Issuu on Google+

20

HOOFDSTUK 1 | GRAMMATICA EN SPELLING

2 Schrijf een advertentie. Je gaat samenwonen met je vriend(in). Jullie hebben allebei een set eetkamerstoelen en willen er een verkopen. Schrijf een kleine advertentie voor in de supermarkt. Je kunt de informatie gebruiken die je hebt gevonden in taak 2, opdracht 6.1.

Grammatica en spelling Dit is de theorie bij Grammatica en spelling. De oefeningen staan op www.codeplus.nl, deel 2, hoofdstuk 1, Oefenen, Grammatica en spelling. Taak 1

Het diminutief

Het substantief

Als je wilt zeggen dat iets klein is, kun je een diminutief gebruiken. het pak de fles de zegel het raam de woning het ding

het pakje het flesje het zegeltje het raampje het woninkje het dingetje

Een diminutief maak je met -je, -tje, -pje, -kje of -etje achter het substantief. Het substantief in de diminutiefvorm heeft altijd het artikel (lidwoord) het. Let op: het brood Æ het broodje het bier Æ het biertje (= een glas bier)

Boek 12391.indb 20

29-08-11 15:07


CODE Plus Takenboek 2