Page 1

Basisboek Pathologie MBO niveau 4

Basisboek Pathologie maakt deel uit van een herziene reeks vakuitgaven die zijn ontwikkeld voor de MBO beroepsopleidingen kwalificatieniveau 4 in de sectoren Gezondheidszorg en Sport en Bewegen en HBO beroepsopleidingen Gezondheidszorg. De boeken voor het MBO bevatten de theoretische vakkennis voor de opleiding verpleegkundige. Daarnaast zijn ze inzetbaar voor onder meer opleidingen tot doktersassistent, tandartsassistent, apothekers­ assistent of sport- en bewegingscoördinator.

Alexander Huygen Herry In den Bosch Imre Krabbenbos Johan van de Minkelis Wim Hendriks (redactie)

TM Zorg bestaat uit ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboeken, Traject V&V, i-care flex, Verpleegtechniek in Beeld, InCasu en een reeks vakkennis uitgaven waaronder Anatomie en Fysiologie, Basisboek Pathologie en Inwendige geneeskunde. Met TM Zorg beschikt ThiemeMeulenhoff over een compleet assortiment voor het reguliere onderwijs maar ook voor professionals werkzaam in de verzorging en verpleging.

ThiemeMeulenhoff Zorg Basisboek Pathologie

In dit boek wordt aangegeven hoe een ziekte of een aandoening het normale menselijk functioneren kan beïnvloeden. Ook wordt duidelijk welke mogelijkheden de geneeskunde en verpleegkunde, de zorgvrager kan bieden. De symptomen van ziektes en aandoeningen, de mogelijke complicaties en de behandeling komen aan bod. Speciale aandacht is er voor het waarnemen van de symptomen. Pathologie vormt het verbindende element tussen enerzijds de anatomie en fysiologie en anderzijds de verpleegkunde. Het boek Inwendige Geneeskunde, dat zich helemaal concentreert op de orgaansystemen, sluit aan op dit Basisboek Pathologie.

Basisboek Pathologie MBO niveau 4


Basisboek pathologie

Wim Hendriks Herry In den Bosch Alexander Huygen Imre Krabbenbos Johan van de Minkelis


Colofon Auteurs

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen

Wim Hendriks

Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Be-

Herry In den Bosch

roepsonderwijs

Alexander Huygen Imre Krabbenbos

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen:

Johan van de Minkelis

www.thiememeulenhoff.nl of via onze klantenservice (088) 800 20 16

Vakredactie

ISBN 978 90 06 92190 8

Wim Hendriks Eerste druk, eerste oplage, 2012

Redactie Tertius Redactie en organisatie, Houten

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2012

Illustraties

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd,

A.A. van Horssen, Bussum / ANP / ANP

opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in

Kippa / ANP, Science Photo Library /

enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,

Audiovisuele dienst Academisch

opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming

Ziekenhuis, Maastricht / Frank C. Müller,

van de uitgever.

Wikipedia / Frank Muller, Zorginbeeld / Frans Hessels, Almere / Hospice

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van

Nieuwegein, Fototeam K en M / Medical-

artikel 16 Auteurswet j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl., dient men de

on-Line, Alamy / Nederlands Huisartsen

daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie-

Genootschap / Redactie huidziekten.nl;

en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp

Afdeling Dermatologie, AMC, Amsterdam /

(www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in

Rogier Trompert, Maastricht / Wikimedia

bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient

Commons / Wikipedia, creative commons /

men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van

ZorginBeeld.nl

muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

Omslagontwerp Enof, Utrecht

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen

Vormgeving

doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Imago Mediabuilders, Amersfoort Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde manier heeft plaatsgevonden.


Curriculum Wim Hendriks, huisarts

Alexander Huygen, huisarts

Wim Hendriks studeerde na zijn eindexamen hbs-B

Alexander Huygen volgde zijn studie medicijnen

te Utrecht geneeskunde aan de Katholieke Univer-

aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en is

siteit van Nijmegen. Na het artsexamen (1977)

sindsdien als huisarts werkzaam in Amsterdam. Van

volgde hij de opleiding tot huisarts aan het Huis-

1988 tot 1998 was hij verbonden als huisartsdocent

artseninstituut in Nijmegen. Van 1979 tot 1988

aan de Vrije Universiteit als opleider van coassis-

werkte hij fulltime als huisarts. Vanaf 1988 was hij

tenten. Van 1998 tot 2005 was hij huisartsdocent

als docent ziekteleer verbonden aan het College

bij de ‘1ste Lijn Amsterdam’ waar hij verantwoor-

Beroepsonderwijs Amsterdam (mdgo), later het

delijk was voor de nascholingsactiviteiten voor

ROC Amsterdam. Hij gaf les aan de opleiding voor

werkers in de eerstelijnsgezondheidszorg. Van 2005

verplegenden (VP) en vanaf 1994 was hij tevens

tot 2011 maakte hij deel uit van de Raad van Ad-

docent praktijkscholing aan de opleiding voor

vies van het artsenlaboratorium ATAL te Amster-

doktersassistenten (DA). Sinds 2003 is hij fulltime

dam.

werkzaam als huisarts in Utrecht. drs. Imre Krabbenbos drs. Herry In den Bosch

Imre Krabbenbos studeerde geneeskunde aan

Herry In den Bosch behaalde in 1989 zijn diploma

Rijksuniversiteit Groningen, waar hij in 2008 zijn

fysiotherapie, studeerde in 1993 af als bewegings-

artsenbul behaalde. Hij was werkzaam op de in-

wetenschapper aan de Vrije Universiteit te Am-

tensivecareafdeling van het Medisch Centrum

sterdam en behaalde hier ook zijn didactische

Haaglanden te Den Haag. Tevens verrichtte hij

aantekening. Van 1993 tot en met 1999 werkte hij

wetenschappelijk onderzoek binnen de pijnbestrij-

als docent pathologie en fysiotherapie in het be-

ding. Momenteel is hij in opleiding tot anesthesio-

roepsonderwijs en de volwasseneneducatie. Hij

loog in het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein.

vervolgde zijn loopbaan als adviseur op het gebied van multidisciplinaire evidence based richtlijnont-

drs. Johan van de Minkelis

wikkeling bij het Kwaliteitsinstituut voor de ge-

Johan van de Minkelis studeerde geneeskunde aan

zondheidszorg CBO en het Landelijk Expertisecen-

de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2002 be-

trum Verpleging & Verzorging (LEVV). Naast do-

haalde hij zijn artsenbul. Na op diverse plaatsen

cent is Herry sinds 2009 ook gecertificeerd trainer

werkzaam te zijn geweest als basisarts, begon hij in

en coach, met als aandachtsgebieden communica-

2007 met zijn specialisatie in de anesthesiologie in

tieve vaardigheden, teambuilding en persoonlijk

het St. Antonius ziekenhuis in Nieuwegein, die hij in

leiderschap. Momenteel is hij werkzaam als docent

juli 2012 afrondde. Momenteel is hij als anesthe-

op de lerarenopleiding Gezondheidszorg & Welzijn,

sioloog werkzaam in het St. Elisabeth Ziekenhuis te

Instituut Archimedes, Faculteit Educatie van de

Tilburg.

Hogeschool Utrecht.


Woord vooraf ‘Basisboek Pathologie’ maakt deel uit van een

mens als een geheel te laten functioneren. Een

herziene serie ondersteunende vakuitgaven voor

aandoening in het ene orgaanstelsel beïnvloedt de

het middelbaar beroepsonderwijs, mbo. Dit boek

werking van andere orgaanstelsels. Zo’n disbalans

vormt samen met het basisboek ‘Anatomie en fy-

heeft grote invloed op het functioneren van het

siologie’ een gedegen onderbouwing voor de MBO

menselijk organisme. Er is een apart hoofdstuk ge-

beroepsopleidingen kwalificatieniveau 4 in de sec-

wijd aan psychiatrische problemen en een apart

toren Gezondheidszorg en Sport en Bewegen. De

hoofdstuk gewijd aan zwangerschap en bevalling.

serie bestaat verder uit enkele verdiepende uitga-

Het vierde thema betreft een onderwerp dat uiter-

ven voor MBO/HBO Gezondheidszorg. Dit betreft

mate belangrijk is in het werk van een verpleeg-

onder andere het boek ‘Inwendige geneeskunde’.

kundige, namelijk het sterven. Kennis van de pro-

Het samenspel tussen theorie en beeldmateriaal

blemen die zich voordoen in de laatste levensfase

heeft ertoe geleid dat deze uitgaven al sinds de

van een patiënt is onmisbaar in het bijstaan van een

jaren negentig hét naslagmateriaal vormen voor het

stervende en zijn naasten. Daarom is er in dit boek

Gezondheidsonderwijs. De boeken bevatten de

ruim aandacht voor palliatieve zorg, pijnbestrijding

theoretische vakkennis voor de mbo opleiding ver-

in de laatste levensfase en euthanasie.

pleegkundige. Daarnaast zijn ze inzetbaar voor onder meer opleidingen tot doktersassistent, tand-

Wij bedanken in het bijzonder de auteurs, Wim

artsassistent, apothekersassistent of sport- en be-

Hendriks, Herry In den Bosch, Alexander Huygen,

wegingscoördinator.

Imre Krabbenbos en Johan van de Minkelis voor hun toegewijde inzet bij de totstandkoming van dit

Pathologie is een bindend element tussen enerzijds

boek. Zij hebben veel werk verzet om het boek te

de anatomie/fysiologie en anderzijds de verpleeg-

actualiseren en het nog beter aan te laten sluiten bij

kunde. Het boek is opgebouwd rond vier thema’s.

de verschillende doelgroepen.

Het eerste thema behandelt de basisbegrippen in de pathologie, zoals de zorg voor de gezondheid,

Wij hopen dat u met plezier zult werken met dit

het ziekteverloop, de ziekteoorzaken, de ontste-

boek. Wanneer u vragen of suggesties heeft, dan

king, de afweer en afweerreacties, de infectieziek-

waarderen wij het bijzonder wanneer u contact met

ten, en de algemene oncologie, en wordt afgeslo-

ons opneemt.

ten met een hoofdstuk over de farmacotherapie. Het tweede thema gaat in op de oorzaken, de achtergronden en de gevolgen van verstoorde lichaamsfuncties, en de belangrijke observatiepunten bij de verpleegkundige zorg voor de patiënt. In het derde thema is de leerstof opgebouwd rond veel voorkomende ziekten van de verschillende orgaanstelsels. Orgaanstelsels werken samen om de

De uitgever


Inhoudsopgave Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie 1

Zorg voor de gezondheid 21 1.1

Gezondheid

1.2

Draagkracht/draaglastmodel Draagkracht

1.2.2

Draaglast

24

Decompensatie

1.4

Gezondheidsbevorderende factoren

1.5

Gezondheidsbedreigende factoren 27

1.6

Verstoring van de gezondheid 28

1.7

Levensverwachting

Ziekteverloop

25

28

31

Ontstaan van een ziekte

2.2

Verloop van een ziekte

2.3

Het einde van een ziekte

Ziekteoorzaken

3.2

3.3

31 33 34

35 39

Ziekte door inwendige oorzaken

40

3.1.1

Erfelijke ziekten

3.1.2

Aangeboren niet-erfelijke afwijkingen

40

3.1.3

Predispositie

43

Ziekte door uitwendige oorzaken

43

3.2.1

Mechanische oorzaken

44

3.2.2

Fysische oorzaken 44

3.2.3

Chemische oorzaken

3.2.4

Verkeerde voeding 46

3.2.5

Biologische oorzaken

47

3.2.6

Allergische oorzaken

48

3.2.7

Nieuwvormingen

3.2.8

Psychische oorzaken 49

3.2.9

Sociale oorzaken

45

49

50

Ziekte door onbekende oorzaken

Studieactiviteiten Ontsteking 4.1

25

28

2.1

3.1

4

22

23

1.3

Studieactiviteiten 3

22

1.2.1

Studieactiviteiten 2

19

50

53

Wat is een ontsteking?

53

50

41


4.2

Oorzaken van een ontsteking

Mechanische oorzaken

4.2.2

Fysische oorzaken 55

4.2.3

Chemische oorzaken

4.2.4

Ziekteverwekkers

4.2.5

Immunologische oorzaken

55

56

Verschijnselen van een ontsteking

4.4

Vormen van ontsteking

4.5

Verloop van een ontsteking

4.6

Afweer

4.7

Behandeling van een ontsteking

4.8

Genezing van een ontsteking

57

59

59

Regeneratie

4.8.2

Littekenvorming

59

60

60 60

61

Afweer en afweerreacties

63

5.1

De afweer van het lichaam

5.2

Immunologisch systeem

5.3

Immuniteit

5.4

56

58

4.8.1

5.2.1

63

64

Verschillende afweercellen

64

67

5.3.1

Natuurlijke actieve immuniteit

5.3.2

Natuurlijke passieve immuniteit

68

5.3.3

Kunstmatige actieve immuniteit

69

5.3.4

Kunstmatige passieve immuniteit

5.3.5

Actief versus passief

Vaccinatie

68

69

70

5.4.1

Vaccinaties bij volwassenen 71

5.4.2

Risico’s van vaccinaties

5.5

Onderzoek 72

5.6

Falende afweer 73

Studieactiviteiten 6

54

4.3

Studieactiviteiten 5

54

4.2.1

Infectieziekten

72

73 77

6.1

Van besmetting tot infectieziekte

6.2

Besmettingswegen

77

78

6.2.1

Cutane infecties

6.2.2

Aerogene infecties

79

6.2.3

Enterale infecties

6.2.4

Hematogene infecties

6.2.5

Genitale infecties

79 79

80

80

69


6.3

Ontstaan van een infectieziekte

6.4

Soorten ziekteverwekkers 6.4.1

Dierlijke organismen

6.4.2

Plantaardige organismen

6.5

Onderzoek naar infecties

6.6

Uitbreiding van infecties

83

89 90

Flegmone

6.6.2

Abces

6.6.3

Lymfangitis en lymfadenitis

6.6.4

BacteriĂŤmie en sepsis

92

6.7

Behandeling van infectieziekten

93

6.8

Preventie van infecties

6.9

Epidemiologie

90

91 91

93

94

97

Algemene oncologie 101 7.1

Het ontstaan van gezwellen

7.2

Gevoeligheid van weefsels

7.3

Eigenschappen van gezwellen

102 103 103

7.3.1

Benigne gezwellen

7.3.2

Maligne gezwellen 104

103

7.4

Naamgeving van gezwellen

7.5

Uitbreiding van gezwellen

7.6

Onderzoek van gezwellen 106

7.7

Algemene behandeling van gezwellen

105 105

108

7.7.1

Chirurgische therapie

7.7.2

Radiotherapie

7.7.3

Chemotherapie

7.7.4

Hormonale therapie

7.7.5

Immunotherapie en monoklonale antilichamen

109

Tijdens en na de behandeling

7.9

Preventie en opsporing 112

Farmacologie

108

109

7.8

Studieactiviteiten 8

82

6.6.1

Studieactiviteiten 7

80

81

110

111

112

115

8.1

Toedieningsvormen van medicijnen

8.2

Registratie van medicijnen

8.3

De Opiumwet

8.4

Naamgeving van medicijnen

8.5

Farmacokinetiek 8.5.1

116

117

118

Absorptie

118

118

115

110


8.6

8.5.2

Distributie

8.5.3

Halfwaardetijd

8.5.4

Metabolisme

8.5.5

Eliminatie

Farmacodynamiek

118 120 120

120 121

8.6.1

Werkingsmechanisme

8.6.2

Competitie en reversibiliteit

8.7

Bijwerkingen en interacties

8.8

Receptuur

123

Studieactiviteiten

123

121

Thema 2 Verstoorde lichaamsfuncties 9

Vochtbalans

127

Verdeling van het water in het lichaam

9.2

Waterverplaatsingen in het lichaam

9.3

Vochtbalans

128

128

129

9.3.1

Regulatie van de vochtbalans in de gezonde situatie

9.3.2

Aldosteron

9.3.3

Antidiuretisch hormoon (ADH)

130

9.4

Uitdroging (dehydratie)

9.5

Overhydratie

9.6

Controle van de vochtbalans

131

131

132 134

9.6.1

Aanleggen van een vochtlijst

9.6.2

Wegen 134

9.6.3

Laboratoriumonderzoek

134

134

135

Lichaamstemperatuur

137

10.1

Kerntemperatuur en schiltemperatuur

10.2

Temperatuurregulatie

137

138

10.2.1

Waarnemen van temperatuurveranderingen

10.2.2

Regulatie van de lichaamstemperatuur

10.3

Meten van de lichaamstemperatuur

10.4

Koorts

10.5

Verschijnselen van koorts

10.6

Koortstypen

10.7

Hyperthermie

142

10.8

Hypothermie

144

140

Studieactiviteiten 11

125

9.1

Studieactiviteiten 10

121

122

142

145

Braken en slikstoornissen

147

141

139

138

138

130


11.1

Braken 148

11.2

Het mechanisme van braken 149

11.3

Oorzaken van braken 149

11.4

Observaties van het braken en aspect van het braaksel 11.4.1

Projectielbraken

11.4.2

Retentiebraken

11.4.3

Reux 151

11.4.4

Aspect van het braaksel

Gevolgen van het braken 151

11.6

Behandeling van braken 152 Vochtbalans en voeding bij aanhoudend braken

11.6.2

Medicatie bij aanhoudend braken 153

Slikstoornissen

153

11.7.1

Slikmechanisme

11.7.2

Oorzaken van slikstoornissen

11.7.3

Behandeling van slikstoornissen

Ontlasting

153 154 155

156

159

12.1

Ontlasting en defecatiepatroon

12.2

Aspecten van de feces 12.2.1

Consistentie

12.2.2

Geur

159

160 160

160

12.2.3

Kleur 160

12.3

Melena

161

12.4

Bloed bij de ontlasting

12.5

Steatorroe en het malabsorptiesyndroom

12.6

Diarree

163

12.6.1

Acute diarree

12.6.2

Chronische diarree

12.7

Obstipatie

Studieactiviteiten 13

151

11.6.1

Studieactiviteiten 12

150 150

11.5

11.7

150

161 162

163 163

164 165

Urine

169

13.1

Mictiereex 170

13.2

Onderzoek van de urine

170

13.2.1

Macroscopisch onderzoek 171

13.2.2

Microscopisch onderzoek

13.2.3

Klinisch-chemisch onderzoek 173

13.2.4

Microbiologisch onderzoek van de urine

Studieactiviteiten

175

173

174

152


14

Hoesten 14.1

14.2

14.3

14.4

15

179

Hoesten 179 14.1.1

Productieve hoest 180

14.1.2

Niet-productieve hoest 180

Oorzaken van hoesten Roken 181

14.2.2

Luchtweginfecties

14.2.3

COPD en astma bronchiale

14.2.4

Vreemd voorwerp in de luchtwegen

14.2.5

Postnasal drip 182

14.2.6

Longgezwellen

Sputum

182

14.3.1

Sputumkleur

14.3.2

Bloed ophoesten

14.3.3

Sputumkweek

Medicijnen

181

181

182

182 182

183

14.4.1

Inhalatiemiddelen

14.4.2

Antitussiva

14.4.3

Emolliens

14.4.4

Mucolytica en expectorantia

14.4.5

Antibiotica, corticostero誰den en inhalatietherapie 184

Slaapstoornissen

187

183

183 183 184

De fysiologie van het slapen 187 15.1.1

De vijf slaapstadia

15.1.2

Slaapcycli en de biologische klok

188

15.2

Functie van het slapen 190

15.3

Factoren die de slaap be誰nvloeden

15.4

181

183

Studieactiviteiten

15.1

181

14.2.1

190

15.3.1

Leeftijd

15.3.2

Omgevingsfactoren

15.3.3

Invloed van voeding

15.3.4

Verstoring van de biologische klok

Slaapstoornissen

189

190 191 191 191

192

15.4.1

In- en doorslaapstoornissen

15.4.2

Overmatige slaperigheid overdag

194

15.4.3

Behandeling van slaapstoornissen

195

Studieactiviteiten

198

192

184


Thema 3 Ziekten van orgaansystemen 16

Bloedsomloop

201

203

16.1

Arteriosclerose en atherosclerose

16.2

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten 16.2.1

Cholesterol

16.2.2

Bloeddruk

16.2.3

Veneuze druk

16.2.4

Hypertensie

209

16.2.5

Hypotensie

209

16.2.6

Overige risicofactoren

204

204 206 208

16.3

Ischemie en infarct 211

16.4

Hart

16.5

203

210

211

16.4.1

Angina pectoris

16.4.2

Hartinfarct (myocardinfarct)

Hersenen

211 213

215

16.5.1

Transient ischaemic attack (TIA)

215

16.5.2

Cerebrovasculair accident (CVA)

215

16.5.3

Vasculaire dementie 217

16.6

Etalagebenen (claudicatio intermittens)

16.7

Trombose

217

218

16.7.1

Veneuze trombose 219

16.7.2

Arteriële trombose 219

16.8

Embolie 220

16.9

Hartfalen

220

16.10 Hartritmestoornissen

221

16.10.1 Pols 221 16.10.2 Tachycardie en bradycardie 222 16.10.3 Hartblok

222

16.10.4 Boezemfibrilleren 16.10.5 Kamerfibrilleren 16.10.6 Extrasystole

223 223

223

16.11 Cardiovasculair onderzoek 224 Studieactiviteiten 17

Ademhaling

225

229

17.1

pO2 en pCO2

17.2

Stoornissen in de ventilatie, gaswisseling en perfusie

229

17.2.1

Ventilatie

17.2.2

Gaswisseling

231

17.2.3

Perfusie

232

232

231


17.3

Respiratoire insufficiëntie

17.4

Astma en COPD 17.4.1

Asthma bronchiale

17.4.2

COPD

Ademfrequentie en ademdiepte

17.6

Pneumonie 240

17.7

Pneumothorax

241

17.8

Longcarcinoom

241

Spijsvertering 18.1

18.2

18.3

18.4

18.5

242

Mond- en keelholte

246

18.1.1

Keelafwijkingen

18.1.2

Onderzoek van de keel 247

Slokdarmaandoeningen

246

247

18.2.1

Refluxziekte 247

18.2.2

Slokdarmkanker

18.2.3

Slokdarmspataderen

18.2.4

Slokdarmdivertikel

Ziekten van de maag

248 248 249

249

18.3.1

Maagontstekingen

18.3.2

Maagzweer of ulcus ventriculi

18.3.3

Maagcarcinoom

249 252

252

Ziekten van de dunne darm

253

18.4.1

Aandoeningen van het duodenum

18.4.2

Aandoeningen van het jejunum en ileum

Aandoeningen van de dikke darm

Ontstekingen van de dikke darm

18.5.2

Spastische dikke darm

18.5.3

Diverticulitis

18.5.4

Colitis ulcerosa

18.5.5

Dikke-darmgezwellen

18.5.6

Endeldarm

257

257 258 258

259

259

Urineweginfecties

263

263

19.1.1

Urethritis

19.1.2

Cystitis

19.1.3

Pyelitis en pyelonefritis

19.1.4

Prostatitis

264 264

265

253

256

18.5.1

Urinewegen en geslachtsorganen 19.1

238

245

Studieactiviteiten 19

234

236

17.5

Studieactiviteiten 18

232

234

264

256

253


19.2

19.3

19.4

Urineretentie

Acute retentie

19.2.2

Chronische retentie

Urine-incontinentie

265 266

266

19.3.1

Stressincontinentie

267

19.3.2

Urge-incontinentie

268

19.3.3

Druppelincontinentie (overloopblaas)

19.3.4

Neurogene blaas 269

Nierinsufficiëntie

Atherosclerose en nierinsufficiëntie

19.4.2

Hemodialyse

19.4.3

Peritoneale dialyse

19.4.4

Niertransplantatie

Nierstenen

19.6

Afwijkingen aan de prostaat

272 273

273 274

19.6.1

Benigne prostaathyperplasie

19.6.2

Prostaatcarcinoom

275

275

19.7

Blaaskanker

19.8

Afwijkingen aan de baarmoeder

20.1

271

272

19.5

276

19.8.1

Baarmoederkanker

19.8.2

Cervixcarcinoom

19.8.3

Uterus myomatosus

Zenuwstelsel

269

271

19.4.1

Studieactiviteiten 20

265

19.2.1

277

277 278 280

282

285

Ziekten van het zenuwstelsel

285

20.1.1

CVA 285

20.1.2

Ziekte van Parkinson

20.1.3

Multipele sclerose

20.1.4

Epiduraal en subduraal hematoom 287

20.1.5

Subarachnoïdale bloeding

20.1.6

Hernia nuclei pulposi

20.1.7

Dwarslaesie

20.1.8

Aandoeningen van zenuwen

20.1.9

Epilepsie

286

286

287

288

288 288

289

20.1.10 Tumoren 290 20.2

Pijn en pijnbestrijding

290

20.2.1

Soorten pijn 290

20.2.2

Medicamenteuze pijnbestrijding

20.2.3

Invasieve pijnbestrijding

291

291


Studieactiviteiten 21

292

Bewegingsapparaat 21.1

Letsels door externe krachten 21.1.1

Distorsie

21.1.2

Luxatie

21.1.3

Ruptuur

21.1.4

Contusie

296

21.1.5

Fractuur

297

296 296

Osteoporose

21.3

Reuma

298

21.3.1

Reumato誰de artritis

21.3.2

Ziekte van Bechterew

21.4

Artrose

302

21.5

Wekedelenreuma

298

307

22.1

Wonden 307

22.3

299 300

303

303

Huid

22.2

22.1.1

Open wonden

22.1.2

Decubitus

22.1.3

Brandwonden

22.1.4

Bevriezing

308

309 312

313

Wondgenezing 313 22.2.1

Primaire wondgenezing

22.2.2

Secundaire wondgenezing

Wondbehandeling

314 314

314

22.3.1

Reinigen van de wond

22.3.2

Sluiten van de wond 315

22.3.3

Beschermen van de wond

22.3.4

Indeling van wonden naar kleur

22.3.5

Wondinfectie

316

22.4

Constitutioneel eczeem

317

22.5

Psoriasis

22.6

Huidkanker

314

317 318

22.6.1

Basaalcelcarcinoom

22.6.2

Plaveiselcelcarcinoom

22.6.3

Melanoom

Studieactiviteiten 23

295

296

21.2

Studieactiviteiten 22

295

318 319

319

320

Bloed en bloedvormende organen 323 23.1

Niet-oncologische hematologie

324

315 315


23.2

23.1.1

Hemoglobinopathie

23.1.2

G6PD-deficiëntie

23.1.3

Aplastische anemie

325

23.1.4

Stollingsstoornissen

326

Oncologische hematologie Leukemie 329

23.2.2

Lymfeklierkanker of lymfomen 331

23.2.3

Multipel myeloom

23.2.4

Polycythemia vera

De hypofyse 337

24.2

De schildklier

24.4

Ziekten van de hypofyse

Hyperthyreoïdie

339

24.2.2

Hypothyreoïdie

339

De bijnieren

339

24.3.1

Syndroom van Cushing

24.3.2

Bijnierschorsinsufficiëntie

340 340

De pancreas 340 24.4.1

Diabetes mellitus

341

343

Oog en oor 345 25.1

25.2

Oog

345

25.1.1

Keratitis

25.1.2

Conjunctivitis

25.1.3

Bijziend en verziend

25.1.4

Staar

25.1.5

Glaucoom

25.1.6

Netvliesloslating

25.1.7

Diabetische retinopathie

25.1.8

Kleurenblindheid

345 346 346

347 347 348

350

Oor 350 25.2.1

Otitis externa

25.2.2

Otitis media

25.2.3

Slechthorendheid

25.2.4

Duizeligheid

Studieactiviteiten 26

338

338

24.2.1

Studieactiviteiten 25

334

337

24.1

24.1.1

334

335

Hormoonstelsel

24.3

329

23.2.1

Studieactiviteiten 24

324

325

353

Psychiatrische ziekten

357

350 351

352

351

349


26.1

26.2

26.3

26.4

26.5

26.6

26.7

26.8

Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 26.1.1

Schizofrenie

26.1.2

Andere psychotische stoornissen

Stemmingsstoornissen Depressie

26.2.2

Manie

361

26.2.3

Bipolaire stoornis

26.2.4

Depressie na een bevalling

361

Angststoornissen

362 362

362

26.3.1

Obsessief-compulsieve stoornis

26.3.2

Paniekstoornis

26.3.3

Fobie

363

26.3.4

Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

363

363

Persoonlijkheidsstoornissen

364

365

26.4.1

Borderline persoonlijkheidsstoornis

365

26.4.2

Antisociale persoonlijkheidsstoornis

366

Eetstoornissen

367

26.5.1

Anorexia nervosa

367

26.5.2

Boulimia nervosa

367

Verslavingen

368

26.6.1

Hero誰ne

26.6.2

Stimulerende drugs

26.6.3

Cannabis

26.6.4

Hallucinogenen

368

26.6.5

Benzodiazepinen

369

370 370 370

Psychische ziekten bij kinderen en jongeren

370

26.7.1

Aandachtstekort met hyperactiviteit (ADHD)

26.7.2

Autisme

26.7.3

Depressie

26.7.4

Gedragsstoornissen

371 372 372

Ouderen met een psychische ziekte 26.8.1

Dementie

26.8.2

Depressie bij ouderen

26.8.3

Parano誰de psychose

372

373 373 374

374

Zwangerschap en bevalling 27.1

360

361

26.2.1

Studieactiviteiten 27

358

358

379

De zwangerschap 379 27.1.1

Abnormale zwangerschapsduur

380

27.1.2

Afwijkingen in de foetale groei

380

371


27.2

27.3

27.1.3

Hyperemesis gravidarum

27.1.4

Hypertensie

27.1.5

Placenta praevia

27.1.6

Solutio placentae

De bevalling

382

383

Schouderdystokie

27.2.2

Rupturen

27.2.3

Foetale nood

27.2.4

Vruchtwaterembolie

Het kraambed

384

384 384 385

385

27.3.1

Koorts in het kraambed

27.3.2

Abnormaal bloedverlies 386

385

27.3.3

Trombose

27.3.4

Psychose en depressie

386 387

388

Congenitale afwijkingen, misvormingen en chromosoomafwijkingen 28.1

28.2

28.3

Chromosomale afwijkingen

392

Syndroom van Down

392

28.1.2

Ziekte van Duchenne

394

28.1.3

Syndroom van Turner

394

28.1.4

Syndroom van Klinefelter

28.1.5

Taaislijmziekte, cystische ďŹ brose (CF) of mucoviscidose

395 396

Aangeboren afwijkingen zonder bekende chromosomale afwijkingen 28.2.1

Klompvoet

28.2.2

Congenitale heupdysplasie (CHD)

28.2.3

Spina biďŹ da of open rug

397 398

399

Aangeboren afwijkingen door invloeden van buitenaf 401

Thema 4 Rond het sterven Laatste levensfase

403

405

29.1

De laatste levensfase en het stervensproces 405

29.2

Natuurlijke en niet-natuurlijke dood

29.3

Besluitvorming in de laatste levensfase

29.4

391

28.1.1

Studieactiviteiten

29

382

27.2.1

Studieactiviteiten 28

381

381

29.3.1

Abstineren

29.3.2

Palliatieve sedatie

29.3.3

Euthanasie

Familie

407

Studieactiviteiten

408

407

407

407

406 407

400

397


30

Palliatieve zorg 411 30.1

Palliatieve en terminale zorg 411

30.2

SpeciďŹ eke problemen Obstipatie

30.2.2

Pijn

30.2.3

Bedlegerigheid

30.2.4

Misselijkheid en braken 413

30.2.5

Ademnood

30.2.6

Angst en depressie 414

Studieactiviteiten 31

Pijnbestrijding 31.1

412 413

413

414

417 417

31.1.1

WHO-pijnladder

31.1.2

Doorbraakpijn

417

31.1.3

Bijzondere toedieningswegen

418

31.2

Niet-medicamenteuze pijnbestrijding

31.3

Invasieve pijnbehandeling 419 31.3.1

Coeliacusblokkade

31.3.2

Chordotomie

31.3.3

Hypogastricusblokkade

Euthanasie

419

419 420

420

32.1

De Euthanasiewet 423

32.2

Voorbereiding van de euthanasie

32.3

Uitvoering van de euthanasie 424

32.4

Afhandelen van de euthanasie

424

Het inschakelen van een SCEN-arts

424

425

32.4.1

Het begeleiden van familie

32.4.2

Rapportage naar de toetsingscommissie

Studieactiviteiten

426

Sterven en dood

429

33.1

418

418

423

32.2.1

33

412

Medicamenteuze behandeling

Studieactiviteiten 32

412

30.2.1

Doodsoorzaken

429

33.1.1

Natuurlijke dood

33.1.2

Niet-natuurlijke dood 430

430

33.2

Klinische dood

33.3

Hersendood

33.4

Orgaandonatie en weefseldonatie

Studieactiviteiten

425

431

432

433

432

425


Thema 1

Basisbegrippen in de pathologie Inleiding

voor bepaalde ziekten. Er bestaan veel infectieziekten die de gezondheid van de mens bedreigen.

Het eerste thema van dit boek behandelt de

Het daadwerkelijk ontstaan van een infectie is af-

basisbegrippen die betrekking hebben op gezond-

hankelijk van weerstand, virulentie en het aantal

heid en ziekte.

ziekteverwekkers. In hoofdstuk 6 vind je een be-

Hoofdstuk 1 beschrijft ziekte en gezondheid vanuit

schrijving van de verschillende infectieziekten en de

de deďŹ nitie van de World Health Organisation

bijbehorende ziekteverwekkers.

(WHO) en het draagkracht/draaglastmodel. Licha-

Ontregelde celgroei uit zich als een gezwel. Dat kan

melijke, geestelijke en maatschappelijke factoren

goedaardig of kwaadaardig zijn. Daarover gaat

spelen alle drie een rol bij het in stand houden van

hoofdstuk 7. Dat hoofdstuk behandelt de basisbe-

gezondheid. Ziekte kan plotseling of langzaam

grippen binnen de oncologie, de medische weten-

ontstaan. Hoofdstuk 2 gaat in op verschillen in het

schap die gezwellen bestudeert. Het achtste en

ziekteverloop bij acute en chronische aandoenin-

laatste en hoofdstuk van dit thema behandelt de

gen. Hoofdstuk 3 beschrijft de verschillende ziek-

principes van de farmacologie.

teoorzaken aan de hand van uitgebreide en praktische voorbeelden. Een ontsteking is een reactie van het lichaam op een (mogelijk) schadelijke prikkel. De kenmerken van een ontsteking en de functie daarvan staan in hoofdstuk 4 centraal. Dit hoofdstuk bevat tevens een beschrijving van de manier waarop een ontsteking zich voordoet. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens hoe de afweer en afweerreacties van het menselijk lichaam tot stand komen en bijvoorbeeld resulteren in immuniteit

19


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

20


Hoofdstuk 1 Zorg voor de gezondheid

1

Zorg voor de gezondheid

CASUS

Inleiding

"   ze zich moeilijk concentreren en niet alleen  haar nek, maar ook haar armen voelen pijnlijk

Gezondheid is een groot goed. Wij wensen elkaar

en stijf aan. Door de klachten slaapt zij slecht.

dan ook vaak een goede gezondheid toe, bijvoor-

Ze kan niet werken en de huisarts verwijst

beeld na een keer niezen (‘Gezondheid!’) of tijdens

Karin naar een neuroloog. De röntgenfoto’s

het proosten (‘Op je gezondheid!’). Wat het wil

van de nek en een CT-scan van het hoofd

zeggen om gezond te zijn, besef je vaak pas als je

geven geen verklaring voor Karins klachten.

zelf ziek bent, of als iemand in je directe omgeving

De diagnose luidt ‘whiplash’ en de behande-

ziek is. Er is letterlijk een evenwicht verstoord.

ling bestaat uit rust en fysiotherapie.

Dit hoofdstuk gaat over de basisbegrippen die be-

Pas na 4 maanden is er sprake van enige

trekking hebben op de gezondheid van de mens.

verbetering en gaat ze voor 2 tot 3 uur per

Wat houdt gezondheid in? Wat is het draagkracht/

dag op therapeutische basis aan het werk.

draaglastmodel? Wanneer is sprake van decom-

Sporten zit er niet meer in. Uitgaan kan alleen

pensatie en wanneer van homeostase? Hoe beïn-

als ze eerst enkele uren gerust heeft en dan

vloedt de mens zijn eigen mate van gezondheid.

moet ze het ‘s avonds ook niet al te laat ma-

Wat zijn gezondheidsbevorderende en gezond-

ken. Ze heeft last van sombere stemmingen en

heidsbedreigende factoren?

huilbuien. Ook is Karin prikkelbaar en dat

Op al deze vragen krijg je in dit hoofdstuk een

zorgt voor de nodige spanningen in haar re-

antwoord.

latie met haar vriend. Een jaar na het ongeval

                       

kan Karin weer volledig aan het werk, maar

Alles veranderde…

haar oude functie kan zij niet meer aan.

Karin is van achteren aangereden door een

Deze schijnbaar simpele aanrijding leidde tot

bestelbus toen ze voor het stoplicht stond.

ingrijpende veranderingen op geestelijk en

Vlak na het ongeluk doen haar nek en ach-

maatschappelijk gebied.

#                                                                       

terhoofd behoorlijk pijn, maar verder lijkt er weinig aan de hand. Wel heeft ze in de week na het ongeluk na iedere geringe inspanning last van hoofdpijn en is ze snel moe. Ook kan

21


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

1.1

Gezondheid

ving die hem dreigen ziek te maken. Binnen de mogelijkheden die hij heeft, zal hij proberen aan-

Gezondheid is een van de belangrijkste waarden in

vallen op de gezondheid af te slaan. Dat doet de

het leven. Zolang iemand zich goed voelt, maakt hij

mens door zich zo goed mogelijk te verdedigen.

zich niet steeds druk om zijn gezondheid. Dit was

Daar is heel wat voor nodig. Dit maken we duidelijk

ook bij Karin het geval.

aan de hand van de begrippen draagkracht,

Na haar auto-ongeval ervaart Karin verschijnselen

draaglast, decompensatie, homeostase, gezond-

van pijn en onwel voelen en is zij niet meer in staat

heidsbevorderende en gezondheidsbedreigende

te functioneren zoals ze voorheen deed. Karin is

factoren.

zich plotseling bewust van de beperkingen die een verstoring van de gezondheid opleveren. Ze ervaart dat er grenzen zijn aan haar mogelijkheden en dat ze niet meer kan leven zoals ze steeds gedaan

1.2

Draagkracht/ draaglastmodel

heeft. Dat is het moment dat Karin beseft dat zij

Bij het handhaven van de gezondheid spelen be-

niet meer gezond ofwel ziek is.

grippen als draagkracht en draaglast een grote rol.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) defini-

Het samenspel van deze twee bepaalt of iemand

eert gezondheid als een toestand van volledig li-

gezond blijft of ziek wordt.

chamelijk, geestelijk en maatschappelijk welbevin-

De draagkracht van een mens is te beschouwen als

den. Gezondheid betekent dus meer dan alleen het

de kracht die hij heeft om moeilijke situaties aan te

afwezig zijn van een lichamelijke ziekte. De drie

kunnen. Het is de kracht waarmee een mens zich

genoemde aspecten van gezondheid hangen nauw

staande houdt tegenover allerlei invloeden die op

met elkaar samen. ‘Welbevinden’ is voor iedereen

hem inwerken.

anders, wat betekent dat gezondheid een per-

De draaglast bestaat uit de moeilijke situaties en de

soonlijke of subjectieve beleving is. Je kunt ziek zijn

prikkels die op een mens afkomen. Het zijn de

of een beginnende stoornis hebben zonder je ziek

lasten die hij te dragen krijgt. Tegen deze aanvallen

te voelen. Zo kun je een matig verhoogde bloed-

moet hij zich kunnen verweren om gezond te blij-

druk hebben of een hoog gehalte aan cholesterol in

ven. De verdediging is afhankelijk van iemands

je bloed zonder dat er duidelijke klachten zijn.

draagkracht.

Hoewel je je gezond voelt (subjectief), ben je dat

In een gezonde situatie is er een evenwicht tussen

niet (objectief).

draagkracht en draaglast. Dit evenwicht is voor te

Zodra veranderingen in lichamelijk, geestelijk of

stellen als de werking van een weegschaal (figuur

maatschappelijk functioneren optreden, ontstaat

1.1): op de ene schaal staat de draagkracht, op de

een verstoring van het evenwicht (homeostase) en

andere de draaglast. Zolang de kracht van een

kan ziekte ontstaan. Door de samenhang tussen

mens even groot of groter is dan de lasten die hij te

deze drie aspecten werkt een ingrijpende verande-

dragen krijgt, kan de balans niet doorslaan naar de

ring in één aspect door in de andere twee, zoals bij

verkeerde kant en is er een gezonde toestand. De

Karin.

balans slaat wél door naar de verkeerde kant als de

Om gezond te blijven, moet de mens zich be-

lasten zwaarder zijn dan de draagkracht. Het

schermen tegen de invloeden uit de directe omge-

evenwicht raakt verstoord en er treedt ziekte op.

22


Hoofdstuk 1 Zorg voor de gezondheid

leven tot ontwikkeling. Dan zijn naast de aanleg nog invloeden uit de omgeving nodig om een ziekte te laten ontstaan. Een voorbeeld daarvan is de aanleg om astma te krijgen. Pas na contact met prikkels uit de directe omgeving zoals stof, gras- en DRAAGKRACHT

DRAAGLAST

boompollen, huidschilfers van dieren, rook en mist ontwikkelen zich de overgevoelige luchtwegen en ontstaat een astma-aanval.

Figuur 1.1

Evenwicht tussen draagkracht en draaglast

Conditie Conditie is de toestand waarin het menselijk li-

1.2.1

Draagkracht

chaam op een bepaald moment verkeert. De conditie is aan allerlei schommelingen onderhevig en

Wat bepaalt nu eigenlijk je draagkracht? Is dat

kan per dag verschillen. Om gedurende langere tijd

gezonde voeding, voldoende nachtrust, op tijd in-

zware inspanning te kunnen leveren, moet een li-

entingen krijgen, of voldoende beweging? Uiter-

chaam getraind zijn. Iemand die niet regelmatig

aard zijn deze zaken wel van belang om gezond te

oefent en te weinig conditie heeft, kan na zware

blijven, maar bij draagkracht spelen meer factoren

lichamelijke arbeid zo moe zijn dat hij kwetsbaarder

een rol. In het algemeen bestaat je draagkracht uit

is voor invloeden van buitenaf. De conditie schiet

een combinatie van aanleg, conditie en geestelijke

dan tekort om weerstand te bieden tegen extra

en maatschappelijke toestand. Deze factoren samen

belasting. Dit geldt ook voor geestelijke belasting.

bepalen of je voldoende kracht hebt om de lasten

Een te langdurig ervaren hoge werkdruk leidt dan

van het dagelijks leven te dragen.

bijvoorbeeld tot een burn-out. Een oude wijsheid is dan ook ‘een gezonde geest in een gezond

Aanleg Aanleg omvat alles wat een mens meekrijgt bij zijn geboorte. De aanleg bestaat uit erfelijke factoren

lichaam’.

Geestelijke factoren

die het kind van beide ouders meekrijgt, en de in-

Geestelijke factoren zijn belangrijk bij het vormen

vloeden die het kind ondergaat tijdens de zwan-

van de draagkracht. Gevoelens van veiligheid en

gerschap en de geboorte. Deze aanleg is de reden

vertrouwen in de omgeving bepalen mede de

dat mensen al vanaf hun geboorte als persoon

weerbaarheid. Heeft iemand tijdens zijn ontwikke-

uniek zijn, waardoor ieder mens op zijn eigen ma-

ling deze gevoelens niet gekend, dan bestaat het

nier op prikkels uit de omgeving reageert. Bij kin-

gevaar dat hij niet weerbaar genoeg is. Zoiets komt

deren die geboren zijn met een stoornis of handicap

dan tot uiting in iemands gedrag. Als iemand zich

speelt aanleg ook een rol. Soms is de aanleg voor

niet veilig voelt, kan iemand faalangst hebben,

een ziekte al vanaf de geboorte aanwezig, maar

depressief worden, of agressief.

komt de ziekte pas op een later moment in het

23


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

Maatschappelijke factoren Ook de plaats die iemand binnen de maatschappij

de lasten de draagkracht overstijgen, ben je niet meer in staat de nieuwe situatie de baas te blijven. Je functioneert niet goed meer.

en binnen het gezin inneemt, is bepalend voor de

Toetsen inhalen

komen, goede relaties met mensen op school, op

Brit is een paar weken ziek geweest en heeft

het werk en in de familie- en vriendenkring bepalen

dus flink wat lessen gemist. Behalve de lessen

voor een groot deel je maatschappelijke positie. Ze

heeft ze ook vier toetsen gemist. Die kan ze

versterken de draagkracht en zorgen ervoor dat je

aan het einde van het studiejaar inhalen, maar

beter bestand bent tegen de lasten uit je omgeving.

wel allemaal in één week.

Werkeloosheid is een maatschappelijke verandering

Als het zover is, wordt het Brit allemaal te veel.

die kwetsbaarder maakt, net als verhuizen naar een

Ze moet hard studeren, omdat veel kennis

vreemde omgeving en echtscheiding. Dat geldt niet

inmiddels weer is weggezakt en ze moet na-

alleen voor volwassenen, maar ook voor kinderen.

tuurlijk ook nog de gewone toetsen doen.

De draagkracht neemt af en de kans op ziek wor-

Omdat ze bang is dat ze het jaar niet zal ha-

den neemt toe.

len, slaapt ze slecht. Doordat Brit op de

Het is wel duidelijk dat de draagkracht per persoon

toetsdagen veel te moe is, behaalt ze helaas

verschilt en dat iedereen zo zijn eigen zwakke

slechte resultaten.

plekken heeft. Daarnaast zijn er grote verschillen in

De last van de vier toetsen ging Brits draag-

leefomstandigheden. Deze verschillen hebben hun

kracht te boven.

weerslag op de draagkracht van mensen en dit is vooral zichtbaar bij kleine kinderen, kraamvrouwen en pasgeborenen, chronisch zieken, ouderen en li-

1.2.2

Draaglast

chamelijk gehandicapten.

Je draaglast is afhankelijk van invloeden die van

Ook de levensfase waarin iemand verkeert, kan een

buitenaf inwerken of die uit het lichaam zelf

grote rol spelen. Denk maar aan de puberteit. De

voortkomen. Een te grote draaglast kan je ziek

snelle lichamelijke groei veroorzaakt vermoeidheid.

maken. Van sommige ziekten is de oorzaak onbe-

De belasting van het zelfstandiger worden en de

kend. Het is dan niet mogelijk om te zeggen of de

conflicten die je daarover hebt met anderen bren-

ziekte van binnenuit of van buitenaf komt, dan wel

gen je uit je geestelijk evenwicht. Als je dat weet, is

het gevolg is van een samenspel tussen meerdere

het goed te begrijpen dat je draagkracht tijdens je

factoren. Uitwendige en inwendige invloeden kun-

puberteit heel anders is dan die in een rustiger

nen samen de reden zijn van een verstoord even-

periode van je leven, zoals je periode op de basis-

wicht.

school. Ongeveer 35.000 Nederlandse jongeren

Invloeden van binnenuit kunnen het lichaam zo

van 13 tot 18 jaar hebben een depressieve stoornis

verzwakken dat het veel gevoeliger is voor invloe-

doorgemaakt.

den die van buitenaf komen. In dergelijke gevallen

Zolang de lasten niet groter zijn dan de draag-

ontstaat er eerder een ziekte. Een voorbeeld is

kracht, is er een gezonde situatie. Bij te grote lasten

suikerziekte (diabetes mellitus) waarbij de alvlees-

zoals zware problemen en moeilijke situaties en als

klier te weinig of geen insuline meer aanmaakt.

24

CASUS

draagkracht. Het hebben van werk, voldoende in-

                                               


Hoofdstuk 1 Zorg voor de gezondheid

Suikerziekte maakt het lichaam gevoeliger voor in-

voldoende bloed weg te pompen. Het hart de-

vloeden van buitenaf, zoals ziekteverwekkers.

compenseert of faalt, waardoor problemen in de

Mensen met diabetes maken dan ook meer infec-

bloedsomloop ontstaan. Dit heet hartdecompensa-

ties door dan gezonde mensen.

tie, hartfalen, ofwel decompensatio cordis. Ook

Bij invloeden van binnenuit (endogene factoren) of

psychisch kun je decompenseren, zoals te lezen is in

van buitenaf (exogene factoren), probeert het li-

de casus van Miranda.

chaam zich te verdedigen. Om gezond te blijven

Burn-out!

chaamsfuncties in evenwicht te houden. Dit proces

Miranda combineert een drukke fulltime baan

heet homeostase. Dankzij homeostase is het li-

met de zorg voor haar gezin en merkt dat het

chaam in staat invloeden uit de omgeving die de

een kwetsbaar evenwicht is waarin ze func-

levensfuncties verstoren in een bepaalde mate te

tioneert. Het gezin vraagt aandacht, op het

compenseren.

werk is het al maanden ontzettend druk en

Bij een verstoring van de homeostase ontstaat

bovendien slaapt ze te weinig omdat ze

ziekte. In dat geval probeert het lichaam via allerlei

’s avonds laat nog het een en ander moet

aanpassingsmechanismen een nieuw evenwicht te

voorbereiden voor de volgende dag.

bereiken, waardoor herstel van de ziekte kan op-

Dan krijgen de kinderen de waterpokken,

treden. Voorbeelden van belangrijke aanpassings-

terwijl de verantwoordelijkheid van haar werk

mechanismen zijn:

zwaar op haar drukt; het werk móet af. Door

de water- en zouthuishouding;

de geestelijke druk stort Miranda in. Ze heeft

de regeling van de lichaamstemperatuur;

vaak last van huilbuien, voelt zich continu moe

de hormonale functies;

en toont geen enkel initiatief meer. De psy-

de bloedsomloop;

chische decompensatie uit zich bij Miranda in

de ademhaling;

een burn-out.

de uitscheiding van afvalstoffen.

1.4 1.3

Decompensatie

                                                  

Gezondheidsbevorderende factoren

Als de lasten te groot worden en je niet langer de

De mens heeft zelf een belangrijk aandeel in de

kracht hebt om de lasten te dragen, ben je niet

zorg voor zijn gezondheid. Een lichaam en geest die

meer in staat in voldoende mate te compenseren.

in aanleg helemaal gezond zijn, beschikken over

In dat geval slaat de balans door naar de verkeerde

voldoende draagkracht. Tijdens de groei en ont-

kant. Wanneer de draaglast de draagkracht over-

wikkeling komen constant veel prikkels op lichaam

treft, is sprake van decompensatie. Dat merk je

en geest af. Wil de mens op een goede manier

doordat een bepaalde functie faalt. Dit kan een li-

bestand zijn tegen dergelijke invloeden, dan moet

chamelijke, geestelijke of maatschappelijke functie

hij zich inspannen om een en ander te verwerken.

zijn, zoals in het geval van Karin. Of denk aan een

Daarvoor is een bepaalde houding (attitude) nodig

groot hartinfarct. Dan is een deel van de hartspier

en het besef om gezond te leven.

afgestorven en is de hartspier niet meer in staat

25

CASUS

doet het lichaam voortdurend zijn best om alle li-


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

Een mens is zelf verantwoordelijk voor zijn eigen

boodschap over gezond gedrag een grote groep

gezondheid, maar daarvoor is nodig dat hij weet

mensen. Denk aan de slogan ‘twee ons groente,

hoe hij op een gezonde manier met zijn lichaam en

twee stuks fruit per dag’. Ook weet inmiddels vrij-

geest moet omgaan. Het gedrag dat daarvoor no-

wel iedereen dat we minimaal 30 minuten per dag

dig is, moet je leren, bijvoorbeeld van je ouders, op

lichaamsbeweging nodig hebben. Ook gemeente-

school, op je sportvereniging en door je te verdie-

lijke gezondheidsdiensten (GG&GD’en) voeren

pen in wat gezond gedrag precies inhoudt.

plaatselijk campagne.

Hoe gedrag en levenswijze gezondheid beïnvloe-

Werkers in de welzijns- en de gezondheidszorg

den, is onder meer afhankelijk van de maatschappij.

brengen hun boodschap meestal in kleine groepen

Mensen in de westerse wereld beschikken over

of individueel over. Deze werkwijze heet

meer mogelijkheden om gezond te leven dan

patiëntenvoorlichting; dat is voorlichting aan kleine

mensen in ontwikkelingslanden. Ons welvarend

groepen patiënten of individuele patiënten die lij-

leefpatroon verschilt nogal van dat in Aziatische of

den aan een bepaalde ziekte. Dank aan voorlichting

Afrikaanse landen. Of mensen met die welvaart op

aan mensen met hypertensie, diabetes mellitus en

de juiste wijze omgaan, wordt mede bepaald door

longziekten, zoals COPD (chronisch obstructief

de opvoeding en de maatschappelijke ontwikkeling

longlijden).

die zij doormaken.

Voorlichting is een onderdeel van preventie.

Je kunt je gezondheid beschermen door aandacht

Primaire preventie richt zich op het voorkomen van

te besteden aan gezondheidsbevorderende factoren

ziekte, bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat

die de mens zelf kan beïnvloeden en waarvoor de

bepaalde activiteiten de gezondheid schade toe-

mens zelf verantwoordelijk is, zoals:

brengen. De campagnes tegen het roken zijn dui-

de juiste gezonde voeding;

delijk gericht op de preventie van longkanker,

voldoende lichaamsbeweging;

COPD en hart- en vaatziekten. Ook vaccineren is

voldoende kleding;

een vorm van primaire preventie, denk aan de

zorgen voor een balans tussen lichamelijke en

grootschalige vaccinatie onder kwetsbare groepen

geestelijke belasting;

in 2009 tegen de Mexicaanse griep (nu Nieuwe

op tijd en regelmatig rust nemen;

Influenza A (H1N1)) geheten.

schadelijke invloeden uit de omgeving voorko-

Secundaire preventie richt zich op het tijdig op-

men;

sporen van ziekten. Een voorbeeld daarvan is het

infecties voorkómen.

bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker en

borstkanker. Tertiaire preventie is bedoeld om te Niet iedereen is in staat om alle invloeden volledig

voorkomen dat de symptomen van een ziekte

te overzien. Een belangrijke activiteit in dit verband

verergeren. Een patiënt met diabetes mellitus past

is Gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO).

bijvoorbeeld zijn levensstijl aan, wat de kans op

Het doel van GVO is het geven van voorlichting

schade aan het lichaam verkleint, zoals schade aan

aan alle mensen, om de gezondheid in het alge-

het netvlies (blindheid) of de bloedvaten (atheros-

meen te bevorderen. Op landelijk niveau draagt de

clerose).

overheid hieraan bij door het voeren van campag-

Sommige maatregelen zijn zelfs verankerd in wet-

nes (billboards, folders en spotjes). Zo bereikt de

geving. Zo is het recht op een rookvrije werkplek

26


Hoofdstuk 1 Zorg voor de gezondheid

vastgelegd in de Arbeidsomstandighedenwet (Ar-

(CBS) had in 2009 12% van de Nederlanders een

bowet) en is er landelijk sprake van een wettelijk

vorm van obesitas (ernstig overgewicht).

rookverbod in openbare gelegenheden.

Ongezond gedrag kost de maatschappij ook veel

Gezondheid is geen vast gegeven, maar een steeds

geld. In Nederland zijn de directe kosten als gevolg

veranderende toestand. Het evenwicht raakt ver-

van overgewicht en obesitas naar schatting 0,5 tot

stoord wanneer het niet lukt om voldoende te re-

1 miljard euro per jaar (3-5% van het gezond-

ageren op allerlei situaties; daardoor kan ziekte

heidszorgbudget). Daarnaast zijn de indirecte

ontstaan. De mens biedt weerstand aan die steeds

kosten zoals ziekteverzuim, verloren arbeidsjaren en

terugkerende en veranderende prikkels door zich

uitkeringen naar schatting ongeveer 2 miljard euro

aan te passen, of door in te grijpen in de situatie,

per jaar. Het aanpakken van ongezond gedrag le-

bijvoorbeeld door zich bij koud weer warm te kle-

vert naast gezondheidswinst dus ook economisch

den of door tijdig de griepprik te halen. Maatre-

een forse besparing op.

gelen op grotere schaal zijn bedoeld om de uitstoot

Andere voorbeelden van gezondheidsbedreigende

van gassen en rook in industriegebieden terug te

factoren zijn:

dringen. Dit gaat ernstige luchtvervuiling tegen en

slecht of onvoldoende eten;

voorkomt afwijkingen aan de luchtwegen. Degelij-

te weinig nachtrust nemen;

ke riolering zorgt voor de scheiding tussen afval-

weinig of geen lichamelijke inspanning verrichten;

water en drinkwater, een aanpak die verspreiding van besmettelijke ziekten voorkomt.

overmatig gebruik van alcohol, vet en nicotine;

Bij relatieproblemen kun je naar een hulpverlener

onveilig vrijen;

gaan. Praten over problemen en ingrijpen in de si-

gebruik van drugs met een verslavende werk-

tuatie kan voorkomen dat er een blijvende versto-

ing.

ring van de relatie optreedt. Zo probeert ieder mens om zijn eigen leefwereld zo constant mogelijk te

Wanneer iemand onvoldoende voor zichzelf zorgt,

houden en niet ziek te worden.

dreigt de draagkracht af te nemen. Daardoor treedt een verstoring op van het evenwicht en wordt ie-

1.5

Gezondheidsbedreigende factoren

mand ziek. Ook het niet opvolgen van adviezen of voorschriften van werkers in de gezondheidszorg, leidt

Mensen zijn in staat hun gezondheid te handhaven

tot een verstoring van het evenwicht. Dan herstelt

door zich aan te passen of in te grijpen. Vaak echter

iemand bijvoorbeeld niet van een ziekte. Sommige

neemt de mens risico’s die de gezondheid bedrei-

mensen volgen een behandeling niet op. Ze nemen

gen. Dat betreft dan gedrag waarbij er een grote

bijvoorbeeld hun medicijnen niet in of volgen de

kans bestaat op een verstoring van het evenwicht,

adviezen van een therapeut niet op. Dat gedrag

en ziekte optreedt. Voorbeelden hiervan zijn roken

heet therapieontrouw (non-compliance). Ook bij

en teveel eten. Zo is bijvoorbeeld in 80% van de

mensen die aanvankelijk wel meewerken, maar na

gevallen roken de oorzaak van het ontstaan van

enige tijd stoppen of weer terugvallen in het oude

COPD (chronic obstructive pulmonary disease) en

gedrag, is sprake van therapieontrouw. Enkele

volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek

oorzaken voor therapieontrouw zijn:

27


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

vergeetachtigheid: hoogbejaarden die vergeten

verwachten dat de gemiddelde levensverwachting

om hun medicijnen in te nemen;

de komende tientallen jaren nog verder stijgt. Voor

gebrek aan motivatie: door snel afgenomen

de nabije toekomst is uit deze prognoses vast te

klachten is iemand niet meer gemotiveerd om

stellen dat er een sterke vergrijzing ontstaat van de

bijvoorbeeld een antibioticakuur af te maken;

bevolking in Nederland. In het plannen van medi-

schaamte voor het gebruik van een bepaald

sche zorg en het scheppen van voorzieningen

geneesmiddel: dit kan bijvoorbeeld gelden voor

moeten overheid en instanties dan ook de ko-

het gebruik van een inhalator bij luchtweg-

mende decennia extra investeren om de kwaliteit

klachten.

van het leven te kunnen waarborgen.

1.6

Verstoring van de gezondheid

Studieactiviteiten Vraag 1

Gezondheid heeft te maken met lichamelijke,

Noem twee situaties waarin voor jou de draaglast

geestelijke en maatschappelijke factoren en kan

groter was dan de draagkracht.

vanuit elk van deze invalshoeken worden bedreigd. Ontstaat de verstoring vanuit één invalshoek, dan is

Vraag 2

sprake van een somatisch (lichamelijk), psychisch

Bespreek het volgende met twee studiegenoten.

(geestelijk) of sociaal (maatschappelijk) probleem.

a

Weet jij gedrag van jezelf dat je gezondheid negatief beïnvloedt?

Vaak is de verstoring van de gezondheid een samenspel tussen de verschillende problemen: dan

b

Waardoor blijf je dat gedrag vertonen?

kan sprake zijn van een psychosomatisch of psy-

c

Wat heb jij nodig om dat gedrag te veranderen?

chosociaal probleem.

Vraag 3

1.7

Levensverwachting

Naar aanleiding van de ziektegeschiedenis van Karin schrijft de neuroloog een brief aan de huisarts

Een maat voor de gezondheid van de mens is hoe

met de conclusie: ‘Ik heb bij patiënt geen noe-

lang iemand leeft: de levensverwachting. De

menswaardige afwijkingen kunnen vinden. Er is

levensverwachting is het aantal nog te verwachten

geen sprake van ziekte.’ Wat vind je hiervan?

levensjaren van een groep mensen van één bepaalde leeftijd.

Vraag 4

De levensverwachting van mensen neemt onder

a

Benoem voor onderstaande categorieën men-

andere toe door maatschappelijke omstandigheden

sen een voorbeeld van een preventieve maat-

(werk, huisvesting, verkeersmaatregelen), psycho-

regel tegen ziekte.

sociale zorg en de toename van deskundigheid op

pasgeborenen

medisch gebied. Op dit moment is in Nederland de

kinderen van 1 tot 4 jaar

gemiddelde levensverwachting bij de geboorte voor

adolescenten

mannen 78 jaar en voor vrouwen 82,3 jaar. Op

volwassenen

grond van de prognoses die het CBS geeft, is te

ouderen

28


Hoofdstuk 1 Zorg voor de gezondheid

b

Geef aan of dit primaire, secundaire of tertiaire preventie betreft.

29


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

Samenvatting Gezondheid is een voortdurend wisselende toestand, die bepaald wordt door lichamelijke, geestelijke en maatschappelijke factoren. Het draagkracht/draaglastmodel maakt duidelijk dat gezondheid een individuele toestand is. Draagkracht is opgebouwd uit aanleg, conditie, geestelijke en maatschappelijke factoren. Draaglast is datgene wat een individu te verwerken krijgt, zowel door invloeden van buitenaf, als door invloeden vanuit het eigen lichaam. De mens kan een dreigende verstoring van de homeostase ten dele compenseren. Wanneer de draaglast de draagkracht overstijgt, treedt decompensatie op. Door middel van preventieve maatregelen is de mens in staat om het aantal gezondheidsbevorderende factoren te stimuleren en gezondheidsbedreigende factoren te verminderen. De mens kan zich hierdoor zo goed mogelijk handhaven in een continu veranderende omgeving.

30


Hoofdstuk 2 Ziekteverloop

2

Ziekteverloop

CASUS

Inleiding

"   chronische ziekte van het zenuwstelsel is,  waarbij periodes van verergering en vermin-

Ziekten kunnen op verschillende manieren begin-

dering van de verschijnselen elkaar afwisselen.

nen. Soms ontstaat een ziekte plotseling en soms

Een paar jaar later kan Hans zijn werk als ge-

duurt het enkele maanden voordat duidelijk sprake

meentesecretaris niet goed meer doen, en ook

is van een ziekte. Ook in het verloop van een ziekte

thuis kan hij steeds minder. Uiteindelijk be-

bestaan grote verschillen. Griep verloopt vaak kort

landt hij op 55-jarige leeftijd in een rolstoel.

en heftig, waarna volledig herstel volgt, andere

De achteruitgang zet door en op 66-jarige

ziekten zoals reumatoïde artritis kennen een jaren-

leeftijd is hij volledig bedlegerig. Ondanks

lang slepend verloop waarbij het herstel beperkt is.

voorzorgsmaatregelen ontstaan complicaties

Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende vormen

als decubitus en trombose. Hij heeft last van

van ziekteverloop en de daarbij behorende begrip-

terugkerende urineweginfecties en krijgt

pen.

longontsteking. In de herstelfase van de

                                         

longontsteking is een kwaadaardige tumor in

Van kwaad tot erger

de hersenen ontdekt. De prognose is slecht,

Hans van Zomeren is 27 jaar als hij, zonder

aangezien de tumor niet te genezen is.

directe aanleiding, ineens minder goed ziet

De behandeling richt zich alleen nog op het

met zijn linkeroog. Het blijkt een acuut opge-

verlichten van de klachten. Hans gaat hard

treden neurologische afwijking te zijn. Drie

achteruit en is inmiddels een terminale patiënt.

maanden later kan hij weer gewoon zien,

Drie maanden later overlijdt Hans.

#                                                           

maar dan gaat zijn linkerarm prikkelen. Ook dat gaat over, maar na twee maanden komen de prikkelingen heviger terug. Na uitgebreid

2.1

neurologisch onderzoek stelt de neuroloog de

Ontstaan van een ziekte

diagnose multipele sclerose (MS). Inmiddels

De manier waarop een ziekte begint en verloopt,

heeft Hans last van extreme vermoeidheid,

bepaalt hoe patiënt en arts ermee omgaan. Een

loopt hij moeilijk en ziet hij de hele dag alles

ziekte kan vrij onverwacht of heel geleidelijk be-

dubbel. De neuroloog legt uit dat MS een

ginnen.

31


CASUS

Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

Een ziekte met een acuut karakter kent een plot-

Niet in alle gevallen treden na een besmetting

seling begin van de ziekteverschijnselen. Iemand

duidelijk herkenbare ziekteverschijnselen op. Soms

voelt zich in zeer korte tijd, soms binnen enkele

maken mensen de infectie in zeer lichte mate door.

minuten of uren, onwel worden. Voorbeelden

Zij voelen zich hooguit enkele dagen tot een week

hiervan zijn een hartinfarct, migraine, griep, long-

minder goed. Afgezien van wat moeheid en enkele

ontsteking en blindedarmontsteking. Bij Hans gaat

vage lichamelijke klachten merken zij absoluut niet

acuut het gezichtsvermogen van zijn linkeroog

dat zij in geringe mate een infectie doormaken. In

achteruit.

die gevallen is sprake van een subklinische infectie.

De meeste infecties zijn voorbeelden van acuut

In de aanloopperiode van een niet-acuut verlo-

optredende ziekten. Voordat iemand een infectie

pende ziekte zijn er vaak vage verschijnselen van je

krijgt, moet hij een besmetting hebben opgelopen.

niet lekker voelen. Onduidelijk is welke ziekte

Dat is het moment waarop de ziekteverwekkers het

aanwezig is, maar het duidt wel op een dreigend

lichaam zijn binnengedrongen. Wanneer je in de

gevaar. Deze verschijnselen heten prodromen. De

directe omgeving verblijft van iemand die erg ver-

prodromen van een naderende griep zijn onder

kouden is, loop je grote kans door het hoesten en

andere een algeheel vermoeid gevoel, rillerigheid,

niezen van de ander besmet te raken met het virus.

hoofdpijn en spierpijn verspreid over het gehele li-

Daar merk je op dat moment niets van. Pas na

chaam. De prodromen van een leverontsteking

enkele dagen word je zelf verkouden. Eerst neemt

(hepatitis) zijn vermoeidheid, minder eetlust, ma-

het aantal ziekteverwekkers toe in het lichaam van

laisegevoel en hoofdpijn.

de besmette persoon. Hoe lang dat duurt, verschilt

Een ziekte met een chronisch karakter kenmerkt

per infectie. De periode tussen besmetting en ziek

zich door een langzaam en sluipend begin (figuur

worden, is de incubatietijd. Als deze periode voorbij

2.1). Een enkele keer kan een chronische ziekte na

is, ontstaan de echte ziekteverschijnselen en is er

jaren genezen, maar meestal blijft de ziekte de rest

sprake van een infectie.

van het leven aanwezig.

                                         

In het algemeen verloopt een chronische ziekte

Een logeerpartijtje met gevolgen

minder heftig dan een acuut ziektebeeld, maar toch

Kees is erg moe, heeft weinig eetlust en klaagt

ernstig zijn. Dat is ook niet zo verwonderlijk, omdat

over hoofdpijn. Gisteren kreeg hij plotseling

een ziekteproces in de loop van de tijd steeds meer

hoge koorts en nu ziet hij een beetje geel.

schade aan het lichaam kan aanrichten. Dat leidt

Kees is 3 weken geleden uit logeren geweest

vaak tot functieverlies of invaliditeit die min of meer

bij zijn vriend Joost, en nu hoorde Kees’

blijvend zijn. Voorbeelden van een chronisch ver-

moeder enkele dagen geleden toevallig dat

lopende ziekte zijn onder andere chronische reu-

het zusje van Joost geelzucht heeft, en dat

matoïde artritis, diabetes mellitus, chronische bron-

deze Tineke, toen Kees daar logeerde, de-

chitis, COPD, de ziekte van Parkinson en dementie.

zelfde klachten had als Kees op dit moment. Tineke bleek een infectie te hebben met het hepatitis A-virus. En Kees? Ook Kees heeft geelzucht!

32

kunnen de verschijnselen in de loop van de tijd


Hoofdstuk 2 Ziekteverloop

acuut ziektebeeld

chronische ziekte

(heftigheid) ernst klachten

weken

Figuur 2.1

2.2

maanden

duur

Grafiek van het beloop van een acute en een chronische ziekte

Verloop van een ziekte

ernstige gevolgen of de dood leidt, is er sprake van een foudroyant ziekteverloop. Voorbeelden van

Niet altijd verlopen ziekten volgens hetzelfde pa-

acuut optredende ziekten met een foudroyant

troon. Door bijzondere omstandigheden kan het

verloop zijn een hartaanval (myocardinfarct), een

ziekteverloop sterk afwijken. Dergelijke uitzonde-

longontsteking (pneumonie), hersenvliesontsteking

ringen maken het voor een arts moeilijk het verloop

(meningitis) en een buikvliesontsteking (peritonitis).

van de ziekte op de juiste wijze in te schatten. Tij-

Soms gaat een acute ziekte over in een chronische

dens een ziekte kan bijvoorbeeld een nieuw pro-

vorm. In de meeste gevallen geneest een acute

bleem optreden, dat het verloop van de ziekte

ontsteking van de keelamandelen binnen een

verandert. Dat is een complicatie. Bij een onschul-

week, maar als er tijdens de acute fase bacteriën uit

dige neusverkoudheid kan als complicatie een acute

de keelamandelen in de bloedbaan terechtkomen,

middenoorontsteking ontstaan. Bij trombose in een

kan een acute ontsteking van een hartklep (endo-

beenader kan een stukje van het bloedstolsel los-

carditis) ontstaan: een complicatie. Die acute ont-

raken en via de bloedvaten in de longen terecht-

steking van de hartklep geneest binnen enkele

komen, met als complicatie een longembolie. Als

weken, maar kan wel kleine littekens in de hartklep

complicatie van een hartinfarct kan een ernstige

overlaten. Als vele jaren later die littekens in de

stoornis in het hartritme optreden. Van vele ziekten

hartklep gaan schrompelen, kunnen klachten van

zijn de complicaties bekend en wordt alles in het

benauwdheid en vermoeidheid ontstaan doordat

werk gesteld om ze te voorkomen.

de hartklep niet meer goed kan sluiten en gaat

We zagen dat acute ziekte een kort en heftig ver-

lekken. Op deze manier kan een chronische ziekte

loop heeft. Binnen enkele dagen tot weken kan de

ontstaan uit een acute ziekte.

acute toestand van de patiënt verbeteren (figuur

Soms blijven enkele klachten bestaan: dat zijn de

2.1). Er kan volledige genezing optreden, maar dat

restverschijnselen. Daardoor is het functioneren in

is niet altijd het geval. Het verloop van een ziekte is

lichte of ernstige mate belemmerd. Zo houdt een

soms zo heftig en er kan zoveel schade zijn toe-

deel van de mensen na een hersenbloeding rest-

gebracht, dat iemand kort na het begin van de

verschijnselen in de vorm van verlammingen en

ziekte overlijdt. Wanneer een ziekte zeer snel tot

spraakstoornissen. Na de amputatie van een arm of

33


Thema 1 Basisbegrippen in de pathologie

been kan een patiënt last blijven houden van pijn in

is bedwongen en de kans dat de kanker terugkeert

het geamputeerde deel van zijn lichaam. Hoewel

is gering.

het afgezette been er niet meer is, ervaart de pa-

fantoompijn is een restverschijnsel van de amputatie. Een chronische ziekte verloopt nogal eens met schommelingen. Na een rustige fase in het ziekteproces waarbij de patiënt weinig opvallende klachten heeft, kunnen de ziekteverschijnselen opeens verergeren, dat heet een exacerbatie van de ziekte.

     Mevrouw Aartsen heeft een darmontsteking.    Zij slikt er sinds 6 weken medicijnen voor, die     de internist heeft voorgeschreven.   Het ging redelijk goed, maar sinds een week    heeft ze weer buikkrampen, diarree en bloed    bij de ontlasting en in steeds grotere mate. Ze    voelt zich met de dag zieker. 

Opnieuw ziek

Een reumapatiënt kan na enkele rustige maanden plotseling weer een toename van ontstekingen in

Ook na volledige genezing, kunnen dezelfde

de gewrichten krijgen. Iemand met een chronische

klachten na enige tijd terugkomen. Het kan dan

bronchitis kan in het voorjaar en in de zomer weinig

gaan om dezelfde ziekte. Sommige ziekten komen

last hebben van zijn ziekte, maar door het vochtige

bij bepaalde mensen meerdere keren in hun leven

weer in het najaar plotseling meer gaan hoesten en

terug, soms met korte en soms met lange tussen-

zich toenemend benauwd voelen.

pozen. Wanneer een ziekte helemaal genezen is en

Het tegenovergestelde is ook mogelijk. Een chro-

na enige tijd weer terugkeert, is sprake van een

nische ziekte kan plotseling in een rustiger fase

herhaling of een recidief. Voorbeelden van ziekten

overgaan waarbij sprake is van een vermindering

die nog wel eens recidiveren zijn urineweginfecties

van de verschijnselen zonder dat de ziekte in zijn

en huidinfecties. Soms nemen het aantal en de

geheel verdwijnt. Dan is een remissie opgetreden.

ernst van de ziekteverschijnselen toe. Er is dan

Iemand die lijdt aan de ziekte multipele sclerose

sprake van een progressief verloop van de ziekte.

heeft na enkele maanden plotseling minder last van zijn evenwichtsstoornissen, kan beter lopen en beter voorwerpen vastpakken. Een ander voorbeeld is een patiënt met schizofrenie, die na enkele maan-

2.3

Het einde van een ziekte

den psychotisch gedrag in een rustige fase komt en

Je kunt een voorzichtige voorspelling doen over het

weer normaal op zijn omgeving reageert. Omdat

verdere verloop van de ziekte, de prognose. De

het chronische ziekten betreft, is er waarschijnlijk

prognose is afhankelijk van de ziekte en de reactie

slechts sprake van tijdelijke vermindering van ver-

van de patiënt op de behandeling. Reageert de

schijnselen. Een remissie kan compleet zijn (volledig

patiënt goed op de behandeling, dan is de prog-

herstel) of partieel (gedeeltelijk herstel).

nose gunstig en is de verwachting dat binnen korte

Bij de behandeling van kanker is het begrip com-

tijd herstel optreedt. Als duidelijk is dat een ziekte

plete remissie belangrijk; bij complete remissie is de

zeer ernstig is en behandeling niet meer helpt, is

groei van het gezwel onder controle en daarmee

sprake van een slechte afloop of infauste prognose.

ook de eventuele gevolgen van die groei. De ziekte

Gelukkig herstellen de meeste mensen volledig van een ziekte. Dan is sprake van genezen. Soms laat

34

CASUS

tiënt geweldige pijn of jeuk in dat been. Deze


Thema 2

Verstoorde lichaamsfuncties Inleiding

de opname van vocht en voeding. Hoofdstuk 12 beschrijft de belangrijkste aspecten van de ontlas-

Het tweede thema van dit boek beschrijft de ver-

ting: de consistentie, de geur en de kleur. Een

storing van belangrijke lichaamsfuncties. De ge-

veranderd ontlastingspatroon met een afwijkend

noemde afwijkingen zijn signalen van een ver-

aspect van de feces is een signaal van een ver-

stoorde gezondheidstoestand van de patiĂŤnt. Het is

stoorde darmfunctie. Over afwijkingen in het mic-

van belang dat je bij het bewaken en begeleiden

tiepatroon en veranderingen in de samenstelling

van patiĂŤnten de betekenis van deze verstoorde li-

van de urine kun je lezen in hoofdstuk 13. Het

chaamsfuncties kan observeren en rapporteren.

onderzoek van de urine en de betekenis van de

Hoofdstuk 9 betreft de verdeling van het vocht

gevonden afwijkingen staan in dit hoofdstuk cen-

over het lichaam en het regelen van de vochtbalans

traal. Hoofdstuk 14 beschrijft de betekenis van

in een gezond lichaam. Aan de orde komen de

hoesten als reiniging van de luchtwegen. Er is ver-

verstoringen in de vochtbalans van het lichaam,

schil tussen een productieve en niet-productieve

zowel het tekort aan vocht als het te veel eraan, en

hoest. Ook de oorzaken van hoesten, de afwijkin-

de behandeling daarvan. Hoofdstuk 10 gaat over

gen in het opgehoeste sputum en het gebruik van

de lichaamstemperatuur en de verschillende me-

medicijnen tegen het hoesten komen aan de orde.

thoden om de temperatuur te meten, de ver-

In hoofdstuk 15 vind je informatie over de bete-

schijnselen van koorts en de verschillende koorts-

kenis van de slaap voor het lichaam en de factoren

typen. In hoofdstuk 11 volgt een beschrijving van

die de slaap beĂŻnvloeden. Het is belangrijk om

braken, de oorzaken ervan en de behandeling van

kennis te nemen van de oorzaken van een ver-

het braken. Het braaksel kan belangrijke informatie

stoord slaappatroon en de behandeling daarvan.

geven over de toestand van het maag-darmkanaal. In dit hoofdstuk is er ook aandacht voor slikstoornissen en de problemen die daardoor ontstaan bij

125


Hoofdstuk 9 Vochtbalans

9

Vochtbalans

Inleiding

lichaam in staat de lichaamstemperatuur binnen nauwe grenzen te houden.

Water is voor de mens van levensbelang. Ons li-

Het water beschermt je lichaam ook tegen schok-

chaam bestaat voor 60% uit water. Omdat het li-

ken. Alle lichaamsweefsels zijn omgeven door wa-

chaam voortdurend water verliest door urinepro-

ter, waardoor de cellen niet snel beschadigen door

ductie, zweten, ademen en met de ontlasting via

krachten van buitenaf. De hersenen en de foetus in

het maag-darmkanaal, moet het regelmatig wor-

de baarmoeder zijn voorbeelden van lichaams-

den aangevuld. Een mens kan maar 3 dagen zon-

weefsels die omgeven zijn door een dikke be-

der water.

schermende waterlaag.

De specifieke eigenschappen van water stellen het

‘Ik heb zo’n dorst’

dient als oplosmiddel voor vele stoffen; daarnaast

Mevrouw Graafland is 74 jaar. Sinds enkele

functioneert het als transportmiddel in de bloed-

weken heeft zij veel dorst. Door veel te drin-

baan en in de lymfevaten. Ook de kleinste bouw-

ken probeert ze haar dorst te lessen. Maar

steen van het lichaam, de menselijke cel, bestaat

hoeveel mevrouw Graafland ook drinkt, de

voor het grootste gedeelte uit water. Hierin vindt

dorst komt telkens terug. Het valt haar op dat

de celstofwisseling plaats.

ze vaak naar toilet moet om te plassen. De

De grote hoeveelheid water in het lichaam heeft

laatste tijd voelt ze zich vermoeid en soms

daarnaast een belangrijke functie bij het in stand

heeft ze onverklaarbare jeuk over het hele li-

houden van de lichaamstemperatuur. De celstof-

chaam.

wisseling gaat gepaard met warmteontwikkeling

Op een ochtend kan mevrouw Graafland niet

die in de weefsels snel tot oververhitting zou leiden.

meer uit bed komen, ze voelt zich te zwak. Als

Het water is in staat grote hoeveelheden van deze

haar man haar iets te drinken brengt, weet ze

warmte op te slaan zonder zelf snel van tempera-

niet meer wie hij is. De in allerijl gewaar-

tuur te veranderen. De bloedcirculatie voert deze

schuwde huisarts vindt bij onderzoek een

overtollige verbrandingswarmte via de huid en

snelle pols en een lage bloeddruk. De huid van

longen af naar de buitenwereld (zweten en ade-

mevrouw Graafland is slap en haar ogen lig-

men). Deze bufferwerking van het water stelt het

gen diep in de oogkassen. De arts laat haar

                                                     

127

CASUS

lichaam in staat optimaal te functioneren. Water


Register A

anafylactische shock

aanleg

23

aarsmaden

82

abces

59, 91

abortus

380

aneurysma

215

angiografie

225

angiotensine II 271 anorexia nervosa

absenses

289

antagonist

absorptie

118

anti-CCP-test

abstineren

407

accomoderen

121 299

antidiuretisch hormoon (ADH) 131, 338

acrocyanose

367

anti-emetica

acromegalie

338

antigeen

actieve immuniteit

67

antihistaminica

acute myeloïde leukemie (AML) acute psychose

153

64

antigeen-antilichaamcomplex

163

acute lymfatische leukemie (ALL)

acuut

367

antidiuretisch hormoon 130

346

acute diarree

72, 208

331 330

360

antihypertensiva antilichamen

antiserum

209

65

antimycoticum

32

66

153

93

69

Addison crisis 340

antisociale persoonlijkheidsstoornis

additief

antistoffen

122

ademnood ADHD

413

antistollingsmiddelen

371

antitussiva

adjuvante behandeling adrenaline

79

54

121

agorafobie

364

406

apnoe

231, 238

arteriosclerose

130, 271, 339

algemene ziekteverschijnselen 48, 56

allergische prikkels amfetamine

apneu

arteriële trombose 73

ascites

algemene malaise 141

allergie

172 256 218

arteriële bloedgasanalyse

agranulocytose aldosteron

214

183

aortabroekprothese

54

afweerreactie agonist

anurie anus

aerogene infectie afweer

108

190

234

369

amoebedysenterie

230

219

204, 211

133

asdrukpijn 57

366

58

297

aspiratiepneumonie

152

asthma bronchiale

234

asthma cardiale

220, 234

astma 234 257

astma bronchiale

181

435


aterme partus 380

bloedingen

atheromateuze plaque atherosclerose

205

204, 211

atopisch eczeem

317

atopische constitutie atrofische gastritis autisme

49 250

313, 326

B-lymfocyten

65

body-mass index

47

boezemfibrilleren

223

bone conducting device (BCD) 352

371

borderline persoonlijkheidsstoornis

auto-immuunziekte auto-intoxicatie

56, 299

borstontsteking

46

botbreuk

automatische peritoneale dialyse (APD) automutilatie

308

bloedstolling

366

273

365

385

297

boulimia nervosa braakcentrum

367

149

braakreflex 149 B

brachytherapie

baarmoederhalskanker baarmoederkanker bacillen

278

bradycardie

277

84

bacteriëmie bacteriën

92

bamboo spine

57

bradypnoe

238

301

195, 370

32, 78

232

bronchuscarcinoom

103

benigne prostaathyperplasie (BPH)

besmettingsweg

312

bronchospasme 318

benigne gezwellen

benzodiazepinen

148, 413

brandwond

basaalcelcarcinoom

besmetting

bradykinine

braken

48, 83

278

222

BSE 275

182

89

BSE-waarde

299

buis van Eustachius bypass

78

bevolkingsonderzoek

112

C

bevriezing

313

cafeïne

bewustzijn

406

Campylobacter-bacil

bijniermerg

339

Candida albicans

bijnierschors

351

212

339

cannabis

191 85

88

370

bijnierschorsinsufficiëntie 340

carcinoma in situ

bijwerking

cardiovasculair risicomanagement

bijziend

122 346

bingedrinken biologicals biopsie

cardioversie 46

300

catarre

107

blaaskanker bloederziekte

223

347 58

cellulaire afweer

bipolaire stoornis

436

cataract

276 326

362

105, 276

65

centraalveneuze druk (CVD) 208 cerebrovasculair accident cervixcarcinoom

278

215

206


chemotherapie

109

corpus alienum

cheyne-stokes-ademhaling Chlamydia trachomatis cholesterol

216, 239, 406

cortisol

264

coxartrose

204

cholesterolratio chordotomie chronisch

craving 205

181

190, 339 302

368

C-reactief proteïne (CRP)

419

crepitaties

32

CT-angiografie

chronische bronchitis

236

CT-scan

224

224

chronische diarree 163

curatieve behandeling

chronische lymfatische leukemie (CLL) 331

curettage

chronische myeloïde leukemie (CML)

CVA 285

330

circadiaans ritme 189 claudicatio intermittens claustrofobie

198

cystische fibrose (CF)

217

cystitis

108

277

cyclopyrrolonen

364

396

264

clippen 288

cystoscopie

cocaïne

cytogenetisch onderzoek

369

cochleair implantaat coeliacusblokkade coeliakie coilen

276

cytostatica

162

110

D darmpoliepen

84

dauwworm

colitis ulcerosa

258

258 317

débridement

256

314

decompensatie

25

colposcoop

280

decompensatio cordis

comazuipen

46

decubitus

commensalen

83

competitief middel complicatie conditie

122

33

23

346

constitutioneel eczeem contactbloeding

317

contractuur contusie

314, 413

54, 296

contusio cerebri COPD

160

deficiëntieziekten

46

dekweefsel

317

296

211

50, 142 373

densitometrie depressie dermaal

27, 181, 236

coronaire sclerose

131

dementie 273

302

dehydratie

delier

279

continue ambulante peritoneale dialyse (CAPD)

309

defecatiepatroon

degeneratie 398

208, 214, 220

309, 413

decubituswonden

congenitale heupdysplasie (CHD) conjunctivitis

330

419

288

colibacil

colon

352

57

302

298

361 116

dermatofyten dermatoom desinfecteren

88 288 93

437


DEXA-meting

298

diabetes insipidus

druppelinfectie 338

duizeligheid

diabetes mellitus 341

duodenum

diabetes mellitus type 1 diabetes mellitus type 2 diabetische nefropathie

79

353 253

341

duodenumzweer

253

341

dwanggedachten

363

342

dwanghandelingen

diabetische neuropathie

342

dwarslaesie

diabetische retinopathie

343, 349

dysbacteriose

288

dialyse

272

dyspareunie

diarree

163

dyspnoe

diastolische druk

206

163 281

232, 413

dyspnoe d'effort

diepe veneuze trombose (DVT) dierlijke micro-organismen dikke darm 256

386

E 175

echocardiograďŹ e

89

echolalie

directe afweerreactie

63

27

distorsie

54, 296

distributie

118

DMARD’s

eliminatie embolie 40

313

doorbraakpijn

282

183

empyeem 309

286

doppleronderzoek

endemie

59 95

endogene ziekteoorzaken 225

338

dotterbehandeling draagkracht

220

embolisatie

emolliens

413

dorstproef

endometritis

endometriumcarcinoom 212

Engelse ziekte

22

enucleatie

22, 24

epidemie

draagster

41

epidemiologie

60

epiduraal

dreigende abortus druiper

86

druksensoren

438

380

282 94 95

116

epiduraal hematoom

epilepsie

277

46

epidurale analgesie 207

39

386

draaglast

drain

212

120

embryonale fase 41

418

doorligwonden

340

119

elektrocardiogram

300

dopamine

382

elektrocardiograďŹ e (ecg) 225

dominante overerving

doorliggen

eclampsie

eiwitbinding

257

donorhuid

225

372

eilandjes van Langerhans

170

diverticulitis

233

48

direct preparaat

diurese

233

dyspnoe de repos

dipslidemethode

directe kosten

363

289

287 291


episiotomie

flegmone 90

384

epstein-barrvirus

flowmetrie

332

269

equaliteit

222

fluxus postpartum

erytrocyt

324

fobie

Escherichia coli (E. Coli) etalagebenen

84

218

etsende werking etsing

346

etter

59, 91

45

foetale fase

42

fotodynamische therapie

319

foudroyant ziekteverloop

33

fractuur

euthanasie

297

fundushoogte

380

407, 423

euthanasiewet

423

G

eventrecorder

225

G6PD-deficiëntie

exacerbatie

34

exacerbaties excideren

gal

299

108

218, 316

gaspen

406

gastheer

48

expansieve groei 103

gastritis

249

expectorantia

gaswisseling

39

184

expiratoire stridor

180

explosief braken

128

F

64, 65

geheugenverlies

373

328

34

farmacokinetiek

favisme

gewrichtsmuizen

118

gezondheid

325

gezwel 332

fecaal braken

151

feedbackmechanisme 235

22

gisten 338

338

48, 87

glaucoom

347

glomerulonefritis 303 119

26

101

gigantisme

glucosurie

271

174

goedaardige (benigne) gezwellen

fissuur 297

GOLD-classificatie

fistel

gonartrose

172

170

302

gezondheidsvoorlichting en -opvoeding (GVO)

FDG-PET-scan

first-passeffect

80

gewassen ochtendplas 121

216

fibromyalgie

352

gesloten wond 308

farmacodynamiek

FAST-test

genitale infecties

58

fantoompijn

315

geleidingsstoornissen

factor V Leiden

FEV1

346

gele wond 364

372

geheugencellen

gele vlek

fagocytose

231

gedragsstoornissen

150

extracellulaire vocht

325

151

gangreen

exogene ziekteoorzaken

faalangst

386

363

49

236

302

439


gonokok

264

gonokokken

heroïne

86

grand mal 290

432

herseninfarct

granulatieweefsel

314

94

histamine

groeihormoon

337

hiv 87

grondstemming

215, 285

high 370

griepepidemie

GVO

368

hersendood

361

57

HLA-B27

26

301

hodgkinlymfoom

gynaecomastie

338

hoesten

179

hoestreflex H

332

179

holteronderzoek

haematemesis

151

homeostase

Haemophilus-bacillen halfwaardetijd hallucinaties

hoofdluis

82

hoornvliesontsteking

358

hallucinogenen hangover

84

120

225

25

hoortoestel

370

352

hormonale therapie

196

hormoonzalven

110

317

hartblok

222

huidkanker

hartfalen

132, 220

huishoudelijk reinigen

hartfilmpje

225

hartinfarct

213

345

318

hulpademhaling

93

234

humaan immunodeficiëntievirus (hiv)

hartkatheterisatie

225

humaan papillomavirus (HPV)

hartminuutvolume

207

humorale afweer

hartwater hasj

151

65

hyperactieve blaas 268

370

hypercapnie

230

heartbeating donatie 432

hyperemesis gravidarum

HELLP-syndroom

382

hyperglykemie

207, 341

135, 335

hypermetropie

346

hematocriet

hematogene infectie

80

hematogene metastasering

hyperoxygenatie 106

285

hyperpnoe

hemodialyse

272

hypertensie

326

hemoglobine

340

238 209, 381

hyperthermie

134

142

hyperthyreoïdie

339

hemolyse

325, 382

hypertrofisch litteken

hemoptoë

183

hyperventilatiesyndroom

hepatitis B 70 hepatitis B-virus

78

hernia nuclei pulposi

440

288

hypnoticum

195

hypocapnie

230

hypofyse

152, 381

230

hyperpigmentatie

hemiparese

hemofilie

279

337

61 239

73


hypofyseadenoom

338

hypogastricusblokkade hypoglykemie hypopnoe

43, 342

144

hypothyreoïdie

211, 339

hypovolemische shock hypoxemie

212

inspiratoire stridor

337

hypothermie

183

236

inspanningsonderzoek

209

hypothalamus

inhalator

inspannings-ecg

238

hypotensie

hypoxie

inhalatiemiddelen 420

insuline

341

insulten

289

interactie

132, 208, 309

230

180

122

intracellulaire vocht intramusculair

230

225

128

116

intrathecaal

116

hysterectomie

282

intraveneus

116

hysteroscopie

277, 282

invasief urotheelcelcarcinoom invasieve pijnbestrijding

I

inwendige aambeien

igA 65

inwendige bloeding

igD

66

ischemie

igE

66

isolatie

igG

66

isotopenonderzoek

276

291

259 309

212 94 224

igM 66 ileus

151

J

immobilisatie immuniteit

297

jeuk

317

67

immunodeficiëntie 73

K

immunoglobulinen

kaarsvetfenomeen

immunotherapie

65 111

kamerfibrilleren

incidentie

95

kamerwater

incideren

60

kataplexie

incubatietijd

78

indirecte kosten

infectie

64

27

infantiele encefalopathie infauste prognose

347 194

keelinfecties

indirecte afweerreactie

43

34

78

246

keelkweek

247

keelspatel

247

keizersnede keloïd

382

61, 313

keratitis

345

infiltraat 58, 90

kerntemperatuur

infiltratie 106

ketonlichamen

infiltratieve groei 104

klaplong

inhalatie

kleurenblindheid

116

inhalatiecorticosteroïden (ICS) 238

318 214

klierkoorts

138 174

241 350

247

441


klinisch dood klysma

431

kneuzing

longembolie

296

KOH-preparaat kokerzien

longďŹ brose

236

232

longgezwellen

274

longkanker

140

182

241

longontsteking

korotkov-tonen kraambed

241 220, 386

longemfyseem 89

347

kolieken koorts

longcarcinoom

165

208

loopoor

385

luchtweginfecties

kraambedpsychose

360

kraamvrouwenkoorts kriebelhoest

181

luchtwegverwijders

385

luxatie

180 142

81

237

296

lymfadenitis

kritische temperatuurverandering kruisinfectie

240

351

92

lymfangitis

91

lymfangitis carcinomatosa

kunstmatige verworven immuniteit kussmaul-ademhaling

67

238

lymfeklierkanker lymfestelsel

106

331

331

kwaadaardige (maligne) gezwellen 49

lymfogene metastasering

kwalitatieve test 173

lymfomen

kwantitatieve test

lytische temperatuurverandering

kweek

173

106

331

89 M

L lanugo

maagbloeding 367

large for gestational age (LGA) laseren

348

lawaaidoofheid

44

legionella-bacterie leukemie leukopenie

levercirrose

lichtschuw

litteken

442

60

56, 252

maagslijmvlies

249

maagzweer

250, 252

manie

349

361

marihuana

425

204

48

346

370

maskergelaat

82, 253

lipoproteĂŻnen

maagperforatie

malabsorptiesyndroom 137

346

linksdecompensatie lintworm

249

maculadegeneratie

406

lijkschouwer

252

maagontsteking

macula 28

248

lichaamstemperatuur

maagcarcinoom

macro-organismen

73

levensverwachting

lichtstijf

240

329

381

252

286

melanoma in situ 220

melanoom melena

320

319

161

memory cells meningokokken

65 86

162

142


menorragie

280

mesothelioom

neo-adjuvante behandeling

182

metabole acidose metabolieten metabolisme metastasen

neovascularisatie

230

netvliesloslating

348

120

neurogene blaas

120

neuromodulatie

104

269 292

neuropathische pijn

291

metazoën

82

nierbekkenontsteking

methadon

369

nierfalen

mexicaanse griep (Nieuwe Influenza A (H1N1) micro-embolieën

215

micro-organismen

48

mictiepatroon mictiereflex

172, 271

273

niet-natuurlijke dood 351

170

430 180

nitroglycerinepreparaten nociceptieve pijn

413 89

NO-meting

monoklonale antilichamen

111

320

235

non-compliance

MRSA 81

212

290

nodulair melanoom

moleculair onderzoek

234

niet-productieve hoest

380

mucolytica

272

niersteen

170

misselijkheid

nierinfarct

niet-allergische prikkels

middenoorontsteking

miskraam

265

271

nierinsufficiëntie

170

midstreamurine

50

27

non-heartbeating donatie 184

non-hodgkinlymfomen

mucoviscidose

182, 396

normoglykemie

multicausaliteit

43

NSAID’s 300

multi-infarctdementie

373

multipel myeloom

334

multipele sclerose

286

nycturie

108

349

432

333

342

133, 170, 220

O

myolyse

282

obesitas

myoom

280

obsessief-compulsieve stoornis

myopie 346

341

obstipatie

164, 412

ochtendurine N naaldbiopsie narcolepsie

106 194

natuurlijke dood

132

oligurie

172

oncologie

natuurlijke verworven immuniteit necrose

oedeem

170

omgekeerde isolatie 430

59, 218, 315

necrotiserende ontsteking

59

negatieve discongruentie

381

negatieve symptomen

359

67

363

94

101

oncologische hematologie

329

onthoudingsverschijnselen

369

ontlastingspatroon ontwrichting

296

oogdruppels

348

160

443


oogzenuw

345

perceptiestoornissen

oorthermometer

139

perfusie

352

231

open wond 308

perifeer arterieel vaatlijden

opiaatrotatie

perifere weerstand

418

opiumpreparaat Opiumwet

369

perineumrupturen

117

peristaltiek

oppervlakkig verspreidend melanoom opportunistische infectie opstijgende infectie, orthopnoe

81

264

272

56

peritonsillair abces 210

106

246

persoonlijkheidsstoornissen persoonsgegevens

128

osteofyten

peritoneale dialyse

peritonitis carcinomatosa

193

osmose

384

148

peritonitis

234

orthostatische hypotensie OSAS

320

218

207

placenta

302

365

430

382

placenta praevia

382

osteomyelitis

297

plantaardige micro-organismen

osteoporose

298

plaveiselcelcarcinoom

otitis externa

350

otitis media

351

overhydratie

132

pleuritis carcinomatosa plexusanesthesie

overloopblaas overvulling

430

pneumonie

266, 269, 275

pO

2

pols

palliatieve behandeling

palliatieve sedatie palliatieve zorg pandemie

PAP-klasse

444

polyneuropathie

289

171, 338 291 320 78

positieve discongruentie positieve symptomen

67

230 116

275

postictale slaap postnasal drip

83 26

334

338

porte d’entrée 374

380

PCA-3-test

per os

polydipsie

poortwachterklier

279

patiëntenvoorlichting

2

206

poorttheorie

passieve immuniteit pathogeen

109

polyurie

363

paranoïde psychose partus

407

411

95

paniekstoornis

pCO

406

polycythemia vera (PV)

108

palliatieve chirurgische therapie

241

230

polsdruk

P

86

240

pneumothorax

273

106

291

pneumokokken

overlijdenspapieren

48

319

381

358

290 182

postnatale depressie

387

postnatale psychose

387

postpartum depressie

362

posttraumatische stressstoornis

365


predispositie

43

pre-eclampsie

Q-koortsbacterie

premature baby prevalentie

380

R

95

preventie

rachitis

26 81

primaire preventie

26

primaire wondgenezing prodromale stadium

314

213

32, 213

productieve hoest proefexcisie progressie

46

radicale behandeling

primaire infectie

prodromen

240

382

radiotherapie

109

reboundeffect

197

recessieve overerving

41

rechtsdecompensatie

220

recidief

180

108

34

reconvalescentiefase

107

rectaal

286

35

116

reflexblaas

269

progressief verloop 34

reflux 151

projectielbraken

refluxziekte

148, 247

regeneratie

60

prolactine

150

337

prolaps

267

regeneratievermogen

prostaat

274

regenererend vermogen

prostaatcarcinoom

275

regulariteit

222

prostaatontsteking

265

regurgitatie

148

prostaatspecifiek antigeen prostaglandinen prostatitis

57

pus

50

106, 107

59, 91

pyelitis

297 89, 93

resistentiebepaling

140

150

Q-koorts

230

respiratoire insufficiëntie 232 restless legs

193 33

150

retentiebraken

150

reumafactoren

299

reumatoïde artritis Rickettsia

Q

175

respiratoire acidose

retentie 265

pylorusstenose pyrogenen

271

repositie

restverschijnselen

265

pyelonefritis

49

314 188

resistentie

50, 358

psychotrauma punctie

renine 85

317

psychische stoornis psychose

353

REM-slaap

235

299

88

Rijksvaccinatieprogramma 78

316

34

remodellering 85

Pseudomonas-bacillen psoriasis

reisziekte remissie

265

Proteus-bacillen provocatietest

275

60

risicoprofiel

70

206

445


Riva-Rocci

208

slaapapnoesyndroom

rode wond

315

slaapcyclus

roken

181

slaaphygiĂŤne

ruggenmergstimulatie rumineren

148

runderlintworm ruptuur

419

253

195

slaapverlamming

194

slechthorendheid

352

slijmhoest

296, 384

slikken

180

153

slikstoornissen S

slokdarm

Salmonella-bacillen

84

154

247

slokdarmcarcinoom

SARS 50

248

slokdarmdivertikel

SCEN-arts

424

schaafwond

slokdarmkanker

308

192

188

249 248

slokdarmspataderen

248

scherp geweld 54

small for gestational age (SGA)

scheuring

sneeuwblindheid

296

scheurwonden schildklier

309

snijwonden

338

snurken

schiltemperatuur

138

schimmelinfecties

80

schimmels

schouwarts

384

190

160

speculum 382

287

spinal cord stimulation

26

secundaire wondgenezing 173

sensibilisatie

314

spirocheten

86

spirometrie

235

spit

64

54

spontane abortus

septische shock 93 serologisch onderzoek 57

serumziekte

89

spore

83

spruw

162

sputum

72

272

300

380

182

sputumkweek staar

394

292

spondylitis ankylopoetica

92

serotonine

281

spierdystroďŹ e van Duchenne

81

secundaire preventie

183

347

sikkelcelcrisis

324

stafylokokken

sikkelcelziekte

324

stamceltransplantatie

446

241

spastische dikke darm 257

secundaire infectie

shunt

382

spanningspneumothorax spasticiteit

sectio caesarea

sepsis

364

somatotropine

425

287

sediment

192

264

solutio placentae

SCS 292 scybala

45

308

sociale fobie

48, 87

schouderdystokie

schub

soa

381

85 330


startpijn

302

startstijfheid statinen

tetanusbacil 302

206

therapieontrouw

steatorroe

160, 162

TIA 286

stemming

361

titer

stent

212

sterfbed

317

toxine

214 58

stopverfontlasting streptokokken

160

280

transient ischaemic attack 267

traumatische pneumothorax

386

trichofyten 287

trisomie

116 287

subfebriele temperatuur subklinische infectie superinfectie

88

trombose

140

214 386

trombus

32

211, 218

trommelvliesbuisjes

81

tuberculose tuberkelbacil

syndroom van Down

tumor

392

syndroom van Turner

395

85

101

tumoren

290

394

122

systolische druk

U 206

uitdroging

131, 164

uitnameteams T

uitstrijkje

taaislijmziekte tachycardie tachypnoe

396 222

uremie

291, 419 411

tertiaire preventie

279

uitzaaiingen

138

temperatuurregulerend centrum

terminale zorg

26

432

uitwendige aambeien

238

temperatuurregulatie

TENS

351

71

syndroom van Cushing 340

syndroom van Klinefelter

275

241

392

trombolytica

subduraal hematoom

291

215, 286

transurethrale resectie van de prostaat (TURP)

subarachno誰dale bloeding

synergisme

400

transcutaneous electric nerve stimulation

86

233

subcutaan

119

trachelectomie

stressincontinentie

stuwing

79

toxoplasmose

stomp geweld 54

425 303

toxische spiegel

stollingseiwitten

stridor

64

total-hip operatie

steunweefsel stil infarct

27

toetsingscommissie

93

118

72

T-lymfocyten

405

sterilisatie

84

therapeutische breedte

104

172

uremisch coma 138

259

urethritis

272

264

urge-incontinentie

268

urine-incontinentie

266

urinekweek

175

447


urineretentie

265

weefseldonatie

urodynamisch onderzoek urotheelcelcarcinoom

276

uterus myomatosus uterusextirpatie

269

weerstand weke delen

280

282

Wet op de lijkbezorging

V

70, 94

vasoconstrictie vasodilatatie

wondsepsis

281

314 257

139

veneuze druk

208

veneuze trombose ventilatie

wormen

313 313

wondtoilet

139

X 219

xtc

370

231

verdelingsvolume verhoging

120

Z

140

zelfonderzoek

verklaring van overlijden verteringsproces

407

159

296

vibrionen

zenuwpijn

112

291

ziekte van Addison

353

verzwikking

87

virulentie

80

virussen

48, 87

111

340

ziekte van Alzheimer

373

ziekte van Bechterew

300

ziekte van Crohn

vijf- en tienjaarsoverleving

254

ziekte van Cushing

340

ziekte van Duchenne

viscerale pijn

ziekte van Kahler

290

ziekte van Parkinson

vleesboom

ziekte van Pfeiffer

280

vochtbalans

129

vochtlijst

134

vogelgriep

78

vriescoupes

vruchtwaterembolie vullingsgraad

222

W waanstoornis

warmtebalans

448

360

358 138

286 246 327

zwangerschapshypertensie

381

315

zwemmerseczeem 385

353

ziekte van Von Willebrand

zwarte wond

107

394

334

ziekte van MÊnière

vitamine K 329

wanen

432

315

wondgenezing

vaginaal toucher

116

307

wondexcisie 69

vaccinatie

vertigo

303

Wet op de geneesmiddelen

wond

vaccin

432

81

88


Bent u enthousiast over dit boek? Bestel dan een beoordelingsexemplaar. Of bekijk eerst de andere boeken van Traject V&V.

Bladerboek Traject V&V Basisboek Pathologie niveau 4  

Het Basisboek Pathalogie behandelt 4 thema's: basisbegrippen, verstoorde lichaamsfuncties, ziekten van orgaansystemen en zorg rond het sterv...