Page 1

LEERWERKBOEK NIVEAU 4

Fiscale kennis 2019-2020

BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Fiscale kennis 2019-2020 maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen (FAB) voor niveau 3 en 4.

Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld. Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’. Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken en (leer)werkboeken, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. Het leerwerkboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel, theorie, geeft een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. In het tweede deel gaat de student aan de slag. Na oriënterende vragen en kennisvragen krijgt de student met routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken. BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1)

Fiscale kennis 2019-2020 LEERWERKBOEK

Het leerwerkboek Fiscale kennis biedt de bedrijfsadministrateur en de junior assistent-accountant de kennis en wettelijke richtlijnen rond aangifte omzetbelasting, aangifte inkomstenbelasting en loonaangifte. Verder wordt de nodige kennis aangeboden voor de heffing van vennootschapsbelasting en speciaal voor de JAA: de heffing inkomstenbelasting voor ondernemers in het kleinbedrijf. Het leerwerkboek wordt jaarlijks aangepast aan de actuele belastingwetgeving. Uitgangspunten van deze uitgave zijn de belastingwetten in het belastingjaar 2019.

financiele beroepen

THEO VAN DE VEERDONK PIETER MIJNSTER

22478_LWB_FisKennis-2015_210x297mm.indd Alle pagina's

13-03-19 16:27


Proefexemplaar Fiscale kennis Leerwerkboek

Theo van de Veerdonk Pieter Mijnster


Inhoudsopgave 1 Aangifte omzetbelasting Inleiding

1.1 Btw, omzetbelasting en omzetbelastingplichtig 1.2 Tarieven voor de omzetbelasting 1.3 Het belang van een foutloze factuur voor de aangifte omzetbelasting 1.4 Maatstaf voor de heffing van omzetbelasting 1.5 Het aangifteformulier voor de omzetbelasting 1.6 Suppletie aangifte omzetbelasting 1.7 Btw en de auto van de zaak 1.8 Bijzondere regelingen 1.9 Het grootboek en de omzetbelasting Begrippenlijst Checklist Aan de slag met ‘Aangifte omzetbelasting’ Oriëntatie en kennis Routine Praktijk Integrale casus Test je kennis en inzicht Reflecteer op je werkzaamheden

2 Aangifte loonheffingen Inleiding

2.1 Administratieve verplichtingen ten aanzien van de loonheffingen 2.2 De structuur van de loonheffing en loonberekening 2.3 Bijzondere verloning: de werkkostenregeling 2.4 Loonadministratie precisiewerk Begrippenlijst Checklist Aan de slag met ‘Aangifte loonheffingen’ Oriëntatie en kennis Routine Praktijk Integrale casus Test je kennis en inzicht Reflecteer op je werkzaamheden


3 Aangifte inkomstenbelasting Inleiding

3.1 Wet inkomensbelasting 2001 3.2 Fiscaal partnerschap 3.3 Box 1: inkomen uit werk en woning 3.4 Box 2: aanmerkelijk belang 3.5 Box 3: inkomen uit sparen en beleggen 3.6 Persoonsgebonden kosten 3.7 Heffingskortingen 3.8 Winst uit onderneming Begrippenlijst Checklist

Aan de slag met ‘Aangifte inkomstenbelasting’ Oriëntatie en kennis Routine Praktijk Integrale casus Test je kennis en inzicht Reflecteer op je werkzaamheden

4 Aangifte vennootschapsbelasting Inleiding

4.1 Wet op de vennootschapsbelasting 4.2 Grondslag voor de vennootschapsbelasting 4.3 Het tarief en belastbare bedrag 4.4 Verliesverrekening met winsten uit het verleden en de toekomst 4.5 Fiscale kenmerken inkomstenbelasting versus vennootschapsbelasting Begrippenlijst Checklist Aan de slag met ‘Aangifte vennootschapsbelasting’ Oriëntatie en kennis Routine Praktijk Integrale casus Test je kennis en inzicht Reflecteer op je werkzaamheden

Eindantwoorden Register 89


â—† 1 Aangifte omzetbelasting


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Inleiding De Wet aangifte omzetbelasting geeft aan hoe je als belastingplichtige moet omgaan met het aangeven van de verschuldigde btw. De wet maakt duidelijk welke eisen er gelden voor de aangifte, maar ook voor de facturen waarop de te betalen btw wordt vermeld. Er zijn verschillende soorten leveringen van goederen en/of diensten. In het schema zie je welke in dit hoofdstuk aan bod komen. Elke levering heeft een maatstaf voor het berekenen van de omzetbelasting die de Belastingdienst heft. Hiervoor worden verschillende tarieven gehanteerd. In de wet zijn tabellen opgenomen waarin staat vermeld onder welk tarief bepaalde goederen of diensten vallen. Er zijn ook goederen en diensten vrijgesteld van btw. Wat dat inhoudt, leer je in dit hoofdstuk. Zoals alle wetten kent ook de Wet aangifte omzetbelasting bijzondere regelingen en uitzonderingen. Zo kun je onder andere te maken krijgen met de KOR en de verleggingsregeling. Uiteindelijk moet je als ondernemer het aangifteformulier omzetbelasting regelmatig invullen en opsturen naar de Belastingdienst. Dit dient elektronisch te gebeuren en, heel belangrijk, ook op tijd. Leuker kan de Belastingdienst het de ondernemers niet maken, mogelijk nog wel makkelijker. De uitdaging Vul voor de afgelopen periode de aangifte omzetbelasting in en houd daarbij rekening met het privĂŠgebruik van de zakelijke auto, leveringen in het binnenland, intracommunautaire leveringen en verwervingen en de verlegde btw. Corrigeer de aangifte omzetbelasting in verband met oninbare vorderingen die al zijn betaald. Dit is een lastige klus. Neem dit hoofdstuk aandachtig door, dan pas blijkt dat je begrijpt wat van je wordt gevraagd.

â—† 8


INLEIDING

De leerstof van het hoofdstuk Aangifte omzetbelasting bevat veel voorbeelden. Volg deze voorbeelden steeds aandachtig en maak eventueel aantekeningen zodat de leerstof beter blijft hangen.

â—† 9


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

1.1

Btw, omzetbelasting en omzetbelastingplichtig

Indirecte belasting De btw is een indirecte belasting. Dat betekent dat niet de gebruiker de belasting afdraagt, maar dat anderen die afdragen, de belastingplichtigen. Als je in een winkel een mobieltje koopt, betaal jij wel de btw, maar de winkelier is de belastingplichtige. Hij moet de Belastingdienst ontvangen btw aan de Belastingdienst afdragen.

Verbruiksbelasting De btw is ook een verbruiksbelasting, wat inhoudt dat het doel van de btw het belasten van het verbruik van goederen en of diensten is. Neem als voorbeeld het mobieltje dat je net hebt gekocht. Het is jouw doel om die telefoon te gebruiken (verbruiken). Het mobieltje is een goed, dus het wordt belast. Zowel in de praktijk als in de theorie worden de twee begrippen omzetbelasting en btw gebruikt. Je kunt beide begrippen gebruiken, maar wettelijk spreek je van omzetbelasting. belasting over Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde. Dat betekent dat iedere ondernemer de toegevoegde alleen over de toegevoegde waarde per saldo afdracht doet van de btw. Voorbeeld 1 waarde verheldert dit. btw

◆ Voorbeeld 1 Gegeven Een bedrijfskolom bestaat uit drie ondernemers: een agrariër, een fabrikant en een snackbarhouder. Om het voorbeeld eenvoudig te houden koopt de agrariër niets in. Hij verkoopt geoogste aardappelen aan de fabriek voor € 100 exclusief btw. Aardappelen vallen onder het 9%-tarief, dus de fabrikant moet € 109 betalen. De fabrikant wast, schilt en snijdt de aardappelen tot frites en hij verkoopt de partij voor € 200 exclusief btw aan de snackbarhouder. De snackbarhouder krijgt een rekening inclusief btw van € 218 van de fabrikant. De snackbarhouder verkoopt de partij frites aan vele consumenten die in totaal € 400 exclusief btw betalen. 9% van € 400 is € 36 btw.

► De consument betaalt uiteindelijk de btw, de ondernemer draagt de btw af

◆ 10


1.1 Btw, omzetbelasting en omzetbelastingplichtig

Gevraagd Hoeveel omzetbelasting draagt iedere ondernemer af aan de Belastingdienst? Uitwerking

Agrariër

Omzet

Omzetbelasting

Verkoop

100

9

Inkoop

0

0

Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst

9

Fabriek

Omzet

Omzetbelasting

Verkoop

200

18

Inkoop

100

9

Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst

9

Snackbarhouder

Omzet

Omzetbelasting

Verkoop

400

36

Inkoop

200

18

18

Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst

In totaal ontvangt de Belastingdienst van de verschillende ondernemers: • Agrariër € 9 • Fabrikant € 9 • Snackbarhouder € 18 Totaal € 36 De toegevoegde waarde per ondernemer is het verschil tussen de verkoop en de inkoop. Het btw-tarief, in dit geval 9%, vermenigvuldigd met de toegevoegde waarde, is gelijk aan het per saldo af te dragen verschuldigde bedrag aan de Belastingdienst.

Ondernemer

Verkoop

Inkoop

Toegevoegde waarde

9% btwafdracht

Agrariër

100

0

100

9

Fabriek

200

100

100

9

Snackbarhouder

400

200

200

18

Alles wat een onderneming doet met betrekking tot de btw moet worden verantwoord op het aangifteformulier omzetbelasting.

◆ 11


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Omzetbelastingplichtig Iedere ondernemer is omzetbelastingplichtig. Ondernemers treden als het ware op als ‘belastingkantoortjes’ voor de Belastingdienst. Iedere ondernemer moet omzetbelasting heffen over zijn leveringen en diensten en hij mag daarop zijn voorbelasting in mindering brengen. De ondernemer draagt het verschil tussen de ontvangen btw bij levering en de betaalde btw bij aankoop af aan de Belastingdienst. Kijk eens naar de Wet op de omzetbelasting op wetten.overheid.nl. Zoek op ‘omzetbelasting 1968’.

Kernbegrippen van de belastingplichtige ondernemer ondernemer

Drie kernbegrippen zijn belangrijk om voor de omzetbelasting als ondernemer te worden aangemerkt (artikel 7 Wet op de omzetbelasting). Het gaat om (1) iedereen die zelfstandig een (2) bedrijf of beroep (3) uitoefent. Ad 1 Iedereen Met iedereen worden alle natuurlijke personen en rechtspersonen bedoeld. Denk bij natuurlijke personen aan ondernemers met een eenmanszaak, een maatschap of een vennootschap onder firma (vof). Bij rechtspersonen moet je denken aan een bv, nv, vereniging, coöperatie of stichting. Maar ook particulieren kunnen belastingplichtig zijn. Iedereen moet je hier ruim interpreteren; er is geen uren-eis zoals bij de inkomstenbelasting. Zelfs de overheid als publiekrechtelijk persoon kan aan dit kernbegrip voldoen. Denk bijvoorbeeld aan fietsenstallingen, zwembaden en werkvoorzieningsactiviteiten (instellingen die volgens de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) door de overheid zijn opgezet om mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt dichter bij betaalde arbeid te brengen). De overheid heeft ook veel taken waarover geen omzetbelasting wordt berekend, bijvoorbeeld: • de uitgifte van paspoorten; • het verstrekken van uittreksels uit het geboorteregister; • het inschrijven in een gemeente; • het voltrekken van een huwelijk. Taken die typisch bij de overheid horen en die anderen niet mogen uitvoeren, zijn vrij van btw. Betreft het taken die de overheid uitvoert, maar die ook een willekeurige onderneming kan en mag uitvoeren, dan vallen die onder de btw-plicht. Ad 2 Bedrijf of beroep Het begrip bedrijf of beroep houdt in dat de ondernemer deelneemt aan het economisch verkeer. Hij moet arbeid en kapitaal inzetten om aan de maatschappelijke behoefte te voldoen. Er wordt dus niet geëist dat de ondernemer winst maakt of dat hij is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ad 3 Uitoefening Bij het begrip uitoefening ligt de nadruk op het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf of beroep. Iemand die werknemer is, loopt geen ondernemersrisico en is zodoende niet bezig

◆ 12


1.2 Tarieven voor de omzetbelasting

met het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf. Het maakt niet uit of je een groot internationaal bedrijf hebt, zoals Philips, Unilever en Shell, een klein bedrijf, of dat je als zzp’er optreedt. Conclusie: voldoe je aan alle drie kenmerken, dan ben je volgens de Belastingdienst belastingplichtig voor de omzetbelasting. ◆ Voorbeeld 2 Gegeven Je volgt de opleiding automonteur op een roc. Je vindt het leuk om zaterdags in de garagebox van je vader aan auto’s te sleutelen. Je doet dit natuurlijk alleen voor familie en vrienden en je hoeft er niet aan te verdienen. Gevraagd Ben je belastingplichtig voor de omzetbelasting? Uitwerking In zo’n situatie ben je niet omzetbelastingplichtig. Je neemt niet deel aan het economisch verkeer. Omdat je alleen voor familie en vrienden werkt, oefen je geen beroep uit en ben je ook geen bedrijf. ◆ Voorbeeld 3 Gegeven Je bent timmerman en hebt een eigen timmerbedrijf dat onder de omzetbelasting valt. In het weekeinde ga je regelmatig tennissen. Je wordt door het bestuur van de tennisvereniging benaderd met de vraag of je in je vrije tijd de kantine mee wilt verbouwen. Het bestuur is van mening dat jij dan geen omzetbelasting bent verschuldigd. Gevraagd Heeft het bestuur in deze situatie gelijk? Uitwerking Jij weet wel beter en zegt dat zoiets ook onder de omzetbelasting valt, omdat je voor de Belastingdienst ondernemer bent. De overheid bemoeit zich niet met de werktijden van een zelfstandig ondernemer en ziet alle werkzaamheden als bedrijfswerkzaamheden.

1.2

Tarieven voor de omzetbelasting

1.2.1

Gebruikelijke tarieven

Het gebruikelijke tarief voor het heffen van omzetbelasting bedraagt 21%. Afwijkende percentages zijn uitzonderingen op dit tarief. Dan gaat het om percentages van 0% en 9%. Daarnaast kent de wet ook vrijstelling van omzetbelasting en bijzondere tarieven. De wet noemt de uitzonderingen met naam en toedracht in tabellen. De vrijstellingen hebben een eigen artikel in de wet waarin ze worden genoemd.

◆ 13

zzp’er


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

In de wet lees je het volgende. • Artikel 9 lid 1: De belasting bedraagt 21%. • Artikel 9 lid 2: In afwijking van het eerste lid bedraagt de belasting: a 9% voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende tabel I (tot en met 2018 was dit 6%); b nihil voor leveringen van goederen en diensten, genoemd in de bij deze wet behorende tabel II, mits is voldaan aan bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorwaarden. • Artikel 11: Hierin staan de goederen en diensten die zijn vrijgesteld van omzetbelasting. • Bijzondere tarieven.

Het is van belang te weten wat er in tabel I en tabel II van artikel 9 van de Wet op de omzetbelasting staat. Op internet kun je de volledige wetsteksten terugvinden en ook wat er precies in de tabellen staat. Zoek ze eens op. Je hebt de inhoud nodig als je aan de slag gaat met de aangifte omzetbelasting.

► Bij de kapper betaal je 9% btw

1.2.2

Het 9%-tarief

De belangrijkste goederen en diensten die onder het 9%-tarief vallen, staan in tabel I. • Praktisch alle voedingsmiddelen, behalve alcoholhoudende drank • Dieren die zijn bedoeld als voedingsmiddel • Verbandmiddelen, geneesmiddelen, hulpmiddelen en dergelijke die bestemd zijn voor geneeskundige doeleinden • Boeken, tijdschriften, kranten en dergelijke • Diensten van bijvoorbeeld ‘herstellers’ van verschillende zaken, schilders (als het om huizen gaat die ouder zijn dan twee jaar, bij huizen van jongere datum is het tarief 21%), kappers, sportbeoefening, enzovoort

1.2.3

Het 0%-tarief

De belangrijkste goederen en diensten die onder het 0%-tarief vallen, staan in tabel II. • De uitvoer van goederen en de intracommunautaire levering • Goud bestemd voor centrale banken

◆ 14


1.2 Tarieven voor de omzetbelasting

Intracommunautaire leveringen zijn leveringen van goederen die een Nederlandse ondernemer verkoopt en levert aan een ondernemer in een land van de Europese Unie. Dit is dus vergelijkbaar met uitvoer, maar dan aan landen die lid zijn van de EU. Dan moet je wel weten welke landen bij de EU horen. Welke landen horen bij de Europese Unie (EU)? In 2019 bestaat de EU (nog) uit 28 landen (lidstaten). Lidstaten van de Europese Unie (jaar van toetreding) België (1952)

Frankrijk (1952)

Litouwen (2004)

Roemenië (2007)

Bulgarije (2007)

Griekenland (1981)

Luxemburg (1952)

Slovenië (2004)

Cyprus (2004)

Hongarije (2004)

Malta (2004)

Slowakije (2004)

Denemarken (1973)

Ierland (1973)

Nederland (1952)

Spanje (1986)

Duitsland (1952)

Italië (1952)

Oostenrijk (1995)

Tsjechië (2004)

Estland (2004)

Kroatië (2013)

Polen (2004)

Verenigd Koninkrijk (1973)

Finland (1995)

Letland (2004)

Portugal (1986)

Zweden (1995)

Op 24 juni 2016 heeft de bevolking van het Verenigd Koninkrijk ervoor gekozen om de EU te verlaten (‘Brexit’). Tot op dit moment is de ‘Brexit’ nog geen feit.

1.2.4

Vrijstellingen: artikel 11 Wet op de omzetbelasting

Als je als ondernemer een vrijstelling van omzetbelasting hebt, hoef je geen omzetbelasting te berekenen over de goederen of diensten die je levert (zie het overzicht hierna). Dit is een andere situatie dan wanneer een ondernemer het 0%-tarief gebruikt. Het verschil zit in de voorbelasting: als je vrijgesteld bent, heb je geen recht op vooraftrek. Dat betekent dat de ondernemer helemaal geen aangifte van omzetbelasting doet. De ondernemer met het 0%tarief mag de vooraftrek van belasting wel meenemen en is wel verplicht een aangifte omzetbelasting te doen. De volgende goederen en diensten vallen onder de vrijstelling. Vrijgestelde branches en bedrijfsactiviteiten De volgende branches zijn vrijgesteld van btw: • beleggingsgoud • collectieve belangenbehartiging • componisten, schrijvers, cartoonisten en journalisten • financiële diensten en verzekeringen • fondsenwervende activiteiten • gezondheidszorg • jeugd- en jongerenwerk • kansspelen • kantines • kinderopvang Bron: www.belastingdienst.nl

◆ 15

• • • • • • •

levering roerende bedrijfsmiddelen lezingen, excursies en rondleidingen onderwijs onroerende zaken postdiensten radio en televisie samenwerkingsverbanden (koepelvrijstelling) • sociaal-culturele instellingen • sportorganisaties en sportclubs • uitvaartondernemers


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Check de site van de Belastingdienst of de hiervoor vermelde branches en bedrijfsactiviteiten nog steeds zijn vrijgesteld van btw.

1.3

Het belang van een foutloze factuur voor de aangifte omzetbelasting

Algemene Wet inzake Rijksbelastingen AWR

De AWR staat voor de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, de overkoepelende wet die betrekking heeft op alle belastingen. In artikel 67ca AWR staat een verwijzing naar de Wet op de omzetbelasting over het maken van een factuur. Als een inspecteur van de Belastingdienst in een factuur fouten constateert, dan kan hij een boete van maximaal € 5.278 per fout opleggen. ‘De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.’ De inspecteur van de Belastingdienst moet deze boete wel opleggen binnen vijf jaar na het jaar dat de factuur is uitgereikt.

Fouten in facturen hebben consequenties Als je in de financiële administratie facturen accepteert die fouten bevatten, mag je deze niet meenemen in de aangifte omzetbelasting. Als een inkoopfactuur bijvoorbeeld geen btw bevat, terwijl je weet dat er 21% btw is berekend, kun je niet zelf gaan rekenen en de btw als voorbelasting voorbelasting in mindering brengen. Andere fouten kunnen zijn dat de tenaamstelling verkeerd is, of dat een factuur geen factuurdatum of factuurnummer, geen btw-nummer of KvK-nummer bevat. Een ondernemer heeft de verplichting om een correcte factuur te maken. Ontdek je fouten, dan is het verstandig om de factuur terug te sturen met het verzoek een juiste factuur te zenden. Artikel 35a Wet op de omzetbelasting lid 1 1 Op de factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht: a de datum van uitreiking van de factuur; b een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd; c het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenleveringen of de diensten heeft verricht; d het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden of waaronder hij een goederenlevering als bedoeld in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, heeft afgenomen; e de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer; f de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten; g de datum waarop de goederenlevering of de dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is, of de datum waarop de in artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e,

◆ 16


1.3 Het belang van een foutloze factuur voor de aangifte omzetbelasting

h

i j k l m n

o p

q

bedoelde vooruitbetaling is gedaan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur; de vergoeding voor elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs, belasting niet inbegrepen, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien die niet in de eenheidsprijs zijn inbegrepen; het toegepaste tarief van de belasting; het te betalen bedrag van de belasting, tenzij er een bijzondere regeling van toepassing is waarvoor deze wet die vermelding uitsluit; wanneer de afnemer die een prestatie afneemt de factuur uitreikt in plaats van degene die de prestatie verricht, de vermelding «factuur uitgereikt door afnemer»; in geval van een vrijstelling of van leveringen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, enige aanduiding daarvan; wanneer de afnemer tot voldoening van de belasting is gehouden, de vermelding «btw verlegd»; in geval van levering van een nieuw vervoermiddel onder de in tabel II, onderdeel a, post 6, bedoelde voorwaarden, de gegevens die nodig zijn om te bepalen of een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is; wanneer de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling reisbureaus»; wanneer een van de bijzondere regelingen voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling – gebruikte goederen», «bijzondere regeling – kunstvoorwerpen», respectievelijk «bijzondere regeling – voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten»; wanneer de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g, het btw-identificatienummer van deze fiscaal vertegenwoordiger, samen met zijn volledige naam en adres.

Lid 1d is weergegeven in een andere kleur om je daar bewust van te maken. Als je zakendoet met een ondernemer uit een andere lidstaat, moet je ook zijn btw-identificatienummer op de factuur vermelden. In artikel 35a wordt bij lid 1d verwezen naar tabel II, onderdeel a, post 6.

► Bron: www.wetten.overheid.nl Naast de wettelijke eisen voor een factuur kan een onderneming bedrijfseisen stellen, waaraan een factuur moet voldoen.

Eenvoudige factuur voor de consument Je maakt in de praktijk regelmatig mee dat je als consument iets in een winkel koopt en dat je geen factuur krijgt. Als je erom vraagt, krijg je hooguit een kassabon. Hiermee heeft een aantal ondernemers toch voldaan aan de verplichting om een factuur uit te reiken. Een

◆ 17


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

bepaalde categorie ondernemers is namelijk niet verplicht om een volledige factuur te maken zoals hiervoor is beschreven. Deze verplichting is er wel als ondernemers met elkaar handeldrijven, maar zodra je aan consumenten levert, kan het zijn dat een eenvoudige factuur voldoende is. De vereenvoudigde factuur geldt onder andere voor: • een detailhandelaar; • als het factuurbedrag maximaal € 100 (inclusief btw) is. In artikel 35a Wet op de omzetbelasting lid 2 staat daarover het volgende. 2 Op een vereenvoudigde factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht: • de datum van uitreiking van de factuur; • de identiteit van de ondernemer die de goederenlevering of de dienst verricht; • de aard van de geleverde goederen of de verrichte diensten; • het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend; • wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 34f als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen. Een detailhandelaar hoeft alleen een factuur uit te reiken als de klant een ondernemer is en erom vraagt of als je weet dat hij ondernemer is. Gaat het om een particulier, dan volstaat een kassabon.

1.4

Maatstaf voor de heffing van omzetbelasting

Om te weten waarover je omzetbelasting moet berekenen, moet je weten wat de maatstaf voor de heffing van omzetbelasting is. Bij de omzetbelasting wordt over de vergoeding omzetbelasting belasting geheven. De vergoeding is de tegenprestatie (de betaling) die de afnemer levert vergoeding aan de leverancier. Behalve betalen met geld, kan er ook een daadwerkelijke tegenprestatie worden geleverd, bekend als betalen in natura. Dit kun je terugvinden in artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting. maatstaf voor

de heffing van

◆ Voorbeeld 4 Gegeven Je koopt als consument een computer voor € 762,30. Dit is inclusief omzetbelasting. Gevraagd Hoeveel omzetbelasting heb je als consument betaald? Uitwerking De betaalde omzetbelasting is € 762,30 / 121 × 21 = € 132,30. Over de omzet van € 630 – dit is de maatstaf van heffing – betaal je 21% omzetbelasting.

◆ 18


1.4 Maatstaf voor de heffing van omzetbelasting

◆ Voorbeeld 5 Gegeven Je verkoopt als ondernemer een partij scooters met een inkoopwaarde van € 35.000 en je wilt 40% brutowinst realiseren. Gevraagd a Wat is de maatstaf van heffing? b Hoeveel omzetbelasting breng je in rekening? c Wat wordt de consumentenprijs? Uitwerking a De maatstaf van heffing voor de omzetbelasting is € 35.000 × 1,4 = € 49.000. b Over dit bedrag bereken je 21% omzetbelasting, dat is € 10.290. c In totaal breng je de klant dan € 59.290 in rekening.

Vergoeding voor goederen en diensten Simpel gezegd is een vergoeding het bedrag dat de koper moet betalen voor de goederen of diensten die hij afneemt van de verkoper. Dit bedrag kan een vergoeding zijn voor de goederen die worden gekocht, maar ook voor bijvoorbeeld vrachtkosten, administratiekosten, verzendkosten en opslagkosten. Over al deze kosten moet de verkoper omzetbelasting berekenen en dit bedrag moet hij afdragen aan de Belastingdienst. Hierop geldt een aantal uitzonderingen, waarvan de belangrijkste zijn: • verzekeringskosten: hierover wordt assurantiebelasting berekend en geen btw; • rentekosten: de vergoeding voor het verlenen van krediet is tot het wettelijke interestbedrag vrijgesteld. Een bekend voorbeeld hiervan is de kredietbeperkingstoeslag. Met de kredietbeperkingstoeslag probeer je een koper te motiveren snel te betalen. Als de koper binnen bijvoorbeeld acht dagen betaalt, hoeft hij de kredietbeperkingstoeslag niet te betalen. Over deze kredietbeperkingstoeslag hoef je geen btw te rekenen. ◆ Voorbeeld 6 Gegeven Je hebt een witgoedwinkel en bent gespecialiseerd in hotels, restaurants, B&B’s en campings. Aan camping De Heidemolen heb je een complete wasstraat (wasmachines en drogers) geleverd voor in totaal € 5.980 exclusief btw. Om alle machines te kunnen leveren en te installeren heb je nog eens € 1.200 in rekening gebracht. Standaard is jouw kredietbeperkingstoeslag 2% van het totale bedrag exclusief btw. Gevraagd Hoe ziet de factuur eruit?

◆ 19


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Uitwerking

Goederen als privéonttrekking Soms kom je in een situatie waarin je als ondernemer aan jezelf, als privépersoon levert. Ook dan moet je een vergoeding bepalen die een maatstaf is voor de heffing van de omzetbelasting. Normaal gesproken heb je de goederen die je onttrekt aan je eigen onderneming al meegenomen in de voorbelasting. Dat betekent dat je de belasting die je over de inkopen hebt betaald al bij de Belastingdienst hebt teruggevraagd. Op het moment dat je de goederen onttrekt aan je onderneming, moet je deze omzetbelasting weer opvoeren als af te dragen aan de Belastingdienst. Daarmee heb je de maatstaf voor heffing bepaald, namelijk de inkoopprijs van de goederen. De algemene kosten en de winstopslag mogen bij levering aan jezelf (privéverkoop) achterwege blijven. Dit geldt ook voor goederen die iemand zelf produceert, bijvoorbeeld een instrumentenmaker, meubelmaker of schilder. Ook in deze gevallen kun je uitgaan van de inkoopprijs.

◆ 20


1.5 Het aangifteformulier voor de omzetbelasting

1.5

Het aangifteformulier voor de omzetbelasting

Het aangifteformulier voor de omzetbelasting heeft een standaardopmaak en bestaat uit vijf rubrieken. 1 leveringen en/of diensten binnenland 2 verleggingsregelingen: btw naar u verlegd 3 leveringen naar het buitenland 4 leveringen vanuit het buitenland 5 voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal

Rubriek 1 Leveringen en/of diensten binnenland In dit deel van de aangifte verantwoord je alle leveringen en diensten in Nederland. Ook het privĂŠgebruik van de ondernemer kun je hier aangeven.

â—† 21


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

◆ Voorbeeld 7 Gegeven Marga Wetering heeft een buurtsupermarkt voor levensmiddelen. Elk kwartaal moet ze de aangifte omzetbelasting invullen. Uit haar boekhouding haalt ze de volgende gegevens. • Omzet exclusief 21% btw € 75.000 • Omzet exclusief 9% btw € 250.000 • Omzet voor privé 9% goederen € 1.000 NB: De € 1.000 gaat over eten en drinken dat Marga uit de winkel heeft gehaald voor eigen gebruik. Tegen inkoopwaarde mag Marga die aan haarzelf verkopen. Gevraagd Hoe verwerk je in deze situatie de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking De financiële gegevens geef je als volgt weer op het aangifteformulier omzetbelasting. Gegevens omzet en omzetbelasting

1 1a 1b 1c

Leveringen en/of diensten binnenland Leveringen/diensten belast met 21% Leveringen/diensten belast met 9% Leveringen/diensten belast met overige tarieven behalve 0% 1d Privégebruik 1e Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

€ € €

75.000 250.000 –

€ € €

15.750 22.500 –

€ €

1.000 –

€ €

90 –

Rubriek 2 Verleggingsregelingen: btw naar u verlegd Bij de verleggingsregeling wordt tussen twee of meer ondernemers afgesproken dat de btw naar de hoofdaannemer wordt verschoven (verlegd). Als je de normale regels voor de omzetbelasting zou volgen, moet iedere ondernemer de btw aangeven. Bij het verleggen van de btw spreken de ondernemers af dat alleen de hoofdaannemer aan de Belastingdienst de btw afdraagt en dat ze elkaar geen btw in rekening brengen. De verleggingsregeling is van toepassing bij onderaanneming en bij uitlening van personeel. In de bouw wordt deze regeling veel toegepast. Een aannemer krijgt een opdracht en huurt daarvoor verschillende andere aannemers in. De aannemer die de opdracht binnenhaalt, is de hoofdaannemer en de andere aannemers die hij inhuurt, zijn onderaannemers. In dat geval is de verleggingsregeling van toepassing en dat betekent voor de onderaannemers dat zij geen btw vermelden op de rekeningen die ze de hoofdaannemer sturen. De btw is verlegd van onderaannemer naar hoofdaannemer. Op de factuur van de onderaannemer noteer je dan ‘btw verlegd’ en je vermeldt het btw-nummer naar wie deze is verlegd (de hoofdaannemer).

◆ 22


1.5 Het aangifteformulier voor de omzetbelasting

In de aangifte omzetbelasting krijg je twee verschillende situaties. 1 De onderaannemer vermeldt op de factuur dat hij de btw heeft verlegd en door middel van het btw-nummer ook aan wie. In de aangifte omzetbelasting vermeldt de onderaannemer bij rubriek 1e ‘Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast’ de omzet exclusief btw. 2 De hoofdaannemer ontvangt een factuur waarop geen btw is berekend en hij betaalt alleen de omzet exclusief btw. Deze omzet moet hij vermelden bij rubriek 2a van de aangifte ‘Leveringen en diensten waarbij de omzetbelasting naar u is verlegd’. Bij rubriek 2a berekent hij hoeveel btw hij verschuldigd zou moeten zijn en dat vult hij daar ook in. Aangezien de hoofdaannemer het bedrag aan btw dat hij invult bij rubriek 2a niet heeft betaald, trekt hij hetzelfde bedrag ook af bij rubriek 5b ‘Aftrek voorbelasting’. Op die manier is zijn financiële administratie weer in evenwicht. Op zijn factuur die hij de opdrachtgever stuurt, vermeldt de hoofdaannemer de omzet inclusief btw en hij draagt die op de normale manier af. Zodoende ontvangt de Belastingdienst toch de verschuldigde omzetbelasting. De wet geeft heel duidelijk aan wie onder de verleggingsregeling valt en deze regeling moet toepassen. Als het verleggen van de btw niet goed wordt verwerkt, heeft dat de volgende consequenties. a Een onderaannemer heeft de btw niet verlegd en de hoofdaannemer rekeningen gestuurd inclusief btw. Dan moet de onderaannemer deze btw op het aangifteformulier vermelden en gewoon afdragen. b De hoofdaannemer ontvangt facturen inclusief btw, maar mag deze btw niet in de voorbelasting meenemen. ◆ Voorbeeld 8 Gegeven Bouwbedrijf Krijnen heeft de opdracht gekregen om een rijtje van vijf huizen te bouwen. Krijnen kan dat niet alleen, dus schakelt hij firma Licht in voor alle elektra en Karatas bv voor al het loodgieterswerk. De btw van Licht en Karatas worden verlegd naar bouwbedrijf Krijnen. Gedurende de bouw ontvangt bouwbedrijf Krijnen een aantal facturen, opgeteld: • firma Licht € 24.500 • Karatas bv € 46.800 Alles heeft plaatsgevonden binnen één aangiftetijdvak van de omzetbelasting. Gevraagd a Hoe verwerken firma Licht en Karatas bv de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? b Hoe verwerkt bouwbedrijf Krijnen de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking a Zowel de firma Licht als Karatas bv verantwoordt de omzet in rubriek 1e ‘Leveringen/ diensten belast met 0% of niet bij u belast’. Er is geen btw in rekening gebracht en dat klopt, want die kun je niet opgeven bij rubriek 1e van het aangifteformulier.

◆ 23


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Aangifte firma Licht Gegevens omzet en omzetbelasting

1 1a 1b 1c

Leveringen en/of diensten binnenland Leveringen/diensten belast met 21% Leveringen/diensten belast met 6% Leveringen/diensten belast met overige tarieven behalve 0% 1d Privégebruik 1e Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

€ € €

– – –

€ € €

– – –

€ €

– 24.500

€ €

– –

Aangifte Karatas bv Gegevens omzet en omzetbelasting

1 1a 1b 1c

Leveringen en/of diensten binnenland Leveringen/diensten belast met 21% Leveringen/diensten belast met 6% Leveringen/diensten belast met overige tarieven behalve 0% 1d Privégebruik 1e Leveringen/diensten belast met 0% of niet bij u belast

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

€ € €

– – –

€ € €

– – –

€ €

– 46.800

€ €

– –

► In de bouw is het verleggen van btw heel gebruikelijk b Bouwbedrijf Krijnen verantwoordt deze rekeningen op twee plaatsen, namelijk in • rubriek 2a ‘Leveringen/diensten waarbij de omzetbelasting naar u is verlegd’ voor zowel de omzet van € 71.300 als de btw van € 14.973 (21%); • rubriek 5b ‘Voorbelasting’ voor een bedrag van € 14.973.

◆ 24


1.5 Het aangifteformulier voor de omzetbelasting

Deze twee bedragen zijn altijd gelijk aan elkaar, omdat feitelijk door bouwbedrijf Krijnen geen btw is betaald aan zowel firma Licht als Karatas bv. Gegevens omzet en omzetbelasting

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

14.973

5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal 5a Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b) 5b Voorbelasting

14.973

14.973

5c Subtotaal (rubriek 5a min 5b)

2 Verleggingsregelingen: btw naar u verlegd 2a Leveringen/diensten waarbij de heffing van omzetbelasting naar u is verlegd

71.300

Rubriek 3 Leveringen naar het buitenland Bij levering aan het buitenland krijg je te maken met aanvullende, wettelijke eisen voor een buitenlandse factuur. Op de factuur vermeld je ook het btw-nummer van de koper uit het buitenland en zet er tekstueel ‘btw verlegd’ op. Op het aangifteformulier omzetbelasting hoef je bij levering naar het buitenland alleen de omzetten te vermelden. Als je aan een ondernemer in een land buiten de EU levert, heet dat uitvoer (export). Als je levert aan een ondernemer binnen de EU, dan heet dat een intracommunautaire levering. Voor uitvoer en intracommunautaire levering geldt het 0%-tarief. ◆ Voorbeeld 9 Gegeven Voor een beurs in China, waar Nederland ook vertegenwoordigd is, bestelt een Chinees bedrijf voor € 25.000 aan houten klompen. Het bedrijf wil de klompen als relatiegeschenk meegeven. Firma Houtenklomp uit Zaandam levert de klompen. Gevraagd Hoe verwerk je in deze situatie de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking De financiële gegevens geef je als volgt weer op het aangifteformulier omzetbelasting. Gegevens omzet en omzetbelasting

3 3a 3b 3c

Bedrag waarover OB wordt berekend

Leveringen naar het buitenland Leveringen naar landen buiten de EU (uitvoer) Leveringen naar landen binnen de EU Installatie/afstandsverkopen binnen de EU

◆ 25

€ € €

25.000 – –

Omzetbelasting

uitvoer intracommunautaire levering


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

bestemmingslandbeginsel btw-identificatienummer oorsprongslandbeginsel intracommunautaire verwerving invoer

Rubriek 4 Leveringen vanuit het buitenland In dit deel van de aangifte omzetbelasting vermeld je de omzet en de btw van ondernemers die leveren vanuit het buitenland. Ook deze ondernemers leveren met het 0%-tarief. Jij moet als Nederlandse ondernemer dan in de aangifte de omzet vermelden, maar ook de btw opvoeren die in Nederland geldig is, het zogenoemde bestemmingslandbeginsel. Vervolgens mag je die btw ook weer als voorbelasting bij rubriek 5b in mindering brengen. Bij het bestemmingslandbeginsel is wettelijk geregeld dat het btw-identificatienummer van beide ondernemers op de factuur moet staan. Is dat niet het geval, dan geldt het oorsprongslandbeginsel. Bij het oorsprongslandbeginsel geldt het btw-tarief van het land waar het goed of de dienst wordt verkocht. Het is dus van groot belang dat de ondernemer die met het buitenland zakendoet, een juiste factuur krijgt die aan alle wettelijke eisen voldoet. Een levering vanuit de EU noem je een intracommunautaire verwerving. Is er sprake van een levering door een ondernemer uit een land van buiten de EU, dan noem je dat invoer (import).

◆ Voorbeeld 10 Gegeven Midden in Utrecht zit de Bierspecialist. Deze winkel verkoopt bier van over de hele wereld en heeft ruim 850 biermerken in de winkel staan. Afgelopen maand is er voor € 150.000 bier gekocht uit Zuid-Amerika en voor € 230.000 uit België, Duitsland en Griekenland. Gevraagd Hoe verwerk je in deze situatie de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking De financiële gegevens geef je als volgt weer op het aangifteformulier omzetbelasting. Gegevens omzet en omzetbelasting

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

€ €

€ €

31.500 48.300

5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal 5a Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b) 5b Voorbelasting

79.800

79.800

5c Subtotaal (rubriek 5a min 5b)

4 Leveringen vanuit het buitenland 4a Leveringen uit landen buiten de EU (invoer) 4b Verwervingen van goederen uit landen binnen de EU

150.000 230.000

Rubriek 5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal Dit deel van het formulier bestaat uit een aantal subonderdelen. • Bij rubriek 5a ‘Verschuldigde omzetbelasting’ tel je alle omzetbelasting van rubriek 1 tot en met 4 bij elkaar op. • Bij rubriek 5b ‘Voorbelasting’ mag je alle btw vermelden die je als ondernemer aan je crediteuren hebt betaald. Bovendien mag je ook als voorbelasting de verlegging en de intracommunautaire verwerving en invoer opvoeren, wat de omzetbelasting betreft. • Bij rubriek 5c ‘Subtotaal’ bereken je het verschil tussen rubriek 5a en 5b.

◆ 26


1.6 Suppletie aangifte omzetbelasting

◆ Voorbeeld 11 Gegeven Afgelopen maand heeft Geluk bv € 320.000 btw ontvangen van haar klanten. Aan haar leveranciers heeft ze € 135.000 btw betaald. Gevraagd Hoe verwerk je in deze situatie de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking De financiële gegevens geef je als volgt weer op het aangifteformulier omzetbelasting. Gegevens omzet en omzetbelasting

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal 5a Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b) 5b Voorbelasting

320.000

135.000

5c Subtotaal (rubriek 5a min 5b)

185.000

NB: Het onderdeel bij rubriek 5d ‘Vermindering volgens de kleineondernemersregeling’ komt later aan bod. De onderdelen 5e en 5f gaan over schattingen die hier niet worden behandeld.

1.6

Suppletie aangifte omzetbelasting

1.6.1

Suppletie aangifte omzetbelasting

Sinds enkele jaren kun je een correctie van de btw-aangifte niet meer per brief doen. Zodra je een btw-aangifte hebt verzonden en je wilt die nog wijzigen, dan kan dat alleen met het formulier ‘suppletie omzetbelasting’ zoals hierna is afgebeeld. Dit formulier kun je invullen suppletie en verzenden via het beveiligde deel van de belastingsite. Het formulier hoef je alleen in te vullen als het correctiesaldo meer dan € 1.000 bedraagt. Als het saldo onder de € 1.000 ligt, kun je de correctie in de eerstvolgende aangifte meenemen. Let op dat je met dit formulier niet alleen correcties doorgeeft. Feitelijk vul je de btw-aangifte opnieuw in, maar nu volledig met de juiste gegevens.

◆ 27


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

Heb je te veel btw aangegeven, dan stuurt de Belastingdienst een teruggaafbeschikking naar aanleiding van je suppletie omzetbelasting. De btw die je terugkrijgt, wordt automatisch op je rekening gestort. Is het boekjaar verstreken, dan heb je ook nog recht op belastingrente. Heb je te weinig btw aangegeven, dan stuur je de suppletie omzetbelasting naar de Belastingdienst en je wacht met betalen totdat je een naheffingsaanslag krijgt. Over de naheffingsaanslag betaal je belastingrente en mogelijk ook een boete. Als je als ondernemer zelf binnen drie maanden na afloop van het boekjaar de suppletie instuurt, hoef je geen belastingrente te betalen, maar wel een verzuimboete van 5% over het btw-bedrag. Stuur je geen suppletie in en wordt bij controle geconstateerd dat je te weinig btw hebt afgedragen, dan kun je een vergrijpboete krijgen. Een vergrijpboete wordt zwaarder aangerekend dan een verzuimboete en ligt daarom ook een stuk hoger.

1.6.2

Oninbare vorderingen

Je kunt ook nog te maken krijgen met oninbare vorderingen. Die corrigeer je door de Belastingdienst te verzoeken om afgedragen btw terug te betalen, omdat een afnemer de factuur niet of niet volledig heeft betaald. Je spreekt dan over ‘oninbare vorderingen’. Een vordering is oninbaar als je er als ondernemer alles aan hebt gedaan om de factuur te innen. Dat wil zeggen dat je de volgende stappen hebt ondernomen. 1 Factuur verzonden 2 Herinnering verzonden 3 Aanmaning verzonden 4 Deurwaarder ingeschakeld Het terugvorderen van oninbare btw kan via de aangifte omzetbelasting. Voorwaarde is wel dat een vordering minimaal één jaar na de uiterste betaaldatum nog steeds niet is betaald.

◆ 28


1.7 Btw en de auto van de zaak

Als je in je factuur geen betalingstermijn hebt aangegeven, dan geldt de wettelijke betalingstermijn van dertig dagen. Na dat moment plus één jaar kan de btw worden gecorrigeerd op de aangifte omzetbelasting als die nog niet is betaald. Je kunt de afgedragen btw op twee manieren corrigeren op de aangifte: 1 Je vult het te corrigeren bedrag als negatieve omzet en btw in bij het onderdeel waar je het oorspronkelijk hebt opgegeven. 2 Je vult het te corrigeren bedrag in bij 5b ‘Voorbelasting’. ◆ Voorbeeld 12 Gegeven Op 15 februari 2019 heb je een factuur van € 12.100 inclusief 21% btw gestuurd naar firma Hoekstra. Helaas blijft dit bedrijf in gebreke en betaalt het niet, ook niet na herinneringen en aanmaningen. De ingeschakelde deurwaarder constateert dat het een noodlijdend bedrijf is en dat je het komende jaar zeker nog geen geld kunt verwachten. Gevraagd Hoe en wanneer verwerk je in deze situatie de financiële gegevens op het aangifteformulier omzetbelasting? Uitwerking In deze situatie gaat het om negatieve omzet en negatieve btw. De financiële gegevens geef je dan als volgt weer op het aangifteformulier omzetbelasting. Gegevens omzet en omzetbelasting

1 Leveringen en/of diensten binnenland 1a Leveringen/diensten belast met 21% 1b Leveringen/diensten belast met 9%

Bedrag waarover OB wordt berekend

Omzetbelasting

€ €

€ €

–2.100 –

–2.100

5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal 5a Verschuldigde omzetbelasting (rubrieken 1a t/m 4b) 5b Voorbelasting

–10.000 –

5c Subtotaal (rubriek 5a min 5b) € –2.100 Omdat dit bedrag negatief is ontvang je het terug van de Belastingdienst. De factuur is van 15 februari 2019, dus mag je de btw vanaf 15 maart 2020 met de eerstvolgende aangifte omzetbelasting verrekenen. Dat betekent dus in april 2020. * Mocht je de vordering later toch nog innen en je hebt de btw al teruggevorderd, dan geef je de btw weer op. Dat doe je in de periode dat je de btw alsnog hebt ontvangen.

1.7

Btw en de auto van de zaak

Als je een auto koopt die je zowel zakelijk als privé wilt gebruiken, is er sprake van gemengd gebruik. Je moet dan kiezen hoe je de btw op deze auto toepast: • volledig tot privévermogen rekenen; • volledig tot zakelijk vermogen rekenen; • gedeeltelijk tot zakelijk vermogen rekenen.

◆ 29


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

► Een auto van de zaak en/of privé heeft consequenties voor de btw Aan deze keuze is wel een aantal voorwaarden verbonden. Als je de auto alleen privé gebruikt, dan behoort de auto tot het privévermogen. Voor het privégebruik van je auto van de zaak moet je jaarlijks een bedrag opvoeren. Dit heeft te maken met de inkomsten- of loonbelasting. Voor de inkomsten- of de loonbelasting moet je een percentage, afhankelijk cataloguswaarde van de cataloguswaarde van de auto van de zaak opgeven voor privégebruik. Bij de omzetbelasting moet je ook het privégebruik opgeven vanwege de btw-aftrek die je hebt genoten. Let op dat bij de btw het woon-werkverkeer als privé wordt gezien. De opgave voor privégebruik doe je bij de laatste aangifte omzetbelasting van het jaar. Dat is dus altijd in januari over het afgelopen jaar. auto van de zaak

Wel of geen rittenadministratie? Houd je geen rittenadministratie bij, dan trek je alle btw af die je betaalt bij aanschaf van de auto en vervolgens de betaalde btw voor onderhoud en het gebruik. Dit geldt voor het deel dat je gebruikt bij het behalen van de omzet die is belast. Bij de omzet die niet voor de btw is belast, mag je verhoudingsgewijs de betaalde btw niet aftrekken. In deze situatie voer je 2,7% van de cataloguswaarde op. In het geval dat je de btw van de aanschaf niet hebt afgetrokken, voer je 1,5% van de cataloguswaarde op. ◆ Voorbeeld 13 Gegeven Je hebt een adviesbureau dat btw-plichtig is. Alle werkzaamheden waarbij je advies uitbrengt, zijn belast met 21% btw. Naast deze activiteit geef je ook cursussen op scholen; die activiteiten zijn vrijgesteld van btw. De laatste jaren is de verhouding tussen belaste en vrijgestelde btw-activiteiten 7 : 3. Om je klanten en scholen te bezoeken maak je gebruik van een auto van de zaak. Daarvoor heb je een Mercedes B-klasse gekocht met een cataloguswaarde van € 28.000. Gevraagd a Na 25.000 km bezoek je de garage voor de eerste onderhoudsbeurt van de auto. Deze kost € 300 exclusief btw. Hoeveel btw mag je boeken op de voorbelasting? b Hoeveel moet je in je laatste aangifte omzetbelasting opvoeren bij privé als je de btw op aanschaf als voorbelasting hebt opgevoerd?

◆ 30


1.7 Btw en de auto van de zaak

Uitwerking a De kosten zijn € 300 exclusief btw; het btw-tarief is 21%. Je betaalt dan € 300 × 21% = € 63 btw. Van deze € 63 mag je 7/10 deel boeken op de voorbelasting. Dat is 7/10 × € 63 = € 44,10. Het resterende 3/10 deel van € 63 boek je rechtstreeks in de kosten. Dat is 3/10 × € 63 = € 18,90. b Hier geldt 2,7% van de cataloguswaarde, dus 2,7% × € 28.000 = € 756. Dit bedrag is ook in verhouding met belaste en vrijgestelde prestaties, dus 7/10 × € 756 = € 529,20. Houd je wel een rittenadministratie bij, dan geef je de verhouding op tussen privé en zakelijk. Het privédeel geef je op in de laatste aangifte omzetbelasting van het jaar. Je berekent van alle belaste kosten (afschrijvingskosten aanschaf, onderhoud, tankkosten, reparaties) de kosten exclusief btw. Deze kosten vermenigvuldig je met de verhouding privé en zakelijk. Het normale tarief van 21% wordt hierover berekend en aangegeven. ◆ Voorbeeld 14 Gegeven Afgelopen jaar heb je met de auto van de zaak 50.000 km gereden: privé 10.000 km en zakelijk 40.000 km. De auto heeft een aanschafwaarde van € 40.000 exclusief btw en bpm. Je hebt alleen belaste omzet. In de administratie heb je de volgende kosten geregistreerd. • verzekering € 2.000 • motorrijtuigenbelasting € 500 • reparatie en onderhoud € 1.800 Gevraagd Bereken de btw over het privégebruik. Uitwerking Alleen de belaste kosten tellen mee. • afschrijving auto 20% × € 40.000 = • brandstofkosten • reparatie en onderhoud Totale kosten voor de btw

€ 8.000 € 4.200 € 1.800 € 14.000

De verhouding privé : zakelijk is 1 : 4 en het tarief voor de btw is 21%. Dan krijg je de volgende berekening voor privégebruik: 1/5 × € 14.000 × 21% = € 588. De fiscale afschrijving is maximaal 20% bij duurzame productiemiddelen, zie artikel 3.30 Afschrijving op bedrijfsmiddelen van de Wet op de inkomstenbelasting. Het berekende privégebruik vul je in op de aangifte omzetbelasting bij rubriek 1d; het bedrag mag je vervolgens in de financiële administratie ten laste van het resultaat brengen.

Koop en/of verkoop van de auto van de zaak Koop en/of verkoop je de auto van de zaak in de loop van het jaar, dan bereken je dit naar tijdsevenredigheid. Stel dat je per 1 maart een nieuwe auto koopt, dan neem je de afschrijving gedurende tien maanden (10/12). Als een deel van de omzet is vrijgesteld van btw, dan neem je dat deel ook niet mee in het privégebruik.

◆ 31


HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting

◆ Voorbeeld 15 Gegeven Stel dat je bij voorbeeld 14 de omzet hebt verdeeld naar 75% belaste omzet en 25% vrij van btw. Gevraagd Bereken de btw over het privégebruik. Uitwerking De verhouding privé : zakelijk is 1 : 4 en van het zakelijke deel is 75% (3) belast en 25% (1) is vrijgesteld. De nieuwe verhouding wordt dan privé : belast zakelijk : vrijgesteld zakelijk is 1 : 3 : 1. Dan krijg je de volgende berekening voor privégebruik: 1/5 × (€ 14.000 × 75%) × 21% = € 441.

1.8

Bijzondere regelingen

1.8.1

Factuurstelsel of kasstelsel

Je bent als ondernemer verplicht je administratie goed bij te houden en wel zodanig dat die voor een inspecteur van de Belastingdienst ordelijk en inzichtelijk is. Zo bestaat voor de omzetbelasting een hele reeks van administratieve verplichtingen. Een van de eisen is dat je van elke verkoop een factuur maakt. Deze factuur moet in de loop van de maand of anders uiterlijk de vijftiende van de maand volgend op de verkoop zijn gemaakt en verstuurd naar factuurstelsel de koper. Als de koper een andere ondernemer is, moet je altijd het factuurstelsel volgen. Als kasstelsel een ondernemer uitsluitend levert aan consumenten kun en mag je het kasstelsel volgen. Als een ondernemer via het kasstelsel werkt, hoeft hij geen facturen op te maken en hoeft hij dus ook de informatie niet te vermelden die verplicht is op een factuur. Denk hierbij aan NAWgegevens van de koper, debiteurennummer, factuurnummer en KvK-nummer.

1.8.2

Kleineondernemersregeling (KOR)

Er zijn twee soorten kleine ondernemers: 1 ondernemers die geheel ontheffing krijgen van administratieve verplichtingen; 2 ondernemers met administratieve verplichtingen die niet alle btw hoeven af te dragen. Deze regeling geldt alleen voor de persoonlijke (natuurlijke) rechtspersonen, dus de eenmanszaak (zzp), maatschap, vof en cv! Ad 1 Ondernemers die geheel ontheffing krijgen van administratieve verplichtingen Hieronder vallen ondernemers in de zin van de Wet op de omzetbelasting, maar in de praktijk zijn het slechts heel kleine ondernemingen. Vaak zijn het mensen die naast een baan een klein eigen bedrijf hebben. Als ze minder dan € 1.345 aan omzetbelasting per jaar hoeven af te dragen, kunnen ze ontheffing aanvragen bij de inspecteur. De verleende ontheffing is maximaal vijf jaar geldig. Dat betekent dat de ondernemer geen btw mag vermelden op de facturen die hij uitgeeft. Het gevolg is ook dat hij de btw die hij heeft betaald, niet kan meenemen als vooraftrek.

◆ 32


LEERWERKBOEK NIVEAU 4

Fiscale kennis 2019-2020

BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Fiscale kennis 2019-2020 maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen (FAB) voor niveau 3 en 4.

Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld. Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’. Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken en (leer)werkboeken, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. Het leerwerkboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel, theorie, geeft een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. In het tweede deel gaat de student aan de slag. Na oriënterende vragen en kennisvragen krijgt de student met routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken. BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1)

Fiscale kennis 2019-2020 LEERWERKBOEK

Het leerwerkboek Fiscale kennis biedt de bedrijfsadministrateur en de junior assistent-accountant de kennis en wettelijke richtlijnen rond aangifte omzetbelasting, aangifte inkomstenbelasting en loonaangifte. Verder wordt de nodige kennis aangeboden voor de heffing van vennootschapsbelasting en speciaal voor de JAA: de heffing inkomstenbelasting voor ondernemers in het kleinbedrijf. Het leerwerkboek wordt jaarlijks aangepast aan de actuele belastingwetgeving. Uitgangspunten van deze uitgave zijn de belastingwetten in het belastingjaar 2019.

financiele beroepen

THEO VAN DE VEERDONK PIETER MIJNSTER

22478_LWB_FisKennis-2015_210x297mm.indd Alle pagina's

13-03-19 16:27

Profile for ThiemeMeulenhoff

BV in Balans Fiscale kennis 2019 - 2020 proefexemplaar  

Een proefexemplaar van BV in Balans Fiscale kennis 2019 - 2020. Dit is nog niet de definitieve uitgave.

BV in Balans Fiscale kennis 2019 - 2020 proefexemplaar  

Een proefexemplaar van BV in Balans Fiscale kennis 2019 - 2020. Dit is nog niet de definitieve uitgave.