Issuu on Google+

1

1

FAM FAM Elementaire bedrijfseconomie 1

BV in Balans biedt ondersteunend lesmateriaal gebaseerd op de competentiegerichte kwalificatiedossiers die door het Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO voor de Financiële beroepen zijn ontwikkeld. Het lesmateriaal dekt de kerntaken, werkprocessen en activiteiten voor de kwalificatiedossiers: • •

niveau 3 (Financieel Administratief Medewerker) en niveau 4 (Bedrijfsadministrateur, Assistent-accountant en Salarisadministrateur).

Elementaire bedrijfseconomie 1 Editie

BV in Balans bestaat uit leereenheden waarin de leerling zijn eigen leerweg vindt en waarmee de docent het gewenste curriculum vult.

2013

E.P. van Balen, K. Broersen, G.W.M van Heeswijk, J.P. Mijnster, S.J. Stienstra, T.F.G. Suppers, T. van de Veerdonk e.a.

Mede dankzij de kritische gebruikers die hun wensen kenbaar hebben gemaakt, maakt dit lesmateriaal het mogelijk om ‘Balans in het onderwijs’ te brengen.

De auteurs

FAM

Leerwerkboek

9781111270063

1

1


1

1

COLOFON ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 9781111270063 Eerste druk, eerste oplage, 2013 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2013. Exemplaar voor verhuur. De eigendom blijft altijd bij de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave te gebruiken zonder huurovereenkomst met de uitgever. Het is niet toegestaan deze uitgave onder te verhuren, te verkopen of anderszins ter beschikking van derden te stellen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet jo het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

1

1


2

2

2

2


3

3

Inhoudsopgave ................................................ 1

2

3

4

5

Onderneming 1.1 Inleiding 1.2 Welke doelen streeft een onderneming na? 1.3 Waar houdt de onderneming zich mee bezig? 1.4 Hoe is de onderneming georganiseerd? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

6 7 13 17 19 20 24

Geld 2.1 Inleiding 2.2 Welke functies heeft geld? 2.3 Hoe kun je betalen? 2.4 Wat kost betalen voor een bedrijf? 2.5 Hoe komt een bedrijf aan geld? 2.6 Hoe is geld ontstaan? 2.7 Vreemd geld Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

28 28 29 36 38 40 42 46 48 52

Opbrengsten en kosten, inkomsten en uitgaven 3.1 Inleiding 3.2 Is een onderneming een bedrijf? 3.3 Wat zijn opbrengsten en kosten? 3.4 Hoe deel ik kosten in naar categorie? 3.5 Hoe maak ik onderscheid tussen constante en variabele kosten? 3.6 Hoe kan ik opbrengsten, inkomsten, kosten en uitgaven onderscheiden en verwerken? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

58 59 60 63 65 67 71 73 83

Kosten van grondstoffen en hulpstoffen 4.1 Inleiding 4.2 Hoe bereken ik de grondstofkosten van een product? 4.3 Hoe bereken ik de kostprijs van een goedgekeurd product? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

88 89 94 97 98 104

Kosten van arbeid 5.1 Inleiding 5.2 Wat vind ik in een arbeidsovereenkomst? 5.3 Hoe bereken ik de arbeidskosten? 5.4 Wat zijn loonstelsels? 5.5 Wat is het verschil tussen het uurtarief en het werkplaatstarief? 5.6 Hoe bereken ik het gewaardeerd loon?

108 109 113 116 119 120

© ThiemeMeulenhoff

3

1

3


4

4

6

7

8

9

10

Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

122 123 132

Kosten van duurzame productiemiddelen 6.1 Inleiding 6.2 Hoelang gaat een duurzaam productiemiddel mee? 6.3 Hoe bepaal ik de kosten van een duurzaam productiemiddel? 6.4 Hoe bereken ik de jaarlijkse afschrijvingsbedragen? 6.5 Hoe bepaal ik de fiscale afschrijvingen? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

136 137 139 141 144 147 148 155

Break-even-analyse 7.1 Inleiding 7.2 Wat kan ik met een break-even-analyse bepalen? 7.3 Hoe bepaal ik de break-even-afzet grafisch? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

160 161 165 168 169 176

Integrale kosten 8.1 Inleiding 8.2 Hoe kan ik de variabele kosten indelen? 8.3 Hoe bereken ik de constante kosten per product? 8.4 Hoe kan ik de standaardfabricagekostprijs berekenen? 8.5 Hoe kan ik het bedrijfsresultaat berekenen? 8.6 Hoe kan ik de verkoopprijs berekenen? 8.7 Hoe bepaal ik met een spreadsheet het bedrijfsresultaat? 8.8 Hoe pas ik de opslagmethode toe bij indirecte kosten? 8.9 Hoe maak ik een break-even-berekening bij een handelsonderneming? 8.10 Hoe bepaal ik het bedrijfsresultaat bij variabele kostencalculatie? 8.11 Hoe verklaar ik het verschil in winst bij integrale en variabele kostencalculatie? 8.12 Hoe bereken je de winst bij incidentele orders? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

180 181 183 185 189 194 196 199 204 206 207 211 214 216 234

Ondernemingsvormen 9.1 Inleiding 9.2 Hoe onderscheid ik een natuurlijk persoon van een rechtspersoon? 9.3 Welke typische kenmerken van natuurlijke personen moet ik weten? 9.4 Welke typische kenmerken van rechtspersonen moet ik weten? 9.5 Wat moet ik weten over de publicatieplicht? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

238 238 241 245 254 260 262 269

Marketing 10.1 Inleiding 10.2 Waar heb ik als ondernemer wel of geen invloed op?

274 275

2

4

Š ThiemeMeulenho

4


5

5

10.3 Waar laat een consument zijn koopgedrag van afhangen? 10.4 Hoe neemt de consument een koopbeslissing? 10.5 Welke prijs stel ik als ondernemer vast? 10.6 Wat is eigenlijk een product? 10.7 Hoe krijg ik mijn goederen op de juiste plaats? 10.8 Hoe kan ik het best promotie maken voor mijn product? Begrippenlijst Aan het werk Evaluatie

278 280 281 283 286 287 292 294 303

Trefwoordenregister

Š ThiemeMeulenho

5

3

5


6

6

4

6

© ThiemeMeulenhoff

6


7

7

1

7

Onderneming

7


8

8

Theorie ................................................ 1.1

INLEIDING Organisaties streven naar het bereiken van een bepaald doel. Die doelen kunnen per organisatie heel verschillend zijn. Bij de organisatie van de Olympische Spelen wordt dat doel echt bereikt. Na jarenlange voorbereiding zijn de stadions en het Olympische dorp klaar, worden de wedstrijden gespeeld en de Spelen weer afgesloten. Daarna kan de organisatie opgeheven worden. Maar soms wordt het doel nooit bereikt. De Hartstichting zal zich altijd blijven inzetten voor hartpatiënten en zal ieder jaar activiteiten organiseren om geld bij elkaar te krijgen. Met dat geld kunnen wetenschappers weer onderzoek uitvoeren. In het eerste deel van deze leereenheid staat het doel van een onderneming centraal en de aparte doelen van de belanghebbenden van de onderneming. Het streven naar winst is belangrijk, maar ook de zorg voor het milieu en de zorg voor mensen tellen mee. Hierna kijk je naar de plaats die een onderneming inneemt in de totale productie. In welke sector zit de onderneming en in welke bedrijfskolommen? Ook de veranderingen in de bedrijfskolom bekijk je. Ten slotte komt de interne organisatie van een onderneming ter sprake. Dit gebeurt aan de hand van een organogram.

6

8

© ThiemeMeulenhoff

8


9

9

1.2

WELKE DOELEN STREEFT EEN ONDERNEMING NA? Het doel van een onderneming is niet zomaar winst maken en verder niets. De doelen worden vaak heel precies omschreven en gaan ook om andere dingen dan alleen maar winst. Een verantwoordelijke ondernemer houdt zich aan bepaalde principes en houdt rekening met de verschillende groepen die er belang bij hebben dat het goed gaat met de onderneming. WAT IS DUURZAAM ONDERNEMEN? Een organisatie moet een planning hebben waarin beschreven staat hoe de doelen bereikt worden. Er wordt gebruikgemaakt van mensen en middelen. De organisatie moet deze productiefactoren zo inzetten dat het doel dichterbij komt of bereikt wordt en dat de productiefactoren doelmatig worden ingezet. Een organisatie is economisch zelfstandig als ze zelf voldoende inkomsten kan verwerven om alle uitgaven te doen. Een organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten, is een bedrijf.

Š ThiemeMeulenho

9

7

9


10

10

Een bedrijf dat naar winst streeft en naar voortbestaan op de lange termijn, is een onderneming. Iedere onderneming moet een doel hebben en een plan om dat doel te bereiken. Nu vinden veel ondernemers dat niet alles is toegestaan om zo veel mogelijk winst te behalen. Behalve winst vinden ze dat ook milieu en personeel een belangrijke rol spelen. Bij duurzaam ondernemen gaat het dan om “Triple P”. Dat zijn de drie P’s van Planet, People en Profit. Planet staat voor milieu. Op milieugebied is het van belang dat ondernemingen met zorg omgaan met energie en de natuurlijke hulpbronnen, dat ze aan recycling doen en dat ze hun afvalgassen en afvalwater zuiveren.

Maar het gaat ook om de vraag of je een streek mag ombouwen tot toeristisch gebied terwijl een andere bestemming voor dat gebied op de langere termijn veel beter is voor de bevolking of het milieu. Denk maar aan skigebieden in Oostenrijk waar de natuur zo is veranderd dat bossen verdwenen zijn en lawines en overstromingen voor groot gevaar zorgen.

Op sociaal vlak (People) gaat het om het welzijn van het personeel. Geen kinderarbeid en geen gevaarlijke situaties laten bestaan. Maar wel zorgen voor mogelijkheden voor opleiding en het bieden van kinderopvang. De derde P staat voor Profit. Winst maken betekent inkomen voor de eigenaars. Maar ook alle andere belanghebbenden van een onderneming vinden het voortbestaan van de onderneming belangrijk.

1

Controlevragen Wat is Triple P?

8

10

© ThiemeMeulenhoff

10


11

11

2

Wat betekent economische zelfstandigheid?

3

Wat houdt duurzaam ondernemen in?

KORTOM

Duurzaam ondernemen – Een organisatie die zich toelegt op het produceren van goederen en diensten, is een bedrijf. – Een bedrijf is een economisch zelfstandige productieorganisatie. – Een bedrijf dat gericht is op het maken van winst en het voortbestaan in de toekomst, is een onderneming. – Ondernemingen richten zich steeds meer op duurzaam ondernemen. – Duurzaam ondernemen is meer dan streven naar winst; duurzaam ondernemen houdt rekening met Triple P. – Triple P staat voor: • Profit; • People; • Planet. – Behalve winst spelen ook het welzijn van mensen en het milieu een grote rol in het leiden van een onderneming. WIE HEBBEN BELANG BIJ DE ONDERNEMING? Veel groepen hebben er belang bij dat het goed gaat met een onderneming. Elke groep heeft een eigen doel dat nagestreefd wordt. De volgende groepen zijn belanghebbenden van een onderneming: – werknemers; – leidinggevenden; – vakbonden; – uitzendbureaus; – vermogensverschaffers; – overheid; – leveranciers; – afnemers. Werknemers hebben als inbreng hun arbeid. In ruil daarvoor krijgen ze een inkomen. Voor degenen die dat willen, zijn er mogelijkheden om opleidingen te volgen. Je nuttig voelen, jezelf ontplooien en zekerheid voor je bestaan zijn ook belangrijk. Leidinggevenden brengen ook hun arbeid in en hun ondernemerscapaciteiten. Zij krijgen eveneens een inkomen, maar vaak ook een extra beloning als een bepaald resultaat bereikt of overtroffen wordt. Ook status en zelfontplooiing spelen mee. Namens de werknemers treden vaak vakbonden op. Zij zorgen ervoor dat allerlei zaken rondom arbeid goed geregeld zijn en onderhandelen met de onderneming over arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid. Uitzendbureaus krijgen steeds meer invloed in ondernemingen, omdat zij het mogelijk maken dat ondernemingen op korte termijn werknemers kunnen inhuren voor een bepaalde periode. De verschaffers van eigen en vreemd vermogen geven een onderneming de mogelijkheid projecten te financieren. Als beloning ontvangen de eigenaren een deel van de winst en zeggenschap. De verschaffers van vreemd vermogen, zoals banken en beleggers met obligaties, ontvangen rente en in bijzondere gevallen ook zeggenschap.

© ThiemeMeulenhoff

11

9

11


12

12

De overheid zorgt voor randvoorwaarden zoals veiligheid, infrastructuur, regelgeving en wetgeving. De overheid ontvangt ook een deel van de winst in de vorm van belasting, maar er is geen rechtstreeks verband tussen wat de overheid geeft en wat de overheid ontvangt.

Leveranciers leveren grondstoffen en duurzame productiemiddelen. Maar ook verzekeringen, transport, advies en andere dienstverlening horen hierbij. De afnemers van de producten zorgen ervoor dat de onderneming haar producten en diensten kan verkopen. De invloed van de afnemers hangt af van het soort producten en diensten dat geleverd wordt en hoe belangrijk deze afnemer is voor de onderneming. Als afnemers andere eisen stellen aan de producten, zal de onderneming hierop moeten inspelen. De belangen van deze groepen zijn zo verschillend, dat er nooit sprake kan zijn van één doel. Maar als het goed gaat met de onderneming, gaat het ook goed met de verschillende groepen. Toch zijn er gebeurtenissen die verschillend uitpakken voor verschillende groepen, bijvoorbeeld: – Vaste werknemers ontslaan en meer met uitzendbureaus gaan werken. – Goedkopere grondstoffen gaan gebruiken, die meer afval veroorzaken. – Hogere lonen betekent minder winst voor de aandeelhouders. – Strengere milieu-eisen maken de productie duurder of misschien wel onmogelijk. Een voorbeeld uit de praktijk zal veel duidelijk maken. Lees de volgende informatie over Merison die ook op de internetpagina www.merison.nl staat.

10

12

© ThiemeMeulenhoff

12


13

13

© ThiemeMeulenhoff

13

11

13


14

14

4

Controlevragen Welke groepen hebben belang bij een onderneming?

5

Wat zijn de tegenstrijdige belangen van aandeelhouders en werknemers bij loononderhandelingen?

6

Noem de tegenstrijdige belangen van overheid en leidinggevenden bij een strengere milieuwetgeving.

7

Wat is het verschil tussen de visie en de missie van een onderneming?

12

14

Š ThiemeMeulenho

14


15

15

KORTOM

1.3

Belanghebbenden van een onderneming – Een onderneming heeft veel belanghebbenden, zoals: • werknemers; • leidinggevenden; • vakbonden; • uitzendbureaus; • vermogensverschaffers; • overheid; • leveranciers; • afnemers. – Verschillende belanghebbenden kunnen tegenstrijdige belangen hebben. – Een goede onderneming houdt zo veel mogelijk rekening met alle belanghebbenden.

WAAR HOUDT DE ONDERNEMING ZICH MEE BEZIG? Er zijn zoveel verschillende bedrijven dat er bijna net zoveel manieren zijn om bedrijven in te delen. Er zijn bedrijven die helemaal aan het begin van een productieproces zitten, maar een bedrijf kan ook helemaal aan het eind zitten. Sommige bedrijven houden zich met elke fase van het productieproces bezig. Goederen leggen vaak een lange weg af. Er zijn telkens bedrijven die iets met het product doen, zodat het meer waard wordt. Produceren is dan ook waarde toevoegen. Als je die weg weergeeft in een schema, noem je dat een bedrijfskolom. TOT WELKE PRODUCTIESECTOR HOORT DE ONDERNEMING? Je kunt de productiesectoren indelen in: – de primaire sector; – de secundaire sector; – de tertiaire sector; – de quartaire sector. Bedrijven in de primaire sector winnen hun producten uit de natuur. Voorbeelden zijn mijnbouw, landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij. Bedrijven in de secundaire sector verwerken de grondstoffen en natuurproducten uit de primaire sector en maken daar eindproducten en halffabrikaten van. Voorbeelden zijn worstmakerijen, meubelfabrieken, olieraffinaderijen en margarinefabrieken. Bedrijven in de tertiaire sector zijn dienstverlenende bedrijven. Het gaat bijvoorbeeld om handel, transport, verzekering, administratie en advisering. Het gaat altijd om ondernemingen. Een andere naam voor deze sector is de commerciële dienstensector. De bedrijven streven naar winst. Voorbeelden zijn verzekeringsmaatschappijen, benzinestations, patatbakkers, accountantskantoren, supermarkten en juweliers. Bedrijven in de quartaire sector zijn ook dienstverlenende bedrijven, maar ze streven niet naar winst. Een andere naam is dan ook de niet-commerciële dienstensector. Het is mogelijk dat de bedrijven kostendekkend moeten werken, maar het is ook mogelijk dat deze bedrijven alleen met subsidies kunnen blijven bestaan. Ze zijn dan niet economisch zelfstandig. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, brandweer, politie en verzorgingshuizen.

© ThiemeMeulenhoff

15

13

15


16

16

Er is de laatste tijd steeds meer sprake van instellingen die kostendekkend moeten werken of zelfs winstgevend moeten worden. Vroeger moesten de Nederlandse Spoorwegen met subsidie zorgen voor openbaar vervoer per trein. Tegenwoordig moet de NS ook winst maken om te blijven bestaan. De NS is dus van de quartaire sector naar de tertiaire sector gegaan. 8

Controlevragen Hoe kun je de productiesectoren indelen?

9

Waar houdt de primaire sector zich mee bezig?

10

Waar houdt de secundaire sector zich mee bezig?

11

Waar houdt de tertiaire sector zich mee bezig?

12

Wat is het verschil tussen de tertiaire en de quartaire sector?

KORTOM

Productiesectoren – Een onderneming kan werkzaam zijn in verschillende productiesectoren. – Je onderscheidt de primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector. – Bedrijven in de primaire sector winnen hun producten uit de natuur. – Bedrijven in de secundaire sector verwerken grondstoffen en natuurproducten tot halffabrikaten en eindproducten. – Bedrijven in de tertiaire sector zijn dienstverlenend en streven naar winst (commerciële dienstverlening). – Bedrijven in de quartiare sector zijn dienstverlenend, maar streven niet naar winst (niet-commerciële dienstverlening). – Een deel van de bedrijven in de quartaire sector streeft naar kostendekking. TOT WELKE BEDRIJFSKOLOM BEHOORT DE ONDERNEMING? Een onderneming vervult één of meer functies in een bedrijfskolom. Sommige ondernemingen houden zich bezig met de productie, terwijl andere ondernemingen zich richten op het inkopen en verkopen van producten. Een onderneming kan ook produceren en handelen. Met name ondernemingen die handelen in producten, lossen de problemen op als het gaat om de hoeveelheid, de kwaliteit, het tijdstip en de plaats. De collecterende handel (ook wel de verzamelende handel) koopt eerst goederen op. Vervolgens worden de goederen gesorteerd in verschillende maten en kwaliteiten. De handelaar slaat de goederen voor korte of langere tijd op en vervoert ze daarna naar een bepaalde plaats.

14

16

© ThiemeMeulenhoff

16


17

17

De distribuerende handel koopt groot in en verkoopt vaak in kleinere hoeveelheden aan bedrijven en consumenten in een bepaald land of een bepaalde regio. Als een bedrijf aan een ander bedrijf verkoopt, is er sprake van groothandel. Opkopers, exporteurs en importeurs zijn voorbeelden van groothandel. Bedrijven die leveren aan de consument noem je kleinhandel. Ondernemingen leggen zich toe op de productie van goederen en diensten en zorgen ervoor dat deze producten aan de uiteindelijke afnemers geleverd worden. De weg die producten afleggen van de allereerste (oer)producent tot aan de consument kun je weergeven in een bedrijfskolom. Zo’n bedrijfskolom kun je voor alle producten tekenen. Een onderneming vervult een of meer fasen in een bedrijfskolom. Dit kan om de daadwerkelijke productie gaan, maar ook om handel. De schematische bedrijfskolom en de bedrijfskolom van brood kun je als volgt weergeven.

In werkelijkheid is er sprake van een groot aantal graanboeren en bakkers. Het aantal graanhandelaren is minder groot en van meelfabrieken zijn er maar enkele. De gezamenlijke graanboeren vormen samen een bedrijfstak. Zo vormen ook de gezamenlijke graanhandelaren en de bakkers een bedrijfstak. Een bedrijfstak bestaat dus uit bedrijven (ondernemingen) die een zelfde soort productie uitvoeren in een bedrijfskolom. Tussen deze bedrijfstakken zitten markten. Tussen de graanboeren en de graanhandelaren zit een graanmarkt. Voor de graanboer is dit een verkoopmarkt en voor de graanhandelaar een inkoopmarkt. De goederen leggen een weg af naar beneden en krijgen een steeds grotere waarde. Vervoerders, verzekeraars en banken zorgen ervoor dat het proces soepel verloopt. Zo gaan de goederen in de richting van de uiteindelijke afnemer: de consument. De consument is de eindverbruiker. De goederen veranderen elke keer van eigenaar. De vervoerders, verzekeraars en financiers worden geen eigenaar, maar krijgen uiteraard wel betaald voor hun diensten. Dit zijn de diensten van derden. Om verschillende redenen kunnen bedrijfskolommen veranderen. Deze veranderingen hebben bijvoorbeeld te maken met nieuwe productietechnieken, andere grondstoffen, bedrijven die samengaan of bedrijven die zich opsplitsen. Er zijn vier vormen: – integratie; – differentiatie; – parallellisatie; – specialisatie.

© ThiemeMeulenhoff

17

15

17


18

18

Als een bedrijf wordt samengevoegd met een ander bedrijf uit een vorige of volgende bedrijfstak in dezelfde bedrijfskolom is er sprake van integratie. Dit kan gebeuren als een leverancier en een afnemer samengaan. Als een bedrijf juist wordt opgesplitst in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom is dat differentiatie. Het ene deel van het bedrijf gaat zich bijvoorbeeld toeleggen op de productie en het andere deel doet uitsluitend nog de distributie van die goederen. Als een bedrijf uit de ene bedrijfskolom een bedrijf uit een andere bedrijfskolom overneemt, is er sprake van parallellisatie. Een voorbeeld is een tankstation dat een kleine supermarkt gaat beginnen. Of juist een grote supermarkt die een tankstation gaat exploiteren. Bij specialisatie gaat een bedrijf zich uitsluitend toeleggen op een deel van de activiteiten in een bedrijfstak. Een groenteboer die uitsluitend fruit gaat verkopen, is daarvan een voorbeeld.

13

Controlevragen Geef enkele voorbeelden van collecterende handel.

14

Geef enkele voorbeelden van distribuerende handel.

15

Wat is een bedrijfskolom?

16

Wat is het verschil tussen integratie en parallellisatie?

17

Wat is het verschil tussen differentiatie en specialisatie?

18

Waarom horen consumenten niet bij een bedrijfskolom?

KORTOM

Bedrijfskolom – Een bedrijf behoort tot de collecterende of de distribuerende handel. – De collecterende handel is de handel die inkoopt en opslaat. – De distribuerende handel verzorgt de verdeling van de goederen onder de vele afnemers. – Een bedrijfskolom bestaat uit verschillende bedrijfstakken. – Tussen de bedrijfstakken is een markt. – Een markt is zowel verkoopmarkt als inkoopmarkt. – De veranderingen in een bedrijfskolom zijn integratie, differentiatie, specialisatie en parallellisatie. – Bij integratie wordt de bedrijfskolom korter. – Bij differentiatie wordt de bedrijfskolom langer.

16

18

© ThiemeMeulenhoff

18


19

19

– Bij parallellisatie neemt een bedrijf uit de ene bedrijfskolom een bedrijf uit een andere bedrijfskolom over. – Bij specialisatie beperkt een bedrijf haar activiteiten tot een deel van de bedrijfstak en stoot een deel van het bedrijf af.

1.4

HOE IS DE ONDERNEMING GEORGANISEERD? Een onderneming is een organisatie en streeft een of meer doelen na. Om die doelen te bereiken, moeten de mensen samenwerken. Er moeten taken worden uitgevoerd. In een functie zitten altijd een aantal taken. Het is belangrijk afspraken te maken wie in een organisatie leiding geeft aan een ander. Bij lijnbevoegdheid is er een baas en een ondergeschikte. De baas geeft een opdracht en de ondergeschikte voert die opdracht uit. In een leger is een sergeant de baas van een korporaal en een korporaal is weer de baas van een soldaat. Bij stafbevoegdheid is er ook sprake van een baas, maar de stafmedewerkers adviseren hun baas en geven geen opdrachten ’naar beneden’. Een echte organisatie heeft zowel lijnfuncties als staffuncties. In de volgende afbeelding staat een schema van de interne organisatie van een bedrijf. De interne organisatie is de manier waarop een organisatie alles wat betreft personen, functies, taken en verantwoordelijkheden heeft georganiseerd. Zo’n schema heet ook wel een organogram.

In dit organogram kun je zien dat er lijnbevoegdheid bestaat tussen de directeur en de hoofden van de afdeling productie en de afdeling verkoop. Ook tussen de hoofden en de uitvoerders bestaat deze lijnbevoegdheid. Maar het hoofd verkoop kan geen opdrachten geven aan de uitvoerders 1 en 2. De directie-assistent heeft een staffunctie. Hij of zij geeft de directeur advies; de directeur kan de directie-assistent opdrachten geven. Afdelingen kun je op verschillende manieren organiseren. Zo kan een bedrijf afdelingen creëren naar land, zoals binnenland en buitenland. En zo kan binnenland weer verdeeld zijn in Noord, Midden en Zuid. Dit is de geografische indeling.

© ThiemeMeulenhoff

19

17

19


20

20

Je kunt afdelingen ook indelen naar de functie die zij vervullen. Zoals Productie, Inkoop, Verkoop, Administratie en Technische Dienst. Dit is de functionele afdeling. Nog een andere indeling is die naar product, zoals koffie en thee.

19

Controlevragen Wat is lijnbevoegdheid?

20

Wat is stafbevoegdheid?

21

Wat is een organogram?

22

Noem drie manieren waarop je een organisatie kunt indelen.

KORTOM

Bedrijfsorganisatie – Een organogram is een schematische voorstelling van lijnfuncties en staffuncties in een onderneming. – Bij een lijnfunctie zie je dat er ondergeschikten zijn die een baas boven zich hebben. – Een baas kan ondergeschikten hebben die ook weer ondergeschikten hebben enzovoort. – Bij een staffunctie is er sprake van een adviserende rol in de organisatie. – Bij een geografische indeling deel je afdelingen in naar regio of land. – Bij een functionele indeling deel je afdelingen in naar de functie die ze in de organisatie vervullen. – Een organisatie kan de afdelingen ook indelen naar het product dat gemaakt of verhandeld wordt.

18

20

© ThiemeMeulenhoff

20


21

21

Begrippenlijst ................................................ economisch zelfstandig Een bedrijf kan zelf voldoende inkomsten verwerven om alle uitgaven te doen. duurzaam ondernemen De ondernemer streeft niet alleen naar winst (Profit), maar heeft ook oog voor de mensen (People) in en om het bedrijf en de wereld (Planet) om zich heen (bijvoorbeeld het milieu). belanghebbenden van een onderneming Groepen (personen) die belang hebben bij het goed functioneren van een onderneming. bedrijfskolom De weg die een product aflegt van oerproducent tot consument. collecterende handel Handel die goederen opkoopt en opslaat; verzamelende handel. distribuerende handel Handel die goederen verspreidt onder afnemers; verdelende handel. groothandel Bedrijven die verkopen aan andere bedrijven. kleinhandel Bedrijven die leveren aan consumenten, de eindverbruikers. bedrijfstak Bedrijven die in een bedrijfskolom dezelfde functie vervullen. integratie Samenvoegen van twee opeenvolgende fasen in een bedrijfskolom tot één fase. differentiatie Splitsen van één fase in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom. parallellisatie Samenvoegen van twee gelijkwaardige bedrijven uit verschillende bedrijskolommen tot één bedrijf. specialisatie Zich toeleggen op een bepaald deel van het productieproces; het splitsen van een bedrijf in een bedrijfskolom tot twee gelijkwaardige bedrijven. organogram Grafische weergave van de manier waarop een organisatie is georganiseerd.

© ThiemeMeulenhoff

21

19

21


22

22

Aan het werk ................................................ Ondernemingen streven naar winst. Winst is nodig voor het voortbestaan van de onderneming. Maar met alleen winst kom je er niet meer in deze tijd. Naast winst spelen ook het personeel en de aandacht voor het milieu een belangrijke rol voor een onderneming. Met andere woorden: een modern bedrijf richt zich op de Triple P: Planet, People, Profit.

VOORAF Maak, voordat je begint, een schatting van de hoeveelheid werk die je in deze leereenheid moet uitvoeren. Kortom, kijk deze leereenheid vooraf een keer goed door. Bij een aantal van de opdrachten in deze leereenheid heb je een computer met internet nodig. Plan je werk zo dat je over een computer kunt beschikken als je deze nodig hebt. OP BEZOEK BIJ SHELL Je hebt na je studie werk gevonden op de afdeling Administratie van Shell. Op de verjaardag van je oom vraagt een neef je hoe je bij zo’n bedrijf kunt gaan werken. Volgens hem is Shell een van de grootste vervuilers van de wereld. Hij zegt dat Shell zijn personeel uitbuit en onderbetaalt en dat ze in het geheel geen rekening houden met de toekomst van onze kinderen. Je bent geschokt. Jij had juist de indruk dat de directie van Shell heel erg bezig is met duurzame productie. Je gaat een onderzoekje doen. Nog dezelfde middag zit je op internet …

OPDRACHTEN 1 a

Ken je vaktaal! Lees Theorie snel door. Je komt schuingedrukte woorden tegen en begrippen die in de lijst van kernwoorden staan. Noteer de begrippen die je niet kent of waarvan je denkt dat ze belangrijk zijn op een blaadje en zoek de betekenis ervan op. Behalve de cursief gedrukte woorden kom je mogelijk nog meer moeilijke woorden tegen. Noteer ook die woorden en zoek daarvan de betekenis op.

b

Zet de begrippen op alfabetische volgorde.

c

Werk de lijst, indien mogelijk, in Word uit.

d

Voeg de alfabetische lijst met begrippen en betekenissen toe aan je dossier.

2 a

b

Onderzoek hoe Shell omgaat met de Triple P. Ga naar de internetpagina van Shell en onderzoek: – hoe Shell omgaat met "milieu en samenleving"; – hoe Shell denkt over "duurzame ontwikkeling" (zo noemen ze het zelf op hun internetpagina!); – hoeveel winst Shell het afgelopen kwartaal heeft gemaakt; – hoeveel procent dat meer is dan het kwartaal ervoor; – hoe Shell omgaat met zijn personeel. Zoek eens op de internetpagina van Shell op CAO! Beantwoord de vragen op een apart blaadje.

20

22

© ThiemeMeulenhoff

22


23

23

c 3

Berg de antwoorden op in je dossier. Zoek uit hoe Shell is georganiseerd. Je wist niet dat de site van Shell zoveel informatie gaf. Je raakt helemaal in de ban van de onderneming waar je werkt. Hoe zou dat grote bedrijf eigenlijk bestuurd worden? Wie staat er aan het hoofd van deze grote organisatie? Je gaat op zoek naar de organisatie van Shell. Welke afdelingen zijn er en hoe ziet de onderneming er verder uit?

a

Zoek op de site van Shell-Nederland hoe de organisatie van Shell is opgebouwd. Geef op een apart blaadje een volledig antwoord op de volgende vragen: 1. In welke bedrijfstak(ken) is Shell actief? 2. In welke productiesector(en) is Shell actief? 3. Heeft zich ergens parallellisatie, integratie, specialisatie of differentiatie voorgedaan? Zo ja, waar? 4. Hoe is de organisatie van Shell globaal opgebouwd? 5. Hoe ziet de organisatie van Shell eruit? Teken het organogram. 6. Waar is er bij Shell sprake van lijnrelaties en waar van stafrelaties?

TIP Veel algemene informatie kun je vinden in het blad "Shell Venster". Oude nummers zijn te vinden op de Shell-site. b 4

Berg de antwoorden op in je dossier. Onderzoek hoe anderen over Shell denken. Je peinst verder. Het kan niet anders of een bedrijf als Shell heeft ook kritische tegenstanders die betwijfelen of ondernemingen, en met name oliemaatschappijen, wel zo goed bezig zijn. Je gaat op zoek naar hoe anderen over Shell denken.

a

Zoek op internet naar tegenstanders van Shell en vergelijk hun kritische opmerkingen met de dingen die Shell zelf vertelt. Ga als volgt te werk: – Beschrijf wat de visie van elke tegenstander is. – Probeer minstens twee argumenten te vinden waarom er tegengestelde belangen zijn tussen Shell en deze tegenstanders.

b

Beantwoord de vragen met een duidelijke omschrijving op een apart blaadje.

TIP Voor zaken over het milieu kun je zoeken bij milieuorganisaties als Greenpeace (www.greenpeace.nl) of Milieudefensie (www.milieudefensie.nl). Voor sociaal beleid kun je bijvoorbeeld kijken bij de FNV, voor consumentenzaken bij de Consumentenbond. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon via Google zoeken. c 5 a

Berg de antwoorden op in je dossier. Trek je conclusie. Zet een antwoord aan je neef op papier: 1. Maak een lijstje van de dingen waarmee Shell volgens jou goed bezig is, als je naar de Triple P kijkt. Bij iedere P probeer je minstens drie argumenten te bedenken. Je moet je neef er uiteindelijk toch van zien te overtuigen dat Shell het nog niet zo slecht voor heeft met mens en maatschappij. 2. Maak een lijstje met minstens vijf punten waarop Shell volgens de critici tekortschiet. 3. Formuleer jouw mening over Shell: doen ze het goed of niet?

© ThiemeMeulenhoff

23

21

23


24

24

b

Berg je conclusie op in je dossier. Succes met de discussie op de volgende verjaardag, je weet er nu vast meer van dan je neef!

AFRONDING Ondernemers die zich alleen richten op winst, doen mensen en hun omgeving te kort. In deze tijd moet een ondernemer niet alleen winst behalen, maar heeft hij ook de verantwoordelijkheid zijn steentje bij te dragen aan het welzijn in de wereld. Een moderne onderneming streeft daarom de Triple P na. PRAKTIJK Je hebt het plan opgevat een eigen bedrijf te beginnen. Je wilt oude cartridges voor printers gaan inzamelen en ze vullen en recyclen. Voordat je het plan gaat uitvoeren, ga je voor jezelf een aantal dingen op een rijtje zetten. Je vraagt je af wat voor jou belangrijk is: het geld, de manier van werken, hoe je met het personeel omgaat, enzovoort. 6 a

Zet je plannen voor het bedrijf op een rij. Zet jouw ideeën voor het bedrijf op een rij. Omschrijf hoe je met de volgende zaken wilt omgaan: – het milieu; – je personeel; – winst; – leveranciers; – afnemers.

b

Maak er een verslag van op één à twee A4’tjes.

c

Voeg het verslag eventueel toe aan je portfolio.

7

Maak een organogram van je bedrijf. De tijd gaat snel. Je bedrijf groeit. Lang geleden begon je alleen, maar nu heb je veertien mensen in dienst. Je hebt een secretaresse, een adviseur voor personeelszaken en drie afdelingen: – de afdeling Inzameling, waar de heer Collect de leiding heeft over twee andere personeelsleden; – de afdeling Vullen, waar mevrouw Legerstee leiding geeft aan drie vullers; – de afdeling Verkoop, waar twee vertegenwoordigers proberen de producten te verkopen. Dirk Schut zorgt voor Noord-Nederland, terwijl Kees Krakeel Zuid-Nederland onder zijn hoede heeft. Behalve de drie afdelingen heb je nog een bestelbusje met een chauffeur, Joop. De heer Collect is zijn directe leidinggevende. Ten slotte heb je ook een schoonmaakploegje voor vier uur per week. Deze ploeg bestaat uit Bep van de Hoek en Safura. Ze vallen onder jouw directe toezicht. Om jouw organisatie overzichtelijk te houden, besluit je een organogram voor je bedrijf te maken. a

Maak een organogram van jouw bedrijf. Laat hierin duidelijk zien dat er lijn- en staffuncties zijn.

b

Voeg het organogram eventueel toe aan je portfolio. TERUGKIJKEND

8a b

Beschrijf in een aantal stappen hoe je in deze leereenheid te werk bent gegaan. Wat heb je als lastig ervaren bij het uitvoeren van de opdrachten in deze leereenheid?

22

24

© ThiemeMeulenhoff

24


25

25

c

Wat zou je nog meer willen leren of weten over ondernemingen?

d

Noem minimaal drie aandachtspunten voor jezelf. Dat zijn punten waar je in het bijzonder rekening mee moet houden als het gaat over ondernemingen in je werk of stage. OPRUIMEN In deze leereenheid heb je het volgende opgeborgen in je dossier: – opdracht 1: alfabetische lijst met begrippen en omschrijvingen; – opdracht 2: overzicht van hoe Shell omgaat met de Triple P; – opdracht 3: overzicht van de organisatie van Shell; – opdracht 4: overzicht van hoe anderen denken over Shell; – opdracht 5: je eigen conclusie over Shell, waarmee je je neef het een en ander duidelijk zult maken. Het volgende zou je kunnen bewaren in je portfolio: – je eigen plannen en ideeën voor het opzetten van een eigen bedrijf(je); – het organogram van je eigen bedrijfje.

© ThiemeMeulenhoff

25

23

25


26

26

Evaluatie ................................................ 1 a

2 a

Vragen. Vink de uitspraken aan waarvan jij vindt dat ze juist zijn. Let op: er kan meer dan één uitspraak juist zijn. ○ Een organisatie streeft altijd naar winst. ○ De overheid zorgt mede voor de randvoorwaarden voor een onderneming. ○ Uitzendbureaus maken het mogelijk dat ondernemers werknemers kunnen inhuren voor een bepaalde periode. ○ Triple P staat voor Planet, Peace en Profit. ○ Consumenten zijn (direct) belanghebbenden van een onderneming. ○ Een bedrijf is een organisatie die zich bezighoudt met de productie van goederen en/of diensten. ○ Duurzaam ondernemen betekent rekening houden met de Triple P. Vragen. Geef van de volgende uitspraken aan welke juist zijn. Let op: er kan meer dan één uitspraak juist zijn. ○ Bij integratie wordt de bedrijfskolom langer. ○ Een bedrijfskolom bestaat uit verschillende bedrijfstakken. ○ Collecterende handel is handel die verkoopt en opslaat. ○ Een supermarkt is een voorbeeld van distribuerende handel. ○ Albert Heijn is een groothandel. ○ Een ziekenhuis hoort tot de secundaire sector. ○ Een verzekeringsmaatschappij hoort tot de tertiaire sector. ○ Een bedrijfskolom geeft de weg aan die een product aflegt van de oerproducent tot en met de consument.

b

Als een benzinepomp ook snoep gaat verkopen, is er sprake van ○ integratie. ○ differentiatie. ○ specialisatie. ○ parallellisatie. ○ geen van alle.

c

Wanneer de C1000 een melkfabriek opkoopt, is er sprake van ○ integratie. ○ differentiatie. ○ specialisatie. ○ parallellisatie. ○ geen van alle.

d

Als een autofabriek niet meer zelf de banden maakt maar ze inkoopt, is er sprake van ○ integratie. ○ differentiatie. ○ specialisatie. ○ parallellisatie. ○ geen van alle.

e

Als een autofabriek met een nieuw model komt, is er sprake van ○ integratie. ○ differentiatie.

24

26

© ThiemeMeulenhoff

26


27

27

○ specialisatie. ○ parallellisatie. ○ geen van alle. f

3 a

b

Als de supermarkt de bloemenafdeling verhuurt aan een zelfstandige bloemenverkoper, is er sprake van ○ integratie. ○ differentiatie. ○ specialisatie. ○ parallellisatie. ○ geen van alle. Vragen. Geef aan of de volgende uitspraken juist zijn. Let op: er kan meer dan één uitspraak juist zijn. ○ In de relatie baas-ondergeschikte is sprake van een lijnbevoegdheid. ○ Een voorbeeld van een functionele indeling is de indeling in de afdelingen Administratie en Inkoop. ○ Een directieassistent heeft een lijnfunctie. ○ De indeling in hoofden en uitvoerders in een onderneming heet een regionale indeling. ○ Als iemand een stafbevoegdheid heeft, kan hij zijn ondergeschikten opdrachten geven. ○ Een organogram is de schematische weergave van de lijnfuncties en staffuncties in een onderneming. ○ Als je de secretaresse opdracht kunt geven koffie te halen, is er sprake van een lijnfunctie. Bekijk de volgende afbeelding.

Zet een vinkje voor de uitspraken die juist zijn. ○ De figuur in de afbeelding is een organogram. ○ De heer Heijn kan de heer Jamin opdrachten geven. ○ Er is sprake van een geografische indeling. ○ De heer Dennenboom kan mevrouw Da Silva opdrachten geven. ○ De heer Singh jr. kan de heer De Boer opdrachten geven. ○ Tussen de heer Singh jr. en mevrouw Vlak bestaat een lijnrelatie. ○ De heer Dennenboom adviseert de heer Van de Berg.

© ThiemeMeulenhoff

27

25

27


1

1

FAM FAM Elementaire bedrijfseconomie 1

BV in Balans biedt ondersteunend lesmateriaal gebaseerd op de competentiegerichte kwalificatiedossiers die door het Kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven ECABO voor de Financiële beroepen zijn ontwikkeld. Het lesmateriaal dekt de kerntaken, werkprocessen en activiteiten voor de kwalificatiedossiers: • •

niveau 3 (Financieel Administratief Medewerker) en niveau 4 (Bedrijfsadministrateur, Assistent-accountant en Salarisadministrateur).

Elementaire bedrijfseconomie 1 Editie

BV in Balans bestaat uit leereenheden waarin de leerling zijn eigen leerweg vindt en waarmee de docent het gewenste curriculum vult.

2013

E.P. van Balen, K. Broersen, G.W.M van Heeswijk, J.P. Mijnster, S.J. Stienstra, T.F.G. Suppers, T. van de Veerdonk e.a.

Mede dankzij de kritische gebruikers die hun wensen kenbaar hebben gemaakt, maakt dit lesmateriaal het mogelijk om ‘Balans in het onderwijs’ te brengen.

De auteurs

FAM

Leerwerkboek

9781111270063

1

1


Elementaire bedrijfseconomie 1