Klaar voor de start | rekenen | groep 4 - 5 | pag 1/10

Page 1

naam:

Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 1

9/04/2021 16:31


Hoe gaat het? Kleur bij elk lesdoel hoe het gaat.

Ik snap het nog niet helemaal

Ik ben goed op weg

Ik heb het lesdoel afgerond

Heb je alle lesdoelen gemaakt? Vul de achterkant van dit schrift in en schrijf je naam op de medaille. Succes en veel plezier!

lesdoel 1 Ik oefen met getallen tot en met 500. lesdoel 2 Ik oefen optellen en aftrekken. lesdoel 3 Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5, en 10. lesdoel 4 Ik oefen delen. lesdoel 5 Ik oefen rekenen met geld. lesdoel 6 Ik oefen klokkijken. lesdoel 7 Ik oefen meten van lengte, inhoud en gewicht. lesdoel 8 Ik oefen met oppervlakte en plattegrond. lesdoel 9 Ik oefen rekenen met verhoudingstabellen. lesdoel 10 Ik oefen invullen en aflezen van tabellen en diagrammen.

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:31


Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 1

Powered by

9/04/2021 16:31


LESdoel 1 1

lesdoel Ik oefen met getallen tot en met 500.

Vul in. 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

2 Vul in.

8

9

10

50

79

45

23

91

33

69

42

57

11

3

61

90

99

3 Vul in. 2

2

10

40

5

5

25

80

10

10

30

75

4 Maak de rijen af.

5

10

45

50

12

14

28

30

2

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:31


LESdoel 1 5

Vul in.

T

E

T

E

eieren

eieren

6 Maak groepjes van 10 en vul in. Er zijn T

mandarijnen.

E

Er zijn T

7

appels.

E

Vul in. 40 + 7 = 47

20 + 8 =

81 = 80

+1

91 =

+

60 + 3 =

90 + 4 =

32 =

+

64 =

+

50 + 6 =

70 + 7 =

57 =

+

35 =

+

80 + 2 =

40 + 9 =

84 =

+

63 =

+

8 Kleur wat het dichtstbij is. 65

70

72

48

45

50

70

64

62

43

45

40

70

75

78

50

52

56

58

61

66

35

30

23

3

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 3

9/04/2021 16:32


LESdoel 1

lesdoel Ik oefen met getallen tot en met 500.

9 a Schrijf 278 bij de 3 getallenlijnen. Je mag hulpgetallen bij de streepjes schrijven. 200

300

250

300

260

280

b Vul in. 360

430

10 Kleur het getal dat het dichtstbij ligt.

485

490

496

225

230

234

490

498

505

436

439

445

11 Vul in. Tussen welke honderdtallen?

Tussen welke honderdtallen?

Tussen welke tientallen?

Tussen welke tientallen?

234

470

132

228

364

248

287

434

12 Raad het getal. – Het ligt tussen de 330 en de 340. – Het is een even getal. – Het is meer dan 335. – Het laatste cijfer is minder dan 8.

– Het ligt tussen de 390 en de 400. – Het is een even getal. – Het is minder dan 396. – Het laatste cijfer is 2 meer dan 2.

– Het ligt tussen de 270 en de 280. – Het is een oneven getal. – Het is meer dan 275. – De laatste 2 cijfers zijn hetzelfde.

4

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 4

9/04/2021 16:32


LESdoel 1 13 Vul in < of > 45

145

176

177

236

263

355

356

136

163

280

208

479

376

234

244

179

178

116

161

118

121

390

290

318

328

179

175

399

400

418

481

14 Kleur.

15

1 – 100

422

480

244

88

76

290

479

450

101 – 200

110

233

14

301

400

64

254

133

201 – 300

125

260

71

390

371

70

262

140

301 – 400

178

227

33

312

311

99

285

177

401 – 500

434

498

271

52

53

213

401

500

Vul in. Tussen welke buurgetallen?

Tussen welke tientallen?

Tussen welke honderdtallen?

100

86

265

200

286

465

16 a Vul in. 1 meer:

10 meer:

100 meer:

10 minder:

86

45

226

135

186

145

326

235

b Vul in. steeds 10 erbij: 48

129

273

steeds 100 erbij: 382

395

61

58

134

258

347

363

161

5

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 5

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 1

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken.

Vul in. 10

10

10

10

10

30

2

66

88

30

20

5

43

98

83

2 Schrijf de som op en reken uit.

87 huizen

nog 15 brieven in de tas

57 huizen

87 –

bij 14 huizen geweest

bij 54 huizen geweest

bij 25 huizen geweest

=

+

=

=

3 Reken uit. 25 + 7 =

54 – 6 =

25 + 8 =

76 – 7 =

44 + 8 =

77 – 9 =

35 + 9 =

51 – 2 =

84 + 7 =

86 – 8 =

54 + 7 =

67 – 9 =

35 + 6 =

61 – 2 =

73 + 8 =

94 – 6 =

6

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 6

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 4 Reken het verschil uit. Gebruik de getallenlijn.

79 jaar

13 jaar

11 jaar

62 jaar

84 jaar

62 jaar

5 Reken uit. Je mag een getallenlijn gebruiken.

6

48 + 17 =

36 + 25 =

48

36

86 – 18 =

45 – 39 =

Reken uit. 3+ 8=

7+ 6=

15 – 8 =

13 – 7 =

13 + 8 =

37 + 6 =

25 – 8 =

23 – 7 =

23 + 8 =

67 + 6 =

45 – 8 =

53 – 7 =

23 + 18 =

67 + 16 =

45 – 18 =

53 – 17 =

7

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 7

9/04/2021 16:32


LESdoel 2

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken.

7 Reken uit. 23 + 6 =

34 – 3 =

29 + 9 =

58 – 4 =

62 + 29 =

79 – 6 =

32 + 12 =

61 – 5 =

54 + 17 =

34 – 9 =

78 + 8 =

93 – 8 =

44 + 10 =

23 – 4 =

56 + 14 =

52 – 6 =

8 Schrijf de som en reken uit.

€ 230

€ 175

€ 90 € 110

a Mo koopt een step en een laptop. Dit is de som: +€

Sabine koopt een laptop en een tv. Dit is de som:

=€

+€

=€

9 Reken uit en kleur. 0 – 100

101 – 200

280 – 230 500 – 90

201 – 300

401 – 500

510 – 350 254 + 45

360 + 70

102 – 3

356 + 44

480 – 190 150 + 160 27 + 68

452 – 52

480 – 90

479 – 78

143 – 17

80 + 170

150 + 350 410 – 320 399 + 2

260 – 80

590 – 190

80 + 50

220 + 90

301 – 400

288 – 79

121 + 78

10 Vul in < > en = 85 – 10 + 6

85 – 9 + 6

76 + 12 – 17

76 + 12 – 18

74 + 6 – 3

74 + 6 – 5

66 – 17 + 14

66 – 17 + 15

63 – 9 + 4

63 – 8 + 4

58 + 16 – 13

58 – 13 + 16

89 + 7 – 5

89 – 5 + 7

80 – 14 + 19

80 – 14 + 18

8

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 8

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 11 Schrijf de som en reken uit.

Ik heb 58 voetbalplaatjes.

Ik krijg er 34 bij.

Ik geef er 21 aan mijn broer.

Ik verlies 23 knikkers.

som:

Ik win 28 knikkers.

som:

54 komen erbij. 22 geef ik weg. 25 ballonnen

34 erbij

15 gaan stuk.

23 schelpen

som:

12

som:

Schrijf de som en reken uit. € 95

€ 280

€ 195

€ 115

Suzan koopt een stoel en een tafel. €

13

+€

Tom koopt een bank en een bed.

=€

+€

=€

Reken uit. 350 + 130 =

180 + 140 =

160 + 220 =

254 + 27 =

35 + 13 =

260 + 170 =

167 + 220 =

164 + 19 =

135 + 13 =

150 + 270 =

310 + 140 =

453 + 38 =

135 + 113 =

180 + 260 =

315 + 140 =

326 + 57 =

480 – 130 =

180 – 90 =

360 – 250 =

254 – 25 =

48 – 13 =

360 – 80 =

363 – 250 =

473 – 28 =

370 – 200 =

520 – 90 =

430 – 110 =

356 – 37 =

37 – 20 =

150 – 70 =

433 – 110 =

145 – 39 =

14 Reken uit.

9

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 9

9/04/2021 16:32


Klaar voor de start 1 Van welk lesdoel heb jij het meest geleerd? nummer:

2 Hoe is je gevoel over rekenen na dit boekje?

3 Heb je hulp gevraagd of gegeven tijdens het werken in dit boekje? ja

nee

enkampioe k e n r

Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

9 789006 701647

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 46

9/04/2021 16:32