__MAIN_TEXT__

Page 1


Aardrijkskunde voor de bovenbouw havo en vwo

Ontwikkelingsland BraziliĂŤ Studieboek havo

Auteurs drs. G. Gerits en drs. M.W. van Veen

Eindredactie drs. I.G. Hendriks

De Geo voor de bovenbouw havo en vwo wordt geschreven door een auteursteam: drs. J.H. Bulthuis, drs. H.M. van den Bunder, drs. G. Gerits, drs. I.G. Hendriks, F. Jutte MSc, drs. J.H.A. Padmos, A.M. Peters en drs. M.W. van Veen.


2

Methodeoverzicht | Colofon

Methodeoverzicht

Colofon

978 9006 61912 6 978 9006 61913 3 978 9006 61924 9 978 9006 61925 6 978 9006 61915 7 978 9006 61916 4 978 9006 61918 8 978 9006 61919 5 978 9006 61921 8 978 9006 61922 5

Studie- en werkboek havo Arm en rijk studieboek Arm en rijk werkboek Brazilië studieboek Brazilië werkboek (Over)leven in Europa studieboek (Over)leven in Europa werkboek Systeem aarde studieboek Systeem aarde werkboek Wonen in Nederland studieboek Wonen in Nederland werkboek

Vormgeving en opmaak HollandseWerken / Marc Freriks, Zwolle

978 9006 61914 0 978 9006 61926 3 978 9006 61917 1 978 9006 61920 1 978 9006 61923 2

Leeropdrachtenboek havo Arm en rijk Brazilië (Over)leven in Europa Systeem aarde Wonen in Nederland

Over de omslagfoto Dagelijks leven in de grootste favela van Brazilië, Rocinha, in Rio de Janeiro.

978 9006 61930 0 978 9006 61931 7 978 9006 61927 0 978 9006 61928 7 978 9006 61936 2 978 9006 61937 9 978 9006 61933 1 978 9006 61934 8 978 9006 61942 3 978 9006 61943 0 978 9006 61939 3 978 9006 61940 9

Studie- en werkboek vwo Arm en rijk studieboek Arm en rijk werkboek Globalisering studieboek Globalisering werkboek Klimaatvraagstukken studieboek Klimaatvraagstukken werkboek Systeem aarde studieboek Systeem aarde werkboek Wonen in Nederland studieboek Wonen in Nederland werkboek Zuid-Amerika studieboek Zuid-Amerika werkboek

978 9006 61932 4 978 9006 61929 4 978 9006 61938 6 978 9006 61935 5 978 9006 61944 7 978 9006 61941 6

Leeropdrachtenboek vwo Arm en rijk Globalisering Klimaatvraagstukken Systeem aarde Wonen in Nederland Zuid-Amerika

Cartografisch tekenwerk en grafieken EMK, www.emk.nl Fotoresearch FotoLineair, Arnhem Bureauredactie Text & Support / Marjon Koolen, Beusichem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 61924 9 Vijfde druk, eerste oplage, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


3

Inhoud

Inhoud

Brazilië

Brazilië

Hoe werk je met De Geo?

4

1

Natuurlijk Brazilië

1.1 1.2 1.3 1.4

Ontdek Brazilië Landschappen en delfstoffen Klimaten in Brazilië Veelzijdige natuur Begrippen

2

Het ingerichte landschap

2.1 2.2 2.3

Stedelijke ontwikkeling Steden onder de loep Spanning tussen natuur en inrichting Begrippen

5

Brazilië

Brazilië

6 9 15 18 22

3 Bevolkingskenmerken Brazilië

23

CE

24 29 33 37

38

3.1 3.2 3.3 3.4

De lange weg naar democratie Bevolking, cultuur en demografie Economische groei in Brazilië Ontwikkelingspeil in de lift Begrippen

4

Brazilië: blik op de buitenwereld

4.1 4.2

Brazilië: leider in Zuid-Amerika? Brazilië en zijn positie in de wereld Begrippen

5

Actuele vraagstukken in Brazilië

5.1 5.2 5.3 5.4

Een uniek ecosysteem Ontginning van Amazonië De achtergrond van ongelijkheid Ruimtelijke segregatie in de megasteden Begrippen

Vaardigheden en werkwijzen Register van begrippen Bronvermelding

CE

CE

39 42 46 50 52

53

CE

54 58 62

63 64 67 71 74 77 78 86 88

SE


4

Hoe werk je met De Geo?

Hoe werk je met De Geo? Dit studieboek behandelt het domein Ontwikkelingsland. Samen met het werkboek en het materiaal op www.thiememeulenhoff.nl/degeo kun je je hiermee goed voorbereiden op dit onderdeel van het schoolexamen en centraal examen aardrijkskunde. Het werkboek, het studieboek en de site zijn op de volgende manier opgebouwd.

Werkboek I Instaptoets Je herhaalt wat je over het onderwerp hebt geleerd in de onderbouw.

II Hoofdstukken met paragrafen en deelvragen Ieder hoofdstuk heeft een hoofdvraag. In de paragrafen komen de deelvragen aan de orde waarmee je de hoofdvraag kunt beantwoorden.  Opdrachten In elke paragraaf maak je verschillende soorten opdrachten. De deelvragen van die opdrachten zijn gelabeld. De labels zijn: - onthouden - begrijpen - toepassen - analyseren - evalueren - creëren Hierdoor weet je als je de opdrachten gemaakt hebt, welke soort opdrachten je goed kunt en welke soort je nog meer moet oefenen.  Atlasopdracht Als je bij een opdracht een atlas nodigt hebt, staat er dit symbool bij.  Onlineopdracht Als je bij een opdracht een onlineverbinding of extra digitaal materiaal nodig hebt, staat er dit symbool bij.   Samenwerkingsopdracht Als je bij een opdracht samenwerkt met anderen, staat er dit symbool bij. Vaardigheden Als je in een opdracht vaardigheden en   werkwijzen extra oefent, staat er dit symbool bij.   Anders actief In sommige paragrafen ga je op een andere manier aan de slag met de stof van het (school)examen. Aan de hand van een aantal prak tische opdrachten ga je actief aan het werk met een onderzoeksvraag. Als je alle stof behandeld hebt, kun je de onderzoeksvraag beantwoorden. Bij een Anders actief-paragraaf staat er dit symbool bij.   Casus De kennis, de inzichten en de vaardigheden die je in een hoofdstuk hebt opgedaan, pas je aan het eind toe in een concrete casus.

  Hoofd-

  Finish

Elk hoofdstuk sluit je af met een slotopdracht, een leeroverzicht en een overzicht van de begrippen.  Examentraining Een hoofdstuk heeft ook altijd een aantal examenopdrachten waarmee je oefent voor het examen.

III Proefexamen Als je het hele werkboek afgerond hebt, krijg je van je docent een proefexamen. Hiermee toets je je kennis en vaardigheden voor alle stof die in het katern aan bod komt. Op het examen gebeurt dat immers ook.

Studieboek Het studieboek heb je nodig om de theorie, de vaardigheden en de werkwijzen na te lezen. Om je te helpen de stof te bestuderen, zijn de volgende tekens gebruikt:  hoofdzaak  bijzaak of opsomming van punten  voorbeeld of extra uitleg Het overzicht Vaardigheden en werkwijzen vind je achter in het studieboek. De opdrachten in het werkboek leiden je door dit overzicht. Begrip 42

3

Bevolkingskenmerken

Bevolking, cultuur en demografie

 Een tweede bevolkingsgroep in Brazilië zijn de pretos, de zwarten. Pretos zijn afstammelingen van de ongeveer 4 miljoen Afrikaanse slaven die tussen 1538 en 1888 naar Brazilië zijn gehaald om er te werken op bijvoorbeeld plantages. Tegenwoordig zijn er ongeveer 15 miljoen pretos, met name in het noordoosten.  De blanken (brancos) zijn de grootste etnische groep in Brazilië. Brancos zijn nakomelingen van Portugese kolonisten en andere Europeanen die in de loop van de eeuwen naar Brazilië zijn verhuisd. Zeker toen de slavernij in 1888 werd afgeschaft, zijn veel Europese immigranten als arbeiders naar Brazilië verhuisd. Er wonen nu ongeveer 90 miljoen blanken; de meeste in het zuiden en zuidoosten van het land.  De Aziaten (amarelos, of gelen) vormen een kleine bevolkingsgroep. De meeste Aziaten komen oorspronkelijk uit Japan en zijn naar Brazilië gekomen om er te werken. De Aziaten (zo’n 2 miljoen) wonen nu vooral in het dichtbevolkte zuidoosten.

3.2

Bevolking, cultuur en demografie Etnische groepen

Een verenigd volk?

 De Braziliaanse bevolking bestaat uit veel bevolkingsgroepen

Voetbal is in Brazilië een echte volkssport. Behalve vier nationale competities en een bekerwedstrijd zijn er talloze competities in de staten en de steden. Als het nationale team op het veld staat, zijn de grote stadions overvol. Naast elkaar staan arm, rijk, zwart, bruin en blank luidruchtig te juichen op het ritme van de samba. Samen voelen zij zich een als het nationale elftal wint en er feest wordt gevierd in het stadion. Maar is die eenheid en gelijkheid tussen de etnische groepen er ook buiten het stadion?

1960: totaal 70 miljoen 1%

0,5%

9%

2010: totaal 191 miljoen 2%

1%

7%

28,5% 61%

43%

brancos (blanken)

pretos (zwarten)

pardos (gemengde groep)

amarelos (Aziaten)

FIGUUR 3.7

Bevolkingsgroepen Brazilië, 1960 en 2010.

47%

overige (inclusief inheemsen)

met een eigen etniciteit (figuur 3.7). Etniciteit is het idee van groepen mensen dat ze bij elkaar horen omdat ze dezelfde afkomst, cultuur, geschiedenis en gewoonten hebben. Brazilië heeft zijn etnische verschillen te danken aan kolonialisme, slavernij en immigratie. Ruim 55% van de Brazilianen valt onder de volgende etnische groepen.  De oudste bevolkingsgroepen zijn de inheemse stammen. Voordat de Portugezen in 1500 Brazilië veroverden, woonden er ongeveer 5 tot 10 miljoen inheemsen verspreid over het hele land. Door de komst van de kolonisten is hun aantal sterk afgenomen. Veel inheemsen kwamen om in oorlogen of doordat ze niet bestand waren tegen de ziekten die de kolonisten meenamen, zoals tuberculose. Tegenwoordig wonen in Brazilië nog bijna 1 miljoen inheemsen (indígenas), vooral in het Amazonegebied in het middenwesten en noorden van het land (figuur 3.8). Sommige stammen leven in afzondering, andere hebben regelmatig contact met de moderne wereld. FIGUUR 3.8

Inheemse bevolking: de Pataxo-stam in Bahai.

Mestizering  Ruim 40% van de Brazilianen hoort niet bij een van de hier-

voor genoemde etnische groepen. Zij hebben ouders of voorouders uit verschillende groepen en vormen zo een eigen etniciteit.  De vermenging van blanke met inheemse Brazilianen wordt in Zuid-Amerika mestizering genoemd. In Brazilië hanteert men een ruimere definitie. Daar betekent mestizering de vermenging van verschillende bevolkingsgroepen. In de koloniale tijd werden huwelijken tussen blanken en inheemsen aangemoedigd. Sinds de afschaffing van de slavernij stimuleerde de overheid lange tijd dat blanke en zwarte Brazilianen zich zouden vermengen. De kinderen van een zwarte en blanke ouder worden pardos (bruinen) of mulatten genoemd.  Brazilië heeft een grote groep mulatten van ruim 80 miljoen mensen. Deze groep groeit nu hard en zelfs sneller dan de blanken. De meesten wonen in het noorden en midden van het land. De zwarten en het deel van de pardos van Afrikaanse afkomst worden in Brazilië soms als één groep gezien: de AfroBrazilianen.  Elke etniciteit heeft zijn eigen cultuur. Dit komt tot uiting in bijvoorbeeld taal, muziek en dans. Onderling worden soms cultuurelementen overgenomen. Zo is in Brazilië een rijke culturele diversiteit ontstaan (figuur 3.9). FIGUUR 3.9

Muziekinvloeden uit Afrika.

43

3.2

FIGUUR 3.10

Verschillende etnische bevolkingsgroepen voor de Braziliaanse vlag.

Raciale verschillen in het dagelijkse leven  Brazilië komt er graag voor uit dat het een ‘raciale democra-

tie’ heeft. Er wonen veel verschillende bevolkingsgroepen, maar ze zijn allemaal gelijk en hebben allemaal evenveel te zeggen (figuur 3.10). Discriminatie is verboden. Brazilianen zijn erg open en tolerant tegenover elkaar en lijken goed met elkaar te kunnen samenleven. Maar schijn bedriegt. Raciale verschillen spelen in het dagelijkse leven wel degelijk een grote rol. Discriminatie en vooroordelen tussen bevolkingsgroepen zitten zo in het maatschappelijke leven verweven, dat mensen eraan gewend zijn.  Afro-Brazilianen worden vaak anders behandeld dan blanken. Blanken gaan er bij voorbaat van uit dat een Afro-Braziliaanse man schoonmaker of bediende is, of een criminele favelabewoner. Veel Afro-Brazilianen voelen zich ook negatiever behandeld door de politie.  Tussen blanken en Afro-Brazilianen bestaan grote verschillen in werk en inkomen. Afro-Brazilianen verdienen bijna de helft minder dan blanken. Dat komt vooral doordat de meeste goede banen in handen zijn van blanke Brazilianen. Veel dokters, wetenschappers, rechters en directeuren zijn blank. Laaggeschoold en laagbetaald werk zoals vuil ophalen en chaufferen wordt vooral door Afro-Brazilianen gedaan. Dit komt door een tekort aan scholing van de zwarte Brazilianen.  Ook in het onderwijs zijn verschillen zichtbaar. Blanke ouders hebben voldoende geld om hun kinderen naar goede privéscholen te sturen. De meeste Afro-Brazilianen gaan daarentegen naar staatsscholen. Die scholen kampen met tekorten aan docenten en lesmateriaal, waardoor het onderwijs minder goed is. Daardoor hebben Afro-Brazilianen meer moeite om toegelaten te worden in het hoger onderwijs dan blanken.  De verschillen zijn ook zichtbaar in de woonwijken. Er zijn natuurlijk gemengde wijken. Maar in de goedgebouwde, dure buurten wonen vooral rijke blanken en in de armere favela’s vooral Afro-Brazilianen.

Structuurtekens

Online Alles wat in de boeken staat, vind je ook bij elkaar op www.thiememeulenhoff.nl/degeo. Je kunt er alle opdrachten maken. Bij iedere opdracht staat de informatie uit het studieboek die je voor die opdracht nodig hebt. Je kunt je werk nakijken en opslaan. Behalve het materiaal uit de boeken vind je online ook nog:  oefentoetsen per hoofdstuk  omnummertabellen voor de Grote Bosatlas  uitleg en tips bij het Stappenplan geografisch onderzoek


5

Start

Natuurlijk Brazilië

CE

Tweekleurige rivier

Brazilië

Vlak bij de stad Manaus in het Amazonegebied komen twee rivieren bij elkaar: de Rio Solimões en de Rio Negro. Maar het water van de twee rivieren vermengt zich na de samenvloeiing niet met elkaar. Kilometerslang stromen de twee rivieren naast elkaar in één bedding. Dat kun je heel goed zien, omdat het water van de twee rivieren verschillende kleuren heeft. De Rio Negro is blauwzwart, de Rio Solimões is lichtbruin. Dat het water niet goed mengt, heeft te maken met het volgende. Het water van de Rio Solimões komt helemaal uit het Andesgebergte en is met 22 °C relatief koud, omdat er smeltwater uit de bergen in zit. De rivier stroomt ook vrij snel (4 tot 6 km/u), waardoor hij veel sediment meeneemt en troebel en geelbruin is. Het water uit de Rio Negro komt uit het noorden van Brazilië en is 6 °C warmer. Het stroomt bovendien langzamer (2 km/u) waardoor het minder sediment meeneemt en veel helderder is.


6

1

1.1

Natuurlijk Brazilië

Ontdek Brazilië

De eerste beelden van Brazilië

Kennismaking met Brazilië  Door de verhalen van ontdekkingsreizigers als Cabral, en

Voor het jaar 1500 wist in Europa niemand van het bestaan van Zuid-Amerika af. Pas in 1500 zette de Portugese zeevaarder Cabral als eerste voet aan wal in het gebied dat we nu Brazilië noemen. Hij maakte contact met de bewoners. Daarover schreef zijn schrijver: Ze zijn donker van huid, enigszins roodachtig, met mooie, welgevormde gezichten en mooie neuzen. Ze lopen naakt rond, zonder enige kleding. De Portugezen verbaasden zich over de langgerekte huizen met hangmatten en het kennelijke ontbreken van gezag of godsdienst.

FIGUUR 1.1

later ook door kaarten, kregen de Europeanen een eerste beeld van Zuid-Amerika. Dat was erg eenvoudig en anders dan het beeld dat wij nu van Brazilië hebben.  Aan het begin van de zestiende eeuw werd Zuid-Amerika (en Brazilië) voorgesteld als een grote, nieuwe wereld aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, waar het warm was en waar bergen en ondoordringbare bossen langs de kust lagen (figuur 1.1). De bewoners waren eenvoudige mensen.  Tegenwoordig hebben mensen een veel uitgebreider beeld van Brazilië. Ze kennen Brazilië nu als het land van het Amazoneregenwoud, de rivier de Amazone en de prachtige zandstranden. Het land heeft een warm klimaat en is reusachtig

Kaart van Brazilië uit de atlas van Miller, 1519.


Ontdek Brazilië

FIGUUR 1.2

7

1.1

Rio de Janeiro en het Christusbeeld.

groot. De Brazilianen zijn relaxed en houden van voetbal, het strand, carnaval en de samba. Muziek, ritmes en dansen zitten in hun bloed. Wie aan Brazilië denkt, denkt ook vaak aan steden als Rio de Janeiro, met als blikvanger het grote Christusbeeld (figuur 1.2). Brazilië is nog niet echt een heel rijk land, maar het gaat steeds beter, want de economie van Brazilië is lange tijd sterk gegroeid.  Niet alle beelden zijn positief. Het mooie oerwoud bijvoorbeeld wordt bedreigd door de steeds verder oprukkende landbouw en in de steden komt diepe armoede voor. Er zijn veel sloppenwijken, waar ernstige criminaliteit voorkomt en waar veel kinderen op straat leven.

Beelden zijn maar beelden  Bij het vormen van een beeld moet je met drie beperkingen

rekening houden.  Ten eerste geven informatiebronnen altijd een onvolledige beschrijving. Hoe dik een boek ook is of hoeveel internetsites je ook bezoekt, ze geven nooit alle informatie die je nodig hebt om een perfecte voorstelling van Brazilië te krijgen.  Op de tweede plaats kan de informatie over een plek onjuist zijn. Als iemand je bijvoorbeeld vertelt dat Rio de Janeiro de grootste stad van Brazilië is, krijg je verkeerde informatie en klopt jouw beeld niet. De grootste stad is namelijk São Paulo. Het is dus heel belangrijk om betrouwbare bronnen te gebruiken.

Het ontstaan van beelden  Iedereen maakt zich wel een voorstelling van allerlei

gebieden ter wereld. Informatie over plaatsen krijg je op verschillende manieren: bijvoorbeeld doordat je er iets over ziet op tv, doordat je er iets over leest in een tijdschrift, of doordat anderen erover vertellen. En natuurlijk doordat je de streken zelf bezoekt. Met alle informatie vorm je in je hoofd een eigen, persoonlijk beeld van een plek of gebied. Deze persoonlijke waarneming van een plaats noem je perceptie. Jouw perceptie is anders dan die van iemand anders. Als je als vrijwilliger mensen gaat helpen in een arme wijk in São Paulo, krijg je een ander beeld van Brazilië dan wanneer je als toerist het Amazonegebied bezoekt.  Van de beelden die je in je hoofd van een gebied hebt, kun je een kaart maken. Dat is dus een persoonlijke kaart van jouw beeld: een mental map (figuur 1.3). Natuurlijk verandert zo’n mental map voortdurend.

FIGUUR 1.3

Mental map van Amsterdam.


8

1

Natuurlijk Brazilië

 En ten slotte moet je erop letten dat mensen vaak stereotiepe beelden van andere plaatsen en mensen schetsen. Een stereotiep beeld is een eenvoudig, overdreven beeld, vaak gebaseerd op vooroordelen, waarbij je alleen enkele bijzondere kenmerken benoemt. Stereotiepe beelden ontstaan doordat mensen en de media vaak alleen opvallende zaken vertellen. Informatie over gewone dingen wordt vaak weggelaten, want dat is niet bijzonder of boeiend.

BRAZILIË

Het geografische beeld  Jouw persoonlijke beeld van Brazilië is nog beperkt. Om een

goede indruk van het land en zijn bewoners te krijgen, helpt het om een geografisch beeld te maken. Dat doe je door te kijken naar de verschillende kenmerken van het land en zijn bewoners. De volgende geografische kenmerken komen in dit katern aan bod: ligging, landschappelijke kenmerken (zowel de natuurlijke omgeving als de ingerichte ruimte), bevolkingskenmerken en interne en externe relaties.

Enorm land in Zuid-Amerika  Brazilië ligt in Zuid-Amerika op het westelijk halfrond tussen

5° N.B. en 33° Z.B., en tussen 35 en 74° W.L. In de tijd dat Cabral Zuid-Amerika ontdekte, duurde het ruim een maand om Brazilië vanuit Europa te bereiken. Tegenwoordig duurt een vliegreis tussen Amsterdam en São Paulo of Rio de Janeiro ongeveer twaalf uur. Brazilië is met een oppervlakte van 8,5 miljoen km2 het grootste land van Zuid-Amerika en vijfde in grootte in de wereld. Alleen Rusland, Canada, China en de V.S. zijn groter. Nederland is vergeleken met Brazilië maar klein: ons land past meer dan tweehonderd keer in Brazilië (figuur 1.4).

FIGUUR 1.5

0

500

1.000 km

FIGUUR 1.4

De grootte van Brazilië en Europa vergeleken.

De afstand van het noorden van Brazilië tot het zuiden is 4.300 km. Datzelfde geldt voor de afstand van de oostelijke tot de westelijke punt van het land.  Door de grote afstanden is reizen in Brazilië een grote uitdaging. Veel mensen gebruiken langeafstandsbussen (figuur 1.5). Dan ben je langer onderweg, maar het is veel goedkoper dan een vliegreis. Zakenmensen die binnen Brazilië over een grote afstand moeten reizen, nemen vaak het vliegtuig. Afgelegen plekken diep in het Amazoneregenwoud kun je alleen per boot of met een watervliegtuig bereiken.  Goederen worden in Brazilië vooral per vrachtwagen vervoerd. Dat is duur, omdat een vrachtwagen maar weinig lading kan meenemen. Daarom worden er steeds meer speciale goederensporen aangelegd.

Drukte op het busstation van São Paulo.


Landschappen en delfstoffen

Landschappen en delfstoffen

Toevalstreffer

la n

tis

Pantanalvlakte

eO

ceaan

ncisco Fra

Hoogland van Brazilië

r Pa

Serr a

Mar do

0

Reliëf in Brazilië FIGUUR 1.6

ch

zone Ama

São

ro

Rio Neg Amazonebekken

n Oceaa ote Gr

In 1967 vlogen onderzoekers van U.S. Steel met een helikopter over het tropische regenwoud dicht bij Carajás in Noord-Brazilië. De tank moest worden bijgevuld met reservebrandstof en daarom zette de piloot de helikopter neer op een kaal heuveltje. De onderzoekers vonden het vreemd dat er zo weinig planten groeiden. Ze namen daarom grond mee voor onderzoek. Daarin bleek zo veel ijzer te zitten, dat het begrijpelijk was dat er nauwelijks vegetatie kon groeien. Later onderzochten ze de plek bij Carajás nauwkeuriger. Vlak onder het aardoppervlak bevond zich de grootste ijzerertsvoorraad ter wereld. De noodlanding bleek een toevalstreffer! Weldra werd het ijzererts gewonnen.

At

gland van Hoo Gu ya na

an á

1.2

9

1.2

500

1.000 km

Reliëf in Brazilië.

 Het grootste deel van Brazilië bestaat uit vlak of licht

glooiend land. Maar er zijn ook heuvelachtige gebieden en hoge bergketens. Op basis van hoogte en reliëf kun je Brazilië indelen in een paar deelgebieden (figuur 1.6).

 In het uiterste noorden ligt het Hoogland van Guyana. Kenmerkend voor dat gebied zijn de prachtige tafelbergen. Dat zijn bergen met vlakke toppen tot ruim 2.900 m hoogte en steile rotswanden (figuur 1.7).


10

FIGUUR 1.7

1

Natuurlijk Brazilië

Hoogland van Guyana met tafelbergen.

 In het midden en zuiden van Brazilië ligt het Hoogland van Brazilië (figuur 1.8). Het is een uitgestrekte hoogvlakte of hoogland tot 1.100 m hoogte. Verspreid over de hoogvlakte liggen ook enkele bergketens met hoge toppen.  Een van de belangrijkste bergketens is de Serra do Mar (vertaald: bergen aan zee). Het gebergte vormt de zuidoostelijke grens van het Hoogland van Brazilië en ligt in een strook langs de Atlantische Oceaan. De toppen reiken tot meer dan 2.000 m.

FIGUUR 1.8

Hoogland van Brazilië.

De steile bergen rond Rio de Janeiro behoren ook tot deze bergketen.  Tussen het Hoogland van Guyana en het Hoogland van Brazilië ligt het Amazonebekken. Het is een groot, vlak of licht golvend gebied waar de Amazone doorheen stroomt (figuur 1.9). De Amazone ontspringt in de Andes ten westen van Brazilië en mondt in het oosten van het land uit in de Atlantische Oceaan.


FIGUUR 1.9

Amazonegebied.

 In het westen van het land liggen de Pantanal en nog enkele andere kleine vlakten (figuur 1.6). Het zijn laaggelegen, uitgestrekte moerasachtige gebieden.

Reliëf verklaard  Door het bewegen van de aardplaten zijn gedurende mil-

joenen jaren bergen, oceanen en grote continenten ontstaan. Verwering en erosie breken de gevormde landschappen weer af en door sedimentatie worden landschappen weer opgebouwd. Met behulp van de platentektoniek en de exogene processen kun je de vorm en de ontstaanswijze van de verschillende landschappen in Brazilië verklaren.

A

11

1.2

Landschappen en delfstoffen

meer dan 730 miljoen jaar geleden

West-Afrika

B

Oude plateaus  De twee hooglanden in Brazilië bestaan uit zeer oude

gesteenten van bijna 2 miljard jaar oud. Een gebied dat ouder is dan 1 miljard jaar, wordt een schild genoemd. De hooglanden waren ooit kleine stukken continent die in de buurt van de Zuidpool lagen (figuur 1.10A: Amazonia en Rio de la Plata). Door de platentektoniek zijn ze in de loop van miljoenen jaren tegen elkaar gebotst. Zo werden ze samengevoegd met stukken continent die nu tot Afrika behoren (West-Afrika en Congo). Ze vormden samen het oude continent Gondwana (figuur 1.10B en 1.10C). Uiteindelijk werd Gondwana ruim 250 miljoen jaar geleden een deel van het grote continent Pangea (figuur 1.10D en 1.10E).

730 miljoen jaar geleden

Amazonia

630 miljoen jaar geleden

West-Afrika

West-Afrika

Borborema

C

Borborema Amazonia

Amazonia

São Francisco Congo

São Francisco Congo Rio de la Plata

Rio de la Plata Rio de la Plata

D

550 miljoen jaar geleden

E

250 miljoen jaar geleden

vulkaanketen continent schild

West-Afrika Amazonia

Borborema

Pangea

West-Afrika Amazonia

São Francisco Congo

São Francisco Congo

FIGUUR 1.10

O Kalahari Rio de la Plata ND W AN A G

GO N D WA N A Rio de la Plata Kalahari

Borborema

Pangea

Oude schilden groeien aaneen tot één groot continent.

breuk bergketens

Borborema

São Francisco Congo


12

1

Laat-Perm meer dan 250 miljoen jaar geleden A

Natuurlijk Brazilië

Midden-Krijt meer dan 110 miljoen jaar geleden

Laat-Eoceen meer dan 40 miljoen jaar geleden

B

Noord-Amerika

C CARIBISCHE PLAAT

Panthalassa Oceaan

Afrika

Zuid-Amerika

Zuid-Amerika

Afrika

Zuid-Amerika

GONDWANA Afrika

Antarctica

Het openbreken van Pangea.

Natuurlijke hulpbronnen  Brazilië is rijk aan natuurlijke hulpbronnen (figuur 1.12).

Natuurlijke hulpbronnen zijn stoffen uit de natuur die van economisch nut kunnen zijn. Voor alle spullen die je dagelijks gebruikt, zijn deze stoffen nodig en de natuur is onze leverancier.

B

250

500 km

Oc ea a

B

B

M

PERU

BRAZILIË BOLIVIA M

B

B

steenkool CHILI B bauxiet

B

PARAGUAY

mangaan diamanten, koper, zilver

FIGUUR 1.12

he

O

n aa ce

nt is

ijzererts ARGENTINIË

c

olie M

door het Amazonebekken stromen, voeren veel sediment mee. In het vlakke, laaggelegen gebied werd in het langzaam stromende water het erosiemateriaal uit de bergen en vruchtbaar slib afgezet. Soms werd het gebied overspoeld door de zee. In de loop van miljoenen jaren werden de zand- en kleilagen samengedrukt tot sedimentgesteente. Zo ligt er in de ondergrond van het laagland een pakket van honderden meters diep sedimentgesteente. Ze worden bedekt met jonge rivierafzettingen van de Amazone en zijn zijrivieren.

Atla ntis che

M

Laagland  De rivieren die in het hoogland ontspringen en vervolgens

0

VENEZUELA

n

 In figuur 1.11 zie je dat Pangea vanaf 230 miljoen jaar geleden in stukken is opengebroken. Bij een divergente breuklijn kwam magma omhoog dat stolde tot hard gesteente. Er werd nieuwe oceanische korst gevormd met in het midden de Midden-Atlantische Rug. Zuid-Amerika, met de oude schilden, bewoog naar het westen en Afrika naar het oosten. Ze kwamen steeds verder van elkaar te liggen.  Bij het bewegen van de Zuid-Amerikaanse plaat naar het westen en de druk van de omliggende platen ontstonden gebergtevormende krachten. Sommige gebieden, zoals de oude schilden, werden omhoog gedrukt. Zo vormden zich hoge plateaus, omgeven door steile hellingen (figuur 1.7).  In de twee hooglanden vind je tegenwoordig stollingsgesteenten (bijvoorbeeld graniet), metamorfe gesteenten (zoals leisteen) en sedimentgesteenten. Graniet en metamorfe gesteenten zijn zeer diep in de aardkorst gevormd. Door de opheffing en de erosie van alle bovenliggende lagen ligt dit oude gesteente nu dicht aan de oppervlakte.  Op de twee plateaus ontspringen veel riviertjes die uiteindelijk afwateren op de Amazone of op de rivier de Paraguay/ Paraná. Het snelstromende water langs de steile hellingen heeft diepe kloven uitgesleten.

At la

FIGUUR 1.11

Delfstoffen in Brazilië.

 In figuur 1.12 zie je de vindplaatsen van een aantal belangrijke natuurlijk hulpbronnen. Er zijn veel delfstoffen te vinden, waaronder ertsen. Een erts is een gesteente of een mineraal waarin een metaal zit. Brazilië beschikt over veel ijzererts (foto en inleiding paragraaf). Het komt veel voor in het Hoogland van Brazilië en het Hoogland van Guyana, maar ook in het grensgebied met Bolivia. De dikke ertslagen liggen dicht aan het aardoppervlak; daardoor is dagbouw mogelijk. Andere ertsen zoals tin, koper en zilver vind je in het Amazonegebied. Bauxiet wordt onder andere gedolven in de deelstaat Pará. Brazilië beschikt ook over de belangrijke energiebron (en grondstof)


Landschappen en delfstoffen

FIGUUR 1.13

13

1.2

IJzererts in Minas Gerais.

aardolie. Enkele decennia geleden zijn grote hoeveelheden olie gevonden voor de kust.  Het ontstaan en de spreiding van natuurlijke hulpbronnen hangt samen met de geologie van het gebied. We gaan dieper in op de ontstaanswijze van ijzererts, bauxiet en aardolie.

gesteenten door gebergtevorming omhoog gedrukt tot hoge plateaus. De druk werd zo groot dat in de ijzerhoudende lagen metamorfose optrad en er ijzererts ontstond. Verwering en erosie verwijderden ten slotte alle bovenliggende lagen. Nu ligt het ijzererts dicht aan de oppervlakte (figuur 1.13).

IJzererts: een oeroude hulpbron

Bauxiet: een tropisch erts

 IJzererts is opgebouwd uit horizontale gesteentelaagjes met

 In de deelstaat Pará in Noord-Brazilië liggen heel dikke

en zonder ijzer. Dat wijst erop dat bij de ertsvorming sedimentatie een rol heeft gespeeld. De grootste voorraden ijzererts vind je in de gebieden van de oude schilden.  Drie miljard jaar geleden lagen de huidige Braziliaanse ijzerertsgebieden in een ondiepe oceaan. Het oceaanwater bevatte toen nog niet zo veel zuurstof als tegenwoordig. Onder die zuurstofarme omstandigheden konden soms ijzerhoudende sedimenten gevormd worden. Deze lagen werden afgewisseld met sedimentafzettingen zonder ijzer. De sedimentlagen werden samengedrukt tot gesteenten. Later werden de ijzerhoudende

lagen bauxiet vlak aan het aardoppervlak. Het is de grondstof voor aluminium. Een van de belangrijkste mijnen ligt in het Amazonebekken bij Paragominas. Daar graven machines grote blokken bauxiet af (figuur 1.14).  Volgens wetenschappers is bauxiet pas in de afgelopen paar miljoen jaar gevormd. In de hooglanden liggen, zoals je al weet, oude gesteenten aan de oppervlakte. Voorbeelden zijn basalt en gneiss (een metamorf gesteente). Door het vochtige tropische klimaat en de dichte begroeiing van oerwoudvegetatie vond veel chemische verwering plaats. Het gesteente

FIGUUR 1.14

Bauxietmijn.


14

1

viel uiteen in fijne kleideeltjes en het verweringmateriaal kwam in de laaggelegen omringende bekkens terecht. Er ontstond daar een dikke sedimentlaag. De goed oplosbare kleideeltjes spoelden door de vele neerslag uit. De slecht oplosbare aluminium- en ijzermineralen bleven boven in de grond achter. Deze rode, uitgespoelde laag, waarin veel aluminium zit, noem je lateriet. Langzaam werd het lateriet steeds harder. Dit verharde gesteente is bauxiet.

Aardolie op grote diepte  In Brazilië is nog niet zo lang geleden aardolie ontdekt. Dat

is een fossiele energiebron die ontstaan is uit oude plantenof dierenresten. Aan het einde van de vorige eeuw vonden de Brazilianen voor het eerst olie in het Santosbekken op meer dan 200 km ten zuidoosten van Rio de Janeiro (figuur 1.15). In 2006 was het pas goed raak. Toen werd een groot olieveld, het Tupi- of Lulaveld, in het Santosbekken ontdekt. Het reservoirgesteente, de gesteentelaag waar olie of gas in zit, bevindt zich op ruim 4,8 km onder de zeespiegel. Een zoutlaag boven het reservoirgesteente laat het gas en de olie niet ontsnappen.  Inmiddels is er behalve in het Santosbekken ook olie gevonden in het Camposbekken en het Espirito Santobekken. Bij elkaar strekken ze zich uit over een gebied van 800 km lang en 200 km breed. Dat is bijna vier keer zo groot als Nederland. De hoeveelheden olie behoren tot de grootste reserves ter wereld. 0

onderzoeksveld

250

Natuurlijk Brazilië

Olievorming  De aanwezigheid van aardolie op grote diepte is bijzonder.

Meestal liggen olievelden slechts op enkele honderden meters diepte. De olie onder de zeebodem is zo’n 145 tot 100 miljoen jaar geleden gevormd tijdens het openbreken van het grote continent Pangea.  Pangea brak open bij een divergente breukzone. Het gebied in de breukzone zakte weg en er ontstond een diepe slenk (figuur 1.16A en B). In de meren in dit brede dal leefden veel algen, bacteriën en plankton. Zodra deze organismen afstierven, zakten ze naar de modderige bodem. In deze blubber zat weinig zuurstof, waardoor het dode organische materiaal daar niet kon verteren. Zo ontstond een dikke organische massa: de basis voor de vorming van olie en gas.  Boven op deze lagen werden andere sedimenten afgezet, zoals zand of klei. De slenkzone werd breder en vulde zich met oceaanwater (figuur 1.16C). Het zeewater kon in de smalle bekkens verdampen en het zout bleef achter. Deze zoutlagen dekten de sedimentlagen af en vormden een ondoordringbare laag.  Door de druk van alle bovenliggende lagen ontstonden olie en gas in de diepgelegen laag met organisch materiaal. Olie en gas konden langzaam naar boven bewegen, maar zaten vervolgens onder de zoutlagen gevangen. A vorming van breuken tussen Zuid-Amerika en Afrika

500 km

olievelden zoutafzettingen BRAZILIË in ondergrond

São Paulo

B vorming van een brede vallei (150 tot 100 miljoen jaar geleden)

Vitória Espirito Santo Basin

slenk

Rio de Janeiro Campos Basin

Curitiba

Florianópolis

FIGUUR 1.15

Santos Basin

e ntisch Atla

Oceaan C vorming van de Atlantische Oceaan

Bekkens met olievindplaatsen voor de Braziliaanse kust.

FIGUUR 1.16

Geologie 100 tot 145 miljoen jaar geleden.


Klimaten in Brazilië

1.3

15

1.3

Klimaten in Brazilië

Doden door extreme neerslag

Nova Friburgo

PARAGUAY

São Paulo

CHILI

eaan

een tropisch regenwoudklimaat. Temperaturen van 30 °C overdag en ruim 20 °C ’s nachts zijn het hele jaar door normaal. Er valt veel neerslag: ongeveer 2.000 tot 3.000 mm per jaar. Het tropische regenwoudklimaat heeft geen echte droge tijd. Tussen juni en september valt wel iets minder neerslag, maar elke maand is het toch nog meer dan 60 mm. Köppen geeft

Oc ea a

BOLIVIA

Porto Alegre

Af = tropisch regenwoudklimaat

BW = woestijnklimaat

Aw = savanneklimaat

Cw = zeeklimaat met droge winter

BS = steppeklimaat

Cf = zeeklimaat

FIGUUR 1.17

 Het noorden van Brazilië ligt dicht bij de evenaar en heeft

500 km

BRAZILIË

PERU

ARGENTINIË

Tropische klimaten in het noorden en het midden

250

Petrolina

 Brazilië ligt voor een groot deel in de tropen. Alleen het

zuiden ligt in het warme gedeelte van de gematigde zone, de subtropen. Het land heeft veel verschillende klimaten (figuur 1.17). Dit heeft vooral te maken met de breedteligging, de druken windsystemen, de zeestromen en de ligging van de bergen.

Atla ntis che

Manaus

Grote Oc

Klimaten in Brazilië

0

SURINAME

n

In januari 2011 teisterde extreme neerslag de dichtbevolkte bergen ten noorden van Rio de Janeiro. Daar viel in de omgeving van Nova Friburgo in 24 uur tijd 166 mm regen. In de weken ervoor was het ook al nat geweest. Er ontstonden talloze aardverschuivingen en modderstromen. Veel rivieren overstroomden. De neerslag veroorzaakte een van de grootste weergerelateerde rampen in Brazilië. De gevolgen waren enorm: weggespoelde huizen, dikke lagen modder in de straten en ruim 900 dodelijke slachtoffers.

VENEZUELA COLOMBIA

Klimaatgebieden in Brazilië.

dit klimaat de afkorting Af. Dit klimaat heerst ook in een smalle strook aan de oostkust.  In figuur 1.17 zie je dat in het midden van Brazilië een groot gebied ligt met een savanneklimaat. Ook bij dit klimaat komt de gemiddelde temperatuur in de koudste maand niet onder de 18 °C. Maar in tegenstelling tot het regenwoudklimaat heeft het savanneklimaat een duidelijk droog seizoen in de winterperiode, van juni tot augustus. Er valt dan weinig neerslag. Het savanneklimaat heeft de afkorting Aw (w = wintertrocken (winterdroog)).


16

1

Natuurlijk Brazilië

Invloed van de ITCZ  In de tropen staat de zon het hele jaar bijna loodrecht boven

het aardoppervlak. Daardoor warmt het land sterk op en verdampt veel vocht. De vochtige lucht stijgt op en condenseert in de atmosfeer. Er ontstaan wolken die uitgroeien tot stevige regen- en onweersbuien. Dit zijn stijgingsregens. Door de stijgende lucht ontstaat aan het aardoppervlak een lagedrukgebied, de intertropische convergentiezone (ITCZ, figuur 1.18). Deze zone schuift met de seizoensbeweging van de zon mee.  Eind december, de zomer in Brazilië, staat de zon loodrecht boven de zuidelijke keerkring, op 23½° Z.B. De ITCZ heeft zich, met de stijgingsregens, een stuk naar het zuiden verplaatst (figuur 1.19). Maar niet overal even ver. Boven de oceaan en langs de Zuid-Amerikaanse kust verschuift de ITCZ slechts weinig naar het zuiden. Dat komt doordat de zee niet zo sterk opwarmt als het Zuid-Amerikaanse binnenland. De oostkust van Brazilië blijft daardoor wat koeler door wind van zee. Dit is de zeer natte periode in het midden van Brazilië, terwijl het in het noorden dan wat droger is.  In juli staat de zon loodrecht boven de keerkring op het noordelijk halfrond. De ITCZ is dan ook een stuk naar het noorden geschoven, maar komt vaak niet verder dan het uiterste noorden van Brazilië (figuur 1.20). De regens vallen in deze maanden dan noordelijk terwijl het in het zuiden van het land droger is.

FIGUUR 1.18

De ITCZ is zichtbaar als wolkenband bij de evenaar.

 De gebieden die een groot deel van het jaar te maken hebben met de invloed van de ITCZ, hebben een tropisch regenwoudklimaat. Het midden van Brazilië heeft een afwisseling van een droog seizoen in de winter als de ITCZ in het noorden ligt, en een nat seizoen door de stijgingsregens (figuur 1.21) in de zomer (december en januari). Daar vind je het savanneklimaat. H

Caracas

Atl an tis c

Caracas

H

h

L

L L

e

Atl an tis c

O

n aa ce

evenaar

h e

O

evenaar

n aa ce

L

L 20° Z.B.

L

skeerkring Steenbok

skeerkring Steenbok

Rio de Janeiro

H

H

4

O Grote ceaan

. 0° Z.B

Buenos Aires

Rio de Janeiro

H

H

minder dan 63 mm 63 - 250 mm 250 - 500 mm 500 - 1.000 mm

. 0° Z.B

4

meer dan 1.000 mm

Buenos Aires

O Grote ceaan

20° Z.B.

500

1.000 km

80° W.L.

FIGUUR 1.19

60° W.L.

63 - 250 mm 250 - 500 mm 500 - 1.000 mm meer dan 1.000 mm

H hogedrukgebied L lagedrukgebied

0

minder dan 63 mm

H hogedrukgebied L lagedrukgebied

ITCZ

ITCZ

overheersende windrichting warme zeestroom koude zeestroom

overheersende windrichting warme zeestroom koude zeestroom

40° W.L.

20° W.L.

Luchtdrukgebieden, windrichtingen en neerslag in Brazilië, Zuid-Amerika, eind december (zomer).

0

500

1.000 km

80° W.L.

FIGUUR 1.20

60° W.L.

40° W.L.

20° W.L.

Luchtdrukgebieden, windrichtingen en neerslag in Brazilië, Zuid-Amerika, in juli (winter).


Klimaten in Brazilië

FIGUUR 1.21

17

1.3

Tropische regenbui in São Paulo.

Invloed van wind en zeestromen  Op de Atlantische Oceaan liggen in de omgeving van de

keerkringen hogedrukgebieden: een ten noordoosten en een ten zuidoosten van Brazilië. Vanuit de twee hogedrukgebieden waaien winden naar het lagedrukgebied, de ITCZ. Het zijn de noordoostpassaat en de zuidoostpassaat.  Van juni tot augustus waait de zuidoostpassaat vanuit het hogedrukgebied over zee richting Noordoost-Brazilië waar op dat moment de ITCZ ligt. De zee bij Brazilië is vrij warm door de warme zeestroom, de Brazilië Stroom. Deze beweegt langs de kust naar het zuiden (figuur 1.20). Door de warmte verdampt veel zeewater, waardoor de zeewinden vochtig worden. Aan de oostkust brengen de winden veel neerslag.  In de zomer, van december tot februari, ligt het lagedrukgebied in het zuiden van Brazilië (figuur 1.19). Dan dringt de noordoostpassaat ver het land in en brengt regen in de gebieden aan de noordkust en in het midden van Brazilië.

Steppe- en woestijnklimaat  Opvallend is dat het noordoosten van Brazilië een steppe-

klimaat heeft. Dit heeft te maken met de ligging van de bergen, en in het bijzonder de Serra do Mar. Dit gebergte vormt een verklaring voor het verschil tussen het natte zuidoostelijke kustgebied en het droge binnenland in het noordoosten.  Vanwege de bergen van de Serra do Mar moet de vochtige zeewind, de zuidoostpassaat, opstijgen zodra deze aan land komt. Aan de zuidoostkant van het gebergte, de loefzijde, ontstaan dan stuwingsregens. Het regent er gedurende het jaar zo veel, dat er een regenwoudklimaat heerst. Aan de andere kant van de bergen, de lijzijde, daalt de lucht en wordt droog. De

gebieden met een steppeklimaat liggen dus in de regenschaduw aan de noordwestkant van de Serra do Mar.  Op enkele plekken waar minder dan 400 mm neerslag valt en de verdamping door de hoge zonnestand heel groot is, is zelfs sprake van een woestijnklimaat (BW).

Gematigd zeeklimaat in het zuiden  Het zuiden van Brazilië is koeler dan het noorden, omdat

het verder van de evenaar af ligt. De temperatuur in de koelste maand is lager dan 18 °C. Er is een groter temperatuurverschil tussen de zomer- en de winterperiode. Het gebied staat onder invloed van zeewinden (zuidoostpassaten) en heeft daarom een gematigd zeeklimaat (Cf).  In het noordelijke deel, bij São Paulo (figuur 1.17), is het in de wintermaanden (juni tot augustus) duidelijk wat droger. De ITCZ ligt ver weg, ten noorden van de evenaar, en het hogedrukgebied op de oceaan strekt zich nu ook uit over het land. Daarom valt daar minder regen. Vandaar dat dit klimaat de afkorting Cw heeft. 


18

1

1.4

Natuurlijk Brazilië

Veelzijdige natuur

Vakantie in Itacaré Brazilië is rijk voorzien van prachtige natuur. Elk jaar bezoeken miljoenen toeristen het land met de natuur als een van de belangrijkste redenen. Het Amazonegebied is het populairst, maar andere plekken hebben ook veel te bieden. Neem nu het plaatsje Itacaré aan de oostkust. In de buurt daarvan zijn witte stranden, ruige rivieren, dichte bossen en moerassen te vinden. Je kunt er allerlei avontuurlijke dingen doen, zoals klimmen door boomtoppen en afdalen met een zipline. Een mooie plek voor de avontuurlijke natuurliefhebber.

 Vanwege de hoge temperaturen en de vochtigheid is de biodiversiteit er groot: er leven ontzettend veel soorten dieren, planten en micro-organismen. Men schat dat er per hectare zo’n veertig soorten bomen voorkomen (figuur 1.23). Als je goed luistert, hoor je constant het geroep van apen, het gezang van vogels en het gezoem en getjirp van insecten.  Niet het hele regenwoud heeft de dichte begroeiing met etages en lianen. Er zijn ook delen met licht en lager tropisch woud of gebieden langs rivieren die elk regenseizoen meters onder water staan. Tegenwoordig zijn er ook gebieden met nieuw bos op plekken waar het regenwoud eerder is gekapt. 0

250

600 km

Ecosystemen  In Brazilië vind je verschillende natuurlijke ecosystemen. In

zo’n systeem is er een wisselwerking tussen planten, dieren, water, bodem en atmosfeer. De vegetatie heeft een directe relatie met het klimaat. Maar ook de bodem kan een belangrijke rol spelen.

gebied met tropisch regenwoud (Portugees: selva, figuur 1.22 en 1.23). Het gebied heeft door het tropische regenwoudklimaat een hoge luchtvochtigheid. Bijna elke dag vallen er ’s middags zware regen- en onweersbuien. Een deel van de regen wordt door oostenwinden van zee aangevoerd. Het andere deel ontstaat doordat water vanaf de planten en uit de rivieren verdampt (evaporatie) en de bomen en planten elke dag vocht afgeven aan de lucht (transpiratie).

ce aa n

O

 In en rond het Amazonebekken van Brazilië ligt een groot

Oceaan ote Gr

Tropische regenwouden

c tis an Atl

he

tropisch regenwoud (selva)

Atlantisch regenwoud

pampa

cerrado

Pantanal

llanos

caatinga

mangrove

FIGUUR 1.22

Spreiding natuurlandschappen in Brazilië.


Veelzijdige natuur

FIGUUR 1.23

19

1.4

Tropisch regenwoud bij een riviertje.

Mangrove

Het Atlantische regenwoud

 Langs de vlakke en lage Atlantische kust in het noordoosten

 In een brede strook langs de zuidoostelijke kust van Brazilië

van Brazilië komt dicht tropisch bos voor dat zich heeft aangepast aan zout water. De bomen en struiken die hier groeien, noem je mangroven. Mangroven staan met hun wortels in ondiep zout water of op stukken land met zoute grond dat bij vloed overstroomt (figuur 1.24). De wortels steken een stuk boven de grond of het water uit. Tussen de wortels onder water vinden veel vissen, krabben en andere zeedieren beschutting om te leven en zich voort te planten. Mangroven hebben warm zeewater nodig en niet al te veel golfslag.

groeit ook regenwoud. Dit is het Atlantische regenwoud, ofwel de Mata Atlantica. Het regenwoud is bijzonder, omdat het niet in de buurt van de evenaar ligt. Het dichte bos met vele mossen langs de stammen en takken kan hier toch groeien, omdat in dit gebied veel stuwingsneerslag valt (meer dan 2.000 mm) die veroorzaakt wordt door de aanlandige wind bij de bergen van de Serra do Mar.

Savanne  In de tropische gebieden met een droge tijd liggen de

FIGUUR 1.24

Mangroven.

savannen van Brazilië. Ze strekken zich over een groot deel van het Hoogland van Brazilië uit. Er zijn drie soorten savannen: de cerrado, de caatinga en de llanos. Net als het tropische regenwoud hebben ze een grote biodiversiteit.  De cerrado (boomsavanne) ligt voor een groot deel op het Hoogland van Brazilië. Het is een savanne met een mix van bomen, struiken en grassen (figuur 1.25). De bomen zijn niet zo hoog als in het tropische regenwoud. Kenmerkend voor de cerrado is dat het landschap er in de droge tijd heel anders uitziet dan in de natte tijd.  In de droge tijd van april tot september krijgen de grassen in de cerrado een droge, bleke en bruinige kleur en ook de bladeren van bomen en struiken verkleuren, of ze vallen af. Het landschap ziet er dan verdord uit. In deze tijd van het jaar komen regelmatig natuurbranden voor, maar de bomen en struiken


20

FIGUUR 1.25

1

Natuurlijk Brazilië

FIGUUR 1.26

Cerrado.

hebben zich hieraan aangepast. Ze hebben dikke basten. Zodra de regen van het natte seizoen valt, verandert de natuur. Bomen en struiken krijgen nieuwe, groene bladeren en er groeien weer frisgroene grassen.  De llanos is een grassavanne met hier en daar wat bomen. Je vindt ze met name in Venezuela en Colombia. Maar in gebieden in het noorden van Brazilië, waar net wat minder neerslag valt dan op de cerrado, vind je deze rijke grassavannen ook.  De caatinga (doornstruiksavanne) is een drogere, steppeachtige savanne in het droge noordoostelijke deel van Brazilië (figuur 1.26). Je ziet er veel doornstruiken, grassen en hier en daar wat bomen. Opvallend zijn de cactussen. De droge tijd duurt zo’n negen maanden en per jaar valt er 250 tot 800 mm regen.  Net zoals in de cerrado ziet de caatinga er in de droge tijd verdord uit en zijn de struiken kaal. Rivierbeddingen zijn droog en de natuur wacht op de regen van de regentijd. Wanneer en hoeveel regen er valt, is altijd wat onzeker. Maar als de regentijd begint, kleurt het landschap meteen groener. FIGUUR 1.27

De Pantanal.

Caatinga.

De Pantanal  Langs de grens met Bolivia en Paraguay ligt een bijzonder

moerasgebied: de Pantanal. Het is een gebied met bomen, struiken en grassen, dat in de regentijd grotendeels onder water staat (figuur 1.27). De overstromingen ontstaan doordat de Pantanal een vlak, laaggelegen gebied is waar veel rivieren, zoals de Paraguay/Paraná doorheen stromen. In de regentijd brengen de rivieren meer water dan dat er kan wegstromen. Het gebied staat dan tijdelijk onder water. Door de jaarlijkse overstromingen heeft het moerasgebied een bijzonder ecosysteem. Er groeien bomen en struiken die tegen overstromingen kunnen en er leven dieren als reuzenotters en kaaimannen (krokodillensoort).


Veelzijdige natuur

21

1.4

Stroomgebied van de Amazone

Bodems

 Het grootste stroomgebied van Brazilië is dat van de

 Met de bodem heeft Brazilië het iets minder getroffen. In

Amazone (figuur 1.28). De rivier is zeer breed en heeft veel vertakkingen. Honderden zijriviertjes die door het oerwoud stromen, voeren grote hoeveelheden neerslag af en monden uit in de Amazone. De rivier heeft dan ook een hoog debiet (waterafvoer per seconde). Een derde deel van het water van het continent wordt via de Amazone afgevoerd naar de zee. Ruim 20% van al het zoete water in de wereld vind je in het stroomgebied van deze rivier.  Het regiem van de rivier, de verdeling van de waterafvoer over een jaar, wordt vooral bepaald door neerslag en verdamping. De jaarlijkse beweging van de ITCZ, de zone met de stijgingsregens, beïnvloedt dus het verloop van het regiem.  Behalve dit grote stroomgebied van de Amazone zie je in figuur 1.28 nog meer afwateringsgebieden. Ze zijn kleiner in omvang en stromen door minder vochtige gebieden.  Het zal duidelijk zijn dat er in een groot deel van Brazilië een overvloed aan zoet water is. Het rivierwater wordt veel gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. Met name in de rivieren de Paraná en de Rio Grande zijn veel stuwdammen gebouwd. Natuurlijk wordt het zoete water ook gebruikt als drinkwater en irrigatiewater of als grondstof voor bijvoorbeeld frisdranken. Het droge noordoosten is minder bedeeld met deze natuurlijke hulpbron.

veel gebieden zitten weinig voedingsstoffen in de grond. Door de overdadige plantengroei denken veel mensen dat een tropische bodem zeer vruchtbaar is, maar dat is niet het geval. Een tropische bodem heeft een dunne humuslaag. De bacteriën die bij het vochtige en warme klimaat goed gedijen, zetten het dode bladafval om in mineralen die voor een deel gelijk worden opgenomen door de planten. De neerslag zorgt voor veel uitspoeling. Er blijven zo maar weinig mineralen en humus achter; de bodem is dan ook onvruchtbaar. Door het ontbreken van humuszuren lossen ijzer- en aluminiumverbindingen niet op. De roestvorming geeft de bodem een rode kleur. Dit type bodem heet latosol (figuur 1.29).  Ook de bodems onder de cerrado zijn niet vruchtbaar. Dat komt doordat een groot deel van de cerrado op het Hoogland van Brazilië ligt, dat bestaat uit oud en verweerd gesteente. De voedingstoffen zijn in de loop van vele jaren verdwenen: ze zakken met het regenwater de bodem in of ze spoelen weg via de rivieren naar de riviervlakten.

4.300

waterafvoer in km³ per jaar 0

4.200 4.100

500 1.000 km

NoordoostAtlantic

Amazone Tocantins

4.000

São Francisco

OostAtlantic

Paraguay

400

Paraná

300

ZuidoostAtlantic

Uruguay

200 100

jn Ri

y

ay gu ra

Pa

nt

ci sc o an

o

Fr

ic

Ur

tla t-A

os

Zu

id o

ug ua

ic nt

ic nt O

os

t-A tla

N

oo

rd

oo

st

-A tla

s

ra

in

Pa

nt ca

To

Am az

on

e

0

FIGUUR 1.28

Beschikbaar water per stroomgebied. Het stroomgebied van de Amazone bevat maar liefst 73% van de totale hoeveelheid zoet water in Brazilië. Zie ter vergelijking de waterafvoer van de Rijn. FIGUUR 1.29

Latosol.


22

1

1

Natuurlijk Brazilië

Begrippen

biodiversiteit 18 De variatie aan planten en dieren in een ecosysteem. caatinga 20 Droge, steppeachtige savanne in het noordoosten van Brazilië met doornachtige struiken. cerrado 19 Savanne in Brazilië met een mix van bomen, struiken en grassen. erts 12 Gesteente en mineraal waaruit nuttige en economisch interessante stoffen kunnen worden gewonnen. ertsvorming 13 Het ontstaan van ertsen. fossiele energiebron 14 Brandstof die ontstaan is uit planten- en/of dierenresten (aardolie, aardgas, steenkool, bruinkool en turf). geografisch beeld 8 Beschrijving van de ligging, gebiedskenmerken, bevolkingskenmerken en interne en externe relaties van een gebied. hoogland 10 Gebied dat (overwegend) hoger ligt dan 500 m. hoogvlakte 10 Vlak of licht golvend gebied dat meer dan 500 m hoog ligt. llanos 20 Grassavanne met soms wat bomen. Zie ook savanne. mangrove 19 Bos langs modderige tropische en subtropische kusten, in zoutmoerassen en slibrijke rivierdelta’s. Heet ook vloedbos. mental map 7 Een kaart in je hoofd of op papier die een uitdrukking is van subjectieve beelden (percepties) van een gebied. perceptie 7 De manier waarop iemand de werkelijkheid waarneemt en daaruit voor zichzelf een beeld vormt.

savanne 19 Natuurlandschap in de tropen met – afhankelijk van de hoeveelheid neerslag – lange grassen, groepjes bomen of doornachtige struiken. selva 18 Zie tropisch regenwoud. stereotiep beeld 8 Vastliggend algemeen (dus collectief) beeld dat iemand heeft van een groep mensen, een gebied of een groep verschijnselen of gebeurtenissen. tropisch regenwoud 18 Dicht, ondoordringbaar bos in de warme, vochtige tropen. Heet ook selva.

Profile for ThiemeMeulenhoff

Bladerboek De Geo bovenbouw 5e editie Brazilie studieboek havo  

Bladerboek De Geo bovenbouw 5e editie Brazilie studieboek havo

Bladerboek De Geo bovenbouw 5e editie Brazilie studieboek havo  

Bladerboek De Geo bovenbouw 5e editie Brazilie studieboek havo