Page 14

De kinderen van groep 3 spelen buiten. Juf Julia staat er bij te kijken. Dan ziet ze dat een groepje kinderen elkaar slaat en schopt: ze spelen oorlogje. ‘Zo, pang, pang, jij bent dood! Jij bent doo-oo-ood! Je moet gaan liggen want jij bent dood!’ roept Patrick tegen Randy. Maar Randy gaat niet liggen. Patrick gaat verhaal halen bij juf Julia. ‘Juf, Randy is dood en hij gaat niet liggen!’ Juf Julia is tegen dit soort spelgedrag. Ook het roepen van ‘jij bent dood’ vindt zij maar niets. Zij weet echter ook dat veel ouders dit soort spelgedrag thuis toestaan en dat dit soort spel ook voorkomt in de virtuele wereld en in de media. Moet zij Randy aanspreken omdat hij zich niet aan de regels van het spel houdt? Of moet zij zich juist richten op het hele groepje om het spel af te keuren en dan met name het slaan, schoppen, schieten en het roepen dat iemand dood is?

1 Waarden en normen in het onderwijs

Een derde partij hier is de school. Wat zijn de waarden en normen van de school? Als er op een openbare school ruimte is voor verschillende geloven, dan zou een stalletje dat door een van de leerlingen wordt meegenomen, kunnen. Het kan ook zijn dat de school het als een geloofsuiting ziet en het verbiedt. Wat dan? Gaat Anna het geloof dan zien als iets wat niet mag? De juf is immers belangrijk en de school en de juf geven aan dat ze het stalletje niet mag meenemen naar school.

Ook hier is sprake van een dilemma. Dit dilemma is echter eenvoudiger dan het vorige. In het onderwijs is er namelijk meer consensus over deze laatste normen. Volgens de ‘ongeschreven onderwijsnormen’ zal juf Julia hier waarschijnlijk de groep aanspreken en eventueel met Randy apart praten over regels van een spel.

Wat mag wel en wat mag niet bij internetgebruik?

13

Bouwen aan je groep  

Werken in het onderwijs is vooral het werken met groepen. Het is het eerste waar je tegenaan loopt in het onderwijs en het is dan ook verwon...