Issuu on Google+

Elk deel bestaat uit een boek met opdrachten en een website met bijbehorend oefenmateriaal, audio’s en video’s. Je kunt overal met CODE Plus werken: thuis, op het taalinstituut of in het buitenland. Met een volgsysteem kun je de vorderingen gemakkelijk bijhouden. CODE Plus is ontwikkeld door ervaren docenten van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit in Amsterdam die zelf lesgeven aan hoogopgeleide NT2’ers. Hun deskundigheid staat garant voor kwaliteit. Met CODE Plus leg je de basis voor succesvolle participatie in Nederland. CODE Plus bestaat uit vier delen. Elk deel leidt tot een niveaustap in het Europees Referentiekader (ERK). • Deel 1: 0 tot A1 • Deel 2: van A1 tot A2 (niveau Inburgeringsexamen) • Deel 3: van A2 tot B1 (niveau Staatsexamen NT2 Programma 1) • Deel 4: van B1 tot B2 (niveau Staatsexamen NT2 Programma 2) De website vind je op www.codeplus.nl.

12763_OS_Code Plus NT2 Boek 3.indd 1

A2B1 | TAKENBOEK DEEL 3

CODE Plus is een methode voor hoogopgeleide anderstaligen die snel en efficiënt Nederlands willen leren. Met CODE Plus leer je Nederlands aan de hand van concrete taaltaken. Je kunt CODE Plus onder begeleiding van een docent of zelfstandig doorwerken. CODE Plus is geschikt voor zowel korte als lange cursussen.

TAKENBOEK DEEL 3 | A2B1 Basisleergang Nederlands voor anderstaligen

12-04-12 14:02


TAKENBOEK DEEL 3 | A2ďšşB1 Basisleergang Nederlands voor anderstaligen Universiteit van Amsterdam, Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT) Nicky Heijne Marten Hidma Karolien Kamma Vrije Universiteit Amsterdam, Afdeling Nederlands Tweede Taal Titia Boers Gerrie Gastelaars Hinke van Kampen Vita Olijhoek Carola van der Voort Eindredactie Vita Olijhoek

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 1

01-05-12 15:20


CODE Plus pakketoverzicht Titel

Titel

Deel 1 Takenboek Website bij het takenboek Docentendeel website Audio-cd Dvd Oefenschrift

Deel 3 Takenboek Website bij het takenboek Docentendeel website Audio-cd Dvd Oefenschrift

Deel 2 Takenboek Website bij het takenboek Docentendeel website Audio-cd Dvd Oefenschrift

Deel 4 Takenboek Website bij het takenboek Docentendeel website Audio-cd Dvd Oefenschrift

redactie: Marieke van Osch, Magenta tekst & redactie omslagontwerp: Imago Mediabuilders, Peter Beemsterboer ontwerp binnenwerk: Imago Mediabuilders, Henri van Santen ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Onderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16 ISBN 978 90 06 81437 8 Eerste druk, eerste oplage, 2012 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 2

01-05-12 15:20


Inhoud 4 Uitleg van de symbolen

thema 5 Hoofdstuk 1

Kijk eens om je heen!

Leefomgeving

29 Hoofdstuk 2

Hier woon ik

Wonen

57 Hoofdstuk 3

Wie ben ik?

Persoonlijke zaken

79 Hoofdstuk 4

Aan tafel!

Voeding

105 Hoofdstuk 5

Als haringen in een ton

Reizen

125 Hoofdstuk 6

Een gat in mijn hand

Kopen

153 Hoofdstuk 7

Jong en oud

Generaties

175 Hoofdstuk 8

Tijd voor jezelf

Vrije tijd

201 Hoofdstuk 9

Helemaal op de hoogte

Taal en media

225 Hoofdstuk 10 Au!

Gezondheid

247 Hoofdstuk 11 In topvorm

Sport

273 Hoofdstuk 12 Hebt u zelf nog vragen?

Werk en beroep

301 Hoofdstuk 13 Lachen is gezond

Humor

321 Hoofdstuk 14 Daar ben ik het niet mee eens!

Maatschappelijke verhoudingen en actualiteit

347 Antwoorden 378 Overzicht Grammatica en spelling 379 Overzicht Reflectiekaders per hoofdstuk 380 Woordenlijsten 405 Bronvermelding 408 Beeldverantwoording

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 3

01-05-12 15:20


Uitleg van de symbolen Deze opdracht maak je op de computer. Je gaat naar een tekst luisteren, een video of een illustratie bekijken, oefenen met nieuwe woorden of met routines. Je gaat naar de computer, www.codeplus.nl. Je kiest CODE Plus deel 3, je kiest een hoofdstuk en je kiest een taak. Bij sommige opdrachten hoort een werkblad. De werkbladen krijg je van je docent. Sommige opdrachten doe je niet in de klas, maar buiten het lokaal of buiten de school. Je moet dan bijvoorbeeld naar een winkel. Bij deze opdracht moet je iets zoeken op internet. Deze opdracht doe je met een andere cursist samen. Deze opdracht doe je met twee andere cursisten. Deze opdracht doe je met drie andere cursisten. Deze opdracht doe je met de hele groep. Je krijgt uitleg van je docent. Deze opdracht doe je met de hele groep. Je docent laat een luistertekst of liedje horen, of een video zien. Dit is een extra leesopdracht. Je leest een tekst en beantwoordt de vragen. Dit is een extra schrijfopdracht.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 4

01-05-12 15:20


5

HOOFDSTUK 1 | INTRODUCTIE

6

H OOFDSTUK 1 Kijk eens om je heen!

Dit hoofdstuk gaat over de omgeving waarin je leeft. Introductie Taak 1 Taak 2 Taak 3

6 De buurt waarin je woont beschrijven 7 DiscussiĂŤren over het hebben van huisdieren Een mening vormen over dieren-, natuur- en milieuorganisaties 16 Taak 4 Iets vertellen over een Nederlands landschap Slot 24 Verbindingen en idioom 25 Grammatica en spelling 26 Lezen en schrijven 27

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 5

11

19

01-05-12 15:20


6

HOOFDSTUK 1 | INTRODUCTIE

Introductie 1.1 Beschrijf je eigen omgeving en buurt. Met welke woorden kun je de omgeving en de buurt beschrijven waar je nu woont? En met welke woorden de omgeving en de buurt van je jeugd? Kies uit de onderstaande woorden en zet ze in de ‘woordspin’. druk - rustig - mooi - lelijk - schoon - vies - vlak - met bergen - stad - dorp veel groen - weinig groen - hoge huizen - lage huizen - brede straten smalle straten

omgeving en buurt jeugd

omgeving en buurt nu

1.2 Beschrijf de overeenkomsten en verschillen tussen je buurt van nu en je buurt van vroeger. Welke overeenkomsten en welke verschillen zie je tussen je buurt van nu en de buurt van je jeugd? Schrijf dit in een of twee zinnen op.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 6

01-05-12 15:20


7

T AAK 1 De buurt waarin je woont beschrijven    Voorbereiden 1 Kies één van de zinnen en maak de zin af. 1 Ik woon het liefst in een stad, want

2 Ik woon het liefst in een dorp of op het platteland, omdat

2 Lees de zinnen en de tekst. Zijn de zinnen waar of niet waar? 1 De man woont in een rustige straat in de stad. a waar b niet waar 2 In zijn straat staan een paar bomen. a waar b niet waar 3 De man vindt het prettig dat er veel buitenlanders in zijn buurt wonen. a waar b niet waar 4 Als de man wil uitgaan, moet hij naar het centrum van de stad. a waar b niet waar 5 De man vindt het fijn dat er veel verschillende kleine winkels in zijn buurt zijn. a waar b niet waar 6 De man zegt dat hij over een paar jaar wil verhuizen. a waar b niet waar

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 7

01-05-12 15:20


8

HOOFDSTUK 1 | TAAK 1

Mijn buurt en mijn straat Hier woon ik. Dit is mijn huis. Tenminste, het is geen eigen huis, maar een appartement in een groot gebouw. Ik ben er nog niet zo lang geleden komen wonen. Eerst deelde ik een huis met een paar vrienden; dit is het eerste huis voor mij alleen. Aan alle kanten wonen buren. Boven me, onder me en naast me. Het huis ligt midden in de stad aan een drukke straat met aan beide kanten winkels. Het is een vrij brede straat. De straat is niet echt mooi, maar ook niet echt lelijk. Jammer genoeg is nergens een beetje groen te zien. Nergens staat een boom. Wel heel veel afvalbakken, met het afval vaak ernaast. De buurt waar ik woon is wel oké. Er wonen mensen van heel verschillende nationaliteiten en dat vind ik wel leuk. En als ik even weg wil, hoef ik de buurt niet uit. In mijn eigen straat zijn een paar cafés en op het Hobbemaplein zit een grote bioscoop. Daar hebben ze altijd de nieuwste films. Wat ik ook erg prettig vind, zijn alle winkels. Je kunt bij ons in de buurt van alles krijgen: eten en drinken uit alle landen van de wereld, er is een winkel waar je sigaretten, kranten en tijdschriften kunt kopen en verder zit er een kleine supermarkt en een apotheek. Het enige waar ik echt een hekel aan heb, is al dat afval op straat. De gemeente probeert daar wel wat aan te doen, maar niets helpt. Als de mensen zelf niet willen … Al met al ben ik behoorlijk tevreden over de buurt waar ik woon. Als ik een gezin zou hebben, zou ik misschien wel naar een rustiger buurt met meer bomen willen verhuizen. Maar voor mij als alleenstaande is dit prima: alles bij de hand en dicht bij het centrum. De komende jaren blijf ik er lekker wonen. 3 Doe de opdrachten van Luisteren bij Voorbereiden op de computer. 4 Doe de opdrachten van Woorden bij Voorbereiden op de computer.

   Uitvoeren 5 In wat voor buurt en straat woon je zelf? Beantwoord de vragen. 1 Staat je huis in een dorp, een stad of buiten een dorp of een stad?

2 Staat je huis in een buurt met vooral Nederlanders of wonen er ook veel buitenlanders in je buurt?

3 Zijn er veel gebouwen met minder dan twee verdiepingen in je buurt of vooral gebouwen met meer dan twee verdiepingen?

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 8

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 1

9

4 Zijn er winkels dicht bij je huis? Zo ja, wat voor winkels?

5 Zijn er cafĂŠs, restaurants en bioscopen in je buurt?

6 Kunnen de kinderen goed buiten spelen?

7 Staan er veel bomen in je straat?

8 Wat vind je van je straat?

9 Wat vind je van je buurt?

6.1 Voer een gesprek over de buurten waar jullie wonen. Cursist A stelt de vragen van opdracht 5 aan cursist B. Cursist B gebruikt zijn antwoorden op de vragen om iets over zijn buurt te vertellen. Wissel van rol. 6.2 Vergelijk jullie buurten en jullie mening daarover. 7 Voer een gesprek. Vul het schema in. Praat met elkaar over jullie leefomgeving. Maak samen een lijstje van positieve en negatieve punten en vul het schema in. Kijk naar het voorbeeld.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 9

01-05-12 15:20


10

HOOFDSTUK 1 | TAAK 1

positief

negatief

veel groen

weinig winkels

   Afronden 8 Schrijf over je eigen leefomgeving. Een vriend van je komt binnenkort een paar dagen naar jouw stad en wil in een hotel gaan slapen. Je vindt het leuker als hij bij jou komt logeren. Schrijf hem een brief van 125-150 woorden. Geef informatie over hoe je woont en over de buurt waar je huis staat. Gebruik de resultaten van opdracht 5, 6 en 7.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 10

01-05-12 15:20


11

T AAK 2 Discussiëren over het hebben van huisdieren    Voorbereiden 1 Beantwoord de vragen. 1 Zoek het woord ‘huisdier’ op in het woordenboek. Aan welke positieve en negatieve dingen denk je bij dit woord? Schrijf op. positief

negatief

2 Hebben mensen in jouw land huisdieren? Welke dieren hebben ze?

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 11

01-05-12 15:20


12

HOOFDSTUK 1 | TAAK 2

2 Lees de tekst, bekijk de illustratie en beantwoord de vragen. Ruim de helft van de Nederlandse huishoudens heeft één of meer huisdieren. Vooral gezinnen met kinderen hebben vaak huisdieren. In bijna 40 procent van alle huishoudens is een kat of hond aanwezig. 1 Hoeveel huishoudens in Nederland hebben geen huisdier? a meer dan 50% b minder dan 50% 2 Waar of niet waar? Er zijn meer honden dan katten in Nederland. a waar b niet waar

2,9 mln aquariumvissen

2,6 mln zangen siervogels

0,1 mln reptielen en amfibieën 0,2 mln paarden en pony’s 0,4 mln knaagdieren 0,6 mln konijnen 1,0 mln postduiven 2,7 mln katten 2,0 mln vijvervissen

1,8 mln honden

3 Lees de vragen en de tekst. Beantwoord de vragen. 1 In de tekst wordt een aantal redenen genoemd om een huisdier te nemen. Schrijf er drie op.

2 Welke hiervan vind jij een goede reden?

3 Op welke dingen moet je volgens de tekst letten als je een huisdier neemt?

4 Wat vind jij belangrijk als je een huisdier neemt?

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 12

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 2

13

Waarom nemen mensen eigenlijk een huisdier? Waarom nemen mensen eigenlijk een huisdier? Een huisdier wordt door de meeste mensen gewoon gezellig gevonden. Veel dieren zijn lekker zacht; je kunt met ze knuffelen en met ze spelen. Vooral kinderen vinden dat belangrijk. Voor andere mensen geldt dat ze het prettig vinden om voor een dier te zorgen of dat ze het leuker vinden om met een hond te wandelen dan alleen. Een hond is voor veel mensen een trouwe vriend. Maar als mensen besluiten een huisdier te nemen, dan moeten ze in staat zijn er goed voor te zorgen en ze moeten dat ook willen. Ze moeten niet de hele dag van huis zijn. Een hond bijvoorbeeld moet op z’n minst een paar keer per dag naar buiten, ook als het regent … Ook moet je rekening houden met het huis en de buurt waar je woont en het geld dat het kost om ze te verzorgen en eten te geven en niet te vergeten: de tijd. Welke huisdieren worden er gehouden? Vroeger had je een hond of een kat, misschien een vogel of een konijn in de tuin. Maar dat is verleden tijd. Tegenwoordig hebben mensen allerlei vreemde dieren als huisdier. Je houdt het niet voor mogelijk welke dieren ze hebben! Schildpadden worden al heel gewoon gevonden, maar in sommige huizen kruipen zelfs slangen en alligators rond. Veel mensen vinden het interessant om een bijzonder dier te hebben. Ze vergeten gewoon dat deze dieren helemaal niet in ons land passen en al helemaal niet in een kooi. 4 Doe de opdrachten van Luisteren bij Voorbereiden op de computer. 5 Doe de opdrachten van Woorden bij Voorbereiden op de computer.

   Uitvoeren 6.1 Zijn ze wel of niet geschikt als huisdier? Kruis aan. Welke dieren zijn volgens jou geschikt als huisdier en welke niet? Je kunt zelf nog andere dieren noemen. geschikt als huisdier

niet geschikt als huisdier

schildpad kat hond vogel konijn goudvis slang

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 13

01-05-12 15:20


14

HOOFDSTUK 1 | TAAK 2

6.2 Voer een gesprek over het hebben van huisdieren. Praat samen over het ingevulde schema van opdracht 6.1. Leg ook uit waarom je een dier wel of niet geschikt vindt als huisdier. 7.1 Ben je het eens of niet eens met de onderstaande stellingen? Kruis aan. mee eens

niet mee eens

    

    









1 2 3 4 5 6

Een huisdier is gezellig. Een huisdier is vies. Een huisdier helpt tegen de eenzaamheid. Een kat moet naar buiten kunnen. Mijn hond/kat mag bij mij op bed slapen. Een huisdier is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. 7 Een vogel hoort niet in een kooi en een vis hoort niet in een aquarium. 7.2 Discussieer met elkaar over de stellingen van 7.1.

   Afronden 8 Doe de opdrachten van Luisteren bij Afronden op de computer.

Reflectie Preposities Preposities hebben vaak verschillende betekenissen: De bloemen staan op de tafel. Op 18 mei is Monique jarig. Dat landschap lijkt op de omgeving van mijn jeugd. De hond ligt onder de tafel. Onder het eten kijken ze vaak televisie. De slaapkamer is boven. Jongeren boven de 16 jaar mogen alcohol kopen. Hans en Anneke wonen naast mij op nummer 10. Naast onze woning in de stad hebben we ook een huisje buiten in het bos.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 14

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 2

15

Ik ga met Maaike naar de ďŹ lm vanavond. Je moet rekening houden met het huis waar je woont. Er zit meestal geen logisch systeem in het gebruik van preposities. Je moet ze uit je hoofd leren in combinatie met het substantief of het verbum waar ze bij horen. 1 Beantwoord de vragen. 1 Gebruik je in jouw taal ook preposities?

2 Gebruik je ze ook in combinatie met bijvoorbeeld een substantief of een verbum?

2 Vergelijk je antwoorden met twee medecursisten. 3 Bespreek de resultaten van opdracht 1 en 2.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 15

01-05-12 15:20


16

T AAK 3 Een mening vormen over dieren-, natuur- en milieuorganisaties    Voorbereiden 1 Lees de citaten. Ben je het ermee eens? 1 ‘Ik vind zorg voor het milieu een luxe. In arme landen hebben ze helemaal geen tijd om na te denken over het scheiden van afval. En aan recycling doen ze toch al; alles waar je nog wat mee kunt doen, wordt gewoon opnieuw gebruikt!’ a eens b oneens c geen mening 2 ‘Het beschermen van de natuur en het milieu moet de hoogste prioriteit hebben. Het is onze taak om te zorgen voor de aarde. Als we zo doorgaan, blijft er niets over voor onze kinderen en de kinderen van onze kinderen.’ a eens b oneens c geen mening 3 ‘De overheid moet regels stellen aan de manier waarop mensen met dieren omgaan en controleren of mensen zich daaraan houden. Dit geldt zowel voor productiedieren (koeien, varkens, kippen) als voor huisdieren.’ a eens b oneens c geen mening

2 Lees de vragen en de tekst. Beantwoord de vragen. Cursist A leest de tekst op werkblad A, cursist B leest de tekst op werkblad B, cursist C leest de tekst op werkblad C. 3 Doe de opdrachten van Woorden bij Voorbereiden op de computer.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 16

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 3

17

   Uitvoeren 4.1 Presenteer de organisatie waar je in opdracht 2 over hebt gelezen. Cursist A vertelt iets over Vereniging Natuurmonumenten, cursist B iets over de Dierenbescherming en cursist C iets over Greenpeace. De andere twee cursisten stellen vragen als ze meer willen weten. 4.2 Van welke organisatie zou je lid willen worden en van welke niet? Voer een gesprek. 5 Waarom wil je van die organisatie lid worden? Voer een gesprek. Alle cursisten lopen rond. Vraag aan een andere cursist welke organisatie hij heeft gekozen. Vraag ook waarom. Vertel zelf ook welke organisatie je hebt gekozen en waarom. Voer zo’n gesprek met nog twee andere cursisten.

   Afronden 6 Tel hoeveel mensen er voor elke organisatie hebben gekozen. Waarom? Wat waren de belangrijkste argumenten om voor een organisatie te kiezen? Vul met de groep het schema in. aantal keren gekozen

twee belangrijke argumenten

Natuurmonumenten

Dierenbescherming

Greenpeace

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 17

01-05-12 15:20


18

HOOFDSTUK 1 | TAAK 3

7 Wat wil je nog meer weten over deze organisaties? Formuleer per organisatie twee vragen en zoek de informatie op de website van deze organisatie. Natuurmonumenten

Dierenbescherming

Greenpeace

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 18

01-05-12 15:20


19

T AAK 4 Iets vertellen over een Nederlands landschap    Voorbereiden 1 Lees de tekst en doe de opdracht. Abdelrahman Ahmed uit Soedan vertelt hoe hij de natuur in Nederland ziet. Ben je het met hem eens? Schrijf in een paar zinnen je reactie op.

Alle natuur is cultuur ‘Ik verbaas me steeds weer over het Nederlandse landschap. Op dit kleine stukje aarde zie ik zo veel verschillen! Dat komt door de natuur, maar vooral ook door de mens. In Nederland wordt elk klein stukje grond dat beschikbaar is, systematisch gebruikt. Zelfs wat hier natuur genoemd wordt, wordt nog verzorgd. Alle natuur in Nederland is cultuur. Jullie natuur wordt beheerd door de boeren. Bossen zijn een vorm van landbouw. De Nederlanders houden zo veel van hun grond dat in dorpen en steden ook elk klein stukje grond in gebruik is als mooi verzorgde tuin. De mensen hier geven ook veel geld uit aan hun eigen stukje grond. Daaraan kun je zien dat iedere Nederlander in zijn hart een boer is. In Soedan is dat anders. Daar wordt alleen geboerd om er wat aan te verdienen. Lukt dat niet, dan gaat men weg om iets anders te doen.’ 2 Doe de opdrachten van Luisteren bij Voorbereiden op de computer.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 19

01-05-12 15:20


20

HOOFDSTUK 1 | TAAK 4

3 Kijk naar de illustraties en lees de teksten. Wat hoort bij elkaar? Zet de goede letter bij de foto.

1

2

3

4

5 a ‘Dit is het strand bij Castricum. Dit is een plek waar de elementen nog de baas zijn. En waar vind je luchten met zo’n kleur blauw? Daarom is dit mijn favoriete landschap.’ b ‘Mijn favoriete landschap is een heidelandschap. Die stilte en de rust; hier vergeet je alle stress.’

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 20

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 4

21

c ‘Ik houd niet zo van de natuur. Daar word ik altijd onrustig van. Geef mij maar de stad met al die lichtjes. Dit is Rotterdam. Die huizen en kantoren aan de Maas, dat is allemaal nieuwbouw. Dat maakt Rotterdam voor mij zo bijzonder.’ d ‘Het lijkt zo gewoon, zo Hollands, maar dit vind ik nou mooi. Dat vlakke met hier en daar een rij bomen, dat vind ik veel mooier dan een heuvellandschap. Hier is het landschap open en daar houd ik van.’ e ‘Prachtig hè, die Maas met dit licht. Al die kleuren en al het water dat langzaam voorbij stroomt, boten die voorbijvaren.’ 4 Zoek een illustratie. Zoek een illustratie van een landschap in Nederland dat je heel mooi vindt. Je kunt kijken op internet (bijvoorbeeld via het trefwoord ‘Hollands landschap’ of via www.landschappen.nl) en de illustratie dan printen. Je kunt ook een boek nemen met een mooie illustratie erin of een foto of een ansichtkaart. Neem de illustratie mee naar de les. Bedenk wat je over de illustratie kunt vertellen. 5 Doe de opdrachten van Woorden bij Voorbereiden op de computer.

   Uitvoeren

6.1 Lees de vragen en kijk nog een keer naar de video. Beantwoord de vragen. Noteer kort je antwoorden. 1 In welke tijd van het jaar is de video gemaakt?

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 21

01-05-12 15:20


22

HOOFDSTUK 1 | TAAK 4

2 Je ziet in het begin van de video een bordje ‘stiltegebied’. Wat betekent dat?

3 In welk deel van Nederland is de man? Waarom denk je dat?

4 De man heeft het over ‘de berg’. Weet je wat het hoogste punt is van Nederland? En wat het laagste?

5 Beschrijf het landschap waarin de man loopt.

6 De man vertelt waarom hij dit landschap zo mooi vindt. Vertel dit na in twee zinnen.

6.2 Bespreek samen de antwoorden. 7 Voer een gesprek over de illustraties die jullie bij opdracht 4 hebben gekozen. Vertel elkaar waar het landschap is dat je hebt gekozen en waarom je dit landschap zo mooi vindt. 8 Schrijf een stukje voor de krant van ongeveer 50 woorden over het Nederlandse landschap. Een krant gaat een themanummer maken over ‘het Nederlandse landschap’. Ze vinden het leuk als buitenlanders hun kijk op dat landschap geven. Ze willen graag dat jij een stukje over jouw favoriete landschap schrijft. Denk aan wat je verteld hebt bij opdracht 7.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 22

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | TAAK 4

23

   Afronden 9 Maak een overzicht van de landschappen die jullie hebben gekozen.

Cultuur De watersnoodramp van 1953 Een groot deel van Nederland ligt onder zeeniveau. Daarom wordt het land beschermd door dijken en duinen. Zonder deze dijken en duinen zou bijvoorbeeld de stad Utrecht aan zee liggen. Maar in 1953 ging het fout. In de nacht van 31 januari op 1 februari braken de dijken. Grote delen van Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden kwamen onder water te staan. Hele dorpen verdwenen onder water. Ruim 1800 mensen en bijna 200.000 dieren verdronken. 70.000 mensen konden niet meer in hun huizen blijven. Deze gebeurtenis staat bekend als de watersnoodramp. Na deze ramp werden er dammen gebouwd om de veiligheid in het gebied te verhogen. Eerst wilde men ook een dam bouwen in de Oosterschelde; het unieke zoutwatermilieu zou dan verdwijnen. Er kwamen protesten van vissers en van natuur- en milieuorganisaties. Ten slotte nam men het besluit om een alternatief te bouwen: de dam in de Oosterschelde wordt alleen gesloten als het niveau van het water extreem hoog is. Lees de vragen en voer een gesprek. 1 2 3

Zijn er in jouw land wel eens overstromingen? Verandert men in jouw land het landschap om de mensen te beschermen tegen de natuur? Is er in jouw land wel eens een ramp gebeurd?

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 23

01-05-12 15:20


24

HOOFDSTUK 1 | SLOT

Slot 1 Lees de tekst en de opdracht. Doe de opdracht.

Zorg voor de natuur en het milieu Veel Nederlanders zijn zich ervan bewust dat het belangrijk is om goed te zorgen voor de natuur en het milieu. Nederland is klein en er leven zo veel mensen op dit kleine stukje van de aarde dat Nederlanders bijna niet anders kunnen. De overheid stimuleert maatregelen om de natuur en het milieu te beschermen. Zo wordt er onderzoek gedaan naar het gebruik van windenergie en zijn er wetten waarin regels voor het omgaan met de natuur en het milieu zijn vastgelegd. Ook het verminderen van het energieverbruik is al lange tijd een belangrijk doel van de regering. Thuis en in de eigen omgeving proberen veel Nederlanders milieubewust te leven. Dat kun je zien aan kleine dingen, zoals het apart houden van verschillende soorten afval: papier, glas, plastic. Afval van groente en fruit en afval uit de tuin worden vaak apart gehouden van het andere afval. Hierdoor kan het materiaal makkelijker opnieuw gebruikt worden. Ook zie je bijvoorbeeld dat veel Nederlanders de fiets gebruiken voor korte afstanden, bijvoorbeeld tussen huis en school. Maar opvallend is wel dat het autogebruik blijft toenemen en dat veel Nederlanders het geen probleem vinden om met het vliegtuig op vakantie te gaan. Toch is vliegen, van alle manieren van reizen, het slechtst voor het milieu! Je zou kunnen zeggen dat veel Nederlanders wel milieubewust zijn, maar dat ze dat af en toe even vergeten … Denk je dat deze maatregelen helpen om een beter milieu te krijgen? Kruis aan. Ja, zeker!

Een beetje.

Ik weet het niet.

Nee, ik denk van niet.

1 Windmolens om elektriciteit te maken. 2 Minder plastic tasjes gebruiken. 3 Oud papier apart houden van het andere afval. 4 De fiets gebruiken in plaats van de auto. 5 Lampen kopen die minder energie gebruiken. 6 Het licht uitdoen als je een kamer uitgaat. 7 De kraan pas opendraaien als je klaar bent met tandenpoetsen.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 24

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | VERBINDINGEN EN IDIOOM

25

2 Vergelijk je antwoorden met twee medecursisten. Bespreek samen de antwoorden en vertel hoe jij voor het milieu zorgt. Vertel ook wat er in jouw land gedaan wordt om het milieu te verbeteren. 3 Bespreek samen de antwoorden. Praat ook over overeenkomsten en verschillen tussen de zorg voor het milieu in Nederland en in je eigen land.

Verbindingen en idioom Dit zijn de verbindingen en het idioom van hoofdstuk 1. Oefeningen met verbindingen staan op www.codeplus.nl, deel 3, hoofdstuk 1, Oefenen, Verbindingen.

Verbindingen -

actie voeren tegen/voor beslissingen nemen over delen met herinneringen hebben aan lid worden van opkomen voor rekening houden met schade toebrengen aan zorgen voor

Idioom -

dat is verleden tijd er gloeiend bij zijn geen sprake van hoe kom je daar nou bij? ieder dubbeltje omdraaien iets (niet) voor mogelijk houden iets uit je hoofd zetten ik moet er niet aan denken

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 25

01-05-12 15:20


26

HOOFDSTUK 1 | GRAMMATICA EN SPELLING

Grammatica en spelling Dit is de theorie bij Grammatica en spelling. De oefeningen staan op www.codeplus.nl, deel 3, hoofdstuk 1, Oefenen, Grammatica en spelling. Taak 1

‘Want’ en ‘omdat’ 1 2 3

De conjunctie

Ik woon het liefst in een dorp, want ik houd van rust. Ik woon het liefst in een dorp, omdat ik van rust houd. Omdat ik van rust houd, woon ik het liefst in een dorp.

Want en omdat hebben dezelfde betekenis. Maar: Na want volgt een hoofdzin. De persoonsvorm staat op de tweede plaats (zin 1). Na omdat volgt een bijzin. De persoonsvorm staat aan het eind van de zin (zin 2). Een bijzin kan voor de hoofdzin staan. De persoonsvorm van de hoofdzin staat direct na de bijzin (zin 3). Let op: Het antwoord op een waarom-vraag begint altijd met omdat: Waarom woon je het liefst in een dorp? Omdat ik van rust houd.

‘Er’: plaats

Er

Ik woonde in de Rijndijkstraat. De eerste huizen zijn er rond 1889 gebouwd. We woonden in een arbeidersstraat. De sfeer was er anders dan in de Kanaalstraat. Mijn huis is een appartement in een groot gebouw. Ik ben er nog niet zo lang geleden komen wonen. Voor mij is deze buurt prima. Ik blijf er voorlopig lekker wonen. Aan het begin van een zin gebruik je daar: Daar was de sfeer anders dan in de Kanaalstraat.

Taak 2

De bijzin

De zin

hoofdzin 1 Mama zegt 2 Ik snap niet 3 Ik weet niet

bijzin dat ze ratten niet lief vindt. waarom mensen een rat als huisdier nemen. waar ik een rat kan kopen.

begin hoofdzin 4 Mensen

bijzin die eenzaam zijn,

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 26

rest hoofdzin nemen vaak een huisdier.

01-05-12 15:20


HOOFDSTUK 1 | LEZEN EN SCHRIJVEN

27

In de bijzin staat de persoonsvorm aan het eind van de bijzin. Een bijzin kan beginnen met: - een conjunctie (zin 1) - een vraagwoord (zin 2 en 3) - een relatief pronomen (zin 4)

Lezen en schrijven 1 Lees de tekst.

Steeds dikkere vrienden De hond snoept te veel, de kat blijft binnen op de flat. Het gevolg: 30 tot 50 procent van de Nederlandse honden en katten is te zwaar en dat is ongezond. Huisdieren nemen de leefstijl van hun baasjes over. Uit onderzoek blijkt dat honden steeds dikker worden naarmate ze langer bij een eigenaar met overgewicht wonen. Als wij op de bank zitten met een zak chips of een blokje kaas, geven we het dier ook wat lekkers, maar die tussendoortjes bevatten veel calorieën en zijn onnodig. Bovendien krijgen veel dieren niet voldoende beweging. Ieder jaar worden er afslankwedstrijden voor dieren georganiseerd. Te dikke dieren moeten op dieet onder begeleiding van een dierenarts. Youp, een labrador uit Odijk, werd door zijn eigenaar naar de dierenarts gebracht toen hij 46 kilo woog en ziek was. Hij moest meteen op dieet. ‘Het was wel afzien voor Youp, hoor’, zegt zijn baasje. ‘Ik had hem al die tijd veel te veel brokken gegeven. Wist ik veel. Ik was afgegaan op wat er op de verpakking van het voedsel stond. Ik had er niet bij stilgestaan dat hij al lang te zwaar was.’ Youp is 14 kilo afgevallen, snurkt niet meer en rent en springt weer als hij buiten is. Ook kan hij weer gewoon plassen. Door zijn overgewicht moest hij bij het plassen gaan zitten. Poes Cliff is ook enorm opgeknapt nadat hij 3,7 kilo was afgevallen. Hij woog 10 kilo. Dat kun je vergelijken met een gewicht van 180 kilo bij de mens. Het viel niet mee om de kat aan het bewegen te krijgen. Zijn baasje kocht bij de dierenwinkel een balletje met gaten erin. Die gaten vulde ze met brokjes en daar wilde de kat wel achteraan rennen. 2 Beantwoord de brief en geef advies. Je buurjongen van vroeger heeft een heel lieve hond die Kinky heet. Je krijgt een brief van hem waarin hij vertelt dat het niet goed gaat met zijn hond. Kinky is ziek, loopt slecht en is zo dik dat hij bijna niet meer in de auto past. Schrijf een antwoord. Geef advies over een gezonde leefstijl voor Kinky. Begin je brief met een aanhef en eindig met een groet en je naam.

Boek_BW_Code Plus NT2 Boek 3.indb 27

01-05-12 15:20


Elk deel bestaat uit een boek met opdrachten en een website met bijbehorend oefenmateriaal, audio’s en video’s. Je kunt overal met CODE Plus werken: thuis, op het taalinstituut of in het buitenland. Met een volgsysteem kun je de vorderingen gemakkelijk bijhouden. CODE Plus is ontwikkeld door ervaren docenten van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit in Amsterdam die zelf lesgeven aan hoogopgeleide NT2’ers. Hun deskundigheid staat garant voor kwaliteit. Met CODE Plus leg je de basis voor succesvolle participatie in Nederland. CODE Plus bestaat uit vier delen. Elk deel leidt tot een niveaustap in het Europees Referentiekader (ERK). • Deel 1: 0 tot A1 • Deel 2: van A1 tot A2 (niveau Inburgeringsexamen) • Deel 3: van A2 tot B1 (niveau Staatsexamen NT2 Programma 1) • Deel 4: van B1 tot B2 (niveau Staatsexamen NT2 Programma 2) De website vind je op www.codeplus.nl.

12763_OS_Code Plus NT2 Boek 3.indd 1

A2B1 | TAKENBOEK DEEL 3

CODE Plus is een methode voor hoogopgeleide anderstaligen die snel en efficiënt Nederlands willen leren. Met CODE Plus leer je Nederlands aan de hand van concrete taaltaken. Je kunt CODE Plus onder begeleiding van een docent of zelfstandig doorwerken. CODE Plus is geschikt voor zowel korte als lange cursussen.

TAKENBOEK DEEL 3 | A2B1 Basisleergang Nederlands voor anderstaligen

12-04-12 14:02


CODE Plus deel 3