Page 1

www.examenbundel.nl

examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-42912-1 978-90-06-42936-7 978-90-06-42920-6 978-90-06-42919-0 978-90-06-42911-4 978-90-06-42921-3 978-90-06-42939-8 978-90-06-42949-7 978-90-06-42950-3 978-90-06-42933-6 978-90-06-42932-9 978-90-06-42935-0 978-90-06-42924-4 978-90-06-42922-0

Meer kans van slagen met de Examenbundel! uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

havo

biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof.

Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn

theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk.

Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

Nederlands

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2019

978-90-06-07397-3 978-90-06-07396-6 978-90-06-07398-0

Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006429190_EB_hNed.indd 2-4

M. Reints P. Merkx

Meer kans van slagen met Samengevat!

2018|2019

Engels in de praktijk Duits in de praktijk Frans in de praktijk

2018|2019

havo

samengevat havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v

ÂŽ

De Examenbundel bevat oefenexamens met

examenbundel

havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo

havo Nederlands

Bundels voor al je vakken bestel je op

9 789006 429190

26/04/18 17:07


9789006429190_EB_hNed.indd 8

16/04/18 15:41


ÂŽ

2018|2019

havo

M. Reints P. Merkx

Nederlands

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2019

9789006429190_EB_hNed.indd 1

16/04/18 15:41


colofon Auteurs M. Reints P. Merkx Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 42919 0 Eerste druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006429190_EB_hNed.indd 2

16/04/18 15:41


havo Nederlands

voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het centraal examen voor het vak Nederlands op niveau havo. Je kunt met deze examenbundel je leesvaardigheid oefenen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Ook is er aandacht voor argumentatieve vaardigheden voor zover het analyseren en beoordelen van een betoog betreft. De

examenbundel

bevat de volgende onderdelen:

oriëntatietoets

Je kunt beginnen met een oriëntatietoets. Deze toets geeft je een beeld van je kennis van de examenstof. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een handig studieadvies.

deel 1

Hier vind je een overzicht met theorie. In de eerste paragraaf staat beschreven wat je kunt verwachten op het centraal examen. Ook is er een lijst opgenomen met woorden die veel in examens voorkomen. Dit overzicht wordt gevolgd door oefenopdrachten om te toetsen of de theorie is begrepen, met daarachter de uitwerkingen.

deel 2

In deel 2 vind je twee volledige oefenexamens die speciaal voor deze bundel zijn samengesteld. Op deze oefenexamens volgen steeds de antwoorden met een heldere toelichting.

deel 3

Hierin is het voorbeeldexamen opgenomen van het College voor Examens, plus de examens van 2015, 2016 en 2017. Ook bij deze examens vind je duidelijke uitwerkingen van de antwoorden.

deel 4

Hierin vind je het examen 2018-I zonder uitwerkingen. De antwoorden staan op www.examenbundel.nl.

bijlagen

Achter in deze bundel staan tabellen om je cijfer te bepalen voor de examens in deel 2 en 3. Ook vind je daar een register waarin is aangegeven bij welke paragrafen van deel 1 de verschillende examenvragen horen.

Op www.examenbundel.nl vind je veel gratis oefenexamens die je kunt downloaden. Het centraal examen Nederlands havo 2019 wordt afgenomen op donderdag 16 mei tussen 13.30 en 16.30 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2018

Opmerking De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen in 2019, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteurs en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn. © ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 3

3

16/04/18 15:41


Examenbundel 2018 | 2019

inhoud

3 voorwoord 6 tips bij het maken van het examen Nederlands

oriëntatietoets 9 nagaan wat je nu kunt 11 opgaven

19 deel 1 het centraal examen: theorie met oefenopgaven

21 23 25 26

1 het centraal examen 2 taalgebruik en aantal woorden 3 signaalwoorden en signaalzinnen 4 tekstsoort, schrijfdoel, intentie van de schrijver 28 5 citeren en met eigen woorden 30 6 hoofdgedachte en hoofdvraag 32 7 samenvatten 34 8 functie van tekstgedeelte 38 9 standpunt en argumenten 40 10 argumentatie en argumentatieschema’s 42 11 drogredenen 44 12 aanvaardbaarheid van argumentatie 47 13 veelvoorkomende woorden in de examens 51 oefenopgave A 55 oefenopgave B 60 uitwerkingen

63 deel 2 het centraal examen: 2 oefenexamens met uitwerkingen

65 oefenexamen 1: samengesteld uit examenteksten van 2013-I, 2008-I en 2003-II 77 uitwerkingen

84 oefenexamen 2: samengesteld uit examenteksten van 2014-I, 2010-I en 2005-II 98 uitwerkingen

103 deel 3 het centraal examen: voorbeeldexamen en examens 2015‑I, 2015‑II, 2016‑I, 2016-II, 2017-I en 2017-II met uitwerkingen voorbeeldexamen 105 tekst 1: De misdaadparadox 111 tekst 2: Tevredenen en legen 114 tekst 3: (Vermeende) rampen 117 tekst 4: Biologisch is beter 119 uitwerkingen 2015-I 127 tekst 1: Onderwijs is er niet voor zelfontplooiing 134 tekst 2: Samen sterk 137 tekst 3: Dure eieren 139 tekst 4: Weg met Duck en Mouse? 142 uitwerkingen

4

9789006429190_EB_hNed.indd 4

© ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

ďťż

2015-II 150 tekst 1: De terreur van de like-knop 156 tekst 2: Burn-out 158 tekst 3: Nederland, talenland? 161 tekst 4: Sleutelen aan voedsel 164 uitwerkingen 2016-I 172 tekst 1: Hoe we waarheden vermijden 178 tekst 2: Of een megaseller, of bijna niets 181 tekst 3: Eindelijk gebeurt er iets in het boekenvak 185 tekst 4: Ik eet wat ik wil 188 uitwerkingen

269 deel 4 het centraal examen: examen 2018-I zonder uitwerkingen 271 examen 2018-I

bijlagen cijferbepaling deel 2 en 3 register

2016-II 196 tekst 1: Afgekeurd 202 tekst 2: Eigenzinnig met zijn allen 205 tekst 3: Statiegeld moet 207 tekst 4: Geef hier die fles 210 uitwerkingen 2017-I 218 tekst 1: Tegen het dierensentiment 225 tekst 2: Ga op schoolreis naar het dierproevenlab 228 tekst 3: Kritisch zijn is soms je mond houden 232 tekst 4: Doen en laten 236 uitwerkingen 2017-II 244 tekst 1: Typically Nederlands 251 tekst 2: De wilskrachtige is een gewoontedier 257 tekst 3: Ban de barbecue uit Vondelpark 259 tekst 4: Samen het park opruimen is een beter idee 261 uitwerkingen

Š ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 5

5

16/04/18 15:41


Examenbundel 2018 | 2019

tips bij het maken van het examen Nederlands Oefening -- Bouw leeservaring op. Examenteksten komen vaak uit landelijke kranten en opiniebladen. Als je geregeld krantenartikelen en artikelen in opiniebladen leest, vergroot je niet alleen je tekstinzicht maar ook je woordenschat. -- Maak examens en bestudeer de bijbehorende theorie. Zo raak je vertrouwd met de veelvoorkomende vraagtypen en de omvang van het centraal examen. -- Achter in deze bundel staat een register waarin je examenopgaven kunt opzoeken die aansluiten bij de paragrafen van deel 1. Heb je moeite met een bepaald vraagtype, besteed dan extra aandacht aan de examenopgaven die je via dit register vindt. -- Het centraal examen bestaat uit ongeveer vier teksten met plusminus 40 vragen en duurt drie uur. Soms is er bij een vraag een tekstfragment opgenomen. In anderhalf uur maak je dus zo’n 20 vragen. Het is belangrijk dat je ook oefent met het indelen van je tijd. Voorbereiding -- Vergeet niet een woordenboek mee te nemen naar het examen. -- Neem voldoende pennen en desgewenst een markeerstift mee. -- Zorg ervoor dat je ruim op tijd aanwezig bent, zodat je rustig en geconcentreerd aan het examen kunt beginnen. Uitvoering -- Begin met het rustig lezen van de complete, eerste tekst. Daarbij kun je signaalwoorden en kernzinnen markeren. Omdat je ter voorbereiding al een aantal examens hebt gemaakt, weet je wat voor vragen je ongeveer kunt verwachten. Kijk niet te snel naar de vragen. Vragen over de hoofdgedachte, de tekstsoort of de bedoeling van de schrijver en vragen waarin je teksten met elkaar moet vergelijken, kun je pas beantwoorden als je de hele tekst hebt doorgenomen. -- Kijk daarna pas naar de vragen en zoek per vraag gericht in de tekst. -- Zoek alleen woorden op die je nodig hebt om de vragen te kunnen beantwoorden. Veel woorden opzoeken kan tot gevolg hebben dat je in tijdnood komt. Vaak kun je de betekenis van een woord ook wel uit de context afleiden. -- Maak de vragen altijd in de gegeven volgorde. Veel vragen hangen namelijk met elkaar samen, en vaak kun je een vraag beter beantwoorden als je eerst de voorgaande vragen hebt beantwoord. -- Lees elke vraag rustig en nauwkeurig door. Markeer desgewenst kernwoorden. -- Begin pas met de beantwoording van een vraag als je zeker weet wat echt gevraagd wordt. -- Neem bij open vragen de vraag of een deel van de vraag over voordat je tot het antwoord komt. Door deze werkwijze zet je jezelf op het goede spoor en voorkom je veelal dat jouw antwoord te veel afwijkt van het gevraagde antwoord. Als het antwoord maar een bepaald aantal woorden mag tellen, hoef je alleen het aantal woorden van het eigenlijke antwoord te tellen. Voor de lengte van je antwoord telt de overgenomen vraag of het overgenomen gedeelte van de vraag niet mee. -- Besteed niet te veel tijd aan het tellen van het maximale aantal woorden dat je in het antwoord mag gebruiken. Vaak kun je het aantal gebruikte woorden wel inschatten. En: het gegeven aantal woorden is in de regel ruim bemeten. Maar als je twijfelt aan de lengte van je antwoord, tel dan zorgvuldig. Want als je antwoord maximaal 20 woorden mag tellen en je hebt er 24 gebruikt, dan tellen alleen de eerste 20 woorden als antwoord. -- Sla op je antwoordblad tussen de antwoorden steeds minstens een regel over. Je kunt dan later gemakkelijker iets toevoegen of verbeteren. 6

9789006429190_EB_hNed.indd 6

© ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

ďťż

-- Blijf niet te lang bezig met een opgave waarbij je echt vast komt te zitten. Houd er wel rekening mee dat een goed antwoord op een open vraag meestal meer punten oplevert dan de juiste optie bij een meerkeuzevraag. -- Geef op het blad met de examenopgaven aan welke vraag je nog niet helemaal hebt beantwoord. Je kunt die vraag dan later snel terugvinden om deze af te maken. -- Probeer alle vragen te beantwoorden, ook als je niet zeker bent van het antwoord. Vaak levert een gedeeltelijk goed antwoord op een open vraag toch nog een punt op en bij een meerkeuzevraag maak je in ieder geval kans dat je antwoord toch goed is. Controle -- Ga na of je alle meerkeuzevragen en open vragen hebt beantwoord. -- Leg de vragen nog even naast je antwoorden. Let vooral op die vragen waarin naar een aantal onderdelen (voorbeelden, ontwikkelingen) wordt gevraagd. Controleer of je antwoorden volledig zijn. -- Besteed ook extra aandacht aan de open vragen die je in volledige zinnen moet beantwoorden. Door die te verbeteren of aan te vullen kun je nog aardig wat extra punten verzamelen. -- Controleer je antwoorden op spelling, woordkeus en zinsbouw.

Š ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 7

7

16/04/18 15:41


9789006429190_EB_hNed.indd 8

16/04/18 15:41


oriëntatietoets nagaan wat je nu kunt Examenopgaven hebben een hoge moeilijkheidsgraad doordat in een opgave vaak verschillende onderdelen van de examenstof aan de orde komen. Deze toets - geeft je een beeld van je kennis van de examenstof; - bestaat uit (aangepaste) examenvragen. Wanneer je de scores invoert op www.examenbundel.nl bij het onderdeel Antwoorden oriëntatietoets voor havo Nederlands, krijg je te zien met welke hoofdstukken uit de examenbundel je in ieder geval nog zou moeten oefenen. Na extra oefenen (in deel 1 van deze bundel) ben je klaar om aan de complete examens te beginnen (in deel 2, 3 en 4).

9

9789006429190_EB_hNed.indd 9

16/04/18 15:41


9789006429190_EB_hNed.indd 10

16/04/18 15:41


havo Nederlands

oriëntatietoets

oriëntatietoets Tekst 1 1 tekst

Hij is jong en hij leest (niet)

5

10

15

20

25

30

35

40

(1) Ooit was hij een steunpilaar van de krant: de Jonge Lezer. Inmiddels laat hij het in groten getale afweten. Nieuws haalt hij ergens anders vandaan. Hij is liever online of hangt voor de tv. Waarom leest hij niet en als hij leest, wat leest hij dan? En is hij werkelijk zo onverschillig als iedereen altijd zegt? Er is een crisis rond de Jonge Lezer. Sinds het jaar 2000 nam het aantal abonnementen onder jongeren schrikbarend snel af; ontlezing is een van de oorzaken van de crisis bij dagbladen. Wat is het probleem? Waarom haakt de Jonge Lezer af? (2) De term ‘Jonge Lezer’ veronderstelt twee dingen. Allereerst dat de persoon daadwerkelijk leest. Daarmee valt meteen een deel van de potentiële doelgroep af, want er zijn enorm veel jongeren die niets lezen: geen kranten, geen tijdschriften, geen boeken. Ten tweede dat de persoon jong is. Maar wat is jong? Zijn dat scholieren, studenten of de huidige dertigers? (3) Het gemakkelijkst is om de Jonge Lezer te zien als iemand die volwassen is geworden in een tijd waarin kranten niet meer de primaire bron van informatie zijn: de tijd van de nieuwe media. De Jonge Lezer zou dan rond de dertig zijn. Irene Costera Meijer, hoogleraar journalistiek aan de Vrije Universiteit, deed veel onderzoek naar deze groep en adviseerde daarover onder meer het NOSJournaal. Zij zegt: “Een Nederlander onder de 35 besteedt per dag gemiddeld een halve minuut aan een opinieblad en 11,7 minuten aan een dagblad. Aan tv besteedt hij 31,9 minuten per dag en aan internet 8,9 minuten. De afname van de tijd die

45

50

55

60

65

70

75

80

85

© ThiemeMeulenhoff HA-1001-a-10-2-b

9789006429190_EB_hNed.indd 11

besteed wordt aan kranten en tijdschriften, is al dertig jaar aan de gang, maar gaat steeds sneller.” (4) Waarom leest de Jonge Lezer niet meer? Dat is de hamvraag. Eén antwoord ligt voor de hand: meer dan ooit zijn er andere dingen te doen. Er verschijnen meer films, tv-kanalen en computergames, internet is overal toegankelijk, het sociale leven van jongeren wordt steeds drukker. Waarom dan nog romans en tijdschriften lezen? En misschien, zo wordt vaak gesuggereerd, is de Jonge Lezer steeds minder geïnteresseerd in de buitenwereld die kranten, bladen en boeken binnenbrengen. Volgens marktonderzoek van onderzoeksbureau Motivaction (2008) is Nederland zich over de volle breedte van de bevolking minder betrokken gaan voelen bij milieuvraagstukken, politiek en maatschappij. Dit geldt in steeds sterkere mate voor de jongeren. (5) Costera Meijer: “Het wordt algemeen verondersteld dat tot je 25ste het nieuws er niet toe doet en misschien speelt dat voor Nederland in het bijzonder. De jongeren in Nederland behoren, volgens verschillende onderzoeken, tot de gelukkigste jongeren ter wereld. Ze voelen zich niet aangesproken door de permanent kritische toonzetting die de meeste kranten en tijdschriften hanteren. Kranten lezen is een ritme, een gewoonte, die de jongste generaties niet ontwikkelen of willen ontwikkelen.” (6) De jongvolwassene van vandaag zat tien jaar terug op de middelbare school. Dat was niet de ideale tijd voor de Jonge Lezer. Ik kan het weten, ik was erbij. In 1999 werd landelijk de ‘tweede fase’ ingevoerd, ook bekend 11

2

lees verder ►►►

16/04/18 15:41


oriëntatietoets

90

95

100

105

110

115

120

125

130

135

Examenbundel 2018 | 2019

als het ‘studiehuis’. De leerling werd geacht meer zelfstandig te werken, waardoor het leerproces niet langer alleen in handen was van de docent. Wat de scholier van die tijd extra apathisch tegenover lezen maakte, was dat de opkomst van internet als massamedium zich vrijwel gelijktijdig voltrok met de invoering van het studiehuis. Dat maakte het studiehuis, dat deels uitging van het zelf vergaren van kennis voor verslagen en werkstukken, extra kwetsbaar. Het daadwerkelijk lezen in studieboeken op school nam af; onderwijs in mediavaardigheden nam toe. Bij de Jonge Lezer is lezen nooit vanzelfsprekend geworden vanuit school. (7) Volgens Hans Nijenhuis ligt het niet alleen aan de Jonge Lezer dat die zich niet aangesproken voelt door kranten, het ligt ook aan de kranten zelf. Nijenhuis (1962) was redactiechef bij ‘nrc.next’, de krant die op de Jonge Lezer mikt. Er is sprake van een Nieuwe Lezer die ook veertig jaar oud kan zijn. Nijenhuis: “Vroeger kwam een man van dertig om half zes uit zijn werk, dan gaf zijn vrouw hem een biertje en zijn krant. Om kwart over zes ging hij eten – zijn vrouw kookte uiteraard. Om zeven uur bracht hij zijn kinderen naar bed en om half negen kon hij weer verder lezen in zijn krant. De dertiger van nu haalt om half zes zijn kinderen uit de crèche en begint met koken – want zijn vrouw heeft een minstens zo belangrijke baan als hij. Nadat hij zijn kinderen naar bed heeft gebracht en het Journaal heeft gekeken, kan hij, om half negen, voor het eerst aan zijn krant denken. Dat maakt een groot verschil.” (8) Volgens huisfilosoof van ‘nrc.next’, Rob Wijnberg, is de jongere van tegenwoordig afkerig van het nieuws, omdat hij de deskundigheid van de journalistiek wantrouwt. Wijnberg schrijft over de apathie van de jonge

HA-1001-a-10-2-b

12

9789006429190_EB_hNed.indd 12

140

145

150

155

160

165

170

175

180

185

3

generatie in ‘Boeiuh! Het stille protest van de jeugd’ (2007). Wijnberg is zelf een Jonge Lezer (1982) en hij probeert de schijnbare onverschilligheid van zijn leeftijdgenoten te duiden. “De hoofdschuldige aan de apathie is de informatieoverload, waar wij dag in dag uit mee te kampen hebben. Veel meer dan ouderen worden jongeren overspoeld met nieuws, zozeer dat het noodzakelijk wordt om een muur op te trekken om zo bewust niet te worden meegesleurd in de draaikolk van tragiek die iedere nieuwe gebeurtenis met zich meebrengt. (...) Het is apathie uit zelfbescherming.” Bovendien is die overload zo gevormd dat deze desinteresse in de hand werkt. Wijnberg meent dat zijn generatie wordt bestookt met kant-en-klare opinievorming. Elk nieuwsfeit wordt gepresenteerd met tien hapklare meningen in de vorm van columns, analyses, praatprogramma’s en achtergronden. Dat zorgt voor passiviteit: je hoeft er niet meer over na te denken. (9) Wijnbergs analyse is plausibel en maar al te herkenbaar. Er wordt zo veel nieuws op je afgevuurd dat je er vanzelf onverschillig van wordt. Maar is die Jonge Lezer echt zo apathisch als Wijnberg veronderstelt? Een goede graadmeter voor het antwoord op die vraag is wat er in de boekenkast van de Jonge Lezer staat. Veel Nederlandse en buitenlandse fictie, zo blijkt. Hoe zit het dan met die apathie? Het tegendeel is waar: ook non-fictie wordt veel gelezen. Dat laatste is veelzeggend. Neem het boek ‘Het zijn net mensen’ (2006) van Joris Luyendijk, over de wijze waarop media omgaan met het conflict in het Midden-Oosten. De populariteit van dat boek is deels te verklaren vanuit de goede blik van de Jonge Lezer op de media. Hij weet hoe die werken en realiseert zich dat de waarheid die de journalistiek vertelt, relatief is. De Jonge Lezer is niet zo

lees verder ►►►

© ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

190

195

200

205

210

215

oriëntatietoets

apathisch als het lijkt; hij zet zijn belangstelling alleen niet om in dingen die gemakkelijk te meten zijn, zoals lidmaatschappen van politieke partijen, deelnames aan demonstraties of krantenabonnementen. Nog steeds heeft Nederland een ongekend hoge (jongeren)opkomst bij verkiezingen en, om Wijnberg nog eens tegengas te geven, die worden onderling volop besproken. (10) De Nieuwe Lezer heeft aanzienlijk meer belangstelling dan hij tijd heeft. Dat is frustrerend. De truc is je als journalist voor te bereiden op wat hij te weten gaat komen. Dus geef bij een belangrijke speech van Obama de lezer een kijkwijzer met acht dingen waarop hij moet letten. Voor de Jonge Lezer is de krant zo een verlengstuk van alle andere media waar hij kennis van neemt. Constant zoekt de krant andere vormen om de lezer te prikkelen. Hoe leg je de kredietcrisis uit? Niet in een groot achtergrondverhaal, maar door columnist Aaf Brandt Corstius te laten msn’en met een economieredacteur en dat msngesprek woordelijk te plaatsen. “Dat was een enorme hit,” zegt Nijenhuis. “En hooguit twee uur werk.” (11) De ironie is natuurlijk dat de Jonge Lezer meer leest dan ooit; hij

220

225

230

235

240

245

250

betaalt er alleen niet voor. Hij leest op internet, in gratis dagbladen, op flatscreens in stations en warenhuizen die de headlines continu projecteren. Hij leest zelfs zo veel en krijgt zo veel prikkels binnen dat hij een ander kader zoekt om het te verwerken. In plaats van dat kranten dat kader zijn, ziet de Jonge Lezer de geschreven media nog eens als een extra prikkel. Hoogleraar journalistiek Costera Meijer: “Te veel kranten stellen zichzelf de vraag hoe ze meer jongeren kunnen bereiken, maar dat is onzinnig. Vraag jezelf af hoe je meer voor jongeren kunt betekenen. Zorg ervoor dat je iets maakt wat niet aanvoelt als huiswerk, maar iets wat de Jonge Lezer helpt.” De gemiddelde Jonge Lezer die 11,9 minuten per dag de krant leest, voelt heel goed aan wat de toon is van journalisten en of die toon bij hem past. Jongeren hebben ideologie verruild voor identiteit. Ze lezen een blad, krant of roman, omdat ze denken dat die bij hen past. Ze kopen bewust ‘nrc.next’ en niet ‘NRC Handelsblad’. Nog iets wat uit verschillende onderzoeken blijkt: jongeren worden steeds intelligenter. Dit is de generatie van Joris Luyendijk-lezers; ze hebben de media heel goed door. De media hen alleen nog niet.

naar: Joost de Vries uit: De Groene Amsterdammer

‘Bij de Jonge Lezer is lezen nooit vanzelfsprekend geworden vanuit school.’ (regels 104-106) 1 Op welk type redenering is, gelet op alinea 6, deze conclusie gebaseerd? Er wordt geredeneerd op basis van A middel en doel. B oorzaak en gevolg. C vergelijking. D voorbeelden.

HA-1001-a-10-2-b

© ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 13

4

lees verder ►►► 13

16/04/18 15:41


oriëntatietoets

Examenbundel 2018 | 2019

In alinea 8 gaat Wijnberg in op de door hem veronderstelde apathie van de Jonge Lezer. 2 Op welk type argumentatie zijn zijn beweringen gebaseerd? argumentatie op basis van A feiten B gezag C wetenschap Volgens Wijnberg is de jongere van tegenwoordig afkerig van het nieuws, omdat hij de deskundigheid van de journalistiek wantrouwt. 3 Ondersteunt Wijnberg deze uitspraak met argumenten? A Ja, in alinea 8. B Ja, in alinea 9. C Nee, er is geen ondersteuning voor die uitspraak. 4 Welk bezwaar zou je, gelet op de inhoud van alinea 9, kunnen maken tegen de redenering omtrent het leesgedrag van jongeren in alinea 5? A Er wordt een voorbarige conclusie getrokken. B Er is sprake van een persoonlijke aanval. C Er is sprake van een onjuiste vergelijking. D Oorzaak en gevolg worden door elkaar gehaald. ‘In plaats van dat kranten dat kader zijn, ziet de Jonge Lezer de geschreven media nog eens als een extra prikkel.’ (regels 226-229) 5 Welke van de onderstaande beweringen komt inhoudelijk het meest overeen met dit citaat? A De gemiddelde Jonge Lezer van nu leest minder de krant, maar haalt elders zijn informatie vandaan. B De Jonge Lezer van nu haalt zijn informatie uit vele bronnen, en dag- en opiniebladen horen daar ook toe. C De Jonge Lezer van nu leest veel meer vanuit zijn eigen identiteit allerlei kranten en heeft een brede visie. D De Jonge Lezer van vroeger las behoorlijk veel, terwijl de Jonge Lezer van nu minder maar wel selectiever leest. De tekst Hij is jong en hij leest (niet) is te verdelen in 4 delen. Deze achtereenvolgende delen kunnen van de volgende kopjes worden voorzien: 1 De Jonge Lezer – een probleem 2 Profielschets van de Jonge Lezer 3 Vaak geopperde verklaringen voor de ontlezing 4 De ontlezing weerlegd 6 Bij welke alinea begint deel 3? 7 Bij welke alinea begint deel 4? 8 Wat is de hoofdgedachte van de tekst Hij is jong en hij leest (niet)? A De Jonge Lezer van tegenwoordig wantrouwt de deskundigheid van de journalistiek, wat leidt tot minder abonnementen en afkerigheid van het nieuws. B Doordat jonge ouders nu vaker allebei een veeleisende baan hebben, is er steeds minder tijd beschikbaar gekomen om kranten en opiniebladen te lezen. C Het is zorgwekkend dat ook uit onderzoek blijkt dat jongeren al langere tijd steeds minder tijd besteden aan het lezen van dag- en opiniebladen. D Jongeren lezen niet minder, maar de dag- en opiniebladen hebben in het overaanbod van informatie een geheel andere plek en functie gekregen.

14

9789006429190_EB_hNed.indd 14

© ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

oriĂŤntatietoets

Argumenten kunnen worden onderscheiden in onder andere argumenten die gebaseerd zijn op: 1 controleerbare feiten 2 onderzoeksbevindingen 3 vermoedens 4 persoonlijke waardeoordelen 9 Welke van deze soorten argumenten tref je aan in de tekst Hij is jong en hij leest (niet)? A alleen 1, 2 en 3 B alleen 1, 3 en 4 C alleen 2, 3 en 4 D 1, 2, 3 en 4

10 Wat is de functie van alinea 11 gezien het voorafgaande? Kies uit: aanbeveling, bewijs, constatering, gevolg, samenvatting, tegenwerping, toepassing.

11 Wat is het voornaamste tekstdoel van de tekst Hij is jong en hij leest (niet)? Het doel van de tekst is vooral A de lezer op de hoogte stellen van een maatschappelijke ontwikkeling: jongeren lijden steeds meer onder de informatieoverload. B de lezer laten inzien dat de Jonge Lezer van tegenwoordig verschilt van die van vroeger. C de lezer laten nadenken over de apathische houding van jongeren ten opzichte van lezen. D de lezer ervan overtuigen dat de Jonge Lezer geĂŻnteresseerd is in kritische journalistiek.

Š ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 15

15

16/04/18 15:41


huis een krachtig individu de beste democratie mag zeggen? Mag je verhoudingen vroeger, dan is het (15) De praatzieke burger van nu basis voor eenvan goede samenleving. Hij bijvoorbeeld mensen beledigen als hun Tekst 2 van zelfs belang omgroot nieuwe culturele in regels spreekt ongeremd, zonder eerst na te had zo’n vertrouwen het uiterlijk, mening, levensstijl, seksuele oriëntatietoets Examenbundel 2018 | 2019 te ontwikkelen het nodig vrije spreken. denken. Hij geeft graag of zijngodsdienst mening, individu, dat hij voor het niet vond om voorkeur, kledingdracht Je vrijheid kunt afspreken dat het vrijuit bekommert zich niet ompraatzieke de waarheid Regels voor de burger de van spreken op welke je niet aanstaan? Of zijn sommige tekst 2 Tekst 2 geen sprekendan de ook menselijke waardigheid en maakt onderscheid tussen manier te begrenzen. Daarom vormen van vrijuit spreken juist een niet mag aantasten. Iemand een beest zaken waarover hij kan spreken en volk verliest. Hethet innemen van een (1) Vrijuit kunnen is vandie groot moest alles wat individu verstikt, bedreiging voor despreken mondigheid de noemenstandpunt kan uitsluiting zaken waarover hij beter kan kritisch vergdeworden. inofdie tijd belang in een democratie. Hetzwijgen. vrije vermeden en tot bestreden Hij grondslag vormt vande de praatzieke westerse Regels voor burger (fragment) discriminatie leiden. Het vrijelijk Het doel van dit ‘zeggen wat je denkt’ veel moed. meende hij dat wat debat is nodig om de verschillende verwierp hetVerder idee dat de vrijheid van cultuur? spreken zou bovendien altijd gepaard is niet de democratie te verbeteren of iemand zegt, redelijk en verstandig kanten van een kwestie te kunnen de een die van de ander kan (1) In de negentiende eeuw was voor volk verliest. Het innemen van een (1) Vrijuit kunnen spreken is van groot moeten gaan metdat wederzijds respect. tekortkomingen op te heffen, maar horen en elkaar af teHet wegen. moest Bovendien elk gezag belemmeren, en er moest dus of de Friese sociaal-anarchist Ferdinand kritischzijn. standpunt vergde in wetten die tijd belang in tegen een democratie. vrije Een voorbeeld daarvan gaf de burgeaandacht en erkenning te krijgen voor Kritische geluiden zijnverschillende onmisbaar voor van en buitenaf worden morele drukVerder nodig zijn om ervoor Domela (1849-1919) het veel bovenmoed. meende hij dattewat debat is Nieuwenhuis nodig om de meesterdat van Rotterdam, Ahmed eigen ongenoegen en eigen gelijk. Dit de ontwikkeling van de democratie, verworpen en alle oordelen moesten zorgen anderen geen schade wordt vrije spreken een van de hoogste iemand zegt, redelijk en verstandig kanten van een kwestie te kunnen Aboutaleb, indertijd in een interview heeft soms een kwalijke uitwerking. omdat ze ervoor zorgen dat rechten en berusten op waarnemingen. Ervaring toegebracht. Een staat of ander principes in het menselijk bestaan. Hij moest zijn. Bovendien moest elk gezag horen en tegen elkaar af te wegen. met ‘de Volkskrant’. van (16) Eendaarmee cabaretier die blijven de een premier praktijken ter discussie staan. en pas geformuoverheidsorgaan was“Stichters in zijn ogen bouwde voort op vangedachten boven- enwerden buitenaf worden Kritische geluiden zijn onmisbaar voor moskeeën,” zeiindividu hij, “zouden de beledigt, gebruikt eenvrijmoedig positieve (2) Het vrijuit spreken is ookvorm leerd nadaten alles en overbodig; het is zelf in staat westerse traditie van en verworpen alleonderzocht oordelen moesten de ontwikkeling van dezelf democratie, wijsheid moeten hebben om niet al hun van vrij spreken, omdat hij zich richt voortdurend onderwerp van debat. Zijn beoordeeld de juiste beslissingen te nemen. onbevooroordeeld spreken dat in berusten opwas. waarnemingen. Ervaring omdat ze ervoor zorgen datzoals rechten en wensen – zoals minaretten hoger dan tegen een machthebber die hem de er grenzen aan wat jebestond. inblijven een Daarbij (3) Tot slotmidden achtte Domela Nieuwen(6) In het van de zeventig de Griekseter Oudheid en gedachten werden pasjaren geformupraktijken discussie staan. de lichtmasten van Feyenoord – idee. mond kansprake snoeren. een Kamerlid democratie mag zeggen? je huis krachtig individu de en beste stond ik erg positief tegenover dit was altijd vanAls hiërarchische leerdeen nadat alles onderzocht (2) Het vrijuit spreken zelf Mag is ook keihard op tafel te leggen. Ze moeten echter een minister uitscheldt – en bijvoorbeeld mensen beledigen als hun basis voor een goede samenleving. Ik werd in die tijd uitgenodigd om deHij verhoudingen. De burger moest hetZijn als beoordeeld was. voortdurend onderwerp van debat. rekening houden met de gevoelens daarmee de gunst van deeen kiezers uiterlijk, mening, levensstijl, seksuele had zelfs zo’n groot vertrouwen in het pinksterdagen door te brengen op de zijn plicht zien om vanuit onder(3) Tot slot achtte Domela Nieuwener grenzen aan wat je in een onder dedat bevolking en de wijsheid hoopt te winnen –openlijk loopt of hijde geen enkel voorkeur, kledingdracht godsdienst individu, hij het niet nodig vond Camping tot Vrijheidsbezinning in geschikte positie waarheid huis een krachtig individu de beste om democratie mag zeggen? Mag je hebben eenvan terugop tewelke doen.” risico op vervolging of gevaar, terwijl je niet aanstaan? Of zijn de vrijheid spreken Appelscha. Ikstapje was nieuwsgierig hoe Hij te spreken. Hij hoorde desommige moed als te hun basis voor een goede samenleving. bijvoorbeeld mensen beledigen (18) Juist een samenleving dieDaarom hij wel schade kan aanrichten. Als vormen van vrijuit spreken juist een manier dan ook te begrenzen. mensen zouden zijn als er geen hebben om een meerdere erop te had zelfs zo’n groot vertrouwen in het uiterlijk, mening, levensstijl, seksuele iedereen hetdruk recht geeft om openlijk Kamerlid hij niet niet van de minister bedreiging voor de goed mondigheid die de moest alles het individu verstikt, normerende op hennodig werd wijzen datis iets ging, zodat op individu, datwat hij het niet vond om voorkeur, kledingdracht of godsdienst zijn zegje te doen, zal zich bewust afhankelijk, hij controleert juist zijn grondslag vormt van de westerse vermeden en bestreden worden. uitgeoefend. Zelf was ik met strenge die manier verbetering tot stand de vrijheid van spreken op welke Hij je niet aanstaan? Of zijn sommige moeten zijn van het feit mensen beleid. Dekon minister heeft geen gezag cultuur? verwierp hetook ideete dat de dat vrijheid van geen verboden opgevoed. DieDaarom gebracht worden. manier dan begrenzen. vormen van vrijuit spreken juist een niet van nature geneigd zijn tot het over hem en staat dus met lege (1) de negentiende eeuw voor de eenalles die had van de kangoeds opvoeding niet veel (2) In Domela Nieuwenhuis zagwas hetdie alsde moest watme hetander individu verstikt, bedreiging voor de mondigheid goede. Er meende zullen inik. het vrije debat of handen, want als hij niet indat een de Friese sociaal-anarchist Ferdinand belemmeren, en dat er dus wetten gebracht, In Appelscha een plicht te laten merken je het vermeden en bestreden worden. Hij grondslag vormt van de westerse steeds spelregels nodig zijn om het ordinaireNieuwenhuis ruzie terechtkomen, heeft Domela (1849-1919) het morele zijnde om ervoor te te verwachtte een dat ander soort mens ergens meewileens bent, ook als je verwierpdruk hetiknodig idee vrijheid van cultuur?niet verbale geweld en de schade die dit hij geen andere keuze dan te zwijgen. vrije van de hoogste zorgen dat anderen geen schade wordt zien, een dieander in vrijheid vanzelf daardoor in deeen gevangenis belandt of de een diemens van de kan (1) Inspreken de negentiende eeuw was voor kanhet berokkenen binnen perken te (17) De horizontale relaties van of nuhet principes in het menselijk Hij toegebracht. staat ofdeander tot goedeEen kwam. de vrienden, de bestaan. partij belemmeren, en dat er dus wetten of de gunst Friesevan sociaal-anarchist Ferdinand houden. In een horizontale samenmaken de verleiding om te zeggen wat bouwde daarmee voort op een overheidsorgaan was in zijn ogen te volk verliest. Het innemen van een het morele druk nodig zijn om ervoor Domela Nieuwenhuis (1849-1919) leving heeft de dialoog duizendmaal je denkt steeds groter. Als we niet westerse traditie vrijmoedig en overbodig; individu is zelf in staat kritisch standpunt vergde in die tijd zorgen dat het anderen geen schade wordt vrije spreken eenvan van de hoogste meer kracht. willenmoed. terugkeren naar de verticale 5 lees verder ►►► HA-1001-a-10-2-b onbevooroordeeld spreken zoals dat in de juiste beslissingen te nemen. veel Verder meende hij dat wat toegebracht. Een staat of ander principes in het menselijk bestaan. Hij de Griekse Oudheid bestond. (6) In het midden was van in dezijn jaren zeventig iemand zegt, redelijk enop verstandig overheidsorgaan ogen bouwde daarmee voort eenDaarbij naar: Marli Huijer was altijd sprake van hiërarchische stond ik erg positief tegenover idee. moest zijn. Bovendien moest elk gezag overbodig; het individu is zelf inditstaat westerse traditie van vrijmoedig en uit: Trouw verhoudingen. De burger moest het als Ik werd in die tijd uitgenodigd om de van bovenen buitenaf worden de juiste beslissingen te nemen. onbevooroordeeld spreken zoals dat in zijn plicht zien om vanuit een onderpinksterdagen door te de brengen op de verworpen en alle oordelen moesten (6) In het midden van jaren zeventig de Griekse Oudheid bestond. Daarbij Marli op Huijer isopenlijk bijzonder hoogleraar filosofie aan de Erasmusuniversiteit geschikte positie de waarheid Camping tot Vrijheidsbezinning in idee. berusten waarnemingen. Ervaring stond ik erg positief tegenover dit was altijd sprake van hiërarchische te Rotterdam en lector filosofie aan de Haagse Hogeschool. te spreken. Hij hoorde de moed te Appelscha. Ik was nieuwsgierig en gedachten werden pasmoest geformuIk werd in die tijd uitgenodigd omhoe de verhoudingen. De burger het als hebben om een meerdere erop te mensen zouden zijn als er geen leerd nadat alles onderzocht en pinksterdagen door te brengen op de zijn plicht zien om vanuit een onderwijzen dat positie iets niet goed ging, zodat op normerende op hen werd in beoordeeld was. Camping tot druk Vrijheidsbezinning geschikte openlijk de waarheid De teksten die voor dit examen gebruikt zijn, zijn bewerkt om ze geschikt te diespreken. manier tot moed stand uitgeoefend. ik met strenge (3) Tot slot verbetering achtte Domela NieuwenAppelscha. IkZelf waswas nieuwsgierig hoe te Hij hoorde de te 12 Maak een samenvatting van het fragment Regels voor devoor praatzieke burger in maken voor het examen. Dit is gebeurd met respect de opvattingen van de gebracht kon worden. geen verboden opgevoed. Die huis een krachtig individu de beste geen hebben om70 een meerdere te maximaal woorden. Uiterop je samenvatting moetmensen duidelijkzouden wordenzijn watals deervisie auteur(s). Wie kennis wil het nemen van de oorspronkelijke tekst(en), raadplege de (2) Domela Nieuwenhuis zag alsHij opvoeding had meop niet veel goeds basis voor een goede samenleving. normerende druk hen werd wijzen dat iets niet goed ging, zodat op spreken was van Domela Nieuwenhuis op het vrijuit en welke vier uitgangspunten vermelde bronnen. een plichtten teverbetering laten merken dat jeinhet gebracht, meende ik. In had zelfs zo’n groot vertrouwen het daaraan grondslag lagen. uitgeoefend. Zelf was ik Appelscha met strenge die manier tot stand Hetniet College voor Examens is verantwoordelijk voor vormiken inhoud van dit mens te ergens mee eens bent, ook als je verwachtte een ander soort individu, dat hij het niet nodig vond om ge- en verboden opgevoed. Die gebracht kon worden. examen. daardoor in de gevangenis belandt of zien, een mens die in vrijheid vanzelf de spreken opzag welke opvoeding had me niet veel goeds (2) vrijheid Domelavan Nieuwenhuis het als de van vrienden, de dat partij of tot het goede kwam. manier dan te merken begrenzen. Daarom gebracht, meende ik. In Appelscha eengunst plicht teook laten je hethet moest alles wat het individu verstikt, verwachtte ik een ander soort mens te ergens niet mee eens bent, ook als je vermeden worden. Hijof zien, een mens die in vrijheid vanzelf daardoor inendebestreden gevangenis belandt HA-1001-a-10-1-b* 7 lees verder verdereinde ►►► HA-1001-a-10-2-b HA-1001-a-10-2-b* 5 lees ►►►„ HA-1001-a-10-2-b verwierp het idee dat de vrijheid van tot het goede kwam. de gunst van vrienden, de partij of het de een die van de ander kan belemmeren, en dat er dus wetten of morele druk nodig zijn om ervoor te 5 lees verder ►►► HA-1001-a-10-2-b © ThiemeMeulenhoff 16 zorgen dat anderen geen schade wordt toegebracht. Een staat of ander overheidsorgaan was in zijn ogen 9789006429190_EB_hNed.indd 16 16/04/18 overbodig; het individu is zelf in staat

15:41


havo Nederlands

oriëntatietoets

tekst 3

5

10

15

20

25

De Duitse politie lost verhoudingsgewijs driemaal zoveel misdrijven op als de Nederlandse, ontdekten de hoogleraren Tak en Fiselier een jaar geleden. Oplossingspercentages zeggen echter lang niet alles over de inspanningen en successen van de politie. Dat is ook de conclusie van Caroline Liedenbaum na een vergelijkend onderzoek tussen Munster en Utrecht, steden die qua inwoneraantal en aantal agenten vergelijkbaar zijn. Utrecht kampt wel met een beduidend hogere criminaliteit. Neem het aantal autokraken. In 2002 ruim 19000 tegenover 2100 in Munster. Een misdrijf dat bovendien niet eenvoudig is op te lossen en daarmee wordt meteen al duidelijk waarom er geen harde conclusies mogen worden getrokken uit het naast elkaar leggen van Duitse en Nederlandse opsporingscijfers. “Een misdrijf dat in Utrecht veel vaker voorkomt dan in Munster en waarvan de dader ook nog moeilijk is op te sporen, zoals bij autokraken, heeft een sterk negatief effect op het aantal opgeloste misdrijven en verbloemt de successen. Het is daarom belangrijk de oorzaken te weten van het grote verschil”, zo stelt Liedenbaum. Zij bespeurde een duidelijk verschil in werkwijze aan weerskanten van de grens. Een belangrijk verschil is dat de Duitsers een hogere prioriteit geven aan recherchewerk. Een beduidend groter deel van de agenten is fulltime bezig met recherche. In Munster zijn twee keer zoveel rechercheurs, en de Utrechtse rechercheurs zijn daarbij ook nog verplicht een deel van hun tijd te besteden aan surveillance en noodhulp. Liedenbaum: “Dat vinden ze zelf prima, omdat het hun werk afwisselend maakt, maar het heeft wel een nadelig effect op de opsporing. Met hetzelfde aantal agenten slaagt de politie in Munster erin procentueel twee keer zoveel misdrijven op te lossen.” De Nederlandse politie is onderbezet vergeleken met die van Duitsland. Zij stuurt onder druk van maatschappij en politiek meer blauw op straat om iets te doen aan het gevoel van onveiligheid dat veel burgers hebben. Dat leidt tot meer zaken op het bureau van de rechercheur. De toch al onderbezette recherche kan het aantal zaken niet meer aan. Dat heeft gevolgen voor het opsporingsonderzoek. De onveiligheid op straat neemt daardoor niet af. Het is een vicieuze cirkel. naar: Marjon Bolwijn, de Volkskrant

Caroline Liedenbaum probeert in tekst 5 de verschillen in opsporingspercentages tussen Nederland en Duitsland te verklaren. 13 Noem drie verklaringen van Caroline Liedenbaum. 14 Van welke wijze van argumenteren maakt Liedenbaum gebruik? Zij argumenteert op basis van A kenmerken/eigenschappen. B oorzaak en gevolg. C overeenkomst/vergelijking. D voorbeelden.

© ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 17

17

16/04/18 15:41


9789006429190_EB_hNed.indd 18

16/04/18 15:41


deel 1 het centraal examen: theorie met oefenopgaven De theorie is volledig aangepast aan het nieuwste examenprogramma (syllabus 2019), inclusief de begrippenlijst argumentatieve vaardigheden.

19

9789006429190_EB_hNed.indd 19

16/04/18 15:41


9789006429190_EB_hNed.indd 20

16/04/18 15:41


havo Nederlands

1 het centraal examen Op het centraal examen Nederlands worden twee domeinen uit het examenprogramma getoetst: leesvaardigheid en argumentatieve vaardigheden voor zover het analyseren en beoordelen van een betoog betreft. Het centraal examen Nederlands bestaat uit ongeveer vier teksten met in totaal ongeveer 40 vragen. Soms is er in een vraag bij een tekst nog een tekstfragment opgenomen. Zo’n tekstfragment wordt satelliettekst genoemd. Een satelliettekst gaat over hetzelfde onderwerp als de hoofdtekst, maar hij is geschreven door een andere auteur en geeft een andere kijk op het onderwerp. Je zult de satellietteksten inhoudelijk met de hoofdtekst moeten kunnen vergelijken. Je krijgt drie uur de tijd voor het beantwoorden van de vragen. Voor het hele onderwijs (van basisschool tot hoger onderwijs) is vastgelegd wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van de Nederlandse taal. Voor Nederlands zijn er vier referentieniveaus. Voor het havo-examen Nederlands moet je voldoen aan referentieniveau 3F. Het soort teksten dat je moet kunnen lezen en begrijpen, wordt als volgt omschreven: algemene omschrijving

Je kunt een grote variatie aan teksten over onderwerpen uit de (beroeps)opleiding en van maatschappelijke aard zelfstandig lezen. Je leest met begrip voor geheel en details.

informatieve teksten

Je kunt informatieve teksten lezen, zoals voorlichtingsmateriaal, brochures van instanties (met meer formeel taalgebruik), teksten uit (gebruikte) methodes, maar ook krantenberichten, zakelijke correspondentie, ingewikkelde schema’s en rapporten over het eigen werkterrein.

instructieve teksten

Je kunt instructieve teksten lezen, zoals ingewikkelde instructies in gebruiksaanwijzingen bij onbekende apparaten en procedures.

betogende teksten

Je kunt betogende teksten lezen waaronder teksten uit schoolboeken, opiniërende artikelen.

tekstkenmerken

De teksten zijn relatief complex, maar hebben een duidelijke opbouw die tot uiting kan komen in het gebruik van kopjes. De informatiedichtheid kan hoog zijn.

Vraagtypen De paragrafen hierna geven een overzicht van de belangrijkste theorie. Je leest er over welke leesvaardigheden en argumentatieve vaardigheden je moet beschikken om het examen goed te kunnen maken. Je neemt daarbij ook kennis van de vraagtypen die op het examen veel voorkomen en van de wijze waarop je deze het beste kunt beantwoorden. Bij de theorie vind je oefenopgaven en een lijst met veelvoorkomende woorden uit examens. Achter in deze bundel staat een register waarin je de examenopgaven kunt opzoeken die aansluiten bij de paragrafen van deel 1. Heb je moeite met een bepaald vraagtype, besteed dan extra aandacht aan de examenopgaven die je via het register vindt.

© ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 21

21

16/04/18 15:41


Examenbundel 2018 | 2019

Beoordeling Je werk wordt beoordeeld aan de hand van een correctievoorschrift. In dat voorschrift staan de scorepunten die aan een antwoord worden toegekend. Het cijfer dat je behaalt voor het centraal examen bepaalt voor 50 procent je eindcijfer voor het vak Nederlands.

22

9789006429190_EB_hNed.indd 22

Š ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

2 taalgebruik en aantal woorden Bij open vragen moet je taalgebruik correct zijn. Dat wil zeggen: in je antwoord mogen geen taal- en geen spelfouten voorkomen. Voor incorrect taalgebruik worden maximaal 4 scorepunten in mindering gebracht. Daarvoor geldt als aftrekregeling: bij 1 fout of 2 fouten krijg je 1 punt aftrek; bij 3 of 4 fouten krijg je 2 punten aftrek; bij 5 of 6 fouten krijg je 3 punten aftrek; bij 7 of meer fouten krijg je 4 punten aftrek. Onder incorrecte formuleringen en onjuist taalgebruik wordt verstaan: spelfouten, verkeerd woordgebruik en fouten in de zinsbouw, inclusief verkeerde woordvolgorde. Als je steeds dezelfde fout maakt, worden die herhaalde fouten als afzonderlijke fouten meegeteld. Bij de beoordeling van de spelling wordt uitgegaan van de schrijfwijze volgens het Groene Boekje. Ook als je antwoord inhoudelijk fout is en dus geen punten oplevert, wordt het op taalgebruik en spelling beoordeeld. Een inhoudelijk fout antwoord met taalfouten leidt dus tot puntenaftrek. Bij open vragen wordt vaak gezegd dat je in een of meer volledige zinnen moet antwoorden. In dat geval wordt er een punt afgetrokken voor een antwoord dat alleen uit een bijzin bestaat. Je krijgt dus een punt aftrek voor een antwoord als: ‘Dat de ijskappen smelten.’ Maar soms hoef je bij een open vraag niet in volledige zinnen te antwoorden. Dan mag je ook met een woordgroep of een bijzin antwoorden. Bij zo’n vraag wordt alleen op de spelling gelet. Als je in je antwoord een of een paar woorden weglaat, wordt er een punt afgetrokken. Is je antwoord geheel in telegramstijl, dan wordt het hoe dan ook geheel fout gerekend en levert je antwoord geen punten op. Gebruik je een kleine letter waar je een hoofdletter zou moeten gebruiken, zoals aan het begin van een zin, dan wordt er een punt afgetrokken. Voor het omgekeerde, als je ten onrechte een hoofdletter gebruikt in plaats van een kleine letter, geldt hetzelfde. Bij de beoordeling van het taalgebruik en de spelling wordt er niet op gelet hoe je getallen schrijft. Je kunt ze uitschrijven (bijvoorbeeld ‘veertien’), maar dat hoeft niet (bijvoorbeeld ‘14’). Soms staat er in de tekst zelf een spelfout. Neem je die fout over in je antwoord, dan kost dat je geen punten. Je antwoorden worden niet beoordeeld op interpunctie. Geef niet meer antwoorden (zinnen, redenen, voorbeelden en dergelijke) dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld één zin wordt gevraagd en je antwoordt met meer dan één zin, wordt alleen de eerste zin in de beoordeling meegeteld.

© ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 23

23

16/04/18 15:41


Examenbundel 2018 | 2019

Bij open vragen wordt vaak aangegeven dat je voor je antwoord niet meer dan een bepaald aantal woorden mag gebruiken. Als je bij zo’n vraag een antwoord geeft dat het maximale aantal woorden overschrijdt, worden alleen die woorden die binnen het maximum vallen, beoordeeld. Anders gezegd: voor een goed antwoord dat te lang is, krijg je zelden alle punten. Houd je dus altijd aan het gegeven maximale aantal woorden. In aansluiting op de vorige regel geldt het volgende. Als je de vraag herhaalt voordat je tot het antwoord komt, tellen de woorden tot aan het eigenlijke antwoord niet mee. Besteed niet te veel tijd aan het tellen van het maximale aantal woorden dat je in het antwoord mag gebruiken. Vaak kun je het aantal gebruikte woorden wel inschatten. En: het gegeven aantal woorden is in de regel ruim bemeten. Maar als je twijfelt aan de lengte van je antwoord, tel dan zorgvuldig. Want als je antwoord maximaal 20 woorden mag tellen en je hebt er 24 gebruikt, dan tellen alleen de eerste 20 woorden als antwoord. Blijf niet te ver onder het gegeven maximale aantal woorden. Als in een uitlegvraag een maximum van 35 woorden wordt genoemd, zal een antwoord van 8 woorden niet veel punten opleveren.

24

9789006429190_EB_hNed.indd 24

Š ThiemeMeulenhoff

16/04/18 15:41


havo Nederlands

3 signaalwoorden en signaalzinnen Signaalwoorden geven het verband aan tussen (delen van) zinnen en tussen alinea’s. Ze geven belangrijke informatie over de opbouw van een tekst of tekstgedeelte. Zo kunnen signaalwoorden een opsomming aankondigen of duidelijk maken dat er sprake is van een voorbeeld of een verklaring. Let er dus goed op: bij het maken van vragen bij een tekst én bij het schrijven van een samenvatting zijn signaalwoorden een belangrijk hulpmiddel. soorten en voorbeelden signaalwoorden opsomming ook, bovendien, verder, eveneens, dan, vervolgens, daarnaast, ten eerste ... ten tweede, zowel ... als tegenstelling

maar, echter, toch, daarentegen, in tegenstelling tot, daar staat tegenover dat, enerzijds ... anderzijds

oorzaak-gevolg

daardoor, door, doordat, waardoor, zodat, te danken aan, te wijten aan, het gevolg van, ten gevolge van, de oorzaak hiervan is

reden/verklaring want, omdat, daarom, waarom, namelijk, immers, aangezien doel-middel

door middel van, met de bedoeling om, met behulp van, om te, daartoe, opdat

toelichting

denk hierbij aan, bijvoorbeeld, zo, dat komt voor bij, ter illustratie, dat is het geval bij

vergelijking

net als, zoals, zo ook, evenals, eveneens, eenzelfde, hetzelfde/ dezelfde als, in vergelijking met, vergeleken met, soortgelijke

voorwaarde

als, indien, mits (op voorwaarde dat), tenzij (behalve wanneer), stel dat

conclusie

dan ook, dus, aldus, hieruit volgt, concluderend

samenvatting

kortom, samenvattend, alles bij elkaar genomen, om kort te gaan

Om de opbouw van een tekst te doorgronden heb je ook veel aan signaalzinnen. Met behulp van signaalzinnen maakt een schrijver duidelijk wat er volgt (aankondigend) of wat hij heeft behandeld (terugblikkend). soorten en voorbeelden signaalzinnen aankondigend Ik zal hier enkele voor- en nadelen van rekeningrijden bespreken. Maar aan het systeem kleven ook enkele bezwaren. Hoe is de opmars van het toerisme te verklaren? terugblikkend

Van de besproken verklaringen lijkt de laatste me het meest aannemelijk.

aankondigend Welke conclusie kunnen we nu uit bovenstaande én terugblikkend onderzoeksresultaten trekken?

© ThiemeMeulenhoff

9789006429190_EB_hNed.indd 25

25

16/04/18 15:41


www.examenbundel.nl

examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-42912-1 978-90-06-42936-7 978-90-06-42920-6 978-90-06-42919-0 978-90-06-42911-4 978-90-06-42921-3 978-90-06-42939-8 978-90-06-42949-7 978-90-06-42950-3 978-90-06-42933-6 978-90-06-42932-9 978-90-06-42935-0 978-90-06-42924-4 978-90-06-42922-0

Meer kans van slagen met de Examenbundel! uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

havo

biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof.

Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn

theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk.

Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

Nederlands

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2019

978-90-06-07397-3 978-90-06-07396-6 978-90-06-07398-0

Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006429190_EB_hNed.indd 2-4

M. Reints P. Merkx

Meer kans van slagen met Samengevat!

2018|2019

Engels in de praktijk Duits in de praktijk Frans in de praktijk

2018|2019

havo

samengevat havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v

ÂŽ

De Examenbundel bevat oefenexamens met

examenbundel

havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo

havo Nederlands

Bundels voor al je vakken bestel je op

9 789006 429190

26/04/18 17:07

Profile for ThiemeMeulenhoff

9789006429190 Examenbundel havo Nederlands 2018/2019  

9789006429190 Examenbundel havo Nederlands 2018/2019