__MAIN_TEXT__

Page 1


Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literatuurgeschiedenis leerwerkboek B

Gerrit van der Meulen

Laagland Boek B.indb 1

4/5/6 vwo

Willem van der Pol

6/06/18 11:48


Methodeoverzicht Laagland, literatuur & lezer, 4e editie voor de tweede fase havo/vwo bestaat uit de volgende delen: havo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5 havo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5 havo in Schooltas

vwo boeken

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo

digitaal met Schooltas

Laagland A Literaire ontwikkeling en begrippen 4/5/6 vwo in Schooltas Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo in Schooltas

ISBN 9789006371383 Vierde druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018

Redactie/bureauredactie Atonaal, Rineke Crama, Allingawier Vormgeving Sproud, Sanneke Prins, Haarlem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leer­ ontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Opmaak Crius Group, Hulshout Omslagontwerp Sproud, Sanneke Prins, Haarlem Omslagfoto © Jan Cremer, The Sea, the Sky, the Earth, the Wind (Sky) 2005 c/o Pictoright Amsterdam 2018

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Laagland Boek B.indb 2

6/06/18 11:48


Inhoud Introductie Periode 1

Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Oudheid – middeleeuwen: ca. 3000 v. Chr. – ca. 1500 n. Chr. 1.2 Kenmerken van het heldenepos

7 10 10 10 12

Module 1 De oudste en oude literatuur Opdrachten Theorie 1 Mesopotamië 2 Griekenland 3 Rome

14 15 21 21 24

Module 2 Literatuur van de middeleeuwen Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Christelijk Europa 1.2 Standenmaatschappij 1.2.1 Geestelijkheid: bidden 1.2.2 Adel en ridders: strijden 1.2.3 Burgerij 1.3 Schrijfcultuur en boekdrukkunst 2 Culturele context 2.1 Wereldlijke en geestelijke cultuur 2.2 Theologie en filosofie 2.3 Middeleeuwse kunst 2.4 Hoofsheid 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Ridderromans 3.2.1 Karelepiek/Chanson de geste 3.2.2 Hoofse romans 3.3 Hoofse lyriek 3.4 Dierverhaal: Van den vos Reynaerde 3.5 Geestelijke letterkunde 3.6 Toneel 3.7 Rederijkers

26 27 50 50 50 50 51 52 53 53 53 53 54 57 58 58 58 59 60 63 64 65 66 66

Periode 2

68 68 68 69 70

Het tijdperk van het toneel – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Toneel: plaats, publiek en functie 1.2 De nieuwe wereld 1.3 Toneel en waarheid

Module 3 Literatuur van de zestiende en de zeventiende eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Eenheidsstaat – eenheidstaal 1.2 Hervorming 1.3 Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden 1.4 Handel en welvaart 2 Culturele context 2.1 Kennis en wetenschap 2.2 Humanisme 2.3 Renaissance 2.4 Burgerlijke cultuur in de Republiek 2.5 Classicisme 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Nederlandse renaissanceliteratuur

72 73 98 98 98 98 99 100 100 101 102 104 108 108 108 109 3

Laagland Boek B.indb 3

6/06/18 11:48


3.3 Toneel in de Republiek 3.3.1 Treurspel 3.3.2 Komisch toneel 3.4 Emblematiek 3.5 Sonnet 3.6 Liederen en liedboeken 3.7 Didactische verhalen

110 111 113 114 115 116 117

Module 4 Literatuur van de achttiende eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Opstand en revolutie 1.2 Pruikentijd 2 Culturele context 2.1 Filosofie 2.2 Verlichting 2.3 Kunst in de achttiende eeuw 2.4 Classicisme 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Classicistisch toneel 3.3 Spectatoriale tijdschriften 3.4 Kinderliteratuur 3.5 Imaginaire reisverhalen 3.6 Opkomst van de roman

118 119 131 131 131 132 132 132 133 134 135 135 135 137 137 137 138

Periode 3

140 140 140 142

Het tijdperk van de roman – de grote lijn 1 Inleiding 1.1 Moderniteit: 1800-heden 1.2 Traditionele en moderne roman

Module 5 Literatuur van de negentiende eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Nationalisme en imperialisme 1.2 Nederland en de moderniteit 2 Culturele context 2.1 Filosofie en wetenschap 2.2 Kunst in de negentiende eeuw 2.2.1 Landschappen 2.2.2 Schilders van de stad 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Romantische literatuur en realistische literatuur 3.3 Romantische literatuur 3.3.1 Aandacht voor het verleden en de historische roman 3.3.2 Humor 3.3.3 Multatuli 3.3.4 Beweging van Tachtig 3.4 Realistische literatuur 3.4.1 Belerend realisme 3.4.2 Objectief realisme 3.4.3 Naturalisme

146 147 174 174 174 176 176 177 178 179 182 182 183 183 184 185 186 186 188 188 189 189

Module 6 Literatuur van 1900 tot 1940 Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Eerste Wereldoorlog 1.2 Totalitaire staten 1.3 Nederland 1.4 Massacultuur en moderniteit 2 Culturele context

192 193 219 219 219 220 220 220

4

Laagland Boek B.indb 4

6/06/18 11:48


2.1 Psychoanalyse 2.2 Filosofie: tijd, taal en techniek 2.3 Kunst in de periode 1900-1940: de avant-gardes 2.3.1 Een nieuwe vormentaal 2.3.2 Groepsvorming en publicaties 2.3.3 Een ‘nieuwe wereld’ 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 De realistische en romantische tradities 3.3 Literaire avant-garde 3.4 Modernisme 3.4.1 Martinus Nijhoff 3.4.2 De modernistische roman 3.4.3 Rondom Forum

220 221 222 222 224 225 226 226 226 227 229 230 230 231

Module 7 Literatuur van de jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Koude Oorlog en dekolonisatie 1.2 Overlevingsmaatschappij en belevenismaatschappij 2 Culturele context 2.1 Filosofie: existentialisme en kritische theorie 2.2 Kunst in de jaren 50 en 60 2.2.1 Cobra 2.2.2 Popart 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Proza van 50 en 60 3.3 Beweging van Vijftig 3.4 Neorealisme

234 235 261 261 261 262 262 263 264 266 266 266 268 271 273

Module 8 Literatuur van de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Midden-Oosten en einde Koude Oorlog 1.2 Feminisme en ik-tijdperk 1.3 Kritiek op moderniteit 2 Culturele context 2.1 Filosofie: postmodernisme 2.2 Kunst in de jaren 70 en 80 2.2.1 Postmoderne kunst 2.2.2 Nieuwe media: performance 3 Literaire ontwikkelingen 3.1 Schrijver en publiek 3.2 Vormen van realisme 3.3 Hernieuwd modernisme 3.4 Politiek en feminisme 3.5 Postmodernistische literatuur 3.6 Gedichten in de jaren 70 en 80

276 277 299 299 299 299 300 300 300 300 302 303 303 303 304 307 308 309

Module 9 Literatuur van de jaren 90 van de twintigste eeuw tot heden Opdrachten Theorie 1 Historische context 1.1 Europese ontwikkelingen 1.2 Oorlog tegen terreur 1.3 Nederland en de multiculturele maatschappij 1.4 Een geglobaliseerde wereld 2 Culturele context 2.1 Filosofie: ethiek en simulacrum 2.2 Kunst in de jaren 90 tot heden 2.3 Fotografie en video

312 313 355 355 355 355 356 356 356 357 357 5

Laagland Boek B.indb 5

6/06/18 11:48


2.4 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8

Kunst en actualiteit Literaire ontwikkelingen Schrijver en publiek Literaire thrillers Hernieuwd engagement: maatschappelijke betrokkenheid Actuele ethische problematiek Realisme tegenover (re)constructie van de werkelijkheid 3.5.1 Realisme 3.5.2 (Re)constructie van de werkelijkheid Historische romans Postkoloniale romans Multiculturele literatuur

Werkwijzers bij het lezen voor je lijst Namen- en titelregister Begrippenregister Bronvermelding

358 359 359 360 360 363 364 364 365 367 368 369 372 382 388 394

6

Laagland Boek B.indb 6

6/06/18 11:48


Introductie De omslagfoto van het boek dat je nu in handen hebt, is een gedeelte van een schilderij uit de reeks zeegezichten van de schrijver en schilder Jan Cremer. De Noordzee, de luchten en het laagland van Nederland vormen hier het onderwerp. De golven lijken ontembaar, opgezweept door weer en wind, en weerspiegelen de dynamiek van de lucht. We hebben als schrijvers van Laagland, literatuur & lezer, 4e editie juist dit schilderij gekozen op de omslagen van de boeken, omdat het zo goed past bij de rijke, veelzijdige en boeiende literatuur van het Nederlandse taalgebied. Wij hopen dat jij dat ook gaat ontdekken en beleven. Laagland, literatuur & lezer, 4e editie is een volledige methode literatuur Nederlands voor de tweede fase havo en vwo. In boek B wordt de theorie van de literatuurgeschiedenis van de oudste literatuur tot heden behandeld en maak je opdrachten over de literatuurgeschiedenis, een belangrijk subdomein van het schoolexamen literatuur. Het boek is ingedeeld in drie grote perioden: het tijdperk van het heldenepos, het tijdperk van het toneel en het tijdperk van de roman. Het boek bestaat uit negen modules. Je werkt in elke module langere tijd aan de literatuurgeschiedenis uit een bepaalde tijd, bijvoorbeeld de literatuur van 1900 tot 1940 (module 6). Als je de modules van boek B helemaal hebt doorgewerkt, kun je literaire teksten en tekstsoorten in een bepaalde periode van de literatuurgeschiedenis plaatsen en begrijpen. Je kunt beargumenteerd reageren op deze teksten en verslag uitbrengen over je leeservaringen en over je leesontwikkeling. De modules helpen je bij het samenstellen van de door jou te selecteren literaire werken voor je schoolexamen (de lees- of boekenlijst). Ook op de website www.literatuurgeschiedenis.nl kun je informatie vinden. Een module begint met een overzicht van de opdrachten en de theorie van de literatuurgeschiedenis. Je ziet zo snel waar de module over gaat en hoe deze is opgebouwd. Daarna volgen opdrachten. Bij veel opdrachten werk je samen. Er komen ook regelmatig opdrachten voor waarbij je een video moet bekijken. In elke module wordt de bijbehorende theorie van de literatuurgeschiedenis, die als basis voor de opdrachten dient, aangeboden. Je werkt dit boek het best door als je begint bij module 1, vervolgens module 2 en zo verder.

Verschillende soorten opdrachten Elke module in boek B bestaat uit verschillende soorten opdrachten: • Opdrachten die je alleen, samen met een medeleerling of in een groepje moet maken. • Keuzeopdrachten: opdrachten waarin je een keuze maakt over wat en hoe je die gaat uitvoeren. Ook kun je soms kiezen tussen verschillende opdrachten. • Verdiepingsopdrachten: opdrachten die je kunt maken in plaats van één of meer andere opdrachten. Een verdiepingsopdracht geeft extra verdieping of nodigt je uit anders te denken, iets te onderzoeken of op een creatieve manier uit te voeren. • Slotopdrachten: samenvattende opdrachten waarin diverse theorie die je hebt geleerd, wordt gecombineerd. In de meeste slotopdrachten kun je een een keuze maken voor bijvoorbeeld een werkvorm. Slotopdrachten komen aan het eind van een module voor.

7

Laagland Boek B.indb 7

6/06/18 11:48


We maken in dit boek gebruik van enkele iconen:

Bij deze opdracht wordt naar een website verwezen. Bij deze opdracht hoort een videofragment dat op de website is te vinden. Deze tekst kun je beluisteren op de website. Deze opdracht maak je samen met een medeleerling. Deze opdracht maak je in een groepje medeleerlingen.

Bij sommige opdrachten staat een QR-code. Je hebt een (gratis) QR-scanner/reader nodig op je mobiele telefoon of tablet.

Lezen voor je lijst Voor vwo moet je ten minste twaalf literaire werken lezen waarvan ten minste drie van vóór 1880. Op de website www.lezenvoordelijst.nl vind je allerlei tips voor boeken die je kunt lezen voor je lijst. De boeken worden ingedeeld naar zes leesniveaus. Je moet op je schoolexamen literatuur kunnen laten zien dat je een bepaald leesniveau hebt bereikt. Voor vwo is dat minstens niveau 4. Achter in dit boek vind je een aparte afdeling Werkwijzers bij het lezen voor je lijst. Hierin staan verschillende werkwijzers, zoals het balansverslag en het leesverslag, die je kunt gebruiken bij het lezen van boeken voor je lijst. Vanzelfsprekend is je docent de eerst aangewezen persoon om je te helpen bij het lezen voor je lijst.

Literaire ontwikkeling en begrippen Bij dit boek hoort ook boek A over literaire ontwikkeling en begrippen, het andere subdomein van het schoolexamen literatuur. Het is belangrijk dat je de theorie uit boek A beheerst, dat je die kent en dat je die hebt leren toepassen. Met deze twee boeken, A en B, bereidt Laagland, literatuur & lezer, 4e editie jou volledig op het school­ examen literatuur voor. Wij wensen je veel succes, leeservaringen en leesplezier! Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

8

Laagland Boek B.indb 8

6/06/18 11:48


Laagland Boek B.indb 9

6/06/18 11:48


PERIODE  |  1

Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn 1 Inleiding Het heldenepos is een genre dat overal ter wereld voorkwam: van China en India tot Zuid-Amerika en Afrika. Een heldenepos is een lang verhalend gedicht met veel nadruk op het heldhaftige. Een heldenepos is geworteld in de orale traditie: het epos werd (al of niet met muzikale begeleiding) voorgedragen en/of gezongen. Het oudst bewaard gebleven literaire werk, het Gilgamesj-epos uit Mesopotamië, is zo’n heldenepos. Voor de korte historische achtergrondschets die hier wordt gegeven, beperken we ons tot de oudheid (Mesopotamië, Griekenland, Rome) en de middeleeuwen, want vooral de heldenepen uit deze streken en perioden hebben grote invloed gehad op de Europese cultuur en literatuur. Een paar beroemde helden uit deze verhalen zijn Gilgamesj uit het Gilgamesj-epos, Achilles uit de Ilias, Roland uit het Chanson de Roland en ridders van koning Artur als Walewein en Lancelot.

1.1 Oudheid – middeleeuwen: ca. 3000 v. Chr. – ca. 1500 n. Chr. Hoe verschillend de maatschappijen van Mesopotamië, het oude Griekenland en Rome en de middeleeuwen ook waren, er zijn tussen deze maatschappijen ook belangrijke overeenkomsten. Zowel in de oudheid als in de middeleeuwen was het hele maatschappelijke leven doortrokken van religie. In de oudheid was godsdienst niet alleen een privéaangelegenheid, maar ook een zaak van de gemeenschap of de staat. In de middeleeuwen was de invloed en de macht van de christelijke kerk enorm groot. In Mesopotamië (later Babylonië) had iedere stadstaat een eigen stadsgod die resideerde in een grote tempel (de ziggoerat) in het centrum van de stad. De leiding over de tempel was in handen van een priesterkaste. Deze priesters hadden ook de leiding over de landbouw­ economie. De Mesopotamiërs kenden vele goden (polytheïsme). De Mesopotamiërs zagen hun goden als personificaties van kosmische verschijnselen. Hun godenverhalen (mythen) verklaarden natuurverschijnselen en het ontstaan van de wereld. De godin Isthar bijvoorbeeld was de godin van de vruchtbaarheid. Haar jaarlijkse afdaling in en terugkeer uit de onderwereld symboliseerde de vernieuwing van het agrarische leven: de wisseling van de seizoenen. De Grieken namen in aangepaste vorm veel godsdienstige gebruiken en concepten van de Mesopotamiërs over, zoals een altaar voor de tempel en grote beelden van goden en godinnen.

10

Laagland Boek B.indb 10

6/06/18 11:48


Ook het polytheïstische concept van veel goden onder leiding van een oppergod (Zeus) en een onderwereld of dodenrijk (Hades) ontleenden de Grieken aan de Mesopotamiërs. Bij de Grieken werd de mythe van de vruchtbaarheidsgodin Isthar het verhaal van Demeter en Persephone. Het leven in een Griekse stadstaat (polis) was op tal van manieren verbonden met de religie. In het centrum van de stadstaat stond de tempel en jaarlijks werden er religieuze festiviteiten georganiseerd. Ook de godsdienst in het oude Rome werd gekenmerkt door polytheïsme: de Romeinse religie was een amalgaam van een eigen godenwereld met Etruskische en vooral Griekse invloeden. De tempel vormde ook het centrum van het Romeinse religieuze leven. Bij de tempel waren religieuze specialisten werkzaam: de pontifices (priesters) en de augures (uitleggers van voortekens). In de Romeinse tijd kwam het christendom tot ontwikkeling. Het christendom verschilt op een aantal cruciale punten van het polytheïsme zoals dat in de maatschappijen van de oudheid gangbaar was. Het christendom is een monotheïstische godsdienst en heeft een heilige tekst: de Bijbel. Het christendom domineerde het dagelijks leven in de middeleeuwen. Waar in de oudheid de ziggoerat of de tempel het centrum van de gemeenschap was, werd dat nu het klooster, de kerk of de kathedraal. Ook in de middeleeuwen was religie niet uit het leven van de mensen weg te denken. Duizenden jaren leefden mensen dus in het besef dat hun leven verbonden was met een hogere macht: een pantheon van goden of een god. Het wereldbeeld van Mesopotamiërs, Grieken, Romeinen en middeleeuwers was theocentrisch: goden of een god waren een wezenlijke kern van hun wereldbeeld. De religie bepaalde de kalender, en rituelen en gebruiken het dagelijks leven. Mensen voelden zich verbonden met en gebonden aan een hogere macht (of machten). Ze dachten dat hun handelingen gestuurd of bepaald konden worden door een hogere macht. Goden of God kunnen ingrijpen in wereldlijke zaken en praktijken. Naast dit theocentrisme kenden al deze maatschappijen een duidelijke sociale hiërarchie: een indeling in groepen of klassen. Er was een elite (adel, aristocratie, priesterkaste), een middengroep, een lagere klasse en een duidelijke onderlaag van slaven of horigen. De belangrijkste bron van rijkdom was grootgrondbezit met landbouw en veeteelt. Slaven en horigen waren werkzaam op de grote landgoederen. Handel en krijgsbuit uit veroveringen vulden de rijkdom uit grondbezit aan. In Mesopotamië behoorde het grootgrondbezit aan de tempel en het paleis (de priesterkaste en de vorsten). In Griekenland en Rome beheerden aristocratische families de grote landgoederen. En in de middeleeuwen was grondbezit de basis van het feodale systeem, waarin de adellijke aristocratie de dominante positie innam. Kenmerkend voor de elite in deze perioden was een ideologie waarin de eigen sociale positie benadrukt werd door een zelfbeeld waarin de nadruk lag op macht, roem en eer (prestige), vorstelijke en eerbiedwaardige afstamming, moed, strijd en krijgsmanschap en edelmoedigheid. In deze maatschappijen was onderwijs voor weinig mensen weggelegd. Liederen en verhalende teksten konden in zo’n maatschappij een belangrijk middel zijn om principes en ideeën over te brengen. Verhalende teksten zoals het heldenepos werden in een voordrachtsessie voor het publiek gezongen en voorgedragen, want hoewel deze maatschappijen het schrift kenden, bleef de orale traditie een belangrijke rol spelen. Dat publiek was niet erg omvangrijk: bij het heldenepos slechts een groep(je) aristocraten. Literaire teksten in het algemeen en het heldenepos in het bijzonder waren geen ‘massamedium’. Het heldenepos richtte zich op de maatschappelijke elite en was de uitdrukking van een aristocratische en gesloten gemeenschap. Dat was zo bij het Gilgamesj-epos in Mesopotamië, de Ilias van Homerus in Griekenland en ook nog bij de chansons de gestes (heldenverhalen over ridders) in de middeleeuwen: het waren verhalende teksten bedoeld voor de maatschappelijke bovenlaag.

11

Laagland Boek B.indb 11

6/06/18 11:48


1.2 Kenmerken van het heldenepos Het heldenepos wortelt in de orale traditie; het epos werd vaak gedeeltelijk verteld (voorgedragen) en gezongen. Een heldenepos heeft een betrouwbare en alwetende auctoriale vertelinstantie. De heldeneposdichter maakte gebruik van compositietechnieken die kenmerkend zijn voor mondelinge of orale literatuur. De dichter gebruikte ‘prefab’-materiaal. Vaste aanduidingen, bepaalde zinnen, uitdrukkingen en traditionele formules komen meerdere keren in een werk terug. Ook varieerde de dichter met vaste inhoudelijke elementen, die als een soort ‘kapstokken’ gebruikt werden om er een verhaal aan op te hangen: een bijeenkomst, het vertrek, de aankomst, de feestmaaltijd, de uitdaging, de strijd, de overwinning etc. In een heldenepos staat een heldenleven centraal en zo’n heldenleven volgt een vast patroon. De held is (meestal) een man: Gilgamesj, Achilles, Odysseus, Roland of Lancelot. De held is van bijzondere komaf. Zo is Achilles de zoon van de zeegodin Thetis en een mens (koning Peleus) en is Gilgamesj een koningskind. Soms heeft de held een bijzondere geboorte. Na de jeugdfase volgt het grote avontuur. Dit avontuur gaat met strijd gepaard. Helden zijn opvallend knap van uiterlijk en/of bijzonder sterk. Achilles heeft in Homerus’ Ilias beide kenmerken. Helden hebben bijzondere kwaliteiten: ze hebben bovenmenselijke krachten en/of (magische) gaven. Helden overtreffen hun tegenstanders altijd in kwaliteit. De grootste held is de beste strijder en de ware held is in staat spectaculaire taken te verrichten. Helden zijn buitengewoon gevoelig voor eer en roem (hun goede naam). Zowel Roland in het Chanson de Roland als Achilles in de Ilias zijn helden met een buitengewoon groot eergevoel. Helden sterven jong, maar zeer eervol, of ze worden heel erg oud en brengen rijkdom en welvaart. Voor alle helden geldt dat ze na hun dood geroemd en geëerd blijven. Ze verwerven eeuwige roem: wij kennen ze nog.

PERIODE 1 | 3000 v. Chr. – 1500 ca. 3200 v. Chr.

ca. 1200 v. Chr

8ste eeuw v. Chr.

3000 v. Chr.

Schrift in Mesopotamië

Heldenepos Gilgamesjepos op kleitabletten vastgelegd

Griekse heldenepen Ilias en Odyssee (Homerus)

50-130

Tussen 27-19 v. Chr.

27 v. Chr

5de eeuw v. Chr.

Begin Romeinse Keizerrijk, Augustus eerste keizer

Bloei Griekse tragedie: Aischylos, Sofokles en Euripides Sofokles: Koning Oedipus

Vanaf 5de eeuw

800

Opkomst christendom

Karel de Grote tot keizer gekroond

Het Nieuwe Testament (Bijbel) geschreven

Heldenepos Aeneis (Vergilius)

476 Val van het WestRomeinse rijk, begin middeleeuwen

500

Vanaf 1250

Ca. 1100

Ca. 1070-1080

8ste-11de eeuw

Arturroman Penninc en Pieter Vostaert: Roman van Walewein

Chanson de Roland (oudste chanson de geste)

Tapijt van Bayeux

Feodale maatschappij komt tot ontwikkeling

2de helft 13de eeuw

Ca. 1450

Ca. 1515

Willem: Van den vos Reynaerde

Boekdrukkunst in Europa

Rederijkerstekst: Mariken van Niemeghen

12

Laagland Boek B.indb 12

6/06/18 11:48


De heldenepen uit MesopotamiĂŤ, Griekenland, Rome of de middeleeuwen richtten zich op een aristocratisch, elitair publiek. Belangrijke aspecten van de aristocratische ideologie, zoals standsgevoel, strijdlust, moed, krijgsmanschap en eergevoel (prestige), zijn belangrijke drijfveren van de helden. De aristocratische ideologie bepaalt het doen en laten van de helden. Deze heldenepen stamden bovendien uit maatschappijen waar het gehele leven van religie doortrokken was (theocentrisme). Dat merk je ook aan deze epen: er is in de heldenverhalen belangrijk contact tussen de godenwereld en de mensen (Gilgamesj-epos, Ilias), of het christendom speelt een cruciale rol in de handeling (Chanson de Roland). De (aristocratische) helden van het epos gingen op avontuur in een epische wereld waarin goden, God of een hogere macht richtinggevend en doorslaggevend (konden) zijn.

13

Laagland Boek B.indb 13

6/06/18 11:48


MODULE  |  1

De oudste en oude literatuur Inleiding Deze module gaat over de oudste en oude literatuur: de literatuur uit Mesopotamië, Griekenland en Rome. Het heldenepos van deze drie culturen staat centraal. Ook de Griekse tragedie en de Bijbel, het heilige boek van de christenen, komen aan de orde. Je begint met het maken van opdrachten. Je leest teksten, bestudeert de theorie en leert deze gericht toepassen.

14

Laagland Boek B.indb 14

6/06/18 11:48


1  |  OPDRACHTEN

Overzicht opdrachten en theorie Module 1 bestaat uit zes opdrachten en een slotopdracht.

Pagina De opdrachten 2 en 3 horen bij de theorie van Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn.15 De opdrachten 4 , 5 en 6 horen bij de theorie van De oudste en oude literatuur. Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn wordt bij deze opdrachten bekend verondersteld. 16-18 Opdracht 7 is de slotopdracht. 20 Overzicht literatuurgeschiedenis 1 Mesopotamië 2 Griekenland 3 Rome

21 21 24

Opdracht 1 De eerste twee modules van de literatuurgeschiedenis horen bij Het tijdperk van het heldenepos. Zoals de naam van het tijdperk aangeeft, gaat het vooral over literaire teksten waarin helden centraal staan. Bedenk vijf kenmerken die volgens jou typerend zijn voor helden en (oude) teksten over helden en vergelijk daarna jouw lijstje met kenmerken met die van een medeleerling. Vul elkaars lijstje aan.

Opdracht 2

theorie Het tijdperk van het heldenepos

Bestudeer de theoretische schets Het tijdperk van het heldenepos – de grote lijn en maak een waaier­ schema van de tekst. Zorg ervoor dat in je waaierschema de twee belangrijkste achtergronden en de belangrijkste kenmerken van het heldenepos duidelijk omschreven zijn.

Opdracht 3

theorie Het tijdperk van het heldenepos

Lees tekst 1 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 1 is een fragment uit de Odyssee van Homerus. Odysseus is na de val van Troje terechtgekomen bij de Faiaken, een zeevaardersvolk met Alkinoös als koning. Als het fragment begint heeft Alkinoös (de “hij” in vs. 1) opdracht gegeven om de zanger Demodokos te gaan halen. Tweeënvijftig jongemannen moeten een schip in gereedheid brengen om Odysseus naar zijn vaderland Ithaka te brengen.

Tekst 1

5

10

Zo sprak hij en hij ging de mannen voor, de vorsten met de scepter volgden hem. De goddelijke zanger werd gehaald door de heraut, terwijl de tweeënvijftig gekozen kerels op bevel de kust opzochten van de eindeloze zee. Bij schip en zee beneden aangekomen trokken ze eerst het vaartuig in het diep. Ze richtten in het zwarte schip de mast op en het zeil, bevestigden de riemen in leren stroppen, alles naar behoren, en hesen eindelijk het witte zeil. Hoog op het strandwater meerden de mannen het zwarte schip. Ze gingen weer van boord

15

20

25

en kwamen naar het machtige paleis van de verstandige Alkinoös. Gevuld de zuilengangen, hoven, zalen met mannen die daar kwamen toegestroomd, er waren daar veel mensen, jong en oud. Voor hen liet vorst Alkinoös twaalf schapen, acht witgetande everzwijnen slachten, twee runderen met waggelende gang. De huid werd afgestroopt, het vlees bereid, zo maakte men daarmee een heerlijk maal. Daar naderde Alkinoös’ heraut in het gezelschap van de trouwe zanger. De Muze had hem boven allen lief, 15

Laagland Boek B.indb 15

6/06/18 11:48


1  |  OPDRACHTEN

30

35

40

45

50

55

60

65

maar schonk hem én het goede én het kwade: het licht had zij ontnomen aan zijn ogen, ze schonk hem de liefelijke zangkunst. Te midden van de disgenoten plaatste Pontonoös tegen een hoge zuil voor hem een zetel die met zilverknoppen beslagen was, en aan een houten pen boven het hoofd van deze bard hing hij de citer op, die helder klinkt, en wees hem hoe hij haar kon grijpen met de hand. Hij zette ook een prachtig tafeltje bij hem, een broodkorf en een beker wijn om van te drinken als hij dat mocht wensen. Ze strekten snel hun handen naar de spijzen die waren klaargemaakt en voorgezet. Toen dorst en honger bij hen allen waren gestild, bewoog de Muze eindelijk de zanger tot het zingen van een lied dat spreekt van glorierijke heldendaden, een lied waarvan tot in de weidse hemel de roem toen doorgedrongen was: de twist van Odysseus en Peleus’ zoon Achilles. Hoe zij aan een royale godendis ooit in een vreselijke woordentwist geraakten, de bevelhebber van krijgsvolk vorst Agamemnon stiekem zich verheugde omdat de besten der Achaiërs twistten. Zo had Apollo in het heilig Pytho hem ooit voorspeld, toen hij de stenen drempel betrad om het orakel te bevragen. De grote Zeus was immers vastbesloten: die woordentwist werd het begin van leed dat over Danaërs en Trojers kwam. Zo klonk het lied van de vermaarde bard. Maar Odysseus greep met zijn sterke hand zijn grote purper mantel, trok hem hoog over zijn hoofd om er zijn mooi gelaat

70

75

80

85

90

95

100

mee te bedekken. Want hij schaamde zich voor de Faiaken als zij tranen zouden zien druppelen van onder zijn wenkbrauwen. En telkens als de goddelijke bard met zingen ophield, wiste hij zijn tranen, nam van zijn hoofd de mantel weg en plengde de goden met een beker met twee oren. Begon de zanger weer, op aandringen van de aanzienlijksten van de Faiaken omdat ze vreugde vonden in zijn zang, dan hulde Odysseus zijn hoofd opnieuw en sloeg hij weer aan het bejammeren. Voor al de rest bleef zijn geween verborgen, alleen Alkinoös bemerkte het, hij zat naast hem en hoorde zijn diep zuchten. Hij nam onmiddellijk het woord en sprak tot de Faiaken die van roeien houden: ‘Bevelhebbers en leiders der Faiaken, aanhoor me nu. Ons hart is al verkwikt door een behoorlijk maal en door de citer die elke rijke maaltijd begeleidt. Naar buiten nu, en laat ons onze krachten in allerhande wedstrijden gaan meten, dat onze gast zijn vrienden bij zijn thuiskomst vertellen kan in welke mate wij de rest de baas zijn in het vuistgevecht, het worstelen, het springen en de wedloop.’ Zo sprak hij en hij ging de mannen voor. En aan een houten pen hing de heraut de citer op die helder klinkt, hij nam Demodokos toen bij de hand, geleidde hem uit de zaal van het paleis en bracht hem langs dezelfde weg die ook de rest nam, de vooraanstaanden onder de Faiaken, om nu de spelen te bewonderen. Uit: Homeros, Odyssee. Een zwerver komt thuis.

1 Het heldenepos was een tekstsoort (genre) dat functioneerde voor de maatschappelijke elite. Citeer drie woordgroepen uit het fragment waaruit je af kunt leiden dat Demodokos zijn kunsten vertoont voor de maatschappelijke elite van Alkinoös hof. 2 Demodokos wordt in positieve bewoordingen beschreven. Citeer vier woordgroepen die een positieve typering van Demodokos geven. 3 Het lijkt erop dat Demodokos niet vanzelf en spontaan aan zijn voordracht begint. Lees vs. 45-46 aandachtig en probeer in eigen woorden weer te geven wat daarmee wordt bedoeld: hoe komt Demodokos tot zingen? 4 Wat is het onderwerp van de liederen die Demodokos zingt? 5 Geef een voorbeeld van theocentrisme in dit tekstfragment. 6 Noem drie algemene kenmerken van het heldenepos die je in dit fragment van de Odyssee herkent.

Opdracht 4

theorie De oudste en oude literatuur

Bestudeer de theorie van De oudste en oude literatuur en maak de opdracht.

16

Laagland Boek B.indb 16

6/06/18 11:48


Opdracht 5

1  |  OPDRACHTEN

Hieronder staan zestien begrippen en namen. Maak de acht juiste combinaties van de volgende begrippen en namen: Tempeleconomie, logos, tragedie, Standaardversie, propaganda voor Augustus, Homerus, katharsis, vier evangeliën, stadstaat (polis), spijkerschrift, filosofie, rhapsoden, Nieuwe Testament, Gilgamesj-epos, doel tragedie, Aeneis. theorie De oudste en oude literatuur

Lees tekst 2 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 2 is een fragment uit het Gilgamesj-epos. Het betreft een passage verteld op het vijfde kleitablet. Gilgamesj en Enkidoe zijn in Libanon, het land van de ceders, om het monster Choembaba te verslaan. Choembaba kan zich met goddelijke, zeven onoverwinnelijk makende bliksemschichten verdedigen. Gilgamesj en Enkidoe bespreken hun strategie. Een talent is een bepaald gewicht: 28,8 kg.

Tekst 2

5

10

15

20

‘We zullen Choembaba verrassen. Dan verdwijnt de aura van bliksemschichten in de verwarring. De bliksemschichten zullen verdwijnen en de verschrikkelijke straling zal ophouden.’ Enkidoe zegt tegen Gilgamesj: ‘Mijn vriend, vang eerst de kloek, dan weten de kuikens niet waarheen. De bliksemschichten zullen we later wel zoeken; ze zullen als kuikens van hot naar her door het gras rennen. Sla hem eerst dood, sla dan zijn helpers.’ Gilgamesj luisterde naar wat zijn metgezel zei. Hij nam zijn bijl in de hand. Hij trok het zwaard uit zijn riem. Gilgamesj trof Choembaba dodelijk in de hals. Enkidoe, zijn vriend, hield hem vast. Bij de derde slag viel Choembaba, zijn bloed verdween in de aarde. Gilgamesj heeft Choembaba op de grond doen neerzinken.

25

30

35

40

Twee mijlen ver zuchtten de ceders. Samen met zijn vriend heeft Enkidoe hem gedood. Het woud weeklaagde en de ceders zuchtten. Enkidoe sloeg de wachter van het woud dood, wiens stemgeluid de Hermon en de Libanon deed beven. De bergen schokten. De bergketens beefden. Hij sloeg de wachter van de ceders dood en daarna diens zeven helpers. Hij nam het strijdnet van twee talenten en het zwaard dat acht talenten woog. Met deze last van tien talenten drong hij door in het woud. Enkidoe opende de geheime verblijfplaats van de goden. Gilgamesj kapte de bomen. Enkidoe koos het hout uit.

Uit: Het Gilgamesj-epos.

1 In het fragment wordt beeldspraak toegepast. Leg uit wat bedoeld wordt met: “de kloek” en de “kuikens” (vs. 7-8) en “de wachter van de ceder” en “diens zeven helpers” (vs. 33-34). 2 Een van de kenmerken van het heldenepos betreft het taalgebruik: het gebruik van vaste uitdrukkingen en formules en herhaalde woordkeus. Leg beargumenteerd uit in hoeverre je dit kenmerk wel of niet van toepassing acht op dit fragment uit het Gilgamesj-epos. 3 Gilgamesj en Enkidoe doden Choembaba. Wat is de uitwerking van hun daad op de omgeving? 4 Hoe zwaar is de last die Enkidoe in vs. 37 in werkelijkheid draagt? 5 Leg beargumenteerd uit of de zwaarte van de last die Enkidoe draagt, wel of niet bijdraagt aan de typering van Enkidoe als held. 6 Leg beargumenteerd uit waarom dit fragment uit het Gilgamesj-epos aansluit bij de ideologie van het toenmalige Mesopotamische publiek. 7 Noem drie algemene kenmerken van het heldenepos die je in dit fragment uit het Gilgamesj-epos herkent. 17

Laagland Boek B.indb 17

6/06/18 11:48


1  |  OPDRACHTEN

Opdracht 6

theorie De oudste en oude literatuur

Lees tekst 3 en beantwoord met een medeleerling de vragen. Tekst 3 is een fragment uit het begin van de Ilias. Voorafgaand aan het fragment heeft de priester Kalchas verteld dat de god Foibos Apollo (“de Trefzekere”) vertoornd is op de Grieken (die Achaiërs of Danaërs worden genoemd). Agamemnon (de legeraanvoerder) krijgt van Kalchas te horen dat hij van Foibos Apollo zijn oorlogsbuit, het meisje Chryseïs, aan haar vader Chryses terug moet geven. Als het fragment begint, reageert Agamemnon op deze woorden van Kalchas, die net is gaan zitten. Agamemnon is de zoon van Atreus. Een hecatombe is een (stieren)offer en Pelide is de aanduiding voor Achilles, hij is de zoon van Peleus.

Tekst 3

5

10

15

20

25

30

35

40

Zo sprak hij en ging zitten. In hun midden verhief zich toen de held, de zoon van Atreus, de wijd en zijd heersende Agamemnon. Hij was gegriefd, zijn geest geheel gehuld in duister en vervuld van woede, ogen had hij als vonken vuur. Eerst keek hij boos naar Kalchas en hij zei: ‘Onheilsprofeet! Nog nooit voorspelde jij iets in mijn voordeel. Je vindt altijd plezier in het voorspellen van ongeluk. Nog nooit heb jij iets goeds gedaan of uitgesproken. En ook nu weer verklaar je in het openbaar een godsspraak voor de Achaiërs: de Trefzekere zou dáárom rampspoed brengen over hen omdat ik voor het meisje, Chryses’ dochter, geen schitterende losprijs wou aanvaarden. Natuurlijk dat ik haar veel liever thuis hou! Want ik verkies haar boven Klytaimnestra, mijn legitieme vrouw. Zij hoeft niet onder te doen voor haar in schoonheid en gestalte, noch in verstand en handwerk. Toch wil ik haar teruggeven, als dat het beste is. Want ik verkies het welzijn van mijn krijgsvolk boven zijn ondergang. Achaiërs, jullie bezorgen mij terstond een eergeschenk, opdat ik niet als enige Argeiër hier zonder eergeschenk zal staan. Want zoiets is onbehoorlijk. Elkeen ziet hoe mij het eergeschenk verloren dreigt te gaan.’ Toen gaf Achilles met de snelle voeten hem antwoord: ‘Roemrijke Atride, jij bent van allen de hebzuchtigste! Hoe kunnen de fiere Danaërs een eergeschenk aan jou bezorgen? Nergens kennen wij nog grotere buit die onverdeeld bleef liggen. De buit uit de verwoeste steden is verdeeld en het betaamt niet dat het krijgsvolk die dingen op een hoop weer samenbrengt. Laat jij haar nu uit eerbied voor de godheid

45

50

55

60

65

70

75

80

gaan. Driemaal, viermaal zullen wij, Achaiërs, jou wel vergoeden, mochten wij door Zeus het goed ommuurde Troje ooit verwoesten.’ De heerser Agamemnon gaf ten antwoord: ‘Hoe dapper jij ook bent, godengelijke Achilles, huichel toch niet zo. Je zult me niet te slim af zijn, noch overtuigen. Wil jij, om zelf je eergeschenk te houden, dat ik hier zomaar zit met lege handen? Verzoek jij mij haar dáárom weer te geven? Mij goed, wanneer de fiere Danaërs me een eergeschenk bezorgen naar mijn zin en met dezelfde waarde. Geven zij het niet, dan kom ik zelf een eergeschenk ophalen, dat van jou of dat van Ajas, of neem ik dat van Odysseus maar mee. Ja, wie ik opzoek, zal heel toornig worden. Komaan, dat alles zullen wij later nog eens bespreken. Wat nu moet gebeuren: een zwart schip trekken in de zee vol glinsters en het bemannen met een keur van roeiers, aan boord de hecatombe brengen én Chryseïs, meisje met de mooie wangen. Eén iemand uit de krijgsraad neemt de leiding, Idomeneus of Ajas, Odysseus, de godlijke, of jij, Pelide, meest geduchte van ons allen, in de hoop de god die uit de verte treft, met ons weer te verzoenen door een heilig offer.’ Achilles met de snelle voeten keek hem dreigend aan en zei: ‘Ach, wat!? Jij, vat vol onbeschaamdheid. Jou drijft winstbejag. Hoe wil je dat nog iemand der Achaiërs van harte luistert naar wat jij beveelt, hetzij een expeditie wacht, hetzij hij dapper tegen mannen moet gaan vechten? Ik ben toch niet omwille van Trojaanse

18

Laagland Boek B.indb 18

6/06/18 11:48


90

95

100

105

110

115

120

125

130

Zo sprak hij. De Pelide was beledigd.

135

140

145

150

155

160

165

170

175

180

185

1  |  OPDRACHTEN

85

lanszwaaiers hier gekomen voor een oorlog. Zij hebben niets misdreven tegen mij. Nooit hebben zij mijn koeien of mijn paarden gestolen, nooit vernielden zij mijn oogst in het vetkluitig, mannenvoedend Fthia. Er liggen tussenin talloze bergen vol schaduw en een zee met luide galm. Nee, jou zijn wij gevolgd, voor jouw plezier, jij die totaal geen schaamte kent. Hondsvot, voor jou en Menelaos willen wij van de Trojanen eerherstel verkrijgen. Maar niets daarvan bekommert jou, het deert je niet. Nu dreig je mij zelfs eigenhandig mijn eergeschenk, waarvoor ik veel doorstond en dat de zonen der Archaïers mij geschonken hebben, te ontnemen. Nooit krijg ik een evenwaardig eergeschenk als de Achaiërs een welvarende Trojaanse stad verwoesten. Maar mijn handen zijn wel het meest van alle in de weer in het onstuimig oorlogswerk. En wordt de buit verdeeld, dan is jouw eergeschenk veel groter. Met een klein ben ik tevreden, vermoeid van vechten keer ik dan terug naar onze vloot. Maar nu ga ik terug naar Fthia. Echt, het is veel beter weer naar huis te keren op gekromde schepen. Voor jou hier rijkdommen in overvloed verzamelen, terwijl ik in mijn eer ben aangetast, dat ben ik niet van plan.’ De aanvoerder van krijgsvolk, Agamemnon, gaf antwoord: ‘Vlucht maar, als je hart dat nu verlangt. Ik smeek je niet voor mij te blijven. Ik heb hier nog wel anderen om mij te eren, allereerst de wijze Zeus. Van alle koningen die afstammen van Zeus, verfoei ik jou het meest. Altijd hou jij van ruzie, oorlogen en vechten. Ben jij heel sterk, dan is dat een geschenk van goden, denk ik. Vaar maar met je schepen naar huis, speel daar de baas over je volk van Myrmidonen. Over jou maak ik me niet bezorgd, ik geef niet om je woede. Neem deze dreiging voor gezegd: nu Foibos Apollo mij Chryseïs afneemt, stuur ik haar met mijn eigen schip, mijn eigen mannen. Maar zelf kom ik naar jouw verblijf en haal Briseïs weg, jouw eergeschenk, het meisje met mooie wangen. Jij moet goed beseffen hoezeer ik jou hier overtref in macht. Dat ook een ander er terug voor deinst zich mijns gelijke te verklaren en zich openlijk met mij gelijk te stellen.’

In zijn behaarde borst bewoog zijn hart zich tussen twee gedachten. Trok hij nu het scherpe zwaard dat langs zijn dijbeen hing, joeg hij de anderen opzij en doodde hij Atreus’ zoon? Of toomde hij zijn toorn, zou hij zijn woedend hart beteugelen? Terwijl hij dat nog overwoog vanbinnen en hij het scherpe zwaard reeds uit de schede trok, kwam Athena uit de hemel. Hera, godin met blanke armen, was bezorgd, zij hield van beiden evenveel en zond haar. Athena ging achter Achilles staan en greep de Pelide bij zijn blonde haar. Hij alleen zag haar, zij was onzichtbaar voor alle anderen. Achilles stond versteld, hij keerde zich en hij herkende Athena Pallas dadelijk. Vervaarlijk haar fonkelende ogen. En hij sprak tot de godin, gaf vleugels aan zijn woorden: ‘Waarom bent u nu weer gekomen, dochter van Zeus die met de aegis zwaait? Wilt u de hoogmoed zien van Agamemnon, Atreus’ zoon? Maar ik zeg u klaar en duidelijk, en denk dat het ook zo geschieden zal: zijn overmoed kost hem weldra het leven.’ En de godin met fonkelende ogen, Athena, zei hem op haar beurt: ‘Ik ben gekomen uit de hemel om je toorn te tomen, als je naar me luistert. Hera, godin met blanke armen, is bezorgd, zij houdt van beiden evenzeer en zond me. Kom, staak die twist en laat je hand het zwaard niet trekken. Maar je mag hem wel met woorden beschimpen, zeg wat hem te wachten staat. Want ik verklaar je klaar en duidelijk, en zo zal het geschieden: ooit krijg jij in drievoud zelfs zovele schitterende geschenken ter vergelding van zijn hoogmoed. Bedwing je dus en luister nu naar ons.’ Haar gaf Achilles met de snelle voeten als antwoord: ‘Een bevel dat van u beiden komt, moet men wel in acht nemen, godin, hoezeer men ook vertoornd is in zijn hart. Dat is het beste. Wie gehoor verleent aan goden, wordt door hen beslist verhoord.’ Hij sprak aldus en op het zilveren gevest hield hij zijn zware vingers stil en stak het machtig zwaard weer in de schede. Athena’s woord bleef hij niet ongehoorzaam. Zijzelf was al op weg naar de Olympos, naar het paleis van Zeus die met de aegis zwaait, waar de andere goden ook verblijven. Uit: Homeros, Ilias. Wrok in Troje.

19

Laagland Boek B.indb 19

6/06/18 11:48


1  |  OPDRACHTEN

1 Achilles weigert Agamemnon een nieuw eergeschenk, ter vergoeding van Chryseïs van wie Agamemnon afstand moest doen. Welk verwijt maakt Achilles Agamemnon? 2 Leg beargumenteerd uit of je het verwijt dat Achilles Agamemnon maakt terecht vindt, of niet. 3 Leg beargumenteerd uit of het verwijt dat Achilles Agamemnon maakt passend is binnen de gezagsver­hou­dingen in het Griekse leger. Agamemnon is immers de oudere aanvoerder en Achilles (slechts) de jongere krijger. 4 In zijn rede tegen Agamemnon geeft Achilles aan waarom de Trojaanse oorlog is begonnen. Wat is volgens Achilles de reden voor de Trojaanse oorlog? 5 Eer is een belangrijk element binnen de aristocratische code en krijgsmanideologie. Leg beargumenteerd uit welke rol eer speelt in dit fragment. 6 Kenmerkend voor het heldenepos is het gebruik van vaste formuleringen, uitdrukkingen en formules. Geef een duidelijk voorbeeld uit deze tekst van zo’n formulering, uitdrukking of formule. 7 Heb je in dit fragment te maken met theocentrisme en polytheïsme, alleen theocentrisme, alleen polytheïsme of met geen van deze begrippen? 8 Leg beargumenteerd uit waarom dit fragment uit de Ilias aansluit bij de ideologie van het toenmalige Griekse publiek. 9 Achilles luistert aan het einde van dit fragment naar de godin Athena Pallas. Leg beargumenteerd uit of er bij Achilles dan sprake is van een katharsis.

Opdracht 7 - slotopdracht Schrijf samen met drie medeleerlingen een passage uit een zelfbedacht heldenepos. De helden­ epospassage moet ongeveer 400 woorden lang zijn en verder aan de volgende eisen voldoen: • er is een duidelijk aanwezige auctoriale vertelinstantie; •  er zijn minimaal één duidelijk kapstokelement en twee vaste uitdrukkingen, theocentrisme en krijgsmanideologie aanwezig; •  de hoofdpersoon mag een held of een heldin zijn. Ieder groepje draagt zijn epos voor.

20

Laagland Boek B.indb 20

6/06/18 11:48


1  |  THEORIE

De oudste en oude literatuur 1 Mesopotamië Ongeveer 3200 v. Chr. werd in Mesopotamië, het gebied tussen de rivieren Eufraat en Tigris (in het huidige Irak), voor het eerst het schrift gebruikt. Het vruchtbare rivierengebied (Mesopotamië betekent ‘tweestromenland’ of ‘land tussen de rivieren’) maakte landbouw mogelijk. Daardoor was permanente bewoning mogelijk en ontstonden er steden. Het centrum van zo’n stad was de tempel (de ziggoerat), de woonplaats van een godheid. De tempels hadden veel grondbezit voor landbouw en veeteelt. Deze zogenaamde tempeleconomie vereiste een administratie waarbij afspraken op schrift vastgelegd konden worden. Uit deze behoefte ontstond het spijkerschrift: informatie werd met een rietstengel op een kleitablet ‘geschreven’. Het schrift maakte het ook mogelijk dat eeuwenoude, mondeling (oraal) over­geleverde verhalen ‘op schrift’ (dus op kleitabletten) werden vastgelegd. Alleen een kleine groep geschoolde professionele schrijvers beheerste het spijkerschrift. Het oudste in schrift vastgelegde verhaal is het Gilgamesj-epos. Verhalen over Gilgamesj circuleerden al vanaf het derde millennium v. Chr. in de orale cultuur. Barden (zangersdichters) reciteerden de mondeling overgeleverde verhalen aan vorstenhoven. Uit al deze verhalen en versies werd rond 1200 v. Chr. door Sin-leqi-unnini, een priesterwaarzegger uit Oeroek (Uruk), de zogenaamde Standaardversie samengesteld: een samenhangend heldenepos van ca. 3000 versregels verdeeld over twaalf kleitabletten

met daarop het heldenepos over Gilgamesj. De titelfiguur is de historische koning Gilgamesj, die ongeveer 2750 jaar v. Chr. koning was van Oeroek, een stad in het zuiden van Mesopotamië. De kern van de Standaardversie van het epos gaat als volgt. Gilgamesj is een jonge onbesuisde en tirannieke koning die de vrouwen van zijn stad lastigvalt. De goden scheppen het dierlijke steppewezen Enkidoe om Gilgamesj tot de orde te roepen. Enkidoe en Gilgamesj vechten met elkaar en na het gevecht sluiten zij vriendschap. Samen verslaan ze het monster Choembaba (Humbaba) in Libanon, ten westen van Oeroek gelegen. Als Gilgamesj en Enkidoe de Hemelstier hebben gedood, voelt de godin Isjtar zich vernederd. Zij vervloekt Gilgamesj en de goden beslissen dat Enkidoe moet sterven. De ontroostbare Gilgamesj gaat na Enkidoes dood op zoek naar het eeuwige leven. Na een lange reis naar het oosten – een reis ver voorbij de doodsrivier – bereikt Gilgamesj Ut-napistim, de man die de zondvloed heeft overleefd en van de goden het eeuwige leven heeft gekregen. Van Ut-napistim leert Gilgamesj dat hij een mens is, en dus sterfelijk. Gilgamesj keert met een verjongingskruid naar Oeroek terug, maar onderweg steelt een slang dat kruid. Gilgamesj is terug in Oeroek en weet wat zijn taak is: veilige muren bouwen voor de stad.

2 Griekenland Na Mesopotamië kwam Griekenland tot bloei. Rond 600 v. Chr. zijn er Griekse filosofen als Thales van Milete en Anaximander die braken met de tot dat moment gangbare gewoonte om mythen te hanteren als verklaringsmodel. De filosofie, het streven naar kennis, inzicht en waarheid, maakte zich los van de mythologie, de godenverhalen. De Griekse mythe

verschafte kennis van de wereld en over de plaats van de mens in de kosmos. Een mythe was een fantasierijk antwoord op een waaromvraag. Het antwoord op zo’n vraag wilde ‘waar’ zijn, maar die waarheid was niet met de rede of met feiten onderbouwd. Het doel en de zin van de mythe was de overmacht van het onbestemde met een verhaal bedwingen. Als reactie op 21

Laagland Boek B.indb 21

6/06/18 11:48


1  |  THEORIE

de mythe als verklaringsmodel ontstond er het filosofisch-wetenschappelijk streven om de wereld rationeel (door middel van de ‘logos’) te doorgronden. Voor de bewoners van Griekenland van de achtste tot en met de zesde eeuw v. Chr. waren mythen nog een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven: rituelen, culten, orakels, offers, ceremoniën en religieuze feesten. De werken van Homerus (Grieks: Homeros; achtste eeuw v. Chr.) zijn nog onlosmakelijk verbonden met deze mythologische wereld. In zijn heldenepen Ilias en Odyssee spelen de goden een belangrijke en doorslaggevende rol. Homerus beschrijft in de Ilias en Odyssee de wereld van de adel uit de Griekse Bronstijd (1200-750 v. Chr.) als een geïdealiseerd verleden, een wereld waarin vorstelijke krijgsmentaliteit gecombineerd wordt met de almacht van de godenwereld. De opdrachtgevers en het publiek van Homerus in de achtste eeuw v. Chr. wilden graag geloven dat hun voorouders helden waren geweest en daarom verlangden zij naar epische verhalen vol heroïek. Homerus’ teksten werden in delen voorgelezen in kleine aristocratische, voor­ namelijk mannelijke gezelschappen. In de Ilias (ca. 750 v. Chr.) worden twee verhaallijnen met elkaar verbonden: de gebeurtenissen op het slagveld en de ruzie

tussen Agamemnon en Achilles. De eerste verhaallijn gaat over de oorlog tussen de Grieken (in de Ilias Achaïers genoemd) en de Trojanen. De Grieken belegeren onder aanvoering van Agamemnon de burcht van Troje (Ilion). Zij willen de door Paris, een zoon van de Trojaanse koning Priamus, ontvoerde Helena terug en de schande uitwissen die Menelaos (echtgenoot van Helena en broer van Agamemnon) is aangedaan. De tweede verhaallijn gaat over de wrok van Achilles. Achilles wil niet langer met de andere Grieken meevechten omdat Agamemnon zijn eer heeft geschonden. Agamemnon en Achilles kregen ruzie over de oneerlijke verdeling van de krijgsbuit. Eer en roem werden onder andere uitgedrukt in ontvangen eerbewijzen. Eerbewijzen waren vaak materieel van aard, zoals toegekende krijgsbuit. Een oneerlijke verdeling van de krijgsbuit raakte de erecode van een aristocratische krijgsmangemeenschap. Agamemnon schond bij de verdeling van de krijgsbuit Achilles’ eer, om zijn eigen prestige te herstellen. Roem of eer (‘kleos’) was van essentieel belang voor een Griekse held. Als Achilles, de beste strijder van de Grieken, door Agamemnon in zijn eer en prestige gekrenkt wordt, gaat hij wrokken en weigert nog langer met de andere Grieken mee te vechten. Pas als zijn strijdmakker Patroklos gedood wordt, keert Achilles terug naar het slagveld om

Joseph Mallord William Turner, Ulysess Deriding Polyphemus

22

Laagland Boek B.indb 22

6/06/18 11:48


De Odyssee van Homerus gaat over de lotgevallen van de Griekse held Odysseus na de val van Troje. Door een list van Odysseus (de Griekse soldaten zijn verstopt in een groot houten paard; het beroemde Paard van Troje) weten de Grieken na tien jaar strijd de Trojanen te verslaan en Troje te vernietigen. Op de terugweg naar zijn paleis op het eiland Ithaka waar zijn trouwe vrouw Penelope op hem wacht, maakt Odysseus tal van avonturen mee. Eenmaal thuis verslaat hij met zijn zoon Telemachos de ‘vrijers’ van Penelope en bewijst hij dat hij haar echtgenoot is die na twintig jaar is teruggekeerd. Ook in de Odyssee is een belangrijke rol voor de goden weggelegd. Odysseus moet na de val van Troje tien jaar zwerven omdat Poseidon woedend op hem is. Odysseus krijgt echter hulp van de godin Athena, waardoor hij uiteindelijk naar huis terug kan keren. De negentiende-eeuwse Engelse schilder Turner verbeeldde een van de bekendste avonturen van Odysseus. Nadat Odysseus met zijn mannen uit Troje is vertrokken, komen ze na omzwervingen aan op het eiland van de Kyklopen, eenogige reuzen. Ze worden gevangenen van de eenogige Polyphemos, zoon van de god Poseidon. De Kykloop peuzelt graag mannen van Odysseus op. Odysseus weet de Kykloop blind te maken en ontsnapt met zijn overgebleven mannen in de vroege ochtend bij opgaande zon. In de wolken en de rook is de schim van Polyphemos te ontdekken, terwijl hij door Odysseus wordt bespot. Poseidon, Polyphemos’ vader, is woedend over het leed dat Odysseus zijn zoon heeft aangedaan. Door de woede van Poseidon moet Odysseus tien jaar ronddolen voor hij Ithaka bereikt.

De teksten van Homerus staan aan het einde van een eeuwenoude orale traditie. De Ilias en Odyssee zijn geen korte liederen, maar omvangrijke lange heldenepen met een duidelijke samenhang en structuur. De teksten zijn in de tweede helft van de achtste eeuw geconcipieerd, maar in de teksten werd gebruikgemaakt van veel ouder materiaal uit de orale traditie. Homerus’ teksten zijn zo omvangrijk dat rhapsoden, rondtrekkende volkszangers, de teksten in delen voordroegen.

1  |  THEORIE

zijn gesneuvelde vriend te wreken en dan verslaat hij de Trojaanse held Hektor. Er gebeurt in de Ilias niets zonder dat goden er de hand in hebben. De goden weten alles en beïnvloeden de gebeurtenissen. In het conflict tussen de Trojanen en de Grieken kiezen de goden partij. Hera, Athena en Poseidon steunen de Grieken, terwijl Afrodite, Ares en Apollo de kant van de Trojanen kiezen.

Behalve dat in de Ilias en de Odyssee gebruik is gemaakt van eeuwenoude, oraal over­ geleverde Griekse verhalen over helden van Troje en zwervers op zee, zijn de verhalen ook verwant met de Mesopotamische literatuur. Er zijn belangrijke overeenkomsten tussen de Ilias, de Odyssee en het oudere Gilgamesj-epos. De drie teksten zijn omvangrijke heldenepen die na lange mondelinge overlevering (orale traditie) tot een samenhangende compositie zijn gemaakt. De inhoud van de drie teksten betreft een mythisch verleden rond een historische kern met heldendaden, reizen en roem. Ten slotte is er zowel in de Mesopotamische als in de Griekse teksten een direct contact tussen goden en mensen. In de achtste eeuw ontstond in Griekenland de polis: de stadstaat. Vanaf de vijfde eeuw v. Chr. bloeide in Athene, de belangrijkste stadstaat, de Griekse tragedie. Zo’n tragedie werd in de openlucht opgevoerd. De tragedie had bij de Grieken een vaste opbouw. Een tragedie begon met de expositio: de beschrijving van de (problematische) beginsituatie en van wat er al is gebeurd. De hoofdfiguur raakt vervolgens verwikkelt in de intrige, waardoor de spanning wordt opgevoerd. Dit leidt naar een crisis en na een beslissende wending (de peripeteia) eindigt de tragedie met een verzoening of de ondergang (de catastrofe) van de hoofdpersoon. Alleen van drie tragedieschrijvers, Aischylos, Sofokles en Euripides, zijn tragedies bewaard gebleven. Deze auteurs kozen in de regel mythologisch materiaal voor hun tragedies en gebruikten deze mythologische stof om conflicten en dilemma’s uit te beelden. Het publiek kon zich inleven in de personages, zich ermee identificeren en invoelen hoe het was om 23

Laagland Boek B.indb 23

6/06/18 11:48


1  |  THEORIE

tragische keuzes te moeten maken. Het doel van een Griekse tragedie was de uitwerking (de katharsis) op het publiek. Griekse tragedies worden nu nog regel­ matig opgevoerd. Bekend zijn onder andere Koning Oedipus en Antigone van Sofokles (496-406 v. Chr.). Sigmund Freud (1856-1939), de grondlegger van de psycho­ analyse, liet zich door Sofokles’ tragedie over Oedipus inspireren voor het benoemen van zijn Oedipuscomplex. Koning Oedipus (Oedipus Rex) gaat als volgt. Als het stuk begint, is Oedipus de nieuwe jonge koning van Thebe. De stad wordt geteisterd door een pestepidemie als straf voor het feit dat de oude koning Laios is vermoord (expositio). Oedipus geeft opdracht de schuldige te vinden. Geleidelijk komen Oedipus en het publiek (als in een detective) achter de waarheid. De ouders van Oedipus, koning Laios en koningin Jokaste, hebben vanwege een orakelspreuk hun zoon Oedipus als baby te vondeling

gelegd. Oedipus groeide op in een ander rijk. Als hij als jongeman op reis gaat om uit te zoeken wie hij is en wie zijn echte ouders zijn, doodt hij op een driesprong een oude man. Hij weet dan niet dat hij zijn werkelijke vader, koning Laios, doodt, zoals hij ook niet weet dat hij later zijn werkelijke moeder, koningin Jokaste, huwt als hij koning van Thebe wordt. Bij haar zal hij ook vier kinderen verwekken. Bij het begin van de tragedie weet de titelfiguur Oedipus die dan nog kan zien, de waarheid niet. Hij geeft opdracht de schuldige van de moord op koning Laios te zoeken, terwijl hij (denkend onschuldig te zijn) zelf die schuldige is! Als Oedipus op het eind (de catastrofe) de niet te verdragen waarheid ziet, verblindt hij zichzelf. De ziende is een blinde geworden, de niet-wetende een wetende. Koning Oedipus is een tragedie over het zoeken en vinden van je identiteit, de zoektocht naar de waarheid, het dragen van schuld en hoe problematisch en onaangenaam dat kan zijn.

3 Rome Het Romeinse Rijk nam vanaf de zesde eeuw v. Chr. de leidende positie van Griekenland over. De Romeinse Republiek kwam met het keizerschap van Augustus in 27 v. Chr. ten einde. Met Augustus begon het Romeinse Keizerrijk. Augustus bracht orde en zorgde ervoor dat zijn positie door alle Romeinen werd aanvaard. Daarvoor gebruikte hij kunst en literatuur als propa­gandamiddel. Waarschijnlijk heeft Augustus aan Vergilius (70-19 v. Chr.) de opdracht gegeven het helden­epos Aeneis (het verhaal van Aeneas) te schrijven.

streek in Italië. Daar kan hij trouwen met Lavinia, prinses van Latium. Maar er is nog een huwelijkskandidaat, Turnus. Als Aeneas deze concurrent heeft verslagen, staat niets een huwelijk in de weg en wordt Aeneas koning van Latium. Voor het gevecht met Turnus krijgt Aeneas een rijkelijk gedecoreerd schild. De afbeeldingen op het schild voorspellen de toekomstige stichting en bloei van Rome. Ook wordt in de tekst ‘reclame’ gemaakt voor Augustus. Oppergod Jupiter zelf voorspelt de grootsheid van de keizer.

In dit heldenepos vlucht Aeneas na de val van Troje om in opdracht van de goden ‘een nieuw Troje’ te stichten. Hij moet de stichter van een nieuw rijk worden. Na omzwervingen komt Aeneas bij koningin Dido van Carthago. Aeneas en Dido worden geliefden, maar de goden hebben andere plannen: Aeneas moet Dido verlaten en verder trekken. Uiteindelijk komt Aeneas in Latium, een

De Aeneis is een heldenepos over de fictieve oorsprong van Rome (Aeneas in Latium) en over de grootheid van Rome in verleden, heden en toekomst. De Aeneis verleende Augustus een (literaire) voorgeschiedenis: hij was te beschouwen als afstammeling van Aeneas. Vergilius verschafte met zijn in het Latijn geschreven Aeneis de Romeinen een literaire tegen­hanger van de Griekse Ilias en

24

Laagland Boek B.indb 24

6/06/18 11:48


Onder Augustus maakte de Romeinse literatuur een bloeiperiode door. Boeken uit deze periode die tot in de renaissance en classicis­me van invloed bleven, zijn de originele bewerking van mythologische verhalen, de Metamorphosen van Ovidius en de Ars poetica van Horatius, een brief met voorschriften waaraan literaire teksten moeten voldoen. In de periode van het Romeinse Keizerrijk ontstond het christendom. De Bijbel (van ‘biblia’, Grieks voor boeken) werd het heilige boek voor de christenen. De Bijbel is geschreven in het Hebreeuws, Aramees en Grieks. De Bijbel is een verzameling van meer dan zestig boeken en is ontstaan in een lange periode vanaf de achtste eeuw v. Chr. tot de tweede eeuw n. Chr. De Bijbel bestaat uit het Oude Testament en het Nieuwe Testament (‘testament’ komt van het Latijnse woord ‘testamentum’: verbond). Het Oude Testament bevat een aantal (mythologische) verhalen, zoals de

schepping van de wereld en de mens, Adam en Eva die na de zondeval uit het aardse paradijs verstoten worden en Noach die met zijn ark vol dieren de zondvloed overleeft. Een groot deel van het Oude Testament gaat over de geschiedenis van het joodse volk dat onder leiding van Mozes uit Egypte wordt bevrijd en naar het Beloofde Land wordt geleid. In het Oude Testament staan ook leefregels en teksten als Psalmen en Hooglied. Het Nieuwe Testament is tussen 50 n. Chr. en 130 n. Chr. geschreven. Het bevat de vier evangeliën geschreven door de vier evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes: teksten over de geboorte, het leven, de kruisdood en de opstanding van Jezus Christus. Christus stierf ca. 30 n. Chr. De oudste evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas) ontstonden tussen 70 en 90 n. Chr. Het jongste (evangelie van Johannes) dateert van rond de eeuwwisseling. Ook staan er andere teksten in, zoals de brieven van Paulus en de Openbaring van Johannes over het einde der tijden (de Apocalyps).

1  |  THEORIE

Odyssee van Homerus. Het heldenepos van Vergilius sluit enerzijds aan bij de heldenepen van Homerus: de Aeneis is een vervolg op de Trojaanse oorlog, maar anderzijds neemt Vergilius ook afstand van zijn Griekse voorbeelden: via Aeneas stammen de Romeinen van de Trojanen (en niet van de Grieken!) af.

In de vijfde eeuw komt het West-Romeinse Rijk ten val en beginnen de middeleeuwen. Het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk zal tot halverwege de vijftiende eeuw bestaan. Dit rijk met als hoofdstad Constantinopel (het huidige Istanbul) besloeg het oostelijk gebied rondom de Middellandse Zee.

25

Laagland Boek B.indb 25

6/06/18 11:48


Laagland, literatuur lezer

Gerrit van der Meulen Willem van der Pol

Literatuurgeschiedenis

Laagland, literatuur & lezer is dé methode literatuuronderwijs Nederlands voor de tweede fase van havo en vwo. Met al 20 jaar ervaring groeit Laagland mee; Laagland brengt literatuur tot leven met een rijk aanbod aan fragmenten en aansprekende opdrachten. • De lezer staat centraal • Een breed en gevarieerd aanbod van zorgvuldig geselecteerde literaire teksten • Aandacht voor differentiatie • Een solide basis van literaire theorie en begrippen • Diepgaande en boeiende behandeling van de literatuurgeschiedenis • Praktisch en overzichtelijk

Literatuur Nederlands voor de tweede fase

Laagland, literatuur lezer 4e editie Literatuurgeschiedenis leerwerkboek B

4/5/6 vwo

leerwerkboek B

Aanbod voor vwo:

4/5/6 vwo

9 789006 371383

WT Cover Laagland 4-5-6 vwo Boek B.indd 1

5/06/18 16:29

Profile for ThiemeMeulenhoff

Laagland, literatuur & lezer leerwerkboek 4/5/6 vwo  

Laagland, literatuur & lezer leerwerkboek 4/5/6 vwo