Issuu on Google+


1

1

COLOFON ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 9781111262846 Eerste druk, eerste oplage, 2012 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012. Exemplaar voor verhuur. De eigendom blijft altijd bij de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave te gebruiken zonder huurovereenkomst met de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave onder te verhuren, te verkopen of anderszins ter beschikking van derden te stellen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j o het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

1

1


2

2

2

2


3

3

Inhoudsopgave ................................................ 1

2

3

4

5

Journaliseren 1.1 Inleiding 1.2 Hoe is het decimale rekeningenstelsel opgebouwd? 1.3 Hoe maak ik journaalposten? 1.4 Hoe stel ik een journaal samen? Begrippenlijst Aan het werk Bijlagen Evaluatie

4 5 9 12 19 20 41 50

De kolommenbalans 2.1 Inleiding 2.2 Hoe stel ik een kolommenbalans samen? 2.3 Hoe ziet een hele boekhoudkundige cyclus eruit? 2.4 Hoe sluit ik grootboekrekeningen af en hoe heropen ik ze? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

52 53 61 67 74 75 113

Omzetbelasting 3.1 Inleiding 3.2 Hoe bereken ik de belasting over de toegevoegde waarde? 3.3 Hoe verwerk ik de omzetbelasting in de boekhouding? Begrippenlijst Aan het werk Bijlagen Evaluatie

118 119 121 127 128 142 145

Subadministraties 4.1 Inleiding 4.2 Waarom gebruik ik subadminstraties? 4.3 Hoe houd ik het debiteurenboek bij? 4.4 Hoe houd ik het crediteurenboek bij? 4.5 Hoe werk ik het voorraadboek bij? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

148 149 151 158 162 164 165 190

Dagboeken en kruisposten 5.1 Inleiding 5.2 Hoe gebruik ik kruisposten? 5.3 Waarom gebruik ik dagboeken? 5.4 Hoe gebruik ik het inkoopboek en het verkoopboek? 5.5 Hoe gebruik ik het kasboek en het (post)bankboek? 5.6 Hoe gebruik ik het memoriaal of diversepostenboek? 5.7 Hoe houd ik een kasmutatiestaat bij? Begrippenlijst

194 195 197 198 202 207 208 211

Š ThiemeMeulenho

3

1

3


4

4

Aan het werk Evaluatie 6

Creditnota’s en kortingen 6.1 Inleiding 6.2 Hoe boek ik creditnota’s bij inkopen? 6.3 Hoe boek ik creditnota’s bij verkoop? 6.4 Hoe boek ik kwantumkortingen of rabatten? 6.5 Hoe boek ik betalingskortingen? Begrippenlijst Aan het werk Bijlagen Evaluatie

212 225

228 229 233 238 241 246 247 260 283

Trefwoordenregister

2

4

© ThiemeMeulenhoff

4


5

5

1

5

Journaliseren

5


6

6

Theorie ................................................ 1.1

INLEIDING Het is geen uitzondering als een onderneming meer dan honderd grootboekrekeningen in gebruik heeft. Als je dan een bepaalde rekening moet opzoeken, is het handig als de rekeningen logisch gerangschikt zijn. Het zou handig zijn als gelijksoortige rekeningen in groepen bij elkaar staan. Een systeem dat daarvoor veel wordt gebruikt, is het zogenaamde decimale rekeningenstelsel. Het gebruik van het decimale rekeningenstelsel is een handig hulpmiddel in de bedrijfsadministratie, maar het blijft een hele klus om alle financiële feiten goed in het grootboek te verwerken. Een fout is zo gemaakt: een vergeten grootboekrekening, een bedrag verkeerd geboekt, een verkeerde grootboekrekening gebruikt. Om het risico op dit soort fouten te verkleinen wordt voor het verwerken van de financiële feiten een extra schakel in de boekhoudkundige cyclus toegevoegd: het journaal. Van elk financieel feit maak je een journaalpost. Alle journaalposten van een bepaalde periode bij elkaar vormen het journaal. Nadat je het journaal hebt gemaakt, kun je het grootboek bijwerken door regel voor regel alle journaalposten in het grootboek te verwerken. Overigens zul je merken dat het maken van journaalposten niet zo nieuw is als je de leereenheid Boekingsregels 1: van grootboek naar proefbalans hebt doorgenomen. Het werken met het boekingsschema lijkt al veel op het maken van een journaalpost. In het schema kun je zien dat in deze leereenheid het boekingsschema is vervangen door het journaal. In deze leereenheid lees je hoe je het journaal kunt opmaken, gebruikmakend van het decimale rekeningenstelsel.

4

6

© ThiemeMeulenhoff

6


7

7

1.2

HOE IS HET DECIMALE REKENINGENSTELSEL OPGEBOUWD? Tot nu toe heb je nog niet zoveel grootboekrekeningen gebruikt. In de praktijk is het heel gewoon als er meer dan honderd grootboekrekeningen in een boekhouding zitten. Als je dan een bepaalde grootboekrekening nodig hebt, kan dat een heel gezoek zijn. Daarom is het handig om grootboekrekeningen in een logische volgorde te plaatsen. Gelijksoortige rekeningen worden dan ook bij elkaar in groepen gezet. Zo krijg je een rekeningenstelsel.

Š ThiemeMeulenho

7

5

7


8

8

In het rekeningenstelsel krijgt elke grootboekrekening een nummer dat uit twee of meer cijfers bestaat. Meestal wordt er gebruikgemaakt van een rekeningenstelsel met drie cijfers. Je hebt dan bijvoorbeeld grootboekrekeningen met de nummers 020, 040, 130, 410, 700, 840, enzovoort. De eerste cijfers geven de rubriek aan. Je spreekt van rubriek 0 tot en met rubriek 9. Daarom noem je dit het decimale rekeningenstelsel. De systematische indeling ontstaat doordat: – het eerste cijfer van een nummer aangeeft in welke rubriek een grootboekrekening thuishoort, bijvoorbeeld: • 7.. rubriek voorraad; – de overige cijfers gebruikt worden om de grootboekrekeningen binnen een rubriek een logische plaats te geven, bijvoorbeeld: • 701 Voorraad bloemen; • 702 Voorraad planten; • 711 Voorraad bloempotten; • enzovoort. Uitgangspunt voor de indeling van het decimale rekeningenstelsel in rubrieken is de indeling die je kent van de samenstelling van: – de balans; – en de winst-en-verliesrekening. De balans heeft de volgende indeling.

De winst-en-verliesrekening heeft de volgende indeling.

In de balans en de winst-en-verliesrekening zijn gelijksoortige grootboekrekeningen bij elkaar gezet. Op de balans bijvoorbeeld zitten bij de vaste activa de gebouwen, auto’s, de inventaris, enzovoort. Op de winst-en-verliesrekening horen bij de bedrijfskosten alle kostenrekeningen, zoals afschrijvingskosten, schoonmaakkosten, autokosten, enzovoort. Als je het decimale rekeningenstelstel in rubrieken verdeelt vanuit de balans en de winst-en-verliesrekening, krijg je: – rubriek 0: rekeningen voor vaste activa, eigen vermogen en langlopende schulden (balansrekeningen); – rubriek 1: rekeningen voor vlottende activa (exclusief de voorraden) kortlopende schulden, oftewel de financiële rekeningen (balansrekeningen);

6

8

© ThiemeMeulenhoff

8


9

9

– – – – –

rubriek 2: tussenrekeningen (balansrekeningen); rubriek 4: kostenrekeningen (winst-en-verliesrekeningen); rubriek 7: voorraadrekeningen (balansrekeningen); rubriek 8: verkooprekeningen (winst-en-verliesrekeningen); rubriek 9: rekeningen van winst en verlies (winst-en-verliesrekening).

DE BALANSREKENINGEN 0.., 1.., 2.. EN 7… De balansrekeningen staan in de rubrieken 0, 1, 2 en 7. – Rubriek 0 bevat alle productiemiddelen die meer dan één productieproces meegaan (de vaste activa). Bovendien komt het vermogen dat voor langere termijn in de onderneming aanwezig zal zijn, in deze rubriek. Dat vermogen bestaat uit het eigen (= permanent) vermogen en de langlopende schulden. – Rubriek 1 wordt ook vaak de rubriek met de financiële rekeningen genoemd. Als je de voorraden (rubriek 7) niet meeneemt, blijven er inderdaad alleen grootboekrekeningen over waarop geldswaarden worden gezet, zoals het kasgeld, het banktegoed (of de bankschuld), de vorderingen op debiteuren en de schulden aan crediteuren. – Rubriek 2 bevat tussenrekeningen, die je pas later tegenkomt. – Rubriek 7 bevat de grootboekrekeningen voor de voorraad goederen. DE WINST-EN-VERLIESREKENINGEN 4.., 8.. EN 9… De winst-en-verliesrekening bestaat uit de hulprekeningen van het eigen vermogen. Deze grootboekrekeningen komen in de rubrieken 4, 8 en 9. – In rubriek 4 worden de bedrijfskosten logisch bij elkaar gezet. – In rubriek 8 komen de verkooprekeningen waarmee je de brutowinst op de verkopen kunt bepalen. In deze rubriek vind je daarom onder andere de grootboekrekeningen Opbrengst verkopen en Inkoopwaarde verkopen. – Rubriek 9 wordt gebruikt om de winst-en-verliesrekening samen te stellen. In deze rubriek komen ook de resultaten die je niet in rubriek 4 of 8 kunt plaatsen. Een voorbeeld hiervan is de grootboekrekening Incidentele winsten en verliezen. Deze rekening gebruik je bijvoorbeeld om een winst of verlies bij de verkoop van een duurzaam productiemiddel te boeken. Je hebt een paar rubrieken niet gezien: – rubriek 3 voor de voorraden grond- en hulpstoffen; – rubriek 5 voor de verdeling van de indirecte kosten; – rubriek 6 voor de fabricagerekening. In deze drie rubrieken staan grootboekrekeningen die je alleen nodig hebt bij industriële ondernemingen. In deze leereenheid heb je alleen te maken met de boekhouding van handelsondernemingen. HOE GEBRUIK JE HET DECIMALE REKENINGENSTELSEL? Het decimale rekeningenstelsel gebruik je elke keer als je met grootboekrekeningen te maken hebt. Je moet weten in welke rubriek een rekening staat. Rekeningnummers wisselen nogal eens van naam. Het is niet de bedoeling dat je bij de rekeningnummers een naam van een rekening gaat onthouden. In de ene onderneming kan de rekening Kas bijvoorbeeld nummer 100 hebben. In een andere onderneming gebruiken ze voor deze rekening nummer 110. Je zult ontdekken dat het systeem logisch in elkaar zit. In het vervolg moet je vóór elke grootboekrekening die je gebruikt, ook steeds het grootboeknummer uit het decimale rekeningenstelsel zetten.

© ThiemeMeulenhoff

9

7

9


10

10

In Theorie kom je steeds dezelfde rekeningnummers tegen. Hierna staat een verkort voorbeeld van het decimale rekeningenstelsel voor een handelsonderneming zoals je dat in Theorie tegenkomt.

In Aan het werk zul je bij elk bedrijf weer andere rekeningnummers tegenkomen: bij het ene bedrijf heeft de rekening Kas het nummer 100 en in het andere bedrijf heeft deze rekening nummer 105. Je komt bij handmatige boekhoudingen steeds rekeningnummers van drie cijfers tegen. In een geautomatiseerde boekhouding zoals bijvoorbeeld Exact kom je zowel in Theorie als in Aan het werk rekeningnummers van vier cijfers tegen.

1

Controlevragen Welke soort rekeningen komen er in rubriek 4?

2

In welke rubrieken staan de balansrekeningen?

3

In welke rubriek van het decimale rekeningenstelsel komt de grootboekrekening Debiteuren?

4

In welke rubriek van het decimale rekeningenstelsel komt de grootboekrekening Incidentele winsten en verliezen?

5

In welke rubriek van het decimale rekeningenstelsel komt de grootboekrekening Voorraad goederen?

KORTOM

Decimaal rekeningenstelsel – In het decimale rekeningenstelsel zet je gelijksoortige grootboekrekeningen in rubrieken bij elkaar. – Bij de indeling in rubrieken wordt gebruikgemaakt van de indeling van de balans en de winst-en-verliesrekening. – De balansrekeningen komen in de rubrieken 0, 1, 2 en 7. – In rubriek 0 komen de vaste activa, het eigen vermogen en de langlopende schulden.

8

10

© ThiemeMeulenhoff

10


11

11

– In rubriek 1 komen de vlottende activa, met uitzondering van de voorraden goederen. Deze rekeningen noem je tezamen de financiële rekeningen. – In rubriek 2 komen de tussenrekeningen. – In rubriek 7 komen de voorraadrekeningen. – De winst-en-verliesrekeningen komen in rubriek 4, 8 en 9. – In rubriek 4 komen alle kostenrekeningen. – In rubriek 8 komen de verkooprekeningen waarmee je de brutowinst kunt bepalen. – In rubriek 9 stel je de winst-en-verliesrekening samen. In deze rubriek komen ook rekeningen voor overige resultaten die je niet in rubriek 4 of 8 kunt plaatsen. – Als je een grootboekrekening gebruikt, zet je er altijd het nummer uit het decimale rekeningenstelsel voor. – In verschillende ondernemingen worden andere nummers voor dezelfde grootboekrekeningen gebruikt, maar wel altijd volgens de indeling in rubrieken uit het decimale rekeningenstelsel. – Je moet de grootboekrekeningen in de rubrieken kunnen plaatsen, maar het is zinloos om de grootboeknummers uit je hoofd te leren.

1.3

HOE MAAK IK JOURNAALPOSTEN? Voor het verwerken van financiële feiten gebruikte je het boekingsschema. In het boekingsschema geef je voor elk financieel feit aan welke grootboekrekeningen er veranderen. Het boekingsschema wordt voortaan vervangen door een journaalpost. Om een journaalpost te maken gebruik je de boekingsregels I en II. Met die boekingsregels bepaal je welke grootboekrekeningen je moet debiteren en welke je moet crediteren. Het maken van een journaalpost noem je journaliseren. Alle gemaakte journaalposten van een periode bij elkaar noem je het journaal. De journaalposten schrijf je als volgt in kolommen in het journaal.

In de kolom Grootboekrekening zet je: – voor een grootboekrekening die je moet debiteren: • het nummer uit het decimale rekeningenstelsel; • de naam van de grootboekrekening. – voor een grootboekrekening die je moet crediteren: • eerst het woordje Aan en daarachter het nummer uit het decimale rekeningenstelsel; • de naam van de grootboekrekening. Het vermelden van het woordje Aan is niet meer dan een afspaak. Hiermee kun je laten zien (en horen als je de journaalpost hardop leest) dat je een grootboekrekening crediteert. Van elk financieel feit maak je voortaan journaalposten. In het schema van de boekhoudkundige cyclus is het boekingsschema daarom vervangen door het journaal (= de verzameling van alle journaalposten in een periode). Vanuit het journaal werk je daarna het grootboek bij. Als je een journaalpost maakt, pas je dezelfde boekingsregels toe die je al kent uit het boekingsschema. Kijk maar eens naar het volgende financiële feit.

© ThiemeMeulenhoff

11

9

11


12

12

Als je gebruik zou maken van het boekingsschema, ziet dat er met vermelding van de nummers uit het decimale rekeningenstelsel zo uit.

Een journaalpost lijkt veel op het boekingsschema. Je laat de kolommen 2, 3 en 4 weg en plaatst het woordje Aan voor de grootboekrekening die je crediteert.

Als je wilt, kun je de boekingsregels wel achter de journaalpost zetten. Dan laat je zien hoe je de boekingsregel hebt toegepast en waarom je een rekening debiteert of crediteert. Dat ziet er zo uit.

TIP Het kan handig zijn om de boekingsregels voorlopig nog achter de journaalpost te zetten. In deze leereenheid zie je de boekingsregels steeds achter de journaalposten staan. Als je een journaalpost maakt waarbij je hulprekeningen van het eigen vermogen nodig hebt, verandert er niets aan de manier waarop je een journaalpost maakt. Kijk maar naar het volgende financiële feit.

10

12

© ThiemeMeulenhoff

12


13

13

De journaalpost ziet er dan zo uit.

Als je te maken hebt met een verkoop, maak je de journaalposten op dezelfde manier.

Je moet bij een verkoop en levering van goederen twee journaalposten maken: – één voor de boeking van de opbrengst van de verkopen; – één voor de boeking van de inkoopwaarde van de verkopen. Je krijgt dan de volgende journaalposten.

Het is je misschien opgevallen dat in een journaalpost eerst de rekeningen worden vermeld die je moet debiteren. Daarna volgen de rekeningen die je moet crediteren. Dat is geen voorschrift, maar staat wel zo netjes. Op den duur zul je dat automatisch doen. Belangrijk blijft natuurlijk wel dat elke journaalpost in evenwicht is. 6

Controlevragen Zet je bij een journaalpost het woordje ’Aan’ voor de grootboekrekeningen die je debiteert of voor de grootboekrekeningen die je crediteert?

7

Wat is het verschil tussen een journaalpost en het journaal?

8

Welke stap uit het schema van de boekhoudkundige cyclus wordt door het journaal vervangen?

KORTOM

Journaalposten maken – In de boekhoudkundige cyclus komt voortaan het journaal voor het grootboek. – Het journaal komt in de boekhoudkundige cyclus in plaats van het boekingsschema dat je bij het stappenplan boekingen gebruikte. – Van elk financieel feit maak je een journaalpost. – Bij het maken van een journaalpost gebruik je de boekingsregels.

© ThiemeMeulenhoff

13

11

13


14

14

– Journaliseren is het maken van een journaalpost. – In een journaalpost plaats je voor de grootboekrekening(en) die je crediteert het woordje ‘Aan’. – Het is de gewoonte om bij een journaalpost op de eerste regels de grootboekrekeningen te zetten die je debiteert. Daarna volgen de regels waarop de grootboekrekeningen komen die je moet crediteren.

1.4

HOE STEL IK EEN JOURNAAL SAMEN? Het journaal bevat alle journaalposten die je in een boekingsperiode maakt. Het journaal speelt een belangrijke rol in de boekhoudkundige cyclus. Aan de hand van de journaalposten in het journaal werk je namelijk het grootboek bij. Dat doe je om de kans op fouten bij het samenstellen van het grootboek zo klein mogelijk te maken. De drie fouten die je door het gebruik van het journaal probeert te voorkomen zijn: – in het grootboek bedragen vanuit het journaal aan de verkeerde kant boeken; – verkeerde bedragen vanuit het journaal op een grootboekrekening noteren; – een post vergeten te noteren vanuit het journaal in het grootboek. Doordat je alle financiële feiten volgens een vaste methode in journaalposten vertaalt en bij elkaar zet, wordt het bijwerken van het grootboek ook overzichtelijker. Uiteindelijk zul je, nadat het grootboek is bijgewerkt, nog een proefbalans samenstellen. Met de proefbalans kun je dan controleren of je inderdaad geen van de drie genoemde fouten hebt gemaakt. In deze bron lees je hoe je achtereenvolgens: – het journaal samenstelt voor een boekingsperiode; – het grootboek bijwerkt aan de hand van het journaal; – voor de controle de proefbalans aan het eind van die periode samenstelt. HET JOURNAAL MAKEN In het journaal staan alle journaalposten die je in een boekingsperiode hebt gemaakt. Op de eerste regel van het journaal vermeld je de totaaltelling van de balans van de betreffende periode. Hierdoor wordt de controle met de proefbalans mogelijk. Je zorgt er zo voor dat de totaaltelling van het journaal en de proefbalans aan elkaar gelijk zijn. Dat is natuurlijk alleen zo als je geen van de drie genoemde fouten hebt gemaakt! Hierna vind je de beginbalans per 1 februari 2010 en de financiële feiten uit februari 2010 van de sportzaak van J. de Leeuw.

12

14

© ThiemeMeulenhoff

14


15

15

Je gaat de totaaltelling van de beginbalans nu eerst in het journaal van februari 2010 zetten. Daarna journaliseer je alle financiële feiten uit februari 2010. Het journaal over februari 2010 ziet er dan zo uit.

© ThiemeMeulenhoff

15

13

15


16

16

In dit journaal zijn de boekingsregels niet achter elke regel (post) in het journaal geplaatst. Er is wel een kolom om met een V-teken aan te geven dat je de post uit het journaal in het grootboek hebt verwerkt. Het journaal wordt afgesloten met de totaaltelling van het hele journaal. Hiermee controleer je: – of het journaal in evenwicht is; – of de totaaltellingen van het journaal straks gelijk zijn aan de totaaltellingen van de proefbalans. De telling van het journaal is inderdaad in evenwicht en bedraagt € 739.855. VAN JOURNAAL NAAR GROOTBOEK Het grootboek van de sportzaak van J. de Leeuw wordt bijgewerkt aan de hand van het journaal van februari 2010. Om fouten te voorkomen, kun je het best post voor post vanaf het journaal het grootboek bijwerken. Als je een post vanaf het journaal in het grootboek hebt verwerkt, zet je een V-teken achter die post. De grootboekrekeningen zet je voortaan in de nummervolgorde van het decimale rekeningenstelsel. Dat maakt het zoeken van een grootboekrekening in het grootboek ook eenvoudiger.

14

16

© ThiemeMeulenhoff

16


17

17

Je begint met het openen van de grootboekrekeningen vanaf de beginbalans. Daarna ga je post voor post alle financiële feiten in het grootboek verwerken. Elke keer als je een post vanaf het journaal hebt overgenomen in het grootboek, zet je in het journaal in de kolom ’Verwerkt in grootboek’ een V-teken. Het volledig bijgewerkte grootboek van J. de Leeuw ziet er per 28 februari 2010 zo uit.

© ThiemeMeulenhoff

17

15

17


18

18

16

18

© ThiemeMeulenhoff

18


19

19

CONTROLE MET DE PROEFBALANS Ten slotte stel je als proef op de som de proefbalans voor de sportzaak van J. de Leeuw per 28 februari 2010 samen. De proefbalans van de sportzaak ziet er per 28 februari 2010 zo uit.

Uiteraard moet je controleren of de totaaltellingen van het journaal gelijk zijn aan de totaaltellingen van de proefbalans. Als die tellingen aan elkaar gelijk zijn: – heb je in het grootboek alle bedragen aan de juiste kant geboekt vanuit het journaal; – heb je de juiste bedragen vanuit het journaal op de grootboekrekeningen overgenomen; – ben je geen post vergeten over te nemen vanuit het journaal in het grootboek. De totaaltellingen van het journaal en de proefbalans zijn op 28 februari 2010 aan elkaar gelijk. De tellingen zijn zowel in het journaal als op de proefbalans in evenwicht en bedragen € 739.855.

© ThiemeMeulenhoff

19

17

19


20

20

Eén fout kun je hiermee niet voorkomen: je kunt nog wel een bedrag aan de juiste kant, maar op een verkeerde grootboekrekening zetten. Als je dit met zekerheid wilt voorkomen, moet je alle boekingen één voor één nalopen. Dit is een kwestie van afwegen: is dit extra werk de moeite waard?

9

Controlevragen Waarom zet je op de eerste regel van het journaal de telling van de beginbalans?

10

Waarom zet je een V-teken achter elke regel van het journaal, nadat je die regel in het grootboek hebt verwerkt?

11

Waarom is het belangrijk te controleren of de tellingen van het journaal en de proefbalans aan elkaar gelijk zijn?

KORTOM

Journaal samenstellen – Het overzicht waarop je alle journaalposten uit een boekingsperiode zet, heet het journaal. – Het journaal moet aan het eind van een periode in evenwicht zijn. – Je werkt het grootboek post voor post bij vanuit het journaal. – Elke keer als je een post hebt verwerkt in het grootboek, zet je in het journaal een V-teken achter die post. – Vanuit het grootboek stel je aan het eind van een boekingsperiode de proefbalans samen. – De totaaltellingen van het journaal moeten gelijk zijn aan de totaaltellingen van de proefbalans. – De tellingen van journaal en proefbalans kunnen alleen aan elkaar gelijk zijn als je ook de telling van de beginbalans in het journaal hebt opgenomen. – Als de tellingen van journaal en proefbalans aan elkaar gelijk zijn, heb je de volgende fouten voorkomen: • je hebt in het grootboek geen bedragen aan de verkeerde kant geboekt vanuit het journaal; • je hebt geen verkeerde bedragen vanuit het journaal op een grootboekrekening genoteerd; • je bent geen post vergeten te noteren vanuit het journaal in het grootboek.

18

20

© ThiemeMeulenhoff

20


21

21

Begrippenlijst ................................................ decimale rekeningenstelsel Logische en systematische indeling van de grootboekrekeningen in een boekhouding in tien rubrieken. journaalpost In een journaalpost schrijf je volgens een vaste methode op welke grootboekrekeningen met welk bedrag veranderen. journaliseren Het maken van een journaalpost van een financieel feit. journaal Alle journaalposten van een bepaalde boekingsperiode. De journaalposten staan daarbij in tijdsvolgorde.

Š ThiemeMeulenho

21

19

21


22

22

Aan het werk ................................................ In deze leereenheid ga je journaalposten maken. Als je een journaalpost opschrijft, gebruik je de rekeningnummers uit het decimale rekeningenstelsel. Het eerste cijfer van een rekeningnummer geeft aan in welke rubriek een grootboekrekening thuishoort. De volgende cijfers kunnen per onderneming verschillend zijn. In elke taak staat daarom bij elke grootboekrekening het rekeningnummer dat je kunt gebruiken. Je krijgt een paar keer de boekingsdocumenten aangeleverd. Maar soms zijn de boekingsdocumenten al netjes op een rijtje gezet in een overzicht met een omschrijving van de financiële feiten die hebben plaatsgevonden. Je gaat ook een paar keer andere stappen uit de boekhoudkundige cyclus uitvoeren, zoals het bijwerken van het grootboek en het samenstellen van de proefbalans. JOURNALISEREN BIJ HANDELSONDERNEMING BOUDIER De boekingsregels beheers je inmiddels wel. Die boekingsregels veranderen niet, maar zou je de financiële feiten eens anders willen opschrijven? Kun je in plaats van de boekingsschema’s journaalposten maken? Zet nog wel even de boekingsregels achter de journaalposten. Dat is een goed hulpmiddel om steeds de juiste journaalpost te krijgen. Vergeet in ieder geval niet om voor elke naam van de grootboekrekening ook de rekeningnummers uit het decimale rekeningenstelsel te zetten!

OPDRACHTEN 1

Maak de journaalposten. Bij handelsonderneming Boudier hebben zich in de eerste week van november 2010 de volgende financiële feiten voorgedaan.

In de boekhouding van Boudier wordt onder andere met de volgende grootboekrekeningen gewerkt: – 060 4% Hypothecaire lening – 110 Kas – 111 Bank – 112 Postbank

20

22

© ThiemeMeulenhoff

22


23

23

– – – – – – – –

120 Debiteuren 130 Crediteuren 410 Interestkosten 440 Huurkosten 460 Autokosten 700 Voorraad goederen 810 Opbrengst verkopen 820 Inkoopwaarde verkopen

Maak de journaalposten voor de eerste week van november voor handelsonderneming Boudier.

DE BOEKHOUDING BIJHOUDEN VOOR YOLANDA VAN HEES Yolanda van Hees doet altijd zelf de boekhouding van haar eigen onderneming. Maar deze maand is ze een tijdje naar het buitenland geweest, waardoor ze in de problemen komt met haar werk. Je helpt haar om de achterstand in het verwerken van financiële feiten in het journaal weg te werken.

TIP Voordat je aan de slag gaat met het maken van een journaal, grootboek en proefbalans, zou je ook nog extra kunnen oefenen in het maken van journaalposten. Daarvoor kun je terecht bij de taak Routine.

© ThiemeMeulenhoff

23

21

23


24

24

2

Stel het journaal samen. Yolanda van Hees geeft je de beginbalans per 1 januari 2010 en een overzicht van de financiële feiten uit januari 2010.

Yolanda geeft je het volgende lijstje met de grootboekrekeningen die zij in haar boekhouding gebruikt. – 000 Gebouwen – 010 Auto’s – 020 Inventaris – 060 5% Hypothecaire lening – 100 Bank – 110 Kas – 120 Debiteuren – 160 Crediteuren – 420 Afschrijvingskosten – 440 Onderhoudskosten – 460 Autokosten – 700 Voorraad goederen – 800 Opbrengst verkopen – 820 Inkoopwaarde verkopen Stel in de volgende afbeelding het journaal voor januari 2010 samen.

22

24

© ThiemeMeulenhoff

24


25

25

HET JOURNAAL EN GROOTBOEK BIJ GROOTHANDEL DE KEIZER De Keizer handelt in veel soorten verpakkingsmaterialen. Van kartonnen dozen tot kleurige lintjes, je kunt er voor (bijna) alles terecht. De eerste maand van het nieuwe jaar zit er voor groothandel De Keizer al weer op. Ondanks dat er sprake was van een rustige maand, zal de administratie toch moeten worden bijgewerkt. Zoals gebruikelijk wordt de maand afgesloten met het bijwerken van het journaal en het grootboek. Nadat het grootboek is bijgewerkt, stel je ter controle per 31 januari 2010 de proefbalans samen. Aangezien het de eerste maand van een nieuw boekjaar is, moet je uiteraard voor het nieuwe boekjaar wel de grootboekrekeningen per 1 januari 2010 openen.

Š ThiemeMeulenho

25

23

25


26

26

De boekingsdocumenten van januari heb je vorige week al geordend in een overzicht met financiële feiten. Je pakt het overzicht erbij en gaat aan de slag! 3

Stel het journaal over januari samen. De eindbalans van groothandel De Keizer per 31 december 2009 is als volgt samengesteld.

Daarnaast heb je jouw overzicht met boekingsdocumenten van januari die je al hebt omgezet in een lijstje van financiële feiten.

24

26

© ThiemeMeulenhoff

26


27

27

Bij De Keizer komen de volgende grootboekrekeningen voor: – 010 Gebouwen – 020 Auto – 030 Inventaris – 040 Eigen vermogen – 070 3% Lening – 078 5% Hypothecaire lening – 100 Kas – 110 Bank – 120 Postbank – 130 Debiteuren – 140 Crediteuren – 430 Afschrijvingskosten – 440 Interestkosten – 450 Autokosten – 460 Schoonmaakkosten – 700 Voorraad goederen

© ThiemeMeulenhoff

27

25

27


28

28

– 800 Inkoopwaarde verkopen – 840 Opbrengst verkopen a

Stel het journaal van januari voor groothandel De Keizer samen.

TIP Is het journaal in evenwicht?

26

28

© ThiemeMeulenhoff

28


29

29

b

c

Open de grootboekrekeningen vanaf de balans en werk het grootboek voor de maand januari bij.

TIP Het is verstandig om het journaal met het antwoordenboek na te kijken, voordat je aan het verwerken in het grootboek begint. Je voorkomt zo vervelende doorwerkfouten.

Š ThiemeMeulenho

29

27

29


Elementaire bedrijfsadministratie 1, deel B