzorging te kunnen werken. Daarnaast is in de opleiding aandacht

besteed aan verdieping in één van de volgende werkvelden: verpleeg- en verzorgingshuizen en thuiszorg, gehandicaptenzorg, geestelijke gezondheidszorg of kraamzorg

Bron: Calibris KD’s 2012/2013

Deze structuur, uitgewerkt in kerntaken en werk-

processen, vormt de basis voor de inrichting van de

huidige opleidingen in de gezondheidszorg. De leermiddelen van Traject V&V zijn ontwikkeld voor, en sluiten aan bij, deze kwalificatiestructuur.

Traject V&V is een leermiddelenaanbod voor de

opleidingen verzorgende IG (kwalificatieniveau 3) en verpleegkundige MBO (kwalificatieniveau 4).

Traject V&V is gebaseerd op vier belangrijke uitgangspunten:

13330_Boek.indb 6

vindt ( zorgsituaties ).

De leermiddelen zijn ontwikkeld op basis van leerstijlen en leerervaringen van studenten.

Leerstijl en leerervaringen hangen samen met

zorgvragers met psychiatrische problemen, vrouwen die op het punt staan te bevallen, kraamvrouwen en

beroepuitoefening. Het beroepsonderwijs in de gezondheidszorg wordt in belangrijke mate

aan het beroep en de beroepsuitoefening zijn uitge-

Je werkt voor mensen met verschillende achtergron-

De leermiddelen zijn ontwikkeld vanuit de

de kenmerken van de student en zijn of haar 



situatie.

Bij de indeling van de leermiddelen is rekening gehouden met de brancheverbijzonderingen voor de verzorgende IG.

Er is rekening gehouden met het perspectief van doorstroming tussen niveau 3 en niveau 4.

Binnen het competentiegerichte opleiden worden

leertrajecten afgestemd op reeds aanwezige competenties bij individuele studenten. Bij het verwerven van competenties staat het zich eigen maken van

kennis en beroepsvaardigheden, in combinatie met de ontwikkeling van de beroepshouding en de persoonlijke vorming, centraal.

De leermiddelen van Traject V&V sluiten daarbij aan. De vaardigheden en praktijksituaties op de methodesite www.trajectvenv.nl, vormen een

belangrijk onderdeel van het leermiddelenaanbod.

In de praktijksituaties komen problemen en dilemma’s aan de orde waarmee beroepsbeoefenaren te maken krijgen in hun dagelijkse werk en waarbij van ze verwacht wordt dat ze met een oplossing

en aanpak komen. In combinatie met de beroeps-

praktijkvorming wordt de student op deze manier

optimaal ondersteund in zijn professionele ontwikkeling.

Traject V&V houdt rekening met de leeftijd van de studenten door het taalgebruik af te stemmen op

07-08-12 13:11


het niveau van de doelgroep en door voorbeelden en

Beroepswerkelijkheid

leeftijdsgroepen zich aangesproken voelen. De leer-

methodesite www.trajectvenv.nl, geeft realistische

opdrachten zo te formuleren dat de verschillende

middelen zijn zo ontwikkeld dat zowel studenten

met een meer theoretische, als studenten met een meer praktische, inslag er gebruik van kunnen

maken. Traject V&V is inzetbaar binnen elk didac-

tisch model en biedt de docent de ruimte om invulling te geven aan zijn rol van ‘begeleider’ van het

Het onderdeel ‘praktijksituaties’, aangeboden via de beschrijvingen van zorgsituaties uit de praktijk van

de verzorgende of verpleegkundige. Deze praktijksi-

tuaties bevatten voldoende problemen en dilemma’s om als aangrijpingspunt te dienen voor het (zelfstandig) leren.

leerproces van de student.

Beroepsvaardigheden

Traject V&V sluit dus aan bij actuele opvattingen

methodesite Traject V&V en via Verpleegtechniek in

over flexibiliteit en zelfstandig leren. Dat betekent onder andere dat aandacht is besteed aan verwer-

kingsopdrachten bij de theorie en zelftoetsing. Daarnaast komen de beroepsvaardigheden en de hou-

Het onderdeel ‘vaardigheden’, aangeboden via de

Beeld, biedt opdrachten die zijn gericht op het stapsgewijs aanleren van instrumenteel-technische en sociaal-agogische vaardigheden.

dingsaspecten van de (beginnende) beroepsbeoefe-

Deze drie onderdelen zijn consequent terug te vin-

immers een essentieel onderdeel van de beroepsuit-

combinatie van deze onderdelen maakt het leren

naar expliciet aan de orde. Deze elementen vormen oefening.

In Traject V&V, inhoudelijk gebaseerd op de kwalifi-

catiedossiers, worden de werkprocessen en branche-

den in het volledige aanbod van Traject V&V. De

vanuit verschillende invalshoeken mogelijk en kan

zowel in een schoolse situatie als in de beroepspraktijk plaatsvinden.

verbijzonderingen uitgewerkt in drie onderdelen.

Het didactisch concept van Traject V&V gaat

Theoretische onderbouwing

waardoor het competentiegerichte leren optimaal

Het onderdeel ‘theorie’, in de vorm van boeken,

bevat alle basiskennis en achtergrondinformatie die

nadrukkelijk uit van bovenstaande uitgangspunten, wordt ondersteund en mogelijk wordt gemaakt.

hoort bij het betreffende werkproces. Extra theoreti-

Wij hopen dat gebruikers, zowel studenten als

methodesite. De boeken voor de brancheverbijzon-

Traject V&V kunnen werken. Heeft u vragen of sug-

sche verrijking wordt de student geboden via de

deringen gaan verdiepend in op de zorg in de ver-

schillende branches. Deze boeken kennen eenzelfde

basisstructuur. Zo beginnen ze met een oriëntatie op

docenten, op een plezierige en zinvolle manier met gesties, dan stellen wij het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt.

de betreffende branche en ze eindigen met een

Amersfoort, 2012

voorlichting in de branche en een thema over de

Redactie en uitgever

thema over coördinatie van zorg, kwaliteitszorg en relatie tussen de betreffende branche en de samenleving. Extra theoretische verrijking wordt de student geboden via de methodesite.

13330_Boek.indb 7

07-08-12 13:11


Woord vooraf Op enig moment in de opleiding vraagt elke student

In dit boek worden alle in praktijk voorkomende

nou het leukste om mee te gaan werken?”. Als je

den daarbij aansprekende voorbeelden gebruikt en

verzorgende-IG zich af; “welke zorgcategorie vind ik hierover met studenten in gesprek gaat blijken er toch nog veel vooroordelen te bestaan over elke zorgcategorie.

psychiatrische problematieken besproken. Er wor-

de student wordt uitgenodigd zelf na te denken over zijn of haar rol in het begeleiden van cliënten met een psychiatrisch probleem.

Kraamzorg is veelal favoriet, vaak gevolgd door de

Dit boek heeft de ambitie om een goede basis te

met een verstandelijke beperking. Psychiatrie hangt

het gebied van de GGZ. Daarnaast is het goed bruik-

ouderenzorg. Soms thuiszorg of werken met mensen meestal ergens onderaan het rijtje ‘favorieten’ van de gemiddelde student. In het verleden werd vaak

(ten onrechte!) gedacht dat psychiatrische zorgvra-

gers eng zijn en onvoorspelbaar en daardoor minder ‘leuk’ om mee te werken.

Gelukkig wordt dat de laatste jaren toch steeds

bieden voor het aanleren van de competenties op

baar in situaties waarbij de student te maken krijgt met cliënten met een psychiatrisch aandachtsgebied binnen andere zorgcategorieën. Aart Engeltjes

Marjan Minderhoud

anders ervaren. De psychiatrie heeft daarbij een

vaste plek verworven binnen de opleiding tot verzorgende-IG en de competenties daarvoor zijn beschreven in het kwalificatiedossier.

Zo moet een verzorgende-IG in staat zijn om stoornissen, beperkingen, functioneringsproblemen en

ziektebeelden van alle zorgcategorieën in de GGZ te herkennen en daarnaar te handelen op het gebied van wonen, leven en dagelijkse verzorging. Maar

ook het omgaan met suïcidaliteit, medicijngebruik, agressie en automutilatie zijn onderdeel van de competenties.

Dit alles vraagt nogal wat van een verzorgende.

Zeker omdat psychiatrie binnen de huidige gezond-

heidszorg niet meer alleen te vinden is in een psychiatrisch ziekenhuis of afdeling. Psychiatrie is immers verweven met het leven zelf en daarbij dus ook met de zorg van alledag. Welke zorgcategorie ook geko-

zen wordt, overal vind je problemen van psychiatrische aard. Of het nu bijvoorbeeld eenzaamheid is, rouwverwerking, depressiviteit of angst.

13330_Boek.indb 8

07-08-12 13:11


IX

Inhoud 1

Oriëntatie op de GGZ  1

1

Zorgvragers in de GGZ  2

1.2

Zorgvragers met psychiatrische stoornissen  2

1.1

1.3

Inleiding  2

Verklaringen voor gestoord gedrag  4

1.3.1

Biologische benadering  4

1.3.3

Sociale benadering  5

1.3.5

Vergelijking van de benaderingen  7

1.3.2

1.3.4 1.4

Psychologische benadering  5

Magische benadering  6

DSM IV  7

2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen  9

2.2

Psychiatrische zorg v ­ roeger  9

2.1

Inleiding  9 2.2.1

Middeleeuwen  9

2.2.3

Twintigste eeuw  10

2.2.2

Negentiende eeuw  10

2.2.4 Stroomversnelling  10

2.3

2.4 2.5

2.6

2.2.5

Bestwil versus autonomie  10

2.3.1

Vermaatschappelijking  11

Psychiatrische zorg nu  11 2.3.2

Zorgvarianten  11

Organisatie van de GGZ  13

Zorgcircuits en zorgprogramma’s  13 Huidig zorgaanbod  14 2.6.1

Eerstelijns GGZ  14

2.6.2 GGZ-preventie  14

2.6.3 GGZ Volwassenen  15 2.6.4 GGZ Ouderen  15

2.6.5 Forensische psychiatrie  15

2.7

2.6.6 Openbare GGZ  16

Psychiatrie en verplegen  16 2.7.1

2.7.2 2.7.3

13330_Boek.indb 9

De taak van de verzorgende  16 Kennis van psychiatrische stoornissen  17

Moeilijke communicatie  17

07-08-12 13:11


X

3

Proces van intake tot beëindiging zorgverlening  19

3.2

Verschillende lijnen  19

3.1

Inleiding  19 3.2.1

Eerstelijnszorg  19

3.2.3

Derdelijnszorg  20

3.2.2

3.3

Intake en behandeling  21 3.3.1

Intake  21

3.3.3

Behandeling  22

3.3.2

3.4

Tweedelijnszorg  20

3.3.4

Acute opname  21 Behandelplan  22

Afbouwen of afronden  22 3.4.1

3.4.2

Afbouwen  22 Afronden  24

4

Zorgproces in de GGZ  25

4.2

Behandelplan  25

4.1

4.3

Inleiding  25 4.2.1

Wat verzorgenden doen  27 4.3.1

Zelfredzaamheid  27

4.3.3

ADL en HDL  29

4.3.2

4.4

4.5

Medisch  25

4.2.2 Verpleging en verzorging  26

Regie over eigen zelfredzaamheid  28

Methodisch verzorgen  29 4.4.1

Zorgplanning  30

4.4.2 Verpleegplan en plan van aanpak­  30 Zorg en begeleiding in vijf stappen  30

4.5.1

Stap 1: verzamelen van i­ nformatie  30

4.5.3

Stap 3: plannen van zorgacties  32

4.5.2

Stap 2: inschatten van de z­ orgsituatie  31

4.5.4 Stap 4: uitvoeren van de z­ orgacties  33 4.5.5

Stap 5: evalueren  33

5

Verwerkingsopdrachten  34

2

Relatie en begeleiding  37

6

Relatie tussen verzorgende en psychiatrische zorgvrager   38

6.2

Persoonlijk tegenover professioneel  38

6.1

13330_Boek.indb 10

Inleiding  38

07-08-12 13:11


XI

6.2.1

Persoonlijke relatie  38

6.2.2 Professionele relatie  38 6.2.3 Emotionele band  39 6.2.4 Wederkerigheid  39

6.3

6.2.5 Ontmoeting  40

Professionele hulpverleningsrelaties  40

6.3.1

Houding  40

6.3.2 Afstand en nabijheid  41

6.3.3 Machtsverschil en gelijkwaardigheid  42

6.4

6.3.4 Risicogedrag  44 Sociaal netwerk  44 6.4.1

Belasting van de familie  45

6.4.2 Ervaringen met de hulpverlening  45 6.4.3 Rol van de verzorgende  46

7

Methodisch begeleiden in de GGZ  47

7.2

Taakvolwassenheid  48

7.1

7.3 7.4

Inleiding  47 7.2.1

7.2.2

Inschatten taakvolwassenheid  48

Variaties in taakvolwassenheid  49

Begeleiden  49 7.3.1

Taakvolwassenheid en begeleidingsstijl  49

7.4.1

Directieve stijl  50

7.4.3

Participerende stijl  51

Begeleidingsstijlen  50 7.4.2

Overtuigende stijl  51

7.4.4 Delegerende stijl  52

8

Verwerkingsopdrachten  53

3

Psychopathologie: psychotische, stemmings- en angststoornissen  57

9

Verschijnselen van psychopathologie  58

9.2

Expressie en psychomotoriek  58

9.1

9.3

Inleiding  58 9.2.1

Lichaamshouding, beweging en mimiek  59

9.2.2 Spraak  59 Bewustzijn  59 9.3.1

Verstoringen in de helderheid  60

9.3.2 Verstoringen in de aandacht  60

9.3.3 Verstoringen in de oriëntatie  60

13330_Boek.indb 11

07-08-12 13:11


XII

9.4 9.5

9.6

Zelfbeleving  60

Waarneming  61 9.5.1

Illusies  61

9.5.2 Hallucinaties  62 Denken  62

9.6.1 Vorm en beloop  62

9.6.2 Inhoud van het denken  63 9.6.3 Niveau van het denken  63

9.7

9.8

9.6.4 Geheugen  64 Gevoelsleven  64

9.7.1

Stemming  64

9.7.2

Gevoelens  65

9.8.1

Remming  65

Willen en verlangen  65 9.8.2 Ontremming of impulsiviteit  65 9.8.3 Drang of dwang  66

10

Zorgvragers met schizofrenie  67

10.2

Algemene omschrijving  67

10.1

Inleiding  67

10.2.1 Herkennen van schizofreen gedrag  68 10.2.2 Verstoord waarnemen  68 10.2.3 Verstoord denken  68 10.2.4 Nooit veilig  69

10.2.5 Overwaardige ideeën en achterdocht  69

10.2.6 Eigen werkelijkheid  70

10.2.7 Negatieve symptomen  70

10.2.8 Initiatief en vermoeidheid  70 10.3

10.2.9 Contact en emoties  70 Behandeling  71

10.3.1 Medicamenteuze therapie  71

10.3.2 Psychosociale behandeling  72

10.4

Zorg en begeleiding  73

10.5

Communicatie  74

10.4.1 Houding  73

10.5.1 Dagbesteding  75 10.5.2 Medicatie  76

10.5.3 Sociaal netwerk  77

13330_Boek.indb 12

07-08-12 13:11


XIII

11

Zorgvragers met stemmingstoornissen   78

11.2

Algemene omschrijving  78

11.1

11.3

Inleiding  78

11.2.1 Indeling  78 Depressie   79

11.3.1 Herkennen van depressief gedrag  79 11.3.2 Ander kenmerkend gedrag  80 11.3.3 Specifieke benamingen  80

11.4 11.5

11.3.4 Behandeling  81

Zorg en begeleiding  82

Manisch-depressieve stoornis  84

11.5.1 Herkennen van manisch gedrag  85 11.5.2 Behandeling  86 11.5.3 Medicijnen  86

11.6

12

12.1

11.5.4 Ondersteunende therapie  87 Zorg en begeleiding  87 11.6.1 Beschermen  87

Zorgvragers met angststoornissen  89 Inleiding  89

12.1.1 Algemene omschrijving  89

12.1.2 Ziekelijke angst (angststoornis)  89 12.1.3 Indeling  90

12.1.4 Herkennen van angstgedrag  92 12.2

12.3

12.4

12.1.5 Behandeling  93

Obsessieve-compulsieve stoornis  94 12.2.1 Vanzelfsprekend gevolg  95

12.2.2 Behandeling  96 Hypochondrie  96

12.3.1 Vicieuze cirkel  96 12.3.2 Behandeling  97

Zorg en begeleiding  97 12.4.1 Crisis  98

13

Verwerkingsopdrachten  100

4

Psychopathologie: persoonlijkheids-, verslavings- en psycho-organische stoornissen  105

14

Zorgvragers met persoonlijkheidsstoornissen  106

14.2

Algemene omschrijving  106

14.1

13330_Boek.indb 13

Inleiding  106

07-08-12 13:11


XIV

14.2.1 Persoonlijkheidsontwikkeling  106

14.2.2 Herkennen van een persoonlijkheidsstoornis  107

14.2.3 Slachtoffer van de situatie  107

14.3

14.2.4 Behandeling  107

Verschillende persoonlijkheidsstoornissen  108

14.3.1 Antisociale persoonlijkheidsstoornis  108 14.3.2 Theatrale persoonlijkheidsstoornis  109

14.3.3 Borderline persoonlijkheidsstoornis  110 15

15.1

15.2

Zorgvragers met een verslaving  115

Inleiding  115

Algemene omschrijving  115

15.2.1 Wat is een verslaving?  116 15.2.2 Alcohol en drugs  117

15.2.3 Voorkomen van gebruik  119 15.2.4 Zorg en begeleiding  122

16

16.1

16.2 16.3

16.4

Zorgvragers met psycho-organische stoornissen  124

Inleiding  124

Algemene omschrijving  124

Psycho-organische stoornis herkennen  124

16.3.1 Verstoring psychische functies  124 Verschillende syndromen  125

16.4.1 Delier (acute verwardheid)  125

16.4.2 Dementie  128

16.4.3 Syndroom van Korsakov  128

16.4.4 Niet aangeboren hersenletsel  131 17

Verwerkingsopdrachten  135

5

Omgaan met risicogedrag en zorg voor medicijnen  139

18

Zorgvragers met agressief gedrag  140

18.2

Algemene omschrijving  140

18.1

18.3

Inleiding  140

Oorzaken van agressief gedrag  141 18.3.1 Angst  141

18.3.2 Boosheid  141 18.4

13330_Boek.indb 14

18.3.3 Gebruik van alcohol en drugs  141 Risicoverhogende factoren  142 18.4.1 Interactie  142

07-08-12 13:11


XV

18.4.2 Omgeving  142 18.5

18.6 18.7

18.8

18.4.3 Situatie  142

Herkennen agressief gedrag  143

18.5.1 Geprikkeldheid en agitatie  143 18.5.2 Provocatie  143 Voorkomen  143

18.6.1 Lichaamstaal  144 Basishouding  144 Begeleiden  144

18.8.1 Handelen gericht op het bieden van ruimte: de-escalatie  144 18.8.2 Handelen gericht op het stellen van grenzen  145

18.8.3 Handelen gericht op het beperken van de bewegingsvrijheid  146 18.8.4 Toepassen van middelen en maatregelen  147

19

19.1

19.2

Zorgvragers met automutilerend gedrag  148

Inleiding  148

Oorzaken voor automutilerend gedrag  149 19.2.1 Ontladen van spanning  149

19.2.2 Zichzelf moeten straffen  149

19.3

19.4

19.2.3 Verminderen van negatieve gevoelens  150 Verhoogd risico  150

19.3.1 Emotioneel trauma  150

19.3.2 Psychotische belevingen  151

Herkennen van auto­mutilerend gedrag  151 19.4.1 Spanningsopbouw  151 19.4.2 Controleverlies  152

19.5

19.4.3 Impulsief  152

Voorkomen en begeleiden  152

19.5.1 Oplopende spanning doorbreken  152

19.5.2 Herkennen, bespreekbaar maken en afspraken maken  153 19.5.3 Grenzen kennen  153 19.5.4 Neutraal  154

20

20.1

20.2

Zorgvragers met suïcidaal gedrag  155

Inleiding  155

Algemene omschrijving  155 20.2.1 Suïcidaliteit  155

20.2.2 Suïcidale ideatie  156 20.2.3 Suïcidepoging  156 20.2.4 Suïcide  157

20.2.5 Zelfdestructief gedrag  157

13330_Boek.indb 15

07-08-12 13:11


XVI

20.3 20.4

Oorzaken van suïcidaal gedrag  157

20.3.1 Risicoverhogende factoren  158 Herkennen van suïcidaal gedrag  158

20.4.1 Verwoorden van gedachten of gevoelens  158 20.4.2 Treffen van voorbereidingen  158

20.5 20.6

20.4.3 Suïcidaal gedrag in de ­voorgeschiedenis  158 Voorkomen  159

20.5.1 Negeer of ontken nooit  159 Begeleiden  159

20.6.1 Negatieve gedachten doorbreken  160

20.6.2 Beloof nooit geheimhouding  160 20.6.3 Bescherming bieden  160

21

Voorkomen van en omgaan met gevoelens van machteloosheid  161

21.2

Algemene omschrijving  161

21.1

21.3

Inleiding  161

Machteloosheid

herkennen  161

21.3.1 Confrontaties en conflicten uit de weg gaan  162 21.3.2 Agressief reageren  162

21.4

21.5

21.3.3 Reactie op suïcide(-pogingen)  163 Oorzaken  163

21.4.1 Te hoge doelen stellen  163

21.4.2 Tegen je gevoel moeten ingaan  163

Omgaan met en voorkomen van gevoelens van machteloosheid  164 21.5.1 Herkennen, erkennen en delen  164 21.5.2 Valkuilen  164

22

Zorg voor medicijnen   167

22.2

Psychofarmaca  167

22.1

Inleiding  167

22.2.1 Antipsychotica  168

22.2.2 Antidepressiva  169

22.3

22.2.3 Medicijnen voor de behandeling van angstige toestandsbeelden  173 Algemene aandachtspunten bij de zorg voor medicijnen  174

22.3.1 Informeren en stimuleren  174 22.3.2 Supervisie  175 22.3.3 Overdosis  175

22.3.4 Noodsituaties  175

23

13330_Boek.indb 16

Verwerkingsopdrachten  177

07-08-12 13:11


XVII

6

Begeleiden van de woon- en leefsituatie  181

24

Woon- en leefsituatie   182

24.2

De zorgsituatie, een tijdelijk thuis!  182

24.1

24.3

24.4 24.5

Inleiding  182

De leefgroep  182

De eigen plek  183

24.4.1 Verdediging van de eigen plek  183 Het woon- en leefmilieu  183 24.5.1 De leefruimte  184 24.5.2 De tijd  184

24.6

24.5.3 Het handelen  185

Beïnvloeden van het woon- en leefmilieu  186

24.6.1 Houdingsaspecten  186

25

Aspecten van de (leef-)groep  188

25.2

Leefgroepen  188

25.1

25.3

25.4

25.5

Inleiding  188

Functie en belang van een leefgroep  188

Karakter van de leefgroep  189 25.4.1 Primair karakter  189

25.4.2 Secundair karakter  190

Structuur van de leefgroep  190 25.5.1 Doelstellingen  190

25.5.2 Groepsnormen en -waarden  191

25.5.3 Communicatie en interactie  192 25.5.4 Gedragsrollen  193

26

Leefgroep begeleiden  198

26.2

Individu en groep  198

26.1

26.3

26.4

Inleiding  198

Samenstelling van de leefgroep  198 Ontwikkeling van de leefgroep  199

26.4.1 Fase: wennen en aanpassen  199 26.4.2 Fase: accepteren  200

26.5 26.6

26.4.3 Fase: afscheid nemen  201 Beïnvloeden  201

26.5.1 Beïnvloedingsstijlen  202

Hanteren van conflicten  203

26.6.1 Voor- en nadelen van conflicten  203

26.6.2 Omgaan met conflicten  204 26.6.3 Hanteren  205

13330_Boek.indb 17

07-08-12 13:11


XVIII

26.7

Probleemgedrag  207

26.7.1 Voorkomen  208

26.7.2 Directieve houding  208

26.7.3 Structureel probleemgedrag  208

27

Methodisch begeleiden van de leefgroep  209

27.2

Doel bepaalt richting  209

27.1

27.3

Inleiding  209

Methodische aanpak  210

27.3.1 Behoefte aan begeleiding in kaart brengen (stap 1)  211 27.3.2 Plannen van de begeleiding (stap 2)  213

27.3.3 Uitvoeren van de begeleiding (stap 3)  215

27.3.4 Evalueren van de begeleiding (stap 4)  216 28

Vewerkingsopdrachten  217

7

Coördinatie, kwaliteitszorg en voorlichting  219

29

Coördineren en afstemmen   220

29.1

29.2 29.3

29.4

29.5

Inleiding  220

Coördinatie en continuïteit  220

29.2.1 Zorgdossier  220 Rapportage  222 Overdracht  222

29.4.1 Leren van elkaar  223 29.4.2 Sociaal ritueel  223

Verzorgende: tussen­persoon  223

29.5.1 Secretaresse van de zorgvrager  224

29.5.2 Klachtenbeoordelaar van de zorgvrager  224 29.5.3 Tolk tussen zorgvrager en behandelaar  224

29.6

29.5.4 ‘Verkoper’ van de behandeling  224

Coördinatie: multi­disciplinair  225

29.6.1 Multidisciplinaire aanwezigheid  225

29.6.2 Multidisciplinair overleg  226 29.6.3 Langetermijnoverleg  226 29.6.4 Informeel overleg  227

29.6.5 De bijdrage van de verzorgende  227

13330_Boek.indb 18

07-08-12 13:11


XIX

30

30.1

30.2

Kwaliteitszorg  228

Inleiding  228

Zorg voor kwaliteit  228

30.2.1 Kwaliteit verbeteren  229

30.2.2 Kwaliteit van je handelen bewaken en meten  229 30.2.3 Gebruik je collega‘s  230

30.3

30.2.4 Gebruik de mening / klacht van de zorgvrager  230 Partijen in kwaliteitszorg  230 30.3.1 De overheid  230

30.3.2 De patiëntenvertrouwenspersoon (PVP)  231 30.3.3 Het Trimbos Instituut  231

30.3.4 Vakgroepen of adviesraden  231 30.4

30.3.5 Familie- en patiënten­verenigingen  231

Deskundigheids­bevordering  232 30.4.1 Bij- en nascholing  232 30.4.2 Vakliteratuur  233 30.4.3 Internet  233

31

Voorlichting  234

31.2

Primaire preventie  234

31.1

31.3

31.4

Inleiding  234

Secundaire preventie  235

31.3.1 Vroege signalen opsporen  236 31.3.2 Signaleringsplannen  236 Tertiaire preventie  238

32

Verwerkingsopdrachten  240

8

GGZ en samenleving  243

33

Maatschappelijke ontwikkelingen  244

33.2

Cultuur, ziekte en g ­ ezondheid  244

33.1

Inleiding  244

33.2.1 Houvast en zekerheid  245

33.2.2 Denken over ziekte en ­gezondheid  245

33.3

33.2.3 Betekenis  245

Transcultureel verzorgen  246 33.3.1 Grondhouding  246

33.3.2 Aandachtspunten  247 33.3.3 Communicatie  247

33.3.4 Ziektebeleving  248

33.3.5 Sociaal netwerk  249

13330_Boek.indb 19

07-08-12 13:11


XX

33.4

Andere ontwikkelingen in de GGZ  249

33.4.1 Vermaatschappelijking  250 33.4.2 Ketenzorg  250

33.4.3 Zorgprogramma’s  251 33.4.4 E-health  251

34

Ethische vraagstukken  252

34.2

Beroepsethiek  252

34.1

34.3 34.4

Inleiding  252

34.2.1 Geen woorden, maar daden  253 34.2.2 Codes  253

Ethisch vraagstuk  253

34.3.1 Drie invalshoeken  254

Stappenplan ethische vraagstukken  255

35

Wetgeving en financiering  257

35.2

WGBO  257

35.1

Inleiding  257

35.2.1 Wilsbekwaamheid  258 35.2.2 Recht en plicht  258

35.2.3 Recht op informatie  258

35.2.4 Toestemmingsvereiste  258 35.2.5 Zorgdossier  259

35.3

35.4

35.2.6 Bescherming persoonlijke levenssfeer (privacy)  259 Wet BOPZ  259

35.3.1 Externe rechtspositie  260 35.3.2 Interne rechtspositie  262 Wetswijziging  266

35.4.1 Uitgangspunt nieuwe wetten dwang in de zorg  266

35.4.2 Wetsvoorstel verplichte GGZ  266 35.5

35.4.3 Wetsvoorstel Zorg en dwang  267 Financiering  267

35.5.1 Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten  267 35.5.2 Zorgverzekeringswet  268

35.5.3 Wet Maatschappelijke Ondersteuning  268 36

Verwerkingsopdrachten  269

Begrippen  273 Register  278

13330_Boek.indb 20

07-08-12 13:11


1

Oriëntatie op de GGZ

‘Gisteren is onze buurman opgenomen. Eigenlijk is me nooit iets opgevallen’, vertelt Anne haar vriendin. ‘Hij is ineens hartstikke gek geworden. Hij was gewoon door het dolle heen. De politie is er aan te pas gekomen. Ze zeggen zelfs dat de burgemeester zich er mee heeft bemoeid. Uiteindelijk heeft de buurman een spuit gekregen en is met de ambulance afgevoerd.’ ‘Is hij naar het ziekenhuis gebracht?‘ vraagt haar vriendin. ‘Nee, nee, dat geloof ik niet‘, reageert Anne. ‘Het is wel in de buurt van het ziekenhuis. Mijn moeder zegt dat het een MFE is. Ze zegt dat ze je er ook kunnen opsluiten wanneer je gevaarlijk wordt voor een ander of jezelf. Vroeger noemden ze het “het gesticht”.’ Haar vriendin denkt even: ‘Toch raar dat je zo maar de weg kwijt kunt raken en kunt worden opgesloten. Hoe erg moet je in de war zijn om te worden opgenomen? En, volgens mij bestaan krankzinnigengestichten al lang niet meer...’

13330_Boek.indb 1

07-08-12 13:11


2

OriĂŤntatie op de GGZ

1

Zorgvragers in de GGZ

1.1

Inleiding

Een zorgvrager die gebruikmaakt van GGZ-zorg

heeft problemen met zijn psychische gezondheid omdat er afwijkingen zijn in zijn psychologisch

functioneren. Wanneer hiervan sprake is, spreekt

men van een psychiatrische stoornis. Wat psychiatrische stoornissen zijn en wanneer je kunt zeggen

dat iemand een psychiatrische stoornis heeft, is niet

Niet alle gedrag dat afwijkt van wat we normaal en gezond gedrag vinden, is een symptoom van een

psychiatrische stoornis. Het moet eerst aan bepaalde criteria voldoen. Welke personen kunnen nu tot het oordeel komen dat iemand afwijkend of

gestoord gedrag vertoont? Dit zijn onder andere de psychiater, de naasten (familie, vrienden) en de zorgvrager zelf.

eenvoudig uit te leggen.

Vaak wordt gedacht dat zorgvragers met een psychiatrische stoornis zich abnormaal en gestoord gedragen. Of dat er iets mis is met het verstand. Deze uitgangspunten zijn echter niet bruikbaar wanneer je iets van een zorgvrager met een psychiatrische stoornis wilt begrijpen.

1.2

Zorgvragers met psychiatrische stoornissen

Van een psychiatrische stoornis is sprake wanneer

Figuur 1.1

Niet alle gedrag dat afwijkt, is een symptoom van een psychiatrische stoornis

psychologische functies van een persoon zoals voe-

De psychiater is opgeleid om te beoordelen of

Het gevolg is dat iemand zich afwijkend gaat gedra-

een symptoom van een psychiatrische stoornis. Het

len, denken of waarnemen afwijkend functioneren. gen. Hiermee is meteen het belangrijkste kenmerk (symptoom) van een psychiatrische stoornis genoemd.

13330_Boek.indb 2

bepaald afwijkend gedrag opgevat moet worden als oordeel van de psychiater is een klinisch oordeel of medische diagnose.

07-08-12 13:11


1

Zorgvragers in de GGZ

3

draait. Petra voelt zich schul­dig en is regelmatig somber.

Voorbeeld

Ze begrijpt niet waarom zij niet net als anderen kan

Jan is angstig en achterdochtig. Hij is ervan over­tuigd dat

functioneren.

er een complot tegen hem gesmeed wordt met het doel hem ‘uit de weg te ruimen’. Hij vertrouwt niemand, is voortdurend op zijn hoede en slaapt nauwelijks. Anderen in zijn omgeving worden regelmatig geconfronteerd met agressieve reacties. De psychia­ter vermoedt dat er sprake is van een psychose. Naasten uit de omgeving van de desbe­treffende per-

De voorbeelden maken duidelijk waaraan je kunt

denken bij het begrip ‘gestoord gedrag’. Gedrag moet aan bepaalde voorwaarden (criteria) voldoen voor-

dat het bestempeld mag worden als symptoom van een psychiatrische stoornis. 1

soon kunnen tot het oordeel komen dat er sprake is

gedrag is. Dit is de sociale norm. Van dit criteri-

medische diagnose, maar een uiting van zorgen of

um kan gezegd worden dat het objectief (feite-

leed.

lijk) is. Het horen van stemmen in je hoofd is niet ‘normaal’. Langdurig somber zijn en tot

niets komen, of altijd optimistisch en doorgaan

Voorbeeld 2

invloeden, trekt zich veel terug op zijn kamer en verzorgt

gaat gebukt onder zijn gedrag of emoties. En

Hij is zoveel veranderd. Ze voelen zich onzeker en maken

anderen zeggen dat hij zichzelf niet is en zich

zich ernstig zorgen. 3

lijkt zichzelf met anderen en kan daarbij tot de con­

man of de kinderen doen de boodschap­pen. Haar familie bezoekt ze zelden. Alleen als Petra zich goed voelt en haar man meegaat, durft ze soms even naar een verjaardagsfeest. Ze zijn al jaren niet op vakantie geweest. Nu de kinderen wat ouder worden, beginnen zij zich te verzetten

De persoon kan zich niet anders gedragen dan

hij doet. Er is sprake van een bepaald onvermohem aan alternatieven voor zijn gedrag. Hij kan

manier te leven als die anderen.

nauwelijks haar huis nog uit. Zij lijdt hier erg onder. Haar

anders gedraagt dan ze van hem gewend zijn.

gen om ander gedrag te kiezen. Het ontbreekt

clusie komen dat hij niet in staat is om op dezelfde

Petra durft vanwege haar angsten (fobische klachten)

tot gevolg bij de persoon zelf en/of zijn omgeving.

het gevoel dat het niet goed met hem gaat, hij

gevoel dat ze geen contact meer met hem kunnen krijgen.

Voorbeeld

Het gedrag heeft ongemak, lijden of bezorgdheid

jectief (persoonlijke zienswijze) is. Iemand heeft

ouders kennen Willem niet meer terug. Ze hebben het

er bij hem sprake is van gestoord gedrag. Hij verge­

zonder een moment rust, is ook niet ‘normaal’.

Van dit criterium kan worden gezegd dat het sub-

zichzelf slecht. Soms zit hij zacht in zichzelf te praten. Zijn

Ook de persoon zelf kan tot het oordeel komen dat

ale norm. In een samenleving bestaan bepaalde regels over wat ‘ gezondheid’ is en wat normaal

van gestoord gedrag. Dit is geen klinisch oor­deel of

Willem doet onbegrijpelijke uitspraken over astrologi­sche

Het gedrag van de persoon wijkt af van de soci-

zichzelf niet voornemen om zich anders te 4

gedragen of zich anders te voelen.

De kenmerken van het gestoorde gedrag zijn te herkennen en te ordenen binnen het diagnos-

tisch model van de psychiatrie, het zogenaamde DSM-IV-TR model (in spreektaal: DSM-IV). Dit

model wordt over de gehele wereld gebruikt en staat voor Diagnostic Statistical Manual of

Mental Disorders - versie 4 – herziene uitgave.

In mei 2013 wordt versie 5 (DSM-V) van de DSM verwacht.

tegen het feit dat alles in huis om de angsten van moeder

13330_Boek.indb 3

07-08-12 13:11


4

Oriëntatie op de GGZ

1.3

Verklaringen voor gestoord gedrag

Mensen zijn al eeuwen op zoek naar verklaringen en oorzaken van het ontstaan van gestoord gedrag.

Oorzaken opsporen is belangrijk. Als je de oorzaak kent, kun je het probleem immers oplossen. Maar naar die ene juiste verklaring wordt tot op de dag

van vandaag nog onderzoek gedaan. Mogelijk is er

zelfs niet één juiste verklaring en moet het ontstaan van psychiatrische stoornissen wel aan meerdere oorzaken worden toegeschreven.

De verschillende verklaringen voor oorzaken van

gestoord gedrag noemt men ook wel stromingen of visies. We geven er enkele voorbeelden van:

‚‚ Er heeft zich een vreemd object met magische krachten in het hoofd genesteld (magische verklaring).

‚‚ Duivels, kwade geesten hebben de geest van de

persoon in bezit genomen (magische verklaring).

‚‚ De persoon heeft ernstige zonden (overtredingen) begaan, de psychische stoornis is de straf

dan zal hij proberen ze door middel van rituelen uit te drijven (magische of religieuze verklaring). Op dit moment is men binnen de Geestelijke

Gezondheidszorg (GGZ) van mening dat een psychiatrische stoornis vanuit verschillende invalshoeken (visies) tegelijk benaderd en behandeld moet worden. Dit wil zeggen dat:

‚‚ het ontstaan van psychiatrische stoornissen

wordt toegeschreven aan een samenspel van factoren;

‚‚ behandelmethoden die door de eeuwen heen

ontwikkeld zijn, worden gecombineerd en tegelijkertijd toegepast.

We gaan kort in op de volgende benaderingen: ‚‚ de biologische benadering;

‚‚ de psychologische benadering; ‚‚ de sociale benadering;

‚‚ de magische benadering.

1.3.1

Biologische benadering

voor deze zonde (religieuze verklaring).

De biologische verklaring is de klassieke medische

stoord; er is een stoornis in de prikkelgeleiding

vooral wordt bepaald door hersenfuncties. Vanuit

‚‚ Biologische processen in de hersenen zijn ver(biologische verklaring).

‚‚ De psychiatrische stoornis is het gevolg van de opvoeding. De persoon is blijven steken in zijn

ontwikkeling van baby tot volwassene (psychologische verklaring).

‚‚ De gezinssituatie is zo verstoord dat het logisch

is dat hij zich niet normaal kan gedragen (sociale verklaring).

benadering. Zij gaat ervan uit dat (gestoord) gedrag deze verklaring worden stoornissen in gedrag gezien als het resultaat van het functioneren van het

lichaam, dus biologisch bepaald. Gedrag is het eind-

product van activiteiten in de hersenen. De hersenen zijn een informatieverwerkend systeem, en allerlei

neurobiochemische pro­cessen zorgen voor de prik-

keloverdracht. Om deze prikkeloverdracht mogelijk te maken, zijn bepaalde stoffen nodig: de neuro-

transmitters. Volgens de biologische verklaring ont-

Hoe de behandelaar denkt over de oorzaak van een

staan stoornissen in gedrag wanneer het lichaam, en

behandelmethode die hij kiest. Gaat hij ervan uit dat

De belangrijkste therapie bij de biologische benade-

psychiatrische stoornis, bepaalt in grote mate de

de stoornis vooral het gevolg is van verstoorde biologische processen, dan zal hij vooral voor een behandeling met medicijnen kiezen. Is een behandelaar ervan overtuigd dat de oorzaak van het gestoorde gedrag een uiting is van een duivel of het kwaad,

13330_Boek.indb 4

vooral de hersenen, niet goed functioneren.

ring is het voorschrijven van medicijnen (psychofar-

maca). Andere behandelmethoden zijn bijvoorbeeld: ECT (electroconvulsietherapie, hierbij wordt elektri-

sche stroom door de hersenen geleid), operatie, TMS (magnetische stimulatie van de hersenen).

07-08-12 13:11


1

Zorgvragers in de GGZ

Voorbeeld

Voorbeeld

Leonie klaagt erover dat zij geen plezier meer heeft in het

Leonie voelt zich doodongelukkig. Nadat zij kinderen heeft

leven. Zij voelt zich down en komt tot niets meer. Tegen

gekregen, is ze nooit meer echt aan zichzelf toegekomen.

haar gewoonte in wordt zij de laatste weken ’s morgens

Zij voelt zich nu dom en minderwaardig. Omdat zij zich

vroeg wakker. Ze kan dan niet meer slapen en gaat liggen

zo weinig als persoon heeft ontwikkeld, denkt zij dat zij

piekeren. Een zus van haar moeder is door suïcide om het

ook onvoldoen­de voor haar man kan betekenen en voelt

leven gekomen. En haar broer staat bekend om zijn zwaar-

zij zich van weinig waarde voor haar kinderen. Als er iets

moedige karakter. Haar huisarts vermoedt dat er sprake

mis is, ligt dat vanzelfsprekend aan haar en maakt zij zich

is van erfelijke belasting. Hij schrijft een recept uit voor

verwijten. De psycholoog raadt Leonie psychotherapie

anti­depressieve medicatie.

aan. Hierin kan zij zich bewust worden van de onderlig-

1.3.2

Psychologische benadering

5

gende gevoelens die ervoor zorgen dat ze zo klein over zichzelf denkt.

Deze benadering gaat ervan uit dat (gestoord)

1.3.3

gisch beleven en leven. Uitgangspunt is dat achter

Deze benadering gaat ervan uit dat gestoord gedrag

schuilen. Gedrag wordt gestuurd door iemands

systeem. De psychologische verklaring gaat ervan

gedrag de uitdrukking is van iemands psychologedrag altijd bewuste of onbewuste motieven

emoties, angsten, wen­sen en doelen. In de psychologische benadering wordt daarom vooral gezocht

naar zin en betekenis van gedrag: hoe kunnen we

iemand begrijpen vanuit zijn psychologische bele­ vingswereld?

Behandelmethoden gebaseerd op deze benadering

zijn verschillende vormen van psychotherapie. Het

doel is zich bewust te worden van verborgen gevoelens en gedachten. Bewustwording zou het moge-

lijk maken om gevoelens te verwerken en gedachten om te buigen en daarmee gestoord gedrag terug te dringen.

Een andere opvatting bij psychologische verklaringen is dat gedrag is aangeleerd. Hoe complex

gedrag ook is, het zou te herleiden zijn tot een eenvoudige combinatie van aangeleerde gedragselementen. Een logisch gevolg van deze opvatting is

dat aangeleerd gedrag ook weer afgeleerd kan worden. Op grond daarvan heeft men diverse gedragstherapieën ontwikkeld.

13330_Boek.indb 5

Sociale benadering

een symptoom is van een niet-functionerend sociaal uit dat de oorzaak voor de psychiatrische stoornis

binnen de persoon ligt. De sociale verklaringswijze is van mening dat de stoornis wordt veroorzaakt door iets buiten de persoon, namelijk het sociale

systeem (leefwereld). Een persoon met een psychiatrische stoornis is dan het symptoom van een niet-

functionerend sociaal systeem. Dat kan bijvoorbeeld gaan om de invloed van een familie- of gezinssitua-

tie die uit balans is of ernstige communicatieproblemen binnen het gezin. Ook problemen in andere directe verbanden en sociale systemen zouden

stoornissen kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld op het werk, een vereniging of een geloofsgemeenschap.

De behandelingen richten zich dan ook op het systeem waarbinnen de persoon functioneert

(systeemtherapie). Het gehele gezin moet deelne-

men aan de therapie. Een andere optie is de persoon ‘losweken’ van zijn sociale systeem.

07-08-12 13:11


6

Oriëntatie op de GGZ

Voorbeeld Leonie is samen met haar man bij de huisarts. Ze ziet het niet meer zitten. Ze zit er stil en ineengedoken bij. Haar man is continu aan het woord. Hij zegt: ’Mijn gezin is het belangrijkste. Daarom maak ik lange dagen op mijn werk. Ik ga er helemaal voor, wil carrière maken en veel geld verdienen voor mijn vrouw en kinderen. Ik vertrouw erop dat mijn vrouw het thuis allemaal regelt.’ De huisarts bedenkt dat Leonie voor haar trouwen een gewaardeerde directiesecretaresse was en na haar trouwen snel drie kinderen heeft gekregen. Ze is gestopt met werken. Ze is ondergesneeuwd en zichzelf kwijtgeraakt in deze gezins-

hebben uitgedreven bij een jonge vrouw. De katholieke kerk erkent nog steeds verschillende sympto-

men die wijzen op duivelse bezetenheid. In een aantal andere kerkgenootschappen spreekt men tegen-

woordig over ‘bevrijdingspastoraat’. Dit komt omdat er steeds meer aandacht is voor spiritualiteit en

bovennatuurlijke zaken in de samenleving en het christendom. Velen zijn bezig met paranormale

gaven, glaasje draaien, tarot kaarten leggen, witte en zwarte magie. Het bevrijdingspastoraat gaat

ervan uit dat er ‘zonden’ of ‘demonen’ in een mens

kunnen zitten die een gezonde leefwijze in de weg staan.

situatie.

1.3.4

Magische benadering

Voorbeeld De man van Leonie probeert haar mee te krijgen naar de

Deze benadering gaat ervan uit dat de oorzaak voor de stoornis ligt in de buitenaardse machten en

krachten. De leidende gedachte bij deze verklaring is dat een onbegrijpelijke en ongrijpbare boze geest of

kracht bezit neemt van iemand. De magische verklaring is mogelijk wel de oudste verklaring voor het

ontstaan van psychiatrische stoornissen. Dit wil niet

kerk. Ze voelt zich er echter te somber voor en te moe. Ze voelt ook helemaal niets meer bij het geloof, terwijl ze er eerder veel steun aan had. Ze voelt alleen leegte. Uiteindelijk laat ze zich overhalen. Haar kerkgenoten weten van haar moeite met het leven. Ze omringen haar met gebed. De voorganger bidt indringend of de macht der duisternis uit haar ziel verdreven mag worden.

zeggen dat deze verklaring niet meer gebruikt

wordt. In onze samenleving, waarin steeds meer

mensen met verschillende religieuze en culturele

achtergronden leven, krijgen magische verklaringen steeds meer navolging.

Behandelingen die ingezet worden vanuit magische

verklaringen zijn gericht op het gunstig stemmen of uitdrijven van de (boze) geesten of krachten. Hierbij moet je denken aan muziek, dans, gebed, gebruik

van formules en rituelen. De ingezette methoden

kunnen heel erg verschillen en zijn nauw verbonden aan een cultuur. In de hedendaagse moderne

samenleving vol met hoogwaardige technologie en therapieën denk je al snel dat het ‘uitdrijven van

geesten’ een verschijnsel is uit vroeger tijden. Magi-

Figuur 1.2

In het jaar 2000 schijnt paus Johannes Paulus nog de duivel uitgedreven te hebben bij een jonge vrouw

sche benaderingswijzen of rituelen zijn echter nog

steeds in gebruik. Zo schijnt paus Johannes Paulus II in september van het jaar 2000 nog de duivel te

13330_Boek.indb 6

07-08-12 13:11


1

1.3.5

Vergelijking van de benaderingen

1.4

Zorgvragers in de GGZ

DSM IV

Hiervoor zijn vier voorbeelden gegeven over dezelf-

Het totaal van psychiatrische stoornissen is geor-

bepaalt hoe de problemen van deze vrouw worden

zo’n systeem worden begrippen ingedeeld op basis

de vrouw. Hieruit blijkt dat de gekozen benadering gezien en benaderd.

In de praktijk van alledag is er geen duidelijke

scheiding tussen de verschillende benaderingen.

Over het algemeen wordt de zorgvrager met psy-

chische problemen in onze westerse samenleving volgens het biopsychosociaal model benaderd. Dit wil zeggen dat de verschillende gezichtspunten

gecombineerd worden. De zorgverlener heeft dik-

wijls wel een voorkeur voor een bepaalde benadering (bijvoorbeeld biologisch). Deze voorkeur

bepaalt de keuze voor een bepaalde behandelmethode.

De magische benaderingswijze is over het alge-

meen geen onderdeel van de westerse geneeskundige aanpak bij psychiatrische stoornissen. Wel is

er ruimte voor. Vertegenwoordigers van religieuze gemeenschappen als de dominee, de pastoor, de rabbijn of de imam komen bij de zorgvrager op

bezoek. Ze gaan bijvoorbeeld samen met de zorgvrager in gebed om genezing te bevorderen.

Veel christenen en moslims accepteren de westerse geneeskundige benadering en hechten daarnaast

aan de eigen magische benadering. Men maakt als

het ware onderscheid tussen natuurlijke en boven-

natuurlijke ziekten en kwalen. Dat is niet zo bijzonder, want voor de moslim is het bestaan van gees-

dend in het DSM IV. Dit is een classificatiesysteem. In van gemeenschappelijke en onderscheidende kenmerken. Een voorbeeld: zuivelproducten kun je

onderscheiden in de klassen melk, boter en kaas.

Gemeenschappelijk kenmerk: de producten worden gemaakt op basis van melk. De klasse melk is weer

te onderscheiden in volle melk, halfvolle melk, kar-

nemelk, yoghurt, enzovoort. De klasse boter in roomboter, halfvolle boter, enzovoort. De producten

onderscheiden zich weer van elkaar door samenstelling, smaak, vorm, enzovoort.

Het DSM-IV is een model waarin de situatie van de

zorgvrager in kaart gebracht kan worden. Dit model schiet echter tekort om de gehele werkelijkheid te kunnen weergeven.

In het DSM-model worden, naast de psychiatrische

stoornis, ook het lichamelijk en psychosociaal functioneren van de zorgvrager vastgelegd. Deze zoge-

noemde verschillende diagnostische niveaus worden in de DSM ‘assen’ genoemd en zijn achtereenvolgens: I

klinische stoornissen;

II persoonlijkheidsstoornissen; III somatische aandoeningen; IV psychosociale problemen;

V algehele beoordeling van het functioneren.

ten die bezetenheid veroorzaken (djinns) boven alle

I Klinische stoornissen

beschreven in de Koran. Er zijn ook medelanders

waarom een zorgvrager of zijn familie hulp heeft

twijfel verheven. De geestenwereld staat namelijk

met andere sociaal-culturele achtergronden die de westerse geneeskundige benadering van psychiatrische stoornissen niet eens erkennen.

7

As I bevat de hoofddiagnose en meestal de reden

gezocht. Het is mogelijk dat er twee of meer stoornissen worden gediagnosticeerd op as I. Wanneer

meerdere stoornissen gezamenlijk voorkomen, spreken we van comorbiditeit. Voorbeelden van psychiatrische stoornissen die op as I worden ondergebracht zijn

‚‚ schizofrenie en andere psychotische stoornissen; ‚‚ stemmingsstoornissen zoals depressie;

13330_Boek.indb 7

07-08-12 13:11


8

Oriëntatie op de GGZ

‚‚ angststoornissen zoals paniek en fobieën;

gedrukt met 90-100. Ernstig gevaar voor zichzelf of

‚‚ slaapstoornissen.

0-10.

‚‚ eetstoornissen;

II Persoonlijkheidsstoornissen

As II is bedoeld voor het vastleggen van persoonlijkheidsstoornissen. Hieronder verstaan we de karak-

teristieke patronen van denken, voelen en handelen van een persoon. Deze gedrags- en belevingspatronen zijn relatief stabiel en consistent. Een stoornis

in de persoonlijkheid betekent een (zeer) langdurige verstoring in relaties en sociaal en beroepsmatig disfunctioneren.

anderen, zelfverwaarlozing en suïcidegevaar met

Voorbeeld 1 Voorbeeld van een meer-assige diagnose volgens DSM IV: As I depressie in engere zin, eenmalige episode. Alcoholafhankelijkheid As II afhankelijke persoonlijkheid As III levercirrose door alcohol As IV werkeloosheid, financiële problemen As V huidig niveau: 51-60. Hoogste niveau afgelopen jaar: 61-70

III Somatische aandoeningen

Bij as III kan een lichamelijke ziekte of aandoening

vermeldt worden die belangrijk is voor de behande-

ling van de zorgvrager. Het kan hier om lichamelijke aandoeningen gaan die samenhangen met de psy-

chiatrische stoornis, of relevant zijn voor de behan-

deling. Voorbeelden zijn een schildklierafwijking die depressieve symptomen veroorzaakt, of hartritmestoornissen die consequenties hebben voor het gebruik van medicijnen.

Voorbeeld 2 Voorbeeld van een meer-assige diagnose volgens DSM IV: As I Schizofrenie As II Geen stoornis As III Diabetes mellitus As IV Overlijden van moeder As V Huidig niveau: 21-30. Hoogste niveau afgelopen jaar: 31-40

IV Psychosociale problemen

Op as IV gaat het om psychosociale stressfactoren

die een psychiatrische stoornis kunnen beïnvloeden. Een psychosociale stressfactor kan zijn:

‚‚ een negatieve levensgebeurtenis, zoals het overlijden van een dierbare;

‚‚ een moeilijkheid in de omgeving, zoals werkloosheid;

‚‚ problemen in het gezin of in andere relaties.

V Algehele beoordeling van het functioneren Op as V kan het psychische, sociale en beroepsmati-

ge functioneren van de zorgvrager worden aangegeven. Het gaat hier om een globale beoordeling van het recente niveau van functioneren. Hiervoor

wordt gebruikgemaakt van een schaal van 0 tot 100

punten. Uitstekend en actief functioneren wordt uit-

13330_Boek.indb 8

07-08-12 13:11


Oriëntatie op de GGZ 2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

2.1

Inleiding

Door de eeuwen heen zijn samenlevingen op een eigen wijze met hun psychiatrische zorgvragers

omgegaan. Er was een tijd dat deze zorgvragers uit

de maatschappij werden verstoten. Tegenwoordig is men de opvatting toegedaan dat ze beter in de

samenleving geïntegreerd kunnen worden. In dit

hoofdstuk willen we een indruk geven van opvattingen en ideeën over psychisch zieken en de zorg die zij nodig hebben. Bovendien gaan we in op de

wijze waarop de zorg voor zorgvragers met een psychiatrische stoornis in onze samenleving is georganiseerd en welke voorzieningen er zijn. Daarnaast behandelen we de taken van verzorgenden en de specifieke competenties die hiervoor nodig zijn.

2.2

9

en duivels) in deze mensen woonden. Men wilde er niet veel mee te maken hebben. Daarom werden

mensen die zich anders gedroegen, vreemde dingen

zagen of zeiden, uit de gemeenschap gestoten. Soms werden ze achter slot en grendel opgeborgen in

inrichtingen of asielen. In deze ‘dolhuizen’ was nau-

welijks sprake van verpleging en verzorging. Er werd slechts op hun gepast.

Vaak werden deze dolhuizen ter beschikking gesteld door rijke weldoeners. Dit deden ze meestal niet

omdat ze het beste voor hadden met deze ‘gekken

en dwazen’. Ze deden het vooral omdat zijzelf en de

maatschappij er dan geen last meer van hadden. Als de dwazen heel raar bleven doen of vanuit waan-

denkbeelden vervelende voorspellingen deden, werden ze net als in de voorgaande eeuwen verbrand of verdronken.

Psychiatrische zorg ­vroeger

De geschiedenis laat zien dat men in elke periode

anders dacht over zorgvragers met een psychiatri-

sche stoornis. Daardoor werd er ook op verschillende manieren met deze zorgvragers omgegaan.

2.2.1

Middeleeuwen

Als mensen zich anders gedroegen dan anderen,

Figuur 2.1

In deze dolhuizen was nauwelijks sprake van verpleging en verzorging

ging men ervan uit dat er demonen (boze geesten

13330_Boek.indb 9

07-08-12 13:11


10

Oriëntatie op de GGZ

2.2.2

Negentiende eeuw

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam er een verandering. De Fransman Philippe Pinel ging de

krankzinnigen in Parijs behandelen in de overtui-

ging dat deze mensen weer naar de maatschappij

konden terugkeren. In zijn klinieken behandelde hij

zijn patiënten met warme baden en liet hij ze bezighouden met werk en andere activiteiten. Over de

De eerste ‘reguliere’ opleiding voor de verzorging en verpleging van zorgvragers met een psychiatrische stoornis startte omstreeks 1930. Tot dan waren er

geen opleidingseisen geweest. Het takenpakket van de verplegende lag vooral in huishoudelijk werk, de dagelijkse verzorging van de zorgvrager en het

begeleiden bij het uitvoeren van huishoudelijke taken en ander werk.

oorzaak van psychiatrische ziekten waren de

2.2.4

negentiende eeuw ontstond de psychiatrie als

De meest baanbrekende ontwikkeling is wel de ont-

Artsen ontdekten dat gestoorde mensen soms dezelf-

den beïnvloeden. Dit gebeurde halverwege de twin-

meningen verdeeld. Pas in de tweede helft van de medisch specialisme.

de kenmerken (symptomen) hadden. Op basis van

deze kenmerken ging men de aandoeningen indelen in symptoombeelden. Zo kreeg een psychiatrische

aandoening een naam. Termen als psychose en schi-

zofrenie stammen uit deze tijd. In die tijd veranderde ook de rol van oppasser naar verpleger en verzorger. Bewaken en oppassen veranderde in zorg voor

gestoorde medemensen. Gekken en dwazen werden niet meer als gevaarlijk en demonisch beschouwd,

maar als mensen die zorg nodig hadden en zo nu en dan best onder toezicht op straat konden lopen.

2.2.3

Twintigste eeuw

De twintigste eeuw is van grote betekenis geweest voor de behandeling van en zorg voor mensen met een psychiatrische stoornis.

Zo had Sigmund Freud in die periode bijzondere

opvattingen over mensen met een psychiatrische

stoornis. Bij het ontwikkelen van zijn dieptepsychologie ging hij ervan uit dat gedrag en denken wordt

Stroomversnelling

dekking geweest van medicijnen die de geest kontigste eeuw. Mensen konden nu met behulp van

deze zogenoemde psychofarmaca kunstmatig tot

rust gebracht worden. Er kon nu contact gemaakt

worden met mensen die al jaren moeilijk benader-

baar, onbereikbaar of in zichzelf gekeerd waren. De psychiatrie kwam daardoor in een stroomversnel-

ling terecht. Ook werden in die periode psychiatri-

sche stoornissen wetenschappelijk aangetoond. Er is aandacht voor de biologische aspecten van een

stoornis, maar ook voor de sociale, somatische en psychologische (zoals de rol van de opvoeding bij het ontwikkelen van psychiatrische problemen).

De taken van de verpleging veranderden echter nauwelijks in die periode. De zorgvragers werden nog

steeds verpleegd op grote zalen. Een gesprekje was nog nauwelijks aan de orde en kon alleen als het

huishoudelijke werk en de dagelijkse zorg van de zorgvrager er niet onder leden. De observerende

taak en de rapportage van deze observaties aan de artsen kreeg wel steeds nadrukkelijker een plaats.

gestuurd door (seksuele) driften. Zijn gedachten spe-

2.2.5

ren van het ontstaan van psychiatrische stoornissen.

Mede doordat de zorgverleners steeds meer kennis

retisch denken. Het kernpunt bij dit denken is dat

chiatrische stoornissen dacht men ook steeds beter

len vandaag de dag nog steeds een rol bij het verkla-

Een andere belangrijke ontwikkeling is het leertheoallerlei vormen van gedrag aangeleerd zijn en dus ook weer afgeleerd kunnen worden.

13330_Boek.indb 10

Bestwil versus autonomie

opdeden over oorzaken en behandelwijzen van psyte weten wat goed was voor de zorgvrager. Daaruit

vloeide voort dat men dacht ook het beste te kunnen

07-08-12 13:11


2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

11

kiezen voor de zorgvrager. Hij kon dit immers zelf

De periode daarvoor werden afwijkende personen

afbreuk aan het recht van ieder mens: kunnen

resocialisatieafdelingen teruggebracht worden naar

niet. Dit zogenoemde ‘bestwil’-denken deed sterk beslissen over je eigen leven (autonomie).

Daarom is er tegen het einde van de twintigste

eeuw nieuwe wetgeving ingevoerd. Dat zijn de Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst

(WGBO) en de Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Deze wetten zijn er om zorgvragers te beschermen. De zorgverlener wordt

geacht ervoor te zorgen dat de zorgvrager zelf mag beslissen hoe hij zijn leven vorm en inhoud geeft.

2.3

Psychiatrische zorg nu

Bij het verplegen van zorgvragers met een psychiatrische stoornis wordt vaak nog steeds het eerst

gedacht aan zorgvragers die zijn opgenomen binnen een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg

(GGZ). Echter, slechts 1 % van alle volwassen Nederlanders die met psychische problemen kampen en

daarvoor hulp zoeken, wordt opgenomen. De overige

mensen die hulp zoeken, worden geholpen door huisarts, maatschappelijk werk, vrijgevestigde psycholo-

opgeborgen in klinieken. Zo mogelijk konden ze via de maatschappij. Het doel van vermaatschappelijking is om zoveel mogelijk te voorkomen dat een

zorgvrager met een psychiatrische stoornis buiten

het alledaagse sociale leven komt te staan. Concreet betekent dit dat een psychiatrische stoornis in eerste instantie ambulant behandeld wordt. De allerlaatste stap is opname in een klinische setting en dan nog zo kort mogelijk.

Dit beleid van vermaatschappelijking wordt nog steeds verder ontwikkeld.

Het proces van de vermaatschappelijking is lang-

zaam op gang gekomen en duurt nog steeds voort. Of het tot een echte vermaatschappelijking komt,

zal de toekomst uitwijzen. Echte vermaatschappelijking (re-integratie) gaat volgens de idealen verder dan een plaats in een Regionale instelling voor

Beschermde Woonvormen (RIBW) of een dagactivi-

teitencentrum. Echte re-integratie is dat de zorgvrager zelfstandig thuis woont in een gewoon huis, in een gewone buurt, met behulp van een afdoend

steunsysteem (bijvoorbeeld familie en thuiszorg).

gen, ambulante hulpverlening of alternatieve hulp-

2.3.2

hulp (meer) zoeken voor hun psychische problemen,

Als gevolg van de vermaatschappelijking worden

lingen voor GGZ wordt door verzorgenden verpleging

muren van een instelling (intramuraal), maar steeds

verlening. Ook zijn er nog tal van mensen die geen

terwijl ze er wel mee kampen. Dus ook buiten instel-

en verzorging gegeven aan zorgvragers met een psychiatrische stoornis. Denk daarbij aan thuissituaties of beschermde woonvormen. Dat steeds meer zorgvragers met een psychiatrische stoornis buiten de

kliniek behandeling en zorg ontvangen, is het gevolg van beleid dat eind vorige eeuw is ingezet.

2.3.1

Vermaatschappelijking

Eind vorige eeuw is het beleid van de vermaatschap-

Zorgvarianten

zorgvragers steeds minder behandeld binnen de

meer in de eigen omgeving (extramuraal en ambulant). Hierdoor zijn er allerlei zorgvarianten ontstaan. Zonder volledig te zijn volgen hier enkele trends:

‚‚ psychiatrische zorg thuis; ‚‚ beschermd wonen;

‚‚ deeltijd- en dagbehandeling; ‚‚ klinische opname; ‚‚ bemoeizorg.

pelijking ingezet. Vermaatschappelijking houdt in dat zorg meer in de maatschappij moet gebeuren.

13330_Boek.indb 11

07-08-12 13:11


12

Oriëntatie op de GGZ

Psychiatrische zorg thuis

zelf regelen. Ongeveer een derde van de zorgvragers

dige of verzorgende aan huis om de zorgvrager de

(eventueel met psychiatrische zorg thuis). Ongeveer

Bij psychiatrische zorg thuis komt een verpleegkunnodige zorg en ondersteuning te bieden. Deze

bestaat uit aandacht besteden aan dagstructuur,

woont na twee jaar beschermd wonen op zichzelf 70% blijft in een beschermde woonvorm wonen.

dagbesteding en medicatie, maar ook uit voorlich-

Deeltijd- en dagbehandeling

cho-educatie), en zorg voor eventuele kinderen en

alle vormen van parttime behandeling. Parttime

ten en inzicht bevorderen over het ziektebeeld (psyhet onderhouden van sociale contacten.

Thuiszorg wordt vaak geboden om te voorkomen dat een zorgvrager een klinische opname nodig

heeft. Ook wordt deze vorm van zorg ingezet als

nazorg. Na een opname krijgt iemand dan thuiszorg om de stap naar meer zelfredzaamheid en zelfstan-

digheid gemakkelijker te kunnen maken. Psychiatrische zorg thuis wordt ook ingezet bij zorgvragers

waarbij onduidelijk is welke problemen ze precies

hebben. De (bij-)bedoeling van de zorg is dan observatie.

Beschermd wonen

Beschermd wonen is een zorgvariant voor zorgvra-

gers voor wie klinische opname niet nodig is, maar voor wie thuiszorg te weinig soelaas biedt. Ze kun-

De termen deeltijd- en dagbehandeling staan voor behandeling is bedoeld voor zorgvragers met een

psychiatrische stoornis die niet genoeg baat hebben bij ambulante behandeling, maar voor wie een

opname in een kliniek weer te intensief is. Bij parttime behandeling volgt de zorgvrager een of meer dagdelen per week een intensief programma. De

behandeling richt zich op het weerbaarder maken

van de zorgvrager en leert hem beter met zijn problemen om te gaan. De behandeling kan uit ver-

schillende therapieën bestaan en kan zowel individueel als in de groep gevolgd worden. Deeltijd- en

dagbehandeling geven de zorgvrager de mogelijkheid intensief een behandeling te volgen en toch gewoon thuis te blijven wonen en deel te nemen aan het eigen sociale leven.

nen niet op zichzelf wonen. Er zijn allerlei vormen

Klinische zorg

ook wel RIBW genoemd: Regionale Instelling voor

zorgvrager voor zijn behandeling en zorg opgeno-

van beschermd wonen. Beschermd wonen wordt Beschermde Woonvormen.

In een beschermde woonvorm wonen meerdere zorgvragers in eenzelfde huis. Een zorgvrager

beschikt binnen dit huis over een eigen slaapkamer

en deelt over het algemeen de badkamer, keuken en zitkamer met de andere zorgvragers. De zorgvrager

krijgt daarnaast de benodigde begeleiding, van een

verpleegkundige, verzorgende of anders geschoolde. Dat kan een paar uur per week zijn of veel intensiever. Bij beschermd wonen staat het leven met de stoornis centraal. Uiteraard zijn er vormen van

behandeling, maar deze dienen alleen om de situa-

tie stabiel te houden. Binnen een beschermde woonvorm wordt in principe geen behandeling geboden. Wanneer een zorgvrager therapie wil, moet hij dat

13330_Boek.indb 12

Klinische zorg in de psychiatrie houdt in dat een men is in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Veel regio’s in Nederland hebben een GGZ-centrum. Een zorgvrager kan daar worden

opgenomen voor behandeling. In sommige regio’s

zijn nog aparte instellingen voor klinische behandeling. Hierbij moet je denken aan Algemeen Psychiatrische Ziekenhuizen (APZ), psychiatrische afdelin-

gen in een Algemeen Ziekenhuis (PAAZ), forensischpsychiatrische klinieken (FPK) of instellingen voor kinder- en jeugdpsychiatrie.

In de klinische setting zijn verschillende zorgverle-

ners betrokken bij de behandeling en zorg, zoals psychiaters, psychologen, verpleegkundigen en verzorgenden en psychotherapeuten. Omdat opname in

een klinische setting alleen gebeurt wanneer de eer-

07-08-12 13:11


2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

13

dergenoemde varianten geen oplossing bieden, zijn

(Regionale instellingen voor ambulante geestelijke

vragers die voor opname in aanmerking komen

gaan. Het doel van deze verandering is onder andere

de zorgvragers als het ware al ‘uitgeselecteerd’. Zorgkampen daarom veelal met complexe psychiatri-

sche problemen en zijn moeilijk of niet te behandelen.

Bemoeizorg

Bemoeizorg is hulp aan zorgvragers die in hun eigen

beleving geen hulpvraag hebben of er niet toe komen. Dit komt bij zorgvragers met een psychiatrische

stoornis nogal eens voor. Sterker nog, het kan zelfs

zijn dat ze contact en hulp vermijden en zich opslui-

ten. Ze zijn vaak buiten het bereik van de huisarts en

leven in geïsoleerde eenzame situaties. Ze zullen verkommeren wanneer ze geen hulp krijgen. Deze zorgmijders moeten als het ware eerst worden opge-

spoord. Hiervoor zijn (in grote steden) zogenoemde

bemoeizorgteams. Deze teams gaan uit van de GGD

en/of een GGZ-instelling en werken nauw samen met andere instituten als politie, sociale dienst, Leger des Heils, woningbouwcoöperaties, enzovoort.

gezondheidszorg) zijn gefuseerd en in elkaar opge-

om het zorgaanbod beter op individuele zorgvragers te kunnen afstemmen.

De belangrijkste veranderingen:

‚‚ Verschillende GGZ-instellingen zijn gefuseerd om samen de zogenoemde zorgcircuits te vormen.

‚‚ In regionale centra worden nu vrijwel alle gespecialiseerde vormen van geestelijke gezondheidszorg geleverd.

‚‚ De regionale centra (Multifunctionele Eenheden (MFE’s)) en Regionale Psychiatrische Centra’s

(RPC’s)) bieden hun zorg steeds vaker aan in kleine functionele centra waarin ambulante en klinische zorg zijn gebundeld.

2.5

Zorgcircuits en zorgprogramma’s

De teams gaan zelf op pad om mensen in hun omge-

Onder de naam Multifunctionele Eenheden (MFE’s)

nen en hulp te bieden en indien mogelijk de mensen

de gefuseerde GGZ-instellingen nu regionale centra.

ving op te zoeken. Ze proberen vertrouwen te win-

bij de reguliere zorg te krijgen. Vaak maken ze daarbij gebruik van meldingen die ze binnen krijgen.

Deze meldingen komen ook van verzorgenden in de thuiszorg. Zij zijn in dit soort situaties soms nog de enige die toegang hebben tot de zorgvrager. Melding is op zijn plaats als er bijvoorbeeld sprake is

van ernstige vereenzaming, ernstige vervuiling van de woning, of als mensen een gevaar vormen voor zichzelf of anderen.

2.4

Organisatie van de GGZ

Tegelijk met het beleid van de vermaatschappelijking is beleid ingezet om de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) anders te organiseren. De APZ

(Algemeen Psychiatrische Ziekenhuizen) en Riagg’s

13330_Boek.indb 13

en Regionale Psychiatrische Centra (RPC’s) vormen

Zij bieden verschillende vormen van hulp aan. Ook

werken deze centra samen met andere hulpbiedende instanties om zorgcircuits te kunnen vormen.

Een zorgcircuit kun je zien als een bundeling van

mensen en voorzieningen. Deze ‘bundel’ is op zo’n

manier samengesteld dat ze aan een bepaalde groep met psychische problemen de volledige benodigde

zorg kunnen bieden. Zo’n doelgroep bestaat dan uit

zorgvragers die vergelijkbare psychiatrische problemen hebben. Een zorgcircuit wordt niet beperkt tot

een GGZ-instelling zelf. Wanneer dit nodig is, wordt ook samenwerking gezocht met andere instanties. Denk hierbij aan beschermde woonvormen, Raad van de Kinderbescherming, Jeugdhulpverlening, enzovoort.

Binnen de zorgcircuits worden weer zorgprogram-

ma’s (arrangementen) ontwikkeld en aangeboden.

07-08-12 13:11


14

Oriëntatie op de GGZ

Een zorgprogramma is dan een samenhangend

zorgaanbod wordt vormgegeven door een drietal

gericht is om een bepaalde dienst te kunnen verle-

‚‚ huisartsen;

hulpaanbod (activiteiten en maatregelen) dat erop nen of een bepaald effect te bereiken bij de betref-

fende doelgroep. Bij het samenstellen van een zorg-

programma wordt uitgegaan van de doelgroep. Zorg wordt in deze programma’s vaak uitgedrukt in termen van modulen of producten.

beroepsgroepen:

‚‚ algemeen maatschappelijk werk (AMW); ‚‚ eerstelijnspsychologen.

De huisarts heeft een behandelende en coördinerende taak. Wanneer de hulpvraag groter is dan hij zelf

kan bieden, is het zijn taak om een passend zorgaanbod te zoeken. Wanneer de huisarts dit nodig acht,

verwijst hij door binnen de eerste lijn (psycholoog of

maatschappelijk werk) of naar gespecialiseerde hulp (tweede lijn).

Het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW) richt zich op het verbeteren van het sociaal en maat-

schappelijk functioneren van een zorgvrager. Iedereen die problemen heeft op dit gebied kan zich rechtstreeks bij het AMW aanmelden.

De eerstelijnspsycholoog behandelt zorgvragers met Figuur 2.2

Dienstverlening aan een bepaalde groep

psychische of psychosomatische problemen die zo

ernstig zijn dat ze als psychiatrische stoornis gediag-

2.6

Huidig zorgaanbod

In het huidig zorgaanbod zijn inmiddels tal van

zorgcircuits te onderscheiden. We bespreken hierna: ‚‚ de eerstelijns GGZ;

nosticeerd kunnen worden. Er wordt naar gestreefd om de behandeling van de psychiatrische stoornis zo lang als dat verantwoord is in de eerste lijn te

laten plaatsvinden. Doorverwijzing naar de tweede lijn gebeurt pas wanneer het te complex wordt.

‚‚ de GGZ-preventie;

2.6.2

‚‚ de GGZ voor ouderen;

GGZ-preventie richt zich op het voorkomen en beper-

‚‚ de GGZ voor volwassenen; ‚‚ de forensische psychiatrie.

2.6.1

Eerstelijns GGZ

De zorgvrager met psychische problemen komt het eerst terecht bij de eerstelijns GGZ. Hier wordt een algemene aanpak en behandeling geboden. Het

zorgaanbod bestaat uit advies, medicamenteuze ondersteuning, helpen bij het aanbrengen van

structuur in de problemen, enzovoort. De zorg in de

eerste lijn is erop gericht de zorgvrager psychisch en maatschappelijk nog te laten functioneren. Het

13330_Boek.indb 14

GGZ-preventie

ken van psychische aandoeningen. Er worden activiteiten ontwikkeld en ingezet om ernstige psychi-

sche problemen te voorkomen of tijdig op te sporen en te behandelen. Denk aan het voorkomen van

depressies door het organiseren van cursussen of het geven van voorlichting aan familieleden van depressieve zorgvragers.

Ook worden preventieactiviteiten opgezet om onder andere:

‚‚ psychische problematiek te voorkomen bij asielzoekers;

‚‚ pesten en kindermishandeling te voorkomen;

07-08-12 13:11


2

Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

15

‚‚ familieleden bij dementerende ouderen te

hulpvraag. Het voordeurprogramma biedt ook kort-

Daarnaast worden tal van activiteiten ontplooid die

2.6.4

chiatrische zorgvragers te voorkomen of te doorbre-

Het GGZ-circuit voor ouderen richt zich op zorgvra-

neren van vriendendiensten, gastgezinnen of onder-

stoornis hebben.

ondersteunen.

tot doel hebben om sociaal isolement bij (ex-) psy-

ken. Hierbij moet je denken aan initiëren en coördi-

steunen in het weer deelnemen aan het maatschappelijk verkeer.

GGZ-preventie wordt vooral georganiseerd vanuit

GGZ-instellingen (MFE/RPC). Andere instanties die betrokken zijn bij het circuit GGZ-preventie zijn:

GGD, scholen en instellingen voor jeugdhulpverlening.

2.6.3

GGZ Volwassenen

Het GGZ-circuit voor volwassen is te onderscheiden in cure-circuit en het care-circuit.

Bij het cure-circuit staat de behandeling van de psy-

chiatrische stoornis op de voorgrond. De duur van de behandeling is zo kort mogelijk, maar zo lang als

nodig is (meestal korter dan twee jaar). De hulp in dit circuit wordt in diverse vormen aangeboden: ambulant, in deeltijd of klinisch.

Bij het care-circuit staat verzorging en begeleiding

op de voorgrond. De zorgvragers die gebruikmaken

van dit circuit zijn langdurig van zorg afhankelijk en niet in staat om zich in redelijke mate zonder hulp staande te houden. Deze zorgvragers hebben een

chronisch psychiatrische stoornis, zijn kwetsbaar en

durende hulp en crisisopvang.

GGZ Ouderen

gers die ouder zijn dan zestig en een psychiatrische Slechts een klein deel van de ouderen met psychi-

sche problemen krijgt GGZ-hulp. Dit komt doordat

ouderen vaak thuis blijven wonen met hulp van de

familie, al of niet met ondersteuning van professionele zorg. Typerend voor ouderen is dat zij relatief

vaak lichtere problemen of symptomen hebben die niet altijd goed binnen de psychiatrische diagnostiek zijn te vatten. De problemen zien er soms

anders uit bij ouderen. Mede daardoor worden ze

niet altijd als psychisch herkend en behandeld. De

meest voorkomende psychiatrische stoornissen bij

ouderen zijn angststoornissen, depressieve stoornissen en dementie.

In het circuit voor ouderen worden zorgprogramma’s aangeboden die naast de gerichtheid op de

stoornis speciaal zijn afgestemd op de (on)mogelijkheden van de oudere. Er worden bijvoorbeeld speci-

ale faciliteiten in de leefomgeving aangebracht. Er is speciale aandacht voor rust en regelmaat en voor de

beleving en gevoelens van de oudere zelf. Het circuit wordt gevormd door samenwerking van GGZ-instellingen, algemene ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen.

functioneren niet goed in de maatschappij.

2.6.5

boden. Dit zijn bijvoorbeeld zorgprogramma’s voor

Het forensische circuit richt zich op zorgvragers met

stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, organisch-

men met justitie (de rechtspraak). De forensische

Binnen de circuits worden zorgprogramma’s aangestemmingstoornissen (vooral depressies), angst-

psychiatrische stoornissen, psychotische stoornissen (vooral schizofrenie) en langdurige zorgafhankelijkheid. Bij nieuwe zorgvragers wordt eerst met een

zogeheten voordeurprogramma nagegaan welk ver-

volgprogramma het beste aansluit bij hun specifieke

13330_Boek.indb 15

Forensische psychiatrie

psychische stoornissen die in aanraking zijn geko-

psychiatrie heeft met de rechtspraak te maken in de

breedste zin van het woord, niet alleen met de strafrechtspraak.

Het circuit bestrijkt alle psychiatrische bemoeienis-

sen met mensen die op de een of andere manier met

07-08-12 13:11


Oriëntatie op de GGZ 34

Oriëntatie op de GGZ

5

Verwerkingsopdrachten

1 Zorgvragers in de GGZ

1 Ben je in je privéleven of in de praktijk weleens geconfronteerd met een persoon met een psychiatrische stoornis? Beschrijf de stoornis zo nauwkeurig mogelijk. Welke invloed had deze confrontatie op jou?

2 a Noem twee vooroordelen over psychiatrische zorgvragers. b Leg uit waarom dit vooroordelen zijn.

3 a Noem twee voorbeelden van gedragingen die jij afwijkend vindt.

b Vind je dat de gedragingen ‘gestoord gedrag’ genoemd kunnen worden? Licht je antwoord toe.

4 Er worden in dit hoofdstuk vier stromingen of visies behandeld met betrekking tot psychiatrische stoornissen.

a Welke stromingen of visies spreken je aan en welke niet of nauwelijks? Motiveer je keuzes duidelijk.

b Waarom is het van belang dat je op de hoogte bent van de verschillende stromingen of visies?

5 Op een internetsite staat de volgende omschrijving van een psychiatrische stoornis: Een psychische aan-

doening (ook wel psychische stoornis) is een aandoening die wordt gekenmerkt door afwijkende ervaringen en gedrag.

Bekijk de omschrijving kritisch en geef je mening. 2 Geschiedenis van de GGZ en voorzieningen

1 De dolhuizen waren voor de psychiatrische patiënten de wereld van de waanzin. a Op welke tijd heeft deze uitspraak betrekking?

b Beschrijf wat er met deze stelling bedoeld wordt. 2 Geef je onderbouwde mening over de volgende stelling: Ieder mens, dus ook een persoon met een psychiatrische aandoening, heeft het recht om zelf te beslissen over zijn eigen leven.

3 Verspreid over ons land zijn er GGZ-instellingen. Per provincie zijn er meestal meerdere instellingen. Verdeel de leergroep in twaalf subgroepen. Iedere subgroep krijgt een provincie toegewezen. a Zoek via internet een GGZ-instelling op.

b Breng het zorgaanbod van de instelling duidelijk in beeld en geef kort aan wat het zorgaanbod inhoudt.

c Vergelijk de informatie van de verschillende subgroepen met elkaar en trek conclusies.

13330_Boek.indb 34

07-08-12 13:11


5

Verwerkingsopdrachten

35

3 Proces van intake tot beëindiging zorgverlening

1 Eerstelijnszorg is zogenaamde ‘laagdrempelige zorg’. a Wat betekent dit?

b Wanneer is zorg voor jou laagdrempelig? Motiveer je antwoord. 2 Bij een spoedopname kan het voorkomen dat een zorgvrager naar een instelling in een andere provincie gebracht wordt. Wat is daarvan in jouw ogen het nadeel? Heeft het ook voordelen?

3 Psychiatrische zorg kan helemaal gestopt worden of afgebouwd. Wat zou het voor een chronisch psychiatrische patiënt betekenen als zijn zorg wordt gestopt? Motiveer je antwoord.

4 Het zorgproces in de GGZ

1 In de psychiatrie heeft de verzorgende een ondersteunende taak bij het ontwerpen van een verpleegplan. Bedenk twee praktische voorbeelden waarin deze ondersteunende taak duidelijk wordt.

2 Yvonne en haar vriendin zijn op latere leeftijd gestart met de opleiding tot verzorgende. Beiden hebben nu enkele weken ervaring opgedaan in de psychiatrie. Yvonne heeft haar mening altijd snel klaar. Ze

vindt dat de opleiding ernstig tekortschiet. Ze wil meer over psychiatrische ziektebeelden weten. Daar

draait het volgens haar om in de psychiatrie. De vriendin is het er niet mee eens: ‘Ik weet niet goed hoe ik het moet zeggen, maar ik heb het gevoel dat je als verzorgende een ander vertrekpunt moet hebben dan puur de ziekte.’

a Wat vind je van de mening van Yvonne?

b Wat vind je van de mening van de vriendin? Probeer concreet te omschrijven wat de vriendin eigenlijk wil zeggen.

3 Wat vind je van de volgende uitspraak? Het verpleegplan is een soort contract dat afgesloten wordt tussen de zorgvrager enerzijds en de verpleegkundigen en verzorgenden anderzijds. In principe moeten beide partijen zich aan het contract houden.

4 In het verpleegplan van mevrouw de Haas staat dat mevrouw in staat is zichzelf ’s morgens te verzorgen. Ze moet wel verbaal gestimuleerd worden om dit te doen.

Suze is voor de derde achtereenvolgende ochtend ingedeeld op de unit waar mevrouw De Haas verblijft.

De twee voorafgaande dagen is het Suze opgevallen dat mevrouw De Haas alleen het gezicht wast en de

haren enigszins uitkamt. Nu Suze dit vandaag weer ziet, besluit ze om mevrouw erop aan te spreken. Me-

vrouw De Haas vertelt dat ze iedere dag doodmoe opstaat en dat ze geen energie heeft om zich uitgebreid te verzorgen. Suze biedt aan om mevrouw te helpen. Deze accepteert dit en zegt het liefst in bad te gaan. Suze helpt mevrouw daar bij.

a Geef aan of er in dit praktijkvoorbeeld sprake is van een methodische aanpak. Licht je antwoord toe. b Hoe zou een methodisch aanpak er uit kunnen zien?

13330_Boek.indb 35

07-08-12 13:11


2

Relatie en begeleiding

Sanne gaat morgen starten met haar eerste BPV in de psychiatrie. Ze heeft er veel zin in, ze vindt psychiatrie zo interessant. Aan de andere kant piekert Sanne ook wel een beetje over haar BPV. ‘Hoe ga ik dat nou doen met houding en relatie en zo?’ vraagt ze zich af. ‘Ik heb geleerd dat je afstand moet houden maar ook nabij moet zijn, dat gaat toch niet samen? Ik mag wel hun intiemste problemen weten omdat ik ze nou toevallig moet gaan helpen en ondersteunen, maar van mij krijgen ze dat niet te weten. Ik zou dat met een vriendin of zo ook lastig vinden.’ Kortom, Sannes hoofd zit vol met vragen. Ze kan er bijna niet van slapen. ‘Word ik nou zenuwachtig voor een BPV? Dat heb ik nog nooit gehad! Kom op, Sanne’, zegt ze tegen zichzelf, ‘licht uit en slapen, je ziet het morgen allemaal wel...’

13330_Boek.indb 37

07-08-12 13:11


38

Relatie en begeleiding

6

Relatie tussen verzorgende en psychiatrische

6.1

Inleiding

zorgvrager

Een professionele hulpverleningsrelatie is de basis

belangrijke verschillen tussen een persoonlijke

relatie en een professionele hulpverleningsrelatie?

voor het succesvol begeleiden en verplegen van

6.2.1

opbouwen ervan is niet altijd eenvoudig omdat tal

Bij een persoonlijke relatie is de relatie doel op zich.

we in op verschillende aspecten van de professione-

‚‚ Er is sprake van een emotionele band.

zorgvragers met een psychiatrische stoornis. Het

van aspecten van invloed zijn. In dit hoofdstuk gaan le hulpverleningsrelatie tussen de zorgvrager en de verzorgende.

6.2

Persoonlijk tegenover professioneel

Een relatie tussen mensen kan professioneel of

Persoonlijke relatie

Kenmerkend voor een persoonlijke relatie is:

‚‚ Er is wederkerigheid in het uitwisselen van gevoelens en gedachten.

‚‚ De relatie is van onbegrensde duur en niet aan tijd en plaats gebonden.

‚‚ De relatie komt vrijwillig tot stand.

6.2.2

Professionele relatie

persoonlijk van karakter zijn. Als verzorgende heb

Bij de professionele hulpverleningsrelatie wordt een

zorgvrager neemt je bijvoorbeeld in vertrouwen

ger. Daarbij geeft de zorgverlener hulp en ontvangt

je vaak intensief contact met de zorgvrager. Een

over emotionele en persoonlijke zaken. Hij laat zich op zo’n moment van zijn kwetsbare kant zien. De zorgvrager verwacht dan bijvoorbeeld begrip en steun.

Soms verwacht een zorgvrager meer dan dat, hij

wil persoonlijke genegenheid of vriendschap. Dit

zijn echter kenmerken die niet passen in een professionele hulpverleningsrelatie. Ze horen in een persoonlijke relatie. We bespreken hier wat de

zorgvrager wel en niet van de verzorgende in de

hulpverleningsrelatie mag verwachten. Wat zijn

13330_Boek.indb 38

relatie aangegaan tussen zorgverlener en zorgvra-

de zorgvrager deze. Wanneer er geen sprake is van

een hulpvraag, wordt er ook geen relatie aangegaan. Kenmerkend voor een hulpverleningsrelatie is dan ook:

‚‚ Het doel van de relatie is het verlenen van hulp. ‚‚ Er is sprake van betrekkelijke vrijwilligheid: de

zorgvrager heeft geen of beperkte inspraak bij de keuze van de verzorgende.

‚‚ Er is sprake van functionele openheid. Dat wil

zeggen: van de zorgvrager wordt verwacht dat

hij zich openhartig opstelt, terwijl de verzorgen-

07-08-12 13:11


Begrippen

271

Begrippen A

acting-out gedrag

Uit de hand gelopen impulsief gedrag dat zich uit in vernielingen, zelfverwonding,

affectieve vervlakking

Sterke vermindering van het vermogen om met emotie te reageren.

agressief gedrag angststoornis Antidepressiva antipsychotica

enzovoort.

Gedrag dat zich uit in gewelddadige, niet passende woordelijke en of fysieke acties naar personen of materialen.

Ziekelijke angst, waarbij iemand regelmatig buitensporig angstig reageert op voorwerpen of situaties zonder dat daarvoor een begrijpelijke aanleiding is. Medicijnen om de verschijnselen van een depressie te verminderen.

Medicijnen die gegeven worden bij het behandelen van psychotische stoornissen, bij wanen en hallucinaties en bij kinderen met ernstige gedragstoornissen als explosief, hyperactief of zeer agressief gedrag.

automutilerend gedrag Gedrag waarbij iemand zichzelf opzettelijk lichamelijk beschadigt (verwondt / verminkt).

B

behandelplan bemoeizorg

beroepsethiek BOPZ C

Document waarin opgenomen is welke behandeling een zorgvrager zal krijgen.

Hulp aan zorgvragers die in hun eigen beleving geen hulpvraag hebben of er niet toe komen.

Geheel van waarden die samenhangen met je beroep of de uitoefening ervan. Wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen.

care-circuit

Geheel van zorginstellingen waarin begeleiding en verzorging van zorgvragers op

cognitieve therapie

Therapievorm waarbij de therapeut door te praten met de zorgvrager op diens

coรถrdinatie van zorg cure-circuit

D

delier

depersonalisatie depressie derdelijnszorg

13330_Boek.indb 271

de voorgrond staat.

gedachtepatronen probeert in te werken.

Regelen, afstemmen en op elkaar laten aansluiten van verschillende vormen van zorg rondom een zorgvrager.

Geheel van zorginstellingen waarin de behandeling van een psychiatrische stoornis op de voorgrond staat.

Plotseling optredende verwardheid door een ontregeling van de hersenfuncties.

Verstoring van de zelfbeleving waarin iemand het gevoel heeft zichzelf niet meer te herkennen.

Neerslachtige stemming en toestand van intense somberheid die dagenlang aanhoudt.

Zorg die plaatsvindt in een kliniek waarin de zorgvrager is opgenomen.

07-08-12 13:13


272

Begrippen

diffuse angsttoestand

Voortdurend gevoel van vage angst met een groot aantal intense lichamelijke ver-

dissociatie

Verlies van het contact met jezelf en anderen, gepaard met gevoelloosheid doordat

drang DSM-IV-TR model dwang

dwanggedachte dwanghandeling E

schijnselen.

spanning niet doorbroken wordt.

Onbedwingbare neiging om toe te geven aan een bepaalde handeling die gericht is op lustbevrediging.

Internationaal gebruikt diagnostisch model van de psychiatrie (Diagnostic Statistical Manual of Mental Disorders – versie 4 – herziene uitgave). Overdreven bezig zijn met gedachten en ideeÍn.

Hardnekkige en aanhoudende gedachte of beeld, door de zorgvrager ervaren als vreemd en niet van zichzelf.

Gedraging waartoe de zorgvrager zich gedwongen voelt om steeds te herhalen.

eerstelijns GGZ

Zorginstanties die door een zorgvrager zonder verwijzing benaderd kunnen wor-

eerstelijnszorg

Eerste aanspreekpunt voor mensen die zorg nodig hebben.

Elektroconvulsietherapie (ECT)

ethische vraag

F

fobie H

hallucinatie

hyperventilatie hypochondrie hypomanie

I

den.

Therapie waarbij door middel van elektrische prikkels kunstmatig een toeval wordt opgewekt.

Vraag die ligt op het terrein van de moraal en die we menselijk gezien goed, zinvol en verantwoord vinden.

Gerichte angst voor een bepaald ding of een bepaalde situatie.

Iets zien of horen of anderszins waarnemen wat er in het geheel niet is. De persoon is er echter van overtuigd dat de waarneming werkelijkheid is en is niet te corrigeren.

Te diepe en te snelle ademhaling waarbij iemand te veel zuurstof opneemt in het bloed.

Ziektevrees, beheerst worden door de gedachte dat je een ernstige of dodelijke ziekte onder de leden kunt hebben.

Milde vorm van de manische periode waarbij nog wel sprake is van enige realiteitszin en controle over eigen gedachten en gevoelswereld.

IBS

Inbewaringstelling; noodmaatregel die bepaalt dat iemand tegen zijn wil in kan

illusie

Verkeerde uitleg van zintuiglijke gegevens veroorzaakt door verwachtingen, angs-

13330_Boek.indb 272

worden opgenomen. ten en wensen.

07-08-12 13:13


Begrippen

L

leefsituatie

M

Geheel van materiële en stoffelijke zaken en de mate waarin iemand hierin ruimte voor zichzelf kan vinden.

manisch gedrag

Overdreven opgewekt en uitbundig gedrag dat vaak tegelijkertijd enorm druk,

manisch-depressieve

Psychiatrisch toestandsbeeld waarbij perioden van manisch gedrag en depressief

stoornis

273

gejaagd en snel geïrriteerd overkomt. gedrag elkaar afwisselen.

methodisch begeleiden Bewust stilstaan bij de begeleidingsstijl die je gaat hanteren bij een zorgvrager. N

niet aangeboren hersenletsel (NAH) O

Verzamelnaam voor hersenletsel dat op enig moment na de geboorte is ontstaan.

onderactiviteit

Vertraagde, geringe of afwezigheid van beweging.

sel

een bepaald middel.

onthoudingsverschijnontremd zijn

openbare GGZ orientatie overactiviteit overdracht P

Lichamelijk en/of pyschisch verschijnsel dat optreedt bij het niet gebruiken van Over de grenzen van zichzelf en de ander heen gaan.

Verzamelterm voor initiatieven die gemeenten en instellingen nemen om mensen in de marge van de samenleving van de noodzakelijke zorg te voorzien.

Vermogen om jezelf in een situatie te plaatsen te plaatsen, in de tijd, in de ruimte en van jezelf als persoon in relatie tot andere mensen. Overdreven snelheid of intensiteit van beweging.

Het voor de dienst met collega’s bespreken van lopende praktische zaken.

PAAZ

Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis.

persoonlijkheid

Geheel van iemands kenmerkende denk-, belevings- en gedragspatronen.

paniekstoornis

persoonlijkheidsstoornis

procesdoel

psychiatrische stoornis psycho-educatie psychofarmaca

psychopathologie

13330_Boek.indb 273

Aanval(len) van plotselinge hevige schrik of angst.

Stoornis in iemands karakteristieke denk-, belevings- en of gedragspatroon waardoor deze patonen voortdurend afwijken van wat je van de persoon in een groot aantal persoonlijke en sociale situaties zou mogen verwachten. Doel dat gerelateerd is aan het proces (hoe iets gaat).

Het niet meer of afwijkend functioneren van psychologische functies als voelen, denken of waarnemen.

Informatieverstrekking aan een zorgvrager en naasten om te kunnen leren over de ziekte en omgaan met de gevolgen ervan.

Geneesmiddelen die inwerken op het psychisch welbevinden. Ziekteleer van het psychisch functioneren.

07-08-12 13:13


274

Begrippen

psychose

Toestand van ernstige verwardheid doordat vooral het waarnemen en het denken

psychotische depressie

Depressie die samengaat met hallucinaties of wanen.

rehabilitatie

R

verstoord zijn

Behandeling die zich richt op de ‘gezonde kanten’ van de zorgvrager, het behouden en stimuleren wat iemand nog kan.

RIAGG

Regionale Instelling Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg; polikliniek voor

risicogedrag

Gedrag dat gevaar oplevert voor de zorgvrager zelf of anderen.

RM

S

schizofrenie

sociale netwerk

stemmingstoornis suïcidaliteit suïcide T

taakdoel

tweedelijnszorg

geestelijke gezondheidszorg

Rechterlijke machtiging, waarmee een zorgvrager gedwongen kan worden opgenomen en behandeld.

Ziekte die gekenmerkt wordt door psychotische perioden met zogenoemde ‘posi-

tieve’ symptomen als wanen en hallucinaties met op termijn vaak ernstige psychische en sociale gevolgen.

Geheel van familie, vrienden en bekenden rond een zorgvrager.

Uiting van het diepere gevoel (gemoedsgesteldheid) die heviger verandert dan normaal en anders van karakter is.

Neiging om zich in gedachten, woorden of daden bezig te houden met het zelf beëindigen van het leven.

Overlijden als gevolg van zelf voorgenomen en uitgevoerde handelingen.

Doel dat gerelateerd is aan wat je wilt bereiken.

Zorg geboden door ziekenhuizen en geestelijke gezondheidszorg.

V

vermaatschappelijking Streven om iets (bijvoorbeeld zorg) in de maatschappij te laten plaatsvinden. verpleegplan

vitale depressie

W

Inbreng van de verpleegkundige discipline in het behandelplan.

Depressie waarbij naast neerslachtigheid en het gebrek aan initiatief ook lichaamsfuncties tijdelijk uitvallen.

waan

Verstoring in wat iemand denkt, waarbij het denken niet overeenkomt met de

WGBO

Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst; wet waarin de relatie tus-

wilsbekwaamheid wilsonbekwaam

13330_Boek.indb 274

realiteit. Het is voor de persoon een waarheid die niet is te corrigeren. sen de zorgvrager en de zorgverlener geregeld is.

Vermogen van een mens om zelf zijn beslissingen te kunnen en mogen nemen. Niet meer in staat om zelfstandig beslissingen te nemen.

07-08-12 13:13


Begrippen

Z

zelfbeschikkingsrecht zelfdestructief gedrag zelfredzaamheid zorgcircuit

zorgdossier

zorgprogramma

13330_Boek.indb 275

275

Recht van een mens om zelf keuzes te maken en beslissingen te nemen.

Gedrag waarbij het risico om te overlijden niet bewust genomen wordt, maar wel nadrukkelijk aanwezig is.

Bevordering van de onafhankelijkheid van de zorgvrager door het gezonde deel te stimuleren tot zelfzorg.

Bundeling van mensen en voorzieningen op het terrein van zorg.

Verzameling gegevens die betrekking hebben op de verzorging van ĂŠĂŠn persoon.

Samenhangend hulpaanbod gericht op dienstverlening aan een bepaalde groep.

07-08-12 13:13


276

Register

Register aandacht  60

beïnvloedingswa-

acting-out gedrag  114

bemoeizorg  13

afdwingen  202

beschermd wonen  12

achterdocht  69

activiteitsniveau  124 affectieve vervlakking  70

nen  69

beroepsethiek  252

bevelshallucinaties  77

delegerende stijl  52

biologische benade-

denken  63

ring  4

biologische verkla-

angststoornis  89

biopsychosociaal

antidepressiva  81, 169

BOPZ  11, 43

antiparkinsonmiddelen  168

antipsychotica  168

ring  4

model  7

borderline persoonlijkheidsstoornis  110

lingen  144

delier  116, 125

depersonalisatie  60

depressief gedrag  79 derdelijnszorg  20

gedrag  148

autonomie  11

autoritair optreden  186

geestesstoornis  260

begeleidingsprobleem  213

begeleidingsstijl  47

len  192

communicatiepatronen  192

behoefterangorde  185

conflicten  203

len  202

beïnvloedingswaan  69

13330_Boek.indb 276

stijl  50

dissociatie  152

comorbiditeit  7

beïnvloedingsstij-

directieve begeleidings-

communicatie  192

begeleidingstijl  47 behandelplan  25

stand  93

disfunctioneel commu-

communicatiekana-

compulsies  94

conflicthanteringstijlen  206

conflictsituaties  204

heid  39

destructieve gedrag  113

cognitieve therapie  82, 94

tief gedrag  192

gedragspatroon  193

ring  232

directieve aanpak  208

classificatiesysteem  7

trie  15

deskundigheidsbevorde-

cannabisproducten  119

care-circuit  15

forensische psychia-

functionele open-

anxiolytica  94 automutilerend

fobie  91

depressie  78

depottabletten  169

diffuse angsttoe-

attitude  40

schijnselen  168

functioneel communica-

cannabis  119

cannabisproduct  117

exposure in vivo  94

depotinjecties  169

antisociale persoonlijkheidsstoornis  108

pie  81

extrapiramidale ver-

alcohol  118

anoiksis  232

Elektroconvulsiethera-

de-escalerende hande-

bewustzijn  59

ambulant  20

cultuur  244

e-health  251

betuttelen  43

betrokken zijn  187

afhankelijkheid  42, 116 agressief gedrag  140

zorg  220

ethische vraag  253

betuttelend  43

agitatie  143

coördinatie van

effectieve rol  194

cure-circuit  15

affectlabiliteit  65

affectvervlakking  65

continuïteit  220

nicatief gedrag  193

domein  184 drang  66

DSM-IV-TR model  3

gedragsrol  193

geheugen  64

gesloten setting  263 gewenning  116

GGZ-preventie  14

goedhartige rol  196 groepsnormen  191 GVO  234

hallucinatie  62, 67

hallucinogene eigenschappen  119

dwang  66

hallucinogene stof-

dwanghandeling  95

hyperventilatie  93

echtheid  41

hypomanie  86

dwanggedachte  94 dysactiviteit  59

eerstelijns GGZ  14 eerstelijnszorg  19

fen  119

hypochondrie  96

IBS  21, 260

07-08-12 13:13


Register

illusie  61

impulsiviteit  65 informeren  202 intake  21

intelligentie  63

interactiefactoren  142

interpersoonlijke therapie  82

karakter van een leefgroep  189

ketenzorg  250

klinische stoornis  7 kwaliteit  228

kwaliteitsmeting  228 kwaliteitszorg  228 leefgroep  182, 188 leefgroepen  188 leefmilieu  183

leefruimte  184

lichaamstaal  144 lithium  171

machteloosheid  161

magische benadering  4 manie  78

manipulatieve rol  197 manipuleren  113

manisch-depressieve stoornis  84

manisch gedrag  85 methodisch begeleiden  47

middelen en maatregelen  147

multidisciplinair  225 negatief symptoom  70 negatieve symptomen  71

negativistische rol  196

13330_Boek.indb 277

neurotransmitters  4

Niet Aangeboren Her-

senletsel (NAH)  131

norm  191

obsessie  66, 94

obsessieve-compulsieve stoornis  94

onderactiviteit  59, 124 onderdanig optreden  187

onderhandelen  202 ondersteunen  202 ondersteuning geven  49

ontmoeting  40

ontremd zijn  85

ontremming  65

ontwennings- of ont-

houdingsverschijnsel  116

ontwenningsverschijn-

persoonlijkheidsstoornis  7, 106

positieve symptomen  68

primaire preventie  234 primair karakter  189

stoornis  64

overactiviteit  59 overdosis  175

overdracht  222

overtuigen  202

overtuigende stijl  51 overwaardige ideeën  69

PAAZ  20

paniekstoornis  90

ningsrelatie  38

protocol  229

provocatie  143

psychiatrische stoornis  2

psychische functie  58 psychoactieve middelen  117

tie  235

sederend  173

signaleringsplannen  236

sociaal netwerk  44 sociaal systeem  5

sociale benadering  4 sociale norm  3

socialiserende functie  188

psycho-educatie  73

somatische aandoe-

psychologische benade-

splitting  111

psychomotoriek  58

stemmingstoornis  78

psychofarmaca  167 ring  4, 5

nis  124

psychoses  68

psychosociaal probleem  7

psychotisch  70

psychotische depressie  80

psychotische symptomen  71

realistische gedragsrol  195

realistische rol  194

rechterlijke machtiging (RM)  262

participerende stijl  51

rehabilitatie  72

persoonlijkheid  106

RIAGG  20

persoonlijke relatie  38

secundaire preven-

signaleringsplan  236

psychopathologie  58

oriëntatie  60

schizofrenie  67

professionele hulpverle-

procesdoel  210

leefgroep  199

organische geheugen-

risicogedrag  77, 140

secundair karakter  190

psycho-organische stoor-

Openbare GGZ  16

RIBW  12

privacy  184

selen  116

ontwikkeling van de

277

remming  65

ning  7

stemming  64

stimulerende rol  194 structuur  190

sturing geven  49

suïcidaal gedrag  155

suïcidale ideatie  156 suïcidaliteit  84 suïcide  155, 157

suïcidepoging  156

syndroom van Korsakov  128

syndroom van Wernicke  129

taakdoel  210

taakvolwassenheid  48, 208

tegemoetkomen  202

tertiaire preventie  238 theatrale persoonlijk-

heidsstoornis  109

07-08-12 13:13


278

Register

therapeutisch kli-

vermaatschappelij-

waan  63, 67

toegewijde gedrags-

vermijden  206

waarneming  61

maat  209 rol  195

toegewijde rol  194 tolerantie  116

transcultureel verplegen  246

Trimbos instituut  231 tweedelijnszorg  20 twijfelende rol  196

king  11, 250

verpleegplan  25 verslaving  116

vitale depressie  80 volwassen gedragsrol  194

voorbeeldgedrag  202

vrijheidsbeperkend handelen  146

waarde  191

zelfbeleving  60

zelfbeschikkingsrecht  17

wederkerigheid  39

zelfbindingsverkla-

wilsbekwaamheid  258

zelfdestructief

WGBO  11

wilsonbekwaamheid  258

ypsilon  231

ring  238

gedrag  157

zelfdodinggedachten  157

zelfredzaamheid  27 zorgcircuit  13

zorgdossier  259

zorgprogramma  14 zorgvarianten  11

13330_Boek.indb 278

07-08-12 13:13


Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject V&V.


Geestelijke gezondheidszorg bevat alle theorie die nodig is om als beginnend beroepsbeoefenaar in de branche GGZ aan het werk te gaan. De theorie sluit aan bij alle kerntaken en werkprocessen die van toepassing zijn op deze uitstroomverbijzondering. De leerinhouden zijn thematisch en overzichtelijk geordend. Bij het ontwikkelen van de leerinhouden van Traject V&V is uitgegaan van de beroepspraktijk van verzorgenden en verpleegkundigen. Daarnaast is rekening gehouden met de verschillende leerstijlen van studenten. Traject V&V bestaat uit meerdere onderdelen. Naast de theorie in de boeken is er een onderdeel praktijksituaties en een onderdeel vaardigheden. Praktijksituaties en vaardigheden worden in combinatie met ander ondersteunend materiaal aangeboden via de methodesite. Deze combinatie maakt Traject V&V tot een actueel en flexibel aanbod in een juiste mix van blended learning componenten. Met Traject V&V wordt competentiegericht leren optimaal ondersteund.

Geestelijke gezondheidszorg

Het boek Geestelijke gezondheidzorg maakt deel uit van Traject V&V, een compleet aanbod voor de opleidingen Verzorgende IG en Verpleegkundige MBO. Het boek is bestemd voor de opleiding Verzorgende IG en geschikt voor alle leerwegen en/of verkorte en flexibele trajecten.

ThiemeMeulenhoff Zorg bestaat uit Traject V&V, i-careflex, Basisboeken, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks ondersteunende uitgaven (Anatomie & Fysiologie, Basisboek Pathologie e.d.). Kijk voor meer informatie op www.thiememeulenhoff.nl/zorg

niveau

3

Auteurs: A. Engeltjes M. Minderhoud Inhoudelijke redactie: C.A. Abrahamse M.H.A.J. Gloudemans H.J.M. van der Ham

06925043_omslag_GGZ_niv3 deel 1.indd 1

Geestelijke gezondheidszorg

niveau

3

deel 1

25-07-12 16:19


Bladerboek Traject V&V Geestelijke gezondheidszorg niveau 3, deel 1