Issuu on Google+

auteurs M. van Eijkeren R.F.M. van Midde

OA

redactie H. Hautvast-Haaksma R.F.M. van Midde

Visie op leren Didactiek Didactisch begeleiden Organisatie van het onderwijs en onderwijsleermiddelen Zorgleerlingen

Didactiek in het onderwijs


Didactiek in het onderwijs


COLOFON

Auteurs M. van Eijkeren R.F.M. van Midde Inhoudelijke redactie H. Hautvast-Haaksma R.F.M. van Midde Redactie Buro Kroon, Almere

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 92480 0

Opmaak Vandermeer visuele communicatie, Culemborg Ontwerp en vormgeving Graaf Lakerveld, Culemborg Omslagfotografie Marijke van Eijkeren Fotografie Informatie Cito LVS-toetsen Marijke van Eijkeren MiradorMedia, Koen Bakx, Anke Gielen, Maria van der Heijden www.aps.nl www.funderendonderwijs.nl www.laprolan.nl www.taalenrekenen.nl www.tule.slo.nl www.watwerktopschool.nl Illustraties Vandermeer visuele communicatie, Culemborg

Eerste druk, eerste oplage, 2012 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Sommige foto’s zijn in scène gezet. De afgebeelde personen houden in dit geval in werkelijkheid geen verband met de verbeelde of beschreven situatie.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Ten geleide

De Kwalificatiedossiers Welzijn Vanaf het cursusjaar 2010/2011 wordt het competentiegericht beroepsonderwijs definitief ingevoerd. Alle welzijnsopleidingen van de regionale opleidingscentra dienen vanaf dit moment hun opleidingen te hebben ingericht op basis van de door het Kenniscentrum Calibris gedefinieerde Kwalificatiedossiers Welzijn. Het betreft kwalificatiedossiers voor de volgende (uitstroom)kwalificaties: – Pedagogisch werker - uitstroom Pedagogisch medewerker kinderopvang 3 - uitstroom Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4 - uitstroom Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4 – Medewerker maatschappelijke zorg - uitstroom Medewerker maatschappelijke zorg 3 - uitstroom Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 - uitstroom Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4 – Onderwijsassistent 4 – Sociaal-cultureel werker 4 – Sociaal-maatschappelijk dienstverlener 4

Traject Welzijn en de kwalificaties Welzijn De nieuwe leermiddelenserie Traject Welzijn is helemaal opnieuw ontwikkeld en ingericht op basis van deze kwalificatiedossiers voor de welzijnssector. Dat wil zeggen dat uitgever en redactie van Traject Welzijn besloten de oude Trajectserie niet te herzien. Ze hebben gekozen voor een totaal nieuwe serie Traject Welzijn die geheel is afgestemd op de kwalificatiedossiers en de daarin ondergebrachte kerntaken, werkprocessen en competenties die de student zich moet leren eigen te maken. Overigens natuurlijk wel met inachtneming van al het goede dat in de ‘oude’ serie te vinden was. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kwaliteit, diepgang, en goede en actuele representatie van wat er in werkvelden en met doelgroepen plaatsvindt. De leermiddelen van de serie Traject Welzijn zijn ontwikkeld vanuit de beroepsuitoefening. Hierin vindt het beroepsonderwijs immers zijn basis. Bij het uitwerken van de leerstof is steeds uitgegaan van de benodigde kennis, attitude en vaardigheden zoals die onderdeel uitmaken van de competenties van de welzijnswerker. Het gaat daarbij onder meer om oplossingsstrategieën, procesvaardigheden, sociale en communicatieve vaardigheden en houdingsaspecten die het best zijn aan te leren in de context van de beroepsuitoefening.

Traject Welzijn; generieke basisleerstof, beroepsspecifieke leerstof en uitstroomleerstof Uitgangspunt voor de serie zijn dus de verschillende kerntaken, werkprocessen en competenties van de kwalificatiedossiers voor de welzijnsopleidingen. Omdat in veel welzijnsopleidingen gestart wordt met een brede introductie op de opleidingen, om daarna naar een specifieke richting te differentiëren, is er bewust voor gekozen om de basisleerstof voor deze opleidingen generiek onder te brengen in een zestal boeken die breed en ‘opleidingoverstijgend’ te gebruiken zijn. Deze generieke basisleerstof van niveau 3 en 4 is zodanig gelardeerd met praktijkvoorbeelden dat de student van iedere opleiding een brede en evenwichtige introductie wordt geboden. Uiteraard is het ook mogelijk om de basisleerstof te gebruiken als gekozen wordt voor een onderwijsmodel waarin vanaf de start voor een bepaalde opleidingsrichting wordt gekozen. In de boeken voor de beroepsspecifieke opleidingsfasen van de opleidingen wordt in elk boek steeds leerstof voor een opleiding gepresenteerd. Er zijn vier aparte boeken voor de opleiding Pedagogisch werker (niveau 3 en 4), vier aparte boeken voor de opleiding Medewerker maatschappelijke zorg (niveau 3 en 4) en vier aparte boeken voor de opleiding Onderwijsassistent (niveau 4). Bovendien bevat de serie Traject Welzijn aparte boeken met speciale en verdiepende leerstof voor de afzonderlijke uitstroomvarianten op niveau 4, te weten de uitstromen Gespecialiseerd pedagogisch medewerker kinderopvang 4, Pedagogisch medewerker jeugdzorg 4, Persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg 4 en Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen 4. Traject Welzijn voor blended learning Als het gaat om het bestuderen van grotere gedeelten theorie geven studenten aan dat ze deze theorie het liefst ‘op papier’, in boekvorm willen bestuderen. Maar bij het verwerken van de leerstof gebruiken studenten bij voorkeur een computer. Dus is het logisch dat er bij Traject Welzijn voor is gekozen de theorie in boeken onder te brengen en de verwerking en trainingen ter beschikking te stellen via de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op deze site is ook de docentondersteuning ondergebracht. Traject Welzijn: de boeken De boeken zijn zodanig ingericht dat ze primair de studenten in staat stellen om de inhoud te raadplegen als informatiebron. De theorie van de afzonderlijke boeken is steeds thematisch ingedeeld op basis van de onderwerpen en aandachtsgebieden waarmee de

III


student SAW in zijn/haar beroepsuitoefening te maken krijgt. Waar mogelijk is ervoor gekozen om de materie vanuit het perspectief van werken met de doelgroepen te benaderen. De informatie is bovendien rijkelijk voorzien van veel voorbeelden die gerelateerd zijn aan zowel de beroepspraktijk, de werkvelden en de doelgroepen als aan de leersituatie van de studenten.

Traject Welzijn en de leerwegen BOL en BBL

Traject Welzijn; de methodesite De studenten hebben de mogelijkheid de theorie individueel of in groepsverband te verwerken door gebruik te maken van de methodesite www.trajectwelzijn.nl. Op die site staan verwerkingsopdrachten, betekenisvolle opdrachten en vaardigheidstrainingen: – Verwerkingsopdrachten toetsen kennis en inzicht van de theorie (uit de boeken). – Betekenisvolle opdrachten (BVO’s) zijn complexer dan verwerkingsopdrachten. Iedere betekenisvolle opdracht bestaat uit een beroepskritische situatie waarmee de studenten aan de slag moeten; ze gaan ‘aan het werk’. Ze krijgen een opdracht uit één van de toekomstige werkvelden. Dit leidt tot een beroepsproduct. Studenten kunnen in een BVO aangeven waar ze zich vooral op willen richten; welke leerlijn ze willen volgen. Bij deze leerlijnen staan leerdoelen beschreven. De student kan hier (in samenspraak met de coach) een keuze uit maken. Op deze manier werken deelnemers samen aan dezelfde BVO’s, maar kunnen ze zich ook apart richten op individuele leerdoelen. – Bij de vaardigheden draait het vooral om ‘kunnen’. Ook houdingsaspecten worden hier getraind. Iedere vaardigheidstraining kent een vaste opbouw. Beginnend vanuit de totale vaardigheid wordt deze daarna in stukjes geoefend, om vervolgens weer af te sluiten met de vaardigheid als geheel. Op die manier kan er gericht gewerkt worden aan de competentieontwikkeling van de deelnemers. Ieder vaardigheidsonderdeel wordt afgesloten met reflectie en evaluatie. Door terug te kijken, kan bepaald worden aan welke onderdelen nog gewerkt zou moeten worden.

Traject Welzijn: een nieuwe vormgeving en nieuwe structuur

Traject Welzijn en didactische werkvormen Door de leerstof in de boeken en op de methodesite op deze wijze in een heldere structuur aan te bieden, kan Traject Welzijn worden ingezet bij alle didactische werkvormen waarvoor de docent kiest. De serie is uitermate geschikt om te gebruiken bij bijvoorbeeld zelfstandig werken, zelfstandig leren of probleemgestuurd leren. Het op deze manier aanbieden van leerstof heeft ook andere voordelen. Opleidingen kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk keuzes maken als het gaat om welke onderdelen docentafhankelijk en welke docentonafhankelijk aangeboden kunnen worden. Ook het vaststellen van individuele leerroutes voor studenten of ‘leren op maat’ met behulp van de leermiddelen behoort tot de mogelijkheden. Daarnaast zijn de leermiddelen geschikt voor onderwijs aan speciale doelgroepen en onderwijs in deeltijd.

IV

Uiteraard zijn de leermiddelen ook geschikt om zowel in de beroepsopleidende leerweg (BOL) als in de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) te gebruiken.

Om de bestudeerbaarheid van de leerstof te vergroten, is ervoor gekozen de boeken vorm te geven en in te delen op een eigentijdse wijze die sterk aansluit op de leefwereld van de hedendaagse student. De leerstofonderwerpen van een boek zijn thematisch geordend in thema’s waarin artikelen worden gepresenteerd, die los en (hiërarchisch) onafhankelijk van elkaar zijn te bestuderen. Ieder thema is voorzien van een begrippenlijst, url’s en bronnen en ieder boek kent een uitgebreide inhoudsopgave en een trefwoordenregister. Dat alles full colour vormgegeven is, spreekt voor zich. Traject Welzijn en inrichting van het curriculum Traject Welzijn is geen methode, maar een serie. Met deze uitspraak bedoelen we dat Traject Welzijn een serie leermiddelen is die kan worden gebruikt bij competentiegericht opleiden. Traject Welzijn biedt geen curriculum: ieder ROC kiest op basis van de eigen visie, onderwijskundige uitgangspunten en didactische werkvormen voor de inrichting van het onderwijs (veel ROC’s kiezen bijvoorbeeld voor de sturingsmaterialen van het Consortium Beroepsonderwijs Zorg & Welzijn). Bij elk curriculum kan de leerstof van Traject Welzijn worden ingezet, maar Traject Welzijn is dus geen routewijzer en Traject Welzijn bevat evenmin sturingsmiddelen. Redactie van de serie Traject Welzijn Alle leermiddelen van de serie zijn inhoudelijk geredigeerd door Hanneke Hautvast-Haaksma en Rick van Midde. Beiden zijn sinds jaar en dag als redacteur en auteur verbonden aan de opeenvolgende series Traject Welzijn. Bovendien zijn zij beiden nauw betrokken bij zowel de onderwijsontwikkelingen in het sociaal-agogisch werk als de ontwikkelingen en vernieuwingen in de welzijnsinstellingen en -werkvelden. Zij hebben ervoor gezorgd dat alle leermiddelen volledig zijn afgestemd op de kerntaken, werkprocessen en competenties van de verschillende kwalificatiedossiers en dat ze onderling op elkaar aansluiten. Wij hopen dat alle betrokkenen in het leerproces vruchtbaar gebruik kunnen maken van de serie Traject Welzijn. Heeft u vragen of suggesties? Wij stellen het bijzonder op prijs als u contact met ons opneemt. Amersfoort, 2011 Redactie en uitgever


Inhoud

Thema 1 - Visie op leren

1 Leren: hoe doe je dat? 3 Meervoudige intelligentie: elk kind heeft talenten 8 Leerstijlen 11 Leermogelijkheden 13 Leertheorieën en onderwijsconcepten 16 Adaptief onderwijs 22 Programmagericht onderwijs 25 Ontwikkelingsgericht onderwijs 28 Ervaringsgericht onderwijs 32 Begrippenlijst 35 URL’s - Bronnen 37

Thema 2 - Didactiek

39 Doelgericht leren 41 Leerlijnen en referentieniveaus 45 Evalueren leerresultaten 49 Leerlingvolgsysteem 55 Didactische vormgeving 58 Didactische analysemodel van Van Gelder 63 Het model van activerende directe instructie 66 Didactische werkvormen 70 De zes denkhoeden 76 Begrippenlijst 78 URL’s - Bronnen 80

Thema 4 - Organisatie van het onderwijs en onderwijsleermiddelen 121 Onderwijsorganisatievormen 123 Een soepele overgang 130 Klassenmanagement 132 Leermiddelen 135 Multimedia 140 Ontwikkelingsmaterialen 142 Aangepast les- en spelmateriaal maken 145 Leren in het digitale tijdperk 147 Mediawijsheid 152 Begrippenlijst 158 URL’s - Bronnen 160

Thema 5 - Zorgleerlingen

161 Leerproblemen 163 NLD: non-verbaal leerprobleem 168 Dyslexie 171 Zwakke rekenaars 174 Zorgstructuur voor zorgleerlingen 178 Begeleiden van leerlingen met leer- en gedragsproblemen 184 ADHD 189 Hoogbegaafdheid 192 Zorgleerlingen in het vervolgonderwijs 196 Begrippenlijst 199 URL’s - Bronnen 201 Register 202

Thema 3 - Didactisch begeleiden 81 Voorbereiding onderwijsactiviteiten 83 Projectonderwijs 88 Het model van zelfontdekkend leren 92 Voorbereiding van de speelwerktijd in de onderbouw 95 Uitvoering en begeleiding van onderwijs activiteiten 98 Zelfstandig werken 104 Samenwerken 110 Van begeleid werken naar zelfstandig leren 114 Begrippenlijst 117 URL’s - Bronnen 119

V


KERN

1

Visie op leren

Auteur: Marijke van Eijkeren Didactiek gaat over het ontwerpen van leeractiviteiten en het begeleiden van leerlingen in een onderwijsleersituatie. Didactiek is de kunst van het onderwijzen. Hoe draag je kennis over? Hoe geef je leerlingen inzicht? Hoe leer je ze vaardigheden? Kennis over leerprocessen helpt je bij het geven van goed onderwijs. Over wat een goed onderwijsconcept is, verschillen de meningen, maar iedereen vindt tegenwoordig wel dat er verschillen zijn in leerstijl en leermogelijkheden. Dat betekent dat het onderwijs zich moet aanpassen aan de leerling en de leerling niet aan de school. Voor jou is het daarom een uitdaging om bij elke leerling de passende begeleiding te vinden.

Hoe kinderen en jongeren leren Leren speelt zich voor een belangrijk deel af in de hersenen. Dankzij nieuwe technieken kunnen wetenschappers steeds beter in de hersenen kijken. Hierdoor weten we steeds meer over de processen die zich daarin afspelen. Informatie komt binnen in de hersenen en wordt daar zo verwerkt, dat je de informatie gemakkelijk weer kunt terugvinden als je haar nodig hebt. Als nieuwe kennis aansluit bij al aanwezige kennis en als de kennis betekenis heeft, dan verloopt dat verwerkingsproces soepeler. Dan is de kans het grootst dat leerlingen de nieuwe kennis opnemen, verwerken en weer kunnen oproepen als ze die nodig hebben. Er is ook steeds meer kennis over effectief leren. Die helpt je bij het scheppen van een krachtige leeromgeving.

Meervoudige intelligentie De ene leerling is niet slimmer dan de andere leerling, maar is anders slim. Leer-

1

lingen hebben verschillende talenten. Ze verschillen in aanleg en tempo waarin zij zich ontwikkelen. Het model van de meervoudige intelligentie van Howard Gardner brengt die verschillende talenten in beeld. Hij onderscheidt taalkundige, logische, ruimtelijke, motorische, interpersoonlijke, intrapersoonlijke, muzische en natuurgerichte intelligentie. Dat model helpt je om de sterke kanten van leerlingen te ontdekken en de manier waarop zij het beste leren. Je stelt jezelf vragen. Waar zijn deze leerlingen mee bezig? Waar liggen hun behoeften? Hoe kan ik daar op inspelen? Zo kun je leerlingen optimaal begeleiden in hun ontwikkeling.

Leerstijlen en leermogelijkheden Leerlingen verschillen in aanleg, leermogelijkheden en ontwikkeling. Mensen ontwikkelen in hun leven een stijl van handelen die bij hun persoonlijkheid past. Deze stijl van handelen uit zich in de manier waarop zij activiteiten uitvoeren en probleemsituaties benaderen. De een stapt

ergens gelijk op af of begint het liefst gelijk in de praktijk, de ander kijkt eerst de kat uit de boom of krijgt liever eerst theorie aangereikt. Die verschillen zie je al bij jonge kinderen. Zij leren gemakkelijker als je de onderwijsleersituatie aanpast aan hun persoonlijke leerstijl. Een veelgebruikte indeling in leerstijlen is die van de Amerikaanse psycholoog David Kolb. Hij gaat uit van het ervaringsgerichte leren en onderscheidt vier basale leerstijlen: de doener, de beschouwer, de denker en de beslisser. Een zinvol leerproces kent volgens Kolb vier fasen: concreet ervaren, reflectief waarnemen, abstracte begripsvorming en actief experimenteren. Je begint met een concrete ervaring. Daar denk je over na. Wat zie je? Welke verbanden liggen er? Die kennis leidt tot begripsvorming. Vervolgens toets je in de praktijk of het klopt. Dat leidt tot concrete ervaringen en zo is de cirkel weer rond. Niet iedereen begint met de ervaring. Afhankelijk van je leerstijl begin je bij voorkeur met een van de vier fasen.


KERN

Visie op leren 1 Leren: hoe doe je dat? 3 Meervoudige intelligentie: elk kind heeft talenten 8 Leerstijlen 11 Leermogelijkheden 13 Leertheorieën en onderwijsconcepten 16 Adaptief onderwijs 22 Programmagericht onderwijs 25 Ontwikkelingsgericht onderwijs 28 Ervaringsgericht onderwijs 32 Begrippenlijst 35 URL’s - Bronnen 37

Onderwijsconcepten Nieuwe kennis heeft invloed op de ideeën over leren en dat leidt weer tot nieuwe visies op onderwijs. Vroeger moesten de leerlingen zich aanpassen aan het onderwijs. Ze zaten in rijen en waren allemaal met hetzelfde bezig. Dat is nu anders. Er zijn verschillende manieren waarop je kunt leren en niet ieder kind leert op dezelfde manier. Niet alleen de basisschool, maar ook het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs houden daar rekening mee. De school is er een stuk gezelliger op geworden, maar het is nog wel steeds de bedoeling dat leerlingen iets leren. Hoe een school het onderwijs vormgeeft, noem je het onderwijsconcept. Het onderwijsconcept is gebaseerd op een theorie over leren. Globaal kun je die theorieën indelen in objectief leren en subjectief leren. Bij objectief leren neem je kennis en vaardigheden van anderen over. Jij bent

dan degene die het leren van een kind stuurt. Bij subjectief leren zie je leren als actief kennis construeren en bewerken. Hierbij hebben de kinderen een belangrijke sturende rol in hun eigen leerproces. Voor beide ideeën valt iets te zeggen. Wat het beste werkt hangt van de leerling af en ook van wat je moet leren. Bij het voorbereiden en begeleiden van lesactiviteiten met leerlingen laat je je door een of meer leertheorieën leiden. Daarbij sluit je aan bij het onderwijsconcept van de school.

Adaptief onderwijs Het onderwijs is tegenwoordig adaptief. Adaptief betekent aanpassen. Een school stemt het onderwijs niet af op het gemiddelde kind, maar speelt in op de verschillen tussen leerlingen. Het kind past zich niet aan de leeromgeving aan, maar de leeromgeving past zich aan het kind aan.

Dit onderwijsconcept past binnen veel andere concepten. Bij programmagericht onderwijs werk je heel gestructureerd aan de hand van methoden. Bij ontwikkelingsgericht onderwijs sluit je heel gericht aan bij de ontwikkeling van het kind. Je hebt net als bij programmagericht onderwijs een sturende rol. Alleen is niet de leermethode uit de lesboeken richtinggevend, maar de zone van naaste ontwikkeling. Dat is wat het kind bijna kan, maar waar het nog wel hulp bij nodig heeft. Je creëert een leeromgeving die kinderen uitdaagt om zich te ontwikkelen op een breed gebied en je ondersteunt ze bij hun ontwikkeling. Bij ervaringsgericht onderwijs staat de belevingswereld van kinderen centraal. Je sluit aan bij de ervaring van kinderen en die verdiep je. De aspecten welbevinden, betrokkenheid, competentie en verbondenheid moeten aanwezig zijn, wil er van leren en ontwikkeling sprake kunnen zijn. ◾

2


METhODIsch wERkEn In kInDEROpvAng En jEugDzORg

Leren: hoe doe je dat? Het onderwijs aanpassen aan het kind Auteur: Marijke van Eijkeren Om leeractiviteiten te ontwerpen en goed te begeleiden in een onderwijsleersituatie, heb je kennis nodig over hoe een kind leert. vroeger moest een leerling zich aanpassen aan het onderwijs. Leerlingen zaten in rijen en waren allemaal met hetzelfde bezig. Dat is nu anders. Er zijn verschillende manieren waarop je kunt leren en niet iedereen leert op dezelfde manier. niet alleen de basisschool, maar ook het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs houden daar tegenwoordig rekening mee. Bij adaptief onderwijs staat het kind centraal en wordt het onderwijs aangepast aan het kind. De school is er een stuk gezelliger op geworden, maar het is nog wel steeds de bedoeling dat er op school wordt geleerd. Er is ook steeds meer kennis over effectief leren. Die helpt je bij het scheppen van een krachtige leeromgeving.

Leren en het brein School en leren zijn twee begrippen die met elkaar verbonden zijn. Als mensen vragen: ‘Wat heb je vandaag op school gedaan?’, bedoelen ze meestal: ‘Wat heb je vandaag op school geleerd?’ Leren is het zich eigen maken van nieuwe kennis of vaardigheden, zodanig dat de leerling deze kennis of vaardigheden zelfstandig kan toepassen in nieuwe situaties. Je hebt iets geleerd als je het later weer uit je geheugen kunt oproepen. Later wil zeggen: over een week of over een maand. Als je een rij Franse woordjes voor het eerst hebt geleerd, dan denk je dat je ze allemaal kent. De volgende dag blijkt dat je de helft niet meer weet. Als je ze nog eens leert, dan weet je er de volgende dag driekwart. Hoe vaker je ze leert, hoe beter de kennis blijft han-

3

gen. Dat komt omdat informatie via het kortetermijngeheugen naar het langetermijngeheugen gaat. In het langetermijngeheugen wordt de informatie ordelijk opgeslagen, zodat deze per onderwerp terug te vinden is. Als de nieuwe kennis aansluit bij wat er al in het geheugen aanwezig is, dan wordt ze beter bewaard. Dat heeft te maken met de werking van de hersenen. Dat betekent dat je leerstof waar je al een beetje bekend mee bent sneller leert dan helemaal nieuwe leerstof.

Werking van de hersenen De werking van de hersenen kun je vergelijken met een computer. Op het toetsenbord tik je een tekst in of een commando. Die infor-


LEREN: HoE doE jE daT?

grote hersenen

matie gaat via verbindingen naar het brein van de computer, de kast waar alle printplaatjes inzitten, waar de informatie wordt verwerkt. Het resultaat wordt zichtbaar op het beeldscherm. Hoe beter en sneller de verbindingen, hoe meer mogelijkheden de computer heeft en hoe fijner je ermee kunt werken. De hersenen zijn alleen veel complexer dan een computer.

‘Als de nieuwe kennis aansluit bij wat er al in het geheugen aanwezig is, dan wordt ze beter bewaard.’

hersenbalk

thalamus

kleine hersenen

De hersenen bestaan uit drie lagen. De onderste laag van de hersenen, de hersenstam, is het oudste deel. Het regelt alle functies van je lichaam die nodig zijn om te leven, zoals je ademhaling en je hartslag. Dat gaat vanzelf, je hoeft er niet bij na te denken. De tweede laag van de hersenen regelt wat we voelen, onze emoties. Die emoties zijn gekoppeld aan de reacties die gericht zijn op overleven. Het echte denken speelt zich af in het jongste deel van de hersenen. Dat is de buitenste laag of cortex. In je hersenen zitten hersencellen. Die hersencellen zijn met elkaar verbonden door draden. Die noemen we dendrieten. Hoe meer de hersencellen gestimuleerd worden, hoe meer dendrieten zich vormen en hoe beter het contact tussen de hersencellen dus verloopt. Daarom leer je in een rijke leeromgeving niet alleen heel veel, je leert ook steeds gemakkelijker. In je hersenen ligt heel veel informatie opgeslagen en er komt steeds nieuwe informatie bij. Tegenwoordig kan men heel goed aanwijzen waar welke informatie in de hersenen ligt opgeslagen. Er zijn aparte gebieden voor de spraak, de beweging, het gevoel, het lezen, het gezicht en nog veel meer functies. Op een hersenscan kun je goed volgen welk deel van de hersenen actief is bij een bepaalde activiteit. Je hersenen kunnen razendsnel verbindingen leggen tussen al die informatie en nieuwe informatie. Daardoor kun je creatief denken. De hersenen bestaan uit twee helften. Die lijken hetzelfde, maar zijn het niet. Het linkerdeel van de hersenen speelt een belangrijke rol bij logisch redeneren, woorden en taal, opsommingen, getallen en analyseren. De rechterhelft houdt zich bezig met ruimtelijke waarneming, verbeeldingskracht, ritme en dagdromen. Als bij het leren alleen een beroep wordt gedaan op taal, dan is maar een klein gedeelte van de hersenen actief. Gebruik je er ook beelden bij, dan wordt de rechterhersenhelft ook actief. Dat verklaart waarom je dingen gemakkelijker leert als je ze niet alleen hoort, maar ook leest, er beelden bij ziet of als je er een melodie bij bedenkt. Er is dan een groter deel van je hersenen actief en de informatie wordt op meer plekken opgeslagen. Een extra voordeel is dat meer hersencellen geprikkeld worden en er daardoor meer verbindingen worden gelegd.

Hersens blijven zich ontwikkelen De hersenen zijn continu in ontwikkeling en veranderen voortdurend onder invloed van de prikkels die binnenkomen. De ontwikkeling gaat het hardst bij jonge kinderen, maar ook bij jongeren blijven

hersenstam

De hersenen

de hersenen zich ontwikkelen. Bij elk kind dat jij begeleidt, zitten de hersenen dan ook iets anders in elkaar. Dat heeft niet alleen te maken met wat de kinderen bij hun geboorte hebben meegekregen, maar ook met de ervaringen die zij daarna hebben opgedaan. Met de activiteiten die jij op school ontwikkelt en begeleidt, prikkel je de hersenen van de kinderen en bouw je mee aan de verbindingen die er in de hersenen worden gelegd. Verbindingen die niet worden gebruikt en onderhouden, gaan uiteindelijk verloren. Je kunt het vergelijken met een wegennet. Weggetjes die niet worden gebruikt en onderhouden, raken overwoekerd en worden onbegaanbaar. Zijn er veel en goede wegen, dan kun je heel gemakkelijk en snel op allerlei plekken komen. Hoe rijker die activiteiten zijn, hoe meer hersencellen je ermee prikkelt, hoe meer verbindingen worden gebruikt en hoe meer kinderen ervan opsteken en onthouden. Belonen helpt daarbij. Dat komt niet alleen omdat mensen graag gedrag laten zien waarvoor ze een positieve waardering krijgen, maar ook omdat belonen invloed heeft op de hersenen. Onderzoek heeft aangetoond dat in het gebied van de hersenen dat betrokken is bij het beloonde gedrag meer dopamine wordt aangemaakt. Daardoor werken de verbindingen tussen de hersencellen effectiever. Leren gaat dus gemakkelijker als je vaak een complimentje krijgt.

‘Leren gaat gemakkelijker als je vaak een complimentje krijgt.’

Informatie selecteren en onthouden Informatie komt binnen via de zintuigen, maar niet alle informatie bereikt de hersenen. Alleen informatie die betekenis voor je heeft, gaat door naar de hersenen. Die beslissing neem je meestal niet bewust. Signalen die duiden op gevaar, hebben voorrang op andere signalen. Als er een brandweerauto met loeiende sirene langskomt, dan ben je gegarandeerd de aandacht van de kinderen kwijt. Ze

4


vIsIE Op LEREn

letten alleen nog maar op het signaal van buiten en horen niet meer wat jij zegt. Als jij tijdens de les een brandlucht ruikt, dan lukt het je niet meer om je aandacht bij de les te houden. Het dringt niet tot je door dat Iris iets wil vragen. Eerst wil je weten of de brandlucht duidt op gevaar. Emoties spelen daarom een belangrijke rol bij leren. Iets wat sterke emoties oproept, trekt je aandacht en onthoud je beter.

‘Alleen informatie die betekenis voor je heeft, gaat door naar de hersenen.’

Is de informatie door de eerste selectie heen, dan wordt hij opgeslagen in het werkgeheugen. Dat is een tijdelijk geheugen, ook wel het kortetermijngeheugen genoemd. Denk maar aan al die rijtjes Duitse, Franse en Engelse woordjes die je ooit geleerd hebt. Vlak voor het proefwerk nog even het rijtje doorkijken, hielp je aan een hoger cijfer. Maar een dag, een week of een maand later wist je er nog maar weinig van. Alleen de woordjes die betekenis voor jou

Actief leren met praktijkopdrachten

5

hadden, weet je nu nog steeds. Die heb je opgeslagen in het langetermijngeheugen. Je hebt daarbij een verbinding gelegd tussen iets wat je al wist en het nieuwe woordje. Informatie waarin je iets herkent, onthoud je daarom beter dan losse feitjes die je niets zeggen. Dat is ook zo bij kinderen. Leren lezen als je geen idee hebt wat je met al die letters moet, kost heel veel moeite. Zodra je hebt ervaren dat lezen niet alleen leuk is, maar ook nog heel handig, wil je er wel moeite voor doen om de betekenis van de letters te achterhalen. Woorden en letters die betekenis hebben, leren kinderen het gemakkelijkst. Dat zijn bijvoorbeeld de letters van hun eigen naam. Als ze wat langer met lezen bezig zijn, herkennen kinderen bekende woorddelen. Ze hoeven niet meer letter voor letter te spellen. Lezen gaat zo steeds sneller en gemakkelijker. De hersenen herkennen de bekende patronen.

Wat helpt bij leren Nu je weet hoe je leert, kun je ook beter begrijpen hoe je het leren beter kunt laten verlopen. Stel je geeft een groepje leerlingen begeleiding bij het leren van breuken. Ze snappen er niets van en ze blokkeren al bij het horen van het woord breuk. Rekenen, dat kunnen ze niet. Daar zijn ze van overtuigd. Met die instelling nemen ze


LEREN: HoE doE jE daT? Leerbevorderende factoren Motivatie Leren gaat veel gemakkelijker en sneller als je geïnteresseerd bent in een onderwerp. Alle aandacht is er dan bij. Die nieuwsgierigheid kun je opwekken en vasthouden door de manier waarop je een onderwerp brengt. Herkenbaarheid Als kennis of de vaardigheid die geleerd moet worden herkenbaar is, dan neem je die beter op. De nieuwe leerstof sluit bijvoorbeeld aan bij wat leerlingen zelf meemaken of een nieuw te leren vaardigheid sluit aan bij eerder geleerde vaardigheden. Ervaring Je kunt nieuwe dingen leren door ze zelf te ontdekken: zelfontdekkend leren. Je onthoudt iets veel gemakkelijker als je het zelf hebt ervaren. Dat zien we al bij het leren van nieuwe woordjes door peuters. Een keer op een pony zitten, een pony aaien, en ze vergeten nooit meer wat een pony is. Beloning Als leren beloond wordt, dan werkt dat stimulerend. Deze beloning kan van binnenuit komen: ‘Yes, ik kan het, ik snap het!’, maar kan ook een complimentje zijn of een sticker. Tijd Om iets te leren heb je tijd nodig. Iedereen leert in zijn of haar eigen tempo. Een kind dat meer tijd nodig heeft, krijgt die tijd dan ook. Overzicht Afhankelijk van de leerstijl kun je leerstof het beste in overzichtelijke en hanteerbare stappen aanbieden. Als leerlingen te veel informatie tegelijk aangeboden krijgen, dan raken ze ontmoedigd. Hun hersenen kunnen al die nieuwe dingen niet verwerken en de kans is groot dat ze het niet eens meer proberen. Logica en volgorde Bij het leren is een logische volgorde van het aangebodene erg handig. Eerst leert een kind tot tien rekenen, daarna tot twintig. Je leert eerst gemakkelijke problemen oplossen en dan pas moeilijkere. Herhaling Door herhaling onthoud je leerstof beter. Hoe vaker je iets doet, hoe groter de kans dat je er handig in wordt. Te veel herhaling kan ook demotiveren. Variatie De kans dat je iets onthoudt, is groter als je meer zintuigen gebruikt. Informatie over iets wat je ziet, hoort en mag vasthouden, wordt vastgelegd op meerdere plaatsen in de hersenen.

ook plaats aan de tafel voor verlengde instructie. Dat zie je aan ze. Dat verandert als jij een heerlijk geurende taart op tafel zet. Je ziet verrassing en nieuwsgierigheid op hun gezichten verschijnen. Wat gaat er gebeuren? Wat gaan we doen? We gaan die taart verdelen natuurlijk en iedereen krijgt een stukje. Maar het moet wel eerlijk! Hoe gaan we dat doen? Alle suggesties worden uitgeprobeerd. Eerst met papier, potlood en een schaar, want de echte taart kun je maar één keer in stukken verdelen. Gemotiveerd en geconcentreerd zijn jouw leerlingen aan het rekenen. Aan het eind van de les snappen ze wat breuken zijn, hoe je ermee kunt rekenen en wat het nut ervan is. Als beloning krijgt iedere leerling een stukje van de taart die ze zelf in eerlijke stukken hebben gesneden. Al hun zintuigen heb je bij het leerproces betrokken.

Van passief naar actief leren Leeractiviteiten lopen van simpel naar complex: onthouden, begrijpen, integreren en toepassen. Bij onthouden gaat het om informatie die je moet leren en weer reproduceren, zoals de provincies van Nederland met hun hoofdsteden. Leeractiviteiten van dit type kun je heel gemakkelijk toetsen. Er is maar één antwoord op een vraag mogelijk. Leeractiviteiten die hierbij passen zijn: luisteren, uitleg krijgen, oefenen, lezen, beschrijven, opzeggen, aanwijzen of een definitie geven.

‘Hoe complexer de leeractiviteit, hoe meer hersenactiviteit,’

Bij begrijpen is de actieve inbreng van leerlingen al wat groter. Ze kunnen in grote lijnen vertellen hoe iets in elkaar zit. Informatie uit een boek kunnen ze in eigen woorden navertellen. Leeractiviteiten die hierbij passen zijn: verkennen, met elkaar bespreken, in eigen woorden weergeven, uitleggen, verklaren, samenvatten en onderscheid maken. Bij integreren leg je verbanden tussen wat leerlingen al weten en de nieuw verworven kennis. Ze gaan actief aan het werk met de informatie en leggen relaties tussen begrippen. Nieuwe kennis wordt zo gemakkelijker opgeslagen in het langetermijngeheugen. Leerlingen kijken bijvoorbeeld of er overeenkomsten zijn in de manier waarop een gezin in de steentijd leefde en hoe zij nu leven. Leeractiviteiten die hierbij passen zijn: vergelijken, een plan maken, met elkaar in verband brengen, analyseren, voorspellen, beoordelen. Bij toepassen pas je kennis toe in een andere context dan waarin je deze hebt geleerd. Daarbij verwacht je veel eigen activiteit van leerlingen. De informatie die ze hebben opgenomen, passen ze toe in een nieuwe situatie. De woordjes en letters die kinderen hebben geleerd bij lezen en schrijven, gebruiken ze om een brief aan hun oma te schrijven of een verhaaltje. Bij leeractiviteiten van dit type hebben leerlingen veel vrijheid. Leeractiviteiten die hierbij passen

6


vIsIE Op LEREn

Een rijke leeromgeving Een rijke leeromgeving nodigt uit tot verschillende manieren van leren. In dit voorbeeld zie je hoe zo’n omgeving er in de praktijk uit kan zien. In de combinatiegroep 3/4 staat rekenen op het programma, al zou je dat niet zeggen als je oppervlakkig de klas rondkijkt. De kinderen zijn in groepjes aan het werk, zowel in de klas als daarbuiten. Kinderen uit groep 4 krijgen instructie van de groepsleerkracht aan de instructietafel. Ze kunnen al wel met de getallenlijn rekenen, maar nog niet uit hun hoofd. Ze krijgen de opdracht om uit te rekenen hoeveel 23 + 19 is. Als iedereen de uitkomst denkt te hebben, vraagt de leerkracht aan elk kind hoe het aan het antwoord is gekomen en schrijft dat in ‘sommentaal’ op het bord. Zo zien de kinderen dat je op verschillende manieren aan hetzelfde antwoord kunt komen en hoe je de uitleg heel kort kunt opschrijven met cijfers en symbolen. Samen praten ze vervolgens over de meest handige manier van rekenen. De groepsleerkracht stuurt het gesprek door vragen te stellen. Onderwijsassistent Britt maakt met een groepje sommen onder de twintig met behulp van het rekenrek. Deze kinderen hebben erg veel moeite met rekenen, maar tot hun eigen verrassing lukt het maken van de sommen

nu veel beter. Een ander groepje is een gezelschapsspel aan het spelen. Ze spelen domino. Het is geen gewoon domino, er staan sommen op de speelstukken. Om te weten welke stukken aan elkaar passen, moeten de kinderen eerst de som uitrekenen. Bij een vergissing corrigeren ze elkaar. Een groepje kinderen uit groep 4 werkt samen aan een opdracht: een rekenkundig probleem in een betekenisvolle context. Ze moeten verschillende manieren bedenken om het op te lossen en vervolgens de beste manier kiezen. Straks in de evaluatiekring vertelt een van hen welke oplossing ze hebben gekozen en waarom. In een ander tafelgroepje zijn kinderen individueel aan het werk met een rekenblad. Soms overleggen ze met elkaar als ze ergens niet uitkomen. Op de gang is een groepje aan het bouwen met de kleine blokken. Ze bouwen een voorbeeld na van een instructiekaart. Het is een ingewikkeld gebouw. De kinderen moeten zelf uitzoeken welke blokjes ze nodig hebben om de juiste vorm en grootte te krijgen. Spelenderwijs tellen, meten en vergelijken ze en gebruiken ze rekenkundige en wiskundige begrippen als vierkant, rechthoek, driehoek, even groot, groter, kleiner, minder en meer.

zijn: selecteren, ontwerpen, ontwikkelen, keuzen maken. Hoe complexer de leeractiviteit, hoe meer hersenactiviteit er is. Als je kennis toepast, verbanden legt of een ontwerp maakt, zet je heel veel hersencellen aan het werk en wisselen de hersencellen onderling veel informatie uit.

ginnen. Het hangt van de leerstof en van het onderwijsconcept af waar je voor kiest. Bij zelfontdekkend leren begin je op het meest complexe niveau: de toepassing. De opdracht luidt bijvoorbeeld: bouw een brug van 80 grams printpapier die een afstand van 80 cm overbrugt en waar 1 kilogram op kan staan. Toegestane hulpmiddelen zijn een schaar, lijm, plakband en vliegertouw. Vanuit de toepassing leren leerlingen van alles over constructies, materiaaleigenschappen en krachten. ◾

Het lijkt logisch om op het meest simpele niveau te beginnen, maar dat hoeft niet. Je kunt een onderwijsleersituatie op elk niveau be-

7


Begrippenlijst

Abstract denken Los van de concrete werkelijkheid denken over de symbolische werkelijkheid, dat wil zeggen over de werkelijkheid in vereenvoudigde vorm. Voorbeelden hiervan zijn het werken met cijfers of een plattegrond.

Betrokken Aandacht en echte belangstelling hebben voor het kind.

Achterstandssituatie Geheel van gebrekkige/slechte omstandigheden waarin iemand woont of een kind opgroeit.

Cognitieve ontwikkeling De ontwikkeling van het denken, het geheugen en de taal.

Adaptief onderwijs Onderwijs waarbij je in de groep zo goed mogelijk omgaat met verschillen tussen kinderen en dat je aansluit bij de ontwikkelingsmogelijkheden en de behoeften van elk kind. Adolescentie Leeftijdsfase van zeventien tot tweeĂŤntwintig jaar. Autonomie Zelfstandig en onafhankelijk beslissen wat jij denkt dat goed is. Behaviorisme Gedragstheorie, gaat ervan uit dat je leert door de feedback die je krijgt op je gedrag en door voorbeeldgedrag. Beperking Een vermindering of afwezigheid (ten gevolge van een stoornis) van de mogelijkheden tot het doen van normale menselijke activiteiten, zowel wat betreft de manier waarop als de mate waarin de activiteit uitgevoerd kan worden. Beschermende factoren Gunstige omstandigheden die de gevolgen van minder gunstige omstandigheden beperken.

35

Bovenbouw Groep 5 tot en met 8 van de basisschool.

Competentie Het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen die je in staat stellen om je beroep of een vaardigheid goed uit te oefenen. CoĂśperatief leren Samenwerkend leren. Cortex Het jongste deel van de hersenen waar het echte denken zich afspeelt. Dendrieten De draden die hersencellen met elkaar verbindt. Didactiek Onderwijskundige aanpak van de overdracht van kennis, vaardigheid en inzicht. Dopamine Een stofje dat ervoor zorgt dat zenuwen met elkaar kunnen communiceren. Dyslexie Een leerprobleem met lezen en schrijven.

Ervaringsgericht onderwijs ErvaringsGericht Onderwijs is ontwikkeld door Prof. Ferre Laevers. Het is sterk verwant aan het OntwikkelingsGericht Onderwijs (O.G.O.). Beide concepten proberen de betrokkenheid van kinderen te verhogen. ErvaringsGericht Onderwijs laat het initiatief bij kinderen en doet dat door het aanbieden van een rijke leeromgeving en het aangaan van een dialoog met kinderen. Feedback Positief of negatief commentaar krijgen of geven over gedrag, werk of resultaten. Gedrag Alles wat mensen doen en wat een ander kan waarnemen: lopen, slapen, praten, lachen, huilen. Hersenstam Het oudste deel van de hersenen dat alle functies van je lichaam regelt die nodig zijn om te leven. Howard Gardner Amerikaanse psycholoog die de theorie ontwikkelde van meervoudige intelligentie. Jaarklassensysteem Een groepenverdeling met kinderen van dezelfde leeftijd die elk jaar overgaan naar de volgende groep. Kerndoelen In de kerndoelen staat wat kinderen op school minimaal moeten leren. Klassenmanagement Zorgen dat het in de klas goed loopt. Kortetermijngeheugen Plaats in je hersenen waar informatie voor korte tijd wordt opgeslagen.


BEgRIppENLIjsT

Langetermijngeheugen Plaats in je hersenen waar informatie vanuit het kortetermijn geheugen voor langere tijd wordt opgeslagen.

Mindmapping Een woordweb waarbij een begrip centraal staat en daaromheen de woorden die je erbij denkt.

Opvoeden Verzorgen en begeleiden van kinderen en jongeren naar zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid.

Leerbevorderende factoren Factoren die ervoor zorgen dat je effectief leert.

Objectief leren Leertheorie met nadruk op kennisoverdracht, leraargestuurd.

Pedagogisch klimaat De sfeer, de stemming die er heerst in de opvoedingssituatie ook wel opvoedingsklimaat genoemd.

Leerlijnen Geeft voor een bepaald leergebied aan hoe leerlingen van een bepaald beginniveau tot de kerndoelen komen.

Onderbouw Groep 1 tot en met 4 van de basisschool.

Leermethode Een samenhangend geheel van leermiddelen gericht op een vakgebied. Leerstijl| De manier waarop iemand het beste leert: vanuit de praktijk of vanuit de theorie. Leren Het zich eigen maken van nieuwe kennis of vaardigheden, zodanig dat de leerling deze kennis of vaardigheden zelfstandig kan toepassen in nieuwe situaties. Leren Van leren is sprake als een leerling zich concrete kennis en vaardigheden eigen maakt. Meervoudige intelligentie De theorie van Howard Gardner dat kinderen meerdere talenten hebben en op meerdere manieren intelligent zijn.

Onderwijsconcept Een opvatting hoe het onderwijsvorm moet worden gegeven gebaseerd op een theorie over leren. Onderwijsleersituatie De concrete onderwijs- en leeractiviteit. Ontwikkeling Een duurzame en langzame geestelijke en lichamelijke verandering bij mensen. Ontwikkelingsaspecten Gebieden waarop de mens zich ontwikkelt. Ontwikkelingsfasen Periodes in het leven van de mens die afgebakend kunnen worden. Bij elke periode horen specifieke kenmerkende gedragingen. Ontwikkelingsgericht onderwijs Een onderwijsconcept dat de nadruk legt op het gericht stimuleren van de ontwikkeling van kinderen door het creĂŤren van een ontwikkelingsbevorderende omgeving en begeleiding.

Persoonlijkheid Het karakter, de eigenschappen en kenmerken die passen bij een bepaalde persoon. Primair onderwijs Onderwijs voor kinderen van vier tot twaalf jaar. Programmagericht onderwijs Onderwijs dat volgens een vast programma wordt gegeven aan de hand van een methode. Schoolgids Gids voor ouders met informatie over de school. Subjectief leren Leertheorie met nadruk op actief leren, zelf kennis construeren, leerlinggestuurd. Visie Een samenhangend geheel van opvattingen die richting geven aan het handelen. Zone van naaste ontwikkeling Dat wat een kind nog net niet kan maar met wat hulp wel.

36


uRL’s

Bronnen

Meervoudige intelligentie: elk kind heeft talenten www.clipl2r.nl > onderwijs Zie: Romeroschool

Aalst, H.F. van, & Kok, J.M.J. Het nieuwe leren. JSW, december 2004. Alkema, E., & Tjerkstra, W. Méér dan onderwijs. Van Gorcum, Assen 2011. Baartman, N. Twee gevoelige zielen. Volkskrantmagazine, 4 december 2010. Bronkhorst, J. Basisboek ICT-didactiek. HBuitgevers, Baarn 2004. Derikx, P. Basisschool Wittering.nl van start. JSW, december 2004. Doorn, E.C., & Verheij, F. Adaptief onderwijs. Adaptief handelen op school. Van Gorcum, Assen 2008. Ebbens, S., & Ettekoven, S. Actief leren. Wolters-Noordhoff, Groningen 2000. Eijkeren, M. van. Pedagogisch-didactisch begeleiden. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2008. Ettekoven, S. Gebruik je hersens. APS, Utrecht 2002. Graauw, M. de, & Ottens, C. De dingen die je wilt leren, staan niet in een boek. JSW, december 2004. Grift, B. van. Kinderkoppie. Hoe een rijke leeromgeving bijdraagt aan de ontwikkeling van het kinderbrein. SWP, Amsterdam 2010. Haan, D. de, & Kuiper, E. (red.). Leerkracht in beeld. Ontwikkelingsgericht onderwijs: theorie, onderzoek en praktijk. Van Gorcum, Assen 2008. Herpen, M. van. Ervaringsgericht onderwijs. Maklu, Apeldoorn 2006. Hoobroeckx, F.,& Haak, E. Onderwijskundig ontwerpen. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten 2002. Hoop, F. de, & Jansen, D.J. Omgaan met verschillen. Adaptief werken aan basisonderwijs. HBuitgevers, Baarn 2004. Janssen-Vos, F. Basisontwikkeling voor peuters en de onderbouw. Van Gorcum, Assen 2008. Janssen-Vos, F. Basisontwikkeling in de onderbouw. Ontwikkelingsgericht onderwijs. Van Gorcum, Assen 2003. Janssen-Vos, F. Spel en ontwikkeling. Spelen en leren in de onderbouw. Van Gorcum, Assen 2009. Kok, J.J.M. Talenten Transformeren. Over het nieuwe leren en nieuwe leerarrangementen. Oratie 19 juni 2003, FontysHogeschool (www.fontys.nl/b/471/Bijlage/12/30533-Oratieboek%20totaal.pdf) Koning, E. de. Cultuureducatie in verhalend ontwerpen. HJK, juni 2001. Leenders,Y., & Kenter, B. Portfolio’s. Wereld van het Jonge Kind, februari 2002. Leenders, Y, Meyer, P.,Sanders, M., & Veenman, S. Effectieve instructie. Leren onderwijzen met behulp van het directe-instructiemodel. CPS, Hoevelaken 2000. Leeuw, H., & Verdonschot, S. De pedagogische taak geïntegreerd met de onderwijzende taak. SLO, Enschede 2003. Muijen, G. Ervaringen met coöperatief leren. JSW, november 2004. Pompert, B. Thema’s en taal. Koninklijke Van Gorcum, Assen 2004. Schenk, S. van der. Als het lokaal je in de weg zit. JSW, december 2004. Vaan, E. de, & Marell, J. Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Coutinho, Bussum 1999. Vugt, J.M.C.G. van. Coöperatief leren binnen adaptief onderwijs. HBuitgevers, Baarn 2003.

Leertheorieën en onderwijsconcepten pr.burgharmsmaschool.nl www.competentonderwijs.nl www.natuurlijkleren.net www.taalvormingentaaldrukken.nl www.wittering.nl Adaptief onderwijs www.aps.nl www.edux.nl Programmagericht onderwijs www.cbsannedevries.nl Ontwikkelingsgericht onderwijs www.ogo-academie.nl Ervaringsgericht onderwijs www.ervaringsgerichtonderwijs.nl

www.kennisnet.nl

37


Register

aangepaste les- en spelmaterialen 145 Activerende directe instructie 66 adaptief onderwijs 22 ADHD 189 afnemende sturing 114 Algemeen didactisch 63 basisbehoeften 22 begrijpen 6 behaviorisme 17 BHV-model 136 checklist zelfstandig werken 105 circuitmodel 126 Cluster 1 197 Cluster 2 197 Cluster 3 197 Cluster 4 197 cognitivisme 17 communicatiekring 124 competentie 115 coĂśperatief leren 93 cortex 4 dag- en weekritme 133 dagindeling 131 David Kolb 12 derdelijnszorg 198 Didactiek 41, 58 didactische analysemodel van Leon van Gelder 63 didactische begeleiding 184 didactische concept 59 didactische leeftijd 56 didactische model 60 didactische werkvormen 61 Didactische werkvormen 70 Didactisch model projectonderwijs 89 digibord 140 digitale prentenboek 149 digitale tijdperk 147 directe-instructiemodel 66 doceren 71 Doelgericht begeleiden 98 dopamine 4

dyscalculie 175 Dyslexie 171 Edward de Bono 76 eerstelijnszorg 198 eetkring 124 effectieve school 26 eindtermen 42 Ervaringsgericht onderwijs 32 evaluatiekring 124 evaluatieportfolio 52 evalueren 49 gedragsproblemen 184 Gedragsproblemen 164 geleide activiteit 97 Gestructureerde didactiek 185 GIP-model 105 groepswerk 112 handelingsplan 167, 185, 197 hersenen 3 hersenstam 4 het nieuwe leren 194 Hoogbegaafdheid 192 houding 101 Howard Gardner 1, 8 ict 147 integreren 6 intern begeleider 181 internet 154 IQ 192 jaarstof-jaarklassensysteem 23 Jerome Bruner 14 jonge risicokinderen 175 Jonge risicokinderen 164 kastspelletjes 144 kernactiviteiten 96 kerndoelen 42 klassenmanagement 130 Klassenmanagement 132 kortetermijngeheugen 5

kring 124 kwalificatiestructuur 42 kwalitatieve evaluatie 50 kwantitatieve evaluatie 50 langetermijngeheugen 5 lateraal denken 76 Leerbevorderende factoren 6 leerlingvolgsysteem 51, 55, 181 leermethode 25, 135 leermethoden 135 leermogelijkheden 13 leerstijl 11 leerstofgericht onderwijs 26 leerstoornis 164 LeertheorieĂŤn 16, 18, 20 leerwegondersteunend onderwijs 197 Leren 3 Leren leren 15 lesformulier 84 Lesvaardigheden 101 lesvoorbereiding 83 lichaamstaal 101 mediawijsheid 152 multimedia 140 nieuwe leren 113 NLD 168 Nonverbal Learning Disabilities 168 objectief leren 17 onderwijsconcept 16, 20 onderwijs- en leermiddelen 135 onderwijsleergesprek 73 onderwijsleerpakket 136 onderwijsleersituatie 3 onthouden 6 Ontwikkeling 28 ontwikkelingsfase 14 ontwikkelingsgericht onderwijs 26, 28 Ontwikkelingsmateriaal 142 opdrachtvormen 73 organisatievorm 123

202


zoRgLEERLINgEN

pedagogische begeleiding 184 planningskring 124 portfolio 51 Positieve feedback 99 praktijkonderwijs 197 presentatieportfolio 52 proces evalueren 50 Proeve van bekwaamheid 51 programmagericht onderwijs 25 Projectonderwijs 88 Protocol Leesproblemen en Dyslexie 172 referentieniveaus 46 Reflectie 53 regels 133 regels en routines 131 regionale verwijzingscommissie 197 Rekenproblemen 175 responsief 100 resultaat evalueert 50 rituelen 133 Robert Marzano 83 RSI 155 Russische leerpsychologie 19

203

Samenwerken 109 samenwerkend leren 112 samenwerkingsverband 198 Samenwerkingsverbanden 181 Samenwerkingsvormen 109 Sociaal constructivisme 18 speelleerkring 124 speelwerktijd 95 spelvorm 74 Stappenplan 92 Stimulerende omgeving 9 structuur 132 studiehuis 115 Subjectief leren 18 thema 96 toepassen 6 toetsen 50 Veilig internetten 154 verhaal vertellen 72 Vertrouwen 100 vertrouwenspersoon 198 voordrachtvorm 71

Voorlezen 71 voortgezet speciaal onderwijs 197 Vragen stellen 102 Vygotski 19 Vygotsky 29 werkplekkenstructuur 115 werkportfolio 52 Wet op de Expertise Centra 196 zelfontdekkend leren 92 Zelfregulering 114 Zelfsturing 114 zes denkhoeden 76 zone van de naaste ontwikkeling 29 Zorg Advies Team 198 zorgcoรถrdinator 181, 198 zorgplan 181, 198 zorgstructuur 181 zorgteam 198 zorgverbreding 178 zwakke rekenaars 174


Didactiek in het onderwijs

Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject Welzijn.


Traject Welzijn Didactiek in het onderwijs