Issuu on Google+

12

hoofdstuk 1  |  subthema 1

Voordat ik weet wat ik zeggen moet, gaat de deur van de vrachtwagen open. De chauffeur springt uit de wagen, pakt er een asbak uit en loopt rustig naar de BMW. Hij klopt op het raam en maakt een draaiende beweging met zijn hand. Hij wil duidelijk dat de dikkop zijn raam opendoet. Dat doet de man meteen. Op dat moment steekt de vrachtwagenchauffeur de asbak naar binnen. Hij gooit de asbak leeg in de BMW. Zonder de dikke man aan te kijken draait hij zich om, klimt in zijn vrachtwagen en toetert naar de BMW dat hij moet gaan rijden. Het stoplicht is inmiddels groen geworden.

5 Doe de opdrachten bij Woorden op de computer.

i i i In de les Werken met woorden Het gebruik van het woordenboek

1 Bespreek samen de gebruiksaanwijzing van het Pocketwoordenboek NT2.

2 Lees en beantwoord de vragen. Ze gaan over de leestekst van opdracht 2, Een praatje maken. 1 In r. 30-31 staat: ‘Je kunt vervolgens je gesprekspartner een prettig gevoel geven door te gaan spiegelen.’ - Welke woordsoort is ‘spiegelen’ (r. 31)? Is het een adjectief, een substantief of een verbum?

- Als je goed naar de context kijkt, kun je de betekenis raden. Onderstreep het zinsdeel waarin de betekenis staat. Gebruik nog geen woordenboek. - Hoe heb je de betekenis gevonden?

- Kun je de betekenis niet in de context vinden? Gebruik dan het woordenboek en onderstreep daarna het zinsdeel in de tekst.

2 In r. 25-26 staat: ‘Maar dan heb je eerder kans dat je brokken maakt, dan dat je contact legt.’ - Welke woordsoort is ‘brokken’ (r. 25)?

13181_Code Plus NT2 Boek 4.indb 12

24-07-12 14:42


CODE Plus deel 4