9789006627640 inkijkexemplaar

Page 1

NEDERLANDS • 3e EDITIE

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; + voorbereiding op het leven na school; + volledig gelabeld volgens RTTI; + zeer complete theorie. + + + + +

tweede fase | 5/6 vwo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Evelien Otte

5/6 vwo

TWEEDE FASE

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

9 789006 627640

WT ONFT Cover 5/6vwo.indd 1

9/03/18 14:59


Boek 1.indb 464

9/03/18 14:41


Methode Taalvaardigheid Nederlands Op niveau tweede fase Leeropdrachtenboek Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers Eindredactie Evelien Otte

5/6 vwo

Boek 1.indb 1

9/03/18 14:35


Woordenschat Vormgeving

Methodeoverzicht

Grafisch ontwerp:

Op niveau tweede fase sluit aan op Op niveau onderbouw en is op de volgende manier opgebouwd:

Studio Michelangela, Utrecht Omslag en illustraties:

Leerjaar 6 5/6v

Sproud, Sanneke Prins

Leerjaar 5 45h leerjaar 4

4b

4k

4gt

4v

Opmaak

leerjaar 3

3b

3k

3gt

3h

3v

Studio Michelangela, Utrecht

leerjaar 2

2bk

2(k)gt 2(t)h

2hv

2v

leerjaar 1

1bk

1kgt

1hv

1v

1th

Bureauredactie Bureau Sproet, Arnhem

Werkvormen Mix: boeken + startlicentie

100 % digitaal

leerling

Leeropdrachtenboek

Leeropdrachtenboek

Leerling totaallicentie

+ startlicentie

in Schooltas

leeropdrachtenboek

+ startlicentie (in eDition)

Voor de docent is er een Docent totaallicentie.

Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen. Daarbij zijn alle teksten ingesproken en dus als audio beschikbaar.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 0662764 0 Derde druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Boek 1.indb 2

9/03/18 14:35


1

Introductie

4

Leerstofoverzicht

6

Blok 1 Publiek en doel • verwerking • theorie

Blok 2 Structuur • verwerking • theorie

Blok 3 Argumentatie • verwerking • theorie

Blok 4 Hoofd- en bijzaken • verwerking • theorie

Blok 5 Examen • verwerking • theorie

Blok 6 Taalverzorging

Boek 1.indb 3

Woordenschat Inhoud

8 9 49 86 87 129 170 171 218 261 262 311 329 330 368

• verwerking • theorie

376 377 400

Rubrics Schrijven

439

Rubrics Spreken en gesprekken

443

Overzicht Theorie-items

449

Register Verantwoording

454 460

9/03/18 14:35


1

Woordenschat Introductie

Over Op niveau tweede fase, 3e editie Op niveau tweede fase is een methode taalvaardigheid. Je kunt de opdrachten op verschillende manieren doorwerken. Je kunt ze ook combineren. Modulair: via de vaardigheden Je werkt langere tijd aan een vaardigheid. Bij Lezen komt theorie aan bod die je ook nodig hebt bij de andere vaardigheden. Je begint dus met Lezen: Lezen blok 1, Lezen blok 2, enzovoort. Daarna werk je bijvoordeeld de modules Schrijven door of Spreken, kijken en luisteren. Lineair: via de blokroute Je werkt blok na blok door. In één blok doe je dan verschillende vaardigheden na elkaar. Eerst Woordenschat, dan Lezen, daarna Schrijven en ten slotte Spreken, kijken en luisteren. De leerstof van de vaardigheden binnen een blok hangt met elkaar samen. In blok 1 gaat het bij alle vaardigheden om Publiek en doel en bij blok 3 om Argumenteren. Leerstofoverzicht

Leerstofoverzicht

Lineair Module

Blok 1 Publiek en doel

Blok 2 Structuur en taal

Blok 3 Argumentatie

Blok 4 Hoofd- en bijzaken

Blok 5 Examen

Woordenschat

Woorden om te instrueren en te motiveren

Woorden rond structuur en taal

Woorden om te overtuigen en te beoordelen

Woorden rond hoofd- en bijzaken

Woorden uit examenvragen en -teksten

• woordraadstrategieën • formele en informele woorden • bijzondere woordkeus

Lezen

Teksten met instruerende of motiverende elementen • • • • • •

Schrijven

manieren van lezen (deel)onderwerp en hoofdgedachte (onder)titel en tussenkopjes alinea en kernzin intentie van de schrijver feitelijke en waarderende uitspraken

Zakelijke brief en e-mail • opbouw en formele indeling • publiekgerichtheid • taalgebruik

Spreken, kijken en luisteren

Sollicitatie- of motivatiegesprek en adviesgesprek • • • •

Blok 6 Taalverzorging

non-verbale communicatie soorten vragen en gesprekstechnieken een pitch geven STAR(R)-methode

Spelling en interpunctie Formuleren

• bijzonder taalgebruik • spelen met taal

• woorden rond argumenteren • antoniemen

Structuur en bijzonder taalgebruik • • • • • •

Argumenteren en beoordelen

verbanden en verbindingswoorden hoofdstructuur tekststructuren functies van tekstgedeelten bijzonder taalgebruik woordkeuze en intentie schrijver

• • • • • •

Amuserende en activerende teksten • recensie, column, blog • verbanden aangeven • rijke, gevarieerde taal gebruiken

opbouw van argumentatie argumentatieschema’s soorten argumenten drogredenen argumentatie beoordelen bijzonder taalgebruik en retoriek

Genuanceerd betoog • schrijfplan, argumentatiestructuur, -schema’s • soorten argumenten • drogredenen, argumentatie beoordelen • taalgebruik

Amuserende en activerende presentatie • spreekplan, structuur • luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen, feedback • bijzonder taalgebruik en retoriek

Betogende presentatie • opbouw van argumentatie • beoordelen, vragen stellen

Debat en discussie • opbouw, feedback, beoordeling • opbouw van argumentatie • drogredenen

Digitaal beschikbaar

• instructiewoorden in examens • puzzel maken

Samenvatten – Teksten vergelijken • samenvatten met checklist • teksten en tekstdelen vergelijken • incorrect taalgebruik

Beschouwing en essay • bronnen selecteren en verwerken

• woorden uit examens • kruiswoordpuzzel met examenwoorden

Het centraal examen • • • • • • •

inhoud leesstrategieën gebruik woordenboek beoordeling aanpak van vragen, tips veelvoorkomende vraagtypen voorbeeldexamen met aanwijzingen

Modulair

Het schoolexamen schrijfvaardigheid • inhoud: uiteenzetting, beschouwing, betoog • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

Onderzoek doen en werkstuk maken • onderzoeksvraag, hoofd- en deelvragen • documenteren • interviewen en enquêteren • presenteren • onderzoeksverslag maken

Het schoolexamen mondelinge taalvaardigheid • inhoud: presentatie, discussie of debat • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

Voorbereiding po en pws Taalbeschouwing Extra oefenmateriaal Werkwijzer grammatica

Hoofdvaardigheden 6

7

Woordenschat

Je vergroot je woordenschat, die je nodig hebt voor de andere vaardigheden en het eindexamen. Lezen Je leert hoe teksten in elkaar zitten en je leert de inhoud te analyseren zodat je de teksten beter kunt begrijpen. Schrijven Je leert hoe je goede teksten kunt schrijven, zoals een sollicitatiebrief, een motivatiebrief, een column, een betoog en een beschouwing. Spreken, kijken en luisteren Je oefent met het houden van een presentatie, het voeren van een discussie en een debat. Je leert deze vaardigheden ook met behulp van rubrics te beoordelen.

Ondersteunende vaardigheden Spelling & interpunctie Formuleren

Je oefent met schrijven, waarbij je de regels van spelling en interpunctie toepast. Je leert zinnen die je spreekt of schrijft logisch op te bouwen.

Digitaal beschikbaar Taalbeschouwing

Voorbereiding po en pws Extra oefenmateriaal

Werkwijzer grammatica

Je bestudeert het verschijnsel taal. Je leert bijvoorbeeld meer over taalontwikkeling, groepstalen en de afkomst van woorden. Taalbeschouwing komt ook aan bod bij de hoofdvaardigheden. Bij het maken van een profielwerkstuk en een praktische opdracht voor alle vakken heb je vaardigheden nodig die je bij Nederlands leert. In deze module kun je daarmee oefenen. Na het maken van een instaptoets kun je bij de hoofdvaardigheden extra oefenen op je eigen niveau. Daarnaast bieden wij extra opdrachten om te oefenen bij de ondersteunende vaardigheden. De belangrijkste grammaticaregels op een rij.

4

Boek 1.indb 4

9/03/18 14:35


Digitaal materiaal Leerling startlicentie

Leerling totaallicentie

Docent totaallicentie

(Beoordelings)formulieren

Alle theorie

Alle onderdelen van de leerling

Alle opdrachten

startlicentie en de totaallicentie

Alle onderdelen van de startlicentie

Extra oefenmateriaal

Schooltasbestand van de complete

Antwoorden

theorie Woordenlijsten

Toetsen

Rubrics Schrijven

Lesbrieven Alles over taal

Rubrics Spreken en gesprekken

Elk jaar een nieuwe tekst met

bijbehorende (plus)opdrachten en vragen

Ingesproken leesteksten

Elk jaar een nieuwe leestoets

Kijk- en luisterfragmenten

Schooltas (pdf ) van het boek

Module taalbeschouwing

Schooltas (pdf ) van de complete theorie

Module praktische opdracht

Docentenhandleiding algemeen

en werkstuk

Docentenhandleiding per blok/module

Lijst met standaardvragen voor bij een tekst

Onderdelen module Jouw leerdoelen Een overzicht van wat je gaat leren in deze module + referentieniveau(s). Nieuwe theorie De nieuwe theorie die aan bod komt in deze module: naam + nummer. Voorkennis De theorie van een andere module in hetzelfde blok die je bij deze module ook nodig hebt. Startopdrachten Dit zijn twee opdrachten: Opdracht 1 Weten en Opdracht 2 Kunnen. Weten test je kennis van het onderwerp van de module. Bij Kunnen pas je deze kennis toe. Het doel van deze opdracht is inzicht krijgen in waar je staat aan het begin van de module. Opdrachten De ‘gewone’ opdrachten die je stap voor stap meenemen naar het gewenste eindniveau dat je uiteindelijk door het maken van de Eindopdracht kunt behalen. De theorienummers die je nodig hebt, staan erbij. Plusopdrachten Deze opdrachten geven extra verdieping of nodigen je uit anders te denken. Vaak zul je op een creatieve manier, alleen of in een groepje, aan de slag gaan. Plusopdrachten vind je bij Woordenschat, Lezen, Schrijven, Spreken, kijken en luisteren, Spelling en Interpunctie en Formuleren. Eindopdrachten Dit zijn twee opdrachten, Weten en Kunnen, op het gewenste eindniveau. Bij Lezen bestaat het onderdeel Kunnen uit een examentekst met vragen. Bij Schrijven en bij Spreken, kijken en luisteren is het onderdeel Kunnen van de eindopdracht ook direct de eindtoets. Reflectie Een terugblik op de module en op je vorderingen. Heb je de leerdoelen behaald? Op welk niveau zit je nu? Zo nodig kun je extra oefenen met het digitale materiaal. Online voor jou/Toetsen Overzicht van het digitale materiaal en de toetsen bij deze module.

Verwijzingen 3F RTTI

Voor deze opdracht heb je een computer nodig met internetverbinding. Bij deze opdracht hoort een (beoordelings)formulier. Een verwijzing naar het referentiekader taal (3F – op weg naar 4F – 4F). Bij deze opdracht hoort een kijk- of luisterfragment. Een methodiek om de soort opdracht mee aan te geven. R: reproduceren van de leerstof, T1: leerstof toepassen in een bekende situatue, T2: leerstof toepassen in een nieuwe situatie, I: inzicht in de leerstof. Bij deze opdracht gebruik je woorden en strategieën van Woordenschat. Een opdracht over taalbeschouwing. Een plusopdracht. Deze opdracht doe je met een medeleerling. Een groepsopdracht.

5

Boek 1.indb 5

9/03/18 14:35


Leerstofoverzicht

Module

Blok 1 Publiek en doel

Blok 2 Structuur en taal

Woordenschat

Woorden om te instrueren en te motiveren

Woorden rond structuur en taal

• woordraadstrategieën • formele en informele woorden • bijzondere woordkeus

Lezen

Teksten met instruerende of motiverende elementen • manieren van lezen • (deel)onderwerp en hoofdgedachte • (onder)titel en tussenkopjes • alinea en kernzin • intentie van de schrijver • feitelijke en waarderende uitspraken

Schrijven

Zakelijke brief en e-mail • opbouw en formele indeling • publiekgerichtheid • taalgebruik

Spreken, kijken en luisteren

Sollicitatie- of motivatiegesprek en adviesgesprek • non-verbale communicatie • soorten vragen en gesprekstechnieken • een pitch geven • STAR(R)-methode

Blok 6 Taalverzorging

Spelling en interpunctie Formuleren

• bijzonder taalgebruik • spelen met taal

Structuur en bijzonder taalgebruik • verbanden en verbindingswoorden • hoofdstructuur • tekststructuren • functies van tekstgedeelten • bijzonder taalgebruik • woordkeuze en intentie schrijver

Amuserende en activerende teksten • recensie, column, blog • verbanden aangeven • rijke, gevarieerde taal gebruiken

Amuserende en activerende presentatie • spreekplan, structuur • luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen, feedback • bijzonder taalgebruik en retoriek

Digitaal beschikbaar

Voorbereiding po en pws Taalbeschouwing Extra oefenmateriaal Werkwijzer grammatica

6

Boek 1.indb 6

9/03/18 14:35


Leerstofoverzicht

Blok 3 Argumentatie

Blok 4 Hoofd- en bijzaken

Blok 5 Examen

Woorden om te overtuigen en te beoordelen

Woorden rond hoofd- en bijzaken

Woorden uit examenvragen en -teksten

• woorden rond argumenteren • antoniemen

Argumenteren en beoordelen • • • • • •

opbouw van argumentatie argumentatieschema’s soorten argumenten drogredenen argumentatie beoordelen bijzonder taalgebruik en retoriek

Genuanceerd betoog • schrijfplan, argumentatiestructuur, -schema’s • soorten argumenten • drogredenen, argumentatie beoordelen • taalgebruik

Betogende presentatie • opbouw van argumentatie • beoordelen, vragen stellen

Debat en discussie • opbouw, feedback, beoordeling • opbouw van argumentatie • drogredenen

• instructiewoorden in examens • puzzel maken

Samenvatten – Teksten vergelijken • samenvatten met checklist • teksten en tekstdelen vergelijken • incorrect taalgebruik

Beschouwing en essay • bronnen selecteren en verwerken

• woorden uit examens • kruiswoordpuzzel met examenwoorden

Het centraal examen • • • • • • •

inhoud leesstrategieën gebruik woordenboek beoordeling aanpak van vragen, tips veelvoorkomende vraagtypen voorbeeldexamen met aanwijzingen

Het schoolexamen schrijfvaardigheid • inhoud: uiteenzetting, beschouwing, betoog • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

Onderzoek doen en werkstuk maken • onderzoeksvraag, hoofd- en deelvragen • documenteren • interviewen en enquêteren • presenteren • onderzoeksverslag maken

Het schoolexamen mondelinge taalvaardigheid • inhoud: presentatie, discussie of debat • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

7

Boek 1.indb 7

9/03/18 14:35


Woordenschat

1

1 Publiek en doel Zakelijke gesprekken en zakelijke brieven moeten voldoen aan bepaalde eisen. In een brief let je bijvoorbeeld op een goede indeling en opbouw en in een zakelijk gesprek let je extra op je houding en je taalgebruik. Bij leesvaardigheid leer je de basis hiervoor. Aan de hand van diverse teksten verzamel je kennis over de vaste indeling en publiekgerichtheid. Bij woordenschat leer je woorden die je goed kunt gebruiken bij het lezen, schrijven en spreken. Alle kennis en vaardigheden die je in dit blok opdoet, zijn niet alleen handig voor je schoolcarrière (stage, examen), maar ook daarbuiten.

OPDR AC HTE N Woordenschat Woorden om te instrueren en te motiveren

92

Lezen Teksten met instruerende of motiverende elementen

12

Schrijven Sollicitatie- en motivatiebrief of -mail

29

Spreken, kijken en luisteren Sollicitatie- of motivatiegesprek en adviesgesprek

39

THE ORI E Woordenschat Lezen Schrijven Spreken, kijken en luisteren

49 51 58 76

8

Boek 1.indb 8

9/03/18 14:35


Publiek en doel en doel 1 Publiek

Woordenschat Woordenschat

Woorden om te instrueren en te motiveren 3F

4F

3F

4F

3F

4F

3F 3F

Jouw leerdoelen

Theorie die centraal staat

• Strategieën toepassen voor het afleiden van woord-

[1] Woordraadstrategieën

• • • •

betekenissen. Bijzondere woordkeus herkennen. Woorden gebruiken uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard. Woorden op de juiste manier gebruiken. Variatie in woordkeuze aanbrengen.

en woordenboek Formele en informele teksten [76] Bijzondere woordkeus [2]

De woorden van Woordenschat passen bij de inhoud van dit blok. Bij enkele vragen van de andere vaardigheden oefen je ook met woordraadstrategieën. Deze vragen herken je aan een blauw bolletje. ●

Bij het maken van de opdrachten kun je goed samenwerken in tweetallen of een klein groepje.

Opdracht 1

Afleiden van woordbetekenissen

[1-2]

T2 Lees de volgende tekst. Noteer de twaalf vetgedrukte woorden of woordgroepen en zet de betekenis erachter. Maak daarbij gebruik van de woordraadstrategieën.

Troeteltaal – liefde of libidokiller? 1

2

3

4

Noem je jouw partner voortdurend ‘dropje’ of ‘popje’, dan lijd je aan idiosyncratische* communicatie in een microcultuur van twee. Wees gerust: het is geen progressieve aandoening, leert het onderzoek Sweet Pea and Pussy Cat (Ohio University). Zodra de sleur intreedt, gebruiken stellen weer voornamen. “Kinderloze partners die nog geen vijf jaar getrouwd zijn, noemen elkaar het vaakst bij hun bijnaam”, aldus dit rapport uit 1993, dat nog steeds als de standaard geldt. Huwelijkse tevredenheid is positief gecorreleerd met frequentie in koosnaamgebruik. Het bestendigt een symbiotische** relatie waarin partners functioneren alsof ze één zijn. Met het accepteren van een ridicuul koosnaampje, zegt de partner: jij, en alleen jij, mag mij bespotten. Dat ontwapent. Toch kleven er nadelen aan, ervoer antropoloog Elizabeth Landau. In het begin van haar relatie werd ze ‘little owl’ genoemd. Maar niet altijd. “Hoorde ik ‘Elizabeth’, dan suggereerde dat dat ik in de problemen zat.” Je kunt je geliefde ook per ongeluk voor schut zetten als je hem of haar in het openbaar ‘beer’ of ‘snoepje’ noemt. ‘Beer’ impliceert misschien ook dat ‘snoepje’ onderdanig is. Landau blijft positief: “Een vraag die begint met een koosnaampje breekt het ijs. Heb je elkaar niets meer te zeggen, dan is er gelukkig nog dat ene.” Koosnamen halen herinneringen op aan de liefde die we als kind ontvingen, stelt psycholoog Leon Seltzer in Psychology Today. Neurotransmitters die destijds geactiveerd werden, slaan volgens hem ook aan op volwassen troeteltaal: dopamine (beloning), fenylethylamine (blij, verliefd) en oxytocine (sociale binding). “In de vroege jeugd”, schrijft hij, “staat de universele behoefte om onvoorwaardelijk geaccepteerd, verzorgd en goedgekeurd te worden voorop.” Ervaren we dat later weer, “dan voelen we ons voldaan als nooit tevoren, in ieder geval sinds onze kindertijd.” Tussen de lakens heb je daar weinig aan, betogen relatiecoaches Maggie Arana en Julienne Davis in hun boek Stop Calling Him Honey and Start Having Sex. Koosnamen zouden de seksuele chemie kunnen saboteren. “Het romantische idee dat intimiteit betekent dat je elke gedachte uit, is toch niet ideaal.” Het verlangen, zo redeneren ze, komt terug als je elkaar weer als individu aanspreekt. * idiosyncratische: met een eigen, afwijkend karakter/persoonsgebonden ** symbiotische: wederzijds voordelige Bron: Steven de Jong, Troeteltaal – liefde of libidokiller?, in: NRC Handelsblad.

9

Boek 1.indb 9

9/03/18 14:35


Woordenschat Opdracht 2

1

Woorden rond instrueren en motiveren

[1-2, 76]

T1 Combineer de woorden met de betekenisomschrijvingen. WOORDEN

1 activeren 2 appelleren (aan) 3 briefen 4 charismatisch 5 demoraliseren 6 doceren 7 doctrine 8 evoceren 9 geagiteerd 10 hetze 11 intrigerend 12 klaarstomen 13 respons 14 sommeren 15 stimulus

Opdracht 3

BETEKENISSEN

a beelden oproepen in je geest b een beroep doen op c eisen dat iemand iets doet d in korte tijd voorbereiden voor iets e lastercampagne f leer g lesgeven h ontmoedigen i opgewonden j prikkel k reactie l stimuleren dat iemand iets doet m uitleggen wat je van iemand verwacht n vol persoonlijke uitstraling o zeer boeiend

Instruerende en motiverende woorden gebruiken

[1-2, 76]

T2 Kies uit opdracht 2 de woorden die in de volgende zinnen passen. Pas zo nodig de vorm van het woord aan, bijvoorbeeld: klaarstomen klaargestoomd. 1 Het oude kasteel … leven, wonen en werken in middeleeuwse tijden. 2 Na het faillissement van het autoconcern … de vakbonden de bedrijfsleiding tot naleving van de cao-bepalingen. 3 Een … gaat gepaard met een verandering in de uitwendige of inwendige omgeving waarop een organisme een … geeft. 4 De marketingafdeling stelde de directie voor een ontwerpstudio in te schakelen en deze te … over de eisen van de nieuwe huisstijl. 5 De … leider wist zijn partij bij elke verkiezing tot de grootste te maken. 6 Door de agressie op het veld en de onverklaarbare beslissingen van de scheidsrechter ontstond er een … sfeer onder het publiek. 7 De ongelukkige uitspraak van de minister werd uitvergroot in de sociale media en leidde tot een ware … . 8 Tijdens zijn onderzoek bij de chimpanseekolonie van Burgers Zoo in Arnhem beschreef Frans de Waal op … wijze het ‘menselijke’ gedrag van de apen. 9 De … van mensenrechtenorganisaties schrijft een waardige opvang van vluchtelingen voor. 10 Dat regime pleegt systematisch gewelddaden om de bevolking te intimideren en te … .

Plusopdracht 4

Functie-eisen, antoniemen en functieprofiel bedenken

[1-2, 76]

Als je een sollicitatiebrief schrijft of een sollicitatiegesprek voert, bestudeer je de vacaturetekst. Zo’n tekst bevat allerlei functie-eisen: de capaciteiten, opleiding en vaardigheden waarover je moet beschikken om voor de baan in aanmerking te komen. T2 1 I n de woordwolk op de volgende pagina staan in willekeurige volgorde 10 functie-eisen en hun antoniemen. Vorm paren waarin je de woorden op de juiste wijze combineert.

10

Boek 1.indb 10

9/03/18 14:35


1

Woordenschat

accuraat assertief betrokken volgzaam

labiel

stabiel

energiek

onverantwoordelijk

apathisch rationeel

pragmatisch

innovatief

onnauwkeurig

intuïtief

ideologisch

behoudend

responsabel

flexibel

ongeïnteresseerd star

I 2 Maak een (serieus of ironisch) functieprofiel voor een zelfgekozen beroep van minstens 60 woorden. T2 3 Wissel jullie profiel uit met dat van een ander groepje. Ga na of de functie-eisen passen in de gegeven context.

ONLINE VOOR JOU

TOETSEN

• Woordenlijst module 1

• SO Woordenschat module 1 versie A • SO Woordenschat module 1 versie B

11

Boek 1.indb 11

9/03/18 14:35


Publiek en doel

Lezen

1

Teksten met instruerende of motiverende elementen 3F

Jouw leerdoelen

Theorie die centraal staat

• Het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte van

[1]

3F

• •

3F

3F

3F

3F

een tekst bepalen en deze formuleren. De functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen. De hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen. Uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek deze is geschreven. Verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden. De intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

Startopdracht 1

Woordraadstrategieën en woordenboek Manieren van lezen [4] Onderwerp, deelonderwerp en hoofdgedachte [5] Titel, ondertitel en tussenkopjes [6] Alinea en kernzin [7] Citeren en eigen woorden [8] Schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen [9] Feitelijke en waarderende uitspraken [10] Intentie van de schrijver [3]

Weten

In deze opdracht ga je na wat je al weet van de theorie in deze module. T1 1 Noem vier onderdelen van de tekst die je helpen bij het formuleren van de hoofdgedachte. T2 2 De titel kan een belangrijke aanwijzing geven van het schrijfdoel van de tekst. Formuleer een titel bij het onderwerp privacy die duidelijk betogend is. T1 3 ‘Hebben mensen door de toegenomen economische druk het gevoel dat ze steeds minder vrije tijd en vakantie hebben?’ Is deze zin een goed voorbeeld van een hoofdgedachte? Waarom wel/niet? 4 Wat betekent de instructie Leg in eigen woorden uit voor de beantwoording van de vraag? 5 Leg het verschil uit tussen een betoog en een beschouwing, waarbij je uitgaat van de intentie van de auteur. 6 Welke van de volgende tekstvormen kunnen activerend zijn? Kies uit: A achtergrondartikel B blog C ingezonden brief D notulen E recensie F tekst in een encyclopedie G verslag van een interview 7 'In de tekst worden de oorzaken en gevolgen van jeugdcriminaliteit behandeld. Vervolgens wordt ingegaan op mogelijke oplossingen, waarbij de auteur zijn voorkeur uitspreekt voor een van de oplossingen'. a Tot welke tekstsoort reken je deze tekst? b Bevat de tekst overwegend feitelijke of waarderende uitspraken? 8 ‘In de tekst schetst de auteur hoe ons historisch besef zich heeft ontwikkeld en hij bepleit om in onze maatschappij meer aandacht te besteden aan historische gebeurtenissen.’ Welke twee schrijfdoelen herken je in deze omschrijving?

Startopdracht 2

Kunnen

In deze opdracht laat je zien in hoeverre je de theorie in deze module kunt toepassen. Lees tekst 1 en beantwoord de vragen.

12

Boek 1.indb 12

9/03/18 14:35


1 TEKST 1 1

5

Lezen

Zo kom je op nieuwe, briljante ideeën

Het was zijn driejarige dochter die natuurkundige en uitvinder Edwin H. Land in 1943 op het idee bracht voor de polaroidcamera. Waarom kon ze de foto’s die haar vader op vakantie maakte niet meteen zien, vroeg ze hem.

Ja, waarom eigenlijk niet? 2 10

3 15

20

25

4

30

Het is een klassiek voorbeeld van hoe simpele vragen kunnen leiden tot briljante ideeën. Met hun eeuwige ‘waarom?’ zijn jonge kinderen bij uitstek goed in het bevragen van het vanzelfsprekende. Ze dwingen volwassenen over onverwachte zaken na te denken – de basis van vernieuwende ideeën. We leren die onbevangen ‘waarom’-houding snel af wanneer we ouder worden. Jammer, vindt Peter Ester, lector innovatief ondernemerschap aan de Hogeschool Rotterdam. Want in een gedigitaliseerde wereld, waarin veranderingen elkaar razendsnel opvolgen, is er juist een grote behoefte aan mensen die dwars denken. “Disruptive thinkers, noemen we ze. Geen ja-knikkers, maar ‘ja maar’-vragers. Mensen die problemen op een onverwachte manier benaderen: ‘wat nou als…?’” Uit die manier van denken zijn allerlei bedrijven ontstaan, stelt Ester. Denk aan Uber, dat de taximarkt op z’n kop zette, Airbnb, dat de hotelmarkt opschudde, en Skype en WhatsApp die de telefoonmarkt zo ongeveer omverwierpen. Beroemd is de uitspraak van toenmalig Googletopman Eric Schmidt in 2006: “We run this company by questions, not by answers.”

6 50

7 55

60

65

Creatief denken

Een ander werkklimaat

5 35 Hoe word je zo’n tegendraadse denker? Hoe

word je de collega die nooit zegt ‘nee, want’, maar altijd ‘waarom niet?’ Om te beginnen moet je inzien dat je diegene nu waarschijnlijk níét bent, zegt Monique Juffermans, directeur van 40 conceptbureau Dutchlabel in Amsterdam. “Op school hebben we vaak al geleerd dat men niet zozeer zit te wachten op vragen als wel op antwoorden. We zijn goed in analytisch denken: we beredeneren, komen tot een oplossing of stand45 punt, en daar blijven we dan bij. Het is een vast patroon van denken, waar moeilijk van af te komen is.”

Juffermans schreef er een boek over: wat is de beste methode om tot een vernieuwend idee te komen? Om die vraag te beantwoorden interviewde ze verscheidene dwarse denkers, zoals kunstenaar Daan Roosegaarde, fotograaf Erwin Olaf en trendwatcher Lidewij Edelkoort. Het goede nieuws: ‘dwars’ denken kun je volgens haar gewoon trainen. “Onze linkerhersenhelft is verantwoordelijk voor overzicht, logica en analyse. Onze rechterhelft is er voor creativiteit, intuïtie en associatief denken. Verreweg de meeste mensen benutten vooral de linkerhersenhelft”, zegt Juffermans. De kunst is daarom het gebruik van de linker- en rechterhersenhelft in evenwicht te brengen: “Om je andere hersenhelft te stimuleren kun je bijvoorbeeld iedere dag een paar minuten met je andere hand schrijven.”

Volgens lector Ester hebben Nederlandse bedrijven steeds meer behoefte aan dwarsdenkerij. Onlangs deed hij onderzoek naar start-ups in 70 Silicon Valley, waar bedrijven volgens hem drijven op ‘disruptive thinking’. “Nederland ontwikkelt zich meer en meer richting een kenniseconomie, waarin het in toenemende mate draait om onderzoek, technologie en informatie. Wie 75 tot vernieuwende ideeën wil komen, moet oude manieren van denken loslaten.” 9 Bedrijven moeten daarom zorgen voor een werkklimaat waarin dwars denken mogelijk is, 8

13

Boek 1.indb 13

9/03/18 14:35


Lezen

1

zegt Ester. “Voor start-ups is het gemakkelijk zo’n 80 cultuur in te voeren: het bedrijf is nieuw, de be-

drijfsvoering ligt nog niet vast in procedures en routines.” Veel lastiger is het voor grote, oudere bedrijven. “Ik zie nog veel bedrijven die hun geld weliswaar verdienen met innovatie, maar 85 waar ‘gekke’ vragen stellen nog helemaal niet in de cultuur zit ingebakken.” Sterker nog: wie voortdurend vragen stelt over zaken die door anderen als vanzelfsprekend worden gezien, loopt vaak het risico te worden weggezet als 90 dom, onzeker of irritant.

130

135

14 140

Andere houding 10

95

100

11 105

110

115

12

120

13 125

Hoe creëer je een werkklimaat waarin tegendraads denken wél oké is? “Ons uitgangspunt is dat het wel héél bijzonder zou zijn als net wij de allerbeste oplossing voor een probleem zouden vinden”, zegt Yori Kamphuis. Hij is medeoprichter van Coblue Cybersecurity, dat in 2012 werd uitgeroepen tot een van de vijftig meest innovatieve start-ups wereldwijd opgericht door studenten. “Met zo’n standpunt ga je ervan uit dat anderen hoogstwaarschijnlijk toch wel een ander, beter idee zullen hebben. Dat maakt het voor collega’s gemakkelijker tegendraadse vragen te stellen.” Hoe cultiveer je die houding? Onder andere door totaal niet hiërarchisch te zijn, zegt Kamphuis, die zich tegenwoordig vooral bezighoudt met data-opslagbedrijf Storro, dat uit Coblue voortkwam. “De stagiaire is hier even belangrijk als de baas. We hebben overigens niet eens een hoofd, niemand is hier dé baas. Er is nooit één persoon geweest die zegt ‘dit gaan we doen en zo is het’. Hoe minder je namelijk centraal regelt, hoe meer je moet overleggen, des te meer ruimte er is voor andere ideeën.” En wanneer er dan toch een knoop moet worden doorgehakt, doen de oprichters dat altijd met z’n drieën. “Je dwingt elkaar op die manier ook tot overleg. Zo is het weleens voorgekomen dat ik zéker wist dat iets op mijn manier moest, terwijl de andere twee zeiden: ‘En wat als we nou…?’” Het draait allemaal om vertrouwen, zegt internetondernemer Ronald Hans, beter bekend onder zijn blognaam Nalden. In 2009 richtte hij WeTransfer op, een service om grote digitale bestanden te versturen. Voor een dwars denkkli-

145

15 150

155

16

160

165

maat moeten werknemers volgens hem het vertrouwen hebben dat alle ideeën welkom zijn. “Je mag mensen nooit afrekenen op hun fouten. Fail fast is het motto, daar leer je juist van.” Lessen zijn er vervolgens om gedeeld te worden. Op die manier accepteer je niet alleen je eigen imperfectie, maar ook die van anderen, stelt hij. “Als je baan ervan afhangt, zal de angst om te falen elke drang aan innovatie en nieuwsgierigheid wegnemen.” Volgens Nalden moet het er op de werkvloer daarom bijna communistisch aan toegaan. “Dat zie je vaak in de beginfase van een start-up: iedereen voelt zich verantwoordelijk het doel van het bedrijf te bereiken, waardoor er een gevoel van saamhorigheid en eenheid is. Als iemand een fout maakt, reageert de rest niet met afkeuring, maar met interesse: hoe leren we hiervan? Iedereen weet dat het in zo’n geval de volgende keer alleen maar beter kan gaan, waardoor je dichter bij je doel komt.” Bij Kamphuis’ bedrijf Storro is iedereen bijvoorbeeld gewend elkaar voortdurend feedback te vragen. Kamphuis: “De reactie is dan vaak: ‘Ja, ik weet het óók niet, maar ik kan me voorstellen dat…’ Want ook wanneer een collega het niet begrijpt of alleen maar zegt: ‘Heb je hieraan gedacht?’, kan dat leiden tot een ander of nieuw inzicht.” Om te voorkomen dat alle werknemers dezelfde richting op denken, waken Kamphuis en zijn collega’s er daarnaast voor dat ze een ‘kopie’ van zichzelf aannemen. Kamphuis: “We hebben een klein team van tien mensen, maar daarin zitten wel veel verschillende types. Iemand die financiële wiskunde heeft gestudeerd, iemand die biochemische wetenschappen deed, maar ook een drop-out en een theoloog.”

Afleren en opnieuw leren Mensen die zich bekwamen in het stellen van gekke vragen helpen bovendien niet alleen het bedrijfsleven, maar ook zichzelf vooruit, zegt 170 Juffermans. 18 “Juist wanneer we dwars denken, zijn we een toegevoegde waarde ten opzichte van kunstmatige intelligentie. Banen waarin het draait om logica en herhaling, kunnen gemakkelijk worden 175 overgenomen door robots. Met creativiteit en emoties kunnen mensen zich van robots onderscheiden”, zegt zij. 17

14

Boek 1.indb 14

9/03/18 14:35


1 19

Ook Naalden benadrukt dat dwars denken niet alleen professioneel belangrijk is, maar ook 180 voor het individu: “Ik ben het in die zin eens met de grote internetfuturist Alvin Toffler. Hij zei

Lezen

ooit: ‘De analfabeten van deze tijd zijn niet de mensen die niet kunnen schrijven en lezen, maar de mensen die niet willen leren, afleren 185 en opnieuw leren.’”

Bron: Catrien Spijkerman, Zo kom je op nieuwe, briljante ideeën, in: NRC Handelsblad.

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 8 van Schrijven.

T2 1 Geef, uitgaande van de context, een synoniem of omschrijving voor: a innovatief (regel 17) b associatief (regel 58) c hiërarchisch (regel 106) T1 2 Op welke manier introduceert de auteur van tekst 1 het onderwerp? 3 Formuleer op basis van alinea 3 een waarderende uitspraak die aan het argument voorafgaat. Geef antwoord in een volledige zin van maximaal 15 woorden. T2 4 Alinea 5 begint met een vraag. Geef een samenvattend antwoord op die vraag op basis van alinea 5 tot en met 7 in een of meer zinnen. Gebruik niet meer dan 25 woorden. 5 In het tekstgedeelte dat bestaat uit alinea 10 tot en met 15 staan tips om ervoor te zorgen dat werknemers gemakkelijker tegendraads gaan denken. Formuleer de twee belangrijkste. T1 6 Kamphuis en zijn collega’s waken ervoor 'dat ze een kopie van zichzelf aannemen'. (regel 159-160) Leg uit wat met deze formulering wordt bedoeld. 7 Wat is de functie van de tweede zin van alinea 16 in aansluiting op de eerste? Kies uit: argument – constatering – karakterisering – nuancering – toelichting – vergelijking. 8 a

Noteer de signaalwoorden waarmee de alinea’s 16, 17 en 19 met de voorafgaande alinea verbonden zijn. b Van welk verband is er sprake? T2 9 Welke zin geeft de hoofdgedachte van tekst 1 het best weer? A Bij dwars denken draait het allemaal om vertrouwen in anderen en jezelf. B Dwars denken is te leren, maar je moet er wel voor openstaan. C Tegendraads denken is goed voor het werkklimaat en helpt ook jezelf vooruit. D Tegendraads denken stimuleren biedt zowel bedrijven als jezelf voordelen. T1 10 a Tot welke tekstsoort reken je deze tekst? Kies uit: activerende tekst – beschouwing – betoog – uiteenzetting. b Motiveer je keuze. Betrek het onderwerp van de tekst in je antwoord. 11 Op welk publiek richt de auteur van deze tekst zich? T2 12 Noem twee punten die de leesbaarheid van dit betrekkelijk lange artikel verhogen. 13 Beoordeel jezelf aan de hand van het correctiemodel. Bespreek je score met je docent en overleg welke opdrachten je kunt maken in deze module.

15

Boek 1.indb 15

9/03/18 14:35


Lezen Opdracht 3

1

Tekstanalyse en zoekopdrachten

[1, 3-10]

Lees tekst 2 en beantwoord de vragen.

TEKST 2 1

5

10

2 15

20

3

25

4 30

35

40

5 45

Nepnieuws: wat valt eraan te doen?

De autocorrect-functie van de smartphone wil er nog steeds weleens ‘neonieuws’ van maken. Of erger: ‘neonazi’s’. Veelzeggend, dat de term ‘nepnieuws’ zo snel gemeengoed is geworden dat zelfs apparaten het niet kunnen bijbenen. Onder niet-robots is ‘nepnieuws’ namelijk in hoog tempo een gangbare term geworden. Media berichten erover en Facebook en Google beginnen het fenomeen serieus te nemen. Er wordt sinds de verkiezing van Donald Trump in de VS ook in Nederland veel vaker op gegoogeld. Obama noemt het een gevaar voor de democratie. Ondertussen is de definitie heel breed geworden. Wat ís nepnieuws? In elk geval alles wat volledig en aantoonbaar verzonnen is, maar wel als echt gepresenteerd wordt. Dit soort nepberichten worden op grote schaal verspreid om het denken over maatschappelijke kwesties te beïnvloeden, per ongeluk omdat sites er zelf ook in trappen, of simpelweg omdat het lekker klikt en er dus advertenties bij kunnen worden verkocht. Soms is het minder duidelijk. Is het nepnieuws als websites melden dat de NPO het woord ‘Kerst’ uit een promo heeft gehaald ‘om de bevolkingsgroepen die geen Kerst vieren tegemoet te komen’? De promo was echt, het woord ‘Kerst’ viel inderdaad niet. Alleen die argumentatie – niet toevallig het meest gevoelige onderdeel voor veel mensen – werd verzonnen. Is het nepnieuws als Geert Wilders een filmpje van een vechtpartij in een azc tweet en zegt dat het van drie dagen geleden is, terwijl het in werkelijkheid een jaar oud is? Het filmpje was immers echt, en een politicus is geen nieuwsorganisatie. Is selectief ‘shoppen’ tussen alle beschikbare informatie totdat je kunt concluderen wat je wilt concluderen nepnieuws? Of een kop waarin een citaat subtiel wordt verdraaid tot iets wat nooit is gezegd? Nepnieuws is het misschien niet. Maar het effect is hetzelfde: valse, misleidende informatie die verspreid wordt om geld te verdienen of de publieke opinie te beïnvloeden. Nog ingewikkelder wordt het als het woord ‘nepnieuws’ zelf gepolitiseerd wordt, zoals Trump afgelopen week deed tijdens zijn persconferentie.

6 50

55

7

60

8 65

70

9 75

80

10 85

90

“You are fake news”, zei hij tegen een verslaggever van CNN na de publicatie van een gelekt document. ‘Fake news CNN’ is al langer een onderdeel van Trumps vocabulaire. Volgens De Hoax-Wijzer zijn er vijftig tot zeventig Nederlandstalige ‘valse’ nieuwssites. De site krijgt per maand 150 tot 300 meldingen binnen op hun oproep om ‘hoaxes’ te melden. Wat voor soort nepnieuws de ronde doet, stelt een woordvoerder, is “afhankelijk van welke website op dat moment het beste weet in te spelen op de gemoederen van de doelgroep”. De actualiteit, zoals “de vluchtelingenstroom of een verkiezingsperiode”, telt mee. Zo speelden Nederlandse nepnieuwsmakers de afgelopen maanden veel in op de Zwarte Piet-discussie en het vermeende onder druk staan van Nederlandse tradities. Volgens een vorige maand uitgevoerd onderzoek van het Amerikaanse Pew Research Centre zegt een op de vier Amerikanen wel eens nepnieuws te hebben gedeeld op sociale media; 14 procent zei dat te hebben gedaan wetende dat het nep was. Verantwoordelijk voor het oplossen van het probleem, aldus de ruim duizend ondervraagden, is zo’n beetje iedereen: zowel burgers, de overheid, als de sociale netwerken waarop de berichten zich zo gemakkelijk verspreiden. Facebook heeft half november een lijst maatregelen opgesteld, waarvan sommige inmiddels voor een klein percentage Amerikaanse gebruikers in werking zijn getreden. Zo wordt het advertentie-netwerk niet meer beschikbaar gesteld aan sites waarvan bekend is dat ze nepnieuws verspreiden, om commerciële drijfveren weg te nemen. Domeinnamen die zich bewust voordoen als een gerenommeerde nieuwsbron (zoals abcnews. com.co) worden geweerd. Sinds kort richt een team professionele factcheckers zich in opdracht van Facebook nu op nepnieuws in de categorie ‘het ergste van het ergste’: van begin tot eind verzonnen artikelen die een groot publiek bereiken en veel reacties ontlokken. Is iets aantoonbaar nep, dan krijgt de

16

Boek 1.indb 16

9/03/18 14:35


1 Facebook-post een sigarettenpakje-achtige waarschuwing. Als je het nieuws alsnog probeert te delen met anderen, volgt een extra melding. 11 Ook overheden roeren zich. In Duitsland gin95 gen de eerste stemmen op om nepnieuws strafbaar te maken. Een wetsvoorstel wil sociale netwerken verplichten nepnieuws binnen 24 uur offline te halen. Dit weekend werd bekend dat Facebook in Duitsland gaat samenwerken met 100 een kleine website voor onderzoeksjournalistiek, Correctiv, om nepnieuws op te sporen. 12 En in Nederland? Het is aannemelijk dat Facebook ook hier zo’n partner zoekt, maar het kan daar desgevraagd niets concreets over zeggen. 105 In Den Haag houdt men zich vooralsnog stil. Het zal vooralsnog dus van onszelf moeten komen. 13 Dus wat kún je eraan doen?

Let op kapitalen en uitroeptekens

Lezen

140 al in het menu bovenaan of juist helemaal

onderaan) moeten helpen. Bij De Speld staat bijvoorbeeld in de disclaimer dat de artikelen “persiflerend, satirisch of parodiërend van aard” zijn.

Een kop met uitroeptekens en hele woorden 110 in kapitalen is natuurlijk niet per definitie 145 • Klik door naar de originele context onbetrouwbaar, misleidend of subjectief. Maar 17 Volg links die in het artikel staan, naar bijvoorhet omgekeerde geldt wel: een objectieve, beeld de bron van het nieuws, iemand die aan het gerenommeerde nieuwsbron maakt er zelden tot woord komt of een onderzoek waaruit geciteerd nooit gebruik van. Nattigheid voelen is dus op z’n 115 plaats bij een kop als “SHOCKING! Look What This wordt. Kijk waar je uitkomt en of dat betrouwbaar 150 en objectief overkomt. Let ook op de nieuwe conReporter Just STOLE From Trump While No One text: blijkt de bron in tegenstelling tot waar je binWas Looking!” Zoals het Amerikaanse radiopronenkwam wél duidelijk satire, of is er iets anders gramma On The Media zegt: als een verhaal je mewaardoor dezelfde tekst, video of foto plotseling teen boos maakt, is dat waarschijnlijk ook de be120 doeling. iets anders betekent? Staan er helemaal geen links 155 naar bronnen en is het daarnaast onwaarschijnlijk • Lees het hele artikel dat de site de informatie zelf verkregen heeft, dan Het is soms verleidelijk al een sterke mening te 15 is dat ook geen goed teken. hebben op basis van alleen een kop of een intro – • Blijf sceptisch (maar word niet dat wat automatisch mee komt naar Facebook en 125 primair bedoeld is om aandacht te trekken. Lees cynisch) het hele artikel en oordeel pas daarna. Wordt de 18 160 Zoals het niet goed is om alles te geloven, is het niet goed om alles te wantrouwen. Gezond verkop waargemaakt, of was die misleidend? Of blijkt stand dus, bij wat je op internet tegenkomt. “Wat het satire te zijn? Heel veel mensen dachten bijwe nodig hebben is scepsis, niet cynisme”, zei Tesvoorbeeld dat Oranje daadwerkelijk de strafschop130 pen in de verloren wedstrijd tegen Argentinië opsa Jolls, hoofd van het Amerikaanse Centrum voor 165 Mediawijsheid, vrijdag tegen The Guardian. “Cynisnieuw mocht nemen. Dat stond in de kop van een me is wanneer je helemaal niets gelooft. Scepsis is satirische blog ‘Er mag gezongen worden’. als je onderscheidingsvermogen hebt, een oordeel • Zoek de pagina ‘over ons’ op waarop je kunt vertrouwen.” Nepnieuws is iets anders dan satire. Het Ameri16 135 kaanse The Onion en het Nederlandse De Speld zijn regel 24: promo: reclame(spotje) Bron: Peter Zantingh, Nepnieuws: wat valt inmiddels bekend genoeg; lezers weten wat ze eraan te doen?, in: NRC Handelsblad. kunnen verwachten. Bij andere, kleinere sites is dat misschien niet direct duidelijk, maar dan zou een pagina als ‘over ons’ of een ‘disclaimer’ (meest14

17

Boek 1.indb 17

9/03/18 14:35


Lezen

1

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context: a vermeende (regel 63) b gerenommeerde (regel 83) c satire (regel 128) 2 Welk aspect van het onderwerp wordt in alinea 1 benadrukt? T1 3 De alinea’ s 2 tot en met 5 horen bij elkaar. Welk functiewoord is op dit tekstgedeelte van toepassing? T2 4 Vat de alinea’s 2 tot en met 5 samen in maximaal 35 woorden. 5 a ‘Wat voor soort … telt mee’. (regel 56-61) Is in het geciteerde tekstgedeelte sprake van feitelijke of waarderende uitspraken? b Licht je antwoord toe. T1 6 Welke twee aspecten van het onderwerp worden in het tekstgedeelte dat bestaat uit alinea 8 tot en met 13 aan de orde gesteld? T2 7 Zeg in eigen woorden wat wordt bedoeld met 'commerciële drijfveren weg te nemen' (regel 81-82). 8 a In tekst 2 zijn twee schrijfdoelen aanwijsbaar. Welke? b Licht je keuze van beide schrijfdoelen toe. Betrek het onderwerp van de tekst in je antwoord. Zoekopdrachten T1 9 Zoek informatie over de Hoax-wijzer (regel 50): a Wat betekent hoax? b Wat is het doel van de Hoax-wijzer? c Sommige berichten of afbeeldingen worden aangeduid als obsoleet, andere als laster. Wat is het verschil in betekenis? 10 Zoek de disclaimer van De Speld. a Wat is een disclaimer? b Noteer de woorden uit de disclaimer die je niet kent. Zoek de betekenis op en zet deze erachter. c Lees enkele berichten van De Speld en wissel ze uit met een medeleerling. Bespreek met elkaar hoe je direct kunt zien dat het om satirische berichten gaat.

Opdracht 4

Tekstanalyse

[1, 3-10]

Lees tekst 3 en beantwoord de vragen.

TEKST 3

Zes uur is de finish

Volkskrant-journalist Thomas Erdbrink woont in Teheran. Hij bericht op deze plek meestal over het dagelijks leven in zijn land. In Nederland is tijd ons kostbaarste bezit. We nemen er kleine slokjes van alsof het een zoet elixer is dat slechts zeer spaarzaam kan worden genuttigd. 2 Zuinig moeten we zijn, het kan zo op zijn. Daarom drinken we ‘even’ koffie met iemand, gaan we ‘snel’ naar de supermarkt, en vinden we wachten ‘zonde’. Iedere dag is zo ingedeeld, volge5 stouwd soms, opdat de tijd ‘nuttig’ kan worden besteed. Iedereen is het erover eens dat ‘tijd verspillen’ een van de ergste dingen is die je kunt doen. 3 Dus ook als het pijpenstelen regent, stap je op de fiets. Anders kom je te laat. De winkels gaan dicht, de trein vertrekt of je hebt een afspraak. Te laat komen voor een afspraak is het allerergste. Dan heb je tijd van iemand anders verbruikt. 4 10 Als westerling woonachtig in een anders ontwikkeld land, had ik lang de arrogantie om te denken dat onze opvatting van tijd de allerbeste is. Hoeveel kun je immers niet doen in een dag als je efficiënt met tijd omgaat? In een notendop betekent méér doen, méér productie en méér ervaringen. Tijd is geld, zeg maar. 1

18

Boek 1.indb 18

9/03/18 14:35


1

Lezen

In Iran werkt de tijd heel anders. Daar is de tijd een oceaan waarop je met een roeibootje naar

5

15 de overkant probeert te komen, maar nooit raakt uitgeroeid. In Iran is de tijd er om te beleven,

6 20

7 25

8 30

9 35

10

40

11

45

12

13 50

14 55

60

niet om altijd nuttig te zijn. Misschien om dat idee te ondersteunen is de manier waarop tijd er wordt gekwalificeerd zo verwarrend mogelijk gemaakt. Jaren, maanden, dagen; alles is anders. We leven nu in Iran in het jaar 1395, want zo lang is het alweer sinds de profeet is geboren. De maanden zijn verdeeld naar de zonnekalender waar de Iraniërs zich aan houden. Die begint op 21 maart, op de eerste dag van de lente en gaat door met maanden die bahman, khordad en mehr heten en die compleet anders lopen dan januari, juni en oktober. Het weekend, om het nog ingewikkelder te maken, is op vrijdag. Zaterdag is dus ‘onze’ maandag, het begin van de week. Op onze dinsdag al hakken we hier de week doormidden. Op donderdag is het dus vrijmithee, daarna weekend. Overigens hebben de dagen in Iran geen aparte namen, maar begint alles met de eerste dag van de week: zaterdag. Zondag heet dus, vertaald, 1 zaterdag. Maandag: 2 zaterdag, enzovoort. Alleen vrijdag, de officiële vrije dag, heeft zijn eigen naam: jome. Jarenlang heb ik er alles aan gedaan om het er bij mij ingestampte Nederlandse systeem van tijdmanagement vol te houden in deze chaos. Het was alsof ik een vierkantje in een driehoekje probeerde te duwen. Als al mijn Iraanse vrienden gezellig aan het zwembad lagen en belden met de vraag of ik ook kwam, verkocht ik ze nee. Want aan het zwembad hangen, dat is tijdverspilling. In de file werd ik boos. Zonde van de tijd! Als de lunch op vrijdag wat uitliep, raakte ik in paniek. Ik kan toch niet de hele middag niks doen? Leven in een andere cultuur verandert een mens. Buiten onze comfortzone merk je pas dat we thuis verstrikt zijn geraakt in het plakkerige spinnenweb van onze tijdbeleving. Onlangs was ik 36 uur in Nederland. Tussen het rennen door dronk ik een kopje koffie in een café. Naast me zaten twee mannen die een mix van Arabisch en Nederlands spraken. De een, die politieagent in Amsterdam bleek te zijn, was net op vakantie in Marokko geweest. ‘Iedereen heeft daar tijd voor elkaar, zo gezellig’, zei hij. ‘Ik zie mijn ooms in Marokko vaker dan ik mijn zussen hier in Nederland zie. Tijd heeft ons in bezit genomen hier.’ Precies. In Nederland ren je de hele dag achter de klok aan. Kleine wedstrijdjes om de volgende stempelpost te halen, met zes uur als finish. Dan is de race opeens voorbij, gaan we naar huis en de rest van de avond voor de tv zitten. Dat is het bijzondere. ’s Avonds mag je wel tijd verspillen. Dat is namelijk je ‘eigen tijd’, en die gebruiken we vaak om bij te komen van al dat rennen van de rest van de dag. Natuurlijk is het beter om de tijd goed te besteden, maar waar ik eerst neerkeek op lanterfanters, benijd ik ze nu. Ik wil ook zorgelozer zijn, minder op de klok kijken, de tijd laten verstrijken in plaats van bestrijden. ‘Blijf niet in de gevangenis als de deur wijd open staat’, zegt de 13de-eeuwse Iraanse dichter Mowlana, die we in het Westen beter kennen als Rumi. Zoals zovelen heb ik me gevangen laten nemen door de tijd. Nu wil ik veranderen. Gisteren, op ‘3 zaterdag’, dinsdag, ben ik begonnen. Uitslapen, bij mijn schoonouders lunchen, wat met de straatkatten spelen. Verder niks gedaan! Maar ja, vandaag had ik dubbel zoveel mails in mijn inbox, en dertien gemiste gesprekken. De tijd geeft niet makkelijk op. Bron: Thomas Erdbrink, Zes uur is de finish, in: de Volkskrant.

19

Boek 1.indb 19

9/03/18 14:35


Lezen

1

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context: a comfortzone (regel 34) b lanterfanters (regel 46-47) 2 Wat is de belangrijkste functie van de titel Zes uur is de finish? 3 De auteur begint de tekst direct in de wij-vorm. Wat kan het effect daarvan op de lezer zijn? T1 4 a Bevat alinea 1 feitelijke of waarderende uitspraken, uitgaande van de theorie? b Motiveer je keuze. 5 a Noteer uit alinea 2 een signaalwoord dat een doel-middelverband aangeeft. b Wat is het doel en wat het middel? 6 a Wat is het verband tussen alinea 4 en 5? b Welk signaalwoord geeft het aan? 7 ‘In Iran … raakt uitgeroeid.’ (regel 14-15) Dit citaat bevat beeldspraak. Wat is de functie van de zin die erop volgt? T2 8 ‘Het was alsof … te duwen.’ (regel 29-30) Leg in eigen woorden uit wat de auteur met deze vergelijking bedoelt. Formuleer je antwoord in een volledige zin van maximaal 20 woorden. 9 Volgens de auteur zijn we ‘verstrikt … geraakt in het plakkerige spinnenweb van onze tijdbeleving.’ (regel 35) Wat bedoelt de auteur met deze uitspraak? T1 10 ‘Iedereen heeft daar tijd voor elkaar, zo gezellig.’ (regel 38-39) a Met welk argument wordt deze uitspraak ondersteund? b Van welk type argument is hier sprake? T2 11 Welke zin geeft de hoofdgedachte van tekst 3 het beste weer? A De Iraanse zorgeloze omgang met tijd is te verkiezen boven de strikte Nederlandse efficiëntie. B De Nederlandse opvatting van tijd is niet per se beter dan de vrijere Iraanse die wel te benijden is. C In Iran is het Nederlandse systeem van tijdmanagement eenvoudigweg niet vol te houden. D Wij laten ons leven in Nederland beheersen door tijd, terwijl men er in Iran laconieker mee omgaat. 12 a Hoe kan tekst 3 het best gekarakteriseerd worden? Kies uit: A activerende tekst met betogende elementen B amuserende tekst met uiteenzettende elementen C beschouwende tekst met amuserende elementen D betogende tekst met uiteenzettende elementen E uiteenzettende tekst met activerende elementen b Motiveer je keuze. Betrek het onderwerp van de tekst in je antwoord.

Plusopdracht 5

Titel, kopjes, vragen maken, leesadvies

[1, 3-10]

In tekst 4 ontbreken de titel en tussenkopjes. Lees de tekst en maak de opdrachten.

TEKST 4 1

2

Titel

Geluk is de afwezigheid van ongeluk. Wie niet in armoede leeft, niet werkloos is, niet ziek is, geen ernstig zieke dierbaren heeft en niet in een scheiding is verwikkeld, mag van geluk spreken. Het ongeluk is vooralsnog aan je voorbijgegaan, tel je zegeningen. Lucky you! Zou je zeggen. Maar sommige wetenschappers vinden dit niet genoeg. Ze beschouwen het 5 als een schamele opvatting van geluk. Volgens deze psychologen kun je, met een beetje inspanning, veel meer uit het leven halen. Zo’n wetenschapper is Marijke Schotanus-Dijkstra. Zij promo-

20

Boek 1.indb 20

9/03/18 14:35


1

10

3

4 15

5 20

6 25

7 30

8 35

9 40

10 45

11 50

55

12

Lezen

veerde onlangs op “hoe je kunt floreren in je dagelijkse leven” en deed haar onderzoek in samenwerking met het Trimbos-instituut en de vakgroep eHealth en welbevinden aan de Universiteit Twente. Flourishing, zoals deze opvatting van welbevinden heet in de psychologie, is een theorie over welzijn waarbij de mens ‘tot bloei komt’: hij of zij heeft goede relaties, voelt zich tevreden, en doet wat hij of zij goed kan en nuttig vindt. Deze opvatting over optimale geestelijke gezondheid komt, aldus Schotanus-Dijkstra, uit de positieve psychologie. “Het is een jonge onderzoeksrichting die niet de nadruk legt op het verhelpen van klachten maar op het voorkomen ervan door te bouwen aan een beter leven.” Laat je deze definitie los op het bevolkingsonderzoek Nemesis-II van het Trimbos-instituut, dan blijkt dat 37 procent van de Nederlanders het geluk heeft in volle bloei te staan. Deze mensen noemen zichzelf gelukkig, menen een betekenisvol leven te leiden en voelen zich een waardevol lid van de gemeenschap. Hebben zij gewoon meer mazzel in het leven dan mensen die in de knop blijven? “Mensen die floreren blijken andere karaktereigenschappen te hebben dan mensen die niet floreren”, zegt Schotanus-Dijkstra. “De eersten zijn wat minder nerveus en dus stabieler. Ze zijn beter in het realiseren van doelen, dus als ze twee keer per week willen sporten, dan gáán ze ook twee keer per week sporten. Bovendien maken ze makkelijk vrienden. Kortom, deze bloeiers bezitten de vaardigheden om hun leven zo optimaal mogelijk in te richten.” En hoe zit het met de pechvogels? Voor hen is er goed nieuws, zegt Schotanus-Dijkstra, die als ‘gelukscoach’ ook cursussen ‘floreren in het dagelijks leven’ geeft. Want veel van die eigenschappen zijn aan te leren. “Deze mensen moeten ontdekken wat hun sterke kanten zijn. Wat zijn de vaardigheden waarin ze uitblinken, waar halen ze plezier uit? Ontdekken wat je leuk vindt en daar ruimte voor maken, is de essentie van positief leven.” Ook het definiëren van eigen waarden is belangrijk. “Gaat het om succes, plezier, liefde, gezin, rechtvaardigheid, vrijheid, humor, wijsheid, eerlijkheid, openheid? In hoeverre komen die waarden overeen met het huidige leven? Zit er een grote discrepantie tussen wat je belangrijk vindt en wat je daadwerkelijk doet?” Het helpt volgens Schotanus-Dijkstra ook om stil te staan bij positieve emoties. Bijvoorbeeld door regelmatig op te sommen of op te schrijven wat er allemaal goed gaat. Ze verwijst naar de ‘broaden-and-built theorie’ van psycholoog Barbara Frederickson. “Als we positief zijn, staan we meer open voor andere dingen. Als we ons richten op negatieve emoties versmalt onze aandacht.” Bovendien hebben florerende mensen vaak een altruïstische instelling: ze dragen graag bij aan het geluk van de ander en geven daarmee weer zin aan hun eigen bestaan. Iets nieuws leren is ook een krachtig geluksmiddel, stelt ze. “Of het nu een cursus Frans, omgaan met Excel of een opleiding tot sommelier is. En ten slotte is iemand die wil opbloeien een beetje mild en vriendelijk voor zichzelf, dat voorkomt stress.” Wie probeert zich te bekwamen wordt dubbel beloond. De vaardigheden leiden niet alleen tot een beter leven, ze beschermen ook in moeilijke tijden. Uit onderzoek van Schotanus-Dijkstra blijkt dat mensen die nu ‘in bloei staan’ een veel grotere kans hebben om over drie jaar nog steeds ‘optimaal geestelijk gezond’ te zijn. Niet omdat ze nu eenmaal mazzelaars zijn die het lekker hebben getroffen in het leven, maar omdat ze veerkrachtig zijn en meer vaardigheden hebben om met tegenslag om te gaan. “Nare dingen maken we allemaal mee. Maar wie zich in rotperiodes ook op positieve dingen kan richten, herstelt sneller.” Stemmingsklachten zijn de belangrijkste veroorzakers van ziekte in Nederland. SchotanusDijkstra wil mensen graag mentaal fit krijgen “zodat ze zo lang mogelijk een leven leiden

21

Boek 1.indb 21

9/03/18 14:35


Lezen

60

13

65

70

14

75

1

dat ze leuk vinden.” Volgens haar werken we steeds meer met ons hoofd. “Dus dat hoofd moet ook sterk blijven om optimaal te kunnen functioneren. Sporten doe je om je lichaam fit te houden, deze oefeningen helpen de mentale veerkracht.” Ze zou graag willen dat binnen de klinische psychologie floreren meer aandacht krijgt. Hoe staat het in Nederland met dat trainen van de mentale weerbaarheid? Volgens de psycholoog is sprake van groeiende aandacht. Zo lanceerde het Trimbos-instituut in 2010 ‘Mentaal Vitaal’, een website betaald door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, met informatie en onlinecursussen om ‘psychisch fit’ te blijven. Ook zijn er op maat gesneden varianten voor middelbarescholieren, zoals ‘Happy-les’ voor vmbo- en mbo-leerlingen van 13 tot 25 jaar, en ook cursussen voor zwangere vrouwen en chronisch zieken. En dan is er ‘het Geluksbudget’, een project van onder meer Almelo waarbij mensen in de bijstand een klein bedrag krijgen om iets te doen waarvan ze gelukkiger worden. Iemand die al jarenlang alleen woonde en nog maar weinig op z’n scootmobiel de deur uit kwam, kreeg bijvoorbeeld een camera waarmee hij buiten kon gaan fotograferen. De man bloeide naar eigen zeggen helemaal op. Overigens legt het bloeiprogramma van Schotanus-Dijkstra, in tegenstelling tot de andere programma’s, wel net iets meer de nadruk op talentontwikkeling. Wat haar betreft krijgen we straks op school, de universiteit en de werkvloer cursussen ‘tot bloei komen’. Ze is overtuigd van haar missie: “Ik richt me liever op het voorkomen van behandelen dan op behandelen.” regel 47: sommelier: ober die adviseert bij de wijnkeuze in een restaurant Bron: Annemiek Leclaire, Gelukkig worden? Durf te bloeien, in: NRC Handelsblad.

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 6 van Spreken, kijken en luisteren.

T2 I 1 Leid de betekenis van onderstaande woorden af uit de context: a schamel (regel 5) b discrepantie (regel 37) c altruïstisch (regel 44) T1 2 a Wat is de functie van alinea 2, in aansluiting op alinea 1? Kies uit: ontkenning – tegenstelling – uitwerking – veronderstelling – voorbehoud – weerlegging. b Motiveer je keuze. Titel, kopjes, vragen bedenken en beantwoorden I 3 In tekst 4 ontbreken titel en tussenkopjes. a Formuleer een aansprekende titel die past bij het onderwerp. b Verdeel de tekst na de inleidende alinea in minstens drie delen. Bedenk voor elk deel een kopje dat goed bij de inhoud past. 4 a Bekijk het overzicht van de leerdoelen die in deze module centraal staan (pagina 12). Formuleer, op basis van die leerdoelen, minstens 7 (pittige) vragen bij tekst 4. b Noteer (op een ander blaadje) de antwoorden. Bij het beantwoorden van de vragen kom je er misschien achter dat je de vraag anders moet formuleren. Geef ook aan hoeveel punten elk goed antwoord krijgt en hoe het cijfer wordt berekend. T2 c Wissel je vragen uit met die van een ander tweetal of groepje. Beantwoord de vragen. d Kijk de antwoorden na met behulp van het antwoordmodel. Bereken je cijfer. e Als je er niet uitkomt, overleg dan met de vragenstellers of raadpleeg je docent(e). Leesadvies 5 a Je hebt tekst 4 gelezen, er vragen bij gemaakt en beantwoord. Zoek op internet meer informatie over het onderwerp door bijvoorbeeld de site www.mentaalvitaal.nl (regel 63) te bezoeken.

22

Boek 1.indb 22

9/03/18 14:35


1

Lezen

b Wat vind jij van tekst 4? Zou je de tekst aanraden aan een vriend(in)? Waarom wel of niet? Formuleer een leesadvies, waarin je jouw mening helder formuleert en met argumenten onderbouwt. Let daarbij ook op je taalgebruik. c Wissel jouw leesadvies uit met medeleerlingen.

Plusopdracht 6

Titel, hoofdgedachte, schrijfdoel, intentie

[3-10]

Lees de tekst en maak de opdrachten en vragen.

TEKST 5 1

2 5

3 10

4

15

5

20

6

7 25

8 30

9 35

Zing ook het Wilhelmus

Sybrand Buma vindt dat onze kinderen op school weer, net als vroeger, het Wilhelmus moeten leren zingen, en niet zittend, maar stáánd. “We willen dat er respect is voor het Wilhelmus”, zei hij in De Telegraaf. Uit deze woorden van Buma leid ik af dat ook ik destijds het Wilhelmus staand naast de schoolbanken moet hebben geleerd. Daarom heb ik een teleurstellende mededeling voor de CDA-leider: er is niets van blijven hangen. Deze schoolervaring ben ik vergeten of heb ik totaal verdrongen, gezien het feit dat ik al na enkele regels van het Wilhelmus begin te haperen. Misschien is dat ook wel dé reden waarom ik nooit in het Nederlands voetbalelftal heb willen spelen: ik wist dat het een afgang zou worden nog voor de wedstrijd was begonnen. Je zult altijd zien dat je tijdens het spelen van de volksliederen net tussen de enige twee spelers komt te staan die het volkslied redelijk goed kennen. Ook de bondscoach op de bank (nee, sorry Buma, náást de bank) zal uit volle borst meezingen; hij heeft er tot na middernacht voor de spiegel hard op geoefend. En daar sta jij dan met je mond vol tanden terwijl zij voor de tv-camera’s de longen uit hun lijf zingen. Het enige wat je rest, is potsierlijk playbacken als een schlagerzanger op z’n retour. Buma zal hopelijk begrijpen dat ik me deze vernedering heb willen besparen. Voor het overige sta ik vierkant achter zijn wens om het Wilhelmus en het koningshuis nieuw leven in te blazen, ook al heeft prins Bernhard – zou God al zijn ziel hebben? – dat niet helemaal verdiend. Buma heeft hem zijn misstappen kennelijk al vergeven, gelet op zijn uitspraak: “Het hoogste wat wij in Nederland hebben is de waarde van ons koningshuis.” De vraag is wel of de maatregel die Buma de scholen wil opleggen, voldoende zoden aan de dijk zal zetten. Ik vermoed dat we verder dan de schoolbanken moeten denken. Wij, volwassenen, zullen onze kinderen het goede voorbeeld behoren te geven. Ik stel daarom voor dat al het personeel van overheidsinstellingen de werkdag op het kantoor begint – uiteraard naast de bureaus – met het aanheffen van ons volkslied. Weigeraars, de zogenaamde Wilhelmusweigeraars, kunnen strenge taakstraffen verwachten, zoals het schoonhouden van de koninklijke paleizen en het verplicht bijwonen van álle door leden van het Koninklijk Huis te verrichten openingen, dus niet alleen die van koningin Máxima. Zodra deze maatregel bij de overheid goed wordt uitgevoerd, komt ook het bedrijfsleven aan de beurt. Om stipt half negen ’s morgens verzamelen alle medewerkers van alle Nederlandse bedrijven zich tussen de bureaus of de werkbanken, waar ze unisono het volkslied zullen meezingen, dat op dat moment door álle nationale zenders wordt uitgezonden. Smoezen (“Het lied ontroert me te veel”) om zich hieraan te onttrekken, zullen niet worden geaccepteerd. Wat ze in Noord-Korea kunnen, kunnen wij ook. Geert Wilders liet weten dat hij het voorstel van Buma ‘prachtig’ vindt en voegde er nog het hijsen van de vlag aan toe. Hij betreurde wel dat Buma in november een vergelijkbare PVV-motie niet wilde steunen. Wilders vergeet dat imitatie nog altijd de hoogste vorm van bewondering is, zeker in tijden van verkiezingen. Bron: Frits Abrahams, Zing ook het Wilhelmus, in: NRC Handelsblad.

23

Boek 1.indb 23

9/03/18 14:35


Lezen

1

T1 1 Wat is het schrijfdoel van de tekst, als je afgaat op de titel van tekst 5? T2 2 a In welke alinea staat de stelling die de titel onderschrijft? b Formuleer deze stelling in één volledige zin van maximaal 25 woorden. T1 3 Wat is de functie van alinea 1? Raadpleeg zo nodig de lijst van functiewoorden. [46] 4 Wat kom je indirect over de auteur als persoon te weten als je alinea 2 leest? T2 5 ‘De vraag is wel … voldoende zoden aan de dijk zal zetten.’ (regel 21-22) Wat bedoelt de auteur met deze uitspraak, gelet op alinea 5? Geef antwoord in een volledige zin van niet meer dan 25 woorden. Schrijfdoel, intentie I 6 Formuleer de hoofdgedachte van tekst 5 in één volledige zin. T2 7 Bekijk je antwoord bij vraag 1. Wat is het schrijfdoel, nu je de hele tekst hebt gelezen en enkele vragen hebt beantwoord? 8 Geef minstens drie voorbeelden uit de tekst die passen bij het schrijfdoel en de intentie van de auteur. Let ook op de stijl en woordkeus. 9 a Tot welke tekstvorm reken je tekst 5? b Motiveer je keuze. Zoek zo nodig informatie over de auteur, Frits Abrahams. T1 10 Zoek een korte tekst met hetzelfde schrijfdoel. Bespreek met elkaar wat de auteur wil zeggen.

Eindopdracht 7

Weten

In deze opdracht controleer je je kennis van de theorie in deze module. T1 Bepaal of de volgende uitspraken juist of onjuist zijn. Verbeter de uitspraken die niet juist zijn. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

De hoofdgedachte is een opsommende samenvatting van de tekst. Bij het oriënterend lezen van een boek bekijk je titel, auteur, flaptekst en inhoudsopgave. Een goede titel is activerend. Een column is beschouwend of betogend. Een beschouwing bevat, anders dan een uiteenzetting, ook waarderende uitspraken. De intentie van de auteur is hetzelfde als het schrijfdoel. Bij uitlegvragen moet je zelf zinnen formuleren, dus niet citeren. Uitspraken die in een ironische toon zijn gesteld, zijn waarderend. Bij intensief lezen zoek je alle woorden die je niet begrijpt op in een woordenboek. In een betoog kun je beter geen uiteenzettende alinea’s opnemen.

Eindopdracht 8

Kunnen – Examentekst

[1, 3-10]

In deze opdracht pas je de vaardigheden toe die je hebt geleerd in deze module. Lees de examentekst en beantwoord de vragen.

TEKST 6 1

Het recht om de gordijnen te mogen sluiten

Het ergste wat je over iemand te weten kan komen, is alles. Als het over privacy gaat, is dat mijn favoriete citaat. Het is van Bert Jaap 5 Koops, hoogleraar regulering van technologie in Tilburg. Ik kon het alleen niet op tijd in mijn hersenpan vinden, toen ik dinsdag bij het

opiniërend televisieprogramma De 10 Wereld Draait Door aan tafel mocht

zitten. Daar ging het over het nut van, nota bene, een nationale DNAdatabase, waarin iedere burger verplicht wordt geregistreerd ten dienste 15 van de opsporing. Het is een idee van Peter R. de Vries, ooit omarmd

24

Boek 1.indb 24

9/03/18 14:35


1

20

25

30

2 35

40

45

50

55

60

3

65

door een Rotterdamse politiechef. Die werd teruggefloten door de minister wegens ‘doorgeslagen denken’. Maar in de roes van het opsporingssucces in de zaak Vaatstra1) ging het deze week crescendo. Die arrestatie kwam na een beperkt, goed omschreven, regionaal en vrijwillig DNAonderzoek. Dus waarom niet even doorpakken naar een nationale verplichte DNA-registratie? Althans, dat was de teneur in de (sociale) media. Of ik voor het tv-debat maar even aan de rem wilde komen hangen. Privacy neemt in razend tempo af. Je draagt er allemaal vrijwillig aan bij met Facebook, LinkedIn en Twitter. Waar is privacy ook alweer goed voor? Soms ben ik het zelf ook even kwijt. Ik sloeg er Koops’ oratie uit 2006 over tendensen in opsporing en technologie op na. Dat was een helder verhaal over het uitdijende strafrecht, de voortdenderende technologie en de transparante burger die permanent bewaakt, gevolgd en geregistreerd wordt. Die laat zich dit vooralsnog aanleunen. Albert Heijn voorspelt je boodschappen, Google weet wat je gaat zoeken, de NS kent je reisgedrag, de telecomproviders onthouden je bel- en internetgegevens, de bank en de KLM laten de staat (en de VS) meekijken in je geld- en reisverkeer, Facebook onthoudt alle gezichten en je gsm weet waar je bent. De fiscus wist sowieso alles al. De politie ontvangt straks live-beelden van alle bewakingscamera’s. Op Schiphol kijkt de bodyscan even onder je kleren. Je paspoort bevat je vingerafdrukken en irisscan. Het houdt niet op. De vraag is inmiddels met hoe weinig privacy we toe kunnen. Waar ligt de ondergrens? Welke inbreuk accepteren we echt niet? Het elektronisch patiëntendossier was dus voor de burger een brug te ver.

70

75

4

80

85

90

95

5 100

105

Lezen

Net als een reality-tv-programma met heimelijke beelden van gewonden op de Eerste Hulp. Ook de kilometerheffing met kijkkastje kwam er niet. Over het biometrische paspoort ontstond ongenoegen, maar niet genoeg om het af te blazen. Het argument ‘ik heb niks te verbergen’ heeft de overhand. Ik vind dat Koops mijn reserve het best verwoordt. Voor hem is privacy een essentieel onderdeel van de condition humaine2), het mens zijn. Er moet ergens in je leven een plek zijn waar je niet wordt bespied. Waar je alleen met jezelf kunt zijn of intiem met een ander. Waarover je geen verantwoording schuldig bent en waar je vrij bent van andermans morele oordelen. Waar je onbevangen jezelf kunt zijn en geheimen kunt koesteren en ongezien in je dagboek kunt schrijven. Privacy is daarvoor de waarborg. In een rechtsstaat mag je ervan uitgaan dat de burger niet wordt achtervolgd door verouderde of foute informatie en het recht heeft om informatie te laten wissen of te laten verlopen. In een rechtsstaat mag een burger opnieuw beginnen. Zijn handelen mag ook vergeten worden. Privacy is een waarborg om de macht van de staat in toom te houden, zegt Koops. Het zorgt ervoor dat de overheid niet alles weet en alles kan en dat de overheid de burger niet controleert op oneigenlijke gronden.

25

Boek 1.indb 25

9/03/18 14:36


Lezen

110

115

6 120

125

1

De privacynorm “maakt het mogelijk om naar eigen keuze in relaties met andere mensen jezelf bloot te geven of je gedekt te houden”. Als er in concrete situaties een veiligheidsbelang is of een ander algemeen belang dat inbreuk rechtvaardigt, dan kan dat, mits omkleed met beperkingen. Maar als er onverhoopt “geen algemeen vangnet van privacy meer over is, dan is het alleen nog de macht van anderen die bepaalt welke keuzen je kunt maken in je leven”. Privacy is een pijler van de rechtsstaat. Zonder privacy belanden we in een strafrechtstaat waarin de burger is onderworpen aan de informatiemacht van de overheid of het bedrijfsleven. Een nationale DNA-database zou er mooi in passen. Koops wees er al op dat we in feite nu een paradigmawisseling beleven. Ooit verzamelde de staat

alleen informatie die aantoonbaar 130 nodig is voor de opsporing. “Tegen-

135

7 140

145

150

woordig is het uitgangspunt bijna: zoveel mogelijk informatie verzamelen en als blijkt dat informatie niet relevant is, kan deze worden weggegooid (of bewaard voor latere doeleinden, want wie wat bewaart die heeft wat).” Het onschuldbeginsel is dan definitief geschorst. De bevolking bestaat alleen nog uit verdachten of toekomstige verdachten. Tussen een medisch bevolkingsonderzoek en een strafrechtelijk sporenonderzoek is dan niet veel verschil. Zelfde database, andere vraag. Verzekeraars zouden als eerste toegang willen, stel ik me voor. Of je een baan krijgt, een verzekering, een hypotheek – het is nu al vaak de vraag hoe het antwoord uit de talloze databases is samengesteld.

Naar: Folkert Jensma, in: NRC Handelsblad. noot 1

De zaak Vaatstra betreft een moordzaak die pas na jaren werd opgelost dankzij grootschalig

noot 2

Met de term condition humaine (ontleend aan de titel van een werk van de Franse denker Malraux uit

DNA-onderzoek. 1933) wordt geduid op algemeen-menselijke kenmerken zoals honger en dorst, pijn, eenzaamheid en dood. Bron: vwo-examen Nederlands 2015-II.

De inleiding van een tekst kan verschillende functies hebben, zoals: 1 de aanleiding voor het schrijven van de tekst noemen; 2 de hoofdgedachte van de tekst formuleren; 3 de structuur van de rest van de tekst aanduiden; 4 de vraag stellen die in de tekst beantwoord wordt. T1 1 Welke van bovenstaande functies heeft de inleiding (alinea 1) van de tekst ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’ vooral? Hieronder staan in willekeurige volgorde vier tussenkopjes die in de tekst ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’ gebruikt zouden kunnen zijn: 1 Gebrek aan privacy 2 Aantasting van de rechtsorde 3 Privacy in de media 4 Toenemende inbreuk op privacy 2 Welk van deze tussenkopjes zou het best passen boven alinea 3? 3 Welk van deze tussenkopjes zou het best passen boven alinea 6? ‘Die laat zich dit vooralsnog aanleunen.’ (regel 44-45) T2 4 Wat bedoelt de auteur met deze uitspraak?

26

Boek 1.indb 26

9/03/18 14:36


1

Lezen

5 Welke drie van onderstaande functies vervult het tekstgedeelte dat bestaat uit alinea 5 tot en met 7 het meest? Het bewuste tekstdeel geeft ... 1 antwoord op de vraag waarom privacy van algemeen belang is. 2 argumenten bij de stelling dat we recht op privacy (nodig) hebben. 3 een nuancering van het standpunt ‘Ik heb niets te verbergen’. 4 een uitwerking van de vraagstelling met hoeveel privacy we toe kunnen. 5 een weerlegging van het argument ‘Ik heb niets te verbergen’. 6 een weerlegging van het idee dat privacy fundamenteel is voor de rechtsstaat. In alinea 6 wordt een argumentatie opgezet die in alinea 7 eindigt met de volgende conclusie: ‘Het onschuldbeginsel ... toekomstige verdachten.’ (regels 138-141). I 6 Welke kritiek kun je op deze conclusie hebben? Geef antwoord in volledige zinnen en gebruik niet meer dan 35 woorden. ‘Een nationale DNA-database zou er mooi in passen.’ (regels 124-126) T1 7 Waarom zou zo’n nationale DNA-database daar goed in passen? Omdat een nationale database ... A de pijler van de rechtsstaat op het gebied van de privacy helpt beschermen. B een efficiënt registratiemiddel is voor verzekeringsmaatschappijen en het bedrijfsleven. C gegevens verzamelt die de overheid kan gebruiken als haar dat goed uitkomt. I 8

Uit de tekst ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’ zijn meerdere algemene argumenten af te leiden die vanuit het perspectief van de burger pleiten vóór het verzamelen van informatie door overheid en bedrijven. Noem twee van die algemene argumenten.

T2 9 Wat is de hoofdgedachte van de tekst ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’? A De attitude van de burger draagt in hoge mate bij aan het verminderen van privacy. B De informatie die overheid en bedrijven vergaren, geeft deze te veel macht over mensen. C Het recht op privacy is voor de media een nieuwsitem dat niet serieus genomen wordt. D Inperking van het recht op privacy is noodzakelijk om onze veiligheid te garanderen. 10 a De tekst ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’ bevat de kenmerken van twee tekstsoorten. Welke? Kies uit: activerende tekst – amuserende tekst – betoog – beschouwing – instruerende tekst – uiteenzetting. b Motiveer je antwoord. Ga daarbij in op beide tekstsoorten. 11 Citeer een zin die de titel ‘Het recht om de gordijnen te mogen sluiten’ verklaart.

27

Boek 1.indb 27

9/03/18 14:36


Lezen Na afloop

1

Publiek en doel

Hoe ging het?

Heb je de leerdoelen van deze module bereikt? Noteer van elk leerdoel in één of enkele woorden hoe het ging.

1. Ik kan het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte van een tekst bepalen en deze formuleren.

3. Ik kan de hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen.

2. Ik kan de functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen.

Hoe

ghing

et?

6. Ik kan de intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

5. Ik kan verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden.

ONLINE VOOR JOU

• • •

Correctiemodel Startopdracht 2 Lezen Correctiemodel Plusopdracht 5 Lezen Ingesproken leesteksten

4. Ik kan uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek deze is geschreven.

TOETSEN

• Eindtoets Lezen module 1 versie A • Eindtoets Lezen module 1 versie B

28

Boek 1.indb 28

9/03/18 14:36


1

Publiek en doel

Schrijven

Sollicitatie- en motivatiebrief of -mail 3F 3F 3F 3F 3F

4F

3F

4F

3F

4F

Jouw leerdoelen

Theorie die centraal staat

Een sollicitatiebrief/-mail schrijven. Een motivatiebrief/-mail schrijven. Een curriculum vitae opstellen. Het schrijfdoel van een brief bepalen en toepassen. Structuur en vorm geven aan een zakelijke brief en e-mail. Het taalgebruik en de inhoud afstemmen op de situatie en het publiek.

[13] [14] [15] [16] [17] [18] [19] [20] [22]

Startopdracht 1

Inhoud afstemmen op publiek Taalgebruik afstemmen op publiek Zakelijke brief of e-mail Digitale zakelijke correspondentie Opbouw Formele indeling Sollicitatie- en motivatiebrief of -mail Curriculum vitae (cv) Beoordeling zakelijke brief of mail

Weten

In deze opdracht ga je na wat je al weet van de theorie in deze module. T1 1 2 3 4 5 6 7 8

Welke twee schrijfdoelen heeft een sollicitatiebrief/-mail? Op welke plek in de sollicitatiemail zet je jouw adres? Wat is het verschil tussen een gewone sollicitatie en een open sollicitatie? Kun je naar verschillende bedrijven dezelfde sollicitatiebrief of -mail sturen? Waar plaats je in een sollicitatiemail het vacaturenummer? Welke drie onderwerpen komen aan bod in het middenstuk van een sollicitatiebrief? Welke twee opmerkingen mogen niet ontbreken in het slot van een sollicitatiebrief? Op welke manier kun je je vaardigheden het best naar voren brengen in een sollicitatiebrief of motivatiebrief? 9 Noteer een voordeel van een sociaal netwerk als LinkedIn voor werknemers. 10 Waarom hecht een werkgever vaak waarde aan informatie van een referentie of een aanbeveling via LinkedIn?

Startopdracht 2

Kunnen

In deze opdracht laat je zien in hoeverre je de theorie in deze module kunt toepassen. T2 1 V erbeter onderstaande zinnen zodat ze passen in een sollicitatiebrief of -mail. Let op zinsbouw, formulering en op de manier waarop de sollicitant overkomt op de lezer. a Ik heb het door u gevraagde diploma niet, maar dat lijkt me geen bezwaar. Uit mijn werkervaring blijkt dat ik heel vaardig ben. b De baan lijkt me hartstikke leuk, omdat ik dan veel met klanten zal omgaan en ze ook goed zal gaan adviseren. Bovendien vind ik het gaaf om met de auto naar ze toe te rijden. c Ervaring met zo’n baan heb ik niet, desalniettemin wil ik een gokje wagen en solliciteer ik. Want tijdens mijn stage arbeidsoriëntatie liep ik rond met eten in een verzorgingshuis en dat beviel goed. d In afwachting van een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek verblijf ik. e Indien u geïnteresseerd bent in mij, kunt u referenties benaderen: ... f Het bedrijf waar ik werkte is failliet gegaan, dientengevolge ben ik werkloos geworden. Maar na een halfjaar thuiszitten wil ik wel weer aan de slag. T1 2 Bij een open sollicitatie weet je vaak niet tot welke persoon van het bedrijf of de organisatie je je moet richten. a Hoe luidt dan de aanhef van de brief of e-mail?

29

Boek 1.indb 29

9/03/18 14:36


Schrijven

1

Als je een open sollicitatiebrief/-mail hebt gestuurd, is het raadzaam om na ongeveer een week op te bellen om te horen of je sollicitatie ontvangen is en of er een vervolg op komt. b Noteer twee varianten van afsluitende zinnen voor je sollicitatiebrief/-mail waarin je al beleefd aankondigt dat je gaat bellen. 3 Op de website van DierenPark Amersfoort zie je een vacature staan voor seizoensmedewerkers. Bekijk afbeelding 1. a Schrijf de inleidende zin van een sollicitatiebrief/-mail voor deze vacature. T2 b Bekijk de vacature op de website van DierenPark Amersfoort of vraag om de vacaturetekst aan je T1 docent. Noteer twee eigenschappen of vaardigheden die een medewerker van het dierenpark moet bezitten volgens de vacature. T2 c Maak voor het middenstuk van de sollicitatiebrief/-mail de volgende zin af en formuleer een tweede zin. Verwerk de twee eigenschappen of vaardigheden die je bij b hebt opgeschreven. De aangeboden functie trekt mij bijzonder aan, omdat ‌ d Formuleer een alinea waarin je je opleiding, je profiel en je voorkeur voor een vervolgstudie aangeeft. Gebruik minimaal 25 woorden. e Formuleer een zin waarin je een argument geeft voor je verwachting dat je je studie wel kunt combineren met een baan in het dierenpark. Gebruik minimaal 15 woorden. f In het curriculum vitae vermeld je je werkervaring. Werk twee ervaringen uit die voor deze functie in het dierenpark van belang zijn. Gebruik minimaal 50 woorden. 4 In een motivatiebrief voor je vervolgopleiding leg je uit waarom je een bepaalde studie wilt volgen. a Noteer de studie die je wilt gaan volgen. Schrijf nu een motivatie voor deze studie. Gebruik minimaal 40 woorden. b Noteer een slotalinea voor deze motivatiebrief waarin je terugblikt op je motivatie en de hoop op plaatsing aangeeft. Gebruik minimaal 30 woorden. 5 Beoordeel jezelf aan de hand van het correctiemodel. Bespreek je score met je docent en overleg welke opdrachten je kunt maken in deze module.

Afbeelding 1

30

Boek 1.indb 30

9/03/18 14:36


1 Opdracht 3

Schrijven

Sollicitatiebrief schrijven

[13-19]

Voordat je een sollicitatiebrief of -mail schrijft, bestudeer je de vacatureomschrijving. Deze bevat informatie over de functie-eisen: de capaciteiten, opleiding en vaardigheden waarover je moet beschikken voor de baan. Daarna ga je voor jezelf na of je aan de functie-eisen voldoet.

T2

T1 I T2

In dit geval ben je enthousiast geworden voor een mooie stageplek. Deze plek past ook uitstekend bij je studie, waarin organisatie en communicatie belangrijk zijn. 1 Lees de vacatureomschrijving voor projectassistent Dag van de Literatuur. 2 Bekijk de functie-eisen die in de vacature worden gesteld. Bedenk zo veel mogelijk redenen waarom jij geschikt bent voor de functie. Noteer deze overzichtelijk onder elkaar. Denk aan een passende studie, je ervaring, je vaardigheden. Onderbouw je redenen met voorbeelden. 3 Je wilt solliciteren naar deze stageplek. Welke schrijfdoelen heb je? 4 Schrijf de inhoud van de sollicitatiebrief of -mail met aanhef en slotgroet. 5 Wissel je brief of e-mail uit met een medeleerling. Beoordeel de sollicitatie aan de hand van de rubrics Schrijven (pagina 439-442). Let hierbij op: – Inhoud nummer 4 en 5 – Structuur nummer 7, 10, 11, 12 – Publiekgerichtheid nummer 15 – Woordenschat nummer 16 – Taalverzorging nummer 17 t/m 20 6 Geef elkaar tips voor verbetering.

VACATURE STAGEVACATURE PROJECTASSISTENT DAG VAN DE LITERATUUR Passionate Bulkboek richt zich op activiteiten voor jongeren op het gebied van cultuur, kunst, lezen en literatuur. Er wordt door een enthousiast, klein en jong team onder leiding van een projectleider samen met projectmedewerkers en een aantal stagiairs gewerkt aan literaire evenementen, zoals de Jonge Jury, De Inktaap, de Dag van de Literatuur in de Doelen te Rotterdam, Geen Daden Maar Woorden Festival en de schrijfwedstrijd Write Now! Kijk voor meer informatie en alle projecten op www.passionatebulkboek.nl.

Dag van de Literatuur In maart organiseert Passionate Bulkboek de Dag van de Literatuur voor scholieren van de tweede fase van het voortgezet onderwijs. In een non-stopprogramma zal een dertigtal auteurs uit Nederland en Vlaanderen aanwezig zijn en zichzelf en hun werk in de vorm van lezingen, interviews en talkshows aan de 5.000 jonge bezoekers presenteren. Er is cabaret, muziek en er zijn theatervoorstellingen en films gebaseerd op de Nederlandstalige literatuur.

Per november zoeken wij: Een enthousiaste stagiair die het team van de Dag van de Literatuur komt versterken. Je draait mee als projectassistent binnen Passionate Bulkboek en bent medeverantwoordelijk voor de productie van onze projecten. Je ondersteunt de projectmedewerker o.a. in het leggen en onderhouden van contacten op uitvoeringsniveau, zoals met deelnemers, schrijvers, technici, en artiesten en je werkt mee aan de werving van deelnemers, zoals op scholen.

31

Boek 1.indb 31

9/03/18 14:36


Schrijven

1

Periode: november t/m maart (periode en startdatum in overleg) Tijd: 32 uur per week Stagevergoeding: € 150,- per maand Taken: • Mede programmeren randprogrammering • Contact onderhouden artiesten randprogrammering • Input programmaboekje en website • Voorbereiden van informatiemateriaal t.b.v. presentatoren • Algemene assistentie; input workshops, talkshows, gangenprogramma en stripmarkt • Begeleiden leerlingen die deelnemen aan verslaglegging • Assistentie bij alle projecten Passionate Bulkboek • De stage mondt uit in de coördinatie van een van de onderdelen tijdens het festival • Administratieve taken ter ondersteuning van het kantoor Functie-eisen: uitstekende beheersing Nederlandse taal, zelfstandig werkend, initiatiefrijk, stressbestendig, organisatorisch vermogen, doortastendheid en goede contactuele eigenschappen. Heb je interesse in deze stage, die goed aansluit op studies met betrekking tot culturele vorming, literatuur en/of eventmanagement, stuur dan een motivatiebrief met je cv naar: Anouk Prins. Voor eventuele vragen kun je bellen naar 010 – 276 26 26. Sollicitaties zonder inhoudelijke motivatie worden niet in behandeling genomen.

Opdracht 4

Curriculum vitae

[20]

Bij de sollicitatiebrief of -mail van opdracht 3 hoort een curriculum vitae, ook wel cv genoemd. T2 1 Maak je eigen curriculum vitae. Je gebruikt hiervoor je eigen gegevens en de volgende: – Je volgt een studie waarbij organisatie en communicatie belangrijk zijn. – Als je geen relevante werkervaring hebt, gebruik je de volgende gegevens: • Je hebt vrijwilligerswerk gedaan bij het Rode Kruis. Je coach bij dit werk was David Zorgdrager. Zijn telefoonnummer is: 06-28644706. • Je helpt met het organiseren van wedstrijden voor je tennisvereniging. Voor deze vereniging houd je de website bij. 2 Vergelijk je curriculum vitae met dat van enkele medeleerlingen. Geef elkaar tips om het te verbeteren. 3 Sla je cv op en bewaar het voor de gelegenheid dat je gaat solliciteren naar een stageplek of baan. Vervang eventueel verzonnen werkervaring door echte werkervaring.

Plusopdracht 5

Zakelijke e-mail afstemmen op ontvanger

[14, 16, 22]

Niet elke sollicitant kan worden geplaatst als stagiair bij Passionate Bulkboek. De projectleider Anouk Prins moest verschillende mensen afwijzen. I 1 Schrijf namens Anouk Prins een zakelijke e-mail waarin je op een diplomatieke manier aangeeft dat de sollicitant niet in aanmerking komt voor de stageplek. Verzin zelf een naam voor de sollicitant. T2 2 Bedenk een reden waarom de sollicitant wordt afgewezen. 3 Sluit de e-mail af met een positieve opmerking voor de sollicitant. 4 Controleer de brief met behulp van de theorie in [22]. 5 Wissel je tekst uit met een medeleerling. Beoordeel elkaars werk met behulp van de rubrics Schrijven. Zijn de inhoud en de toon van de e-mail goed afgestemd op de ontvanger? Let bij de beoordeling op: – Inhoud nummer: 3 – Structuur nummer: 7, 10 t/m 13 – Publiekgerichtheid nummer: 15 – Woordenschat nummer: 16 – Taalverzorging nummer: 17 t/m 20

32

Boek 1.indb 32

9/03/18 14:36


1

Schrijven

6 Noteer voor elkaar de nummers van de rubrics die goed gaan. Geef ook de nummers aan waarbij je medeleerling nog vorderingen kan maken.

Plusopdracht 6

Profiel voor LinkedIn maken

[20]

Veel mensen maken op internet een profiel van zichzelf, zodat een eventuele werkgever snel een overzicht heeft van iemands werkervaring en bekwaamheden. 1 Vraag aan iemand die een account heeft op LinkedIn of je zijn/haar profiel mag bekijken. I 2 Het profiel bestaat uit informatievelden die je moet invullen: foto, functie, ervaring, opleiding, vaardigheden. Maak voor jezelf zo’n profiel waaraan je zakelijke relaties kunt koppelen.

Naam Functie/status: Samenvatting van werk-/stage-ervaringen en interesses:

360 connections

Ervaring: Opleiding:

VIEW PROFILE AS

Vaardigheden:

T2 3 Welke verschillen merk je op tussen deze gegevens en die van je cv? 4 Bij startopdracht 1, vraag 9, heb je een voordeel genoemd van een digitaal sociaal netwerk voor werknemers. Noteer nog twee voordelen voor professionals. 5 Welke nadelen zijn er volgens jou aan een zakelijk, digitaal, sociaal netwerk? 6 Wanneer zou je voor jezelf zo’n profiel aanmaken? 7 Vergelijk je profiel met dat van een medeleerling. Zijn er verbeterpunten aan te wijzen?

Plusopdracht 7

Portfolio maken

Als je uitgenodigd wordt voor een sollicitatiegesprek, kun je een digitaal portfolio tonen, een uitgewerkt LinkedInprofiel. Op sommige scholen maak je er een gedurende je schoolloopbaan. Je kunt het ook zelf doen, zodat je bij sollicitaties naar een stageplek of bij een toelatingsgesprek voor een vervolgopleiding een document hebt opgebouwd. I 1 Noteer bij de volgende punten een waardering voor jezelf en noteer twee situaties waarin je de

vaardigheid hebt toegepast. a presenteren/overtuigen b schrijven c rekenen d plannen e samenwerken f zelfstandig werken g oplossen van problemen h ‘outside the box’-denken i omgaan met tegenslagen 2 In een portfolio bewaar je bewijsmateriaal, bijvoorbeeld een filmpje van een presentatie, het verslag van je maatschappelijke stage of je profielwerkstuk. Welk bewijsmateriaal heb jij bij de bovenstaande punten? Noteer deze. 3 Een portfolio is handig bij een sollicitatie. Bedenk en noteer nog een voordeel ervan voor jezelf.

33

Boek 1.indb 33

9/03/18 14:36


Schrijven Plusopdracht 8

1 Alternatief solliciteren

[19]

Soms heeft een bedrijf behoefte aan nieuwe visies op een bestaande werkwijze. Die visies kunnen gegeven worden door nieuwe medewerkers. De Rabobank startte enkele jaren geleden een campagne om ‘dwarsdenkers’ en ‘friskijkers’ aan te trekken. T2

T1 2 3

4

T2 5

6 T1 T2 7

1 Lees tekst 1 van de module Lezen, Zo kom je op nieuwe, briljante ideeën (pagina 13-15). In deze tekst gaat het ook over ‘dwars’ denken. Geef op grond van de tekst een definitie van de term. Gebruik maximaal 30 woorden. Zoek op internet naar de betekenis van dwarsdenker en friskijker. Gaat het om een functie? Gebruik in je antwoord niet meer dan 25 woorden. Lees eerst tekst 7, Dwarsdenkers en friskijkers. Kijk en luister daarna naar fragment 1 Fris en dwars. Waarom heeft de Rabobank dwarsdenkers en friskijkers nodig? De kandidaten voor de vacatures bij de Rabobank schreven geen sollicitatiebrief, maar zij werden uitgenodigd hun ideeën te geven over actuele, maatschappelijke thema’s. Een van die thema’s was duurzaamheid. Stel dat jij wilt reageren als dwarsdenker of friskijker. Welk idee over duurzaamheid en de Rabobank zou jij uitwerken in het schetsboek? ‘De rol van de bank verandert, omdat de Nederlandse samenleving verandert. Wat betekent dat voor de rol van de bank? Hoe kan een bank bijvoorbeeld bijdragen aan de ontwikkeling van onderwerpen als urban farming? Welke nieuwe producten of diensten zou een bank kunnen ontwikkelen?’ Bron: www.genemuidenactueel.nl. Welke andere ideeën zou jij als dwarsdenker aan de bank willen voorleggen? Noteer nog twee onderwerpen en beschrijf de uitwerking ervan. Gebruik hiervoor ongeveer 70 woorden. Volgens tekst 7, Dwarsdenkers en friskijkers, verliepen de sollicitatiegesprekken bij de Rabobank anders dan men normaal was gewend. a Hoe verliepen de sollicitatiegesprekken? b Hoe verliep het vervolg van het sollicitatiegesprek? c Welke twee taalvaardigheden waren belangrijk voor de sollicitanten? d Bedenk en noteer een voordeel en een nadeel van deze aanpak van een sollicitatieronde. Beschouw je jezelf als een dwarsdenker of friskijker? Leg uit waarom wel of niet. Gebruik minimaal 50 woorden.

TEKST 7

Dwarsdenkers en friskijkers

‘Dwarsdenkers en friskijkers’. Dat is wat de Rabobank IJssel-delta zocht als trainees*. Met een bijzondere campagne werden ze gevonden. Contentmarketingbureau The Post werd benaderd voor de campagne dwarsdenkers en friskijkers. Rabobank IJsseldelta is – net als veel andere banken – bezig met de toekomst. Maar wie bepaalt de toekomst eigenlijk? Niet de bank. Het zijn de trends en ontwikkelingen in de markt en de maatschappij die richting geven. En daarvoor heeft Rabobank IJsseldelta dwarsdenkers en friskijkers nodig die de gevestigde orde wakker durven te schudden. Die met de bank de uitdaging aangaan om met die veranderingen mee te blijven gaan, nu en later.

Transitie naar duurzamer samenleving In totaal zocht de bank naar vijf kandidaten die een veelzijdig tweejarig traject kregen aangeboden. De bank zocht dwarsdenkers en friskijkers. Een term die hoogleraar Transitiekunde Jan

34

Boek 1.indb 34

9/03/18 14:36


1

Schrijven

Rotmans introduceerde. Rotmans is een voorloper in het denken over de transitie naar een duurzamer samenleving. Niet alleen op het gebied van milieu. Het gaat om duurzaamheid op zowel ecologisch, als economisch en sociaal vlak.

Boekje En dwarsdenkers en friskijkers, die vraag je natuurlijk niet om een gewone sollicitatiebrief te schrijven. Zó vorige eeuw. De oproep aan de talenten was daarom: ‘Laat zien wie jij bent en wat jouw drijfveren zijn.’ Bijvoorbeeld aan de hand van vier actuele maatschappelijke thema’s die omschreven stonden op de speciaal ingerichte campagnesite. Om ze een handje te helpen, ontwikkelde The Post een schetsboekje dat zij voor hun ideeën konden gebruiken. Het resultaat? ‘Zo’n 40 reacties van wie twee derde het schetsboekje benut had. De een nog creatiever dan de ander. Anderen stuurden Rabobank IJsseldelta uitgebreide online presentaties of kort maar krachtige mailings toe.’ Niet het aantal reacties bepaalde echter het succes van de campagne, stelt The Post, maar ‘juist die bijzondere, opvallende reacties.’

Tweejarig contract Met de wervingscampagne van The Post zocht Rabobank IJsseldelta 5 ‘dwarsdenkers en friskijkers’, die een traineecontract van 2 jaar kregen aangeboden. ‘Zo zullen ze meewerken in de bankhal, snuffelstages volgen en deelnemen aan projecten, waarbij ze hun inzichten en frisse ideeën binnen en buiten de organisatie zullen presenteren.’

Boegbeeld In de campagne was ook ruimte ingeruimd voor Trudy Huisman, directievoorzitter van de lokale bank, ‘als boegbeeld van de afzender van deze campagne. Zo laat de directie van Rabobank IJsseldelta duidelijk zien dat de bank serieus met de toekomst omgaat. En dat zij gelooft dat vernieuwing van organisaties een samenspel is tussen buiten en binnen.’

Je eigen sollicitatiegesprek Niet alleen de wervingscampagne van de bank was anders dan anders; dat gold ook voor het selectieproces. ‘De kandidaten gingen namelijk in het sollicitatieproces zélf hun ‘concurrenten’ interviewen. Uit het aanbod werden 25 kandidaten uitgenodigd om kennis te maken. Zij voerden in een groepsgesprek een sollicitatiegesprek met andere kandidaten. Door de kandidaten deze rol te geven, werd snel duidelijk wat hun drijfveren zijn. Daarmee was de sollicitatie die ze afnamen eigenlijk hun eigen sollicitatie.’

10 vervolggesprekken Uiteindelijk wisten 10 kandidaten de medewerkers van Rabobank IJsseldelta nieuwsgierig te maken en mochten voor een vervolggesprek komen, waarin ze individueel een pitch moesten voorbereiden. ‘De een legde daarin de nadruk op de missie van de bank, een ander pitchte zijn visie op de voedselketen.’ Wat de uiteindelijk vijf geselecteerde talenten gemeen hebben? ‘Wat opvalt is hun positief-kritische grondhouding’, aldus hr-adviseur Barbara Post. ‘Ze kunnen snel kennis en vaardigheden opdoen, zitten niet competitief in het proces, luisteren en zien elkaar. Ze hebben geen van allen een financieel-economische achtergrond, en dat geeft juist die frisse, dwarse blik die we nodig hebben.’ * trainee: iemand die in opleiding is bij een bedrijf, betaalde stagiair. Bron: www.werf-en.nl.

35

Boek 1.indb 35

9/03/18 14:36


Schrijven

Eindopdracht 9

1 Weten

In deze opdracht controleer je je kennis van de theorie in deze module. T1 Bepaal of de volgende uitspraken juist of onjuist zijn. Geef uitleg bij de uitspraken die onjuist zijn. 1 B ij een sollicitatiebrief verwerk je de reden van een sollicitatie volgens de vaste opbouw in de inleiding. 2 Het belangrijkste schrijfdoel van een motivatiebrief is activeren. 3 In een sollicitatiebrief of -mail vermijd je de functie-eisen waaraan jij niet kunt voldoen. 4 In een sollicitatiebrief of -mail gebruik je geen standaardzinnen. 5 In het slot van een sollicitatiebrief of -mail vermeld je dat je ervan uitgaat dat je wordt uitgenodigd voor een gesprek. 6 In je curriculum vitae moet je na je persoonlijke gegevens en je opleidingen je werkervaring opnemen. 7 Naar het curriculum vitae verwijs je op twee plaatsen in de sollicitatiebrief: in de laatste alinea en onderaan in de verwijzing naar de bijlage. 8 In een motivatiebrief of sollicitatiebrief die je verstuurt per e-mail, plaats je je eigen naam en adres onder aan de brief. 9 In een motivatiebrief noem je vooral feiten, in een sollicitatiebrief vooral hoe je werkervaringen hebt beleefd. 10 Bij de controle van je motivatiebrief of sollicitatiebrief let je meer op de inhoud dan op de publiekgerichtheid.

Eindopdracht 10

Kunnen

Toets

In deze opdracht pas je de vaardigheden toe die je hebt geleerd in deze module.

Keuze A: Motivatiebrief of -mail schrijven Omschrijving van de opdracht soort: motivatiebrief of -mail structuur: Amerikaans briefmodel; opbouw e-mail publiek: decaan van jouw school schrijfdoel: betogen en activeren omvang: maximaal 350 woorden bron: informatie over een opleiding

Aanwijzingen In de bovenbouw van het vwo bestaat de mogelijkheid om parttime te gaan studeren aan de universiteit, het zogenaamde pre-university college. Er kan echter maar een beperkt aantal leerlingen deelnemen van jouw school. Bij je decaan moet je een motivatiebrief inleveren om hiervoor in aanmerking te komen. 1 Zoek op internet naar informatie over de mogelijkheid om te gaan studeren bij een universiteit bij jou in de buurt. Bewaar deze bron(nen). 2 Noteer waarom je jezelf geschikt acht voor het pre-university college. 3 Geef aan welke vakken je zou willen volgen. 4 Welke van jouw karaktereigenschappen kunnen leiden tot het succesvol afronden van deze colleges? 5 Heeft je keuze te maken met de studie die je wilt gaan volgen of het beroep dat je wilt gaan uitoefenen?

36

Boek 1.indb 36

9/03/18 14:36


1 6

Schrijven

Schrijf de motivatiebrief of -mail. Deze moet voldoen aan de volgende punten: 1 De keuze van de vakken waarin je colleges wilt volgen, past bij jouw profiel. 2 De brief bevat jouw argumenten om deze colleges te willen volgen. 3 Je bent ervan overtuigd dat het je gaat lukken.

Beoordelingscriteria De brief/mail wordt beoordeeld met het Beoordelingsformulier Zakelijke brief of e-mail.

T2 I

Resultaat • de gevonden informatie over pre-university college • de netversie van je motivatiebrief of -mail

Keuze B: Sollicitatiebrief of -mail met curriculum vitae Omschrijving van de opdracht soort: sollicitatiebrief of -mail met curriculum vitae structuur: Amerikaans briefmodel; opbouw e-mail publiek: leidinggevende van een maatschappelijke organisatie schrijfdoel: betogen en activeren omvang: maximaal 350 woorden bron: op internet gevonden vacature van een vrijwilligersbank in de stad waar je wilt gaan studeren

Aanwijzingen Studenten krijgen in sommige studentensteden gratis woonruimte in ruil voor tien uur per week maatschappelijke inzet. Met coaching en begeleiding van een bureau organiseren de studenten activiteiten die uiteenlopen van huiswerkbegeleiding en creatieve clubs voor kinderen tot taalactiviteiten voor volwassenen. De studenten wonen in de wijken waar ze werken. Hierdoor wordt automatisch een brug geslagen naar de andere bewoners. De door jou gevonden vacature voor het vrijwilligerswerk moet voldoen aan de volgende voorwaarden: 1 De functie sluit aan bij jouw interesses en vaardigheden. 2 Het gevraagde opleidingsniveau past min of meer bij dat van jezelf. 3 De aangeboden functie is niet te hoog gegrepen voor iemand die weinig werkervaring heeft. 4 De functie is voor minimaal 10 uur in de week. 5 Het vrijwilligerswerk verrijkt je cv. Beoordelingscriteria De sollicitatiebrief/-mail wordt beoordeeld met het Beoordelingsformulier Zakelijke brief of e-mail.

T2 I

Resultaat • de gevonden informatie over de organisatie of instelling, de vacature • de netversie van je sollicitatiebrief of -mail • je curriculum vitae Je

Je kunt de gevonden informatie ook gebruiken bij opdracht 12 (keuze B) van Spreken, kijken en luisteren in dit blok.

37

Boek 1.indb 37

9/03/18 14:36


Schrijven

Na afloop

1

Hoe ging het?

T2 Heb je de leerdoelen van deze module bereikt? 1 Noteer van elk leerdoel links in één of enkele woorden hoe het ging. 2 Geef van de rubrics rechts aan welk niveau je hebt bereikt. 3 Op welke rubrics wil je jezelf verbeteren om nog duidelijker over te komen bij de ontvanger van een sollicitatie-/motivatiebrief of -mail?

2F

3. Ik kan een curriculum vitae opstellen. 4. Ik kan het schrijfdoel van een brief bepalen en toepassen.

3F

4F

4F

[4] Mijn tekst is goed afgestemd op het schrijfdoel.

1. Ik kan een sollicitatiebrief/-mail schrijven. 2. Ik kan een motivatiebrief/-mail schrijven.

3F

[7] Mijn tekst is correct verdeeld in inleiding, middenstuk en slot.

Hoe

ghing

et?

[12] Mijn tekst is verdeeld in correcte alinea’s. [15] Ik spreek het publiek aan op een passende manier. [16] Mijn woordgebruik is rijk en gevarieerd. [20] De lay-out is afgestemd op het schrijfdoel en het publiek.

5. Ik kan structuur en vorm geven aan een zakelijke brief en e-mail.

6. Ik kan het taalgebruik en de inhoud afstemmen op de situatie en het publiek.

ONLINE VOOR JOU

• Beoordelingsformulier Zakelijke brief of e-mail • Correctiemodel Startopdracht 2 Schrijven • Vacaturetekst DierenPark Amersfoort Fragment 1 Fris en dwars [20] De• lay-out is afgestemd op het schrijfdoel • Extra oefenmateriaal Curriculum vitae • Extra oefenmateriaal Sollicitatiebrief • Extra oefenmateriaal Zakelijke brief,

TOETSEN

• De eindopdracht Kunnen in deze module

en het publiek.

Sollicitatiebrief

38

Boek 1.indb 38

9/03/18 14:36


NEDERLANDS • 3e EDITIE

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Ruud Alers

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; + voorbereiding op het leven na school; + volledig gelabeld volgens RTTI; + zeer complete theorie. + + + + +

tweede fase | 5/6 vwo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Evelien Otte

5/6 vwo

TWEEDE FASE

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

9 789006 627640

WT ONFT Cover 5/6vwo.indd 1

9/03/18 14:59